2021-031 Bijlage 2- Beleid PVTH Dongen2021-2024
Tekst van het document
Deel II
DEEL II VAN STRATEGIEËN NAAR UITVOERINGSPROGRAMMA In dit deel wordt ingegaan op de instrumenten die we als gemeente tot onze beschikking hebben om een bijdrage te leveren aan het realiseren van onze ambities en doelen Ook zijn de strategieën opgenomen die bepalen hoe we de instrumenten inzetten. Hoe we dit jaarlijks uitwerken in een uitvoeringsprogramma is opgenomen in het laatste hoofdstuk van deel II.
5
INSTRUMENTARIUM
De bescherming van de fysieke leefomgeving voor de huidige en de toekomstig generatie is de kerntaak van de gemeente. Uitvoering van deze kerntaak doen we door middel van de ons beschikbare instrumenten: preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving. De keten die vergunningverlening vormt samen met preventie, toezicht en handhaving zorgt ervoor dat het gedrag van de initiatiefnemers wordt gemonitord en waar mogelijk positief wordt beïnvloed om het effect op de fysieke leefomgeving te minimaliseren. Dit gebeurt in samenspel met de overige kerntaken7 waar wij als gemeente uitvoering aan geven. Hieronder zijn de instrumenten kort beschreven. Hoe een instrument moet worden ingezet is uitgewerkt in de verschillende werkprocessen.
5.1
Vergunningverlening
Vergunningen, meldingen en algemene regels Een activiteit binnen de fysieke leefomgeving is vergunningsplichtig wanneer deze verboden is op grond van de Omgevingswet of op grond van het omgevingsplan8 van de gemeente Dongen, tenzij deze voldoet aan de eisen uit de algemene regels. Is de activiteit op basis van het Bal of het Bbl9 meldingsplichtig, dan moet een melding worden ingediend. Indien het te beschermen belang daar aanleiding toe geeft kunnen maatwerkvoorschriften worden opgesteld. Maatwerkvoorschriften Op basis van een melding kan de gemeente maatwerkvoorschriften opstellen, bijvoorbeeld wanneer de algemene regels onvoldoende bescherming bieden. Deze maatwerkvoorschriften gelden dan specifiek voor de gemelde activiteit. Advies Vergunningverlening vraagt om een integrale aanpak. We kunnen (intern en extern) gevraagd worden een advies te geven. Voorbeelden zijn: advies op een ruimtelijke onderbouwing, beoordeling van specialistische onderzoeksrapporten, et cetera. Omgevingsplan en ruimtelijke plannen We bewaken de stedelijke en landschappelijke leefomgeving middels ruimtelijke plannen (bv. Bestemmingsplan en in de toekomst Omgevingsplan). Voor initiatieven die niet passen binnen ons ruimtelijk beleid moet toestemming worden verleend.
Voorafgaand hieraan dient door de initiatiefnemer te worden onderzocht wat het effect is van de activiteiten die in het kader van het plan worden uitgevoerd. Tevens dient de initiatiefnemer aan te tonen welke stappen wo rden ondernomen om deze effecten tot een minimum te beperken. Als gemeente toetsen wij deze onderbouwingen.
7 Overige kerntaken betreffen o.a.; sociale veiligheid, economische stabiliteit, etc. 8 Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn dit de Wabo en de APV 9 Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn dit Het activiteitenbesluit of Bouwbesluit
Ontheffing Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Vrijstelling Een vrijstelling is een uitzondering op een verbod. Deze geldt voor iedereen die aan de voorwaarden van de vrijstelling voldoet.
5.2
Preventie
Met dit beleidsplan gaan we preventie toevoegen aan ons instrumentarium, naast toezicht en handhaving. Door preventie heeft de gemeente contact met burgers en initiatiefnemers voordat er een overtreding plaatsgevonden heeft. Graag zien we dat burgers en initiatiefnemers betrokken zijn bij de door de maatschappij geformuleerde doelen en zorgtaken op het gebied van de fysieke leefomgeving. Op deze wijze kunnen we als gemeente voorafgaand aan initiatieven vanuit onze deskundigheid informatie delen of advies geven. Voorlichting Met voorlichting wordt voorzien in de overdracht van kennis over de regelgeving, maar ook over motivaties om regels na te leven en gevolgen van het overtreden van de regels. Hierdoor ervaart de burger daadkracht van de gemeente, wat het begaan van overtredingen ontmoedigt en het draagvlak voor handhaving vergroot. Publiciteit Publiciteit is zowel een sanctie-instrument als een preventie-instrument. Wij hebben ervoor gekozen Publiciteit bij het instrument Preventie op te nemen omdat we publiciteit alleen gebruiken om iets te zeggen over naleving en pak- en sanctiekans. We gebruiken publiciteit nadrukkelijk niet voor naming and shaming. Communicatie Communicatiemiddelen die we gebruiken zijn doelgerichte brieven, persberichten, bijeenkomsten, artikelen in de lokale krant, brochures, de website van de gemeente en sociale media.
Subsidie In voorkomende gevallen wordt naleving van de regels beperkt omdat de investering te hoog is . In dergelijke gevallen kan een afweging worden gemaakt om subsidies in te zetten om naleving te bevorderen. Bibob-toets De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Als er een ernstig gevaar dreigt dat vergunningen, subsidies (Beleidslijn BIBOB bij bouwvergunningen en subsidies) en aanbestedingen (Beleidsregels toepassing Wet BIBOB bij aanbestedingen en milieuvergunningen) worden misbruikt, kan het bevoegde bestuursorgaan de aanvraag weigeren of intrekken. Indien er goed gemotiveerde redenen zijn, kan hiervan afgeweken worden.
Zelftoetsing Met het inwerkingtreden van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) dragen partijen in de bouw zelf zorg voor het voldoen aan de voorschriften. Deze “zelftoetsing” wordt uitgevoerd door een onafhankelijke kwaliteitsborger. Deze vorm van “zelftoetsing” geldt voor alsnog alleen voor bouwwerken in de laagste risicoklasse, zoals eengezinswoningen en eenvoudige bedrijfspanden.
5.3
Toezicht
Het doel van toezicht is het controleren of de initiatiefnemers de betreffende wet- en regelgeving naleven bij het uitvoeren van activiteiten. Om te bepalen waar we toezicht moe ten uitvoeren maken we gebruik van een probleem- en risicoanalyse, zie deel I. Cyclisch toezicht Bij Cyclisch toezicht staat de activiteit die op een locatie wordt uitgevoerd centraal. Op basis van het risico en de toezichtstrategie wordt bepaald of, met welk instrument en met welke frequentie de activiteit op een locatie wordt gecontroleerd. Thema- en doeltoezicht Bij thematisch toezicht staat het thema centraal. Met behulp van de probleem- en risicoanalyse wordt bepaald welke activiteiten een bijdrage leveren aan het thema. Doeltoezicht richt zich op een specifiek doel (zie hoofdstuk 2). Op basis van de risicoanalyse wordt bepaald welke activiteiten een bijdrage leveren aan het doel. De activiteiten worden vervolgens door de toezichthouder gecontroleerd. Vraaggestuurd toezicht Naast deze twee vormen hanteren we ook vraaggestuurd toezicht. Vraaggestuurd toezicht vindt plaats vanuit een vraag of melding. Dit in tegenstelling tot cyclisch toezicht, waarbij de activiteit al bekend is en we periodiek toezien of de activiteit conform regels wordt uitgevoerd. Vraaggestuurd toezicht betekent ook, toezicht naar aanleiding van een klacht of handhavingsverzoek.
