2021-014041 Bijl1- Nota van Zienswijzen omgevingsvisie Dongen anoniem
Tekst van het document
Omgevingsvisie Dongen Nota van zienswijzen 1.
Inleiding
In deze nota van zienswijzen wordt een reactie gegeven op de ingekomen zienswijzen in het kader van het ter inzage leggen van de ontwerp omgevingsvisie Dongen.
2.
Procedure
De ontwerp omgevingsvisie heeft vanaf vrijdag 21 oktober 2022 tot en met donderdag 1 december 2022 ter inzage gelegen. Deze periode is verlengd tot en met donderdag 29 december 2022. In die periode kon eenieder zijn of haar reactie naar keuze schriftelijk of mondeling indienen. Het ontwerp van de omgevingsvisie is ook onder de aandacht gebracht van de Provincie Noord-Brabant, Waterschap Brabantse Delta, gemeente Gilze en Rijen, gemeente Tilburg, gemeente Loon op Zand en gemeente Oosterhout. Iedere inwoner of belanghebbende heeft in december 2021 via de Wijkprikker digitaal aan kunnen geven waar ze trots op zijn en waar verbetering van de openbare ruimte mogelijk is. Tijdens de Ontmoetingen op 19 en 20 april 2022 is gesproken over diverse vraagstukken, stellingen en dilemma’s. Samen met inwoners, ondernemers en andere partijen hebben we tijdens de Ontmoetingen nagedacht over hoe onze gemeente de komende twintig jaar verandert en wat dat betekent voor de omgeving. Er zijn zienswijzen ontvangen van: 1. Zienswijze 1 - zaaknummer 2022-021186, Provincie Noord-Brabant, d.d. 30 november 2022; 2. Zienswijze 2 – zaaknummer 2022-020720, Rijkswaterstaat Zuid-Nederland, afdeling Netwerkontwikkeling en Visie, d.d. 22 november 2022; 3. Zienswijze 3 - zaaknummer 2022-021124, Tennet, d.d. 29 november 2022; 4. Zienswijze 4 – zaaknummer 2023-000017, Waterschap Brabantse Delta, d.d.
23 december 2022; 5. Zienswijze 5 – zaaknummer 2022-020622, gemeente Tilburg, d.d. 21 november 2022; 6. Zienswijze 6 – zaaknummer 2022-021223, gemeente Gilze en Rijen, d.d. 1 december 2022; 7. Zienswijze 7- zaaknummer 2022-020944, d.d. 28 november 2022; 8. Zienswijze 8 - zaaknummer 2022-020416, Cumela, d.d. 14 november 2022; 9. Zienswijze 9 - zaaknummer 2022-020182 en aanvullend 2022-022601, d.d. 14 november 2022 en 24 december 2022; 10. Zienswijze 10 - zaaknummer 2022-021221, Vereniging Spaar de Duiventoren en het Blik, d.d. 30 november 2022; 11. Zienswijze 11 - zaaknummer 2022-021225, d.d. 1 december 2022; 12. Zienswijze 12 - zaaknummer 2022-021226, Milieuvereniging Oosterhout, d.d. 30 november 2022; 13. Zienswijze 13 - zaaknummer 2022-021107, d.d. 30 november 2022; 14. Zienswijze 14 - zaaknummer 2022-021109, d.d. 30 november 2022; 15. Zienswijze 15 - zaaknummer 2022-021111, d.d. 29 november 2022; 16. Zienswijze 16 - zaaknummer 2022-021117, d.d. 30 november 2022; 17. Zienswijze 17 - zaaknummer 2022-021126, d.d. 28 november 2022; 18. Zienswijze 18 - zaaknummer 2022-021145, d.d. 29 november 2022; 19. Zienswijze 19 - zaaknummer 2022-021163, d.d. 29 november 2022; Pagina 1 van 40
20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28.
Zienswijze 20 - zaaknummer 2022-021960, d.d. 30 november 2022; Zienswijze 21 – zaaknummer 2022-022380, d.d. 20 december 2022; Zienswijze 22 – zaaknummer 2023-000161, d.d. 22 december 2022; Zienswijze 23 – zaaknummer 2022-022587, d.d. 23 december 2022; Zienswijze 24 – zaaknummer 2022-022605 -ZLTO, afdeling Dongen - Loon op Zand, d.d. 27 december 2022; Zienswijze 25 – zaaknummer 2022-022606, d.d. 22 december 2022; Zienswijze 26 – zaaknummer 2022-022726, d.d. 27 december 2022; Zienswijze 27 – zaaknummer 2022-022741, d.d. 29 december 2022; Zienswijze 28 – zaaknummer 2023-000037, d.d. 30 december 2022.
Niet alle zienswijzen zijn tijdig ontvangen maar zijn wel allemaal meegenomen in de belangenafweging. Wij hebben alle zienswijzen samengevat. Deze samenvatting is dus geen woordelijke weergaven van de zienswijzen, maar in de antwoorden is wel de gehele zienswijzen in de afweging meegenomen.
3. Zienswijzen 3.1. Zienswijze 1 – zaaknummer 2022-021186 Reactie 1. Thema algemeen: De provincie Noord-Brabant (hierna: provincie) mist in de ontwerp Omgevingsvisie een relatie met de visies van buurgemeenten, welke rol gemeente Dongen inneemt in de regio, op welke manier over beleidskeuzes voor thema’s wordt afgestemd met de regio en hoe deze keuzes vooraf tot meer waarde voor de regio kunnen leiden. Antwoord In de omgevingsvisie is een relatie gelegd met de NOVI en POVI en er is ingegaan op de regio. Er zijn vier regionale hoofdopgaven onderscheiden: Energietransitie en Klimaatadaptatie, Duurzame verstedelijking, Mobiliteitstransitie en Toekomstbestendig landelijk gebied. Daarbij is aangegeven dat onze gemeente vanuit de verschillende thema’s in contact staan met de regio. Dit is een nog lopend proces. Wij hebben kennis genomen en waar nodig input gegeven op visie van buurgemeenten maar hier geen afzonderlijk hoofdstuk aan besteed in de gemeentelijke visie. Reactie 2. Thema algemeen: De provincie adviseert om meer aandacht te besteden aan de kansen en beperkingen die de bodem en ondergrond met zich meebrengt. Er wordt volgens de provincie nu geen expliciete aandacht besteed aan de ondergrond en de bodem. Vanuit het Rijk is aangegeven dat water en bodem leidend wordt bij het beoordelen van plannen. Antwoord De omgevingsvisie is op hooflijnen.
Onderdeel van de omgevingsvisie is de milieuimpactanalyse. Hierin zijn aspecten geluid, hittestress en dergelijke opgenomen. Het is juist dat de bestaande ondergrond niet expliciet is benoemd. De milieuimpactanalyse wordt aangevuld met basiskaarten op het gebied van bodem, water, groen en dergelijke. Daarnaast wordt de omgevingsvisie verder uitgewerkt in programma’s en in een omgevingsplan. Aspecten als water en bodem zullen hier nadrukkelijk een plek in krijgen. Reactie 3. Thema algemeen: De provincie doet een tekstvoorstel, om op deze manier het aspect ontgrondingen een plek te geven in de omgevingsvisie in relatie tot recreatie en waterberging. Het tekstvoorstel luidt ‘’Wij zijn niet op voorhand tegen initiatieven voor de winning van zanden grind door ontgrondingen als Pagina 2 van 40
deze een bijdrage leveren aan gemeentelijke doelen, zoals versterking van de recreatieve functie in het buitengebied en vergroting van de waterberging. Zo nemen wij onze verantwoordelijkheid door mede te zorgen voor het vrijkomen van voldoende grondstoffen voor de bouw.”’ Antwoord In de gemeente is één bestaande locatie aanwezig waar zand wordt gewonnen. Deze locatie wordt vervolgens ingericht als een extensief recreatiegebied. Meer zandwinlocaties liggen niet voor de hand. Reactie 4. Thema Circulariteit: De provincie stelt dat de toekomst van circulariteit in de ontwerp-Omgevingsvisie als een goed uitgangspunt is opgenomen. De provincie valt op dat dat bij de ambitie om duurzaam en circulair te bouwen niet staat vermeld dat die ambitie ook gaat over het zuinig gebruik van bouwgrondstoffen, het gebruik van hernieuwbare bouwgrondstoffen (hout, vlas) of het toepassen van bouwgrondstoffen op een manier die inzet na afloop van de levensduur van een bouwwerk opnieuw mogelijk maakt (bijv. door modulair te bouwen). Antwoord Bij ‘Hoe zien we de toekomst van circulariteit?’ staat onder meer: • We bouwen duurzaam en circulair en houden rekening met de woon- en leefomgeving. We stimuleren en doen mee aan duurzame woningbouw experimenten, zoals waterneutraal bouwen (o.a. afname van verharding en toename van waterberging) en inwonerinitiatieven.
