CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-019770 Bijlage 8- Ecologisch-onderzoek-Zuid-West-380-kV-Oost

Opiniërende raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-019770 Ontwerp Inpassingsplan 380 kV25.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Levendbarende hagedis

Verblijfplaatsen en leefgebied

Rugstreeppad

Verblijfplaatsen en leefgebied

Knoflookpad

Verblijfplaatsen en leefgebied

Gevlekte witsnuitlibel

Leefgebied

Leefgebied

Grote vos, grote weerschijnvlinder en kleine ijsvogelvlinder

Grote modderkruiper

Leefgebied

Oeverkruid

Groeiplaats

Rode bosmier (spp)

Verblijfplaatsen

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

36 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

5

EFFECTBESCHRIJVING EN TOETSING

5.1

Effectbeschrijving

5.1.1

Vleermuizen

Algemeen In het bosgebied rondom Huis ter Heide zijn waarnemingen gedaan van foeragerende en voorbijvliegende individuen van voornamelijk gewone dwergvleermuis, enkele laatvliegers en een ruige dwergvleermuis (zie Figuur 27). Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn typische gebouwbewonende soorten, het is aannemelijk dat de waargenomen exemplaren alleen foerageren in het bosgebied. Typische boombewonende soorten zijn niet waargenomen, wat past bij het beeld van het boomholtenonderzoek, waarbij niet tot nauwelijks geschikte holtes zijn aangetroffen. Het bosgebied blijkt alleen een functie te hebben als foerageergebied, verblijfplaatsen zijn niet aanwezig. Als gevolg van de kap- en grondwerkzaamheden aan de ZRO-stroken, de werkterreinen en de werkwegen neemt tijdelijk een deel van het foerageergebied en delen van mogelijke vliegroutes in kwaliteit af. Tijdelijke negatieve effecten zijn niet uitgesloten. In de nieuwe situatie zal het leefgebied zich echter weer kunnen herstellen doordat er nieuwe bosranden en ander beschut foerageergebied ontstaat, dat als vergelijkbaar habitat gezien kan worden. Permanent negatieve effecten zijn daarmee uitgesloten. Rosse vleermuis De boom met de rosse vleermuis ligt net binnen de 35 meter vanaf de hartlijn van de westelijke nieuwe verbinding en zou daardoor gekapt worden.

Wanneer sprake is van kap, kunnen individuen worden verstoord, gedood of gewond raken. Ook betekent dit het verdwijnen van een verblijfplaats. Wanneer de boom gehandhaafd kan blijven, kunnen kapwerkzaamheden of het verdwijnen van aangrenzend bos wel leiden tot verstoring en mogelijk het minder geschikt raken van de verblijfplaats. Negatieve effecten zijn niet uitgesloten. De nieuwe situatie geen direct effect hebben op de foerageermogelijkheden, door de grote actieradius en foerageermogelijkheden blijft het foerageergebied vergelijkbaar. Negatieve effecten op leefgebied zijn uitgesloten.

Figuur 27: Luchtfoto met waargenomen vleermuizen rondom Huis ter Heide ten opzichte van de geplande werkzaamheden. Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

37 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

Ten aanzien van de bomen met vleermuiskasten ten zuiden van het industrieterrein Moerdijk, tussen de Rijksweg A17 en de Tradeboulevard hangen, de bomen staan buiten het plangebied, waardoor van aantasting geen sprake is. Wanneer het opgaande bos, in combinatie met struweel onder de nieuwe lijnen, gehandhaafd blijft worden hier geen negatieve effecten verwacht. In het bosje nabij Geertruidenberg, ten noorden van de N623, waar de aftakking van de verbinding gepland is en al enkele buisleidingen liggen, staan diverse wilgen met holtes waarvan gebruik door vleermuizen niet uitgesloten kan worden. Dit bosje wordt echter middels een boring gepasseerd, waarbij de boring op voldoende diepte ligt om geen schade te veroorzaken aan de bomen. Van aantasting van bomen is geen sprake, waardoor geen negatieve effecten verwacht worden.

5.1.2

Das

Direct ten zuiden van de Middelstraat-Bergstraat zijn diverse sporen (haren, snuitputjes en eetsporen) en één actief gebruikte dassenburcht aangetroffen (Figuur 28). Bij de werkzaamheden voor de nieuwe verbinding, zoals kap en grondwerkzaamheden, wordt nabij (op circa 10 tot 15 meter) deze burcht gewerkt. Als gevolg kan niet uitgesloten worden dat individuen worden gedood of verwond, bijvoorbeeld wanneer een burcht instort door zwaar transport of materieel. Tevens kunnen kap- en heiwerkzaamheden, maar ook betreding van het plangebied leiden tot verstoring van dassen.

Figuur 28 Luchtfoto van de aangetroffen dassenburcht ten zuiden van Huis ter Heide ten opzichte van de hier geplande werkzaamheden.

Ten aanzien van de overige aangetroffen sporen en holen (pijpen en (bij)burchten) geldt dat directe aantasting niet aan de orde lijkt te zijn van de nu bekende verblijfplaatslocaties, maar dat de realisatiewerkzaamheden en de kap van het bos wel kan leiden tot verstoring. Afhankelijk van de afstand van de holen-locaties tot aan de werkstrook en de duur van de werkzaamheden (alleen kap bos of ook het plaatsen van masten) kan sprake zijn van verstoring gedurende die periode niet uitgesloten worden. Na Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

38 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

afronding van de werkzaamheden is geen sprake meer van verstoring en kunnen de locaties opnieuw in gebruik genomen worden.

5.1.3

Buizerd en havik

Het onderzoeksgebied rondom Huis ter Heide maakt onderdeel uit van vier territoria met horsten van buizerd (zie Figuur 29). Van de twee noordelijke territoria is de exacte locatie van het horst worden vastgesteld. Van de twee zuidelijke territoria is dit door de dichte begroeiing niet achterhaald. Gezien de waarnemingen van nestindicerend, paar en territoriaal gedrag kan er echter van worden uitgegaan dat de horsten zich in het plangebied bevinden. Een deel van het bos wordt gekapt om een veilige ZRO-strook te creëren voor de nieuwe hoogspanningsverbinding. Door deze kapwerkzaamheden gaan de horsten van deze vier territoria verloren. Nabij alle horsten verdwijnt door de kapwerkzaamheden leefgebied van buizerd. In de omgeving is echter voldoende alternatief leefgebied (bos en (half)open gebied) met potentiële broedlocaties aanwezig (zie Figuur 30). Het kappen van het bos leidt niet tot negatieve effecten op leefgebied van de buizerd. Tot slot bevindt zich ten oosten van het plangebied nog een vijfde territorium (oranje cirkel in Figuur 29). Het horst van dit territorium bevindt zich buiten het plangebied. Aangezien de vegetatie en bomen hier behouden blijven, blijft dit horst behouden. Wel geldt voor een buizerdnest een verstoringsafstand van 75 meter gedurende het broedseizoen (Kennisdocument buizerd, BIJ12, 2017; zie ook paragraaf 5.3.3).

Werkzaamheden, zoals het plaatsen van de mast, het trekken van de geleiders, heiwerkzaamheden en betreding, binnen een straal van 75 meter kunnen leiden tot verstoring van het buizerdnest en daarmee tot tijdelijk negatieve effecten.

Figuur 29 Luchtfoto met de aanwezige buizerdterritoria en vastgestelde horsten nabij Huis ter Heide.

Van havik zijn twee horsten in het bos van Huis ter Heide (mededeling natuurmonumenten 2021). Omdat de locatie niet bekend is, is de exacte impact nog niet vast te stellen, maar deze zal vergelijkbaar zijn als hierboven voor buizerd beschreven.

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

39 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

Figuur 30. Luchtfoto met de aanwezige buizerdterritoria nabij Huis ter Heide en de geschikte alternatieve bosgebieden in de omgeving.

