2021-019770 Bijlage 13- Historische-vooronderzoeken-NGE-Zuid-West-380-kV-Oost
Tekst van het document
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 57 van 264
Figuur 28: NGE-Risicogebied naar aanleiding van het bombardement op 12 oktober 1944 (Bron ondergrond: ESRI).
Conclusie Naar aanleiding van het bombardement op 12 oktober 1944 is een NGE-Risicogebied afgebakend, waarbinnen blindgangers van afwerpmunitie van het kaliber 500 lbs in de bodem kunnen zijn achtergebleven.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 58 van 264
5.3.4 Bombardement op Duitse Nebelwerfer, 12 oktober 1944 Op 12 oktober 1944 vielen twaalf Spitfire jachtbommenwerpers van 331 Squadron Duitse Nebelwerfers5 in kaartvierkant D.5619 aan. Bij de aanval werden twaalf bommen van 500 lbs nabij het doel afgeworpen. Dit blijkt uit gegevens van de Britse luchtmacht (zie bijlage 4). De ligging van kaartvierkant D.5619 ten opzichte van het analysegebied is weergegeven in Figuur 29.
Figuur 29: Kaartvierkant D.5619 t.o.v. het project- en analysegebied (Bron: Kadaster).
Bij de geraadpleegde luchtfoto-instanties zijn geen luchtfoto’s beschikbaar van het getroffen gebied na het bombardement. Het is daarom niet mogelijk vast te stellen waar de bommen zijn neergekomen. Daarnaast kan niet worden vastgesteld waar de Nebelwerfer-opstelling zich bevond. Het is daarom niet mogelijk een NGE-Risicogebied af te bakenen naar aanleiding van het bombardement op 12 oktober 1944. Conclusie Naar aanleiding van het bombardement op 12 oktober 1944 kan geen NGE-Risicogebied worden afgebakend.
Een Nebelwerdrer is een Duits raketwerpsysteem dat ten tijde van de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt. Het doel van dit wapen was in korte tijd vijf of zes raketten afvuren op een vijandelijke stelling of linie. Kenmerkend aan dit wapen was het geluid dat de raketten produceerde wanneer ze waren afgevuurd, hetgeen ze de britse bijnaam "Moaning Minnie" opleverde. 5
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 59 van 264
5.3.5 Bombardement op verdedigingswerk, 13 oktober 1944 Op 13 oktober 1944 werd een bombardement uitgevoerd op een verdedigingswerk op coördinaat D.608219. Elf Spitfire jachtbommenwerpers van 74 Squadron wierpen 500 lbs vliegtuigbommen op het doel, met negen voltreffers als gevolg. Dit wordt gerapporteerd in de ORB’s van 2 nd Tactical Air Force (zie bijlage 4). De locatie van de aanval is weergegeven in Figuur 30.
Figuur 30: Locatie van het aangevallen coördinaat (aangeduid met nummer 1) op de geallieerde stafkaart (Bron: Kadaster).
Hoewel op het aangevallen coördinaat zelf geen bomkraters waarneembaar zijn, zijn nabij het aangevallen coördinaat diverse bomkraters waarneembaar. Een deel hiervan tevens binnen het analysegebied. Deze bomkraters, veroorzaakt door het bombardement van 13 oktober 1944 of andere data, worden nader geanalyseerd in paragraaf 5.40. Conclusie Naar aanleiding van het bombardement van 13 oktober 1944 kan geen specifiek NGE-Risicogebied worden afgebakend. Bomkraters die onder meer kunnen zijn veroorzaakt door het bombardement op 13 oktober 1944 worden in paragraaf 5.4 geanalyseerd.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 60 van 264
5.3.6 Bombardement op geschutopstellingen (coördinaat D.615234), 14 oktober 1944 Twaalf Spitfire jachtbommenwerpers van 127 Squadron wierpen op 14 oktober 1944 acht bommen van 500 lbs af op acht stukken geschut, opgesteld op coördinaat D.615234. Resultaten werden niet waargenomen. Zeven bommen vielen in ieder geval in het doelgebied, zo blijkt uit gegevens van de Britse luchtmacht. De locatie van de aanval is weergegeven in Figuur 31. Zoals zichtbaar in deze figuur lagen diverse kraters in de directe omgeving van het coördinaat. In een straal van 400 meter rond het coördinaat zijn zestien vergelijkbare kraters waarneembaar.
Figuur 31: Aangevallen coördinaat op een luchtfoto van 21 oktober 1944. Verschillende bomkraters zijn waarneembaar in de directe omgeving (Bron: Kadaster).
Het is niet bekend welke bomkraters zijn veroorzaakt door de Spitfires die de geschutopstellingen aanvielen. Vermoedelijk zijn de kraters veroorzaakt tijdens diverse bombardementen. Het afbakenen van een NGE-Risicogebied op basis van de richtlijn ‘duikbombardement op zgn. pin-point target’ is dan ook niet mogelijk. Daarom worden deze bomkraters, onder andere veroorzaakt tijdens het bombardement van 14 oktober 1944 of andere data, nader geanalyseerd in paragraaf 5.4. Conclusie Naar aanleiding van het bombardement van 14 oktober 1944 kan geen specifiek NGE-Risicogebied worden afgebakend. Bomkraters die onder meer kunnen zijn veroorzaakt door het bombardement op 14 oktober 1944 worden in paragraaf 5.4 geanalyseerd.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 61 van 264
5.3.7 Bombardement op geschutopstellingen (coördinaat D.607218), 14 oktober 1944 Op 14 oktober 1944 werd tevens een bombardement uitgevoerd op geschutopstellingen door twaalf Spitfires van 222 Squadron. De jachtbommenwerpers wierpen twaalf bommen van 500 lbs op twee stukken 8,8 cm geschut op coördinaat D.607218. De piloten namens vier treffers en één bijna-treffer waar. Het doelwit werd brandend achtergelaten. In de ORB’s van 222 Squadron wordt vermeld dat de helft van de bommen over het doel heen schoten.
Figuur 32 Uitsnede ORB van 222 Squadron, inclusief vermelding van het drinkgelag na het bombardement (Bron: TNA, AIR 27/1372).
Op het aangevallen coördinaat zijn geen sporen van de 8,8 cm kanonnen waarneembaar. Wel zijn in de wijde omgeving van het coördinaat bominslagen zichtbaar.
Figuur 33: Het aangevallen coördinaat (1) met de omliggende bomkraters (wit geaccentueerd) op een luchtfoto van 21 oktober 1944 (Bron: Kadaster).
Het is niet bekend welke van de waargenomen bomkraters veroorzaakt zijn tijdens het bombardement van 14 oktober 1944. De hoeveelheid, spreiding en het diffuse uiterlijk van de kraters maakt het onmogelijk de waarneembare bomkraters te relateren aan specifieke aanvallen. De vele bomkraters, veroorzaakt door het bombardement van 14 oktober 1944 en/of andere data, worden nader geanalyseerd in paragraaf 5.40.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 62 van 264
Conclusie Naar aanleiding van het bombardement van 14 oktober 1944 kan geen specifiek NGE-Risicogebied worden afgebakend. Bomkraters die onder meer kunnen zijn veroorzaakt door het bombardement op 14 oktober 1944 worden in paragraaf 5.4 geanalyseerd. 5.3.8 Bombardement op Duitse stellingen, 15 oktober 1944 Op 15 oktober 1944 voerden acht Typhoon jachtbommenwerpers van 257 Squadron een bombardement uit op Duitse stellingen op coördinaat D.597205. Zestien bommen van 500 lbs werden op het doelwit afgeworpen, waarbij twee bommen op de spoorkruising op het coördinaat neerkwamen.
Figuur 34: Getroffen kruispunt op coördinaat D.597205 (1) op een luchtfoto van 21 oktober 1944 (Bron: Kadaster).
