CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsmededeling 2022-26 Bijlage Kadernota GR Laborijn.pdf

gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 7.2: Begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 GR Laborijn9.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2023-2026 Gemeenschappelijke Regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn

Doetinchem, 28 januari 2022

1

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................ 3

2.

Uitgangspunten ............................................................................................................ 5

3.

Beleidsontwikkelingen ................................................................................................. 7 3.1 Ontwikkelingen op Rijksniveau (SZW) ..................................................................... 7 3.2 Beleidsontwikkelingen Laborijn...............................................................................11 3.3 Klantstromen .............................................................................................................19

4.

Ontwikkeling budgetten ..............................................................................................21 4.1 BUIG-budget (bijstand en langdurige loonkostensubsidie) ...................................21 4.2 Re-integratie-budget .................................................................................................23 4.3 Rijksbijdrage Sw .......................................................................................................24 4.4 Overige technische uitgangspunten .......................................................................25

2

1.

Inleiding

Voor u ligt de kadernota voor de jaren 2023 tot en met 2026. De kadernota is, naast de begroting en jaarrekening, één van de documenten die wij u jaarlijks voorleggen. Het doel van de kadernota is tweeledig: het weergeven van de beleidsinhoudelijke en financiële kaders en het geven van inzicht in de uitgangspunten die worden gehanteerd bij het opmaken van de begroting. In de aanloop naar het opstellen van deze definitieve kadernota hebben we een constructief proces doorlopen met de gemeentelijke beleidsmedewerkers. Echter, we schrijven deze kadernota in een nog steeds onzekere periode. Al bijna 2 jaar ervaren we in meer en soms mindere mate de impact van de coronacrisis en de maatregelen die als gevolg daarvan zijn genomen. Deze pandemie maakt het verder vooruitkijken, immers de essentie van deze kadernota, wel complex. Desondanks doen we daartoe een goede poging op grond van de thans beschikbare informatie. Onzeker is hoelang de huidige situatie nog duurt en hoe groot de economische en sociale impact op de langere termijn precies zal zijn. Tijdens het schrijfproces was de formatie van het nieuwe kabinet in volle gang. Vlak voor de oplevering van deze kadernota werd het Regeerakkoord gepresenteerd. Vanzelfsprekend hebben we de inhoud daarvan bekeken vanuit de scope van de Laborijn-opgaven.

Hoewel het regeerakkoord richting geeft, is veel nog niet duidelijk en vraagt één en ander om nadere uitwerking de komende jaren. We zijn verheugd over de aangekondigde investeringen op het gebied van meer bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezonder leven. Daarbij sluit het kabinet aan bij de door de VNG (in samenwerking met tal van partijen) opgestelde propositie sociaal domein. Het kabinet stelt middelen beschikbaar voor het hervormen van de arbeidsmarkt. Zij koppelt deze echter inhoudelijk en financieel ook direct aan de opgaves rondom re-integratie, aanpak van armoede en schulden. Hoewel het een eerste analyse betreft, ontstaat in onze optiek het risico dat het vooral “aantrekkelijk” blijft om enkel te investeren in de “top van het bestand”, oftewel in inwoners met een relatief korte afstand tot betaald werk. Vanuit onze uitvoeringspraktijk zien we nu juist een grote inhoudelijke opbrengst daar waar we inwoners ondersteunen bij het zetten van ontwikkelstappen. Juist ook daar waar dit nog niet op korte termijn zal leiden tot uitstroom uit de Participatiewet. In onze vorige kadernota hebben we vanaf 2022 het faciliteren van ontwikkeling van alle inwoners die gebruik maken van de Participatiewet al nadrukkelijker vormgegeven. In de onderhavige kadernota maken we expliciet de keuze die lijn te bestendigen en daarop fors te intensiveren.

Dit komt bijvoorbeeld tot uiting door inzet van extra begeleidingscapaciteit voor inwoners. Laborijn is een warm pleitbezorger voor een inclusieve arbeidsmarkt en levert daaraan dagelijks haar bijdrage. Wij zijn er om iedere inwoner aan betaald werk te helpen en als dat (nog) niet lukt hem/haar te ondersteunen bij het participeren in de samenleving. We zetten daarbij fors in op het faciliteren van de ontwikkeling bij onze klanten, ook daar waar dit niet altijd een besparing op de bijstandslasten tot gevolg heeft. Het kunnen zetten van ontwikkelstappen maakt dat inwoners mee kunnen doen in de maatschappij en zich daarvoor vitaler en gelukkiger voelen. We zien dit echt als een waardevolle investering. De opbrengsten (of besparingen) ontstaan steeds vaker in andere dan het Werk & Inkomen domein (onder andere op het gebied van lagere ziektekosten, het voorkomen of verminderen van (WMO) zorgkosten en minder kosten voor psychische ondersteuning).

3

Vanzelfsprekend wordt in deze kadernota ook ingegaan op de nodige financiële ontwikkelingen. De landelijke verwachting is dat het aantal mensen dat afhankelijk is van een Participatiewet-uitkering de komende jaren licht stijgt. Wij verwachten door fors te blijven investeren in de inwoners met een bijstandsuitkering, deze stijging beperkt te kunnen houden. Voor de begroting stellen wij voor om de uitvoeringslasten conform de door de raad gegeven zienswijze bij de begroting 2022 zoveel als mogelijk te beperken. Daarnaast zal Laborijn de uitvoeringskosten de komende jaren fors moeten afbouwen als gevolg van de uittreding van Oude IJsselstreek eind 2020. Dit is een forse opgave. Wij zullen de inhoudelijke wens om het klantcontact met inwoners te intensiveren en tegelijkertijd de lasten Wsw en van de uitvoering te laten krimpen zo goed als mogelijk vormgeven. Wij verwerken deze structurele effecten in de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026. Doetinchem, november 2021 J.T. Spruit Wnd. Algemeen Directeur

4

2.

Uitgangspunten

Bij het opstellen van de begroting 2023 en meerjarenraming 2024 - 2026 hanteren wij een set met uitgangspunten. Deze zijn te verdelen in een tweetal categorieën: 1. Uitgangspunten die voortkomen vanuit vastgesteld Rijks-/gemeentebeleid en/of landelijke ramingen (CPB en Rijksbegroting) 2. Uitgangspunten die Laborijn zelf hanteert

Ad 1: •

•

• • •

•

•

•

de werkloosheid tot en met 2025 neemt licht toe (MEV 2022-2025 van het CPB) wat zich vertaalt in een stijging van het aantal mensen dat een beroep doet op de bijstand (bron: begroting van het Ministerie van SZW) in de Wet arbeidsmarkt in balans is de maximale WW-duur verlaagd. Een gedeelte van de voormalig WW’ers komt daardoor (eerder) in de bijstand. Dit effect werkt nog door tot in 2023 de invoering van de Participatiewet houdt in dat een gedeelte van de voormalige doelgroep van de Wajong en Wsw tegenwoordig aanspraak maakt op de bijstand de gedeeltelijke vrijstelling van het derdepijlerpensioen in de vermogenstoets in de bijstand houdt in dat meer mensen een beroep kunnen doen op bijstand de IOAW voor oudere werklozen (vanaf 50 jaar) wordt geleidelijk afgebouwd (tot 1 januari 2032). De IOW (vanaf 60 jaar en 4 maanden) blijft bestaan tot 1 januari 2024. Omdat een WW-uitkering maximaal 2 jaar duurt, kan men tot 1 januari 2026 instromen in de IOW de geleidelijke afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon betekent een verlaging van de bijstandsuitkering. Als gevolg daarvan vermindert het aantal bijstandsuitkeringen de uitvoeringskosten van Laborijn worden waar mogelijk beperkt voor de jaren 2023 tot en met 2026.