Ten aanzien van het bosje ten zuiden van het industrieterrein Moerdijk, zijn sterke aanwijzingen op de aanwezigheid van een horst. Hoewel de invallocatie tussen de meest westelijke en de middelste deeltracés ligt, is niet bekend of het horst zich eveneens buiten deze zone ligt. Een deel van het bosje wordt gekapt om een veilige ZRO-strook te creëren voor de nieuwe hoogspanningsverbinding. Door deze kapwerkzaamheden gaat mogelijk het horst verloren of wordt een deel van het leefgebied aangetast. In de omgeving is echter voldoende alternatief leefgebied (bos en (half)open gebied) met potentiële broedlocaties aanwezig. Het kappen van het bos leidt ook hier niet tot negatieve effecten op leefgebied van de buizerd.

Figuur 31. Buizerdterritoria nabij Moerdijk op basis van eenmalig veldbezoek 26 juni 2020. Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

40 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

5.1.4

Overige broedvogels

Binnen en langs het gehele plangebied kunnen algemene en schaarse broedvogels verwacht worden, waaronder zwarte specht in het bos en grauwe klauwier in open delen. Met name het verwijderen van vegetatie en bos of werkzaamheden in watergangen tijdens het broedseizoen (van half maart tot half juli) kunnen leiden tot verstoring bij het broeden. Ook kan het afgraven voor het aanleggen van werkwegen en terreinen en eventuele heiwerkzaamheden leiden tot schade aan nesten. Hierbij kunnen nesten van broedende vogels in vegetatie, nesten van watervogels in oevers worden aangetast, jongen worden verwond of gedood en eieren worden beschadigd. Tijdelijke negatieve effecten zijn niet uitgesloten. In de nieuwe situatie kan het leef- en broedgebied zich weer herstellen (in het geval van begroeiing onder de masten) of beschikbaar zijn (in het geval van watergangen). Permanent negatieve effecten zijn uitgesloten.

5.1.5

Rugstreeppad

In het plangebied is ten zuiden van Huis ter Heide bekend leefgebied van rugstreeppad aanwezig. De soort is hier voornamelijk bekend in en rondom de poelen en wateren direct ten westen van het plangebied (zie Figuur 32). Bij het veldonderzoek is op de overige locaties geen rugstreeppad vastgesteld. Het aanleggen van werkterreinen en werkwegen in het leefgebied bij Huis ter Heide kan leiden tot het verstoren, verwonden of doden van individuen en het verstoren en beschadigen van leefgebied. De werkzaamheden vinden hierbij plaats op land en mogelijk ook in of grenzend aan het open water. Tijdelijke negatieve effecten zijn niet uitgesloten. In de nieuwe situatie zal het leefgebied zich weer kunnen herstellen. Permanent negatieve effecten zijn uitgesloten.

Figuur 32: Leefgebied en bekende verspreiding van rugstreeppad ten opzichte van de werkzaamheden ten zuiden van Huis ter Heide.

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

41 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

5.1.6

Amfibieën Huist ter Heide

Nabij het plangebied is in het gebied Huis ter Heide bekend leefgebied van knoflookpad, kamsalamander, heikikker en vinpootsalamander aanwezig. Kamsalamander, heikikker en vinpootsalamander hebben de kernverspreiding verder naar het westen, knoflookpad is echter voornamelijk bekend in en rondom de poelen en wateren direct ten westen van het plangebied. De soort is hier afgelopen jaren door herintroductie terecht gekomen. Hoewel niet in het leefgebied zelf gewerkt wordt van deze soorten (masten komen in de graslanden en ruigtes), is gezien de kwetsbaarheid van deze soorten en dan met name de populatie knoflookpad zorgvuldigheid bij de uitvoering van de werkzaamheden wel nodig. Met de juiste maatregelen vooraf, is schade of verstoring van leefgebied te voorkomen. Bij zorgvuldige uitvoering van de werkzaamheden zijn negatieve effecten uit te sluiten. Kamsalamander en vinpootsalamander komen ook voor in de poelen van het voormalige MOB-complex aan de Galgeneindstraat. De poelen worden niet aangetast, maar het bos kan wel landhabitat zijn van beide soorten. Omdat een groot deel van het bos niet aangetast wordt en daarmee voldoende landhabitat overblijft, zijn permanente effecten niet aan de orde. Zorgvuldigheid bij de uitvoering van de werkzaamheden is wel nodig. Met de juiste maatregelen vooraf, is schade of verstoring van individuen te voorkomen.

Bij zorgvuldige uitvoering van de werkzaamheden zijn negatieve effecten op de gunstige staat van instandhouding uit te sluiten. Omdat wel in leefgebied gewerkt wordt, zijn tijdelijke negatieve effecten niet uitgesloten.

5.1.7

Levendbarende hagedis

Ten zuiden van de Middelstraat/Bergstraat, zijn bij Huis ter Heide in het onderzoeksgebied verschillende locaties geschikt als habitat voor levendbarende hagedis. De soort is in delen hiervan ook al bekend (NDFF, 2020). Het gaat vooral om die plekken waar bos en bosranden afgewisseld worden met open plekken met grasland die (zie Figuur 33 en Figuur 34). Door de werkzaamheden, zoals kap- en heiwerkzaamheden, kunnen individuen worden verstoord, gedood of gewond raken. Daarnaast kan het leefgebied door de werkzaamheden tijdelijk worden verstoord en beschadigen. Tijdelijke negatieve effecten zijn niet uitgesloten. In de nieuwe situatie zal dit leefgebied zich weer herstellen en is zowel in kwaliteit als in kwantiteit vergelijkbaar leefgebied weer beschikbaar. Het gaat daarbij om structuurrijke bosranden afgewisseld met open plekken. Permanent negatieve effecten zijn uitgesloten.

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

42 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

Figuur 33: Leefgebied en bekende verspreiding van levendbarende hagedis ten opzichte van de werkzaamheden ten zuiden van Huis ter Heide.

Figuur 34: Leefgebied en bekende verspreiding van levendbarende hagedis ten opzichte van de werkzaamheden rond station Tilburg. Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

43 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

5.1.8

Beschermde insecten

Bij het onderzoek zijn geen wettelijk beschermde insectensoorten aangetroffen. Uit verspreidingsgegevens en habitatvoorkeuren blijkt wel dat binnen het onderzoeksgebied, ten zuiden van Huis ter Heide, beschermde soorten verwacht kunnen worden. Hier zijn waarnemingen bekend van gevlekte witsnuitlibel, grote vos, grote weerschijnvlinder, bruine eikenpage en kleine ijsvogelvlinder. Door de werkzaamheden kan het leefgebied van deze soorten tijdelijk worden verstoord. In de omgeving is echter voldoende alternatief leefgebied beschikbaar (structuurrijke bos- en waterranden). Ook is in de nieuwe situatie het leefgebied in kwaliteit en kwantiteit vergelijkbaar. Hierbij is wel het uitgangspunt dat het Plakkeven (zoals weergegeven in Figuur 35), niet gedempt of aangetast wordt, omdat dit leefgebied is van gevlekte witsnuitlibel (NDFF, 2020). Negatieve effecten op beschermde insecten zijn in dat geval uitgesloten. Ten aanzien van bruine eikenpage geldt dat de oude vliegplaats nabij de Bergstraat grotendeels verloren gaat. Omdat de locatie als slecht tot matig geschikt beoordeeld is en er geen waarnemingen gedaan zijn, is het niet aannemelijk dat deze plek opnieuw gekoloniseerd wordt. Negatieve effecten worden uitgesloten.

Figuur 35. Geschikt leefgebied van Plakkeven van de gevlekte witsnuitlibel ten opzichte van de werkterreinen en werkwegen en ZRO strook.

