CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-017387 Bijl3- Bp Noorderbunder Toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 13 april 2023, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2021-017387 Vaststellen Bestemmingsplan Noorderbunder30.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

4.14 Explosieven 4.14.1 Normstelling en beleid Ter plaatse zullen grondverzetwerkzaamheden worden uitgevoerd in verband met de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk. In het kader van deze werkzaamheden dient er een vooronderzoek naar de aanwezigheid van explosieven te worden uitgevoerd. Het mogelijk voorkomen van explosieven in de ondergrond houdt over het algemeen in Nederland verband met oorlogshandelingen gedurende de Tweede Wereldoorlog (verder: WOII). Voorbeelden zijn bombardementen, gevechten (meidagen 1940, bevrijding 1944-1945), verdedigingswerken (mijnenvelden) en dumpingen (achterlaten van munitie bij overgave of terugtrekking). Aangezien eventueel aanwezige explosieven een risico vormen voor de uit te voeren werkzaamheden, is het van belang dat de kans op het aantreffen van explosieven in het onderzoeksgebied onderzocht wordt. 4.14.2 Toetsing In het kader van de beoogde grondverzetwerkzaamheden is vooronderzoek naar de aanwezigheid van explosieven uitgevoerd. De bijbehorende onderzoeksrapportage is opgenomen als bijlage 17 bij voorliggend bestemmingsplan. Hierna wordt volstaan met een beknopte samenvatting. In de omgeving van het onderzoeksgebied hebben er tijdens en na de bevrijding eind oktober 1944 beschietingen door geallieerde en Duitse artillerie plaatsgevonden.

De beschietingen lijken vrij kleinschalig geweest te zijn en er zijn geen concrete aanwijzingen dat het onderzoeksgebied hierbij getroffen is. Daarnaast zijn er vele V-1- raketten in de gemeente Dongen neergekomen, waarvan vaak niet bekend is waar. Er zijn daarmee geen feiten dat er explosieven in het onderzoeksgebied zijn achtergebleven, echter wordt wegens deze leemtes in kennis geadviseerd de reguliere werkzaamheden uit te voeren onder een werkprotocol 'onverwacht aantreffen explosieven'. Een dergelijk werkprotocol wordt gehanteerd indien er geen aantoonbaar verhoogd risico aanwezig is aangezien de werkzaamheden worden uitgevoerd in onverdacht gebied. Ter plaatse is een achtergrond risico aanwezig. In het werkprotocol wordt beschreven hoe men dient te handelen bij het

87/98

spontaan aantreffen van een explosief. Tevens wordt geadviseerd een toolbox voor de aannemer te laten verzorgen. Dit verhoogt de veiligheid op de werkplek en voorkomt mogelijk stagnatie tijdens de werkzaamheden en verkleind daarmee financiële risico's. Opgemerkt dient te worden dat indien er tijdens de geplande werkzaamheden onverhoopt toch explosieven worden aangetroffen dit een contra indicatie betreft waardoor de uitgangspunten mogelijk lokaal dienen te worden bijgesteld. 4.14.3 Conclusie Met inachtname van bovenstaande uitgangspunten vormt het aspect explosieven geen belemmering voor de uitwerking van het plan.

4.15 Funnel, IHCS en ILS 4.15.1 Normstelling en beleid In de buurt van luchthavens gelden allerhande beperkingen, onder andere vanwege navigatie en communicatieapparatuur. Obstakelvrije vlakken (IHCS, Inner Horizontal en Conical Surface) en funnels Rondom een luchthaven zijn obstakelvrije vlakken gedefinieerd om het luchtverkeer op een veilige wijze te kunnen accommoderen. Deze vlakken zijn vastgelegd in Annex 14 van het Verdrag van Chicago en zijn geborgd via de Wet luchtvaart en de regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (RVGLT). Binnen deze obstakelvrije vlakken gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van hoge obstakels (in het algemeen vanaf luchthavenpeil). Toetsingsvlakken van navigatie en communicatieapparatuur Op en rondom een luchthaven staan diverse apparaten opgesteld voor de communicatie met vliegtuig en apparatuur ten behoeve van de navigatie van de vliegtuigen. Om een storingsvrije werking van de apparatuur te waarborgen zijn vlakken gedefinieerd waaronder op een veilige wijze bebouwing kan plaatsvinden zonder dat de werkingen negatief wordt beïnvloed. Laagvliegroutes: AMvB Ruimte In de AMvB Ruimte zijn militaire laagvliegroutes opgenomen, evenals laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden onder een laagvliegroute bevat over een breedte van 3.704 m (2 nautische mijlen) geen bestemmingen of regels omtrent het gebruik van die gronden die het oprichten van bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 m mogelijk maken. In de AMvB Ruimte is een mogelijkheid opgenomen voor de minister (Ministerie van Defensie in overleg met Minister van Infrastructuur en Milieu) om onder voorwaarden ontheffing te verlenen. 4.15.2 Toetsing en conclusie Het plangebied ligt niet binnen de obstakelvrije zone van het militaire vliegveld Gilze-Rijen, zie figuur 4.20. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de obstakelvrije zone en de laagvliegroutes geen belemmeringen vormen voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