Dit is in lijn met de door de gemeenteraden meegegeven zienswijze in het begrotingsproces 2022 de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 is opgesteld conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

Ad 2: • •

• • • •

we maken de ontwikkeling van alle inwoners met een Participatiewet-uitkering inzichtelijk door middel van de participatieladder in het licht van de huidige arbeidsmarkt willen we extra investeren in de ontwikkeling van inwoners. Dit resulteert in meer instrumenten en aandacht, en als gevolg daarvan in meer in te zetten formatie voor inwoners en met name voor diegenen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt alle inwoners met een Participatiewet-uitkering hebben een actief traject en aanbod om ontwikkeling mogelijk te maken de volumeontwikkeling BUIG is 1% beter dan het landelijk gemiddelde door de extra investeringen die Laborijn blijft doen in de bijstandspopulatie alle Wsw-medewerkers hebben een Individueel Ontwikkelingsplan (IOP) eind 2022 is 80% van alle Wsw-medewerkers extern werkzaam

Onderzoek beperking uitvoeringskosten naar aanleiding zienswijze begroting 2022 Aanvullend op de hiervoor geschetste uitgangspunten hebben we afgelopen jaar, mede ingegeven door de Raden ontvangen zienswijzen bij de begroting 2022, onderzocht of onze 5

uitvoeringskosten beperkt kunnen worden. Uit ons onderzoek en de met het bestuur gedeelde inzichten kunnen we enkele voor de kadernota relevante conclusies trekken: • • • •

De hoogte van de uitvoeringskosten is afhankelijk van het aantal te bedienen inwoners. Als het aantal inwoners dat afhankelijk is van de participatiewet in de komende periode toeneemt, zullen de uitvoeringskosten van Laborijn ook toenemen; Een snellere daling van de uitvoeringskosten dan eerder voorzien kan worden gerealiseerd op de SW-dienstverlening doordat het aantal Wsw-medewerkers sneller afneemt dan tot op heden was verwacht; De uitvoeringskosten van de Participatiewet nemen toe als gevolg van de expliciete wens meer aandacht en tijd te kunnen besteden aan het faciliteren en ondersteunen van ontwikkelstappen bij inwoners; De uitvoeringskosten kunnen voor Laborijn als totaal worden beperkt vanaf 2023. Hoe dit doorwerkt per individuele deelnemende gemeente verschilt en is afhankelijk van het gemeentelijk aandeel in de Wsw en in de Participatiewet. Indien het effect op gemeenteniveau onvoldoende aansluit bij de wens tot beperking worden keuze scenario’s uitgewerkt.

We zullen de uitkomsten van dit onderzoek indien nodig actualiseren en vervolgens verwerken in de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026.

6

3.

Beleidsontwikkelingen

In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste inhoudelijke beleidsontwikkelingen die binnen de looptijd van de kadernota vorm krijgen. Als eerste beschrijven we de ontwikkelingen op landelijk niveau zoals onder meer vastgelegd in de Rijksbegroting en maken we een inschatting van de doorwerking op lokaal niveau. Vervolgens beschrijven we een aantal inhoudelijke ontwikkelingen voor Laborijn. 3.1 Ontwikkelingen op Rijksniveau (SZW) In de rijksbegroting 2022 van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid staan enkele actuele beleidsontwikkelingen genoemd. De belangrijkste daarvan worden hierna beknopt toegelicht. Nieuwe Wet inburgering Met ingang van 1 januari 2022 is de nieuwe Wet inburgering ingevoerd. Deze wet heeft als doel dat inburgeraars snel en volwaardig meedoen in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. Het streven is dat inburgeraars het voor hen hoogst haalbare taalniveau bereiken (uitgangspunt is B1-niveau). Zij moeten vanaf de start van het inburgeringstraject kennis opdoen over de Nederlandse maatschappij en arbeidsmarkt, in combinatie met gerichte inspanningen om naar vermogen te participeren. 5 uitgangspunten in de Wet inburgering dragen bij aan het behalen van dit doel: • • • • •

een tijdige start van de inburgering aandacht voor het tempo van het doorlopen van het inburgeringstraject duale leerroutes (het combineren van taal, participatie en re-integratie en inburgering) maatwerk (een passend inburgeringstraject, voor alle inburgeraars) de focus op kwaliteit en het bewaken hiervan

Bij de uitvoering van de nieuwe wet is aan gemeenten een centrale rol toebedeeld. Gemeenten voeren de regie op de (uitvoering van) de nieuwe wet. De gemeenten Doetinchem en Aalten hebben ervoor gekozen de nieuwe wet in nauwe samenhang met de Participatiewet te organiseren, die Laborijn voor deze gemeenten al uitvoert. De visie in de Wet inburgering sluit namelijk goed aan bij de missie van Laborijn: wij zijn er om iedere inwoner te helpen aan betaald werk en als dat (nog) niet lukt hem/haar te ondersteunen bij het participeren in de samenleving. De colleges van Aalten en Doetinchem hebben daarom Laborijn verzocht om de uitvoering van de nieuwe wet, passend binnen het door het Rijk aan de gemeente beschikbaar gestelde budget, vorm te geven en daarbij zo veel mogelijk de kennis en expertise van bewezen samenwerkingspartners te benutten. Hiertoe hebben de gemeenten en Laborijn een dienstverleningsovereenkomst (DVO) gesloten voor de uitvoering van de nieuwe wet gedurende 2022 en 2023 (met daarin het voornemen om de uitvoering van de nieuwe wet per 2024 te borgen in de gemeenschappelijke regeling Laborijn). Bij de uitvoering van de nieuwe wet maken we enerzijds dankbaar gebruik van bestaande en bewezen Laborijn-producten rondom inkomen, het curriculum van de Werkacademie en het netwerk rond maatschappelijke participatie.

Daarnaast worden nieuwe producten ontwikkeld waarbij we de kennis en expertise van bestaande en nieuwe partijen in het werkveld hard nodig hebben. Samen met deze partners en de gemeenten werkt Laborijn vanuit haar centrale regierol aan een adequate uitvoering van de nieuwe wet. In 2021 hebben we actief deelgenomen aan lokale en regionale pilots ter voorbereiding op en uitvoering van de nieuwe wet. Zo zien we, naast het reguliere taalonderwijs, vaak een 7

extra behoefte aan taalondersteuning. Bij een aanzienlijk deel van de groep statushouders is een beperkte leerbaarheid vastgesteld, vooral wat betreft lezen en schrijven. Onze maatwerkondersteuning binnen de Werkacademie richt zich dan ook met name op spreken en luisteren. Dit wordt zoveel mogelijk geoefend in de praktijk, dus op de werkvloer. Het netwerk rondom statushouders biedt goede mogelijkheden om een taalrijke omgeving aan te bieden. Dit doen wij onder meer in samenwerking met het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO), Buurtplein, het Platform Nieuwe Nederlanders, Samen Achterhoek, het Graafschap College, Het Taalhuis, Stichting Present, Vluchtelingenwerk en Stichting Figulus Welzijn. In onze werkwijze maken we actief gebruik van ervaringsdeskundigheid om onder meer de gesprekken tussen statushouders en consulenten te ondersteunen. Deze aanpak zetten we voort. Daarnaast kunnen we statushouders die al geruime tijd in ons land verblijven ook gebruik laten maken van het te ontwikkelen instrumentarium voor de nieuwe Wet inburgering. Laborijn is verantwoordelijk voor het begeleiden van de inburgering voor iedereen die vanaf 1 januari 2022 een verblijfsvergunning ontvangt en wordt gehuisvest in de gemeente Aalten of Doetinchem. Daarnaast onderscheiden we de groep inburgeringsplichtigen die voor 1 januari 2022 in Doetinchem of Aalten zijn gehuisvest.

