2021-014382 Bijlage 3- Toelichting bestemmingsplan Oude Baan 133 + ong
Tekst van het document
Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied.
4.3.2
Natuur Netwerk Brabant (NNB)
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Interim omgevingsverordening de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 90% van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de Iov. Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Conform de kaart ‘Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden’ van de Iov is binnen het plangebied geen NNB aanwezig, zie Afbeelding 15. De beoogde ontwikkelingen hebben daarom geen invloed op de concrete ambities uit het Natuurbeheerplan 2016. Daarbij wordt opgemerkt dat door de aanleg van de zorgvuldige landschappelijke inpassing de ecologische waarden in de omgeving versterkt zullen worden. Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
23
Afbeelding 15: Uitsnede kaart 'Instructieregels gemeenten: natuur en stiltiegebieden' Iov
4.3.3
Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming vervangt vanaf 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland; 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden; 3. vereenvoudiging van regels. In deze paragraaf wordt getoetst of de ontwikkeling invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming
Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk gelegen bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is reeds beschermd in het Barro en provinciale verordening. In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden van de Natura 2000-gebieden zijn Kempenland-West, Kampina en Oisterwijkse Vennen en Regte Heide en Riels laag. De provincie Noord-Brabant heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning i.h.k.v. Wet Natuurbescherming (Wnb) wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ welke is gelegen op een afstand van circa 7,2 kilometer.
Met beoogde ontwikkeling wordt de varkenshouderij aan de Oude Baan 133 gesaneerd, door het toepassen van de Ruimte-voor-Ruimte regeling worden de vergunde ammoniakrechten ingetrokken. Voor de beoogde situatie, twee woonbestemmingen, is een depositieberekening gemaakt met het rekenprogramma AERIUS. Daarnaast is een depositieberekening gemaakt voor de aanlegfase, realisatie van de Ruimte-voor-Ruimte woning. Uit de depositieberekeningen blijkt dat er geen toename is van depositie in zowel de aanleg- als de gebruiksfase, derhalve is er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd. De invoergegevens en de AERIUS-berekeningen zijn in Bijlage 10 toegevoegd.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
24
Gezien de beoogde ontwikkeling, beëindiging veehouderij en realisatie van twee woonbestemmingen, en de grote afstand tot de Natura-2000 gebieden worden er geen nadelige effecten verwacht.
Bescherming van soorten
De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren.
In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: - Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); - Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); - Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Gelet op de aard van het initiatief aan de Oude Baan 133 + ong., dient met name bepaald te worden of ter plaatse van de nieuw te realiseren Ruimte-voor-Ruimte woning en ter plaatse van de te slopen stallen, beschermde natuurwaarden bevinden, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen desondanks zoveel mogelijk te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten dient zo veel mogelijk voorkomen te worden.
Gezien het huidige intensieve gebruik van de grond ter plaatse van de Ruimte-voor-Ruimte woning, en de landbouwgronden grenzend aan het bouwvlak is de aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten echter niet te verwachten. De te slopen stallen zijn zodanig uitgevoerd dat vogels, vleermuizen en ongedierte niet in de stal, spouwmuur of achter de isolatie kan komen, dit is vanwege hygiëne-risico’s ook niet gewenst. In onderstaande foto’s is de opbouw van de gevels weergegeven, onder de golfplaten zijn isolatieplaten gevestigd waardoor dieren geen toegang hebben in de stal. Daarnaast zijn alle zijgevels van de bebouwing dusdanig gesloten uitgevoerd dat er geen dieren door kunnen. Het aantreffen van beschermde soorten ter plekke van de te slopen stallen is derhalve nihil.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
25
Afbeelding 16: Overzicht bebouwing aan de Oude Baan 133
Tevens kan door middel van de ‘Effectenindicator soorten’ van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gekeken worden of de werkzaamheden voor het realiseren van de beoogde situatie een bedreiging vormen voor de beschermde soorten. De resultaten van deze indicator zijn opgenomen in onderstaande afbeeldingen. De ruimtelijke ingreep betreft het slopen van de varkensstallen en de bouw van een Ruimte-voor-Ruimte woning.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
26
Afbeelding 17: Uitsnede kaart 'Effectenindicator', projectlocatie oranje gemarkeerd
Afbeelding 18: Uitsnede resultaat 'Effectenindicator Soorten'
Uit de ‘Effectenindicator Soorten’ volgt dat de aanwezigheid van beschermde soorten en een overtreding van hoofdstuk 3 van de Wet Natuurbescherming onwaarschijnlijk is. 4.4 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet dient onderzocht te worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden.