5.1.9

Grote modderkruiper

In de polders tussen het Hollandsch Diep en de Dintel ter hoogte van Zevenbergen en Moerdijk zijn in veel watergangen grote modderkruipersporen aangetroffen. Hoewel dit niet betekent dat elke sloot leefgebied is, is de dichtheid dusdanig dat ook in minder geschikt leefgebied met dispersie rekening gehouden moet worden. De meest relevante plekken waar de soort daadwerkelijk voor zal komen zijn dichtbegroeide watergangen met veel onderwatervegetatie en een sliblaag. Door werkzaamheden in watergangen, zoals het plaatsen van dammen of duikers of het dempen van waterelementen, kunnen individuen worden verstoord, gedood of gewond raken. Daarnaast kan het Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

44 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

leefgebied door de werkzaamheden tijdelijk worden verstoord en beschadigen. Tijdelijke negatieve effecten zijn niet uitgesloten. Omdat de werkwegen en mastlocaties maar kleine oppervlaktes betreft, is van aantasting van essentieel leefgebied niet snel sprake. Aandachtspunt is wel dat watergangen niet geïsoleerd komen te liggen zodat exemplaren opgesloten raken. Wanneer over grotere lengte watergangen gedempt worden (>25 meter) kan dit gezien worden als een kwantitatieve afname. Verder zal in de uiteindelijke situatie het leefgebied zich weer herstellen en is zowel in kwaliteit als in kwantiteit vergelijkbaar leefgebied weer beschikbaar. Permanent negatieve effecten zijn uitgesloten.

5.1.10

Rode lijst soorten

Oeverkruid Beschermde flora is niet aangetroffen, maar wel is in de ZRO-strook ten zuiden van Huis ter Heide een groeiplaats van de Rode lijst soort Oeverkruid aanwezig (zie Figuur 36). Door de werkzaamheden en betreding kan deze groeiplaats beschadigen. Hoewel de soort en de groeiplaatsen van oeverkruid niet beschermd zijn, geldt voor deze zeldzame soort wel de zorgplicht. Omdat de soort niet beschermd is, komt deze in de toetsing niet terug, maar wordt oeverkruid in het kader van de zorgplicht wel behandeld in paragraaf 5.3.9.1 over mitigerende maatregelen.

Figuur 36: Bekende groeiplaatsen oeverkruid ten opzichte van werkzaamheden.

Rode bosmier Naast de hiervoor beschreven beschermde insectensoorten, zijn in het gebied Huis ter Heide diverse nesthopen van rode bosmier (Formica spec.) aangetroffen. Tijdens de werkzaamheden kunnen deze nesten fysiek worden beschadigd en in de nieuwe situatie kan, door de kap van het bos, het leefgebied in kwaliteit afnemen. Rode bosmieren zijn voor voedselvoorziening en beschutting van weersinvloeden afhankelijk van voldoende opgaande begroeiing, waarbij met name nesten in open (naald)bossen of bosranden worden Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

45 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

gemaakt. Vooral de bomen rondom de nesten zijn hierbij van belang als voedsel- en materiaalvoorziening en kunnen een grote rol spelen in het vormen van een geschikt microklimaat bij het nest. De rode bosmier is niet beschermd, maar ook voor deze soort geldt wel de zorgplicht en maatregelen ter bescherming zijn betrekkelijk eenvoudig. De soort is daarom in de onderstaande paragraaf 5.2, waarin de effecten worden getoetst aan de Wnb, niet vermeld maar wordt in het kader van de zorgplicht in paragraaf 5.3.9.2 wel behandeld.

Figuur 37: Nestlocaties van rode bosmier ten opzichte van de werkzaamheden.

5.2

Toetsing

In de onderstaande tabellen is per soort of soortgroep, waar sprake is van negatieve effecten op basis van de effectbeschrijving in de vorige paragraaf, aangegeven welke verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kunnen worden overtreden als gevolg van de werkzaamheden. Daarbij is nog geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Op basis van deze toetsing is bepaald of en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze zijn beschreven in de volgende paragraaf. Tabel 3: Mogelijke overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn (art. 3.1)

Soort

Lid 1

Lid 2

Lid 3

Lid 4

Als gevolg van

Buizerd en havik

Betreding plangebied, plaatsing masten, verwijderen vegetatie en kapwerkzaamheden

Algemene broedvogels

Betreding plangebied, plaatsing masten, werkzaamheden in watergangen, verwijderen vegetatie en kapwerkzaamheden

Het is verboden om: Lid 1: te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; Lid 3: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; Lid 4: opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding. Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

46 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

Tabel 4: Mogelijke overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn (art. 3.5)

Soort

Lid 1 & 5

Lid 2

Vleermuizen Rosse vleermuis

Lid 3

Lid 4

Als gevolg van

Verwijderen vegetatie en kapwerkzaamheden, bouwverlichting.

Rugstreeppad

Betreding plangebied, plaatsing masten, verwijderen vegetatie en kapwerkzaamheden

Kamsalamander

Betreding plangebied, verwijderen vegetatie en kapwerkzaamheden

Het is verboden om: Lid 1: opzettelijk te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk te verstoren; Lid 3: eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen; Lid 4: voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Lid 5: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Tabel 5: Mogelijke overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van Andere soorten (art. 3.10)

Soort

a

b

c

Als gevolg van

Das

Betreding plangebied, plaatsing masten, verwijderen vegetatie en kapwerkzaamheden

Levendbarende hagedis

Betreding plangebied, plaatsing masten, verwijderen vegetatie en kapwerkzaamheden

Vinpootsalamander

Betreding plangebied, verwijderen vegetatie en kapwerkzaamheden

Grote modderkruiper

Dempen watergangen

Het is verboden om: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen c: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

5.3

Mitigerende en compenserende maatregelen en zorgplicht

In deze paragraaf zijn de mitigerende maatregelen beschreven die noodzakelijk zijn om overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen of wanneer dat niet mogelijk is, maximaal te verminderen. Ook wordt ingegaan op de compenserende maatregelen die nodig zijn om een aantasting van de gunstige staat van instandhouding te voorkomen. Het toepassen van deze maatregelen is niet vrijblijvend. De Wet natuurbescherming schrijft namelijk voor dat een ontheffing alleen verleend kan worden wanneer er geen andere bevredigende oplossing is en de staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt. Dat betekent dat wanneer mitigatie in redelijkheid mogelijk is, dit ook verplicht is. Om dit zeker te stellen kan het nodig zijn een compenserende maatregel uit te voeren. Verder zijn ook nadere maatregelen noodzakelijk om tegemoet te komen aan de zorgplicht.

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

47 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

5.3.1

Vleermuizen

Algemeen Als gevolg van de kapwerkzaamheden zijn tijdelijk negatieve effecten op vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen niet uitgesloten. De volgende mitigerende maatregelen zijn van toepassing: • De werkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige ecoloog met specifieke kennis op het gebied van vleermuizen. • Hoewel in het bos van Huis ter Heide geen verblijfplaatsen zijn aangetroffen bij het vleermuisonderzoek en er daar tevens slechts beperkt geschikte holtes aanwezig zijn, wordt als voorzorgsmaatregel opgenomen dat de kapwerkzaamheden in principe plaatsvinden in de periode wanneer vleermuizen de bomen niet gebruiken als (tijdelijke) verblijfplaats, indicatief de periode van december tot en met maart. • Er wordt gedurende de werkzaamheden geen bouwverlichting op de bomenrijen gericht. Rosse vleermuis Door de kap van de boom met kraamverblijfplaats zijn negatieve effecten op deze verblijfplaats niet uitgesloten. De volgende mitigerende maatregelen zijn van toepassing: • De werkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige ecoloog met specifieke kennis op het gebied van vleermuizen. • De kap vindt plaats buiten de kwetsbare periode. Voor kraamverblijven is de kwetsbare periode van half mei tot en met half augustus. Jongen kunnen aanwezig zijn van half juni tot en met half augustus.

