CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-019770 Bijlage 21- MER-Achtergronddocumenten-deel-1-Zuid-West-380-kV-Oost

Opiniërende raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-019770 Ontwerp Inpassingsplan 380 kV26.039 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

buiten

Aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe

13

13

20

0

2

0

-

- 18

--

bovengrondse verbinding Waarvan reeds in bestaande magneetveldzone Beoordeling

18 Het criterium aantal gevoelige bestemmingen in de magneetveldzone voor Geel variant Westzijde A17 is in Samenvatting Milieueffect per abuis beoordeeld met een negatief effect. In deze tabel is de juiste beoordeling weergegeven met een licht negatief effect.

60\80

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Paars

Paars variant

Paars variant

Westzijde

Oud Gastel

A17 Aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe

32

21

0

6

7

0

---

--

0

bovengrondse verbinding Waarvan reeds in bestaande magneetveldzone Beoordeling

Rood Aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe

10

bovengrondse verbinding Waarvan reeds in bestaande magneetveldzone Beoordeling

0 -

Bij Blauw is sprake van een aantal gevoelige bestemmingen binnen de magneetveldzone van de nieuwe verbinding ten zuidoosten van Oud Gastel. Bij Blauw variant Kruisland - Steenbergen wordt Oud Gastel aan de noordzijde gepasseerd waarbij geen gevoelige bestemmingen worden geraakt. Bij Geel is sprake van een aantal gevoelige bestemmingen tussen Oud Gastel en Oudenbosch. Geel variant Standdaarbuiten levert een extra aantal nieuwe gevoelige bestemmingen op ter plaatse van Standdaarbuiten. Bij Geel variant Westzijde A17 is sprake van een aantal verspreid liggende gevoelige bestemmingen tussen Oud Gastel en Oudenbosch. Het betreft hier wel andere gevoelige bestemmingen dan bij Geel. Bij Paars is sprake van een aantal verspreid liggende gevoelige bestemmingen. Paars variant Oud Gastel passeert Oud Gastel aan de west- en noordzijde en sluit de verbinding aan de noordwestzijde van Standdaarbuiten aan. Daardoor liggen er geen gevoelige bestemmingen in het magneetveld van de nieuwe verbinding. Bij Paars variant Westzijde A17 is sprake van een aantal verspreid liggende gevoelige bestemmingen tussen Oud Gastel en Oudenbosch. Het betreft hier wel andere gevoelige bestemmingen dan bij Paars.

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

61\80

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Rood loopt door een open gebied waarbij gevoelige bestemmingen zo veel mogelijk worden ontweken, waardoor dit resulteert in een lager aantal gevoelige bestemmingen dan bij Blauw, Paars en Geel. Voor deelgebied 2 kan geconcludeerd worden dat Blauw variant Kruisland - Steenbergen én Paars variant Oud Gastel beide voor het criterium 'aantal gevoelige bestemmingen' “neutraal (0)” scoren. In absolute aantallen hebben Blauw variant Kruisland - Steenbergen én Paars variant Oud Gastel ook het minst negatieve effect op het aantal gevoelige bestemmingen.

5.3

Criterium 2: Magneetveldzone vrijgespeelde bestemmingen

In tabel 5.2 is het aantal vrijgespeelde bestemmingen per alternatief en tracévariant opgenomen. Het betreft gevoelige bestemmingen die geheel of gedeeltelijk liggen in de magneetveldzone van een bestaande verbinding waarvan de masten en kabels afgebroken worden (vanwege het combineren met de nieuwe hoogspanningsverbinding) en die buiten de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe verbinding liggen.

Tabel 5.2 Effectentabel criterium magneetveldzone vrijgespeelde bestemmingen in deelgebied 2

Blauw

Blauw variant Kruisland/ Steenbergen

Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen

12

8

+

+

Beoordeling

Geel

Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen Beoordeling

Geel variant

Geel variant

Westzijde

Standdaar-

A17

buiten

0

0

0

0

0

0

Paars variant

Paars variant

Westzijde

Oud Gastel

Paars

A17 Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen Beoordeling

62\80

12

12

8

+

+

+

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Rood Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen Beoordeling

1 +

Bij Blauw en Paars en de tracévarianten hierop wordt een aantal gevoelige bestemmingen vrijgespeeld door het verwijderen van een deel van de bestaande 150 kV-verbinding tussen Roosendaal en Moerdijk. De vrijgespeelde gevoelige bestemmingen liggen hoofdzakelijk ten noordwesten van Standdaarbuiten. Bij Geel en de tracévarianten is geen sprake van vrijgespeelde gevoelige bestemmingen in deelgebied 2. De 150 kV-verbinding waarmee wordt gecombineerd ligt in deelgebied 3. Bij Rood is sprake van één vrijgespeelde gevoelige bestemming ter hoogte van Nieuwenberg als gevolg van het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding tussen Roosendaal-Borchwerf en Roosendaal. De nieuwe verbinding volgt het tracé van deze bestaande verbinding. Voor deelgebied 2 kan geconcludeerd worden dat Blauw, Blauw variant Kruisland - Steenbergen, Paars, Paars variant Westzijde A17 en Paars variant Oud Gastel beide voor het criterium 'aantal vrijgespeelde gevoelige bestemmingen' een licht positief effect (+) hebben. In absolute aantallen hebben Blauw, Paars en Paars variant Westzijde A17 het meest positieve effect op het aantal vrijgespeelde gevoelige bestemmingen (12 stuks).

5.4

Criterium 3: Hinder in de realisatiefase

Het criterium hinder in de realisatiefase ziet op de effecten die kunnen optreden vanwege bouwen aanlegwerkzaamheden, inclusief bouwverkeer. Het betreft mogelijke hinder ten gevolge van geluid, trillingen of veranderingen in de luchtkwaliteit. In hoofdstuk 2 is gemotiveerd dat voor dit MER een zone van 250 meter ter weerszijden van het tracé is aangehouden als gebied waar tijdelijk sprake kan zijn van hinder. Het is overigens mogelijk dat een woning in zowel het invloedsgebied van het amoveren van een bestaande verbinding als in het invloedsgebied van de aanleg van een nieuwe verbinding ligt. Deze woning is dan in beide aspecten meegenomen. In tabel 5.3 wordt het aantal woningen (woonpercelen) binnen deze (globale) hinderzone aangegeven.

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

63\80

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Tabel 5.3 Effectentabel criterium hinder in de realisatiefase in deelgebied 2

Blauw

Blauw variant Kruisland/ Steenbergen

Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. aanleg van

217

14

120

46

nieuwe verbinding Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. amoveren van bestaande verbinding

Geel

Geel variant

Geel variant

Westzijde

Standdaar-

A17

buiten

Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. aanleg van

66

59

132

0

0

0

Paars variant

Paars variant

Westzijde

Oud Gastel

nieuwe verbinding Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. amoveren van bestaande verbinding

Paars

A17 Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. aanleg van

107

64

8

59

36

46

nieuwe verbinding Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. amoveren van bestaande verbinding

Rood Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. aanleg van

49

nieuwe verbinding Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. amoveren

2

van bestaande verbinding

64\80

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

6 Effecten deelgebied 3 6.1

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de milieueffecten van de verschillende tracéalternatieven in deelgebied 3 voor de relevante beoordelingscriteria voor het thema Leefomgevingskwaliteit gepresenteerd. Dit gebeurt per criterium.