Naar aanleiding van dit bombardement wordt een NGE-Risicogebied afgebakend. Zoals reeds in paragraaf 5.3.3 geanalyseerd, is op korte afstand van dit coördinaat ook op 12 oktober 1944 een bombardement uitgevoerd. Om deze reden is het niet mogelijk het kraterpatroon vast te stellen. Om deze reden wordt een NGE-Risicogebied afgebakend conform de richtlijn ‘duikbombardement op zgn. pin-point target’ (zie ook paragraaf 3.3.4). Omdat de spoorkruising wordt vermeld als locatie waar twee voltreffers neerkwamen, wordt een buffer van 181 meter rond het hart van de kruising als NGE-Risicogebied afgebakend, waaraan 18 meter wordt toegevoegd ter ondervanging van de cartografische onnauwkeurigheid (10 meter) en de ondergrondse horizontale verplaatsing van een 500 lbs vliegtuigbom. Het totale NGE-Risicogebied bedraagt derhalve 199 meter rond het doelwit, en is weergegeven in Figuur 35. Het NGE-Risicogebied strekt tot buiten het projectgebied. Het buiten het projectgebied afbakenen van NGE-Risicogebieden valt echter buiten de scope van dit HVO-NGE.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 63 van 264
Figuur 35: NGE-Risicogebied naar aanleiding van het bombardement op 15 oktober 1944 (Bron ondergrond: ESRI).
Conclusie Naar aanleiding van het bombardement op 15 oktober 1944 is een NGE-Risicogebied afgebakend, waarbinnen blindgangers van afwerpmunitie van het kaliber 500 lbs in de bodem kunnen zijn achtergebleven.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 64 van 264
5.3.9 Bombardement op Duits geschut, 18 oktober 1944 Op 18 oktober 1944 voerden acht Typhoon jachtbommenwerpers van 257 Squadron een bombardement uit op Duits geschut op coördinaat D.615227. Zestien bommen van 500 lbs werden op het doel afgeworpen, maar resultaten werden niet waargenomen, zo wordt vermeld in de ORB’s van 2nd Tactical Air Force (zie bijlage 4). In de ORB’s van het desbetreffende Squadron wordt vermeld dat de aanval plaatsvond tegen geschut en troepenposities tussen D.615228 en D.623224, en dat alle bommen in het doelgebied werden afgeworpen. Resultaten werden echter niet waargenomen. De locatie van de aanval is weergegeven in Figuur 36.
Figuur 36: Lijn waarover de 16x 500 lbs werd uitgeworpen (rode pijl) op de geallieerde stafkaart (Bron: AIR 27/1528).
In de directe omgeving van de locatie die volgens de ORB’s is gebombardeerd, zijn diverse bomkraters waarneembaar. Het is niet bekend welke bomkraters zijn veroorzaakt door de Typhoons die de geschutopstellingen aanvielen. Vermoedelijk zijn de kraters veroorzaakt tijdens diverse bombardementen. Het afbakenen van een NGE-Risicogebied op basis van de richtlijn ‘duikbombardement op zgn. pin-point target’ is dan ook niet mogelijk. Daarom worden deze bomkraters, onder andere veroorzaakt tijdens het bombardement van 18 oktober 1944 of andere data, nader geanalyseerd in paragraaf 5.4. Conclusie Naar aanleiding van het bombardement van 18 oktober 1944 kan geen specifiek NGE-Risicogebied worden afgebakend. Bomkraters die onder meer kunnen zijn veroorzaakt door het bombardement op 18 oktober 1944 worden in paragraaf 5.4 geanalyseerd.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 65 van 264
5.3.10 Bombardement op geschut en troepen, 18 oktober 1944 Op 18 oktober 1944 vielen Typhoon jachtbommenwerpers van 193 Squadron ook doelen aan in de bossen in de omgeving van het analysegebied. Acht Typhoon jachtbommenwerpers wierpen zestien bommen van 500 lbs op de bossen tussen coördinaat D.6123 en D.6133. Resultaten werden niet waargenomen, zo wordt vermeld in de ORB’s van 2nd Tactical Air Force (zie bijlage 4).
Figuur 37: Richting van de aanval van 193 Squadron (rode pijl) op de geallieerde stafkaart (Bron: Kadaster)
In de directe omgeving van de locatie die volgens de ORB’s is gebombardeerd, zijn diverse bomkraters waarneembaar. Het is niet bekend welke bomkraters zijn veroorzaakt door de Typhoons die het geschut en de troepen aanvielen. Vermoedelijk zijn de kraters veroorzaakt tijdens verschillende bombardementen. Het afbakenen van een NGE-Risicogebied op basis van de richtlijn ‘duikbombardement op zgn. pin-point target’ is dan ook niet mogelijk. Daarom worden deze bomkraters, onder andere veroorzaakt tijdens het bombardement van 18 oktober 1944 of andere data, nader geanalyseerd in paragraaf 5.4. Conclusie Naar aanleiding van het bombardement van 18 oktober 1944 kan geen specifiek NGE-Risicogebied worden afgebakend. Bomkraters die onder meer kunnen zijn veroorzaakt door het bombardement op 18 oktober 1944 worden in paragraaf 5.4 geanalyseerd.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 66 van 264
5.4
ANALYSE BOMKRATERS EN AFBAKENING NGE-RISICOGEBIED
In paragraaf 5.3 zijn diverse bombardementen geanalyseerd waarvan niet duidelijk was waar de bommen zijn ingeslagen. Mogelijke oorzaken zijn foutief vermelde coördinaten in de historische bronnen, luchtfotoanalyse die wordt gehinderd door bewolking, of een dergelijke veelheid aan bomkraters dat het relateren van bomkraters aan specifieke bombardementen niet mogelijk is. Aan de hand van deze bombardementen kon geen NGE-Risicogebied worden afgebakend. Binnen het analysegebied zijn echter wel tientallen kraters waarneembaar, die mogelijk zijn veroorzaakt door deze bombardementen waarvan de locatie niet kon worden vastgesteld. Het betrof de volgende bombardementen: Datum 13 september 1944 11 oktober 1944
13 oktober 1944 14 oktober 1944
18 oktober 1944
Omschrijving aanval Mosquito’s bombardeerden verbindingen in kaartvierkant D.6122. Resultaten werden niet waargenomen. Negen Spitfires bombardeerden een Duitse stelling op coördinaat D.616247. Tien Spitfires wierpen bommen af op Duitse geschutposities in kaartvierkant E.6223 of E.6224. Elf Spitfires wierpen negen bommen af op een verdedigingswerk op coördinaat D.608219. Twaalf Spitfire jachtbommenwerpers wierpen bommen af op acht stukken geschut op coördinaat D.615234. Resultaten werden niet waargenomen. Twaalf Spitfires van 222 Squadron wierpen bommen op twee stukken geschut op coördinaat D.607218. Acht Typhoons van 257 Squadron bombardeerden Duits geschut tussen coördinaat D.615228 en D.623224. Resultaten werden niet waargenomen. Acht Typhoon jachtbommenwerpers van 193 Squadron vielen doelen aan in de bossen tussen coördinaat D.6123 en D.6133. Resultaten werden niet waargenomen.
Ingezette munitie Onbekend aantal 500 lbs M.C. vliegtuigbommen 14x 250 lbs afwerpmunitie 20x 250 lbs afwerpmunitie 9x 500 lbs afwerpmunitie 8x 500 lbs afwerpmunitie
12x 500 lbs afwerpmunitie 16x 500 lbs afwerpmunitie
16x 500 lbs afwerpmunitie
Tabel 4: Bombardementen binnen het analysegebied, waarbij krateranalyse niet mogelijk is gebleken.
Gezien het aantal bombardementen waarvan de locatie niet kon worden vastgesteld en het aantal bomkraters binnen het analysegebied wordt een NGE-Risicogebied afgebakend. Omdat luchtfoto’s uitsluitend na de totaliteit aan bombardementen beschikbaar zijn en de zichtbare bomkraters niet gerelateerd kunnen worden aan de afzonderlijke bombardementen, is het vaststellen van een kraterpatroon niet mogelijk. Het afbakenen van een NGE-Risicogebied op basis van krateranalyse is daarom niet mogelijk. Het afbakenen op basis van de richtlijn ‘duikbombardement op zgn. pin-point target’ is eveneens niet mogelijk, omdat de doelen die volgens de gegevens van de Britse luchtmacht zijn aangevallen in veel gevallen aantoonbaar niet getroffen zijn. Er is daarom geen verband tussen de bomkraters en de aangevallen doelen. Om deze redenen wordt situationeel een NGE-Risicogebied afgebakend.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 67 van 264
Figuur 38: Bomkraters, veroorzaakt door duikbombardementen, gemarkeerd op luchtfoto’s d.d. 21 oktober 1944 (Bron: Kadaster).
