2021-019770 Bijlage 10- Bureauonderzoek-Archeologie-Zuid-West-380-kV-Oost
Tekst van het document
31
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
6
ARCHEOLOGISCHE INFORMATIE
6.1
Inleiding
Om een archeologische verwachting voor een gebied op te kunnen stellen, is eerst kennis nodig van de reeds bekende archeologische waarden en van de verwachting die voor het gebied geldt. In dit hoofdstuk worden de bekende archeologische waarden en verwachtingen aan de hand van verschillende bronnen beschreven
Tabel 14. Archeologische perioden.
Periode
Begin
Einde
Nieuwe Tijd
1500
Heden
Late Middeleeuwen
1050
1500
Vroege Middeleeuwen
450
1050
Romeinse Tijd
12
v. Chr.
450
IJzertijd
800
v. Chr.
12
v. Chr.
Bronstijd
2.000
v. Chr.
800
v. Chr.
Neolithicum
5.300
v. Chr.
2.000
v. Chr.
Mesolithicum
8.800
v. Chr.
4.900
v. Chr.
Laat Paleolithicum
35.000 v. Chr.
8.800
v. Chr.
Midden Paleolithicum
300.000 v. Chr.
35.000 v. Chr.
6.2
Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart
De archeologische verwachtingskaarten van de gemeenten zijn verwerkt in kaartbijlage 6: Archeologische waarden en verwachtingenkaart. Hierin komen de volgende eenheden voor: • • • • • • • • •
AMK-terreinen (zie 6.3.1); Bekende waarden (overige vindplaatsen uit Archis (zie 6.3.2) en vindplaatsen van gemeentelijke kaarten); Zeer hoge verwachting; Hoge verwachting; Middelhoge verwachting; Lage verwachting; Water; Ontgrond/verstoord; Onbekend.
6.3
Archeologische informatie
In de online-database Archis 3 wordt archeologie data opgeslagen waaronder vondstlocaties, uitgevoerde onderzoeken, en AMK-terreinen. Op kaartbijlage 5 zijn deze gegevens weergeven. Hieronder worden de gegevens beschreven en geïnterpreteerd.
6.3.1
AMK-terreinen
Op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) zijn bekende en waardevolle archeologische vindplaatsen weergegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen terreinen van waarde, hoge waarde en zeer hoge waarde. Het uitgangspunt bij AMK-terreinen is in principe behoud van archeologische resten in situ. In het 32
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
plangebied bevindt zich één AMK-terrein, het betreft 4290 (Tabel 15). Het AMK-terrein is gelegen nabij ’sGravenmoer, ten noorden van Dongen (Bijlage 6). Bij dit AMK-terrein hoort een vondstmelding (2771159100), die niet in het plangebied ligt en daarom niet in tabel 15 is opgenomen. De vondstmelding betreft steengoed (geglazuurd, grijs-, en roodbakkend aardewerk) en een leren schoen uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. Naast de archeologische monumenten zijn er archeologische rijksmonumenten. Dit zijn archeologische terrein met een wettelijke bescherming en deze staan geregistreerd in het rijksmonumentenregister. Voor de ligging en ruimtelijke omgrenzing van deze locaties is gebruik gemaakt van de GIS-bestanden van de RCE, zoals gepubliceerd in de Erfgoedmonitor. Hieruit is duidelijk geworden dat binnen het plan- en onderzoeksgebied geen archeologische rijksmonumenten aanwezig zijn.
Tabel 15. AMK-terreinen in het plangebied (Archis 3).
AMKnummer
Waarde
Hoge 4290
archeologische waarde
6.3.2
Beschrijving Terrein met sporen van bewoning (huisterp) uit de Late Middeleeuwen nabij ‘SGravenmoer. Monument naar aanleiding van prospectie door de heer Voogd, die op 0603-1979 een zestal vindplaatsen langs de Wielstraat meldde. In het onderhavige geval betreft het een vindplaats (nr. 3) van tientallen scherven, leem en een leren schoen, in een voederkuil. Wordt geïnterpreteerd als een huisplaats die verdween in de St. Elisabethsvloed (1421). Deze en andere vindplaatsen langs de Wielstraat zouden als verhoging zichtbaar zijn.
Vondstlocaties
Vondstlocaties zijn archeologische vondsten en waarnemingen die geregistreerd zijn in Archis (19 stuks). De vondstlocaties zijn weergegeven op kaartbijlage 5 en worden hieronder beschreven (Tabel 16). Deze vindplaatsen zijn gebufferd met een straal van 25 m en toegevoegd aan de archeologische verwachtingskaart als bekende waarde. Onderliggende verwachtingszones of verstoringen zijn hiermee komen te vervallen. Historische erven zijn gekarteerd aan de hand van de historische topografische kaart van 1900.
Tabel 16. Vondstlocaties in het plangebied (Archis 3). Zaak IDnummer
Datum en Plaats
Beschrijving
Interpretatie
Maatwerkadvies
2966572100
Roodgeverfd aardewerk 1983, (Rubenach A2a/A2b, Geertruidenberg standring), vondstlocatie is bij benadering.
Dit betreffen losse vondsten en de exacte locatie is niet bekend.
Verkennend booronderzoek aangevuld met een oppervlakte kartering indien mogelijk.
2966264100
1986, Made
Verschillende vondsten (aardewerk, steengoed, munten, weegschaal) uit de periode Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd.
Het is niet bekend of dit een concrete vindplaats betreft of alleen losse vondsten.
Verkennend booronderzoek aangevuld met een oppervlakte kartering indien mogelijk.
2885645100
Datum onbekend, Zevenbergen
Van deze vindplaats Het betreft een schans, er kunnen sporen in de zijn geen vondsten gemeld. grond aanwezig zijn.
2966937100
Het betreft verschillende 1976, houten vondsten uit een Geertruidenberg opgraving, die dateren uit de periode Late
Deze locatie is al (deels) opgegraven.
Proefsleuvenonderzoek, eventueel aanvullend verkennend booronderzoek.
Geen vervolgonderzoek.
33
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
Zaak IDnummer
Datum en Plaats
Beschrijving
Interpretatie
Maatwerkadvies
Dit betreft een losse vondst.
Geen vervolgonderzoek.
Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd. 2966580100
1983, Los fragment steengoed. Raamsdonkveer
2897269100
1954, Loon op Zand
Het betreft Mesolithisch vuursteen. Vondsten verzameld in 1954 en 19691970 door studenten. De vondsten liggen in een smalle strook van ca. 300 m Deze vindplaats kan nog lengte langs de oostrand aanwezig zijn. van het ven. Vanuit bovenstaande coördinatenverspreiding in richting NW en ZO, met coördinaten als ca middelpunt.
Proefsleuvenonderzoek, eventueel aanvullend verkennend booronderzoek.
3158088100
Houtskool uit de periode 2000, Mesolithicum – Neolithicum Deze vindplaats kan nog Zevenbergschen uit een booronderzoek voor aanwezig zijn. Hoek de Hogesnelheidslijn-Zuid.
Proefsleuvenonderzoek, eventueel aanvullend verkennend booronderzoek.
3218246100
2006, Wouw
Zilveren penning uit de Middeleeuwen, gevonden met een metaaldetector.
Dit betreft een losse vondst.
Geen vervolgonderzoek.
2886771100
1997, Oud Gastel
Het betreft een terrein met resten van kasteel Grimhuizen.
Deze vindplaats kan nog aanwezig zijn.
Proefsleuvenonderzoek, eventueel aanvullend verkennend booronderzoek.
3279475100
2006, Wouw
Romeinse munt uit de 1ste of 2de eeuw, gevonden met een metaaldetector.
Dit betreft een losse vondst.
Geen vervolgonderzoek.
2966248100
Verschillende vondsten (aardewerk, metaal, steengoed, lood, ijzer) uit 1985, de periode Vroege Geertruidenberg Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd, gedaan tijdens een veldkartering.
Het is niet bekend of dit een concrete vindplaats betreft of alleen losse vondsten.
Verkennend booronderzoek aangevuld met een oppervlakte kartering indien mogelijk.