6.2

Criterium 1: Magneetveldzone nieuwe verbinding

In hoofdstuk 2 is toegelicht dat voor het beschrijven en beoordelen van effecten die samenhangen met magneetveldzones alle gevoelige bestemmingen in beeld worden gebracht. Dat wil zeggen dat zowel gekeken wordt naar gevoelige bestemmingen die in de huidige situatie al in de magneetveldzone van een bestaande verbinding liggen én gevoelige bestemmingen die door de aanleg van de nieuwe verbinding in de indicatieve magneetveldzone hiervan komen te liggen. In tabel 6.1 zijn de aantallen per alternatief weergegeven. Tabel 6.1 Effectentabel criterium magneetveldzone in deelgebied 3 Blauw

Blauw variant

Blauw variant

Blauw variant

Blauw variant

Blauw variant

Linie van den

Bosroute

Huis ter

Linie van den

Linie van den

Heide

Hout -

Hout - Huis

Bosroute

ter Heide

Hout

Aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe

29

28

29

24

28

23

12

12

11

8

11

8

--

--

--

--

--

--

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Standdaar-

Linie van den

Bosroute

Huis ter

buiten

Hout

bovengrondse verbinding Waarvan reeds in bestaande magneetveldzone Beoordeling

Geel

Heide

Aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe

17

30

16

17

12

9

9

9

8

5

--

--

--

--

-

bovengrondse verbinding Waarvan reeds in bestaande magneetveldzone Beoordeling

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

65\80

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Standdaar-

Standdaar-

Standdaar-

Linie van den

Linie van den

buiten - Linie

buiten -

buiten - Huis

Hout -

Hout - Huis

van den Hout

Bosroute

ter Heide

Bosroute

ter Heide

29

30

25

16

11

9

8

5

8

5

--

--

--

--

-

Geel variant

Geel variant

Standdaar-

Standdaar-

buiten - Linie

buiten - Linie

van den Hout

van den Hout

- Bosroute

- Huis ter

Paars variant

Paars variant

Paars variant

Paars variant

Biesbosch/

Huis ter

Biesbosch/

Biesbosch/

Hooge-

Heide

Hooge

Hooge

Zwaluwe -

Zwaluwe -

Bosroute

Huis ter

Aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse verbinding Waarvan reeds in bestaande magneetveldzone Beoordeling

Heide Aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe

29

24

11

8

--

--

bovengrondse verbinding Waarvan reeds in bestaande magneetveldzone Beoordeling

Paars

Zwaluwe

Heide Aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe

36

36

34

35

30

21

15

19

14

11

---

---

---

---

--

bovengrondse verbinding Waarvan reeds in bestaande magneetveldzone Beoordeling

66\80

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Rood

Rood variant

Rood variant

Oosterheide

Oosterheide ondergronds

Aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe

9

19

8

0

0

0

-

--

-

bovengrondse verbinding Waarvan reeds in bestaande magneetveldzone Beoordeling

Bij Blauw en de tracévarianten hiervan is onderling sprake van hooguit enkele gevoelige bestemmingen meer of minder. Het betreft hier over de lengte van het alternatief verspreid liggende gevoelige bestemmingen. De voor Blauw beschouwde tracévarianten hebben een negatief effect op het criterium aantal gevoelige bestemmingen. Bij Geel is sprake van een lager aantal gevoelige bestemmingen dan bij Blauw. Geel variant Linie van den Hout - Huis ter Heide en Geel variant Huis ter Heide hebben een licht negatief effect op het aantal gevoelige bestemmingen. De tracévarianten waarbij Standdaarbuiten ten noorden wordt gepasseerd, resulteren in een toename van het aantal nieuwe gevoelige bestemmingen met meer dan 10 ten opzichte van Geel. In de effectbeoordeling komt dit niet tot uitdrukking. Bij Paars is sprake van over de lengte van het alternatief verspreid liggende gevoelige bestemmingen. Alle tracés behalve Paars variant Biesbosch - Hooge Zwaluwe - Huis ter Heide hebben daarom een zeer negatieve effectbeoordeling. Er is vrijwel geen verschil in het totaal aantal gevoelige bestemmingen tussen Rood en Rood variant Oosterheide ondergronds. Rood variant Oosterheide resulteert wel in een groter aantal gevoelige bestemmingen ten zuiden van Oosterhout.

Voor deelgebied 3 kan geconcludeerd worden dat Geel variant Linie van den Hout – Huis ter Heide, Geel variant Huis ter Heide, Rood en Rood variant Oosterheide ondergronds een licht negatief (-) effect hebben op het criterium 'aantal gevoelige bestemmingen' van de nieuwe verbinding. In absolute aantallen heeft Rood het minst negatieve effect op het aantal gevoelige bestemmingen.

6.3

Criterium 2: Magneetveldzone vrijgespeelde bestemmingen

In tabel 6.2 is het aantal vrijgespeelde bestemmingen per alternatief en tracévariant opgenomen. Het betreft gevoelige bestemmingen die geheel of gedeeltelijk liggen in de magneetveldzone van een bestaande verbinding waarvan de masten en kabels afgebroken worden (vanwege het combineren met de nieuwe hoogspanningsverbinding) en die buiten de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe verbinding liggen.

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

67\80

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Tabel 6.2 Effectentabel criterium magneetveldzone vrijgespeelde bestemmingen in deelgebied 3 Blauw

Blauw variant

Blauw variant

Blauw variant

Blauw variant

Blauw variant

Linie van den

Bosroute

Huis ter

Linie van den

Linie van den

Heide

Hout -

Hout - Huis

Bosroute

ter Heide

Hout

Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen Beoordeling

86

86

104

86

104

86

+++

+++

+++

+++

+++

+++

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Standdaar-

Linie van den

Bosroute

Huis ter

buiten

Hout

Geel

Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen Beoordeling

Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen Beoordeling

Heide

451

451

451

469

451

+++

+++

+++

+++

+++

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Standdaar-

Standdaar-

Standdaar-

Linie van den

Linie van den

buiten - Linie

buiten -

buiten - Huis

Hout -

Hout - Huis

van den Hout

Bosroute

ter Heide

Bosroute

ter Heide

451

469

451

469

451

+++

+++

+++

+++

+++

Geel variant

Geel variant

Standdaar-

Standdaar-

buiten - Linie

buiten - Linie

van den Hout

van den Hout

- Bosroute

- Huis ter Heide

Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen Beoordeling

68\80

469

451

+++

+++

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Paars

Paars variant

Paars variant

Paars variant

Paars variant

Biesbosch/

Huis ter

Biesbosch/

Biesbosch/

Hooge

Heide

Hooge

Hooge

Zwaluwe -

Zwaluwe –

Bosroute

Huis ter

Zwaluwe

Heide Vrijgespeelde gevoelige

86

89

86

107

89

+++

+++

+++

+++

+++

Rood variant

Rood variant

Oosterheide

Oosterheide

bestemmingen Beoordeling

Rood

ondergronds Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen Beoordeling

451

451

451

+++

+++

+++

Voor Blauw en de tracévarianten hiervan worden verspreid liggende gevoelige bestemmingen vrijgespeeld door het verwijderen van de 150 kV-verbinding tussen Roosendaal-MoerdijkZevenbergschenhoek-Geetruidenberg en de 150 kV-verbinding tussen GeertruidenbergOosteind-Tilburg West. Door het verplaatsen van de bestaande 380 kV-verbinding nabij De Moer worden bij Blauw met de variant Bosroute nog meer gevoelige bestemmingen vrijgespeeld. In Rood en Geel en de bijbehorende varianten wordt een groot aantal bestaande gevoelige bestemmingen vrijgespeeld (>450).Dit als gevolg van het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding verbinding tussen Roosendaal-Etten-Breda/Princenhage-Breda en de bestaande 150 kV-verbinding tussen Geertruidenberg-Oosteind-Tilburg/West. Voor Paars en de varianten worden verspreid liggende gevoelige bestemmingen vrijgespeeld door het verwijderen van de verbinding tussen Roosendaal-Moerdijk-ZevenbergschenhoekGeetruidenberg en de 150 kV-verbinding tussen Geertruidenberg-Oosteind-Tilburg/West. Door het verplaatsen van de bestaande 380 kV-verbinding nabij De Moer worden bij Paars variant Biesbosch - Hooge Zwaluwe - Bosroute nog meer gevoelige bestemmingen vrijgespeeld. Voor deelgebied 3 kan geconcludeerd worden alle tracés een zeer positief effect (+++) hebben op het criterium 'aantal vrijgespeelde bestemmingen'.

