2021-014382 Bijlage 3- Toelichting bestemmingsplan Oude Baan 133 + ong
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan
Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ong. Dongen
Van Dun Advies BV Dorpsstraat 54 5113 TE Ulicoten Postel 8 5711 ET Someren KvK 180 61 619 T. F. E. I.
Opdrachtgever:
Oude Baan 133 5104 PA te Dongen
Projectlocatie:
Oude Baan 133 + ong. te Dongen
Gemeente:
Dongen
Projectnummer:
09113.006
Datum:
Concept Ontwerp Vastgesteld
Opgesteld door:
Anke van den Berg
Status:
Vastgesteld
IMRO-code:
NL.IMRO.0766.BP2021000061-VG01
013 519 94 58 013 519 97 27
info@vandunadvies.nl www.vandunadvies.nl
11-04-2019 07-06-2021 14-09-2021
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
1
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING..................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................................. 3 1.2 Vigerend planologisch regime ............................................................................................. 4 1.3 Procedure ......................................................................................................................... 5 1.4 Leeswijzer ......................................................................................................................... 5 2. PROJECTBESCHRIJVING ............................................................................................... 6 2.1 Bestaande situatie ............................................................................................................. 6 2.2 Beoogde situatie ................................................................................................................ 7 3. BELEIDSKADER ............................................................................................................
10 3.1 Rijksbeleid .......................................................................................................................10 3.2 Provinciaal beleid ..............................................................................................................10 3.2.1 Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014) .............................................10 3.2.2 Omgevingsvisie Noord-Brabant ...................................................................................11 3.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ............................................................11 3.3 Gemeentelijk beleid ..........................................................................................................15 3.3.1 Structuurvisie ............................................................................................................15 3.3.2 Bestemmingsplan ......................................................................................................16 4. MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN..............................................
17 4.1 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.......................................................17 4.2 Waterhuishouding ............................................................................................................17 4.2.1 Toetsingskader ..........................................................................................................17 4.2.2 Onderzoek ................................................................................................................18 4.2.3 Toekomstige situatie ..................................................................................................20 4.2.4 Beoordeling ...............................................................................................................22 4.3 Natuur .............................................................................................................................23 4.3.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ................................................................................23 4.3.2 Natuur Netwerk Brabant (NNB) ..................................................................................23 4.3.3 Wet natuurbescherming .............................................................................................24 4.4 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie ..........................................................................27
4.4.1 Cultuurhistorie en aardkunde .....................................................................................27 4.4.2 Archeologie ...............................................................................................................28 4.5 Bedrijven en milieuzonering ..............................................................................................28 4.6 Geur ................................................................................................................................29 4.7 Geluid ..............................................................................................................................30 4.8 Luchtkwaliteit ...................................................................................................................30 4.9 Volksgezondheid ...............................................................................................................31 4.10 Landschappelijke inpassing ...............................................................................................32 4.11 Bodemkwaliteit .................................................................................................................33 4.12 Externe veiligheid .............................................................................................................33 4.12.1 Regelgeving
..............................................................................................................33 4.12.2 Toetsing aan beleid ...................................................................................................34 4.13 Verkeer en parkeren .........................................................................................................37 4.14 Technische infrastructuur ..................................................................................................37 5. JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING .............................................................................. 38 5.1 Juridische achtergrond ......................................................................................................38 5.2 Toelichting verbeelding .....................................................................................................38 5.3 Toelichting regels .............................................................................................................39 6. UITVOERBAARHEID .....................................................................................................
40 6.1 Financiële uitvoerbaarheid .................................................................................................40 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................40 6.2.1 Vooroverleg ..............................................................................................................40 6.2.2 Zienswijzen en beroep ...............................................................................................40 7. BIJLAGEN..................................................................................................................... 41
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
2
1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, het vigerend planologisch regime en de procedure aan bod. 1.1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer is woonachtig aan de Oude Baan 133 te Dongen, hier is een voormalige varkenshouderij gevestigd met een vergunning voor het houden van 1.060 vleesvarkens. Ter plaatse is sprake van bedrijfsgebouwen met een oppervlakte van in totaal ca. 1.600 m², waarvan ca. 1.300 m² in gebruik is voor de intensieve veehouderij. Daarnaast zijn een bedrijfswoning en een aantal bijgebouwen aanwezig. De varkenshouderij is reeds beëindigd, er is een verzoek ingediend om de milieuvergunning voor het houden van varkens in te trekken. Initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse de agrarische bestemming van het perceel omzetten naar een woonbestemming. Daarnaast wil initiatiefnemer een Ruimte-voor-Ruimte woning realiseren op het perceel Oude Baan ong., kadastraal bekend als gemeente Dongen, sectie H, perceel 1991. Met het slopen van de varkensstallen wordt een bouwtitel voor een Ruimte-voor-Ruimte woning gerealiseerd welke wordt opgericht op aan de Oude Baan ong.
Afbeelding 1: Situatietekening bestaande en beoogde situatie Oude Baan 133 + ong.
