2021-019770 Bijlage 2- Antwoordnota Bestuurlijk Vooroverleg
Tekst van het document
West-Brabant. Aan de hand hiervan is het
desbetreffende zogenaamde knipsels uit het BIS-systeem vergeleken kunnen
onderzoek aangepast.
worden en de mogelijk ontbrekende gegevens per locatie verzameld kunnen worden. 72. Akoestisch onderzoek
Voor de wijze van akoestisch onderzoek is
Deze reactie leidt niet tot
In onze opdracht heeft de Omgevingsdienst het akoestisch onderzoek
aangesloten bij eerdere onderzoeken voor
aanpassing van het
beoordeeld.
plannen voor dergelijke
inpassingsplan.
Gebruiksfase hoogspanningsverbinding
hoogspanningsverbindingen. Naar
In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het gebruikte toetsingskader voor de
aanleiding van deze reactie is het
gebruiksfase van de hoogspanningsverbinding. Paragraaf 4.1 geeft het
akoestisch onderzoek aangepast /
toetsingskader voor het gebruik van de hoogspanningsverbindingen. Hierbij is
aangevuld met resultaten van nieuw
Antwoordnota Bro-overlegreacties
53
voor het coronageluid aangesloten bij de limietwaarden die Tennet hanteert voor onderzoek door DNV (31-05-2021). Uit dit hoogspanningsmasten. Het gaat om een niveau van 45 dB(A) op een afstand
onderzoek volgt dat de geluidniveaus van
van 37 meter bij vochtige weersomstandigheden en 30 dB(A) op een afstand
deze hoogspanningslijnen lager zijn dan de
van 37 meter bij droge weersomstandigheden (gemeten 1 meter boven het
eerder aangegeven richtwaarden. De
plaatselijke maaiveld). Vanuit de fabrikant of gebruiker kan worden voorgesteld
grafieken waaruit dit blijkt zijn ter
dat de hoogspanningsmasten bij gebruik aan deze limietwaarden moeten
onderbouwing opgenomen in (bijlage E bij)
voldoen.
het akoestisch onderzoek. Aan de hand
Deze limietwaarden geven echter geen informatie of de geluidbelasting ter
hiervan wordt er vanuit gegaan dat sprake
plaatse van geluidgevoelige bestemmingen acceptabel is of eventueel zullen
is van een goed woon- en leefklimaat bij
leiden tot het optreden van hinder. Om te kunnen stellen dat er met de
woningen / gevoelige bestemmingen ter
plaatsing van een nieuwe hoogspanningsmast nabij geluidgevoelige
hoogte van de verbinding. Deze
bestemmingen sprake is van een goed woon- en leefklimaat, is het belangrijk
geluidsgevoelige bestemmingen liggen
om een norm te hanteren die geldt ter plaatse van geluidgevoelige
namelijk op een afstand van de verbinding
bestemmingen. Vervolgens kan worden onderzocht of aan die normen wordt
waar het geluid vanwege de verbinding
voldaan.
lager is dan 45 dB(A) etmaalwaarde. In
In de ruimtelijke ordening is het gebruikelijk om hiervoor aan te sluiten bij de
paragraaf 6.1.1 Coronageluid staat
richtwaarden uit de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering. In deze
beschreven: Er liggen geen woonfuncties
publicatie wordt voor een rustig buitengebied een richtwaarde gehanteerd van
binnen een afstand van 37 m van de
45 dB(A) etmaalwaarde en voor een gemengd gebied een richtwaarde van 50
masten van de nieuw aan te leggen
dB(A) etmaalwaarde. In het akoestisch onderzoek is nu beoordeeld of er binnen
hoogspanningsverbinding. Gesteld kan
een straal van 37 meter rond de hoogspanningsmasten geluidgevoelige
worden dat er geen onaanvaardbare
bestemmingen aanwezig zijn.
situaties ontstaan ten aanzien van
Om te beoordelen of er met de bouw van een hoogspanningsmast sprake is van
coronageluid.
een acceptabel woon- en leefklimaat zal (in een rustig buitengebied) beoordeeld moeten worden of er geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen binnen een
Daarnaast zijn basisgegevens van de
straal van circa 120 meter. Hierbij zal ook nog een veiligheidsmarge moeten
bouwwerkzaamheden (gehanteerd
worden gehanteerd, omdat de limietwaarden van Tennet gelden op 1 meter
materieel, bronhoogte, bedrijfsduur en
boven het plaatselijke maaiveld, terwijl geluidgevoelige bestemmingen uit
bronvermogens etc.) waarop de
meerdere verdiepingen kunnen bestaan en als gevolg daarvan op de
berekeningen van de
geluidgevoelige gevel een hogere geluidbelasting kan optreden dan op 1 meter.
bouwwerkzaamheden zijn gebaseerd toegevoegd als bijlage bij het akoestisch onderzoek. Ook is in de hoofdtekst van de
Antwoordnota Bro-overlegreacties
54
Aanlegfase hoogspanningsverbindingen
rapportage hier nader op ingegaan. Voor
Voor de aanlegfase (bouw nieuwe masten en sloop oude masten) van de
zowel de uitbreiding van het 150kV
hoogspanningsverbinding is aangesloten bij de normen zoals die in het
hoogspanningsstation Oosteind, de masten
Bouwbesluit zijn opgenomen. In het Bouwbesluit wordt de geluidbelasting die
en het kabeltracé gelden er geen
per dag aanvaardbaar wordt geacht, afhankelijk gesteld van het aantal dagen
beperkingen voor het aantal bouwdagen.
dat het werk duurt. Een hoge geluidbelasting is minder dagen toegestaan dan een lage geluidbelasting. In paragraaf 7.2 zijn contourafstanden gegeven. Berekend is dat wanneer bij nieuw te plaatsen masten binnen een afstand van 110 meter (of te amoveren masten binnen een afstand van 130 meter) geen woningen of andere geluidgevoelige objecten aanwezig zijn, hier geen beperkingen gelden ten aanzien van het aantal werkdagen. Niet duidelijk is alleen hoe deze rekenresultaten tot stand zijn gekomen. Er ontbreekt een beschrijving van de werkzaamheden en de machines en activiteiten die bij de bouw en sloop worden gebruikt/uitgevoerd. Daarbij is niet duidelijk hoeveel dagen de sloop van een bestaande mast en de bouw van een nieuwe mast in beslag neemt. In bijlage B zijn wel modelgegevens opgenomen, maar niet duidelijk is of deze reëel zijn. Daarbij zijn de invoergegevens niet onderbouwd. De resultaten in paragraaf 7.2 zijn hierdoor niet verifieerbaar. Belangrijker is dat in 8.4.2 en 8.4.3 wordt aangegeven bij welke afstand tot woningen rekening moet worden gehouden met het aantal dagen dat de bouwen sloopwerkzaamheden duren. In het onderzoek wordt echter niet aangegeven of deze afstanden en het maximaal aantal dagen ook haalbaar zijn.
Zijn er locaties waarbij de woningen op dermate korte afstand liggen van een locatie dat er rekening moet worden gehouden met een maximaal aantal werkdagen? Zijn er locaties waar eventueel een onderzoek naar maatregelen nodig is? De rapportage geeft – concluderend - reden tot het maken van enkele opmerkingen: - In het onderzoek is onderzocht of er geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen binnen de contouren van de limietwaarden voor hoogspanningsmasten. De limietwaarden geven echter geen informatie of er bij geluidgevoelige bestemmingen nabij een hoogspanningsmast sprake zal zijn van een goed
Antwoordnota Bro-overlegreacties
55
woon- en leefklimaat. Om hier een uitspraak over te kunnen wordt geadviseerd om aan te sluiten bij het toetsingskader uit de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering en te onderzoeken of aan de betreffende richtwaarden kan worden voldaan. - Voor de aanlegfase is in het onderzoek bepaald welke afstand de werklocatie moet aanhouden om niet te worden beperkt in het aantal werkdagen (conform het Bouwbesluit). De berekeningen zijn echter niet onderbouwd. Niet beschreven is waaruit de bouw- en sloopwerkzaamheden precies bestaan en welke activiteiten daarbij worden uitgevoerd, met welke machines, hoe lang deze machines in gebruik zijn en hoe lang de werkzaamheden in beslag nemen. Daarnaast is niet bepaald of er geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen binnen de berekende contouren. Niet duidelijk is daarom of er geluidgevoelige bestemmingen zijn waar tijdens de sloop en bouw van hoogspanningsmasten knelpunten met de grenswaarden uit het Bouwbesluit te verwachten zijn. 73. Milieu effect rapportage (Mer) samenvatting
In de Samenvatting en in het MER worden
Deze reactie leidt niet tot
Pagina 10: het voorkeursalternatief leidt in totaal tot 58 gevoelige
de resultaten per deelgebied
aanpassing van het
bestemmingen, waarvan er zich 24 binnen een bestaande magneetveldzone
gepresenteerd. Deze deelgebieden zijn in
inpassingsplan.
bevinden. Er worden 136 gevoelige bestemmingen vrijgespeeld.