In absolute aantallen hebben alle gele alternatieven en varianten met de variant Bosroute het meest positieve effect op het aantal vrijgespeelde gevoelige bestemmingen (469).

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

69\80

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

6.4

Criterium 3: Hinder in de realisatiefase

Het criterium hinder in de realisatiefase ziet op de effecten die kunnen optreden vanwege bouwen aanlegwerkzaamheden, inclusief bouwverkeer. Het betreft mogelijke hinder ten gevolge van geluid, trillingen of veranderingen in de luchtkwaliteit. In hoofdstuk 2 is gemotiveerd dat voor dit MER een zone van 250 meter ter weerszijden van het tracé is aangehouden als gebied waar tijdelijk sprake kan zijn van hinder. Het is overigens mogelijk dat één woning in zowel het invloedsgebied van het amoveren van een bestaande verbinding als in het invloedsgebied van de aanleg van een nieuwe verbinding ligt. In tabel 6.3 wordt het aantal woningen (woonpercelen) binnen deze (globale) hinderzone aangegeven. Tabel 6.3 Effectentabel criterium hinder in de realisatiefase in deelgebied 3

Blauw

Blauw variant

Blauw variant

Blauw variant

Blauw variant

Blauw variant

Linie van den

Bosroute

Huis ter

Linie van den

Linie van den

Heide

Hout -

Hout - Huis

Bosroute

ter Heide

Hout

Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. aanleg van

223

212

205

206

194

195

1156

1156

1202

1156

1202

1156

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Standdaar-

Linie van den

Bosroute

Huis ter

buiten

Hout

nieuwe verbinding Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. amoveren van bestaande verbinding

Geel

Heide

Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. aanleg van

145

345

134

127

128

2838

2838

2838

2884

2838

nieuwe verbinding Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. amoveren van bestaande verbinding

70\80

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Geel variant

Standdaar-

Standdaar-

Standdaar-

Linie van den

Linie van den

buiten - Linie

buiten -

buiten - Huis

Hout -

Hout - Huis

van den Hout

Bosroute

ter Heide

Bosroute

ter Heide

334

327

328

116

117

2838

2884

2838

2884

2838

Geel variant

Geel variant

Standdaar-

Standdaar-

buiten - Linie

buiten - Linie

van den Hout

van den Hout

- Bosroute 19

- Huis ter

Paars variant

Paars variant

Paars variant

Paars variant

Biesbosch/

Huis ter

Biesbosch/

Biesbosch/H

Hooge

Heide

Hooge

ooge

Zwaluwe -

Zwaluwe -

Bosroute

Huis ter

Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. aanleg van nieuwe verbinding Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. amoveren van bestaande verbinding

Heide19 Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. aanleg van

334

334

2838

2838

nieuwe verbinding Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. amoveren van bestaande verbinding

Paars

Zwaluwe

Heide Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. aanleg van

135

116

115

98

99

1136

1097

1136

1143

1097

nieuwe verbinding Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. amoveren van bestaande verbinding

19

Voor Geel variant Standaarbuiten – Linie van den Hout – Bosroute en Geel variant Standaarbuiten – Linie van den Hout – Huis ter Heid zijn per abuis een verkeerd aantal woningen gepresenteerd in de samenvatiing Milieueffecten. De getallen in deze tabel zijn correct.

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

71\80

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Rood

Rood variant

Rood variant

Oosterheide

Oosterheide ondergronds

Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. aanleg van

510

209

167

2868

2868

2868

nieuwe verbinding Aantal woningen met hinder in realisatiefase a.g.v. amoveren van bestaande verbinding

72\80

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

7 Gevoeligheidsanalyse gebundelde en kruisende verbindingen Zoals geconstateerd in hoofdstuk 2.3.2. kan op basis van de indicatieve magneetveldzone geen inzicht verkregen worden in het aantal nieuwe gevoelige bestemmingen als gevolg van gebundelde verbindingen (categorie 2 in afbeelding 2.1). Om het ten behoeve van de besluitvorming mogelijk te maken dat er rekening wordt gehouden met de volledige milieueffecten van de nieuwe verbinding (categorie 1 en 2), is er voor gekozen om voor categorie 2 een gevoeligheidsanalyse uit te voeren. De gevoeligheidsanalyse vindt plaats voor zowel de gebundelde verbindingen als de kruisende verbindingen. In beide situaties ontstaat er immers een wederzijdse beïnvloeding van magneetveldzones van bovengrondse hoogspanningsverbindingen. 7.1.1

Gevoeligheidsanalyse gebundelde verbindingen

In de onderstaande alternatieven en tracévarianten treedt een wederzijdse beïnvloeding van magneetveldzones op. •

•

Deelgebied 1 ˗

Blauw + de tracévarianten met de 380 kV-verbinding Rilland - Geertruidenberg

˗

Geel + de tracévarianten met de 380 kV-verbinding Rilland - Geertruidenberg

Deelgebied 2 ˗

Blauw met de 380 kV-verbinding Rilland - Geertruidenberg

˗

Geel + tracévarianten met de 380 kV-verbinding Rilland - Geertruidenberg

˗

Paars + tracévarianten (behalve variant Oud Gastel) met de 380 kV-verbinding Rilland - Geertruidenberg

•

Deelgebied 3 ˗

Blauw + de tracévarianten met de 380 kV-verbinding Rilland - Geertruidenberg en de 380 kV-verbinding Geertruidenberg - Eindhoven

˗

Geel + de tracévarianten met de 380 kV-verbinding Geertruidenberg - Eindhoven

˗

Paars + de tracévarianten met de 380 kV-verbinding Rilland - Geertruidenberg en de 380 kV-verbinding Geertruidenberg - Eindhoven

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

73\80

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Op basis van een worst-case benadering is bekeken wat de mogelijke invloed is van het bundelen van de nieuwe bovengrondse verbinding op de specifieke magneetveldzone van de bestaande bovengrondse 380 kV-verbinding 20. Uit de gevoeligheidsanalyse blijkt dat de magneetveldzone van de bestaande 380 kV-verbinding tussen Geertruidenberg en Rilland bij bundeling met een nieuwe hoogspanningsverbinding worstcase maximaal 5 meter breder wordt als gevolg van bundeling. Deze toename van 5 meter is bepaald door het maken van verkennende berekeningen waarbij de meest voorkomende 380 kV-vakwerkmast parallel geplaatst is aan de meest voorkomende Wintrack mast. Vervolgens is de onderlinge afstand tussen beide verbindingen gevarieerd om te bepalen welke effect deze afstand heeft op de magneetveldzone bij deze gebundelde verbindingen. Vervolgens zijn deze uitkomsten vergeleken met eerder uitgevoerde studies. Een goed voorbeeld van eerder uitgevoerde studies zijn de specifieke magneetveldberekeningen voor ZW380 West. Bij de specifieke magneetveldberekeningen voor ZW380 West komt namelijk dezelfde configuratie voor als in ZW380 Oost (zelfde type 380 kV-vakwerk, fasevolgorde en stroomsterktes evenwijdig aan dezelfde type Wintrack mast). De uitkomsten in ZW380 West zijn dan ook representatief voor de verwachte magneetveldzones in ZW380 Oost 21.

Deze situatie zal zich dus niet over de gehele lengte van de bundeling voordoen, maar geeft een inschatting van wat er worstcase zou kunnen gebeuren op een aantal locaties. De magneetveldzone van de bestaande 380 kV-verbinding tussen Geertruidenberg en Eindhoven wordt niet breder als gevolg van bundeling (zie tabel 7.1). Ook hier geldt weer dat de toename van de magneetveldzone van gebundelde verbindingen is bepaald aan de hand van verkennende berekeningen waarbij de meest voorkomende 380 kV-vakwerkmast parallel geplaatst is aan de meest voorkomende Wintrack mast. Vervolgens is de onderlinge afstand tussen beide verbindingen gevarieerd om te bepalen welke effect deze afstand heeft op de magneetveldzone van deze gebundelde verbindingen. Vervolgens zijn deze uitkomsten vergeleken met eerder uitgevoerde studies.