88/98

Figuur 4.20 Uitsnede Kaart militair luchtvaartterrein - Vliegbasis Gilze-Rijen met aanduiding plangebied (Bron: Infomil)

4.16 Duurzaamheid 4.16.1 Normstelling en beleid Duurzaamheid gaat over de balans tussen mens, milieu, het niet meer gebruiken van fossiele brandstoffen en de betaalbaarheid daarvan en kan op verschillende niveaus worden bezien. Op het niveau van gebiedsontwikkeling gaat het naast technische maatregelen bij gebouwen, om het functioneren van het gehele gebied. De kracht zit in het zoeken naar goede combinaties voor een specifieke locatie waardoor een prettige duurzame leefomgeving kan worden ontwikkeld. Bepaalde randvoorwaarden en/of de ruimtelijke omgeving van een plan kunnen kansen voor duurzaamheid opleveren. Duurzaam bouwen gaat dus verder dan alleen energie. Het gaat ook over duurzaam materiaalgebruik, comfort, binnenmilieu, bouwen voor de toekomst en slim bouwen. Duurzaam bouwen wordt vaak afgekort als 'dubo' en beoogt naast vermindering van de uitstoot van CO2 ook zaken als: bij te dragen aan het welzijn van gebruikers (kwaliteitsbevordering); uitputting van fossiele grondstoffen te verminderen; circulair te bouwen; vervuiling van bodem, water en lucht tegen te gaan. Energieneutraal (BENG) Vanaf 1 januari 2020 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. De vastgestelde

89/98

niveaus voor woningen gelden als volgt: Een maximaal energiebehoefte van 25 kWh/m2/jr gebruiksoppervlak; Een maximaal primair fossiel energiegebruik, eveneens in 25 kWh/m2/jr gebruiksoppervlak; Een minimaal aandeel hernieuwbare energie van 50%. Het voorgaande houdt concreet een EPC tussen 0 en 0,2 in. Aardgasvrij (Wet VET) In de Wet voortgang energietransitie (VET) is bepaald dat per 1 juli 2018 nieuw te bouwen bouwwerken niet meer aangesloten worden op het aardgasnet. In uitzonderlijke gevallen kan een gemeente, bij zwaarwegende redenen van algemeen belang, een ontheffing verlenen. In Dongen is daar niet voor gekozen. De omgevingsvergunning voor nieuwe bouwwerken wordt afgekeurd als in de bouwaanvraag niet aardgasvrij wordt gebouwd. Milieuprestatie Gebouwen (MPG) Voor nieuwbouwwoningen en nieuwe kantoorgebouwen die groter zijn dan 100 m² is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning een Milieuprestatie Gebouwen (MPG) verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Per 1 januari 2018 geldt voor de MPG een maximum schaduwprijs van 1,00 euro per m2 BVO per jaar. Voor een MPG berekening kan het instrument GPR Gebouw gebruikt worden. GPR Gebouw is opgebouwd uit vijf verschillende thema’s: energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Scores variëren van 0 t/m 10.

