2021-019770 Bijlage 21- MER-Achtergronddocumenten-deel-1-Zuid-West-380-kV-Oost
Tekst van het document
7. MER Achtergronddocumenten Inhoudsopgave 1. Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
2
2. Achtergronddocument Natuur
124
3. Achtergronddocument Bodem en Water
498
4. Achtergronddocument Archeologie
611
5. Achtergronddocument Ruimtebeslag
691
2
Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg
Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
18 januari 2018
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Kwaliteitscontrole ste
1
lijnscontrole
2de lijnscontrole
de
3 lijnscontrole
Vrijgave
Vrijgave definitief
Datum:
Naam:
31 januari
Wouter Huisjes
2017
Tauw
4 februari
Esther v. Rosmalen,
2017
Tauw
6 februari
Stefan Morel,
2017
Consens Advies
5 september
Esther v. Rosmalen
2017
Tauw
20 december
Esther v. Rosmalen
2017
Tauw
Handtekening:
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Verantwoording Titel
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg
Opdrachtgever
TenneT TSO B.V. Esther van Rosmalen Arjo van den Berg, VandBAdvies
Projectleider Auteur(s) Projectnummer Aantal pagina's Datum
1232999 78 (exclusief bijlagen) 18 januari 2018
Handtekening
Colofon Tauw bv BU Water & Ruimtelijke Kwaliteit Australiëlaan 5
VandBAdvies Geluid en Trillingen Dalmsholterweg 11
Postbus 3015 3502 GA Utrecht Telefoon +31 30 28 24 82 4
7722 KJ Dalfsen Telefoon +31 62 79 60 61 9
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem worden gebruikt voor het doel waarvoor het is vervaardigd met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Tauw. Kwaliteit en verbetering van product en proces hebben bij Tauw hoge prioriteit. Tauw hanteert daartoe een managementsysteem dat is gecertificeerd dan wel geaccrediteerd volgens: -
NEN-EN-ISO 9001
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
5\80
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
6\80
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Inhoud Verantwoording en colofon .......................................................................................................... 5 1
Inleiding .......................................................................................................................... 9
1.1 1.2 1.2.1
Aanleiding........................................................................................................................ 9 De hoogspanningsverbinding .......................................................................................... 9 De voorgenomen activiteit ............................................................................................... 9
1.2.2 1.2.3 1.3
Zoekgebied en deelgebieden ........................................................................................ 10 Alternatieven, varianten en hoogspanningsstation........................................................ 11 Dit document ................................................................................................................. 14
1.4
Leeswijzer ..................................................................................................................... 15
2
Methodiek ..................................................................................................................... 16
2.1 2.2 2.3
Inleiding ......................................................................................................................... 16 Regelgeving en beleid ................................................................................................... 16 Beoordelingskader ........................................................................................................ 17
2.3.1 2.3.2 2.3.3
Algemeen ...................................................................................................................... 17 Beoordelingscriteria....................................................................................................... 18 Toelichting op magnetische velden ............................................................................... 19
2.3.4 2.3.5
Criterium 1: Aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse verbinding (B) ............................................................................ 31 Criterium 2: Aantal gevoelige bestemmingen dat wordt vrijgespeeld als gevolg van het
2.3.6 2.4
verwijderen van masten en lijnen van een bestaande verbinding (B) ........................... 32 Criterium 3: Geluid, luchtkwaliteit en trillingen in de realisatiefase (B+O) ..................... 32 Wat wordt bij een ander thema onderzocht en wat wordt niet onderzocht .................... 35
2.4.1 2.4.2 2.4.3
Coronageluid ................................................................................................................. 35 Windeffecten (windfluiten) ............................................................................................. 41 Luchtkwaliteit in de gebruiksfase ................................................................................... 41
2.4.4 2.4.5
Veiligheid ....................................................................................................................... 42 Invloed van risicoperceptie op de gezondheid van omwonenden ................................. 46
3
Beschrijving huidige situatie en autonome ontwikkelingen ................................... 47
3.1 3.2
Inleiding ......................................................................................................................... 47 Deelgebied 1 ................................................................................................................. 48
3.3 3.4
Deelgebied 2 ................................................................................................................. 49 Deelgebied 3 ................................................................................................................. 51
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
7\80
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
4
Effecten deelgebied 1 ................................................................................................. 54
4.1
Inleiding ......................................................................................................................... 54
4.2 4.3 4.4
Criterium 1: Magneetveldzone nieuwe verbinding ........................................................ 54 Criterium 2: Magneetveldzone vrijgespeelde bestemmingen ........................................ 56 Criterium 3: Hinder in de realisatiefase ......................................................................... 57
5
Effecten deelgebied 2 ................................................................................................. 60
5.1
Inleiding ......................................................................................................................... 60
5.2 5.3 5.4
Criterium 1: Mageneetveldzone nieuwe verbinding ...................................................... 60 Criterium 2: Magneetveldzone vrijgespeelde bestemmingen ........................................ 62 Criterium 3: Hinder in de realisatiefase ......................................................................... 63
6
Effecten deelgebied 3 ................................................................................................. 65
6.1
Inleiding ......................................................................................................................... 65
6.2 6.3 6.4
Criterium 1: Magneetveldzone nieuwe verbinding ........................................................ 65 Criterium 2: Magneetveldzone vrijgespeelde bestemmingen ........................................ 67 Criterium 3: Hinder in de realisatiefase ......................................................................... 70
7
Gevoeligheidsanalyse gebundelde en kruisende verbindingen ............................. 73
7.1.1
Gevoeligheidsanalyse gebundelde verbindingen .......................................................... 73
7.1.2
Gevoeligheidsanalyse kruisende verbindingen ............................................................. 76
8
Mitigerende maatregelen en leemten in kennis ........................................................ 77
8.1 8.2
Mitigerende en compenserende maatregelen ............................................................... 77 Leemten in kennis ......................................................................................................... 79
Bijlage(n) 1 Begrippen en afkortingen 2 3 4
8\80
Beleidskader Literatuur Toelichting op aspecten geluid, trillingen en luchtkwaliteit in de realisatiefase
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
TenneT, de beheerder van het landelijke hoogspanningsnet, is voornemens een nieuwe 380 kilovolt (kV)-hoogspanningsverbinding in Zuid-West-Nederland aan te leggen. Deze hoogspanningsverbinding verbindt de elektriciteitsproductielocatie Borssele met de landelijke 380 kV-ring bij Tilburg. Deze nieuwe 380 kV-verbinding is opgesplitst in twee delen: van Borssele tot Rilland (ZW380 West) en van Rilland naar Tilburg (ZW380 Oost). De landelijke ring bestaat uit hoogspanningsverbindingen van 380 kV en 220 kV die het transport van elektriciteit door het gehele land mogelijk maken. De aanleg van deze 380 kVhoogspanningsverbinding is nodig om te kunnen voldoen aan de wettelijke eisen voor de leveringszekerheid van elektriciteit en om in de toekomst voldoende capaciteit te bieden voor elektriciteitstransport. Eerder is voor ZW380 West een milieueffectrapport (MER) opgesteld. Om de effecten op het milieu voor ZW380 Oost in beeld te krijgen wordt nu ook voor het oostelijk deel van de verbinding een milieueffectrapport (MER) opgesteld, waarin diverse alternatieven en varianten worden onderzocht. Voorliggend rapport is een achtergronddocument bij het MER voor ZW380 Oost (zie verder paragraaf 1.3).