4.4.1
Cultuurhistorie en aardkunde
Uit de cultuurhistoriekaart van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
27
het plangebied niet gelegen is in een cultuurhistorisch vlak of een aardkundig waardevol gebied. Daarnaast kent de locatie geen complexen van cultuurhistorisch belang. Hierdoor zal bij uitvoering van het plan geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied.
Afbeelding 19: Uitsnede kaart 'Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed' van de Iov
4.4.2
Archeologie
De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Dongen is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’ toegekend aan het perceel aan de Oude Baan 133, het perceel ong. ter plaatse van de Ruimte-voor-Ruimte woning heeft een gedeeltelijke aanduiding betreft archeologie toegekend gekregen. Ter plaatse van het perceel aan de Oude Baan 133 en een gedeelte van het perceel ter plaatse van de beoogde Ruimte-voor-Ruimte kavel is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de boden binnen het onderzochte plangebied tot 1,2 á 1,5 meter diepte is verstoord is. De verstoring is niet direct te relateren aan de bestaande bebouwing, eerder aan zandwinning. Eventueel aanwezige archeologische sporen zijn hierbij verloren gegaan, de resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren.
In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11. Het archeologisch onderzoeksrapport is opgenomen in Bijlage 9. 4.5 Bedrijven en milieuzonering De handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen:
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
28
-
Het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren.
De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: - Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype) die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. - Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden direct naast de hoofdinfrastructuur gelegen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Onderhavige locatie is gelegen in omgevingstype ‘gemengd gebied’. Dit omgevingstype wordt gekenmerkt door een matige tot sterke functiemenging. In de omgeving bevinden zich direct naast woningen andere functies zoals o.a. een veehouderij, autobedrijf en grondwerkbedrijf.
De omliggende bedrijven betreffen een autobedrijf aan de Vierbundersweg 125 te Dongen, een varkenshouderij aan de Vierbundersweg 64 te Tilburg en een grondwerkbedrijf aan de Vierbundersweg 141 te Dongen. Voor een autobedrijf, gelegen in gemengd gebied, is de richtafstand 10 meter. Voor een varkenshouderij, gelegen in gemend gebied, bedraagt de richtafstand 30 meter. Voor een grondwerkbedrijf met een bedrijfsoppervlak >500 m2, gelegen in gemengd gebied, is de richtafstand 30 meter. De afstand van de Ruimte-voor-Ruimte woning tot het autobedrijf, de varkenshouderij en het grondwerkbedrijf bedraagt respectievelijk 97 meter, 123 meter en 295 meter. De afstand van de voormalige bedrijfswoning aan de Oude Baan 133 tot het autobedrijf, de varkenshouderij en het grondwerkbedrijf bedraagt respectievelijk 170 meter, 178 meter en 275 meter. Op grond van hiervan kan worden gesteld dat ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstanden, de woningen zullen de bestaande omliggende bedrijven niet beperken met de eventuele bedrijfsontwikkelingen. 4.6 Geur De Wet geurhinder en veehouderij betreft een wet waarmee de nationale regels inzake geurhinder ten opzichte van de tot veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld staan. Voor kleinere bedrijven zijn deze regels opgenomen in het Activiteitenbesluit.