Middels deze partiële herziening zullen de huidige bestemmingen wijzigen. De agrarische bedrijfsbestemming van de Oude Baan 133 zal worden omgezet naar één woonbestemming waarbij overtollige bebouwing zal worden gesloopt en het bestemmingsvlak fors zal worden verkleind. Tevens zal de grond ter plaatse van de beoogde Ruimte-voor-Ruimte woning, perceel ten zuiden van de Oude Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
3
Baan, worden bestemd met een woonbestemming. Hierdoor wordt een woonbestemming aan de Oude Baan 133 en een Ruimte-voor-Ruimte woning planologisch mogelijk gemaakt. De situatietekening van de bestaande en beoogde situatie is in Bijlage 1 toegevoegd. 1.2 Vigerend planologisch regime Voor de locaties aan de Oude Baan 133 + ong. is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, vastgesteld 0511-2009, van de gemeente Dongen vigerend. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is op 05-07-2018 geconsolideerd. Conform bovenstaand bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen van toepassing op het plangebied: Oude Baan 133 - Enkelbestemming Agrarisch; - Dubbelbestemming: waarde – archeologie – 2; - Gebiedsaanduiding: Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied; - Gebiedsaanduiding: wro-zone – ontheffingsgebied – 1; - Functieaanduiding: intensieve veehouderij - Bouwvlak
Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied' ter plaatse van Oude Baan 133
Oude Baan Ongenummerd - Enkelbestemming Agrarisch; - Dubbelbestemming: waarde – archeologie – 2; - Gebiedsaanduiding: Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied; - Gebiedsaanduiding: wro-zone – ontheffingsgebied – 1;
Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied' ter plaatse van de Oude Baan ong. Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
4
Het geldende bestemmingsplan biedt niet de planologische ruimte om de Ruimte-voor-Ruimte woning te realiseren en de agrarische bestemming om te zetten in een woonbestemming. Derhalve is voorliggend bestemmingsplan opgesteld, waarmee de bestemming wordt gewijzigd, een Ruimte-voorRuimte woning en uitbreiding oppervlakte bijgebouwen mogelijk wordt gemaakt en de landschappelijke kwaliteitsverbetering wordt geborgd. 1.3 Procedure Voor het gewenste initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Dit bestemmingsplan betreft een partiële herziening van bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Dongen. De gemeente heeft de mogelijkheid om een voorontwerp van het bestemmingsplan ter inzage te leggen voor een inspraakperiode van zes weken. Dit inspraakmoment maakt geen onderdeel uit van de ‘formele’ procedure uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Met het voorontwerp wordt het plan besproken met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap Brabantse Delta en provincie NoordBrabant. Blijkens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kunnen belanghebbenden hun zienswijzen kenbaar maken.
Gedurende de inzagetermijn ligt het ontwerpbestemmingsplan (verbeelding, regels en toelichting, inclusief bijbehorende bijlagen) ter inzage. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze 6 weken kunnen belanghebbenden die tijdig zienswijzen kenbaar hebben gemaakt bij het ontwerp of belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij niet in de gelegenheid zijn geweest om tijdig zienswijzen kenbaar te maken, beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het bestemmingsplan in werking is getreden kunnen de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden aangevraagd. 1.4 Leeswijzer In voorliggende toelichting is in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, het vigerend planologische regime en de te doorlopen procedure is beschreven. Hierna is in het tweede hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de bestaande en beoogde situatie.
In hoofdstuk 3 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt het van toepassing zijnde beleid uiteengezet, welke het provinciaal en gemeentelijk beleid betreft. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische planbeschrijving is vervat in hoofdstuk 5 van voorliggende toelichting waarin een beschrijving van de juridische achtergrond van onderhavig bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in het daaropvolgende hoofdstuk.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
5
2. Projectbeschrijving 2.1 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen in de gemeente Dongen, circa 250 meter ten oosten van het bestaand stedelijk gebied van de kern Dongen. De onderhavige locaties zijn gelegen aan de Oude Baan welke zich aan de noordzijde van de Vierbundersweg bevind. De Vierbundersweg is een provinciale doorgaande weg tussen Dongen en Tilburg. Het buitengebied, waarin de locaties zijn gelegen, wordt gevormd door een in hoofdzaak open en halfopen afwisselend landschap van agrarische bedrijven, burgerwoningen en bedrijven. De huidige situatie op de locatie aan de Oude Baan 133 betreft een bedrijfswoning met agrarische bedrijfsgebouwen ten behoeve van de varkenshouderij. Ter plaatse is sprake van bedrijfsgebouwen met een oppervlakte van in totaal ca. 1.600 m², waarvan ca. 1.300 m² in gebruik is geweest voor de intensieve veehouderij. De bedrijfsgebouwen zijn verouderd en het bouwvlak is beperkt van omvang. Daarnaast is de locatie dichtbij de kom van Dongen gelegen (zie afbeelding hieronder). Dit alles maakt dat er in ieder geval geen toekomst is weggelegd voor een agrarisch bedrijf op deze locatie. Het gevolg voor de toekomst is een voormalige agrarische bedrijfslocatie (VAB-locatie) waarvoor een passende bestemming gezocht dient te worden. Initiatiefnemer is voornemens om op de locatie te blijven wonen als burger.