3174928100
1986, Zevenbergen
Vondsten uit een proefsleuvenonderzoek bij een fort uit de Nieuwe Tijd.
Deze vindplaats kan nog aanwezig zijn.
Opgraving, eventueel aanvullend verkennend booronderzoek.
2897260100
1949, Loon op Zand
Vuurstenen spits uit de periode Neolithicum – Bronstijd gedaan tijdens een veldkartering.
Dit betreft een losse vondst.
Geen vervolgonderzoek.
3261832100
2006, Wouw
Romeinse munt uit de 2de eeuw, gevonden met een metaaldetector.
Dit betreft een losse vondst.
Geen vervolgonderzoek.
2771167100
1978. sGravenmoer
Aardewerk uit de Late Middeleeuwen,
Dit betreft een losse vondst.
Geen vervolgonderzoek. 34
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
Zaak IDnummer
Datum en Plaats
Beschrijving
Interpretatie
Maatwerkadvies
complextype of vondstverwerving niet bekend.
2886025100
1937, Made
Bij Oud Drimmelen werden sporen aangetroffen van Deze vindplaats kan nog een voormalige kerk met aanwezig zijn. begraafplaats, datering Late Middeleeuwen.
Proefsleuvenonderzoek, eventueel aanvullend verkennend booronderzoek.
Deze vindplaats kan nog aanwezig zijn.
Proefsleuvenonderzoek, eventueel aanvullend verkennend booronderzoek.
3123710100
Made
Idem als boven
3177269100
1947, Loon op Zand
Vuurstenen vondsten gedaan tijdens een Deze vindplaats kan nog veldkartering uit de Periode aanwezig zijn. Mesolithcum tot Bronstijd.
Proefsleuvenonderzoek, eventueel aanvullend verkennend booronderzoek.
3279442100
2006, Wouw
Metaaldetectorvondst van Dit betreft een losse particulier, betreft een munt vondst. uit de Romeinse tijd.
Geen vervolgonderzoek.
6.3.3
Eerder uitgevoerd onderzoek
In verschillende zones binnen het onderzoeksgebied is eerder archeologisch bureau- en veldonderzoek uitgevoerd. Deze zones zijn aangegeven op kaartbijlage 6 en de resultaten van het onderzoek zijn beschreven in bijlage 1. Het betreffen in totaal 94 onderzoeksmeldingen waarvan 56 bureaustudies. Binnen het plangebied komen geen onderzoeken voor waarbinnen grote zones zijn vrijgegeven.
6.4
Historische informatie
Historische bronnen verschaffen informatie over de ontwikkelingen in het onderzoeksgebied en bieden voornamelijk inzicht in mogelijke archeologische verwachtingszones vanaf de Middeleeuwen. Voor de negentiende en twintigste eeuw zijn de ontwikkelingen eenvoudig te achterhalen door historisch kaartmateriaal te onderzoeken. Kaarten worden met een relatief grote regelmaat geproduceerd, en laten de ontwikkeling van een landschap nauwkeurig zien.
6.4.1
Historische erflocaties
Aan de hand van analyse van historisch kaartmateriaal zijn historische erflocaties geïnventariseerd (bron www.topotijdreis.nl; bonneblad anno 1900). Daarnaast is in GIS een controle uitgevoerd van de bonnebladen met de kadastrale minuutplannen uit het begin van 19de eeuw. Hieruit is naar voren gekomen dat vrijwel alle erflocaties die zichtbaar zijn op de kadastrale minuutplannen, eveneens zijn aangegeven op de latere bonnebladen. Indien erflocaties zichtbaar zijn op een kadastrale minuutplan of een bonneblad, zijn deze overgenomen als historische erflocatie. Daarnaast is binnen de gemeente Bergen op Zoom en Roosendaal gebruikt gemaakt van de kaarten van Adan, die door het bevoegd gezag in gevectoriseerde vorm zijn gedeeld. Hierdoor zijn nog circa 10 erflocaties gelokaliseerd. In totaal zijn er 86 locaties in kaart gebracht. Bijna alle erflocaties betreffen eenvoudige erven bestaande uit een woongebouw met soms enkele bijgebouwen. Één locatie betreft Slot Grimhuizen nabij Oud Gastel in de gemeente Halderberge 3. Hiervan bestaat het vermoeden dat onder de huidige boerderij de resten van het voormalige kasteel Grimhuysen gelegen zijn Archis-id 2886771100). Op de verwachtingskaart (kaartbijlage 6) zijn de gekarteerde historische 3
https://cchin.nl/kastelenlexicon/lexobject.xql?id=lx0523 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
erflocaties aangegeven inclusief een buffer van 50 meter. Daar waar zich echter verstoringen bevinden, zijn deze zones van de verwachtingswaarde afgesneden en aangegeven als ‘verstoord’. Op basis van historisch kaartmateriaal is een analyse uitgevoerd naar historische dijken en vaarwegen. Hieruit is gebleken dat dat er binnen het onderzoeksgebied verschillende dijken aanwezig zijn, die voor een deel binnen het plangebied vallen. Deze dijken worden beschouwd als bekende waarde en voor deze gebieden is een ‘archeologische begeleiding’ geadviseerd. Voor onderstaande vier dijken geldt dat deze door de voorgenomen werkzaamheden worden bedreigd: -
6.4.2
Dikkendijk ten noorden van Zevenbergen. Hier vindt een ontgraving plaats. De Dikkendijk (“dikke dijk”) is waarschijnlijk aangelegd rond 1475 toen de Kleine Noordpolder werd ingepolderd 4. Naamloze dijk van de Eendrachtspolder ten zuiden van het karthuizerklooster bij Geertruidenberg. Wordt vergraven ten behoeve van een toegangsweg en een cultuurtechnische zone. De noorder- en zuiderdijk van de Donge direct ten zuiden van de A59, hier worden deze dijken mogelijk vergraven voor een tijdelijk werkterrein. Dijkje van het Kromgat aan de Kromgatweg, ter hoogte van de Beelaertsweg, wordt mogelijk vergraven voor een tijdelijk werkterrein. Zuidergat, een nevengeul van het Noordergat in de Donge bij Geertruidenberg. Wordt betrokken bij een werkterrein.
De Zuiderfrontier
Het plangebied komt deels overeen met de loop van de Zuiderfrontier, dat tegenwoordig onder de naam ‘Zuiderwaterlinie’ gepromoot wordt (Figuur 3). De Zuiderfrontier is een verdedigingslinie die loopt van Bergen op Zoom in het westen tot aan Grave in het oosten. Deze frontier maakte deel uit van de uitgebreide verdedigingslinie die liep van Zeeland tot aan Bourtange in Groningen. Het is de oudste historische verdedigingslinie in Nederland en diende om Holland te beschermen tegen invallen vanuit het zuiden. Het gebied dat tegenwoordig Noord-Brabant heet, vormde bij deze verdediging een buffergebied. De Zuiderfrontier is ontworpen in 1697 door Menno van Coehoorn en bestaat uit een aaneenschakeling van oudere, bestaande verdedigingsstelsels waaronder de linie van de Eendracht, de Linie van Bergen op Zoom tot Steenbergen. Bij de frontier zijn verschillende versterkte steden aaneengeschakeld door tussen de steden op de hogere delen in het landschap forten, schansen en aarden verdedigingswerken te bouwen en in de lagere delen van het landschap inundatiegebieden te creëren (Timmermans, 2018). Als inundatiegebied werden vaak gebieden gebruikt die laag, nat en niet dicht bewoond waren. Bijzonder aan de Zuiderfrontier is het ensemble van versterkte steden, de stenen en aarden verdedigingswerken, water regulerende elementen, en het open landschap.