De wetgeving heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting door het opnemen van geurnormen of vaste afstanden. Indirect heeft de Wet geurhinder en veehouderij ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor ruimtelijke ordening, dit wordt ‘omgekeerde werking’ genoemd. Ter plaatse van de voormalige bedrijfswoning en de Ruimte-voor-Ruimte woning dient sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De te verwachten geurhinder bij omgekeerde werking wordt bepaald voor de bestaande situatie. De geurhinder wordt bepaald uitgaande van de achtergrondbelasting en voorgrondbelasting van het gebied. Door beëindiging van de veehouderij aan de Oude Baan 133 is er sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat in de omgeving. Beide planlocaties vallen binnen de gestelde normen, er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Indien er dieren worden gehouden waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld gelden vaste afstanden, conform artikel 4 Wgv. Voor voormalige veehouderijen wordt een vaste afstand Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
29
gehanteerd van 50 meter buiten de bebouwde kom. Voor geurgevoelige objecten geldt dat de afstand van 25 meter van buitenzijde dierverblijf tot geurgevoelig object gehanteerd moet worden buiten de bebouwde kom. Uit het geuronderzoek blijkt dat de omliggende veehouderijen op een afstand van meer dan 50 meter van de voormalige bedrijfswoning aan de Oude Baan 133 en de Ruimte-voorRuimte liggen, hierdoor legt de beoogde ontwikkeling geen beperking op voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende veehouderijen. Het geurrapport met geurberekeningen, toetsing aan woon- en leefklimaat en de omgekeerde werking is in Bijlage 3 toegevoegd. Er wordt voldaan aan de gestelde regels conform Wet geurhinder en veehouderij, de geurnormen van de voorgrond- als achtergrondbelasting worden niet overschreden. Uit de toetsing van het woon- en leefklimaat blijkt dat de beide woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat hebben. 4.7 Geluid De Wet geluidhinder is sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen.
De geluidsproductie van een varkenshouderij is in hoofdzaak afkomstig van transportbewegingen, het laden en lossen, ventilatie en overige motoren binnen de inrichting. In de beoogde situatie wordt de varkenshouderij beëindigd op de locatie aan de Oude Baan 133, hierdoor neemt de geluidsproductie in de omgeving af. In de Wet geluidhinder is bepaald dat voor locaties in het bestemmingsplan waar woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen kunnen worden gerealiseerd, de geluidbelasting wordt onderzocht binnen de zones behorende bij verkeersbewegingen, spoorwegen en industrieterreinen. Voor de Ruimte-voor-Ruimte woning en de voormalige bedrijfswoning is akoestisch onderzoek weg- en verkeerslawaai uitgevoerd door Sain milieuadvies. Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting van de Vierbundersweg een overschrijding veroorzaakt op de voorkeursgrenswaarde van beide woonbestemmingen. Bij beide woningen wordt er voldaan aan de maximale grenswaarde van 53 dB (RvR) en 58 dB (voormalige bedrijfswoning). Daarnaast wordt er voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk HGW-beleid. Voor de beoogde ontwikkeling is er een verzoek ingediend voor het vaststellen van hogere grenswaarden bij beide woningen. Het onderzoeksrapport van het weg- en verkeerslawaai is in Bijlage 4 toegevoegd.
4.8 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico's van luchtverontreiniging. Aangezien de bestemming van onderhavige locatie wijzigt van een agrarische bestemming naar een woonbestemming is het belangrijk dat deze woning niet in een overbelast gebied verkeerd. Door de beëindiging van de veehouderij zal er een afname in fijnstof plaatsvinden. Door middel van de interactieve kaart van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu kan nagegaan worden hoe hoog de concentratie fijnstof (PM10) ter plekke van het plangebied is. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de interactieve kaart weergegeven.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
30
Afbeelding 20: Uitsnede interactieve kaart van RIVM, fijnstofconcentratie PM10, projectlocatie rood omcirkeld
In bovenstaande afbeelding is te zien dat de Gridcelwaarde ter plaatse van het plangebied 18,55 µg/m3 bedraagt. Hiermee blijkt de fijnstofconcentratie ruimschoots onder de grenswaarde voor het de jaargemiddelde concentratie (40 µg/m3) conform Wet Milieubeheer. Daarnaast zal de varkenshouderij opgeheven worden, dit betekent dat het leefklimaat ter plekke van het plangebied zal verbeteren. Ten aanzien van de fijnstofconcentratie zijn er derhalve geen bezwaren ten aanzien van de gewenste ontwikkeling. 4.9 Volksgezondheid Gezondheidsrisico’s zijn een optelsom van blootstelling, gevaar en impact. Bij blootstelling wordt er gekeken hoeveel ziekteverwerkers een persoon binnen moet krijgen om geïnfecteerd te raken of ziek te worden. Gevaren zijn er in diverse vormen, zoals biologisch (bijv. ziekteverwekkende bacteriën), chemisch (bijv. diergeneesmiddelen of bestrijdingsmiddelen) of fysisch (zoals elektriciteit of ter plaatse gewond raken). Impact staat voor de grootte van het effect dat veroorzaakt wordt. Er zijn reeds diverse onderzoeken uitgevoerd naar de mogelijke relatie tussen (intensieve) veehouderij en volksgezondheid. Het laatste onderzoek dateert van juli 2016 en is ingegaan op de effecten van de intensieve veehouderij op de omgeving. De effecten die veehouderijen op de volksgezondheid kunnen hebben, dienen getoetst te worden in de omgeving.
