2021-019770 Bijlage 14- Relevante-onderzoeken-adviezen-en-correspondentie
Tekst van het document
30. R elevante onderzoeken, adviezen en correspondentie tracékeuze ZuidWest 380 kV Oost Inhoudsopgave 1. A dvies Samenwerkende Overheden voorgenomen tracé 2 (incl. bijlagen) 2. B rief MEZK – Voorkeursalternatief voor hoogspannings- 53 verbinding Zuid-West 380 kV Oost (Rilland-Tilburg) 3. B rief MEZK – Advies over varianten voor de nadere uitwerking van 57 het voorgenomen tracé voor Zuid-West 380 kV Oost (Rilland-Tilburg) 4. Advies Samenwerkende Overheden uitwerking voorgenomen tracé 59 per uitwerkingsgebied 5. B rief MEZK – Uitwerking van het voorgenomen tracé voor 66 hoogspanningslijn Zuid-West 380 kV Oost (Rilland-Tilburg) 6. B rief MEZK – Uw brieven van 11, 17 en 24 oktober 2019 over uitwer- 86 king voorgenomen tracé Zuid-West 380 kV Oost (Rilland-Tilburg) 7. Advies TenneT masttype, uitwerkingsgebieden 3 en 6 en aankoop 94 woningen en planschade 8. B rief EZK – Zuid-West 380 kV Oost: mastkeuze en extra verkabeling 98 Bergen op Zoom 9. O nderzoek mastkeuze Zuid-West 380 kV Oost 99 10. Advies Samenwerkende Overheden op ingediende variant Borchwerf 126 11. Brief MEZK – Ingediende variant Borchwerf bij Zuid-West 380 kV Oost 127 12. Effectbeschrijving ingediend tracé-voorstel “Borchwerf Oost” 128 13. Brief SEZK – Reactie op verzoek gemeente Moerdijk heroverwering 141 tracé Zuid-West 380 kV Oost 14. Advies Loon op Zand - optimalisatie Bosroute 147 15.
Advies TenneT – Zuid West 380 kV: Bosroute 149 16. Advies TenneT - Effectbeschrijving varianten Bosroute 152 17. Brief EZK – Reactie op verzoek heroverweging tracé 158 uitwerkingsgebied 10 18. Ecologisch onderzoek 380 kV hoogspanningsverbinding 159 Rilland – Tilburg: VKA tracé Huis ter Heide – Bosroute
7
Bijlage 1: specifieke onderdelen van het advies Inleiding De leefomgeving en de ruimtelijke kwaliteit bepalen in belangrijke mate de algemene maatschappelijke aanvaardbaarheid van het vast te stellen tracé. Het advies van de samenwerkende overheden is integraal van opzet en doet ook recht aan het oplossen van lokale knelpunten waarmee deze kwaliteiten in belangrijke mate worden geborgd. Welke lokale overwegingen hieraan ten grondslag liggen, blijkt echter niet direct uit onze brief, maar verwoorden wij in deze bijlage. Hier geven wij de resultaten weer van de lokale verkenningen die leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit niet verder aantasten en zo nodig verbeteren op een drietal cruciale locaties. De belangrijkste thema’s van de specifieke onderdelen zijn het oplossen van ruimtelijke knelpunten en het extra vrijspelen van bestaande gevoelige bestemmingen. Gemeente Geertruidenberg Situatie De gemeente Geertruidenberg heeft te maken met een zware belasting op het gebied van de landelijke energievoorziening. Naast de Amercentrale zijn binnen de gemeente de volgende verbindingen/stations aanwezig: • 380 kV station Geertruidenberg •
150 kV station Geertruidenberg
•
380 kV verbinding Borsele – Geertruidenberg
•
380 kV verbinding Geertruidenberg – Eindhoven
•
380 kV verbinding Geertruidenberg – Krimpen a/d IJssel
•
150 kV verbinding Geertruidenberg – Biesbosch
•
150 kV verbinding Geertruidenberg – Waalwijk – ’s Hertogenbosch West
•
150 kV verbinding Geertruidenberg – Breda
•
150 kV verbinding Geertruidenberg – Oosteind – Tilburg West – Tilburg Noord
•
150 kV verbinding Zevenbergschen Hoek – Moerdijk
•
Daarnaast lopen er nog diverse hoogspanningsverbindingen van het 150 kV station Geertruidenberg naar de Amercentrale die niet in beheer van TenneT zijn. Zie onder voor een uitsnede van de situatie.
De gemeente Geertruidenberg wil zich aansluiten bij het meest gedragen tracé, maar is wel van mening dat door de aanleg van dit tracé de druk op de fysieke leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit in de gemeente nog verder wordt vergroot. Hiervoor dient een oplossing te komen. Fysieke leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit De toename van het aantal hoogspanningsverbindingen, als gevolg van de energietransitie, heeft grote ruimtelijke gevolgen. Onder andere transport van energie moet worden ingepast in de buurt waar we wonen, werken en recreëren. Hoewel de leidende principes waaronder geen nieuwe doorsnijdingen en bundeling (onder andere met andere hoogspanningsverbindingen) worden onderschreven, komt dit op gespannen voet te staan met de fysieke leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit in Geertruidenberg. Geertruidenberg is een bestaand energieknooppunt waar al 8 hoogspanningstracés samenkomen. Door realisatie van het meest gedragen tracé wordt de bijdrage van Geertruidenberg aan de nationale doelstellingen nog verder vergroot en vindt een directe verdere aantasting van de ruimtelijke kwaliteit en de specifieke gebiedswaarden en kwaliteiten plaats en beïnvloed daarmee ook de leefomgeving in negatieve zin. Door de aanleg van het meest gedragen tracé, komt er in de gemeente Geertruidenberg nog een 380/150 kV – verbinding bij.
De 150 kV-verbindingen Moerdijk – Geertruidenberg en Geertruidenberg – Oosteind worden vervangen door een combinatielijn. Het aantal hoogspanningsverbindingen neemt hiermee in de gemeente niet af en door het realiseren van een (extra) verbinding wordt het gebied nog verder onder druk gezet en wordt daarmee onevenredig hoog. De gecombineerde lijn, die op het grondgebied van de gemeente bundelt met de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding Geertruidenberg – Eindhoven, versterkt de landschappelijke visuele
effecten in negatieve zin en zet het recreatieve en cultuurhistorisch waardevolle gebied verder onder druk. Om de ruimtelijke impact te verminderen wordt een gedeeltelijke verkabeling (Station Geertruidenberg t/m mast 21) van de 150 kV hoogspanningsverbinding Geertruidenberg – Waalwijk – ‘s –Hertogenbosch West voorgesteld. Dit tracé loopt van west naar oost over de woonkernen Geertruidenberg en Raamsdonksveer over een lengte van circa 3,6 kilometer. Met een verkabeling worden 381 woningen en 1 school vrijgespeeld (zie onder voor weergave van de situatie).
Al sinds 1988 wordt over dit gedeelte van de 150 kV hoogspanningsverbinding Geertruidenberg – Waalwijk overleg gevoerd met diverse stakeholders en belanghebbenden. Uiteindelijk heeft de toenmalige minister van Economische Zaken op 16 januari 1991 goedkeuring verleend aan P.N.E.M. N.V. (destijds eigenaar van het netwerk) voor de realisatie van een tracéverlegging. Door de goedkeuring door de minister en het door P.N.E.M. N.V. ingezette proces, is het vertrouwen gewekt dat verplaatsing/verlegging van deze lijn volledig op conto van de netbeheerder/het Rijk zou komen. Tot op de dag van vandaag ligt het (oude) tracé uit de jaren ’50 nog steeds in de woonkernen Geertruidenberg en Raamsdonksveer. Hierdoor liggen momenteel 382 gevoelige bestemmingen (woningen en school) in de magneetveldzone. Advies Wij adviseren een gedeeltelijke sanering van deze lijn als ruimtelijke projectrelatie op te nemen in de plannen 380 kV Rilland-Tilburg (op kosten van het Rijk/TenneT), om de kwaliteit op de leefomgeving te borgen. Een dergelijke maatregel zorgt voor balans en draagvlak in de gemeente Geertruidenberg voor het meest gedragen tracé zoals door de regio is geadviseerd.