Om deze reden wordt de bestemming gewijzigd naar ‘wonen’, een deel van de voormalige bedrijfsbebouwing te slopen en het bestemmingsvlak te verkleinen.
Afbeelding 4: Ligging van de projectlocaties. Bron: Google Maps
Ter plaatse van de te realiseren Ruimte-voor-Ruimte woning is momenteel landbouwgrond gelegen welke wordt gebruikt voor voederwinning. De bouwtitel van deze Ruimte-voor-Ruimte woning zal in zijn geheel gegenereerd worden uit de sanering van de intensieve veehouderij aan de Oude Baan 133. In onderstaande afbeelding is de ligging van de bestaande situatie weergegeven, de projectlocaties zijn blauw omlijnd.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
6
Afbeelding 5: Bestaande situatie op de planlocaties
2.2 Beoogde situatie Beoogd wordt de varkenshouderij aan de Oude Baan 133 in zijn geheel te saneren. Om de kosten van het saneren van de bedrijfsgebouwen te kunnen dekken bestaat de wens bij de initiatiefnemer om de omzetting van de bestemming te combineren met de realisatie van één Ruimte-voor-Ruimte woning met bijgebouw. Deze zal op het tegenovergelegen perceel worden gerealiseerd met bijgebouwen tot maximaal 200 m2. De bouwtitel voor deze Ruimte-voor-Ruimte woning zal in zijn geheel gegenereerd worden uit de sanering van de intensieve veehouderij aan de Oude Baan 133. De voormalige agrarische bedrijfsgebouwen ter plaatse van deze locatie zullen met de beoogde herontwikkeling worden gesaneerd en de locatie zal worden omgezet naar een woonbestemming met bijgebouwen tot maximaal 265 m2. Daarnaast wordt er hobbymatig rundvee gehouden. In onderstaand overzicht is de te slopen bebouwing van de Oude Baan 133 weergegeven. Tabel 1: Overzicht te slopen en behouden bijgebouwen Gebouwen Oppervlakte bestaand m2
Varkensstal noord Varkensstal oost Loods 1 Loods 2 Garage Totaal
402,5 (31,47 x 12,79) 793,9 (50,73 x 15,65) 51,2 (8,0 x 4,2) 312,0 (24,0 x 13,0) 56,48 (12,55 x 4,5) 1.616,1 m2
Te slopen opp. 2
402,5 m 793,9 m2 51,2 m2 104,0 m2 1.351,6 m2
Te behouden bijgebouwen 208,0 m2 56,48 m2 264,5 m2
De bestaande loods wordt verkleind en gemoderniseerd. In de beoogde situatie bevat de loods kleuren welke in de omgeving passen waardoor het aanzicht wordt verbeterd. In onderstaande afbeeldingen is het huidige en toekomstige beeld van de loods weergegeven gezien vanaf de Vierbundersweg.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
7
Afbeelding 6: Aanzicht huidige situatie vanaf de Vierbundersweg
Afbeelding 7: Aanzicht toekomstige situatie, na sloop van 2 stallen en modernisering bestaande loods, vanaf de Vierbundersweg
Als onderdeel van onderhavige ontwikkeling zal er tevens landschappelijke inpassing gerealiseerd worden. Het doel van de landschappelijke inpassing is het behouden en versterken van de bestaande landschappelijke kwaliteiten, zie onderstaande afbeelding. Het volledige landschappelijk inpassingsplan is in Bijlage 2 toegevoegd.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
8
Afbeelding 8: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
9
3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het voor onderhavige ontwikkeling relevante ruimtelijke rijksbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid uiteengezet. Daarnaast wordt de beoogde ontwikkeling in dit hoofdstuk tevens aan dit beleid getoetst. 3.1 Rijksbeleid Gezien onderhavig initiatief dermate kleinschalig van aard is heeft deze geen invloed op het rijksbeleid en wordt derhalve in dit hoofdstuk niet beschreven. 3.2 Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is vervat in de Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014, de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.2.1
Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014)
De Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie ruimtelijke ordening. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. De Structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie is vertaald in de regels van de Verordening ruimte Noord-Brabant en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Volgens de structurenkaart, zie Afbeelding 9, is onderhavig plangebied gelegen in het gemengd landelijk gebied. In het gemengde landelijke gebied vindt een vermenging van functies plaats. Naast het gebruik van de gronden ten behoeve van de land- en tuinbouw, is er ook plaats voor natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Daar de locatie gelegen is in het gemengde landelijk gebied, hanteert de provincie het multifunctionele gebruik als uitgangspunt.
Onderhavig initiatief betreffen twee woonbestemmingen en zijn onderdeel van een multifunctioneel gebied. Het gebied is multifunctioneel doordat naast veehouderijen ook toerisme, kleinschalige stedelijke functies, waterfuncties, natuur en recreatie plaatsvinden. Onderhavig initiatief past derhalve binnen de uitgangspunten van de Sv 2014.