Zij beginnen of zijn begonnen met hun inburgeringstraject. Binnen deze groep onderscheidt Laborijn 2 doelgroepen: 1) Ondertussengroep: dit zijn inburgeringsplichtigen die vanaf 1 januari 2021 in de gemeente Aalten of Doetinchem zijn gehuisvest 2) Einde lening Inburgeringsplicht groep: dit zijn inburgeringsplichtigen die aan het einde van hun inburgeringstraject zijn, en waarvan de DUO-lening binnenkort (d.w.z. binnen één jaar) afloopt Deze groepen inburgeringsplichtigen vallen formeel nog onder de oude inburgeringswet en behoren daarmee niet tot de in de DVO omschreven doelgroep. Toch zien we het als onze opgave ook deze groepen te begeleiden in de geest van de nieuwe wet. (Hierbij wordt opgemerkt dat iedereen die voor 1 januari 2022 een verblijfsvergunning heeft gekregen nog onder de oude wet valt). Dit betekent voor deze inburgeraars, en voor Laborijn bij de begeleiding, dat nog tot 3 jaar na het verkrijgen van de verblijfstatus het regime van de oude inburgeringswet van toepassing blijft. Het duurt dus nog geruime tijd tot de oude regelgeving volledig is uitgefaseerd. Het Breed offensief Het kabinet wil bij het maken van beleid beter aansluiten bij de behoeften en mogelijkheden van de mensen om wie het gaat. Samen met mensen met een arbeidsbeperking, werkgevers en gemeenten, is het kabinet in 2018 gestart met ‘het breed offensief’.

Het offensief bevat verschillende maatregelen die eraan moeten bijdragen dat meer mensen met een beperking aan het werk komen en blijven. Onderdelen daarvan zijn de vereenvoudiging van de inzet van de loonkostensubsidie, het bevorderen van ondersteuning op maat, werken lonender maken voor mensen met een beperking en de aanpassing van de administratieve werkprocessen. Ook wordt een bedrag van € 40 miljoen aan het macrobudget voor de Participatiewet-uitkeringen toegevoegd om zo een gedeelte van de inkomsten van mensen die in deeltijd werken, vrij te laten. Maatregelen waarvoor een wetswijziging nodig is zijn, in verband met het controversieel verklaren van het wetsontwerp Breed offensief, uitgesteld. Het streven van het kabinet is er op gericht om het wetsvoorstel op 1 juli 2022 in te voeren. Voortgezette behandeling van het wetsontwerp is echter pas mogelijk wanneer dit door het nieuwe kabinet wordt opgepakt. De

8

beoogde invoeringsdatum lijkt daarmee krap, zeker gezien het feit dat de wet, formeel, pas 3 maanden na publicatie in het Staatsblad in werking kan treden.1 Voor zover geen wetswijziging nodig is om voorstellen uit de beleidsmaatregelen Breed offensief te kunnen realiseren vinden die, conform eerdere plannen, gewoon doorgang. Dit heeft er voor Laborijn in geresulteerd dat een aantal verbeteringen al in 2021 mochten worden ingevoerd en een aantal andere maatregelen in 2022 worden geïmplementeerd. Laborijn zoekt daarbij binnen de huidige wettelijke mogelijkheden maximaal naar de ruimte die er is, zoals bijvoorbeeld bij het invulling geven aan het gedachtengoed van het ‘simpel Switchen’. Gerealiseerd in 2021 Aanpassing Suwi-regelgeving voor verbetering van de werkgeversdienstverlening Per 1 januari 2021 is de rol van de centrumgemeente in de arbeidsmarktregio versterkt en stellen gemeenten en UWV gezamenlijk een uitvoeringsplan op waarin zij aangeven hoe zij de samenwerking in de arbeidsmarktregio’s vormgeven. Uniformering van de loonwaardebepaling Per 1 juli geldt er één proces voor het vaststellen van de loonwaarde voor inwoners die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Werkgevers hebben hierdoor niet langer te maken met verschillende methoden waarmee een loonwaarde kan worden bepaald.

Laborijn beschikt hiervoor over eigen gecertificeerde loonwaardemeters. Gerealiseerd per 1 januari 2022 Stroomlijnen werkprocessen loonkostensubsidie Vanuit SZW wordt er landelijk op ingezet dat gemeenten zoveel mogelijk gebruik maken van het preferent werkproces loonkostensubsidie. Hiermee hebben werkgevers het voordeel in al die gemeenten te maken te hebben met eenzelfde procedure bij het aanvragen, verlengen en de wijze van uitbetalen van de loonkostensubsidie. Laborijn heeft dit preferent werkproces per 1 januari 2022 ingevoerd. Wijziging financiering loonkostensubsidie Om het gebruik van loonkostensubsidie te vergroten gaan gemeenten vanaf 2022 de middelen voor de verstrekking van loonkostensubsidies ontvangen op basis van daadwerkelijke realisatie. Hiermee stimuleert het kabinet gemeenten mensen aan het werk te helpen met behulp van loonkostensubsidie. Laborijn heeft op deze ontwikkeling geanticipeerd en al veel inspanning geleverd om mensen met een arbeidsbeperking, met behulp van loonkostensubsidie, aan werk te helpen. In hoofdstuk 4 vindt u een nadere toelichting. Wegnemen knelpunten forfaitaire loonkostensubsidie Per 2022 blijft bij ziekte van de werknemer de betaling van de loonkostensubsidie aan de werkgever doorlopen. De loonkostensubsidie wordt dus, anders dan voorheen, niet stopgezet en weer hervat bij herstel.

De ZW-uitkering no-riskpolis van UWV wordt daarbij lager vastgesteld en gebaseerd op de door de gemeente vastgestelde loonwaarde van de werknemer. De regeling voorkomt verrekeningen tussen gemeenten en werkgevers en tussen UWV en gemeenten, dubbele ziekmeldingen en scheelt daarbij tijd en extra werk. Harmoniseren Individuele studietoeslag In het wetsvoorstel Breed offensief is een aanpassing van de studietoeslag voorzien. Daarbij verdwijnt de vermogenstoets en worden de normbedragen landelijk vastgesteld. Hoewel de harmonisatie valt onder het controversieel verklaarde deel van het wetsvoorstel Breed 1 Op basis van de informatie zoals bekend medio december 2021.

