CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-019770 Bijlage 14- Relevante-onderzoeken-adviezen-en-correspondentie

Opiniërende raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-019770 Ontwerp Inpassingsplan 380 kV27.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Totaalconclusie combineren heel deelgebied 3 (resterende tracés op hoofdlijnen) De tracés Paars en Blauw combineren overal. Het tracé Geel combineert grotendeels, namelijk uitgezonderd een gedeelte van deelgebied 3b. Het tracé Rood combineert grotendeels, namelijk uitgezonderd een gedeelte van deelgebied 3b.

C. Gevoelige bestemmingen (werkelijk nieuwe gevoelige bestemmingen) Als je het aantal gevoelige bestemmingen als gevolg van de nieuwe hoogspanningsverbinding neemt minus het aantal reeds bestaande gevoelige bestemmingen dat daarvan deel uitmaakt (deze laatste zijn gevoelige bestemmingen die reeds in de magneetveldzone liggen van een bestaande hoogspanningsverbinding, alsook in de magneetveldzone van de nieuwe hoogspanningsverbinding komen te liggen), is over het gehele traject bezien het verschil nog maar beperkt onderscheidend. Het gaat dan dus om de werkelijk nieuwe gevoelige bestemmingen. De onderlinge verschillen tussen de diverse tracés (Alternatieven Paars, Blauw, Rood en Geel en de varianten daarop) vlakken dan namelijk enorm af. Lokaal kunnen de verschillen wel onderscheidend zijn. Over het gehele tracé bezien baseren de samenwerkende overheden hun afweging op de werkelijk nieuwe gevoelige bestemmingen. Zie ook hoofdstuk 3. Gezien het bovenstaande is dit criterium niet nader uitgewerkt voor de verschillende tracés. Voor de samenwerkende overheden is ook het volgende heel belangrijk. In relatie tot de gevoelige bestemmingen wordt ook verwezen naar de in hoofdstuk 3 beschreven onderdelen en pluspunten bij het criterium ‘Leefomgeving’, welke integraal onderdeel uitmaken van het advies van de samenwerkende overheden.

21

D. Natuur Voor wat betreft het criterium ‘natuur’ is door de samenwerkende overheden gekeken naar de effecten op de Natura 2000-gebieden, het NatuurNetwerk Brabant en Nederland (NNB/NNN) en overige natuurgebieden van enige omvang. Gebruik is gemaakt van de provinciale en lokale kennis van de aanwezige natuurgebieden. Tevens is gebruik gemaakt van de kennis van de natuurbeherende organisaties.

Deelgebied 1 Rilland – Roosendaal (Borchwerf) Conclusie natuur deelgebied 1 Tussen Rilland en Roosendaal (Borchwerf) loopt elk resterend tracé op hoofdlijnen (Blauw, Geel, Paars en Rood) door een natuurgebied van enige omvang. Er is geen sprake van relevante verschillen. Toelichting - De tracés Blauw en Geel lopen over het natuurgebied Markiezaatsmeer. - De tracés Paars en Rood lopen via het natuurgebied De Brabantse Wal (landgoederen Mattemburgh, Groot Molenbeek en Zoomland). Extra informatie Ten tijde van deze vergelijking kwam informatie beschikbaar van TenneT/Tauw over het naar verwachting in het kader van Natura 2000 niet vergunbaar zijn van een bovengronds tracé over het Markiezaatsmeer. In feite resteerden daarmee in deze omgeving van deelgebied 1 nog de volgende tracés: a) Markiezaatsmeer ondergronds; b) Brabantse Wal boven- dan wel ondergronds (of een combinatie van boven- en ondergronds).

Deelgebied 2 Roosendaal (Borchwerf) – Standdaarbuiten Conclusie natuur deelgebied 2 Tussen Roosendaal (Borchwerf) en Standdaarbuiten lopen de drie resterende tracés op hoofdlijnen (Blauw, Geel en Paars) niet door natuurgebieden van enige omvang. Er is geen sprake van relevante verschillen. Toelichting Alle resterende tracés lopen hier langs de snelweg A17 en niet door natuurgebieden van enige omvang.

Deelgebied 3 Standdaarbuiten – Tilburg (opgeknipt in gebiedsdelen) 3a Standdaarbuiten – A16 Conclusie Tussen Standdaarbuiten en de A16 zijn er bij de resterende tracés op hoofdlijnen beperkte verschillen op het vlak van het raken van natuurgebieden van enige omvang: de tracés Paars en Blauw doorkruisen in dit gebied een smal deel van een natuurgebied van enige omvang, de tracés Rood en Geel lopen in dit gebied door twee natuurgebieden van enige omvang. Toelichting - De tracés Paars en Blauw lopen hier langs de snelweg A17 en doorkruisen op een smal deel het natuurgebied Roode Vaart. Waar het tracé Blauw in noord-zuid-richting loopt, loopt het tracé langs de snelweg A16 waar zich 22

geen natuurgebieden van enige omvang bevinden. - De tracés Rood en Geel lopen hier door het natuurgebied Poldersdijk/Hoevense Beemden en door het natuurgebied Weimeren. 3b A16 – Geertruidenberg/Oosterhout Conclusie Tussen de A16 en Geertruidenberg/Oosterhout zijn er bij de resterende tracés op hoofdlijnen duidelijke verschillen op het vlak van het raken van natuurgebieden van enige omvang: het tracé Paars (d.w.z. Variant Paars, Alternatief Paars is bij de eerste schifting al weggestreept) loopt in dit gebied door een natuurgebied van enige omvang, de tracés op hoofdlijnen Blauw en Geel in beperkte mate, het tracé Rood loopt in dit gebied door meerdere natuurgebieden van enige omvang. Toelichting - Het tracé Paars (Variant Paars) loopt hier door het natuurgebied Zonzeel. - De tracés Blauw en Geel lopen hier –afhankelijk van de nog te maken keuze- door of langs het natuurgebied de Linie van Den Hout (in het laatste geval loopt het tracé dan een stukje door het natuurgebied Binnenpolder Terheijden). - Het tracé Rood loopt hier door meerdere natuurgebieden van enige omvang: Rooskensdonk, Vierde Bergboezem, Haagse Beemden Bos en Landgoed Oosterheide. 3c Geertruidenberg/Oosterhout – Tilburg Conclusie Tussen Geertruidenberg/Oosterhout en Tilburg loopt elk van de resterende tracés (Variant Paars en tracé Rood) door natuurgebieden van enige omvang.

Er is geen sprake van relevante verschillen. Toelichting - Het tracé Paars (Variant Paars) loopt door het natuurgebied Hoge en Lage Dijk en –uitgaande van de Bosroute voor het deel De Moer-Tilburg- door het natuurgebied Huis ter Heide. - Het tracé Rood loopt door de natuurgebieden Boswachterij Dorst, Rekken/Lange Rekken en Huis ter Heide (waaronder natuurontwikkelingsplan Lobelia). Totaalconclusie natuur heel deelgebied 3

Alle resterende tracés op hoofdlijnen lopen geheel of gedeeltelijk door een of meerdere natuurgebieden. Het tracé Rood doorkruist de meeste natuurgebieden.

EINDCONCLUSIE VERGELIJKING OP HOOFDLIJNEN De vergelijking resulteerde in een richting voor een noordelijk georiënteerd tracé voor de deelgebieden 2 en 3. Voor deelgebied 1 resteerden, na de informatie van TenneT/Tauw over het naar verwachting in het kader van Natura 2000 niet vergunbaar zijn van een bovengronds tracé over het Markiezaatsmeer, in feite nog de volgende tracés in deze omgeving van deelgebied 1: a) Markiezaatsmeer ondergronds; b) Brabantse Wal boven- dan wel ondergronds (of een combinatie van boven- en ondergronds).

23

5.