Het NGE-Risicogebied wordt op basis van expert judgement afgebakend in een straal van 100 meter rond de waarneembare bomkraters. Deze afstand is vastgesteld op basis van een inschatting van de gemiddelde afstand tussen bomkraters, veroorzaakt door bombardementen door vliegtuigen bewapend met zowel één als twee bommen. In deze straal van 100 meter is de ondergrondse horizontale verplaatsing en de cartografische onnauwkeurigheid inbegrepen. In deze NGE-Risicogebieden kunnen blindgangers van afwerpmunitie van de kalibers 250 en 500 lbs in de bodem zijn achtergebleven. Het NGE-Risicogebied strekt tot buiten het projectgebied. Het buiten het projectgebied afbakenen van NGE-Risicogebieden valt echter buiten de scope van dit HVO-NGE.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 68 van 264
Figuur 39: NGE-Risicogebied naar aanleiding van bombardementen door duikbommenwerpers van 13 september 1944 tot en met 18 oktober 1944 (Bron ondergrond: ESRI).
Conclusie Naar aanleiding van de diverse duikbombardementen waarvan geen kraterpatroon of een aantoonbaar doel kon worden vastgesteld is een NGE-Risicogebied afgebakend, waarbinnen blindgangers van afwerpmunitie van 250 en/of 500 lbs in de bodem kunnen zijn achtergebleven.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 69 van 264
5.5
BOMBARDEMENT OP ONBEKENDE DATUM
Op luchtfoto’s van 21 oktober 1944 is een viertal kraters zichtbaar ten noordwesten van Roosendaal, in een lijn van zuid naar noord. Het is niet bekend wanneer deze bomkraters zijn veroorzaakt, waardoor niet kan worden vastgesteld hoeveel bommen in totaal zijn afgeworpen. De bomkraters liggen in een gebied waar geen bekende bombardementen hebben plaatsgevonden en zijn weergegeven in Figuur 40.
Figuur 40: Bomkraters op een luchtfoto van 21 oktober 1944 (Bron: Kadaster).
Aangezien het vier bomkraters op één lijn betreffen, wordt geconcludeerd dat het bombardement door een lichte, middelzware of zware bommenwerper is uitgevoerd. Het is niet bekend hoeveel bommen in totaal zijn afgeworpen. Om deze reden wordt een NGE-Risicogebied afgebakend op basis van de richtlijn ‘tapijtbombardement’ uit het WSCS-OCE (zie paragraaf 3.3.4 ). De grootste onderlinge afstand tussen twee opeenvolgende bomkraters bedraagt 99 meter. Aan deze 99 meter wordt 23 meter toegevoegd ter ondervanging van de cartografische onnauwkeurigheid (15 meter) en de ondergrondse horizontale verplaatsing (8 meter). Het totale NGE-Risicogebied bedraagt 114 meter rond de bomkraters op de luchtfoto van 21 oktober 1944. Binnen het NGE-Risicogebied kunnen blindgangers van afwerpmunitie van de kalibers 250, 500 en/of 1.000 lbs (de meest gebruikte kalibers afwerpmunitie ten tijde van de Tweede Wereldoorlog) in de bodem zijn achtergebleven. Het NGE-Risicogebied strekt tot buiten het projectgebied. Het buiten het projectgebied afbakenen van NGE-Risicogebieden valt echter buiten de scope van dit HVONGE.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 70 van 264
Figuur 41: NGE-Risicogebied naar aanleiding van de bomkraters ten noordwesten van Roosendaal (Bron ondergrond: ESRI).
Conclusie Naar aanleiding van de vier bomkraters met onbekende herkomst ten noordwesten van Roosendaal is een NGE-Risicogebied afgebakend, waarbinnen blindgangers van 250, 500 en/of 1000 lbs in de bodem kunnen zijn achtergebleven.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 71 van 264
6
ANALYSE GRONDGEVECHTEN EN ARTILLERIEBESCHIETINGEN
Dit hoofdstuk bespreekt de grondgevechten en artilleriebeschietingen. Het analysegebied heeft overlap met het gevechtsterrein tijdens de Duitse inval in mei 1940 en de bevrijding in oktober 1944. De paragrafen 6.1 en 6.2 geven eerst een chronologisch overzicht op basis van de literatuur. In paragraaf 6.3 wordt de informatie uit andere bronnen (NIMH, archief, munitieruimingen, luchtfoto’s) geanalyseerd. Een conclusie en afbakening van NGE-Risicogebieden volgt in paragraaf 6.4. 6.1
GEVECHTEN OM DE BATHSTELLING, 14 EN 15 MEI 1940
Zuid-Beveland en Walcheren werden verdedigd door de Bathstelling en de Zanddijkstelling (tussen Hansweert en Yerseke). De Bathstelling fungeerde als een voorpostenstelling, lag bij het voormalige fort Bath en bestond uit twaalf kazematten, een tankgracht en geïnundeerd terrein. De bezetting van de Bathstelling werd gevormd door elementen van het 14de Grensbataljon, dat onder het bevel van het 38ste Regiment Infanterie stond.
Figuur 42: Situatie 14-17 mei 1940 in Zeeland. Met geel is de Bathstelling geaccentueerd, de Duitse opmars met rode en de Franse troepenbewegingen met groene pijlen. (Bron: AME, pag. 244).
Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger Nederland binnen. In de vroege ochtend van 14 mei 1940 bereikte de SS Verfügungsdivision Hoogerheide en rond 10.40 uur werd ook Woensdrecht zonder strijd bezet. In de middag, tussen 15.00 en 16.00 uur, voerden Duitse patrouilles verkenningen uit naar het voorterrein van de Bathstelling. Rond 18.00 uur beschiet de Duitse artillerie de Bathstelling. De granaten kwamen achter en vóór de stelling neer. Er was geen Nederlandse artillerie beschikbaar om de Duitse batterijen te beschieten. Op het moment van de beschieting bevinden de drie compagniecommandanten zich in de commandopost in Rilland. Enkel de commandant van de 1ste Compagnie keert onmiddellijk terug naar de stelling om een eventuele Duitse aanval af te slaan. Door de Duitse beschietingen hadden de manschappen van de 2 de en 3de Compagnie hun stellingen verlaten, zodat de bezetting voornamelijk uit groepjes manschappen van de
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 72 van 264
1ste compagnie bestond. Omdat deze bezetting een Duitse aanval niet zou kunnen afslaan, volgde om 20.00 uur het bevel om de Bathstelling te ontruimen. Zonder daadwerkelijke grondgevechten viel de Bathstelling in Duitse handen. 6.2
GEVECHTEN TIJDENS DE BEVRIJDING, 1944
Begin september 1944 kunnen de geallieerde legers vrij vlot oprukken door België, waardoor de Nederlandse grens in het vizier komt. Op 4 september 1944 wordt Antwerpen bevrijd. De Scheldemonding is echter nog in Duitse handen, waardoor de haven van Antwerpen nog niet kan worden gebruikt als aanvoerhaven. Daarom start begin oktober 1944 een geallieerd offensief, operatie Vitality, om de Scheldemonding te veroveren. Tijdens deze en de daaropvolgende operaties worden delen van Zeeland en Noord-Brabant bevrijd. In de volgende paragrafen worden de verschillende strijdtonelen behandeld. 6.2.1 Woensdrecht en de Kreekrakdam, 1944 De 2de Canadese infanteriedivisie rukte op 4 oktober 1944 vanuit Antwerpen op naar het noorden met als doel de verovering van Woensdrecht om zo de Kreekrakdam af te sluiten. Figuur 43 geeft een overzicht van de geallieerde opmars. Zoals uit de figuur blijkt, lag de frontlijn op 8 oktober 1944 in het analysegebied.