De Rijksoverheid ontwikkelt een landelijk toetsingskader voor endotoxinen, deze is momenteel nog niet beschikbaar. Het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid (bestaande uit enkele Brabantse omgevingsdiensten en gemeenten) heeft, vooruitlopend op een landelijk toetsingskader, de notitie "Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid, endotoxine toetsingskader 1.0" opgesteld. Omdat endotoxinen zich met (fijn)stofdeeltjes naar de omgeving verspreiden zijn in het Toetsingskader endotoxinen op basis van de fijnstofemissie afstanden bepaald die een te hoge blootstelling aan endotoxinen zullen voorkomen. Voor vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens zijn afstandsgrafieken opgesteld. Doordat de varkenshouderij aan de Oude Baan 133 wordt beëindigt zullen er geen directe biologische, chemische of andere gevaren voor de volksgezondheid aanwezig zijn. De Ruimte-voor-Ruimte woning wordt getoetst middels het ‘endotoxine toetsingskader 1.0’ met de fijnstofemissie afkomstig van de veehouderij aan de Vierbundersweg 64 te Tilburg.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
31
De varkenshouderij aan de Vierbundersweg 64 te Tilburg heeft een fijnstofemissie van 268.500 gram per jaar vergund, dit komt overeen met 268,5 kg PM10 per jaar. Met behulp van het Endotoxine toetsingskader 1.0 is de minimale afstand berekend vanaf het emissiepunt van de veehouderij tot de Ruimte-voor-Ruimte woning. Deze afstand dient minimaal 104 meter te bedragen, de werkelijke afstand van het emissiepunt van de varkenshouderij tot aan de perceelsgrens van de Ruimte-voorRuime woning bedraagt circa 153 meter. Er wordt voldaan aan de afstand zoals gesteld in het Endotoxine toetsingskader. Gezien de afstand van het plangebied tot de varkenshouderij en de beëindiging van de varkenshouderij aan de Oude Baan 133 is er sprake van verbetering voor de algehele volksgezondheid in de omgeving. 4.10 Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing van het beoogd initiatief aan de Oude Baan 133 + ong. te Dongen wordt afgestemd op de kwaliteiten en kenmerken van het ter plaatse aanwezige landschap. In deze landschappelijke inpassingsplan wordt voldaan aan de minimale eisen voor kwaliteitsverbetering vanuit de provincie. De bestemming wordt gewijzigd van een agrarische bestemming in twee woonbestemmingen. De vorm van het bestemmingsvlak aan de Oude Baan 133 wordt daarbij gewijzigd.
Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen zal onderhavige ontwikkeling zorgvuldig landschappelijk worden ingepast. Het landschappelijk inpassingsplan is weergegeven in Bijlage 2 en in onderstaande afbeelding. In de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de landschappelijke inpassing, om de landschappelijke inpassing te borgen. De projectlocatie van de voormalige bedrijfswoning en Ruimte-voor-Ruimte woning wordt landschappelijk ingepast middels de aanleg van een haag, deze worden aan de beide zijde van de percelen gelegd, waardoor de woningen afgeschermd worden. Aan de voorzijde van de woningen wordt weinig ‘groen’ aangelegd. Door middel van de hagen aan de zijdes van de percelen worden zichtlijnen gecreëerd. Derhalve wordt geacht te hebben voldaan aan een goede landschappelijke inpassing zoals beschreven in artikel 3.9 van de Iov.