2016 bepaald en in het overleg met de
- Hoe is het aantal van 136 vrijgespeelde bestemmingen bepaald en ten
Samenwerkende overheden besproken. In
opzichte van wat worden deze vrijgespeeld? Onduidelijk blijft daarnaast of dit
het Hoofdrapport MER wordt de werkwijze
het maximale aantal woningen is dat vrijgespeeld kon worden, of dat dit aantal
toegelicht.
hoger had kunnen zijn, als andere aanpassingen aan het tracé doorgevoerd worden. - Er blijven 58 gevoelige bestemmingen, waarvan 24 zich reeds in een bestaande magneetzone bevinden. In de gemeente Moerdijk zijn 20 gevoelige bestemmingen. Is de conclusie correct dat deze 20 bestemmingen allemaal nieuw zijn? Zo ja, dan is het naar de mening van de gemeente meer voor de hand liggend – gelet op de buitenproportionele blijvende hinder/overlast op het grondgebied van de gemeente Moerdijk in vergelijking met dezelfde hinder/overlast in het verdere tracé – om ter compensatie voor het eerder afgewezen alternatieve tracé op het grondgebied van Moerdijk te kiezen.
Antwoordnota Bro-overlegreacties
56
In het Mer wordt daarnaast ingegaan op tijdelijke geluidshinder tijdens de bouw en sloop. Deze geluidshinder zorgt voor een groot aantal woningen langs het tracé voor geluidsoverlast. Onduidelijk is of in deze berekeningen het geluid vanwege het extra bouwverkeer gecumuleerd is meegenomen. In de berekeningen wordt niet duidelijk gemaakt of de lengte van de bouw- en sloopperiode van invloed is op de mate van hinder voor bestaande woningen. De periode van bouw en sloop zou in totaal 10 jaar kunnen bedragen. Is dan nog wel te spreken van tijdelijke overlast? Bij de beoordeling van de milieueffecten is het tracé opgedeeld in deelgebieden. De gemeente Moerdijk is opgedeeld in twee deelgebied (2 en 3). In deelgebied 3 valt de onder andere de omgeving van Zevenbergschenhoek. Maar in dit deelgebied valt ook een groot gebied in de gemeente Drimmelen. Het gebied rondom Zevenbergschenhoek is echter niet te vergelijken met het deel van het tracé dat in de gemeente Drimmelen valt. De indruk ontstaat dat door het tracé op deze manier op te knippen, de negatieve effecten op landschap en leefbaarheid in de omgeving Zevenbergschenhoek wegvallen tegen de voordelen in het landschap van de buurgemeente. De vergelijking geeft op deze manier een vertekend beeld. Pagina 10, landschappelijke kwaliteit deelgebied 3: het beoordeelde effect komt uit op 0.
Wat is hierbij het uitgangspunt geweest voor de omgeving van Zevenbergschen Hoek? Is hierbij ook meegewogen dat in het landschap al veel (infrastructurele) ingrepen zijn gedaan en dat deze nieuwe ingreep daarom minder zwaar telt? Deelgebied 2 en 3: voor zowel de nieuwe verbinding als de tijdelijke verbinding wordt bestaand groen doorsneden, wat tot kap zal leiden. De effecten daarvan komen weinig terug in het onderzoek. Pagina 17: voor archeologie is alleen gekeken naar de archeologische rijksmonumenten, niet naar de archeologische verwachtingswaarden uit het gemeentelijk beleid. De tijdelijke situatie gedurende de bouw duurt circa 10 jaar, die bouwperiode en de effecten daarvan, komen weinig terug in het MER, zo worden bijvoorbeeld de
Antwoordnota Bro-overlegreacties
57
extra (bouw)wegen, extra verkeer enzovoort niet meegewogen en wordt geen aandacht besteed aan effecten van bijvoorbeeld tijdelijk afsluiten van wegen gedurende de bouw. Daardoor blijft onduidelijk of bijvoorbeeld een verdringingseffect optreedt dat elders milieu-effecten heeft. 74. Bureauonderzoek archeologie:
Naar aanleiding van o.a. deze reactie heeft Deze reactie leidt niet tot
- Pagina 6, paragraaf 1.2: De rapportage van het bureauonderzoek is te
overleg plaatsgevonden over het
aanpassing van het
summier. Wij zijn van mening dat het onderzoeksgebied te groot is voor een
archeologisch onderzoek. Het
inpassingsplan.
goed onderbouwde archeologische verwachting. Daarom stelt het
archeologisch onderzoek is aangepast en
programmabureau Regio-archeologie West Brabant (RWB) voor om voor het
aangevuld en is voor een reactie / akkoord
gehele gebied te voorzien van een dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’ en
voorgelegd aan de gemeentelijk
het onderzoeksgebied op te delen in logische deelgebieden, bijvoorbeeld per
archeoloog of de adviseur van de
gemeente voor nader bureauonderzoek.
gemeente. Het onderzoek is niet opgedeeld in een
In dit verband ook de algemene opmerking om op de kaarten de
separaat onderzoek (rapport) per
gemeentegrenzen te vermelden. Zo kan er een gedegen afweging plaatsvinden
gemeente omdat het een onderzoek is
met betrekking tot vervolgonderzoek. Voor zover nu kan worden afgeleid is de
voor het gehele plangebied van het RIP,
archeologische verwachting een interpretatie van de gemeentelijke
dat zich uitstrekt over verschillende
verwachtingskaarten aangevuld met de locatie van de historische erven van
gemeente. Wel is in het onderzoek per
rond 1900. Het is onduidelijk wat er met de informatie van bv. de reeds
gemeente meer expliciet geduid wat hier
uitgevoerde archeologische onderzoeken is gedaan of de AHN. Informatie over
van toepassing is.
de diepte van de geplande werkzaamheden en de diepte van de archeologische lagen ontbreekt. Hierdoor is niet duidelijk tot hoe diep het onderzoek dient te
Verder zijn de volgende aanpassingen /
worden uitgevoerd. Voor bepaalde gebieden is geen eenduidig advies gegeven
aanvullingen doorgevoerd, mede naar
over het meest geschikte vervolgonderzoek.
aanleiding waarvan archeologische
- Pagina 22, paragraaf 2.2 : Is bekend (globaal) wat de bodemverstoring is
verwachtingen in een aantal gemeenten
waarmee de werkzaamheden gepaard gaan? Of in ieder geval wat de maximale
zijn bijgesteld.
verstoringsdiepte is?
·
loket:
van een zoals is aangeleverd door TenneT” is onvolledig. Wat is het onderzoeksgebied in relatie tot het plangebied?
Verwachtingsmodel aangepast op basis van gegevens uit DINO-
- Pagina 10, paragraaf 3.1: de zin “Voor het bureauonderzoek is uitgegaan ·
Voor de gemeente Moerdijk: alle lage verwachtingsgebieden wijzigen in: ‘onbekende
Antwoordnota Bro-overlegreacties
58
- Pagina 10, paragraaf 3.2: Graag toevoegen voor de betreffende gemeenten:
verwachting, potentieel hoog’ en
Deskundige van de bevoegde overheid: regio-archeologen programmabureau
krijgen nu het advies: ‘verkennend
RWB
booronderzoek’ i.p.v. ‘geen
- Pagina 11, paragraaf 3.4: de archeologische rijksmonumenten vallen niet
vervolgonderzoek’.
(meer) onder de AMK. Graag aanvullen (ook in paragraaf 6.3.1). Blijkbaar is er
·
Kaartbijlagen op hogere schaal gemaakt
een archeologisch rapport opgesteld t.b.v. een MER op basis waarvan keuzes zijn gemaakt voor onderhavig rapport. Dit rapport is bij de RWB niet bekend en
·
Archis meldingen bijgewerkt
de gemaakte keuzes worden hiermee dus niet gemotiveerd. In de bronnen
·
Specifiek ingrepen afgebeeld op
·
Verwachtingsmodel en adviezen op
·
Alle kadastrale minuutplans
·
Figuur met RD-coördinaten
·
Figuur met
kaart (werkterreinen, wegen, etc.)
wordt beschreven dat de bodemkaart, de geomorfologische kaart en het AHN zijn geraadpleegd. Op welke wijze zijn deze (en dan met name de AHN)
kaart aangepast
daadwerkelijk gebruikt voor de archeologische verwachting? - Pagina 13, paragraaf 4.3: waarom is deze paragraaf opgenomen? Vinden er
geanalyseerd
ontgrondingen plaats en is de provincie (mede) bevoegd gezag? In paragraaf 3.2 worden immers alleen de gemeenten als bevoegd gezag genoemd.
toegevoegd.