Gemeente Moerdijk Situatie In de gemeente Moerdijk lopen nu een 150 en 380 kV-verbinding van Standdaarbuiten tot aan Zevenbergschen Hoek. Deze loopt grotendeels gebundeld langs de A17. Het meest gedragen tracé komt ten westen van de A17 de gemeente binnen bij Standdaarbuiten en verlaat de gemeente via de Variant Paars Biesbosch bij Zevenbergschen Hoek (P3-vBi). Deze variant heeft lokaal finetuning nodig om de kwaliteit van de leefomgeving te kunnen garanderen in het gebied nabij de infrabundel A16. In deze tekst wordt nader ingegaan op de nuances ter plaatse en de oplossingsstrategie. Lokaal ruimtelijk knelpunt De gemeente Moerdijk wil zich aansluiten bij het meest gedragen tracé, maar kent een lokaal ruimtelijk knelpunt bij de kruising met de A16 en de HSL ten noorden van de kern Zevenbergschen Hoek dat vraagt om maatwerk. De volgende elementen maken dat de gemeente Moerdijk dit als een ruimtelijk knelpunt ziet: Kwaliteit van de leefomgeving In de gemeente Moerdijk bevindt zich veel grootschalige industrie en veel (grootschalige) infrastructuur. Het dorp Zevenbergschen Hoek is en wordt hierdoor onevenredig getroffen. Ten eerste heeft de aanleg van de HSL ervoor gezorgd dat een deel van het dorp is gesloopt. Nu levert het geluid van de HSL overlast op in het dorp. Hier heeft het dorp elke dag mee te maken, naast het geluid van de A16 en de normale spoorverbinding.
Ten tweede wordt ten noordwesten van de kern op korte termijn de aanleg van het Logistiek Park Moerdijk verwacht, met als gevolg een toename van de verkeersstromen in en rondom het dorp. Nu al is er veel overlast van het vele sluipverkeer dat door het dorp gaat om de files op de A16 te vermijden. De vrees is dat dit in de toekomst verder toeneemt. Reden voor de gemeente om juist te investeren in de leefbaarheid van deze kern door onder meer het nemen van verkeersmaatregelen. Het dorp heeft verder te maken met de geplande aanleg van een windpark langs de A16 waarvan de meeste varianten het dorp in de directe nabijheid raken. Met de aanleg van een bovengrondse 380 kV hoogspanningsverbinding komen 9 nieuwe gevoelige bestemmingen binnen de magneetveldzone te liggen waarvoor vervolgens een oplossing moet komen. (Toekomstige) ontwikkelingen De nieuwe 380 kV verbinding is niet de enige ontwikkeling die op Zevenbergschen Hoek afkomt. Tegelijkertijd vindt nu een studie plaats naar een windpark langs de A16. Dit windpark is noodzakelijk voor het realiseren van de nationale windopgave op land. Vijf van de elf te onderzoeken varianten raken daarbij de tracés (alternatieven en varianten) van de hoogspanningsverbinding. Windturbines en hoogspanningsmasten dienen een zekere afstand tot elkaar te houden. Daarmee beïnvloeden ze elkaars plaatsing.
Verder is de Moerdijkbrug op middellange termijn (2025) aan vervanging toe. Het verkeer loopt nu al bijna elke dag vast over de A16 ter weerszijden van deze brug. Het is goed mogelijk dat ter plaatse
van de hoogspanningsverbinding maatregelen aan de A16 worden genomen ter verbreding of aanpassing van deze rijksweg. Kortom Zevenbergschen Hoek en omgeving staan onder grote ruimtelijke druk en een te sectorale beschouwing van de ene opgave resulteert al snel in een dilemma voor andere lopende dossiers. Een integrale afweging van belangen is noodzakelijk om toekomstige ontwikkelingen hier te kunnen faciliteren. Ruimtelijke inpassing 150 kV-station De aansluiting op het bestaande 150 kV-station bij Zevenbergschen Hoek vraagt eveneens aandacht. Ten zuiden hiervan ligt nu een bedrijventerrein met enkele nog recent uitgegeven percelen. Bij bovengrondse aanleg zullen hier technische en ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de verbinding met dit station tot stand te brengen. Advies De oplossing voor dit ruimtelijk knelpunt is complex. Er spelen veel (toekomstige) ontwikkelingen. Het gebied wordt veelvuldig doorsneden door infrastructuur en grenst aan woon- en werkgebieden. De gemeente Moerdijk heeft de voorkeur om hier de verbinding ondergronds aan te leggen. Voorgesteld wordt om door middel van een nadere planstudie samen met TenneT en de provincie te onderzoeken of op deze, of op een eventueel andere wijze, gekomen kan worden tot de best mogelijke inpassing van het tracé. Een tracé dat recht doet aan de complexiteit van het ruimtelijke knelpunt, zoals hierboven geschetst.
Met het uitvoeren van deze planstudie ontstaat draagvlak bij de gemeente Moerdijk voor het regionaal meest gedragen tracé. Met dit tracé wordt voor de Variant Paars gekozen ten zuiden van de bestaande 380 kV-verbinding (P3-vBi). Dit tracé krijgt een logisch vervolg in de gemeente Drimmelen. Het voorkomt een kruising met de bestaande 380 kV bij Zevenbergen en het maakt de aansluiting in Geertruidenberg gemakkelijker zonder dat daar ondergrondse aanleg noodzakelijk is. Wij zouden graag zien dat deze kostenafweging ook wordt meegenomen in relatie tot de voorgestelde planstudie. Zoals met het ministerie van EZ en TenneT besproken, gaan wij ervan uit dat een dergelijke planstudie binnen een tijdsbestek van 2 à 3 maanden kan worden uitgevoerd. Gelet op de vakantieperiode denken wij aan afronding van de planstudie op 1 november 2017.
Gemeente Breda Situatie De gemeente Breda wordt bij het meest gedragen tracé niet direct doorsneden. In beginsel is dat een positief uitgangspunt, zeker omdat investeringen in natuur op Bredaas grondgebied hiermee behouden blijven. De keuze voor het meest gedragen tracé heeft echter indirect tot gevolg dat de bestaande 150 kV-lijn door Breda blijft bestaan. Dit in tegenstelling tot een andere tracékeuze, waarbij de verbinding wordt gesloopt omdat deze wordt ingehangen in de nieuwe 380 kV-lijn. Regionaal is er vanwege inhoudelijke argumenten een voorkeur voor een noordelijk tracé, Breda ziet kans om hierin mee te gaan als er stappen worden gezet om de kwaliteit van de leefomgeving op andere wijze te borgen. Op hoofdlijnen zou dat er als hieronder uit kunnen zien. Kwaliteit van de leefomgeving Gemeente Breda wordt sinds tientallen jaren doorsneden door een hoogspanningslijn 150 kV. Het betreft hier een doorsnijding van circa 5 km, inclusief een trafostation. Al bijna een decennium vindt overleg plaats voor verkabeling van deze verbinding, zodat bijna 500 woningen ontlast worden in de wijken Haagse Beemden en Wisselaar. Tot op heden is dat niet gelukt. Het vlot trekken van dat dossier helpt in belangrijke mate om draagvlak in de gemeente Breda te vergroten voor een noordelijk tracé en de kwaliteit van de leefomgeving te borgen.
In dat kader zet Breda zich graag in voor verkabeling van de bestaande 150 kV-lijnen op Bredaas grondgebied. De beleidsmatige basis hiervoor wordt gevonden in de Planologische Kernbeslissing deel 3 in het kader van de Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) uit 2008. Hierin staan op pagina 53 de randvoorwaarden voor het zogenoemde ‘uitruilbeginsel’ beschreven. Expliciet wordt gemeld dat 150 kV-lijnen ondergronds kunnen worden gebracht als contramal op de planning rond de 380 kV-verbinding. Met name op locaties waar veel woningen binnen de magneetveldzone vallen, is dit uitruilbeginsel van kracht. Tot slot wordt in de laatste alinea van de beschrijving van het uitruilbeginsel geadviseerd de uitruil plaats te laten vinden in delen van het land waar de 380 kV-lijn wordt aangelegd. Het ministerie van EZ heeft hier invulling aan gegeven via de uitkoop- en verkabelingsregeling (Kamerstuk 31 574, nr. 29 d.d. 16 april 2013 en Kamerstuk 31 410, nr. 19, d.d. 10 juli 2013). De hoogspanningsverbindingen in Breda zijn in deze regeling opgenomen (zie onder, uitsnede 2014). De exacte ‘verkabelkilometers’ zijn momenteel in concept weergegeven. In de nabije toekomst wordt een gedetailleerder kaart in overleg met de samenwerkende overheden opgesteld.