1.2
De hoogspanningsverbinding
1.2.1
De voorgenomen activiteit
De voorgenomen activiteit is de aanleg van een hoogspanningsverbinding van Rilland naar Tilburg (ZW380 Oost). Hierbij horen de volgende vier onderdelen: 1.
Aanleg van een nieuwe 380 kV-verbinding Het beginpunt van de nieuwe verbinding is het 380 kV-hoogspanningsstation bij Rilland, waarvan de bouw inmiddels in uitvoering is. Het eindpunt ligt bij Tilburg, waar als onderdeel van het project een nieuw 380 kV-hoogspanningsstation wordt gebouwd. De capaciteit van de nieuwe 380 kV-verbinding is ten minste twee keer 2635 MVA. De Wintrackmasten bieden de mogelijkheid om een extra verbinding te combineren in deze nieuwe masten. Hiermee
2.
ontstaat de mogelijkheid om, daar waar mogelijk en zinvol, bestaande verbindingen af te breken en te combineren in deze nieuwe masten. Verwijderen van bestaande 150 kV-masten De nieuwe 380 kV-verbinding wordt waar mogelijk en zinvol gecombineerd met een bestaande 150 kV-verbinding. Na aanleg van de nieuwe gecombineerde 380 /150 kV-verbinding kunnen de masten van de bestaande 150 kV-verbinding waarmee wordt gecombineerd grotendeels worden afgebroken.
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
9\80
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
3.
Aansluiten van 150 kV-stations met ondergrondse 150 kV-kabels De nieuwe 380 kV-verbinding wordt waar mogelijk en zinvol gecombineerd met bestaande 150 kV-verbindingen. Om de 150 kV-hoogspanningsstations aangesloten te houden worden deze verbonden met de nieuwe gecombineerde 380/150 kV-verbinding via nieuwe 150 kV-kabeltracés. Op een aantal locaties zijn tevens aanpassingen aan of uitbreidingen van deze 150 kV-stations nodig.
4.
Nieuw hoogspanningsstation bij Tilburg Bij Tilburg wordt een nieuw 380 kV-hoogspanningsstation gebouwd om de nieuwe 380 kV-verbinding aan de landelijke ring te koppelen. Met deze hoogspanningsstations wordt een nieuwe koppeling tot stand gebracht tussen het 380 kV-net en het bestaande 150 kV-net.
De nieuwe 380 kV-verbinding wordt in beginsel bovengronds aangelegd. De werkzaamheden bestaan uit het bouwen van masten en het monteren van de geleiders. Op bepaalde stukken kent de verbinding een ondergronds 380 kV-kabelverbinding. Daarnaast worden als onderdeel van het project ZW380 Oost enkele 150 kV-kabeltracés ondergronds aangelegd om aan te sluiten op de 150 kV-hoogspanningsstations. Dit is het geval wanneer de 150 kV- en 380 kV-verbindingen worden gecombineerd. Een kabel kan door middel van een open ontgraving of een gestuurde boring ondergronds worden aangelegd. Op de plek waar de ondergrondse kabel overgaat in een bovengrondse verbinding wordt een opstijgpunt gerealiseerd. 1.2.2
Zoekgebied en deelgebieden
Het zoekgebied (zie figuur 1.1) voor de nieuwe hoogspanningsverbinding ligt tussen Rilland en de aansluiting op de landelijke ring (nabij Tilburg). Het zoekgebied geeft de grenzen weer waarbinnen de tracés van de nieuw te realiseren hoogspanningsverbinding zijn ontwikkeld en is onderverdeeld in drie deelgebieden.
10\80
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Figuur 1.1 Schematische weergave van de deelgebiedsgrenzen ZW380 Oost [bron: TenneT, 2016]
1.2.3
Alternatieven, varianten en hoogspanningsstation
De tracéalternatieven zijn gebaseerd op de traceringsprincipes, die zijn vastgelegd in de Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEVIII) en zijn opgenomen in de startnotitie en de Richtlijnen voor het milieueffectrapport van het project Zuid-West 380 kV (Min EZ en Min VROM, 2009). Een volledige onderbouwing en beschrijving van de tracés die in dit MER worden onderzocht, is opgenomen in de Notitie Tracéontwikkeling (TenneT, 2017). Hieronder volgt een korte beschrijving hiervan. . Voor de hoogspanningsverbinding zijn vier tracéalternatieven ontworpen: paars, blauw, rood en geel (zie figuur 1.2). Op meerdere plekken is voor een deel van deze alternatieven tracévarianten ontwikkeld. De varianten zijn ontwikkeld op die locaties waar tijdens de tracering vanuit milieu, vergunbaarheid en maakbaarheid, (technisch) knelpunten werden geconstateerd voor de vier tracéalternatieven. Een knelpunt kon opgelost worden door bijvoorbeeld een variant met aangepaste bovengrondse ligging of een stuk ondergrondse 380 kV-verbinding te ontwikkelen. In tabel 1.1 zijn de alternatieven en varianten per deelgebied opgesomd.
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
11\80
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Figuur 1.2 Schematische weergave van de tracéalternatieven en varianten ZW380 Oost [bron: TenneT, 2016]
Tabel 1.1 Overzicht alternatieven en varianten per deelgebied
Deelgebied
Tracénaam
Deelgebied 1
Blauw Blauw variant Markiezaat Blauw variant Steenbergen Blauw variant Kruisland Blauw variant Markiezaat - Steenbergen Blauw variant Markiezaat, - Kruisland Geel Geel variant Markiezaat Paars Paars variant Brabantse Wal - Woensdrecht Paars variant Brabantse Wal – Bergen op Zoom Paars variant Brabantse Wal – Woensdrecht - Bergen op Zoom Rood
12\80
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Deelgebied 2
Blauw Blauw variant Kruisland/Steenbergen Geel Geel variant Westzijde A17 Geel variant Standdaarbuiten Paars Paars variant Westzijde A17 Paars variant Oud Gastel Rood
Deelgebied 3
Blauw Blauw variant Linie van den Hout Blauw variant Bosroute Blauw variant Huis ter Heide Blauw variant Linie van den Hout - Bosroute Blauw variant Linie van den Hout - Huis ter Heide Geel Geel variant Standdaarbuiten Geel variant Linie van den Hout Geel variant Bosroute Geel variant Huis ter Heide Geel variant Standdaarbuiten - Linie van den Hout Geel variant Standdaarbuiten - Bosroute Geel variant Standdaarbuiten - Huis ter Heide Geel variant Linie van den Hout - Bosroute Geel variant Linie van den Hout - Huis ter Heide Geel variant Standdaarbuiten - Linie van den Hout - Bosroute Geel variant Standdaarbuiten - Linie van den Hout - Huis ter Heide Paars Paars variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe Paars variant Huis ter Heide Paars variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe - Bosroute Paars variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe - Huis ter Heide Rood Rood variant Oosterheide Rood variant Oosterheide ondergronds
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
13\80
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Aansluitingen deelgebieden Bij de keuze van het Voorgenomen Voorkeursalternatief kunnen verschillende alternatieven of varianten per deelgebied aan elkaar worden gekoppeld. Zo kan er bijvoorbeeld een keuze worden gemaakt voor een tracé dat bestaat uit een combinatie van drie verschillende alternatieven of varianten achter elkaar. De aansluiting van het ene deelgebied op het andere kan soms alleen met een nieuw te traceren 'aansluittracé’. Deze aansluittracés en de beschrijving van hun milieueffecten komen in de Notitie aansluitingen deelgebieden en stationslocaties (TenneT, 2017) aan de orde en blijven in dit achtergronddocument buiten beschouwing. Zoeklocaties hoogspanningsstations Het eindpunt van de nieuwe verbinding ligt bij Tilburg, aan de landelijke 380 kV-ring. Nabij Tilburg wordt als onderdeel van het project een nieuw 380 kV-hoogspanningsstation gebouwd voor de koppeling aan de landelijke 380 kV-ring en aan het 150 kV-netwerk bij Tilburg Noord. Het nieuwe hoogspanningsstation moet daarom bij de landelijke ring liggen. Er zijn vier stationslocaties (Spinder, Galgeneind, Quirijnstok en Loven) opgenomen als mogelijk eindpunt van de nieuwe verbinding. De stationslocaties en hun milieueffecten zijn beschreven in de Notitie aansluiting deelgebieden en stationslocaties (TenneT, 2017).