De periode kan eerder beginnen of later eindigen afhankelijk van de lokale klimatologische omstandigheden en de meteorologische omstandigheden voorafgaand aan of tijdens de werkzaamheden. • Voorafgaand wordt de verblijfplaats ongeschikt gemaakt, in het actieve seizoen van rosse vleermuis, maar buiten de kwetsbare perioden. • Wanneer de locatie ook in gebruik is in de winter, is de minst kwetsbare periode half oktober tot en met november. • Voor de verloren gegane verblijfplaats moeten alternatieve, functionele verblijven gerealiseerd worden. Voor een verblijfplaats van rosse vleermuis wordt bij de vervangende verblijfplaatsen geen onderscheid gemaakt in type verblijf. Nieuwe verblijfplaatsen kunnen worden gerealiseerd bijvoorbeeld in de vorm van vleermuiskasten. • Omdat het aandeel beschikbare holtes ogenschijnlijk laag is, zal ruim gecompenseerd moeten worden. Het advies is om vroegtijdig al alternatieven aan te bieden. • Wanneer het toegestaan is, kan de betreffende boom ook gekandelaberd worden, waardoor de holte fysiek behouden blijft en de vleermuizen de gelegenheid hebben andere verblijfplaatsen aan hun netwerk toe te voegen. • Bij voorkeur worden de vervangende verblijfplaatsen geplaatst binnen het leefgebied van de groep en binnen 100 à 200 meter van de oorspronkelijke verblijfplaats.

Hoe dichter de vervangende verblijfplaats bij de oorspronkelijke verblijfplaats wordt gerealiseerd, hoe groter de kans is op succes. • Omdat kasten maar beperkt functioneel zijn voor rosse vleermuis, kan ook overwogen worden om de stam van de boom met holte ruim af te zagen en in geheel als totempaal elders in het bos te plaatsen als een van de verblijfplaatsen

5.3.2

Das

Als gevolg van de werkzaamheden in het bos van Huis ter Heide zal de dassenburcht die tussen de twee verbindingen is aangetroffen voor de komende jaren dusdanig verstoord worden (wegvallen dekking door kap ZRO stroken, afname aanliggende foerageergebied, verstoring door werkzaamheden) dat deze niet meer als functioneel beschouwd kan worden. De overige verblijfplaatsen en leefgebieden worden eveneens verstoord, maar de functionaliteit blijft wel behouden. Een ecoloog met specifieke kennis op het gebied van dassen zal hiervoor een verstorings- of verplaatsingsplan op moeten stellen, waarmee de te verdwijnen functionele dassenburcht kan worden gecompenseerd. In dit werkplan worden maatregelen opgenomen als het: • Realiseren van een nieuwe burcht of leefgebied als compensatie voor het vervallen van de bestaande functionele burcht. Dit kan door middel van een begroeide grondhoop van geschikte samenstelling (zand, lemig zand) aan te bieden met een aantal loze buizen of door middel van een gebroeide kunstburcht bestaande uit minimaal twee kamers en een aantal loze pijpen. Hierbij moet de kunstburcht minimaal een half jaar, en bij voorkeur eerder, aanwezig zijn voordat gestart wordt met de verstorende werkzaamheden Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

48 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

• •

rondom de bestaande burcht Tijdens de periode dat dassen de nieuwe burcht moet ontdekken, mogen er geen menselijke activiteiten zijn binnen een straal van minimaal 200 meter van de nieuwe burchtlocatie. Ongeschikt maken van de te verstoren burcht en verplaatsen van de dassen door middel van actieve of passieve verplaatsing. Voor deze wijze van aantasting van een bestaande burcht is altijd ontheffing nodig. Werken buiten de kwetsbare perioden van de das. Hoewel de burcht van dassen jaarrond wordt gebruikt is de voortplantingsperiode het meest kwetsbaar. Met name werkzaamheden binnen straal van 20 meter van de dichtstbijzijnde toegang, kapwerkzaamheden van de zuidoostelijke ZRO-strook, dient in deze periode vermeden te worden. De voortplantingsperiode loopt indicatief van juli tot en met november.

Geadviseerd wordt het plan voor dassen gezamenlijk po te stellen voor de verstoringen die optreden als gevolg van de bouw van het aansluitende transformatorstation Tilburg waar ook dassenleefgebied aangetast wordt.

5.3.3

Buizerd en havik

Voor het verdwijnen van de horsten (en mogelijk het horst nabij Moerdijk) zijn de volgende mitigerende maatregel van toepassing: • Werk buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van buizerd en havik. Deze loopt indicatief van februari tot en met augustus. Zelfs met het nemen van de bovenstaande maatregel zal, gezien het verdwijnen van de horsten, wel ontheffing moeten worden aangevraagd. In de omgeving zijn voldoende alternatieve potentiële nestlocaties en bosgebieden beschikbaar, waardoor het niet noodzakelijk is om maatregelen in de vorm van kunsthorsten uit te voeren. Tot slot geldt voor het territorium met het horst dat zich ten oosten van het onderzoekgebied bevindt (en mogelijk het horst nabij Moerdijk) dat, wanneer in de omgeving van dit territorium binnen de kwetsbare broedperiode van buizerd wordt gewerkt (februari tot en met augustus), er een afstand van 75 meter moet worden gehandhaafd.

5.3.4

Algemene broedvogels

Als gevolg van de kap- en grondwerkzaamheden zijn tijdelijk negatieve effecten op algemeen in Neerland voorkomende broedvogels niet op voorhand uit te sluiten. De volgende mitigerende maatregelen zijn van toepassing: • Voorkom altijd schade aan broedvogels. Werk buiten het indicatieve broedseizoen (buiten half maart-half juli). Sommige vogels hebben een afwijkende broedperiode. • Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden. • Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn.

5.3.5

Rugstreeppad

Als gevolg van de grondwerkzaamheden ten zuiden van het bosgebied van Huis ter Heide zijn tijdelijk negatieve effecten in het hier bekende leefgebied van rugstreeppad niet uitgesloten. De volgende mitigerende maatregelen zijn van toepassing: • Het uitgangspunt is dat, wanneer dit in de planning haalbaar is, de werkzaamheden op land en in water buiten de respectievelijke kwetsbare periodes van rugstreeppad plaatsvinden: • • •

Werkzaamheden op land vinden daarbij plaats buiten de winterrust. Deze loopt indicatief van half oktober tot en met maart. Werkzaamheden die water beïnvloeden vinden daarbij plaats buiten voortplantingstijd. Deze loopt indicatief van april tot en met juli.

Wanneer bovenstaande maatregelen niet mogelijk zijn, dient voorafgaand aan de werkzaamheden tijdig het werkgebied ontoegankelijk gemaakt te worden door middel van uitrastering:

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

49 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

•

• •

Voor werkzaamheden op landbiotoop van rugstreeppad is het daarbij van belang dat de uitrastering aanwezig is vóórdat de rugstreeppadden het land optrekken vanaf de voortplantingswateren voor de winterrust en er geen ingegraven rugstreeppadden in het werkgebied aanwezig zijn. De uitrastering dient dan vóór oktober aanwezig te zijn. Voor werkzaamheden in waterbiotoop van rugstreeppad is het daarbij van belang dat de uitrastering aanwezig is vóórdat de rugstreeppadden de voorplantingswateren intrekken. De uitrastering dient dan vóór april rondom het betreffende waterlichaam aanwezig te zijn. De uitrastering kan aangelegd worden door middel van het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond. Het raster dient regelmatig gecontroleerd te worden dat het te allen tijde zijn functie kan vervullen. Wanneer rugstreeppadden aanwezig zijn binnen de uitrastering, worden deze weggevangen en direct verplaats naar geschikt leefgebied in de directe omgeving maar buiten de invloedssfeer.