9

offensief, is door SZW aan gemeenten gevraagd om alvast in de geest van de regeling de hoogte van de studietoeslag aan te passen conform het wetsvoorstel. Aan dit verzoek is door de gemeenten Aalten en Doetinchem per 1 januari 2022 al gehoor gegeven. ‘Simpel Switchen in de participatieketen’ Wie een stap zet van uitkering naar werk of vice versa, kan in een lastige situatie terechtkomen. Met ‘Simpel Switchen in de Participatieketen’ beoogt SZW, als onderdeel van het Breed offensief, een beweging in gang te zetten om overgangen in de participatieketen te versoepelen. De aanpak richt zich op 4 sporen. Deze staan voor de verschillende overgangen van niet werken en vormen van dagbesteding naar beschut werk of van een bijstandsuitkering naar deeltijdwerk. Deze sporen zijn: 1. vanuit de uitkering werken - en weer terugvallen 2. beter inzicht verkrijgen in de gevolgen van beginnen met werken 3. meedoen op de best passende plek 4. continuïteit waarborgen in begeleiding en integrale ondersteuning Daarbij kan het gaan om inkomstenonzekerheid bij het aanvaarden van werk, of overgangen tussen dagbesteding, beschut werk, de banenafspraak en regulier werk. Het moet voor inwoners (met een beperking) makkelijker worden om (meer) te gaan werken. Met het ‘Simpel Switchen’ worden drempels weggenomen om te gaan werken.

Het Rijk vraagt van gemeenten daarin een actieve en initiërende rol op beleidsterreinen als werk, inkomen en participatie, (jeugd)zorg en schuldhulpverlening. Meedoen naar vermogen is het doel van de Participatiewet maar de wijze van meedoen is geen statisch gegeven. Iemands mogelijkheden kunnen wijzigen in de loop van de tijd. Mensen ontwikkelen zich waardoor ze meer aankunnen of ze moeten juist een stapje terugdoen omdat het even minder gaat. Daarom is het belangrijk om de obstakels weg te nemen die een overstap naar een andere fase in de participatieketen belemmeren. Hiervoor moeten drempels om werk te aanvaarden worden weggenomen en de overgangen tussen de verschillende participatiefasen worden versoepeld. (Nieuw) beschut werk Beschut werk is bedoeld voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking. Het gaat daarbij om inwoners die alleen kunnen werken in een beschutte (beschermde) werkomgeving, onder aangepaste omstandigheden. Zij hebben meer begeleiding en aanpassing op hun werkplek nodig dan binnen een regulier arbeidsverband van een werkgever mag worden verwacht. Om in aanmerking te komen voor een beschutte werkplek is een ‘advies beschut werk’ nodig. Dit advies wordt afgegeven door UWV. Met een positief advies heeft de inwoner recht op het aanbod van een dienstbetrekking waar werk in een beschutte werkomgeving kan worden uitgevoerd.

Laborijn zorgt als uitvoerder van de Participatiewet voor het aanbieden van een dienstbetrekking beschut werk en een bijbehorende werkplek. Laborijn geeft in haar publiciteit ruim aandacht aan het bestaan en inhoud van de regeling beschut werk. Het realiseren van beschut werk is echter geen doel op zich. Laborijn zoekt voor de inwoner steeds naar de ‘best passende plek’. Dit kan bij een indicatie een beschutte werkplek zijn, maar ook een andere voorziening of combinatie van voorzieningen kan het best passend zijn binnen het ontwikkelperspectief van de inwoner. Dit wordt individueel en in overleg met de inwoner en bijvoorbeeld de (pro/vso) school onderzocht, besproken en ingeregeld. Laborijn houdt wel rekening met een geleidelijke realisatie van de door het Rijk vastgestelde taakstelling van beschut werk. Ondanks een toename van het aantal door UWV afgegeven positieve adviezen beschut werk wordt de ruimte binnen de taakstelling nog niet ingevuld. Dat is overigens een landelijk beeld. Het realiseren van beschutte werkplekken is relatief kostbaar. Naast de kosten voor de dienstbetrekking en loonkostensubsidie, is ook inzet van intensieve begeleiding (jobcoaching) noodzakelijk. Complicerend daarbij is dat daar waar plaatsing van inwoners 10

met een nieuw beschut-indicatie bij een reguliere werkgever mogelijk is, deze werkgever doorgaans niet zelf een dienstverband wenst aan te gaan met deze inwoner. Dit brengt in de praktijk vraagstukken omtrent het vormgeven en beleggen van het formeel werkgeverschap met zich mee. Door Laborijn is besloten zelf de formeel werkgever te willen zijn. Het onderbrengen van deze inwoners met een arbeidsovereenkomst bij Laborijn maakt dat we hen niet op afstand plaatsen maar zelf verantwoordelijkheid nemen en deze inwoners een volwaardige plek geven, als inclusieve werkgever. Per 1 juli 2021 zijn hiertoe de eerste 11 inwoners in dienst gekomen. We willen daarmee ook deze groep medewerkers laten groeien in hun (persoonlijke) ontwikkeling en loopbaan. De nieuwe medewerkers vallen onder de nieuwe cao ‘Aan de slag’. Dit is een cao speciaal voor mensen met een arbeidsbeperking die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen en die met behulp van loonkostensubsidie in dienst zijn bij een (onderdeel van een) gemeente, een gemeenschappelijke regeling of een andere publieke organisatie belast met de uitvoering van de Participatiewet, met als doel om te worden begeleid naar een reguliere baan. Zo krijgen inwoners de mogelijkheid te groeien in hun (persoonlijke) ontwikkeling en loopbaan en kan het als springplank dienen naar vast werk, bij voorkeur bij een reguliere werkgever.

De cao kent voorlopig een looptijd van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2023. Aantal beschutte werkplekken Ultimo 2021 Aalten 8 Doetinchem 38 Totaal 46

Het aantal beschutte werkplekken (taakstelling) ultimo 2022 is ten tijde van het opstellen van dit document nog niet bekend. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren langzaam zal toenemen. 3.2 Beleidsontwikkelingen Laborijn Laborijn als (regionale) partner Laborijn werkt nauw samen met landelijke partners als Cedris en Divosa. Daarnaast is Laborijn in toenemende mate een regionale en innovatieve speler in onze eigen arbeidsmarktregio. Naast het participeren in bijvoorbeeld het Regionale Mobiliteits Team Achterhoek en het WSPA willen we onze verbindende rol als deelnemer en samenwerkingspartner in het regionale arbeidsmarktbeleid nadrukkelijker invullen. Daarvoor activeren en participeren we actief (in) lokale en regionale projecten. Dit zowel bij onderwerpen direct voortvloeiend uit de gemeenschappelijke regeling als bij taken die Laborijn mag uitvoeren op basis van een afgesloten dienstverleningsovereenkomst. We beperken onze activiteiten daarbij niet tot enkel het werkveld werk en inkomen, maar zoeken juist nadrukkelijk de relaties met andere (levens)domeinen als jeugd, onderwijs, schuldhulpverlening en WMO. Laborijn is hiermee als ontwikkelbedrijf van grote waarde voor het creëren van meerwaarde (besparingen) in andere levensdomeinen.

