CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-014376 Bijlage 1- Transitievisie warmte gemeente Dongen 2021- versie 1.0 definitief concept

Besluitvormende raadsvergadering 16 december 2021, gemeente DongenBij agendapunt: 2021-014376 Raadsvoorstel Transitievisie warmte21.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In de onderstaande tabel zijn de kosten weergegeven.

Tabel 0-3: kostenberekening variant 1 Cluster

Naam

Oplossing

1 2 3 4 5 6

Oud-Dongen/Centrum s Gravenmoer Biezen-Noord Dongen-West 2 Biezen-Zuid Hoge Akker

MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet

Gemiddelde maatschappelijke kosten per woningper jaar S2d S2e S2f S3f S3g S3h € 1.332 € 1.416 € 1.414 € 1.317 € 1.738 € 1.284 x € 1.647 € 1.647 x x € 1.626 € 1.226 € 1.296 € 1.296 € 1.291 € 1.625 € 1.366 € 1.411 € 1.450 € 1.439 € 1.338 € 1.763 € 1.282 € 1.226 € 1.295 € 1.295 € 1.289 € 1.624 € 1.362 € 1.297 € 1.348 € 1.348 € 1.065 € 1.694 € 1.136

Hieronder volgt een toelichting. • De kosten van de verschillende strategieën zijn redelijk vergelijkbaar, alleen strategie S3g (bodemenergie met WKO) brengt hogere kosten met zich mee. Bij de strategieën S2d en S3f is niet meegenomen dat de warmte hiervoor waarschijnlijk bij Ardagh vandaan zal moeten komen en er daarvoor een lange warmteleiding aangelegd moet worden. Dit kan de kosten voor deze beide strategieën aanzienlijk verhogen. • De buurt Hoge Akker komt het meest gunstig uit de analyse en ’s Gravenmoer het minst. Collectief warmtenet na isolatie Voor deze variant zijn de volgende VestaMais strategieën in theorie bruikbaar: • S2a MT-restwarmte • S2b MT-geothermie • S2c MT-geothermie overal • S3a LT-Warmtebron, levering 30 graden • S3b LT-Warmtebron, levering 70 graden • S3c WKO, levering 70 graden hele buurt • S3d WKO, levering 50 graden • S3e Aquathermie + WKO, levering 70 graden

In de onderstaande tabel zijn de kosten weergegeven. Tabel 0-4: kostenberekening variant 2 Cluster

Naam

Oplossing

1 2 3 4 5 6 7 8

Dongen-West 2a Hoge Akker Dongen-Centrum Dongen-West 1 Biezen Oud-Dongen Dongen-West 2b s Gravenmoer

LT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet MT-warmtenet

Gemiddelde maatschappelijke kosten per woningper jaar S2a S2b S2c S3a S3b S3c S3d S3e € 2.413 € 1.876 € 1.871 € 1.314 € 1.307 € 2.183 € 1.356 € 1.353 € 2.222 € 1.617 € 1.617 € 1.258 € 1.065 € 1.944 € 1.221 € 1.136 € 1.939 € 1.673 € 1.666 € 1.295 € 1.314 € 1.962 € 1.434 € 1.323 € 1.648 € 1.741 € 1.727 € 1.319 € 1.335 € 2.024 € 1.360 € 1.334 € 2.337 € 1.798 € 1.798 € 1.295 € 1.303 € 2.106 € 1.461 € 1.296 € 2.420 € 1.817 € 1.817 € 1.331 € 1.343 € 2.128 € 1.560 € 1.355 € 2.394 € 1.842 € 1.837 € 1.307 € 1.306 € 2.146 € 1.354 € 1.351 x € 2.095 € 2.095 x x € 2.444 € 1.648 x

Hieronder volgt een toelichting. • Na isolatie tot energielabel B kunnen de panden op een midden temperatuur warmtenet worden aangesloten dat financieel gezien het beste gevoed kan worden met lage temperatuur restwarmte (S3b) of aquathermie in combinatie met bodemenergie (S3e). Ook de strategie met bodemenergie zonder aquathermie (S3d) komt er relatief gunstig uit mits een aanvoertemperatuur van 50 graden Celsius voldoende is. Mogelijk is dat voor veel panden net te laag om aan de warmtevraag te kunnen voldoen. • De strategieën met geothermie en midden temperatuur restwarmte lijken financieel gezien een stuk minder gunstig. • De buurt Hoge Akker komt het meest gunstig uit de analyse maar de verschillen met de andere buurten zijn niet groot.