Afbeelding 9: Uitsnede Structurenkaart Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014, projectlocatie met blauwe pijl weergegeven Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
10
3.2.2
Omgevingsvisie Noord-Brabant
De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is:
‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is:
‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Het initiatief voldoet aan het tussendoel voor 2030 omdat aan alle milieu wet- en regelgeving wordt voldaan. Door een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het plangebied wordt ook een positieve bijdrage geleverd aan de leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt een eerste stap gezet richting het einddoel van 2050. Het initiatief past dus binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant.
3.2.3
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De laatste versie van de Iov is op 14 februari 2020 door Provinciale Staten vastgesteld en is per 22 februari 2020 in werking getreden. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveau’s zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2.
Voor het Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
11
overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar een plangebied in is gelegen. In dit geval is het plangebied gelegen binnen de aanduidingen ‘gemengd landelijke gebied’, ‘landelijk gebied’, ‘beperkingen veehouderij’ en ‘stalderingsgebied’, zie Afbeelding 10.
Afbeelding 10: Uitsnede hfs. 3 van de Iov 'instructieregels gemeenten', plangebied weergegeven met roze kruisje
De voorwaarden behorende bij deze aanduidingen zijn opgenomen in de volgende artikelen 3.51 aanvullende regels beperkingen veehouderij 3.52 aanvullende regels stalderen 3.68 wonen in landelijk gebied 3.69 afwijkende regels (buger)woningen 3.80 Ruimte-voor-Ruimte Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Iov getoetst. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: zorgvuldig ruimtegebruik; de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht.
Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6)
Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag is gelegen binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
12
(ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De beoogde ontwikkeling aan de Oude Baan 133 kan worden gerealiseerd binnen het bestaande ruimtebeslag. Het bouwvlak wordt verkleind en overtollige bedrijfsbebouwing van de intensieve veehouderij wordt ingezet voor een Ruimte-voor-Ruimte bouwtitel. Deze Ruimte-voor-Ruimte woning zal op het perceel Oude baan ong. worden gerealiseerd. In de beoogde wordt het agrarische bouwvlak (8.630 m2) omgezet naar een woonbestemming met een oppervlakte van 3.400 m2.
Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7)
De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: de ondergrond de netwerklaag de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting.
Meerwaardecreatie (artikel 3.8)
Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door de sanering van een intensieve veehouderij te combineren met de realisatie van een Ruimte-voor-Ruimte woning en een goede landschappelijke inpassing. Daarnaast is er sprake van een afname van de emissies waardoor ook het leefmilieu in de omgeving wordt verbeterd.
Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9)
Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Dongen is het afsprakenkader ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’ van toepassing. Hierin is de ontwikkeling aangemerkt als een categorie 2 ontwikkeling wat betekent dat er kan worden voldaan met een goede landschappelijke inpassing. De varkenshouderij is reeds beëindigd, de varkensstallen worden gesloopt en er wordt een Ruimte-voor-Ruimte woning gerealiseerd welke voldoet aan de regels zoals gesteld in de Interim Omgevingsverordening. Een deel van de bestaande loods blijft Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
13
behouden, de loods wordt opgeknapt en vormgegeven welke goed in het landschap past. Er is sprake van een kwaliteitsverbetering van de omgeving, tevens is er een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. De aanleg en instandhouding van deze landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd door de opname van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling is derhalve in overeenstemming met artikel 3.9 van de Iov. Aanvullende regels beperkingen veehouderij (art. 3.51) In artikel 3.51 van de Interim Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor het vestigen of uitbreiden van een veehouderij. Door de herbestemming van het agrarisch perceel en de sloop van de stallen op de locatie wordt een veehouderij niet meer mogelijk gemaakt, derhalve zijn de regels zoals gesteld in artikel 3.51 niet van toepassing. Aanvullende regels stalderen (art. 3.52) In artikel 3.52 van de Interim Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor het vergroten van de oppervlakte dierverblijf van hokdieren. Door de herbestemming van het agrarisch perceel en de sloop van de stallen op de locatie wordt hokdierhouderij niet meer mogelijk gemaakt, derhalve zijn de regels zoals gesteld in artikel 3.52 niet van toepassing. Wonen in landelijk gebied (art. 3.68) en afwijkende regels wonen (art.
3.69) Bestemmingsplannen van toepassing op Landelijk gebied staan enkel bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen toe als woning. In afwijking van artikel 3.68 kan een bestemmingsplan voorzien in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning (art. 3.69, onder c), als is verzekerd dat:
1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt;
Op onderhavige locatie is sprake van een omschakeling van één bedrijfswoning naar één burgerwoning, Oude Baan 133. Er worden geen meerdere woonfuncties mogelijk gemaakt door splitsing van bestaande bedrijfswoning.