Het is gebruikelijk om uit te gaan van een gemiddelde GPR Gebouw score van 8. GPR Gebouw is een bruikbaar instrument om tot een duurzaam ontwerp te komen voor onder andere woningbouw. 4.16.2 Toetsing De ontwikkeling zal voldoen aan de eisen ten aanzien van milieukwaliteit, gebruikskwaliteit, gezondheid en toekomstgerichtheid. De duurzaamheidsambities zoals opgenomen in de uitgangspuntennotitie (bijlage 1) zullen zoveel mogelijk worden nagestreefd en nader worden uitgewerkt. In navolgende tekst wordt hier op in gegaan. Energie Bij de opzet van het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met een goede zonexpositie. Zo kan gebruik gemaakt worden van passieve en actieve zonne-energie. Niet enkel is rekening gehouden met deze zonexpositie, maar rekening is ook gehouden met bestaande boomstructuren waardoor de mogelijkheden voor zonne-energie kan worden beperkt. In de uitwerking van woningen zullen kappen gedraaid worden om een maximale zonexpositie te bereiken. Ook zijn platte daken (met uitzondering van het lint en de buitenrand) mogelijk waarmee panelen goed geëxposeerd kunnen worden. Bij platte daken wordt een iets hoger daktrim mogelijk gemaakt om panelen goed in te kunnen passen. De gemeente Dongen heeft de ambitie om een tijdloze woonbuurt te maken, die haar duurzaamheidsambitie onderstreept.

Het meest concreet komt dit tot uiting dat door toepassing van wetgeving nieuwe woningen niet worden aangesloten op het aardgasnet. Onderzocht wordt of een collectieve warmtevoorziening op basis van aardwarmte haalbaar is. Het alternatief is een all-electric buurt, eventueel aangevuld met (lucht)warmtepompen. Voor wat betreft de openbare verlichting wordt LED verlichting toegepast. In de

90/98

toekomst zal met dynamische verlichting worden gewerkt waarbij het licht anticipeert op de aanwezigheid van mensen. Mobiliteit In een natuur-inclusieve wijk past ook het principe van elektrisch rijden. Deelmobiliteit is goed voor de luchtkwaliteit, de veiligheid in de wijk en kan ook het aantal benodigde parkeerplaatsen verminderen. De toepassing hiervan op schaalgrootte van Dongen zal worden onderzocht. Ook zal worden onderzocht of er voldoende laadpalen voor elektrische auto's en elektrische fietsen aanwezig zullen zijn. Om het langzaam verkeer te bevorderen is er volop ruimte voor de fietser en voetganger. Fietsers maken gebruik van de rijbaan en er worden comfortabele trottoirs voor de voetgangers gerealiseerd. Bovendien worden verbindingen van en naar het buitengebied gemaakt. Wandelen en fietsen wordt in het plan nadrukkelijk gestimuleerd. Duurzaamheid op gebouwniveau De gemeente Dongen wil ruimte geven aan bewoners om hun woning duurzaam te realiseren. Het natuur inclusief bouwen is de norm. De gemeente houdt op dit moment de gangbare Energieprestatiecoëfficiënt (EPC) norm aan maar juicht het toe als bewoners extra stappen willen zetten naar duurzaam wonen.

Omdat extra duurzaamheid ook effect kan hebben op de uitstraling van de woning worden in de 'woonstraten' ook woningen toegestaan zonder kap waarbij de goothoogte iets hoger mag zijn om zonnepanelen goed in te passen. Circulaire materialen in de openbare ruimte In de openbare ruimte wil de gemeente zo veel als mogelijk circulaire duurzame materialen toepassen. Gebakken materiaal past binnen de cradle2cradle filosofie door de hoge mate van hergebruik en de lange levensduur. Straatbakstenen of vergelijkbare circulaire materialen zijn niet alleen duurzaam maar hebben ook een esthetische waarde door de diversiteit in formaat, kleur en oppervlaktestructuren en bieden de veel mogelijkheden voor het ontwerp van de openbare ruimte. Landschap, groen, water en natuur Het nieuwe woongebied wordt een ‘woonlandschap’ waarin veel ruimte is voor groen, water en natuur. Daarin spelen nieuwe en bestaande landschappelijke structuren (sloten, bomenrijen, groene ruimtes) een belangrijke rol. Uitgangspunt is niet een regulier beeld van traditionele woonstraten met aan weerszijden voortuinen en woningen, maar een opzet met kleinere en grotere bebouwingsclusters in een te ontwikkelen landschap. Voor alle toekomstige bewoners geldt dat zij in of aan de groene ruimte of de natuur wonen.