Figuur 43: Overzicht van de geallieerde opmars vanuit Antwerpen naar Woensdrecht. Het project- en analysegebied zijn linksboven zichtbaar. (Bron: KLE, pag. 179).
In het Canadese opmarsgebied lagen drie Duitse divisies die samen sterk genoeg waren om de Canadese opmars drastisch te vertragen, maar ze bleken niet in staat op de geallieerde opmars definitief af te breken. Op 7 oktober 1944 volgde een uitputtingsslag om Woensdrecht en Hoogerheide. Meer dan twee weken lang zou nauwelijks beweging komen in het front. Op verschillende momenten voerden Duitse versterkingen van Kampfgruppe Chill tegenaanvallen uit op de Canadese troepen zoals op 8 oktober 1944 ten noorden van Hoogerheide, zie ook Figuur 44.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 73 van 264
Figuur 44: Overzicht van de Canadese opmars (rode pijlen) op 7 en 8 oktober 1944. Met blauw zijn de Duitse tegenaanvallen weergegeven. (Bron: DID2, pag. 323).
Op 10 oktober 1944 bereikte het Royal Regiment of Canada, van de 4 de Brigade, het gebied van de spoorlijn ten westen van Woensdrecht. Deze eenheid was drie dagen eerder het geïnundeerde gebied ten westen van Ossendrecht overgestoken. Het Royal Regiment wist de positie te behouden, echter de Kreekrakdam en de Zeeuwse Weg konden wegens de Duitse tegenstand niet worden veroverd. Met behulp van luchtdoelgeschut, antitankgeschut en mortieren wisten de Canadese troepen nog een Duitse tegenaanval af te slaan. Tijdens de daaropvolgende nacht en dagen werden de Duitse posities met artillerievuur bestookt, waardoor verkeer over de weg niet meer mogelijk was. Een bataljon Black Watch of Canada, van de 5de Brigade, voerde op 13 oktober 1944 twee frontale aanvallen uit op Duitse versterkingen achter de spoordijk ten westen van Woensdrecht. Deze operatie stond bekend onder de codenaam Angus. De aanvallers, ondersteund door tanks en vlammenwerpers, moesten hiervoor door een kilometer drassig polderland oprukken. Voorafgaand werden de Duitse posities beschoten met onder andere vier 4.2 inch mortieren, die 264 granaten afvuurden. De Duitse verdedigers, nauwelijks verzwakt door voorafgaande beschietingen en luchtaanvallen, konden gericht vuur uitbrengen op de oprukkende infanteristen. De Duitse infanterie werd ondersteund door gemechaniseerde kanonnen van 7,5 cm (Sturmgeschütz).
Pas de volgende ochtend trokken de Canadese soldaten zich terug. De Black Watch verloor die dag 183 man, waarvan 65 gesneuvelden.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 74 van 264
Figuur 45: Overzicht Canadese opmars 8-13 oktober 1944. (Bron: DID2, pag. 327).
Pas met de verovering van Woensdrecht in de periode van 16-24 oktober 1944 en het bereiken van de Oosterscheldedijk op 24 oktober 1944, werd de Duitse verbinding met Zuid-Beveland definitief afgesneden. Verdere strijd rond Woensdrecht was voor de Duitse legerleiding niet meer nuttig. Het bieden van sterke weerstand en de tijdswinst die de trage Canadese opmars opleverden, waren voor de Duitse verdedigers het belangrijkste. Nagenoeg tegelijk met de verovering van Woensdrecht en de Kreekrakdam, ging vanaf 23 oktober 1944 de strijd verder om West-Brabant. Zodra de rechterflank voldoende was veilig gesteld, zou de Canadese 2de Infanterdivisie de aanval op Zuid-Beveland lanceren.6 Zuid-Beveland werd onder meer verdedigd door de 70 ste Infanteriedivisie, waarvan de hoofdmacht op Walcheren was gelegerd. In Zuid-Beveland stonden de Canadese troepen tegenover het 1020ste Infanterieregiment, dat was aangevuld met versterkingen en geschut. De voornaamste verdediging van Zuid-Beveland lag bij het Kanaal door Zuid-Beveland. Een voorverdediging lag bij Rilland-Bath.
6 De bevrijding van West-Brabant komt aan bod in de volgende twee paragrafen.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 75 van 264
Figuur 46: Overzicht Canadese opmars 16-26 oktober 1944. (Bron: DID2, pag. 338).
Op 24 oktober 1944 achtte de Canadese bevelhebber de rechterflank in Noord-Brabant voldoende veiliggesteld. Voor de 4de Tankdivisie volgde het sein om tot de aanval op Zuid-Beveland over te gaan. Zeven regimenten artillerie beschoten de Duitse stellingen. Door de onderwaterzetting van stukken land, waren de Canadese troepen in eerste instantie gedwongen om via de hoofdweg op te rukken. Al snel werden drie tanks en drie pantserwagens uitgeschakeld, waarop de rest werd teruggetrokken. Pas in de late avond kon de infanterie enige vooruitgang boeken. Het Essex Scottish regiment meldde dat een nachtelijke aanval succesvol was geweest. In de ochtend van 25 oktober 1944 werden Rilland en Bath veroverd. 6.2.2 De bevrijding van Bergen op Zoom en Roosendaal, 1944 Op 22 oktober 1944 zetten troepen van de 2de Canadese Infanteriedivisie de aanval in op Korteven en Lindonk. De Canadese 4de Tankdivisie ging op 23 oktober 1944 in de aanval met als eerste doel de verovering van Bergen op Zoom. Meer naar het oosten begon de Britse 4 de Divisie met zijn opmars naar Roosendaal. Door Duitse tegenstand liep de opmars wederom vertraging op, met grote verliezen. De gevechten bij Lindonk en Korteven bleken een herhaling van de moeilijke gevechten bij Hoogerheide en Woensdrecht.
Drie compagniën van de Calgary Highlanders rukten op 23 oktober 1944 op om het snijpunt van de spoorlijn met de Caterspolder en de plaats waar de Hoogwaardweg op de dijk van de Caterspolder uitkomt te veroveren. De Duitse tegenstand was echter fel waardoor de Highlanders zich ingroeven. Vervolgens werd de spoordijk door Sherman tanks onder vuur genomen. Tegen de avond konden de vooropgestelde doelen worden bereikt. Tegen de middag van de volgende dag veroverden de Highlanders het station van Woensdrecht. Door het oprukken van de Britse 4de Divisie ten oosten van de Canadezen, moesten de Duitse troepen van Kampfgruppe Chill zich terugtrekken om een omsingeling te voorkomen.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 76 van 264
Figuur 47: Verloop van de Canadese opmars (rode pijlen) vanaf 23 oktober 1944. (Bron: DID2, pag. 367).
De aanval op Bergen op Zoom zou worden uitgevoerd door de 4 de Tankbrigade, die via de Wouwse Plantage moest oprukken. Tevens zou de 10de Infanteriebrigade vanuit Huijbergen naar Bergen op Zoom oprukken. Bij Wouwse Plantage vond op 24 oktober 1944 echter een Duitse tegenaanval plaats, waarbij de Canadese troepen op deze plaats werden teruggeslagen. In de periode 25-28 oktober 1944 volgden nog hevige gevechten met infanterie, tanks en geschut voorafgaand aan de bevrijding van het dorp Wouw door Canadese troepen op 28 oktober 1944. Het dorp was zwaar beschoten door de geallieerde artillerie. In die tijd waren ook Wouwse Plantage en Wouwse Hill bevrijd. Op 26 oktober 1944 werden Canadese troepen bij Heimolen nog in een tangbeweging aangevallen.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 77 van 264
Figuur 48: De Canadese aanvallen op 24, 25 en 26 oktober 1944, zie legende op kaart. (Bron: DID2, pag. 438).