2. overtollige bebouwing wordt gesloopt;
De overtollige bedrijfsbebouwing, voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, wordt gesloopt. Bij onderhavig plan is er geen sprake van afsplitsing van een voormalige bedrijfswoning. Op onderhavige locatie is het agrarisch bedrijf beëindigd en wordt de bedrijfswoning herbestemd ten behoeve van gebruik als burgerwoning met het hobbymatig houden van rundvee. Ruimte-voor-Ruimte (art. 3.80) De Ruimte-voor-Ruimteregeling heeft tot doel de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren door in ruil voor fosfaatrechten en de sloop van agrarische bedrijfsgebouwen die in gebruik zijn of waren voor de intensieve veehouderij in combinatie met realisering van milieuwinst ter plaatse, de bouw van woningen op passende locaties toe te staan, dit in afwijking van de regel dat geen nieuwe (burger)woningen mogen worden toegevoegd in het Landelijk gebied. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere Ruimtevoor-Ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien:
a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit;
De intensieve veehouderij aan de Oude Baan 133 wordt gesaneerd, alle aanwezige bebouwing ten dienste van de veehouderij met een oppervlakte van circa 1.300 m2 worden gesloopt. Er is een verzoek ingediend om de omgevingsvergunning voor het houden van varkens in te trekken. Door de volledige sanering van de varkenshouderij wordt een aanzienlijke milieuwinst in de directe omgeving behaald. Door het intrekken van de omgevingsvergunning, inleveren van de fosfaatproductierechten en de sloop van de stallen wordt gewaarborgd dat er geen intensieve veehouderij kan worden geëxploiteerd op locatie.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
14
b. de Ruimte-voor-Ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt;
Gezien de definitie van bebouwingsconcentratie in de Interim Omgevingsverordening is de locatie gelegen in een bebouwingconcentratie, namelijk een kernrandzone, overgangsgebied naar het buitengebied, gelegen langs bestaand stedelijk gebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte of afnemende agrarische functie. De ligging van de locatie in een bebouwingsconcentratie, met in de directe omgeving veel (burger)woningen en VAB-locaties (o.a. in het achtergelegen lint aan de Eindsestraat) maken het een planologisch aanvaardbare locatie voor een Ruimte-voor-Ruimte woning.
c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd;
De Ruimte-voor-Ruimte woning wordt landschappelijk ingepast. Dit is beschreven in paragraaf 4.10 van voorliggende toelichting, het landschappelijk inpassingsplan is in Bijlage 2 toegevoegd.
d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar.
Het provinciale ruimtelijke beleid is gericht op het bundelen van de verstedelijking. Enerzijds om de steden voldoende draagvlak te geven voor hun functie als economische en culturele motor, anderzijds om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Het plangebied betreft niet het bundelen van de verstedelijking, het initiatief betreft de bouw van één Ruimtevoor-Ruimte woning.
In deze paragraaf is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels zoals gesteld in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Zoals blijkt uit deze toelichting kan worden voldaan aan de voorwaarden die gelden voor een bestemmingplan en wordt de landschappelijke inpassing verzekerd door opname van voorwaarden in de regels bij dit bestemmingsplan. 3.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is vervat in de gemeentelijke structuurvisie en het bestemmingsplan.
3.3.1
Structuurvisie
De gemeente Dongen heeft de ambitie om de aantrekkelijke en functionele woon-, werk- en leefomgeving in stand te houden en te versterken. De eigenheid van Dongen moet worden geborgd. Om deze ambitie waar te maken, zijn een aantal hoofdopgaven geformuleerd: - goed wonen, werken en leven voor iedereen; - (cultuur)historisch Dongen; - versterken groenblauwe raamwerk (natuur en water). Op de structuurvisiekaart valt de planlocatie binnen de ruimtelijke structuur ‘functiedifferentiatie met versterken kwaliteit’, zie Afbeelding 11. Differentiatie van verschillende functies krijgen kansen in dit gebied. Belangrijk daarbij is dat de verschillende functies elkaar ruimtelijk en milieu hygiënisch verdragen. Daarnaast dient het open en halfopen afwisselend landschap in dit gebied gewaarborgd te blijven. Verderop in deze brief wordt nader toegelicht dat onderhavige plannen geen nadelige gevolgen hebben voor omliggende functies. Tevens zorgt de sanering van de bestaande varkensstallen in verhouding tot de nieuwe woning naast een bestaande woonkavel voorzien van landschappelijke inpassing tot meer openheid in het gebied ten zuiden van de Eindsestraat.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
15
Afbeelding 11: Uitsnede Structuurvisie Dongen 2020, planlocatie geel omcirkeld
3.3.2
Bestemmingsplan
Zoals reeds in de inleiding van voorliggende toelichting beschreven is voor het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Dongen vigerend. Hier zijn de volgende aanduidingen opgenomen: Oude Baan 133 - Enkelbestemming Agrarisch; - Dubbelbestemming: waarde – archeologie – 2; - Gebiedsaanduiding: Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied; - Gebiedsaanduiding: wro-zone – ontheffingsgebied – 1; - Functieaanduiding: intensieve veehouderij Oude Baan Ongenummerd - Enkelbestemming Agrarisch; - Dubbelbestemming: waarde – archeologie – 2; - Gebiedsaanduiding: Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied; - Gebiedsaanduiding: wro-zone – ontheffingsgebied – 1; Voor de omzetting van agrarische bestemming naar woonbestemming is geen afwijkingsbevoegdheid opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. De realisatie van een Ruimte-voor-Ruimte woning op het tegenovergelegen perceel past niet rechtstreeks binnen het geldend ruimtelijk beleid. Om deze reden wordt een herziening van het bestemmingsplan voorbereid. De regels van deze herziening zullen zo veel mogelijk aansluiten bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Dongen.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
16
4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: - Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; - Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. In de beoogde situatie worden en blijft de intensieve veehouderij beëindigd, er is derhalve geen sprake van een toekomstig MER-(beoordelings)plichtig besluit.