• Bij aanbesteding van werken, leveranties en diensten voor gemeentelijke taken streven we zoveel mogelijk naar het gebruik van recyclebare producten of van producten die al gerecycled zijn. Dit geeft aan dat zuinig gebruik van grondstoffen, recyclebare producten e.d. onderdeel uitmaakt van circulariteit. De tekst bij de eerste bullit wordt gewijzigd in: “We bouwen duurzaam en circulair en houden rekening met de woon- en leefomgeving. We stimuleren en doen mee aan innovaties op het gebied van duurzame woningbouw, zoals waterneutraal bouwen (o.a. afname van verharding en toename van waterberging) en inwonerinitiatieven.“ Reactie 5. Thema Cultureel erfgoed: De waarden die de gemeente Dongen en de provincie hebben voor Cultureel erfgoed komen overeen. Op één punt is dit niet het geval volgens de provincie. Op de provinciale waardenkaart is het gebied rondom ’s Gravenmoer aangeduid als een cultuurhistorisch vlak. De waarden in dit gebied richten zich met name op behoud van deze waarden en kenmerken. De provincie geeft aan dat er op de omgevingsvisie kaart van de gemeente Dongen een uitbreiding van woningen is opgenomen in dit door de provincie aangewezen cultuurhistorisch waardevolle vlak en nabij (door de gemeente zelf aangeduide) historische bebouwing in de linten.
De provincie geeft aan binnen dit gebied wel mogelijkheden zijn voor ontwikkelingen, maar dat het uitgangspunt hierbij is dat de ontwikkelingen zich richten op behoud, versterken en duurzaam ontwikkelen van de cultuurhistorische waarden. Antwoord De provincie duidt waarschijnlijk op het initiatief aan de Vaartweg 78A in ’s Gravenmoer. Dit plan is nog in de initiatieffase. Op de kaart is geen uitbreiding opgenomen. De historische linten zijn op deze kaart digitaal gekoppeld aan percelen. De gemeente is zich ervan bewust dat deze uitgangspunten gelden. En heeft hiervoor ook een aanvullende motivering aangeleverd bij dit initiatief.
Pagina 3 van 40
In het thema ‘Wonen’ staat ook het volgende genoemd: Onze kernkwaliteiten op het gebied van cultuurhistorie en erfgoed, landschap en natuur (zie hoofdstuk Waarden) staan centraal. De kernkwaliteiten vormen de leidraad voor iedere potentiële woningbouwontwikkeling, zeker ook bij uitbreiding. Reactie 6. Thema Cultureel erfgoed: De provincie raadt de gemeente aan gelet op het aantal archeologische onderzoeken dat binnen de gemeente Dongen wordt gedaan, de archeologische verwachtingenkaart en daaruit volgende archeologische beleidskaart, regelmatig de laatste stand van onderzoek bij te werken. Voor de toekomstige ruimtelijke plannen is dan ook de meest recente informatie beschikbaar. Antwoord Wij nemen deze zienswijze voor kennisgeving aan en zullen, indien daar budget voor beschikbaar komt, deze kaart laten aanpassen. Reactie 7. Thema Energie: de provincie vraagt zich af hoe de gemeente gaat afwegen waar er wel en waar geen zonneparken in het landelijk gebied kunnen komen met eventuele (ruimtelijke) voorwaarden. Antwoord Het kader waar wij wel en geen zonneparken in het landelijk gebied toe zullen staan, werken wij uit in een programma op basis van de Omgevingswet. Reactie 8. Thema Energie: in de Omgevingsvisie staat er ruimte moet zijn voor energie infrastructuur. De provincie stelt hierbij de vraag hoe de gemeente de besparing en gedragsverandering teweeg wil brengen.
De provincie ziet in de Omgevingsvisie namelijk niet terug dat deze infrastructuur gericht moet zijn op het bij elkaar brengen van lokale vraag en aanbod (zowel fysieke uitleg van de kabels, als slimme oplossingen waardoor vraag en aanbod op elkaar afgestemd wordt). Het belang dat hierbij speelt is om het maximale uit het net te halen, omdat wachten op uitbreidingen lang kan duren en eveneens onnodig veel ruimte kost. Antwoord In de ontwerp-omgevingsvisie staat het feit genoemd dat de gemeente rekening houdt met de huidige transportschaarste en de ontwikkeling van het elektriciteitsnet in de toekomst. In het programma waar het thema energie onder zal vallen, zal hiervan een nadere uitwerking worden opgenomen. In het programma zal ook benoemd worden dat de infrastructuur van lokale vraag en aanbod op een slimme manier op elkaar aan moeten sluiten. Reactie 9. Thema Veiligheid: De provincie concludeert dat het thema veiligheid in de Omgevingsvisie van gemeente Dongen volledige in een lijn is met de Brabantse omgevingsvisie. Antwoord Wij nemen deze zienswijze voor kennisgeving aan. Reactie 10. Thema Klimaat: de Omgevingsvisie mist volgens de provincie hoe uiting gegeven wordt aan het principe dat water en bodem leidend zijn. Ook mist de provincie het onderwerp hoe aandacht besteed wordt aan verdroging.
Pagina 4 van 40
Antwoord Onder het hoofdstuk ‘Proces’ is de milieuimpactbeoordeling als bijlage toegevoegd. In deze beoordeling zijn verschillende kaarten opgenomen in het kader van water en bodem. Deze kaarten zijn de basis voor de omgevingsvisie en verdere uitwerking hiervan. Wij hebben in de omgevingsvisie de zin opgenomen dat bij nieuwe initiatieven water en bodem leidend zijn met een verwijzing naar de kaarten in de milieuimpactbeoordeling. Het thema water behelst ook verdroging. Reactie 11. Thema Klimaat: De gemeente onderkent de natuur en historie van het gebied met de Donge en de vaarten. Volgens de provincie kan de gemeente nog wel kansen benutten voor het verder verbeteren van de waterhuishouding en klimaatadaptatie (bijvoorbeeld: inrichting van infiltrerende parkeerplaatsen, aandacht voor vergroening bij de inrichting van bedrijventerreinen). Antwoord De nadere uitwerking en uitvoering van klimaatmaatregelen werken wij verder uit in een programma op basis van de Omgevingswet. Hiervoor hebben wij een Waterplan opgesteld waarin de gemeente zichzelf en ontwikkelende partijen resultaatsverplichtingen op dit gebied oplegt. De eisen met betrekking tot waterinfiltratie van de gemeente zijn strenger dan die vanuit het waterschap. Waterinfiltratie, bestrijden hittestress en groen hebben bij ontwikkelingen nadrukkelijk onze aandacht. Reactie 12.
Thema Milieu: In de omgevingsvisie is opgenomen dat de geluidsbelasting hoog is op de doorgaande wegen in en naar de kern Dongen en ook op het bedrijventerrein Tichelrijt. De provincie vraagt zich af of er ook geen zware geluidsbelasting geldt voor het bedrijventerrein De Wildert dat speciaal bedoeld is voor lawaai makende bedrijven. De provincie geeft ook aan dat er een nieuwe provinciale weg wordt gerealiseerd om een aantal bestaande wegen te ontlasten. Dit is niet opgenomen in de omgevingsvisie. Antwoord Het is juist dat er op het bedrijventerrein De Wildert lawaaimakende bedrijven mogen vestigen en gevestigd zijn. De kaart onder de desbetreffende tekst in de Omgevingsvisie laat echter het cumulatieve geluid zien. Dit is het geluid van alle bronnen bij elkaar. Deze kaart laat zien dat het cumulatieve geluid bij het bedrijventerrein Tichelrijt zeer slecht is. Bij het bedrijventerrein De Wildert is die cumulatieve geluidsbelasting een stuk minder. Daarom is het bedrijventerrein De Wildert niet dusdanig opgenomen. In het programma (als uitwerking van de omgevingsvisie) waar het thema milieu in wordt opgenomen, zullen wij de nieuwe provinciale weg benoemen.