Vanaf 26 oktober 1944 begonnen de Duitse troepen zich terug te trekken op de lijn Bergen op Zoom – Roosendaal – Gilze. In Bergen op Zoom trokken de Duitsers zich ten noorden van de rivier de Zoom terug. Deze terugtrekking had te maken met het geallieerde offensief in Midden-Brabant. Hierdoor verdween de Duitse tegenstand in de sector Wouw nagenoeg volledig. Op 27 oktober 1944 kon het dorp Zoomvliet zonder weerstand worden ingenomen. Om Westlaar moest nog wel worden gestreden. Tanks van het Britisch Columbia, versterkt met een compangie infanterie, slaagden erin de weg Bergen op Zoom – Roosendaal te bereiken. De aanval of Vijfhoek werd voorafgegaan door een artilleriebeschieting, waarna tanks de Duitse verdedigers konden overweldigen. In de avond van 27 oktober 1944 was ook Vijfhoek bevrijd.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 78 van 264
Figuur 49: De Canadese opmars op 27 en 28 oktober 1944. (Bron: DID2, pag. 438).
Meer naar rechts kwam de Engelse Polar Bear Divisie op 28 oktober 1944 nog niet verder dan de omgeving van Wouwse Hill en Rietgoor. Met versterking van tanks ten oosten van de spoorlijn Roosendaal-Nispen werd getracht door de Duitse verdediging te breken. Die dag werd Wouw bevrijd en bereikte de 147ste brigage (Polar Bear Divisie) de tankgracht ten zuiden van Roosendaal. De hoofdaanval op Roosendaal werd gedaan door de 147 ste brigade, met links daarvan het 1ste Leicesters en rechts het 7de Dukes. Het 4de Kings Own Yeomans Rifles en 11de Royal Scots Fusiliers zouden verder moeten oprukken en uiteindelijk Roosendaal innemen. De Hallams moesten de dopen ten westen van Roosendaal, Vinkenbroek en Boeiink, innemen. Na inleidende artilleriebeschietingen begon de aanval van de Hallams. Zowel Vinkebroek als Boeiink konden zonder veel tegenstand worden ingenomen. Echter, bij een korte pauze van geallieerde tanks in Boeiink werden tien tanks uitgeschakeld door Duits 8,8 cm geschut. Hier stokte de aanval. Ook de 147 ste brigade bleef echter vast zitten ten zuiden van Roosendaal. Het 1 ste Leicesters slaagde er in om een bruggenhoofd over de tankgracht te vestigen. De Duitse troepen van de 346 ste Divisie vreesden te worden omsingeld en nadat de weg van Wouw naar Bergen op Zoom in geallieerde handen was, begonnen ze zich terug te trekken.
Tijdens de bevrijding van Roosendaal gingen verschillende geallieerde tanks verloren en vonden man tegen man gevechten plaats. Aan geallieerde zijde sneuvelden 56 soldaten en aan Duitse zijde 61. De volgende dag, 30 oktober 1944, trokken de geallieerden behoedzaam Roosendaal binnen. De Duitse verdedigers waren echter niet meer aanwezig. In heel Brabant trokken de Duitse troepen zich terug op Stellung Zwei, een verdedigingslinie die van Vlijmen via Loon op Zand naar Dongen liep.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 79 van 264
6.3
ANALYSE OVERIG BRONNENMATERIAAL
Op basis van de literatuur kan worden geconcludeerd dat de zwaarste gevechten en artilleriebeschietingen in het analysegebied plaatsvonden tijdens de geallieerde opmars in oktober 1944. Onder andere tussen Bath en Woensdrecht en in de omgeving van Roosendaal vonden gevechten plaats tussen infanterie. In een groot deel van het analysegebied hebben artilleriebeschietingen plaats gevonden. Het front is globaal van zuid naar noordoost en van zuid naar west over het analysegebied geschoven. Met de Duitse inval vonden artilleriebeschietingen plaats in het westelijke deel van het analysegebied. Verschillende andere bronnen bevestigen dit beeld uit de literatuur. In onderstaande paragrafen worden de bevinden uit de bronnen weergegeven en gestaafd met enkele voorbeelden. 6.3.1 Gemeente- en provinciaal archief In de gemeente- en provinciale archieven (zie bijlage 3) is informatie terug te vinden over achtergebleven munitie, gevechtshandelingen en schademeldingen. Per onderwerp worden in deze paragraaf enkele voorbeelden getoond. Achtergebleven munitie Uit de geraadpleegde archieven blijkt dat in het analysegebied NGE zijn achtergebleven. De meldingen zijn echter summier. Zo ontbreekt vaak een precieze locatieomschrijving. Ook het aantal, type en toestand van de gemelde dan wel geruimde NGE wordt niet opgegeven. Datum Mei 1945 1944-1945
1944-1945 onbekend
Omschrijving Aangifte van mijnen of explosieve voorwerpen in buurtschap Nieuw Borgvliet, Groot Molenbeek. Kaart waarop achtergebleven NGE is aangegeven. Verdere informatie ontbreekt echter.
Bronverwijzing Toegang 0008, inv. 39 Toegang 0007, inv. 15520
Melding van aantreffen van granaten aan de Vinkenbroeksestraat, Roosendaal. Roosendaal. Opgave van achtergebleven granaten.
Toegang 127, inv. 307, 553 Toegang 0007, inv. 17317
Tabel 5: Overzicht van meldingen m.b.t. achtergebleven NGE.
Schademeldingen Als gevolg van de gevechten en artilleriebeschietingen zijn verschillende gebouwen in de voormalige gemeenten waar het analysegebied door loopt beschadigd. Echter, omdat het analysegebied tijdens de
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 80 van 264
oorlog buiten bebouwde kernen lag, zijn er maar weinig concrete meldingen aangetroffen. Dit betekent niet dat buiten de bebouwing geen bommen of granaten zijn neergekomen. De registratie van schade was in de eerste plaats bedoeld om een vergoeding te verkrijgen waarmee de geleden schade kon worden hersteld. In buitengebied, zoals een groot deel van het analysegebied, is bijgevolg veel minder schade geregistreerd. Onderstaande tabel geeft een overzicht van relevante meldingen. Datum 3 juni 1940
Omschrijving Rilland-Bath. Melding van schade aan een woning in de Völckerpolder door bommen of granaten.
1944-1954
Naoorlogs overzicht van schade in de gemeente Roosendaal en Nispen. Schade aan de Wouwseweg als gevolg van beschietingen in oktober 1944. Steenbergen. Melding van schade door granaatinslag als gevolg van artilleriebeschietingen op Kruisland. Provinciale schadekaart met overzicht van verwoeste en beschadigde gebouwen per gemeente: ▪ Woensdrecht: o 175 woningen, 25 boerderijen en een kerk verwoest o 250 woningen en een kerk zwaar beschadigd ▪ Bergen op Zoom: o 75 woningen en twee kerken verwoest o 550 woningen, 25 andere gebouwen en vier kerken zwaar beschadigd ▪ Wouw: o 50 woningen, 50 boerderijen, 25 andere gebouwen en een kerk verwoest o 200 woningen, 25 boerderijen, 25 andere gebouwen en twee kerken zwaar beschadigd ▪ Roosendaal: o 100 woningen, 25 boerderijen en 25 andere gebouwen verwoest o 475 woningen, 50 boerderijen, 25 andere gebouwen en twee kerken verwoest Rilland-Bath. Diverse meldingen van schade in oktober 1944, periode van de bevrijding. Echter, een concrete oorzaak wordt niet gemeld.
29 oktober 1944 1945
1949-1957
Bronverwijzing Gemeentearchief Rilland-Bath, inv. 1443 Toegang 0007, inv. 18217 Toegang 0901, inv. 7414 Toegang 127, inv. 34
Gemeentearchief Rilland-Bath, inv. 1459-1461
Tabel 6: Overzicht van gemelde schade.
