CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-014376 Bijlage 1- Transitievisie warmte gemeente Dongen 2021- versie 1.0 definitief concept

Besluitvormende raadsvergadering 16 december 2021, gemeente DongenBij agendapunt: 2021-014376 Raadsvoorstel Transitievisie warmte21.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Transitievisie Warmte 2021 Versie 1.0 Gemeente Dongen

Transitievisie Warmte 2021 Versie 1.0 Gemeente Dongen

projectnummer 465728.100 definitief concept revisie 1.0 7 oktober 2021

Auteurs Antea Group Oosterhout G.W. Schuur

Opdrachtgever

Gemeente Dongen Hoge Ham 62 5104 JJ DONGEN

datum vrijgave 07-10-2021

beschrijving revisie 1.0

gecontroleerd G.W. Schuur

vrijgave D. Martens

Inhoudsopgave

Blz.

Samenvatting

1

1

Inleiding

4

2

Wat is de opgave voor Dongen?

6

2.1 2.2 2.3

Karakteristieken van de woningen en gebouwen Huidig gasverbruik en warmtevraag De opgave

6 8 8

3

Hoe kunnen we de opgave aanpakken?

10

3.1 3.2

Woningen en gebouwen isoleren (aardgasvrij gereed) Passend warmtealternatief zoeken

10 10

4

Waar en wanneer kunnen we starten?

13

4.1 4.2 4.3 4.4

Afwegen op basis van criteria Technisch-economische criteria Socio-economische criteria Natuurlijke momenten

13 13 14 15

5

Wat vinden de inwoners en betrokken partijen ervan?

18

5.1 5.2

Inwoners Betrokken partijen

18 19

6

Welke strategie volgen we in Dongen?

22

6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.3

Ambitie en uitgangspunten voor de warmtetransitie in Dongen Nadere uitwerking strategie Spoor A: gemeentebrede aanpak Spoor B: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten Spoor C: pilot aardgasvrij Spoor D: onderzoek naar kansen warmtenet Rol gemeente en andere partijen

22 23 23 24 25 25 26

7

Hoe pakken we de uitvoering aan?

28

7.1 7.2 7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.2.4 7.3 7.4 7.5 7.6

Planning warmtetransitie Planning warmtetransitie voor de periode tot 2030 Spoor A: gemeentebrede aanpak Spoor B: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten Spoor C: pilot aardgasvrij Spoor D: onderzoek kansen warmtenet Planning warmtetransitie voor de periode 2030-2050 Uitvoeringsplannen Wat kunnen woningeigenaren nu al doen? Communicatie en participatie

28 28 28 29 30 30 30 30 32 32

7.7 7.8

Financiering en betaalbaarheid Monitoring

32 33

8

Uitvoeringskosten

34

Bijlage 1 Technisch en financiële analyse Bijlage 2 Handelingsperspectief voor woningeigenaren Bijlage 3 Inbreng Klankbordgroep

Samenvatting Nederland moet een bijdrage leveren aan het tegengaan van de opwarming van de aarde door de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. In het Klimaatakkoord heeft de Rijksoverheid met allerlei partijen hierover afspraken gemaakt. Ook het afbouwen van de gaswinning in Groningen speelt hierbij een rol. Onderdeel van het Klimaatakkoord is de afspraak om alle woningen en gebouwen voor 2050 aardgasloos te maken. Deze omschakeling noemen we de warmtetransitie. De gemeente is in het Klimaatakkoord aangewezen als regisseur van de warmtetransitie. Afgesproken is dat alle Nederlandse gemeenten in 2021 een Transitievisie Warmte opstellen en vaststellen. De gemeente is voor het succes van de warmtetransitie afhankelijk van inwoners, de woningcorporatie, de bedrijven, nutsbedrijven en maatschappelijke organisaties. Bij de totstandkoming van deze Transitievisie Warmte zijn inwoners, woningcorporatie Casade en netbeheerder Enexis intensief betrokken. De Transitievisie Warmte wordt conform de afspraken uit het Klimaatakkoord minimaal iedere vijf jaar herzien zodat nieuwe inzichten weer in de aanpak kunnen worden verwerkt. Na vaststelling van de Transitievisie Warmte gaat de gemeente, samen met inwoners en betrokken partijen, werken aan het opstellen van (buurt)uitvoeringsplannen en de uitvoering daarvan.

De opgave en ambitie van Dongen Deze Transitievisie Warmte richt zich op de periode tot 2030. In het Klimaatakkoord geldt deze periode als een aanloopperiode waarin circa 20 procent van de woningen aardgasvrij of gereed voor aardgasvrij wordt gemaakt. Om woningen aardgasvrij te kunnen maken, moeten deze goed zijn geïsoleerd (minimaal label B). In Dongen is de isolatie van ongeveer 65 procent van de woningen nog onvoldoende. Dit betreft vooral oudere woningen, gebouwd voor 1992. We kiezen er daarom voor om ons eerst te richten op het besparen op het gebruik van aardgas door middel van het isoleren van de woningen. In de periode tot 2030 hebben we de ambitie om 1.400 bestaande woningen (20 procent van de totale isolatieopgave) te isoleren tot een niveau waarop ze op een later moment aardgasvrij kunnen worden gemaakt (aardgasvrij gereed). Ongeveer een derde hiervan komt voor rekening van de woningcorporatie en de rest betreft woningen van particuliere eigenaren. Naast een bijdrage aan de klimaatdoelstelling zorgt het isoleren van woningen voor een lagere energierekening en een hoger wooncomfort voor de bewoners. Om de woningen aardgasvrij gereed te maken, moeten de woningen ook geschikt worden gemaakt voor elektrisch koken. Het daadwerkelijk aardgasvrij maken van de woningen mag vanuit het Klimaatakkoord ook na 2030 gebeuren.

In Dongen zijn verschillende warmtebronnen beschikbaar die als vervanger van aardgas kunnen dienen. Veel warmtetechnieken zijn echter nog sterk in ontwikkeling, de kosten zijn nog erg hoog en de financiering is complex. In Dongen kiezen we er daarom voor om voorlopig nog niet op grootschalige wijze woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. We gaan ervan uit dat er tot 2030 geen grootschalige warmtenetten in Dongen worden aangelegd, tenzij marktpartijen hier initiatief voor nemen, en dat duurzame gassen als groene waterstof en biogas niet kunnen worden ingezet. Dat wil niet zeggen dat we niks gaan doen. We verzamelen kennis over technieken, organisatie en financiering van aardgasvrije warmteoplossingen. Daarnaast willen we natuurlijke momenten zoveel mogelijk aangrijpen om woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. Verder willen we een pilot opzetten waarin een buurt of een deel daarvan aardgasvrij wordt gemaakt. Met deze pilot willen we niet alleen over techniek en

Blad 1 van 38

financiering leren maar ook hoe we inwoners kunnen laten participeren. We willen hierbij ook ervaringen uit andere gemeenten toepassen. In deze Transitievisie Warmte maken we nog geen definitieve keuze voor buurten waar we in de periode tot 2030 aan de slag gaan met het verduurzamen van de woningen. We vinden het belangrijk dat het initiatief vanuit de samenleving komt en dat er draagvlak in een buurt is voordat we met de uitvoering starten. De woningcorporatie Casade is daarbij een belangrijke partner. Strategie en uitvoering De ambitie en uitgangspunten zijn vertaald in vier strategische sporen (A, B, C en D). • Spoor A: gemeentebrede aanpak • Spoor B: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten • Spoor C: pilot aardgasvrij • Spoor D: onderzoek naar kansen warmtenet Deze vier sporen gaan in 2022 parallel aan elkaar van start. In onderstaande figuur is de planning en samenhang tussen de sporen gevisualiseerd. 2022

Spoor A Buurt 1

Spoor B

2023 Uitvoe -ringsplan Selec -tie buur t

2024

2025

2026

2027

Uitvoeringsplan

2030

Uitvoering Uitvoe -ringsplan

Buurt 2

Selectie locati e

2029

Uitvoering

Uitvoering Uitvo eringsplan

Buurt 3

Spoor C

2028

Uitvoe -ringsplan

Uitvoering

Uitvoering pilot

Spoor D

Uitvoering onderzoek

Spoor A- gemeentebrede aanpak Woningeigenaren ondervinden vaak veel technische en financiële hobbels bij het isoleren of aardgasvrij maken van hun woning en laten het dan liggen. We willen het natuurlijk tempo van woningverbetering versnellen door de particuliere woningeigenaren handelingsperspectief te geven. Dit handelingsperspectief laat de bewoners zien hoe ze stap voor stap hun woning kunnen isoleren en eventueel aardgasvrij kunnen maken, welke partijen ze daarbij kunnen inschakelen, hoeveel het kost en hoeveel het oplevert en welke financieringsmogelijkheden er zijn. Eigen initiatieven vanuit collectieven van inwoners vinden we heel erg belangrijk en waardevol. Ervaringen elders in Nederland, zoals in het Programma Aardgasvrije Wijken1, laten zien dat de meest succesvolle projecten zijn voortgekomen uit het eigen initiatief van inwoners. Als een groep inwoners met een eigen initiatief komt om de woningen in hun buurt of straat te isoleren of aardgasvrij te maken, willen we dit waar mogelijk faciliteren.