Naast steden en forten zijn ook de dijken, sluisjes, grachten, wielen en de openheid van het landschap typerend voor de Zuiderfrontier. Over de hele linie zijn nog beleefbare relicten die herinneren aan de Zuiderfrontier en daarom behouden en/of versterkt moeten worden. Vooral belangrijk zijn de openheid van het landschap, de resterende verdedigingselementen en de water regulerende elementen. Op twee plaatsen loopt het onderzoeksgebied door de Zuiderwaterlinie (Figuur 3). Dat is in het oosten door de rivier de Mark en de Gastelschedijk. Er bevinden zich hier geen bekende militaire versterkingen van de linie binnen het onderzoeksgebied. In het westen is dat bij Geertruidenberg waar de linie is gelegen in de vorm van de Steelhovenschedijk/ Oude dijk (nu de Centraleweg). Ook hier bevinden zich geen bekende relicten van militaire versterkingen.
4 https://www.heemkundezevenbergen.nl/jaartallen-zevenbergen/
36
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
Figuur 3. Het plangebied geprojecteerd op de situatie in 1575 (RCE).
Figuur 4. Ligging van de Zuiderwaterlinie en andere waterlinies (Bijsterveld et al. 2016).
37
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
7.1
Conclusie: gespecificeerd verwachtingsmodel
Op basis van het bureauonderzoek kan per landschappelijke eenheid de gespecificeerde archeologische verwachting bepaald worden per gemeente. Het verwachtingsmodel is tot stand gekomen op basis van de verschillende bronnen die zijn gebruikt in dit rapport. De basis voor het verwachtingsmodel is landschappelijk: geologie, geomorfologie en bodem(omstandigheden). Daarnaast is gekeken naar historisch kaartmateriaal, literatuur en is Archis geraadpleegd.
Reimerswaal Zeeland Het tracé loopt voor circa 3,7 km door de gemeente Reimerswaal. De bodemopbouw bestaat uit een dik pakket afzettingen van het Laagpakket van Walcheren op Hollandveen op Basisveen op de formatie van Koewacht of dekzand. Niet overal zullen deze pakketten aanwezig zijn. Tot 4 m -Mv zal er met name sprake zijn van het Laagpakket van Walcheren. Binnen de gemeente Reimerswaal is gebruik gemaakt van de verwachtingskaart in lagen (zie kaartbijlages 6a-d).
38
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
•
Laagpakket van Walcheren • •
•
Archeologische verwachting: in de top van dit pakket kunnen vindplaatsen uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd voorkomen. Complextypen met kernmerken: Nederzettingsresten bestaande uit resten van woongebouwen, bijgebouwen en (percellering s)greppels. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, bouwmateriaal, metalen objecten en slakken, botmateriaal en natuursteen. Diepteligging: direct vanaf het maaiveld.
• Hollandveen Komt naar verwachting binnen de reikwijdte van de ingreep (3 m -Mv) niet voor in de gemeente Reimerswaal. Boringen uit het dinoloket tonen de top op circa – 4,5 m -Mv (-3 m NAP). • • • •
Archeologische verwachting: in het Hollandveen pakket worden geen archeologische resten verwacht uit de Bronstijd. Het land was veelal te zompig om goed bewoonbaar te zijn. Uit de periode Late IJzertijd en Romeinse Tijd worden wel resten verwacht. Complextypen met kernmerken: In principe kunnen er nederzettingsresten uit de Late IJzertijd tot en met de Romeinse Tijd voorkomen. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, metalen objecten en slakken, botmateriaal en (vuur)steen. Diepteligging: Onder het Laagpakket van Walcheren; waarschijnlijk dieper dan 4 m -Mv.
Laagpakket van Wormer
Komt naar verwachting binnen de reikwijdte van de ingreep ( 3 m -Mv) niet voor in de gemeente Reimerswaal. • Pleistoceen dekzand Komt naar verwachting binnen de reikwijdte van de ingreep ( 3 m -Mv) niet voor in de gemeente Reimerswaal. Woensdrecht De leiding komt in de gemeente Woensdrecht grotendeels in de leidingstraat te liggen. Hier geldt geen archeologische onderzoeksverplichting. Aan de noordkant van Woensdrecht komt het dekzand sterk omhoog en ligt het aan het maaiveld. Aan de zuidzijde van de leidingstraat komt tot circa 4 m -Mv het Laagpakket van Walcheren voor met daaronder Hollandveen en Wormer of dekzand. 39
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
•
Laagpakket van Walcheren • • •
•
Hollandveen • • •
•
Archeologische verwachting: in de top van dit pakket kunnen vindplaatsen uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd voorkomen. Complextypen met kernmerken: Nederzettingsresten bestaande uit resten van woongebouwen, bijgebouwen en (percellering s)greppels. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, bouwmateriaal, metalen objecten en slakken, botmateriaal en natuursteen. Diepteligging: direct vanaf het maaiveld.
Archeologische verwachting: in het Hollandveen pakket worden geen archeologische resten verwacht uit de Bronstijd. Het land was veelal te zompig om goed bewoonbaar te zijn. Uit de periode Late IJzertijd en Romeinse Tijd worden wel resten verwacht. Complextypen met kernmerken: In principe kunnen er nederzettingsresten uit de Late IJzertijd tot en met de Romeinse Tijd voorkomen. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, metalen objecten en slakken, botmateriaal en (vuur)steen. Diepteligging: Onder het Laagpakket van Walcheren; over het algemeen rond 4 m -Mv. Op plaatsen waar het dekzand nabij het maaiveld is gelegen, ontbreekt het Hollandveen.
Laagpakket van Wormer
Komt in de gemeente Woensdrecht niet voor tot een diepte van 4 m -Mv.
•
Pleistoceen dekzand • •
Archeologische verwachting: dekzanden kennen afhankelijk van het voorkomen een lage tot hoge archeologische verwachting voor de periode Steentijd tot en met de Nieuwe tijd. Bewoning wordt met name verwacht op de hoger gelegen dekzandruggen Complextypen met kernmerken: Indien de dekzanden zijn afgedekt met mariene afzettingen dan alleen Steentijd. Het betreffen dan voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen. Waar de dekzanden aan het maaiveld gelegen zijn, geldt er ook een verwachting voor na het Neolithicum. 40
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
•
Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit nederzettingsresten, bestaande uit erven (woonstalhuis, enkele bijgebouwen en waterput(ten)). Hiervan rest tegenwoordig nog een vondstniveau bestaande uit onder meer aardewerk, bouwmateriaal en houtskool en een sporen niveau. Diepteligging: Pas ten noorden van de Reimerswaalweg komen de dekzanden voor binnen 4 m -Mv. Meer noordelijk ligt het dekzand aan het maaiveld.
Bergen op Zoom De leiding komt grotendeels in de leidingstraat te liggen. In de leidingstraat zijn aan weerzijden van het beoogde harttracé al meerdere kabels en leidingen aanwezig. Daarom wordt geadviseerd op ter hoogte van de leidingstraat geen vervolgonderzoek uit te voeren. Voor de zone buiten de leidingstraat geldt dat het landschap uit dekzand bestaat. •
Pleistoceen dekzand • •
•
Archeologische verwachting: dekzanden kennen afhankelijk van het voorkomen een lage tot hoge archeologische verwachting voor de periode Steentijd tot en met de Nieuwe tijd. Bewoning wordt met name verwacht op de hoger gelegen dekzandruggen Complextypen met kernmerken: Steentijd: Voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen. Landbouwers: Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit nederzettingsresten, bestaande uit erven (woonstalhuis, enkele bijgebouwen en waterput(ten)). Hiervan rest tegenwoordig nog een vondstniveau bestaande uit onder meer aardewerk, bouwmateriaal en houtskool en een sporen niveau. Diepteligging: Het dekzand komt direct aan het maaiveld voor.
Roosendaal •
•
Laagpakket van Walcheren • • •
•
Archeologische verwachting: in de top van dit pakket kunnen vindplaatsen uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd voorkomen. Complextypen met kernmerken: Nederzettingsresten bestaande uit resten van woongebouwen, bijgebouwen en (percellering s)greppels. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, bouwmateriaal, metalen objecten en slakken, botmateriaal en natuursteen. Diepteligging: direct vanaf het maaiveld.
Hollandveen •
• •
•
In het noorden van Roosendaal wordt het dekzand afgedekt voor Hollandveen en Walcheren. De gemeentelijke verwachtingskaart geeft daar een lage verwachting aan. Het pakket is echter zo dun dat het dekzand geraakt wordt. In de aangrenzende gemeente Steenbergen geldt een middelhoge verwachting.
