2021-014041 Bijl1- Nota van Zienswijzen omgevingsvisie Dongen anoniem
Tekst van het document
waarin gebiedsgerichte welstandscriteria voor de bebouwingslinten zijn gegeven, vormt hiervoor samen met groenstructuurplannen het toetsingskader.”
In de nu voorliggende omgevingsvisie is geen onderscheid meer gemaakt in kwaliteiten maar het historische lint is opgenomen omdat het kenmerkend is voor de opbouw van de gemeente Dongen. De aanduiding historisch lint brengt geen extra belemmeringen met zich mee voor de bedrijfsvoering of de noodzakelijke toekomstige ontwikkelingen voor een bedrijf. Deze liggen vastgelegd binnen de bepalingen van het geldende bestemmingsplan. Bij ontwikkelingen die niet passen binnen het geldende bestemmingsplan kunnen bij de afweging wel belemmeringen zijn als gevolg van het historisch lint. Dat is in de huidige situatie ook al het geval. In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. Reactie 6. Reclamanten vragen zich af welke omschakelmogelijkheden er zijn voor agrarische locaties binnen de bebouwde kom. Reclamanten geven aan mogelijkheden te zien voor woningbouw met behoud van historische waarden. Zij willen deze mogelijkheden openhouden en nader onderzoeken middels hun ingeleverde plan. Antwoord Binnen het stedelijk gebied zijn voor agrarische locaties zeker omschakelmogelijkheden bespreekbaar. Deze mogelijkheden liggen vooral binnen het aanwezige bouwblok en niet op agrarische gronden.
Welke mogelijkheden exact mogelijk zijn hangt af van meerdere factoren. Zoals ook geantwoord onder reactie 1 worden uitbreidingslocaties momenteel nader bekeken.
Pagina 22 van 40
Conclusie In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. In het op te stellen programma Wonen worden kaders/keuzes opgenomen voor (toekomstige) uitbreidingslocaties voor woningbouw.
3.10. Zienswijze 10 – 2022-021221- Vereniging Spaar de Duiventoren en het Blik Reactie 1. Vereniging Spaar de Duiventoren en het Blik (hierna: de vereniging) maakt zich hard voor het behoud en bevorderen van groen en een gezond leefklimaat. De vereniging ziet in 2040 een groen gebied, een groene long, een parel in het drukke stedelijk gebied tussen Tilburg – Breda, waarin het voor Dongenaren en andere bewoners uit de omgeving goed toeven is. Antwoord Wij nemen deze zienswijze voor kennisgeving aan. Reactie 2. De vereniging is van mening van het onderdeel ‘natuur en milieu’ zwaar onderbelicht is in de omgevingsvisie. De verenging ziet graag een integrale visie over het gehele gebied tussen Dongen en Oosterhout, ‘de groene buffer’. De natuur-grens kan niet zomaar getekend worden bij de Groenstraat. Antwoord Het is juist dat de visie op hoofdlijnen is. Een verdere verdiepingsslag zal plaatsvinden in op te stellen programma’s. De gemeente Dongen kan alleen een omgevingsvisie voor haar grondgebied vaststellen. Bij het opstellen van de omgevingsvisie en de programma’s worden buurgemeenten uiteraard betrokken om de gebieden op elkaar af te stemmen. Wel zullen we de milieuimpactanalyse welke deel uitmaakt van omgevingsvisie aanvullen met basiskaarten op het gebied van bodem, water, groen en dergelijke.
De bestaande groenstructuren en ecologische verbindingszone zijn daarmee ook in beeld. Reactie 3. De omgevingsvisie wordt volgens de vereniging niet benaderd vanuit de onderste laag. Het Streekplan van de provincie moet de basis zijn. Het gebied tussen Dongen en Oosterhout (gedeeltelijk Dongens grondgebied) is onderdeel van de Groene hoofdstructuur en de Blauw Groene Mantel. De Blauw Groene mantel moet volgens de vereniging worden afgebakend en ingevuld via een integrale benadering. Aantasting moet worden voorkomen. Antwoord In de op te stellen programma’s voor een nadere uitwerking van de verschillende thema’s nemen wij de Interim Omgevingsverordening van de Provincie mee in de uitwerking. Zoals aangegeven onder reactie 2 zal de milieuimpactanalyse worden aangevuld met basiskaarten op het gebied van bodem, water, groen en dergelijke. Reactie 4. De vereniging geeft aan dat de geplande aanleg van de N629 fase 2 een aanslag is op de natuur (NNB en NNN). Dit besluit moet heroverwogen worden. De argumenten hiervoor staan in een brief die eerder is gestuurd naar Provinciale Staten en ook aan de gemeenteraad van Dongen. De brieven beschouwt de verenging als onderdeel van hun zienswijze. Pagina 23 van 40
Antwoord Het provinciaal inpassingsplan voor de N629 heeft de wettelijke procedure doorlopen met de bijbehorende inspraakmogelijkheden. Het inpassingsplan in inmiddels onherroepelijk. Provinciale Staten zijn hiervoor bevoegd gezag. De gemeenteraad van de gemeente Dongen heeft hierin geen bevoegdheden en dus laten we deze zienswijze daarom buiten beschouwing. Reactie 5. De vereniging noemt de industriële uitbreiding van Rodenburg Biopolymers Sidestream Valley ook een aanslag op de natuur. Dit gebied (genaamd Spie) is deels NNB. De vereniging heeft een zienswijze ingediend bij de gemeente Oosterhout en deze reactie nota werd ondersteund door 900 mensen die de petitie ‘Geen stank meer Natuur’ hebben ondertekend. De gemeente Dongen heeft geen officiële reactie gegeven over deze zorgen van veel Dongenaren. De vereniging rijmt dit niet met het feit dat de gemeente aangeeft de inbreng van de bewoners hoog in het vaandel te hebben. De vereniging beschouwt de reactienota als onderdeel van deze zienswijze. Antwoord Het bestemmingsplan Sidestream Innovation Valley doorloopt momenteel de wettelijke procedure met de bijbehorende inspraakmogelijkheden. De gemeenteraad van de gemeente Oosterhout is hiervoor bevoegd gezag. De gemeenteraad van de gemeente Dongen heeft hierin geen bevoegdheden en dus laten we deze zienswijze daarom buiten beschouwing. Reactie 6.