Tweede schifting

Vervolgens heeft -voortbordurend op de eerste schifting en met gebruikmaking van genoemde vergelijking- een tweede schifting plaatsgevonden mede aan de hand van de uitwerking van de gehanteerde criteria: ‘geen nieuwe doorsnijding van het landschap’ (bij een nieuwe doorsnijding wordt niet gebundeld), ‘combineren’, ‘leefomgeving’ (onder andere gevoelige bestemmingen), ‘natuur’. Als vertrekpunt voor de tweede schifting hier nogmaals het kaartbeeld dat na de eerste schifting resteerde:

DEELGEBIED 1 - Van de resterende tracés (alternatieven en varianten) vinden de samenwerkende overheden Alternatief Blauw en Alternatief Geel in deelgebied 1 (betreft blauwe en gele doorgetrokken lijnen daar op de kaart: B1 en G1) om de volgende redenen onwenselijk, het minst passend bij de criteria, dan wel om andere redenen geen goede keuze: • deze alternatieven lopen via het Markiezaatsmeer. Bovengronds zijn deze tracés in het kader van Natura 2000 naar verwachting niet vergunbaar; 24

•

•

•

• •

een ondergronds tracé via het Markiezaatsmeer en het Zoommeer betekent in totaliteit 9,4 kilometer ondergronds. In totaliteit is voor het tracé tussen Rilland en Tilburg in beginsel 10 kilometer beschikbaar. Door in deelgebied 1 reeds 9,4 kilometer in te zetten, zijn er geen mogelijkheden meer om elders in het traject ondergrondse aanleg te hanteren; een complex 150 kV-kabeltracé naar het 150 kV-station Bergen op Zoom en een complexe uitbreiding van dit station, een en ander met de nodige impact voor het gebied en de daar gelegen bedrijven, kan voorkomen worden door in deelgebied 1 te kiezen voor een tracé over de Brabantse Wal en niet te kiezen voor Alternatief Blauw of Geel; doorkruising van het regionaal afgestemde, nog te ontwikkelen bedrijventerrein 'De Spie' in Bergen op Zoom kan voorkomen worden door in deelgebied 1 te kiezen voor een tracé over de Brabantse Wal en niet te kiezen voor Alternatief Blauw of Geel; de Alternatieven Blauw en Geel leiden in deelgebied 1 bovendien tot meer werkelijk nieuwe gevoelige bestemmingen dan de Alternatieven Paars (met bijbehorende varianten) en Rood; ook de gemeenten Reimerswaal en Tholen en de provincie Zeeland zijn gezien de ruimtelijke impact geen voorstander van een tracé via het Markiezaatsmeer (boven- dan wel ondergronds).

- Overige overwegingen ten aanzien van deelgebied 1: • voor het tracé over de Brabantse Wal (de Alternatieven Paars en Rood) in deelgebied 1 wordt ondergrondse aanleg bij Mattemburgh, onderdeel van Natura 2000-gebied Brabantse Wal (Woensdrecht; Variant Paars/paarse stippellijn daar op de kaart: P1-vWo) beslist noodzakelijk geacht (betreft circa 6,5 kilometer). Gelet op de situatie ter plekke betekent een bovengronds tracé daar een duidelijk slechtere tracering met veel meer impact voor het gebied. In vergelijking met een bovengronds tracé is bij Mattemburgh een ondergronds tracé om meerdere redenen beter: vanuit oogpunt van natuur (niet door het gebied maar langs het gebied, geen draadslachtoffers), ligging naast de buisleidingenstraat en nabij de spoorlijn en een weg (bundeling) en ligging naast/nabij de huidige dan te amoveren 150 kV bovengrondse hoogspanningsverbinding (daardoor weinig impact). Ook heeft een ondergronds tracé veel minder landschappelijke impact, waarbij bovendien beseft moet worden dat hier dan niet alleen de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding maar ook de bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding ondergronds wordt gebracht. Bekend is dat ondergrondse aanleg van een 380 kV hoogspanningsverbinding goed gemotiveerd moet worden.

Vandaar dat in overleg met de natuurbeherende organisatie van het betreffende deel van de Brabantse Wal en de gemeente Woensdrecht, het vorenstaande hieronder ook nog zo specifiek mogelijk is uitgeschreven: Het tracé over de Brabantse Wal is gelegen tussen twee belangrijke Natura 2000-gebieden: westelijk het Markiezaat (een in Europees opzicht belangrijk vogelgebied voor water- en moerasvogels en een grote kolonie Lepelaars), oostelijk de Brabantse Wal (met op Mattemburgh oude cultuurhistorisch waardevolle bossen, van belang voor Natura 2000-doelsoorten). Beseft moet worden dat deze omgeving het méést vogelrijke gebied van de provincie Noord-Brabant is. Het bovengrondse tracé over de Brabantse Wal vormt een grote inbreuk op het Natura 2000gebied 'De Brabantse Wal'. Daarbij zouden een groot areaal aan bos, een deel van het landgoed Mattemburgh (met daarin de zichtlijnen vanuit de Theekoepel), een beekdal met natuurwaarden (het beekdal van de Blaffert) en de oude boerderijlocatie Lindonk verloren gaan. Gelet op de aangehaalde grote vogelrijkheid van de omgeving betekent een bovengronds tracé hier ook een 25

•

•

grote kans op draadslachtoffers. Bovendien zou een bovengronds tracé een uitdaging vormen vanwege de hoogteverschillen in het landschap en de hoogtebeperking voor masten in verband met de vliegbasis Woensdrecht. De impact van het bovengrondse tracé op het gebied zou daarmee enorm zijn. Het ondergrondse tracé over de Brabantse Wal (Variant P1-vWo) ligt direct aansluitend aan de bestaande buisleidingenstraat en doorsnijdt geen Natura 2000-gebied. De hoogspanningsverbinding gebundeld aan de N289, de spoorlijn en de buisleidingenstraat ondergronds aanleggen is erg belangrijk. Behalve de hiervoor al genoemde gevolgen van een bovengrondse 380 kV hoogspanningsverbinding ter plaatse, is ook nog van belang dat de bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding (die bij een ondergronds 380 kV tracé ter plaatse daar ook ondergronds wordt gebracht) zeer storend is in het waardevolle overgangslandschap van de Brabantse Wal naar het open Markiezaatsgebied en ook nog eens zorgt voor draadslachtoffers. Het oude parkbos en de overige oude bossen op Mattemburgh en de boerderij Lindonk worden bij het ondergrondse tracé ontzien, omdat het ondergrondse tracé voornamelijk door reeds open gebied loopt. Er zullen minder draadslachtoffers vallen in de uitwisseling van vogels tussen de Prins Karelpolder en de Hogerwaardpolder en het Markiezaat.

Het verdwijnen van de huidige bovengrondse 150 kV hoogspanningsverbinding is tevens een belangrijke landschappelijke verbetering. Er wordt vanuit gegaan dat ook een ondergronds tracé in overleg met de natuurbeherende organisatie (Brabants Landschap) zorgvuldig zal worden gedetailleerd, rekening houdend met de bestaande natuurwaarden; in het verlengde van de noodzakelijk geachte ondergrondse aanleg bij Mattemburgh wordt gepleit om ook in de naaste omgeving in Bergen op Zoom extra ondergrondse aanleg te bezien (Variant Paars/paarse stippellijn daar op de kaart: P1-vBe (geheel of gedeeltelijk)), zonder maatwerkoplossingen elders onmogelijk te maken; de tracés over het Markiezaatsmeer (Alternatieven Blauw en Geel en de varianten daarop) zijn alleen weer in beeld gekomen omdat vanwege juridische redenen in het kader van de uit te voeren milieueffectrapportage, alsnog het volledige deelgebied 1 weer in beschouwing moest worden genomen (met ook de mogelijkheid van ondergrondse aanleg). Zowel in 2011 als aanvankelijk ook in 2014 werd reeds geconcludeerd tot een tracé over de Brabantse Wal (Alternatieven Paars en Rood en de varianten daarop). Dat tracé is in deelgebied 1 dus altijd duidelijk in beeld geweest.

Conclusie deelgebied 1: Gelet op al het vorenstaande en de aansluiting op deelgebied 2 is de conclusie van de samenwerkende overheden voor deelgebied 1: tracé P1-vWo.

26

DEELGEBIED 2 Vooraf: deelgebied 2 is specifiek met heel veel tracéalternatieven en varianten, soms ook erg dicht bij elkaar. Vandaar dat bij dit deelgebied wat verder ingezoomd is, ook qua motivering. - Van de resterende tracés (alternatieven en varianten) vinden de samenwerkende overheden Alternatief Blauw, Alternatief Paars en Alternatief Geel in deelgebied 2 (betreft blauwe, paarse en gele doorgetrokken lijnen daar op de kaart: B2, P2 en G2) en de Variant Geel ten westen van de A17 in deelgebied 2 (betreft gele stippellijn daar op de kaart: G2-vWe) om de hierna genoemde redenen onwenselijk, het minst passend bij de criteria, dan wel om andere redenen geen goede keuze. Eerst echter een korte verhandeling vooraf gelet op de specifieke situatie ter plaatse. Tracéalternatieven en varianten langs rijksweg A17, buisleidingenstraat en bestaande hoogspanningsverbindingen in deelgebied 2 • uitsluitend de alternatieven en varianten die bundelen met de rijksweg A17, de buisleidingenstraat en de bestaande hoogspanningsverbindingen, leiden niet tot een nieuwe doorsnijding in deelgebied 2. Andere alternatieven en varianten bundelen niet in deelgebied 2 en leiden tot een nieuwe doorsnijding; • maximale bundeling in de bestaande infrastructurele zone in deelgebied 2 wordt nagestreefd; • in deelgebied 2 is er sprake van een duidelijke bestaande infrastructurele zone.