20

Hierbij wordt de kanttekening geplaatst dat de magneetveldzone van de bestaande verbinding niet specifiek is berekend conform de nieuwe handreiking versie 4.1. van het RIVM. In de berekeningen wordt gebruik gemaakt van de berekende zones uit 2009. De herberekeningen op basis van de nieuwe handreiking zijn ten tijde van het opstellen van het MER nog niet beschikbaar 21 In de Samenvatting Milieueffecten is foutief verwezen naar ZW380 West in plaats van ZW380 Oost

74\80

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Tabel 7.1 Breedte magneetveldzones bij gebundelde verbindingen (worst-case)

Magneetveldzone bestaande

Worstcase verwachte

verbinding t.b.v. MER ZW380

magneetveldzone bij gebundelde

Oost

380 kV-verbinding Geertruidenberg

22

verbindingen

(aantal meter aan weerszijden

(aantal meter aan weerszijden

van de verbinding)

van de verbinding)

105/105

110/110

100/100

Nooit meer dan 100/100

- Rilland 380 kV-verbinding Geertruidenberg - Eindhoven

Er is een analyse gemaakt van het aantal gevoelige bestemmingen dat in de 5 meter bredere magneetveldzone ligt van de bestaande 380 kV-verbinding Geertruidenberg-Rilland als gevolg van bundeling met de nieuwe verbinding. Hieruit blijkt het volgende:

Tabel 7.2 Gevoeligheidsanalyse gebundelde verbindingen

Aantal extra gevoelige bestemmingen als gevolg van gebundelde verbindingen (het breder worden van de bestaande 380 kV-verbinding). Deelgebied 1 Blauw (+ variant Markiezaat)

2

Blauw variant Steenbergen (+ variant Markiezaat)

0

Blauw variant Kruisland (+ variant Markiezaat)

0

Geel (+ variant Markiezaat)

0

Deelgebied 2 Blauw

1

Geel (+ varianten)

0

Paars (+ varianten)

0

Deelgebied 3 Blauw (+ varianten)

0

Geel (+ varianten)

0

Paars (+ varianten)

0

22

30920541-Consulting 09-2031, Specifieke magneetveldzones zoekgebieden ZuidWest 380 kV en DoetinchemWesel 380 kV, KEMA, 8 oktober 2009

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

75\80

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Geconcludeerd kan worden dat deze geringe toename van het aantal gevoelige bestemmingen geen onderscheidend gevolg heeft voor de effectscores van de alternatieven en tracévarianten en is daarmee voor het MMA en de besluitvorming over het VKA niet onderscheidend. 7.1.2

Gevoeligheidsanalyse kruisende verbindingen

Een aantal alternatieven en tracévarianten kruist een bestaande 150 kV-verbinding. Ook hier ontstaat er een wederzijdse beïnvloeding van de magneetveldzones van de bestaande en nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Specifiek gaat het om de volgende locaties: •

Deelgebied 2 ˗

Geel + de tracévarianten kruisen de 150 kV-verbinding Roosendaal – Moerdijk ten

˗

Rood kruist de 150 kV-verbinding Roosendaal – Moerdijk ten noorden van Roosendaal

oosten van Oud Gastel •

Deelgebied 3 ˗

Blauw + de tracévarianten kruisen de 150 kV-verbinding Geertruidenberg – Breda ter hoogte van Made

˗

Geel + de tracévarianten kruisen de 150 kV-verbinding Geertruidenberg – Breda ter hoogte van Made

˗

Paars variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe + de varianten kruisen de 150 kV-verbinding

˗

Rood + de tracévarianten kruisen de 150 kV-verbinding Geertruidenberg – Breda ten

Geertruidenberg – Breda ter hoogte van Geertruidenberg noorden van Breda Op basis van een worst-case benadering is bekeken wat de mogelijke invloed is van het kruisen van de nieuwe verbinding op de magneetveldzone van de bestaande 150 kV-verbindingen 23. Hieruit blijkt dat de magneetveldzone van deze bestaande verbindingen op deze locaties niet breder worden als gevolg van de kruising.

23

Hierbij wordt de kanttekening geplaatst dat de magneetveldzone van de bestaande verbinding niet specifiek is berekend conform de nieuwe handreiking versie 4.1. van het RIVM. In de berekeningen wordt gebruik gemaakt van de berekende zones uit 2009. De herberekeninegn op basis van de nieuwe handreiking zijn ten tijde van het opstellen van het MER nog niet beschikbaar

76\80

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

8 Mitigerende maatregelen en leemten in kennis 8.1

Mitigerende en compenserende maatregelen

Magneetvelden De effecten (aantal gevoelige bestemmingen in de magneetveldzone) van het initiatief kunnen als volgt geminimaliseerd worden. Aanpassen van de lijnhoogte (afstand tussen de geleiders en het maaiveld) Hoe hoger de lijnhoogte, hoe smaller de magneetveldzone op maaiveld. Lijnen kunnen hoger komen te hangen door hogere masten te gebruiken of door deze dichter bij elkaar te plaatsen. Dit heeft overigens wel negatieve effecten op de landschappelijke inpassing en op de barrièrewerking voor vogels. Geluid De effecten van geluid van het initiatief kunnen als volgt geminimaliseerd worden. Heimethodiek aanpassen Bij het bepalen van de effecten van heien is uitgegaan van de traditionele wijze van heien. Om de effecten van deze heimethode te beperken, kan een andere methode worden toegepast. Voorbeelden hiervan zijn voorboren en het toepassen van “zachtere” slagen. Door voor te boren zijn minder slagen nodig om de heipaal te krijgen op de plaats waar die moet komen. Door het verkleinen van de afstand tussen de heipaal en het heiblok zijn de slagen “zachter”; er zijn dan wel meer heislagen nodig waardoor het geluid zich wel langer zal voordoen. Deze twee maatregelen kunnen ook worden gecombineerd. De maatregelen kunnen een reductie opleveren van 24 dB(A). Dit staat gelijk aan een afstandsreductiefactor van 16.

Dat betekent dat wanneer heien bijvoorbeeld tot op een afstand van 800 meter hoorbaar is, deze afstand met maatregelen met een factor 16 is terug te brengen tot 50 meter. Tijdelijke geluidwal op bouwplaats Verkeer op de bouwplaats veroorzaakt geluid. Om deze geluidseffecten te beperken kan grond die vrijkomt in de aanlegfase gebruikt worden voor een tijdelijke geluidswal. In de praktijk moet worden bepaald of dat logistiek kan en of de ruimte beschikbaar is. Als de ruimte er is en er toch een depot aangelegd moet worden, kan hiermee een geringe reductie van geluidsoverlast worden bewerkstelligd.

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

77\80

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Aanpassen maximum snelheid bouwverkeer Eventueel bouwverkeer door woongebieden kan tot geluidhinder leiden. In dat geval zijn de volgende maatregelen mogelijk om deze effecten weg te nemen of te beperken. Aanpassen van de maximale rijsnelheid. Hoe langzamer het bouwverkeer rijdt, des te kleiner de geluideffecten zijn. Bouwverkeer in dagperiode Beperken van de tijden dat bouwverkeer plaatsvindt. Geluid in de avond- en nachtperiode wordt als hinderlijker ervaren dan geluid overdag. Daarom heeft het de voorkeur om bouwverkeer alleen in de dagperiode plaats te laten hebben. Beperking geluid door combinatie projecten Door grote projecten binnen het plangebied tegelijkertijd aan te pakken, wordt de totale geluidsemissie beperkt. Bovendien kan het werkverkeer op hetzelfde moment van dezelfde toegangswegen en bouwwegen gebruikmaken, zodat de totale duur van de werkzaamheden binnen een gebied afneemt. Een keerzijde kan zijn dat de hoeveelheid bouwverkeer zodanig toeneemt dat overlast ontstaat. Daarom moet per geval worden bekeken of een combinatie van werkzaamheden daadwerkelijk een positief effect heeft. Trillingen De belangrijkste effecten op het aspect trillingen doen zich voor tijdens de aanlegfase door de activiteiten zwaar transport, heien en grond verdichten. Om de effecten van deze activiteiten te beperken kan aan verschillende maatregelen worden gedacht.