Advies De volgende afspraken worden voorgesteld: 1. TenneT voert een haalbaarheidsstudie uit omtrent verkabelen hoogspanningsleidingen in Breda; 2. Naast de technische onderdelen vindt nadrukkelijk onderzoek plaats naar ruimtelijke aspecten. Met name vrij te spelen ontwikkelruimte rondom lijnen en stations zijn onderwerp. Het verplaatsen van station Wisselaar behoort tot de onderzoeksparameters; 3. Na het haalbaarheidsonderzoek krijgt het project de pilotstatus in het kader van het wetsvoorstel ‘uitkoop- en verkabelingsregeling’ in ontwikkeling; 4. Na vaststellen van de wet wordt verkabeling daadwerkelijk uitgevoerd, uitgangspunt is dat verkabeling gereed is voorafgaand aan de realisatie van de nieuwe 380 kV-verbinding (huidige planning 2025).
Bijlage 2 Zuid-West 380 kV-Oost (Rilland-Tilburg), keuzeproces en eindconclusie ten behoeve van advies samenwerkende overheden Inhoud van deze bijlage 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Inleiding Eerste schifting Nadere uitwerking criteria Vergelijking tracés op hoofdlijnen Tweede schifting Stationslocatie Tilburg Eindconclusie: het meest gedragen tracé tussen Rilland en Tilburg
1
1.
Inleiding
In 2009 is het rijksproject Zuid-West 380 kV gestart met het opstellen van een Startnotitie voor een milieueffectrapportage (m.e.r.). Het project betreft de aanleg van een nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding tussen Borssele en Tilburg. In de Startnotitie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) is het zoekgebied (de corridor) waarbinnen de nieuwe verbinding moet worden gerealiseerd opgenomen. Vervolgens zijn door de ministers van Economische Zaken (EZ) en van Infrastructuur en Milieu (I&M) de Richtlijnen voor het milieueffectrapport (MER) vastgesteld. Hierin is aangegeven welke aspecten behandeld moeten worden in het MER en op welke wijze dat moet gebeuren. Daarna is door TenneT/het ministerie van EZ gestart met het binnen de corridor ontwikkelen van alternatieven voor de hoogspanningsverbinding tussen Borssele en Tilburg. In 2010 is hieruit het Meest Milieuvriendelijk Alternatief (MMA) bepaald. In 2011 is vervolgens het Voorgenomen Voorkeursalternatief (VVKA) gekozen door de ministers van EZ en I&M. In 2014 en 2015 hebben zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan die voor het tracédeel Rilland-Tilburg van belang waren. Een van de belangrijkste ontwikkelingen was dat het VVKA van 2011 vanwege twee 4 x 380 kV deeltrajecten niet voldeed aan de normen van leveringszekerheid.
Door deze twee knelpunten heeft in augustus 2014 een ‘omklap’ plaatsgevonden en kozen de ministers in plaats van het eerdere zogenaamde ‘noordelijke tracé/VVKA (van Roosendaal-Borchwerf, via Geertruidenberg naar Tilburg) voor het zogenaamde ‘zuidelijke tracé’ (van Roosendaal-Borchwerf, via Breda naar Tilburg). Vanwege alle onrust die ontstond over deze keuze van de ministers, heeft de minister van EZ in 2015 de regio uitgenodigd om met alternatieven te komen tussen Roosendaal-Borchwerf en Tilburg. Naast bevolkingsgroepen/actiegroepen, hebben ook de samenwerkende overheden alternatieven ingediend om alle mogelijkheden zo goed mogelijk inzichtelijk te maken. Er is destijds door de samenwerkende overheden geen voorkeur uitgesproken. In deze periode werd duidelijk dat een (geoptimaliseerd) noordelijk tracé toch mogelijk is. De ingediende alternatieven en varianten, inclusief noordelijke alternatieven en varianten, zijn door TenneT/het ministerie van EZ in het vervolgproces meegenomen en toegevoegd aan de eerdere alternatieven tussen Rilland en Tilburg uit 2009. Later bleek dat ook voor het gebied tussen Rilland en Roosendaal-Borchwerf alternatieven en varianten in beschouwing moesten worden genomen. Dit uit juridische overwegingen in het kader van de milieueffectrapportage.
Een andere nieuwe ontwikkeling in 2015 was de mogelijkheid tot aanleg van maximaal 10 kilometer ondergrondse 380 kV hoogspanningsverbinding, ook in het project Zuid-West 380 kV-Oost (RillandTilburg). Gesteld is door TenneT/het ministerie van EZ dat de uitgangspunten uit de Startnotitie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) van 2009 gehandhaafd blijven. In december 2016 heeft TenneT/het ministerie van EZ het document ‘Tracéalternatieven MER ZW380 kV-Oost’ gepresenteerd, het zogeheten kaartenboek. In de daaraan voorafgaande periode heeft TenneT, samen met de betrokkenen/indieners, de alternatieven van de indieners uit het eerdere Tracédocument uitgewerkt/aangescherpt. Betrokkenen herkenden zich namelijk onvoldoende in het Tracédocument. Er is gekeken naar de (technische) mogelijkheden per 2
alternatief. Samen zijn de technische knelpunten bekeken en van een oplossing voorzien en zijn de ingediende tracés geoptimaliseerd. Het kaartenboek is het resultaat. Het doel was om het vervolgproces in te gaan met voor iedereen herkenbare tracéalternatieven en uitgewerkte knelpunten. In deze notitie wordt gebruik gemaakt van kaarten. Deze kaarten zijn gebaseerd op genoemd kaartenboek van TenneT. Dit bevordert de herkenbaarheid van de tracés. Het kaartmateriaal, dat overigens nog wel een bepaald abstractieniveau heeft, is bedoeld om de keuzes van de samenwerkende overheden in onderhavig keuzeproces -verwoord in deze notitie- te verduidelijken. Onderstaand is allereerst een overzichtskaart van de tracéalternatieven en varianten Zuid-West 380 kV-Oost opgenomen: het vertrekpunt voor het vervolgproces dus (de advisering door de samenwerkende overheden en de afwegingen van de ministers voor het Voorgenomen Voorkeursalternatief (VVKA)). Overzichtskaart tracéalternatieven en varianten Zuid-West 380 kV-Oost:
De minister van EZ heeft de samenwerkende overheden bij brief van 31 maart 2017 uitgenodigd om voor 1 juni 2017 een integraal advies uit te brengen over alle alternatieven en varianten voor de aanleg van Zuid-West 380 kV tussen Rilland en Tilburg. Ook is gevraagd te toetsen op lokale gevolgen en zo nodig relevante aanvullende informatie te verstrekken. Het advies van de samenwerkende overheden, het draagvlak van de regio, wordt samen met de Integrale EffectenAnalyse (IEA) 3
betrokken bij de uiteindelijke keuze van het Voorgenomen Voorkeursalternatief (VVKA) door de ministers van EZ en I&M. Voor de samenwerkende overheden bestond de periode tot 1 juni 2017 uit een keuzeproces om voor het gehele gebied -van Rilland tot Tilburg- te komen tot een meest gedragen tracé. In deze notitie is dat keuzeproces beschreven, inclusief de argumentatie voor de keuzes die gemaakt zijn. De notitie moet gezien worden als een nadere onderbouwing van het advies aan de minister.
Proces Het keuzeproces bestaat uit een eerste schifting, een nadere uitwerking van de criteria, vergelijking op hoofdlijnen van de tracés, tweede schifting, keuze stationslocatie en eindigt met een conclusie voor het meest gedragen tracé. Om tot een advies te komen hebben de samenwerkende overheden provinciale, regionale en lokale belangen in beschouwing genomen. Hierbij hanteerden zij de volgende criteria: geen nieuwe doorsnijding van het landschap (bij een nieuwe doorsnijding wordt niet gebundeld), combineren, leefomgeving (onder andere gevoelige bestemmingen) en natuur. Deze vier criteria zijn in hoofdstuk 3 nader uitgewerkt. Daarnaast keken de samenwerkende overheden naar de effecten op ruimtelijke kwaliteit, landschap en cultuurhistorie en maatschappelijke aspecten. Bij de inhoudelijke beoordeling betrokken de samenwerkende overheden ook de uitgangspunten van het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III), de Startnotitie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) en de Richtlijnen voor het milieueffectrapport (MER). Ook de adviezen van de monitoringscommissie waren erg bruikbaar. Uiteraard werd de Integrale EffectenAnalyse in de overwegingen betrokken. Daarnaast zoomden de samenwerkende overheden in op lokale situaties, bijzondere aandachtspunten en opgaven en pluspunten op het gebied van leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit.
