CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. 2023-134378 - Programmabegroting 2024-2027

Besluitvormende raadsvergadering 9 november 2023, gemeente DongenBij agendapunt: Programmabegroting 2024-202736.407 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De beleidsrisico’s worden geïntegreerd in de P&C-cyclus en de procesrisico’s worden meegenomen in de Interne Controles. De raad wordt in de begroting geïnformeerd over de belangrijkste, actuele beleidsrisico’s die samenhangen met de doelstellingen in die begroting. In de tussentijdse bestuursrapportages en de jaarrekening wordt ingegaan op de stand van zaken van deze risico’s en worden eventuele nieuwe risico’s benoemd. Over de procesrisico’s wordt de raad afzonderlijk geïnformeerd, gekoppeld aan de communicatiemomenten van de accountant (de voortgangsmonitor Interne Beheersing). Naast deze risico’s wordt afzonderlijk gerapporteerd over risico’s met een financiële impact. Deze financiële risico’s worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Ook hierover wordt in de begroting en de jaarrekening gerapporteerd middels deze paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Beleidsrisico’s In de programmahoofdstukken van deze begroting geven we per beleidsthema antwoord op de vraag wat we willen bereiken. Tevens geven we daarbij aan wat het realiseren van die beleidsdoelstellingen in de weg kan staan; dit zijn de beleidsrisico’s. Hieronder zijn de 5 belangrijkste beleidsrisico’s nader toegelicht: 1. Rijksfinanciering: Net als alle andere gemeenten in Nederland is Dongen in belangrijke mate afhankelijk van het Rijk voor de financiering van haar uitgaven.

Die Rijksfinanciering staat onder druk. Het kabinet heeft de koppeling van het Gemeentefonds aan de rijksuitgaven per 2026 opgezegd. Dit leidt op landelijk niveau tot een daling van het Gemeentefonds met € 3 miljard. Tot op heden is er geen duidelijkheid over de wijze waarop gemeenten geacht worden dit verval op te vangen. Zonder duidelijkheid is er voor gemeenten maar één reële optie: snijden in het voorzieningenniveau en / of verhoging van de lokale inkomsten. We monitoren de ontwikkelingen en trekken in de lobby richting het Rijk in regionaal verband op. 2. Krapte arbeidsmarkt: Er is al enige tijd sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Dit zorgt ervoor dat vacatures langer open kunnen staan dan gebruikelijk. We vangen dit op door snel in te spelen op verwachte mobiliteit (bijvoorbeeld via een traineepool), door indien nodig extern in te huren en door slim samen te werken met externe partners zoals de gemeenten in de regio Hart van Brabant. Ook onze maatschappelijke partners ondervinden problemen door de personele krapte. In onze reguliere contacten en overleggen monitoren we of dit het realiseren van onze gezamenlijke doelstellingen in de weg staat. 3. Kaders in beweging: We ervaren steeds vaker dat gemeenten taken krijgen toebedeeld zonder dat de kaders waarbinnen die taken uitgevoerd moeten worden, al vaststaan.

Behalve om de financiële kaders (zie punt 1 hierboven) kan het gaan om de wettelijke kaders of de instrumenten die gemeenten tot hun beschikking krijgen. Een duidelijk voorbeeld hiervan was in 2023 toen gemeenten werd gevraagd de energietoeslag uit te keren, terwijl het wettelijk

81

kader hiervoor nog ontbrak. Ook de interpretatie van de Wet natuurbescherming is nog in beweging. 4. Netwerkschaarste: De energietransitie leidt tot problemen op het elektriciteitsnetwerk. Enerzijds leidt elektrisering tot een toename van de vraag, terwijl anderzijds de groei van hernieuwbare energie (windmolens en zonnepanelen) op piekmomenten tot extra aanbod leidt. Het huidige elektriciteitsnetwerk kan dit niet aan en zal verzwaard moeten worden. De algehele boodschap van de netbeheerders is echter dat het jaren kan duren voordat dit op orde is. In de tussentijds is de ruimte voor verzwaring van de aansluitingen zeer beperkt. Dit kan op veel vlakken voor beperkingen in het realiseren van gemeentelijke doelstellingen zorgen. 5. Maatschappelijk draagvlak: Er is nationaal en internationaal sprake van verminderd draagvlak voor het handelen van overheden. Realisatie van onze beleidsdoelstellingen is in grote mate afhankelijk van het verwerven van maatschappelijk draagvlak. Bij bijvoorbeeld de energietransitie is sprake van een ingrijpend maatschappelijk proces, met stevige wereldwijde, nationale en lokale doelstellingen. We investeren hierin door het creëren van bewustwording en ondersteuning van lokale initiatieven. We kunnen momenteel constateren dat de maakbaarheid van de gemeentelijke opgaven onder druk staan.

Met maakbaarheid bedoelen we de mate waarin gemeenten in staat zijn eigenstandig de doelen en ambities te realiseren waarvoor het gesteld staat. Zoals blijkt uit bovenstaande opsomming is er sprake van een aantal grootschalige risico’s waarop gemeenten geen tot weinig invloed hebben. Financiële risico's Voor een goed financieel beheer moeten we weten welke financiële risico's (en kansen) wij hebben en hoe wij deze risico’s kunnen beheersen. Ter bepaling van het benodigde weerstandsvermogen hebben we inzicht in het risicoprofiel nodig. Middels een inventarisatie zijn de risico's verzameld. Belangrijk daarbij is te onderzoeken welke beheersmaatregelen zijn genomen of alsnog genomen moeten worden. Bij de inventarisatie van de risico's maken we onderscheid in structurele en incidentele (tijdelijke) risico's. Daarbij wordt aangegeven wat het (maximaal) verwachte risicobedrag is en maakt de inhoudelijk specialist een inschatting over de kans van voordoen. We houden daarbij onderstaande inschattingspercentages aan. Score 1. Laag 2. Matig 3. Gemiddeld 4. Hoog 5. Zeer hoog

Risicokans 0% - 20% 20% - 40% 40% - 60% 60% - 80% 80% - 100%

Gemiddelde risicokans 10% 30% 50% 70% 90%

Omdat de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet slechts globaal is aan te geven, wordt met een variatiebreedte van 20% gerekend. Het verwachte (maximale) risicobedrag en de kans op voordoen leiden tot een gewogen risicobedrag. Weerstandsratio De weerstandsratio geeft aan in hoeverre de gemeente financiële tegenvallers kan opvangen zonder dat het bestaande beleid moet worden gewijzigd. Het geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de gemeente. Het totaal aan gewogen financiële risico's (= benodigde weerstandscapaciteit) wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Uit voorzichtigheidsoverwegingen nemen we bij de bepaling van de weerstandscapaciteit uitsluitend de omvang van de algemene reserve mee. Dit leidt tot de bepaling van een weerstandsratio. Met behulp van de onderstaande tabel beoordelen we de ratio van de gemeente Dongen. Deze normtabel is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NARIS). Categorie A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < 2,0 1,0 < 1,4 0,8 < 1,0 0,6 < 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

82

Berekening weerstandsratio Aan de hand van de gewogen risicobedragen en weerstandscapaciteit bepalen we hoe de gemeente Dongen ervoor staat. Dat noemen we de weerstandsratio. Weerstandsratio =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

=

18.124 3.130

= 5,8

Hiermee kan geconcludeerd worden dat het weerstandsvermogen uitstekend is.

Weerstandsratio (bedragen x € 1.000) 2021

2022

2023

1-apr

1-okt

1-apr

1-okt

1-apr

1-okt

Beschikbare weerstandscapaciteit

4.964

7.010

7.010

11.045

11.045

18.124

Benodigde weerstandscapaciteit

2.251

2.618

2.736

2.115

2.594

3.130

2,2

2,7

2,6

5,2

4,3

5,8

Weerstandsratio

In de tabel wordt inzicht geboden in de ontwikkeling van de ratio weerstandsvermogen. Op twee momenten in het jaar worden de dan actuele risico’s afgezet tegen het op dat moment beschikbare weerstandsvermogen. Die twee momenten zijn gekoppeld aan respectievelijk de jaarrekening (1 april) en de begroting (1 oktober) die dan wordt opgesteld. Uit de tabel blijkt dat de ratio weerstandsvermogen uitstekend is. Aan de schommelingen van de ratio valt op te maken dat risicomanagement een dynamisch proces is, dat continu gemonitord wordt. De mate waarin daadwerkelijk een beroep gedaan moet worden op de algemene reserve om risico's op te vangen is beperkt. Eerder in het proces worden al beheersmaatregelen genomen. Ten opzichte van de vorige peildatum (jaarverslag 2022) is het risicoprofiel verbeterd. Dit komt enerzijds door een hogere omvang van de beschikbare weerstandscapaciteit (toename van € 11,0 miljoen naar € 18,1 miljoen). Het positieve jaarrekeningresultaat 2022 is inmiddels toegevoegd aan de algemene reserve. Het verwachte resultaat voor 2023 is nog niet in de reserve meegenomen. Tegelijkertijd is sprake van een toegenomen risicobedrag (benodigde weerstandscapaciteit). Het totaal aan gewogen risicobedragen is sinds het jaarverslag 2022 toegenomen van € 2,6 miljoen naar € 3,1 miljoen.

Dit is hoofdzakelijk het gevolg van een tweetal nieuw toegevoegde risico’s rondom de Wet natuurbescherming en rondom de netwerkschaarste (zie ook hieronder). Resultaten risicoanalyse De risico’s beschrijven we kort. Daarbij geven we aan of het een nieuw of een bestaand risico betreft. In de tabel op de volgende pagina is de top 5 van de geïnventariseerde risico’s in beeld gebracht. In de bijlage zijn alle geïnventariseerde risico’s opgenomen. Incidentele risico’s De top vijf aan incidentele risico’s zijn: 1. Als gevolg van economische en marktontwikkelingen kan de uitgifte van gronden voor woonlocaties achterblijven bij de verwachtingen. De resultaten van de grondexploitaties (De Beljaart, Noorderbunder en De Vijf Turven) zijn dan lager dan verwacht. 2. De komende jaren moet uitvoering gegeven worden aan grote landelijke en mondiale ambities op het gebied van duurzaamheid en de energietransitie. Door het Rijk is financiering toegekend tot en met 2025. Voor de jaren erna mogen deze middelen structureel worden doorgetrokken. Dit leidt echter wel tot risico's met betrekking tot de lange termijn financiering van deze ambities. 3. Invoering aantal grootschalige (wets)wijzigingen waarvan de financiële effecten op voorhand lastig te voorspellen zijn. Het gaat bijvoorbeeld om de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging. 4.

Door stijgende prijzen en langere levertijden kunnen onderhoud en investeringen duurder uitvallen. Hoewel de periode van forse stijgingen achter ons lijkt te liggen, is met name de ontwikkeling van de energieprijzen onder invloed van de mondiale ontwikkelingen erg onzeker.

83

5. Er lopen diverse lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen binnen het sociaal domein (Hervormingsagenda Jeugdzorg, regionale inkoop Jeugdzorg en WMO en implementatie Dorpsteam). De lokale impact op de financiën zijn onzeker. In de meerjarenbegroting wordt een storting van € 1,4 miljoen in de algemene reserve gedaan waarmee dit risico opgevangen kan worden. Benodigde weerstandscapaciteit Peildatum 1 oktober 2023

Verwacht maximaal KansGewogen Nieuw / risicobedrag percentage risicobedrag bestaand

Incidentele risico's (top 5) 1. Waarderingsrisico woningbouwlocaties

€ 2.113.000

30%

€ 633.900 Bestaand

2. Financiering duurzaamheidsambities

€ 500.000

30%

€ 150.000 Bestaand

3. Grootschalige wetswijzigingen

€ 250.000

50%

€ 125.000 Bestaand

4. Stijgende materiaalprijzen

€ 400.000

30%

€ 120.000 Bestaand

5. Ontwikkelingen Sociaal Domein

€ 400.000

30%

€ 120.000 Bestaand

Overige incidentele risico's

€ 503.000

€ 180.900

Totaal incidentele risico's

€ 4.166.000

€ 1.429.800

Structurele risico's (top 5) 1. Complexe zorgcasuïstiek

€ 600.000

50%

€ 300.000 Bestaand

2. Ecologisch onderzoek Wet natuurbescherming

€ 500.000

50%

€ 250.000

Nieuw

3. Netwerkschaarste

€ 500.000

50%

€ 250.000

Nieuw

4. Vacaturedruk

€ 500.000

30%

€ 150.000 Bestaand

5. Uitval ICT

€ 1.200.000

10%

€ 120.000 Bestaand

Overige structurele risico's

€ 3.920.000

€ 630.000

Totaal structurele risico's

€ 7.220.000

€ 1.700.000

Totaal

€ 11.386.000

€ 3.129.800

Ten opzichte van het jaarverslag 2022 zijn de incidentele risico’s gelijk gebleven op een niveau van € 1,4 miljoen. Structurele risico’s De top vijf aan structurele risico’s zijn: 1. Inzet ten aanzien van incidentele complexe casuïstiek waar zwaarste zorgpakketten moeten worden toegekend. 2. De Wet natuurbescherming regelt dat voor projecten die invloed kunnen hebben op de omliggende natuur ecologisch onderzoek wordt gedaan. Dit heeft in potentie invloed op tal van gemeentelijke projecten, waarbij op voorhand niet duidelijk is of ontheffingsmogelijkheden bestaan, wat de kosten voor een eventueel onderzoek zijn en welke subsidiemogelijkheden hiervoor ontwikkeld worden. 3. De elektriciteitsnetwerken in Nederland kunnen de fors gestegen vraag en aanbod van elektriciteit niet aan. De komende jaren is de ruimte voor uitbreiding van elektriciteitsaansluitingen zeer beperkt. Dit kan geplande en toekomstige investeringen beïnvloeden, waarbij oplossingen mogelijk tot extra kosten leiden. 4. Als gevolg van samenloop van omstandigheden (mobiliteit, ziekte) kunnen plotseling binnen een team op vitale en/of kwetsbare functies vacatures ontstaan die niet intern opgelost kunnen worden. Onder de huidige arbeidsmarktomstandigheden ziet de gemeente zich geconfronteerd met hoge inhuurtarieven. 5. ICT-systeem raakt onbruikbaar, bijvoorbeeld als gevolg van een hack of ransomware aanval.

Ten opzichte van het jaarverslag 2022 zijn de structurele risico’s toegenomen van € 1,2 miljoen naar € 1,7 miljoen. Dit is het gevolg van de toegevoegde risico’s rondom de Wet natuurbescherming en netwerk schaarste.

84

Financiële kengetallen Aan de hand van de voorgeschreven financiële kengetallen wordt in elke jaarrekening en begroting inzicht gegeven in de financiële positie van de gemeente. De kengetallen moeten in samenhang bezien worden. De gemeente beschouwt hierbij de netto schuldquote, de solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte als de primaire kengetallen. Deze kengetallen geven inzicht in de financiële staat van de schuldpositie (netto schuldquote), de vermogenspositie (solvabiliteit) en de begroting (structurele exploitatieruimte). De grondexploitatie en de belastingcapaciteit zijn belangrijk voor de context van de primaire kengetallen. Voor de signaleringswaarden sluiten we aan bij de waarden zoals deze door toezichthouders bij gemeenten wordt gehanteerd. Duiding waarden kengetallen Laag risico < 90% < 90% > 50% > 0% < 20% < 95%

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Mate van risico Gemiddeld risico 90% - 130% 90% - 130% 20% - 50% = 0% 20% - 35% 95% - 105%

Hoog risico > 130% > 130% < 20% < 0% > 35% > 105%

Duiding financiële positie In onderstaande tabel is de ontwikkeling van financiële kengetallen voor de gemeente Dongen weergegeven vanaf de jaarrekening 2022, de begroting 2023 naar de nu voorliggende meerjarenbegroting 2024-2027. Tevens zijn in de tabel de gemiddelde waarden van de Brabantse gemeenten weergegeven voor het jaar 2021. De cijfers in de kolom Begroting 2022 zijn hierbij aangepast aan de actuele inschattingen uit de tweede Bestuursrapportage. Kengetallen Begroting 2024-2027

Brabants gemiddelde

Rekening

2021

2022

2023

39%

72%

Berap-2 Begroting

Raming

Raming

Raming

2024

2025

2026

2027

80%

117%

123%

129%

130%

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie

37%

67%

75%

112%

119%

125%

126%

37,9%

19,3%

17,4%

19,2%

18,9%

17,8%

16,7%

3,1%

8,9%

2,5%

1,8%

2,3%

-1,5%

-2,1%

12,1%

10,8%

13,0%

16,1%

12,8%

6,1%

-0,7%

Belastingcapaciteit

99%

106%

104%

100%

101%

101%

101%

Kijkend naar de signaleringswaarden kan geconcludeerd worden dat de gemeente Dongen voor wat betreft de solvabiliteit in een hoog risico-situatie zit. Voor de netto schuldquote is de verwachting dat de risico-inschatting komend jaar stijgt van laag risico naar een gemiddeld risico. Dit als gevolg van de start van de bouw van de IKC’s. Wat verder direct zichtbaar wordt is het effect van de zogenoemde Ravijnjaren. Vanaf 2026 daalt de Algemene Uitkering van het Rijk met ruim € 2 miljoen. Dit heeft direct effect op de belangrijkste kengetallen. Zo is zichtbaar dat de structurele exploitatieruimte vanaf 2026 negatief is. Dit betekent dat de structurele uitgaven hoger zijn dan de structurele inkomsten. Dit leidt vanaf dat jaar ook direct tot een dalende solvabiliteit. De exploitatietekorten worden immers in mindering gebracht op het eigen vermogen, dat hierdoor daalt. Ook de schuldquote stijgt vanaf 2026 verder door. De exploitatietekorten dienen gefinancierd te worden met geleend geld. Omdat de kengetallen sterk beïnvloed worden door de nog onzekere hoogte van de Algemene Uitkering vanaf het jaar 2026, worden op het einde van deze paragraaf dezelfde kengetallen gepresenteerd waarbij de aanname wordt gemaakt dat de Ravijnjaren zich niet voor doen.

85

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de omvang van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote is ook inzichtelijk gemaakt na correctie voor verstrekte leningen. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen is in de exploitatie en de schuldenlast. Bij de behandeling van de Kadernota 2022 heeft de gemeenteraad besloten dat de schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen de komende jaren niet hoger mag zijn dan 140%. In 2028 moet de schuldquote zijn afgebouwd naar (maximaal) 130%. Door de voorgenomen bouw van een vijftal IKC’s gaat de schuldquote de komende jaren stijgen. De grens van 130% wordt naar verwachting de komende jaren echter niet bereikt. Solvabiliteit De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het drukt de omvang van het eigen vermogen uit in een percentage van het totale vermogen. Hoe lager dit percentage, hoe lager de financiële weerbaarheid van de gemeente is. In het coalitieakkoord is aangegeven dat jaarlijks wordt gestreefd naar een reservering van € 0,5 miljoen om de solvabiliteit te verbeteren. In de voorliggende begroting is dit streven vanaf 2024 meerjarig verwerkt.

Daarnaast worden de extra rijkscompensatie voor de gestegen jeugdzorgkosten in 2024, 2025 en 2026 in de algemene reserve gestort. Door de positieve jaarrekeningresultaten is de solvabiliteit de laatste jaren aanzienlijk verbeterd. In de meest recente jaarrekening over 2022 is de kritieke grens van 20% in zicht gekomen. Indien de Ravijnjaren werkelijkheid worden, zal de solvabiliteit vanaf 2026 weer gaan dalen. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan in hoeverre de baten en lasten van de gemeente op de lange termijn (dus structureel) met elkaar in evenwicht zijn. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het meerjarig financieel perspectief uit de inleiding te corrigeren voor incidentele baten en lasten en voor de onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves. Door de positieve begrotingssaldi in de voorliggende meerjarenbegroting is in Dongen sprake van structurele exploitatieruimte groter dan nul. Vanaf 2026 slaat de exploitatieruimte om naar negatief. Dit wederom als gevolg van de Ravijnjaren. Grondexploitatie en belastingcapaciteit De grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn kengetallen die de voorgaande drie primaire kengetallen in perspectief zetten. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de waarde van de voorraden grond is ten opzichte van de totale baten in de begroting.

Een grote waarde van de voorraden grond zet de schuldpositie in een ander perspectief, maar brengt tevens risico’s met zich mee. Staat grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteit. De verwachting is dat de voorraden grond de komende jaren zullen worden verkocht. De gemeente loopt hierop weinig risico. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin op de langere termijn financiële tegenvallers opgevangen kunnen worden. Hiervoor worden de woonlasten van de gemeente Dongen afgezet tegen de landelijke gegevens. Zichtbaar is dat de inzet om de OZB voor woningeigenaar richting het landelijk gemiddelde te laten begeven, effect sorteert. In 2023 is het verschil van de woonlasten met het landelijk gemiddelde verkleind tot 4% (€ 33). Door in 2024 in te zetten op verdere matiging van de woonlasten, zullen deze in Dongen naar verwachting uitkomen rond het landelijk gemiddelde. Duidelijkheid hierover ontstaat uiteraard pas volgend jaar, als bekend is hoe het landelijk gemiddelde zich heeft ontwikkeld. Kengetallen zonder Ravijnjaren Omdat bovengenoemde kengetallen sterk beïnvloed of zelfs vertekend zijn door de Ravijnjaren, wordt hieronder dezelfde tabel gepresenteerd, maar dan zonder Ravijnjaren.

In dit scenario wordt verondersteld dat er een oplossing komt voor de lagere Algemene Uitkering, waardoor het inkomstenniveau van de gemeente in 2026 en 2027 op hetzelfde niveau uitkomt als in de jaren ervoor. Dit is nog altijd het scenario waarvan de gemeente Dongen uitgaat. In dit scenario ligt de solvabiliteit in 2027 voorbij de grens van 20%.

86

Kengetallen Begroting Brabants 2024-2027 gemiddelde Rekening Berap-2 Begroting Raming Raming Raming 2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

39%

72%

80%

117%

123%

122%

121%

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie

37%

67%

75%

112%

119%

118%

117%

37,9%

19,3%

17,4%

19,2%

18,9%

19,4%

20,1%

3,1%

8,9%

2,5%

1,8%

2,3%

1,3%

0,7%

12,1%

10,8%

13,0%

16,1%

12,8%

5,9%

-0,7%

Belastingcapaciteit

99%

106%

104%

100%

101%

101%

101%

87

Paragraaf C. Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf is de staat en het beheer beschreven van onze kapitaalgoederen: wegen, openbare verlichting, openbaar groen, speel- en recreatieterreinen, riolering, gemeentelijke gebouwen en jeugden sportaccommodaties. Het versterken van de woon- en leefomgeving is essentieel voor het vasthouden en aantrekken van inwoners. Het in standhouden van een aantrekkelijke en veilige leefomgeving hoort daarbij. Onze kapitaalgoederen spelen daarbij een belangrijke rol. Het betreft grote zaken die vaak veel waarde hebben en meerdere jaren meegaan. Sommige taken waarop kapitaalgoederen betrekking hebben, zijn wettelijk verplicht. Het onderhoud en beheer van kapitaalgoederen is van groot belang voor het goed functioneren van de gemeente. Achterstallig onderhoud zou kunnen leiden tot aansprakelijkheid. Met de paragraaf 'Onderhoud kapitaalgoederen' stellen we de kaders vast voor onderhoud van infrastructuur, voorzieningen en gebouwen. Dat is van belang omdat kapitaalgoederen: • blijvend een groot beslag op de gemeentelijke begroting leggen; • nodig zijn om de programmadoelen van de gemeente te realiseren; • mede het aanzien van de gemeente bepalen. Er bestaat een direct verband tussen de paragraaf 'Onderhoud kapitaalgoederen', de staat van reserves en voorzieningen, en het investeringsplan.

In het investeringsplan worden de investeringen bijeengebracht waarvan de jaarlijkse kapitaallasten verwerkt zijn in deze paragraaf. De kosten van het jaarlijks klein onderhoud zijn opgenomen in de exploitatie. Voor wegenonderhoud en openbare verlichting is structureel een budget in de begroting opgenomen. Het uitvoeringsplan voor wegen en openbare verlichting is hierop afgestemd. Voor wat betreft sportaccommodaties en gebouwenbeheer, wordt gebruik gemaakt van een onderhoudsvoorziening. Voor riolering wordt gewerkt met een egalisatievoorziening. Het verloop van deze reserves en voorzieningen is in de staat van reserves en voorzieningen in beeld gebracht en toegelicht. Aan de lasten die in deze paragraaf worden weergegeven liggen onderhouds- en uitvoeringsplannen ten grondslag die door de raad zijn of worden vastgesteld. Water en riolering Het op 16 december 2021 vastgestelde Water- en Rioleringsplan 2022 is meer gericht op de werkwijze van de nieuwe omgevingswet en de maatschappelijke effecten van water en het klimaat. De resultaten van de stresstesten en de klimaatdialoog zijn hierin ook verwerkt. Het gemeentelijke Water- en Rioleringsplan bevat onder andere het beleidskader, de uitvoeringsagenda en het kostendekkingsplan voor water en riolering voor de periode 2022-2026.

Hoe is het beleid vertaald in de begroting? In de begroting zijn ramingen opgenomen voor investeringen, beheer en onderhoud van riolering en water overeenkomstig het kostendekkingsplan van het Water- en Rioleringsplan 2022-2026. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530. Openbare verlichting en verkeerregelinstallaties Het beleidsplan voor openbare verlichting is 9 april 2020 vastgesteld en loopt tot en met 2028. In 2024 wordt een tussentijdse actualisatie opgesteld. Hoe is het beleid vertaald in de begroting? In de begroting zijn budgetten opgenomen voor het in stand houden van de openbare verlichting en het vervangen naar LED armaturen. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530. Openbaar groen In 2023 is een nieuw bomenbeleidsplan en groenbeleidsplan opgesteld. Deze plannen zijn in het 3e kwartaal 2023 aan de raad aangeboden voor vaststelling. Na vaststelling van de beleidsplannen vindt actualisatie van het groenbeheerplan (incl. bomenbeheer) plaats.

88

Hoe is het beleid vertaald in de begroting? In de begroting zijn ramingen opgenomen voor beheer en onderhoud van het openbaar groen en bomen, onderverdeeld in de posten “Parken en Plantsoenen” en “Bermen en Sloten” Het onderhoud aan het openbaar groen wordt maandelijks getoetst op het gewenste kwaliteitsniveau. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530. In deze begroting is tevens rekening gehouden met een formatie-uitbreiding om uitvoering te kunnen geven aan het nieuwe beleid. Wegen, straten en pleinen In 2021 is het wegenbeheerplan vastgesteld en loopt tot en met 2025. Hierin is de kwaliteit opgenomen van de verharding in het onderhoud openbaar domein opgenomen en de criteria hoe we de kunstwerken onderhouden en in stand houden. Hoe is het beleid vertaald in de begroting? In de begroting zijn ramingen opgenomen voor investeringen en zijn budgetten opgenomen voor het in stand houden van verhardingen, onverharde wegen en wegmarkeringen. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken verwijzen wij u naar thema 530. Civiele kunstwerken (bruggen en duikers) In september 2021 is aan u het Beheerplan Civiel Technische Kunstwerken 2022-2025 aangeboden. Hierin is de kwaliteit opgenomen van de kunstwerken en de criteria hoe we de kunstwerken onderhouden en in stand houden.

Hoe is het beleid vertaald in de begroting? In de begroting zijn ramingen opgenomen voor investeringen, beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken overeenkomstig het de beheerplan Civiel Technische Kunstwerken. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530. Gemeentelijke gebouwen Jaarlijks wordt via het Gebouwbeheersysteem het onderhoudsplan bijgesteld aan de hand van jaarlijkse inspecties en beleidsontwikkelingen. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530. Hoe is het beleid vertaald in de begroting? Middels het Gebouwbeheersysteem wordt het onderhoudsplan jaarlijks geactualiseerd en zijn de ramingen voor investeringen overgenomen en zijn budgetten opgenomen voor en het uitvoeren van preventief en correctief onderhoud aan de panden. De uitgaven voor het groot onderhoud lopen via de daarvoor gevormde voorziening “Onderhoud gemeentelijke gebouwen”, die ook jaarlijks wordt geactualiseerd. Sport- en cultuuraccommodaties Jaarlijks worden de onderhoudsplannen bijgesteld. In 2020 is de voorziening Sport herijkt. Het beheer van de gemeentelijke binnensportaccommodaties is in handen van de Binnensport Accommodaties Dongen (BSA). De BSA ontvangt hiervoor een vergoeding. Het beheer van De Cammeleur is in handen van de Stichting Donckhuys.

Stichting Donckhuys ontvangt hiervoor een vergoeding. Hoe is het beleid vertaald in de begroting? Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 120. Onderwijshuisvesting Lasten van onderwijshuisvesting betreffen enkel de kapitaallasten die voortkomen uit investeringen zoals de IKC's. De onderhoudsplicht ligt bij de schoolbesturen die hiervoor via het Rijk een vergoeding ontvangen. Hoe is het beleid vertaald in de begroting? Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 210.

89

Onderhoud kapitaalgoederen (x € 1.000) Wegen, straten en pleinen Openbare Verlichting Openbaar groen Water en Riolering Gebouwenbeheer Onderwijshuisvesting Sport- en Cultuuraccommodaties Totaal onderhoud kapitaalgoederen

2024 1.676 633 2.921 1.719 1.502 1.192 2.303 11.945

2025 1.853 638 3.073 1.675 1.691 1.332 2.287 12.548

2026 2.013 643 2.917 1.620 1.691 1.647 2.217 12.747

2027 2.042 641 2.920 1.613 1.629 1.772 2.214 12.830

In deze tabel zijn de lasten weergegeven per categorie kapitaalgoederen, zoals in de exploitatie opgenomen. Dit zijn onder meer de kapitaallasten en structurele onderhoudslasten. Ten opzichte van de begroting 2023-2026 is op een aantal onderdelen verschillen zichtbaar. Grotendeels heeft dit te maken met indexering van onderhoudsbudgetten en het actualiseren van de kapitaallasten op basis van het investeringsplan. De kostenstijging van openbare verlichting komt met name door de gestegen energiekosten. Voor onderwijshuisvesting geldt dat de afwijking toe te rekenen is aan de verschuivingen die hebben plaatsgevonden in de planning van de nieuwbouw van de IKC’s. Een eventuele stijging van de bouwkosten zal leiden tot hogere kapitaallasten dan nu opgenomen in de begroting. Voor Water en Riolering is er sprake van vertraging van investeringsprojecten wat leidt tot lagere kapitaallasten. Bij Sport en Cultuuraccommodaties wordt de stijging met name veroorzaakt door de hogere bijdrage aan De Vennen en de BSA.

90

Paragraaf D. Financiering In de financieringsparagraaf geeft de gemeente inzicht in de beheersing van de risico’s met betrekking tot de financiering. De wet Fido, de financiële verordening 2023 en het treasurystatuut 2020 vormen het kader voor deze paragraaf. Daarnaast worden in deze paragraaf specifieke uitgangspunten opgenomen zoals de kasgeldlimiet. De voornaamste doelstelling van de treasuryfunctie is het beperken van de financiële risico's. In zijn algemeenheid kunnen deze risico’s worden onderscheiden in renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s en valutarisico’s. In de Dongense financieringssituatie zijn de koers- en valutarisico’s niet van toepassing. Renterisico’s doen zich voor op de openstaande schuld (zowel vlottend als vast). De kredietrisico’s hebben betrekking op de verstrekte leningen, uitgezette beleggingen en verstrekte gemeentegaranties. Renterisico In 2024 zal er sprake zijn van een financieringsoverschot: het totaal aan liquide middelen in 2024 is groter dan het totaal aan benodigde uitgaven (voor investeringen, reguliere uitgaven en aflossingen). Het financieringsoverschot is ontstaan doordat er geldleningen zijn aangetrokken voor de bouw van de scholen maar dat de geplande uitgaven vertragingen hebben opgelopen. Normaal gesproken heeft Dongen te maken met een financieringstekort.

Om te voorzien in de behoefte aan financiering worden zowel korte leningen (leningen met een looptijd korter dan 1 jaar, vlottende schuld genoemd) als lange leningen (leningen met een looptijd langer dan 1 jaar, vaste schuld genoemd) afgesloten. In beide gevallen loopt de gemeente een renterisico. Wettelijk bestaan er regels die moeten voorkomen dat fluctuaties in rentepercentages een te grote invloed hebben op de rentelasten. Deze zijn vastgelegd in de Wet Fido (Wet Financiering decentrale overheden). Het gaat om de kasgeldlimiet (van toepassing op korte leningen) en de renterisiconorm (lange leningen). De kasgeldlimiet en de renterisiconorm hebben allebei als doel de leningenportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. Ze stellen dus een grens aan de structuur van de leningen, niet aan de hoogte. De gemeente Dongen houdt met het aantrekken van financiering (kort of lang) rekening met de wettelijke normen. Op die manier wordt het renterisico beperkt. Renterisico vlottende schuld (kasgeldlimiet) De kasgeldlimiet richt zich hierbij op leningen met een looptijd van maximaal één jaar (ook wel korte leningen, of vlottende schuld genoemd). De kasgeldlimiet stelt dat deze korte leningen niet meer dan twee kwartalen achter elkaar hoger mogen zijn dan 8,5% van het begrotingstotaal.

Indien de norm in meer dan twee opeenvolgende kwartalen wordt overschreden, dient een melding te worden gedaan bij de provincie als toezichthouder. De gemeente Dongen stuurt op de omvang van de korte leningen en zorgt ervoor dat deze de kasgeldlimiet niet meer dan twee maanden achter elkaar overschrijden. Bij een dreigende overschrijding worden de korte leningen omgezet in nieuwe, langlopende leningen. De kasgeldlimiet voor 2024 bedraagt afgerond € 6,1 miljoen op basis van de voorgeschreven berekeningswijze. Renterisico vaste schuld (renterisiconorm) De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van één jaar of langer (de vaste schuld) te beperken. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moet worden afgesloten, met het risico van plotseling oplopende rentelasten. De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet méér mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm voor de komende jaren weergegeven.

91

Renterisiconorm

2024

2025

2026

2027

6.540

6.142

6.120

5.873

71.664

77.021

76.998

76.800

20

20

20

20

Omschrijving (bedragen x € 1.000) A

Aflossingen Renterisiconorm:

B

Begrotingstotaal

C

Norm in %

D

Renterisiconorm: (minimum 2.500)

14.333

15.404

15.400

15.360

E

Ruimte (+) / Overschrijding (-/-) (D - A)

7.793

9.262

9.280

9.487

Liquiditeitsprognose De gemeente Dongen werkt vanuit totaalfinanciering. Alle gemeentelijke inkomsten en uitgaven worden hierbij gesaldeerd voordat de geld- of kapitaalmarkt wordt benaderd. Goed inzicht in het verloop van inkomsten en uitgaven leidt tot betere sturing op de benodigde liquiditeiten voor de komende jaren, de aan te trekken externe financiering en de ontwikkeling van de rentekosten. Voor de begroting is een liquiditeitsprognose opgesteld. De liquiditeitsprognose is opgesteld met de cijfers uit deze begroting en het investeringsplan 2024-2027. Vanaf 2025 neemt als gevolg van investeringen de leningenportefeuille toe. Liquiditeitsprognose

2024

2025

2026

2027

Liquiditeitsprognose op 1 januari

33.924

3.033

487

357

Saldo inkomsten en uitgaven exploitatie

3.610

4.355

2.024

1.997

Uitgaven aflossing opgenomen leningen

-6.540

-6.142

-6.120

-5.873

Inkomsten aflossing uitstaande leningen

195

170

170

170

Uitgaven investeringen

-26.626

-17.661

-11.447

-7.917

Inkomsten grondexploitaties

-1.530

1.733

5.243

5.194

Liquiditeitsoverschot (+) / -tekort (-)

3.033

-14.513

-9.643

-6.071

0

15.000

10.000

6.500

(bedragen x € 1.000)

Nieuwe leningen

Kredietrisico Bij verstrekte leningen of garantstellingen is sprake van een kredietrisico. Hier kan zich de situatie voordoen dat partijen waaraan de gemeente leningen heeft verstrekt (of waarvoor de gemeente garant staat) niet meer aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Als de lenende partij de lening niet kan terugbetalen, is de gemeente het uitgeleende geld kwijt en blijft zij zitten met de schuld die ertegenover staat. Kredietrisico’s kunnen zich op twee manieren manifesteren: a. Een risico dat direct wordt gelopen uit hoofde van door de gemeente verstrekte leningen en uitgezette beleggingen. b. Een risico ten aanzien van verstrekte gemeentegaranties (ook wel borgstellingen genoemd). Dit is een indirect kredietrisico. Ad a. Kredietrisico’s op leningen en beleggingen Uit hoofde van haar publieke taak heeft de gemeente Dongen de navolgende leningen (door)verstrekt en beleggingen gerealiseerd: Uitzettingen (uitstaande leningen, beleggingen) Leningen (bedrag x € 1.000)

1 januari 2024

Geldnemer: St. Dongha-Heem Zwembad de Vennen

75 3.269

92

Voorziening zwembad De Vennen9

-200

Startersleningen

426

Voorziening starterslening9

-134

Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn)

235

Subtotaal

3.671

Beleggingen (bedrag x € 1.000) Aandelen Brabant Water

111

Aandelen NV BNG

160

Grootboekschuld ministerie van Financiën Totaal

2 3.944

De uitzettingen per 1 januari 2024 zijn naar verwachting € 3.944.000. De aflossing in 2024 bedraagt naar verwachting € 195.000. De stand per 31 december 2024 zal hierdoor € 3.794.000 zijn. Ad b. Kredietrisico’s ten aanzien van gemeentegaranties (borgstellingen) De gewaarborgde leningen derden bestaan uit: a. Leningen toegelaten instellingen, welke gewaarborgd worden door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) met achtervang rijk/gemeente. b. Garantstellingen in het kader van de Gemeentegarantie eigen woning. De borgstelling via het WSW heeft betrekking op leningen aan stichting Casade waarbij de gemeente Dongen achtervang-gemeente is. Deze leningen zijn in eerste aanleg geborgd door het WSW. Slechts indien de WSW niet aan de betalingsverplichtingen kan voldoen, verstrekt de achtervang-gemeente een renteloze lening aan de WSW voor 50% van het totale leningbedrag. De WSW acht het risico dat achtervang-gemeenten renteloze leningen aan hen moeten verstrekken als de andere buffers onvoldoende zijn “zeer klein - zelfs theoretisch”. Daarnaast zijn door de gemeente garantstellingen verleend in het kader van de gemeentegarantie. De gemeentegarantie was een garantie van een gemeente voor de hypotheekschuld van een woningeigenaar ten opzichte van een geldverstrekker, zoals een bank of verzekeringsmaatschappij.

Met ingang van 1995 is het stelsel van de gemeentegarantie vervangen door de Nationale Hypotheek Garantie. De (gemeente)garantstellingen nemen daardoor geleidelijk af. Financiële risico's in beeld Samengevat loopt de gemeente de volgende risico’s in haar financieringsfunctie. Risico Renterisico vlottende schuld

Renterisico vaste schuld Kredietrisico

Norm Kasgeldlimiet: 8,5% van begrotingstotaal

Toelichting Kasgeldlimiet 2024: € 6,1 miljoen Maximum voor de omvang van de kortlopende schulden. Bij structureel overschrijden kasgeldlimiet moet kortlopende schuld worden omgezet in langlopende schuld. Renterisiconorm: Renterisiconorm 2024: € 14,3 miljoen 20% van het Maximum aan de jaarlijkse aflossing en begrotingssaldo renteherziening op de langlopende schulden. - Risico uit hoofde van door de gemeente verstrekte leningen en uitgezette beleggingen. Het risico bestaat dat de vrijvallende gelden (bij aflossing) niet tegen een gelijk rentepercentage kunnen worden belegd. - Risico ten aanzien van verstrekte gemeentegaranties (borgstellingen). Garanties dienen voort te vloeien uit gemeentelijke taken. Het verstrekken van een gemeentegarantie geschiedt bij raadsbesluit en wordt voor komend jaar niet verwacht.

9

De voorzieningen voor zwembad De Vennen en de starterslening zijn als waarderingscorrectie in mindering gebracht op de vordering onder de financiële vaste activa.

93

Rente-omslag Conform het 'Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten' (BBV) moet er inzicht worden gegeven in de rentelasten, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Daarnaast is het verplicht dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente) omslagpercentage. Renteschema (bedragen x € 1.000) A De externe rentelasten over de korte en lange financiering B De externe rentebaten over de korte en lange financiering C Saldo rentelasten en rentebaten Rente die aan de grondexploitaties moet worden doorberekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente D E F

2024 981 410 571 93 478 478

Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toe te rekenen rente (renteomslag) Verwacht renteresultaat op taakveld treasury

591 113

EMU-saldo Op grond van artikel 20 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten moet de gemeente in de programmabegroting inzage geven in het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar, de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het jaar volgend op het begrotingsjaar. Het EMU-saldo is een in Europees verband gehanteerd en gedefinieerd macro-economisch begrip. Het kan worden omschreven als het verschil tussen de inkomsten en uitgaven van de collectieve sector (Rijk, andere overheden, sociale fondsen). Berekening EMU-saldo

(bedragen x € 1.000)

1.

Exploitatiesaldo vóór reservemutaties

2. Mutatie (im)materiële vaste activa 3. Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst 5. bij verkoop (im)materiële vaste activa Berekend EMU-saldo (1 – 2 + 3 – 4 – 5) 4.

2023

2024

2025

2026

Volgens begroting 2023

Volgens begroting 2024

Volgens meerjarenraming in begroting 2024

Volgens meerjarenraming in begroting 2024

811

1.173

1.554

-1.173

4.601

23.395

13.873

7.477

-11

-550

-744

-422

1.571

2.035

-1.725

-5.195

0

0

0

0

-5.372

-24.807

-11.338

-3.877

94

Paragraaf E. Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling In Dongen investeren we in de bevlogenheid van onze medewerkers. Want mensen die bevlogen zijn, zijn productiever, wisselen meer en kwalitatief betere informatie uit met hun collega’s, zijn innovatiever en optimistischer over anderen. Bevlogen mensen zijn bovendien minder vaak ziek en blijven langer bij een werkgever werken. Op die manier pakken we de huidige uitdagingen op personeelsgebied aan. Net als bijna iedere gemeente in Nederland heeft Dongen te maken met een toenemend takenpakket, werkdruk, een hoog verloop van personeel, het moeilijk kunnen invullen van vacatures en een toegenomen behoefte aan verbinding in tijden van hybride werken. We pakken deze problemen aan door te investeren in de bevlogenheid van onze mensen. Onze aanpak is gebaseerd op het wetenschappelijke Job Demands-Resources model van de Nederlandse professor Arnold Bakker. Met zijn hulp is een vragenlijst opgesteld om zo goed mogelijk in kaart te brengen hoe het staat met de bevlogenheid van onze mensen, en welke hulpbronnen en taakeisen aandacht behoeven. Met de uitkomsten van dit onderzoek zijn we inmiddels al geruime tijd aan de slag. Op individueel niveau zijn er diverse programma's te volgen waarmee medewerkers aan hun eigen bevlogenheid kunnen werken. Denk daarbij aan het werken aan je vitaliteit of het kennen én beter inzetten van je talenten.

De uitkomsten van het onderzoek zijn ook voor diverse teams aanleiding om, bijvoorbeeld met een teamcoach, aan hun ontwikkeling te werken. Tot slot is er ook op organisatieniveau een aantal aandachtspunten waar we mee aan de slag gaan. We blijven bijvoorbeeld actief investeren in het organiseren van verbindende activiteiten en bijeenkomsten. Deze aanpak sluit naadloos aan bij het permanente karakter van onze organisatieontwikkeling en de integratie ervan in het dagelijks werk van teams en mensen in onze organisatie. Niet langer is alleen de organisatie, of een select groepje mensen, verantwoordelijk voor het ontwikkelen en verbeteren van de organisatie. Iedereen draagt er op zijn of haar eigen manier aan bij. Nog duidelijker dan voorheen zetten we in op een zo groot mogelijk welzijn voor zoveel mogelijk mensen in onze organisatie. Wetende dat dit vanzelf leidt tot een zo groot mogelijk welzijn voor zoveel mogelijk mensen in Dongen. Werkgeversvisie Werving & Selectie, branding en onboarding We gaan vanaf eind 2023 aan de slag met een nieuwe arbeidsmarktbenadering, onder andere door een rebranding van het ‘merk’ Dongen: een opfrissing van het beeld dat we als organisatie willen uitstralen naar buiten toe. Dit heeft als doel om goede nieuwe medewerkers te blijven vinden. In de krapte van de markt blijft dit een hoofdthema, waar continu aandacht voor is.

Persoonlijke ontwikkeling & Mobiliteit Een belangrijke voorwaarde voor bevlogen medewerkers is de aanwezigheid van ontwikkelingsmogelijkheden. Naast het verhogen van het opleidingsbudget en het stimuleren van het volgen van opleidingen, bieden wij sinds dit jaar een, in-company, persoonlijk ontwikkeltraject aan. De deelnemers aan dit persoonlijk ontwikkelingstraject werken in een aantal dagdelen aan hun eigen leerdoel en onderzoeken op welke manier leren en ontwikkelen beter gefaciliteerd kan worden voor alle collega's bij gemeente Dongen. Het voor opleiding en ontwikkeling beschikbare budget willen we in twee jaar brengen naar het gebruikelijke niveau van 2% van de loonsom. De eerste budgetverhoging is in deze begroting opgenomen. Flexibele schil en inhuur We bevinden ons naar verwachting nog geruime tijd in een krappe arbeidsmarkt. Als kleinere gemeente is het vaak kostbaar om (dure) specialistische kennis permanent in huis te hebben, inhuur wanneer nodig is dan efficiënter. In plaats van het inhuurbudget uit te breiden, benutten we nieuwe mogelijkheden om het werk gedaan te krijgen. Zo zijn we in 2023 al een pilot gestart waarbij losse opdrachten en klussen op een extern platform geplaatst kunnen worden. Bij positief resultaat zetten

95

we deze manier van werken in 2024 voort. Verder blijven we monitoren op nut en noodzaak van externe inhuur en houden we de contracten en kosten scherp in de gaten. Waarderen & Belonen Vanuit de organisatie en de andere manieren van werken is er behoefte aan een nieuwe manier van waarderen en belonen. Een ideaal systeem van waarderen en belonen is transparant, flexibel en rechtvaardig en faciliteert het werken met rollen en taken in plaats van vastgestelde functies. Het huidige systeem voldoet hier niet aan. De afgelopen maanden hebben we gewerkt aan de voorbereidingen voor een nieuw systeem, onder begeleiding van een externe adviseur. De komende maanden wordt dit traject voortgezet. We verwachten nog heel 2024 hiervoor nodig te hebben. Verder hebben we in het begin van 2023 de regelingen woon-werkverkeer en de reiskostenvergoedingen vernieuwd. Hiervoor bood de cao nog ruimte. Op dit moment wordt nog een aantal aanvullende opties onderzocht op het gebied van secundaire arbeidsvoorwaarden, om een aantrekkelijk werkgever te kunnen blijven. Formatie De dynamiek in de organisatie is de laatste jaren toegenomen, voor een groot deel veroorzaakt door een, al dan niet tijdelijke, uitbreiding van het takenpakket als gevolg van wijzigingen in wet- en regelgeving en diverse (inter)nationale crises.

Tegelijkertijd wordt voor deze uitbreiding niet altijd structureel budget beschikbaar gesteld. Dat vraagt om een flexibele omgang met taken en uren. Deze dynamiek zorgt bij tijd en wijle dan ook voor druk op onze formatie. Niet alleen in omvang maar ook in samenstelling. Specifieke knelpunten met betrekking tot de bezetting zijn het ruimtelijk domein, met name op bouwen woningtoezicht, en het sociaal domein. De vraag op de arbeidsmarkt in deze twee domeinen is dusdanig hoog dat, in combinatie met een beperkt aanbod, het enorm lastig is om tot een snelle en kwalitatief goede invulling te komen van vacatures. Daardoor wordt regelmatig gebruik gemaakt van externe inhuur voor piekperiodes, wat niet bijdraagt aan een structurele opbouw van de betreffende teams. In beide domeinen werken we nauw samen in de regio. Die samenwerking kan bestaan uit het uitwisselen van werkprocessen of methodes, maar ook uit het gezamenlijk aanstellen van een nieuwe collega die voor twee gemeentes werkt. Ook hier blijven we zoeken naar oplossingen om de dienstverlening in stand te kunnen houden. Om de huidige en toekomstige gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden, waaronder het gestelde in het coalitieakkoord, goed te kunnen uitvoeren voorziet deze begroting in een uitbreiding van de formatie met 12 fte (zie onderstaande tabel).

Door de jaren heen zien we dat er jaarlijks sprake is van onderuitputting op het personeelsbudget. Die onderuitputting komt voor een aanzienlijk gedeelte voort uit het feit dat formatieplekken in geval van vacatures tijdelijk niet ingevuld zijn (vacatureruimte). Die vacatureruimte fluctueert van jaar-op-jaar en houdt voornamelijk verband met het aantal vacatures dat in een jaar open staat en de duur waarin vacatures open staan. Over de laatste jaren zien we dat beide oplopen, met een aanzienlijke onderuitputting op het personeelsbudget tot gevolg. In de voorliggende begroting 2024 hebben we een structurele vacatureruimte op het personeelsbudget van 5% in de berekening van het budget meegenomen. Hierdoor kan de uitbreiding van de formatie vormgegeven worden met een nagenoeg gelijkblijvend personeelsbudget. Enerzijds vragen we geen geld dat anders vermoedelijk aan het einde van het jaar overblijft, maar anderzijds zeilen we hiermee wel scherper aan de wind. Bij een in de toekomst aantrekkende arbeidsmarkt kan het zijn dat vacatureruimte lager uitvalt dan de nu gecalculeerde 5%. Dat leidt dan tot een overschrijding van het personeelsbudget.

96

Mutaties formatie Uitbreiding wonen, ruimtelijke procedures en volkshuisvesting Uitbreiding burgerzaken (reisdocumentenpiek) Uitbreiding flexibele beleidsadviseurs Uitbreiding jeugdhulpverlening Uitbreiding verkeer Uitbreiding procesregie zorg en veiligheid Uitbreiding integraal toezichthouder boa Uitbreiding wijkgericht werken (tijdelijk) Uitbreiding uitvoering groenbeleidsplan Uitbreiding inburgering (tijdelijk) Totaal uitbreiding formatie

Aantal fte 1 0,67 2,5 1 0,33 1 1 1 2,5 1 12

Planning en control Sturing en beheersing van de organisatie komen samen binnen de planning- en controlcyclus (hierna: P&C-cyclus), waarvoor een adequate interne beheersing een belangrijke basis vormt. Het cyclische karakter van de P&C-cyclus leent zich bij uitstek voor een continue doorontwikkeling van de onderdelen uit de cyclus. Ontwikkelingen P&C-cyclus Een ontwikkeling naar een solide financiële positie is gebaat bij een optimaal werkende P&C-cyclus. We kijken jaarlijks welke verbeteringen we kunnen doorvoeren in de cyclus. De afgelopen jaren is onder meer de jaarplanning aangepast, waardoor de samenhang tussen de producten is toegenomen en de raad op twee hoofdmomenten in het jaar een integraal inzicht wordt geboden in de stand van zaken in de gemeente. Ook de leesbaarheid is verbeterd door ieder beleidsthema op te bouwen uit een samenhangend geheel van strategische doelstellingen, beleidsdoelstellingen, beleidsrisico’s en beleidsindicatoren. Ook is het risicomanagement verbeterd door ook hier een cyclisch proces van vooruit- en terugkijken in te voeren. Ook in de voorliggende begroting zijn enkele verbeteringen doorgevoerd. Zo zijn in ieder thema de belangrijkste speerpunten benoemd. Dit zijn unieke activiteiten voor 2024 die binnen het thema prioriteit krijgen. Het gaat bijvoorbeeld om het realiseren van ambities uit het coalitieakkoord.

In de bestuursrapportages van 2024 zullen we de voortgang op deze speerpunten monitoren middels een stoplichtenmodel. Eind 2023 zullen we opnieuw in de Financiële Commissie terugblikken op de documenten en procesgang van dit jaar. We blijven streven naar een continue verbetering van de P&C-cyclus. Ook voor 2024 zullen wij de raad in januari via een raadsinformatiebrief informeren over de planning van de P&C-cyclus voor het lopende jaar. Interne beheersing Binnen de organisatie is continu aandacht voor de interne beheersing van onze processen en systemen. Daar waar voorheen interne controles met name plaatsvonden ter voorbereiding van de accountantscontrole, is de focus de afgelopen jaren verlegd naar het versterken van de interne beheersing. Daarbij richten we ons meer op procesverbeteringen, efficiëntie en kwaliteitsborging aan de voorkant, en voorkomen we fouten in plaats van deze achteraf te moeten corrigeren. Hiermee maken we steeds meer de omvorming van 'controles achteraf' naar 'beheersing vooraf'. Op basis van de bevindingen uit onze eigen interne controles als ook de bevindingen van de externe accountant stellen we verbeteracties op. In een goede balans met de organisatorische druk proberen we de interne processen zo telkens een stapje beter te organiseren en beheersen.

We informeren de raad tweemaal per jaar op hoofdlijnen over de opvolging van de verbeteracties en aanbevelingen. Rechtmatigheidsverklaring van het college In 2024 zal het college voor het eerst zelf verantwoording afleggen over de rechtmatigheid van haar handelen. De invoering is meerdere malen uitgesteld, maar is inmiddels afgerond. De jaarrekening over 2023, die in het voorjaar van 2024 wordt opgesteld, is de eerste verslaglegging waarin de rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen. In de huidige situatie geeft de accountant een oordeel over de rechtmatigheid van het handelen van de gemeente, als onderdeel van de

97

jaarrekeningcontrole. Na invoering van de rechtmatigheidsverklaring legt het college jaarlijks verantwoording af aan de raad over de naleving van de financiële bepalingen vanuit interne en externe wet- en regelgeving. Intern zijn in 2020 de voorbereidingen voor de rechtmatigheidsverklaring gestart en mede door het veelvuldige uitstel kunnen we stellen dat we klaar zijn om zelf een oordeel te geven over de rechtmatigheid van ons handelen. Ook de Financiële en Controle Verordening zijn in 2023 aangepast en vastgesteld door de raad. In de jaarrekening 2022 hebben we reeds proefgedraaid door zelf een uitspraak te doen over de rechtmatigheid. ICT In 2024 ontwikkelen we onze digitale dienstverlening verder door, onder meer door de voordelen van het nieuwe platform voor digitale formulieren optimaal te benutten. We voorzien een verdere doorontwikkeling van het gebruik van Microsoft producten binnen de algemene kantoorautomatisering, ook in combinatie met informatiebeveiliging en het delen en archiveren van documenten. Bij alle veranderingen en ontwikkelingen gaan we altijd op zoek naar manieren om slimmer te werken en onze inwoners beter te bedienen. Klantreizen en LEAN zijn methodes die ons daarbij helpen. Ook de inzet van trainees en stagiaires, die zorgen voor een frisse blik, draagt hieraan bij.

Informatiebeveiliging en Privacy Zowel op het gebied van technische maatregelen als op het gebied van bewustwording, blijven we werken aan het veiliger werken met (persoons)gegevens. Dat is nodig vanwege de veranderende maatschappij waarbij de afhankelijkheid van digitalisering steeds groter is. Hierbij hebben we in 2024 aandacht voor onze leveranciers en ketenpartners en besteden we extra aandacht aan het veiligheidsdomein in het kader van de WPG (Wet Politiegegevens) audit. Met trainingen en andere bewustwordingsacties informeren we medewerkers om informatiebewust te werken. Het Nationaal Cyber Security Centrum geeft aan dat voor overheden het risico op verstoring van de ICT als gevolg van een cyberaanval hoog is en verder toeneemt. Om op het gebied van informatieveiligheid en cybersecurity weerbaarder te worden en dit te blijven volgen we de speciaal voor de overheid ontwikkelde ‘Baseline Informatiebeveiliging Overheid’ (BIO). Deze baseline bevat een set van verplichte organisatorische- en technische maatregelen en biedt ruimte om op basis van een eigen risico afweging aanvullende maatregelen te nemen om de weerbaarheid te versterken. Communicatie Betrouwbare en duidelijke informatie is belangrijk voor onze samenleving.

Ook in 2024 blijft het doel van communicatie bij de gemeente Dongen: onze inwoners, verenigingen, ondernemers, partners zo snel en duidelijk mogelijk voorzien van betrouwbare informatie. Hiervoor leveren we maatwerk (online en offline). Strategische communicatie kan in belangrijke mate bijdragen aan vitaal beleid, verbinding, regie en rust in de samenleving. Lokaal is maatwerk nodig. Dat gaan we doen door goed te blijven monitoren en vervolgens scherp te analyseren. Daarna kiezen we uit een breed assortiment de communicatiemiddelen die het best passen bij de kernboodschap en de (specifieke) doelgroepen. In 2024 pakken we nog verder door met duidelijke communicatie. We gaan verder met het beoordelen en herschrijven van gemeentelijke brieven en webteksten naar taalniveau B1. Afgelopen jaar zijn hiervoor trainingen gevolgd door medewerkers en raadsleden van de gemeente Dongen en er zijn taalcoaches opgeleid. Begrijpelijke communicatie zorgt voor meer duidelijkheid en kennis bij inwoners. In 2024 zetten we meer in op nieuwe communicatiemiddelen, met name binnen het sociale domein. Bij nieuwe communicatiemiddelen kiezen we voor meer beeld, animatie en teksten op taalniveau B1. We gaan deze herschreven brieven en nieuwe middelen testen bij inwoners. Ook gaan we in samenwerking met Theek 5 aan de slag met een lezerspanel. Zij gaan beoordelen of onze teksten duidelijk zijn.

Dongens DNA en arbeidsmarktcommunicatie Ook in 2024 investeren we in het consistent en herkenbaar naar buiten brengen van het Dongens DNA. Hierbij gaan we nadrukkelijker samenwerken met onze inwoners, ondernemers en verenigingen. Het verbindende karakter van Dongen als voedingsbodem voor ideeën, plannen en projecten vormt de rode draad bij de positionering van het merk ‘Dongen'. Afgestemd op de doelen van thema's als Wonen, Duurzaamheid en Ondernemen, maken we voor diverse doelgroepen en met diverse communicatiemiddelen zichtbaar hoe Dongen verbindt en welke meerwaarde dat heeft.

98

Voor de arbeidsmarktcommunicatie is een nieuwe huisstijl ontwikkeld. Medewerkers van de gemeente Dongen spelen hierin de hoofdrol. In een aansprekend beeldconcept vertellen zij wat werken voor Dongen voor hen aantrekkelijk maakt. Ruimte voor groei is daarbij het uitgangspunt. In 2024 worden nieuwe communicatiemiddelen toegevoegd aan het pakket voor de werving en selectie, zoals een nieuwe Werken voor Dongen-website. Inkoop, aanbestedingen en contractmanagement In het voorjaar van 2023 hebben we een samenwerkingsovereenkomst gesloten met Inkoopbureau West-Brabant. Het inkoopbureau richt zich op het uitvoeren van en adviseren over inkoop- en aanbestedingsbeleid, begeleiden van inkooptrajecten en aanbestedingen en het verzorgen van contractmanagement op de daaruit voortvloeiende overeenkomsten en daarmee verband houdende vraagstukken. De ondersteuning bedroeg in 2023 vijf dagdelen per week. We verwachten dat er de komende jaren een groei zal plaatsvinden in het aantal trajecten dat door het inkoopbureau wordt begeleid. De positieve ervaringen met het inkoopbureau tot nu toe zullen als een vliegwiel fungeren voor andere trajecten waarvoor het inkoopbureau gevraagd wordt. Tevens gaan we bekijken of we vaker samen met andere deelnemers van het inkoopbureau kunnen optrekken in aanbestedingstrajecten.

Binnen het Sociaal Domein werken we op het gebied van contractmanagement samen met de ABGgemeenten. We delen hierbij een contractmanager. In 2024 bouwen we hier op basis van de eerste ervaringen op door. In de tweede helft van 2023 ronden we actualisatie van het inkoopbeleid af. Daarna gaan we ook aan de slag met het actualiseren van het inkoophandboek en de inkoopvoorwaarden. Deze actualisaties grijpen we aan om in 2024 extra aandacht te schenken aan voorlichting en training van de vakinhoudelijke medewerkers die inkopen.

99

F. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publieke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Een bestuurlijk belang is zeggenschap via vertegenwoordiging in het bestuur of via stemrecht. Er is sprake van een financieel belang wanneer de gemeente de kosten draagt als de organisatie failliet gaat of als de organisatie haar verplichtingen niet nakomt. De gemeente kan ook risico dragen over ingelegd kapitaal, zoals bij het bezit van aandelen. Het BBV en de financiële verordening schrijven inzicht in de ontwikkelingen bij verbonden partijen in de begroting voor. In deze paragraaf wordt dan ook de visie weergegeven op en beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen. Daarnaast wordt van elke verbonden partij de actuele situatie geschetst en inzicht gegeven in eventuele risico’s bij verbonden partijen. De visie op verbonden partijen is door het college in 2014 verwoord in de nota Verbonden Partijen. Deze nota vormt de basis voor de gemeentelijke regierol richting verbonden partijen en biedt het daarbij behorende instrumentarium voor de omgang met de verbonden partijen. In onderstaande tabel zijn de verbonden partijen weergegeven. De gegevens eigen vermogen en vreemd vermogen zijn gebaseerd op de jaarrekening 2022, de bijdrage 2024 op de begrotingen van de verbonden partijen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13239695/2