Meldingen over gevechtshandelingen Tot slot is in het geraadpleegde archiefmateriaal ook informatie terug te vinden over gevechtshandelingen en het verloop van de bevrijding. De informatie is beknopt weergegeven in onderstaande tabel. Datum Oktober 1944 Oktober 1944
Omschrijving Stukken betreffende de bevrijding: Melding van artilleriebeschietingen en grondgevechten in Nieuw Borgvliet en Heimolen Kriegstagebuch van 6. Fallschirmjägerregiment: Melding van stellinginname aan spoordijk, geallieerde artilleriebeschietingen, aanvallen en tegenaanvallen met handgranaten en granaatwerpers.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Bronverwijzing Toegang 0065, inv. 2 Toegang 0065, inv. 11
Pagina 81 van 264
Datum
Oktober 1944 29-30 oktober 1944
Omschrijving Aanvallen van de Black Watch of Canada op 13 oktober 1944. Op 23 oktober 1944 breken geallieerde tanks door de Duitse verdediging, onder meer bij Korteven. Dagboekfragment over strijd ten zuiden van Bergen op Zoom. Beschrijving van de bevrijding van Roosendaal, waarbij op 29 oktober 1944 een zware artilleriebeschieting plaats vond op Roosendaal. Met Duits 8,8 cm geschut werd de spoorlijn tussen Roosendaal en Wouw onder vuur genomen. Ook het gebied tussen Boeiink en Vinkebroek werd beschoten.
Bronverwijzing
Toegang 0065, inv. 19 Toegang 0007, inv. 12183
Tabel 7: Overzicht van meldingen m.b.t. gevechtshandelingen.
6.3.2 NIMH Voor de gevechten in mei 1940 is de collectie 409 geraadpleegd (zie bijlage 3). Deze collectie bevat onder meer verslagen van het 14de Grensbataljon dat in de Bathstelling lag. De verslagen bevestigen dat de stelling is beschoten door Duitse artillerie. Een kaart in deze collectie geeft een goed beeld van de liggingen van de Bathstelling ten opzichte van het analyse- en projectgebied.
Figuur 50: Detail van de Bathstelling. (Bron: NIMH, collectie 409, inv. 465019).
Tevens is de collectie 492 gebruikt bij dit onderzoek (zie bijlage 3). Deze collectie, ook bekend als “de groene serie”, betreft een meerdelig boekwerk dat uitvoerig de gevechtshandelingen in mei 1940 beschrijft. Inventaris 16 van deze collectie bevestigt de beschieting van de Bathstelling door de Duitse artillerie.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 82 van 264
6.3.3 Munitieruimingen (EOD en MMOD) Uit de munitieruimrapporten van de EOD blijkt dat sinds 1971 munitie is geruimd in het analysegebied (zie bijlage 5). In Figuur 51 zijn de munitieruimingen weergegeven, die aan de gevechten en artilleriebeschietingen kunnen worden gekoppeld. Uit de munitieruimingen komt naar voren dat NGE zijn geruimd van KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie (geallieerd en Duits). Van geschutmunitie zijn er geallieerde kalibers gevonden van 5 cm, 2 inch, 75 mm, 17 ponder, 25 ponder, en 3.7 inch. Daarnaast is Duitse geschutmunitie aangetroffen van 7,5 cm, 8 cm (mortier) en 10,5 cm. Qua subsoort geschutmunitie betreft het voornamelijk brisantgranaten, tevens zijn pantser- en rookgranaten aangetroffen. De geruimde NGE komen overeen met de munitie die gebruikt is tijdens de grondgevechten en artilleriebeschietingen in de periode oktober 1944.
Figuur 51: Overzicht munitieruimingen van de EOD. (Bron: EOD).
Het analysegebied heeft overlap met een groot mijnenveld, mijnenveld 84g. Dit mijnenveld is weergegeven op de door de EOD aangeleverde mijnenveldkaart (zie bijlage 6). Uit het bijhorende mijnenruimrapport blijkt dat naast mijnen ook diverse andere NGE in het gebied zijn geruimd. Het betreft onder meer handen geweergranaten, KKM patronen, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie (waarvan 356 Engelse granaten). Deze NGE houden verband met de grondgevechten en artilleriebeschietingen die in oktober 1944 hebben plaatsgevonden. In Figuur 52 is de contour van mijnenveld 84g aangegeven. De uitsnede toont de lijst met de aangetroffen munitie.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 83 van 264
Figuur 52: Mijnenveld 84g en een overzicht van de daarin aangetroffen munitie. (Bron: EOD).
Tot slot blijkt ook uit het MMOD-archief dat in het analysegebied mogelijk NGE zijn achtergebleven. Zo zijn op 23 oktober 1946 drie granaten aangetroffen in waterlopen in de Damespolder (Woensdrecht). In deze polder hebben Canadese troepen in oktober 1944 aanvallen uitgevoerd op de Duitse stellingen achter de spoordijk. Voor Bergen op Zoom bevat het MMOD-archief een lijst met een overzicht van aangetroffen munitie in de periode 24 mei – 4 juni 1946. Echter, de locaties ontbreken waardoor niet kan worden nagegaan waar precies munitie was aangetroffen. 6.3.4 Luchtfoto’s Bij verschillende luchtfoto-instanties zijn verschillende luchtfoto’s besteld van diverse data (zie bijlage 8). Op de foto’s zijn sporen te zien van de strijd die zich heeft afgespeeld. In deze paragraaf worden een aantal voorbeelden getoond aan de hand van uitsneden van luchtfoto’s. Figuur 53 geeft bij wijze van overzicht aan op welk deel van het analysegebied de uitsneden betrekking hebben. De onderschriften bij de uitsneden verduidelijken de datum en wat op de foto is te zien.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 84 van 264
Figuur 53: Overzicht van uitsneden. (Bron: Kadaster, via Topotijdreis).
Figuur 54: Artilleriekraters (rood) op een luchtfoto d.d. 21 oktober 1944. (Bron: Kadaster).
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 85 van 264
Figuur 55: Artilleriekraters (rood) op een luchtfoto d.d. 21 oktober 1944. (Bron: Kadaster).
Figuur 56: Artilleriekraters en sporen van tanks of pantserwagens op een luchtfoto d.d. 28 oktober 1944. (Bron: Kadaster).
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 86 van 264
6.4
CONCLUSIE EN AFBAKENING NGE-RISICOGEBIEDEN
Uit de analyse van de bronnen blijkt dat op 14 mei 1940 een artilleriebeschieting heeft plaatsgevonden in het meest westelijke deel van het analysegebied, waar toen de Bathstelling liep. Met de bevrijding in oktober 1944 lag zowat het hele analysegebied tussen Bath tot aan Roosendaal in het opmarsgebied van de Canadese en Britse troepen. Dit betekent concreet dat in nagenoeg het gehele analysegebied granaten zijn neergekomen als gevolg van artilleriebeschietingen. In het zuidwestelijke deel (Bath-Lindonk) en bij Roosendaal hebben ook grondgevechten plaatsgevonden tussen infanterie, met de steun van tanks en pantserwagens. Circa twee weken blijft het front steken tussen Baths en Woensdrecht. Als gevolg van de gevechten en beschietingen kunnen mogelijk NGE zijn achtergebleven in het analysegebied. Om die reden worden er NGERisicogebieden afgebakend. In de twee onderstaande paragrafen wordt verduidelijkt hoe deze gebieden worden afgebakend. 6.4.1 Afbakening NGE-Risicogebied artilleriebeschietingen Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal is gebleken dat de Bathstelling en omgeving in mei 1940 is beschoten door de Duitse artillerie. Verder vormde artillerie (mortieren, tanks en kanonnen) een belangrijke ondersteuning voor de geallieerde infanterie tijdens de opmars in oktober 1944. Vaak werd eerst een artilleriebarrage uitgevoerd alvorens de infanterie tot de aanval over ging.