1.3
Dit document
Voor het milieueffectrapport (MER) ZW380 Oost zijn verschillende achtergronddocumenten opgesteld (Landschap & Cultuurhistorie, Natuur, Leefomgevingskwaliteit, Bodem & Water, Archeologie en Ruimtegebruik). Hierin wordt per (milieu)aspect een effectbeschrijving en mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen opgenomen. Dit alles op basis van het vooraf vastgestelde beoordelingskader. Het voorliggende rapport is het Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit. Hierin worden de volgende criteria beschouwd: • Magneetveldzone • Tijdelijke hinderfactoren in de realisatiefase In het MER worden de milieueffecten van de nieuwe hoogspanningsverbinding tussen Rilland en Tilburg en het nieuw te bouwen 380 kV-station Tilburg voor alle milieuaspecten samengevat. Mede op basis van het MER nemen de ministers van Economische Zaken en van Infrastructuur en Milieu een besluit over het tracé, de stationslocatie en de uitvoeringswijze van deze hoogspanningsverbinding.
14\80
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de methodiek van de effectbeoordeling van het thema Leefomgevingskwaliteit beschreven, inclusief het huidige relevante beleidskader. In hoofdstuk 3 worden de huidige situatie en autonome ontwikkelingen benoemd. In de hoofdstukken 4 tot en met 7 worden de effecten per deelgebied in beeld gebracht. In hoofdstuk 8 komen de mitigerende en compenserende maatregelen om de milieueffecten te beperken aan bod, evenals de leemten in kennis.
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
15\80
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
2 Methodiek 2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk is beschreven op welke wijze de effectbepaling en -beoordeling wordt gedaan. In paragraaf 2.2 wordt eerst aangegeven welk beleid relevant is voor de m.e.r.-procedure. Paragraaf 2.3 bevat het beoordelingskader. Dit hoofdstuk sluit af met paragraaf 2.4, waarin wordt aangegeven welke aspecten niet worden onderzocht of bij een ander milieuthema worden beschouwd.
2.2
Regelgeving en beleid
Op verschillende niveaus worden door overheden in beleidsdocumenten kaders aangegeven waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen plaats mogen en kunnen vinden. Met bestaand beleid dient zo veel mogelijk rekening gehouden te worden. De wet- en regelgeving vormt een dwingend kader bij de planvorming. In dit hoofdstuk is een samenvatting opgenomen van wet- en regelgeving en van beleid ten aanzien van het thema leefomgevingskwaliteit dat relevant is voor de m.e.r.-procedure en het te nemen ruimtelijk besluit voor de nieuwe hoogspanningsverbinding. Een verdere beschrijving van het beleid is opgenomen in bijlage 2.
Tabel 2.1 Samenvatting relevant beleid
Aspect
Beleidsstuk/regeling/onderzoeken
Toelichting
Datum
(relevantie voor ZW380 Oost) Magneetvelden
ICNIRP Internationale advieswaarde
Advieswaarde (100 microtesla)
1999
Advies VROM 2005
Voorzorgsprincipe
2005, 2008
Beleidsadvies inzake magneetvelden van
Mogelijk verband magnetische velden o.a. 2003,
bovengrondse hoogspanningslijnen (met
van hoogspanningsverbindingen en
2006, 2007,
daarvan afgeleid de Handreiking voor het
leukemie bij kinderen
2013
Wet milieubeheer + circulaires
Normen voor toegestane
1993, 2007,
Geluidhinder, Wet geluidhinder, Wabo
geluidsniveaus bij gevoelige
2010
overgenomen door EU
berekenen van de magneetveldzone) Geluid
bestemmingen Trillingen
Richtlijn Stichting Bouwresearch (SBR)
Beoordelingsrichtlijn voor trillingen
2002
binnen gevoelige bestemmingen Luchtkwaliteit
16\80
Wet luchtkwaliteit
Grenswaarden voor luchtkwaliteit
2007
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
2.3 2.3.1
Beoordelingskader Algemeen
Het beoordelingskader is opgesteld om de alternatieven en varianten op een goede wijze te kunnen beoordelen ten opzichte van de referentiesituatie en om de alternatieven met varianten onderling evenwichtig met elkaar te kunnen vergelijken. De referentiesituatie is de huidige situatie plus de autonome ontwikkeling, met 2030 als referentiejaar (zie paragraaf 3.1). De varianten en alternatieven worden gelijkwaardig beoordeeld. Dit houdt in dat de effecten van de tracés van zowel de alternatieven als de varianten van het begin tot het eind van het deelgebied met elkaar vergeleken worden. De beschrijving van de effecten en beoordeling van de alternatieven en varianten wordt per deelgebied (zie hoofdstukken 4 - 7) gedaan. De beoordelingskaders van de verschillende thema’s zijn beschreven in het document ‘MER-Beoordelingskader bovengrondse en gedeeltelijk ondergrondse hoogspanningsverbindingen. Methodiek en beoordelingskader milieueffecten’ (Tauw, 2016). Op dit moment zijn de alternatieven en varianten op hoekmastniveau uitgewerkt. De precieze mastposities van de tussenliggende masten zijn nog niet bekend. Dit betekent dat in dit MER uitgegaan is van een aanname voor wat betreft de mastlocaties.
In het vergunningen- en engineeringstraject wordt het voorkeursalternatief verder uitgewerkt en geoptimaliseerd en wordt per mastpositie de onderzoeksinformatie nader gedetailleerd als dat nodig is. Per criterium wordt in deze paragraaf toegelicht hoe de effectbepaling en -beoordeling wordt uitgevoerd. Waar mogelijk worden de effecten kwantitatief bepaald: oppervlaktes of aantallen. Als dit niet mogelijk is, gebeurt de bepaling kwalitatief. Na het bepalen en beschrijven van de effecten worden deze vertaald naar een kwalitatieve score. Voor de effectbeoordeling wordt voor alle thema’s gebruik gemaakt van de in tabel 2.2 weergegeven 7-puntsschaal.