Wat betreft het eerste criteria geldt er derhalve geen plicht tot het opstellen van een MER. Het herbestemmen van een agrarische bestemming naar een woonbestemming voorziet niet in stikstofdepositie, daardoor heeft de beoogde situatie geen negatief effect op Natura-2000 gebieden. Wat betreft het tweede criteria geldt dat er geen passende beoordeling noodzakelijk is. 4.2
Waterhuishouding
4.2.1
Toetsingskader
Waterbeheer en watertoets Voor alle ruimtelijke plannen zal een watertoets moeten worden uitgevoerd. In deze watertoets wordt aangegeven hoe in het betreffende plan met water wordt omgegaan. Daarbij wordt allereerst sterk ingezet op preventie van verontreiniging en nuttig hergebruik van water op lokaal niveau. Daarnaast is voor de retentiebehoefte de voorkeurvolgorde infiltreren, retentie binnen het plangebied, retentie buiten het plangebied of berging in bestaand watersysteem. Bij de berekening van de retentie wordt tabel 1 van dit document gehanteerd. Aspecten als oppervlaktewater, grondwater, hemelwater, afvalwater, waterkwaliteit en -kwantiteit, omgevingsfactoren en waterberging komen hierin aan de orde. Met de watertoets wordt de waterbeheerder tijdig betrokken in het ontwerpproces. Opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid nader wordt behandeld. Europa: • Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: • Nationaal Waterplan (NW); • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); • Waterwet.
Provinciaal: • Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021. Provinciaal beleid Vigerend is het Provinciale Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 (PWMP) van 18 december 2015. Het PMWP is de structuurvisie voor o.a. het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Het Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
17
plan bevat de verplichte onderdelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water. Behalve dat het PMWP de uitgangspunten aangeeft voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten, toetst de provincie aan de hand van dit plan ook of de plannen van de waterschappen passen in het provinciale beleid. Als algemene uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater. Waterschapbeleid Het waterschap Brabantse Delta is onder andere verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente Dongen. Het gaat hierbij om de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema’s gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio.
Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van het waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij (nieuwe) ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de ‘beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater’.
Gemeentelijk beleid Het verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (GPR) Dongen geeft het beleid van de gemeente Dongen weer op het gebied van rioleringszorg (afvalwater en hemelwater) en haar gemeentelijke zorgtaken ten aanzien van grondwater. In het plan komt ook het stedelijke oppervlaktewater aan de orde, omdat hemelwater, grondwater en zelfs afvalwater relaties hebben met het oppervlaktewater. De zorgplichten zijn zodanig geformuleerd dat iedere gemeente een zekere mate van beleidsvrijheid houdt om een eigen invulling te kiezen voor de lokale situatie. Dit verbreed GRP Dongen geldt voor de periode 2016 tot en met 2020. Alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten binnen de gemeente Dongen worden in principe waterneutraal uitgevoerd, waarbij getracht wordt te voorkomen dat er negatieve effecten op gronden oppervlaktewater optreden. Hierbij wordt uitgegaan van een bui t=100 dat overeenkomt met een retentie van 78 mm. Verhard oppervlak wordt in principe niet aangesloten op de riolering. Het hemelwater wordt bij voorkeur bovengronds geborgen en vervolgens geïnfiltreerd. De gemeente Dongen heeft strengere bergingseisen dan het waterschap Brabantse Delta.
4.2.2
Onderzoek
Huidige situatie In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk riool. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelssloten. Op het bedrijf wordt aandacht besteed aan het schoonhouden van het verhard Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
18
oppervlak. Er is sprake van good-house-keeping management. De erfverharding en de daken worden zo vaak als voor de goede orde noodzakelijk is schoon gehouden. Op het bedrijf vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het niet-verontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelssloten. Ter plaatse van de landbouwgrond waar de Ruimte-voor-Ruimte woning wordt gerealiseerd wordt het regenwater in omliggende perceelssloten en in de bodem geïnfiltreerd. Provinciaal De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat is beschreven in het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP). Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieuen Waterplan 2016 – 2021 ‘Samen naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving in Brabant vastgesteld (PMWP). Hiermee zijn twee aparte provinciale plannen samengevoegd, te weten het voormalige ‘PWP 2010-2015’ en het ‘Provinciale Milieuplan 2012-2015’. Het doel van dit plan is het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Het aspect water maakt hier onderdeel van uit.