Bij het zoeken naar oplossingen voor ruimtelijke knelpunten is gebruik gemaakt van beschikbaar gestelde toolbox-instrumenten, waaronder de toegezegde 10 kilometer ondergrondse aanleg.
4
2.
Eerste schifting
Met als uitgangspunt het kaartmateriaal gebaseerd op het kaartenboek hebben de samenwerkende overheden eerst bezien welke tracégedeelten (alternatieven en varianten) zij in ieder geval onwenselijk dan wel onaanvaardbaar vinden en waarom. Hieronder is per deelgebied -met als vertrekpunt steeds een kaartje van het betreffende deelgebied- de eerste schifting beschreven.
DEELGEBIED 1 Kaart tracéalternatieven en varianten Rilland-Borchwerf:
- De Varianten Blauw in deelgebied 1 bij Steenbergen (betreft blauwe stippellijnen daar op de kaart: B1-vStb) vinden de samenwerkende overheden om de volgende redenen onwenselijk/onaanvaardbaar: • geen nieuwe doorsnijdingen van het landschap gewenst bij Steenbergen en Kruisland (er zou dan ook geen bundeling plaatsvinden); 5
•
•
•
• • • • • • •
deze varianten zijn in deelgebied 1 vrije tracés en geheel nieuwe doorsnijdingen door open, ongeschonden, landschappelijk waardevol gebied. Dit strookt niet met het belangrijke uitgangspunt ‘geheel nieuwe doorsnijdingen van het landschap zo veel mogelijk voorkomen’ uit het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) en de Startnotitie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.); het is een aantasting en doorsnijding van het oude landgoed Dassenberg (onderdeel van het NatuurNetwerk Brabant en Nederland (NNB/NNN), historisch groen, complex van cultuurhistorisch belang, bijzondere natuurwaarden en meerdere rijksmonumenten); het is een aantasting en doorsnijding van het Halsters Laag, het Oudland en de Cruijslandse kreken (onderdeel van het NatuurNetwerk Brabant en Nederland (NNB/NNN), cultuurhistorische waarden, natuurwaarden, recreatie, uitloopgebied voor de kernen en toegangspoort tot de Brabantse Wal); het is een aantasting van het archeologisch monument Padmos; de kernen Kruisland en Lepelstraat worden dan ingesloten tussen twee hoogspanningsverbindingen; deze varianten zijn een aantasting van de (dorps)silhouetten van Lepelstraat, Kruisland, Steenbergen en Welberg; de varianten tasten de waardevolle openheid, het kenmerkende coulisselandschap en het gebied van kreken op het zand aan; het is een aantasting van het project West Brabantse Waterlinie (provinciaal
landschap van allure); het is een aantasting van het cultureel erfgoed en de herdenking van WOII (project Slag om de Schelde); er zijn bovendien betere alternatieven/varianten.
- De Varianten Blauw in deelgebied 1 bij Kruisland (betreft blauwe stippellijnen daar op de kaart: B1-vKr) vinden de samenwerkende overheden om de volgende redenen onwenselijk/onaanvaardbaar: • geen nieuwe doorsnijdingen van het landschap gewenst bij Steenbergen en Kruisland (er zou dan ook geen bundeling plaatsvinden); • deze varianten zijn in deelgebied 1 vrije tracés en geheel nieuwe doorsnijdingen door open, ongeschonden, landschappelijk waardevol gebied. Dit strookt niet met het belangrijke uitgangspunt ‘geheel nieuwe doorsnijdingen van het landschap zo veel mogelijk voorkomen’ uit het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) en de Startnotitie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.); • het is een aantasting en doorsnijding van het oude landgoed Dassenberg (onderdeel van het NatuurNetwerk Brabant en Nederland (NNB/NNN), historisch groen, complex van cultuurhistorisch belang, bijzondere natuurwaarden en meerdere rijksmonumenten); • het is een aantasting en doorsnijding van het Halsters Laag en de Cruijslandse kreken (onderdeel van het NatuurNetwerk Brabant en Nederland (NNB/NNN), cultuurhistorische waarden, natuurwaarden, recreatie, uitloopgebied voor de kernen en toegangspoort tot de Brabantse Wal);
6
• • • • •
de kernen Kruisland en Lepelstraat worden dan ingesloten tussen twee hoogspanningsverbindingen; deze varianten zijn een aantasting van de (dorps)silhouetten van Lepelstraat en Kruisland; de varianten tasten de waardevolle openheid, het kenmerkende coulisselandschap en het gebied van kreken op het zand aan; het is een aantasting van het project West Brabantse Waterlinie (provinciaal landschap van allure); er zijn bovendien betere alternatieven/varianten.
DEELGEBIED 2 Kaart tracéalternatieven en varianten Borchwerf-Standdaarbuiten:
Vooraf: deelgebied 2 is specifiek met heel veel tracéalternatieven en varianten, soms ook erg dicht bij elkaar. Vandaar dat bij dit deelgebied wat verder ingezoomd is, ook qua motivering. - Alternatief Rood tussen Roosendaal en Oudenbosch in deelgebied 2 (betreft rode doorgetrokken lijn daar op de kaart: R2) vinden de samenwerkende overheden om de volgende redenen onwenselijk/onaanvaardbaar: • dit alternatief is in deelgebied 2 een vrij tracé en een geheel nieuwe doorsnijding (5,3 kilometer in deelgebied 2) door open, ongeschonden, landschappelijk waardevol gebied. Dit strookt niet 7
• •
•
•
•
met het belangrijke uitgangspunt ‘geheel nieuwe doorsnijdingen van het landschap zo veel mogelijk voorkomen’ uit het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) en de Startnotitie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.); er zijn realistische alternatieven/varianten mogelijk die geheel bundelen en niet zorgen voor een nieuwe doorsnijding (waaronder P2-vWe); Alternatief Rood doorkruist in deelgebied 2 het 23 hectaren groot natuurgebied Gastels Laag, onderdeel van het NatuurNetwerk Brabant en Nederland (NNB/NNN). Behalve voor amfibieën en vlinders ook een bijzonder gebied voor vogels. In de Samenvatting van de milieueffecten en het Meest Milieuvriendelijk Alternatief (6.4.1) is dit leefgebied niet benoemd en hierdoor ook niet in de Integrale EffectenAnalyse meegenomen.
De verwijzing naar Landgoed Zoomland bij Oudenbosch is in genoemde paragraaf onjuist (moet zijn Gastels Laag); dit alternatief zorgt (samen met R3) voor een gedeeltelijke insluiting van de nabijgelegen woonkern Oudenbosch (omringing aan twee zijden) en aantasting van het (dorps)silhouet Oudenbosch/Basiliek; dit alternatief levert, naast deze negatieve effecten op landschap en natuur, in deelgebied 2 ook nog 10 werkelijk nieuwe gevoelige bestemmingen op (terwijl er betere alternatieven/varianten zijn); de verwijdering van de bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding weegt niet op tegen de nieuwe doorsnijding in het ongeschonden gebied. Bij de recente aanleg van de rondweg ten zuiden van Oudenbosch is rekening gehouden met de bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding, waarbij is geïnvesteerd in de noodzakelijke specifieke inrichting vanwege deze verbinding.