Archeologische verwachting: in het Hollandveen pakket worden geen archeologische resten verwacht uit de Bronstijd. Het land was veelal te zompig om goed bewoonbaar te zijn. Uit de periode Late IJzertijd en Romeinse Tijd worden wel resten verwacht. Complextypen met kernmerken: In principe kunnen er nederzettingsresten uit de Late IJzertijd tot en met de Romeinse Tijd voorkomen. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, metalen objecten en slakken, botmateriaal en (vuur)steen. Diepteligging: Onder het Laagpakket van Walcheren; over het algemeen binnen 1 m -Mv. Op plaatsen waar het dekzand nabij het maaiveld is gelegen, ontbreekt het Hollandveen.
Pleistoceen dekzand • •
Archeologische verwachting: dekzanden kennen afhankelijk van het voorkomen een lage tot hoge archeologische verwachting voor de periode Steentijd tot en met de Nieuwe tijd. Bewoning wordt met name verwacht op de hoger gelegen dekzandruggen. Complextypen met kernmerken: Indien de dekzanden zijn afgedekt met mariene afzettingen dan alleen Steentijd. Het betreffen dan voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen. Waar de 41
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
dekzanden aan het maaiveld gelegen zijn, geldt er ook een verwachting voor na het Neolithicum. Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit nederzettingsresten, bestaande uit erven (woonstalhuis, enkele bijgebouwen en waterput(ten)). Hiervan rest tegenwoordig nog een vondstniveau bestaande uit onder meer aardewerk, bouwmateriaal en houtskool en een sporen niveau. Diepteligging: Het dekzand komt over het algemeen aan het maaiveld voor. Nabij de grens met de gemeente Steenbergen duikt het dekzand naar 1 m -Mv.
•
Steenbergen Het tracé loopt voor circa 750 m door de gemeente Steenbergen. Ter plekke komt de volgende bodemopbouw voor: • • •
Laagpakket van Walcheren op; Hollandveen op; Dekzand.
42
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
•
Laagpakket van Walcheren • •
• •
Hollandveen • • •
•
Archeologische verwachting: in de top van dit pakket kunnen vindplaatsen uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd voorkomen. Complextypen met kernmerken: Nederzettingsresten bestaande uit resten van woongebouwen, bijgebouwen en (percellering s)greppels. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, bouwmateriaal, metalen objecten en slakken, botmateriaal en natuursteen. Diepteligging: direct vanaf het maaiveld.
Archeologische verwachting: in het Hollandveen pakket worden geen archeologische resten verwacht uit de Bronstijd. Het land was veelal te zompig om goed bewoonbaar te zijn. Uit de periode Late IJzertijd en Romeinse Tijd worden wel resten verwacht. Complextypen met kernmerken: In principe kunnen er nederzettingsresten uit de Late IJzertijd tot en met de Romeinse Tijd voorkomen. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, metalen objecten en slakken, botmateriaal en (vuur)steen. Diepteligging: Onder het Laagpakket van Walcheren; over het algemeen binnen 1 m -Mv. Op plaatsen waar het dekzand nabij het maaiveld is gelegen, ontbreekt het Hollandveen.
Pleistoceen dekzand • • •
Archeologische verwachting: dekzanden kennen afhankelijk van het voorkomen een lage tot hoge archeologische verwachting voor de periode Steentijd. Bewoning wordt met name verwacht op de hoger gelegen dekzandruggen. Complextypen met kernmerken. Het betreffen dan voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen. Diepteligging: Variërend: vanaf circa 1 m -Mv tot dieper dan 4 m -Mv.
Halderberge Binnen de gemeente Halderberge komt aan het maaiveld met name dekzand voor. Een uitzondering vormt het beekdal van de Dintel. In en direct nabij het beekdal van de Dintel bestaat de bodemopbouw uit een Laagpakket van Walcheren op Hollandveen. Voor het beekdal geldt een lage archeologische verwachting op bewoningsresten, maar een verhoogde kans op het aantreffen van watergerelateerde archeologische vondsten. Te denken valt aan (onderdelen van) beschoeiing, visfuiken, vaartuigen en deposities. 43
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
. In het laagpakket van Walcheren kunnen sporen worden verwacht vanaf de (Vroege) Middeleeuwen. Zones die een lage verwachting hebben op de verwachtingskaart van de gemeente, maar gelegen zijn in vlaktes van getij afzettingen op de geomorfologische kaart, zijn aangeduid met een verwachtingswaarde ‘onbekend maar potentieel hoog’. Voor deze zones is tevens een aanvullend kaartbeeld gemaakt (kaartbijlage 8) met daarop boorstaten uit het Dinoloket, die aangeven op welke diepte de overgang naar het Hollandveen of (dek)zand bevindt. •
Pleistoceen dekzand •
•
•
Archeologische verwachting: dekzanden kennen afhankelijk van het voorkomen (ruggen, welvingen, vlaktes) een lage (dekzandlaagten en -vlaktes) tot hoge (dekzandruggen) archeologische verwachting voor de periode Steentijd tot en met de Nieuwe tijd. Het verwachtingsmodel gaat voor deze periode voornamelijk uit van de paleogeografie (en morfologie), samen met mogelijke verstoringen van nadien. Bewoning wordt met name verwacht op de hoger gelegen dekzandruggen. Complextypen met kernmerken: Steentijd: Voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen. Landbouwers: Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit nederzettingsresten, bestaande uit erven (woonstalhuis, enkele bijgebouwen en waterput(ten)). Hiervan rest tegenwoordig nog een vondstniveau bestaande uit onder meer aardewerk, bouwmateriaal en houtskool en een sporen niveau. Diepteligging: Het dekzand komt voornamelijk direct vanaf het maaiveld voor, maar nabij het beekdal van de Mark/ Dintel is het afgedekt door een pakket van enkele meters dikke klei en veen van het Laagpakket van Walcheren of het Hollandveen Nieuwkoop. Op kaartbijlage 8 zijn de boorstaten uit het Dinoloket opgenomen ter indicatie van de bodemopbouw.
Moerdijk In de gemeente Moerdijk duikt het dekzand duikt weg naar circa 3 m -Mv. Het is afgedekt door het Laagpakket van Walcheren en Hollandveen. In enkele boringen zijn afzettingen van Kreftenheye aangetroffen. De boringen uit het Dinoloket tonen aan dat het tracé een zeer variërend landschap doorkruist. Voor het Hollandveen geldt een lage archeologische verwachting. Hoewel bewoning op het veen een mogelijkheid was en dit ook werd gedaan, worden hier niet veel sporen van verwacht. Mogelijk zijn deze ook geërodeerd. In het Laagpakket van Walcheren kunnen sporen worden verwacht vanaf de (Vroege) Middeleeuwen. Zones die een lage verwachting hebben op de verwachtingskaart van de gemeente, maar gelegen zijn in vlaktes van getij afzettingen op de geomorfologische kaart, zijn aangeduid met een verwachtingswaarde ‘onbekend maar potentieel hoog’. Voor deze zones is tevens een aanvullend kaartbeeld gemaakt (bijlage 8) met daarop boorstaten uit het Dinoloket, die aangeven op welke diepte de overgang naar het Hollandveen of (dek)zand bevindt.
44
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
•
45
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
•
Laagpakket van Walcheren • • •
•
Archeologische verwachting: in de top van dit pakket kunnen vindplaatsen uit de Vroege Middeleeuwen (zie 5.3.1) tot en met de Nieuwe tijd voorkomen. Complextypen met kernmerken: Nederzettingsresten bestaande uit resten van woongebouwen, bijgebouwen en (percellerings) greppels. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, bouwmateriaal, metalen objecten en slakken, botmateriaal en natuursteen. Diepteligging: direct vanaf het maaiveld.