Kort gezegd gaat het PMWP voor: • voldoende water voor mens, plan en dier; • schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); • bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; • verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun PMWP stelt. De PMWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend.
Afbeelding 12: Uitsnede kaart Milieu- en Waterplan 2016 - 2021, plangebied weergegeven met blauwe pijl
Zoals weergegeven is in Afbeelding 12 heeft het plangebied in het PMWP de waterhuishoudkundige functie ‘Water voor het gemengd landelijk gebied’ toegekend gekregen. Deze aanduiding komt overeen met de aanduiding ‘gemengd landelijk gebied’ uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Interim omgevingsverordening. Het waterbeheer richt zich op een goede waterhuishouding voor een duurzame en concurrerende landbouw. Randvoorwaarden zijn de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water en afstemming met de maatregelen voor de Natura 2000-gebieden en de Natte natuurparels. Voor het overige geldt geen specifiek beschermingsbeleid Op de kaart 2 en 3 behorende bij de PMWP heeft onderhavige locatie geen aanduiding gekregen. Gezien vanuit het beleidskader van de PMWP is dus geen specifiek beschermingsregime van toepassing binnen het plangebied. Gezien hetgeen hierboven beschreven dat er geen aanduiding opgenomen is op de kaarten 2 en 3 en dat op kaart 1 geen specifiek beschermingsbeleid geldt, past onderhavig initiatief binnen het beleidskader van de PMWP.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
19
Bodem en grondwater Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit zand- en eerdgronden. Er is sprake van grondwatertrap VII op het grootste gedeelte van het plangebied. Dat wil zeggen dat de gemiddelde laagste grondwaterstand meer dan 1,2 meter onder maaiveld ligt, en dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand varieert van 0,8 tot 1,4 meter onder maaiveld.
Afbeelding 13: Uitsnede grondwatertrappenkaart, Bodematlas Brabant. Plangebied zwart omcirkeld
Waterkwantiteit Op alle watergangen en sloten binnen het plangebied, die zijn opgenomen in de legger, is de keur van het waterschap van toepassing. Dit betekent voor de verschillende watergangen het volgende: a. waterlopen categorie A: voor deze watergangen geldt dat het waterschap tot 5 m. vanaf beide insteken van de watergang randvoorwaarden stelt aan de inrichting om onderhoud aan de watergang mogelijk te houden; b. waterlopen categorie B: de eigenaren van gronden langs deze watergangen moeten de sloten eenmaal per jaar – in het najaar – schoonmaken. Het waterschap controleert of de sloten goed schoon zijn (= schouwen); c. voor ingrepen die binnen 5 m vanaf de insteek van waterlopen categorie A plaatsvinden, dient een ontheffing van de keur te worden aangevraagd. Dit geldt ook voor ingrepen in de waterlopen categorie B en overige watergangen en sloten, zoals het verleggen en dempen van watergangen en het aanbrengen van duikers in watergangen. In de directe nabijheid van het plangebied is een A- en een B-watergang gelegen. Er vinden geen ingrepen plaats binnen 5 meter van een A-watergang. Daarnaast worden er geen ingrepen in de waterloop categorie B uitgevoerd. Op basis van bovenstaande kan worden gesteld dat er geen ontheffing van het waterschap nodig is. Veiligheid en waterkeringen Binnen en in de directe omgeving van de gemeente Dongen zijn geen waterkeringen gelegen.
Het plangebied is dan ook niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Afvalwaterketen en stelseltypen riolering Ter plaatse van de ontwikkeling is in de huidige situatie is een gemengd rioolsysteem aanwezig.
4.2.3
Toekomstige situatie
In de beoogde situatie wordt er een nieuwe Ruimte-voor-Ruimte woning gerealiseerd en een intensieve veehouderij gesaneerd. De bedrijfswoning wordt in gebruik genomen als burgerwoning met bijhorende voorzieningen.