1

In het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) doen 50 gemeenten mee met de proeftuinen voor aardgasvrije wijken. Zij krijgen een bijdrage van de Rijksoverheid. Het doel van het PAW is om te leren op welke wijze de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald.

Blad 2 van 38

In 2022 starten we met het opstellen van een gemeentebreed uitvoeringsplan, samen met de woningcorporatie, de energiecoöperatie en het energieloket. Onderdeel van het uitvoeringsplan is een intensieve communicatie- en participatiestrategie en de aansluiting bij natuurlijke momenten zoals de vervanging van de cv-ketel. Het is belangrijk om hier ook de lokale particuliere bedrijvensector (banken, makelaars, installateurs en aannemers) bij te betrekken. Zij kunnen als intermediair worden ingezet om natuurlijke momenten en koppelkansen te benutten. Spoor B - intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten Bovenop de aanpak voor spoor A selecteren we maximaal drie buurten waar snel en op een systematische manier grotere aantallen woningen kunnen worden geïsoleerd. Hier organiseren we een intensief en persoonlijk participatietraject voor inwoners. Doel is om iedere woningeigenaar een gedetailleerd beeld te geven van de benodigde isolatie- (en ventilatie)maatregelen, kosten, opbrengsten en financiering. In de eerste helft van 2022 onderzoeken we in welke van de buurten het meeste draagvlak onder bewoners, de woningcorporatie en andere betrokken partijen aanwezig is om met spoor B te starten. Voor de selectie van deze buurten zijn niet alleen technische argumenten doorslaggevend.

Als in technisch minder kansrijke buurten meer draagvlak wordt verwacht omdat daar aan andere ruimtelijke of sociale opgaves wordt gewerkt, kunnen ook deze in aanmerking komen voor spoor B. Resultaat van het onderzoek kan ook zijn dat het beter is om met slechts een deel van de buurt aan de slag te gaan. Aan de hand van het onderzoek kiezen we een eerste buurt en stellen hiervoor samen met inwoners, de woningcorporatie, de energiecoöperatie en andere betrokken partijen een buurtuitvoeringsplan op. Afhankelijk van de voortgang en het succes doen we vervolgens hetzelfde met de andere twee buurten. Spoor C – pilot aardgasvrij Om toch in de periode tot 2030 een start met het aardgasvrij maken van woningen te maken, willen we de mogelijkheden voor een pilot onderzoeken waarin een buurt of een deel daarvan aardgasvrij wordt gemaakt. Met deze pilot willen we niet alleen over techniek en financiering leren maar ook hoe we inwoners kunnen laten participeren. We willen hierbij ook ervaringen uit andere gemeenten toepassen. In 2022 gaan we op zoek naar een buurt of een locatie met veel draagvlak en enthousiasme onder de bewoners en betrokken partijen. We onderzoeken of het uitvoeren van een pilot kansrijk is. Bij een positief antwoord werken we in gezamenlijkheid een uitvoeringsplan uit met als doel om voor 2030 de pilot te hebben afgerond.

Een cruciaal onderdeel van de pilot is het opdoen en delen van leerervaringen. Dit moet andere bewoners en gebouweneigenaren inspireren om zelf ook aan de slag te gaan. Spoor D – onderzoek naar kansen warmtenet Voor de kern Dongen zien we de aanleg van een warmtenet als een serieuze optie maar niet voor 2030. Stowa, TNO, Ardagh en Casade zien hier kansen. Daarbij speelt ook dat het vanwege de woningtypologie mogelijk lastig wordt om de woningen aardgasvrij te maken met andere warmteoplossingen. We willen de kansen voor een warmtenet verder verkennen. Dit doen we samen met de hiervoor genoemde partijen. We volgen de ontwikkelingen rondom onder meer aqua-, rio- en geothermie en we verzamelen de ervaringen die elders in Nederland, zoals in de proeftuinen aardgasvrije wijken, worden opgedaan. Uitvoeringskosten De uitvoering van de sporen A, B, C en D gaat niet zonder de inzet van capaciteit van verschillende disciplines binnen de gemeente, de woningcorporatie, de netbeheerder en

Blad 3 van 38

andere betrokken organisaties. Voor de gemeente is een globale inschatting gemaakt van de benodigde inzet van mensen en middelen.

Blad 4 van 38

1

Inleiding De aarde warmt op en de gevolgen daarvan zien we om ons heen. Om de aarde op een goede manier door te geven aan volgende generaties willen we de opwarming van de aarde tegengaan. Dit kan door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Denk hierbij aan de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van aardgas. Om de uitstoot van CO 2 te beperken zijn nationale en internationale afspraken gemaakt. In het Klimaatakkoord heeft de Rijksoverheid met allerlei partijen afspraken gemaakt over hoe Nederland deze doelen gaat behalen. Ook het afbouwen van de gaswinning in Groningen speelt hierbij een rol. Onderdeel van het Klimaatakkoord is de afspraak om alle woningen en gebouwen binnen dertig jaar aardgasloos te maken. Deze omschakeling noemen we de warmtetransitie. Gedurende de warmtetransitie zullen gebouwen steeds energiezuiniger worden en steeds minder aardgas verbruiken. Duurzame technieken om gebouwen te verwarmen kunnen hierbij helpen. Denk aan elektrisch verwarmen, bijvoorbeeld met warmtepompen of infraroodpanelen. Of via een collectieve warmtevoorziening zoals warmtenetten, met aqua- of geothermie of met duurzame brandstoffen zoals groen gas en waterstofgas. Wat is de Transitievisie Warmte? In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle Nederlandse gemeenten in 2021 een Transitievisie Warmte opstellen en vaststellen.

De Transitievisie Warmte richt zich op het verduurzamen van woningen en gebouwen. In de Transitievisie Warmte beschrijft de gemeente mogelijkheden voor energiebesparing. Daarnaast wordt beschreven welke warmtebronnen ingezet worden en welke warmte-infrastructuur nodig is met als doel om in 2050 aardgasvrij te zijn. Het tussendoel dat is afgesproken in het Klimaatakkoord, is om in 2030 20 procent van de woningvoorraad, dus één op de vijf woningen, aardgasvrij(gereed) te hebben. Randvoorwaarde is dat de maatregelen uitvoerbaar en betaalbaar zijn. Wat is de Transitievisie Warmte niet? De Transitievisie Warmte richt zich op woningen en gebouwen. Het aardgasloos maken van de productieprocessen in bedrijven is geen onderdeel van de Transitievisie Warmte. Geldigheidsduur Transitievisie Warmte en vervolg Inzichten rondom onder andere technieken, wet- en regelgeving en financieringsmogelijkheden veranderen snel. Het is daarom niet verstandig om in één keer de route tot 2050 uit te stippelen. De Transitievisie Warmte wordt conform de afspraken uit het Klimaatakkoord minimaal iedere vijf jaar herzien zodat nieuwe inzichten weer in de aanpak kunnen worden verwerkt. Na vaststelling van de Transitievisie Warmte gaat de gemeente zich richten op het opstellen van Wijk- of buurtuitvoeringsplannen. Hierbij betrekken we inwoners, overige gebouweigenaren en andere belanghebbenden.