Hollandveen •
Archeologische verwachting: in het Hollandveen pakket worden geen archeologische resten verwacht uit de Bronstijd. Het land was veelal te zompig om goed bewoonbaar te zijn. Uit de periode Late IJzertijd en Romeinse Tijd worden wel resten verwacht. 46
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
• •
•
Pleistoceen dekzand •
•
• •
Complextypen met kernmerken: In principe kunnen er nederzettingsresten uit de Late IJzertijd tot en met de Romeinse Tijd voorkomen. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, metalen objecten en slakken, botmateriaal en (vuur)steen. Diepteligging: Onder het Laagpakket van Walcheren; over het algemeen binnen 1 m -Mv. Op plaatsen waar het dekzand nabij het maaiveld is gelegen, ontbreekt het Hollandveen.
Archeologische verwachting: dekzanden kennen afhankelijk van het voorkomen (ruggen, welvingen, vlaktes) een lage (dekzandlaagten en -vlaktes) tot hoge (dekzandruggen) archeologische verwachting voor de periode Steentijd tot en met de Nieuwe tijd. Het verwachtingsmodel gaat voor deze periode voornamelijk uit van de paleogeografie (en morfologie), samen met mogelijke verstoringen van nadien. Bewoning wordt met name verwacht op de hoger gelegen dekzandruggen. Complextypen met kernmerken. Het betreffen dan voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen. Diepteligging: Variërend: vanaf circa 1 m -Mv tot dieper dan 4 m -Mv.
Kreftenheye •
• •
Archeologische verwachting: in de nabijheid van geulen (op de oevers) geldt een hoge archeologische verwachting voor de Steentijd. Ter hoogte van komafzettingen geldt een lage archeologische verwachting, omdat wordt aangenomen dat deze gebieden niet aantrekkelijk waren voor bewoning. Afzettingen van Kreftenheye kunnen zowel van een vlechtende als een meanderende rivier komen. Complextypen met kernmerken: Het betreffen voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen. Diepteligging: Variërend: vanaf circa 1 m -Mv tot dieper dan 4 m -Mv.
Drimmelen In de gemeente Drimmelen komt dezelfde landschappelijke opbouw voor als in de gemeente Moerdijk. •
Laagpakket van Walcheren • • •
•
Hollandveen •
• •
•
Archeologische verwachting: in de top van dit pakket kunnen vindplaatsen uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd voorkomen. Complextypen met kernmerken: Nederzettingsresten bestaande uit resten van woongebouwen, bijgebouwen en (percellering s)greppels. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, bouwmateriaal, metalen objecten en slakken, botmateriaal en natuursteen. Diepteligging: direct vanaf het maaiveld.
Archeologische verwachting: in het Hollandveen pakket worden geen archeologische resten verwacht uit de Bronstijd. Het land was veelal te zompig om goed bewoonbaar te zijn. Uit de periode Late IJzertijd en Romeinse Tijd worden wel resten verwacht. Complextypen met kernmerken: In principe kunnen er nederzettingsresten uit de Late IJzertijd tot en met de Romeinse Tijd voorkomen. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, metalen objecten en slakken, botmateriaal en (vuur)steen. Diepteligging: Onder het Laagpakket van Walcheren; over het algemeen binnen 1 m -Mv. Op plaatsen waar het dekzand nabij het maaiveld is gelegen, ontbreekt het Hollandveen.
Pleistoceen dekzand •
Archeologische verwachting: dekzanden kennen afhankelijk van het voorkomen (ruggen, welvingen, vlaktes) een lage (dekzandlaagten en -vlaktes) tot hoge (dekzandruggen) archeologische verwachting voor de periode Steentijd tot en met de Nieuwe tijd. Het verwachtingsmodel gaat voor deze periode voornamelijk uit van de paleogeografie (en morfologie), samen met mogelijke verstoringen van nadien. Bewoning wordt met name verwacht op de hoger gelegen dekzandruggen. 47
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
• • •
Complextypen met kernmerken. Het betreffen dan voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen. Diepteligging: Variërend: vanaf circa 1 m -Mv tot dieper dan 4 m -Mv.
Kreftenheye • • •
Archeologische verwachting: in de nabijheid van geulen (op de oevers) geldt een hoge archeologische verwachting voor de Steentijd. Ter hoogte van komafzettingen geldt een lage archeologische verwachting, omdat wordt aangenomen dat deze gebieden niet aantrekkelijk waren voor bewoning. Complextypen met kernmerken: Het betreffen voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen. Diepteligging: Variërend: vanaf circa 1 m -Mv tot dieper dan 4 m -Mv.
Geertruidenberg In de gemeente Geertruidenberg wordt het dekzand afgedekt door het Laagpakket van Walcheren en Hollandveen. Voor het Hollandveen geldt een lage archeologische verwachting. Hoewel bewoning op het veen een mogelijkheid was en dit ook werd gedaan, worden hier niet veel sporen van verwacht. Mogelijk zijn deze ook geërodeerd. In het Laagpakket van Walcheren kunnen sporen worden verwacht vanaf de (Vroege) Middeleeuwen. Zones die een lage verwachting hebben op de verwachtingskaart van de gemeente, maar gelegen zijn in vlaktes van getij afzettingen op de geomorfologische kaart, zijn aangeduid met een verwachtingswaarde ‘onbekend maar potentieel hoog’. Voor deze zones is tevens een aanvullend kaartbeeld gemaakt (bijlage 8) met daarop boorstaten uit het Dinoloket, die aangeven op welke diepte de overgang naar het Hollandveen of (dek)zand bevindt.
•
Laagpakket van Walcheren • •
Archeologische verwachting: in de top van dit pakket kunnen vindplaatsen uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd voorkomen. Complextypen met kernmerken: Nederzettingsresten bestaande uit resten van woongebouwen, bijgebouwen en (percellering s)greppels. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, bouwmateriaal, metalen objecten en slakken, botmateriaal en natuursteen. 48
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
• •
Hollandveen • • •
•
Diepteligging: direct vanaf het maaiveld.
Archeologische verwachting: in het Hollandveen pakket worden geen archeologische resten verwacht uit de Bronstijd. Het land was veelal te zompig om goed bewoonbaar te zijn. Uit de periode Late IJzertijd en Romeinse Tijd worden wel resten verwacht. Complextypen met kernmerken: In principe kunnen er nederzettingsresten uit de Late IJzertijd tot en met de Romeinse Tijd voorkomen. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, metalen objecten en slakken, botmateriaal en (vuur)steen. Diepteligging: Onder het Laagpakket van Walcheren; over het algemeen binnen 2 m -Mv. Op plaatsen waar het dekzand nabij het maaiveld is gelegen, ontbreekt het Hollandveen.
Pleistoceen dekzand •
• •
Archeologische verwachting: dekzanden kennen afhankelijk van het voorkomen (ruggen, welvingen, vlaktes) een lage (dekzandlaagten en -vlaktes) tot hoge (dekzandruggen) archeologische verwachting voor de periode Steentijd tot en met de Nieuwe tijd. Het verwachtingsmodel gaat voor deze periode voornamelijk uit van de paleogeografie (en morfologie), samen met mogelijke verstoringen van nadien. Bewoning wordt met name verwacht op de hoger gelegen dekzandruggen. Complextypen met kernmerken. Het betreffen dan voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen. Diepteligging: Variërend: vanaf circa 1 m -Mv tot dieper dan 4 m -Mv.
Oosterhout In de gemeente Oosterhout stijgt het dekzand tot aan het maaiveld. Ten noordwesten van de Willems Polder wordt het dekzand nog afgedekt door het Laagpakket van Walcheren en Hollandveen. Voor het Hollandveen geldt een lage archeologische verwachting. Hoewel bewoning op het veen een mogelijkheid was en dit ook werd gedaan, worden hier niet veel sporen van verwacht. Mogelijk zijn deze ook geërodeerd. In het Laagpakket van Walcheren kunnen sporen worden verwacht vanaf de (Vroege) Middeleeuwen. Zones die een lage verwachting hebben op de verwachtingskaart van de gemeente, maar gelegen zijn in vlaktes van getij afzettingen op de geomorfologische kaart, zijn aangeduid met een verwachtingswaarde ‘onbekend maar potentieel hoog’. Voor deze zones is tevens een aanvullend kaartbeeld gemaakt (bijlage 8) met daarop boorstaten uit het Dinoloket, die aangeven op welke diepte de overgang naar het Hollandveen of (dek)zand bevindt.