Tevens werden tactische doelen, zoals kruispunten en verbindingswegen beschoten om de Duitse aanvoerlijnen te ontregelen. Aan Duitse zijde werden mortieren en antitankgeschut ingezet tegen de oprukkende geallieerden. Ook het Duitse 8,8 cm luchtdoelgeschut werd tegen gronddoelen ingezet. Dit heeft tot gevolg dat praktisch overal in het analysegebied geschutmunitie kan zijn achtergebleven. De munitieruimingen van de EOD bevestigen dit beeld (zie ook Figuur 51). Derhalve wordt een NGERisicogebied afgebakend. Het WSCS-OCE stelt dat een risicogebied naar aanleiding van artilleriebeschietingen situationeel dient te worden afgebakend, zie paragraaf 3.3.2. Op basis van locatieomschrijvingen uit de geraadpleegde bronnen en de naoorlogs geruimde NGE is het gehele analysegebied verdacht op mogelijk achtergebleven geschutmunitie. Aan de hand van de naoorlogs geruimde NGE (munitieruimrapporten) wordt verwacht dat geschutmunitie is achtergebleven (Duits en geallieerd) met kalibers vanaf 5 cm tot en met 10,5 cm.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 87 van 264
Figuur 57: NGE-Risicogebied naar aanleiding van artilleriebeschietingen mei 1940 en oktober 1944. (Bron ondergrond: ESRI).
6.4.2 Afbakening NGE-Risicogebied grondgevechten Tijdens de bevrijding in oktober 1944 hebben op een aantal plaatsen in het analysegebied grondgevechten plaatsgevonden. Dit was het geval in: het zuidwestelijke deel van het analysegebied (tussen Bath en Lindonk), het gebied tussen Wouwse Plantage en Wouw en ten zuiden en oosten van Roosendaal. Uit naoorlogse munitieruimingen is gebleken dat naar aanleiding van deze gevechten NGE kunnen zijn achtergebleven. Infanteristen beschikten over wapens waarmee KKM werd verschoten, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers. Het WSCS-OCE biedt geen richtlijn voor de afbakening van een risicogebied naar aanleiding van grondgevechten. In dit vooronderzoek zijn de NGE-Risicogebieden afgebakend als een zogenaamde conflictzone, zie paragraaf 3.3.1. Dit is een globaal afgebakend gebied waarbinnen (intensieve) gevechtshandelingen hebben plaatsgevonden. De afbakening is gebaseerd op het beschikbare bronnenmateriaal, maar kan gezien de aard van de gevechtshandelingen niet nauwkeurig worden begrensd. Bij de meeste grondgevechten is de exacte locatie niet bekend. Op basis van de beschikbare locatieomschrijvingen uit het geraadpleegde bronnenmateriaal is een NGERisicogebied afgebakend, waarin mogelijk KKM, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers kunnen zijn achtergebleven. Het risicogebied is weergegeven in Figuur 58.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 88 van 264
Figuur 58: NGE-Risicogebieden naar aanleiding van grondgevechten in oktober 1944. (Bron ondergrond: ESRI).
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 89 van 264
7
ANALYSE MIJNENVELDEN
Binnen het analysegebied hebben verschillende mijnenvelden gelegen. Het betroffen zowel Nederlandse als Duitse mijnenvelden. Op basis van de richtlijnen van het WSCS-OCE is een selectie gemaakt van de relevante mijnenvelden. Type Landmijnen verdacht gebied
Mijnenveld
Omschrijving Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD géén landmijnen aangetroffen. Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD, of bij naoorlogse activiteiten landmijnen aangetroffen. Geregistreerd mijnenveld, waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geregistreerd mijnenveld waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Niet alle volgens het mijnenlegrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geen feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Mijnenlegrapport aanwezig. Niet alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist.
NGE-Risicogebied Nee
Ja
Nee Ja
Nee
Tabel 8: Richtlijnen WSCS-OCE omtrent mijnenvelden.
In de volgende paragrafen worden de mijnenvelden die aanleiding vormen voor afbakening van een NGERisicogebied geanalyseerd. 7.1
NEDERLANDS MIJNENVELD, MEI 1940
Op 14 mei 1940 legden Nederlandse militairen enkele honderden mijnen vóór de Bathstelling, ter verdediging tegen oprukkende Duitse troepen. Dit blijkt uit stukken uit het NIMH (zie bijlage 3). De mijnen werden in allerijl uit een depot bij Bath gehaald, omdat Duitse troepen de stelling al naderden. Het mijnenleggen werd onderbroken door een Duitse patrouille omstreeks 15.00 uur, en werd definitief afgebroken toen om 18.00 uur artillerievuur losbarstte. Het mijnenveld ter plaatse van het analysegebied is weergegeven in Figuur 59.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 90 van 264
Figuur 59: Uitsnede kaart NIMH (Bron: NIMH, Collectie 409, inventaris 465019).
Van het mijnenveld zijn geen mijnenlegrapporten beschikbaar. Omdat de mijnen in korte tijd in het zicht van de vijand werden gelegd, is het niet aannemelijk dat dit rapport ooit is opgesteld. Gegevens van de ruiming zijn niet beschikbaar. Daarnaast is het niet bekend welke types mijnen in het mijnenveld zijn gelegd, en zijn exacte aantallen niet bekend. Omdat uit het beschikbare bronnenmateriaal duidelijk blijkt dat binnen het analysegebied mijnen zijn gelegd, wordt naar aanleiding van dit mijnenveld een NGE-Risicogebied afgebakend. Binnen dit NGERisicogebied kunnen NGE van landmijnen (Nederlands, anti personeels- en antitankmijnen) zijn achtergebleven. Het NGE-Risicogebied is afgebakend op basis van de kaart in Figuur 59, met toevoeging van een buffer van 20 meter ter ondervanging van de cartografische onnauwkeurigheid. Het NGERisicogebied is weergegeven in Figuur 60. Het NGE-Risicogebied strekt tot buiten het projectgebied. Het buiten het projectgebied afbakenen van NGE-Risicogebieden valt echter buiten de scope van dit HVO-NGE.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 91 van 264
Figuur 60: NGE-Risicogebied naar aanleiding van Nederlandse landmijnen, gelegd in mei 1940 (Bron ondergrond: ESRI).
Conclusie Naar aanleiding van de door Nederlandse militairen gelegde mijnen in mei 1940 is een NGE-Risicogebied afgebakend, waarbinnen NGE van landmijnen (Nederlands, antitank- en antipersoneelsmijnen) kunnen zijn achtergebleven. 7.2
DUITSE MIJNENVELDEN
Uit de mijnenveldkaarten van de EOD (zie bijlage 6) blijkt dat binnen het analysegebied verschillende Duitse mijnenvelden hebben gelegen. De meeste mijnenvelden vormen geen aanleiding voor het afbakenen van een NGE-Risicogebied volgens de richtlijnen van het WSCS-OCE (zie Tabel 8). De mijnenvelden die wel aanleiding vormen voor het afbakenen van een NGE-Risicogebied, worden in de onderstaande tabel nader toegelicht.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 92 van 264
Kaart 15 SE Bergen op Zoom Naam Aantal Aantal mijnen mijnen geruimd gelegd NL: 44 942 937 Tellerminen Tellerminen 35 Duits: 128 35 geruimd; één Farnkraut was reeds door derden geruimd, één was reeds gedetoneerd
Aantal mijnen achtergebleven
Locatie mijnenveld
3 Tellerminen 35
NL: 74
Onbekend
32 Tellerminen
Onbekend
84
Onbekend
1.916 stuks NGE, waaronder 56 mijnen geruimd.7
Onbekend.
7 Zie bijlage 6 voor de gedetailleerde lijst met geruimde NGE. Aangezien het gebied reeds verdacht is naar aanleiding van grondgevechten en artilleriebeschietingen, wordt het
NGE-Risicogebied ter plaatse van mijnenveld 84G uitsluitend afgebakend naar aanleiding van de aanwezig van mijnen.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 93 van 264
Kaart 16 NW Roosendaal Naam Aantal Aantal mijnen Aantal mijnen mijnen geruimd achtergebleven gelegd 23 Onbekend 44 Tellerminen Onbekend.
28
Onbekend
2 Tellerminen 42
Locatie mijnenveld
Onbekend.
Tabel 9: Relevante mijnenvelden binnen het analysegebied.