Tabel 2.2 Effectbeoordeling ten opzichte van de referentiesituatie
1
+++
Zeer positief effect
++
Positief effect
+
Licht positief effect
0
Neutraal effect 1
-
Licht negatief effect
--
Negatief effect
---
Zeer negatief effect
Van een neutraal effect is sprake als er geen effect optreedt of het effect verwaarloosbaar is
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
17\80
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Bij de vertaling van kwantitatief beschreven effecten naar een effectbeoordeling (zoals bijvoorbeeld het ruimtebeslag van masten in een aardkundig waardevol gebied) zijn klassengrenzen gebruikt 2. Deze klassengrenzen zijn specifiek voor dit project, omdat rekening wordt gehouden met projectspecifieke omstandigheden, zoals tracélengte, uitvoeringsvorm, gebiedseigenschappen en dergelijke. De klassengrenzen worden zo gedefinieerd dat relevante verschillen tussen de alternatieven per deelgebied tot uiting komen en dat tevens de absolute omvang of ernst van het effect tot uiting komt. Door deze (voor MER gebruikelijke) aanpak is het niet mogelijk de kwalitatieve effectbeoordelingen van verschillende hoogspanningsprojecten met elkaar te vergelijken. Voor een verantwoorde tracéafweging binnen een specifiek hoogspanningsproject is dit geen belemmering. 2.3.2
Beoordelingscriteria
Er zijn drie beoordelingscriteria relevant voor de beoordeling van het thema Leefomgevingskwaliteit: • •
Aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse verbinding Het totaal aantal gevoelige bestemmingen dat wordt vrijgespeeld uit een magneetveldzone
•
van een bestaande hoogspanningsverbinding waarvan de masten en lijnen als gevolg van de komst van de nieuwe verbinding worden verwijderd Tijdelijke hinderfactoren in de realisatiefase
Met de term ‘indicatieve magneetveldzone’ zoals gebruikt in voorliggend MER wordt bedoeld de voorlopig geschatte zone waarbinnen de magneetveldsterkte jaargemiddeld hoger is dan 0,4 microtesla. De drie criteria worden hieronder eerst kort toegelicht waarna in de volgende paragrafen de methodiek voor de effectbeoordeling is uitgelegd. Tabel 2.3 bevat een overzicht van de beoordelingscriteria en beoordelingswijze. In de navolgende paragrafen wordt dit per criterium nader toegelicht.
2 Daar waar relevant zijn de berekeningen uitgevoerd in vierkante meters (m2) nauwkeurig. In de effecttabellen zijn de oppervlakten weergegeven in hectaren en afgerond op 1 decimaal achter de komma. Dit heeft tot gevolg dat er afrondingsverschillen naar boven komen in opgetelde waarden van de totaaleffecten. Wanneer het totaal effect op de klassegrens uitkomt, is de beoordeling gebaseerd op het totaaleffect in m2
18\80
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Tabel 2.3 Beoordelingscriteria en beoordelingswijze van effecten van de boven- (B) en ondergrondse (O) tracédelen op Leefomgevingskwaliteit
Deelaspect en relevantie
Beoordelingskader
Beoordelingscriterium
Beoordeling
Beleidsadvies
Aantal gevoelige bestemmingen Kwantitatief; percelen
Magneetvelden (VROM,
in de indicatieve
overlappend met de
2005)
magneetveldzone van de
indicatieve
nieuwe bovengrondse
magneetveldzone
verbinding
van de nieuwe
boven- en ondergronds Magneetveldzone
B
bovengrondse verbinding Magneetveldzone
B
Beleidsadvies
Aantal gevoelige bestemmingen Kwantitatief; percelen
Magneetvelden (VROM,
dat wordt vrijgespeeld
2005)
overlappend met de indicatieve magneetveldzone van een bestaande te verwijderen masten en lijnen
Tijdelijke
B+O
hinderfactoren in de
Ervaringscijfers en
Geluid, luchtkwaliteit en
Kwantitatief; percelen
hinderbelevingsonderzoek
trillingen in de realisatiefase
in de tijdelijke
realisatiefase
2.3.3
hinderzone
Toelichting op magnetische velden
Een maatgevend (milieu)effect van een hoogspanningsverbinding in de gebruiksfase is het magnetische veld. In deze paragraaf wordt hierop een toelichting gegeven. Ook wordt uitgelegd hoe een elektromagnetisch veld ontstaat en op welke manier de magnetische velden aanwezig zijn nabij hoogspanningsverbindingen. Elektrisch veld Een elektrisch veld ontstaat wanneer er een verschil is in spanning tussen een voorwerp en zijn omgeving. Anders gezegd: een elektrisch veld is het effect van aantrekking of afstoting van een bepaalde elektrische lading door een andere elektrische lading. Wanneer een lamp met het elektriciteitsnet verbonden is, ontstaat een elektrisch veld; ook wanneer de lamp uit staat. Dus als er allen spanning op de geleiders staat maar geen stroom loopt. Het elektrisch veld neemt toe naarmate de spanning groter wordt. De sterkte van het elektrisch veld hangt samen met de hoeveelheid aanwezige spanning en wordt uitgedrukt in volt per meter. Er is bij een hoogspanningsverbinding sprake van een elektrisch veld dat toeneemt als de afstand tot de geleiders kleiner is. De sterkte van het elektrisch veld vermindert dus naarmate de afstand tot de hoogspanningslijn groter wordt. Het elektrisch veld wordt beïnvloed door de aanwezigheid van allerlei soorten objecten en materialen die het veld afschermen, zoals gebouwen en bomen.
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
19\80
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Zo is de sterkte van het elektrisch veld in een woning als gevolg van een hoogspanningslijn doorgaans minder dan 10 % van de sterkte van het elektrisch veld buiten. Ook grond schermt het elektrisch veld af, zodat op maaiveld boven ondergrondse hoogspanningskabels geen sprake is van een elektrisch veld. De invloed van een elektrisch veld op de omgeving is verder te verminderen tot een niveau waarop het elektrisch veld geen noemenswaardige invloed meer heeft op de omgeving van de bron door het treffen van technische maatregelen, zoals het ophangen van een compensatiegeleider onder de geleiders in een hoogspanningsverbinding. Daarom wordt in het vervolg van dit MER het elektrisch veld buiten beschouwing gelaten. Magnetisch veld Een magnetisch veld ontstaat wanneer een elektrische stroom door een elektriciteitsdraad (geleider) loopt. De sterkte van het magnetisch veld hangt direct samen met de hoeveelheid stroom die door de elektriciteitsdraad gaat. De sterkte van het magnetisch veld wordt uitgedrukt in microtesla, een miljoenste deel van een tesla 3. De magnetische velden rond een hoogspanningslijn- of kabel worden extreem-laagfrequente (ELF) velden genoemd.