5.3.6

Amfibieën Huis ter Heide

Hoewel niet in primair leefgebied gewerkt wordt van knoflookpad, kamsalamander, heikikker en vinpootsalamander, is het voorkómen van onbedoelde schade aan leefgebied of schade aan incidenteel het werkterrein binnengekomen individuen wel noodzakelijk. Hiervoor is het aanbrengen van een fysieke barrière tussen het leefgebied (met name rondom de poelen) en de werkterreinen de meest praktische en efficiënte methode. Hiermee wordt voorkomen dat exemplaren de werkterreinen op kunnen komen. Daarnaast is ook het duidelijk afzetten van niet te betreden (berijden) terreindelen, markeren van duidelijke rijroutes, zorgvuldigheid met opslag van materieel en materialen en het voorkomen van verwaaien van afvalresten noodzakelijk. Geadviseerd wordt om met de terreinbeheerder (Natuurmonumenten) concreet de maatregelen, werkzaamheden en werkwijze af te stemmen. Dit geldt niet voor het landhabitat van kamsalamander en vinpootsalamander in het bos van het MOBcomplex. Door de kap van het bos treedt schade op aan leefgebied ne is er een kans op doden van individuen. Voor deze twee soorten geldt op deze locatie het volgende: •

Werkzaamheden vinden plaats buiten de kwetsbare periode van beide soorten: • •

•

Werkzaamheden die op de vegetatie effect hebben, zoals snoeien en kappen en verwijderen van ondergroei, worden uitgevoerd buiten de periode waarin de soorten in landhabitat aanwezig zijn (indicatief van augustus tot en met maart). Omdat deze periode precies in de vogelbroedperiode valt is bovengenoemde periode niet uitvoerbaar. Het landhabitat dient voorafgaande aan het moment dat de salamanders het landhabitat gaan gebruiken afgeschermd te worden, zodat het niet bereikbaar is. Deze schermen dienen geplaatst te worden nadat de dieren nar het voortplantingshabitat zijn getrokken. Samengevat dienen de schermen geplaatst te zijn na april maar voor juli.

Werkterreinen en werkwegen die in het leefgebied plaatsvinden, worden door middel van het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond uitgerasterd. Het raster dient regelmatig gecontroleerd te worden dat het te allen tijde zijn functie kan vervullen. Als de salamandersoorten aanwezig zijn binnen de uitrastering worden deze weggevangen en direct verplaats naar geschikt leefgebied in de directe omgeving, maar buiten de invloedssfeer.

5.3.7

Levendbarende hagedis

Als gevolg van de grondwerkzaamheden ten zuiden van het bosgebied van Huis ter Heide zijn tijdelijk negatieve effecten in het hier bekende leefgebied van levendbarende hagedis niet uitgesloten. De volgende mitigerende maatregelen zijn van toepassing: • Werkzaamheden vinden plaats buiten de kwetsbare periode van levendbarende hagedis: •

Werkzaamheden die op de vegetatie effect hebben, zoals maaien en chopperen, worden uitgevoerd buiten de voortplantingsperiode (indicatief van half april tot en met half augustus).

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

50 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

•

•

•

In de overwinteringsperiode (indicatief van oktober tot en met half april) moeten vooral werkzaamheden die op de bodem effect hebben, worden nagelaten zoals graafwerkzaamheden, plaggen, stronken verwijderen, en dergelijke.

Werkterreinen en werkwegen die in het leefgebied plaatsvinden, worden door middel van het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond uitgerasterd. Het raster dient regelmatig gecontroleerd te worden dat het te allen tijde zijn functie kan vervullen. Als levendbarende hagedissen aanwezig zijn binnen de uitrastering worden deze weggevangen en direct verplaats naar geschikt leefgebied in de directe omgeving, maar buiten de invloedssfeer. Het leefgebied van levendbarende hagedis wordt in de winterrustperiode door de vegetatie tot op een hoogte van 10 – 15 centimeter af te maaien of te frezen. Na de winter kunnen de dieren zelf wegtrekken naar aangrenzend, geschikt gebied

5.3.8

Grote modderkruiper

Als gevolg van het plaatsen van dammen of duikers in of het dempen van watergangen, zijn negatieve effecten op grote modderkruiper niet op voorhand uit te sluiten. De volgende mitigerende maatregelen zijn van toepassing: • Werkzaamheden vinden plaats tijdens de minst kwetsbare periode van grote modderkruiper, namelijk in de periode september en oktober (mits de luchttemperatuur tussen de nul en de 25 graden ligt). In deze periode vindt geen ei-afzetting plaats, de jonge grote modderkruipers zijn opgegroeid en de volwassen exemplaren zijn nog actief (BIJ12, 2017). • Werkzaamheden worden in één richting uitgevoerd, richting aangrenzende wateren, zodat aanwezige exemplaren kunnen ontsnappen. Bij dempen kan gebruik gemaakt worden van het opduwen van het water/de waterbodem richting te handhaven open delen. • Dichte oever- en onderwatervegetatie wordt voorzichtig terzijde gezet, in dezelfde watergang (niet op land gebracht of afgevoerd). Dit geldt ook voor een eventueel aanwezige sliblaag. • Wanneer de hoeveelheid vegetatie en/of slib te groot is, kan overwogen worden dit op de kant te leggen en na te zoeken op exemplaren die vervolgens weer teruggezet kunne worden in watergangen waar (geen) werkzaamheden meer uitgevoerd worden. DIt is alleen een geschikte optie bij kleine lengtes aan watergangen.

5.3.9

Aanvullende zorgplicht maatregelen Rode lijst-soorten

5.3.9.1

Oeverkruid

Als gevolg van de werkzaamheden ten zuiden van het bosgebied van Huis ter Heide zijn negatieve effecten op oeverkruid niet op voorhand uit te sluiten. De groeiplaats bevindt zich circa 15 meter van een werkterrein en binnen de contour van de noordelijke ZRO-strook. De volgende mitigerende maatregelen in het kader van de zorgplicht zijn van toepassing: • De groeiplaatsen worden door een deskundig ecoloog visueel gemarkeerd, zodat betreding wordt voorkomen.

5.3.9.2

Rode bosmier

Als gevolg van de kapwerkzaamheden in de noordelijke ZRO-strook in het bosgebied van Huis ter Heide, verliezen mogelijk diverse nesten van rode bosmier spp. de benodigde dekking om hun functie te kunnen behouden. Ook kan vernietiging plaatsvinden wanneer niet zorgvuldig gewerkt wordt. De volgende mitigerende maatregelen in het kader van de zorgplicht zijn van toepassing: • De nestlocaties worden door een deskundig ecoloog visueel gemarkeerd, zodat directe betreding wordt voorkomen. • Bij de kap van de bomen wordt gelet op velrichting zodat de nesten behouden blijven en niet beschadigen. • De stobben van gekapte bomen direct rondom het nest blijven behouden. Door deze werkwijze kan de kolonie zelf beslissen of ze verhuizen naar een nieuwe locatie en aanliggende stobbes gebruiken als fundering of het bestaande nest aanhouden. Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

51 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

•

Binnen de directe omgeving van het nest, circa 20 meter, blijft het dode hout liggen. Dit dient als dekking en voor een veelheid aan prooidieren voor de mieren.

5.3.10

Overige maatregelen zorgplicht

De Wet natuurbescherming kent een algemene zorgplicht. Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan. Daarom moeten de volgende maatregelen genomen worden: • Houdt tijdens de werkzaamheden te allen tijde rekening met de algemene zorgplicht. • Werk in één richting, de richting waarin soorten kunnen vluchten. • Het materieel moet zorgvuldig en deskundig worden gebruikt, zodat geen onnodige schade wordt veroorzaakt of onnodige verstoring van flora en fauna optreedt.