De gegevens van de EOD komen overeen met de gegevens omtrent mijnenvelden en mijnenverdachte gebieden die zijn aangetroffen in de gemeentearchieven (zie bijlage 3) en de MMOD (zie bijlage 5). Naar aanleiding van de in Tabel 9 vermelde mijnenvelden worden NGE-Risicogebieden afgebakend, waarbinnen NGE van landmijnen kunnen worden aangetroffen. De verwachte types landmijnen zijn gebaseerd op de gegevens uit de mijnenlegrapporten. De NGE-Risicogebieden worden afgebakend op basis van de mijnenveldkaarten, met een aanvullende buffer van 20 meter ter ondervanging van de dubbele cartografische onnauwkeurigheid die ontstaat bij het handmatig intekenen van mijnenvelden op de mijnenveldkaart, en digitaal het inpassen van de mijnenveldkaarten in GIS. De NGE-Risicogebieden strekken tot buiten het projectgebied. Het buiten het projectgebied afbakenen van NGE-Risicogebieden valt echter buiten de scope van dit HVO-NGE.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 94 van 264
Figuur 61: NGE-Risicogebieden naar aanleiding van Duitse mijnenvelden (Bron ondergrond: ESRI).
Figuur 62: NGE-Risicogebieden naar aanleiding van Duitse mijnenvelden (Bron ondergrond: ESRI).
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 95 van 264
8
ANALYSE STELLINGEN EN MILITAIRE OEFENINGEN
Binnen het analysegebied lagen op diverse plaatsen Duitse stellingen. Daarnaast hebben militaire oefeningen plaatsgevonden in de vooroorlogse periode. Deze oorlogshandelingen worden in dit hoofdstuk geanalyseerd. 8.1
STELLINGEN
In het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH, zie bijlage 4) zijn verschillende kaarten aangetroffen met de locaties van Duitse militaire infrastructuur in en in de omgeving van het analysegebied. Zo waren door de Duitse bezetter onder meer loopgraven, opstellingen voor luchtafweergeschut en wapenopstellingen aangelegd. Daarnaast zijn diverse defence overprints geraadpleegd (zie bijlage 6). Op een defence overprint is Duitse militaire infrastructuur ingetekend op een geallieerde stafkaart. In Figuur 63 zijn de defence overprints ter plaatse van het analysegebied weergegeven.
Figuur 63: Defence overprints ter plaatse van het analysegebied (Bron: LAC).
Volgens het WSCS-OCE worden stellingen bij voorkeur vastgesteld op basis van luchtfotoanalyse. Hiervoor is waar mogelijk gebruik gemaakt van luchtfoto’s van 21 oktober 1944. Omdat conform het WSCS-OCE tenminste twee onafhankelijk verifieerbare bronnen benodigd zijn voor het afbakenen van een NGERisicogebied, zijn NGE-Risicogebieden naar aanleiding van Duitse stellingen uitsluitend afgebakend als deze zowel zichtbaar zijn op luchtfoto’s als op defence overprints.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 96 van 264
In onderstaande paragrafen zijn de verschillende soorten stellingen binnen het analysegebied toegelicht. Aan het eind van het hoofdstuk volgt een kaart met de NGE-Risicogebieden naar aanleiding van de militaire infrastructuur binnen het onderzoeksgebied. 8.1.1 Loopgraven en wapenopstellingen In het analysegebied lagen verschillende loopgraven. In deze loopgraven konden militairen dekking zoeken tegen mortier- en artillerievuur. Ook konden zij van hieruit de vijand onder vuur nemen. De loopgraven lopen vaak in zigzag- of zaagtandpatronen en niet in lange rechte lijnen. Hierdoor kon een granaat die in een loopgraaf viel slechts schade kan aanrichten tot de volgende knik in het gangenstelsel. Ook voorkomt het dat aanvallende soldaten die de loopgraaf betraden door de hele loopgraaf konden vuren. Aan de loopgraven lagen vaak wapenopstellingen, die via de loopgraaf betreden konden worden. Vanuit deze opstellingen kon met handvuurwapens worden gevuurd, of konden machinegeweren worden opgesteld. Een voorbeeld van een loopgraaf met wapenopstellingen is weergegeven in Figuur 64.
Figuur 64: Wapenopstellingen (1 t/m 3), verbonden met een loopgraaf (4) op een luchtfoto van 21 oktober 1944 (Bron: Kadaster).
Conform de richtlijnen van het WSCS-OCE dienen loopgraven en wapenopstellingen te worden afgebakend als NGE-Risicogebied. Binnen deze NGE-Risicogebieden kunnen NGE van KKM, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers in de bodem zijn achtergebleven. De risicogebieden zijn afgebakend op basis van gegeorefereerde luchtfoto’s, met een buffer van 10 meter ter ondervanging van de cartografische onnauwkeurigheid die ontstaat bij het inpassen van luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog. De NGERisicogebieden zijn afgebakend ter plaatse van het projectgebied en weergegeven in Tekening 04. Conclusie Naar aanleiding van wapenopstellingen en loopgraven zijn ter plaatse van het projectgebied NGERisicogebieden afgebakend, waarbinnen NGE van KKM, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers in de bodem kunnen zijn achtergebleven.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 97 van 264
8.1.2 Verdedigingswerken In het geraadpleegde bronnenmateriaal wordt melding gemaakt van verschillende Duitse verdedigingswerken. Verdedigingswerken worden in het WSCS-OCE omschreven als een ‘groepering van wapenopstellingen en/of geschutsopstellingen, rondom afgezet met een versperring (bijvoorbeeld weerstandskern of steunpunt).’ De aanwezigheid van slechts één van deze verdedigingswerken kan aan de hand van luchtfotoanalyse worden bevestigd. Het betreft het verdedigingswerk ten noorden van Station Woensdrecht. Dit verdedigingswerk is aangevallen door jachtbommenwerpers om het geschut aldaar uit te schakelen (zie paragraaf 5.3.7).
Figuur 65: Verdedigingswerk op de defence overprint (Bron: LAC).
Conform de richtlijnen van het WSCS-OCE dient het grondgebied van een verdedigingswerk als NGERisicogebied te worden afgebakend, waarbij de grenzen van het risicogebied bij voorkeur worden bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Binnen het NGE-Risicogebied kunnen NGE van KKM, handen geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie (2 cm t/m 10,5 cm8) worden aangetroffen. Een buffer van 10 meter wordt gehanteerd ter ondervanging van de cartografische onnauwkeurigheid die ontstaat bij het inpassen van luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog. Het NGERisicogebied is afgebakend ter plaatse van het projectgebied en is weergegeven in Tekening 04.
8 Aan de hand van de informatie van de defence overprint en uit het NIMH is niet duidelijk geworden welke kalibers
geschutmunitie werden gebruikt bij de geschutopstellingen nabij het onderzoeksgebied. Er wordt daarom afgebakend op de meest voorkomende Duitse kalibers, nl. 2 cm tot 10,5 cm.
002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 8.0
DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 1
Pagina 98 van 264
Conclusie Naar aanleiding van het verdedigingswerk binnen het analysegebied is ter plaatse van het projectgebied een NGE-Risicogebied afgebakend, waarbinnen NGE van KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie van 2 cm t/m 10,5 cm in de bodem kunnen zijn achtergebleven. 8.1.3 Geschutopstellingen Geschutopstellingen zijn posities voor het opstellen van grotere wapens, zoals mortieren, stukken artillerie of luchtafweergeschut. Conform het WSCS-OCE wordt een geschutopstelling afgebakend als NGERisicogebied, waarbij de opstelling met een straal van 25 meter wordt afgebakend. Daarnaast wordt rekening gehouden met cartografische onnauwkeurigheid. De geschutopstellingen zijn verdacht op mogelijk achtergebleven NGE van KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie. Wanneer een geschutopstelling nabij het onderzoeksgebied ligt, en de straal van 25 meter overlap heeft met het onderzoeksgebied wordt ook dit afgebakend als NGE-Risicogebied (een voorbeeld hiervan is gegeven in Figuur 66). Omdat onbekend is welke kalibers geschutmunitie door is ingezet per geschutopstelling wordt afgebakend op de meest voorkomende Duitse kalibers geschutmunitie, nl. 2 cm tot 10,5 cm.