Deze zone bestaat uit een westelijk gelegen bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding en een meest oostelijk gelegen rijksweg A17 en daartussen een bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding en een buisleidingenstraat. Deze infrastructuren hebben ieder hun eigen zonering. De leefomgeving in dit gebied is door deze bestaande bundeling aan infrastructuren en zoneringen al aangetast. Deze infrastructurele zone zorgt nu al voor een doorsnijding van het landschap en de nodige ruimtelijke impact (zoneringen leiden al tot beperkte gebruiks-/bouwmogelijkheden, niet zijnde infra). Verdere bundeling en combinatie van infrastructuren blijkt mogelijk en dient hier ook te worden nagestreefd. Hierdoor kan een volledige focus worden gelegd op dit gebied, kunnen knelpunten verder inzichtelijk worden gemaakt en aangepakt, waarbij win-winsituaties voor de gebruikers (waaronder bewoners en leidingbeheerders) in dit gebied worden gecreëerd. Hiermee wordt ook voorkomen dat een nog ongeschonden gebied wordt aangetast, knelpunten blijven bestaan of zelfs toenemen; • bundeling wordt nagestreefd met bovenregionale infrastructuren, waaronder ook de nationale buisleidingenstraat. Bundeling met deze ondergrondse bovenregionale infrastructuur is namelijk van toegevoegde waarde vanuit ruimtelijk oogpunt.

Bundeling met de buisleidingenstraat is niet in de Integrale EffectenAnalyse meegenomen, maar zou wel moeten worden meegenomen in de afweging. Dit strookt ook met de uitgangspunten van het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEVIII) en de Startnotitie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.). Alternatief Blauw in deelgebied 2 (B2) • dit alternatief leidt tot een verbreding van de bestaande infrastructurele zone. De nieuwe verbinding ligt bij dit alternatief namelijk aan de buitenzijde/westzijde van de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding en hierdoor op grotere afstand van de rijksweg A17, de 27

•

•

•

buisleidingenstraat en de bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding (met name het zuidelijk deel van deelgebied 2). Dit alternatief zou daarom in de Integrale EffectenAnalyse slechter dienen te scoren voor wat betreft landschappelijke en ruimtelijke effecten (verbreding van de infrastructuurzone) dan bijvoorbeeld de Variant Paars ten westen van de A17 (P2-vWe) die binnen de bestaande infrastructuurzone ligt; ondanks dat dit alternatief minder werkelijk nieuwe gevoelige bestemmingen oplevert dan bijvoorbeeld de Variant Paars ten westen van de A17 (P2-vWe), zorgt Alternatief Blauw (B2) hier voor meer nabijgelegen woningen in een nog onaangetast woon- en leefgebied. De lintbebouwingen van Oud Gastel worden namelijk geraakt/doorkruist en/of liggen op zeer korte afstand. Ook de kern Oud Gastel ligt bij dit alternatief op korte afstand. Dit is met name aan de orde in het zuidelijk deel van deelgebied 2. Deze effecten zijn in de Integrale EffectenAnalyse onvoldoende inzichtelijk gemaakt; dit alternatief doorkruist een waardevol gebied van het NatuurNetwerk Brabant en Nederland langs Gastelsedijk Zuid, met meer impact (aantal ha) dan variant P2-vWe. Dit blijkt niet uit de Integrale EffectenAnalyse; dit alternatief kan uitsluitend op Alternatief Paars/Rood in deelgebied 1 worden aangesloten via een ondergrondse aansluiting.

Dit zorgt voor een extra landschappelijke/ruimtelijke impact in deelgebied 2.

Alternatief Paars in deelgebied 2 (P2) • dit alternatief leidt tot een verbreding van de bestaande infrastructurele zone. De nieuwe verbinding ligt bij dit alternatief namelijk aan de buitenzijde/oostzijde van de rijksweg A17 op grotere afstand van de buisleidingenstraat en de bestaande 150 kV en 380 kV hoogspanningsverbindingen. Dit alternatief zou daarom in de Integrale EffectenAnalyse slechter dienen te scoren voor wat betreft landschappelijke en ruimtelijke effecten (verbreding van de infrastructuurzone) dan de Variant Paars ten westen van de A17 (P2-vWe) die binnen de bestaande infrastructuurzone ligt; • in dit gebied ten oosten van de rijksweg A17 is duidelijk sprake van een ander, nog ongeschonden gebied, dan aan de westzijde van de A17. Een nieuwe hoogspanningsverbinding zou een aantasting betekenen van dit nog ongeschonden gebied en ontwikkelingen in dit gebied kunnen belemmeren; • dit Alternatief Paars (P2) aan de oostzijde van de A17 levert (in heel deelgebied 2) 26 werkelijk nieuwe gevoelige bestemmingen op. Dit zijn aanzienlijk meer gevoelige bestemmingen dan de Variant Paars ten westen van de A17 (P2-vWe).

Met Alternatief Paars (P2) worden in dit gebied ook geen bestaande knelpunten opgelost (bijvoorbeeld uitkoop van bestaande gevoelige bestemmingen in de bestaande infrastructurele zone); • het aantal kilometers gebundeld met de bestaande hoogspanningsverbinding is volgens de Integrale EffectenAnalyse hoger dan bij de Variant Paars (P2-vWe). Uit landschappelijk en ruimtelijk oogpunt valt dit niet te verklaren. De Variant Paars ten westen van de A17 ligt juist dichterbij de bestaande hoogspanningsverbinding en binnen de bestaande infrastructurele zone.

28

Alternatief Geel in deelgebied 2 (G2) – ten oosten van de A17 met afbuiging ten noorden van Oudenbosch • dit alternatief leidt tot een verbreding van de bestaande infrastructurele zone. De nieuwe verbinding ligt bij dit alternatief namelijk aan de buitenzijde/oostzijde van de rijksweg A17 op grotere afstand van de buisleidingenstraat en de bestaande 150 kV en 380 kV hoogspanningsverbindingen. Dit alternatief zou daarom in de Integrale EffectenAnalyse slechter dienen te scoren voor wat betreft landschappelijke en ruimtelijke effecten (verbreding van de infrastructuurzone) dan de Variant Paars ten westen van de A17 (P2-vWe) die binnen de bestaande infrastructuurzone ligt; • in dit gebied ten oosten van de rijksweg A17 is duidelijk sprake van een ander, nog ongeschonden gebied, dan aan de westzijde van de A17. Een nieuwe hoogspanningsverbinding zou een aantasting betekenen van dit nog ongeschonden gebied en ontwikkelingen in dit gebied kunnen belemmeren; • dit alternatief leidt tot een kruising met de rijksweg A17 en de bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding; • de afbuiging van dit alternatief ten noorden van Oudenbosch zorgt voor een nieuwe doorsnijding in een nog ongeschonden, landschappelijk waardevol gebied (is onderbelicht in de Integrale EffectenAnalyse). Er wordt voor dit deel geheel niet gebundeld met andere infrastructuur.

Zie voor verdere effecten het gestelde bij de Alternatieven Geel en Rood in deelgebied 3 (G3 en R3); • Alternatief Geel (G2) aan de oostzijde van de A17 levert 12 tot 13 werkelijk nieuwe gevoelige bestemmingen op, naast het feit dat er een nieuwe doorsnijding in een ongeschonden gebied plaatsvindt. Met Alternatief Geel (G2) worden in dit gebied ten oosten van de A17 ook geen bestaande knelpunten opgelost (bijvoorbeeld uitkoop van bestaande gevoelige bestemmingen in de bestaande infrastructurele zone). Variant Geel in deelgebied 2 (G2-vWe) – ten westen van A17 met afbuiging ten noorden Oudenbosch • deze variant is een extra variant in de Integrale EffectenAnalyse en niet eerder in het Tracédocument (juli 2016) en het kaartenboek (december 2016) gepresenteerd. Deze variant is nadien zelfstandig door TenneT toegevoegd; • bij deze variant blijft de 150 kV hoogspanningsverbinding in deelgebied 2 aanwezig; • deze variant leidt tot een kruising met rijksweg A17; • de afbuiging van deze variant ten noorden van Oudenbosch zorgt voor een nieuwe doorsnijding in een nog ongeschonden, landschappelijk waardevol gebied (is onderbelicht in de Integrale EffectenAnalyse). Er wordt voor dit deel geheel niet gebundeld met andere infrastructuur. Zie voor verdere effecten het gestelde bij de Alternatieven Geel en Rood in deelgebied 3 (G3 en R3).