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

52 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

6

CONCLUSIE EN VERVOLGSTAPPEN

6.1

Effectiviteit maatregelen

In paragraaf 5.3 zijn de mitigerende maatregelen beschreven. Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden worden deze uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol, zodat een juiste uitvoering van de maatregelen gegarandeerd is. De aannemer moet beschikken over een exemplaar van dit protocol en op de hoogte zijn van de mitigerende maatregelen. Als gevolg van het toepassen van de maatregelen zal een deel van de in voorafgaand beschreven mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen worden voorkomen. Het is echter niet mogelijk alle overtredingen te voorkomen, zodat voor een aantal soorten een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wnb noodzakelijk is om het project te mogen uitvoeren. In de onderstaande tabellen is weergegeven welke overtredingen niet door mitigatie kunnen worden voorkomen. Uit het onderzoek is gebleken dat zich vier buizerdhorsten in het plangebied bevinden. Als gevolg van de kapwerkzaamheden verdwijnen deze horsten. Aantasting van de nestplaats leidt tot overtreding van artikel 3.1 lid 2 (verbod tot opzettelijk vernielen en beschadigen van nest, rustplaatsen en eieren). Verstoring binnen het leefgebied leidt daarnaast tot overtreding van artikel 3.1 lid 4 (verbod tot opzettelijk storen) van de Wet natuurbescherming. Door de mitigerende maatregelen vervalt de eventuele overtreding van artikel 3.1 lid, het opzettelijk doden.

Tabel 6: Overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.1 ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn

Soort

Lid 1

Lid 2

Lid 3

Buizerd en havik

Lid 4

Als gevolg van

Kapwerkzaamheden

Het is verboden om: Lid 1: te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; Lid 3: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; Lid 4: opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding.

Daarnaast bevinden zich in het plangebied, ten zuiden van het bosgebied van Huis ter Heide rugstreeppad, kamsalamander en rosse vleermuis. Als gevolg van de werkzaamheden zal het leefgebied tijdelijk niet toegankelijk of bruikbaar zijn en tijdelijk in kwaliteit afnemen. Dit leidt tot overtreding van artikel 3.5 lid 4 (verbod tot opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen). Door de mitigerende maatregelen vervallen de eventuele overtreding van artikel 3.5 lid 1 en 3, het opzettelijk doden, opzettelijk verstoren en het vernielen van eieren. Tabel 7: Overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.5 ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn

Soort

Lid 1

Lid 2

Lid 3

Lid 4

Als gevolg van

Vleermuizen

Kapwerkzaamheden

Rosse vleermuis

Kapwerkzaamheden boom met verblijf

Rugstreeppad

Grondwerkzaamheden

Kap- en snoeiwerkzaamheden

Kamsalamander

Het is verboden om: Lid 1: opzettelijk te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk te verstoren; Lid 3: eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen; Lid 4: voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen;

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

53 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

In het plangebied bevindt zich in het bosgebied van Huis ter Heide een actieve dassenburcht. Als gevolg van de werkzaamheden zal deze burcht voor de komende jaren dusdanig in kwaliteit afnemen dat deze niet meer als functioneel beschouwd kan worden. Dit leidt tot overtreding van artikel 3.10b (verbod tot opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen). Door de mitigerende maatregelen vervalt de eventuele overtreding van artikel 3.10a, het opzettelijk doden. Tot slotte komt in Huis ter Heide levendbarende hagedis voor. Als gevolg van de werkzaamheden zal dit leefgebied tijdelijk niet toegankelijk zijn en in kwaliteit afnemen. Dit leidt tot overtreding van artikel 3.10b (verbod tot opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen). Ook voor levendbarende hagedis vervalt door de mitigerende maatregelen de eventuele overtreding van artikel 3.10a, het opzettelijk doden. Tabel 8: Overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.10 lid 1 ten aanzien van andere soorten

Soort

a

b

c

Als gevolg van

Das

Kap- en grondwerkzaamheden

Levendbarende hagedis

Kap- en grondwerkzaamheden

Vinpootsalamander

Kap- en snoeiwerkzaamheden

Grote modderkruiper

Dempen of werken in watergangen

Het is verboden om: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen c: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

6.2

Ontheffing

De ontheffingsaanvraag is voor overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming die betrekking hebben op het permanent verdwijnen van buizerdhorsten, de tijdelijke afname van leefgebied van rugstreeppad, het permanent verdwijnen van een dassenburcht en de tijdelijke afname van leefgebied van levendbarende hagedis: •

Buizerd en havik • •

•

Rugstreeppad en kamsalamander • •

•

Artikel 3.10b (verbod tot opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen).

Levendbarende hagedis •

•

Artikel 3.5 lid 2 (verbod tot verstoren) Artikel 3.5 lid 4 (verbod tot opzettelijk vernielen en beschadigen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen)

Das •

•

Artikel 3.5 lid 4 (verbod tot opzettelijk vernielen en beschadigen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen) Artikel 3.5 lid 2 (verbod tot verstoren)

Rosse vleermuis • •

•

Artikel 3.1 lid 2 (verbod tot opzettelijk vernielen en beschadigen van nest, rustplaatsen en eieren). Artikel 3.1 lid 4 (verbod tot opzettelijk storen)

Artikel 3.10b (verbod tot opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen).

Vinpootsalamander •

Artikel 3.10b (verbod tot opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen).

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

54 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

Ten behoeve van de onderbouwing van de ontheffingsaanvraag dient een activiteitenplan te worden opgesteld. De exacte negatieve effecten op de beschermde soorten, als gevolg van de uit te voeren werkzaamheden, worden hierin in ruimte en tijd beschreven. Daarnaast worden hierin de mitigerende maatregelen opgenomen waar en wanneer deze uitgevoerd worden, conform de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017). Daarnaast dient ook een alternatievenafweging en belangenonderbouwing voor het uitvoeren van het project te worden opgesteld. Het is enkel mogelijk een ontheffing te verkrijgen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de activiteit een belang dient dat in de wet is opgenomen. De doorlooptijd van een procedure heeft standaard een maximale doorlooptijd van 13 weken, die verlengd kan worden tot maximaal 20 weken. Een langere doorlooptijd is echter niet volledig uitgesloten. Een ontheffing is standaard maximaal vijf jaar geldig, met mogelijkheid tot verlenging. Gegevens uit veldonderzoek zijn eveneens beperkt bruikbaar, afhankelijk van de zeldzaamheid en veranderingen binnen het leefgebied. Dit varieert gemiddeld van drie tot vijf jaar, maar kan langer zijn wanneer onderbouwd kan worden dat aanwezigheid nog steeds aannemelijk is. Bij lange doorlooptijden kan een actualisatie noodzakelijk zijn.

Voor roofvogels is te overwegen om voor een aantal nesten een ontheffing aan te vragen en niet specifiek voor de aangetroffen nestlocaties, omdat nestlocaties per jaar kunnen verplaatsen binnen het plangebied. Dat betekent niet dat mitigatie- of zorgplichtmaatregelen niet aan de orde zijn, maar dat er flexibiliteit ontstaat in de ontheffing ten aanzien van het aantal waarvoor maatregelen getroffen moet worden. Een wijziging van de ontheffing is dan niet nodig wanneer een nest elders binnen het plangebied gemaakt wordt (en de oude locatie niet meer in functie is).

6.3

Nader onderzoek

De boomholte met een kraamverblijf van rosse vleermuis kan ook in de winterperiode gebruikt worden. Hoewel dit voor de ontheffingsaanvraag en compensatieopgave geen directe gevolgen heeft, kan onderzoek of de holte in de winter gebruikt wordt wel mogelijkheden bieden voor verruimde uitvoerperiodes, wanneer deze niet in de winter gebruikt wordt. Omdat het echter om één boom gaat, is de uitvoerperiode van kap wellicht minder relevant. Onderzoek in de winter kan middels een endoscoop, al dan niet gecombineerd met warmtecamera. Verder wordt geadviseerd om voorafgaande aan de daadwerkelijke werkzaamheden een actualisatie uit te voeren of de genoemde en onderzochte soorten nog aanwezig zijn binnen het plangebied dan wel of nieuwe soorten verschenen zijn. Van diverse soorten is aanwezigheid ruim bekend en is dergelijk onderzoek niet direct noodzakelijk (zoals levendbarende hagedis). Andere soorten, met name buizerd en havik (en eventuele andere vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten) maar ook eekhoorn, kunnen jaarlijks verplaatsen, waardoor een actualisatie of controle altijd nodig is of nesten verschenen zijn.