Pas dan worden de keuzes over de manier waarop de wijk of buurt stap voor stap aardgasvrij wordt gemaakt definitief. Wie zijn betrokken bij het opstellen van deze visie? De gemeente is in het Klimaatakkoord aangewezen als regisseur van de warmtetransitie. Regie vraagt om stevig partnerschap. We zijn voor het succes van de warmtetransitie afhankelijk van de inwoners, de woningcorporatie, de bedrijven, nutsbedrijven en maatschappelijke organisaties. We zullen dus intensief met alle betrokkenen samenwerken. We zoeken in de samenwerking de verbinding met wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden, bijvoorbeeld gezondheid, comfort in de woning, werkgelegenheid, woonlasten, betrokkenheid en eigenaarschap. Alle betrokkenen

Blad 5 van 38

hebben een verantwoordelijkheid om stappen te zetten, waarbij de gemeente kan faciliteren, coördineren en soms kan mee investeren. Bij het opstellen van deze Transitievisie Warmte hebben we de volgende partijen actief betrokken: • Klankbordgroep van inwoners • Enexis Netbeheer • Drinkwaterbedrijf Brabant Water • Woningcorporatie Casade • Energiecooperatie Energie Dongen Samen Duurzaam • Ardagh • Stowa • TNO • Verzorgingscentrum Volckaert • Diverse afdelingen van de gemeente Dongen Leeswijzer Deze Transitievisie Warmte is opgebouwd uit de volgende onderdelen: • Hoofdstuk 2: Wat is de opgave voor Dongen? • Hoofdstuk 3: Hoe kunnen we de opgave aanpakken? • Hoofdstuk 4: Waar en wanneer kunnen we starten? • Hoofdstuk 5: Wat vinden onze inwoners, ondernemers en partners ervan? • Hoofdstuk 6: Welke strategie volgen we in Dongen? • Hoofdstuk 7: Hoe pakken we de uitvoering aan?

Blad 6 van 38

2

Wat is de opgave voor Dongen?

2.1

Karakteristieken van de woningen en gebouwen Begin 2020 stonden er in Dongen 11.378 woningen. De verdeling over de bouwperiodes en de woningtypes zijn in de onderstaande figuren en kaart weergegeven.

Figuur 2-1: Ouderdom en typologie woningen (bron: Wijkpaspoort VNG, peildatum 2020)

Ca. 70% van de woningen dateert van voor 1992, ca. 50% van voor 1974 en ca. 11% van voor 1945. De na 1992 gebouwde woningen concentreren zich in de Beljaart, de Hoge Akker en een deel van ’s Gravenmoer.

Figuur 2-1: Pandenkaart met bouwjaar

Aan alle woningen is een energielabel toegekend. Dit geeft aan hoe energiezuinig een woning is. De verdeling van de energielabels in Dongen is samengevat in onderstaande figuur. Energielabels De Rijksoverheid heeft aan alle woningen op basis van een beperkte dataset een voorlopig energielabel toegekend. Dit geeft een indicatie van hoe energiezuinig een woning is. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele maatregelen die de woningeigenaar getroffen heeft om het energieverbruik te verkleinen, zoals extra isolatie.

Blad 7 van 38

Woningeigenaren kunnen zelf een definitief energielabel aanvragen. Daarbij is de werkelijke toestand van de woning wel betrokken. De verdeling van de energielabels in Dongen is samengevat in onderstaande figuur.

Figuur 2-2: Energielabels (bron: Wijkpaspoort VNG, peildatum 2020)

Op basis van de voorlopige energielabels beschikt 35% van de woningen over een energielabel B of beter en 65% over een label C of beter. Van alle woningen heeft ca. 40% een definitief energielabel. Van deze woningen beschikt 35% over een energielabel B of beter en iets meer dan 65% over een energielabel C of beter. De verdeling tussen de voorlopige en definitieve energielabels is dus vergelijkbaar. Vanaf 1 januari 2021 is het stelsel van energielabels uitgebreid met een verdere onderverdeling van energielabel A en ook is de wijze van beoordelen aangepast. Woningen met een definitief energielabel van voor 2021 kunnen in sommige gevallen na een herbeoordeling volgens de nieuwe regels in een andere klasse terechtkomen. De slechtst geïsoleerde woningen (energielabel E, F en G liggen met name in de historische kern van Dongen en de lintbebouwing. De onderstaande kaartjes van Dongen en ’s Gravenmoer en Dongen-Vaart geven hiervan een mooi voorbeeld.

Figuur 2-3: Verdeling voorlopige energielabels in Dongen en ’s Gravenmoer/Vaart (bron: Datavoorziening VNG Realisatie, peildatum 2020)

Woningcorporatie Casade In totaal bezit Casade in Dongen 2.310 sociale huurwoningen. De meeste panden hebben energielabel B, A, A+ en A++. Circa 40% van de panden beschikt nog over een label C, D, E, F of G. In de prestatieafspraken met de woningcorporatie is afgesproken dat de corporatiewoningen in 2030 gemiddeld aan de eisen voor energielabel A (energieindex 0,9) voldoen. Overige gebouwen

Blad 8 van 38

Naast de woningen bevinden zich 1.340 gebouwen in Dongen (peiljaar 2020). Het gebruik van deze gebouwen is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 2-4: overige gebouwen

Onder de functie ‘Industrie’ vallen onder meer bedrijfsgebouwen en agrarische gebouwen (incl. kassen). Naast de woningen moeten ook deze gebouwen uiteindelijk aardgasvrij worden gemaakt. In het Klimaatakkoord wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen het aardgasvrij maken van de verwarming van de gebouwen en de industriële processen. De Transitievisie Warmte richt zich alleen op het aardgasvrij maken van de verduurzamen van de verwarming van de gebouwen en niet op de industriële processen. De verwarming van kassen valt ook onder industriële processen. Het aardgasvrij maken van de industriële processen verloopt in het Klimaatakkoord via een ander spoor.

2.2

Huidig gasverbruik en warmtevraag Het totale warmteverbruik (gas) van de woningen van Dongen bedraagt 491 Terrajoule (TJ), ofwel 15,5 miljoen m3 gas per jaar. Het gemiddelde gasverbruik per woning bedraagt 1.320 m3 per jaar (bron: Klimaatmonitor, peiljaar 2019). Het totale energieverbruik van de gebouwen die gebruikt worden voor commerciële en publieke dienstverlening (dus exclusief de industrie en landbouw) bedraagt 238 TJ per jaar (bron: Klimaatmonitor, peiljaar 2019). Naar schatting 80% hiervan betreft energie voor verwarming, ofwel ca. 190 TJ per jaar.

2.3

De opgave Landelijke doelstellingen Klimaatakkoord In 2050 moeten alle woningen en gebouwen in Dongen en alle andere gemeenten in Nederland voldoende geïsoleerd én van het aardgas af zijn. Dat is de afspraak die alle gemeenten in het Klimaatakkoord hebben gemaakt. De periode tot 2030 geldt als een aanloopperiode waarin circa 20 procent van de totale opgave wordt aangepakt. Dat betekent dat er in de daaropvolgende twintig jaar nog een opgave van 80 procent ligt. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de aanpak zich in de periode tot en met 2030 in ieder geval richt op het isoleren en daarmee het verlagen van het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen. Het daadwerkelijk aardgasvrij maken mag eventueel naar de daaropvolgende jaren worden geschoven. Ook de grootschalige verduurzaming van de gebouwen mag naar de periode na 2030 worden geschoven. Dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt. Voor verschillende gebouwtypes zijn sectorale milieuvoorschriften en het Bouwbesluit van toepassing. Kantoorgebouwen moeten bijvoorbeeld in 2023 aan energielabel C voldoen.

Blad 9 van 38

De isolatieopgave voor Dongen Het isoleren tot energielabel B wordt landelijk als een haalbare en betaalbare ondergrens gezien voor de meeste bestaande woningen en gebouwen. Daarbij plaatsen we de kanttekening dat in sommige gevallen woningen een energielabel B hebben en toch onvoldoende geïsoleerd zijn. Voor de meeste woningen is deze algemene maatstaf echter wel bruikbaar. In de praktijk zullen er soms factoren zijn die dat onmogelijk maken, zoals een monumentenstatus, beschermd stadsgezicht of simpelweg de ouderdom van de woning. In die gevallen wordt energielabel D als ondergrens gehanteerd. Voor woningen waar zelfs niveau D moeilijk haalbaar is, moet in de uitvoeringsplannen extra aandacht zijn. In Dongen heeft ca. 35 procent van de woningen, dus ca. 4.000 woningen, al een energielabel A of B (o.b.v. voorlopig label) 2. Dat betekent dat nog in ruim 7.000 woningen extra isolerende maatregelen nodig zijn. In de periode tot 2030 moet Dongen, volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord, 20 procent hiervan (dus 1.400 woningen) aardgasvrijgereed maken. Een derde deel hiervan komt voor rekening van de woningcorporaties en voor de overige woningen staan particuliere woningeigenaren en Verenigingen van Eigenaren(VvE’s) aan de lat.