Reactie 13. Thema Milieu: De provincie stelt dat er geen relatie is gelegd tussen gezondheid en geluid. Daarnaast mist de provincie het aspect in de omgevingsvisie of de gemeente iets wil ondernemen om de geluidsbelastingen te reduceren. De provincie concludeert dat voor het thema milieu de omgevingsvisie slechts een weergave is van de aanwezige situatie. Antwoord In de omgevingsvisie heeft de gemeente het volgende aangegeven: ‘’Economische ontwikkeling (zoals het uitbreiden van bedrijventerreinen) mag geen grote negatieve effecten op het milieu (o.a. schone lucht en geluid) hebben.’’ De gemeente wil deze negatieve effecten op het milieu, zoals geluid, tegengaan ook vanwege de gezondheid. Onder het thema ‘Gezondheid en Welzijn’ wordt deze relatie gelegd. Naast dat de aanwezige situatie benoemd wordt, wordt ook aandacht gegeven aan de toekomst onder het kopje ‘Hoe zien we de toekomst van milieu’. Pagina 5 van 40
In zijn algemeenheid zal de tekst nagelopen en aangevuld worden voor wat betreft gezondheid in relatie tot milieu. Bijvoorbeeld hoe we willen om gaan met gezondheidsbeschermende factoren. Reactie 14. Thema Milieu: De provincie raadt aan om in het thema milieu ook het onderwerp stikstof op te nemen. Bijvoorbeeld dat de stikstofproblematiek kan/zal, na provinciale uitwerking daarvan, de ruimtelijke mogelijkheden van Dongen kunnen beïnvloeden. Antwoord Bij ‘Wat komt er op ons af?’ staat opgenomen dat bij iedere belangrijke wijziging binnen een bedrijf of bij bouwprojecten moet de invloed van stikstof moet worden meegenomen. Bij de aandachtspunten zullen we aanvullend opnemen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen er aandacht is voor de milieueffecten, waaronder stikstof. Reactie 15. Thema Gezondheid en welzijn: De provincie geeft aan dat gezondheid als thema een goede plek heeft kregen in de omgevingsvisie. Een aandachtspunt is de aanwezigheid van groen in de woonomgeving. Antwoord Bij het thema Gezondheid en welzijn zullen we bij ‘Hoe zien we de toekomst van gezondheid en welzijn?’ opnemen dat het behouden van voldoende kwalitatief (en waar mogelijk uitbreiden van het) groen in de woonomgeving een aandachtspunt is. Reactie 16.
Thema Bereikbaarheid: De provincie vraagt aandacht bij de vertaling van het gemeentelijke beleid in de omgevingsvisie en de uitvoering daarvan voor het betrekken van de Regionale Mobiliteitsprogramma’s. Antwoord Bij het thema Bereikbaarheid zullen we een link leggen met de Regionale Mobiliteitsprogramma’s. Reactie 17. Thema Groen: De provincie mist in het thema groen een benadering van natuur met intrinsieke/ecologische waarde. Biodiversiteit wordt bijvoorbeeld wel genoemd, maar niet verder uitgewerkt. Antwoord De tekst van de omgevingsvisie wordt aangepast. Onder het kopje ‘Hoe zien we de toekomst van de groene omgeving’ wordt een koppeling met gezondheid gelegd, klimaat of biodiversiteit. Er is een link gelegd met het tegengaan van hittestress en effect van groen op mentale gezondheid. De milieuimpactanalyse wordt aangevuld met basiskaarten op het gebied van bodem, water, groen en dergelijke. Reactie 18. Thema Groen: Het belangrijkste natuurgebied: de Donge wordt volgens de provincie niet als zodanig benoemd. Terwijl de Donge een belangrijke rol kan spelen bij de ambities ten aanzien van klimaatadaptatie. Het is de belangrijkste verbindingsschakel tussen natuurgebieden op de zandgronden met de Biesbosch. Ontstening van bedrijventerrein Tichelrijt zou met prioriteit moeten Pagina 6 van 40
plaatsvinden langs de Donge zodat een brede groene zone langs de Donge ontstaat welke goed is voor klimaatadaptatie doelstellingen, maar ook voor bevorderen van biodiversiteit. Dit zou volgens de provincie mogelijk doorgetrokken kunnen worden naar de bebouwde kom van Dongen. Antwoord Zie antwoord onder reactie 17 hierboven. Eerder is regionaal besloten om de ecologische verbinding niet langs de Donge te laten verlopen maar om Dongen heen. Hierdoor heeft er langs de Donge op gebied van ecologie minder ontwikkeling plaatsgevonden. Dit jaar wordt er met het waterschap Brabantse Delta gewerkt aan een integrale visie voor de loop van de Donge.
Reactie 19. Thema Groen: De provincie daagt de gemeente uit om een integrale visie te ontwikkelen op het Dongesysteem. Hier valt volgens de provincie veel winst te behalen ten behoeve van natuur (biodiversiteitswaarde), klimaatadaptatie opgave en recreatie. Antwoord Zie antwoord onder reactie 17 en 18 hierboven. Reactie 20. Thema Groen: De nota ‘Brabant natuur inclusief’ komt zeer minimaal aan bod in de omgevingsvisie. Antwoord De omgevingsvisie is in hoofdlijnen opgesteld. Niet ieder beleidsstuk dat door de gemeente of andere overheden is opgesteld, komt in deze visie aanbod. In de uit te werken programma’s worden deze stukken nader in meegenomen. Reactie 21. Thema Groen: Nabij de gemeentegrens van Dongen ligt een stiltegebied in de gemeente Oosterhout. De provincie stelt dat uit de visie niet blijkt of de gemeente Dongen in relatie tot gezondheid wil inzetten op rust en stilte om de gezondheid te bevorderen. Antwoord Zie antwoord onder reactie 17 hierboven. Reactie 22. Thema Agrarische sector: De provincie geeft aan dat er vanuit het perspectief van stikstof voldoende (proces)informatie in de visie staat. Antwoord Wij nemen deze zienswijze voor kennisgeving aan. Reactie 23. Thema Werk en ondernemen: Volgens de provincie schetst de gemeente een eenzijdig toekomstbeeld van leegstand van bedrijfspanden.
De nieuwe prognoses laten zien dat er ook behoefte is aan bedrijfsruimte in midden Brabant. Dit beeld moet evenwichtiger worden opgenomen in de omgevingsvisie.
Pagina 7 van 40
Antwoord Wij hebben dit aangepast in de omgevingsvisie. Op dit moment is er geen sprake van leegstand op de bedrijventerreinen en de winkelleegstand is al jaren hetzelfde in Dongen. Reactie 24. Thema Werk en ondernemen: In de omgevingsvisie staat ‘Dongen wil dit accommoderen door revitalisering’. De provincie geeft aan dat er geen definitie van revitalisering is opgenomen. Zij stelt dat een scherpe en ambitieuze invulling nodig is voor een gerichte, stapsgewijze doorontwikkeling en modernisering. Antwoord Revitaliseren staat voor opknappen/hergebruiken. De Green Deal gaat hierbij helpen om bedrijven klimaat neutraal te worden door bijvoorbeeld zonnepanelen te plaatsen etc. Het opknappen van de gebouwen gaat hiermee gepaard, zodat bijvoorbeeld daken gereed worden gemaakt/aangepast worden om zonnepanelen op te plaatsen. De nadere invullen van de revitalisering zal in de desbetreffende programma’s worden opgenomen waar het thema economie in zal landen. Reactie 25. Thema Werk en ondernemen: De provincie wil dat de gemeente in haar omgevingsvisie een verwijzing opneemt naar de regionale positie en (bedrijventerreinen) afspraken. Het economische profiel van een maakindustrie moet worden aangescherpt. Dit profiel en de bijbehorende afspraken moet regionaal worden afgestemd. Antwoord Er wordt een onderzoek uitgevoerd wat voor economisch profiel Dongen heeft.
Dit profiel is het startpunt van de uitwerking van het thema ‘economie’ in een programma. Reactie 26. Thema Wonen: Volgens de provincie moeten de nieuwe beleidslijnen wonen van het Rijk en de provinciale afspraken in de regionale woondeals een meer prominente plek krijgen in de omgevingsvisie. De provincie gaat meer sturen op betaalbare nieuwbouw (2/3de betaalbaar) en een woningvoorraad van 30% sociale huur. Dit laatste percentage is een streven. De gemeente moet aantonen hoe men daar komt of blijft. Dit moet landen in een woonprogramma. Antwoord Wij nemen deze zienswijze voor kennisgeving aan. De gemeente is zich ervan bewust dat deze twee pijlers moeten landen in een woonprogramma. Reactie 27. Thema Wonen: De provincie geeft aan dat uit de visie blijkt dat Dongen alleen kiest voor een ‘eigen lokale opgave’ voor wat betreft wonen. Hierdoor krijgen Oosterhout en Tilburg een grotere opgave. De provincie heeft de indruk dat er nu relatief weinig plannen zijn ten opzichte van de grote regionale en gemeentelijke woonopgave. Antwoord De ambitie van de gemeente Dongen is groter dan enkel de lokale opgave, er wordt ook gekeken naar de regionale opgaven. Tot 2030 zijn de locaties al voldoende in beeld. Voor na deze periode worden de locaties verder onderzocht, zowel binnen bestaand stedelijk gebied als bij mogelijke uitbreidingslocaties.
De tekst in de omgevingsvisie zal hierop worden aangescherpt en verduidelijkt.
Pagina 8 van 40
Reactie 28. Gebieden: Buitengebied: In de Omgevingsvisie wordt weinig aandacht besteed aan welke richting Dongen op wil met haar buitengebied. Er wordt volgens de provincie vastgehouden aan wat voor Dongen herkenbaar is. Dit beeld is ook herkenbaar voor de provincie, maar zij geeft aan dat de Interim Omgevingsverordening van de provincie vraagt om gebiedsgericht beleid voor het buitengebied te ontwikkelen, waar belangrijke thema’s samenkomen en verwerkt kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn: VAB-beleid, landschapsbeleid en uitwerking in deelgebieden naar gewenste ontwikkelingsrichting. Antwoord Wij gaan voor het buitengebied een programma maken. De gewenste ontwikkelingsrichting zal hier per onderscheidend gebied in worden opgenomen. De kaders voor het programma zijn opgenomen in de ontwerp-omgevingsvisie. Reactie 29. Gebieden: Buitengebied: Andere functies als natuur en recreatie zijn mogelijk in het buitengebied, maar zijn minder belangrijk dan landbouw. Het landschap mag niet van karakter veranderen door het toevoegen van nieuwe functies of het ontwikkelen van nieuwe functies. Ten aanzien van de ontwikkeling van (niet-agrarische) bedrijven in het buitengebied vraagt de provincie nader aan te geven aan welke type bedrijvigheid ontwikkelruimte kan worden geboden en in welke delen van het buitengebied.
Vestiging van niet-agrarische nevenactiviteiten (bedrijven) in het buitengebied kunnen leiden tot ontwikkelingen welke niet thuishoren in het buitengebied. De provincie vraagt expliciet hier strakker de regie op te voeren. Antwoord Wij verwijzen naar ons antwoord op reactie 28. Daarnaast geven wij aan dat de kaders die in de Interim Omgevingsverordening zijn opgenomen, kaderstellend zijn voor ons als gemeente. Ook bij het maken van het programma. Wij erkennen in onze ontwerp-omgevingsvisie de sterke positie van de landbouwsector. Daarover staat het volgende vermeld: ‘’Hoewel de positie van de landbouw verandert, in de zin dat het buitengebied behalve voor de landbouw ook voor andere functies een steeds grotere maatschappelijke betekenis krijgt, blijft de landbouw de belangrijkste grondgebruiker en een belangrijke economische factor. Dat betekent dat het ruimtelijk beleid mogelijkheden biedt voor economische ontwikkeling van de landbouw. Deze ontwikkelingsruimte heeft belangrijke ruimtelijke effecten. Parallel aan de afname van het aantal bedrijven, worden de overblijvende bedrijven steeds groter en vindt een verdergaande specialisatie plaats.’’ Reactie 30. Gebieden: Buitengebied: Bijna elke ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied gaat gepaard met kwaliteitsverbetering van het landschap.
De provincie adviseert daarom de gemeente om Landschapsbeleid te ontwikkelen voor het buitengebied en aan te geven welke type landschap (structuren en elementen) en natuur voor versterking in aanmerking komt. Antwoord Wij verwijzen hiervoor naar ons antwoord op reactie 28. In het programma nemen wij ook landschap op als thema. Reactie 31. Gebieden: Buitengebied: De provincie geeft aan dat het van belang is om VAB-beleid te ontwikkelen met het oog op leegstand en vrijkomende agrarische bedrijven.
Pagina 9 van 40
Antwoord Wij verwijzen hiervoor naar ons antwoord op reactie 28. Reactie 32. Gebieden: Bedrijventerreinen: In de omgevingsvisie staat dat Tichelrijt 3 in ontwikkeling en Tichelrijt Zuid in voorbereiding is. Deze ontwikkelingen worden benut om nieuwe ondernemers en bedrijven te trekken. Dat is bekend voor de provincie. De provincie is niet bekend met de uitbreiding van het bedrijventerrein Entrop. Deze is ook als zodanig beschreven in de omgevingsvisie. Deze uitbreiding is niet opgenomen in de regionale afspraken en in IBIS. Bovendien is de ligging landelijk. Daarom vraagt de provincie zich af welke waarden het gebied aan de Lage Ham kent en hoe deze uitbreiding daarin past. Antwoord In de tekst van de omgevingsvisie staat inderdaad genoemd dat voor bedrijvenpark Entrop uitbreidingsplannen bestaan. Dat is niet juist. Er kunnen op bedrijvenpark Entrop wel nog bedrijven gerealiseerd worden maar dat past binnen de bestaande contouren van het bedrijventerrein en binnen het vigerende bestemmingsplan. De zin zal worden gewijzigd in: Het bedrijvenpark Entrop is nog niet volgebouwd en heeft nog ontwikkelmogelijkheden. Reactie 33. Gebieden: Bedrijventerrein: De provincie mist een visie op welke industrie Dongen ambieert en welke niet. Antwoord De bedrijven die voorzien zijn op de aanwezige bedrijventerreinen ligt vast in de bestaande plannen. De omgevingsvisie wijzigt daarin niets.
Reactie 34. Gebieden: Bedrijventerrein: De provincie geeft nog meer dat in 2018 het provinciaal inpassingsplan N629 Oosterhout-Dongen is vastgesteld. Hierin is bepaald dat Dongen en Oosterhout de financiële reserves stort in het fonds investeert in kwaliteitsverbetering van het landschap. Er zal inzicht gegeven moeten worden waar deze middelen in worden geïnvesteerd. Antwoord Dat inzicht zal worden gegeven maar staat naar onze mening los van deze omgevingsvisie. Conclusie • De milieuimpactanalyse wordt aangevuld met basiskaarten op het gebied van bodem, water, groen en dergelijke. • Ten aanzien van ontgrondingen zal in de tekst op [locatie’ worden opgenomen: ‘Wij zijn niet op voorhand tegen initiatieven voor de winning van zanden grind door ontgrondingen als deze een bijdrage leveren aan gemeentelijke doelen, zoals versterking van de recreatieve functie in het buitengebied en vergroting van de waterberging. Als voorwaarde stellen wij dat ontgrondingen geen negatief effect hebben op de kwaliteit van de bodem en (grond)watersystemen.’’ • Bij het thema Klimaat hebben we in de omgevingsvisie de zin opgenomen dat bij nieuwe initiatieven water en bodem leidend zijn met een verwijzing naar de kaarten in de milieuimpactbeoordeling. Het thema water behelst ook verdroging. • ‘Hoe zien we de toekomst van milieu’.
Pagina 10 van 40
• •
•
• • •
In zijn algemeenheid zal de tekst nagelopen en aangevuld worden voor wat betreft gezondheid in relatie tot milieu. Bijvoorbeeld hoe we willen om gaan met gezondheidsbeschermende factoren. Bij het thema Milieu zullen we bij de aandachtspunten aanvullend opnemen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen er aandacht is voor de milieueffecten, waaronder stikstof. Bij het thema Gezondheid en welzijn zullen we bij ‘Hoe zien we de toekomst van gezondheid en welzijn?’ opnemen dat het behouden van voldoende kwalitatief (en waar mogelijk uitbreiden van het) groen in de woonomgeving een aandachtspunt is. Bij de opsomming onder ‘Hoe zien we de toekomst van circulariteit?’ wordt één bullit gewijzigd in: “We bouwen duurzaam en circulair en houden rekening met de woon- en leefomgeving. We stimuleren en doen mee aan innovaties op het gebied van duurzame woningbouw, zoals waterneutraal bouwen (o.a. afname van verharding en toename van waterberging) en inwonerinitiatieven.“ De tekst bij het thema Wonen is aangescherpt en verduidelijkt. De ambitie van de gemeente Dongen is groter dan enkel de lokale opgave, er wordt ook gekeken naar de regionale opgaven. Bij het thema Buitengebied zijn de kader voor het programma opgenomen in de omgevingsvisie. De tekst bij het thema Bedrijventerreinen zal worden gewijzigd in: Het bedrijvenpark Entrop is nog niet volgebouwd en heeft nog ontwikkelmogelijkheden.
3.2. Zienswijze 2 - 2022-020720 Reactie 1. Rijkswaterstaat Zuid-Nederland herkent in de ontwerp-Omgevingsvisie diverse inhoudelijke raakvlakken en gedeelde belangen tussen onze visie en de opgaven waar Rijkswaterstaat en gemeenten gezamenlijke voor staan, zoals bereikbaarheid en verschillende milieuthema’s. Rijkswaterstaat Zuid-Nederland wil graag meegeven dat bij de uitwerking van toekomstige omgevingsplannen die direct of indirect invloed kunnen hebben op de doorstroming en veiligheid van onze (vaar)wegen, Rijkswaterstaat hierover geïnformeerd wil worden. Antwoord Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan. Bij het opstellen van toekomstige omgevingsplannen waar belangen van Rijkswaterstaat spelen, zullen wij Rijkswaterstaat als een vooroverlegpartner meenemen in de planvorming. Conclusie De milieuimpactanalyse wordt aangevuld met een basiskaart waarin buisleidingenstroken en hoogspanningsleidingen op staan aangegeven. 3.3. Zienswijze 3 - 2022-021124 Reactie 1. In de gemeente Dongen zijn twee hoogspanningsverbindingen die onderdeel uitmaken van het landelijk hoogspanningsnet en die in beheer en eigendom zijn van TenneT. Het gaat om de hoogspanningsverbindingen: Oosteind-Tilburg West 150 kV en Geertruidenberg – Eindhoven 380 kV.
Deze vitale infrastructuur moet een gepaste bescherming krijgen en behouden in ruimtelijke plannen en besluiten die worden op- en vastgesteld worden voor de onder- en bovengrond. Dit van belang om de infrastructuur optimaal te kunnen beheren, onderhouden en veiligstellen. Deze infrastructuur wenst TenneT een juiste manier planologisch te borgen en te behouden ten behoeve van de leveringszekerheid. TenneT merkt op dat deze ruimtelijke functie niet is doorvertaald op de verbeelding van de omgevingsvisie. TenneT verzoekt toevoeging deze functie op de verbeelding op te nemen.
Pagina 11 van 40
Antwoord Het opnemen van deze ruimtelijke functie op de verbeelding van de omgevingsvisie is niet noodzakelijk. Van belang is dat deze ruimtelijke functie op de verbeelding komt van het omgevingsplan. De milieuimpactanalyse – welke onderdeel uitmaakt van de omgevingsvisie – zullen we aanvullen met een basiskaart waarin buisleidingenstroken en hoogspanningsleidingen op staan aangegeven. Reactie 2. TenneT vraagt aanvullende aandacht voor een aantal ontwikkelingen die plaatsvinden ter plaatse of in de nabijheid van bestaande verbindingen of in de nabijheid van hoogspanningsinfrastructuur. Voor de energietransitie vraagt TenneT om het Investeringsplan (IP) 2022-2031 van TenneT te bekijken en om het ruimtebeslag dat daarin wordt gevraagd op te nemen of te vermelden in de omgevingsvisie. Antwoord In het omgevingsplan wordt mogelijke ruimtebeslag opgenomen van bestaande (en toekomstige) verbindingen. In de omgevingsvisie zal in de tekst bij ‘gezondheid’ en ‘milieu’ aandacht besteed worden aan de ontwikkelingen/voorzieningen in de nabijheid van bestaande verbindingen of in de nabijheid van hoogspanninginfrastructuur. Reactie 3. Om de leveringszekerheid en veiligheid van de bestaande infrastructuur te bewaken, vraagt TenneT aan de gemeente Dongen om dergelijke ontwikkelingen pas toe te staan na een positief verkregen schriftelijk advies van TenneT.
Het gaat om de volgende onderwerpen: windturbines, kleinschalige windturbines, vogelweidegebieden, zonnepanelen, waterretentiegebieden, versterken/verhogen van waterkeringen en aanleg van natuurgebieden/Groen/NNN. Antwoord Als het omgevingsplan wordt opgesteld, wordt TenneT betrokken bij de voorbereidingen. Er kan dan op het omgevingsplan gereageerd worden. Aanvragen die passen binnen het omgevingsplan zullen vervolgens niet afzonderlijk aan TenneT worden voorgelegd. Reactie 4. TenneT geeft aan dat onder de Omgevingswet een bevoegd gezag meer zeggenschap heeft over wat wel of niet is toegestaan binnen de gronden van een gemeente en wat wel/niet vergunningsvrij mag worden gebouwd. TenneT vraagt om de beperkingen die de hoogspanningsverbindingen met zich mee brengen te integreren in de regels. Antwoord Bij het opstellen van het Omgevingsplan zullen we hiervoor aandacht hebben. Reactie 5. Bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen verzoekt TenneT om een uitsluiting van BRZO bedrijven in de directe nabijheid van hoogspanningsinfrastructuur. Antwoord In de gemeente Dongen worden geen grote bedrijventerreinen meer ontwikkeld. In het geval er sprake zou zijn van een BRZO bedrijf houden wij rekening met de nabijheid van een hoogspanningsinfrastructuur. Reactie 6. TenneT vraagt om bij ontwikkelingen rekening te houden met de invloed van het falen van masten op de omgeving.
Deze omgeving kan zijn een andere bovengrondse hoogspanningsverbinding, Pagina 12 van 40
bijvoorbeeld een buisleiding. De masten kunnen dan een risico verhogend object zijn. In dat geval is bijna altijd onderzoek nodig naar de mate waarin dit het geval is. Antwoord Bij ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de hoogspanningsverbinding. 7.
Het wijzigen van een bestemming kan nadelige gevolgen hebben voor een hoogspanningsverbinding. Er dient door TenneT getoetst te worden of zij nog kunnen voldoen naar de NEN veiligheidsnorm. TenneT vraag daarom om altijd afstemming met TenneT te hebben over gewenste ontwikkelingen.
Antwoord Bij het wijzigen van een bestemming en het opstellen van een omgevingsplan wordt afgestemd met TenneT wanneer hierbij een hoogspanningsverbinding in de nabijheid ligt of door het gebied loopt. Conclusie De milieuimpactanalyse – welke onderdeel uitmaakt van de omgevingsvisie – wordt aangevuld met een basiskaart waarin buisleidingenstroken en hoogspanningsleidingen op staan aangegeven. In de omgevingsvisie zal in de tekst bij ‘gezondheid’ en ‘milieu’ aandacht besteed worden aan de ontwikkelingen/voorzieningen in de nabijheid van bestaande verbindingen of in de nabijheid van hoogspanninginfrastructuur, onder meer vanwege de magnetische velden.
3.4. Zienswijze 4 – zaaknummer 2023-000017 Reactie 1. Om verdroging van de bodem zo veel mogelijk tegen te gaan, is het infiltreren en vasthouden van water waar het valt een belangrijke oplossing. Juist kleinere neerslaghoeveelheden bieden deze mogelijkheid. Het stimuleren van afkoppelen van woningen is hierbij een goed middel. Bij de ontwikkeling en uitbreiding van bedrijventerrein Tichelrijt verzoeken we u voldoende ruimte te reserveren voor de nog in te richten ecologische verbindingszone, beekherstel, landschappelijke inrichting en retentie opgave. We denken graag mee hoe we voornoemde zaken tot een geheel kunnen maken. Antwoord Bij het thema Groen en Klimaat is ingegaan op verdroging. Verdroging en vernatting hangen met elkaar samen. De milieuimpactanalyse is hierop verder aangevuld. Het infiltreren en vasthouden van water daar waar het valt, vinden wij van belang. Het gemeentelijk beleid is strikter dan de voorschriften vanuit het Waterschap. Bij ontwikkelingen (zowel woningbouw als op het bedrijventerrein) is hydrologisch neutraal bouwen het uitgangspunt en bij voorkeur met infiltratie op eigen terrein. Bij bedrijventerrein Tichelrijt wordt in elk geval ruimte gereserveerd voor de landschappelijke inrichting. Dit valt deels samen met de loop van de Donge. Reactie 2.
De ambitie van de gemeente om meer in te zetten op biodiversiteit door meer natuurlijk groen aan te leggen, ondersteunen we van harte. Het aanleggen van meer flauwe oevers langs waterpartijen biedt potentie voor de ontwikkeling van meer (watergebonden) biodiversiteit, draagt bij aan een betere waterkwaliteit en zorgt voor extra waterberging bij hevige regenval. Bij de invulling & uitwerking in de agrarische sector, zien we mogelijkheden om water zoveel mogelijk te infiltreren en vast te houden en denken we graag mee aan het voorkomen van emissies van stoffen naar oppervlaktewater.
Pagina 13 van 40
Graag gaan we bij de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie met de gemeente Dongen in gesprek waar we gezamenlijk zaken op kunnen pakken. Hiermee verwachten we de resultaten van elkaars opgaven te kunnen versterken. Antwoord Wij gaan het gesprek graag met het waterschap aan bij de uitwerking van deze opgaven. Reactie 3. Voor de volledigheid brengen we de brief van het ministerie van I&W van 25 november aan de tweede kamer (Water en bodem sturend) bij u onder de aandacht. Op dit moment is de exacte doorwerking van deze brief nog niet bekend. Omdat een gedeelte van gemeente Dongen een gebied is wat bij dijkdoorbraak kan overstromen, vragen we aandacht voor meerlaagsveiligheid. Dit houdt o.a. in dat gebruik wordt gemaakt van bestaande elementen (zoals wegen) om het overstromingsrisico te verminderen en schade te beperken. Ook hierover gaan we graag verder met u in gesprek hoe hieraan invulling gegeven kan worden. Antwoord Het principe van meerlaagse veiligheid is bij ons bekend. Daar waar wij mogelijkheden zien in bestaande dan wel nieuwe ontwikkelingen zullen deze principes meegenomen worden. Reactie 4. In Nederland leidt klimaatverandering tot hogere temperaturen, meer (extreme) neerslag met hogere rivierafvoeren tot gevolg, drogere zomers en een stijgende zeespiegel. Het gaat daarbij niet alleen om geleidelijke veranderingen.
Extreem weer, zoals hittegolven en forse regen- en hagelbuien, zal steeds vaker voorkomen en tot meer schade en slachtoffers leiden. Klimaat adaptief bouwen en inrichten biedt een kans om van gebieden een aantrekkelijk leef- en vestigingslocatie te maken met meer groen en ruimte voor water in de bebouwde omgeving en voor meer innovatieve bouwvormen. Hiermee worden ook andere doelen dan klimaatadaptie gediend, zoals een gezonde en veilige leefomgeving, biodiversiteit en het verhogen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Verschillende decentrale overheden en regio’s werken actief aan klimaat adaptief bouwen en inrichten. Antwoord’ Wij onderschrijven het klimaat adaptief bouwen en inrichten en werken hier ook aan om dit goed ingepast te krijgen. Onder meer bij een Duurzame toekomst, bij het thema Wonen, Milieu, Werken en ondernemen, Groen en Klimaat wordt in brede zin ingegaan op klimaat adaptatie. Reactie 5. In vervolg op bovenstaande opmerkingen adviseren we positief in het kader van de watertoets. Antwoord Wij hebben kennis genomen van het positieve advies. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Pagina 14 van 40
3.5. Zienswijze 5 - 2022-020622 Reactie 1. In de Omgevingsvisie wordt gesteld dat eerst de revitalisering op de huidige bedrijventerreinen wordt onderzocht, om vervolgens te kijken naar de mogelijkheden van een duurzame uitbreiding. Gemeente Tilburg geeft aan dat deze toelichting vrij beknopt is. Het is onduidelijk waar een eventuele uitbreiding wordt voorzien. Tichelrijt III is volgens gemeente Tilburg grotendeels bestemd en in gebruik als zonnepark. Tichelrijt III en Tichelrijt Zuid ziet gemeente Tilburg niet terug op de kaart als voorziene uitbreidingslocaties voor bedrijven. Gemeente Tilburg stelt voor om de uitbreiding nader aan te duiden op de kaart en toe te lichten in hoeverre dit al past in de regionale afspraken voor de bedrijventerreinen. Antwoord De verbeelding en de tekst wordt hierop aangevuld. Tichelrijt Zuid en Tichelrijt III zullen op de verbeelding opgenomen worden met een toelichting in de tekst hoe een en ander past in de regionale afspraken voor bedrijventerreinen. Reactie 2. Gemeente Tilburg geeft aan de landelijke woonopgave ‘een thuis voor iedereen’ op te nemen in de omgevingsvisie. Dit geldt ook voor het streven om toe te groeien naar 30% sociale huur. Antwoord De landelijke woonopgave krijgt een vertaling in de landelijke woondeal, welke nog regionaal moet worden afgestemd.
Dergelijke percentages horen meer thuis in een programma Wonen dan in een visie omdat deze aan verandering onderhevig zijn. Reactie 3. Gemeente Tilburg stelt dat de omgevingsvisie aan kracht kan winnen door het thema gezondheid op een meer integrale manier te benaderen bijvoorbeeld met een hoofdstuk ‘de gezonde leefomgeving’. In dit hoofdstuk kan dan een relatie worden gelegd met de klimaat- en de energietransitie. Antwoord In de omgevingsvisie is de ambitie ‘De gezonde leefomgeving’ opgenomen en een thema ‘Gezondheid en welzijn.’ De vier ambities: het Dongens DNA, de economie van morgen, de gezonde leefomgeving en een duurzame toekomst zijn de vier ambities die nauw met elkaar samenhangen en door de hele visie terugkomen. Het aspect gezondheid in de omgevingsvisie wordt nagelopen en waar nodig aangescherpt. Conclusie De omgevingsvisie wordt op de volgende onderdelen aangevuld: • Tichtelrijt Zuid en Tichelrijt III zullen op de verbeelding opgenomen worden met een toelichting in de tekst hoe een en ander past in de regionale afspraken voor bedrijventerreinen. • De tekst van de omgevingsvisie wordt nagelopen en waar nodig aangescherpt op het aspect gezondheid.
3.6. Zienswijze 6 - 2022-021223 Reactie 1. Gemeente Gilze en Rijen geeft aan dat zij zich kan vinden in de benoemde ambities en thema’s. Zij ziet kansen om gezamenlijk op te trekken in de ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden aan de zuidkant van Dongen. Pagina 15 van 40
Antwoord We trekken graag gezamenlijk op bij de landschappelijke inpassing van ons bedrijventerrein en de mogelijke ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden aan de grens met gemeente Gilze en Rijen. Reactie 2. Gemeente Gilze en Rijen geeft aan niet negatief te staan tegenover het voornemen om bedrijventerrein Tichelrijt zuidwaarts uit te breiden tot aan de gemeentegrens met de gemeente Gilze en Rijen. Zij vraagt wel aandacht voor de landschappelijke inpassing. Gemeente Gilze en Rijen stelt voor om de landschappelijke inpassing van dit bedrijventerrein nu al in het kaartbeeld van onze omgevingsvisie op te nemen. Hierdoor borgen wij een duidelijke duurzame afronding van ons stedelijk gebied volgens de gemeente Gilze en Rijen. Antwoord Wij willen een groene zone langs de grenzen van onze gemeente. In de toegezonden visie voor de uitbreiding van Tichelrijt Zuid is de landschappelijke inpassing langs de gemeentegrens met Gilze en Rijen verder vormgegeven. Op de verbeelding van de omgevingsvisie zal geen landschappelijke inpassing worden aangegeven. In de tekst is opgenomen dat aan de randen van de gemeente een groenstructuur dient te komen. Waar nodig zal dit nadrukkelijker in de tekst worden opgenomen. Reactie 3.
Gemeente Gilze en Rijen zien de ontwikkeling van Tichelrijt als een kans om gelijktijdig met deze uitbreidingsopgave een deel van de ecologische verbindingszone Groote Leij te realiseren, onder ander als landschappelijke inpassing van Tichelrijt. Antwoord De landschappelijke inpassing van Tichelrijt en de ecologische verbindingszone Groote Leij zijn twee aparte groenzones. Zij kunnen elkaar versterken maar mogen vanuit het Waterschap niet met elkaar in verbinding staan. In de visie voor de uitbreiding van Tichelrijt Zuid is de landschappelijke inpassing van de voorgestelde uitbreiding vorm gegeven. Daarbij is een eerste aanzet opgenomen voor het verder doortrekken van de ecologische verbindingszone. Deze gronden zijn in eigendom van derden. Conclusie De milieuimpactanalyse wordt aangevuld met basiskaarten. Hierbij wordt een basiskaart opgenomen met bestaande groenstructuren. De tekst wordt nagelopen op de groenzone langs de gemeentegrenzen en waar nodig aangescherpt.