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

55 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

LITERATUUR Arcadis, 2019. Bureauonderzoek Ecologie Zuidwest 380kV Oost. Ecologische onderzoek 4.3a. Kenmerk Meridian 002.678.00 0645887. d.d. 5 oktober 2018 - 079997081 A. Arcadis, 2020. Draadslachtofferonderzoek Wet Natuurbescherming. EU-204 Planologie en omgeving ZuidWest 380 kV Oost. Projectnummer TenneT: 002.678.20. Kenmerk Meridian 002.678.00 0645896. d.d. 28 mei 2020 - D10009919:5. Arcadis, 2021. Toetsing soortbescherming Wet natuurbescherming IP Tilburg. - D10006278:38 BIJ12, 2017. Kennisdocumenten Soorten-Natuurbescherming. https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-enlandschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingen-wet-natuurbescherming/ Datura, 2021. Datura.nl EIS, 2019. Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. http://www.bosmieren.nl/bescherming/bedreigingen NDFF, 2020. Nationale databank Flora en Fauna. https://www.ndff-ecogrid.nl/

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

56 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

BIJLAGE A WIJZIGINGEN TRACE Totaaloverzicht van de huidige en nieuwe situaties langs het tracé. De ligging van de tracés is terug te vinden in Figuur 1.

Situatie

1

2

3

Lengte huidig (km)

3,3

9,4

9

Lengte nieuw (km)

4,3

10

Aspect

Huidige situatie

Nieuwe situatie

Voltage

150 kV (RLL-WDT-RSD)

380/150 vakwerk

Mastnr

-

Portaal Rilland-1014

Bliksemdraad

2

2

Retourstroomgeleider

0

0

Afstand

nvt

nvt

Voltage

150 kV (RLL-WDT-RSD)

380/150 Kabel

Mastnr

-

-

Bliksemdraad

2

nvt

Retourstroomgeleider

0

nvt

Afstand

nvt

nvt

Voltage

150 kV (RLL-WDT-RSD)

380/150 vakwerk

Mastnr

-

1025-1051

Bliksemdraad

2

2

Retourstroomgeleider

0

0

Afstand

nvt

nvt

9

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

Korte toelichting

Tracé waar de huidige hoogspanningsverbinding wordt vervangen. Oude verbinding wordt geamoveerd.

Tracé waar de huidige hoogspanningsverbinding wordt vervangen door een kabelverbinding. Oude verbinding wordt geamoveerd. 150 kV komt gedeeltelijk in ander kabelbed.

Tracé waar de huidige hoogspanningsverbinding wordt vervangen. Oude verbinding wordt geamoveerd.

57 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

Situatie

4

5

Lengte huidig (km)

a: 2,6

a. 1.780 b. 2.330 c. 2.330

Lengte nieuw (km)

a: 2,6 b: 2,6

a. 1.780 b. 2.330 c. 2.330 d. 2.518

Aspect

Huidige situatie

Nieuwe situatie

Voltage

a: 150 kV (RLL-WDT-RSD)

a: 150 kV-kabel b: 380 vakwerk

Mastnr

-

1051-1059

Bliksemdraad

a: 2

a: nvt b: 2

Retourstroomgeleider

a: 0

a: nvt b: 0

Afstand

nvt

nvt

Voltage

a. 150 kV (RLL-WDT-RSD) b. (RSD-GT) c. 380 kV GT-BSL

a. 150 kV (RLL-WDT-RSD) b. (RSD-GT) c. 380 kV GT-BSL d. 380 vakwerk

Mastnr

-

1059-1066

Bliksemdraad

a. 2 b. 2 c. 2

a. 2 b. 2 c. 2 d. 2

0

a. 0 b. 0 c. 0 d. 0

a-b 30-2000m a-c 800-2000m b-c 800-2000m

a-b 30-2000m a-c 800-2000m a-d 100-2000m b-c 800-2000m b-d 350-2000m c-d 500-800m

Retourstroomgeleider

Afstand

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

Korte toelichting

Tracé waar de huidige hoogspanningsverbinding (150 kV) wordt vervangen door een kabelverbinding. Oude verbinding wordt geamoveerd. Daarnaast wordt een nieuwe verbinding 380kV gerealiseerd.

Tracé waar de huidige hoogspanningsverbindingen gehandhaafd blijven en een nieuwe verbinding wordt gerealiseerd.

58 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

Situatie

6

7

8

Lengte huidig (km)

a. 2.320 b. 1.140

a. 3.120 b. 3.190

a. 7.870 b. 7.170

Lengte nieuw (km)

b. 1.140 c. 1.760

c. 3.140 d. 2.982 e. 650

b. 7.170 c. 7.168

Aspect

Huidige situatie

Nieuwe situatie

Voltage

a. 150 kV (RSD-GT) b. 380 kV (GT-BSL)

b. 380 kV (GT-BSL) c. 150/380 vakwerk

Mastnr

-

1066-1071

Bliksemdraad

a. 2 b. 2

b. 2 c. 2

Retourstroomgeleider

a. 0 b. 0

b. 0 c. 0

Afstand

a-b 100-850m

b-c 300-400m

Voltage

a. 150 kV (RSD-GT) b. 380 kV (GT-BSL)

c. 380 kV (GT-BSL) d. 150/380 vakwerk e. 380 kV tijdelijk

Mastnr

-

1071-1079

Bliksemdraad

a. 2 b. 2

c. 2 d. 2

Retourstroomgeleider

a. 0 b. 0

c. 0 d. 0

Afstand

a-b 0-150m

c-d 100-300m

Voltage

a. 150 kV (RSD-GT) b. 380 kV (GT-BSL)

b. 380 kV (GT-BSL) c. 150/380 vakwerk

Mastnr

-

1079-1099

Bliksemdraad

a. 2 b. 2

b. 2 c. 2

Retourstroomgeleider

a. 0

b. 0

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

Korte toelichting

Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd blijft. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd met nieuwe 380 en de oude verbinding wordt geamoveerd

Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gereconstrueerd wordt op een andere locatie. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. Tijdelijk wordt, op een afstand van maximaal 100 meter vanuit de nieuwe/bestaande verbinding, een tijdelijke 380 kV-verbinding gerealiseerd ten behoeve van de ombouw van de bestaande verbinding. Dit betreft masten met de helft aan aantal draden van de bestaande verbinding, er wordt slechts één zijde van de verbinding tijdelijk omgelegd.

Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd blijft. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. De aansluiting met het station Moerdijk gebeurt met een korte kabelverbinding.