49
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
•
Laagpakket van Walcheren • • •
•
Hollandveen • • •
•
Archeologische verwachting: in de top van dit pakket kunnen vindplaatsen uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd voorkomen. Complextypen met kernmerken: Nederzettingsresten bestaande uit resten van woongebouwen, bijgebouwen en (percellering s)greppels. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, bouwmateriaal, metalen objecten en slakken, botmateriaal en natuursteen. Diepteligging: direct vanaf het maaiveld.
Archeologische verwachting: in het Hollandveen pakket worden geen archeologische resten verwacht uit de Bronstijd. Het land was veelal te zompig om goed bewoonbaar te zijn. Uit de periode Late IJzertijd en Romeinse Tijd worden wel resten verwacht. Complextypen met kernmerken: In principe kunnen er nederzettingsresten uit de Late IJzertijd tot en met de Romeinse Tijd voorkomen. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit aardewerk, metalen objecten en slakken, botmateriaal en (vuur)steen. Diepteligging: Onder het Laagpakket van Walcheren; over het algemeen binnen 2 m -Mv. Op plaatsen waar het dekzand nabij het maaiveld is gelegen, ontbreekt het Hollandveen.
Pleistoceen dekzand • •
•
Archeologische verwachting: dekzanden kennen afhankelijk van het voorkomen een lage tot hoge archeologische verwachting voor de periode Steentijd tot en met de Nieuwe tijd. Bewoning wordt met name verwacht op de hoger gelegen dekzandruggen Complextypen met kernmerken: Indien de dekzanden zijn afgedekt met mariene afzettingen dan alleen Steentijd. Het betreffen dan voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen. Waar de dekzanden aan het maaiveld gelegen zijn, geldt er ook een verwachting voor na het Neolithicum. Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit nederzettingsresten, bestaande uit erven (woonstalhuis, enkele bijgebouwen en waterput(ten)). Hiervan rest tegenwoordig nog een vondstniveau bestaande uit onder meer aardewerk, bouwmateriaal en houtskool en een sporen niveau. Diepteligging: Variërend: vanaf het maaiveld tot dieper dan 4 m -Mv. 50
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
Dongen Binnen de gemeente Dongen komt aan het maaiveld dekzand voor. •
Pleistoceen dekzand • •
•
Archeologische verwachting: dekzanden kennen afhankelijk van het voorkomen een lage tot hoge archeologische verwachting voor de periode Steentijd tot en met de Nieuwe tijd. Bewoning wordt met name verwacht op de hoger gelegen dekzandruggen Complextypen met kernmerken: Steentijd: Voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen. Landbouwers: Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit nederzettingsresten, bestaande uit erven (woonstalhuis, enkele bijgebouwen en waterput(ten)). Hiervan rest tegenwoordig nog een vondstniveau bestaande uit onder meer aardewerk, bouwmateriaal en houtskool en een sporen niveau. Diepteligging: Het dekzand komt direct vanaf het maaiveld voor.
Loon op Zand Binnen de gemeente Loon op zand komt aan het maaiveld dekzand voor. •
Pleistoceen dekzand • •
•
Archeologische verwachting: dekzanden kennen afhankelijk van het voorkomen een lage tot hoge archeologische verwachting voor de periode Steentijd tot en met de Nieuwe tijd. Bewoning wordt met name verwacht op de hoger gelegen dekzandruggen Complextypen met kernmerken: Steentijd: Voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen. Landbouwers: Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit nederzettingsresten, bestaande uit erven (woonstalhuis, enkele bijgebouwen en waterput(ten)). Hiervan rest tegenwoordig nog een vondstniveau bestaande uit onder meer aardewerk, bouwmateriaal en houtskool en een sporen niveau. Diepteligging: Het dekzand komt direct vanaf het maaiveld voor.
Waalwijk Binnen de gemeente Waalwijk komt aan het maaiveld dekzand voor. •
Pleistoceen dekzand • •
•
Archeologische verwachting: dekzanden kennen afhankelijk van het voorkomen een lage tot hoge archeologische verwachting voor de periode Steentijd tot en met de Nieuwe tijd. Bewoning wordt met name verwacht op de hoger gelegen dekzandruggen Complextypen met kernmerken: Steentijd: Voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen. Landbouwers: Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit nederzettingsresten, bestaande uit erven (woonstalhuis, enkele bijgebouwen en waterput(ten)). Hiervan rest tegenwoordig nog een vondstniveau bestaande uit onder meer aardewerk, bouwmateriaal en houtskool en een sporen niveau. Diepteligging: Het dekzand komt direct vanaf het maaiveld voor.
Tilburg Binnen de gemeente Tilburg komt aan het maaiveld dekzand voor. •
Pleistoceen dekzand •
•
Archeologische verwachting: dekzanden kennen afhankelijk van het voorkomen (ruggen, welvingen, vlaktes) een lage (dekzandlaagten en -vlaktes) tot hoge (dekzandruggen) archeologische verwachting voor de periode Steentijd tot en met de Nieuwe tijd. Het verwachtingsmodel gaat voor deze periode voornamelijk uit van de paleogeografie (en morfologie), samen met mogelijke verstoringen van nadien. Bewoning wordt met name verwacht op de hoger gelegen dekzandruggen. . Naast sporen van bewoning zelf, zoals paalsporen en (kook)kuilen kunnen ook andere sporen worden verwacht die behoren bij erfinrichting zoals paden/wegen, afrastering, greppels, waterputten 51
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
•
• •
en afvalkuilen. Naast bewoning kunnen ook sporen worden verwacht zoals grafvelden en sporen van rituele plaatsen en deposities. Complextypen met kernmerken: Steentijd: Voornamelijk kleine nederzettingsterreinen en extractiekampen die periodiek bewoond/bezocht werden. De vondsten bestaan met name uit bewerkt vuursteen en natuursteen. Daarnaast kunnen ook verkoolde hout- en voedselresten worden aangetroffen. Landbouwers: Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit nederzettingsresten, bestaande uit erven (woonstalhuis, enkele bijgebouwen en waterput(ten)). Hiervan rest tegenwoordig nog een vondstniveau bestaande uit onder meer aardewerk, bouwmateriaal en houtskool en een sporen niveau. Vondstniveaus kunnen van elkaar gescheiden zijn door bijvoorbeeld stuifzanden of enkeerdgronden, maar dit wordt op basis van de bodemkundige en geomorfologische situatie binnen het onderzoeksgebied niet verwacht. Daarnaast kunnen sporen worden aangetroffen die een relatie hebben met het begraven dan wel cremeren van mensen en de hierbij horende rituelen. Met betrekking tot de inrichting van het landschap kunnen sporen worden aangetroffen die horen bij infrastructuur, zoals paden en wegen (en greppels) maar ook landschapsscheidingen zoals bijvoorbeeld landweren uit de Middeleeuwen.
Onder grondwaterniveau kunnen verschillende organische resten worden aangetroffen zoals botmateriaal, hout, metaal, plantaardig materiaal en indien niet te oud ook dierlijk materiaal zoals leer. Ten noorden van bedrijventerrein Vossenberg 1 bevinden zich enkele vennen. Hoewel dit gebied een lage archeologische verwachting kent, geldt hier dat er een specifieke archeologische dataset kan worden verwacht, zoals resten van organisch afval, ritueel, jacht/visserij en delfstoffen. Diepteligging: Het dekzand komt direct vanaf het maaiveld voor.