- Variant Paars en Variant Blauw in deelgebied 2 ten westen en noorden van Oud Gastel (betreft paarse stippellijn daar op de kaart: P2-vOu; respectievelijk blauwe stippellijn daar op de kaart: B2vKr), gelet op hun ligging beide hier in combinatie behandeld, vinden de samenwerkende overheden om de volgende redenen onwenselijk/onaanvaardbaar: • deze varianten zijn een nieuwe doorsnijding. Er is geen sprake van bundeling en ook niet van combineren. Dit strookt niet met het belangrijke uitgangspunt ‘geheel nieuwe doorsnijdingen van het landschap zo veel mogelijk voorkomen’ uit het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) en de Startnotitie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.). Dit terwijl er wel alternatieven/varianten zijn die zowel bundelen als combineren; • ook uit de Integrale EffectenAnalyse blijkt dat nieuwe doorsnijdingen negatief scoren voor wat betreft de landschappelijke effecten. Ook de effecten van de nieuwe doorsnijdingen ten westen en noorden van Oud Gastel blijken zeer negatief te scoren; • bij deze varianten is geen sprake van combineren en hierdoor is bij deze varianten ook geen sprake van sanering van een 150 kV hoogspanningsverbinding in deelgebied 2.
Deze varianten ten westen en noorden van Oud Gastel zorgen voor extra kilometers hoogspanningsverbinding; • de nabijgelegen woonkern Oud Gastel wordt bij deze varianten ingesloten tussen hoogspanningsverbindingen (bestaand en nieuw); • nieuwe aantasting van de (dorps)silhouetten Oud Gastel en Stampersgat; • de huidige woningbouwlocatie Oud Gastel Noord, momenteel in ontwikkeling, ligt op zeer korte afstand; • het AMK-terrein 15713 (verdronken dorp Nieuw Gastel) wordt doorkruist; 8
•
tevens specifieke argumenten: Variant Paars (P2-vOu) de kern Oud Gastel wordt geheel ingesloten; grootste effect ten aanzien van draadslachtoffers; deze variant is niet geloofwaardig, aangezien het een geheel nieuwe doorsnijding (7,3 kilometer in deelgebied 2), zonder combinatie/sanering bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding betreft. Van bundeling (het naast een bestaande hoogspanningsverbinding bouwen van een hoogspanningsverbinding of het bouwen naast andere bovenregionale infrastructuur (wegen of spoorwegen) met als doel een nieuwe doorsnijding in het landschap te voorkomen) is ook geen sprake. Andere mogelijke alternatieven/varianten in deelgebied 2 bundelen en combineren wel. Deze variant strookt niet met het belangrijke uitgangspunt ‘geheel nieuwe doorsnijdingen van het landschap zo veel mogelijk voorkomen’ uit het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) en de Startnotitie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.); Variant Blauw (B2-vKr) de kern Oud Gastel wordt grotendeels ingesloten; deze variant is niet geloofwaardig, aangezien het een geheel nieuwe doorsnijding (5,5 kilometer in deelgebied 2), zonder combinatie/sanering bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding betreft. Van bundeling is ook geen sprake. Andere mogelijke alternatieven/varianten in deelgebied 2 bundelen en combineren wel.
Deze variant strookt niet met het belangrijke uitgangspunt ‘geheel nieuwe doorsnijdingen van het landschap zo veel mogelijk voorkomen’ uit het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) en de Startnotitie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.).
- Variant Geel in deelgebied 2 (en 3) bij Standdaarbuiten (betreft gele stippellijn daar op de kaart: G2(3)-vSta) vinden de samenwerkende overheden om de volgende redenen onwenselijk/onaanvaardbaar: • de kern Standdaarbuiten wordt met deze variant vrijwel geheel ingesloten; • het betreft een nieuwe doorsnijding van het landschap; • toepassing van deze variant leidt tot een grotere toevoeging van gevoelige bestemmingen (20) ten opzichte van andere tracés; • er ontstaat landschappelijk een onrustig en verstoord beeld met een in een wijde boog om Standdaarbuiten lopende 380 kV verbinding die twee keer met hoge masten de Dintel kruist.
9
DEELGEBIED 3 Kaart tracéalternatieven en varianten Standdaarbuiten-Tilburg:
- Alternatief Paars in deelgebied 3 voor zover gelegen tussen de rijksweg A16 en Geertruidenberg (betreft paarse doorgetrokken lijn daar op de kaart: P3) vinden de samenwerkende overheden om de volgende redenen onwenselijk/onaanvaardbaar: • hoewel gemeente Drimmelen geen voorkeur heeft voor een noordelijk tracé, heeft ze wel aangegeven welke inpassing in geval van een noordelijk tracé de minst slechte is; • ter plaatse van Hooge Zwaluwe en Drimmelen betreft Alternatief Paars een nieuwe doorsnijding van het landschap. Oud Drimmelen wordt met Alternatief Paars ingeklemd tussen twee hoogspanningsverbindingen. Een en ander kan voorkomen worden door te kiezen voor de Variant Paars Biesbosch/Hooge Zwaluwe (betreft paarse stippellijn daar op de kaart: P3-vBi); • de Variant Paars Biesbosch/Hooge Zwaluwe (P3-vBi) bundelt daar ook beter, namelijk met de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding; • door hier te kiezen voor de Variant Paars Biesbosch/Hooge Zwaluwe (die parallel ten zuiden van de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding bundelt) en niet voor Alternatief Paars (ten noorden van de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding) is bovendien geen ondergrondse kruising (2,1 kilometer) met de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding nodig;
10
•
de twee opstijgpunten (één in Kijfhoek (gemeente Drimmelen) en één in de Karthuizerpolder (gemeente Geertruidenberg)) die een onaanvaardbare grote impact hebben op het open agrarisch landschap ter plaatse, zijn dan niet noodzakelijk; • daarnaast wordt door een zuidelijke bundeling met de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding een extra en verdere aantasting van het gebied voorkomen; • ook komt het nieuwe tracé dan niet dichter op de woonkern Raamsdonksveer te liggen; • een zuidelijke ligging van het nieuwe tracé ten opzichte van de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding levert geen gevoelige bestemmingen in de gemeente Geertruidenberg op; • bij Hooge Zwaluwe dient wel sprake te zijn van de korte, noordelijke omleiding om de kern van Hooge Zwaluwe heen en dient de bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding die momenteel nog door de kern Hooge Zwaluwe loopt gecombineerd te worden met de nieuwe, rond Hooge Zwaluwe te situeren 380 kV hoogspanningsverbinding (daarbij te worden gehangen). Hiermee kunnen 50 bestaande gevoelige bestemmingen worden vrijgespeeld. noot: ten westen van de A16 had de gemeente Moerdijk ten tijde van de eerste schifting nog in beraad wat bij Paars voor die gemeente het beste/minst slechte is: Alternatief Paars/paarse doorgetrokken lijn daar op de kaart (P3) of de Variant Paars/paarse stippellijn daar op de kaart (P3vBi).
Alternatief Blauw/blauwe doorgetrokken lijn daar op de kaart (B3) heeft nooit de voorkeur van de gemeente Moerdijk gehad. Belangrijk: Bij Geertruidenberg is al sprake van een enorme concentratie van elektriciteitsvoorzieningen. Indien Geertruidenberg te maken krijgt met wéér een hoogspanningsverbinding erbij, is het voor deze gemeente belangrijk -om regionaal te kunnen meedenken met toch weer een tracé door deze gemeente- dat vanwege de onevenredig hoge druk die de bestaande hoogspanningsverbindingen en dan ook nog een nieuw tracé betekenen voor de leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit, het bestaande 150 kV hoogspanningstracé door de woonkernen Raamsdonksveer en Geertruidenberg wordt verkabeld. De samenwerkende overheden onderschrijven dat. - Variant Rood (de bovengrondse variant) in deelgebied 3 bij Oosterhout (betreft rode stippellijn daar op de kaart: R3-vOo) vinden de samenwerkende overheden om de volgende redenen onwenselijk/onaanvaardbaar: • deze variant betreft een doorsnijding dwars door het Landgoed Oosterheide; • deze variant leidt tot extra gevoelige bestemmingen (19 gevoelige bestemmingen); • deze variant is daarom nog slechter dan het Alternatief Rood (rode doorgetrokken lijn daar op de kaart: R3) of de ondergrondse variant uit het kaartenboek aan de rand van het Landgoed Oosterheide (R3-vOo/o).