Faciliteren van ontwikkeling voor inwoners centraal Onze professionals leveren dagelijks een bijdrage aan de realisatie van ‘de bedoeling’van Laborijn: wij zijn er om iedere inwoner te helpen aan betaald werk en als dat (nog) niet lukt hem/haar te ondersteunen bij het participeren in de samenleving. We zetten daarbij fors in op het faciliteren van de ontwikkeling van onze inwoners. We doen dit vanuit een tweetal overtuigingen: 1. De tekorten op de arbeidsmarkt nemen de komende jaren toe. Sinds lange tijd overstijgt het aantal vacatures in Nederland het aantal werkzoekenden. Vanuit deze 11

krapte is het nodig om daar waar mogelijk inwoners die nog niet actief (kunnen) deelnemen daartoe op termijn wel (duurzaam) toe in staat te stellen; 2. Inwoners die ontwikkelstappen zetten, werken actief aan verbetering van eigen positie. Zij nemen actief deel aan de samenleving. In ons ontwikkelbedrijf zien wij dagelijks welke positieve effecten dit op inwoners heeft. Het deelnemen aan een programma van ontwikkelingsgerichte daginvulling, re-integratie en of werk vergroot het gevoel van eigen waarde, levert waardevolle contacten buitenshuis huis op met collega's hebt en maakt mensen gelukkiger. Kortom, het is van belang dat inwoners kunnen meedoen op de voor hen best passende plek. Bij het ontwikkelen van inwoners maken we, naast de inzet van coaching en begeleiding niet alleen dankbaar gebruik van de eigen instrumenten en infrastructuur van Laborijn maar ook van die van onze samenwerkingspartners. Alleen in nauwe samenwerking tussen partijen en door het ontschotten van geldstromen zijn we in staat aan deze opgave invulling te geven. Ook bij de inzet van de re-integratiemiddelen zien we een verbreding ontstaan. Daar waar in het verleden deze inzet vooral een directe bijdrage moest leveren aan volledige uitstroom uit de uitkering kiezen we nu ook vooral voor het (aantoonbaar) faciliteren van de ontwikkeling van inwoners.

Daarbij zien we tussenstappen naar zorg, participatie, vrijwilligerswerk en parttime werken ook als zeer wenselijke resultaten. Deze hebben deze visie we ook vertaald in de inrichting van de organisatie. Professionals betrokken bij de dienstverlening richting zorg/maatschappelijke participatie zijn nadrukkelijk samen in multidisciplinaire samenstelling gepositioneerd. Zo creëren we een doorlopende ontwikkellijn voor onze inwoners. Door gebruik te maken van de participatieladder krijgen we een nog beter inzicht in de ontwikkelstappen die de inwoner maakt. We vinden het van belang Stappen in ontwikkeling van Inwoners in beeld te brengen. Inwoners zetten stappen op ladder, zowel naar boven als beneden. Het gaat om het realiseren van de best passende plek. Dit zal zeker niet altijd leiden tot (volledige) uitstroom uit de bijstand. Door de inwoner te begeleiden naar diens best passende plek in de maatschappij verwachten we (zijn we overtuigd) dat dit leidt tot opbrengsten (of besparingen) op andere onderdelen van het sociaal domein. Dit is een ontwikkeling die we de komende periode samen met onze gemeenten en andere partners in beeld willen brengen, zowel op kwalitatief als op kwantitatief vlak. Om de ontwikkeling van inwoners nadrukkelijker te kunnen faciliteren maken we een aantal expliciete keuzes 1.

Meer inzet van coaching en begeleiding op inwoners die zijn aangewezen op instrumenten / activiteiten gericht op maatschappelijke participatie. Dit doen we door extra formatie inzet waardoor we caseloads van medewerkers verlagen. Hierdoor hebben zij meer tijd en aandacht voor deze inwoners en afstemming met partijen die ook bij deze inwoners betrokken zijn; 2. Zetten we een deel van de reintegratiemiddelen ook in om voor de onderste treden van de participatieladder in nauwe samenwerking met samenwerkingspartner passende instrumenten en diensten te ontwikkelen; 3. Maken de ontwikkeling van inwoners inzichtelijk aan de hand van de participatieladder;

De Participatieladder We maken de ontwikkeling van onze inwoners graag inzichtelijk. We hebben echter geconstateerd dat de tot dusver gebruikte trede-indeling, zeker in het licht van deze bredere opdracht, onvoldoende inzicht geeft. De huidige trede-indeling maakt weliswaar inzichtelijk wat voor de inwoner de afstand tot de arbeidsmarkt is, maar geeft weinig inzicht in diens 12

ontwikkeling (de doorlopende ontwikkellijn). Daarom heeft Laborijn besloten de huidige gebruikte trede-indeling te vervangen door een indeling op de landelijk veel gehanteerde participatieladder. Bij deze indeling wordt zowel de afstand tot de arbeidsmarkt als ook de individuele ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. De eerder gebruikte trede-indeling In de eerder gebruikte indeling was de ‘nabijheid’ tot betaald werk bepalend voor de vorm van maatwerkondersteuning die aan de inwoner wordt geboden. Daarbij worden 3 categorieën onderscheiden: 1. De inwoner heeft een korte afstand (indicatie 0-3 maanden) tot betaald werk. De inwoner onderneemt zelf actief stappen om terug te keren op de arbeidsmarkt. Laborijn faciliteert met vacatures, netwerkcontacten en (groepsgewijze) ondersteuning bij solliciteren 2. De inwoner heeft een langere afstand tot de arbeidsmarkt (indicatie 3-18 maanden). Laborijn ondersteunt middels intensieve ondersteuning in de vorm van een werkleerprogramma vanuit de Werkacademie 3. De inwoner heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt, waarbij de inschatting is dat deze afstand nog niet overbrugbaar is.

Laborijn zet in op activiteiten gericht op daginvulling (maatschappelijke participatie) of verwijst naar passende zorg De nieuwe trede-indeling: de participatieladder De nieuwe visie over de trede-indeling vindt ook vertaling in de inrichting van de eigen organisatie. Professionals betrokken bij de dienstverlening richting zorg/maatschappelijke participatie worden nadrukkelijk samen in multidisciplinaire samenstelling gepositioneerd. Zo creëren we een doorlopende ontwikkellijn voor inwoners. Concreet betekent dit dat we de inhoudelijke dienstverlening op gebied van maatschappelijke participatie (de voormalige categorie 3), die we in samenspel met regionale partners fors uitbreiden, en de Werkacademie (de voormalige categorie 2) nauw op elkaar laten aansluiten.

13

Intensivering maatschappelijke Participatie (nieuwe trede 1-2-3) De afgelopen jaren heeft Laborijn ingezet op het vormgeven van maatschappelijke participatie. Samen met onze klanten stellen we een plan van aanpak op waarin we concreet invulling geven aan een goede daginvulling. Dat doen we bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk. Laborijn werkt bij het vormgeven van deze trajecten nauw samen met tal van netwerkpartners. Veel van onze klanten kregen op die manier een goede daginvulling of passende zorg aangeboden. Dat zetten we voort en gaan hierop verder intensiveren. De nieuwe trede-indeling volgens de participatieladder geeft hierbij de richting. We kijken nadrukkelijker hoe daginvulling kan bijdragen aan het zetten van verdere ontwikkelstappen. Dit realiseren we door de netwerken en expertise van Laborijn en haar netwerkpartners nog nauwer op elkaar aan te laten sluiten. Ook bieden we trajecten die een goede voorbereiding vormen voor deelname aan re-integratie op termijn. Door de inzet op het ‘Simpel Switchen’ kunnen hierin belangrijke stappen worden gezet. Daarbij kijken we dus regelingoverstijgend en sluiten we aanbod van bijvoorbeeld WMO en Participatiewet nog beter op elkaar aan en waar mogelijk laten we deze integreren.