3.7. Zienswijze 7 - 2022-020944 Indieners geven aan dat er een aantal onderwerpen ontbreken in de omgevingsvisie. Hieronder vatten wij deze punten samen. Reactie 1. In de omgevingsvisie op blz. van de omgevingsvisie 1 staat dat er veel plannen in voorbereiding zijn. Indieners vragen zich af welke plannen de gemeente hier bedoeld. Antwoord Het is onduidelijk naar welke pagina wordt verwezen omdat de omgevingsvisie een online magazine opzet heeft. Met in voorbereiding zijnde plannen wordt bedoeld: plannen waar het stedenbouwkundig plan wordt voorbereid, waarvoor de planologische procedure doorlopen wordt en/of welke in aanbouw zijn.
Pagina 16 van 40
Reactie 2. Indieners verwijzen naar een blz. 2 van de omgevingsvisie waarin een paragraaf is opgenomen over dat het aanbod van woningen moet aansluiten op de behoefte van verschillende doelgroepen. Er staat vervolgens ‘Deze vergrijzing betekent dat er (in de toekomst) voldoende levensloopbestendige woningen moeten zijn’. Indieners geven aan dat er niet alleen in de toekomst voldoende levensloopbestendige woningen moeten zijn, maar dat deze behoefte nu ook al urgent is. Hierdoor is er volgens indieners een tekort aan levensloopbestendige woningen. Indieners geven ook aan dat een levensloopbestendige woning geen appartement is. Antwoord Niet alleen voor de senioren maar ook voor jongeren en starters is er behoefte aan geschikte woningen. De bevolking groeit sneller dan de provinciale prognoses en dat zie je terug in de krapte op de woningbouwmarkt. Er wordt gezocht naar manieren om de woningbouw te versnellen en waar mogelijk aanvullende woningbouwlocaties toe te voegen. Hierbij merken wij op dat de bestaande bodem hierbij leidend is. Levensloopbestendige woningen zijn woningen waarbij alle voorzieningen gelijkvloers liggen. Daaronder vallen ook appartementen. Gelet op het zuinig ruimtegebruik en de beperkte gronden kunnen niet alle levensloopbestendige woningen als grondgebonden woningen worden uitgevoerd. Reactie 3.
Indieners vragen zich af of bij de gemeente duidelijk is wat de eigen behoefte voor wonen is binnen de gemeente Dongen. Indieners verwijzen naar de paragraaf waarin staat dat de totale planvoorraad van 1000 woningen staat genoemd. In diezelfde paragraaf staat genoemd dat er ongeveer 400 woningen landen in het plan aan de Noorderlaan en de Waspikse Weg. Indieners vragen zich af waar de andere 600 woningen worden gebouwd. Antwoord Tot 2030 zijn er voldoende woningbouwlocaties voorradig. Voor de periode na 2030 worden woningbouwlocaties verder bekeken en op hun merites onderzocht. Reactie 4. Indieners gaan in op de paragraaf van de omgevingsvisie waarin staat ‘we benutten optimaal de inbreidingslocaties’. Indieners vragen zich af welke inbreidingslocaties er nog meer zijn in Dongen naast de opties die al gerealiseerd zijn (JAL-terrein, Achter de Banken, Schrauershof). Daarnaast vragen indieners zich af of onder inbreidingsopties ook woningsplitsing, inbreiding op eigen terrein (zoals mantelzorgwoningen) behoren? Antwoord Er zijn nog concrete plannen in ontwikkeling, bijvoorbeeld de Post- en nijverheid, Heuveleind, GfKgebouw. En er zijn plannen in voorbereiding (waarvoor de planologische procedure nog doorlopen moet worden). Daarnaast wordt onderzocht op welke stedelijke locatie verdere inbreiding mogelijk is.
Tot slot worden mogelijkheden als woningsplitsing en mantelzorgwoningen ook verder vorm gegeven. Reactie 5. Indieners vragen zich af op welke manier de gemeente Dongen de huizenmarkt wil bevorderen. In de Omgevingsvisie staat kleinschalige nieuwe woonconcepten in het buitengebied genoemd. Indieners vragen zich af waarom dit niet in heel Dongen wordt toegestaan.
Pagina 17 van 40
Antwoord De zin ‘We kijken naar het ruimhartiger toestaan van kleinschalige nieuwe woonconcepten in het buitengebied’ staat onder het kopje ‘Onze kernkwaliteiten op het gebied van cultuurhistorie en erfgoed, landschap en natuur staan centraal’. Dit geldt dus speciaal voor het buitengebied. Dit wil dus niet zeggen dat wij niet kijken naar toestaan van kleinschalige nieuwe woonconcepten in de kernen. Hiervoor zijn de mogelijkheden al ruimer, dan in het buitengebied. Daarom is deze zin opgenomen expliciet voor het buitengebied. In dit gebied kan de gemeente namelijk niet ‘zomaar’ woningen toevoegen. In dit gebied is de gemeente aan veel meer kaders gebonden. Reactie 6. Indieners geven als algemene opmerking mee dat de omgevingsvisie weinig specifiek is voor gemeente Dongen en vinden dat deze ontwerp-omgevingsvisie met kleine aanpassingen toepasbaar is voor andere gemeenten. Antwoord Het is juist dat de visie op hoofdlijnen is. Een verdere verdiepingsslag zal plaatsvinden in op te stellen programma’s. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.
3.8. Zienswijze 8 – 2022-020416 Reactie 1. Cumela dient een zienswijze in namens de leden (bedrijven) van Cumela Nederland die in de gemeente Dongen zijn gevestigd. Cumela Nederland is de brancheorganisatie van de ondernemers die met mensen en materieel als specialisten in de groen-, grond- en infrasector werken. Antwoord Deze zienswijze nemen wij voor kennisgeving aan. Reactie 2. Cumela verzoekt de gemeente om het bestaansrecht van haar leden te herkennen en om qua omgevingswaarden inpassing te geven aan de opgaven en ontwikkelingen welke voor de bedrijven relevant zijn inzake de fysieke leefomgeving. Cumela verzoekt de gemeente mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen en uitbreiden. Daarnaast om nieuwvestiging mogelijk te maken in het buitengebied om uitvoering te kunnen geven aan de ambities genoemd in de omgevingsvisie. Cumela geeft aan dat haar leden een belangrijke rol vervullen bij de invulling van de ambities genoemd in de omgevingsvisie. Antwoord Het bestaansrecht van de leden wordt erkent in de bestemmingsplannen. De omgevingsvisie past dan ook geen bestemmingen aan. Onder het kopje ‘Hoe zien we de toekomst van de agrarische sector’ staat ook het bestaansrecht van deze ondernemers genoemd. We geven ook aan dat we helpen bij een balans te vinden tussen agrarische ondernemen en andere vormen van functies in het buitengebied.
Voor het concreet uitbreiden, ontwikkelen of nieuw vestigen van agrarische ondernemers zijn er kaders gesteld vanuit de provincie. Binnen deze kaders zullen wij in het, nog op te stellen, programma voor het buitengebied een concreter afwegingskaders opstellen.
Pagina 18 van 40
Reactie 3. Cumela geeft aan dat haar leden een belangrijk rol spelen bij de participatie als het gaat om de transformatie van de duurzame transformatie van de landbouw. De leden zorgen voor een groot deel van het agrarisch beheer en productie van de landbouwgronden. Antwoord Wij erkennen dat de agrarische sector in brede zin een belangrijke rol speelt bij de participatie voor de duurzame transformatie van de landbouw. Bij het opstellen van het programma buitengebied zal deze sector dan ook nauw worden betrokken. Reactie 4. Cumela stelt dat als haar leden niet naar een industrieterrein moeten worden verplaatst mogelijke hinderlijke situaties worden voorkomen. Ontsluitingswegen nabij een industrieterrein zijn niet altijd op de machines berekend en het werk is veelal in het buitengebied. Zo worden onnodige verkeersbewegingen voorkomen. Antwoord Wij nemen deze zienswijze voor kennisgeving aan. Wij herkennen ons niet in het standpunt dat hierboven wordt geschetst. Reactie 5. Cumela geeft aan dat diverse thema’s terugkomen in de omgevingsvisie. De leden van Cumela zijn al doende met de transitie naar een circulaire economie. Cumela benadrukt dat hiervoor voldoende (buiten)opslag voor nodig is. Antwoord In het nader uit te werken programma voor het buitengebied zullen we met alle partijen gaan bekijken welke mogelijkheden en wensen er zijn.