52
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
7.2
Advies
De archeologische waarden- en verwachtingenkaart (kaartbijlage 6) is vertaald in een advieskaart (kaartbijlage 7). Op de advieskaart zijn ook de gemeentegrenzen aangegeven, waardoor deze gemakkelijk per gemeente zijn af te lezen. Voor de verschillende kaarteenheden uit kaartbijlage 6 zijn de onderstaande onderzoeksadviezen geformuleerd. Deze adviezen gelden alleen voor nieuwe bodemingrepen, dus bij de aanleg van de nieuwe 150kV, 380kV en de stationslocaties. Voor het amoveren van bestaande kabels en masten wordt geen archeologisch onderzoek geadviseerd. De bodem is hier immers al verstoord. • •
•
• • • • • • •
Bekende waarden, AMK-terreinen: proefsleuvenonderzoek met aanvullend verkennend booronderzoek. Deze is alleen aanvullend hierop indien er voor het opstellen van het PvE te weinig bodemkundige gegevens voorhanden zijn en/of er dieper gelegen archeologische niveaus te verwachten zijn; Bekende waarden, vindplaatsen: maatwerk, proefsleuvenonderzoek met aanvullend verkennend booronderzoek. Deze is alleen aanvullend hierop indien er voor het opstellen van het PvE te weinig bodemkundige gegevens voorhanden zijn en/of er dieper gelegen archeologische niveaus te verwachten zijn; Bekende waarden: historische erflocaties: proefsleuvenonderzoek met aanvullend verkennend booronderzoek. Deze is alleen aanvullend hierop indien er voor het opstellen van het PvE te weinig bodemkundige gegevens voorhanden zijn en/of er dieper gelegen archeologische niveaus te verwachten zijn; Bekende waarden (historische dijken): archeologische begeleiding Hoge verwachting: verkennend booronderzoek; Middelhoge verwachting: verkennend booronderzoek; Onbekende verwachting, potentieel hoog: verkennend booronderzoek; Lage verwachting: geen vervolgonderzoek. Wel geldt bij het aantreffen van toevalsvondsten te allen tijde een meldplicht zoals bedoeld in artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016; Water: geen vervolgonderzoek.
Wel geldt bij het aantreffen van toevalsvondsten te allen tijde een meldplicht zoals bedoeld in artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016; Ontgrond/verstoord: geen vervolgonderzoek. Wel geldt bij het aantreffen van toevalsvondsten te allen tijde een meldplicht zoals bedoeld in artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016.
Verkennend booronderzoek Het verkennend booronderzoek heeft als doel het gespecificeerde verwachtingsmodel te toetsen en de bodemopbouw en/of bodemverstoringen gedetailleerd in kaart te brengen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de volgende technieken en strategieën: • • • •
Boortype: edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 3 cm; Boordichtheid en -grid: een boorgrid van 50 x 40 m bij vlakelementen; een boorinterval van 40 m bij lijnelementen; Waarnemingsmethode: visueel door middel van versnijding van de boorkern; Boordiepte: tot 1 m onder het verstoringsniveau dan wel 50 cm onder het onderste archeologische niveau. Dit niveau dient vooraf in het PvA bepaald en in het veld beoordeeld te worden.
Op basis van het verkennend booronderzoek wordt geadviseerd welke delen voldoende zijn onderzocht en welke delen in aanmerking komen voor vervolgonderzoek en welke onderzoeksmethoden daarvoor kunnen worden ingezet. De meest voor de hand liggende vervolgstappen betreffen karterend booronderzoek en proefsleuvenonderzoek. Bij de historische erflocaties is het doel van verkennende boringen om verstoringen en de bodemopbouw in kaart te brengen, ook met het oog op eventueel oudere archeologische verwachtingen ter plaatse. Dit advies kan door de initiatiefnemer te worden voorgelegd aan het Bevoegd Gezag, in dit geval de betreffende gemeenten. Het Bevoegd Gezag kan van het door Arcadis gegeven advies afwijken. Voorafgaand aan booronderzoek dient het PvA te worden afgestemd met de desbetreffende gemeentelijke adviseur archeologie. Specifiek voor de gemeente Tilburg geldt dat het onderzoek van Heunks (2013) moet worden meegenomen bij de interpretatie van de resultaten uit booronderzoek binnen dit gebied.
53
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
BRONNEN Literatuur -
-
-
-
-
-
Alkemade, M., R.M. van Heeringen en W.A.M. Hessing, 2011. Archeologiebeleid gemeente Reimerswaal, deel A: Beleidsnota. Vestigia rapport V707-A. Arts, J.J., 2004. Halderberge en Roosendaal Bedrijventerrein Borchwerf II Locaties 2 en 4. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven. BAAC rapport 04.048 Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. Berendsen, H.J.A., 2004. De vorming van het land. Assen (Fysische geografie van Nederland). Vierde, geheel herziene druk. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland). Derde, geheel herziene druk. Besuijen, G.P.A., F.G.R. D’hondt, R. Emaus en J.E.M. Wattenberghe, 2015. Nieuwe Zuid‐West 380 kV Hoogspanningsverbinding Borssele‐Tilburg. Deel Zeeland. Middelburg: Artefact! Bijsterveld, A.-J., W. Haarmann, J. Janssen, R. Kwant, P. Timmermans, M. Vermeulen en K. Zegers, 2016. Zuiderewaterlinie Noord-Brabant. Een Open Boek. Rotterdam: Tripiti. Brugman, B.A., R.M. van Heeringen & R. Schrijvers, 2011a. Archeologiebeleid gemeente Kapelle, Deel B: Toelichting beleidskaart, Vestigia rapport V705‐B. Amersfoort. Groot, N. C. F., A. W. E., Wilbers en S. Lorenz, 2013. Archeologische Waarden- en verwachtingenkaart en advies; archeologische beleidskaart van de gemeente Moerdijk. B&G Rapport 1134. IDDS Archeologie, Noordwijk.
Hagens, D. en L. Van Diepen, 2018. Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen. Kralen 20A te Oud Gastel. Aeres Mileu projectnummer AM17280. Heeringen, R.M. en R. Schrijvers, 2017. (Ontwerp) Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingenkaart en maatregelenkaart van de gemeente Loon op Zand. Vestigia rapport V1379. Hessing, W.A.M., R. Schrijvers en K. Klerks, 2011. Actualisering erfgoedkaart gemeente Waalwijk Archeologiekaart gemeente Waalwijk - verantwoording en toelichting voor de gebruiker. Vesitigia rapport V10-1713. Heunks, E., 2013. Toelichting op de paleogeografische kaart van de regio Tilburg, schaal 1:25.000. Jong, J. de en R. Evelein, 2014. MER hoogspanningsverbinding Zuid-West 380kV. Achtergronddocument Archeologie. Tauw bv, Utrecht. Kasse, C., 2009. Groeve Boudewijn, een uniek venster op de geologie van westelijk Noord-Brabant. Aardkundig Excursiepunt 32, Grondboor & Hamer, 63, nr 6, pp. 179 – 184. Koopmanschap, H., M. Visser-Poldervaart en M. Arkema, 2011. Erfgoedkaart Drimmelen; een verleden op zand en onder klei. Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/120. Oranjewoud B.V., Heerenveen. Kroes, R.A.C., 2017. Plangebied Afvalwaterpersleiding A58 en RWZI Bath in Woensdrecht en Bath, gemeente Reimerswaal en Woensdrecht; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-notitie 5810. Moonen. B., 2011.