Om deze verdere intensivering van onze dienstverlening mogelijk te maken is een verlaging van de omvang van de huidige caseloads van onze professionals maatschappelijke participatie noodzakelijk. Vertaling van ‘Simpel Switchen’ op lokaal niveau Laborijn richt zich met het ‘Simpel Switchen’ op het zo adequaat mogelijk (mede) faciliteren van de overgangen in de participatieketen. Dat doen we in nauw samenspel met tal van netwerkpartners. Daarbij staat onze bedoeling centraal waarbij we de inwoner ontwikkelstappen willen laten zetten naar (bij voorkeur) de reguliere arbeidsmarkt. Dit doen 14

we door te faciliteren in een zo passend mogelijke (werk)omgeving. Hiervoor is de kennis en ook het instrumentarium van veel partners nodig. Om met de ‘Simpel Switchen’-werkwijze ervaring op te doen en verder te ontwikkelen zijn in 2021 een tweetal pilots gestart. Waarbij in beide pilots de WMO-kennis, vanuit het geïndiceerde en voorliggende kader, wordt gecombineerd met de re-integratie, ontwikkeling en jobcoachexpertise van Laborijn. Zo is in samenwerking met de gemeente Aalten en zorgorganisatie Estinea de pilot ‘Simpel Switchen Aalten’ ingezet. Hierbij werken Laborijn, gemeente Aalten en Estinea samen in een multidisciplinair projectteam. Doel is om met inzet van de verschillende expertises rondom de inwoner doorstroom te realiseren naar de best passende plek en met een duidelijk perspectief. Aan de pilot doen 15 inwoners mee. Ook met de gemeente Doetinchem is Laborijn een pilot ‘Simpel Switchen’ gestart. Daarin bundelen we onze krachten met Estinea, Iris Zorg, de Stadskamer en Workmate Company. Tijdens de pilotperiode begeleiden trajectbegeleiders, participatie- en jobcoaches maximaal 40 deelnemers, die allen verbonden zijn aan 1 van de 5 organisaties, naar (vrijwilligers)werk. Bij de deelnemers aan beide pilots bestaat er vaak angst voor verlies van inkomen en rechten wanneer zich wijziging voordoet in de (werk)situatie.

Daarbij zorgt de overgang naar een nieuwe plek, zoals van dagbesteding naar betaald werk, voor het nodige papier- en regelwerk door de verschillende financieringen van deze plekken. De ketensamenwerking die binnen de pilots wordt gerealiseerd, helpt de inwoners om gemakkelijker door te kunnen stromen van dagbesteding naar betaald werk en andersom. Oftewel: ‘Simpel Switchen’. Het investeren in het ‘Simpel Switchen’-gedachtengoed zal voor Laborijn niet direct leiden tot een reductie van het aantal uitkeringen. Wel leveren we hiermee een belangrijke bijdrage aan het vormgeven van een doorlopende ontwikkellijn voor inwoners in Aalten en Doetinchem. Samen met onze partners verwachten we hiermee op termijn wel een bijdrage te leveren in het beheersen van zorgkosten en WMO-uitgaven. Impulsregeling parttime werken (pilot parttime werken) Onze inzet bij re-integratie is er vooral op gericht de inwoner (op termijn) volledig uit de bijstand te laten uitstromen. Maar daar waar dat (nog) niet mogelijk is, willen we ook een impuls geven aan het aantal klanten dat parttime werkt. De Participatiewet laat inkomsten uit werk voor een gedeelte en slechts voor een korte periode vrij. Laborijn heeft er daarom voor gekozen om parttime werken extra te stimuleren. Hiertoe is in maart 2021 de pilot ‘Impulsregeling parttime werken’ gestart.

Uit een opgestelde analyse is gebleken dat met een gerichte inzet een stijging van het aantal parttime werkenden mogelijk moet zijn. We zien daarbij vooral kansen om parttime werk te introduceren bij een klantgroep die daarnaast ook (structureel) afhankelijk zal blijven van een Participatiewet-uitkering. De impulsregeling zal de omvang van het aantal uitkeringen naar verwachting niet direct beïnvloeden. Het is vooral een middel om inwoners die nog niet deelnemen aan de arbeidsmarkt daar voor enkele uren per week wel deel van uit te laten maken. De regeling omvat enerzijds het eenvoudiger maken van parttime werken. Zo kunnen deelnemers gebruik maken van de digitale omgeving ‘Mijn Laborijn’ (met daarin een eenvoudige tool om inkomsten uit parttime werk direct online te verwerken). Bij het onverwacht lager uitvallen van de parttime inkomsten wordt geregeld dat er geen zorgen ontstaan over het beschikbare inkomen. Klanten worden actief voorgelicht/ van advies voorzien over de mogelijkheden van parttime werk en krijgen hulp en ondersteuning vanuit de consulent of het Klantcontactcentrum (KCC) bij het zetten van de juiste stappen. Anderzijds wordt het parttime werken ook financieel gestimuleerd. Een inwoner die vanuit een uitkeringssituatie parttime gaat werken ontvangt gedurende de pilot-periode 50% vrijlating van inkomsten met een maximum van € 200 per maand.

We verwachten als gevolg 15

van deze inzet van de pilot dat het percentage parttime werkenden vanuit de Participatiewet zal stijgen naar 12%. De pilot loopt gedurende de periode maart 2021 - maart 2023. Een (tussentijdse) evaluatie zal volgen. Voor de periode volgend op de pilotperiode gaan we kijken hoe de positieve elementen van de pilot ook naar de toekomst toe kunnen worden geborgd. Hiertoe kijken we ook met grote interesse naar de plannen van het nieuw gevormde kabinet. De huidige signalen (onder meer op basis van de plannen zoals opgenomen in het Breed offensief) lijken daarbij te duiden op een verruiming van de mogelijkheden voor het vrijlaten van inkomsten uit werk. Ondernemerssteunpunt Aalten Doetinchem Speciaal voor ondernemers heeft Laborijn, in samenwerking met de gemeenten Aalten en Doetinchem, april 2021 het Ondernemerssteunpunt Aalten Doetinchem opgericht. Vanuit het Ondernemerssteunpunt bieden we aan ondernemers uit de gemeenten Aalten en Doetinchem financiële ondersteuning vanuit (onder meer) het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en het steun- en herstelpakket Coronavirus en verzorgen we advies en begeleiding bij de doorstart of beëindiging van een bedrijf. Het steunpunt biedt ook hulp bij schulden en heroriëntatie. Ondernemers kunnen zo met al hun vragen terecht bij 1 loket.