Andere heimethodiek toepassen Wanneer heipalen in de grond geschroefd worden in plaats van geslagen, treden geen trillingseffecten meer op door de activiteit heien. Andere methoden die de trillingseffecten beperken zijn dezelfde als de mitigatiemethoden genoemd onder de mitigerende maatregelen voor het aspect geluid. Aanpassen van het gewicht van het transport Hoe lichter het gewicht van het transport, des te kleiner de effecten op trillingen worden. Een andere mogelijkheid is het verdelen van het gewicht over meer assen, waardoor de trillingen worden verminderd. Aanpassen van de maximale rijsnelheid bouwverkeer Hoe langzamer het bouwverkeer rijdt, des te kleiner de effecten op trillingen worden.

78\80

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Effenen van het wegdek De afstand waarover trillinghinder plaatsvindt, neemt toe wanneer sprake is van een oneffen wegdek. Door deze oneffenheden weg te nemen, worden de afstanden waarover trillingen tot hinder en/of schade kunnen leiden, kleiner.

8.2

Leemten in kennis

Bij het opstellen van dit rapport is veel informatie verzameld. Het kan voorkomen dat niet alle onderzoeksgegevens beschikbaar zijn of er kunnen onzekerheden zijn in de beschikbare onderzoeksgegevens. In dat geval wordt gesproken van leemten in informatie. Het kan ook voorkomen dat er geen of te weinig wetenschappelijke basis is om bepaalde effecten te kunnen beoordelen. Ook is er altijd een zekere mate van onzekerheid over het optreden van bepaalde ontwikkelingen in het studiegebied. In dat geval is er sprake van leemte in kennis. Ondergrondse hoogspanningsverbindingen Vanwege het ontbreken van gedegen onderzoek waarin een effect van magneetvelden van ondergrondse hoogspanningsverbindingen, opstijgpunten en hoogspanningsstations op de gezondheid van de mens is aangetoond, en het ontbreken van beleid met betrekking tot magneetvelden zoals dat voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen wel van toepassing is, is er geen basis voor het bepalen van een milieueffect waarbij er sprake zou zijn van een invloed van magneetvelden van ondergrondse hoogspanningsverbindingen, opstijgpunten of hoogspanningsstations op de gezondheid van de mens. In het MER wordt daarom geen milieueffect van het magneetveld van ondergrondse hoogspanningsverbindingen, opstijgpunten en hoogspanningsstations onderzocht of beoordeeld.

Geluid De belangrijkste leemte in kennis ten aanzien van geluid wordt gevormd door de routes die voor het bouwverkeer worden vastgelegd. Wanneer de routes bekend zijn, moet per route bekeken worden of zich geluidhinder voor gaat doen, en op welke wijze deze hinder voor deze specifieke situatie weggenomen kan worden. Een andere leemte in kennis betreft de werking van afschermende bebouwing. De effecten zijn gekwantificeerd in aantallen hectares waarin zich geluidgevoelige bestemming bevinden. Bij de bepaling van deze aantallen hectares is geen rekening gehouden met afschermende bebouwing. Wanneer wel rekening wordt gehouden met afschermende bebouwing, neemt het aantal hectares met geluidgevoelige bestemmingen af. Hoe groot deze afname is, is op dit moment niet bekend. Daarnaast is er nog weinig ervaring met het masttype dat voor de verbinding wordt gebruikt. Er zijn dus nog geen exacte gegevens over geluid als gevolg van windfluiten en corona.

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

79\80

Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL

Trillingen De belangrijkste leemte in kennis ten aanzien van trillingen wordt gevormd door de routes die voor het bouwverkeer vastgelegd worden. Wanneer de routes bekend zijn, wordt per route bekeken worden of zich trillingshinder en/of -schade voor gaat doen, en op welke wijze deze hinder en/of schade voor deze specifieke situatie weggenomen kan worden door het nemen van mitigerende maatregelen. Er zijn in dit MER-onderzoek echter geen leemten in kennis of informatie naar voren gekomen die een objectieve en volwaardige vergelijking van de tracéalternatieven beperken. Er is voldoende milieu-informatie beschikbaar om het milieu volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming: een keuze voor het tracé van de nieuwe hoogspanningsverbinding en de locatie van een nieuw hoogspanningsstation.

80\80

Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit

Bijlage

1

Begrippen en afkortingen

Beoordelingscriteria Aan de hand van de beoordelingscriteria worden de effecten op deelaspecten beoordeeld. Bundel Eén of meerdere geleiders. Corona Elektrische ontladingen die ontstaan bij mist, regen, vervuiling of beschadiging van de geleider. Daalpunt Zie opstijgpunt. Deelaspecten Milieuaspecten zijn nader in te delen in deelaspecten. Voor het thema Leefomgevingskwaliteit zijn dat onder andere de magneetveldzone, geluid en luchtkwaliteit. Deelgebied Deel van een plangebied, op een geografische wijze aangeduid. Geleider Een enkele draad of bundel draden waardoor stroom wordt getransporteerd. Geren, gering Werkwoord dat een richting aangeeft: het licht schuin lopen ten opzichte van een bepaalde richting. Hoekmasten Bij een hoekmast komen geleiders uit twee richtingen samen. Hoogspanningsverbinding Verbinding tussen twee punten waar stroom door getransporteerd kan worden, zijnde een bovengrondse of een ondergrondse verbinding. Kabel Ondergrondse hoogspanningsverbinding. kV Kilovolt. Lijn Bovengrondse hoogspanningsverbinding.

Mast met smallere magneetveldzone Hoogspanningsmast waarin de hoogspanningslijnen zodanig zijn opgehangen, dat de magnetische velden van die lijnen elkaar zodanig uitdempen, dat de magneetveldzone smaller wordt. Dit masttype werd eerder wel aangeduid als “M-compactmast” en in dit achtergronddocument aangeduid met de merknaam “Wintrack”. MER Milieueffectrapport, product van de m.e.r.-procedure. Het rapport bevat alle wettelijk voorgeschreven onderdelen (samenvatting, nut- en noodzaak, beleidskader, procedure, alternatieven, effectbeschrijving, effectbeoordeling en -vergelijking, mitigerende en compenserende maatregelen). M.e.r.-procedure Procedure voor de milieueffectrapportage, geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer, ondersteunend aan het rijksinpassingsplan. In de m.e.r.- procedure worden verschillende alternatieven op milieueffecten beoordeeld en tegen elkaar afgewogen. Milieuaspecten Aspecten van het milieu die worden onderzocht op effecten door de aanleg van de hoogspanningsverbinding. Het gaat om bijvoorbeeld Bodem & Water, Landschap & Cultuurhistorie, Natuur, Leefomgevingskwaliteit, Ruimtegebruik en Archeologie. MMA Meest milieuvriendelijk alternatief, een wettelijk verplicht onderdeel van dit MER. Dit is het alternatief met netto de minste negatieve milieueffecten, dat financieel en technisch wel haalbaar is.

Opstijgpunt Een bouwwerk waar een ondergronds deel en een bovengronds deel van een hoogspanningsverbinding (en andersom) in elkaar overgaan. Plangebied Het zoekgebied voor de Zuid-West 380 kV-verbinding zoals vastgelegd in de startnotitie m.e.r. Rijkscoördinatieregeling Een instrument voor het Rijk (op grond van de Wet ruimtelijke ordening) om ruimtelijke besluitvorming op zowel centraal als decentraal niveau te coördineren voor zover dat nodig is ter verwezenlijking van een onderdeel van het nationaal ruimtelijk beleid. Rijksinpassingsplan Een ruimtelijk besluit van het Rijk dat wordt genomen in het kader van de rijkscoördinatieregeling, dat in de plaats treedt van het gemeentelijke bestemmingsplan.