Individuele warmtepomp na isolatie Voor deze variant zijn de volgende VestaMais strategieën in theorie bruikbaar: • S1a Luchtwarmtepomp • S1b Bodemwarmtepomp In de onderstaande tabel zijn de kosten weergegeven. Tabel 0-5: kostenberekening variant 3 Cluster

Naam

Oplossing

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24

Dongen-West 2a Hoge Akker Dongen-Centrum Dongen-West 1 Biezen Oud-Dongen Dongen-West 2b s Gravenmoer Niet-cluster Oud-Dongen West Niet-cluster Dongen West 1 Niet-cluster Oud-Dongen Oost Buitengebied Oost Tichelrijt Wildert Buitengebied Klein Dongen Klein Dongen Dongen-Vaart Niet-cluster s Gravenmoer Buitengebied s Gravenmoer Beljaart Niet-cluster Dongen-centrum Noord Buitengebied West-2 Niet-cluster West-2 Zuid-Oost Niet-cluster West-2 Noord-Oost

Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp Elekttrische warmtepomp

Gem. maatsch. kosten/woning/jaar S1a S1b € 1.304 € 1.470 € 1.056 € 1.233 € 1.238 € 1.405 € 1.247 € 1.398 € 1.288 € 1.448 € 1.302 € 1.485 € 1.296 € 1.461 € 1.408 € 1.581 € 1.371 € 1.556 € 1.235 € 1.383 € 1.371 € 1.556 € 1.621 € 1.821 € 891 € 1.006 € 1.221 € 971 € 1.893 € 2.089 € 1.333 € 1.234 € 1.415 € 1.596 € 1.408 € 1.581 € 1.953 € 2.150 € 626 € 753 € 1.210 € 1.390 € 1.566 € 1.744 € 1.299 € 1.464 € 1.299 € 1.464

Hieronder volgt een toelichting. • Na isolatie tot energielabel B kunnen de panden van een eigen lucht- op bodemwarmtepomp worden voorzien. Dan is de aanleg van een warmtenet niet nodig. De kosten voor een luchtwarmtepomp (S1a) zijn lager dan die voor een bodemwarmtepomp (S1b). Een luchtwarmtepomp is in de regel wel minder duurzaam vanwege een hogere CO2-uitstoot. • De buurt Beljaart lijkt heel gunstig uit de bus te komen maar het beeld is waarschijnlijk vertekend omdat de warmtevraag niet goed in de PBL-data is opgenomen. Deze is namelijk gebaseerd op het gasverbruik en een gedeelte van de woningen in de Beljaart verbruikt geen gas omdat ze op een warmtenet zijn aangesloten. Voor de overige buurten zijn de maatschappelijke meerkosten vergelijkbaar met uitzondering van de buitengebieden. • Als de kosten van deze individuele variant met de twee warmtenetvarianten worden vergeleken valt op dat de kosten voor de meeste buurten vergelijkbaar zijn. Financieel gezien lijkt het dus weinig uit te maken of er voor een warmtenet of individuele warmtepompen wordt gekozen. Daarbij wordt aangetekend dat de genoemde kosten gemiddelden per woning betreffen. Voor individuele woningen kunnen de kosten behoorlijk uiteenlopen en kan dus ook de vergelijking anders uitvallen.

Prioritering buurten In de transitievisie warmte wordt bepaald welke buurten het meest kansrijk zijn om als eerste aardgasloos te maken en welke buurten volgen. Deze prioritering hoeft niet alleen op technische en financiële criteria te worden gebaseerd maar ook andere factoren kunnen hierbij een rol spelen, zoals socio-economische factoren, het percentage huurwoningen, duurzaamheid, de aanwezigheid van actieve burgers of natuurlijke momenten zoals de vervanging van riolering of het aardgasnet. Met alle partijen die aan het proces deelnemen kan worden bepaald welke factoren het meeste gewicht krijgen. Uiteindelijk leidt dat tot een eindscore per buurt en een prioritering.