- Pagina 13, paragraaf 4.4: Waarom worden alle beleidscategorieën per gemeente genoemd? Dit is één groot project waarvoor één onderzoeksplicht geldt; opknippen binnen de afweging is niet toegestaan. Uit dit onderzoek dient
onderzoeksgeschiedenis aangepast
te blijken welke zones verder onderzoek verdienen of die simpelweg een
(eerste fig. in BO)
vindplaats betreffen. Men zal dan nieuwe grenzen moeten bedenken en niet meer simpelweg overnemen van het beleid. Dit betekent ook dat de zones met
·
Zuiderwaterlinie figuur en tekst aangepast.
een lage verwachting niet zomaar kunnen worden afgeschreven: ook deze gebieden moeten nader worden onderzocht. Juist hiervoor is het
Archeologie
bureauonderzoek bedoeld. Wij zijn van mening dat het onderzoeksgebied te
Het Rijksinpassingsplan legt een aantal
groot is voor een goed onderbouwde archeologische verwachting. Daarom
dubbelbestemmingen over de geldende
stellen wij voor om voor het gehele gebied te voorzien in een dubbelbestemming enkel- en dubbelbestemmingen heen, en laat deze bestemmingen verder in zoverre ‘Waarde-Archeologie’ en het onderzoeksgebied op te delen in logische deelgebieden of gebieden per gemeente voor nader bureauonderzoek. Zo kan er ongemoeid. Dit geldt ook voor de reeds geldende dubbelbestemmingen o.a. m.b.t. een gedegen afweging plaatsvinden m.b.t. vervolgonderzoek. - Pagina 26, paragraaf 6.3: graag vermelden of deze onderzoeken (bijlage 1)
archeologische waarden, toegekend door
daadwerkelijk (deels) in het huidige plangebied vallen en of de verwachting (die
de diverse gemeenten.
Antwoordnota Bro-overlegreacties
59
blijkbaar alleen is gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaarten) met deze info is aangepast en zo ja hoe. - Pagina 26, paragraaf 6.4.1: Waarom zijn niet (ook) de kadastrale kaarten gebruikt? Deze geven een betrouwbaarder beeld dan de 1:25.000 bonnebladen. In hoeverre is onderzocht of er behalve historische erven ook andere historische elementen aanwezig zijn( binvoorbeeld. dijken, waterlopen en linies)?. - Pagina 26, paragraaf 6.4.2: in hoeverre doorsnijdt het tracé relicten van de linie? - Pagina 29, paragraaf 7.1 : ‘Ter hoogte van het zeekleigebied komen de dekzanden diep voor en worden ze niet geraakt door de werkzaamheden. Meer oostelijk komen de dekzanden aan het oppervlakte voor.’ Onder andere de gemeente Moerdijk ligt op de overgang van het Pleistocene zandgebied naar het zeekleigebied. Dit betekent dat er een overgangszone is waar het dekzand vrij ondiep voorkomt. In dit kader is het belangrijk om te weten hoe diep de pleistocene ondergrond zich bevindt en tot hoe diep de bodem door de werkzaamheden wordt verstoord. Het is dan ook wenselijk een verwachtingskaart op te nemen met een verwachting per landschappelijke eenheid en hoe diep deze afzettingen voorkomen. Dit betekent ook dat de lage verwachting niet zomaar kan worden overgenomen. De verwachting dient te worden onderbouwd en (waar nodig) nader te worden onderzocht door middel van een veldonderzoek.
Uit de stukken blijkt dat deze veldonderzoeken nog niet hebben plaatsgevonden. - Pagina 29, paragraaf 7: Als “bekende waarden” worden genoemd: maatwerk, verkennend vooronderzoek en/of proefsleuvenonderzoek. Waar wordt dit op gebaseerd en waarom is nog geen keuze gemaakt? Op basis van het bureauonderzoek is immers bekend welk soort vindplaats het is. Onder “zeer hoge verwachting” vallen de oude erven. Wat is het nut van verkennend booronderzoek in die zones? Verstoringen zijn immers in een boor niet of nauwelijks te onderscheiden van oudere verstoringen. Bij “lage verwachting” verwijzen we naar de eerdere opmerkingen over zones met een lage verwachting.
Antwoordnota Bro-overlegreacties
60
- Bij boordiepte (“dan wel 50 cm onder het onderste archeologische niveau”) rijst de vraag waar de diepte op gebaseerd wordt. Deze is immers nog niet opgenomen in het huidige onderzoek.
9. NATUURMONUMENTEN 1.
De reactie van Natuurmonumenten richt zich met name op het
TenneT ontwikkelt in het algemeen en specifiek voor de
De reactie leidt niet tot
deel van het tracé dat het natuurgebied Huis ter Heide bij
bosgebieden van Huis ter Heide in overleg met
aanpassing van het
Tilburg doorkruist. Dit natuurgebied kent een grote
Natuurmonumenten een wijze van uitvoering voor de
inpassingsplan.
natuurwaarde, daarnaast biedt het een waardevol
verbindingen, gericht op het minimaliseren van de schade
uitlooplandschap voor Tilburg vanwege de nabije ligging, en is
van de natuur.
het een van de meest bezochte natuurgebieden van Nederland. Door de aanleg van de hoogspanningsverbinding
Bij deze uitvoeringswijze is het weliswaar onvermijdelijke dat
zal twee stroken van 60-70 m moeten worden gekapt. Door de
rondom mastlocaties bomen gekapt moeten worden ten
werkwegen en werkterreinen wordt nog grotere schade aan de
behoeve van de bouw van de masten. In de bosgebieden
natuur toegebracht.
tussen werkterreinen bij de mastlocaties overweegt TenneT om bomen zoveel als mogelijk te handhaven en te volstaan met een aantal stroken van 2 meter breed ten behoeve van het intrekken van geleiders/draden.
2.
De verplaatsing van de bestaande 380 kV-verbinding wordt
Het tracé bij Huis ter Heide is tot stand gekomen na een
De reactie leidt niet tot
positief ervaren, echter doordat de verbinding niet helemaal
uitgebreid omgevingsproces met werkateliers en overleg met
aanpassing van het
naar de oostkant van Huis ter Heide te leggen, blijft de impact
diverse belanghebbenden, waaronder Natuurmonumenten.
inpassingsplan.
op de landschappelijke waarde en beleving groot.
Ook nadat werd geconstateerd dat er een nadere afweging moest worden gemaakt voor het voorkeursalternatief in dit uitwerkingsgebied heeft dit afwegingsproces in samenspraak met alle relevante partijen plaatsgevonden.
TenneT beziet voor de uitvoering of een uitvoeringswijze kan worden gehanteerd die de impact op natuur en
Antwoordnota Bro-overlegreacties
61
landschap beperkt. Daarnaast worden, nabij een waardevol bosperceel tussen Kraanven en de Middelstraat masten verhoogd om daarmee dit bosperceel te sparen. 3.
Als eigenaar en beheerder van het grootste gedeelte van
Zie de reactie onder 2.
natuurgebied Huis ter Heide raakt deze voorgenomen grote
De reactie leidt niet tot aanpassing van het
aantasting van natuur en landschap ons extra. Al vele
Erkende natuur (Natuur Netwerk Brabant) wordt
tientallen jaren zetten wij ons in voor behoud en versterking
gecompenseerd volgens de regels van de provincie Noord-
van natuur en landschap in Huis ter Heide. De komst van een
Brabant. Het resultaat daarvan is opgenomen in het
nieuwe hoogspanningsleiding doet ernstig afbreuk hieraan.
compensatierapport dat door Bureau Waardenburg is
Daar komt nog het nieuwe trafostation, waarvoor een apart
opgesteld. Daarnaast is een uitwerking opgenomen in het
Inpasssingsplan wordt opgesteld, bij dat ook half in het
landschapsplan en een verantwoording opgenomen in de
Natuurnetwerk ligt en op een zeer ongunstige plek in de
plantoelichting. Het compensatierapport en het
natuurverbinding tussen Brand-Noorderbos-Huis ter Heide.
landschapsplan zijn opgenomen in de bijlage van de
inpassingsplan.
toelichting van het inpassingsplan. De beschrijving en onderbouwing van de inpassing van het nieuwe hoogspanningsstation wordt in het betreffende Inpassingsplan opgenomen. 4.