Magnetisch veld bovengrondse hoogspanningsverbinding De sterkte van het magnetische veld in de buurt van een hoogspanningslijn hangt af van de hoeveelheid stroom die door de geleiders gaat, de afstand tot de geleiders, de onderlinge afstand tussen de geleiders en de fasevolgorde van de geleiders. Dit kan per hoogspanningslijn verschillen. De magnetische veldsterkte is het hoogst in het hart van de hoogspanningslijn of direct onder de geleiders, op het punt waar de geleiders het laagst hangen. Op grotere afstand van de hoogspanningslijn neemt de magnetische veldsterkte af. Magnetisch veld ondergrondse hoogspanningsverbinding Een ondergrondse hoogspanningsverbinding heeft een smallere magneetveldzone dan een vergelijkbare bovengrondse hoogspanningsverbinding. Direct boven het kabelbed van een ondergrondse hoogspanningsverbinding is de magnetische veldsterkte op 1 meter boven maaiveld hoger dan de magnetische veldsterkte op 1 meter boven maaiveld direct onder een vergelijkbare bovengrondse hoogspanningsverbinding. Op wat grotere afstand neemt de veldsterkte boven de kabels echter sneller af dan de veldsterkte onder een vergelijkbare bovengrondse hoogspanningsverbinding. Tenslotte is de veldsterkte van het magneetveld op 1 meter boven maaiveld afhankelijk van de diepte waarop een kabel wordt aangelegd.
Naarmate een kabel dieper ligt zal de sterkte van het magneetveld op 1 m boven maaiveld zwakker zijn. Bij een hele diepe ligging kan het zelfs zo zijn dat het magneetveld op 1 m boven maaiveld niet meer meetbaar is.
3 De tesla (T) is de SI-eenheid van magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, vernoemd naar Nikola Tesla
20\80
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Blootstellingslimieten voor magnetische velden Door een internationale commissie van deskundigen, de International Commission on NonIonizing Radiation Protection (ICNIRP), zijn limieten aanbevolen voor de blootstelling van de bevolking aan magneetvelden in het algemeen. De aanbevolen limiet van ICNIRP uit 1998 voor blootstelling aan magnetische velden van 50 hertz is 100 microtesla. ICNIRP acht het op basis van de huidige wetenschappelijke informatie niet waarschijnlijk dat er acute gezondheidseffecten (zoals lichtflitsen in de ogen en tintelingen in de handen) vóórkomen bij blootstelling aan veldsterkten lager dan deze limiet. De aanbevelingen van ICNIRP zijn gebaseerd op wetenschappelijk vastgestelde effecten van magnetische velden die tijdens of kort na blootstelling optreden. De Europese Unie heeft vervolgens- in een aanbeveling (1999/519/EG) - voor 50 hertz magnetische velden een waarde van maximaal 100 microtesla aanbevolen met het oog op het voorkómen van acute effecten bij leden van de bevolking. Vrijwel alle Europese landen baseren hun beleid voor bescherming van de bevolking op het referentieniveau van 100 microtesla uit de EU-aanbeveling. De Nederlandse overheid heeft in een beleidsadvies (2005) expliciet te kennen gegeven dat deze waarde ook voor Nederland richtinggevend is. Overigens heeft inmiddels ICNIRP in 2010 een nieuw advies uitgebracht.
Hierin wordt een waarde van 200 microtesla aanbevolen. Dit laatste advies heeft (nog) niet geleid tot aanpassing van de EU-aanbeveling uit 1999. Ook voor de Nederlandse overheid heeft dit niet geleid tot aanpassing van het beleid. Aanvullend beleid Door Wertheimer and Leeper is al in 1979 4 een onderzoek gepubliceerd waarin een relatie is gevonden tussen het wonen nabij bovengrondse elektriciteitsverbindingen en een mogelijk grotere kans op kinderleukemie. Sindsdien is wereldwijd veel onderzoek verricht naar een mogelijke relatie met verschillende ziekten of aandoeningen. In deze onderzoeken is geen oorzakelijk (causaal) verband gevonden tussen blootstelling aan magnetische velden en enig gezondheidseffect. Er zijn wel aanwijzingen gevonden voor een mogelijk gezondheidseffect veroorzaakt door bovengrondse hoogspanningslijnen (mogelijk grotere kans op kinderleukemie), maar onderzoekers hebben niet kunnen aantonen of dit komt door het magneetveld van bovengrondse hoogspanningslijnen of door iets anders dat met de aanwezigheid van deze lijnen samenhangt.
4
Wertheimer N, Leeper E, Electrical wiring configurations and childhood cancer; Am J Epidemiol 1979 March 109 (3) 273-284
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
21\80
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
De Gezondheidsraad heeft in 2000 aangegeven dat er wetenschappelijke informatie aanwezig is welke een consistente en statistisch significante relatie laat zien tussen het wonen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en een toename van de kans op kinderleukemie. Echter, omdat er geen oorzakelijk verband is aangetoond en er ook geen biologisch mechanisme bekend is dat de relatie kan verklaren, is wetenschappelijk niet aangetoond dat de gevallen van kinderleukemie het gevolg zijn van magnetische velden. Daarop heeft de Gezondheidsraad geadviseerd dat het niet nodig is om actie te ondernemen. Het toenmalige ministerie van VROM (nu ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) heeft in 2001 in het Nationaal Milieubeleidsplan 4 beleid opgenomen om maatregelen te treffen op basis van het voorzorgprincipe. Dit heeft geleid tot het beleidsadvies 5 van het ministerie van VROM in 2005 aan gemeenten, provincies en netbeheerders voor bovengrondse hoogspanningslijnen.
De kern van het beleidsadvies luidt als volgt: Op basis van het voorgaande adviseer ik u om bij de vaststelling van streek- en bestemmingsplannen en van de tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen, dan wel bij wijzigingen in bestaande plannen of van bestaande hoogspanningslijnen, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig 6 verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone). Het beleidsadvies is alleen van toepassing op nieuwe situaties en alleen op bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Gelet op de onzekerheid van gezondheidseffecten zou toepassing op alle situaties onevenredig zijn. In het advies staat hierover het volgende: Deze beleidsconclusie heb ik op basis van het redelijkerwijs-criterium beperkt tot nieuwe situaties omdat de gezondheidseffecten onzeker zijn en omdat maatregelen in bestaande situaties maatschappelijk vaak grote gevolgen hebben (bijvoorbeeld de verplaatsing van woningen of hoogspanningslijnen). Daar staat tegenover dat in nieuwe situaties vaak veel meer keuzemogelijkheden aanwezig zijn en dat preventie aanzienlijk goedkoper kan zijn dan sanering. Het beleidsadvies is dus alleen van toepassing op bovengrondse hoogspanningsverbindingen.
Andere elektrische infrastructuur of voorzieningen zoals ondergrondse hoogspanningsverbindingen, hoogspanningsstations, transformatorhuisjes, spoorlijnen, tramwegen en dergelijke vallen niet onder het beleidsadvies. Reden hiervoor is dat uit het huidige wetenschappelijke onderzoek geen samenhang (consistente en statistisch significante relatie) blijkt tussen het optreden van leukemie bij kinderen en het wonen in de nabijheid van andere elektrische infrastructuur dan bovengrondse hoogspanningsverbindingen.