De vereniging betrekt ook hun zienswijze tegen de herbegrenzing Interim Omgevingsverordening Provincie Noord-Brabant behorende bij het bestemmingsplan: “buitengebied, herziening 23 (Sidestream Innovation Valley) liggend in de gemeente Oosterhout)). Antwoord Het bestemmingsplan Sidestream Innovation Valley doorloopt momenteel de wettelijke procedure met de bijbehorende inspraakmogelijkheden. De gemeenteraad van de gemeente Oosterhout is hiervoor bevoegd gezag. De bijbehorende herbegrenzing van de Interim Verordening loopt gelijktijdig. Dit is een bevoegdheid van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant. De gemeenteraad van de gemeente Dongen heeft hierin geen bevoegdheden en dus laten we deze zienswijze daarom buiten beschouwing. Reactie 7. De kwaliteitsimpuls inzake de N629 is volgens reclamant een derde aanslag op het gebied. Antwoord Het provinciaal inpassingsplan voor de N629 heeft de wettelijke procedure doorlopen met de bijbehorende inspraakmogelijkheden. Hierbij hoort ook de kwaliteitsimpuls. Het inpassingsplan in inmiddels onherroepelijk. Provinciale Staten zijn hiervoor bevoegd gezag. De gemeenteraad van de gemeente Dongen heeft hierin geen bevoegdheden en dus laten we deze zienswijze daarom buiten beschouwing. Conclusie De milieuimpactanalyse wordt aangevuld met basiskaarten op het gebied van bodem, water, groen en dergelijke.
Pagina 24 van 40
3.11. Zienswijze 11 – 2022-021225 Reactie 1. Geling Advies dient een zienswijze in namens Jong Fruit BV. Jong Fruit BV heeft meerder locaties in de gemeente Dongen voor de productie van zacht fruit. Jong Fruit BV heeft nog voldoende plannen voor de toekomst. Deels zijn deze plannen bekend bij de gemeente en deels niet. Reclamant geeft aan dat het beleid van de gemeente wel de mogelijkheid moet bieden aan het bedrijf om te kunnen blijven ontwikkelen. Antwoord In de omgevingsvisie staat genoemd dat we het agrarisch karakter van het buitengebied behouden. Agrarische ondernemers zal de gemeente waar mogelijk helpen om een goede balans te zoeken tussen agrarisch ondernemen en andere functies gerelateerd aan het buitengebied. De nadere uitwerking hiervan wordt opgenomen in een programma voor het buitengebied. In dit programma zullen verschillende gebieden worden gedifferentieerd en aangegeven waar de ruimte voor de agrarische ondernemers geboden wordt. Dit alles binnen de kaders die de provincie stelt in haar verordening. Reactie 2. De bedrijfslocaties aan de Fazantenweg 24, Meester Jansenweg 16 en Klein Dongenseweg 34 zijn in de omgevingsvisie gelegen binnen een ‘Historisch Lint’. Aan de ligging in een ‘Historisch Lint’ is volgens reclamant is een visie voor de toekomstige ontwikkeling gekoppeld met verschillende thema’s en waarden.
Reclamant mist een visie op de bestaande agrarische bedrijvigheid in het lint waarin Jong Fruit BV is gevestigd. Reclamant verbaast zich hierover want in oorsprong is het lint ontstaan vanuit agrarische bedrijvigheid en ontginning. Reclamant onderkent dat het aantal agrarische bedrijven in het lint is afgenomen, maar reclamant vindt dat er nog steeds veel agrarische bedrijven zijn gevestigd. Hiermee zijn de agrarische bedrijven mede de dragers van dit lint en dus verdienen zij aandacht in het beleid binnen het ‘Historisch lint’. Naast aandacht moet er vooral ruimte zijn voor reclamant om haar bedrijf te blijven ontwikkelen. Het lijkt er nu op dat het beleid toewerkt naar een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven. Reclamant wil dat agrarische bedrijven de mogelijkheid krijgen om zich op een gepaste wijze verder te ontwikkelen en daar het beleid op aan te passen. Antwoord Zie ons antwoord onder reactie 5 bij zienswijze 9, deze wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. Reactie 3. De overige bedrijfslocaties van reclamant, Vaartweg 14 en Vaartweg 183, zijn gelegen in het buitengebied.
Binnen het buitengebied geeft de omgevingsvisie aan dat er mogelijkheden zijn voor agrarische bedrijven om zich verder te ontwikkelen waarbij de gemeente de transitie naar een duurzame/circulaire landbouw wilt stimuleren. De verder uitwerking volgt. Hierbij wordt wel een link gelegd met de stikstofproblematiek. Voor reclamant is het niet duidelijk waarom er met duurzame en circulaire landbouw een link wordt gelegd met stikstof. Antwoord In de omgevingsvisie staat het volgende daarover genoemd: ‘’Bovendien wordt de transitie naar kringlooplandbouw verder gestimuleerd, mede door de stikstofproblematiek is dit nodig.’’ Doordat er bij kringlooplandbouw (in de meeste gevallen) minder dieren worden gehouden en minder kunstmest wordt gebruikt, scheelt dat in de vervuiling van bodem, lucht en water. Minder dieren en minder transport van voer en mest scheelt ook in de uitstoot van broeikasgassen. Daardoor is een link hiertussen gelegd. Pagina 25 van 40
Reactie 4. Reclamant stelt om de stikstofemissie van het bedrijf om laag te krijgen, zijn mogelijkheden voor duurzame energieopwekking nodig. Deze ruimte wordt onvoldoende geboden in de huidige visie. Zonneparken wil de gemeente niet zondermeer in het buitengebied. Alleen als het zonnepark een dubbel doel heeft. Voor reclamant is niet duidelijk wat de gemeente onder dubbel doel verstaat. De beschikbare daken van reclamant zijn al voorzien van zonnepanelen. Reclamant wil graag bijdragen en investeren in duurzaamheid, maar er moet ook aandacht zijn voor het bedrijfseconomisch belang. De investering moeten te dragen zijn voor het bedrijf. Ook moeten de beschikbare alternatieven geen nadelige gevolgen hebben voor het product van reclamant. Antwoord In de omgevingsvisie staat beschreven dat er mogelijkheden zijn voor zonnepanelen op daken en zonnepanelen met dubbel ruimtegebruik. Met dubbel ruimtegebruik worden meekoppelkansen bedoeld, zoals het realiseren van een ‘dak’ van zonnepanelen boven een parkeerplaats. Daarnaast wordt nog nader uitgewerkt of en onder welke voorwaarden zonneweides mogelijk zijn op onbebouwde grond. Dit zal in een programma worden uitgewerkt. Reactie 5. Daarnaast wil reclamant benadrukken dat de omvang van een onderneming geen invloed heeft op de circulariteit dan wel de duurzaamheid.
Een groot bedrijf is niet per definitie slechter op deze aspecten dan een klein bedrijf. Sterker nog, een bedrijf met een grotere omvang kan waarschijnlijk makkelijker investering in duurzaamheid en circulariteit dan een kleiner bedrijf. Het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden aan agrarische bedrijven draagt hier dus ook aan bij. Antwoord Wij nemen deze zienswijze voor kennisgeving aan. Conclusie In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten.
3.12. Zienswijze 12 – 2022-021226 Reactie 1. De milieuvereniging Oosterhout (hierna: de vereniging) vindt dat de gemeente een goede visie heeft neergelegd, maar missen een nadere uitwerking van de onderwerpen: natuur, milieu en landschap. Antwoord Het is juist dat de visie op hoofdlijnen is. Een verdere verdiepingsslag zal plaatsvinden in op te stellen programma’s. Hierin komt een verdiepingsslag op de thema’s natuur, milieu en landschap. Reactie 2. De vereniging mist een visie voor biodiversiteit en op welke manier wordt omgegaan met de stikstofproblematiek. De vereniging stelt dat deze onderwerpen eerst door de gemeente moeten worden uitgewerkt voordat de gemeenteraad de omgevingsvisie vaststelt. Antwoord Voor het thema biodiversiteit geldt hetzelfde als voor de thema’s natuur, milieu en landschap. Voor het thema biodiversiteit vindt een nadere uitwerking plaats in de desbetreffende programma’s.
Pagina 26 van 40
Reactie 3. De vereniging mist een integrale visie voor de groene buffer tussen Dongen en Oosterhout. Dit geldt ook voor de realisatie van de ecologische verbindingszone langs het Wilhelminakanaal om de biodiversiteit niet nog meer achteruit te laten gaan. Dit gebied staat volgens de vereniging al zwaar onder druk vanwege de geplande aanleg van de N629 en de industriële uitbreiding van Rodenburg. Antwoord Wij verwijzen hierbij naar ons antwoord op reactie 1. Wel zullen we de milieuimpactanalyse welke deel uitmaakt van omgevingsvisie aanvullen met basiskaarten op het gebied van bodem, water, groen en dergelijke. De bestaande groenstructuren en ecologische verbindingszone zijn daarmee ook in beeld. Conclusie De milieuimpactanalyse wordt aangevuld met basiskaarten op het gebied van bodem, water, groen en dergelijke.
3.13. Zienswijze 13 – 2022-021107 Reactie 1. Reclamant heeft een kalverhouderij aan de Klein Dongenseweg. Reclamant stelt dat deze straat is aangewezen als historisch lint in de omgevingsvisie. Hun perceel heeft nu de bestemming ‘Agrarisch hoofdstructuur (AHS)’. Reclamant vreest voor de bestemming historisch lint, omdat dit ernstige belemmeringen kan geven voor de ontwikkeling en toekomst van zijn agrarische bedrijf. Reclamant hoopt dan ook dat het historisch lint definitief uit de visie vervalt, omdat in andere plaatsen in Nederland waar de omgevingsvisie is vastgesteld, een omgevingsplan met de aanduiding historisch lint veel onnodige kosten en beperkingen met zich meebrengt. Reclamant wenst de huidige bestemming en mogelijkheden voor zijn bedrijf voor de toekomst te behouden. Antwoord Zie ons antwoord onder reactie 5 bij zienswijze 9, deze wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. Het perceel Klein Dongenseweg 25 heeft de bestemming Agrarisch, met de aanduiding intensieve veehouderij. Deze bestemming wijzigt niet door het vaststellen van de omgevingsvisie. Conclusie In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten.
Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten.
3.14. Zienswijze 14 – 2022-021109 Reactie 1. Reclamant heeft samen met reclamant met reactienummer 13 een kalverhouderij aan de Klein Dongenseweg. Reclamante stelt dat deze straat is aangewezen als historisch lint in de omgevingsvisie. Hun perceel heeft nu de bestemming ‘Agrarisch hoofdstructuur (AHS)’. Reclamante vreest voor de bestemming historisch lint, omdat dit ernstige belemmeringen kan geven voor de ontwikkeling en toekomst van zijn agrarische bedrijf. Reclamant hoopt dan ook dat het historisch lint definitief uit de visie vervalt, omdat in andere plaatsen in Nederland waar de omgevingsvisie is vastgesteld, een omgevingsplan met de aanduiding historisch lint veel onnodige kosten en Pagina 27 van 40
beperkingen met zich meebrengt. Reclamante wenst de huidige bestemming en mogelijkheden voor hun bedrijf voor de toekomst te behouden. Antwoord Zie ons antwoord onder reactie 5 bij zienswijze 9, deze wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. Conclusie In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten.
3.15. Zienswijze 15 – 2022-021111 Reactie 1. Boomkwekerij E. de Jong e.a. maken zich zorgen over de gebieden die als historisch lint zijn aangewezen in de omgevingsvisie. Dit geldt expliciet voor de Eindsestraat. Reclamanten geven aan de gevolgen van deze aanwijzing niet te overzien. Reclamanten gaan ervan uit dat de aanwijzing geen belemmering zal geven voor de huidige en mogelijk toekomstige bedrijfsontwikkelingen en tevens geen nadelige gevolgen zal hebben voor de medewerkers van de boomkwekerij, zowel voor nu als voor in de toekomst. Antwoord Zie ons antwoord onder reactie 5 bij zienswijze 9, deze wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. Conclusie In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten.
3.16. Zienswijze 16 – 2022-021117 Reactie 1. Reclamant heeft een glastuinbouwbedrijf aan de Klein Dongenseweg. Reclamant stelt dat deze straat is aangewezen als historisch lint in de omgevingsvisie. Hun perceel heeft nu de bestemming ‘Agrarisch hoofdstructuur (AHS)’ en doorgroeigebied glastuinbouw. Reclamant vreest voor de bestemming historisch lint, omdat dit ernstige belemmeringen kan geven voor de ontwikkeling en toekomst van zijn agrarische bedrijf. Reclamant hoopt dan ook dat het historisch lint definitief uit de visie vervalt, omdat in andere plaatsen in Nederland waar de omgevingsvisie is vastgesteld, een omgevingsplan met de aanduiding historisch lint veel onnodige kosten en beperkingen met zich meebrengt. Reclamant wenst de huidige bestemming en mogelijkheden voor zijn bedrijf voor de toekomst te behouden. Antwoord Zie ons antwoord onder reactie 5 bij zienswijze 9, deze wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten.
Pagina 28 van 40
Conclusie In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten.
3.17. Zienswijze 17 – 2022-021126 Reactie 1. Reclamant maakt zich zorgen over de gebieden die als historisch lint zijn aangewezen in de omgevingsvisie. Dit geldt expliciet voor de Eindsestraat. Reclamant geeft aan, de gevolgen voor de toekomst van hun agrarische bedrijven, van deze aanwijzing niet te overzien. Reclamant wil graag informatie van de gemeente welke gevolgen en belemmering deze aanwijzing geeft als je perceel en bedrijf in deze aanwijzing vallen. Antwoord Zie ons antwoord onder reactie 5 bij zienswijze 9, deze wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. Conclusie In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten.
3.18. Zienswijze 18 – 2022-021145 Reactie 1. Reclamant is van mening dat de visie zeer algemeen van opzet is. Antwoord Het is juist dat de visie op hoofdlijnen is. Een verdere verdiepingsslag zal plaatsvinden in op te stellen programma’s. Reactie 2. Reclamant stelt dat er diverse plannen zijn voorgelegd voor diverse locaties. Hierover is nog geen besluit genomen, omdat de gemeente de omgevingsvisie wilde afwachten. Reclamant had daarom wel verwacht dat de omgevingsvisie de beoogde woningbouwontwikkelingen zou bevatten. De concrete ontwikkellocaties: Noorderlaan fase 2, Dongen Vaart – Meester Janssenweg mist reclamant. Antwoord Het is juist dat wij bij de start van het opstellen van de omgevingsvisie voor ogen hadden mogelijke woningbouwlocaties af te wegen. Echter gaande het traject is gebleken dat het opstellen van een programma meer mogelijkheden biedt om een ruimtelijke afweging te maken voor mogelijke woningbouwlocaties. Hierbij kan ook beter ingespeeld worden op de snelle maatschappelijke wijzigingen die plaatsvinden inclusief de regionale ontwikkelingen. Op dit moment kunnen wij nog geen uitspraak doen over (on)mogelijkheden m.b.t. diverse locaties. Conclusie De zienswijze heeft geen aanpassing van de omgevingsvisie tot gevolg.
Pagina 29 van 40
3.19. Zienswijze 19 –2022-021163 Reactie 1. Reclamant geeft aan dat er veel werk is verzet en er veel goede dingen zijn opgenomen in de omgevingsvisie. Reclamant mist wel één cruciaal uitgangspunt. Bodem en water zijn namelijk de leidende principes voor de inrichting van het land, zeker gezien de droogte. Antwoord De omgevingsvisie is op hooflijnen. Onderdeel van de omgevingsvisie is de milieuimpactanalyse. Hierin zijn aspecten geluid, hittestress en dergelijke opgenomen. Het is juist dat de bestaande ondergrond niet expliciet is benoemd. De milieuimpactanalyse welke deel uitmaakt van omgevingsvisie zullen we aanvullen met basiskaarten op het gebied van bodem, water, groen en dergelijke. Daarnaast wordt de omgevingsvisie verder uitgewerkt in programma’s en in een omgevingsplan. Aspecten als water en bodem zullen hier nadrukkelijk een plek in krijgen. Reactie 2. Het thema ‘Water’ op zichzelf mist. Overstromingsrisico’s worden wel bij het thema ‘Klimaat’ benoemd, maar er is geen expliciete aandacht voor droogte. Antwoord Een nadere uitwerking van het thema ‘water’ zal in het programma klimaat worden uitgewerkt. Reactie 3. Reclamant vindt dat de nadruk moet liggen op een goede nieuwe inrichting van het landschap en daarnaast pas ruimte voor de agrariërs die een weg inslaan naar duurzame landbouw. Hierdoor herstelt de bodem weer en kan het fungeren als spons voor regenwater.
Antwoord Als nadere uitwerking van de omgevingsvisie zullen wij een programma voor het buitengebied opstellen. Hierin zal een nadere uitwerking komen te staan op welke manier agrariërs kunnen omschakelen, verbreden of verdiepen. Reactie 4. Voor het onderdeel ‘Wonen’ staat omschreven dat er gestreefd wordt naar inbreiding. Reclamant vindt hierbij wel belangrijk dat de groene gebieden binnen de kern groen blijven. Voor een toenemend aantal inwoners worden deze groene rustplekken steeds belangrijker. Antwoord Onder het thema ‘Groen’ in de omgevingsvisie staat het volgende vermeld: • We verkiezen vergroening boven verstening. Bij planontwikkeling is behoud of realisatie van voldoende groen een belangrijk aandachtspunt. • We willen een ‘groene’ gemeente zijn met een voldoende groene buffer aan de gemeentegrenzen. • We leggen nieuw groen aan en zorgen voor compensatie wanneer natuur verloren gaat. • We blijven ons inzetten voor een vitaal buitengebied met een groen karakter. Deze uitgangspunten laten het belang zien van groen in onze gemeente. Hiermee houden we dus rekening. Conclusie De milieuimpactanalyse wordt aangevuld met basiskaarten op het gebied van bodem, water, groen en dergelijke. Pagina 30 van 40
3.20. Zienswijze 20 – 2022-021960 Reactie 1. Reclamant runt een bedrijf aan de Eindsestraat. Reclamant maakt zich bezwaar tegen de gebieden die als historisch lint zijn aangewezen in de omgevingsvisie. Dit geldt expliciet voor de Eindsestraat. Reclamant geeft aan, de gevolgen voor de toekomst van hun bedrijf, van deze aanwijzing niet te overzien. Reclamant wil graag informatie van de gemeente welke gevolgen en belemmering deze aanwijzing geeft als je perceel en bedrijf in deze aanwijzing vallen. Antwoord Zie ons antwoord onder reactie 5 bij zienswijze 9, deze wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. Conclusie In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten.
3.21. Zienswijze 21 – 2022-022380 Reactie 1. Reclamant geeft aan pas akkoord met de visie te kunnen gaan als duidelijk is welke ontwikkelingen wel of niet mogelijk zijn ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Antwoord De omgevingsvisie wijzigt niets aan de ontwikkelingen die mogelijk zijn op basis van het nu geldende bestemmingsplan. Reactie 2. Reclamant wil weten in hoeverre een visie bijdraagt aan het bepalen welke ontwikkelingen mogelijk zijn in de toekomst. Antwoord Deze omgevingsvisie is op hoofdlijnen geschreven. Het daadwerkelijke afwegingskader voor ontwikkelingen komt pas aan de orde in de nog te maken programma’s. Reactie 3. Reclamant geeft aan dat hij en anderen niet op een duidelijke wijze zijn geïnformeerd over de ter inzagelegging van de visie. Reclamant twijfelt over de transparantie van het proces van de visie. Antwoord Het ter inzage leggen van de omgevingsvisie is gepubliceerd in de Informatiekrant van Dongen, het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Hiermee is er op duidelijke en transparante wijze gecommuniceerd over de ter inzage legging. Reactie 4. Reclamant moet zijn stallen aanpassen en heeft plannen voor een woning op zijn perceel. Hij vraagt zich af of deze visie zijn plannen in de weg staat. Antwoord Deze omgevingsvisie is op hoofdlijnen geschreven.
Het daadwerkelijke afwegingskader voor ontwikkelingen zoals reclamant aangeeft, komt pas aan de orde in de nog te maken programma’s. De Pagina 31 van 40
enige uitgangspunten/belemmeringen die in de omgevingsvisie staan, staan onder het kopje ‘hoe zien we de toekomst van … ‘. Wellicht ten overvloede willen wij nog aangeven dat een omgevingsvisie niet het enige kader is voor de plannen die initiatiefnemers hebben. Plannen moeten voldoen aan de Interim Verordening van de provincie, onze bestemmingsplannen en diverse beleidskaders. Reactie 5. Reclamant heeft bezwaar tegen het proces. Hij heeft de indruk dat er wat zaken spelen waar de gemeente hen niet bij wil betrekken. Dat vindt reclamant niet eerlijk. Hij wil een gesprek met de betrokken ambtenaren en opheldering over wat er speelt. Antwoord Het ter inzage leggen van de omgevingsvisie is gepubliceerd in de Informatiekrant van Dongen, het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Hiermee is er op duidelijke en transparante wijze gecommuniceerd over de ter inzage legging. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
3.22. Zienswijze 22 – 2023-000161 Reactie 1. Reclamant geeft aan dat de omgevingsvisie van de gemeente Dongen geen belemmering mag vormen voor hun bedrijfsvoering in de toekomst in algemene zin. Antwoord De omgevingsvisie wijzigt niet de bestemming van het perceel. De mogelijkheden die het bestemmingsplan nu biedt voor de bedrijfsvoering blijft ongewijzigd. Bij het opstellen van het omgevingsplan wordt nader gekeken naar de mogelijkheden in een gebied / op een perceel. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
3.23. Zienswijze 23 – 2022-022587 Reactie 1. Het gebied tussen de Gemeentenweg, Vaartweg en Ruiterbaan is in de omgevingsvisie als buitengebied aangemerkt. Reclamanten zien op deze percelen mogelijkheden voor transformatie van het bebouwingslint met daarin begrepen kwaliteitsverbetering. Hierdoor achten zij het voorstelbaar/wenselijk dat deze percelen als ‘historisch lint’ worden aangemerkt in plaats van ‘buitengebied’. Zij vragen hierdoor om een herbegrenzing van het gebied ‘historisch lint’. Antwoord Zie ons antwoord onder reactie 5 bij zienswijze 9, deze wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. In omgevingsvisie loopt het historisch lint minder ver door dan in de Structuurvisie Dongen 2020. De door u aangegeven grond vallen nu buiten het lint. Het verder doortrekken van het lint is voorstelbaar en zal op de kaart worden aangepast.
Pagina 32 van 40
Dit betekent niet dat een verdere transformatie van het lint naar stedelijk gebied een logische vervolgstap is. De locatie ligt binnen bestemmingsplan Buitengebied. Conclusie In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. Het historisch lint op de basis kaart zal verder worden doorgetrokken (tot aan Ruiterbaan).
3.24. Zienswijze 24 – 2022-022605 Reactie 1. De ZLTO vindt het prettig te constateren dat er een thema is gewijd aan de agrarische sector en dat het belang hiervan wordt ingezien. In de thema’s waaraan de agrarische sector een bijdrage kan leveren, staat weinig genoemd over de agrarische sector. De ZLTO ziet dit als een gemiste kans. Antwoord Wij betreuren dat de ZLTO een gemis ziet in de verschillende thema’s waar de agrarische sector aan kan bijdragen. De omgevingsvisie is in hoofdlijnen opgesteld. Voor het buitengebied zal er een apart programma worden opgesteld. Hierin staan specifieke afwegingskaders met de verschillende thema’s voor het buitengebied in worden opgenomen. De agrarische sector en andere belanghebbenden/ organisaties worden nauw betrokken bij het opstellen van dit programma. Deze input en de bijdrage die de agrarische sector kan leveren in de diverse thema’s zullen worden meegenomen. Reactie 2. De ZLTO geeft aan dat de sector glastuinbouw zwaar onderbelicht is. Terwijl dit een grote speler is. Antwoord Wij hebben de omgevingsvisie hierop aangevuld. Reactie 3. De ZLTO pleit voor maatwerk. Agrarische ondernemers zullen andere paden bewandelen. De een gaat vergroten, de ander verbreden of transformeren. Ruimte voor maatwerk is hierbij van groot belang. Antwoord Wij verwijzen hierbij naar ons antwoord bij reactie 1.