Startnotitie De startnotitie is het eerste formele document binnen de m.e.r.-procedure waarin een voorgenomen project wordt aangekondigd. Hierin wordt vermeld wat de voorgenomen activiteit is en welke alternatieven op welke manier worden onderzocht. Studiegebied Het gebied tot waar de milieueffecten reiken. Dit kan voor verschillende aspecten een andere begrenzing hebben. Effecten op vogels reiken bijvoorbeeld verder dan de fysieke ingreep van een mastvoet op het aspect bodem. Uitvoeringsbesluiten De vergunningen en andere besluiten die nodig zijn om de daadwerkelijke aanleg en exploitatie van de verbinding mogelijk te maken. Vakwerkmast Conventionele (hoogspannings)mast, bestaande uit een raamwerk van ijzer. Veld Een elektrisch veld ontstaat wanneer er een verschil is in spanning tussen een voorwerp en zijn omgeving. Een magnetisch veld ontstaat wanneer er een elektrische stroom loopt. Voorlopig voorkeursalternatief uit de startnotitie Het tracéalternatief dat - op basis van beschikbare informatie ten tijde van de publicatie van de startnotitie - de voorlopige voorkeur had van het bevoegd gezag. Dit alternatief is één van de alternatieven die tijdens de m.e.r.-procedure zijn onderzocht.

Vrijgespeelde gevoelige bestemming Dit zijn gevoelige bestemmingen die geheel of gedeeltelijk liggen in de magneetveldzone van een bestaande verbinding die verdwijnt (vanwege het combineren met de nieuwe hoogspanningsverbinding) en die buiten de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe verbinding liggen. Wintrack Merknaam van de mast met smallere magneetveldzone die is ontworpen ten behoeve van de 380 kV-hoogspanningsverbinding.

Bijlage

2

Beleidskader

Beleidskader: toelichting In hoofdstuk 2 (Methodiek) is een samenvatting gegeven van de voor het onderwerp Leefomgevingskwaliteit relevante wet- en regelgeving. In deze bijlage is een verdere beschrijving hiervan opgenomen. Inleiding Op verschillende niveaus hebben overheden in beleidsdocumenten en wet- en regelgeving kaders aangegeven waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen plaats mogen en kunnen vinden. Wet- en regelgeving vormt een dwingend kader bij de planvorming. Met bestaand beleid dient zo veel mogelijk rekening te worden gehouden. In dit hoofdstuk is een overzicht opgenomen van relevante wet- en regelgeving en van het beleid ten aanzien van het thema Leefomgevingskwaliteit dat relevant is voor de m.e.r.-procedure en het te nemen ruimtelijk besluit voor de nieuwe hoogspanningsverbinding. Internationaal niveau Voor Leefomgevingskwaliteit is er voor de meeste aspecten geen relevant internationaal beleid of regelgeving. Een uitzondering vormt het aspect van de mogelijke gezondheidseffecten als gevolg van magneetvelden. Voor dit aspect bestaat er op internationaal niveau weliswaar geen wettelijk voorgeschreven waarde maar wel een aanbevolen blootstellingslimiet ter voorkoming van kortetermijneffecten als gevolg van blootstelling aan magnetische velden. Deze aanbeveling is in 1999 door de Raad van de Europese Unie vastgesteld.

De waarden voor de blootstellingslimieten die in de Europese aanbeveling zijn opgenomen, zijn door de International Commission on NonIonising Radiation Protection (ICNIRP) geadviseerd. ICNIRP adviseert voor magneetvelden van hoogspanningsverbindingen 100 microtesla aan te houden. De Raad van de Europese Unie heeft deze waarde in de Europese aanbeveling overgenomen. Nationaal niveau Op nationaal niveau is er voor Leefomgevingskwaliteit voor de volgende vier aspecten relevant beleid en regelgeving: magneetveldzone, geluidshinder, luchtkwaliteit en trillingen. In tabel b2.1 is een overzicht opgenomen, de toelichting erop volgt in de tekst erna.

Tabel b2.1 Overzicht beleid en regelgeving op nationaal niveau

Aspect

Beleid/Regeling

Heeft betrekking op

Datum

Magneetvelden

EU aanbeveling

Limiet aan sterkte van het

1999

(gebaseerd op limieten

magneetveld (100 microtesla)

geadviseerd door ICNIRP) Advies VROM 2005

Voorzorgprincipe i.v.m.

2005, 2008

wetenschappelijke aanwijzingen voor samenhang tussen blootstelling aan magnetische velden en een mogelijk verhoogde kans op leukemie bij kinderen Geluid

Luchtkwaliteit

Wet milieubeheer +

Normen voor toegestane

circulaires Geluidhinder,

geluidsniveaus bij gevoelige

Wet geluidhinder, Wabo

bestemmingen

Wet luchtkwaliteit

Grenswaarden voor

1993, 2007, 2010

2007

luchtkwaliteit Trillingen

Richtlijn Stichting

Beoordelingsrichtlijn voor

Bouwresearch (SBR)

trillingen binnen gevoelige

2002

bestemmingen

Magneetvelden Stand van zaken wetenschappelijke inzichten Gezondheidsraad en RIVM Het voorzorgsbeleid voor magnetische velden bij hoogspanningsverbindingen is gebaseerd op het beste beschikbare wetenschappelijk onderzoek. Het is aan te merken als een beleidsmatige keuze, gebaseerd op de resultaten van twee analyses van de beschikbare wetenschappelijke gegevens en in aanmerking genomen de onzekerheden van de uitkomsten van de relevante wetenschappelijke onderzoeken. De Gezondheidsraad en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) volgen de wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van effecten van magnetische velden op de gezondheid en beschikken over de meest recente wetenschappelijke inzichten. Uit de onderzoeken volgen geen wetenschappelijk onderbouwde aanwijzingen voor een verband tussen blootstelling aan elektrische en magnetische velden van hoogspanningsverbindingen en andere vormen van kanker, miskramen, de ziekte van Parkinson, Amyotrofische Lateraal Sclerose (ALS), psychische klachten of stress en beschadiging van erfelijk materiaal/DNA.

De Gezondheidsraad geeft in hun briefadvies ‘Hoogspanningslijnen en de ziekte van Alzheimer’ d.d. 30 maart 2009 haar bevindingen over een Zwitsers onderzoek dat een relatie legt tussen meer dan 10 jaar wonen binnen 50 meter van een hoogspanningsverbinding en sterfgevallen als gevolg van de ziekte van Alzheimer. Het onderzoek geeft een aanwijzing dat er een relatie zou kunnen zijn tussen hoogspanningsverbindingen en de ziekte van Alzheimer, maar geeft geen inzicht in de mogelijke verklaring hiervoor. De Gezondheidsraad heeft daarom op basis van dit onderzoek geen conclusies getrokken. Het onderzoek geeft geen aanleiding om te verwachten dat buiten de magneetveldzone van 0,4 microtesla effecten op mensen verwacht kunnen worden. Er hebben zich geen ontwikkelingen voorgedaan die hebben geresulteerd in wijziging van het in 2005 geformuleerde beleid. Het vigerende voorzorgsbeginsel is dan ook nog steeds adequaat (Kamerstukken II 2008/09, 27561, nr. 38). Gelet hierop is er geen aanleiding om in aanvulling op het voorzorgsbeleid verdergaande eisen te stellen aan de magneetveldzone of aanvullend onderzoek te doen naar het gebied buiten de magneetveldzone.