5
Zie voor het volledige beleidsadvies (VROM, 2005) en de verduidelijking (VROM, 2008) http://www.rivm.nl/Onderwerpen/H/Hoogspanningslijnen 6 Langdurig verblijf is volgens de Gezondheidsraad ten minste 14-18 uur per dag gedurende minimaal één jaar (VROM, 2008)
22\80
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Milieueffect bovengrondse hoogspanningsverbindingen Op basis van wetenschappelijke onderzoeken die volgens de Gezondheidsraad een consistente en statistisch significante relatie laat zien tussen het wonen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en een toename van de kans op kinderleukemie, en het beleidsadvies (VROM, 2005) over magneetvelden van bovengrondse hoogspanningsverbindingen, wordt in voorliggend MER ten aanzien van het magneetveld van bovengrondse hoogspanningsverbindingen een milieueffect beschreven. Het milieueffect bestaat uit mogelijk verhoogde gezondheidsrisico’s voor kinderen die mogelijk door het magneetveld van bovengrondse hoogspanningsverbindingen boven een jaargemiddelde sterkte van 0,4 microtesla worden veroorzaakt. Om dit (mogelijke) milieueffect te beschrijven, wordt het aantal ‘gevoelige bestemmingen’ 7 van een bovengrondse hoogspanningsverbinding in beeld gebracht dat is gelegen in de (voorlopige schatting van de specifieke) magneetveldzone, gedefinieerd als het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee criteria: 1. Het totaal aantal gevoelige bestemmingen gelegen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbinding. Van deze gevoelige bestemmingen
2.
wordt tevens aangegeven of deze al dan niet al lagen in de magneetveldzone van een bestaande bovengrondse verbinding Het totaal aantal gevoelige bestemmingen dat wordt vrijgespeeld uit een magneetveldzone van een bestaande hoogspanningsverbinding die als gevolg van de komst van de nieuwe verbinding wordt verwijderd. Deze situatie doet zich voor in het geval de nieuwe hoogspanningsverbinding wordt gecombineerd op één mast met een reeds bestaande hoogspanningsverbinding die daarna wordt afgebroken
Vervolgens wordt voor beide criteria een effectscore (bijvoorbeeld neutraal (0), negatief (-) of positief (+)) toegekend, waardoor het eenvoudiger wordt de verschillende alternatieven met elkaar te vergelijken. Magneetveldzones ten behoeve van MER Voor het bepalen van de milieueffecten op Leefomgevingskwaliteit wordt als het gaat om het vaststellen van de effectbepaling op gevoelige bestemmingen gebruik gemaakt van het beleidsadvies van VROM uit 2005. Deze is van toepassing op die gevallen waarbij er nieuwe situaties ontstaan waarbij woningen, scholen, crèches of kinderopvangplaatsen in de magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbinding komen te liggen. Dat kan aan de orde zijn bij het aanleggen van nieuwe hoogspanningsverbindingen, of het wijzigen van bestaande hoogspanningsverbindingen, bijvoorbeeld wanneer de transportcapaciteit wordt opgewaardeerd door het vervangen van de geleiders.
7 In het beleidsadvies (VROM, 2005) worden onder gevoelige bestemmingen verstaan: woningen, crèches, scholen en kinderopvangplaatsen
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
23\80
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Op basis van de Handreiking van het RIVM versie 4.1, waarin de berekeningsmethodiek zoals door het RIVM geadviseerd staat beschreven, dient ook rekening te worden gehouden met wederzijdse beïnvloeding van magneetveldzones van bovengrondse hoogspanningsverbindingen in elkaars nabijheid. In het MER wordt met behulp van drie berekende magneetveldzones (de bestaande zone, de nieuwe zone en zone van gebundelde verbindingen) het aantal gevoelige bestemmingen als gevolg van de nieuwe verbinding bepaald. Het gaat hierbij om zowel de gevoelige bestemmingen in de specifieke magneetveldzone van de nieuwe verbinding als de nieuwe gevoelige bestemmingen binnen de specifieke magneetveldzone van gebundelde verbindingen die als gevolg van de komst van de nieuwe verbinding breder wordt. In figuur 2.1 gaat het dus om de specifieke magneetveldzone van de nieuwe verbinding (categorie 1), en een strook (genaamd magneetveldzone van gebundelde verbindingen) die grenst aan de specifieke magneetveldzone van de bestaande verbinding en die ontstaat als gevolg van de komst van de nieuwe verbinding (categorie 2). Categorie 3 betreft de magneetveldzone van de bestaande verbinding. In het MER worden deze aantallen niet in beeld gebracht aangezien het milieueffect alleen wordt bepaald op het aantal nieuwe gevoelige bestemmingen binnen de magneetveldzone.
Figuur 2.1 Gevoelige bestemmingen als gevolg van de nieuwe verbinding 1) Alle gevoelige bestemmingen binnen de specifieke magneetveldzone van alleen de nieuwe verbinding 2) De nieuwe gevoelige bestemmingen binnen de specifieke magneetveldzone van de gebundelde verbindingen (de nieuwe strook die als gevolg van de komst van de nieuwe verbinding ontstaat) 3) De magneetveldzone van de bestaande verbinding die niet samenvalt met de specifieke magneetveldzone van de nieuwe verbinding: niet relevant. Hier is in de huidige situatie een magneetveldzone van 0,4 microtesla aanwezig
In het MER is een gedetailleerd uitgewerkt tracé nog niet voorhanden. De specifieke magneetveldzones zoals hierboven weergegeven kunnen op dit moment dus nog niet worden berekend. Daarom wordt in het MER uitgegaan van een indicatieve magneetveldzone om de milieueffecten (categorie 1) van de nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbinding inzichtelijk te maken (zie tabel 2.4).
24\80
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
De indicatieve magneetveldzones van de bestaande verbindingen die in het MER worden meegenomen om de verschillende categorieën gevoelige bestemmingen inzichtelijk te maken, zijn berekend op basis van de Handreiking van het RIVM versie 3.0, 25 juni 2009 8. Op basis van deze indicatieve magneetveldzones kan inzicht gegeven worden in het aantal gevoelige bestemmingen binnen de magneetveldzone van nieuwe verbindingen. Daarbij is geen rekening gehouden met het effect van wederzijdse beïnvloeding van magneetveldzones van bovengrondse hoogspanningsverbindingen in elkaars nabijheid. Hiervoor wordt in hoofdstuk 7 een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. Hierin is per situatie van wederzijdse beïnvloeding van magneetveldzones de 'worstcase' zone bepaald voor de magneetveldzone van de nieuwe verbinding (conform categorie 2 in figuur 2.1).
Tabel 2.4 Indicatieve magneetveldzones
Belemmering
Mast
Uitvoeringsvorm
Indicatieve magneetveldzone
Indicatieve magneetveldzone (0,4
Combi 2x380 –
Solo verbinding
80 m links en 80 m rechts
µT grens)
2x150 kV
Gebundelde verbinding
90 m links en 90 m rechts
2x380
Solo en gebundelde verbinding
60 m links en 60 m rechts
van 0,4 microtesla
Geen aantoonbaar milieueffect ondergrondse hoogspanningsverbindingen, opstijgpunten en hoogspanningsstations In tegenstelling tot bovengrondse hoogspanningsverbindingen is er in wetenschappelijke onderzoeken in relatie tot ondergrondse hoogspanningsverbindingen, opstijgpunten en hoogspanningsstations géén statistisch significante relatie geconstateerd tussen het wonen nabij deze infrastructuur en een toename van de kans op kinderleukemie. Ook is er in de wetenschappelijke onderzoeken nooit een oorzakelijk (causaal) verband gevonden tussen blootstelling aan magnetische velden en een toename van de kans op kinderleukemie. Om bovenstaande redenen kan wetenschappelijk niet worden onderbouwd dat de mogelijke toename van de kans op kinderleukemie in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarvoor in wetenschappelijke onderzoeken wel aanwijzingen maar geen bewijzen zijn, ook aan de orde is bij ondergrondse hoogspanningsverbindingen, opstijgpunten en hoogspanningsstations. Het beleidsadvies (VROM, 2005) is niet van toepassing op ondergrondse hoogspanningsverbindingen, opstijgpunten en hoogspanningsstations. 9
8
30920541-Consulting 09-2031, Specifieke magneetveldzones zoekgebieden ZuidWest 380 kV en DoetinchemWesel 380 kV, KEMA, 8 oktober 2009 74105580-PMT/POL 14-0604, Indicatie van de specifieke magneetveldzones van 150 kV-hoogspanningslijnen in het zoekgebied van Zuid-West 380 kV, KEMA, 20 februari 2014 9 Overigens is het beleidsadvies ook niet van toepassing op elektrische infrastructuur met een magneetveld zoals transformatorhuisjes, spoorlijnen, tramwegen en dergelijke
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
25\80
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Wel hanteert de Nederlandse overheid voor magnetische velden van 50 hertz zoals die voorkomen bij ondergrondse verbindingen, opstijgpunten en hoogspanningsstations als uitgangspunt een blootstellingslimiet van 100 microtesla. Op voor mensen vrij toegankelijke plaatsen in de buurt van ondergrondse hoogspanningsverbindingen en hoogspanningsstations, blijven de magneetveldsterkten onder alle omstandigheden onder 100 microtesla. Voor wat betreft het MER is het daarmee geen relevant en geen onderscheidend criterium. Om bovenstaande redenen is in het MER geen milieueffect onderzocht en beoordeeld ten aanzien van magneetvelden van ondergrondse hoogspanningsverbindingen, opstijgpunten en hoogspanningsstations. In bijlage 2 wordt nader ingegaan op dit onderwerp en de stand van zaken voor wat betreft wetenschappelijke inzichten van de Gezondheidsraad en het RIVM. Tellen van gevoelige bestemmingen Als de breedtes van de magneetveldzones bekend zijn, kan het aantal percelen (woningen en de daarbij behorende tuinen, kinderopvangplaatsen, scholen en crèches) worden geteld dat geheel of gedeeltelijk binnen die zones ligt. Het inzichtelijk maken van de aantallen gevoelige bestemmingen gebeurt met behulp van een GIS (Geografisch Informatie Systeem).
De magneetveldzones (mvz) en de percelen worden op een digitale kaart weergegeven en automatisch kunnen de percelen geheel of gedeeltelijk binnen de magneetveldzone worden geteld. Hiervoor zijn de gevoelige bestemmingen geïnventariseerd en zijn de gebruiksgrenzen van die bestemmingen (woning, tuin en erf) onder andere op basis van luchtfoto’s ingetekend. Bij de tracéalternatieven spelen twee ingrepen: het bouwen van een nieuwe verbinding en het slopen van een bestaande verbinding. De twee variabelen samen (wat gebeurt er met de bestaande verbinding(en) en wat is de situatie met betrekking tot de nieuwe verbinding leiden tot de in tabel 2.5 aangegeven mogelijkheden. In principe gaat het om zes mogelijke gevallen. Eén daarvan (niet in mvz bestaand en niet in mvz nieuw) is niet van belang en is verder niet beschouwd. In de schematische figuren 2.2 en 2.3 zijn de nummers uit het schema aangegeven. Het aantal gevoelige bestemmingen in de magneetveldzone van de nieuwe verbinding komt overeen met het totaal van de cijfers (uit tabel 2.5) 1+2+3.
26\80
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Tabel 2.5 Overzicht mogelijke gevallen gevoelige bestemmingen, nieuwe situatie vergeleken met de bestaande situatie
Mvz (magneetveldzone) bestaande verbinding Mvz nieuwe verbinding Niet in mvz bestaande In mvz van verbinding die verbinding In mvz nieuwe verbinding 1. Nieuw geval
verdwijnt
In mvz van verbinding die blijft
2 Mvz van nieuwe verbinding komt in 3: In mvz van twee plaats van mvz bestaande verbinding verbindingen
Niet in mvz nieuwe
4: Geen gevoelige
verbinding
bestemming, buiten
5: Vrijgespeelde bestemming'
6: Geen verandering
beschouwing
Het aantal gevoelige bestemmingen is als volgt inzichtelijk gemaakt (zie ook figuren 2.2, 2.3): • Gevoelige bestemmingen die in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe verbinding liggen (totaal van situaties 1, 2 en 3 in tabel 2.5) •
Van deze gevoelige bestemmingen is aangegeven of: − Ze in de magneetveldzone van een bestaande verbinding liggen (die dan blijft bestaan, situatie 3 in tabel 2.5) −
•
Dat het bestemmingen zijn waarbij de magneetveldzone van een bestaande verbinding verdwijnt en wordt vervangen door de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe verbinding (situatie 2 in tabel 2.5)
− Dat het 'nieuwe gevallen' zijn (situatie 1 in tabel 2.5) 'Vrijgespeelde bestemmingen': gevoelige bestemmingen die geheel of gedeeltelijk liggen in de magneetveldzone van een bestaande verbinding waarvan de masten en kabels afgebroken worden (vanwege het combineren met de nieuwe hoogspanningsverbinding) en die buiten de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe verbinding liggen. Dit zijn de bestemmingen die na het realiseren van de nieuwe verbinding niet meer zijn gelegen in een magneetveldzone van een huidige 380 kV- of 150 kV-verbinding (hoeveel woningen worden vrijgespeeld?) In figuren 2.1 en 2.2 zijn deze gevallen groen
Om het effect van de alternatieven op het aantal gevoelige bestemmingen in perspectief te kunnen plaatsen is ook informatie over de referentiesituatie verschaft in dit MER: het aantal gevoelige bestemmingen dat in de huidige situatie in een magneetveldzone ligt van relevante verbindingen in het gebied. Dit zijn de rode bestemmingen in figuren 2.2 en 2.3. Relevante verbindingen zijn in dit geval verbindingen waarvan kabels en masten worden afgebroken bij één of meer van de tracéalternatieven als onderdeel van het project (door combinatie). In figuren 2.2 en 2.3 zijn de situaties die zich bij de tracéalternatieven voor kunnen doen schematisch weergegeven. Deze figuren laten zien wat er gebeurt als een bestaande hoogspanningsverbinding wordt vervangen door een nieuwe, gecombineerde verbinding. De cijfers verwijzen naar het schematisch overzicht in tabel 2.5.