Standaard en streefwaarden voor woningisolatie Als onderdeel van het Klimaatakkoord hebben overheidspartijen, de bouwsector en belangenorganisaties gezamenlijk de zogenaamde standaard voor woningisolatie opgesteld. Het rapport “Standaard en streefwaardes bestaande woningbouw” heeft de minister van BZK op 18 maart 2021 aan de Kamer gepresenteerd 3. De standaard voor woningisolatie is bedoeld om te zorgen dat huiseigenaren (verhuurders en kopers) weten hoe ze hun woningen kunnen isoleren. De Standaard voor woningisolatie geeft aan wanneer een woning goed geïsoleerd is en hoeveel warmte dan nog nodig is om de woning te verwarmen. Daarbij is een niveau gekozen dat als toekomstvast (en daarmee “spijtvrij”) kan worden beschouwd, in die zin dat de betreffende woning later, bij aansluiting op duurzame bronnen met een lagere temperatuurwarmte, niet nogmaals geïsoleerd hoeft te worden en ingrijpende aanpassing van de warmteafgiftesystemen zoveel mogelijk wordt voorkomen. De Standaard is er voor naoorlogse woningen op gericht om de woningen met warmte van lage temperatuur (minder dan 50 graden Celsius) te verwarmen. Voor vooroorlogse woningen zijn de eisen minder streng en is de isolatie gericht op verwarming met midden temperatuur warmte (ongeveer 70 graden Celsius).

Soms wordt een woning niet in één keer aangepakt, maar worden bijvoorbeeld alleen de ramen en kozijnen vervangen, of wordt alleen de vloer geïsoleerd. Daarom zijn ook zogenaamde ‘streefwaarden’ afgesproken. De streefwaarde is de isolatie die je nodig hebt voor elk apart onderdeel van het huis: dak, vloer, gevels, ramen en deuren. Als elk deel apart is geïsoleerd, geeft dat samen ook voldoende isolatie om de woning aan te sluiten op een andere warmtebron. De opgave aardgasvrij maken voor Dongen 2 We gebruiken de voorlopige energielabels voor het bepalen van de opgave omdat de

definitieve labels soms een vertekend beeld geven. Zo kunnen woningen die op basis van de isolatietoestand een label C of D zouden krijgen met zonnepanelen op het dak op een definitief label B uitkomen. 3 Rapport_standaard_en_streefwaardes_bestaande_woningbouw_.pdf [2] Aanbiedingsbrief Isolatiestandaard_en_Streefwaardes_voor_woningen_gearceerd.pdf

Blad 10 van 38

Sinds 1 juli 2018 mogen nieuwbouwhuizen niet meer aangesloten worden op het aardgasnet. Vrijwel alle huizen in Dongen van voor die datum hebben een aardgasaansluiting. Een zeer klein deel is reeds van het aardgas af. Dit betreft met name woningen in de Beljaart (66 woningen). Volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord betekent dit dus dat vrijwel de hele woning- en gebouwenvoorraad in de gemeente nog aangepakt moet worden. Het streven vanuit het Klimaatakkoord is om in de gemeente Dongen in de periode tot 2030 ten minste 2.300 bestaande woningen (dus exclusief nieuwbouw) aardgasvrij te hebben. Eventueel mag dit naar de daaropvolgende jaren worden geschoven.

Blad 11 van 38

3

Hoe kunnen we de opgave aanpakken?

3.1

Woningen en gebouwen isoleren (aardgasvrij gereed) Het isoleren van woningen en gebouwen is de eerste en meest cruciale stap in de warmtetransitie. Isolatie van de vloer, het dak en de gevel (spouwmuur), HR++ glas en het dichten van kieren leveren energiebesparing op. Dit is niet alleen goed voor de portemonnee (lagere energielasten) maar draagt ook bij aan verlaging van de uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast zorgt het voor een verbetering van het wooncomfort. Ook is voor veel woningen en gebouwen isoleren een voorwaarde om later de overstap naar een aardgasvrije warmteoplossing te kunnen maken. Voor een warmtepomp als alternatieve warmteoplossing (all-electric) moet het pand goed geïsoleerd zijn. Extra isolatie kan ook nodig zijn om oude en slecht geïsoleerde woningen op een warmtenet aan te sluiten. Aardgasvrij gereed maken Naast isolatie is soms ook aanpassing van de radiatoren nodig om op een aardgasvrije oplossing over te stappen. Tot slot betekent betere isolatie (o.a. kierdichting) dat inwoners voor een gezond binnenklimaat aandacht moeten besteden aan de manier waarop de woning geventileerd wordt. Aanvullend op de isolatiemaatregelen gaat iedereen uiteindelijk elektrisch koken om aardgasvrij te worden. Ook daar moeten de woningen op worden voorbereid.

3.2

Passend warmtealternatief zoeken Om panden aardgasvrij te maken moet er een alternatieve warmtebron zijn die het aardgas kan vervangen. De warmte die normaal uit aardgas wordt gehaald, kan uit allerlei alternatieve bronnen worden gewonnen, bijvoorbeeld uit de lucht, de bodem, oppervlaktewater, biomassa en restwarmte uit de industrie. Daarnaast zou ook groen gas (biogas) en in een verdere toekomst mogelijk ook waterstofgas ingezet kunnen worden. De meest geschikte warmteoplossing is afhankelijk van de eigenschappen van het gebouw en het gebied, zoals de mate van isolatie (op basis van bouwjaar), het gebouwtype, de bebouwingsdichtheid in het gebied, het eigendom (zijn er veel woningen van een woningcorporatie of andere grote verhuurder), de schaal en de beschikbaarheid van bronnen. Er is (minimaal) één van de volgende drie energie-infrastructuren in de wijk nodig: een elektriciteitsnet, een warmtenet of een gasnet. Voor Dongen hebben we dat vertaald in vier mogelijke warmteoplossingen: Elektriciteitsnet: all-electric ‘All-electric’ betekent dat er een warmte-opwekinstallatie in de woning of het gebouw aanwezig is die alleen elektriciteit gebruikt. Bijvoorbeeld een warmtepomp of infraroodpanelen. Een warmtepomp verhoogt de temperatuur van de warmte uit de omgeving (bodem, lucht of zonnecollector) om de woning comfortabel te verwarmen.

Een infraroodpaneel zendt warmte uit in de vorm van warmtestraling. Om de CO 2-emissie te verminderen, is het van belang dat de gebruikte elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, dus met zonnepanelen of windmolens. In de meeste buurten moeten de elektriciteitsnetten verzwaard worden om een all-electric oplossing mogelijk te maken. Dat is ook nodig wanneer we meer elektrische auto’s gaan gebruiken en opladen. De afstemming met de Enexis Netbeheer is dus cruciaal. De doorlooptijden en impact van werkzaamheden zullen waarschijnlijk omvangrijk zijn.

Blad 12 van 38

Warmtenet Een warmtenet zorgt ervoor dat centraal geproduceerd warm water via een netwerk van ondergrondse leidingen naar de woningen stroomt. Verschillende bronnen kunnen de warmte duurzaam leveren, zoals oppervlaktewater (aquathermie, uit bijvoorbeeld het Wilhelminakanaal), afvalwater bij gemalen of rioolwaterzuiveringen (riothermie), restwarmte van bedrijven (met name Ardagh), de bodem (geothermie of WKO), of de zon (zonthermie, op daken of in veldopstelling). Een warmtenet is vooral geschikt bij hogere dichtheid van gebouwen, bijvoorbeeld bij appartementen en dichtbij elkaar staande woningen. Randvoorwaarde is dat de duurzame warmtebron op korte afstand van de woningen of gebouwen ligt. Voor een economisch rendabel warmtenet is het van belang dat er voldoende woningen op worden aangesloten, In de regel zijn dat er minimaal 300 hoewel er steeds vaker ook kleinere warmtenetten met bijvoorbeeld 50 woningen worden gerealiseerd. Voor Dongen zijn de meest kansrijke locaties voor een warmtenet de kern van Dongen en ’s Gravenmoer. De meest kansrijke bronnen voor de voeding van het warmtenet zijn aquathermie uit het Wilhelminakanaal en restwarmte van Ardagh. Daarnaast moet ook de ontwikkeling van een regionaal warmtenet (uitbreiding Amernet) in het oog worden gehouden. De aanleg van een warmtenet is een grote ingreep in vooral het openbare gebied.