59 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

Situatie

9

10

11

Lengte huidig (km)

a. 8.748 b. 8.748

a. 3.019 b. 3.219

a. 5.170 b. 5.170

Lengte nieuw (km)

b. 8.748 c. 8.748

c. 3.322 d. 3.322 e. 950

b. 5.170 c. 5.170 d. 600

Aspect

Huidige situatie

Nieuwe situatie

b. 0

c. 0

Afstand

a-b 50-150m

b-c 300-400m

Voltage

a. 150 kV (RSD-GT) b. 380 kV (GT-BSL)

b. 380 kV (GT-BSL) c. 150/380 vakwerk

Mastnr

-

1099-1123

Bliksemdraad

a. 2 b. 2

b. 2 c. 2

Retourstroomgeleider

a. 0 b. 0

b. 0 c. 0

Afstand

a-b 50-75m

b-c 100m

Voltage

a. 150 kV (RSD-GT) b. 380 kV (GT-BSL)

c. 380 kV (GT-BSL) d. 150/380 vakwerk e. 380 kV tijdelijk

Mastnr

-

1123-1133

Bliksemdraad

a. 2 b. 2

c. 2 d. 2

Retourstroomgeleider

a. 0 b. 0

c. 0 d. 0

Afstand

a-b 0-350m

c-d 100m

Voltage

a. 150 kV (RSD-GT) b. 380 kV (GT-BSL)

b. 380 kV (GT-BSL) c. 150/380 vakwerk d. 380 kV tijdelijk

Mastnr

-

1133-1147

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

Korte toelichting

Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd blijft. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. Tijdelijk wordt, op een afstand van maximaal 100 meter vanuit de nieuwe/bestaande verbinding, een tijdelijke 380 kV-verbinding gerealiseerd ten behoeve van de ombouw van de bestaande verbinding. Dit betreft masten met hetzelfde aantal draden.

Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gereconstrueerd wordt op een andere locatie. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. De aansluiting met het station Zevenbergschenhoek gebeurt met een korte kabelverbinding.

Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd blijft. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd.

60 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

Situatie

12

13

Lengte huidig (km)

a. 1.360 b. 730 d. 2.000 e. 740 f. 1.000

a. 2.220 b. 1.890

Lengte nieuw (km)

a. 1.360 b. 730 c. 2.145 d. 2.000 f. 0.880

b. 1.890 c. 1.876

Aspect

Huidige situatie

Nieuwe situatie

Bliksemdraad

a. 2 b. 2

b. 2 c. 2

Retourstroomgeleider

a. 0 b. 0

b. 0 c. 0

Afstand

a-b 50-75m

b-c 100m

Voltage

a. 150 kV (RSD-GT) b. 380 kV (GT-BSL) d. 380 kV (GT-EHV) e. 150 kV (GT-TBW) f. 150 kV (GT-BD)

a. 150kv kabel b. 380 kV (GT-BSL) c. 380 vakwerk d. 380 kV (GT-EHV) f. 150 kV (GT-BD) deel kabel.

Mastnr

-

1147-1153

Bliksemdraad

a. 2 b. 2 d. 2 e. 2 f. 2

b. 2 c. 2 d. 2 f. 2

Retourstroomgeleider

0

0

Afstand

Afstanden zijn weergegeven in de figuur onder de tabel

b-c 100-450m c-d 100-1000m c-f 60-1000m

Voltage

a. 150 kV (GT-TBW) b. 380 kV (GT-EHV)

b. 380 kV (GT-EHV) c. 150/380 vakwerk

Mastnr

-

1153-1159

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

Korte toelichting

Tijdelijk wordt, op een afstand van maximaal 100 meter vanuit de nieuwe/bestaande verbinding, een tijdelijke 380 kV-verbinding gerealiseerd ten behoeve van de ombouw van de bestaande verbinding. Dit betreft masten met de helft aan aantal draden van de bestaande verbinding, er wordt slechts één zijde van de verbinding tijdelijk omgelegd.

Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd blijft. De bestaande 150 kV verbinding naar Roosendaal en Tilburg West wordt gecombineerd en de oude verbindingen worden geamoveerd. De verbinding naar Breda (haakse kruising) wordt gedeeltelijk verkabeld. Dit resulteert in het volgende beeld: a: wordt verkabeld b: blijft hetzelfde c: nieuwe verbinding d: blijft hetzelfde e: wordt verkabeld f: wordt gedeeltelijk verkabeld. Zie afbeelding onder tabel voor een overzicht van de nieuwe situatie.

Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd blijft. De bestaande 150 kV verbinding

61 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

Situatie

14

15

Lengte huidig (km)

a. 13.950 b. 10.180

a. 7.080

Lengte nieuw (km)

b. 10.180 c. 10.152

b. 6.505 c. 6.586

Aspect

Huidige situatie

Nieuwe situatie

Korte toelichting

Bliksemdraad

a. 2 b. 2

b. 2 c. 2

wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd

Retourstroomgeleider

a. 0 b. 0

b. 0 c. 0

Afstand

a-b 50-75m

b-c 105m

Voltage

a. 150 kV (GT-TBW) b. 380 kV (GT-EHV)

b. 380 kV (GT-EHV) c. 150/380 vakwerk

Mastnr

-

1159-1187

Bliksemdraad

a. 2 b. 2

b. 2 c. 2

Retourstroomgeleider

a. 0 b. 0

b. 0 c. 0

Afstand

a-b 50->2000 m

b-c 105m

Voltage

a 380 kV (GT-EHV)

b. 380 kV (GT-EHV) c. 150/380 vakwerk

Mastnr

-

1187-portaal Tilburg

Bliksemdraad

a. 2

b. 2 c. 2

Retourstroomgeleider

a. 0

b. 0 c. 0

Afstand

nvt

b-c 105m

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd blijft. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. Er worden kabels aangelegd richting Oosteind en Tilburg West. Amovering verbinding tot aan Tilburg West in deze sectie meegenomen, deze loopt namelijk na dit punt op meer dan 500m afstand van de verbinding GT-EHV

Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gereconstrueerd wordt op een andere locatie. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd, dit vergelijk is in de vorige sectie opgenomen. In deze sectie bevindt de 150 kV lijn GTTBW zich op een grotere afstand dan 500 m.

62 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

Weergave van situatie 12.

Onze referentie: D10010049:84 - Datum: 11 augustus 2021

63 van 75

ECOLOGISCH ONDERZOEK BESCHERMDE FLORA EN FAUNA ZUIDWEST 380KV-OOST

BIJLAGE B RESULTAAT ORIËNTEREND VELDBEZOEK In onderstaande tabel zijn de resultaten van het oriënterend veldonderzoek beschreven per deelgebied. Deze deelgebieden refereren naar de gebruikte nummering zoals weergegeven in de kaarten volgend op de tabel7. Tabel 9 Resultaat van het oriënterend veldonderzoek per deelgebied.

Deelgebied nummer

Opmerking/Toelichting

Conclusie soortenonderzoek

Samenvatting • •

Marters Broedvogels met jaarrond beschermd nest (buizerd/havik)

•

•

Broedvogels met een jaarrond beschermd nest (buizerd/havik) Marters

1

Jong bos grenzend aan weiland. Horst van buizerd en havik in de buurt (zie deelgebied #2). Gebied mogelijk geschikt voor marterachtigen als bunzing

2

Jong bos grenzend aan weiland rondom verdeelstation. Horst aanwezig binnen plangebied. Vermoedelijk buizerd. Gebied mogelijk geschikt voor marterachtigen als bunzing.

Niet vrij

3

Overgang over kanaal met bomenlaan. Geen holten of bomen in de te kappen bomen. Mogelijk vliegroute van vleermuizen langs bomenlaan/waterkant.

Niet vrij

•

Vliegroute vleermuizen

4 t/m 6

Jong eikenbos in wegtalud grenzend aan weiland. Sloten aanwezig. Mogelijk geschikt voor marterachtigen als bunzing.

Niet vrij

•

Marters

7

Weiland en gemaaide bermen. Niet interessant

Vrij

8

Weiland en gemaaide bermen. Niet interessant

Vrij •

9

Fruitboomgaard, relatief afgelegen en verruigd groen in de omgeving. Geschikt leefgebied voor kleine marterachtigen en steenuil. Torenvalk kast ook aanwezig.

Broedvogels met een jaarrond beschermd nest (steenuil) Torenvalk Marters

10

Deel van gebied nog fruitboomgaard (zie deelgebied #9). Overige deel is weiland en gemaaide bermen. Niet interessant

Niet vrij

11

Gemaaide wegbermen en enkele poel gelegen in binnenzijde weg arm.

Vrij

12

Verruigd groen en enkele poel. Geschikt foerageergebied steenuil.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11011996/1