29

- Overige overwegingen ten aanzien van deelgebied 2: Variant Paars ten westen van en evenwijdig aan de A17 in deelgebied 2 (betreft paarse stippellijn daar op de kaart: P2-vWe) vinden de samenwerkende overheden om de hierna genoemde redenen de beste keuze: • deze variant heeft geen verbreding van de bestaande infrastructurele zone tot gevolg. De variant levert een maximale bundeling en combinatie op met de bestaande infrastructuren in de bestaande infrastructurele zone in deelgebied 2; • vanwege het aanhouden van de bestaande infrastructurele zone dient er rekening te worden gehouden met bestaande infrastructuren en objecten binnen dit gebied en leidt dit hierdoor tot richtingsveranderingen. Desalniettemin blijft deze variant geheel binnen de infrastructurele zone en wordt hierdoor maximaal gebundeld (geheel binnen de door TenneT gehanteerde zone van 500 meter). Deze variant (P2-vWe) is daarom geheel conform de uitspraak in de notitie Tracéontwikkeling: “Bij een bundelingsalternatief wordt beoogd om de hoogspanningsverbinding aan te leggen in een zone die toch al wordt belast met infrastructuur, al dan niet een hoogspanningsleiding”; • de leefomgeving is door deze bestaande bundeling aan infrastructuren en zoneringen al aangetast. Verdere bundeling en combinatie van infrastructuren binnen deze bestaande infrastructurele zone blijkt mogelijk en dient ook te worden nagestreefd.

Hierdoor kan een volledige focus worden gelegd op dit gebied, kunnen knelpunten verder inzichtelijk worden gemaakt en aangepakt, waarbij win-win-situaties voor de gebruikers (waaronder bewoners en leidingbeheerders) in dit gebied worden gecreëerd. Hiermee wordt ook voorkomen dat een nog ongeschonden gebied wordt aangetast, verbreding van de infrastructurele zone plaatsvindt en knelpunten blijven bestaan of zelfs toenemen; • deze variant scoort zowel landschappelijk als op natuuraspecten het best. In de Integrale EffectenAnalyse zijn deze (positief) onderscheidende effecten van deze variant zelfs nog onderbelicht gebleven. Doordat er maximale bundeling binnen een bestaande infrastructurele zone plaatsvindt, kan, anders dan nu in de Integrale EffectenAnalyse is opgenomen, worden geconcludeerd dat deze variant het beste bundelt in deelgebied 2. Vanuit ruimtelijk oogpunt dient hierbij ook de bundeling met de buisleidingenstraat te worden meegewogen; • voor wat betreft het thema landschap en cultuurhistorie scoort Alternatief Paars (met lokale Paarse varianten) het beste en volgt hieruit het Meest Milieuvriendelijk Alternatief (MMA) voor dit thema. Voor deelgebied 2 wordt het positieve punt van de ligging aan één kant van de rijksweg (dus alles ten westen van de A17) benadrukt (rapport Tauw d.d.

20 april 2017); • de werkelijk nieuwe gevoelige bestemmingen zijn bij alle tracéalternatieven en varianten in deelgebied 2 –uitgezonderd de varianten om west-/noordzijde Oud Gastel (minder) en Alternatief Paars/P2 (meer)- in aantallen vergelijkbaar (11 tot 13). Door de meerwaarde die met de Variant Paars aan de westzijde van de A17 (P2-vWe) te behalen is, is deze variant onderscheidend ten opzichte van de andere resterende alternatieven en varianten voor wat betreft leefomgeving. Deze nuance is nu onvoldoende zichtbaar in de Integrale EffectenAnalyse; • Variant Paars P2-vWe levert in dit deelgebied ook een onderscheidend aantal vrijgespeelde gevoelige bestemmingen op; • vanwege de bestaande infrastructuren en alle bijhorende zoneringen zit het gebied waarin de Variant Paars P2-vWe is gelegen al grotendeels op slot voor ontwikkelingen (onder andere woningbouw); 30

•

•

Variant Paars P2-vWe levert met de reconstructie van de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding en de afbraak van de bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding daarbij ook positieve effecten op voor wat betreft parallelloop en voorkoming van kruisingen; lokaal en regionaal draagvlak.

Conclusie deelgebied 2: Gelet op al het vorenstaande is de conclusie van de samenwerkende overheden voor deelgebied 2: tracé P2-vWe.

DEELGEBIED 3 - Van de resterende tracés (alternatieven en varianten) vinden de samenwerkende overheden Alternatief Rood in deelgebied 3 (betreft rode doorgetrokken lijn daar op de kaart: R3) om de volgende redenen onwenselijk, het minst passend bij de criteria, dan wel om andere redenen geen goede keuze: • dit alternatief is in heel deelgebied 3 (vanaf de A17/Standdaarbuiten tot Tilburg een vrij tracé en een geheel nieuwe doorsnijding, veelal door open, ongeschonden en/of landschappelijk waardevol gebied. Dit strookt niet met het belangrijke uitgangspunt ‘geheel nieuwe doorsnijdingen van het landschap zo veel mogelijk voorkomen’ uit het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) en de Startnotitie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.); • uit de Integrale EffectenAnalyse blijkt dat nieuwe doorsnijdingen negatief scoren met betrekking tot de landschappelijke effecten.

Alternatief Rood in deelgebied (2 en) 3 scoort voor wat betreft landschap in de Integrale EffectenAnalyse negatiever dan de alternatieven en varianten die bundelen/geen nieuwe doorsnijding zijn (de Alternatieven Paars en Blauw); • Alternatief Rood doorsnijdt –met name in dit deelgebied- de meeste natuurgebieden van enige omvang, namelijk Poldersdijk/Hoevense Beemden, Weimeren, Rooskensdonk, Vierde Bergboezem, Haagse Beemden Bos, Landgoed Oosterheide, Boswachterij Dorst, Rekken/Lange Rekken en Huis ter Heide waaronder natuurontwikkelingsplan Lobelia; • er zijn realistische tracés mogelijk die geheel bundelen en niet zorgen voor een nieuwe doorsnijding; • in Halderberge en Etten-Leur worden 5 bestaande windparken doorkruist (doorkruising van west naar oost van de 5 noord-zuid gesitueerde lijnopstellingen). Doorkruising van deze windparken zal een forse en vreemde landschappelijke impact met zich meebrengen die in de verre omtrek zichtbaar zal zijn. Bovendien wordt toekomstige opschaling van de windparken bemoeilijkt; • Alternatief Rood zou kort langs de wijk Oosterheide in Oosterhout komen, hetgeen lokaal erg onwenselijk wordt geacht. Voorts is sprake van een knelpunt op het gebied van natuur en landschap.

31

- Van de resterende tracés (alternatieven en varianten) vinden de samenwerkende overheden Alternatief Geel in deelgebied 3 (betreft gele doorgetrokken lijn daar op de kaart: G3) om de volgende redenen onwenselijk, het minst passend bij de criteria, dan wel om andere redenen geen goede keuze: • dit alternatief is tussen de A17/Standdaarbuiten en de A16 een vrij tracé en een geheel nieuwe doorsnijding door open, ongeschonden, landschappelijk waardevol gebied. Dit strookt niet met het belangrijke uitgangspunt ‘geheel nieuwe doorsnijdingen van het landschap zo veel mogelijk voorkomen’ uit het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) en de Startnotitie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.); • uit de Integrale EffectenAnalyse blijkt dat nieuwe doorsnijdingen negatief scoren met betrekking tot de landschappelijke effecten.