Een warmtenet vraagt om relatief veel ruimte in het straatprofiel en de straat moet open. Om de overlast voor de omgeving en kosten te beperken, kan de aanleg van een warmtenet worden gecombineerd met het vervangen van de riolering of de revitalisatie van het openbare gebied. Bij de ontwikkeling van een warmtenet moet dus goed naar de planning van de werkzaamheden in de openbare ruimte worden gekeken. Behalve dat er een warmtenet moet komen, zal ook het elektriciteitsnet verzwaard moeten worden. De woningen stappen over op elektrisch koken en meestal zijn collectieve of individuele elektrische warmtepompen nodig om de temperatuur van de warmte op het juiste niveau te krijgen. Het is daarom belangrijk om Enexis Netbeheer te betrekken bij de planvorming. Bij een collectieve warmtepomp zal op de locatie van die warmtepomp een voldoende grote elektriciteitsaansluiting aanwezig moeten zijn. Duurzaam gas Er zijn wijken waar zowel een warmtenet als een all-electric oplossing met de huidige stand van de techniek niet mogelijk of veel te kostbaar zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor wijken met veel historische woningen en gebouwen (van vóór 1945) of buitengebieden. Soms is de beste oplossing om woningen te verwarmen met duurzaam gas. In de overgangsperiode zal dit nog aardgas zijn maar daarna kan mogelijk groen gas of waterstofgas worden ingezet.

Daar past echter de volgende kanttekening bij. Voor de periode tot 2030 is de inzet van deze duurzame gassen helaas nog geen realistische optie voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De prijs en beschikbaarheid van waterstof- en groengas zijn zeer onzeker, waardoor waterstof en groen gas ook na 2030 voor de gebouwde omgeving naar verwachting alleen een logische optie zijn als er geen andere reële warmtealternatieven voorhanden zijn. Waterstof zal in eerste instantie ingezet worden voor de zware industrie en zwaar vervoer, omdat hiervoor geen goede alternatieven voorhanden zijn.

Blad 13 van 38

Voor groen gas geldt dat het nu lastig is om al toekomstbestendig groen gas te koppelen aan bepaalde wijken. In lijn met de Routekaart Groen Gas 4 ligt het daarom voor de hand om de warmtetransitie niet te beginnen met het inzetten van groen gas. Voor de periode na 2030 moet de beperkte hoeveelheid gereserveerd worden voor plaatsen waar een alternatief lastig of kostbaar is. Hybride oplossingen: (duurzaam) gas met warmtepomp Voor gebouwen in wijken die (voorlopig) op het aardgasnet aangesloten blijven, kan een hybride oplossing uitkomst bieden. Bij een hybride oplossing krijgt de elektrisch gevoede warmtepomp in koude dagen ondersteuning van een gasgestookte cv-ketel. De warmtepomp zorgt ervoor dat er minder aardgas of uiteindelijk duurzaam gas nodig is. Dit is echter wel een tussenoplossing. Om aardgasvrij te worden, is het nodig om ook deze woningen te isoleren en uiteindelijk te voorzien van een volledig aardgasvrije warmteoplossing.

4 Rapport routekaart Groen Gas: https://groengas.nl/wp-

content/uploads/2015/07/Routekaart-hernieuwbaar-gas.pdf

Blad 14 van 38

4

Waar en wanneer kunnen we starten?

4.1

Afwegen op basis van criteria In een periode van 30 jaar worden wijken en buurten stap voor stap aardgasvrij gemaakt. In het vorige hoofdstuk hebben we toegelicht dat isolatie van de woningen en gebouwen de eerste stap is en dat vervolgens naar een passend alternatief voor aardgas gezocht kan worden. Maar waar kun je het beste beginnen? In Dongen gebruiken we de volgende criteria om de volgorde van de buurtaanpak te bepalen. Aan de hand van de criteria hebben we de buurten met elkaar vergeleken en onderzocht welke buurten het meest kansrijk zijn om als eerste aan te pakken. Afwegen: hoe doen we dit? De vraag welke criteria leidend zijn bij de bepaling van de volgorde van de buurtaanpak is onderdeel van het bestuurlijk proces. We kunnen ervoor kiezen om bijvoorbeeld de maatschappelijke kosten leidend te laten zijn, dus eerst de buurten aan te pakken waar de laagste kosten worden verwacht. Maar ook socio-economische criteria, zoals energiearmoede, kunnen de doorslag geven voor prioritering. In het gevolgde proces is nog geen definitieve keuze voor de volgorde van de buurtaanpak gemaakt. Deze keuze maken we samen met inwoners en betrokken partijen na de vaststelling van de Transitievisie Warmte.

4.2

Technisch-economische criteria Technische en financiële haalbaarheid Voor iedere buurt hebben we onderzocht wanneer de woningen zijn gebouwd, welk type woningen er staan, wat de warmtevraag van de woningen voor en na isolatie is, over welke energielabels de woningen beschikken en welke warmtealternatieven kansrijk zijn. Met deze data wordt duidelijk in welke buurten de grootste isolatieopgave ligt en welke buurten geschikt zijn voor een warmtenet en welke warmtebron een dergelijk warmtenet zou kunnen voeden. Verder hebben we per buurt voor ieder technisch kansrijk warmtealternatief de maatschappelijke kosten voor het isoleren en aardgasvrij maken van de woningen berekend op basis van de kentallen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In buurten waar de maatschappelijke kosten laag zijn, is het financieel gezien makkelijker om te starten dan in buurten met hoge maatschappelijke kosten. In bijlage 1 is de technisch-economische analyse nader toegelicht. In de kostenanalyse is nog geen onderscheid gemaakt tussen de kosten voor de eindgebruiker (de woningeigenaar of huurder) en de kosten voor andere partijen (overheid, netbeheerder, etc.). Ook is in de kostenanalyse nog geen rekening gehouden met de waarde van het huidige aardgasnet.

In sommige buurten liggen relatief nieuwe aardgasnetten vanwege recent uitgevoerde vervangingen van bijvoorbeeld gasleidingen van grijs gietijzer. In andere buurten zijn de aardgasnetten al sinds lange tijd in gebruik. Als de warmtetransitie wordt gestart in buurten waar de aardgasnetten al relatief oud zijn, wordt er zo min mogelijk waarde vernietigd en ondervindt een buurt niet in korte tijd meerdere keren overlast (eerst door vervanging van het oude aardgasnet en vervolgens door bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet).

Blad 15 van 38

Contracteerbaarheid Contracteerbaarheid gaat over de mate waarin het vastgoed in een wijk in bezit is van een grote of juist relatief beperkte hoeveelheid eigenaren. Met andere woorden: zijn alle woningen individueel (privé)bezit of zijn veel huizen eigendom van de woningcorporatie? Vanuit contracteerbaarheid is het wenselijk dat het vastgoed in eigendom is van een beperkte hoeveelheid eigenaren. Dit versnelt potentieel het proces en beperkt voor gemeenten en warmteleveranciers mogelijk de transactiekosten voor het contracteren van de warmtevraag. Contracteerbaarheid is vooral van belang bij een collectieve oplossing door middel van een warmtenet. Per buurt hebben we onderzocht welk deel van de woningen in bezit is van de woningcorporatie. Casade is de grootste vastgoedeigenaar in de gemeente. Welke buurten zijn op basis van deze criteria het meest kansrijk? Kansrijke buurten voor isolatieaanpak In de periode tot 2030 kan de aanpak zich beperken tot het isoleren en het aardgasvrij gereed maken van woningen. Als de ambitie is om in deze periode een zo groot mogelijk aantal woningen te isoleren tot minimaal energielabel B, zijn de buurten met relatief veel woningen met energielabel C en D het meest kansrijk. Dit zijn buurten die overwegend in de jaren ’60, ’70 en ’80 zijn gebouwd met veel gelijksoortige woningen.