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
27\80
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Figuur 2.2 Schematische weergave bepaling gevoelige bestemmingen (deel 1)
28\80
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Figuur 2.3 Schematische weergave bepaling gevoelige bestemmingen (deel 2)
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
29\80
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Uitkoopregeling gevoelige bestemmingen Voorkomen van gevoelige bestemmingen Bij het traceren van de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding is er naar gestreefd dat er zo min mogelijk gevoelige bestemmingen in de magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbinding komen te liggen. Het voorkomen van nieuwe gevoelige bestemmingen is helaas niet altijd mogelijk. Om die reden biedt TenneT de bewoners (eigenaren, huurders, pachters) van woningen in de magneetveldzone van de bovengrondse hoogspanningsverbinding, die deze zelf gebruiken, de gelegenheid om op vrijwillige basis hun woning aan TenneT te verkopen tegen een volledige schadeloosstelling. Eigenaren of overige zakelijk gerechtigden die de woning of hun recht niet willen verkopen en eigenaren die de woning niet zelf in gebruik hebben krijgen van TenneT volledige waardevermindering aangeboden. Huurders van woningen die er voor kiezen hun woning niet langer te huren worden door TenneT ook schadeloos gesteld. Voor andere gevoelige bestemmingen zoals bedrijfswoningen, scholen en kinderopvangplaatsen wordt een oplossing gezocht die bij de specifieke omstandigheden past. Uitgangspunt is dat de gevoelige activiteit buiten de magneetveldzone wordt voortgezet en dat eventuele schade volledig wordt vergoed. De precieze regeling is beschreven in de schaderegeling die is gepubliceerd op de website van TenneT.
Informeren van gevoelige bestemmingen Zodra het voorgenomen tracé bekend is neemt TenneT contact op met de bewoners en/of gebruikers van de binnen de dan bekende indicatieve magneetveldzone om toe te lichten wat dit mogelijk voor hen betekent. Dit leidt uiteindelijk tot helderheid over mogelijkheden voor uitkoop en/of schadeloosstelling. Proces van uitkoop of schadeloosstelling Vanaf het moment dat het ontwerp inpassingsplan ter inzage wordt gelegd is er voldoende zekerheid om te starten met het proces voor uitkoop of schadeloosstelling. De hoogte van een uitkoopbedrag of schadeloosstelling wordt bepaald door middel van een driedeskundigen taxatie. Op basis daarvan doet TenneT een aanbod voor uitkoop en/of schadeloosstelling en bespreekt dit met de betrokkenen. Als overeenstemming wordt bereikt, wordt een overeenkomst gesloten waarin de afspraken worden vastgelegd. Bij uitkoop van woningen wordt uiteindelijk een koopakte opgesteld die passeert bij de notaris en wordt ingeschreven bij het Kadaster. Bewoners die er voor kiezen om niet te verhuizen kunnen een volledige vergoeding voor de waardevermindering van hun woning krijgen. Ook dit wordt in een overeenkomst vastgelegd en ingeschreven bij het Kadaster.
De regeling geldt alleen voor gevoelige bestemmingen die binnen de specifieke magneetveldzone liggen van het definitieve tracé van een bovengrondse verbinding zoals dat in het inpassingsplan wordt vastgelegd en voor betrokkenen die het betreffende object gebruiken op het moment dat het voorbereidingsbesluit ter visie wordt gelegd. De regeling geldt tot twee jaar na ingebruikname van de hoogspanningsverbinding.
30\80
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
Om het effect van de alternatieven op het aantal gevoelige bestemmingen in perspectief te kunnen plaatsen, is ook informatie over de referentiesituatie verschaft. Het gaat dan om het aantal gevoelige bestemmingen dat in de huidige situatie in een indicatieve magneetveldzone ligt van relevante bovengrondse verbindingen in het gebied inclusief toekomstige ontwikkelingen zoals nieuwe woningbouw. Relevante verbindingen zijn in dit geval verbindingen waarvan masten en kabels worden afgebroken bij één of meer van de tracéalternatieven als onderdeel van ZW380 Oost (door combinatie). Deze magneetveldzones vormen de basis voor het bepalen van het aantal vrij te spelen gevoelige bestemmingen. Voor de beoordeling en vergelijking van de alternatieven is de in tabel 2.6 weergegeven 4-puntsschaal gehanteerd, waarbij het aantal gevoelige bestemmingen duidt op het aantal gevoelige bestemmingen binnen de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe verbinding. Positieve bijeffecten zijn (in de vorm van vrijgespeelde gevoelige bestemmingen), buiten beschouwing gelaten in de beoordeling en daarom in deze tabel niet opgenomen. Er is maximaal een neutraal effect te behalen als er helemaal geen gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse verbinding terecht komen.
Tabel 2.6 Beoordeling effecten gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse verbinding
Score
2.3.4
Beoordeling
Klassegrens
0
Neutraal effect
0 gevoelige bestemmingen
-
Licht negatief effect
1 - 15 gevoelige bestemmingen
--
Negatief effect
16 - 30 gevoelige bestemmingen
---
Zeer negatief effect
> 31 gevoelige bestemmingen
Criterium 1: Aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse verbinding (B)
Het milieueffectonderzoek in dit MER richt zich op het in beeld brengen van het aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse 380 kVverbinding. De beoordeling van de alternatieven op het aantal gevoelige bestemmingen vindt plaats op basis van het criterium: het aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuw te realiseren bovengrondse 380 kV-verbinding.
Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg - Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit
31\80
Kenmerk R008-1232999EMR-nda-V02-NL
2.3.5
Criterium 2: Aantal gevoelige bestemmingen dat wordt vrijgespeeld als gevolg van het verwijderen van masten en lijnen van een bestaande verbinding (B)
Als de nieuwe hoogspanningsverbinding wordt gecombineerd op één mast met een reeds bestaande hoogspanningsverbinding die daarna wordt afgebroken, worden mogelijk gevoelige bestemmingen vrijgespeeld uit de indicatieve magneetveldzone van die bestaande 380 kV- of 150 kV-hoogspanningsverbinding. Het gaat dan dus om bestemmingen die na het realiseren van de nieuwe verbinding niet meer in een magneetveldzone van een huidige bovengrondse 380 kVof 150 kV-verbinding liggen en ook niet in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe verbinding vallen. De vrij te spelen gevoelige bestemmingen van een variant worden voor het gehele tracé beschouwd, dus van deelgebiedgrens tot deelgebiedgrens. De vrij te spelen gevoelige bestemmingen zijn in aantallen in beeld gebracht. Vervolgens wordt dit aantal vertaald naar een kwalitatieve score. Voor de beoordeling en vergelijking van de alternatieven is de in tabel 2.7 weergegeven 4-puntsschaal gehanteerd. Negatieve bijeffecten zijn (in de vorm van nieuwe woningen binnen de magneetveldzone van de nieuwe verbinding) buiten beschouwing gelaten in de beoordeling en daarom in deze tabel weggelaten. De schaal is tot stand gekomen door te kijken naar de boven- en ondergrens van de effecten en de spreiding tussen de alternatieven onderling.
Er is maximaal een neutraal effect te behalen als er helemaal geen woningen worden vrijgespeeld van een magneetveldzone van een te verwijderen verbinding.
Tabel 2.7 Beoordeling effecten vrijgespeelde gevoelige bestemmingen
Score
2.3.6
Beoordeling
Klassegrens
+++
Zeer positief
> 31 vrij te spelen gevoelige bestemmingen
++
Positief
16 – 30 vrij te spelen gevoelige bestemmingen
+
Beperkt positief
1 – 15 vrij te spelen gevoelige bestemmingen
0
Neutraal
0 vrij te spelen gevoelige bestemmingen
Criterium 3: Geluid, luchtkwaliteit en trillingen in de realisatiefase (B+O)