Bijlage 1A

Methoden en technieken

Gebruikte brondata Voor de technische analyse hebben we gebruik gemaakt van data uit zowel openbare bronnen als data die door de betrokken stakeholders zijn aangeleverd. In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven: Bron

Format en bijzonderheden

BAG

Open data. Gegevens over panden. Deze gegevens worden elke twee weken op basis van wijzigingen bij gemeenten geüpdatet. Open data. Buurt- en wijkindeling. Open data. Deze gegevens worden elke twee weken op basis van wijzigingen bij gemeenten geüpdatet. Open data, verbruiksdata geaccumuleerd per PC6-gebied. Hier is de meest recente data (2019) gebruikt. Open data, graaddagen gemeten op meetstation De Bilt. Hier is 2019 gebruikt Open data, verbruiksindicatoren woningtypen/ oppervlakten. Hier zijn de meest recente kengetallen (2016) gebruikt Open data, besparingscoëfficiënten De meest recente kengetallen uit dit model dateren van 2018. Open data restwarmtebronnen en aquathermie Energielabels en verbruiksgegevens

CBS ESRI-kaart woningtypologieën. Enexis KNMI ECN VestaMAIS 4.0 model Warmteatlas Nationale Energieatlas ThermoGIS STOWA Provincie N-Brabant REKS Hart van Brabant Enexis

Gemeente Dongen

Regionale structuur warmte SEO OMWB Casade – woningbouwcorporatie

Ardagh TNO

Potentie van geothermie Potentie aquathermie : https://stowa.omgevingswarmte.nl/overzichtskaart#e5e9ea2b-d5bfe811-a2c0-00155d010457 Potentiële warmtebronnenkaart van Provincie: Warmtebronnenkaart Hart van Brabant 25 sept 2020.pdf

Gegevens aardgasnet Netwerkstudie Enexis Vervangingsopgave riolering en openbare ruimte: 212012021 investeringen begroting 2020.pdf Interne memo evaluatie energievoorziening De Beljaart d.d. 9 maart 2021 Bijlage 2 20200317 Regionale Structuur Warmte Hart van Brabant.pdf Bijlage 2 20200317 Regionale Structuur Warmte Hart van Brabant.pdf SEO rapport MKBA warmtetransitie West-Brabant en Hart van Brabant eindrapport september 2020.pdf Excel-sheet met Informatieplicht Verbruikscijfers Bedrijven Energieverbruik van bezit Casade. Betreft: Excel Jpg-kaartje Oriënterende businesscase levering warmte aan de Beljaart Presentatie zonthermie: Large Large solar thermal energy in the Netherlands, Informatie over nieuwe SDE++ categorie PVT met warmtepomp, zie paragraaf 5.3.4 van het Eindadvies Basisbedragen SDE++ 2021 Link naar het Canadese project Drake Landing, met tot 100% zonnewarmte: Rapport ‘Aanzet tot Routekaart Zonnewarmte’ (juni 2020,

Nulmeting Voor het in kaart brengen van het huidige energieverbruik hebben we gebruik gemaakt van verbruiksdata van netbeheerders. Dit geeft een beeld van het werkelijke gemiddelde verbruik per kleinverbruik aansluiting binnen een bepaald postcode-zes gebied (1234 AB). Om deze data compleet te maken en een beeld te kunnen schetsen op verblijfsobject niveau, in plaats van per postcode-6 of per buurt, zijn deze bronnen aangevuld met gegevens uit de BAG en kengetallen van het ECN en het CBS. Hiermee is het mogelijk om onderscheid te maken tussen verschillende typen woningentypen, verbruiksoppervlakten en bouwjaarklassen. Daarnaast is een inschatting gemaakt van het verbruik van grootverbruik aansluitingen door kengetallen van ECN toe te passen op de vloeroppervlakten van alle utiliteitsgebouwen binnen het gebied. Hierdoor is het mogelijk om een accuratere inschatting te maken van het totaalverbruik in de wijk. Een nadeel van deze methodiek is dat mogelijke verschillen in aantal inwoners en de gebruiksprofielen worden genivelleerd. Dit is in het gehanteerde rekenmodel gecorrigeerd door een correctiefactor toe te passen om het berekende verbruik te corrigeren naar het daadwerkelijk gemeten verbruik door de netbeheerders (op postcode-zes niveau). Hierdoor wijkt het totale berekende verbruik gemiddeld slechts 1%-2% af van het daadwerkelijk gemeten verbruik.

De werkwijze van dit proces is in onderstaande flowchart schematisch uitgewerkt.