Artikel 8.1 (p. 86): de bestemmingsomschrijving is in onze
De nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding wordt waar
De reactie leidt niet tot
te ruim en (mede daardoor) te onbepaald. ‘Bouwwerken’
mogelijk en zinvol gecombineerd met de bestaande 150 kV-
aanpassing van het
dienen in onze ogen expliciet te worden beperkt tot de
hoogspanningsverbinding door deze in één mast te hangen,
inpassingsplan.
hoogspanningsmasten, er is geen ruimte voor andere
waarna de bestaande 150 kV-hoogspanningsverbinding kan
bouwwerken, zeker niet in gebieden met onderliggende
worden geamoveerd. Dit houdt wel in dat bestaande 150 kV-
bestemming natuur- of bosgebied. Nutsvoorzieningen en
stations aangepast en/of uitgebreid (in geval van 150 kV-
toegangswegen dienen in onze ogen geschrapt te worden, in
station Oosteind en Zevenbergschen Hoek) moeten worden
elk geval daar waar er sprake is van een onderliggende
om deze ondergronds te kunnen laten aankomen (zie
bestemming natuur- of bosgebied, want deze vormen en
paragraaf 4.4).
bedreiging voor de natuur. Ten behoeve van het onderhoud van de hoogspanningsmasten zijn toegangswegen noodzakelijk. Het is dus niet mogelijk om deze te schrappen uit de
Antwoordnota Bro-overlegreacties
62
omschrijving van de bestemming. Het betreft enkel nutsvoorzieningen behorende bij de Hoogspanningsverbinding, nodig ten behoeve van het in bedrijf zijn van de hoogspanningsverbinding. 5.
Art 13.1 (p. 94): dit artikel beoogt blijkbaar o.a. de borging
Het artikel beschrijft het moment waarop landschappelijke
De reactie leidt tot
van de landschappelijke inpassing, conform het als bijlage bij
inpassing en natuurcompensatie afgerond moeten zijn. We
aanpassing van het
dit plan opgenomen landschapsplan (dus inclusief de
hanteren hiervoor een termijn die op basis van eerdere
inpassingsplan.
natuurcompensatie). Het komt erop neer dat er sprake van
projecten realistisch is. Na overleg met Natuurmonumenten
strijdig gebruik is, als na vijf jaar niet voorzien is in de
en de provincie Noord-Brabant is de regel voor
landschappelijke inpassing conform het landschapsplan. Dit is
natuurcompensatie (NNB) aangepast naar 10 jaar na
in onze ogen veel te passief en veel te laat!
onherroepelijk inpassingsplan. TenneT streeft er naar eerder te starten met het realiseren van de landschappelijke inpassing en natuurcompensatie. Ook grondverwerving en eventuele vergunningen of andere besluiten moeten plaatsvinden in deze periode alvorens de landschappelijke inpassing kan worden uitgevoerd. Soms betreft het ook gronden die eerst nodig zijn voor de realisatie van de hoogspanningsverbinding en die daarna worden voorzien van inpassingsmaatregelen. Daarom wordt deze termijn gehanteerd. Het proces om te komen tot een gedragen landschapsplan is nog gaande. In samenspraak met stakeholders waaronder Natuurmonumenten vindt de uitwerking van het landschapsplan plaats. De borging van de landschappelijke inpassing is in dit kader aan de orde gekomen en na overleg aangepast.
6.
Het landschapsplan en natuurcompensatie is niet geborgd op de verbeelding van het inpassingsplan.
Antwoordnota Bro-overlegreacties
De reactie leidt niet tot De uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening
aanpassing van het
noodzakelijke landschappelijke maatregelen zijn opgenomen
inpassingsplan.
63
in het Landschapsplan. Dit is opgenomen in de bijlagen van de toelichting van het inpassingsplan. Via de regels is geborgd dat de maatregelen uit het landschapsplan moeten worden uitgevoerd binnen een in de regels bepaalde termijn.
7.
De landschappelijke inpassing wordt pas uiterlijk 5 jaar na de aanleg van de verbinding gerealiseerd. Dit is te laat. Dit dient
De reactie leidt niet tot Zie ook reactie onder 4 en 5.
gelijktijdig of vooraf aan de verbinding te worden gerealiseerd.
aanpassing van het inpassingsplan.
Dan wordt pas recht gedaan aan het natuurbelang dat wordt geschaad door de aanleg van de nieuwe verbinding. 8.
Met de afwijkingsregels zoals geformuleerd in 13.2 wordt
Zie reactie onder 4 en 5.
De reactie leidt tot het
bovenstaande situatie nog verergerd. De minister kan
aanvullen van de
blijkbaar besluit om de landschappelijke inpassing anders te
toelichting van het
doen en om de termijn te verlengen. Beiden zijn zeer
inpassingsplan met de
ongewenst.
beschrijving van het landschapsplan.
9.
@2.3 (p. 13): Vraag: betekent die grote extra
In dit inpassingsplan is ook rekening gehouden met de
De reactie leidt niet tot
transportcapaciteitsbehoefte na 2028 dat er dan weer nieuwe
toename van de transportbehoefte door de aansluiting van
aanpassing van het
hoogspanningsleidingen bij moeten komen? Als dat zo is, dan
Offshore windpark IJmuiden Ver op het 380 kV-net in
inpassingsplan.
is heroverweging van het tracé van de hoogspanningsleiding
Zeeland.
nu al op zijn plaats, want in natuurgebied Huis ter Heide is absoluut geen ruimte meer voor nog meer leidingen! Met andere woorden: wordt ‘toekomstvast’ alleen tot 2030 bekeken of ook voor de langere termijn? 10.
@4.3.4 (p. 32): het ondergronds leggen van de 150 kV-lijn
Vanuit het traceringsprincipe uit SEVIII (combineren waar
De reactie leidt niet tot
vindt plaats tussen Geertruidenberg en Tilburg west, in het
mogelijk) wordt de huidige bovengrondse 150 kV-verbinding
aanpassing van het
kader van dit project. Ook tussen Tilburg noord- en Eindhoven
tussen Geertruidenberg en Tilburg-West zoveel als mogelijk
inpassingsplan.
wordt de 150 kV-lijn, in een andere project, binnenkort
gecombineerd in de nieuwe 380 kV-verbinding. De
ondergronds gelegd. Het is voor ons onbegrijpelijk dat op deze
bovengrondse 150 kV-verbinding tussen Tilburg-Noord en
totale afstand van bijna 80 km tussen Geertruidenberg en
Best wordt door een ondergrondse 150 kV-kabelverbinding
Eindhoven een miniem stukje van 4 km bovengronds blijft. Te
vervangen omdat de bestaande verbinding binnen enkele
Antwoordnota Bro-overlegreacties
64
meer omdat juist dit stukje landschappelijk een forse
jaren te weinig transportcapaciteit heeft en omdat de
aantasting vormt van de landschappelijke en ecologische
verbinding verouderd is. Binnen het project Zuid-West 380
waarde in het zuidelijke deel van Huis ter Heide. De meest
kV Oost is er vanuit dat kader geen noodzaak om de 150 kV-
westelijke kilometer daarvan beperkt bovendien de stedelijke
verbinding Tilburg-West en Tilburg-Noord in het project te
ontwikkeling. Ook sluit dit losliggende stuk
betrekkend.
hoogspanningsleiding op geen enkele wijze aan bij het landschappelijke hoofdpatroon, een belangrijk criterium dat
Er is, buiten het project Zuid-West 380 kV Oost, op verzoek
Tennet zelf hanteert. Wij verzoeken u om het ondergronds
van de gemeente Tilburg door TenneT een quickscan
leggen van de 150 kV lijn tussen Tilburg West en Tilburg
uitgevoerd naar de mogelijkheden van een verkabeling
Noord alsnog in dit Inpassingsplan in te voegen. Dit kan
tussen 150 kV-station Tilburg Noord en 150 kV-station
tevens voor enige verzachting zorgen van de
Tilburg West. Aan de hand van de reeds uitgevoerde
landschapsaantasting door de twee nieuwe bundels van 380
onderzoeken zijn twee technisch haalbare tracés uitgewerkt.
kV.
Een haalbaarheidsstudie dient aan te tonen of deze routes daadwerkelijke geschikt zijn voor een kabelverbinding. De nadere uitwerking van een eventuele verkabeling tussen Tilburg Noord en Tilburg West is geen onderdeel van het inpassingsplan voor de nieuwe 380 kVhoogspanningsverbinding tussen Rilland en Tilburg.
11.