In het afwegingskader zal ruimte voor maatwerk opgenomen worden. Reactie 4. Volgens de ZLTO is er in de omgevingsvisie geen aandacht geschonken aan de sector glastuinbouw. De ZLTO mist een visie op deze sector. Een belangrijk punt daarbij is: aardgasvrij kunnen telen. De mogelijkheden die worden gezocht in de energietransitie kunnen individuen niet alleen. Hiervoor is samenwerking en aanjagen van de energietransitie noodzakelijk. De ZLTO ziet hierin dan ook een belangrijke rol voor de gemeente. Antwoord Wij verwijzen hierbij naar ons antwoord bij reactie 1 en 2. De problematiek voor de glastuinbouw zal ook met maatwerk worden benaderd.
Pagina 33 van 40
Reactie 5. De ZLTO mist in de thema’s groen, klimaat en milieu de samenhang met de agrarische sector. De agrarische sector kan zorgen voor een gezonde bodem, infiltreren van water en meer biodiversiteit. Al deze zaken moeten in samenhang worden bezien om kansen te benutten. Antwoord Wij verwijzen hierbij naar ons antwoord bij reactie 1. Waar mogelijk scherpen we de teksten in de omgevingsvisie hier verder op aan. Reactie 6. In de thema’s groen en landschap mist de ZLTO ook een samenhang met de agrarische sector. Opmerkelijk vindt de ZLTO dat STILA nergens wordt benoemd als middel om in het agrarisch gebied een bijdrage te leveren aan meer biodiversiteit in combinatie met een aantrekkelijk landschap. De agrarisch sector kan hierin een belangrijke rol spelen. Antwoord Wij verwijzen hierbij naar ons antwoord bij reactie 1. STILA is een systematiek welke aan wijzigingen onderhevig is. Het benoemen van een dergelijk middel past meer binnen een programma. Reactie 7. De visie op zonnevelden in het buitengebied is tegenstrijdig volgens de ZLTO. In het thema ‘agrarische sector’ staat dat onbebouwde grond niet ingezet kan worden voor zonnevelden. In het thema ‘energie’ staat dat dit beleid nog moet worden uitgewerkt. De ZLTO vraagt om terughoudend om te gaan met ruimtezoekende claims in het buitengebied. Het verduurzamen van agrarische bedrijven vraagt om extensiever grondgebruik.
Meervoudig ruimtegebruik zou wel mogelijkheden bieden. Het afwegingskader voor zonnevelden voor de REKS moet worden overgenomen. Antwoord Wij hebben de omgevingsvisie hierop aangepast. De gemeente Dongen en de provincie Noord-Brabant gaan terughoudend omgaan met het toestaan van zonnepanelen op onbebouwde gronden. Het afwegingskader zoals in de REKS bepaalt, is leidend. Het kader dat gaat over de uitkomst van het afwegingskader uit de REKS (over het toestaan van zonnepanelen op onbebouwde gronden) moet nog worden gemaakt. Hiervoor betekent overigens ook dat hier terughoudend mee om wordt gegaan. Reactie 8. De ZLTO wil betrokken blijven bij de mobiliteitsvraagstukken. De ontsluiting naar de agrarische percelen moet gegarandeerd zijn en de veiligheid van de weggebruikers mag niet in het gedrang komen. Antwoord Wij nemen deze zienswijze voor kennisgeving aan en bij mobiliteitsvraagstukken in het buitengebied zullen we de agrarische sector betrekken. Reactie 9. Om ondermijning in het buitengebied tegen te gaan is een vitale agrarische sector van belang. De ZLTO vraagt dan ook om VAB-beleid, mogelijkheden voor nevenactiviteiten en verbreding. Tevens vragen zij om een samenwerking op te tuigen tussen de bevoegde instanties en ondernemers om ondermijning in de agrarische sector tegen te gaan.
Pagina 34 van 40
Antwoord In het programma voor het buitengebied zal per differentiërend gebied beleid worden ontwikkeld. De gewenste ontwikkelingsrichting zal hier per gebied in worden opgenomen. VAB-beleid zal hierin verwerkt worden. Per gebied zal worden bekeken waar er verbreding of nevenactiviteiten mogelijk zijn. De gemeente werkt aan een vorm van samenwerken tussen verschillende overheden en ondernemers om op een efficiënte manier ruimtelijke vraagstukken op te lossen / te behandelen. Reactie 10. De ZLTO geeft aan dat de aanduiding ‘historisch lint’ een devaluatie van de waarde van deze gebied geeft en vooral voor de glastuinbouwbedrijven. De ZLTO kan de consequenties nog niet overzien van deze aanduiding, maar vraagt om bij verdere uitwerking rekening te houden met het feit dat deze aanduiding geen beperkingen voor de bedrijven mag opleveren. Antwoord Zie ons antwoord onder reactie 5 bij zienswijze 9, deze wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. Conclusie • De teksten over zonnevelden in de omgevingsvisie worden nagelopen op tegenstrijdigheden en waar nodig aangepast. • In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten.
Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten.
3.25. Zienswijze 25 – 2022-022606 Reactie 1. Reclamanten hebben een glastuinbouwbedrijf op twee locaties in Dongen. Het is voor reclamanten op dit moment onduidelijk welke concrete gevolgen de aanduiding ‘historisch lint’ in de omgevingsvisie betekent voor hun bedrijfsvoering. Reclamanten gaan ervan uit dat de aanwijzing geen belemmering zal geven voor de huidige en mogelijk toekomstige bedrijfsontwikkelingen. Antwoord Zie ons antwoord onder reactie 5 bij zienswijze 9, deze wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. Reactie 2. Reclamanten missen een visie en het belang van de sector glastuinbouw in de visie. Zij willen dat er expliciet een concentratiegebied voor de glastuinbouw wordt opgenomen. Antwoord De basis voor het bestaande doorgroeigebied glastuinbouw is gelegen in de Interim Verordening van de provincie Noord-Brabant. Bij nieuwe ontwikkelingen moeten deze plannen ook voldoen aan de Interim Verordening. In het programma voor het buitengebied zal hier ook aandacht voor zijn. De tekst in de omgevingsvisie is aangevuld op het onderdeel glastuinbouw.
Pagina 35 van 40
Reactie 3. Een belangrijk punt voor de glastuinbouwers is aardgasvrij kunnen telen. De mogelijkheden die worden gezocht in de energietransitie kunnen individuen niet alleen. Hiervoor is samenwerking en aanjagen van de energietransitie noodzakelijk. Reclamanten zien hierin dan ook een belangrijke rol voor de gemeente. Antwoord Voor het buitengebied zal er een apart programma worden opgesteld. Hierin staan specifieke afwegingskaders met de verschillende thema’s voor het buitengebied in worden opgenomen, zoals de energietransitie. De agrarische sector wordt nauw betrokken bij het opstellen van dit programma. Deze input en de bijdrage die de agrarische sector kan leveren in de diverse thema’s zullen worden meegenomen. De problematiek voor de glastuinbouw zal ook met maatwerk worden benaderd. Conclusie • In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. • De tekst in de omgevingsvisie is aangevuld op het onderdeel glastuinbouw.
3.26. Zienswijze 26 – 2022-022726 Reactie 1. Reclamant vindt de aanduiding ‘historisch lint’ niet nodig en deze aanduiding mag ook geen beperking opleveren voor de landbouw. Antwoord Zie ons antwoord onder reactie 5 bij zienswijze 9, deze wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. Reactie 2. Agrarische ondernemers moeten vrij kunnen ondernemen en het bestemmingsplan mag geen beperkingen opleveren. Er mogen ook geen verplichtingen bestaan om biologisch of natuur inclusief te ondernemen zoals nu staat genoemd in de omgevingsvisie. Antwoord Voor agrarisch ondernemers gelden landelijke en provinciale regels voor hun agrarische bedrijf. Binnen deze kaders stelt de gemeente een bestemmingsplan op. De gemeente kan binnen deze kaders nog nadere regels stellen. Deze regels kunnen in bepaalde gevallen ook een verbreding betekenen voor de agrarische sector. In de omgevingsvisie staat geen verplichting opgenomen om biologisch of natuur inclusief te gaan ondernemen. Er staat dat daar ruimte voor is. Bovendien kan een omgevingsvisie geen verplichtingen bevatten. Reactie 3. Het buitengebied mag niet worden volgebouwd.
Landbouwgrond moet landbouwgrond blijven en niet voor zonnepanelen, huizen of natuur. Antwoord Het buitengebied van de gemeente Dongen biedt ruimte aan verschillende functies, zoals landbouw, natuur en recreatie. De agrarische sector neemt een prominente plek in het buitengebied in. In de Pagina 36 van 40
agrarische sector zijn al jaren twee trends gaande: schaalvergroting en intensivering. Kleinere agrarische ondernemingen komen hierdoor voor de keuze te staan om hun traditionele landbouwactiviteiten te verbreden of zelfs te beëindigen. Hierdoor komen boerderijen leeg te staan, dit noemen we ook wel vrijgekomen agrarische bebouwing (VAB). Relatief veel van deze VAB’s bevinden zich in de historische linten. Deze VAB’s krijgen een andere bestemming om zo het buitengebied vitaal te houden en leegstand en verloedering tegen te gaan. Reactie 4. Bestaande natuurgebieden moeten worden beschermd voor dier en plant. De ecologische zone is nu aangelegd voor de mens. Recreatie heeft de overhand nu en dat is volgens reclamant geen natuur. Antwoord De ecologische verbindingszone is een verbinding tussen verschillende natuurgebieden. Door de aanleg van planten en struiken, bloemrijke vegetatie en brede oevers in de EVZ ontstaat een natuurlijke verbinding die gebruikt wordt als leef- en trekgebied voor dieren en planten. De verruiming van de beekbedding geeft daarnaast ruimte voor waterberging. Als meekoppelkans kun je hier ook wandelen, fietsen en spelen. Het hoofddoel van de EVZ blijft een goed leef- en trekgebied voor dieren en planten. De milieuimpactanalyse maakt onderdeel uit van de omgevingsvisie.
Deze zal worden aangevuld met basiskaarten op het gebied van bodem, water, groen en dergelijke. De bestaande groenstructuren en ecologische verbindingszone zijn daarmee ook in beeld. Conclusie • In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. • De milieuimpactanalyse wordt aangevuld met basiskaarten op het gebied van bodem, water, groen en dergelijke.
3.27 Zienswijze 27 – 2022-022741 Reactie 1. Reclamanten geven aan dat zij lezen in de omgevingsvisie dat de gemeente initiatiefnemers uitnodigt om met ideeën te komen en om kaders op te stellen. Reclamanten geven aan dat dit betekenisloos is, omdat de gemeente verder achteroverleunt en wacht op initiatiefnemers. Volgens reclamanten is er meer behoefte aan duidelijkheid over keuzes wat de gemeente wel of niet gaat doen. In de uitvoeringsparagraaf is alleen aangegeven dat er nadere programma’s worden opgesteld. De planning hiervan en op welke manier deze programma’s worden uitgewerkt is niet duidelijk. Reclamanten constateren dat het college bevoegd is voor het vaststellen van de programma’s. Reclamanten vragen zich af of dit wijs is. Antwoord De omgevingsvisie is gemaakt samen met de inwoners en bedrijven van de gemeente Dongen. Een omgevingsvisie heeft op hoofdlijnen bepaalde kaders aan. Het is straks aan de inwoners en bedrijven om te komen met initiatieven. Dat is niet aan de gemeente. Het klopt dat de omgevingsvisie op hoofdlijnen is geschreven. De verdere uitwerking van gebieden en thema’s komt aan de orde in de verschillende programma’s. De planning en de uitwerking van deze programma’s wordt bekend gemaakt, zodra hier meer zicht op is en duidelijkheid over is.