Besparingspotentie Voor dit onderdeel is gekeken naar de mogelijkheden om het gasverbruik ten behoeve van verwarming te verminderen. Voor de modellering van de besparingspotentie zijn de warmtecoëfficiënten en besparingspotentie-coëfficiënten vanuit het VestaMAIS-model en onze eigen expertkennis gebruikt. De openbare databronnen zijn ingezet om een

inschatting te maken van de besparingspotentie op individueel verblijfsobjectniveau, vergelijkbaar met de aanpak van de nulmeting. Omdat deze manier van modelleren voor specifieke type woningen een vertekend beeld kan geven (denk hierbij aan sterk verouderde woningen), is deze analyse aangevuld met een aantal pragmatische verbeteringsslagen zoals een bovengrens voor wat betreft realistische besparingspotentie voor oudere panden. De werkwijze van dit proces is in onderstaande flowchart schematisch uitgewerkt.

Op basis van bovenstaande werkwijze zijn twee berekeningen uitgevoerd: • Het bepalen van het toekomstige verbruik, wanneer alle woningen zijn geïsoleerd tot minimaal label B; • Het bepalen van de benodigde besparing, wanneer de warmtevraag van alle woningen is teruggebracht tot 70 kWh/m2 (plus 12,5 kWh/m2 voor warm tapwater). kWh/m2 is de maatstaf die gehanteerd wordt voor het berekenen van de warmtelast van een gebouw. Ook gasverbruik is naar deze duiding omgerekend aan de hand van conversiefactoren.

Bijlage 1B

Warmtekansenkaarten

Bijlage 1C PBL

Toelichting strategieën Startanalyse

S1 In variant 1a worden elektrische lucht-water warmtepompen ingezet, bestaande uit een buitenunit met luchtcollector en een binnen unit met warmtepomp. De buitenunit is bevestigd aan het gebouw of staat nabij het gebouw. Buitenlucht is de belangrijkste warmtebron, de warmtepomp wordt aangedreven met elektriciteit. In variant 1b worden elektrische water-water warmtepompen ingezet, bestaande uit een bodemcollector met warmtewisselaar en een binnen unit met warmtepomp. De bodemcollector wordt onder of nabij de woning aangebracht in de bodem. Bodemwarmte is de belangrijkste warmtebron, de warmtepomp wordt aangedreven met elektriciteit. S2 Voor buurten met een nabijgelegen bestaande (of geplande) warmtebron - bijvoorbeeld een industriële restwarmtebron - wordt in variant 2a berekend wat de kosten zouden zijn van het voeden van het warmtenet vanuit deze bron. De gemeente wordt geacht zelf na te gaan of dit een bron is die op lange termijn (verduurzaamd) warmte kan blijven leveren. Om de kosten te kunnen berekenen wordt een aanname gedaan over waar deze warmtebron wel en niet wordt ingezet. Deze aanname wordt onderbouwd met een rentabiliteitsafweging waarbij wordt gestreefd naar zo laag mogelijke nationale kosten. In variant 2b en 2c wordt berekend wat de kosten zouden zijn van het voeden van een warmtenet met een nieuw te realiseren geothermie-installatie.

Hierbij wordt in variant 2b gebruik gemaakt van de warmtekansenkaart waarbij buurten in minder kansrijke gebieden voor geothermie transportkosten maken om vanuit kansrijke gebieden warmte te halen. In variant 2c worden de transportkosten en het gebruik van de kansenkaart buiten beschouwing gelaten. Ongeacht de positie van een gebied op de kansenkaart van bodemgeschiktheid voor geothermie, vereist een definitief oordeel over de werkelijke bodemgeschiktheid altijd nader onderzoek. Er is op landelijk niveau momenteel onvoldoende informatie beschikbaar over bodemgeschiktheid om zonder meer op basis van bureaustudie vast te kunnen stellen in hoeverre geothermie op een bepaalde locatie haalbaar is. Om deze reden is ervoor

1a,b

2a

2b,c

gekozen een extra strategie met geothermie door te rekenen waarbij de huidig beschikbare inschattingen over bodemgeschiktheid buiten beschouwing zijn gelaten. In variant 2d wordt berekend wat de kosten zouden zijn van het voeden van een warmtenet met een nieuw te realiseren bioWKK-installatie. Hierbij worden voor warmte geen transportkosten gerekend omdat wordt aangenomen dat de installatie in of bij de buurt kan worden geplaatst.

S3 Variant 3a is de laagtemperatuurwarmte afkomstig van een (industriële) restwarmtebron wordt via een nieuw te ontwikkelen laagtemperatuur warmtenet bij woningen en gebouwen afgeleverd op LTniveau (30°C) en binnen woning en gebouw met een individuele combiwarmtepomp opgewaardeerd naar de juiste temperatuurniveaus voor ruimteverwarming (50°C) en warmtapwater. Plaatsing van individuele warmtepompen in alle woningen en gebouwen vereist een verzwaring van het elektriciteitsnet in de buurt.