Hier kan een kostenefficiënte en systematische isolatieaanpak worden gevolgd. In buurten met relatief veel woningen met energielabel E, F en G zijn de woningen vaak meer divers van samenstelling en zijn de kosten voor het isoleren een stuk hoger. Hier staat een hogere energiebesparing en vermindering van broeikasgassen tegenover maar omdat het om geringere aantallen woningen gaat, is ook de milieuwinst voor de eerstgenoemde categorie woningen het grootst. De meest kansrijke buurten voor de isolatieaanpak zijn: de Biezen en West 2. Het aandeel corporatiewoningen in beide buurten is vergelijkbaar (23%). Vanuit het criterium contracteerbaarheid zijn dit dus ook kansrijke buurten. Kansrijke buurten voor aardgasvrij maken Op basis van de technische en financiële criteria zijn de meest kansrijke startbuurten: Beljaart en Hoge Akker. De maatschappelijke kosten om uiteindelijk aardgasvrij te worden, zijn hier het laagst. In deze buurten staan relatief veel nieuwe woningen die al voldoende of nagenoeg voldoende zijn geïsoleerd. De meest voordelige optie voor de Hoge Akker is om de panden aan te sluiten op een eigen elektrisch aangedreven warmtepomp maar aansluiting op een warmtenet gevoed door bodemenergie (WKO) en aquathermie is echter niet veel duurder.

In de Beljaart ligt al een warmtenet maar veel woningen gebruiken toch nog aardgas vanwege problemen met de collectieve WKOwarmtevoorziening. Het meest kosteneffectief en het meest duurzaam is om het warmtenet nieuw leven in te blazen mits dit op een robuuste en betrouwbare manier gebeurt. In de Beljaart is het aandeel corporatiewoningen het grootst (26%). Vanuit het criterium contracteerbaarheid is dit dus de meest kansrijke buurt.

4.3

Socio-economische criteria De manier waarop buurtbewoners tegenover de warmtetransitie staan, verschilt binnen een buurt, maar verschilt zeker ook van buurt tot buurt. Een mogelijke invalshoek is te starten in die buurten waar de warmtetransitie bij inwoners het meest leeft en het meest gemotiveerd zijn. Daarvoor kan ook van ervaringen uit het verleden gebruik worden gemaakt, bijvoorbeeld in welke buurten de animo voor deelname aan het zonnepark het grootst was.

Blad 16 van 38

We kunnen ook ervoor kiezen om, aansluitend bij sociaal-economisch beleid, juist buurten in de lagere inkomensklasse als eerste aardgasvrij te maken. Dit zijn buurten waar bijvoorbeeld energiearmoede kan spelen, dus waar mensen onvoldoende geld hebben om de energierekening te betalen. De gemeente Dongen wil deze inwoners graag betrekken omdat door de woningen te isoleren de energierekening van de bewoners daalt en de energiearmoede vermindert. Ook kan gekeken worden naar verschillen in de mate van zelfredzaamheid en bereidheid van inwoners (specifiek particuliere huiseigenaren) om te investeren. Er kan dus begonnen worden in buurten met de sterkste of juist de zwakste schouders. Soms nemen buurtbewoners het initiatief om gezamenlijk van het aardgas af te gaan. We kunnen kiezen om juist in die buurten te starten waar het lokale initiatief groot is. Deze burgerinitiatieven kunnen dan het vliegwiel worden voor de warmtetransitie in de gemeente. Voor iedere buurt hebben we inzichtelijk gemaakt hoe de inkomens verdeeld zijn, welk deel van hun inkomen door de bewoners aan energie wordt besteed, hoeveel energie er wordt verbruikt en hoeveel woningen al zonnepanelen hebben. Dit laatste criterium is een maat voor de bereidheid van inwoners om in duurzaamheidsmaatregelen te investeren.

Welke buurten zijn op basis van deze criteria het meest kansrijk? Om tot een selectie van kansrijke buurten te komen waar de bereidheid tot investeren in verduurzamingsmaatregelen het grootst is, hebben we onderzocht in welke buurten het gemiddelde inkomen hoog is en hoeveel woningen van zonnepanelen zijn voorzien. De buurten Beljaart en Hoge Akker scoren hier het hoogst. Met name in de Beljaart is het percentage woningen met geregistreerde zonnepanelen zeer hoog (40%, cijfers CBS 2020). Echter, in deze buurt is de bereidheid om in een duurzame warmtevoorziening te investeren mogelijk lager vanwege de eerdere negatieve ervaringen met de collectieve WKO-installatie. Van de kansrijke buurten voor de isolatie-aanpak scoort De Biezen het hoogst op dit socio-economische aspect. Als we, aansluitend bij sociaaleconomisch beleid, juist buurten in de lagere inkomensklasse als eerste willen aanpakken, zijn de buurten West 1 en West 2 het meest kansrijk. In deze buurten is het gemiddeld gasverbruik per woning relatief hoog en het inkomen relatief laag waardoor de energierekening een groot deel van het inkomen opslokt. Deze vorm van energiearmoede kan worden verminderd door de woningen te isoleren waardoor de energierekening daalt. Een positieve factor voor het starten in deze wijken is de relatief grote mate van sociale cohesie.

4.4

Natuurlijke momenten Het combineren van de warmtetransitie met grootschalige renovatie en sloop of nieuwbouw van vastgoed brengt kostenvoordelen met zich mee. De kosten van het aardgasvrij maken van buurten worden zo veel mogelijk beperkt als wordt aangesloten bij natuurlijke renovatiemomenten. Dit geldt ook voor de aanleg van de benodigde infrastructuur. Het combineren van de aanleg van een warmtenet met de uitbreiding of vervanging van bestaande infrastructuren (wegen en riolering) kan kosten en overlast besparen. Ook de nieuwbouw van woningen is een natuurlijk moment. Nieuwbouwwoningen worden aardgasvrij gebouwd en in de planvorming wordt naar het meest passende alternatief voor aardgas gezocht. Door hierbij ook de omgeving te betrekken, kunnen mogelijk ook omliggende woningen worden verduurzaamd.

Blad 17 van 38

Deze “meekoppelkansen” zijn dus relevant voor zowel de vraag in welk jaar het slim is de wijk aardgasvrij te maken als voor de keuze van de technisch-economische oplossing in een buurt.

Blad 18 van 38

Welke buurten zijn op basis van deze criteria het meest kansrijk? Vervanging energie infrastructuur De vervanging van de energie infrastructuur is geen onderscheidend natuurlijk moment voor de buurtaanpak. Het aardgasnet voldoet op enkele delen en huisaansluitingen na, aan de eisen van deze tijd en kan in principe nog ten minste 30 jaar mee. Het laag- en middenspannings-elektriciteitsnet is in veel buurten nog niet zwaar genoeg om alle woningen op een elektrische warmtepomp over te laten gaan of collectieve warmtepompen van stroom te voorzien. Enexis wil graag in een zo vroeg mogelijk stadium weten, en denkt graag mee, welke warmteoplossing in een bepaalde buurt wordt gekozen zodat ze daar in hun planning rekening mee kunnen houden. Verder vindt Enexis het belangrijk dat de versterking van het elektriciteitsnet voor de warmtetransitie ook nagedacht wordt over de benodigde infrastructuur voor elektrisch rijden. Daarnaast hebben we per buurt het gemiddelde aanlegjaar van het gasnet berekend. Enexis houdt zich bij het bepalen van haar vervangingsopgave aan de wettelijke plicht die zij heeft om voor 2023 alle leidingen van grijs gietijzer te vervangen. Als het aardgasnet in een bepaalde buurt economisch is afgeschreven, betekent dat dus niet dat het gelijk wordt vervangen.

Bij de vervanging van het aardgasnet zoekt Enexis contact met de gemeente en kijkt of er een alternatieve warmtevoorziening verwacht wordt en of het aardgasnet nog nodig is in de toekomst. Gasleidingen die na 1990 zijn aangelegd, zullen in de regel voor 2050 niet worden vervangen. Vervanging riolering en wegen De vervanging van de riolering is vooral interessant voor combinatie met de aanleg van een warmtenet. De gemeente plant de vervanging van rioleringen maximaal vier jaar vooruit. Om toch een globaal beeld te krijgen in welke buurten de komende 30 jaar de straat mogelijk opengaat, hebben we de op basis van de aanlegjaren van de riolering de economische afschrijfdatum bepaald. Uitgangspunt hierbij is dat de riolering na 55 jaar economisch is afgeschreven. Het resultaat is weergegeven in onderstaande figuur. In de praktijk blijft de riolering vaak langer liggen en incidenteel korter als bijvoorbeeld het riool is aangetast door boomwortels.