Afbeelding 21: Landschappelijk inpassingsplan Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
32
4.11 Bodemkwaliteit Onderhavig plan voorziet in bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen op het perceel aan de Oude Baan 133, om te borgen dat de grond ter plaatse niet verontreinigd is door agrarische activiteiten wordt een bodemonderzoek uitgevoerd. Voor het perceel van de Ruimte-voor-Ruimte kavel wordt van agrarische bestemming naar woonbestemming omgezet met nieuw vestiging wonen. Doordat de gronden een nieuwe functie krijgen, er is nog niet eerder op deze locatie een woning aanwezig geweest, is een bodemonderzoek noodzakelijk. Voor beide percelen is een bodemonderzoek uitgevoerd door Moerdijk Bodemsanering BV op de beoogde bouwvlakken van beide percelen. Uit de resultaten blijkt dat voor het perceel aan de Oude Baan 133 een licht verhoogde concentratie aan barium is aangetroffen, aangenomen wordt dat het een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde betreft. De verhogingen in de grond en het grondwater zijn zeer gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. Nader onderzoek en/of nadere maatregelen voor het perceel aan de Oude Baan 133 worden niet noodzakelijk geacht, echter heeft de gemeente verzocht om een aanvullend onderzoek. Het onderzoeksrapport is in Bijlage 5 toegevoegd, de rapportage van het aanvullend bodemonderzoek is in Bijlage 7 toegevoegd. Uit de resultaten blijkt dat voor het perceel aan de Oude Baan ong.
geen verhoogde gehalten en/of concentraties zijn aangetroffen. De tevoren gestelde hypothese ‘onverdachte’ locatie kan worden geaccepteerd aangezien er geen bodemverontreiniging is aangetroffen. Nader onderzoek of nadere maatregelen worden niet noodzakelijk geacht. Het onderzoeksrapport is in Bijlage 6 toegevoegd. De resultaten van de verrichte onderzoeken dienen geen belemmering te vormen voor de bestemmingsplanwijziging naar wonen voor beide percelen. De grond, welke wordt afgegraven ter plaatse van de Ruimte-voor-Ruimte woning, wordt op eigen locatie gehouden. De afgegraven grond wordt gebruikt om de fundering in te graven en om de tuin iets op te hogen. Aangezien er geen sprake is van afvoer van de afgegraven grond is onderzoek van Pfas niet van toepasing. 4.12 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute.
4.12.1 Regelgeving
De regelgeving rondom externe veiligheid is opgenomen in diverse besluiten en regelingen. Besluiten en regelingen, waarin de aanvaardbare risico’s zijn vastgelegd, voor de Oude Baan 133 + ong. kunnen zijn: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), De normen in de besluiten zijn vastgelegd in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. De grenswaarden geven de milieukwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste in stand moet worden gehouden. De richtwaarden geven de kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De externe veiligheidsrisico’s worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) binnen het invloedsgebied. In onderstaand kader worden deze risico’s nader uitgelegd. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft inzicht in de theoretische kans op overlijden van een individu op een bepaalde horizontale afstand van een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico wordt bepaald door te stellen dat een (fictief) persoon zich 24 uur per dag gedurende een heel jaar onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
33
De plaatsgebonden risicocontour is een contour waarbij alle punten met een gelijk risico met elkaar verbonden worden. Deze punten worden bepaald door de kans van optreden van diverse ongeval scenario’s. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is 10-6 per jaar en geldt voor nieuwe situaties. Hierbinnen mogen geen kwetsbare objecten worden toegevoegd en ook nieuwe beperkt kwetsbare objecten, zijn in beginsel niet toegestaan. Als het plaatsgebonden risico 10-8 per jaar is, wordt het als verwaarloosbaar beschouwd. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico wordt behalve de ongevalfrequentie en het aantal transporten van gevaarlijke stoffen, tevens bepaald door de hoeveelheid aanwezige mensen in de nabijheid van een mogelijk ongeval. Met het groepsrisico wordt aangegeven hoe groot het aantal dodelijke slachtoffers bij een ongeval kan zijn op basis van de hoeveelheid aanwezige mensen. Naarmate de groep slachtoffers groter wordt, moet de kans op een dergelijk ongeval (kwadratisch) kleiner zijn. Bij het bepalen van het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde, hiervoor zijn geen vaste contouren beschikbaar.