Inwoners kunnen telefonisch of per e-mail contact opnemen en informatie vinden op de eigen website van het steunpunt. Binnen het loket geven we ondernemers ook informatie over de minimaregelingen van de gemeenten. Het ondernemerssteunpunt onderhoudt nauwe contacten met de zorgloketten, de afdelingen Economische Zaken van de gemeenten en het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO). Het ondernemerssteunpunt hoopt zich de komende jaren te kunnen doorontwikkelen tot de plek waar ondernemers uit onze gemeenten op een laagdrempelige wijze worden geholpen bij hun ondernemersvragen. Samenwerken met het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO) Het hebben van schulden staat bijna nooit op zichzelf. Vaak gaat het gepaard met problemen op meerdere levensgebieden. Met het aanbieden van een integrale, en zo mogelijk preventieve, aanpak van schulden wil Laborijn haar klant/inwoner ontzorgen en beter in staat stellen te participeren en te re-integreren. Dit vraagt een optimalisering van de dienstverlening. Hiervoor is het wenselijk zicht te hebben op alle levensdomeinen, het snel kunnen interveniëren, verbinden en schakelen met aanpalende beleidsterreinen zoals WMO, jeugd en onderwijs. Om dit te realiseren gaan we nauw samenwerken met het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO) van de gemeente Doetinchem. Ook de gemeente Aalten zal bij deze samenwerking aansluiten.

Laaggeletterdheid Inwoners met een Participatiewet uitkering moeten voldoen aan de Wet Taaleis. Laborijn geeft invulling aan de uitvoering van deze wet waarbij de inwoner moet aantonen over voldoende basiskennis van de Nederlandse taal te beschikken. Voldoet de inwoner hier niet aan dan gaat Laborijn samen met de inwoner aan de slag met het verbeteren van het taalniveau. Maar om mee te kunnen (blijven) doen in de samenleving zijn naast taalbeheersing ook een bepaalde mate van reken- en digitale vaardigheden een vereiste. Ook dat valt onder laaggeletterdheid. Hoewel de afgelopen jaren hard is gewerkt om aandacht voor laaggeletterdheid te krijgen lukt het nog steeds beperkt om mensen met Nederlands als hun moedertaal te begeleiden naar een passend leertraject. Om de bestaande versnippering in werkwijze en aanbod te stroomlijnen wordt de regie op de laaggeletterdheid door het Rijk daarom bij de gemeenten belegd. In de Achterhoek is hiertoe in 2021 besloten tot het Regioplan Aanpak Laaggeletterdheid 2020 – 2024. De aandacht voor laaggeletterdheid wordt hierin meer gekoppeld aan diverse onderdelen in het sociaal domein. Hierdoor kunnen slimme verbindingen worden gelegd waardoor meer mensen een 16

passend ontwikkeltraject kunnen volgen. Laborijn trekt hierin samen op met de gemeenten Doetinchem en Aalten en is partner in de regionale aanpak. Als Laborijn zijn we immers een belangrijke vindplaats voor het herkennen en erkennen van laaggeletterdheid. Maar naast vindplaats zijn we ook broedplaats om de inwoner met een verbetering van zijn taalbeheersing (verder) te kunnen begeleiden in diens ontwikkeling naar de ‘best passende plek’ in de samenleving. Hiertoe wordt door Laborijn bij al haar activiteiten verhoogd aandacht besteed aan laaggeletterdheid. Jongeren en statushouders In onze dienstverlening onderscheiden we twee doelgroepen met bijzondere aandacht: jongeren en statushouders. Gezien de specifieke behoeftes en vraagstukken zijn voor beide groepen over gespecialiseerde professionals bij ons werkzaam Binnen de programma’s bieden we deze inwoners, aanvullend op onze reguliere dienstverlening, specifieke instrumenten. Ook bestaat de mogelijkheid om instrumenten gedurende een langere periode in te zetten. Onder de doelgroep van jongeren verstaan wij inwoners jonger dan 27 jaar. De doelgroep statushouders bestaat uit diegenen met een verblijfstatus conform artikel 8 van de Vreemdelingenwet. Jongeren Jongeren vormen doorgaans een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt. Bijzondere aandacht helpt deze groep echter bij het vinden van hun weg op de arbeidsmarkt.

Deze aandacht vraagt om specifieke kennis en aanpak. Hiervoor is binnen Laborijn expertise gebundeld in het actieteam jongeren. Met een solide aanpak brengt het team de jongere in beweging en tot ontwikkeling. Hiermee boeken we resultaat. Zo laat ook de Divosa benchmark voor jongeren zien. Er is veel dynamiek en er zijn veel mogelijkheden. Deze lijn zetten we komende jaren door. Laborijn is in deze aanpak de partner van andere ketenpartners, zoals het RMC en de VSO en PRO scholen. We sluiten daarbij aan op elkaars structuren en netwerken en werken ook samen met partijen uit diverse branches en beroepen. Deze diversiteit geeft de jongere ruimte om kennis te maken en gevarieerde ervaringen op te doen met werk en scholing. Samen met de jongere zoeken we ook hier naar de best passende plek, voor nu en in de toekomst. Laborijn is partner bij het vormgeven van de regionale sluitende aanpak voor jongeren. Aanvullend op het reguliere Werkacademie-curriculum wordt bij jongeren extra ingezet op maatwerkinterventies (bijvoorbeeld taalonderwijs). Ook wordt gekeken naar (terugkeer)kansen binnen het regulier onderwijs, dan wel via een BOL (Beroeps Opleidende Leerweg)- of BBL (Beroeps Begeleidende Leerweg) – opleiding.

Laborijn is actief partner bij de uitvoering van het nieuwe regionale ‘Actieplan ‘Achterhoekse Jongeren 2.0, 2022 – 2025’ (met daarin onder meer de doorontwikkeling van de communicatiecampagne ‘ZEG Achterhoek’). Ook participeert Laborijn in het ‘Uitvoeringsplan De Rode Loper’, gericht op werk of scholing voor jongeren (vooral met starkwalificatie en zonder uitkering) voor wie niet altijd niet altijd geschikte begeleidingsmogelijkheden voorhanden zijn. De looptijd van dit project is vooralsnog beperkt tot de periode mei 2021 – maart 2022. Statushouders Het voor de gemeenten Doetinchem en Aalten mogen uitvoeren van de nieuwe wet Inburgering stelt Laborijn in staat om direct en in samenspraak met de inburgeraar een traject uit te zetten om de nieuwe inwoner snel en volwaardig mee te laten doen in de Nederlandse maatschappij. Daarnaast besteden we specifiek aandacht aan die groepen statushouders die voor januari 2022 in de gemeente Doetinchem of Aalten zijn gehuisvest en 17

daardoor nog onder de oude inburgeringswet vallen. Ook deze groep inburgeraars wordt door Laborijn actief opgepakt en in de geest van de nieuwe wet begeleid naar hun plek in de Nederlandse maatschappij (zie hiervoor onder hoofdstuk 3.1 ‘Nieuwe Wet inburgering’). Opgave Wsw In deze paragraaf schetsen we zowel onze inhoudelijke als financiële opgave bij uitvoering van de Wsw. Ons Wsw-medewerkersbestand kenmerkt zich door afname van het volume en een stijging van de gemiddelde leeftijd. Dit is een logisch gevolg van het stopzetten van de instroom in de Wet Sociale Werkvoorziening sinds 2015. Steeds nadrukkelijker ligt daarom het accent op een levensloopbestendig personeelsbeleid voor onze Wsw-medewerkers. Dit komt onder meer tot uiting in vormgeving van nieuw functiehuis Wsw. Dit proces wordt naar verwachting in 2022 afgerond. Naast inhoudelijke mogelijkheden heeft dit mogelijk ook financiële effecten. De omzet van detacheren staat sinds het begin van de coronacrisis onder druk. Het aantal Wsw-medewerkers in groeps- en individuele detacheringen is in 2020 sterk afgenomen. Laborijn heeft proactief een herstelplan opgesteld waardoor we in een periode van 2 jaar, vanaf 1 januari 2021, actief nieuwe detacheringen realiseren en het gemiddelde uurtarief laten stijgen. Daarmee verwachten we de omzet op het niveau van 2019 terug te brengen.