In variant 3b is laagtemperatuurwarmte afkomstig van een (industriële) restwarmtebron wordt met een collectieve warmtepomp in temperatuurniveau verhoogd naar (70°C) en via een nieuw te ontwikkelen laagtemperatuur warmtenet bij woningen en gebouwen afgeleverd. Hiermee kan direct worden voorzien in ruimteverwarming en warmtapwater. Dankzij toepassing van de collectieve warmtepomp vereist deze variant geen verzwaring van het elektriciteitsnet in de buurt.

2d

3a

3b

In variant 3c wordt de warmte met een collectieve warmtepomp opgewaardeerd naar een temperatuur van 70°C en via een warmtenet bij gebouwen afgeleverd. Dat is geschikt voor ruimteverwarming en warm tapwater. Het warmtenet wordt gecombineerd met een warmtekoude-opslag (WKO) voor seizoensopslag. De varianten S3c en S3g zijn doorgerekend om voor iedere buurt inzicht te geven in de verschillende kostenposten van warmtenetten. Daartoe is verondersteld dat WKO in iedere buurt mogelijk is.

In variant 3d is laagtemperatuurwarmte afkomstig uit een WKO-bron wordt met een collectieve warmtepomp opgewaardeerd naar een temperatuurniveau geschikt voor ruimteverwarming bij aflevering op 50°C en wordt via een nieuw te ontwikkelen warmtenet bij woningen en gebouwen afgeleverd. Bestaande radiatoren worden vervangen voor LT-radiatoren. Voor warmtapwater maken afnemers gebruik van individuele boosterwarmtepompen. Op collectief niveau wordt een drogekoeler toegepast voor regeneratie van de WKO. Dankzij toepassing van de collectieve warmtepomp vereist deze variant geen verzwaring van het elektriciteitsnet in de buurt. Variant 3 e,f,g,h – Warmtenet met lagetemperatuurbron, WKO en in combinatie met TEO of enkel het gebruik van LT-warmtebron aflevering op 70 °C. Laagtemperatuurwarmte afkomstig uit een WKO-bron wordt met een collectieve warmtepomp opgewaardeerd naar MTniveau (70°C) en wordt via een nieuw te ontwikkelen warmtenet bij woningen en gebouwen afgeleverd. Hierdoor kunnen de bestaande radiatoren in gebruik blijven en kan direct in de vraag naar warmtapwater worden voorzien. Voor regeneratie van de WKO wordt omgevingswarmte uit oppervlaktewater gewonnen. Dankzij toepassing van de collectieve warmtepomp vereist deze variant geen verzwaring van het elektriciteitsnet in de buurt.

3c

3d

3e,f,g,h 3d h,h

S4 In varianten 4a,b,c,d worden hybride warmtepompen toegepast. Een hybride warmtepomp combineert een (kleine) elektrische warmtepomp met een HR-combiketel op groengas. Het merendeel van de warmtevraag voor ruimteverwarming wordt ingevuld met de warmtepomp, op koude dagen waarop de warmtepomp onvoldoende vermogen kan leveren springt de gasketel bij. Het vermogen van de warmtepomp in hybride warmtepompsystemen ligt lager in verhouding tot combiwarmtepompen waardoor het elektriciteitsnet in de meeste gevallen niet verzwaard hoeft te worden. S5 Voor varianten 5a,b,c,d wordt waterstof gestookte combi/HR-ketels toegepast. Zowel ruimteverwarming als het warmtapwater worden met een HR-ketel geproduceerd door een HRbrander. Voor a en c geldt dat een hybridewarmtepomp op waterstof de temperatuur kan ophogen. De aanvoertemperatuur voor ruimteverwarming ligt in deze variant op 50°C, bestaande radiatoren worden vervangen door LT-radiatoren. Bron: https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl2019-startanalyse-aardgasvrije-buurtenachtergrondrapport_4049.pdf

4a,b,c,d

5a,b,c,d

Bijlage 1D

Kaartenbijlage

Bijlage 2 Handelingsperspectief voor woningeigenaren

Bijlage 2 Handelingsperspectief voor woningeigenaren

Bijlage 3 Inbreng Klankbordgroep

Bijlage 3 Inbreng Klankbordgroep Ten aanzien van de uitvoeringsfase heeft de klankbordgroep de volgende adviezen meegegeven: • • • • • • • • • •