Invloedsgebied Gebied aan weerszijden van een weg, spoorweg of binnenwater waar ten hoogste 1% van de in dat gebied aanwezige personen kan overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die weg, spoorweg of binnenwater waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor wat betreft risicobedrijven is het invloedsgebied het gebied, dat in het Reglement externe veiligheid inrichtingen is bepaald, waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico.
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken.
4.12.2 Toetsing aan beleid
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien de aard van de voorgenomen activiteiten (bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen) op de planlocatie is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit de risicokaart blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten aanwezig zijn op het plangebied. In de nabijheid zijn twee aardgasleidingen gelegen waarvoor de ontwikkeling wordt getoetst aan de aardgasleiding aan de westzijde van het plangebied. Het plan voorziet in het wijzigen van de bestemming van een bestaande woning en de realisatie van een Ruimte-voor-Ruimte woning. De bedrijfswoning veranderd naar een woning, hierdoor veranderd het object van beperkt kwetsbaar naar een kwetsbaar object. Aangezien het plangebied niet binnen een risicoaanduiding maar wel deels binnen de veiligheidsafstanden ligt zijn er eventuele risico’s aanwezig voor de voorgenomen ontwikkelingen. Daarom wordt de beoogde ontwikkeling door middel van bovenstaand kader getoetst.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
34
Afbeelding 22: Uitsnede risicokaart, projectlocatie blauw omcirkeld
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van zowel het spoortraject als de (Rijks)weg. Daarom is verdere beoordeling aan het Bevt niet van toepassing. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het geldende bestemmingsplan ‘Dongen Buitengebied’ is in de nabijheid een dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ opgenomen. De voorgenomen ontwikkelingen liggen buiten deze dubbelbestemming en de voorgenomen ontwikkelingen hebben geen invloed op het bepaalde in de bijbehorende regels. De gasleiding betreft een aardgasleiding (A-531) met een diameter van 18 inch en een werkdruk van 66 bar. Met bovenstaande kenmerken kan worden berekend wat het invloedgebied is, het invloedgebied van onderhavige leiding is 240 meter. Het perceel aan de Oude Baan 133 is gelegen binnen de invloedsfeer van de aardgasleiding, onderstaand wordt het initiatief getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen, geldend vanaf 31 maart 2018. De aardgasleiding aan de zuidzijde van het plangebied is gelegen op een afstand van circa 520 meter. Het betreft de leiding Z-522-01 met een diameter van 8,62 inch en een maximale werkdruk van 40 bar. Het plangebied is niet gelegen in de invloedsfeer, derhalve geeft de beoogde ontwikkeling geen belemmeringen voor deze leiding.
Plaatsgebonden risico
De plaatsgebonden risico’s op onderhavige locaties is nihil. De voorgenomen ontwikkeling (bestemmingswijziging naar wonen) vindt plaats in bestaande bebouwing, de Ruimte-voor-Ruimte woning wordt buiten het invloedgebied van de aardgasleiding gerealiseerd. De buisleiding veranderd niet met voorgenomen initiatief. Bij vervangen voert de exploitant de vervanging van een buisleiding zodanig uit dat het plaatsgebonden risico van de buisleiding op een afstand van vijf meter gemeten vanuit het hart van de buisleiding niet hoger is dan 10-6 per jaar. De woning aan de Oude Baan 133 is gelegen op circa 240 m vanaf het hart van de buisleiding.
Groepsrisico
Ten gevolge van de hogedruk aardgastransportleiding A-531 bestaat er een overlap van het invloedgebied met het plangebied. De belemmeringenstrook van de leiding beslaat 5 meter aan weerszijden van het hart van de leiding. Binnen deze belemmeringenstrook mogen geen gebouwen of
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
35
bouwwerken worden opgericht. Uit het onderzoek komt naar voren dat er geen 10 -6 PR-contour aanwezig is. Uit de berekeningen blijkt dat het aantal slachtoffers van de leiding 0 is in de huidige situatie en 0 blijft in de toekomstige situatie. Er is geen toename van het groepsrisico. Derhalve is een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgenomen.
Beperkte verantwoording van het groepsrisico
De zelfredzaamheid kan als goed worden beoordeeld. De ontvluchting vanuit het plangebied van de risicobron af is goed. Er kan in alle richtingen ontvlucht worden. Aangenomen wordt dat de mobiliteit van de aanwezigen goed is en dat deze goed in staat zijn om zich zelf in veiligheid te brengen. De bestrijdbaarheid wordt als goed beoordeeld. Bluswater is rondom het plangebied naar alle waarschijnlijkheid goed en in voldoende mate aanwezig om een incident met gevaarlijke stoffen effectief te bestrijden. Om het vluchten verder te optimaliseren zijn twee zaken noodzakelijk. Ten eerste moeten er voldoende vluchtmogelijkheden aanwezig zijn. Zoals hiervoor al aangegeven is dit het geval. Ten tweede moeten mensen zich bewust zijn van het risico en weten hoe het beste gehandeld kan worden ten tijde van een incident. Deze informatie kan bijvoorbeeld deel uit maken van informatie/documentatie die erfbetreders ontvangen. Hiermee wordt optimaal invulling gegeven aan de eigen verantwoordelijkheid en het risicobewustzijn van de burger. Voor de functieverandering naar wonen geldt dat voor de bepaling van het groepsrisico de huidige gebouwen reeds de functie ‘industrie – bedrijvigheid’ heeft. Volgens de ‘Handreiking verantwoordingplicht groepsrisico’ (VROM, november 2007) wordt voor een dergelijk gebouw rekening gehouden met één persoon per 100 m 2 bedrijfsvloeroppervlak.
Voor de bepaling van het groepsrisico ter plaatse van het plangebied is voor de bestaande functie dus reeds 13 (1.300 m 2) personen aangehouden. (NB. Volgens het ‘Groepsrisico en het inventariseren van personenaantallen’, Antea Group en het RIVM, november 2013, geldt de norm van één persoon per 110 m2, wat neerkomt op 11,8 personen). Dit aantal neemt af in de beoogde situatie, daar de bestemming wijzigt naar wonen en de overtollige bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Derhalve is er in het kader van het groepsrisico sprake van een afnemende situatie en leidt niet tot een belemmering in het kader van externe veiligheid. De Omgevingsdienst Midden- en West Brabant (OMWB) heeft het document ‘Standaard Verantwoording Groepsrisico 2019’ opgesteld. Dit betreft een hulpmiddel voor het opstellen van de paragraaf ‘externe veiligheid’ in een ruimtelijk plan. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de kaart ‘zone indeling standaard verantwoording groepsrisico’ weergegeven.
Afbeelding 23: Uitsnede 'zone indeling standaard verantwoording groepsrisico', plangebied rood omcirkeld
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
36
Uit bovenstaande afbeelding blijkt dat het plangebied is gelegen in de ‘grijze zone’, de standaardverantwoording kan worden toegepast. De standaard verantwoording inclusief standaardadvies van de veiligheidsregio zijn in Bijlage 8 toegevoegd.
Conclusie
In de nabijheid van het plangebied is de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ opgenomen, het perceel van de Oude Baan 133 is deels gelegen in de invloedsfeer van de aardgasleiding. Er is getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico op onderhavige locatie zijn nihil. 4.13 Verkeer en parkeren Omdat het agrarisch bedrijf aan de Oude baan 133 zal worden beëindigd zullen de verkeersbewegingen niet toenemen ten opzichte van de beoogde situatie waarin een nieuwe woning gerealiseerd wordt aan de Oude Baan ong. De bestaande ontsluiting richting de provinciale weg (N632) blijft behouden. Voor de nieuwe woning wordt een nieuwe inrit gerealiseerd aan de Oude baan, de inrit en parkeerruimte van de voormalige bedrijfswoning blijft behouden. De ruimte-voor-ruimte woning wordt getoetst aan de parkeernormen van CROW, de norm voor een vrijstaand huis in het buitengebied is 2,8 parkeerplekken per woning. In de beoogde situatie zal hier ruimschoots aan worden voldaan aangezien er wordt geparkeerd op eigen terrein. 4.14 Technische infrastructuur In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart in Afbeelding 22).
Voordat er gebouwd wordt zal er een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen van het plangebied in beeld te brengen.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
37
5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. 5.1 Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.
Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor bestemmingsplannen, zoals voorliggend plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. 5.2 Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: Oude Baan 133 - Enkelbestemming Wonen -1; - Enkelbestemming Agrarisch; - Dubbelbestemming: waarde – archeologie – 2; - Gebiedsaanduiding: Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied; - Gebiedsaanduiding: wro-zone – ontheffingsgebied – 1; - Maatvoering: maximum aantal wooneenheden: 1.
Oude Baan Ongenummerd - Enkelbestemming Wonen -1; - Dubbelbestemming: waarde – archeologie – 2; - Specifieke bouwaanduiding – Ruimte-voor-Ruimte; - Gebiedsaanduiding: Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied; - Gebiedsaanduiding: wro-zone – ontheffingsgebied – 1; - Maatvoering: maximum aantal wooneenheden: 1. Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Dongen. Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
38
De belangrijkste verandering op de verbeelding is het wijzigen van de enkelbestemming ‘Agrarisch’ naar enkelbestemming ‘Wonen’ op beide percelen. Het gehele agrarische bouwvlak met een oppervlakte van circa 8.500 m2 zal worden gesaneerd. Er worden twee woonbestemmingen gerealiseerd. De gronden van het voormalig agrarisch bouwvlak, buiten de woonbestemming, zullen agrarisch blijven maar hierop zal geen bouwvlak aanwezig zijn. 5.3 Toelichting regels De regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan bestaan bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels.
uit
inleidende
regels,
De regels bij voorliggend bestemmingsplan worden gewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Echter waar het mogelijk is wordt aangesloten bij de regels van het vigerende bestemmingsplan. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen en aanduidingen. Landschappelijke inpassing is verplicht volgens Interim omgevingsverordening (kwaliteitsverbetering). De landschappelijke inpassing is als bijlage aan dit document toegevoegd. In de regels van het bestemmingsplan zal een voorwaarde worden opgenomen ter zekerstelling van de realisatie van de inpassing bij bouw van de Ruimte-voor-Ruimte woning.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
39
6. Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan de Oude Baan 133 + ong. betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden (in de vorm van publicatie van het (voor)ontwerpbestemmingsplan). Ook heeft vooroverleg plaatsgevonden met de daartoe aangewezen instanties en heeft er een omgevingsdialoog met omwonenden plaats gevonden. Het verslag van de omgevingsdialoog is opgenomen in Bijlage 11.
6.2.1
Vooroverleg
6.2.2
Zienswijzen en beroep
In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap Brabantse Delta en provincie Noord-Brabant. De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vind plaats volgens artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerp wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in de zienswijzenota. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 2 juli 2021 tot en met 12 augustus 2021, er zijn geen zienswijzen ingediend. Dit betreft een ongewijzigde vaststelling. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kan een ieder die tijdig een zienswijze kenbaar heeft gemaakt bij het ontwerp en belanghebbenden beroep instellen tegen het vaststellingsbesluit bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
Gezien een ieder de mogelijkheid heeft om te reageren op het bestemmingsplan door het kenbaar maken van zienswijzen, wordt na afloop van de hierboven beschreven procedure het plan als maatschappelijk uitvoerbaar beschouwd.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
40
7. Bijlagen Bijlage 1: Situatietekening Bijlage 2: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 3: Onderzoeksrapport geur omgekeerde werking Bijlage 4: Rapportage weg- en verkeerslawaai Bijlage 5: Rapportage bodemonderzoek Oude Baan 133 Bijlage 6: Rapportage bodemonderzoek Oude Baan Ong. Bijlage 7: Aanvullend bodemonderzoek Oude Baan 133 – 05-2021 Bijlage 8: Standaardverantwoording OMWB en standaardadvies Veiligheidsregio Bijlage 9: Rapportage archeologisch onderzoek Bijlage 10: AERIUS-depositieberekeningen incl. invoergegevens Bijlage 11: Verslag omgevingsdialoog
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
41
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
42