Reactie op het ‘BioInitiative’ rapport 2007, 2012 en 2014 In het rapport ‘Bioinitiative Report: A Rationale for a Biologically-based Public Exposure Standard for Electromagnetic Fields’ staat aangegeven dat 0,1 microtesla als (advies)waarde gehanteerd zou moeten worden voor de zone rondom de hoogspanningslijn waar gevoelige bestemmingen zoveel als redelijkerwijs mogelijk moeten worden vermeden. In 2008 hebben zowel het Kennisplatform ElektroMagnetische Velden (waarin het RIVM, TNO, DNV GL, het Agentschap Telecom, GGD GHOR Nederland, ZonMW en Milieu Centraal zijn vertegenwoordigd) als de Gezondheidsraad een reactie gegeven op deze publicatie (Kennisplatform EMV, 2008 en Gezondheidsraad, 2008). In 2013 heeft het Kennisplatform opnieuw vastgesteld dat de conclusies in het nieuwe rapport (2012) ‘niet worden onderbouwd vanuit een evenwichtige beoordeling van de beschikbare wetenschappelijke kennis, maar dat selectief wetenschappelijke informatie en argumenten zijn gekozen om tot de conclusies te komen. De conclusies zijn vooral een herhaling van argumenten die ook in het rapport van 2007 staan, met een pleidooi voor nog lagere blootstellingslimieten.’ Het Kennisplatform heeft in zijn reactie aangegeven, dat een goede weergave van de stand van de wetenschap alleen mogelijk is door een systematische beoordeling van alle beschikbare literatuur over een onderwerp.

Het Kennisplatform vindt echter dat beide BioInitiative rapporten daarin niet volledig zijn en dat het pleidooi voor een wijziging van de blootstellingslimieten (deel 1 van het rapport) conclusies bevat die stelliger zijn dan die in de ondersteunende hoofdstukken (deel 2) van het rapport. Bovendien worden biologische effecten onterecht doorvertaald naar gezondheidseffecten. Het Kennisplatform is van mening dat de conclusie in de rapporten niet wordt onderbouwd vanuit een evenwichtige beoordeling van de beschikbare wetenschappelijke kennis, maar dat selectief wetenschappelijke informatie en argumenten zijn gekozen om tot de conclusie te komen. In juli 2015 heeft het Kennisplatform in een memo aangegeven, dat ook de actualisatie van het BioInitiative rapport uit 2014 geen reden vormt om de eerdere conclusies te wijzigen.

Ook heeft de Gezondheidsraad fundamentele kritiek op de wijze waarop het BioInitiative rapport 2007 tot stand is gekomen. In het advies wordt dit aan de hand van voorbeelden duidelijk gemaakt. De Gezondheidsraad schrijft: ‘In aanmerking genomen de wijze van tot stand komen, het selectieve gebruik van wetenschappelijke gegevens en de verdere tekortkomingen concludeert de commissie dat het BioInitiative rapport geen gebalanceerd en objectief beeld geeft van de huidige stand van de wetenschap. Het rapport geeft dan ook geen aanleiding om de gangbare opvattingen over de risico's van blootstelling aan elektromagnetische velden te herzien. Het BioInitiative rapport pleit voor het voorkómen van elk effect van elektromagnetische velden op biologische systemen en gaat daarbij voorbij aan het onderscheid dat door experts gemaakt wordt tussen effect en schade. De Commissie Elektromagnetische velden van de Gezondheidsraad deelt deze benadering niet en heeft hiervoor in eerdere publicaties argumenten aangedragen (bijvoorbeeld in het advies Mobiele telefoons – een gezondheidskundige analyse, uit 2002 en het Jaarbericht Elektromagnetische velden 2008). De BioInitiative rapporten hebben niet geleid tot een wijziging van het beleid ten aanzien van magneetvelden en hoogspanningsverbindingen: de geadviseerde waarde van (jaargemiddeld) 0,4 microtesla blijft gehandhaafd.

Overzicht onderzoeksresultaten relatie magneetvelden met verschillende ziekten en aandoeningen Leukemie bij kinderen De verzamelde wetenschappelijke gegevens wijzen op het bestaan van een consistente en statistisch significante associatie tussen het optreden van leukemie bij kinderen tot 15 jaar en het wonen in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningslijnen. Er zijn geen bewijzen gevonden voor een oorzakelijk verband tussen blootstelling aan magnetische velden van hoogspanningslijnen en het ontstaan van leukemie bij kinderen. In zijn advies (Gezondheidsraad, 2000) concludeert de Gezondheidsraad dat uit internationaal onderzoek een statistisch verband blijkt te bestaan tussen het wonen in de buurt van bovengrondse hoogspanningslijnen en een verhoging van het vóórkomen van leukemie bij kinderen. Dit statistische verband wordt volgens de Gezondheidsraad gevonden bij magnetische velden met een veldsterkte hoger dan 0,3 à 0,4 microtesla. Dat er een statistisch verband bestaat, wil niet zeggen dat er ook een oorzakelijk verband is. De Gezondheidsraad concludeert dan ook aan de hand van de onderzoeksresultaten dat er geen reden is om actie te ondernemen. Het RIVM heeft eveneens een analyse (RIVM, 2001) uitgevoerd naar de mogelijke risico's op leukemie bij kinderen en komt tot een soortgelijke conclusie.

Uit het rapport 'Magnetische velden van hoogspanningslijnen en leukemie bij kinderen’ blijkt dat kinderen die wonen in magnetische velden met een veldsterkte van meer dan 0,3 à 0,4 microtesla mogelijk een extra risico lopen (Van der Plas et al., 2001). Wanneer wordt aangenomen dat het magneetveld de oorzaak is, dan zou het in Nederland gaan om circa 1 nieuw geval van leukemie per 2 jaar als gevolg van wonen bij bovengrondse hoogspanningslijnen. In totaal komen in Nederland ieder jaar ongeveer 135 nieuwe gevallen van kinderleukemie voor.

In 2012 is binnen het samenwerkingsverband van het European Science Advisory Network for Health (EuSANH) door de Belgische Hoge Gezondheidsraad en de Nederlandse Gezondheidsraad de wetenschappelijke kennis over een breed scala van omgevingsfactoren in kaart gebracht en beoordeeld, en in het algemeen beperkt bewijs gevonden voor oorzakelijke verbanden met kinderleukemie. Voor wat betreft de invloed van hoogspanningsverbindingen zijn de eerder aangehaalde onderzoeken en aanbevelingen hierin bevestigd (Health Council of the Netherlands. Childhood leukaemia and environmental factors. The Hague: Health Council of the Netherlands, 2012; publication no. 2012/33). Alzheimer De resultaten van Zwitsers onderzoek (Huss et al., 2008) bevatten een aanwijzing dat er mogelijk een hogere kans is op sterfte aan of met de ziekte van Alzheimer bij mensen die langer dan tien jaar op minder dan 50 meter afstand van een bovengrondse hoogspanningslijn hebben gewoond. De Gezondheidsraad concludeert dat, vanwege een aantal beperkingen, uit dit ene onderzoek geen conclusie kan worden getrokken over een oorzakelijk verband tussen wonen nabij hoogspanningslijnen en de ziekte van Alzheimer.

Hoewel ook andere onderzoeken, zoals dat onder Zwitserse spoorwegmedewerkers, aanwijzingen geven voor een verhoogd risico op de ziekte van Alzheimer in relatie tot blootstelling aan laagfrequente magnetische velden, vindt de Gezondheidsraad dat er zogenaamd prospectief onderzoek 24 nodig is om conclusies te kunnen trekken. Hierin dienen factoren die een eenduidige interpretatie bemoeilijken gecontroleerd te worden. Ook is meer informatie nodig over mogelijke biologische mechanismen die een rol zouden kunnen spelen bij een invloed van laagfrequente magnetische velden op het ontstaan of de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer. De Gezondheidsraad vindt het Zwitserse onderzoek belangwekkend en heeft op 30 maart 2009 naar aanleiding van dit onderzoek een advies uitgebracht getiteld 'Hoogspanninglijnen en de ziekte van Alzheimer' (publicatienummer 2009/05). Daarop heeft de toenmalige Minister van VROM op 31 augustus 2009 een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer gestuurd, waarin onder meer is aangegeven dat de resultaten van het Zwitsers onderzoek belangrijk zijn en ook reden om op dit onderwerp de vinger aan de pols te blijven houden.