Pagina 37 van 40
Het is wettelijke vastgelegd dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd zijn voor het vaststellen van een programma. Dat wil niet zeggen dat het college de gemeenteraad niet nadrukkelijk betrekt bij het opstellen en vaststellen van deze programma’s. Reactie 2. Reclamanten vragen zich af of de ondernemer die een plan heeft geen twee keer betaalt. Eén keer indirect via het belastingstelsel en één keer via het kostenverhaal c.q. de anterieure overeenkomst. Reclamanten stellen dit niet eerlijk te vinden. Een ondernemer die geen anterieure overeenkomst wil of kan sluiten vallen hierdoor buiten de boot. Antwoord Het bekostigen van ruimtelijke procedures gaat niet via het belastingstelsel. Daarom bepaalt de wet dat de gemeente de kosten van de ruimtelijke procedure moet verhalen op de initiatiefnemer. De gedachte hierachter is: degene die iets wil, moet daarvoor betalen. Daar hoeven andere mensen niet aan mee te betalen. Reclamant 3. Reclamanten zijn hun bedrijfsvoering aan het verbreden. Reclamanten wensen dat de gemeente zich over dit onderwerp uitspreekt en dit een plek geeft in de visie. Dit mist in de visie. Reclamanten vragen niet alleen bestaande bedrijven duidelijk een plek te geven in de visie, maar ook waarden als Economie, Werkgelegenheid en Ondernemerskracht op te nemen.
Antwoord Zoals eerder aangegeven worden dit soort thema’s in een programma nader uitgewerkt. Aspecten zoals economie zullen in de desbetreffende programma’s een plek krijgen. Reactie 4. Reclamanten roepen op om het bestaande doorgroeigebied glastuinbouw op de kaart te vermelden en vermeldt dat dit gebied behouden blijft. Zonder deze basis is het voor reclamanten onmogelijk om ‘passende initiatieven’ te ontwikkelen. Antwoord De basis voor het bestaande doorgroeigebied glastuinbouw is gelegen in de Interim Verordening van de provincie Noord-Brabant. Bij nieuwe ontwikkelingen moeten deze plannen ook voldoen aan de Interim Verordening. In het programma voor het buitengebied zal hier ook aandacht aangegeven worden. De tekst in de omgevingsvisie is aangevuld op het onderdeel glastuinbouw. Reactie 5. Reclamanten betreuren het dat bij in de visie staat dat bij nieuwe grootschalige ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met de gevolgen voor het landschap en dat de archeologische en cultuurhistorische beleidskaarten leidend zijn. Hierdoor wordt volgens reclamanten niet naar de toekomst gekeken. Antwoord Bij nieuwe ontwikkelingen zijn aspecten zoals bodem en cultuurhistorie inderdaad leidend. We gaan met alle zorgvuldigheid om met onze bodem en cultuurhistorie. Daarmee kijken we juist naar de toekomst en niet op de korte termijn.
We kijken niet alleen of een ontwikkeling op dit moment passend is naast andere functies in het gebied, maar we kijken ook of de ontwikkeling bijdraagt aan duurzame ontwikkeling van bijvoorbeeld de bodem.
Pagina 38 van 40
Reactie 6. Op de ambitiekaart zijn de bestaande bedrijven niet ingetekend. Dat geldt ook voor het bedrijf van reclamanten. Reclamanten zien de bedrijven opgenomen op de kaart. Antwoord Het opnemen van de bestaande bedrijven is te gedetailleerd voor deze omgevingsvisie. De bestaande bedrijven zijn in het geldende bestemmingsplan opgenomen. Deze omgevingsvisie is in hoofdlijnen opgesteld, daarom nemen wij deze bedrijven niet op. Reactie 7. De aanduiding ‘historisch lint’ is volgens reclamanten dusdanig groot dat er verschillende agrarische bedrijven in zijn gelegen. Reclamanten zien hierin graag een aanpassing. De consequentie van deze aanduiding is ook niet te overzien voor reclamanten. Vooralsnog is de enige ‘voorwaarde’ dat voor de omgang met erfgoed bij ruimtelijke plannen de archeologische en cultuurhistorische beleidskaarten uitgangspunt zijn. Reclamanten zijn van mening dat dit ook omgekeerd zo dient te zijn, dus dat de ontwikkelingen van cultuurhistorische waarden en erfgoed de ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande (agrarische) bedrijven niet in de weg mag staan. Reclamanten verwachten dat bij de verdere uitwerking hier rekening mee wordt gehouden zodat de aanduiding van historische lint niet tot nieuwe beperkingen voor de bestaande bedrijven gaat leiden. Antwoord Zie ons antwoord onder reactie 5 bij zienswijze 9, deze wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.
In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. Reactie 8. Reclamanten geven aan dat voor het buitengebied geen richting wordt gegeven aan de uitdagingen waar het buitengebied voor staat. Aan wat voor initiatieven gaat de gemeente meewerken? Daar verwachten reclamanten duidelijkere antwoorden op. Antwoord Het afwegingskader voor initiatieven in het buitengebied wordt samen met de inwoners en bedrijven opgenomen in het programma voor het buitengebied. In het programma wordt richting gegeven voor de verschillende gebieden. Reactie 9. In de visie staat nergens dat wat reclamanten voor ogen hebben niet zou kunnen, maar de visie is ook geen basis voor de toekomst. Nadere uitwerkingen volgen nog. Reclamanten willen hier niet lang op hoeven wachten. Reclamanten pleiten voor een programma speciaal voor de historische linten. Antwoord Wij verwijzen hiervoor naar ons antwoord bij reactie 1 en 7. Conclusie In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. De tekst in de omgevingsvisie is aangevuld op het onderdeel glastuinbouw.
Pagina 39 van 40
3.28 Zienswijze 28 - 2023-000037 Reactie 1. Graag willen we hierbij onze zienswijze indienen op “Ontwerp-Omgevingsvisie Dongen”. Onze zorg betreft de aanduiding van onze locatie in het gebied als historisch lint. Op dit moment kunnen we de consequenties van deze aanduiding nog niet goed overzien. Het is ons onvoldoende duidelijk wat de impact is van deze aanduiding op onze locatie. Wij vragen u bij de verdere uitwerking hier rekening mee te houden zodat de aanduiding van historische lint niet tot nieuwe beperkingen voor de zittende bedrijven zoals de onze gaat leiden, of eventuele toekomstige ontwikkelingen in de weg zit. Antwoord Zie ons antwoord onder reactie 5 bij zienswijze 9, deze wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten. Conclusie In de omgevingsvisie zal een verdiepingsslag worden gemaakt ten aanzien van de historische linten. Onder het thema ‘Cultuurhistorie’ zijn de linten nader omschreven en gedifferentieerd naar kwaliteiten.
Pagina 40 van 40