11
- Alternatief Blauw, Alternatief Geel en Alternatief Paars in deelgebied 3 voor zover gelegen tussen Geertruidenberg en Tilburg (betreft blauwe, gele en paarse doorgetrokken lijnen daar op de kaart: B3, G3 en P3) en één van de paarse varianten namelijk de ondergrondse variant uit het kaartenboek bij Huis ter Heide(betreft één van de paarse stippellijnen daar op de kaart: P3-vHu) vinden de samenwerkende overheden om de volgende redenen onwenselijk/onaanvaardbaar: • met de Alternatieven Blauw en Geel wordt het woonlint Moersedreef aan twee zijden ingesloten met hoogspanningsverbindingen (bestaand en nieuw). Dit kan voorkomen worden door hier niet te kiezen voor de Alternatieven Blauw en Geel; • met Alternatief Paars worden het woonlint Moersedreef en het dorp De Moer ook ernstig belast met hoogspanningsverbindingen (bestaand en nieuw).
Dit leidt tot zeer negatieve effecten op de leefomgeving (onder andere gevoelige bestemmingen); • een ondergronds tracé (pas) na de Moersedreef en De Moer, vanaf natuurgebied Huis ter Heide (Variant P3-vHu), maakt vorenstaande twee punten niet anders en is daarvoor geen oplossing; • een en ander kan voorkomen worden door tussen Geertruidenberg en Tilburg in voorkomend geval te kiezen voor de Variant Paars met vanaf de Moersedreef de Bosroute (betreft paarse stippellijn daar op de kaart: P3-vBi-vBo); • hoewel de gemeenten Loon op Zand en Dongen primair een voorkeur voor het zuidelijk tracé hebben (R3), hebben ze wel aangegeven welke inpassing in geval van een noordelijk tracé noodzakelijk is ten behoeve van de leefomgeving in deze gemeenten; • door te kiezen voor de Bosroute kunnen 18 bestaande gevoelige bestemmingen worden vrijgespeeld en kan ook landschappelijk een betere inpassing worden bereikt indien de masten als een gelijk type (wintrack) worden uitgevoerd. Belangrijk: Een tracé over of langs de Moersedreef en De Moer is voor de gemeenten Dongen en Loon op Zand niet acceptabel. Het is een belangrijke voorwaarde dat de Bosroute in goed overleg met de gemeenten Dongen en Loon op Zand en belanghebbenden zo goed mogelijk wordt getraceerd/geoptimaliseerd. Dat is een belangrijke randvoorwaarde voor Dongen en Loon op Zand bij een eventueel tracé aldaar.
De samenwerkende overheden onderschrijven dat.
12
EINDCONCLUSIE EERSTE SCHIFTING Na de eerste schifting resteerde het volgende kaartbeeld:
13
3.
Nadere uitwerking criteria
De criteria die hieronder nader uitgewerkt zijn, hebben de basis gevormd voor de vergelijking op hoofdlijnen van de tracés en zijn ook belangrijk geweest bij de tweede schifting. Ook bij de eerste schifting hebben deze overigens al een rol gespeeld.
Geen nieuwe doorsnijding van het landschap (bij een nieuwe doorsnijding wordt niet gebundeld) Uit het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) blijkt dat het criterium ‘geheel nieuwe doorsnijdingen van het landschap zo veel mogelijk voorkomen’ een heel belangrijk criterium is (bij een nieuwe doorsnijding is sprake van een vrij tracé en wordt niet gebundeld). Ook uit de Startnotitie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.), de Richtlijnen voor het milieueffectrapport (MER) en de advisering van de monitoringscommissie blijkt dat dit een belangrijk criterium is. Voor de samenwerkende overheden is dit een van de belangrijkste criteria vanuit ruimtelijke kwaliteit en om verdere verrommeling in waardevolle, nog ongeschonden gebieden en leefomgevingen te voorkomen. Lokaal kan het accent verschillen, bijvoorbeeld om lokale knelpunten op te lossen. Het criterium bleek in de zoektocht van de samenwerkende overheden om te komen tot een meest gedragen tracé een onderscheidend criterium te zijn.
Ook het volgende is bij dit criterium in de overwegingen betrokken, mede in relatie tot het aspect leefomgeving (onder andere gevoelige bestemmingen): Uit de Integrale EffectenAnalyse blijkt dat nieuwe doorsnijdingen voor wat betreft leefomgeving/gevoelige bestemmingen positiever scoren dan de tracés die bundelen met bestaande hoogspanningsverbindingen en/of andere bovenregionale infrastructuur. Dit is op zich logisch, omdat bij een nieuwe doorsnijding de route nog bepaald kan worden. Voor deze nieuwe doorsnijdingen heeft TenneT ‘de vrijheid’ om het tracé zodanig in te tekenen dat zo min mogelijk bestaande woningen in de magneetveldzones komen te liggen en hierdoor niet onder het begrip ‘gevoelige bestemming’ vallen (als tegenhanger van de tracés die bundelen/geen nieuwe doorsnijding veroorzaken, waarbij de route grotendeels al is bepaald en minder rekening kan worden gehouden met het ontwijken van woningen). Bij nieuwe doorsnijdingen ontstaan situaties, waarbij bestaande woningen/woongebieden net buiten of op zeer korte afstand van de magneetveldzones zijn gelegen. Deze woningen ondervinden hierdoor de lasten van de nieuwe verbinding, maar krijgen doordat zij net niet in de magneetveldzone zijn gelegen, geen uitkoopvoorstel aangereikt.
Naast het feit dat de nieuwe doorsnijdingen veelal open, ongeschonden en/of landschappelijk waardevol gebied aantasten met alle effecten vanuit landschappelijk, natuurlijk en ruimtelijk oogpunt, tasten nieuwe doorsnijdingen zeker ook de leefomgeving ter plekke aan. De samenwerkende overheden hechten veel waarde aan de woon- en leefomgeving in ruime zin en aan ruimtelijke kwaliteit. Met name de groene landelijke gebieden zijn aantrekkelijk om onder andere in te wonen, werken en recreëren. In deze gebieden vinden juist vaak de investeringen plaats om de landschappelijke en natuurlijke waarden te behouden, versterken en ontwikkelen. Zowel de provincies als de afzonderlijke gemeenten hebben bijzondere aandacht 14
voor de ruimtelijke kwaliteit om verdere ‘verstening’ en ‘verrommeling’ in het buitengebied tegen te gaan. Er wordt ook bijzondere aandacht besteed aan het behouden, versterken en ontwikkelen van de omgevings- en gebiedswaarden en -kwaliteiten. Nieuwe doorsnijdingen betreffen een directe aantasting van de ruimtelijke kwaliteit en de specifieke gebiedswaarden en -kwaliteiten in het landelijk gebied. Deze beïnvloeden ook de leefomgeving negatief. Het vorenstaande is nu, voor wat betreft het thema leefomgevingskwaliteit, niet in de Integrale EffectenAnalyse meegenomen.
Combineren Ook het criterium ‘combineren’ is zoals blijkt uit het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) belangrijk en wel vanwege het streven om een toename van het totaal bovengrondse ruimtebeslag, uitgedrukt in kilometers tracélengte van hoogspanningsverbindingen, met een spanning vanaf 110 kV zo veel mogelijk te voorkomen. Ook voor de samenwerkende overheden is dat belangrijk vanuit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit.
Leefomgeving (onder andere gevoelige bestemmingen) Voor wat betreft gevoelige bestemmingen als onderdeel van het criterium ‘leefomgeving’ is het volgende nadrukkelijk in de overwegingen betrokken. De Integrale EffectenAnalyse maakt ook de bestaande gevoelige bestemmingen inzichtelijk (dit zijn gevoelige bestemmingen, meestal woningen, die reeds in een magneetveldzone van een bestaande hoogspanningsverbinding liggen, alsook in de magneetveldzone van de nieuwe hoogspanningsverbinding komen te liggen). Als je het aantal gevoelige bestemmingen als gevolg van de nieuwe hoogspanningsverbinding neemt minus het aantal reeds bestaande gevoelige bestemmingen dat daarvan deel uitmaakt, is over het gehele traject bezien het verschil nog maar beperkt onderscheidend. Het gaat dan dus om de werkelijk nieuwe gevoelige bestemmingen. De onderlinge verschillen tussen de diverse tracés (Alternatieven Paars, Blauw, Rood en Geel en de varianten daarop) vlakken dan enorm af. Lokaal kunnen de verschillen wel onderscheidend zijn. Over het gehele tracé bezien baseren de samenwerkende overheden hun afweging op de werkelijk nieuwe gevoelige bestemmingen.