@5.3 Conclusie (p. 45): de conclusie dat het gekozen tracé
Bij de tracering is wel degelijk rekening gehouden met het
De toelichting van het
in overeenstemming is met het beschreven rijksbeleid, is in
aspect natuur door de alternatieven en varianten te
inpassingsplan is
onze ogen voorbarig. Dat zal uiteindelijke afhangen van de
beoordelen wat betreft de effecten op de natuur (Natura-
aangevuld op het
wijze waarop wordt omgegaan met de beschermingsregels van
2000, Natuur Netwerk Nederland) zijn. Hiermee is het aspect
onderdeel
het Natuurnetwerk Nederland (Barro), inclusief de
natuur volwaardig meegenomen bij het bepalen van het
natuurcompensatie.
compensatie (zie verderop). Wij missen in dat kader een juiste
tracé.
toepassing van het ‘nee, tenzij’-beleid en de Spelregels NNN
Natuurcompensatie is opgenomen en uitgewerkt in het
zoals u die noemt op p. 41 en p. 51. Slechts in geval van
landschapsplan. De toetsing aan het ‘nee, tenzij’ - principe
zwaarwegend openbaar belang en het ontbreken van
zal ook in de plantoelichting nader worden beschreven.
alternatieven zijn ingrepen in het NNN toegestaan. Wij verzoeken u die toetsing op onontkoombaarheid van de aantasting van het NNN alsnog te verrichten.
Antwoordnota Bro-overlegreacties
65
12.
@6.3. Effecten op het landschap: hier wordt gesteld dat het
Bestaande bovengrondse hoogspanningsverbindingen zijn
De toelichting van het
‘landschappelijke hoofdpatroon enigszins wordt versterkt’
onderdeel van het Landschappelijk Hoofdpatroon (LHP).
inpassingsplan is
doordat de nieuwe 380 kV-lijn bundelt met de bestaande 380
Bundeling van nieuwe bovengrondse
aangevuld op het
kV. Dit doet in onze ogen geen recht aan de werkelijkheid ter
hoogspanningsverbindingen met bestaande wordt beschouwd
onderdeel landschap.
hoogte van Huis ter Heide. Licht positief is hier dat de
als een versterking van het LHP. Dat neemt niet weg dat
bestaande 380 kV uit het open natuurlandschap wordt
deze bundeling lokaal negatieven effecten op lijn en
verwijderd, maar het feit dat er een dubbele 380 kV-lijn elders
mastniveau kan hebben.
in Huis ter Heide voor in de plaats komt, maakt het effect op het landschap hier flink negatief. Wij verzoeken u dit te corrigeren. 13.
@6.4 (p. 50): er staat dat alle bepalingen mbt bescherming
Dit wordt aangepast.
De reactie leidt tot
van natuurgebieden en soorten zijn samengebracht in één
aanpassing in de
wet, maar dat gaat voorbij aan het feit dat daarnaast in het
toelichting.
Barro de beschermingsregels voor het NNN staan. Wij verzoeken u dit te corrigeren. 14.
@6.4.2: -
Deze zullen we opnemen in de betreffende paragraaf.
De reactie leidt tot
(p. 51) figuur 5.1 ontbreekt en N2000-gebied Loonse
aanpassing in de
en Drunense Duinen ontbreekt;
toelichting.
(p. 52) Een opsomming van NNN-gebieden met een kaart ontbreekt, graag toevoegen
15.
@6.4.3 (p. 52): -
Zie beantwoording onder 20.
(p. 52) wij onderschrijven niet de conclusie dat de
De reactie leidt tot aanpassing in de
stikstofdepositie zo laag is dat deze niet kan leiden tot
Ten aanzien van de onontkoombaarheid zie beantwoording
aantasting van de natuurlijke kenmerken van N2000-
onder 11.
toelichting.
gebieden. Zie onze opmerkingen bij het rapport -
Onderzoek Stikstofreductie;
De conclusie in het inpassingsplan wordt aangepast a.d.h.v.
(p. 53) onder ‘Natuurnetwerk Nederland’ wordt alleen
het aangepaste ecologische onderzoek. In de toelichting
het compensatiebeleid genoemd, maar, zoals wij
wordt tevens aangegeven dat eventuele benodigde
hierboven al opmerkten, is allereerst toetsing van de
maatregelen en toestemmingen worden genomen en
onontkoombaarheid van de ingreep verplicht.
aangevraagd. Hierover vindt afstemming plaats met bevoegd gezag en betrokken partijen.
Antwoordnota Bro-overlegreacties
66
Compensatie is slechts het sluitstuk van de beschermingsregels van het NNN; -
(p. 54): er staat dat er zich ‘in het plangebied geen zoogdieren bevinden waarbij permanent verlies aan leefgebied optreedt’. Dat klopt niet, zoals uit het Ecologisch onderzoek blijkt, wordt in elk geval het leefgebied van een dassenburcht zodanig aangetast dat wordt voorgesteld om deze te verplaatsen.
Landschapsplan 16.
380 kV is ook een aantasting van het landschap
De effecten van de nieuwe verbinding zijn opgenomen in het
De reactie leidt niet tot
Het Landschapsplan gaat voorbij aan het feit dat nieuwe
MER niet in het Landschapsplan. Het landschapsplan bouwt
aanpassing van het
hoogspanningsleidingen een forse impact kan hebben op de
daarop verder met inrichtingsmaatregelen die tot doel
inpassingsplan.
beleving van het landschap en dat zeer waardevolle
hebben de ruimtelijke effecten te mitigeren en de schade aan
landschappen, zoals in het geval van het halfopen
de natuur te compenseren.
natuurgebied Huis ter Heide, flink aangetast kunnen worden door een nieuwe 380 kV. Te veel wordt in onze ogen geredeneerd dat het landschap altijd verandert. Wij verzoeken u om dit aspect van negatieve impact/aantasting toe te voegen aan de teksten over landschap. 17.
Natuurcompensatieopgave schiet tekort
Parallel aan het Bro-vooroverleg en in aanloop naar de
De toelichting van het
Wij signaleren dat paragraaf 5.8 over de
terinzagelegging van het ontwerp inpassingsplan is in
inpassingsplan zal worden
natuurcompensatieopgave inhoudelijk weinig inzichtelijk is en
samenspraak met de betrokken overheden (gemeenten,
aangevuld met het
nog zeer onvolledig.
provincies, waterschappen) en andere belanghebbenden
landschapsplan.
Er staat weliswaar een totale compensatieopgave
gewerkt aan de uitwerking van de landschappelijke inpassing
Natuurnetwerk Brabant en Houtopstanden benoemd, maar wij
van het tracé. De uitwerking hiervan is opgenomen in het
kunnen niet zien hoe die oppervlakte tot stand gekomen is.
landschapsplan dat als bijlage is toegevoegd aan het ontwerp
Weliswaar staat in tabel 2 de opgave per beheertype maar dat
inpassingsplan.
geeft geen enkel inzicht van waar in Brabant die beheertypen liggen. Om het voor ons mogelijk te maken uw berekeningen
Erkende natuur (Natuur Netwerk Brabant) wordt
te volgen, is een gedetailleerde kaart met de exacte plekken
gecompenseerd volgens de regels van de provincie Noord-
van de aantastingen onontbeerlijk. Het rapport in voetnoot 10
Brabant. Het resultaat daarvan is opgenomen in het
Antwoordnota Bro-overlegreacties
67
‘Bepaling compensatieopgaven 380 kV’ geeft waarschijnlijk het
compensatierapport dat door Bureau Waardenburg is
nodige inzicht en zouden wij graag toegestuurd krijgen,
opgesteld. Daarnaast is een uitwerking opgenomen in het
evenals het genoemde rapport ‘Actualisatie methodiek NNB-
landschapsplan en een verantwoording opgenomen in de
compensatie ZW 380 kV’.
plantoelichting. Het compensatierapport en het
Hoe dan ook lijkt ons de genoemde totaalopgave van de
landschapsplan zijn opgenomen in de bijlage van de
compensatie voor heel Brabant, 24,47 ha (verwezen wordt
toelichting van het inpassingsplan.
naar afb 74 maar dat klopt niet), onbegrijpelijk klein. Immers, alleen al door natuurgebied Huis ter Heide moeten er twee brede stroken bos van 60 resp 70 m breed over een lengte van bijna drie kilometer gekapt worden. Dat is alleen al ongeveer 40 ha bos dat plat gaat in natuurgebied Huis ter Heide. Dat bos moet in onze ogen als verloren worden beschouwd en dus volledig gecompenseerd, inclusief toeslagfactor. Het feit dat er vooral uitleg wordt gegeven van het ruimtebeslag van de mastpoten (3 m2, 106 stuks), doet ons het ergste vrezen voor de wijze waarop u de compensatieopgave heeft berekend. Zonder de bovenstaande gevraagde gegevens is het voor ons verder onmogelijk om zinvol te reageren op de gegeven compensatieopgave. Wat betreft de te nemen inpassingsmaatregelen hebben wij alleen de voorstellen van Loon op Zand bekeken (hoofdstuk 17), in verband met het natuurgebied Huis ter Heide. In dat hoofdstuk staan nog slechts kaartjes en teksten over bestaande visies en beleid, maar voor de te nemen maatregelen komt het nog niet verder dan het benoemen van een zoekgebied voor compensatie. Wij wachten verdere voorstellen af. Inzake uitvoering en borging van het Landschapsplan en de natuurcompensatie verwijzen we naar onze bovenstaand gemaakt opmerkingen bij de Regels. Gelijktijdige realisatie
Antwoordnota Bro-overlegreacties
68
met de realisatie van de 380 kV moet in onze ogen een hard doel zijn. 18.