Alternatief Geel tussen de A17 en de A16 in deelgebied (2 en) 3 scoort voor wat betreft landschap in de Integrale EffectenAnalyse negatiever dan de alternatieven en varianten die bundelen/geen nieuwe doorsnijding zijn (de Alternatieven Paars en Blauw); • tussen de A16 en Geertruidenberg (langs de A59) is Alternatief Geel een nieuwe hoge doorsnijding; • er zijn realistische tracés mogelijk die geheel bundelen en niet zorgen voor een nieuwe doorsnijding; • in Halderberge en Etten-Leur worden 5 bestaande windparken doorkruist (doorkruising van west naar oost van de 5 noord-zuid gesitueerde lijnopstellingen). Doorkruising van deze windparken zal een forse en vreemde landschappelijke impact met zich meebrengen die in de verre omtrek zichtbaar zal zijn. Bovendien wordt toekomstige opschaling van de windparken bemoeilijkt; • dit alternatief betekent een doorkruising van het natuurgebied Poldersdijk/Hoevensche Beemden, onderdeel van het NatuurNetwerk Brabant en Nederland (NNB/NNN); • Alternatief Geel (G3) zou door de Linie van Den Hout lopen, een cultuurhistorisch bijzonder object. Idem de Variant G3-vLi (betreft gele stippellijn daar op de kaart), maar dan heel kort langs de Linie van Den Hout); • ook zou Alternatief Geel (G3) nabij/langs de kern Made komen, hetgeen lokaal onwenselijk wordt geacht. Idem de Variant G3-vLi (betreft gele stippellijn daar op de kaart).

Belangrijk: Door in deelgebied 3 niet te kiezen voor de Alternatieven Rood en Geel blijft in Breda (woongebieden in Haagse Beemden en Wisselaar) de bovengrondse 150 kV hoogspanningsverbinding bestaan. Belangrijk voor de gemeente Breda om regionaal te kunnen meedenken met een ander tracé, is dat er op passende wijze toch aandacht wordt gegeven aan die bestaande bovengrondse 150 kV hoogspanningsverbinding met zicht op een oplossing daarvoor. De samenwerkende overheden onderschrijven dat.

32

- Van de resterende tracés (alternatieven en varianten) vinden de samenwerkende overheden Alternatief Blauw in deelgebied 3 (betreft blauwe doorgetrokken lijn daar op de kaart: B3) om de volgende redenen onwenselijk, het minst passend bij de criteria, dan wel om andere redenen geen goede keuze: • tussen Standdaarbuiten en de A16 zijn er betere of vergelijkbare tracés (Alternatief Paars/P3 en Variant Paars/P3-vBi); • het gedeelte evenwijdig aan de A16 betekent hier een onevenredige zware belasting op de ruimtelijke kwaliteit en de leefomgeving (waaronder de aangelegen kernen Zevenbergschen Hoek en Langeweg). Hierbij is mede de ontwikkeling van het grootschalig windpark (circa 100 MegaWatt) langs A16 van belang; • tussen de A16 en Geertruidenberg (langs de A59) is Alternatief Blauw een nieuwe hoge doorsnijding; • ook tussen de A16 en Geertruidenberg is er een beter tracé (Variant Paars; betreft paarse stippellijn daar op de kaart: P3-vBi); • Alternatief Blauw (B3) zou door de Linie van Den Hout lopen, een cultuurhistorisch bijzonder object. Idem de Variant B3-vLi (betreft blauwe stippellijn daar op de kaart), maar dan heel kort langs de Linie van Den Hout; • ook zou Alternatief Blauw (B3) nabij/langs de kern Made komen, hetgeen lokaal onwenselijk wordt geacht. Idem de Variant B3-vLi (betreft blauwe stippellijn daar op de kaart).

- Van de resterende tracés (alternatieven en varianten) vinden de samenwerkende overheden Alternatief Paars in deelgebied 3 (betreft paarse doorgetrokken lijn daar op de kaart (P3) voor zover daarover nog niet bij de eerste schifting is geoordeeld, namelijk ten westen van de A16 ) om de volgende redenen onwenselijk, het minst passend bij de criteria, dan wel om andere redenen geen goede keuze: • tussen Standdaarbuiten en de A16 is er een beter of vergelijkbaar alternatief (Variant Paars; betreft paarse stippellijn daar op de kaart: P3-vBi). Daarmee wordt een 380 kV kruising nabij Zevenbergen voorkomen en ontstaat een betere aansluiting op het meest gedragen tracé ten oosten van de A16; • door ook hier te kiezen voor de Variant Paars (ten zuiden van de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding) en niet voor Alternatief Paars (ten noorden van de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding) kom je bij Drimmelen (omleiding Hooge Zwaluwe) en Geertruidenberg (geen ondergrondse kruising nodig) beter uit. Dit sluit aan op de keuzes die bij de eerste schifting zijn gemaakt. Belangrijk: In de gemeente Moerdijk nabij de A16 is al sprake van een enorme concentratie van infrastructuur: de rijksweg A16, de HogeSnelheidsLijn (HSL), de gewone spoorlijn en bestaande hoogspanningsverbindingen. Ook is het gebied nadrukkelijk in beeld in het kader van de landelijke en provinciale windenergieopgave.

Het is heel reëel dat de omgeving deel gaat uitmaken van een grootschalig windpark langs de A16. Ook andere opgaven (Logistiek Park Moerdijk en mogelijke ingrepen als gevolg van de toekomstige aanpassing van de Moerdijkbrug c.a.) zijn in die omgeving nog te verwachten. Nu is daar ook nog een bovengrondse 380 kV hoogspanningsverbinding in het kader van de Zuid-West 380 kV Oost in beeld. 33

Belangrijk voor de gemeente Moerdijk om regionaal te kunnen meedenken is het volgende. De gemeente Moerdijk heeft de voorkeur om hier de verbinding ondergronds aan te leggen. Voorgesteld wordt om door middel van een nadere planstudie samen met TenneT en de provincie te onderzoeken of op deze, of op een andere wijze, gekomen kan worden tot de best mogelijke inpassing van het tracé. Een tracé dat recht doet aan de complexiteit van het ruimtelijke knelpunt zoals hierboven omschreven. De samenwerkende overheden onderschrijven dat.

Conclusie deelgebied 3: Gelet op al het vorenstaande en passende aansluitingen is de conclusie van de samenwerkende overheden voor deelgebied 3: tracé P3-vBi-vBo.

EINDCONCLUSIE TWEEDE SCHIFTING Na de tweede schifting resteert het volgende kaartbeeld:

Dit kaartbeeld betreft het tracéverloop na de tweede schifting.

34

6.

Stationslocatie Tilburg

Conclusie uit analyse TenneT Uit de analyse door TenneT is gebleken dat gezien de ruimtelijke belemmeringen in samenhang met de negatieve milieueffecten door de aansluitingen van de alternatieven en varianten, de stationslocaties Quirijnstok en Loven niet haalbaar zijn en dus afvallen voor de keuze van het Voorgenomen Voorkeursalternatief (VVKA). De locaties Galgeneind en De Spinder zijn wel haalbaar. Keuze stationslocatie De Spinder Gemeente Tilburg heeft voorkeur uitgesproken voor De Spinder als stationslocatie. Dit is onderbouwd vanuit de ‘Omgevingsvisie Tilburg 2040’ (vastgesteld 15 september 2015). De Spinder ligt in één van de knooppunten (ontwikkellocaties), namelijk ‘Duurzaam Energielandschap Noord’. Op De Spinder wordt ingezet op het ontwikkelen van projecten voor grootschalige productie van duurzame energie en hergebruik van grondstoffen. De bundeling van verschillende energiebronnen (inclusief de nieuwe Zuid-West 380 kV) levert een interessante concentratie op en zorgt voor crossovers qua energie en infrastructuur. Deze locatiekeuze sluit goed aan op de keuze van de Variant Paars (P3-vBi-vBo) in deelgebied 3.

35

7.

Eindconclusie: het meest gedragen tracé (tussen Rilland en Tilburg)

Het meest gedragen tracé Het tracé loopt van Rilland via de Brabantse Wal naar Roosendaal-Borchwerf, bij Woensdrecht ondergronds (in de Integrale EffectenAnalyse genoemd Variant P1-vWo). Van Roosendaal-Borchwerf tot en met Standdaarbuiten loopt de lijn langs de westzijde van de A17 (in de Integrale EffectenAnalyse genoemd Variant P2-vWe). Van Standdaarbuiten tot aan Tilburg volgt de lijn een noordelijk tracé via Hooge Zwaluwe en Loon op Zand via de Bosroute (in de Integrale EffectenAnalyse genoemd Variant P3-vBi-vBo). Het tracé eindigt bij de stationslocatie De Spinder in Tilburg. Belangrijk in het advies en daarmee integraal onderdeel van het meest gedragen tracé, is het invulling geven aan een drietal specifieke onderdelen om de leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit in het gebied niet verder aan te tasten en zo nodig te verbeteren. Uitvoering van deze onderdelen van het meest gedragen tracé betekent ook dat ruim 850 gevoelige bestemmingen worden vrijgespeeld. In bijlage 1 bij de brief aan de minister van EZ is de uitwerking van deze onderdelen beschreven.