Vergelijking tussen P1-vWo, P2-vWe, P3-vBi-vBo (meest gedragen tracé) en Meest Milieuvriendelijk Alternatief (MMA) op thema leefomgevingskwaliteit: Het meest gedragen tracé leidt tot 41 werkelijk nieuwe gevoelige bestemmingen en het Meest Milieuvriendelijk Alternatief op thema leefomgevingskwaliteit tot 30 werkelijk nieuwe gevoelige bestemmingen. Gezien op een totale lengte van het tracé lopend van Rilland tot aan Tilburg is dit een marginaal verschil. Ondanks dat het aantal bestaande gevoelige bestemmingen (gevoelige bestemmingen die reeds in een magneetveldzone van een bestaande hoogspanningsverbinding liggen, alsook in de magneetveldzone van de nieuwe hoogspanningsverbinding komen te liggen) niet in de afweging voor een Meest Milieuvriendelijk Alternatief (MMA) wordt meegenomen, is dit voor de samenwerkende overheden zeker ook een argument om voorkeur uit te spreken voor het nastreven van maximale bundeling. Deze gebieden zijn in de huidige situatie al door een of meerdere infrastructuren, inclusief zoneringen in het gebied, aangetast. Door bundeling, inclusief in goed overleg traceren, kunnen er direct knelpunten worden aangepakt. 15
-
Voor de woningen die nu al in een magneetveldzone liggen van een bestaande verbinding en door de nieuwe verbinding ook in de (nieuwe) magneetveldzone komen te liggen, verandert er in de nieuwe situatie in feite weinig. De bewoners ondervinden dezelfde effecten voor wat betreft de leefomgeving als in de huidige situatie. Uitsluitend de werkelijk nieuwe gevoelige bestemmingen leiden tot een negatief effect, omdat die woningen in die situatie in een magneetveldzone komen te liggen waar eerder nog geen sprake van was.
Heel belangrijk voor de samenwerkende overheden is ook het volgende. Belangrijk in het advies en daarmee integraal onderdeel van het meest gedragen tracé, is het invulling geven aan een drietal specifieke onderdelen om de leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit in het gebied niet verder aan te tasten en zo nodig te verbeteren. Uitvoering van deze onderdelen van het meest gedragen tracé betekent ook dat ruim 850 gevoelige bestemmingen worden vrijgespeeld. In bijlage 1 bij de brief aan de minister van EZ is de uitwerking van deze onderdelen opgenomen. Het betreft dan: • de verkabeling van de 150 kV-lijn Geertruidenberg-Waalwijk die loopt over de kernen Geertruidenberg en Raamsdonksveer (projectrelatie ruimtelijke kwaliteit en leefomgeving); • de verkabeling van de 150 kV-lijn door de Bredase woongebieden in Haagse Beemden en Wisselaar (opgave ruimtelijke kwaliteit en leefomgeving); • eventueel vrij te spelen gevoelige bestemmingen bij oplossen ruimtelijk knelpunt in de gemeente Moerdijk.
Naast deze opgaven heeft het advies van de samenwerkende overheden nog meer specifieke pluspunten op het gebied van leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit, waaronder: • ondergrondse aanleg bij Mattemburgh (onderdeel van Natura 2000-gebied Brabantse Wal) en zo mogelijk ook de naaste omgeving in Bergen op Zoom in deelgebied 1; • bundeling binnen de bestaande infrastructurele zone ten westen van de rijksweg A17 in deelgebied 2; • de varianten bij Hooge Zwaluwe (gemeente Drimmelen) en de Bosroute (gemeenten Loon op Zand en Dongen) in deelgebied 3. De Bosroute betekent dat de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding bij de Moersedreef (Loon op Zand) over een afstand van 7,5 kilometer wordt verwijderd en verplaatst. Deze varianten spelen bijna 70 bestaande gevoelige bestemmingen vrij.
Natuur Voor wat betreft het criterium ‘natuur’ is door de samenwerkende overheden gekeken naar de effecten op de Natura 2000-gebieden, het NatuurNetwerk Brabant en Nederland (NNB/NNN) en overige natuurgebieden van enige omvang. Gebruik is gemaakt van de provinciale en lokale kennis van de aanwezige natuurgebieden. Tevens is gebruik gemaakt van de kennis van de natuurbeherende organisaties.
16
4. Vergelijking tracés op hoofdlijnen Vervolgens heeft eerst een vergelijking plaatsgevonden van alle na de eerste schifting resterende tracés (alternatieven en varianten). In deze vergelijking wordt nader ingegaan op de eerder genoemde criteria. Bezien is welke criteria nu eigenlijk op hoofdlijnen onderscheidend zijn en op grond van welke criteria er sprake is van relevante verschillen. Vergelijking op hoofdlijnen per criterium:
A.
Geen nieuwe doorsnijding van het landschap (bij een nieuwe doorsnijding wordt niet gebundeld)
Bij de vergelijking van dit criterium in de verschillende deelgebieden worden de onderstaande begrippen gebruikt: • Nieuwe doorsnijding (negatief effect) = aanleg van een hoogspanningsverbinding in een nog niet met infrastructuur belast gebied. • Bundelen (positief effect) = het op korte afstand parallel laten lopen van een nieuwe hoogspanningsverbinding met bovenregionale infrastructuur (zoals een snelweg, spoorlijn of buisleidingenstraat) of met een bestaande hoogspanningsverbinding. Waar sprake is van een nieuwe doorsnijding is geen sprake van bundelen en andersom. Het betreft elkaars tegenovergestelde.
Deelgebied 1 Rilland – Roosendaal (Borchwerf) Conclusie doorsnijdingen deelgebied 1 Tussen Rilland en Roosendaal (Borchwerf) is er bij de resterende tracés op hoofdlijnen (Blauw, Geel, Paars en Rood) geen sprake van een nieuwe doorsnijding van het gebied. Op dit aspect zijn er in dit deelgebied dus geen relevante verschillen. Toelichting - Ter plaatse van de tracés Blauw en Geel (beide via het Markiezaatsmeer) is momenteel al sprake van een bestaande doorsnijding in de vorm van een 380 kV hoogspanningsverbinding. - Ter plaatse van de tracés Paars en Rood (beide via de Brabantse Wal) is momenteel al sprake van bestaande doorsnijdingen in de vorm van een 150 kV hoogspanningsverbinding, een buisleidingenstraat en deels de snelweg A58/A17.
Deelgebied 2 Roosendaal (Borchwerf) – Standdaarbuiten Conclusie doorsnijdingen deelgebied 2 Tussen Roosendaal (Borchwerf) en Standdaarbuiten is er bij de drie resterende tracés op hoofdlijnen (Blauw, Geel en Paars) geen sprake van een nieuwe doorsnijding van het gebied. Op dit aspect zijn er in dit deelgebied dus geen relevante verschillen. Toelichting Ter plaatse van de drie resterende tracés is momenteel al sprake van bestaande doorsnijdingen in de vorm van de snelweg A17, een 380 kV hoogspanningsverbinding, een 150 kV hoogspanningsverbinding en een buisleidingenstraat. 17
Deelgebied 3 Standdaarbuiten – Tilburg (opgeknipt in gebiedsdelen) 3a Standdaarbuiten – A16 Conclusie Tussen Standdaarbuiten en de A16 zijn er bij de resterende tracés wel verschillen qua doorsnijding van het gebied: de tracés op hoofdlijnen Blauw en Paars vormen hier geen nieuwe doorsnijding, de tracés Rood en Geel vormen hier wel een nieuwe doorsnijding. Toelichting - Ter plaatse van de tracés Paars en Blauw is momenteel al sprake van bestaande doorsnijdingen in de vorm van de snelweg A17, een 380 kV hoogspanningsverbinding, een 150 kV hoogspanningsverbinding en (over een beperkt deel) een buisleidingenstraat. Waar het tracé Blauw in noord-zuid-richting loopt, is momenteel al sprake van bestaande doorsnijdingen in de vorm van de snelweg A16, de gewone spoorlijn en de HSL-spoorlijn. - Ter plaatse van de tracés Rood en Geel is momenteel nog geen sprake van bestaande doorsnijdingen. De tracés Rood en Geel vormen hier een nieuwe doorsnijding. 3b A16 - Geertruidenberg/Oosterhout Conclusie Tussen de A16 en Geertruidenberg/Oosterhout zijn er bij de resterende tracés ook verschillen qua doorsnijding van het gebied: het tracé Paars (d.w.z. Variant Paars, Alternatief Paars is bij de eerste schifting al weggestreept) en de tracés op hoofdlijnen Blauw en Geel vormen hier geen nieuwe doorsnijding. Het tracé Rood vormt hier wel een nieuwe doorsnijding.