Indien (buiten)opslag nodig is/wenselijk is, zullen we moeten onderzoeken welke mogelijkheden hiervoor bestaan. Reactie 6. Cumela benadrukt dat zij willen en kunnen participeren bij een verdere uitwerking van de ambities genoemd in de omgevingsvisie. Antwoord Wij verwijzen hiervoor naar het antwoord bij reactie 3.
Reactie 7. Cumela verzoekt de gemeente om de omgevingsvisie aan te passen op de bovengenoemde punten en de genoemde aspecten later in het omgevingsplan te betrekken, gelet op de ‘Ja,mits’ gedachte vanuit de Omgevingswet. Antwoord Wij zien gezien de bovenstaande reacties geen aanpassingen die moeten worden verwerkt in de omgevingsvisie. Wij verwijzen hiervoor naar de bovenstaande antwoorden bij reacties 1 t/m 6. Reactie 8. Cumela verzoekt de gemeente om samen te kijken naar reële mogelijkheden om het buitengebied veiliger, mooier en beter te maken.
Pagina 19 van 40
Antwoord Wij verwijzen hiervoor naar het antwoord bij reactie 3. Conclusie De zienswijze heeft geen aanpassing van de omgevingsvisie tot gevolg.
3.9. Zienswijze 9 – 2022-020182 en aanvullend 2022-022601 Reactie 1. Reclamanten hebben een bedrijf aan de Lage Ham. Ze willen dit bedrijf gaan afbouwen. Samen met de gemeente willen ze kijken naar de mogelijkheden om een vernieuwend en onderscheidend woonconcept op het perceel te ontwikkelen. Antwoord Eind 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden met reclamanten over de mogelijkheden van woningbouw op hun perceel. Daarbij is aangegeven dat de gebieden waar nieuwe ontwikkelingen toegestaan kunnen gaan worden nog niet zijn vastgelegd. De omgevingsvisie is hierbij het eerste instrument om dit af te wegen. Daarbij is opgemerkt dat het realiseren van woningbouw aan de bestaande kern meer voor de hand ligt dan gebieden die hier verder vanaf liggen. Gaande het traject is gebleken dat het opstellen van een programma meer mogelijkheden biedt om een ruimtelijke afweging te maken voor mogelijke woningbouwlocaties. Hierbij kan ook beter ingespeeld worden op de snelle maatschappelijke wijzigingen die plaatsvinden inclusief de regionale ontwikkelingen. Reactie 2. In november 2021 is al eerder een keer de planontwikkeling besproken met de gemeente. Hierop is volgens reclamanten geen antwoord opgekomen. Dit hebben zij al zeer teleurstellend ervaren. Antwoord Eind 2021 is gesproken over een mogelijke ontwikkeling van de gronden van reclamanten.
Hierbij is afgesproken dat de ontwikkeling vertrouwelijk en ter kennisname aan de gemeente toezonden zou worden. Per mail is hiervan een ontvangstbevestiging gestuurd. Omdat het stuk ter kennisname toegezonden zou worden, is er inderdaad geen inhoudelijke reactie gestuurd. De stukken zijn vertrouwelijk toegezonden aan Antea om mee te kunnen nemen in de omgevingsvisie. Gaandeweg het proces rondom de omgevingsvisie is besloten geen afweging op te nemen van mogelijke woningbouwontwikkelingen maar dit mee te nemen in een programma. Reactie 3. Afgelopen najaar hebben reclamanten wederom een verzoek ingediend voor een gesprek met de wethouder. Een aantal dagen daarna hebben zij het stedenbouwkundig schetsplan toegestuurd. Hierin staat uiteengezet dat er sprake is van een potentiële bouwlocatie waar een onderscheidend woonconcept kan worden ontwikkeld in combinatie met het herstel van het slagenlandschap. Reclamanten stellen nog een aantal argumenten op voor de desbetreffende locatie, zoals ligging binnen de bebouwde kom, saneren van het agrarisch bedrijf en vrijkomen van stikstofruimte. Antwoord Zie ons antwoord onder reactie 1.
Pagina 20 van 40
Reactie 4. Reclamanten zagen in de informatiekrant dat het ontwerp van de omgevingsvisie ter inzage ligt. Zij merken op dat er geen rekening is gehouden met hun mogelijke bouwontwikkeling op hun perceel aan de Lage Ham. Zij willen hierover graag in gesprek met de gemeente. Antwoord Dit gesprek heeft plaatsgevonden. Zoals aangegeven onder de beantwoording van reactie 1 is gaande het traject gebleken dat het opstellen van een programma meer mogelijkheden biedt om een ruimtelijke afweging te maken voor mogelijke woningbouwlocaties. Hierbij kan ook beter ingespeeld worden op de snelle maatschappelijke wijzigingen die plaatsvinden inclusief de regionale ontwikkelingen. Reactie 5. Reclamanten runnen een bedrijf aan de Lage Ham. Reclamanten reageren op het behouden van de aanduiding ‘historisch lint’. Reclamanten gaan er vanuit dat deze aanduiding geen extra belemmeringen met zich meebrengt voor de bedrijfsvoering of de noodzakelijke toekomstige ontwikkelingen die het bedrijf moet maken. Reclamanten geven aan de gevolgen voor hun bedrijf van deze aanwijzing niet te overzien. Antwoord Dongen heeft een aantal (cultuur)historische waarden die wij koesteren. Het gaat om de karakteristieke opbouw van Dongen, met veel driehoekige structuren, en de historische linten. De Donge, als naamgever van onze gemeente, is een belangrijke waterloop.
In de kernen zelf zijn verschillende cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Deze zijn van belang voor onze geschiedenis, maar ze kunnen ook een grote bijdrage leveren aan de kwaliteit van de nieuwe woonomgeving. Verder vinden wij belangrijk dat wij zorg dragen voor het cultuurhistorische landschap (het karakteristieke patroon van slagenlandschap, maar ook de openheid ervan). In de Structuurvisie Plus (vastgesteld in 2001) en vervolgens Structuurvisie Dongen 2020 (vastgesteld in 2009) zijn de linten aangeduid als historische linten. Dit is geen nieuw aspect in de nu voorliggende omgevingsvisie. In de Structuurvisie Dongen 2020 staat hierover het volgende: “Wat betreft de cultuurhistorische waarde van de bebouwingslinten in de gemeente wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën: kwaliteit zeer hoog, hoog en redelijk hoog. Behoud en versterking van de ruimtelijke en (cultuur)historische kwaliteiten van deze lintstructuren en het tegengaan van ongewenste ontwikkelingen (functieveranderingen en nieuwe bebouwing) is (naar gradatie van de categorieën) van belang. Aspecten die daarbij een rol spelen zijn kenmerkende historische bebouwing en bebouwingspatronen, groenstructuren, wegprofielen en inrichting van de openbare ruimte.” “De bebouwingslinten en ontginningsassen zijn bepalend voor de ruimtelijke structuur van de gemeente en dienen als zodanig behouden te blijven.
Wat betreft de cultuurhistorische waarde van de bebouwingslinten in de gemeente wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën: kwaliteit zeer hoog, hoog en redelijk hoog. Behoud en versterking van deze kwaliteiten is van groot belang. Belangrijkste ruimtelijk en functionele kenmerken die bepalend zijn voor de kwaliteit van de linten zijn het kenmerkende gedifferentieerde bebouwingspatroon met karakteristieke (historische) bebouwing, variatie in functies en gebruik en beeldbepalende groenelementen van (open) particuliere kavels en erven en structuren in de openbare ruimte. Ontwikkelingen met betrekking tot functieveranderingen en nieuwe bebouwingselementen kunnen de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de bebouwingslinten onder druk zetten. Nieuwe ontwikkelingen zullen daarom te allen tijde binnen de kleinschalige context van de linten moeten worden bezien. Grootschalige ontwikkelingen zoals glastuinbouw passen daar bijvoorbeeld niet bij. De welstandsnota, waarin de waarden van de bebouwingslinten zijn beschreven en Pagina 21 van 40