Figuur 4-1: Vervangingsopgave riolering o.b.v. economische afschrijving in de kern Dongen

De vervangingsopgave voor de riolering en ook de wegen concentreert zich de komende 30 jaar in de buurten West 1, West 2 en de Biezen. In West 2 en de Biezen biedt het openbaar gebied op de meeste plaatsen ruimte genoeg om een warmtenet aan te leggen. We concluderen dat de vervangingsopgave van de riolering en wegen een natuurlijk moment kan zijn, als voor de aanleg van een warmtenet wordt gekozen, en dat dan vooral in de buurten West 1, West 2 en de Biezen.

Blad 19 van 38

Renovatieopgave Casade Casade is al flink gevorderd met het isoleren van de corporatiewoningen en ziet het starten in buurten met veel corporatiewoningen als een kans, omdat dan ook de omgeving kan worden meegenomen. In de periode tot 2030 treft Casade nog voor ongeveer 500 woningen extra isolatiemaatregelen. Casade heeft een start gemaakt met het aardgasvrij maken van de corporatiewoningen en volgt verder een routekaart voor de rest van de woningvoorraad. De komende 10 jaar ligt de prioriteit echter bij het isoleren. De meeste dynamiek treedt op in buurten met relatief veel corporatiewoningen. Daar worden de komende jaren nog woningen geïsoleerd en/of van het gas gehaald. De meeste natuurlijke momenten worden achtereenvolgens verwacht in de buurten West 1, de Beljaart, Oud Dongen, Centrum, West 2 en de Biezen.

Blad 20 van 38

5

Wat vinden de inwoners en betrokken partijen ervan?

5.1

Inwoners De gemeente kan en wil de warmtetransitie niet alleen doen en we willen onze inwoners en ondernemers laten meedenken en meedoen bij het tot stand komen van de Transitievisie Warmte en het vervolg daarvan. Zonder de inzet en betrokkenheid van inwoners en ondernemers krijgen we het niet voor elkaar om de gebouwen in de gemeente op tijd te verduurzamen. Voor deze Transitievisie Warmte hebben we de kennis en ervaring van inwoners gebruikt bij het inventariseren van de kansen en het bepalen van de koers. Hiervoor is een klankbordgroep van ca. 40 inwoners opgericht. De ondernemers zijn nog niet actief betrokken omdat het verduurzamen van de bedrijfsgebouwen en utiliteitsgebouwen vooral na 2030 aan de orde zal zijn. Tot 2030 richten we ons vooral op de woningen. De klankbordgroep is drie keer bijeengekomen en heeft de volgende ideeën geopperd: • Zet in op een collectieve ontzorgingsaanpak waarbij woningeigenaren een kant-enklaar pakket aangeboden krijgen van maatregelen die ze kunnen nemen. Deze wijkof buurtpakketten kunnen worden samengesteld o.b.v. de typologie van de woningen. Kies daarbij eerst voor de woningen waar het snelst resultaat te behalen is. • Zet het bedrijfsleven (installateurs, aannemers) gericht in door bijvoorbeeld pakketten van gelijksoortige woningen te maken waarop (combinaties van) bedrijven kunnen inschrijven.

Dit kan dan weer in het aanbod aan de inwoners worden verwerkt. • Zorg voor een goed verhaal en laat vooral zien dat het werkt, dat wil zeggen dat je laat zien dat isolerende maatregelen daadwerkelijk leiden tot geld besparen (check bijv. gebruiksdata van reeds verduurzaamde Casade-woningen) en warmtepompen comfort bieden (en geen geluidsoverlast). • Zet goede voorbeelden in de 'etalage'. De duurzame huizenroute is hier een voorbeeld van maar ook kunnen woningeigenaren als ambassadeur worden ingezet. Verder is aan de klankbordgroep gevraagd in welke wijken de meeste kansen liggen. Daarop zijn de volgende antwoorden gekomen: • West 1 omdat Casade daar al bezig is en er veel voorbeeldwoningen staan • West 2 lijkt geschikt voor warmtenet of andere collectieve voorziening • Niet Oud-Dongen omdat het moeilijk is om deze woningen te verduurzamen vanwege ouderdom woningen • Pilot scholengebouw aan de Sint Josephstraat • Pak straten waar Casade al de woningen heeft verduurzaamd als voorbeeld voor de omgeving en kopieer de aanpak. • De Hoge Akker biedt kansen aangezien de wijk relatief nieuw is en de huizen al goed geïsoleerd. Daarnaast heeft de klankbordgroep een groot aantal hele bruikbare adviezen meegegeven voor de uitvoeringsfase. Deze zijn samengevat in bijlage 3.

Rol als ambassadeur Veel klankbordgroepleden zijn erg enthousiast over het ingezette traject en willen ook graag na de vaststelling van de Transitievisie Warmte hun steentje bijdragen. Idee is om deze klankbordgroepleden te verenigen in een groep ambassadeurs die meewerkt aan de uitvoeringsplannen en helpen om inwoners te enthousiasmeren.

Blad 21 van 38

5.2

Betrokken partijen Enexis en Casade maken samen met medewerkers van verschillende interne afdelingen van de gemeente onderdeel uit van de TVW-werkgroep. Deze werkgroep is vier keer bijeengekomen. Verder zijn Enexis, Casade, Brabant Water, het gemeentelijk team Realisatie & Beheer, Stowa (aquathermie), TNO (zonthermie), Ardagh (restwarmte) en de coöperatie Energie Dongen Samen Duurzaam geïnterviewd. Casade De woningcorporatie Casade is al flink gevorderd met het isoleren van de corporatiewoningen en gaat de komende jaren daarmee door. De reductie van de warmtevraag gaat in combinatie met geplande onderhoudsmomenten zodat de overlast voor huurders beperkt blijft en de kosten voor Casade beter te beheersen zijn. Haalbaar en betaalbaar is dan ook een belangrijke voorwaarde voor Casade om de warmtetransitie voort te zetten. Casade zet de komende vijf jaar bewust in op isoleren om nieuwe ontwikkelingen voor warmtealternatieven niet uit te sluiten. Casade maakt daarbij gebruik van een meerjarenplan genaamd de ‘Routekaart Gasloos’. Waar de afgelopen jaren het geconcentreerd bezit van Casade in Dongen is geïsoleerd, is de komende jaren het gespikkeld bezit aan de beurt5. Casade staat positief tegenover het idee om particuliere woningeigenaren aan te laten haken bij de woningverbetering door de corporatie. Ze wonen immers vaak in vergelijkbare woningtypes.

Daarbij zou gebruik gemaakt kunnen worden van zogenaamde ‘menukaarten’ waar afgelezen kan worden wat de kosten en opbrengsten voor isoleren per maatregel zijn. Casade vindt het belangrijk dat bewoners zich op eigen tempo kunnen voorbereiden op aardgasvrij. Hybride systemen zijn ook een optie als tussenstap en tijdelijke oplossing omdat bewoners hiermee kunnen besparen op hun energieverbruik. Casade staat open voor verschillende toepassing van warmtealternatieven zoals een (klein) warmtenet, (hybride) warmtepompen maar ook het gebruik van blokaccu’s voor de opslag van stroom. Enexis In de meeste buurten moeten de elektriciteitsnetten verzwaard worden om een all-electric oplossing mogelijk te maken. Dat is ook nodig wanneer we meer elektrische auto’s gaan gebruiken en opladen. Enexis werkt vraaggestuurd en start pas met het verzwaren van de elektriciteitsnetten als er voldoende zekerheid is over de extra behoefte aan elektra. De plannen voor het aardgasloos maken van woningen moeten daarom tijdig met Enexis worden afgestemd, ook omdat het verzwaren van het elektriciteitsnet soms enkele jaren kan duren. Enexis stelt voor om in de buurtuitvoeringsplannen samen met andere partijen te kijken naar doorrekeningen in het net, om zo te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor een specifieke buurt.