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
20
Waterkwantiteit Alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten binnen de gemeente Dongen worden in principe waterneutraal uitgevoerd, waarbij getracht wordt te voorkomen dat er negatieve effecten op gronden oppervlaktewater optreden. Hierbij wordt uitgegaan van een bui t=100 dat overeenkomt met een retentie van 78 mm. Verhard oppervlak wordt in principe niet aangesloten op de riolering. Het hemelwater wordt bij voorkeur bovengronds geborgen en vervolgens geïnfiltreerd. In een rioleringsplan (of waterparagraaf) zal worden nagegaan waar hemelwater kan worden ingezet voor de lokale waterhuishouding of voor infiltratie en aan welke eisen daarbij moet worden voldaan. Het hemelwater dat niet aan deze criteria voldoet, zal worden ingezameld en afgevoerd naar de RWZI. Tabel 2: Bergingseisen vanuit de gemeente Dongen Situatie Bergingseis Bestaande bebouwing geen aanvullende retentie van hemelwater Verbouwing zonder vergroting retentie van 7 mm hemelwater, van toepassing op het gehele van verhard oppervlak verhard oppervlak Verbouwing met vergroting van retentie van 78 mm hemelwater, enkel van toepassing op het verhard oppervlak extra verhard oppervlak, bestaande verhard oppervlak 7 mm Nieuwbouw retentie van 78 mm hemelwater, van toepassing op het verharde oppervlak (tuin 80%)
Voor de nieuwbouw, Ruimte-voor-Ruimte woning, geldt een bergingseis van 78 mm. Aan de hand van de navolgende berekening komt het totale toename verhard oppervlak ten behoeve van de Ruimtevoor-Ruimte woning op circa 600 m² en hiervoor is 46,84 m³ (600 x 0,078) aan waterberging nodig voor het waterneutraal realiseren van onderhavig plan. Voorzieningen voor de waterberging worden deels in de openbare ruimte en deels op het perceel van de Ruimte-voor-Ruimte woning gerealiseerd. Conform het waterschapsbeleid zal bij de verdere uitwerking worden bekeken hoe het hemelwater op deze locatie kan worden hergebruikt of ter plaatse geïnfiltreerd. Het waterschap adviseert om de infiltratiecapaciteit van de bodem te onderzoeken en zoveel als mogelijk hemelwater ter plaatse te laten infiltreren. Omdat de toename van het verhard oppervlak kleiner is dan 2.000 m 2 wordt er geen verplichting opgelegd om een retentievoorziening te realiseren en mag er - indien noodzakelijk rechtstreeks worden geloosd op het oppervlaktewaterlichaam. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.
Daarom wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC niet toegestaan. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering, vigerend waterschapsbeleid en het verbreed GRP Dongen is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Op basis van het verbreed GRP Dongen geldt onderstaande voorkeursvolgorde met betrekking tot de omgang met hemelwater en ander afvalwater aan de bron: a. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; b. verontreiniging van hemelwater wordt voorkomen of beperkt; c. afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet-gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; d. huishoudelijk afvalwater en daarmee vergelijkbaar afvalwater wordt ingezameld en naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie getransporteerd; e. ander afvalwater dan bedoeld onder d. (in de praktijk dus vooral hemelwater) wordt hergebruikt (zo nodig na zuivering aan de bron); f. ander afvalwater dan bedoeld onder d. wordt lokaal in het milieu teruggebracht (zo nodig na zuivering aan de bron); g. ander afvalwater dan bedoeld onder d.
wordt als stedelijk afvalwater ingezameld en naar een rwzi getransporteerd. Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
21
Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de 'Keur'. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de 'Keur'. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.
4.2.4
Beoordeling
Uit de keurkaart behorende bij de Keur van het waterschap Brabantse Delta blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen een beschermd keurgebied. Er gelden dan ook geen gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer.
Afbeelding 14: Uitsnede keurkaart Keur waterschap Brabantse Delta, plangebied rood omcirkeld
In de bestaande situatie is er in het plangebied een varkenshouderij met bijhorende voorzieningen en een opslagloods gelegen. Door de sanering van het bedrijf en realisatie van een Ruimte-voor-Ruimte woning zal het verhard oppervlak ten opzichte van de bestaande situatie toenemen. De hoeveelheid verhard oppervlak overschrijdt de 2.000 m² echter niet. Het resterende deel van het plangebied wordt ingericht met groenvoorzieningen, hoofdzakelijk in de vorm van tuinen en erven. Dit heeft een positief effect op de waterafvoer. Hierbij wordt voldaan aan de eisen van het waterschap Brabantse Delta. Het afvalwater afkomstig vanuit de nieuwe bebouwing en de woning zal worden geloosd op het gemeentelijk vuilwaterriool. Bij de bouw van de nieuwe gebouwen zal gebruik worden gemaakt van niet-uitlogende materialen. Dit is conform het advies van de Dubo-richtlijn (Duurzaam Bouwen). In het Lozingenbesluit Bodembescherming staat dat niet verontreinigd hemelwater in principe in de bodem geïnfiltreerd kan worden of afgevoerd kan worden naar het oppervlaktewater, ook als dat in contact is geweest met oppervlakken zoals daken. Bij de bouw van de nieuwe bebouwing wordt geen
Toelichting Bestemmingsplan Oude Baan 133 + ongenummerd te Dongen
22
gebruik gemaakt van onbehandelde uitlogende materialen zoals koper, zink en lood, teerhoudende dakbedekking (PAK’s) en met verontreinigde stoffen verduurzaamd hout. Doordat het hemelwater niet vervuild is, is het geen probleem om het hemelwater nuttig toe te passen, te laten infiltreren in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. Het afvalwater en het hemelwater is altijd gescheiden op de locatie. Conclusie De ontwikkeling heeft met de voorgestelde maatregelen geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. 4.3 Natuur Voorafgaand aan de gewenste wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven.
4.3.1
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht. De Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: - Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; - Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; - Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee; - Alle Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan.