2021-001318 Bijlage 1- Zuid-West 380 kV Oost concept inpassingsplan
Tekst van het document
Ter beoordeling van planologisch nadeel in het kader van het inpassingsplan ZW380 West wordt een vergelijking gemaakt tussen de maximale mogelijkheden van het oude planologisch regime (het bestaande bestemmingsplan) en de maximale mogelijkheden van het nieuwe planologisch regime (het inpassingsplan). Het gaat er dus niet om wat feitelijk aanwezig is, maar wat planologisch maximaal was of is toegestaan. De Staat (vertegenwoordigd door de minister van EZK) zal een overeenkomst met TenneT sluiten over de eventuele kosten als gevolg van verzoeken om tegemoetkoming in de planschade. Geen exploitatieplan Om gemaakte kosten te verhalen, dient het bevoegd gezag ingevolge artikel 6.25 van de Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In onderhavig inpassingsplan is echter geen sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Een exploitatieplan is derhalve niet noodzakelijk. Bovendien zal de minister van EZK met TenneT in het kader van de aanleg en instandhouding van ZW380 West vóór vaststelling van dit inpassingsplan een overeenkomst sluiten, waarin wordt vastgelegd dat de aanleg en instandhouding van de hoogspanningsverbinding voor rekening komt van TenneT. Tevens is in deze overeenkomst voorzien in kostenverhaal waaronder de tegemoetkomingen in planschade.
Nu daarmee het kostenverhaal anderszins is verzekerd, bestaat er ook daarom geen verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan.
8.4
Beschikbaarheid gronden
Voor zover de uitvoerbaarheid van het project nog afhankelijk is van het beschikbaar hebben van gronden waarop of waarin de hoogspanningsverbinding met bijbehorende werken, opstijgpunten en stations kunnen worden gebouwd c.q. aangelegd, kan worden opgemerkt dat de beschikbaarheid verzekerd is middels de mogelijkheid toepassing te geven aan de Belemmeringenwet Privaatrecht en de Onteigeningswet. Belemmeringenwet Privaatrecht TenneT tracht op minnelijke wijze met grondeigenaren, overige zakelijk gerechtigden en gebruikers overeenstemming te bereiken over het gebruik van een strook grond (de zakelijk rechtstrook) ter plaatse van de hoogspanningsverbinding door middel van het vestigen van een zakelijk recht. Dit wordt in beginsel vastgelegd in een (zakelijk recht) overeenkomst. In het geval op minnelijke wijze geen overeenstemming kan worden bereikt, kan voor aanleg en instandhouding van de verbinding een beroep worden gedaan op de Belemmeringenwet Privaatrecht. Middels deze wet kan door de minister van Infrastructuur en Milieu aan de rechthebbenden op de grond een zogenaamde gedoogplicht worden opgelegd.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
71
In artikel 20 van de Elektriciteitswet is onder meer de toegang tot de Belemmeringenwet Privaatrecht vastgelegd voor de aanleg van elektriciteitsnetten als hier aan de orde. Deze toegang is eveneens vastgelegd in artikel 3.36a Wro voor projecten die onder een rijkscoördinatieregeling vallen. Onteigeningswet Voor zover belangen van rechthebbenden met betrekking tot de benodigde grond redelijkerwijs onteigening zouden vorderen en het opleggen van een gedoogplicht op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht niet aan de orde is, kan een beroep worden gedaan op de Onteigeningswet. In artikel 77, lid 1, van de Onteigeningswet is dit bepaald.
8.5
Procedurele uitvoerbaarheid
Ten tijde van de vaststelling van het inpassingsplan dient aannemelijk te zijn dat de benodigde vergunningen en ontheffingen kunnen worden verkregen. Zoals hiervoor is aangegeven, zullen de benodigde vergunningen en andere besluiten zoveel mogelijk tegelijkertijd met het onderhavige plan in procedure worden gebracht. Daarmee is op dat tijdstip duidelijk dat deze vergunningen redelijkerwijs verleenbaar zijn.
8.6
Conclusie
Het project is uitvoerbaar. Alle tot het project behorende kosten zijn gedekt. De grond die benodigd is voor het project kan middels zakelijk rechtovereenkomsten of via de Belemmeringenwet Privaatrecht gebruikt worden dan wel minnelijk verworven of onteigend worden conform de Onteigeningswet.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
72
Hoofdstuk 9
9.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Proces voorafgaand aan het inpassingsplan
Bij de totstandkoming van het tracé en het inpassingsplan is uitgebreid overleg gevoerd met de verschillende besturen van de betrokken gemeenten, waterschappen en provincies, alsmede met bewoners en andere maatschappelijke organisaties. In Hoofdstuk 3 is de totstandkoming van het tracé inclusief het proces tot aan het inpassingsplan beschreven.
9.2
Overleg met besturen en instanties
Overeenkomstig artikel 3.1.1 Bro en artikel 3.28 Wro is bij de voorbereiding van het inpassingsplan overleg gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en het betrokken waterschappen en met die diensten van de provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Daarnaast zullen ook overige instanties in de gelegenheid worden gesteld tot het geven van een reactie. De binnengekomen reacties zullen worden samengevat en beantwoord in de Nota Vooroverleg.
9.3
Zienswijzen
PM bij Ontwerp-IP
9.4
Beroep
Na vaststelling van het inpassingsplan door de Minister van EZK wordt opnieuw een kennisgeving gepubliceerd en worden het vastgestelde inpassingsplan en de uitvoeringsbesluiten gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze fase is het voor belanghebb enden die tijdig een zienswijze hebben ingediend mogelijk om beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er kan geen beroep ingesteld worden door gemeenten en andere decentrale overheden.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
REGELS
5/6
74
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het inpassingsplan 'Zuid-West 380 kV Oost' met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip15ZW380oost0001 van de minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. 1.2 inpassingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.6 beleidsadvies 'Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen' (Ministerie van VROM 3-10-2005, kenmerk SAS/2005183118) en de 'Verduidelijking van het advies met betrekking tot hoogspanningslijnen' (Ministerie van VROM 4-11-2008, kenmerk DGM/2008105664) met betrekking tot gezondheidsaspecten van elektromagnetische velden. 1.7 belemmeringenstrook een strook grond ter plaatse van en aan weerszijden van de hoogspanningsverbinding of -kabel die dient om de veiligheid en het ongestoord functioneren van de leiding te kunnen garanderen. 1.8 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.9 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.10 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
75
1.11 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.12 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.13 doorvaarthoogte de verticale afstand tussen 0 meter NAP en de onderkant van een overspanning boven de vaarweg bij volbelasting die te allen tijde beschikbaar is voor de scheepvaart. 1.14 erf een al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een woning en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van de woning, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.15 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.16 gevoelige bestemmingen woningen met bijbehorende erven alsmede scholen, crèches en kinderopvangplaatsen met bijbehorende buitenspeelruimten, conform het beleidsavies. 1.17 handreiking de 'Handreiking voor het berekenen van de breedte van de specifieke magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen' van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. 1.18 hoogspanningsverbinding een ondergrondse of bovengrondse verbinding met een spanningsniveau hoger dan 110 kV.
1.19 maaiveld de hoogte waarop het omliggende terrein aansluit op het gebouw of bouwwerk. Ter plaatse van oppervlaktewater: de hoogte (het niveau) van de waterspiegel gemeten naar NAP op het moment van aanvraag van de vergunning, afwijking of bestemmingswijziging. 1.20 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.21 peil de hoogte van het afgewerkte omliggende terrein ter plaatse van het bouwwerk; indien de hoogte van het afgewerkte terrein niet aan alle zijden van het bouwwerk gelijk is, wordt het peil gerekend voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. 1.22 specifieke magneetveldzone de strook grond die zich aan beide zijden langs de hoogspanningsverbinding uitstrekt en waarbinnen het magneetveld gemiddeld over een jaar hoger dan 0,4 microtesla is of in de toekomst kan worden, berekend overeenkomstig de handreiking.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
76
1.23 varkenskrullen draadmarkingen in de vorm van kunststof spiralen ten behoeve van het verbeteren van de zichtbaarheid van de lijnen tussen twee hoogspanningsmasten voor vogels. 1.24 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. 1.25 wet/wettelijke regelingen indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen, verordeningen en dergelijke, dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van vaststelling van het inpassingsplan, tenzij anders is bepaald. 1.26 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.27 woonerf een voor bewoning bestemd erf.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
77
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.3 veldlengte de afstand tussen twee mastlocaties, uitgaande van de denkbeeldige lijn door het hart van de bipolemast op een bepaalde mastlocatie. 2.4 valafstand de afstand tussen de dichtstbijzijnde pyloon van de bipolemast tot een buisleiding waarop het Bevb van toepassing is.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
78
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Bedrijf - Nutsbedrijf
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Nutsbedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een hoogspanningsstation, zijnde een geluidzoneringsplichtige inrichting, met bijbehorende nutsvoorzieningen; b. voorzieningen ten behoeve van de aansluiting op een hoogspanningsnet; met daarbij behorende: c. kabels en leidingen; d. groenvoorzieningen en water; e. parkeervoorzieningen; f. wegen, paden en verharding; g. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen of overkappingen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag ten hoogste 12,5 m bedragen; b. het bebouwingspercentage van het bestemmingsvlak mag ten hoogste 80% bedragen. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 3 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 25 m bedragen.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
79
Artikel 4
Bedrijf - Opstijgpunt
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Opstijgpunt' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een installatie ten behoeve van de overgang tussen een ondergrondse en een bovengrondse hoogspanningsverbinding van 380 kV of 150 kV; met de daarbij behorende: b. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. erven en terreinen; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. wegen, straten en paden; h. waterlopen en waterpartijen; i. waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen of overkappingen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 15 m². 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 3 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 20 m bedragen.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
80
Artikel 5
Leiding - Hoogspanning 150 kV-ondergronds
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanning 150 kV-ondergronds' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. een ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding met de daarbij behorende belemmeringenstrook; met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. groenvoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. toegangswegen; f. waterlopen en waterpartijen; g. waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; b. ten behoeve van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 onder b en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere aan de gronden toegekende bestemming(en), mits: a. de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad; b.
vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist voor: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting en bomen; b. het indrijven van voorwerpen in de bodem; c. diepploegen; d. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e. het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk; f. het uitvoeren van grondbewerkingen in de vorm van afgraven en ophogen; g. het aanleggen, verruimen of dempen van wateren; h. het permanent opslaan van goederen of stoffen; i.
het uitvoeren van activiteiten met en/of opslag van stoffen die bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 9 van de Wet milieubeheer aangeduid zijn als milieugevaarlijk of één of meer van de volgende eigenschappen hebben: ontplofbaar, oxiderend, (zeer) licht ontvlambaar, (zeer) giftig, bijtend, irriterend of schadelijk.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
81
5.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het bepaalde in lid 5.4.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. verband houden met de aanleg van de desbetreffende ondergrondse 150 kVhoogspanningsverbinding en de daarbij horende voorzieningen; b. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbinding en de belemmeringenstrook alsook het normaal onderhoud en beheer hetgeen krachtens de onderliggende bestemmingen is toegestaan; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en in overeenstemming zijn met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. 5.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.4.1 wordt pas verleend, indien: a. is aangetoond dat de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de hoogspanningsverbinding. Bij die afweging wordt de diepte waarop de kabel ligt mede betrokken; b.
vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
82
Artikel 6
Leiding - Hoogspanning 380 kV-ondergronds
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanning 380 kV-ondergronds' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. een ondergrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding met de daarbij behorende belemmeringenstrook; met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. groenvoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. toegangswegen; f. waterlopen en waterpartijen; g. waterhuishoudkundige voorzieningen. 6.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; b. ten behoeve van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 onder b en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere aan de gronden toegekende bestemming(en), mits: a. de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad; b.
vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist voor: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting en bomen; b. het indrijven van voorwerpen in de bodem; c. diepploegen; d. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e. het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk; f. het uitvoeren van grondbewerkingen in de vorm van afgraven en ophogen; g. het aanleggen, verruimen of dempen van wateren; h. het permanent opslaan van goederen of stoffen; i.
het uitvoeren van activiteiten met en/of opslag van stoffen die bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 9 van de Wet milieubeheer aangeduid zijn als milieugevaarlijk of één of meer van de volgende eigenschappen hebben: ontplofbaar, oxiderend, (zeer) licht ontvlambaar, (zeer) giftig, bijtend, irriterend of schadelijk.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
83
6.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het bepaalde in lid 6.4.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. verband houden met de aanleg van de desbetreffende ondergrondse 150 kVhoogspanningsverbinding en de daarbij horende voorzieningen; b. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbinding en de belemmeringenstrook alsook het normaal onderhoud en beheer hetgeen krachtens de onderliggende bestemmingen is toegestaan; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en in overeenstemming zijn met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. 6.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden als bedoeld in lid 6.4.1 wordt pas verleend, indien: a. is aangetoond dat de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de hoogspanningsverbinding. Bij die afweging wordt de diepte waarop de kabel ligt mede betrokken; b.
vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
84
Artikel 7
Leiding - Hoogspanningsverbinding 150 kV tijdelijk
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 150 kV tijdelijk' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. een onder, op of boven maaiveld te realiseren tijdelijke 150 kV-hoogspanningsverbinding; met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. werkterreinen en toegangswegen. 7.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de hoogspanningsverbinding die voldoen aan de volgende criteria: 1. de bouwhoogte van een hoogspanningsmast (waaronder jukken) mag ten hoogste 65 m bedragen; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag ten hoogste 5 m bedragen; b. ten behoeve van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
7.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2 onder b en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere aan de gronden toegekende bestemming(en), mits: a. de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad; b. vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht. 7.4 Specifieke gebruiksregels De tijdelijke hoogspanningsverbinding mag vanaf eerste aanvang in totaal slechts korter dan 5 jaar in werking zijn. Een gebruik van de gronden ten behoeve van een tijdelijke hoogspanningsverbinding gedurende een periode van 5 jaar of langer wordt als strijdig met deze bestemming gerekend. 7.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.4 en toestaan dat de tijdelijke hoogspanningsverbinding langer dan 5 jaar in werking is tot maximaal 7 jaar.
7.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.6.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 150 kV tijdelijk' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur van 2,5 m of hoger; b. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting en bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
85
d. e. f. g. h. i. j.
diepploegen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk; het uitvoeren van grondbewerkingen in de vorm van afgraven en ophogen; het aanleggen, verruimen of dempen van wateren; het permanent opslaan van goederen of stoffen; het uitvoeren van activiteiten met en/of opslag van stoffen die bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 9 van de Wet milieubeheer aangeduid zijn als milieu-gevaarlijk of één of meer van de volgende eigenschappen hebben: ontplofbaar, oxiderend, (zeer) licht ontvlambaar, (zeer) giftig, bijtend, irriterend of schadelijk.
7.6.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het bepaalde in lid 7.6.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. verband houden met de aanleg van de desbetreffende tijdelijke hoogspanningsverbinding en de daarbij horende voorzieningen; b. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbinding en de belemmeringenstrook alsook het normaal onderhoud en beheer hetgeen krachtens de onderliggende bestemmingen is toegestaan; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en in overeenstemming zijn met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. 7.6.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden als bedoeld in lid 7.6.1 wordt pas verleend, indien: a. is aangetoond dat de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de hoogspanningsverbinding; b.
vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht. 7.7 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 150 kV tijdelijk' te verwijderen nadat de hoogspanningsverbinding ter plekke niet meer aanwezig is, mits vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende zes weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
86
Artikel 8
Leiding - Hoogspanningsverbinding 150/380 kV
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 150/380 kV' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. een gecombineerde bovengrondse 150 kV/380 kV-hoogspanningsverbinding, met de daarbij behorende belemmeringenstrook; met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. groenvoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. toegangswegen; f. waterlopen en waterpartijen; g. waterhuishoudkundige voorzieningen. 8.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten behoeve van de hoogspanningsverbinding die voldoen aan de volgende criteria: 1. de bouwhoogte van een hoogspanningsmast (waaronder mede begrepen jukken) mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; 2. de veldlengte tussen twee mastlocaties bedraagt minimaal 215 m en maximaal 450 m; 3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van leiding - varkenskrullen' dienen de lijnen tussen twee hoogspanningsmasten te zijn voorzien van varkenskrullen; 4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen; 5.
uit een rapport met de weergave van de berekende specifieke magneetveldzone conform de dan vigerende handreiking blijkt dat na ingebruikname van de hoogspanningsverbinding er geen gevoelige bestemmingen zijn gelegen binnen de specifieke magneetveldzone anders dan de gevoelige bestemmingen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regels (bijlage volgt later); b. ten behoeve van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 8.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 onder b en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere aan de gronden toegekende bestemming(en), mits: a. de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad; b.
vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
87
8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 150/380 kV' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur van 2,5 m of hoger; b. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting en bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. diepploegen; e. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk; g. het uitvoeren van grondbewerkingen in de vorm van afgraven en ophogen; h. het aanleggen, verruimen of dempen van wateren; i. het permanent opslaan van goederen of stoffen; j. het uitvoeren van activiteiten met en/of opslag van stoffen die bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 9 van de Wet milieubeheer aangeduid zijn als milieugevaarlijk of één of meer van de volgende eigenschappen hebben: ontplofbaar, oxiderend, (zeer) licht ontvlambaar, (zeer) giftig, bijtend, irriterend of schadelijk.
8.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het bepaalde in lid 8.4.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. verband houden met de aanleg van de desbetreffende bovengrondse gecombineerde 150/380 kVhoogspanningsverbinding en de daarbij horende voorzieningen; b. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbinding en de belemmeringenstrook alsook het normaal onderhoud en beheer hetgeen krachtens de onderliggende bestemmingen is toegestaan; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en in overeenstemming zijn met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. 8.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden als bedoeld in lid 8.4.1 wordt pas verleend, indien: a. is aangetoond dat de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de hoogspanningsverbinding; b.
vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
88
Artikel 9
Leiding - Hoogspanningsverbinding 380 kV tijdelijk
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 380 kV tijdelijk' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. een onder, op of boven maaiveld te realiseren tijdelijke 380 kV-hoogspanningsverbinding; met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. werkterreinen en toegangswegen. 9.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de hoogspanningsverbinding die voldoen aan de volgende criteria: 1. de bouwhoogte van een hoogspanningsmast (waaronder jukken) mag ten hoogste 65 m bedragen; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag ten hoogste 3 m bedragen; b. ten behoeve van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
9.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2 onder b en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere aan de gronden toegekende bestemming(en), mits: a. de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad; b. vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht. 9.4 Specifieke gebruiksregels De tijdelijke hoogspanningsverbinding mag vanaf eerste aanvang in totaal slechts korter dan 2 jaar in werking zijn. Een gebruik van de gronden ten behoeve van een tijdelijke hoogspanningsverbinding gedurende een periode van 2 jaar of langer wordt als strijdig met deze bestemming gerekend. 9.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.4 en toestaan dat de tijdelijke hoogspanningsverbinding langer dan 2 jaar in werking is tot maximaal 3 jaar, mits wordt voldaan aan het voorzorgsbeginsel.
9.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.6.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 380 kV tijdelijk' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur van 2,5 m of hoger; b. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting en bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
89
d. e. f. g. h. i. j.
diepploegen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk; het uitvoeren van grondbewerkingen in de vorm van afgraven en ophogen; het aanleggen, verruimen of dempen van wateren; het permanent opslaan van goederen of stoffen; het uitvoeren van activiteiten met en/of opslag van stoffen die bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 9 van de Wet milieubeheer aangeduid zijn als milieu-gevaarlijk of één of meer van de volgende eigenschappen hebben: ontplofbaar, oxiderend, (zeer) licht ontvlambaar, (zeer) giftig, bijtend, irriterend of schadelijk.
9.6.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het bepaalde in lid 9.6.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. verband houden met de aanleg van de desbetreffende tijdelijke hoogspanningsverbinding en de daarbij horende voorzieningen; b. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbinding en de belemmeringenstrook alsook het normaal onderhoud en beheer hetgeen krachtens de onderliggende bestemmingen is toegestaan; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en in overeenstemming zijn met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. 9.6.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden als bedoeld in lid 9.6.1 wordt pas verleend, indien: a. is aangetoond dat de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de hoogspanningsverbinding; b.
vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht. 9.7 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 380 kV tijdelijk' te verwijderen nadat de hoogspanningsverbinding ter plekke niet meer aanwezig is, mits vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
90
Artikel 10
Leiding - Hoogspanningsverbinding 380 kV
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 380 kV' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. een bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding, met de daarbij behorende belemmeringenstrook; met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. groenvoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. toegangswegen; f. waterlopen en waterpartijen; g. waterhuishoudkundige voorzieningen. 10.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten behoeve van de hoogspanningsverbinding die voldoen aan de volgende criteria: 1. de bouwhoogte van een hoogspanningsmast (waaronder mede begrepen jukken) mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; 2. de veldlengte tussen twee mastlocaties bedraagt minimaal 215 m en maximaal 450 m; 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen; 4. uit een rapport met de weergave van de berekende specifieke magneetveldzone conform de dan vigerende handreiking blijkt dat na ingebruikname van de hoogspanningsverbinding er geen gevoelige bestemmingen zijn gelegen binnen de specifieke magneetveldzone anders dan de gevoelige bestemmingen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regels; b.
ten behoeve van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 10.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2 onder b en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere aan de gronden toegekende bestemming(en), mits: a. de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad; b. vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
91
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 380 kV' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur van 2,5 m of hoger; b. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting en bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. diepploegen; e. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk; g. het uitvoeren van grondbewerkingen in de vorm van afgraven en ophogen; h. het aanleggen, verruimen of dempen van wateren; i. het permanent opslaan van goederen of stoffen; j. het uitvoeren van activiteiten met en/of opslag van stoffen die bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 9 van de Wet milieubeheer aangeduid zijn als milieugevaarlijk of één of meer van de volgende eigenschappen hebben: ontplofbaar, oxiderend, (zeer) licht ontvlambaar, (zeer) giftig, bijtend, irriterend of schadelijk.
10.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het bepaalde in lid 10.4.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. verband houden met de aanleg van de desbetreffende bovengrondse 380 kVhoogspanningsverbinding en de daarbij horende voorzieningen; b. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbinding en de belemmeringenstrook alsook het normaal onderhoud en beheer hetgeen krachtens de onderliggende bestemmingen is toegestaan; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en in overeenstemming zijn met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. 10.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden als bedoeld in lid 10.4.1 wordt pas verleend, indien: a. is aangetoond dat de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de hoogspanningsverbinding; b.
vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
92
Hoofdstuk 3
Artikel 11
Algemene regels
Antidubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
93
Artikel 12
Algemene bouwregels
12.1 Archeologie Voorafgaande aan het realiseren van gebouwen en overige bouwwerken en het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden in het kader van de bestemmingen als opgenomen in artikel 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 geldt dat voldaan moet zijn aan het navolgende stappenplan, uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), 'Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017' (of een opvolger daarvan), en de maatregelen uit dit stappenplan: a. er dient een archeologisch bureauonderzoek met controleboringen te worden uitgevoerd ter plaatse van de te realiseren gebouwen, bouwwerken, werken en/of werkzaamheden als bedoeld in de aanhef van dit artikel; b. indien uit het bureau- en booronderzoek als bedoeld onder a van dit artikel blijkt dat er sprake is van archeologische waarden, dient een proefsleuvenonderzoek te worden uitgevoerd, op basis waarvan de waarde van de archeologische resten bepaald kan worden; c. indien uit het onderzoek als bedoeld onder b blijkt dat er sprake is van archeologische waarden, dienen een of meer van de volgende archeologische maatregelen getroffen te worden: 1. in situ behoud; 2. ex situ behoud: archeologische begeleiding; 3. ex situ behoud: opgraving. Het bevoegd gezag bepaalt op basis van de resultaten van het onderzoek welke archeologische maatregel(en) moet(en) worden uitgevoerd.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
94
Artikel 13
Algemene gebruiksregels
13.1 Algemene gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het niet na graafwerkzaamheden bij de aanleg, het beheer en het onderhoud van de ondergrondse en bovengrondse hoogspanningsverbindingen, als bedoeld in Hoofdstuk 2 zoveel als redelijkerwijs mogelijk in de oorspronkelijke staat terugbrengen van de aardkundige waarden en verkavelingspatronen; b. het niet voorzien in de landschappelijke inpassing van de verbinding, conform het als bijlage bij dit plan opgenomen landschapsplan, uiterlijk vijf jaar na de aanleg van de hoogspanningsverbindingen, als bedoeld in Hoofdstuk 2 en de bijbehorende bouwwerken; c. het gebruik van de gronden, ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - magneetveldzone', als gevoelige bestemming, anders dan voor de gevoelige bestemmingen die zijn opgenomen in bijlage PM bij dit plan; d. het niet verwijderen van de bestaande verbindingen die met dit inpassingsplan zijn wegbestemd, uiterlijk vijf jaar na de ingebruikname van de nieuwe hoogspanningsverbindingen, als bedoeld in Artikel 5, Artikel 6, Artikel 8 en Artikel 10 en de bijbehorende bouwwerken. 13.2 Afwijken van algemene gebruiksregels De minister van Economische Zaken en Klimaat kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
artikel 13.1 onder b en een andere vorm van landschappelijke inpassing toestaan dan uitgewerkt in het landschapsplan. De minister betrekt bij zijn besluit de gemeenten op wiens grondgebied en de grondeigenaren en beheerders op wiens gronden de landschappelijke inpassing zal plaatsvinden; b. artikel 13.1 onder b en toestaan dat de genoemde termijn van vijf jaar wordt verlengd indien ter plaatse van de landschappelijke inpassingsmaatregel een bestaande verbinding niet tijdig kan worden geamoveerd.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
95
Artikel 14
Algemene aanduidingsregels
14.1 Overige zone - magneetveldzone Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - magneetveldzone' is het bouwen ten behoeve van een gevoelige bestemming en/of het gebruik van de gronden als gevoelige bestemming niet toegestaan, met uitzondering van de gevoelige bestemmingen die zijn opgenomen in bijlage 1 van de regels. 14.2 Vrijwaringszone - hoogspanningsverbinding te vervallen Ter plaatse van de 'Gebiedsaanduiding Vrijwaringszone - hoogspanningsverbinding te vervallen' komt de onderliggende (dubbel)bestemming of aanduiding ten behoeve van een bovengrondse 150 kV- en 380 kV- hoogspanningsverbinding met bijbehorende voorzieningen, anders dan een dubbelbestemming uit dit inpassingsplan, te vervallen vanaf het moment dat de hoogspanningsverbindingen, als bedoeld in Artikel 5, Artikel 6, Artikel 8 en Artikel 10 in gebruik zijn genomen. De andere daar voorkomende (dubbel)bestemming(en) en/of aanduiding(en) blijven onverkort van toepassing.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
96
Artikel 15
Algemene afwijkingsregels
15.1 Afwijken van bestaande maten Indien niet op grond van een andere bepaling kan worden afgeweken van deze regels, kan het bevoegd gezag door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de in de regels voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 10% mits uit een rapport met de weergave van de berekende specifieke magneetveldzone conform de handreiking blijkt dat na ingebruikname van de hoogspanningsverbinding er geen gevoelige bestemmingen zijn gelegen binnen de specifieke magneetveldzone anders dan de gevoelige bestemmingen die zijn opgenomen in bijlage 1 van deze regels.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
97
Artikel 16
Overige regels
16.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 16.2 Beperking bevoegdheid a. De gemeenteraden van de gemeenten Reimerswaal, Woensdrecht, Bergen op Zoom, Roosendaal, Halderberge, Moerdijk, Drimmelen, Geertruidenberg, Oosterhout, Dongen, Waalwijk, Loon op Zand en Tilburg, Provinciale Staten van de provincie Zeeland en de Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant zijn na 10 jaar na vaststelling van dit inpassingsplan bevoegd een bestemmingsplan, respectievelijk een inpassingsplan, vast te stellen voor de gronden waarop dit inpassingsplan betrekking heeft, met uitzondering van het bepaalde in de artikelen 7 en 9. b. In afwijking van het bepaalde in lid a kunnen de gemeenteraden een bestemmingsplan vaststellen of kunnen Provinciale Staten een inpassingsplan vaststellen indien daarbij wordt voorzien in de bestemmingen en in de planregels zoals neergelegd in het inpassingsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
98
Hoofdstuk 4
Artikel 17
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
17.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het inpassingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%. c. Dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 17.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het inpassingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het inpassingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598
99
Artikel 18
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het inpassingsplan Zuid-West 380 kV Oost'.
Rho adviseurs voor leefruimte
300810.20171598