Het betreft dan: • de verkabeling van de 150 kV-lijn Geertruidenberg-Waalwijk die loopt over de kernen Geertruidenberg en Raamsdonksveer (projectrelatie ruimtelijke kwaliteit en leefomgeving); • de verkabeling van de 150 kV-lijn door de Bredase woongebieden in Haagse Beemden en Wisselaar (opgave ruimtelijke kwaliteit en leefomgeving). Vanwege het gesignaleerde ruimtelijk knelpunt in de gemeente Moerdijk (bestaande infrastructuur A16, HSL en spoor, opgave windenergie en toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen als het Logistiek Park Moerdijk en aanpassing Moerdijkbrug/A16) ten noorden van Zevenbergschen Hoek, wordt voorgesteld om door middel van een nadere planstudie samen met TenneT en de provincie NoordBrabant te komen tot de best mogelijke inpassing van het tracé van de hoogspanningsverbinding daar.

Naast eerder genoemde onderdelen (Geertruidenberg, Breda en Moerdijk) heeft het advies van de samenwerkende overheden nog meer specifieke pluspunten op het gebied van leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit, waaronder: • ondergrondse aanleg bij Mattemburgh (onderdeel van Natura 2000-gebied Brabantse Wal) en zo mogelijk ook de naaste omgeving in Bergen op Zoom in deelgebied 1; • bundeling binnen de bestaande infrastructurele zone ten westen van de rijksweg A17 in deelgebied 2; • de varianten bij Hooge Zwaluwe (gemeente Drimmelen) en de Bosroute (gemeenten Loon op Zand en Dongen) in deelgebied 3. De Bosroute betekent dat de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding bij de Moersedreef (Loon op Zand) over een afstand van 7,5 kilometer wordt verwijderd en verplaatst. Deze varianten spelen bijna 70 bestaande gevoelige bestemmingen vrij.

36

Hoewel de primaire voorkeur van deze gemeenten anders is, kunnen zij met inachtneming van deze specifieke onderdelen instemmen met het meest gedragen tracé, dit vanuit oogpunt van solidariteit en met een regionale blik. Het meest gedragen tracé houdt daarnaast rekening met de aanwezige Natura 2000-gebieden, de NatuurNetwerken Brabant en Nederland en overige natuurgebieden van enige omvang. Bij het zoeken naar oplossingen voor ruimtelijke knelpunten is gebruik gemaakt van beschikbaar gestelde toolbox-instrumenten, waaronder ondergrondse aanleg. Met het advies blijft het aantal ondergrondse kilometers voor de aanleg van de 380 kV hoogspanningsverbinding binnen het gestelde maximum. Met inachtneming van het vorenstaande ziet het meest gedragen tracé van de samenwerkende overheden er als volgt uit:

37

1. Verkabeling 150 kV in kernen Geertruidenberg en Raamsdonksveer 2. Planstudie inpassing tracé bij A16

! d

St at i on d ! Waal wi j k

St at i on Geer t r ui denber g St at i on d ! Geer t r ui denber g

St at i on d ! Zevenber gschenhoek

St at i on d ! Moer di j k

St at i on d ! Oost ei nd

St at i on d ! Di nt el oor d

St at i on d ! Br eda

Sp! i nder d

St at i on d ! Pr i nsenbeek

St at i on

d Br eda !

Pr i ncenhage

St at i on

d Ti l bur g !

3. Haalbaarheidsstudie verkabeling 150 kV in Breda

West

St at i on

d Ti l bur g !

Noor d

St at i on d ! Et t en

! d

St at i on Roosendaal Bor chwer f

St at i on d ! Roosendaal

St at i on

d Ti l bur g !

Zui d

! d

St at i on Ber gen opZoom

Zui d•West 380k V LEGENDA

Tr acer i ngZWoost

St at i on d ! Woensdr echt

Meest gedragen tracé d !

St at i on d ! Ri l l and

Ri l l andTi l bur g

Hierbij hoort de verwijdering van bestaande hoogspanningsverbindingen door combinatie of reconstructie/verplaatsing bestaande hoogspanningsverbindingen.

Meest gedragen tracé Reconstructie bestaande 380kV verbinding Hoogspanningsstation Spinder

Rotterdam

's-Hertogenbosch

Best aandever bi ndi ngen

d ! d !

d !

Etten Roosendaal Bergen op Zoom

Middelburg Vlissingen

380kV bovengronds 150kV bovengronds 150kV ondergronds 380 kV Station 150 kV Station Toekomstig 380kV station

Breda

Tilburg

Versie

Concept

Datum

Schaal

1:55.000

Formaat A0

Kenmerk

A:\p_zw380\producten\ZW380-Oost\Trace\170517_Kaarten_Etten_Leur\ 170531p_zw380_Eindkaart_A0

0

1

2

3

4

5

31-5-2017

6 Km

Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleend.

´

Esri Nederland & Community Maps Contributors

Ministerie van Economische Zaken

en Klimaat

> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Directoraat-generaal Klimaat en Energie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG

Directie Warmte en Ondergrond Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk

Datum 2 if SEP. 2019 Betreft Uitwerking voorgenomen tracé voor hoogspanningsverbinding ZuidWest 380 kV Oost (Rilland-Tilburg)

Ons kenmerk DGKE-WO / 19224747

Geachte Voorzitter, Om de leveringszekerheid te garanderen is een uitbreiding nodig van de landelijke transportcapaciteit van het hoogspanningsnet tussen Borsele en Tilburg. Aan het Zeeuwse deel van deze verbinding wordt inmiddels gebouwd. Voor het Brabantse deel tussen Rilland en Tilburg (project Zuid-West 380 kV Oost) heb ik u bij brief van 7 juli 20171 geïnformeerd over het voorgenomen tracé. Met deze brief breng ik u op de hoogte van de voortgang van de uitwerking van het voorgenomen tracé. Proces De uitwerking van het voorgenomen tracé uit 2017 tot een definitief tracé voor een Rijksinpassingsplan geschiedt in de geest van de Omgevingswet. TenneT en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) hebben in nauwe samenwerking met belanghebbenden (overheden, inwoners, bedrijven, belangenorganisaties) geïdentificeerd in welke gedeelten van het voorgenomen tracé extra aandacht voor de ruimtelijke inpassing noodzakelijk was. Dit heeft geresulteerd in elf uitwerkingsgebieden waar nadere keuzes gemaakt moesten worden. Voor ieder van die elf gebieden heeft TenneT vervolgens samen met de belanghebbenden (veelal omwonenden, bedrijven en lokale overheden) in ontwerpateliers vastgesteld wat mogelijke varianten zouden zijn. Voor alle realistische varianten zijn de effecten op milieu, nettechniek, omgeving en kosten in kaart gebracht.

De effecten zijn ook met de belanghebbenden besproken. De complete analyse en de input van de belanghebbenden daarop heeft TenneT opgenomen in een Integrale Effectenanalyse (IEA), het zogenaamde Projectboek 3. Dit projectboek2 bevat naast de mening van de belanghebbenden alleen feitelijke informatie. Zowel TenneT als het Ministerie van EZK hebben vooraf geen weging toegekend aan de verschillende effecten per variant en ook geen uitspraak gedaan over de proportionaliteit van de kosten van bepaalde varianten in relatie tot de maatschappelijke meerwaarde. TenneT en de belanghebbenden hebben geprobeerd alle belangen die relevant zijn voor de Voorkeursalternatief voor hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 kV Oost (Rilland-Tilburg) - 29023-217 httos://orojecten.tennet.eu/zuid-west-380-kv-oost-orojectboek-3/cover/ Pagina 1 van 4

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond

afweging in kaart te brengen, zoals is terug te vinden in de bij Projectboek 3 behorende procesverslagen.