Het verzwaren van het elektriciteitsnet vraagt niet alleen om extra ruimte in de ondergrond maar ook bovengronds, omdat er meer trafohuisjes nodig zijn. Enexis adviseert de gemeente daarom snippergroen zoveel mogelijk in eigendom te houden omdat dit ruimte biedt voor de trafohuisjes.

5

Gespikkeld bezit wil zeggen dat woningen in appartementencomplexen of rijtjeswoningen deels in handen zijn van de woningcorporatie en deels zijn aangekocht door particulieren; particuliere koopwoningen en sociale huurwoningen staan dan dus door elkaar.

Blad 22 van 38

Enexis hanteert een flexibele planning voor het vervangen van de gasnetten. Als het gasnet in een bepaalde buurt economisch is afgeschreven, betekent dat niet dat het gelijk wordt vervangen. Dit gebeurt alleen als het net technisch afgeschreven is of als het net gevoelig is voor grondroeringen. Enexis heeft de afgelopen jaren in Dongen al veel aardgasleidingen vervangen en de verwachting is, dat zeker op de korte termijn, geen groot vervangingsplan uitgevoerd hoeft te worden Enexis ziet kansen in hybride tussenoplossingen voor de komende jaren. Daarbij worden de woningen voorzien van een hybride warmtepomp die in de koude maanden nog van aardgas gebruik maakt. Met het gebruik van tussenoplossingen is de impact op het gasen elektriciteitsnet veel kleiner dan bij volledige aardgasloze oplossingen. Brabant Water Brabant Water is verantwoordelijk voor de drinkwaterleidingen in Dongen. Bij de eventuele aanleg van een warmtenet of verzwaring van het elektriciteitsnet kan met Brabant Water gezocht worden naar koppelkansen bij de vervanging van de drinkwaterleidingen. Brabant Water probeert in de regel te werken van buurt tot buurt wanneer de leidingen aan vervanging toe zijn. Een inschatting voor een buurtaanpak kan dus gemaakt worden op basis van de restduur leeftijd van de leidingen.

Belangrijkste criteria bij de vervanging van de drinkwaterleidingen is echter de kwaliteit van de leidingen en het aantal storingen. Bij de eventuele aanleg van een warmtenet mogen de leidingen van het warmtenet niet te dicht bij de waterleidingen worden gelegd. Deze afstandseis wordt gehanteerd doordat het drinkwater in de leidingen niet boven de 25 graden mag komen. Ardagh Ardagh maakt als glasproducent veel gebruik van warmte voor zijn industriële processen en is een potentiële leverancier van restwarmte aan de gebouwde omgeving. Ook Ardagh is gebonden aan het klimaatakkoord en zal in de toekomst hun eigen industriële processen moeten verduurzamen door middel van bijvoorbeeld waterstof of elektrisch stoken. De hoeveelheid restwarmte die de fabriek kan leveren, zal daardoor gaan dalen. De huidige ovens zijn echter recent gebouwd en kunnen in ieder geval de komende tien tot vijftien jaar restwarmte leveren. Ardagh is bereid om medewerking te verlenen naar onderzoek hoe deze restwarmte gebruikt kan worden voor de gebouwde omgeving. Andere partijen zullen echter de investering tot het aanleggen van een warmtenet op zich moeten nemen. Energiecoöperatie Energie Dongen Samen Duurzaam Naast de opwek van duurzame energie leidt de coöperatie energiecoaches op en biedt het warmtescans aan.

Energie Dongen kan de komende jaren helpen met de verdere analyse en organisatie van de warmtetransitie. Energie Dongen heeft al ervaring met een wijkaanpak en kan daarbij de wijkuitvoeringsplannen helpen vormgeven. Doordat Energie Dongen geen winstoogmerk heeft en onafhankelijk is van de gemeente kan het goed in staat zijn om mensen in beweging te krijgen. Daarnaast heeft de coöperatie beter zicht op in welke buurten enthousiaste voorlopers wonen en draagvlak voor de warmtetransitie bestaat. TNO Met TNO is de potentie met betrekking tot zonthermie in de gemeente besproken. De winning van warmte door middel van zonnecollectoren is een kansrijke vervanger voor aardgas. Zonthermie is meestal onderdeel van een energieconcept met andere warmtebronnen, zoals aquathermie.

Blad 23 van 38

STOWA Met STOWA zijn de mogelijkheden tot het gebruik van aquathermie in de gemeente besproken. Technisch gezien is er genoeg potentie voor de toepassing van aquathermie voor een warmtenet binnen de gemeente. Echter is de verwachting dat in ieder geval voor 2030 de Rijksoverheid financiële middelen beschikbaar moet stellen om de onrendabele top van een warmtenet gevoed door aquathermie af te dekken. Ervaringen in Nederland zijn met het gebruik van aquathermie vooral opgedaan voor nieuwbouw, zwembaden en utiliteitsbouw en niet voor de bestaande bouw. Voor verdere ontwikkeling van een aquathermie warmtenet zullen marktpartijen moeten (mee-)investeren. Gemeente Afstemming tussen de verschillende partijen wordt voor het team Realisatie & Beheer belangrijker de komende jaren mede doordat de ruimte in de ondergrond krapper wordt. Bij een uitvraag voor de aanleg van een warmtenet zal beheer in een vroege fase aangesloten moeten worden om uitvoeringsknelpunten te voorkomen. Het team Realisatie & Beheer ziet tevens kansen voor de aanleg van een warmtenet in wijken uit de jaren ’60 waar grootschalige aanpassingen in het openbaar gebied nodig zijn, zoals in West 2.

Blad 24 van 38

6

Welke strategie volgen we in Dongen?

6.1

Ambitie en uitgangspunten voor de warmtetransitie in Dongen Op basis van de uitgevoerde analyses (hoofdstuk 2 t/m 4) en de inbreng van inwoners en betrokken partijen (hoofdstuk 5) hebben we de onderstaande ambitie en uitgangspunten voor de warmtetransitie in Dongen geformuleerd. In Dongen sluiten we aan bij de doelstellingen die landelijk zijn afgesproken in het Klimaatakkoord. Stap voor stap maken we in een periode van 30 jaar de woningen en gebouwen in de gemeente aardgasvrij. Voordat woningen en gebouwen aardgasvrij worden gemaakt, moeten deze voldoende worden geïsoleerd zodat het energieverbruik afneemt. Het tijdspad om de doelen van de warmtetransitie te behalen loopt tot 2050. Omdat inzichten kunnen veranderen en er nog veel innovaties worden verwacht, is het niet verstandig om in één keer de route tot 2050 uit te stippelen. Inwoners, corporaties, de gemeente en anderen hebben bovendien niet de middelen om in heel Dongen tegelijk aan de gang te gaan met de warmtetransitie. Een stapsgewijze aanpak is daarom essentieel. Hiermee kunnen we de tijd slim benutten. De onzekerheden in de warmtetransitie vragen om flexibiliteit. Het tegelijkertijd werken aan beleidsontwikkeling (visie en strategie) en het leren van projecten in de praktijk (in de wijken) versterkt elkaar.

We richten ons de komende jaren op het besparen op het gebruik van aardgas door middel van het isoleren van de woningen. In de periode tot 2030 hebben we de ambitie om 1.400 bestaande woningen (20% van de totale isolatieopgave) te isoleren tot een niveau waarop ze op een passende manier aardgasvrij kunnen worden gemaakt (aardgasvrij gereed). Naast isoleren betekent dit dat de woningen ook geschikt moeten worden gemaakt voor elektrisch koken. Het daadwerkelijk aardgasvrij maken van de woningen mag volgens het Klimaatakkoord na 2030 gebeuren maar we kiezen ervoor om hier de komende 9 jaar toch stappen in te zetten. Dit doen we door het verzamelen van kennis over technieken, organisatie en financiering van aardgasvrije warmteoplossingen. Daarnaast willen we natuurlijke momenten zoveel mogelijk aangrijpen om woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. Verder willen we een pilot opzetten waarin een buurt of een deel daarvan aardgasvrij wordt gemaakt. Met deze pilot willen we niet alleen over techniek en financiering leren maar ook hoe we inwoners kunnen laten participeren. We willen hierbij ook ervaringen uit andere gemeenten toepassen. We gaan ervan uit dat duurzame gassen als groene waterstof en biogas voor 2030 niet kunnen worden ingezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10791116/1