Ons ongeschreven verleden; beleidsnota archeologie gemeente Halderberge. RAAP Rapport 2180. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003.De ondergrond van Nederland. Houten. Sophie, G., 2021. Archeologisch onderzoek. Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, 380 kV-station Tilburg (EU-204). Antea Group Archeologie 2020/62. Timmermans, P., 2016. Er was eens… In: H. Crijns, H. van Engen, P. Versijp, J. Findhammer, R. Kwant en M. Vermeulen (red.) Zuiderwaterlinie Noord-Brabant een open boek. Rotterdam: uitgeverij Tripiti. Uleners, H.H.J., 2020. Archeologische Begeleiding Drinkwatertransportleiding WPB Roosendaal – WPB Wouw, Gemeente Roosendaal. SOB Research project nr 2458-1611. Verhoeven, M.P.F., 2016. Plangebied baggerwerkzaamheden Roosendaal, gemeente Roosendaal: een archeologisch bureauonderzoek. RAAP-rapport 5597. Verhoeven, M., 2017. Plangebieden Mattemburgh en Spoordijk bij Woensdrecht, gemeente Woensdrecht; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek. RAAP-notitie 5792. Verhoeven, M., 2018. Plangebied Baggeren van de Dintel nabij Stampersgat en Standdaarbuiten, gemeenten Moerdijk, Steenbergen en Halderberge; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-rapport 3428. 54
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
-
-
-
-
Verhoeven, M., 2019. Plangebied Hoogspanningslocatie Woensdrecht (WDT 150) bij Bergen op Zoom, gemeente Bergen op Zoom; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAPrapport 3762. Vos, P.C. & R.M. van Heeringen, 1997. Holocene geology and the occupation history of the Province of Zeeland (SW Netherlands), Mededelingen Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Wolzak, J.A. en C.F.H. Coppens, 2018. Plangebied AWP 2.0 Knooppunt Markiezaat in Woensdrecht, gemeente Woensdrecht; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). RAAP-notitie 6260. Zielman, G., 2015. Plangebied Dijkversterking Geertruidenberg en Amertak, gemeenten Geertruidenberg, Drimmelen en Oosterhout; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-notitie 5167 Zijverden, van, W., en J. van Moor, 2014. Het Groot Profielenboek: Fysische geografie voor archeologen. Leiden: Sidestone Press.
Rapportages, nota’s, etc. -
Bestemmingsplan Lobelia-Spinder-Rugdijk, gemeente Tilburg 2013. Erfgoedverordening gemeente Woensdrecht, 2010. Erfgoedverordening gemeente Oosterhout, 2015. Erfgoedverordening gemeente Roosendaal, 2017. Gemeente Geertruidenberg, 2017. Nota Archeologie. Geertruidenberg in Gemeenteblad: Officiële uitgave van de gemeente Geertruidenberg. Gemeente Geertruidenberg, 2011. Bestemmingsplan Buitengebied Geertruidenberg. NL.IMRO.0779.RDBPbuitengebied Nota Archeologie gemeente Geertruidenberg, 2017. Nota Cultureel Erfgoed gemeente Dongen, 2016. Uitvoeringsplan Materieel Erfgoed, Gemeente Bergen op Zoom, 2014.
Websites -
http://www.monumentenboz.nl/main/kadaster www.doniloket.nl
Overige bronnen • • • • •
Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN). Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Archeologisch Informatiesysteem Archis2; Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed (RCE). Bodemkaart Nederland (1:50:000); Alterra. Geomorfologische Kaart (1:50:000); Alterra.
55
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
BIJLAGEN Bijlage 1: Uitgevoerde onderzoeken Kaartbijlage 1: Plangebied. Kaartbijlage 2: Geomorfologie. Kaartbijlage 3: Bodem. Kaartbijlage 4: Hoogte. Kaartbijlage 5: Bekende archeologische waarden. Kaartbijlage 6: Archeologische waarden- en verwachtingskaart. Kaartbijlage 7: Archeologische advieskaart. Kaartbijlage 8: Geomorfologie met boorstaten uit het Dinloket.
56
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
BIJLAGE 1. UITGEVOERDE ONDERZOEKEN De kolom P/O geeft aan of de onderzoeksmeldingen in alleen in het onderzoeksgebied (O) ligt, of ook in het plangebied (P).
Zaakidentificatienummer
Type onderzoek en uitvoerder
P / O
Omschrijving
2171167100
Bureauonderzoek, Vestigia, 2007
P
Het terrein is een natuurreservaat, voornamelijk in gebruik als agrarisch gebied, waarvoor een nieuw inrichtingsplan is opgesteld om verdroging tegen te gaan.
2140549100
Bureauonderzoek, BILAN, 2000
O
J. Robeerst. 2000. Standaard Archeologische Inventarisatie Noordwesttangent. BILAN-Rapport 2001/4.
2222659100
Bureauonderzoek, Oranjewoud, 2008
P
De aanleiding voor het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is de herziening van het vigerende bestemmingsplan.
P
Het betreft hier een uitwerking van een opgraving uit 1976. Dit in het kader van de uitwerking van 5 vondstcomplexen uit de binnenstad van Geertruidenberg. Het betreft hier een omgracht complex met een gebouw in baksteen. – Afronding van het volledige project is voorzien eind 2009. Rapportage kan eerder verschijnen. Er is met dit onderzoek geen veldwerk gemoeid, anders dan het veldwerk van 1976. De omlijning in Archis is niet juist, want het betreft een gebied in de binnenstad, rapport niet beschikbaar.
P
Proefsleuvenonderzoek t.b.v. de buisleiding straat. Er worden twee proefsleuven aangelegd, elk van 250 x 4 m, i.v.m. de nabije ligging van een ARCHIS melding betreffende het kasteel Grimhuysen. Dit gebied is aangegeven als ontgrond in verband met de aanleg van de buisleidingstraat.
2181632100
Bureauonderzoek, AWN, 2004
2149468100
Archeologische proefsleuvenonderzoek, Sweco, 2007
2303512100
Archeologische begeleiding, RAAP, 2007.
O
In opdracht van Natuurmonumenten heeft RAAP in de jaren 2007 tot 2009 in het plangebied Lobelia in de gemeente Loon op Zand een archeologische begeleiding en inspectie uitgevoerd van diverse graafwerkzaamheden die de realisatie van welbepaalde natuurtypen tot doel hadden. – Otto Brinkkemper (16-02-2012): Datum aanmelding gecorrigeerd van 2020 => 2010. Het gebied is gelegen buiten het plangebied.
2393683100
Bureauonderzoek, Transect, 2012
P
Geen beschrijving in Archis opgenomen.
4020356100
Booronderzoek, Antea, 2016
O
Het onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend booronderzoek, verkennende fase.
2269145100
Bureauonderzoek, Oranjewoud, 2009
P
Het betreft het onderzoek naar de gemeentelijke verwachtingskaart.
2308851100
Bureauonderzoek, Vestigia, 2010
P
In opdracht van Rijskwaterstaat voert Vestigia BV een archeologisch bureauonderzoek uit.
2132749100
Bureauonderzoek, Sweco, 2006
P
Archeologische Quickscan - Grontmij Archeologische Rapporten 359.
57
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE ZUID WEST 380 KV
2362270100
Bureauonderzoek, Arcadis, 2012
P
Het betreft een bureauonderzoek archeologie ten behoeve van een kabelverbinding.
2393634100
Bureauonderzoek, Transect, 2012
P
Geen beschrijving in Archis opgenomen.
2430391100
Booronderzoek, Arcadis, 2014
P
Het betreft een verkennend booronderzoek ten behoeve van een kabelverbinding. Is verwerkt in het advies (geen vervolgonderzoek).
2030412100
Booronderzoek, RAAP, 1999
P
Booronderzoek, HSL-fase D. Onderzoeksmeldingsnummer hoort bij nr. 10338. Literatuur: Oude Rengerink, J.A.M., 1999: Archeologisch onderzoek Hogesnelheidslijn (HSL), rapportage waarderend onderzoek (Fase D), RAAP-rapport 304. Betreft een gebied waar nu spoor ligt en geen werkzaamheden plaats vinden.
3299977100
Bureauonderzoek, RAAP, 2015
O
Het betreft een bureauonderzoek naar verschillende gebieden waar baggerwerkzaamheden uitgevoerd gaan worden.
2357565100
Booronderzoek, ADC, 2012
O
Het betreft een bureauonderzoek en een verkennend archeologisch booronderzoek. Er is geadviseerd het terrein vrij te geven.
2247315100
Bureauonderzoek, Oranjewoud, 2009
P
Betreft de cultuurhistorische en archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Deze onderzoeksmelding heeft betrekking op de archeologische verwachtingskaart.
2409137100
Bureauonderzoek, Transect, 2013
P
Geen beschrijving in Archis opgenomen.
P
Een traject met boringen ter plaatse van de toekomstige hoogspanningsmasten. Het traject loopt van Borssele (Zld) tot Tilburg (NB), dit beslaat het deel in Zeeland (Besuijen et al. 2015). Artefact Rapprt 150. Op basis van dit rapport is station Rilland vrijgegeven.