Ons kenmerk DGKE-WO / 19224747

Na het verschijnen van Projectboek 3 heb ik de samenwerkende overheden in de regio in de gelegenheid gesteld om mij een integraal advies over de keuze tussen de varianten in het licht van hun effecten op milieu, nettechniek, omgeving en kosten te geven. Ik heb hun daarbij gevraagd nadrukkelijk in te gaan op de proportionaliteit en redelijkheid van de varianten (in het bijzonder de verhouding tussen de maatschappelijke meerwaarde en meerkosten). De samenwerkende overheden hebben mij hun advies, dat net als in 2017 eensluidend was, op 6 juni 2019 gestuurd, met een afschrift aan de vaste commissie Economische Zaken en Klimaat van uw Kamer. Op basis van de informatie in Projectboek 3 en het advies van de samenwerkende overheden heb ik, in afstemming met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mijn eigen afwegingen gemaakt over de voorliggende varianten. Ik heb daarbij dezelfde criteria gehanteerd als ik in mijn adviesaanvraag aan de samenwerkende overheden heb geformuleerd. Waar ik tot een andere afweging kom dan de samenwerkende overheden, komt dat doordat ik de criteria op een andere manier weeg. Zo hebben de kosten in het advies van de samenwerkende overheden een lage weging. Daar kan ik niet in meegaan. Ik ben verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing van meerdere projecten die nodig zijn voor de energievoorziening en de energietransitie.

Voor zover dat projecten van TenneT betreft komen de kosten uiteindelijk terecht op de energierekening van alle burgers. Om die reden hebben kosten voor de afweging die ik maak geen lage weging, maar wegen minstens even zwaar als de andere criteria. Varianten Voor het definitieve tracé heb ik grotendeels het advies van de samenwerkende overheden gevolgd. Ik vind dat zij in veel gevallen, maar niet in alle, aannemelijk hebben gemaakt dat de maatschappelijke meerwaarde van bepaalde oplossingen opweegt tegen de meerkosten. Ik heb in overeenstemming met het advies gekozen voor de volgende varianten zoals beschreven in Projectboek 3: Uitwerkingsgebied 1 Rilland-Markiezaat: variant Bruin. • Uitwerkingsgebied 2 Brabantse Wal: variant Groen. • Uitwerkingsgebied 3 Bergen op Zoom: Ik vraag aan TenneT om samen met de • belanghebbenden een verlengd kabeltracé in de buisleidingstraat aansluitend op de Brabantse Wal nader te onderzoeken. Uitwerkingsgebied 4: Roosendaal-Halderberge: variant Grijsblauw. • Uitwerkingsgebied 5: Oud Gastel-Standdaarbuiten. • Gedeelte Nieuwe 380 kV-verbinding Borchwerf-Pietseweg: variant o Blauw. Gedeelte Verplaatsing van een deel van de bestaande 380 kVo verbinding (reconstructies): variant Wit-geel. Gedeelte Nieuwe 380 kV-verbinding Pietseweg-Standdaarbuiten: o variant Geel. Uitwerkingsgebied 7. Hooge Zwaluwe: variant Donkerblauw.

• Uitwerkingsgebied 8 Geertruidenberg: variant Groen. •

Pagina 2 van 4

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond

• • •

Uitwerkingsgebied 9 's Gravenmoer: variant Geel (zonder de extra knik, zie hieronder). Uitwerkingsgebied 10 Bosroute: variant Oranje. Uitwerkingsgebied 11 380 kV-station Tilburg: variant A.

Ons kenmerk DGKE-WO / 19224747

Voor uitwerkingsgebied 6 Moerdijk-Zevenbergschen Hoek heb ik een andere afweging gemaakt dan de samenwerkende overheden. De voorkeursvariant van de samenwerkende overheden (variant Geel) leidt tot zeven tot acht minder gevoelige bestemmingen dan het voorgenomen tracé (variant Rood), maar daar staan wel aanzienlijke meerkosten tegenover. Als ik dat vergelijk met variant Rood, dan constateer ik dat deze beter scoort op landschap, tijdelijke overlast voor bewoners, nettechniek en kosten (ruim € 11 miljoen goedkoper) dan variant Geel. Alles afwegende kom ik tot de conclusie dat de maatschappelijke meerwaarde van de variant van de samenwerkende overheden niet opweegt tegen de meerkosten. Er is immers een alternatief dat op meerdere aspecten beter scoort. Ik besef dat ik daarmee niet iedereen tevreden stel in dit gebied waar de ruimtelijke druk groot is. Ik zal daarom aan TenneT vragen bij de uitwerking van het landschapsplan extra aandacht te geven aan dit gebied. Voor uitwerkingsgebied 9 's Gravenmoer brengen de samenwerkende overheden de wens van bewoners voor een extra knik bij variant Geel onder de aandacht. De bewoners stellen deze knik voor omdat het tracé daarmee op gerede afstand verwijderd zou zijn van zowel het dorp 's Gravenmoer als het dorp Waspik.

Deze knik leidt echter niet tot minder gevoelige bestemmingen en leidt ook op landschap, natuur, nettechniek niet tot een betere score. Deze knik levert € 20 miljoen meerkosten op. Ik acht deze knik daarom niet proportioneel. Masttypen De Samenwerkende Overheden hebben mij geadviseerd om eenduidigheid in masttypes en -posities, passend binnen het betreffende landschap, na te streven. In het belang van een zorgvuldige afweging vraag ik TenneT voor deze hele nieuwe Zuid-West 380 kV Oost-verbinding nader te onderzoeken welk masttype in combinatie met het masttype van de bestaande verbindingen de beste bijdrage levert aan alle milieuaspecten in verhouding tot de proportionele kosten. Vervolg Gedurende de fase in aanloop naar de keuze van het voorgenomen tracé in 2017 tot en met de keuze uit de varianten hebben TenneT, de samenwerkende overheden en mijn ministerie op een constructieve en prettige manier samengewerkt. Ik wil die samenwerking graag voortzetten gedurende de rest van dit proces. In november 2019 zullen TenneT en het Ministerie van EZK de gemaakte keuzen toelichten tijdens vier inloopavonden in de regio.

Pagina 3 van 4

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond

In het begin van 2020 zal ik het bestuurlijk vooroverleg starten over het voorontwerp voor het inpassingsplan met de betrokken gemeenten, provincies en waterschappen.

Ons kenmerk DGKE-WO / 19224747

Eric Wiebes Minister van Economische Zaken en Klimaat

Pagina 4 van 4

1

4-» ) '■<:>

■

ÎD

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

4:>.

> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag

Samenwerkende overheden T.a.v. mevrouw B. van Beers en de heer A. Reijlink Postbus 503 4870 AM ETTEN-LEUR

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres

Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (aigemeen) F 070 378 6100 (aigemeen) WWW. rijksoverheid, nl/ezk

Datum

0 8 APR 2019

Betreft

Advies over varianten voor de nadere uitwerking van het voorgenomen tracé voor Zuid-West 380 kV oost (Rilland-Tilburg)

Ons kenmerk DGKE-WO/ 19054291

Geachte mevrouw Van Beers en de heer Reijlink, Tijdens bestuurlijk overleg over de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Rilland en Tilburg (Zuid-West 380 kV oost) heeft mijn ministerie bevestigd dat de samenwerkende overheden advies kunnen uitbrengen over de keuze tussen een aantal varianten bij de nadere uitwerking van het voorgenomen tracé waarvoor mijn voorganger op 17 juli 2017 heeft gekozen.

O"

Ten behoeve van het opstellen van een advies verwijs ik u hierbij naar de integrale effectenanalyse (https://Droiecten.tennet.eu/zuid-west-380-kv-oostpro1ectboek-3/cover/). Dit document bevat een overzicht van de effecten van alle varianten op milieu (leefomgeving, landschep, natuur, archeologie, bodem en water), kosten, nettechniek en omgeving. De effecten van de varianten zijn overwegend kwalitatief in beeld gebracht. Er is bekeken of de aard en omvang van effecten van de varianten onderling vergelijkbaar zijn. De effecten analyse bevat ook een beschrijving van de resultaten van het omgevingsproces.

O" OB 10“

CJ“

03“ W*

Ik wil u vragen om een integraal advies over de keuze tussen de varianten in het licht van hun effecten op milieu, nettechniek, kosten en omgeving. Ik vraag u om daarbij nadrukkelijk in te gaan op de proportionaliteit en redelijkheid van de varianten (in het bijzonder de verhouding tussen de maatschappelijke meerwaarde en meerkosten). Mocht u over informatie beschikken die niet in de integrale effectenanalyse is opgenomen maar wel relevant is voor de keuze tussen de varianten, dan verzoek ik u die informatie bij uw advies te voegen. Zoals afgesproken verzoek ik u het advies uiterlijk 8 weken na de verzending van deze brief naar mij te sturen.