Toelichting - Ter plaatse van het tracé Paars (Variant Paars) is momenteel al sprake van bestaande doorsnijdingen in de vorm van een 380 kV hoogspanningsverbinding en een 150 kV hoogspanningsverbinding. - Ter plaatse van de tracés Blauw en Geel is momenteel al sprake van een bestaande lage doorsnijding in de vorm van de snelweg A59. - Ter plaatse van het tracé Rood is momenteel nog geen sprake van bestaande doorsnijdingen. Het tracé Rood vormt hier een nieuwe doorsnijding. 3c Geertruidenberg/Oosterhout – Tilburg Conclusie Tussen Geertruidenberg/Oosterhout en Tilburg zijn er bij de resterende tracés eveneens verschillen qua doorsnijding van het gebied: het tracé Paars (d.w.z. Variant Paars, Alternatief Paars is bij de eerste schifting al weggestreept) vormt hier geen nieuwe doorsnijding, het tracé Rood vormt hier wel een nieuwe doorsnijding. Toelichting - Ter plaatse van het tracé Paars (Variant Paars) is momenteel al sprake van een bestaande doorsnijding in de vorm van een 380 kV hoogspanningsverbinding. Voor wat betreft het laatste deel (De Moer-Tilburg) is er in geval van de zogenaamde Bosroute wel sprake van een nieuwe doorsnijding, namelijk door het gebied Huis ter Heide (ook de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding wordt daar dan gesitueerd). - Ter plaatse van het tracé Rood is momenteel nog geen sprake van bestaande doorsnijdingen.
Het tracé Rood vormt hier een nieuwe doorsnijding. 18
Totaalconclusie doorsnijdingen heel deelgebied 3 (resterende tracés op hoofdlijnen) De tracés Paars en Blauw zijn in het gehele deelgebied 3 geen nieuwe doorsnijding, behalve waar de Bosroute wordt gevolgd. Tracé Geel is tussen de A17 en A16 een nieuwe doorsnijding. Tracé Rood is een nieuwe doorsnijding van het gehele deelgebied 3.
B. Combineren (en bundelen) Bij de vergelijking van dit criterium in de verschillende deelgebieden worden de onderstaande begrippen gebruikt: • Combineren (positief effect) = het in één mastopstelling combineren van een nieuwe hoogspanningsverbinding (bij dit project een 380 kV verbinding) en een bestaande hoogspanningsverbinding (bij dit project een 150 kV verbinding), welke laatste verbinding (gelegen in de naaste of verdere omgeving) dan wordt verwijderd en in de mastopstelling van de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding wordt gehangen. • Bundelen (positief effect) = het op korte afstand parallel laten lopen van een nieuwe hoogspanningsverbinding met bovenregionale infrastructuur (zoals een snelweg, spoorlijn of buisleidingenstraat) of met een bestaande hoogspanningsverbinding. Onderstaande conclusies hebben alleen betrekking op het aspect combineren. Bundelen in relatie tot combineren wordt hieronder (alleen in de toelichtingen) slechts behandeld om een beeld van de nieuwe situatie in het veld te hebben.
Deelgebied 1 Rilland – Roosendaal (Borchwerf) Conclusie combineren deelgebied 1 Tussen Rilland en Roosendaal (Borchwerf) combineren alle resterende tracés op hoofdlijnen. Er is hier qua combineren slechts sprake van beperkte verschillen. Bijzonderheid: bij een keuze voor Blauw of Geel tracé zou de doorsnijding van de Brabantse Wal door een hoogspanningsverbinding worden opgeheven. Toelichting - De tracés Blauw en Geel (beide via het Markiezaatsmeer) in dit gebied bundelen met de ter plaatse aanwezige bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding en combineren met de bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding die nu nog over de Brabantse Wal en verder richting Roosendaal (Borchwerf) loopt (die wordt dan in deelgebied 1 verwijderd en in de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding gehangen). - De tracés Paars en Rood (beide via de Brabantse Wal) in dit gebied bundelen met de ter plaatse aanwezige buisleidingenstraat en deels met de snelweg A58/A17 (respectievelijk hoge en lage bundel). De tracés combineren met de ter plaatse aanwezige bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding (die wordt dan verwijderd en in de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding gehangen).
19
Deelgebied 2 Roosendaal (Borchwerf) – Standdaarbuiten Conclusie combineren deelgebied 2 Tussen Roosendaal (Borchwerf) en Standdaarbuiten combineren de drie resterende tracés op hoofdlijnen (Blauw, Geel en Paars). Er is hier qua combineren geen sprake van relevante verschillen. Toelichting Alle resterende tracés in dit gebied bundelen met de ter plaatse aanwezige snelweg A17, de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding en/of de buisleidingenstraat en combineren (deels) met een bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding (die wordt dan verwijderd en in de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding gehangen).
Deelgebied 3 Standdaarbuiten – Tilburg (opgeknipt in gebiedsdelen) 3a Standdaarbuiten – A16 Conclusie Tussen Standdaarbuiten en de A16 combineren alle resterende tracés op hoofdlijnen. Er is hier qua combineren geen sprake van verschillen. Toelichting - De tracés Paars en Blauw in dit gebied bundelen met de ter plaatse aanwezige snelweg A17, de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding en (voor een beperkt deel) met de buisleidingenstraat en combineren met de ter plaatse aanwezige bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding (die wordt dan verwijderd en in de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding gehangen). Waar het tracé Blauw in noord-zuid-richting loopt, wordt er gebundeld met de snelweg A16, de gewone spoorlijn en de HSL-spoorlijn en wordt er ook gecombineerd. - De tracés Rood en Geel in dit gebied bundelen niet, doch combineren alleen en wel met een elders in het gebied gelegen bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding (die wordt dan daar verwijderd en in de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding gehangen). 3b A16 – Geertruidenberg/Oosterhout Conclusie Tussen de A16 en Geertruidenberg/Oosterhout zijn er qua combineren wel verschillen: het tracé Paars (d.w.z. Variant Paars, Alternatief Paars is bij de eerste schifting al weggestreept) en het tracé op hoofdlijnen Blauw combineren volledig, de tracés op hoofdlijnen Geel en Rood combineren deels.
Toelichting - Het tracé Paars (Variant Paars) in dit gebied bundelt met de ter plaatse aanwezige bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding en combineert met de ter plaatse aanwezige bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding (die wordt dan verwijderd en in de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding gehangen). - Het tracé Blauw in dit gebied bundelt met de ter plaatse aanwezige snelweg A59 (respectievelijk hoge en lage bundel) en combineert met een elders in het gebied gelegen bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding (die wordt dan daar verwijderd en in de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding gehangen). - Het tracé Geel in dit gebied bundelt met de ter plaatse aanwezige snelweg A59 (respectievelijk hoge en lage bundel) en combineert voor een beperkt deel (namelijk tot Breda) met een elders in het gebied gelegen bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding (die wordt dan daar verwijderd en in de 20
nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding gehangen). - Het tracé Rood in dit gebied bundelt niet en combineert voor een beperkt deel (namelijk tot Breda) met een elders in het gebied gelegen bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding (die wordt dan daar verwijderd en in de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding gehangen). 3c Geertruidenberg/Oosterhout – Tilburg Conclusie Tussen Geertruidenberg/Oosterhout en Tilburg combineren beide resterende tracés (Variant Paars en tracé Rood). Er is hier qua combineren geen sprake van verschillen. Toelichting - Het tracé Paars (Variant Paars) in dit gebied bundelt met de ter plaatse aanwezige, deels (nabij De Moer) te verplaatsen bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding (dat wil zeggen de verplaatsing van de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding en het daarbij plaatsen/daarmee bundelen van de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding; betreft de zogenaamde Bosroute nabij De Moer) en combineert met een elders in het gebied gelegen bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding (die wordt dan daar verwijderd en in de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding gehangen). - Het tracé Rood in dit gebied bundelt niet, maar combineert wel met een elders in het gebied gelegen bestaande 150 kV hoogspanningsverbinding (die wordt dan daar verwijderd en in de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding gehangen).