Reactie op MER (deel C)
Als onderdeel van de m.e.r. is bij start van het project een
De reactie leidt niet tot
Evenals in het Landschapsplan en de toelichting bij het
toetsingskader vastgesteld. Dit toetsingskader is gelijk aan
aanpassing van het
Inpassingsplan vergeet het MER (o.a. p. 82) dat
dat van eerdere vergelijkbare projecten en is geformuleerd
inpassingsplan.
veranderingen in het landschap ook een zeer negatieve impact
na advies van de commissie m.e.r.. Het kader is zo veel als
op het landschap kunnen hebben. Bijvoorbeeld als een zeer
mogelijk concreet, objectiveerbaar en praktisch hanteerbaar.
waardevol landschap, dat al dan niet beschermd is in het
Het begrip ‘Landschapspijn’ is inderdaad niet direct
overheidsbeleid, verblijd wordt met een hoogspanningsleiding.
herkenbaar als onderdeel van dit kader, maar speelt indirect
Dat is bijvoorbeeld bij het half open natuurlandschap van Huis
wel een rol in gehanteerde criteria.
ter Heide het geval. Landschapspijn is inmiddels een erkend fenomeen en dit zou niet mogen ontbreken in een MER. 19.
Reactie op rapport Ecologisch onderzoek beschermde
Naar aanleiding van deze reactie heeft het adviesbureau dat
De reactie leidt niet tot
flora en fauna:
het ecologisch onderzoek heeft uitgevoerd contact
aanpassing van het
Zie de bijlage voor een totaaloverzicht van onze reacties.
opgenomen met Natuurmonumenten. Tijdens dit overleg is
inpassingsplan.
Hieruit komen ook enkele algemene (onderstaande) vragen
over diverse soorten gesproken. Naar aanleiding hiervan is
voort.
er nog een onderzoek uitgevoerd (loopt nog) naar de
Uit de bijlage blijkt dat in het onderzoek her en der belangrijke
mogelijke aanwezigheid van de bruine eikenpage in het
soorten zijn gemist. Hoe worden die alsnog meegenomen in
gebied. Verder is er een aantal nuanceringen,
het proces, inclusief evt aanvullende mitigerende en
verduidelijkingen aangebracht in het onderzoek. Naar
compenserende maatregelen en de zorgplicht?
aanleiding van tracé wijzigingen na 2019, ter hoogte van de
Hoe wordt omgegaan met onze vraag in de bijlage dat de
Bosroute heeft er aanvullend veldonderzoek plaatsgevonden
daadwerkelijke aanleg van de 380 kV pas over een flink aantal
om inzicht te krijgen in de situatie wat betreft flora en fauna
jaren van start gaat en tussentijds nieuwe vestiging van
ter plaatse van het gewijzigde tracé. De resultaten van deze
soorten kan plaatsvinden?
onderzoeken worden ook besproken met het bevoegd gezag
Hoe wordt omgegaan met het feit dat na het veldonderzoek
in het kader van eventuele verlening van ontheffing.
van januari 2019 op de Bosroute nog diverse aanpassingen hebben plaatsgevonden (oa tracé, mastlocaties), waardoor het
Om het aspect natuur / soorten voldoende te borgen, ook in
tracé zelfs beperkt buiten het onderzoeksgebied lijkt te liggen.
de toekomst, wordt ook de te selecteren aannemer gevraagd (opgelegd) om onderzoek te doen (kort) voor uitvoering van werkzaamheden, om zo soorten in het gebied niet te vernietigen / doden. Ook TenneT is er alles aan gelegen om
Antwoordnota Bro-overlegreacties
69
flora en fauna goed en tijdig mee te nemen in de planvorming, vergunningverlening en de realisatie van het project. 20.
Reactie op rapport Ecologische beoordeling
Uit het onderzoek blijkt inderdaad dat er tijdens de
De reactie leidt niet tot
Stikstofdepositie
aanlegfase een tijdelijke stikstofdepositie op verschillende
aanpassing van het
Uit het onderzoek blijkt dat er tijdens de aanlegfase van de
Natura 2000-gebieden zal plaatsvinden. Uit de ecologische
inpassingsplan.
380 kV een tijdelijke extra depositie van stikstofverbindingen
beoordeling die naar aanleiding hiervan is uitgevoerd komt
op verschillende Natura 2000-gebieden gaat plaatsvinden.
naar voren dat met zekerheid significante negatieve effecten,
Voor de Brabantse Wal is die het hoogst, ruim 4 mol/ha en
als gevolg van de tijdelijke projectbijdrage, zijn uitgesloten
voor een gebied als de Loonse en Drunense Duinen 0,16
voor de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden
mol/ha. Wij zijn het niet eens met de conclusie die getrokken
en de voor deze gebieden gestelde
wordt dat dit niet leidt tot een significant effect op de
instandhoudingsdoelstellingen voor stikstofgevoelige
instandhoudingsdoelstellingen. Uit onderzoek is komen vast te
habitattypen of de soorten die daarvan afhankelijk zijn.
staan dat zelfs een gelijkblijvende depositie in jarenlange zwaar overbelaste gebieden, zoals de Brabantse Wal en de
Los van bovenstaande is per 1 juli 2021 de Wet
Loonse en Drunense Duinen, kan leiden tot verslechtering van
Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden.
de natuur en daarmee een negatief effect op de
Onderdeel van deze wet is dat alle bouw-, sloop- en
instandhoudingsdoelen. Zo’n verslechtering is in strijd met het
eenmalige aanlegactiviteiten worden vrijgesteld van een
Europese natuurbeschermingsbeleid en dit is bevestigd door
vergunningstraject in het kader van de Wnb voor wat betreft
de Raad van State-uitspraak over de PAS van 29 mei 2019. De
stikstofdepositie.
constatering dat regulier beheer en de reeds uitgevoerde instandhoudingsmaatregelen voldoende zijn om de geringe eenmalige toename van de stikstofdepositie te neutraliseren, is in dit kader ook onjuist en onterecht. Om de Nederlandse N2000-gebieden op orde te brengen is een forse reductie noodzakelijk en geen enkele toename, ook niet tijdelijk. Minimaal dient de tijdelijke toename volledig gecompenseerd te worden door vermindering van stikstofdepositie vanuit andere bronnen. Wij verzoeken u deze compensatie in het Inpassingsplan en de Wnb-vergunningen op te nemen.
Antwoordnota Bro-overlegreacties
70
10. GEMEENTE OOSTERHOUT 1.
In het nu voorliggende ontwerp komt de ruimtelijke impact
In het ontwerp inpassingsplan wordt het ondergrondse
De reactie leidt tot
van het vervangen van de bovengrondse verbinding door een
kabeltracé voor de aansluiting van 150 kV-
aanpassing in de
ondergrondse verbinding onvoldoende aan de orde. Terwijl dit
hoogspanningsstation Oosteind uitgebreider beschreven. Ook
toelichting van het
aspect qua ruimtebeslag zorgt dat er ter hoogte van de 380kV
wordt meer specifiek ingegaan op de uitbreiding van 150 kV-
inpassingsplan.
tracé een daalpunt en, op een andere plek in de nabijheid, een
station Oosteind, het ruimte beslag en de inpassing in het
opstijgpunt gerealiseerd dient te worden. Daarnaast zal er
landschap.
extra ruimtebeslag zijn ter plaatse van het station Oosteind. Enerzijds door het verdubbelen van het circuit (i.v.m. leveringseisen energie) en anderzijds door het aansluiten van de ondergrondse verbinding ter plaatse van het station terwijl het bestaande station moet blijven functioneren. Dit alles heeft tot gevolg dat de situatie en de ruimtelijke uitstraling ter plekke verandert. Alhoewel de totale oppervlakte van het station niet of nauwelijks wordt vergroot, wordt de uiteindelijke situatie van het station wel anders. 2.
Wij vragen, vanwege de ruimtelijke impact die de
Er is in afstemming met de Samenwerkende Overheden een
De reactie leidt niet tot
veranderingen hebben op de omgeving, bijzondere aandacht
Communicatie- en participatieplan opgesteld door TenneT
aanpassing van het
voor de communicatie met de omwonenden. Door Corona is de
waarbij invulling wordt gegeven aan de communicatie en
inpassingsplan.
goed opgezette communicatiestrategie gewijzigd van koers.
participatie richting de gemeenten, bedrijven en bewoners.
Deze koerswijziging in communicatie mag niet leiden tot het
Wij danken u voor de suggestie om omwonenden ook voor
minder betrekken van omwonenden bij de planvorming,
het vervolg intensief te blijven betrekken. De maatregelen in
waaronder de landschappelijke inpassing. Zij hebben in
het landschapsplan binnen de gemeente Oosterhout zijn
eerdere werkateliers ter voorbereiding van de landschappelijke
opgenomen in het Landschapsplan en zullen inderdaad ook
inpassing aangegeven betrokken te willen blijven bij dit
nog nader geconcretiseerd worden (na ter inzagelegging van
aspect. Het betreft immers het uitzicht wat zij gaan krijgen.
het ontwerp IP).
Wij hebben geconstateerd dat de landschappelijke inpassing ter hoogte van ons grondgebied nog niet compleet is. Wij vragen u nadrukkelijk om bij de verdere invulling de direct omwonenden actief te betrekken.
Antwoordnota Bro-overlegreacties
71
3.
Daarnaast vragen wij aandacht voor individuele behoefte bij
Zie beantwoording onder 2. Ten aanzien van de specifieke
De reactie leidt niet tot
onze inwoners. Ons bereiken klachten omtrent het gevoel niet
vragen die betrekking hebben op het ruimtebeslag op
aanpassing van het
gehoord te worden door initiatiefnemers. Het uitblijven van
agrarische gronden zal TenneT in gesprek gaan met de
inpassingsplan.
antwoorden op gestelde vragen vormt hier de aanleiding voor.
betreffende rechthebbenden voor de beantwoording van
De vragen hebben betrekking op het ruimtebeslag op
deze vragen.
agrarische gronden die voor een langere periode niet in te zetten zijn voor de bedrijfsvoering en de compensatie hiervoor; de mogelijke vervuiling bij te verwijderen masten welke gevolgen heeft voor de agrarische bedrijfsvoering en wie daarvoor verantwoordelijk is; als gronden in uiteindelijke situatie niet meer agrarische bruikbaar zijn wat zijn dan de (planologische) mogelijkheden? Hierover komen wij graag, samen met betrokkene, met u in gesprek.
11. PRORAIL 1.
In het kader van de tracéstudie is een EMC-studie uitgevoerd
Er zal worden bezien in hoeverre de elektromagnetische
De reactie leidt niet tot
over de beïnvloeding van de hoogspanningsverbinding op de
beïnvloeding tussen de hoogspanningsinfrastructuur en
aanpassing van het
spoorinfrastructuur. Hierdoor zijn eventuele risico’s aangaande
spoorinfrastructuur in dit stadium van het project kan
inpassingsplan.
van EMC en de mogelijke mitigerende maatregelen nog niet
worden onderzocht. TenneT draagt zorg voor het voorkomen
voldoende in beeld gebracht. Gevraagd wordt om in deze fase
van eventuele ontoelaatbare beïnvloeding.
een verkenning conform de ProRail richtlijn 398 uit te voeren.
12. GEMEENTE WOENSDRECHT 1.
De gemeente is tevreden dat ook het planologisch verwijderen
Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen
De reactie leidt niet tot
van de straks overbodige hoogspanningsverbindingen in deze
aanpassing van het
plannen reeds meegenomen is.
inpassingsplan.
Antwoordnota Bro-overlegreacties
72
2.
In de gemeente Woensdrecht verdient vooral het toekomstige
De landschappelijke inpassing van het betreffende
De reactie leidt niet tot
opstijgpunt in het open polderlandschap de nodige aandacht.
opstijgpunt wordt in afstemming met de gemeente nader
aanpassing van het
Hier wordt aandacht gevraagd voor de verdere
uitgewerkt en opgenomen in het landschapsplan.
inpassingsplan.
De gemeente Woensdrecht vertrouwd erop dat de mogelijke
Hinder en overlast bij de aanleg van de verbinding wordt
De reactie leidt niet tot
hinder en overlast (voor mens en natuur) van de aanleg van
vanzelfsprekend zoveel mogelijk beperkt.
aanpassing van het
landschappelijke inpassing van de nieuwe hoogspanningsverbinding en specifiek het toekomstige opstijgpunt in het open polderlandschap. 3.
deze verbinding voor de omgeving zo veel als mogelijk
inpassingsplan.
beperkt wordt, danwel dat eventuele schade zo spoedig mogelijk hersteld wordt
13. GEMEENTE WAALWIJK 1.
Het tracé loopt ten zuiden van Waspik voor een relatief klein
Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen.
De reactie leidt niet tot
gedeelte door de gemeente Waalwijk. Voor Waalwijk was de
aanpassing van het
landschappelijke inpassing van belang en hierin is de
inpassingsplan.
gemeente meegenomen.
14. VEILIGHEIDSREGIO ZEELAND 1.
Wij adviseren u om bij de realisatie van het tracé rekening te
Er is nagegaan in hoeverre een nadere onderbouwing van de
De reactie leidt tot
houden met de effecten van ongevallen met gevaarlijke stoffen,
aanvaardbaarheid van de externe veiligheid in relatie tot het
aanpassing van de
waarbij met name de hittestraling als gevolg van een
tracé van de hoogspanningsverbinding noodzakelijk is. Naar
toelichting van het
fakkelbrand of BLEVE aandacht vraagt.
aanleiding daarvan is de tekst in de toelichting aangevuld
inpassingsplan.
Antwoordnota Bro-overlegreacties
73
2.
We adviseren de hoogspanningsmasten alsook de
In het kader van de waterveiligheid wordt het ontwerp en de
De reactie leidt niet tot
aansluitpunten zo uit te voeren dat overstroming geen gevaar
uitvoering van de hoogspanningsmasten en de
aanpassing van het
vormt voor de stabiliteit en ook het functioneren van de
aansluitpunten met de Veiligheidsregio Zeeland afgestemd.
inpassingsplan.
hoogspanningsverbinding. We adviseren u om hierbij rekening
Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen zal
te houden met de waterdieptes. Wij verzoeken u de wijze
nader op dit aspect worden ingegaan. Dit behoeft geen
waarop u op lange termijn de energie infrastructuur waterveilig
aanvulling in de toelichting van het inpassingsplan
gaat houden vooraf af te stemmen met Veiligheidsregio Zeeland. 3.
Advies: wij adviseren u de mogelijke verstorende werking van
In 2015 is een radarverstoringsonderzoek uitgevoerd door
De reactie leidt niet tot
de 380 kV verbinding op de werking van de radar voor scheep-
TNO voor het volledige tracé van Zuid West 380 kV. De
aanpassing van het
en luchtvaartverkeer te onderzoeken en daar waar nodig te
masthoogtes zijn mede gebaseerd op voorkomen van
inpassingsplan.
beperken. Het tracé kruist het Schelde-Rijnkanaal en in de
verstoring en de zones voor luchtvaartverkeer zijn
nabijheid van het tracé ligt ook vliegbasis Woensdrecht.
opgenomen in de planregels van het inpassingsplan. Er
Aangezien het tracé binnen Zeeland door dunbevolkt gebied
wordt nog bezien in hoeverre dit onderzoek geactualiseerd
loopt, verwachten wij geen grote gevolgen voor de
dient te worden voor het definitieve tracé van Zuid West 380
volksgezondheid als gevolg van elektromagnetische straling
kV Oost en de vakwerkmasten. Dit gebeurt voor vaststelling van het plan. Het zal naar verwachting niet leiden tot een andere tracékeuze.
15. WATERSCHAP SCHELDESTROMEN 1.
De voorgenomen activiteiten kunnen vergunningplichten
Indien na exacte locatiebepaling blijkt dat vergunningen
De reactie leidt niet tot
ingevolge diverse waterschapsverordeningen inhouden. Dit is
noodzakelijk zijn, wordt het Waterschap hierover
aanpassing van het
afhankelijk van de locatie van de masten. Wij adviseren deze
geïnformeerd.
inpassingsplan.
locaties in een zo vroeg mogelijke stadium aan het waterschap te verstrekken zodat de relevante wegen-, waterkeringen- en watersysteemaspecten zoveel mogelijk kunnen worden geborgd.
Antwoordnota Bro-overlegreacties
74
16. GEMEENTE LOON OP ZAND 1.
Op basis van de nu door TenneT opgeleverde onderzoeken en
De door de minister vastgestelde variant Bruin Plus voldoet
De reactie leidt niet tot
analyses kunnen wij instemmen met het optimaliseren van het
aan de door de gemeente genoemde criteria:
aanpassing van het
VKA 2019 naar een variant Bruin Plus en vragen wij de
- Het kadastrale perceel Kraanven 22 komt met de tracering
inpassingsplan.
Minister om zijn eerdere besluit te heroverwegen. Daarbij stellen wij nadrukkelijk de twee genoemde criteria als eis bij de verdere uitwerking:
van variant Bruin Plus volledig buiten de specifieke magneetveldzone te liggen. - De waardevolle stuifduinen met zomereiken worden in
▪ Het kadastrale (woon)perceel Kraanven 22 dient volledig
ruimtelijke zin volledig ontzien doordat de planzone de
buiten de magneetveldzone te liggen, zodat de woning geen
stuifduinen niet raakt.
gevoelige bestemming is en wordt. ▪ De waardevolle stuifduinen worden in ruimtelijke zin volledig ontzien: er vindt op geen enkele wijze een fysieke aantasting plaats, ook niet bij een mogelijke calamiteit (zoals draadbreuk). 2.
Het inpassingsplan komt te vroeg voor de uitwerking van de
De vergelijking van de verschillende varianten is toegelicht in
De reactie leidt niet tot
‘Bosroute’: we kunnen het hierin opgenomen tracé niet als
de notitie ‘Effectenbeschrijving varianten Bosroute’ van 8
aanpassing van het
definitief beschouwen, omdat juist nog niet is voldaan aan een
februari 2021 (kenmerk 00..678.20 0900025). Hierin zijn
inpassingsplan.
cruciaal punt, namelijk een complete en juiste vergelijking van
alle varianten voorzien van een effectenbeoordeling op de
de tracés in de integrale effectenanalyse.
aspecten leefomgevingskwaliteit, landschap, natuur, archeologie, bodem en water, nettechniek en
De gemeente acht het essentieel voor zowel de werkgroep
investeringskosten. Op basis van deze effectenbeschrijving
Kraanven als de gemeenten hoe de varianten zijn gewogen om
heeft de toenmalige Minister van Economische Zaken en
inzicht te krijgen hoe met variant Bruin Plus invulling wordt
Klimaat gekozen voor variant Bruin Plus, waarbij zoveel als
gegeven aan een zorgvuldige afweging van alle belangen in
mogelijk rekening wordt gehouden met de - tegengestelde
het gebied.
belangen - van de belanghebbenden. Deze effectenbeoordeling is naar aanleiding van de Brooverlegreactie nogmaals doorgenomen met de gemeente en nader toegelicht aan de direct belanghebbenden.
Antwoordnota Bro-overlegreacties
75
3.
In artikel 3.11.6 stelt u dat het landschapsplan een onderdeel
De reactie leidt tot
vormt van dit inpassingsplan, maar dat dit nog niet voldragen
Erkende natuur (Natuur Netwerk Brabant) wordt
aanvulling in de toelichting
is. Graag werken we de komende maanden samen met u en
gecompenseerd volgens de regels van de provincie Noord-
van het inpassingsplan.
betrokken partijen het landschapsplan, dat nu nog erg
Brabant. Het resultaat daarvan is opgenomen in het
abstract en op hoofdlijnen is, verder uit.
compensatierapport dat door Bureau Waardenburg is
Doel hiervan is om de landschappelijke ingrepen, compensatie
opgesteld. Daarnaast is een uitwerking opgenomen in het
en inpassing zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de
landschapsplan en een verantwoording opgenomen in de
landschappelijke kenmerken en bij de ambities en initiatieven
plantoelichting. Het compensatierapport en het
voor het gebied (waaronder landschapspark Pauwels).
landschapsplan zijn opgenomen in de bijlage van de toelichting van het inpassingsplan.
Daarbij hechten wij eraan nogmaals te refereren aan onze opmerkingen uit het advies van 5 juni 2019, dat met de keuze
In het landschapsplan staan de inrichtingsmaatregelen die
voor de ‘bosroute’ er sprake is van een fikse landschappelijke
noodzakelijk zijn voor een goede inpassing van de nieuwe
doorsnijding van natuurgebied Huis ter Heide. Dat maakt
verbinding in het landschap. De inrichtingsmaatregelen zijn
weliswaar onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant
waar mogelijk en zinvol gecombineerd tot integrale
(NNB), maar is geen Natura 2000- gebied, waardoor de
inrichtingsmaatregelen die een functie vervullen voor zowel
landschappelijke aantasting feitelijk niet is aangemerkt als
de landschappelijke inpassing als de natuurcompensatie.
knelpunt. Door de stapeling van veel nutsleidingen wordt dit gebied – dat een belangrijke schakel vormt tussen Huis
Parallel aan het Bro-vooroverleg en in aanloop naar de ter
ter Heide en het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen –
inzage legging van het ontwerp inpassingsplan is in
bovenmatig belast.
samenspraak met de betrokken overheden (gemeenten, provincies, waterschappen) en andere belanghebbenden
Wij vragen de Minister en TenneT om zich in te spannen de
gewerkt aan de uitwerking van de landschappelijke inpassing
schade die ontstaat te minimaliseren, te zorgen voor een
van het tracé. De uitwerking hiervan is opgenomen in het
optimale landschappelijke inpassing en waar nodig maximaal
landschapsplan dat als bijlage is toegevoegd aan het ontwerp
te compenseren. Niet alleen kwantitatief, maar vooral ook
inpassingsplan.
kwalitatief. 4.
In hoofdstuk 5 gaat u in op hoe het project zich verhoudt tot
Zoals beschreven in paragraaf 5.3 is het gemeentelijk beleid
De reactie leidt niet tot
het ruimtelijke beleid. Wat opvalt is dat hier niet ingegaan
betrokken bij de totstandkoming van het tracé en bij de
aanpassing van het
wordt op gemeentelijk beleid. In paragraaf 5.3 wordt
toetsing van de alternatieven in het MER. Deze informatie is
inpassingsplan.
desondanks wel geconcludeerd dat gemeentelijke
dan ook opgenomen in het MER.
Antwoordnota Bro-overlegreacties
76
beleidsuitgangspunten zijn meegenomen. Dat is niet te beoordelen. Wij vinden het van belang om bij de uitwerking van een tracé zo goed mogelijk rekening te houden met en aansluiting te vinden bij relevant gemeentelijk beleid. Bij ons gaat het dan in ieder geval om de Structuurvisie Loon op Zand 2030, het Groenstructuurplan en het Masterplan voor Landschapspark Pauwels. 5.
Er is een eerste bureauonderzoek uitgevoerd, dat voor zover
Het archeologisch onderzoek is aangepast naar aanleiding
De toelichting van het
wij weten nog niet is voorgelegd aan de gemeentelijke
van het vooroverleg dat heeft plaatsgevonden. Hierin is ook
inpassingsplan is
archeoloog. We vragen ons op dit moment twee dingen af.
het meest recente tracé opgenomen.
aangevuld met het
Is het meest recente tracé (Bruin Plus) in het
Het archeologisch onderzoek is voor een reactie / akkoord
aangepast archeologisch
bureauonderzoek opgenomen? En is de vorig jaar ‘ontdekte’
voorgelegd aan de gemeentelijk archeoloog of de adviseur
onderzoek.
schuilkelder aan het Kraanven hierin meegenomen?
van de gemeente. Eventueel vervolgonderzoek vindt plaats in overleg en
Daarbij komt nog de vervolgvraag hoe omgegaan wordt met
afstemming met het bevoegd gezag om zo het aspect
de detailuitwerkingen, in het tracé dan wel bij het bepalen van
archeologie mee te nemen bij de uitvoering / realisatie van
de locaties van de mastvoeten. Op basis van een compleet
het project. In dat kader, en met de specifieke informatie
bureauonderzoek zullen wij de gemeentelijk archeoloog om
over het tracé die aanwezig is, wordt aan dit onderzoek
advies vragen.
verder invulling gegeven. Ook hebben zogenaamde 'rechtstanden' sessies plaatsgevonden waarin vanuit o.a. omgevingsaspecten is gekeken naar de exacte locatie van mastvoeten. Het aspect archeologie is meegenomen in dit overleg.
6.
Op de verbeelding is de aanduiding L-HV-380 bij de oostelijke
Dit is gecontroleerd en toegevoegd aan de legenda bij de
De reactie leidt tot
verbinding niet terug te vinden in de legenda.
verbeelding.
aanpassing op de verbeelding van het inpassingsplan.
Antwoordnota Bro-overlegreacties
77
7.
In artikel 8.2.a.1 en artikel 10.2.a.1 wordt verwezen naar een
De bouwhoogte zal worden opgenomen in het ontwerp
De reactie leidt tot