Administratief toezicht Bij administratief toezicht vindt een beoordeling van de verstrekte gegevens plaats. We beoordelen de betrouwbaarheid, juistheid, volledigheid en de actualiteit van de stukken. Tot dit instrument behoort ook het beoordelen van een rapportage als gevolg van een controle, bijvoorbeeld een energiebesparingsonderzoek, milieujaarverslag of geuronderzoek. Vrijeveld toezicht (surveillance) Met vrijeveld toezicht wordt gebiedsgericht gecontroleerd. Het doel van vrijeveld toezicht is veelal het opsporen van illegale activiteiten. Dit kan zijn het illegaal bouwen, illegaal storten van afval, strijdig gebruik van percelen en/of gebouwen, et cetera. Het is mogelijk om op projectmatige wijze te controleren en hieraan bepaalde prioriteiten te verbinden. Voorbeelden van projectmatige controles zijn: een handhavingsactie buitengebied, arbeidsmigranten / spookwoningen, actieweken in het kader van de actie Dongen Schoon, et cetera. Toezicht op ondermijning Deze vorm van toezicht overstijgt het fysieke domein en heeft een nauwe samenhang met het sociaal domein.
Klachten, meldingen en (handhaving)verzoeken Klachten, meldingen en handhavingsverzoeken zijn instrumenten voor burgers en bedrijven (en in sommige gevallen overheden) om de gemeente te attenderen op (mogelijke) overtreding van weten regelgeving. Vanuit de dienstverleningsvisie hebben alle klachten een hoge prioriteit. Alle klachten worden daarom zo spoedig mogelijk in behandeling genomen volgens de vastgestelde procedure. Voor het afhandelen van milieuklachten wordt gebruikgemaakt van de 24-uurs klachtendienst van de Omgevingsdienst Midden-West Brabant. Voor overige klachten wordt gebruikgemaakt van een meldingssysteem. Advies We kunnen (intern en extern) gevraagd worden een advies te geven. Voorbeelden zijn: advies op een handhavingsverzoek, handhavingstoets, et cetera.
5.4
Handhaving
Als gemeente opereren we binnen de kaders van het LHS. Met het vaststellen van dit Beleid PVTH wordt op basis van de LHS bepaald welke vorm van handhaving passend is, en wordt bepaald in hoeverre deze wordt opgevolgd en toegepast. Niet alleen de ernst van de overtreding wordt beoordeeld, maar ook het gedrag van de overtreder. Dit gedrag dient te worden bijgewerkt in SHERPAL®Lite. Bestuursrecht Waarschuwen Als gemeente kunnen we een waarschuwing geven. Deze waarschuwing kan mondeling maar wordt altijd opgevolgd door een schijven (rapportage of brief) waarin de constatering is opgenomen, is uitgewerkt wat de overtreding is en welke maatregelen genomen moeten worden om de overtreding ongedaan te maken. Dit schijven wordt met foto’s en rapport(en) onderbouwd. Last onder dwangsom Als gemeente kunnen we bij een overtreding een Last onder dwangsom (Artikel 5:31d AWB) opleggen. Met deze last wordt de overtreder gedwongen de overtreding geheel of gedeeltelijk te herstellen en hij wordt verplicht tot de betaling van een geldsom indien de last niet, of niet tijdig wordt uitgevoerd waarbij de kosten worden verhaald op de overtreder. Last onder bestuursdwang Als gemeente kunnen we bij een overtreding een last onder bestuursdwang (Artikel 5:21 Awb) opleggen.
Met deze last wordt de overtreder gedwongen de overtreding geheel of gedeeltelijk te herstellen indien hij dit niet doet kunnen we als gemeente het feitelijk handelen ten uitvoer brengen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Tijdelijke stilleging Als gemeente kunnen we bij een overtreding een activiteit (tijdelijk) stilleggen. Dit doen we op basis van Artikel 5.17 van de Wabo.
Schorsing Als gemeente kunnen we een proces (tijdelijk) schorsen of een besluit of verordening tijdelijk buiten werking stellen. Intrekkingen We kunnen ook een eerder genomen besluit of gedane uitspraak terugnemen. Dit kan zowel gebeuren om iets te corrigeren of als sanctie. Exploitatieverbod, We kunnen een exploitatie van een inrichting, bedrijf, et cetera. verbieden indien eerdere handhaving niet geleid heeft tot een (structureel) herstel van overtredingen. Sluiting We kunnen een bedrijf of inrichting sluiten. Dit is een vorm van bestuursdwang als bedoeld in artikel 5.21 Awb. Op grond van artikel 5.28 Awb kan de inrichting, het betreffende gebouw, terrein of hetgeen daarop bevindt verzegeld worden. Bestuurlijke boete (Artikel 5:40 AWB) Onder bestuurlijke boete wordt verstaan: de bestraffende sanctie van een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom. Bibob De wet Bibob kan preventief ingezet worden maar ook repressief. In het geval van criminele activiteiten kan na onderzoek een beschikking ingetrokken worden mits de intrekking evenredig is met de mate van het gevaar (art. 3 lid 5 wet Bibob.) Advies Zie Advies toezicht. Strafrecht Procesverbaal Een schriftelijke weergave waarin een BOA verslag uitbrengt van in zijn of haar aanwezigheid geconstateerde feiten en omstandigheden, de persoonsgegevens van betrokkenen en getuigen.
Een proces-verbaal is daarmee een bewijs van wat die persoon heeft gezien en geconstateerd. Bestuurlijke staf beschikking Bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom. Tegen deze boete kan bezwaar gemaakt worden bij het OM. Gedogen Het onder bepaalde omstandigheden (overmacht, onevenredigheid en overgangssituatie) toestaan wat formeel niet mag.
6
DIENSTVERLENING
We werken voor en met de samenleving: onze inwoners, ondernemers en instellingen. We streven naar een samenleving die veel dingen zelf kan en verantwoordelijkheid neemt, en de samenleving kan rekenen op een dienstverlenende en faciliterende gemeente Dongen.
6.1
Kernwaarden
Onze kernwaarden zijn dat we in vertrouwen samenwerken. We zijn verantwoordelijk, doen wat we zeggen en zeggen wat we doen. We hebben hierin de ruimte om zelf te bepalen h oe we dit aanpakken. We leren iedere dag en staan in verbinding met de organisatie en omgeving. We kunnen inspelen op ontwikkelingen en veranderingen in de samenleving. We zijn wendbaar en breed inzetbaar.
6.2
Doelen en kritieke prestatie-indicatoren
Deze kernwaarde is vertaald naar doelen die we aan onze producten en diensten hebben gekoppeld. Hieronder zijn de doelen per product of dienst weergegeven en hebben we er indicatoren aan gekoppeld. Producten
Doelen
Indicatoren (KPI)
Algemeen
Kwaliteitsniveau binnen de bestaande formatieruimte handhaven of verbeteren.
Uit de jaarlijkse jaarverslagen moet blijken dat de kosten voor handhaving niet disproportioneel . afnemen
Preventie
Betere kwaliteit van aanvragen.
Het aantal niet ontvankelijke aanvragen neemt naar verhouding af.
Betere spontane naleving.
Het aantal overtredingen begaan door onvoldoende kennis van regelgeving neemt naar verhouding af
Spoedige duidelijkheid bij aanvragen.