Het vigerende voorzorgsbeginsel (hanteren 0,4 microtesla), dat reeds is geformuleerd vanwege wetenschappelijke onzekerheid over het mogelijke risico op leukemie bij kinderen, is ook met de nieuwe (onzekere) informatie nog steeds adequaat (Kamerstukken II 2008/09, 27561, nr. 38). Het onderzoek geeft geen aanleiding om te verwachten dat buiten de magneetveldzone van 0,4 microtesla effecten op mensen verwacht kunnen worden. Overigens worden in Deens onderzoek van Frei uit 2013 de aanwijzingen uit het Zwitsers onderzoek niet bevestigd (A. Frei e.a. (Residential Distance to High-voltage Power Lines and Risk of Neurodegenerative Diseases: a Danish Population-based Case-Control Study), online gepubliceerd in American Journal of Epidemiology van 9 april 2013).

24

Een onderzoeksopzet, waarbij een bij het begin van het onderzoek geïdentificeerde groep personen wordt opgevolgd met betrekking tot het optreden van een ziekte of gebeurtenis

Zwangere vrouwen De Gezondheidsraad merkt in haar jaarbericht (Gezondheidsraad 2004) over het mogelijke verband tussen bovengrondse hoogspanningslijnen en miskramen op dat er twee grootschalige epidemiologische onderzoeken naar de relatie tussen blootstelling aan laagfrequente magnetische velden en het risico van een miskraam zijn verricht. De Gezondheidsraad merkt daarbij op dat de in het eerste onderzoek aangenomen waarden voor maximum veldsterkte onbetrouwbaar zijn. Ook bij het vervolgonderzoek maakt de Gezondheidsraad een aantal opmerkingen, waarna zij concludeert dat op basis van de huidige gegevens geen conclusie kan worden getrokken over een eventuele oorzaak - gevolgrelatie en adviseert om nader onderzoek te doen, vooral epidemiologisch onderzoek met veel aandacht voor meting van de blootstelling en onderzoek naar een mogelijk werkingsmechanisme. Dit onderzoek wordt thans uitgevoerd. Gelet hierop is het prematuur specifiek beleid te ontwikkelen. Het bestaande beleidsadvies (VROM, 2005) kan toereikend worden geacht. Pacemakers en elektromagnetische velden Verblijf in de directe omgeving van een hoogspanningslijn is voor dragers van een pacemaker of geïmplanteerde defibrillator (ICD) reden tot ongerustheid gebleken. Geregeld wordt in de media aandacht besteed aan de mogelijk storende werking van elektromagnetische velden op pacemakers of defibrillatoren.

De pacemaker zou kortdurend in een andere frequentie kunnen gaan werken dan normaliter het geval is; dit kan invloed hebben op het hartritme van de drager. Overigens zou dit niet levensbedreigend zijn – de pacemaker keert ook weer terug naar de normale frequentie wanneer de drager het elektrische veld verlaat – maar het kan de drager van de pacemaker vanzelfsprekend wel verontrusten. Pacemakers en defibrillatoren worden in beginsel echter niet gestoord door elektrische en magnetische velden. Pacemakers en geïmplanteerde defibrillatoren die na 15 januari 1996 op de markt zijn gekomen, moeten aan de normen NEN-EN 45502-2-1: 2004 en NEN-EN 45502-22:2008 voldoen, waardoor verstoring door de elektriciteitslevering in normale woon- en werkomgevingen in ieder geval is uitgesloten. Nieuwe pacemakers en defibrillatoren zijn dus goed afgeschermd voor invloeden van buitenaf, maar bepaalde oudere typen pacemakers reageren wel op een elektrisch veld van meer dan 2000 volt per meter of op een magnetisch veld van meer dan 150 microtesla. Een elektrisch veld van meer dan 2000 volt per meter kan plaatselijk onder hoogspanningslijnen optreden; een magnetisch veld onder hoogspanningslijnen is altijd lager dan 100 en dus ook 150 microtesla. Alleen bepaalde (oudere) typen kunnen aldus worden verstoord in een werkomgeving waar relatief sterke elektrische velden aanwezig zijn.

Het is niet aannemelijk dat er nog pacemakers in gebruik zijn die ouder zijn dan 15 januari 1996. De gemiddelde levensduur van een pacemaker is circa 10 jaar.

Cochleair Implantaten en magnetische velden Een cochleair implantaat - kortweg CI - is een elektronisch implantaat dat geluid omzet in elektrische pulsen die de gehoorzenuw in de cochlea (of slakkenhuis) direct stimuleren. De aanleg van nieuwe 380 kV-hoogspanningslijnen heeft geleid tot vragen over de effecten op de werking van het Cochleair Implantaat. In tegenstelling tot een traditioneel hoortoestel dat geluidsignalen versterkt, vangt een CI het geluid met een microfoon op en verwerkt het in een spraakprocessor tot een digitale code. Deze code wordt via een zendspoel met behulp van een magnetisch veld naar het eigenlijke implantaat in het hoofd gestuurd. Het implantaat zet de code om in elektrische impulsen die via de elektrode de vezels van de gehoorzenuw in het slakkenhuis prikkelen. De energie voor het implantaat wordt ook via de zendspoel overgebracht. In het algemeen geldt dat Cochleair Implantaten (microfoon, spraakprocessor, zendspoel en implantaat) door een sterk magnetisch veld kunnen worden gestoord. Om hinder te voorkomen eisen Europese richtlijnen dat fabrikanten deze implantaten uitgebreid testen voordat ze op de markt worden gebracht. Specifiek voor het testen van Cochleair Implantaten is de Europese norm EN45502-2-3:2010 opgesteld. In deze norm wordt een storingsgrens van 138 microtesla aangegeven.

Het Kennisplatform concludeert (augustus 2012) dat Cochleair Implantaten die voldoen aan de Europese norm niet worden gestoord door normaal functionerende hoogspanningslijnen in Nederland. In de uitzonderlijke situatie dat er in een hoogspanningslijn kortsluiting optreedt, kan dat leiden tot een kortstondige storing, maar het implantaat zal daardoor niet stuk gaan. De magnetische velden van oude en nieuw te bouwen hoogspanningslijnen in Nederland blijven onder de storingsgrenzen die vermeld staan in de Europese norm voor Cochleair Implantaten. Cochleair Implantaten die aan deze Europese norm voldoen, worden niet verstoord door de nabijheid van een hoogspanningslijn. Deze Europese storingsnormen zijn ervoor bedoeld dat onder normale omstandigheden de werking van de implantaten niet verstoord mag worden. Als een CI toch verstoord zou worden door een hoogspanningslijn dan is de fabrikant van de CI daarop aan te spreken. Werkprogramma gezondheidsraad 2017 In het werkprogramma van de Gezondheidsraad staat vermeld dat in 2016-2018 onderzoek gedaan zal worden naar de risico’s van wonen in de buurt van hoogspanningsverbindingen. De staatssecretaris van IenM vraagt de raad om de huidige stand van wetenschap in kaart te brengen. Enkele vragen staan hierbij centraal.

Is er sprake van een verband tussen gezondheidsproblemen en de woonafstand tot hoogspanningslijnen? En zo ja, is dat verband oorzakelijk of zijn er andere factoren in het spel?

Wet geluidhinder (2007) / Wet milieubeheer (1993)/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) Gedurende de realisatiefase, de gebruiksfase en de sloopfase kunnen geluidseffecten optreden. Deze effecten worden in het voorliggende rapport afgezet tegen de waarden die gelden vanuit de wet- en regelgeving. Hoewel deze activiteiten niet strikt onder de Wabo of de Wet milieubeheer vallen, laat de aard van deze geluiden zich het best vergelijken met de aard van industrielawaai. Voor de geluidseffecten die tijdens de gebruiksfase kunnen optreden (effecten als gevolg van elektrische ontladingen in de lucht en windeffecten) bestaat geen toetsingskader. Bij de beoordeling van geluid in de realisatiefase en sloopfase is uitgegaan van de normen die gelden conform: • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11012013/1