• • • • • •

•

• • •

Eerst isoleren. Van het gas af kan later. In de overgangsperiode ook gebruik maken van hybride systemen. Liever geen grote collectieve warmtenetten vanwege de verwachte hogere kosten voor de eindgebruiker en de mogelijke te grote afhankelijkheid van één partij. Zorg dat huiseigenaren zoveel mogelijk natuurlijke momenten zoals verbouwingen en vervanging van cv-ketels aanpakken om te verduurzamen. Dwing mensen niet om van het gas af te gaan en zorg voor veel keuzevrijheid. Samen werken om te verduurzamen en elkaar versterken met kennis en ervaringen om te beginnen, starten met aanleg van zonnepanelen, warmtepompen. Denk aan energieopslag. Niet alleen in accu’s of batterijen maar ook ecovaten of basaltblokken. Stem energiegebruik en energieopwek op elkaar af. Zet in op quickwins, bv verlagen CV-temperatuur naar bv 45 graden i.p.v. 60 graden, doe aan zonneverwarming (alleen warm in de ruimten waar je bent). Dit levert al snel een besparing op. Laat inwoners kiezen uit robuuste en beproefde technieken, niet net als in de Beljaart. We hoeven niet voorop te lopen maar kunnen ook volgend zijn. Maar we moeten wel beginnen. Je kunt leren van elkaar. Meer energieadviseurs opleiden. Een vaste energieadviseur waar mensen al hun vragen aan kunnen stellen.

Maatwerk voor elke woning en persoonlijk comfort kan dit opleveren, geef informatie aan inwoners hoe zij kunnen verduurzamen (bv meer energiecoaches opleiden vanuit de energiecoöperatie). Benadruk dat de woning in waarde stijgt wanneer deze is verduurzaamd. Zorg voor goede financieringsmogelijkheden voor isolatieaanpak en verduurzaming. Organiseer een “warmtepomposium”. Zodoende kan de interesse en kennis voor en over warmtepompen geprikkeld worden. Maak gebruik van de goede naam en kennis van energiecoöperatie Energie Dongen. Kijk naar Deense modellen van energie en warmte opwek waar de gemeenschap (deel)eigenaar is van de voorziening. Energiecooperatie BRES van de Gemeente Breda werkt samen met een bank om inwoners meer inzicht te geven in energierekening. Er is een fonds gemaakt waarbij minder financieel draagkrachtige inwoners worden ondersteund. Dat is ook iets voor Dongen. Schakel makelaars in om bij aan- of verkoop van woonhuis advies te geven over energielabel. Laat eventueel een energierekening zien zodat inwoners overtuigd raken om een huis te verduurzamen. Dit is dan een natuurlijk moment. Laat de woningbouwcorporatie Casade hun ervaringen delen. Gebruik sociale netwerken, voetbalverenigingen, etc. Energiecoöperatie plus gemeenten kunnen hier starten met informatie en participatie.

Organiseer een marktdag waar producenten en installateur hun producten kunnen laten zien.

Adviezen met betrekking tot de rol van de gemeente: • • • • • • • • • • • •

De gemeente kan vertellen wat de mogelijkheden zijn, ondersteunen bij subsidie aanvragen. Adviserende rol van de gemeente bij isolatie kan helpen, zeker als dit zo belangrijk is bij de strategie naar aardgasvrij gaan. Reclame maken in informatiekrant. De gemeente kan leningen verschaffen. Vanuit gemeente warmte scans organiseren. Maak concreet wat er moet veranderen. Bij wijkgerichte aanpak aan inwoners vertellen wat de mogelijkheden zijn, gemeenteambtenaren de wijk in laten trekken zodat zij zichtbaar zijn. Aangeven wat het betekent om een energielabel te hebben maar ook aangeven wat je kunt doen om een beter energielabel te verkrijgen. Zorg voor meer zichtbaarheid van energiecoaches, deze zijn niet bekend bij iedereen. Laat meer energiecoaches opleiden Let op energiearmoede en wijken die sociaal wat meer aandacht verdienen. Verduurzaam het gemeentehuis als voorbeeld voor andere huizen en gebouwen. Gemeente kan eigen gebouwen gebruiken om proeftuin op te zetten met innovatieve technieken om te kijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10791116/1