Minimaal 95% van de vergunningen afgehandeld binnen de wettelijke termijn;
Vergunningen
Er wordt geen lex silencio positivo afgegeven. Adequate kwaliteit van vergunningen.
Jaarlijks wordt tijdens de evaluatie een steekproef genomen die wordt beoordeeld op kwaliteit en handhaafbaarheid (1% van het aantal positief beschikte vergunningen). Bij een rechterlijke toetsing blijft de vergunning overeind.
Toezicht
Handhaving
De resultaten van toezicht zijn geborgd in de organisatie.
De constateringen die tijdens een controle worden gedaan worden vastgelegd in een controledocument.
Aanspraak maken op de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven.
Dit wordt gemeten door het aantal versoepelde of verzwaarde controles, door een vermindering van het aantal controles op lage risico’s en een toename van het aantal controles op hoge risico’s.
Adequate kwaliteit van vergunningen
In alle waarschuwingsbrieven is opgenomen en onderbouwd wat de LHSscore is. Bij een rechtelijke toetsing blijft de handhavingsbeschikking overeind.
Voltooien handhavingstrajecten
6.3
Alle juridisch mogelijke dwangsommen worden daadwerkelijk geïnd.
Bereikbaarheid
Volgens het Bor moet de gemeentelijke organisatie ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar zijn voor de Wabo-handhaving. Klachten dienen te worden gemeld bij de Omgevingsdienst Midden-West Brabant, die een klachtencentrale heeft ingericht. Onze bereikbaarheid is daarmee geborgd.
7
STRATEGIEËN
In deel I zijn de ambities en doelen beschreven die worden nagestreefd. In voorgaand hoofdstuk is beschreven welke instrumenten kunnen worden ingezet om een bijdrage te leveren aan deze doelen en ambities. In dit hoofdstuk wordt beschreven wanneer welke instrumenten worden ingezet en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Voor het bepalen welk instrument het beste kan worden ingezet wordt gebruik gemaakt van onze uitvoeringsstrategie. Onze uitvoeringsstrategie is opgebouwd uit verschillende strategieën. De strategieën zijn gebaseerd op landelijke strategieën en zijn aangevuld met regionale afspraken en gemeentelijke werkwijzen. In Figuur 9 zijn de strategieën en hun samenhang schematisch weergegeven.
Figuur 9: strategieën
7.1
Preventiestrategie
De preventiestrategie richt zich op het vergroten van de bewustwording bij initiatiefnemers. Hierbij wordt nagestreefd de betrokkenheid en het draagvlak voor spontane naleving van wet- en regelgeving te vergroten. Hiermee wordt getracht toezicht en repressieve handhaving te verminderen, omdat er minder overtredingen worden gepleegd. Om dit te bereiken zetten we preventie instrumenten (zie paragraaf 5.2) in. Inzet van deze instrumenten zal het meeste effect hebben bij “goedwillenden”, toch hebben preventie maatregelen bij ander naleefgedrag een effect.
In onderstaande tabel 5 is opgenomen welk instrument het beste ingezet kan worden bij de verschillend type nalevingsgedrag.
X
X
X X
Crimineel
X
Calculerend
Moet kunnen
Instrumenten Voorlichting Publiciteit Communicatie 10 Subsidie Bibob11 Zelftoetsing
Goedwillend
Naleefgedrag
X
X X X
X
tabel 5: inzet preventieve instrumenten
7.2
Vergunningstrategie
Uitgangpunt bij vergunningverlening is dat burgers en bedrijven verantwoordelijk zijn voor het indienen van goede en volledige aanvragen. De aanvraag vormt immers de basis voor de te verlenen vergunning en na vergunningverlening voor adequaat toezicht en eventueel handhaving. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel) zijn voor ons bepalend. We hebben de taak om de verschillende belangen vanuit de verschillende disciplines te coördineren. De gemeente Dongen hanteert hierbij het principe “Ja, tenzij…”. De komst van de Wabo heeft ertoe geleid dat bij het aanvragen van een Wabo-vergunning wordt gewerkt met casemanagement. Bij elke aanvraag wordt een casemanager toegewezen. Dit principe zal ook na de invoer van de Omgevingswet gehanteerd worden. De initiatiefnemer beschikt hierdoor over één vast aanspreekpunt na indiening. Het risico dat bij vergunningverlening tegenstrijdige voorschriften worden gesteld wordt hierdoor verminderd. De casemanager krijgt vanuit de betrokken disciplines adviezen aangereikt en ziet toe op het integrale karakter van de omgevingsvergunning. De verschillende vormen van vergunningen met de bijbehorende procedures zijn wettelijk vastgelegd en worden hier verder niet behandeld.
Samenwerking bij de vergunningverlening Vergunningaanvragen worden beoordeeld vanuit de benodigde disciplines en afhankelijk van de aangevraagde activiteit vindt samenwerking plaats met diverse interne en externe adviseurs. Het overhevelen van taken naar de Omgevingsdienst Midden-West Brabant betekent voor de gemeente dat een deel van de PVH (milieu) taken extern worden uitgevoerd. Aanvragen voor monumenten worden getoetst door de Ruimtelijke kwaliteitscommissie In voorkomende gevallen wordt advies gevraagd aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ook de Regionale brandweer Midden- en West Brabant is een belangrijke samenwerkingspartner.
10 Dit wordt in 2021 nader uitgewerkt in een communicatieplan PVH. 11 Wanneer wettelijk is vereist dat een Bibob-toets wordt uitgevoerd, wordt hier gehoor aan gegeven, ongeacht of er een indicatie is van
crimineel naleefgedrag.
Instrument Welk instrument (zie paragraaf 5.1) wordt ingezet wordt (wettelijk) bepaald door het initiatief dat wordt aangevraagd. De verschillende initiatieven en de daarbij behorende wettelijk bepaalde instrumenten worden hier verder niet behandeld, maar kunnen worden gevonden in de vigerende van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Toetsingsniveaus Om te bepalen welk toetsingsniveau van toepassing is, wordt gebruik gemaakt van de toetsmatrix. Hieronder zijn de niveaus kort beschreven. De niveaus zijn van toepassing op de zogenaamde Thuistaken. Voor de andere taken hanteert de Omgevingsdienst Midden-West Brabant hun eigen niveaus. Niveau 0 Wordt niet getoetst Niveau 1 Uitgangspuntentoets: bevatten de beschikbare stukken voldoende informatie over de uitgangspunten? Gecontroleerd wordt of de (globale) uitgangspunten die zijn aangeleverd voldoende zijn om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen. Niveau 2 Visueel toetsen: kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk? Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn, waarbij van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk.
Niveau 3 Representatief toetsen: kloppen de maatgevende onderdelen? Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn. De maatgevende berekeningen worden gecontroleerd dan wel nagerekend. Niveau 4 Volledig toetsen: alles in samenhang controleren.
Toetsmatrix Om te bepalen met welke diepgang een aanvraag van Thuistaken wordt getoetst wordt gebruik gemaakt van naastgelegen toetsmatrix (zie ook SHERPAL®Lite). Op basis van het bruto-effect van een activiteit (zie een bijlage van bijlagerapport) en het naleefgedrag wordt bepaald op welk van de bovengenoemde niveaus de aanvraag wordt getoetst. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen verdeling van toetsingsniveau in de gebruik- en de beëindigingsfase ten opzichte van de realisatiefase. figuur 10: toetsmatrix
7.3
Toezichtstrategie
Een toezichtstrategie geeft aan welke instrumenten worden ingezet om vast te stellen of wet- en regelgeving worden nageleefd en hoe deze worden georganiseerd. Toezichtsvormen Om na te gaan of voorschriften ook gedurende langere tijd en in alle situaties worden nageleefd, is het noodzakelijk om cyclisch toezicht uit te voeren. Cyclisch toezicht Cyclisch toezicht houdt in dat op basis van een probleem- en risicoanalyse een toezichtstrategie wordt bepaald met welke frequentie een activiteit, object of inrichting wordt gecontroleerd. Een slecht naleefpercentage zorgt voor een hogere positie in de risicoprioritering. Hoe hoger de prioritering, hoe frequenter de controle. Projecttoezicht Bij projecttoezicht worden de toezichtcontroles (anders dan bij cyclisch toezicht) binnen een bepaald tijdsbestek en een bepaalde sector gehouden, op vooraf vastgestelde dagen bij willekeurige bedrijven. De looptijd van dergelijke projecten kan verschillen van één dag tot drie maanden. Vraaggestuurd toezicht Vraaggestuurd toezicht houdt in dat toezicht wordt uitgevoerd naar aanleiding van een vraag. Dit kan een aanvraag betreffen maar ook een klacht of handhavingsverzoek.
Instrumenten Met welk instrument toezicht wordt gehouden is in onderstaande tabel 6 toegelicht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in drie fasen, te weten de oprichting-, gebruik- en beëindigingsfase.
X X X X
X X
X
X X X
X
X X
project
Vraaggestuurd
Cyclisch
Beëindigings-
project
Vraaggestuurd
Cyclisch
Instrument Activiteitgericht toezicht Thema- en doeltoezicht Administratief toezicht Klachten en meldingen Vrije veld toezicht Toezicht op ondermijning Advies
Cyclisch
Toezichtsvorm
Gebruiks-
Project
Realisatie-
Vraaggestuurd
Fase
X X X X
X X X
tabel 6: inzet toezicht instrumenten
Toezichtmatrix Het bepalen van de bezoekfrequentie (het aantal toezichtsbezoeken per jaar) wordt bepaald met onderstaande toezichtmatrix (zie ook SHERPAL®Lite). Uitgangspunt van de matrix is risicogestuurd toezicht waarbij wordt ingezet vanuit de visie “meer toezicht waar nodig, minder waar mogelijk”. Iedere fase kent een eigen toezichtmatrix die als een bijlage in het bijlagerapport zijn opgenomen. Op basis van het effect van een activiteit (zie bijlagerapport) en het naleefgedrag (zie bijlagerapport) wordt bepaald met welke frequentie een activiteit wordt bezocht. Omdat een initiatief/locatie meerdere activiteiten kan bevatten is de frequentie met de hoogste frequentie bepalend.
figuur 11: Toezichtmatrix
7.4
Handhavingstrategie
Op 4 juni 2014 is de eindversie van de LHS (versie 1.7) door het IPO en het Openbaar Ministerie aangeboden aan staatssecretaris Mansveld van Milieu. Op 1 februari 2016 heeft het college de LHS vastgesteld. De LHS is door gemeente Dongen voor alle toezicht en handhavingstaken met betrekking tot de omgevingstaken vastgesteld.
Geconstateerd is dat de aangeboden eindversie van de LHS (LHS 1.7) juridische onjuisthe den bevat in wat ‘bestuursrecht bestraffend’ en ‘bestuursrecht herstellend’ is. Daardoor is de toepassing van strafrecht in sommige situaties (flankerend beleid) niet meer mogelijk en in strijd met landelijke wetgeving. Aangezien dit zo’n belangrijk onderdeel is, is een verbeterde versie opgenomen waarin deze onjuistheden zijn gecorrigeerd waarbij het effect van de beslismatrix hetzelfde is gebleven. De LHS is in het bijlagerapport opgenomen. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen goedwillende overtreders tot calculerend overtreders. De output van de LHS wordt gebruikt als input voor preventie in het geval het gedrag goedwillend is gebleken. Het gedrag van calculerende overtreders wordt - vanuit het voordeel dat zij hier mee behalen – juist aangepakt door extra inzet op toezicht en (strafrechtelijke) handhaving. De invulling hiervan is dat handhavingsacties die in eerste plaats gericht zijn op het beëindigen van de overtreding en op herstel van de gevolgen. Hiervoor worden bestuursrechtelijke instrumenten ingezet. Bij moedwillige overtreders willen we voorkomen dat soortgelijke overtredingen (nogmaals) worden begaan. Hiervoor zetten wij de bestraffende, strafrechtelijke instrumenten in.
Hoewel alle overtredingen worden aangepakt, betekent dit niet dat repressief optreden altijd vóór andere (toezichts-)activiteiten gaat. Er wordt gekeken naar de urgentie van de overtredingen. Heterdaad overtredingen en/of overtredingen waarvan directe beëindiging leidt tot het beperken van gevolgen, worden met voorrang opgepakt. Overige overtredingen waarbij de gevolgen voor de leefomgeving beperkt zijn, worden gepland. Richtlijn handhaving bij overtreding door de eigen organisatie. Het kan voorkomen dat de eigen organisatie een handeling verricht die in strijd is met de wettelijke regelgeving. Hierbij kan gedacht worden aan het wijzigen van een gemeentelijk eigendom terwijl er geen omgevingsvergunning is verleend. Indien dit geconstateerd wordt moet hiertegen opgetreden worden. Om te zorgen dat er in voorkomende gevallen gelijkluidend zal worden opgetreden is deze richtlijn opgesteld. 1. Collegiaal overleg; In eerste instantie zal er bij het constateren van een overtreding een collegiaal overleg plaats vinden. De werknemer die de overtreding heeft geconstateerd zal mondeling contact opnemen met zijn collega die betrokken is bij de gemaakte overtreding. Hij zal trachten het probleem op te lossen. Van het contact zal een schriftelijke notitie gemaakt worden die in het handhavingsdossier gevoegd zal worden. 2.
Overleg directieteam; Indien het overleg niet leidt tot het opheffen van de overtreding na het collegiaal overleg zal de werknemer die de overtreding heeft geconstateerd de uitkomst van het gesprek terugkoppelen met het directielid. Het directielid zal de overtreding en het hieraan gekoppeld collegiaal overleg bespreken in het overleg directieteam-overleg. 3. Advies burgemeester en wethouders. Indien er via het overleg directieteam-overleg geen overeenstemming bereikt zal worden over de geconstateerde overtreding zal een advies worden voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. De beslissing van het college is dan bindend. Het advies, inclusief het besluit van het college, zal in het handhavingsdossier gevoegd worden.
Richtlijn handhaving bij overtreding door andere overheden. Het kan voorkomen dat andere overheden een handeling verrichten die in strijd is met de wettelijke regelgeving. Hierbij kan gedacht worden aan overtreden van milieuregels het wijzigen van een eigendom terwijl er geen omgevingsvergunning is verleend. Indien dit geconstateerd wordt moet hiertegen opgetreden worden zoals bij alle overige zaken volgens de handhavingsstrategie die is vastgelegd in de LHS. Het gemeentebestuur dient zo spoedig mogelijk in kennis te worden gesteld van een handhavingszaak.
7.5
Gedoogstrategie
Het college van de gemeente Dongen, en in voorkomende gevallen de burgemeester van Dongen, hebben een wettelijke plicht om handhavend op te treden tegen diverse soorten overtredingen van verschillende soorten wetgeving. Dit handhavend optreden is het uitgangspunt. Er zijn echter situaties denkbaar waarbij handhaving tijdelijk niet wenselijk of zelfs onmogelijk is. Dit noemt men ook wel gedogen: “De bevoegdheid om op basis van een algemene belangenafweging tijdelijk en doelbewust op grond van een schriftelijk verzoek van de overtreder onder voorwaarden via een besluit geheel of gedeeltelijk af te zien van handhavend optreden tegen een overtreding”. Gedogen blijft echter altijd een uitzondering. Maar om ervoor te zorgen dat gedogen eenduidig wordt toegepast, is op 23 november 2016 de gedoogstrategie gemeente Dongen vastgesteld.
8
UITVOERINGSPROGRAMMA
Het PVTH-beleid dat in dit beleidsplan is uiteengezet, dient vertaald te worden naar de uitvoering. De in deze beleidsnota geformuleerde strategische doelen, prioriteiten en operationele doelen vormen het kader voor de programmering van de PVTH-taken van de gemeente Dongen. De programmering is uitgewerkt in het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma, dat bestuurlijk wordt vastgesteld. In het uitvoeringsprogramma wordt aangegeven welke activiteiten in het betreffende uitvoeringsjaar worden uitgevoerd. Dit programma wordt risicogestuurd opgesteld. De Omgevingsdienst MiddenWest Brabant stelt ieder jaar een eigen uitvoeringsprogramma op voor de milieutaken die deze namens de gemeente Dongen uitvoert. Ook dit programma wordt door het college vastgesteld. Aan de hand van de doelen en budgetten uit de programmabegroting, de omgevingsanalyse, de prioriteitenstelling en het naleefgedrag wordt het jaarlijkse uitvoeringsprogramma opgesteld. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangegeven wat de verwachte productie is in termen van aantal te verlenen vergunningen, ontheffingen en meldingen, uit te voeren controles, binnengekomen en afgehandelde meldingen, en klachten. In het uitvoeringsprogramma wordt ook rekening gehouden met de organisatorische en financiële mogelijkheden en de bestuurlijke ambitie.
Er is een onlosmakelijke samenhang tussen het beleidsplan, het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma. Om deze samenhang te benadrukken wordt in het uitvoeringsprogramma het kader, het verslag, uitvoering vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) van het lopende jaar en het uitvoeringsprogramma VTH voor het komende jaar samengevoegd tot één document, in figuur 1 grafisch weergegeven. Hierdoor worden de verbeterpunten van het lopende programma ook beter zichtbaar. Bovendien kunnen we de hieruit voorkomende resultaten gebruiken in het uitvoeringsprogramma van het komende jaar. Kortom, één document om beter inzicht te geven in de ‘Big 8’. Het uitvoeringsprogramma bestaat uit drie delen die zowel in zijn tezamen als afzonderlijk te lezen zijn. Deel I Kader Beleid PVTH In deel I wordt het kader van het Beleid PVTH 2021-2024 samengevat. Hierin wordt toegelicht welke doelen worden nagestreefd en welke instrumenten worden ingezet om deze doelen te verwezenlijken.
Deel II Verslag uitvoering lopend jaar De verslaglegging over het lopende jaar van uitgevoerde PVTH-taken gebeurt in deel II. In dit deel wordt ingegaan op de resultaten van de interventies uit het uitvoeringsprogramma van het lopende jaar voor zowel vergunningverlening als toezicht en handhaving. Alle instrumenten komen in dit deel aan bod. Vervolgens dienen de resultaten, conclusies en aanbevelingen die hieruit volgen als input voor het uitvoeringsprogramma van het komende jaar (deel III). Deel III Uitvoeringsprogramma 2021 In dit deel wordt de programmering voor het komende jaar uiteengezet. Er wordt ingegaan op de inzet vanuit PVTH, welke keuzes er worden gemaakt en waarom. De aandachtspunten die volgen uit deel II worden meegenomen om de uitvoering verder te verbeteren.
9
BEGROTING EN BORGING
De kosten voor de VTH-taken binnen de gemeente Dongen bestaan voornamelijk uit personele kosten van medewerkers en de gemeentelijke bijdrage aan de Omgevingsdienst Midden-West Brabant. Overige kosten zijn bijvoorbeeld: het registratiesysteem (dat wordt gebruikt voor werkzaamheden rondom omgevingsvergunningen) en de applicaties waarmee de toezichthouders werken. De legesinkomsten mogen per begrotingsjaar niet meer dan kostendekkend zijn. Niet alle taken komen in aanmerking voor legesdekking. Dit geldt voor alle vooroverleg, bezwaar- en beroepsprocedures, meldingen en toezicht (behoudens de eerste controle) en handhaving. De Omgevingswet zal de basis voor het heffen van de leges veranderen, maar lijkt nog steeds geen mogelijkheid te bieden om de kosten van toezicht en handhaving via leges te dekken. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om financiële middelen beschikbaar te stellen. Er dienen voldoende middelen ter beschikking te zijn om de risico’s die met de uitvoering van de PVTH-taken worden tegengegaan tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. De financiële kaders zijn opgenomen in de begroting die aan de gemeenteraad in de reguliere planning- en control-cyclus wordt aangeboden. De daadwerkelijke uitvoering (vastgelegd in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s) vindt plaats binnen de in de begroting opgenomen kaders voor personeelskosten en directe budgetten.
Momenteel loopt de cyclus voor het opstellen van het uitvoeringsprogramma uit de pas met de P&C cyclus. Het is onze wens om deze cycli in overeenstemming te brengen Ontwikkelingen zoals bezuinigingen, deregulering, minder administratieve lasten en uitbreiding van het vergunningsvrij bouwen hebben uiteraard invloed op de begroting. De zekerheden van vroeger voor wat betreft inkomsten zijn verdwenen. De coronacrisis heef gezorgd voor meer uitgaven en inzet van middelen binnen de openbare orde. Doordat wet- en regelgeving veranderd zijn, meer vergunningsvrij kan worden gebouwd en werkzaamheden zijn verschoven richting de vrije markt (o.a. private kwaliteitsborging) heeft de gemeente minder legesinkomsten. Hoewel vergunningsvrij bouwen minder legesinkomsten betekent worden er wel veel meer vakinhoudelijke vragen gesteld aan medewerkers.
Deel III
DEEL III Organisatie In deel III wordt ingegaan op de organisatorische condities waaronder we uitvoering geven aan het PVTH-beleid, welke ondersteunende voorzieningen we daarbij hebben en hoe we afstemming zoeken met onze partners
10 ORGANISATORISCHE CONDITIES Het college is op het gebied van de Wabo, de Gemeentewet en de Awb het bevoegde bestuursorgaan voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Binnen het college zijn portefeuillehouders aangewezen. Vergunningverlening behoort tot een andere portefeuille dan toezicht en handhaving. De portefeuillehouders zijn samen bestuurlijk verantwoordelijk voor het gevoerde beleid en de uitvoering van taken die binnen hun portefeuille vallen. Zij zorgen er als coördinerende bestuurders ook voor dat waar nodig op bestuurlijk niveau afstemming plaatsvindt, zodat er eenduidig en slagvaardig wordt opgetreden en gehandeld. De beleidsmedewerkers die zich met PVTH-taken bezighouden hebben regelmatig overleg met de bestuurders om beleidsmatige en lopende zaken te bespreken.
10.1 Capaciteit De doelstellingen van het beleid zijn afgestemd op de omvang van de gemiddelde werkvoorraad van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving en de daarbij behorende capaciteit. Op het moment dat de omvang van de werkvoorraad in totaal of op onderdelen toe- of afneemt zal een (her)prioritering of (tijdelijke) uitbreiding in capaciteit moeten plaatsvinden. Daarnaast kan bij structurele ondercapaciteit en bij tijdelijke werkpieken een beroep worden gedaan op de flexibele schil van de gemeentelijke organisatie. De verantwoording voor de prioritering en de bewaking van voldoende (adequaat) toezicht is terug te vinden in het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma. De PVTH-taken voortvloeiend uit de Omgevingswet zijn ondergebracht binnen de teams: “Openbare orde en veiligheid”, “Vergunning, toezicht en handhaving” en “team Omgevingsbeleid”. Er wordt gestreefd naar het aanbrengen van voldoende samenhang tussen de diverse projecten/activiteiten die spelen binnen de gemeente Dongen. De komende tijd zal het VTH-team zich inzetten om te komen te een betere informatiepositie zodat we beter in staat zijn om informatie/risicogestuurd te werken. De Omgevingsdienst Midden-West Brabant speelt hierin een belangrijke rol door een specialistisch uitvoeringsteam onderdeel uit te laten maken van haar werkorganisatie.
Blijvend inzetten op goede samenwerking en afstemming met zowel de Omgevingsdienst Midden-West Brabant is van belang, maar ook met andere partners, met name bij het aanpakken van ondermijning, zie ook hoofdstuk 12.
10.2 Scheiding VTH-taken Vergunningverlening en handhaving zijn binnen de gemeente Dongen gescheiden. Dat is nodig gebleken. Niet alleen om te voorkomen dat er belangverstrengeling kan ontstaan, maar ook omdat het ongewenst is dat een vergunningverlener zijn of haar eigen vergunning zou kunnen controleren. Deze scheiding is op twee manieren gerealiseerd: Op functieniveau; dus geen combinatie van handhaving en vergunningverlening in een functie; Op portefeuille-niveau; handhaving en vergunningverlening niet in één portefeuille bij één collegelid.
11 ONDERSTEUNENDE VOORZIENINGEN 11.1 ICT Zaakgericht werken is een belangrijke ontwikkeling binnen de gemeente Dongen. Het verbetert in veel gevallen de dienstverlening, de efficiency van werken, de toegankelijkheid van informatie en het zorgt vaak ook voor kostenbesparing. Met een optimaal zaaksysteem is alle informatie over de behandeling van een zaak aan die zaak gekoppeld en voor alle betrokkenen toegankelijk. Dit zorgt voor transparantie. Door zaakgericht te werken kan de gemeente de kwaliteit en doorlooptijd van de processen beter bewaken. Met de inwerkingtreding van de Wabo, de ontwikkelingen in de samenleving en straks de toenemende integraliteit die de Omgevingswet vraagt, neemt de noodzaak van beschikbare informatie en informatie-uitwisseling tussen de actoren toe. De actoren zijn hier de burgers en bedrijven, maar ook de overheden die betrokken zijn bij de uitvoering van de Omgevingswet. Iedereen werkt binnen de initiatief- en de uitvoeringsketen samen met adviseurs binnen en buiten de eigen organisatie. Deze ontwikkelingen laten zich clusteren in drie informatiebehoeften: Burgers, bedrijven en overheden willen begrijpelijke en betrouwbare digitale informatie op maat. Burgers, bedrijven en overheden willen hun zaken vooral via internet regelen met elkaar, waar en wanneer het hen uitkomt.
Overheden hebben behoefte aan een beter afgestemde digitale ondersteuning van de overheidsprocessen, in het bijzonder voor de informatievoorziening binnen het PVTH-proces.
11.2 Protocollen en werkinstructies We beschikken over verschillende protocollen en werkinstructies die een verbintenis hebben met het PVHT-beleid. Hieronder zijn de protocollen en werkinstructies benoemd.
Verkennen en begeleiden van een initiatief (Omgevingstafel) Afhandelen meldingen Vergunningverlening Toezicht Handhaving
12 AFSTEMMING In de voorbereiding en uitvoering van PVTH-taken wordt gezorgd voor afstemming met interne- en externe betrokkenen. De interne afstemming omvat afstemming tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving en afstemming met de overige relevante organisatieonderdelen. Om te komen tot een adequate uitvoering van PVTH-taken is samenwerking met andere overheidsinstanties noodzakelijk. Er worden meer taken vanuit het Rijk bij gemeenten neergelegd. Er wordt meer gedereguleerd (Besluit omgevingsrecht en vergunningsvrij bouwen) en toezicht wordt gedecentraliseerd richting Omgevingsdiensten, Veiligheidsregio’s en private partijen. Dit leidt ertoe dat de gemeente haar werkzaamheden anders vorm moet geven. Een aantal taken (onder andere OD-taken) brengen we onder bij gespecialiseerde instanties, zodat deze taken beter en efficiënter uitgevoerd kunnen worden. De gemeente houdt zelf de regie en stemt af met de instanties, zodat we niet het zicht op deze taken (en bijbehorende bedrijven) verliezen.
12.1 Samenwerkingspartners Om gezamenlijk effectief en efficiënt te kunnen opereren, is samenwerking tussen samenwerkingspartners verplicht gesteld. Er vindt een structureel overleg plaats met de Omgevingsdienst Midden-West Brabant (voor de milieu- en bodemtaken). De toezichtprogramma’s worden zoveel mogelijk afgestemd. De bevindingen worden, afhankelijk van het dossier, afgestemd met Omgevingsdienst Midden-West Brabant, Veiligheidsregio, Provincie Noord-Brabant, Waterschap, Politie, Openbaar Ministerie. Er vindt periodiek een inhoudelijke afstemming plaats over samenwerking en gezamenlijke acties in het VTH-team en team Openbare Orde en Veiligheid Dongen. Omgevingsdienst Midden-West Brabant (OMWB) De OMWB voert in opdracht van de gemeente taken uit op voornamelijk het onderdeel milieu (onderverdeeld in een basistakenpakket, verzoektaken en collectieve taken). De gemeente blijft overigens bevoegd gezag voor de taken die zijn overgeheveld naar de OMWB. Verder beoordeelt de OMWB het toetsingskader inzake de asbestsloopmeldingen. De samenwerking vindt plaats op basis van een gemeenschappelijke regeling, een dienstverleningsovereenkomst en een jaarlijks vast te stellen werkprogramma. Brandweer van de Veiligheidsregio De brandweer van de Veiligheidsregio voert (in onze opdracht) een aantal taken uit op het gebied van VTH.
Provincie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant heeft de wettelijke taak gekregen om deze samenwerking tussen alle organisaties die zich bezighouden met omgevingsrecht te coördineren. Hiertoe dienen zij één of meerdere overlegorganen in te stellen. De provincie is de wettelijke regisseur kwaliteitseisen (tweede lijnstoezicht) en zij ziet erop toe dat hieraan voldaan wordt.
Interbestuurlijk toezicht (IBT) De provincies hebben een taak gekregen in het kader van het interbestuurlijk toezicht op de uitvoering van medebewindstaken. De gemeenteraad heeft de taak het college te controleren op het juist uitvoeren van zijn taken op het gebied van het omgevingsrecht. Dit wordt horizontaal toezicht genoemd. De provincie voert in principe haar taak in het kader van het verticale toezicht terughoudend uit. Waterschap De gemeente Dongen werkt samen met het waterschap Brabantse Delta. Deze samenwerking betreft het toezicht en de handhaving van zaken die met grondwater of oppervlaktewater te maken hebben (bijvoorbeeld: waterkwaliteit en waterkwantiteit (lozingen), het medegebruik van openbaar water en toezicht op vaarbewegingen). Politie Op het gebied van strafrechtelijke zaken zijn de (wijk)agenten het eerste aanspreekpunt voor de gemeente en de BOA. Afhankelijk van de positionering van de overtreding in de matrix van de LHS, kan de politie ingeschakeld worden. Openbaar ministerie In het geval strafrechtelijk optreden is vereist, zal ook via de politie contact worden gezocht met het Openbaar Ministerie (OM). Dit gebeurt bijvoorbeeld bij geconstateerde milieuovertredingen, waarbij het vermoeden bestaat dat er sprake is van een economisch delict.
Handhaven op Wet op de Economische Delicten kan alleen op basis van de artikelen: Wabo artikel 2.1, lid1, aanhef en onder e, al dan niet in combinatie met artikel 2.1, lid 1, aanhef en onder j of k en artikel 2.3, aanhef en onder a. Daarbij kan gedacht worden aan een professioneel bedrijf dat sloopwerkzaamheden uitvoert waarbij asbest vrijkomt, maar er geen verplichte sloopmelding inclusief asbestinventarisatierapport wordt ingediend. In dergelijke gevallen vindt afstemming plaats met het Functioneel Parket, aangezien die afdeling zich in het bijzonder toelegt op de bestrijding van onder andere milieucriminaliteit. De vervolging van overtredingen op het gebied van openbare ruimte zal worden afgehandeld door het OM Midden-Nederland. Overig Naast bovenstaande structurele samenwerkingspartners vindt incidenteel ook samenwerking plaats met andere instanties. Deze vindt plaats naar aanleiding van concrete voorvallen of constateringen. Hierbij valt te denken aan: Vreemdelingenpolitie, Belastingdienst, de Douane, Koninklijke Marechaussee, de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit, Staatsbosbeheer of Algemene Inspectiedienst (extern), et cetera.
Deel IV
DEEL IV Kwaliteit en verantwoording In deel IV wordt ingegaan op de borging van de kwaliteit van onze producten, diensten en medewerkers. Ook wordt ingegaan hoe we monitoren en we verantwoording afleggen over de uitgevoerde werkzaamheden.
13 KWALITEITSBORGING PVTH maakt onderdeel uit van het beheersen van risico's voor de samenleving. De inwoners en ondernemers van Dongen moeten gerust kunnen leven in de wetenschap dat de gemeente de belangrijkste risico's goed onder controle heeft. Om dit vertrouwen waar te kunnen maken, is het belangrijk dat de gemeentelijke organisatie de kwaliteit van de VTH-taken kan garanderen. Dit is niet alleen van belang voor de gemeente en haar inwoners zelf. Ook externe instanties zoals de provincie, als toezichthouder op de gemeente, eisen een vorm van kwaliteitsbewaking waarmee de beheersing van de risico's kan worden geborgd. Om kwaliteitsborging te realiseren heeft de overheid kwaliteitscriteria ontwikkeld die zich richten op de kwaliteit van de medewerkers en het borgen van de organisatorische processen. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteitscriteria worden geborgd in de organisatie, is de verordening ‘Kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht’ vastgesteld door de raad. In de verordening is opgenomen dat burgemeester en wethouders de kwaliteitscriteria voor de kwaliteit van vergunningverlening, alsmede de daaruit voorvloeiende uitvoeringskaders, vaststellen.
De kwaliteitscriteria behelzen op 26 deskundigheidsgebieden criteria voor de organisatie en haar medewerkers (kritieke massa) op het gebied van: aantal medewerkers, benodigde opleiding, ervaring, kennis en het onderhouden en borgen daarvan. Organisaties en medewerkers die aan de criteria op basis van deze verordening voldoen, moeten in staat zijn producten af te leveren met de gewenste kwaliteit. De gemeente Dongen heeft er voor gekozen om naast het basistakenpakket ook aanvullende verzoektaken onder te brengen bij de Omgevingsdienst Midden-West Brabant. De Omgevingsdienst Midden-West Brabant wordt gehouden aan de kwaliteitscriteria.
14 MONITORING EN VERANTWOORDING Gedurende de uitvoering van het VTH-uitvoeringsprogramma vindt monitoring plaats. Monitoring dient twee doelen. Allereerst kan op basis van monitoring achterhaald worden of een bijdrage is geleverd aan de doelen van de fysieke leefomgeving en of de dienstverleningsdoelen zijn behaald. Dit is belangrijk voor de verantwoording en effectiviteit van het beleid.
14.1 Monitoring Met monitoring verzamelen we gegevens en informatie die belangrijk is voor het eventueel bijstellen van prioriteiten en de inzet van capaciteit. Om die reden zijn per doel indicatoren bepaald waardoor het meten van de doelstellingen mogelijk wordt. Om te kunnen beoordelen of de beleidsdoelstellingen en de geplande werkzaamheden uit het uitvoeringsprogramma gehaald en uitgevoerd zijn, is het belangrijk dat de activiteiten geregistreerd worden. Monitoring is het stelselmatig en systematisch verzamelen, bewerken en verstrekken van gegevens om na te gaan of en in hoeverre het gevoerde beleid slaagt en of de gestelde doel- en taakstellingen behaald zijn of gaan worden. Om verantwoording te kunnen afleggen over de inspanningen en resultaten zijn verschillende gegevens nodig. Deze gegevens zijn periodiek opvraagbaar voor zowel managementdoeleinden (voortgang van de uitvoering) als voor de periodieke verantwoording naar het college en de gemeenteraad. In onderstaand overzicht is een samenvatting opgenomen van de gegevens die in het kader van de thuistaken geregistreerd worden. Taken
X X
X X X X
X
X X X
X X
X X
X X
X
X
X X
Handhaving
Toezicht
Verguningen
Preventie
BOA werkzaamheden
Handhaving
Toezicht
Preventie
Handhaving
Toezicht
Verguningen
Preventie
X X
Verguningen
Drank- en Horecawet
APV
Handhaving
Toezicht
Verguningen
Preventie
Handhaving
Sloop
X X
X X X X
X X
Toezicht
Verguningen
Preventie
Natuur en houtopstand
Handhaving
Preventie
Handhaving
Instrumenten Aantal gegronde klachten Steekproef (1%) gegronde klachten Aantal positief beschikte vergunningen X Aantal geweigerde vergunningen X Aantal vooroverleggen X Aantal ruimtelijke plannen X Aantal ontvangen meldingen Aantal opgelegde maatwerkvoorschriften X Aantal geconstateerde overtredingen Aantal handhavingsinterventies % verhard oppervlak Aantal afkoppelingen X Aantal locaties Verbruikgegevens Aantal controles Aantal hercontroles Inzeturen X X Nalevingsscore Aantal ingezetten instrumenten X X Aantal geconstateerde bouwfouten Aantal aanvragen X Aard aanvragen/meldingen X
Toezicht
Verguningen
Preventie
Bouwen
Toezicht
Ruimtelijke ordening
Verguningen
Indicator
X X
X X
X X
X X
X X
X X
X
X
X
X
X X X X X
X X X X X
X X X X X
X X X X X X X X X X
X X X
X
X
X
X X X
X X X X X X
X X X
X X X X X X
X X X
X
X
X
X X X
X X X
X
X
X
X X X
X X X
X
X
X
X
X X X X X
X X X X
X
X
X
X
X X X
X X
Bij de registratie van werkzaamheden wordt gebruik gemaakt van Squit 2020 dat gekoppeld is aan het zaaksysteem. Zowel de vergunningverleners (plan-toetsers) als de toezichthouders registreren hierin alle relevante bij een bepaalde zaak behorende gegevens. De vergunningprocedure wordt hierin in zijn geheel doorlopen, compleet met alle documenten. De toezichthouders maken daarnaast bij hun toezichtcontroles gebruik van een tablet waardoor zij alle informatie over een vergunning ter plekke kunnen opvragen, gegevens kunnen uploaden en hun bevindingen meteen kunnen registreren.
X X X
De uitgevoerde toezichtcontroles fungeren als input voor verschillende onderdelen van onze taken en instrumenten. Met name het naleefpercentage en het naleefgedrag vormen input voor de wijze van beïnvloeding in de toekomst. Zo zal een initiatiefnemer met een hoge mate van onwetendheid anders in de toekomst worden gecontroleerd dan wanneer de initiatiefnemer overtredingen begaat op basis van calculerend gedrag. Wanneer naar aanleiding van toezicht overtredingen worden geconstateerd, wordt eerst gekeken of de overtreding ongedaan kan worden gemaakt binnen een hersteltermijn. Indien een overtreding niet ongedaan wordt gemaakt, leidt dit tot handhaving.
14.2 Evaluatie Evalueren is nodig om te kunnen beoordelen of het gevoerde beleid effectief is en of dat beleid uitvoering geeft aan de gestelde prioriteiten en doelen. Dit doen we door de monitoringsgegevens af te zetten tegen de vastgestelde doelen. Op grond daarvan bepalen we hoe effectief en efficiënt we uitvoering hebben gegeven aan onze PVTH-taken. Jaarlijks wordt door het college verantwoording afgelegd over de uitvoering van de PVTH-taken en het behalen van de doelstellingen door middel van het jaarverslag. Het jaarverslag wordt ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad. Dit is in lijn met de structuur van de horizontale verantwoording die door de Rijksoverheid wordt nagestreefd. Daarnaast wordt het jaarverslag aan de interne en externe partners ter kennisname aangeboden. Het jaarverslag wordt tenslotte ook nog doorgestuurd naar de provincie Noord-Brabant in het kader van het IBT. De rapportering dient te gaan over de resultaten van het uitgevoerde beleid, er zijn echter geen wettelijke eisen gesteld aan de opbouw van het rapport. Een consistente opbouw vanuit de probleemanalyse, strategie, programmering en uitvoering is dus essentieel. Daarnaast is het ook van belang om de ontwikkelingen op het gebied van beleid, wet- en regelgeving et cetera mee te nemen in de evaluatie, omdat dit het beleid alsmede het programma kan beïnvloeden.
In de verslaglegging staat op welke wijze de voorgenomen activiteiten zijn gerealiseerd. Hierna wordt als afsluiting van dit PVTH-beleidsstuk opgesomd over welke onderdelen in de evaluatie gerapporteerd dienen te worden: de monitoringsresultaten van de indicatoren en op basis daarvan een analyse op het leveren van een bijdrage of voldoen aan de geformuleerde doelen; analyse van de te verwachten vergunningen (prognose); inzicht in de verbetering dan wel verslechtering van het naleefgedrag van de initiatiefnemer of de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; voorstellen over eventuele bijstellingen in het beleid, het takenpakket of het activiteitenbestand; analyse van de behaalde prestaties ten opzichte van andere organisaties (andere gemeenten die ook samenwerken met de Omgevingsdienst Midden-West Brabant).
Index Activiteiten ............................................................................................................................ 30, 33 ambities..................................................................................................................9, 13, 27, 35, 43 analyse ........................................................................................................................................64 Beëindigingfase............................................................................................................................13 begroting.....................................................................................................................................52 Bereikbaarheid ............................................................................................................................42 bestand met inrichtingen / initiatieven / locaties ...........................................................................33 bezoekfrequentie .........................................................................................................................47 Big-8 Lemniscaat................................................................................................................................
8 bruto effect ......................................................................................................................30, 31, 46 capaciteit.................................................................................................................... 11, 30, 55, 62 doelen.......................................... 7, 9, 13, 15, 17, 20, 22, 23, 26, 27, 28, 33, 35, 37, 41, 43, 50, 62, 64 evaluatie ...................................................................................................................... 8, 27, 41, 64 Gebruiksfase ................................................................................................................................13 Gedogen......................................................................................................................................40 Gedoogstrategie ..........................................................................................................................49 handhaving.......................... 7, 8, 9, 12, 33, 37, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 48, 49, 50, 51, 52, 55, 57, 58, 63 indicatoren .............................................................................................
9, 13, 27, 28, 29, 41, 62, 64 interne afstemming......................................................................................................................57 inventarisatie ...............................................................................................................................12 inzet....................................................................................................... 7, 27, 44, 47, 48, 51, 52, 62 jaarverslag ............................................................................................................................. 27, 50 kritieke massa.......................................................................................................................... 7, 61 kwaliteit kwaliteitscriteria .............................................................................................................. 7, 8, 61 Kwaliteitsborging ................................................................................................................7, 12, 61 Landelijke Handhavingsstrategie .............................................................................................
32, 58 Monitoring ..................................................................................................................................62 naleefgedrag.................................................................................... 32, 33, 43, 44, 46, 47, 50, 63, 64 netto effect .................................................................................................................................32 OD taken .....................................................................................................................................30 Omgevingsbesluit.......................................................................................................................... 8 Omgevingswet..........................................................................................
7, 8, 13, 30, 36, 44, 55, 56 openbare orde ..................................................................................................................25, 26, 52 Organisatorische condities............................................................................................................55 participatie ..................................................................................................................................12 preventie ........................................................................................................7, 9, 12, 37, 43, 48, 55 preventiestrategie........................................................................................................................43 prioriteren...................................................................................................................................33 procescriteria.............................................................................................................................
7, 8 Protocollen..................................................................................................................................56 Realisatiefase...............................................................................................................................13 risicosysteem...............................................................................................................................33 Samenwerkingspartners ...............................................................................................................57 Scheiding VTH-taken ....................................................................................................................55 SMART ........................................................................................................................................27 Thuistaken...................................................................................................................................30 Toetsingsniveaus..........................................................................................................................45 toezicht ............................... 7, 8, 9, 12, 33, 37, 38, 40, 42, 43, 44, 46, 47, 48, 50, 51, 52, 55, 57, 58, 63
Toezichtstrategie .........................................................................................................................46 uitvoeringsprogramma.............................................................................. 8, 9, 27, 35, 50, 52, 55, 62 Vergunningstrategie .....................................................................................................................44 vergunningverlening......................................................................... 7, 8, 9, 12, 44, 50, 51, 55, 57, 61 werkinstructies ............................................................................................................................56