Pagina 1 van 2

VJ i ■ii> i

35 i*r

35

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond

Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met de heer Sander van Sluis op telefoonnummer 070-3796738 of via s.i.vansluis(5)minez.nl.

dgke‘-w(Tm905429i

Hoogachtend,

Eric Wiebes Minister van Economische Zaken en Klimaat

Pagina 2 van 2

Aan zijne excellentie de heer E.D.Wiebes Minister van Economische Zaken en Klimaat Postbus 20402 2500 EK DEN HAAG

Uw kenmerk: Ons kenmerk: Onderwerp: Bijlage:

2019-132 Advies Rijksproject Zuid-West 380kV Oost (Rilland-Tilburg) 1. Voorkeuren per Uitwerkingsgebied met een aantal lokale adviezen per Uitwerkingsgebied 2. URL’s naar het kaartmateriaal

Datum: Contactpersoon: Telefoon:

5 juni 2019 Albert Reijlink 06 53 64 49 29

E-mail:

Albert.reijlink@west-brabant.eu

Geachte minister, Wij danken u hartelijk voor de adviesaanvraag, over uw Rijksproject Zuid-West 380kV Oost (RillandTilburg), die wij op 9 april 2019 van u ontvingen. Wij, de Samenwerkende Overheden 380kV ZWO, waarderen de gelegenheid die u ons biedt om namens regio Rilland-Tilburg onze adviezen, waarden en zorgen met u te delen. De inspanning van TenneT en uw ministerie om tot een zorgvuldig omgevingsproces te komen waarderen wij. Wij delen de mening dat participatie juist in een omvangrijk en ingrijpend proces als deze voorop staat. Door samen met betrokkenen voor- en nadelen van varianten te bespreken, nieuwe varianten te verkennen en samen varianten los te laten, wordt een maximaal haalbaar draagvlak bereikt op een gevoelig dossier met veel impact. Dit gezamenlijk doorlopen participatieproces, in de lijn van de nieuwe Omgevingswet, maakt naar onze mening een snellere doorlooptijd voor dit verdere project mogelijk. Mede daarom hebben wij in ons advies de criteria draagvlak en leefbaarheid, naast de in 2017 benoemde criteria, als zeer zwaarwegend aangemerkt. Ook zijn wij verheugd te bemerken dat de resterende varianten die door TenneT in projectboek 3 opgenomen zijn technisch haalbaar, proportioneel, realistisch en vergunbaar zijn.

In uw brief stelt u ons de volgende vragen: “Ik wil u vragen om een integraal advies over de keuze tussen de varianten in het licht van hun effecten op milieu, nettechniek, kosten en omgeving. Ik vraag u om daarbij nadrukkelijk in te gaan op de proportionaliteit en redelijkheid van de varianten (in het bijzonder de verhouding tussen de maatschappelijke meerwaarde en meerkosten). Mocht u over informatie beschikken die niet in de integrale effectenanalyse is opgenomen maar wel relevant is voor de keuze tussen de varianten, dan verzoek ik u die informatie bij uw advies te voegen.”

Regio West-Brabant I Postbus 503 I 4870 AM Etten-Leur Tel: (076) 502 72 00 e-mail: info@west-brabant.eu I www.west-brabant.eu Inschrijvingsnr. KvK: 51448122 I IBAN NL31BNGH0285150308

Wat er aan dit advies vooraf ging Op 31 mei 2017 hebt u van ons als Samenwerkende Overheden het advies ontvangen over het meest gedragen tracé voor het tracé 380kV ZWO Rilland-Tilburg. In juli 2017 is ons advies geheel in uw besluit tot een voorkeurstracé overgenomen. Vervolgens is er door TenneT gewerkt aan een verfijning/uitwerking van dit voorkeurstracé. Per uitwerkingsgebied heeft Tennet in een omgevingsproces met direct betrokkenen gewerkt aan deze verfijningen/uitwerkingen. Dit heeft uiteindelijk geleid, naast of in de plaats van het voorkeurstracé, tot enkele realistische varianten op het voorkeurstracé. In het omgevingsproces is in sommige gevallen draagvlak ontstaan voor één variant. In ons advies van mei 2017 hebben we een aantal criteria gehanteerd die we nu voor het vervolgproces hebben gebruikt voor de beoordeling van de uitwerkingsopgaven. Daarnaast zijn de uitkomsten per uitwerkingsgebied voor ons belangrijk geweest om tot het voorliggende advies te komen. Aanvullende maatregelen In ons advies van 31 mei 2017 gaven we ook aan dat voor een drietal specifieke onderdelen er nader onderzoek nodig is dan wel een keuze gemaakt moet worden: a. Nadere planstudie voor inpassing tracé bij A16 Zevenbergschenhoek; b. Verkabeling van de 150kV-lijn Geertruidenberg – Waalwijk, die loopt door de kernen Geertruidenberg en Raamsdonksveer. c.

Onderzoek naar de mogelijkheid tot verkabeling van de 150kV lijn door de Bredase wijken Wisselaar en Haagse Beemden. Voor de laatste twee heeft het overleg daarover geleid tot een uitkomst waarbij de verkabeling gerealiseerd gaat worden. Voor Breda nog wel met een kanttekening, die in deze brief is opgenomen. De planstudie Zevenbergschenhoek is als één van de uitwerkingsgebieden meegenomen. Ook deze uitkomst delen we met u in deze brief en we geven ons advies hierover. Wegingscriteria Met genoegen constateren wij dat de criteria die wij in onze brief van 31 mei 2017 hebben genoemd, ook in de uitwerkingsateliers meegenomen en gewogen zijn. Die criteria waren: a. Geen nieuwe doorsnijding van het landschap (bij een nieuwe doorsnijding wordt niet gebundeld); b. Combineren met bestaande infrastructuren; c. Leefomgeving (onder andere gevoelige bestemmingen); d. Natuur. Daar is in overleg met uw ministerie en TenneT het criterium ‘leefbaarheid’ aan toegevoegd. Dit heeft tot gevolg dat in de meeste gevallen de varianten tot draagvlak leidt.

Advies Samenwerkende Overheden per uitwerkingsgebied

Hieronder volgt eerst in algemene zin een aantal beschouwingen. In bijlage 1 hebben wij per uitwerkingsgebied van de 380kV tracé tussen Rilland en Tilburg onze voorkeur aangegeven met de daarbij behorende motivering. Deze geven per uitwerkingsgebied een meer gedetailleerd beeld van onze overwegingen voor de gekozen variant. In bijlage 2 vindt u de bij de uitwerkingsgebieden behorende kaarten van onze voorkeursvariant voor ieder uitwerkingsgebied. Wij verwijzen u naar deze bijlagen.

2

Verzoek advies in bijlage 1 over te nemen in uw besluit Wij adviseren u onze voorkeur zoals beschreven in bijlage 1 over te nemen, inclusief de genoemde lokale adviezen per uitwerkingsgebied en algemene adviespunten.

Mastkeuze

In het omgevingsproces, maar ook daarbuiten, is de mastkeuze van TenneT onderwerp van discussie. TenneT hanteert het uitgangspunt om bij nieuwe tracés te kiezen voor ‘de Wintrackmasten, tenzij….’. Dit is ook zo in projectboek 3 opgenomen. Deze keuze is echter niet eenduidig traceerbaar. Wij adviseren u om het waarom van de keuze voor de Wintrackmast duidelijker in uw beleid vast te leggen. Dit voorkomt in de toekomst wellicht veel discussie. Daarnaast adviseren wij u om voor de invulling van het “tenzij”, en de wijze waarop een meest optimale landschappelijke inpassing van de nieuwe verbinding te realiseren valt, het advies van de Rijksbouwmeester te vragen. We adviseren dit mee te nemen in de uiteindelijke afweging, naast de financiële consequenties. Dit geldt met name daar waar dat van invloed is op de lijnvoering en sprake is van bundeling met bestaande hoogspanningsverbindingen (uitgevoerd in vakwerkmasten). Eenduidigheid in masttypes en –posities, passend binnen het betreffende landschap, dient hierbij te worden nagestreefd. Voor uitwerkingsgebied 5 (Oud Gastel – Standdaarbuiten) vinden wij advies van Rijksbouwmeester zeker noodzakelijk, alvorens een keuze te kunnen maken voor de best inpasbare landschappelijke variant en masttypes en –posities voor de nieuwe lijn en de reconstructie van de bestaande 380kV.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11012005/1