De Noorderbunder wordt daarmee een hele duurzame, groene en toekomstbestendige wijk met ruimte voor landschap, natuur en biodiversiteit. Het te ontwikkelen landschap in de nieuwe wijk is ook van belang als ‘uitloper’ voor bestaande bewoners van West II en andere Dongenaren. In het verlengde hiervan is er een mogelijkheid om met het woongebied ruimte te bieden door aan te sluiten op het padenproject met een beoogd tracé richting watertoren en ecologische verbindingszone. Het groen in de wijk maakt het wonen er prettig, het groen kan worden ingezet om regenwater op te vangen, het groen geeft ruimte aan flora- en fauna en vermindert ook hittestress in de zomermaanden. Onderdeel van een

91/98

klimaatbestendige wijk is een goede waterhuishouding waarin het water vertraagd afgevoerd wordt. Dit betekent zo veel mogelijk behoud van de bestaande waterlopen en aanvulling met nieuwe waterlopen. Waar mogelijk moet gestreefd worden naar open verharding (bijvoorbeeld door parkeerplaatsen met grasbetonstenen aan te leggen) zodat het water de bodem in kan zakken. Ook kan gedacht worden aan het zichtbaar, bovengronds afvoeren van hemelwater. Het zichtbaar afwateren van regenwater draagt bij aan het besef van bewoners en bezoekers dat deze wijk klimaatbestendig is ingericht. Bewoners spelen ook een rol bij duurzaam waterbeheer. Bewoners kunnen ook een rol spelen om water te sparen, te laten infiltreren en zo te voorkomen dat bij pieken te veel water in de straat blijft. Daarbij kan gedacht worden aan groene daken, kleine vijvers, zo min mogelijk verharding en aan watertonnen waarmee regenwater ook hergebruikt kan worden. Ook zouden bewoners water kunnen sparen door regenwater te benutten als grijswater bijvoorbeeld voor het spoelen van toiletten. Navolgend is de beoogde hemelwaterberging binnen het plangebied weergegeven. Bodem Gestreefd wordt het plan te realiseren met een gesloten grondbalans. Op de manier hoeft zo min mogelijk grond te worden toe- en af gevoerd. Waar de natuurlijke bodemopbouw niet hoeft te worden verstoord zal dat niet gebeuren.

Afval De gemeente Dongen wil minder restafval en meer grondstoffen inzamelen, hetgeen uitgewerkt is in het 'Uitvoeringsplan Grondstoffen Dongen 2020 - 2021, van afval naar grondstof'. Vanaf 2021 wil de gemeente maximaal 100 kilogram per persoon per jaar als ongesorteerd huisvuil (fijn en grof restafval) laten verbranden. Voor het behalen van die doelstelling zijn in januari 2020 diverse maatregelen vastgesteld. De drie belangrijkste maatregelen zijn: Brengpunten met onbeperkt gebruik voor de GFT-stroom plaatsen bij hoogbouw. Het verhogen van de inzamelfrequentie van tweewekelijks naar wekelijks voor PMD. Het verlagen van de inzamelfrequentie van tweewekelijks naar vierwekelijks voor restafvalminicontainers en het aantal stortingen in een ondergrondse restafvalcontainer verlagen van 200 naar 52 per huishouden per jaar. In samenhang met 14 flankerende maatregelen is er een integrale aanpak die zich toespitst op ontmoediging van restafval, bewustwording en educatie, het beperken van ongewenste neveneffecten en het zo efficiënt mogelijk inrichten van de inzamelstructuur. Deze aanpak zal bij de nadere uitwerking van het plan aan de Noorderlaan zoveel als mogelijk toegepast en geïntegreerd worden. Sociale duurzaamheid Belangrijk is dat mensen zich thuis (blijven) voelen in hun woning, straat en buurt. De gemeente zet zich in voor het stimuleren van onderlinge betrokkenheid.

De beoogde ontwikkeling aan de Noorderlaan kent daarvoor een aantrekkelijke mix aan woningtypen zodat er voor elk wat wils te vinden is. Naast grondgebonden woningen in verschillende typologieën zijn er ook appartementen. De gemeente ziet het liefst dat iedere woning op termijn kan meegroeien met de behoefte van de bewoners. Tegelijkertijd is het behoud van betaalbare woningen in de

92/98

wijk van belang om een goede mix te houden. De openbare ruimte biedt voldoende ruimte voor ontmoeting, spel en sport dat bijdraagt aan de sociale cohesie van de buurt. De openbare ruimte wordt flexibel ingericht zodat deze kan mee veranderen met de behoefte van zowel de jongste als oudste bewoners. 4.16.3 Conclusie Bij nadere uitwerking zullen bovenstaande ambities nader worden uitgewerkt. Op deze manier kan de wijk zich ontwikkelen tot een toekomstbestendige en duurzame wijk.

93/98

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

In het voorgaande hoofdstuk zijn de uitgangspunten van dit bestemmingsplan geformuleerd. In dit hoofdstuk zijn de bestemmingen en de bijbehorende regels beschreven. Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP). De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. de SVBP is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro gemaakt moeten worden. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden, met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting.

Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijks als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.

5.2

Opbouw van de regels

De indeling in hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, kent de volgende vaste volgorde. In Hoofdstuk 1 Inleidende regels worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald. In Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven. Hoofdstuk 3 Algemene regels bevat een aantal regels (voorheen bepalingen genoemd) die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelbepaling of de bepaling welke wettelijke regeling van toepassing). Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels ten slotte geven overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. 5.2.1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn.

94/98

Artikel 2 Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/percelen gemeten moeten worden. 5.2.2 Bestemmingsregels De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd (niet altijd overal van toepassing): Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels Omgevingsvergunning Artikel 3 Woongebied De gronden in het plangebied hebben de bestemming Woongebied. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen. Binnen diverse bouwvlakken zijn gebouwen toegestaan. Middels de aanduiding 'ontsloten' zijn stroken aangeduid ten behoeve van de hoofdontsluiting van het plangebied op omliggend wegennet. Binnen de gehele bestemming zijn ook aan-huis-verbonden beroepen en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. 5.2.3 Algemene regels Deze algemene regels bestaan uit een aantal algemene, niet aan specifieke bestemmingen gekoppelde, regels. Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Een antidubbeltelbepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

De formulering van de antidubbeltelbepaling wordt bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Artikel 5 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is opgenomen dat bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen worden overschreden ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld stoepen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken. Artikel 6 Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt genoemd welk gebruik van de gronden in ieder geval valt onder strijdig gebruik. Het gaat hierbij om onder andere het gebruik van de gronden ten behoeve van stort- of opslagplaats van goederen en aan het gebruik onttrokken machines of het gebruik ten behoeve van seksinrichtingen.

95/98

Artikel 7 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn de toepasselijke algemene aanduidingen opgenomen. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan afgeweken kan worden. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Dit betreft bijvoorbeeld de vrijstelling ten behoeve van afwijking van de voorgeschreven maten en percentages. Afwijking is overigens alleen mogelijk wanneer hiermee geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan aspecten als de woon- en milieusituatie van aangrenzende percelen. Artikel 9 Algemene wijzigingsregels Dit artikel geeft het bevoegd gezag de bevoegdheid het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van geringe veranderingen in plaats, ligging of afmetingen van bestemmingsgrenzen. Artikel 10 Overige regels In dit artikel is een parkeerregeling en de werking van wettelijke regelingen opgenomen. 5.2.4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht In artikel 11 wordt omschreven hoe wordt omgegaan met het bestaand gebruik en met de bestaande bebouwing ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Artikel 12 Slotregel In dit artikel wordt de naam van de regels vastgesteld.

96/98

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Voor elk bestemmingsplan geldt dat de financiële haalbaarheid ervan moet zijn gegarandeerd. Indien een bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, zijn er verschillende mogelijkheden om de financiële haalbaarheid van de ontwikkeling te garanderen. Dit kan bijvoorbeeld door het opstellen van een exploitatieplan of door het sluiten van overeenkomsten tussen gemeente en ontwikkelende partijen. De gemeente Dongen kent vanuit haar Nota Grondbeleid 2016-2021 een actieve grondpolitiek. In voorliggend geval heeft de gemeente de percelen DGN01-N-480 en DGN01-A-5277 reeds in eigendom. De gemeente Dongen geeft deze gronden zelf uit en kan de gemaakte kosten derhalve doorberekenen in de verkoopprijs van de grond. Het plan is kostendekkend. Er is derhalve geen verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan. Voor wat betreft perceel DGN01-A-5423 zal met de eigenaar een anterieure overeenkomst gesloten worden, aangezien deze gronden niet bij de gemeente in eigendom zijn.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient inzicht te worden gegeven in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij zowel om de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de planvoorbereiding zijn betrokken alsook om de resultaten van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro. 6.2.1 Voorontwerpbestemmingsplan In de als bijlage 18 opgenomen inspraaknota wordt een reactie gegeven op de ingekomen reacties in het kader van het wettelijk vooroverleg en de inspraak die in het kader van de terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan Noorderlaan zijn ingediend. De vooroverleg- en inspraakreacties zijn uit praktische overwegingen en vanwege de leesbaarheid samengevat weergegeven maar in de reactie komen alle relevante elementen aan de orde. De reacties zijn dus in zijn geheel beoordeeld. Bij de conclusies wordt aangegeven of de reacties hebben geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het voorontwerpbestemmingsplan en alle bijbehorende stukken hebben vanaf vrijdag 25 maart 2022 tot en met donderdag 5 mei 2022 ter inzage gelegen. In die periode kon eenieder zijn of haar reactie naar keuze schriftelijk of mondeling indienen. Op 13 april 2022 heeft een inloopavond plaatsgevonden. Van deze avond is een verslag gemaakt. Deze is als bijlage bij de inspraaknota gevoegd.

Tijdens de inloopavond kon men op de aanwezige formulieren een inspraakreactie indienen. Deze reacties zijn opgenomen in inspraaknota (insprekers 1 tot en met 8). Voorafgaand aan de ter inzage leggen van het voorontwerpbestemmingsplan is gesproken met de provincie Noord-Brabant. Aandachtspunten uit het verslag zijn bij de ambtelijke reacties opgenomen. Het verslag met de provincie is als bijlage bij deze inspraaknota opgenomen.

97/98

In het kader van het wettelijk vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan ook onder de aandacht gebracht van de Provincie Noord-Brabant, Waterschap Brabantse Delta, brandweer en gemeente Oosterhout. Er is een vooroverlegreactie ontvangen van: Provincie Noord-Brabant, ontvangen 23 mei 2022; Brandweer Midden- en West-Brabant, ontvangen 29 maart 2022; Waterschap Brabantse Delta, ontvangen 5 mei 2022; Gemeente Oosterhout (ambtelijke reactie), ontvangen 28 april 2022. Er is een inspraakreactie ontvangen, van: Inspreker 1, ontvangen 13 april 2022; Inspreker 2, ontvangen 13 april 2022; Inspreker 3, ontvangen 13 april 2022; Inspreker 4, ontvangen 13 april 2022; Inspreker 5, ontvangen 13 april 2022; Inspreker 6, ontvangen 13 april 2022; Inspreker 7, ontvangen 13 april 2022; Inspreker 8, ontvangen 13 april 2022; Inspreker 9, ontvangen 26 april 2022; Inspreker 10, ontvangen 5 mei 2022. Alle inspraakreacties zijn tijdig ontvangen. 6.2.2 Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan en alle bijbehorende stukken hebben vanaf vrijdag 16 december 2022 tot en met donderdag 26 januari 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode konan iedereen op het ontwerp bestemmingsplan een schriftelijke of mondelinge zienswijze indienen. Er zijn zes zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn samengevat en voorzien van beantwoording in de Nota van zienswijzen, opgenomen als bijlage 19.

Deze zienswijzen zijn beoordeeld op het feit of, en zo ja, in hoeverre het ontwerp aanpassing behoeft. De lijst van wijzigingen is opgenomen als bijlage 20. Het college van B&W heeft de gemeenteraad voorgesteld het bestemmingsplan vast te stellen. 6.2.3 Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

98/98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12502058/1