Om dit te realiseren zal het percentage gedetacheerde Wsw-medewerkers de komende jaren weer groeien. Laborijn heeft de ambitie om haar positie als 1 van de best presterende Wsw-bedrijven op dit gebied vast te houden. Het doel is om het percentage extern werkenden op 80% te krijgen eind 2022 en vast te houden voor de jaren daarna. Het aantal Wsw-medewerkers dat intern (beschut) werkzaam is, neemt gestaag af. Om de kosten van de interne infrastructuur beheersbaar te houden zal Laborijn aanvullende dragers moeten zoeken. Indien dit niet gebeurt dan is Laborijn genoodzaakt de infrastructuur af te bouwen om de gemeentelijke bijdrage voor de Wsw niet te laten stijgen. Indien Laborijn andere doelgroepen naast de Wsw intern kan begeleiden in hun ontwikkeling dan kan dekking verkregen worden om de belangrijke infrastructuur in stand te houden. Dit kan bijvoorbeeld door pilots uit te voeren zoals Simpel Switchen, UWV-trajecten aan te gaan bieden of extra re-integratiedienstverlening aan te bieden voor reguliere bedrijven of andere gemeenten. Regeling eerder stoppen met werken De Cao Sociale Werkvoorziening (SW) 2021 - 2025 is definitief vastgesteld. Op basis van de uitslag van de ledenraadpleging heeft het VNG-bestuur de cao op donderdag 16 september bekrachtigd. De vakbonden hebben het akkoord ook bekrachtigd.

De cao heeft een looptijd van 5 jaar, van 1 januari 2021 t/m 31 december 2025, en bevat afspraken over de salarisontwikkeling, duurzame inzetbaarheid en het kopen van extra verlof. Cao-partijen zijn een regeling overeengekomen om 2 jaar voor de AOW-leeftijd te stoppen met werken. Deelname aan deze regeling is vrijwillig en alleen mogelijk gedurende de looptijd van de cao. De regeling eerder stoppen met werken is complex. Vanwege de keuze voor een indienstvariant is het vooralsnog niet mogelijk om het ouderdomspensioen naar voren te halen. Cao-partijen gaan na hoe dit wel gerealiseerd kan worden. Vanaf 2021 is het mogelijk dat Wsw-medewerkers hiervoor kiezen. Afhankelijk van de animo voor deze regeling zal dit een financieel effect hebben op het Wsw-resultaat.

18

Wsw financieel Financieel is de verwachting dat de exploitatie per Wsw medewerker de komende jaren verder verbetert. Dit hangt wel af het herstel na COVID-19 en in welke mate de problematiek gaat toenemen bij een ouder wordende populatie. In onderstaande grafieken is een inschatting gemaakt door Cedris van het landelijk beeld. Aan de linkerkant is de ontwikkeling van de landelijke exploitatie per Wsw-medewerker en rechts is de landelijke ontwikkeling van exploitatie voor de totale Wsw inzichtelijk gemaakt.

Per sociaal werk-ontwikkelbedrijf zal dit een ander verloop hebben. Dit houdt onder meer verband met de samenstelling van het loongebouw en de leeftijdsopbouw van de Wswpopulatie. Maar ook met de gevolgen van de coronacrisis die per sector en bedrijf sterk variëren. Maar afgezien van deze verschillen mag op hoofdlijnen verondersteld worden dat de komende jaren bij ongewijzigd beleid de financiële problematiek bij de uitvoering van de Wsw voor de meeste werkbedrijven en gemeenten geleidelijk aan geringer zal worden. 3.3 Klantstromen Laborijn ziet haar klantenbestand langzaam wijzigen. Met de invoering van de Participatiewet is de toegang tot de Wsw stopgezet. De Wajong is alleen nog toegankelijk voor mensen met een volledige en duurzame arbeidsbeperking. Inwoners die voorheen in de Wsw en Wajong konden instromen, worden ‘de nieuwe doelgroepen’ binnen de Participatiewet genoemd. De effecten van deze instroom worden zo langzamerhand goed zichtbaar. Ook de ‘nieuw beschut’-doelgroep maakt zijn intrede binnen de Participatiewet. Op alle nieuwe doelgroepen is de Participatiewet van toepassing. Inwoners met een arbeidsbeperking worden middels een langdurige loonkostensubsidie (LKS) geplaatst bij werkgevers. Deze loonkostensubsidie is bedoeld om de verminderde loonwaarde te compenseren.

Naarmate de tijd verstrijkt, zal de doelgroep ‘nieuw Wajong en voormalig Wsw’ een steeds groter aandeel hebben in het totale bijstandsbestand. De landelijke verwachting is dat er vanaf 2022 (los van de extra instroom door de coronacrisis) een lichte nettostijging van het aantal mensen in de bijstand zal zijn. Omdat de verwachtingen ten aanzien van de ontwikkelingen van de arbeidsmarkt in de Achterhoek nog positief zijn, is het zaak om maximaal in te zetten op het verkleinen van de eventuele afstand tussen mensen en het aanwezige werk. Landelijk zien we het volgende gebeuren ten aanzien van de doelgroepen: de Wsw-populatie neemt jaarlijks af, de doelgroepen LKS en nieuw beschut nemen toe. Daarnaast gaat Laborijn vanaf 2022 de nieuwe Wet inburgering uitvoeren voor de gemeente Aalten en Doetinchem, hetgeen resulteert in een toename van het aantal klanten. 19

In onderstaande tabel is de ingeschatte ontwikkeling van het aantal te bedienen klanten tot en met 2026 inzichtelijk gemaakt. Hierin is duidelijk te zien dat uitvoering van de Wet inburgering betekent dat Laborijn “nieuwe” inwoners gaat bedienen. Hiervan zal een deel ook een bijstands- en of re-integratiedienstverlening krijgen.

20

4.

Ontwikkeling budgetten

4.1 BUIG-budget (bijstand en langdurige loonkostensubsidie) De ontwikkeling van het BUIG-budget van de individuele gemeenten hangt nauw samen met het landelijke macrobudget. Om een inschatting te kunnen maken van het BUIG-budget voor de jaren 2023 tot en met 2026 is daarom de ontwikkeling van het macrobudget van belang. In de Rijksbegroting 2022 van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid is hierover het volgende vermeld: Budgettaire ontwikkeling algemene bijstand Hieronder volgt een toelichting op de bijstellingen voor de algemene bijstand. Op basis van de CPB-raming van de werkloosheid wordt de komende jaren een oplopend bijstandsbestand verwacht. De invoering van een aantal wetswijzigingen leidt tot een oploop in de raming van de bijstandsuitgaven. Door een inperking van andere regelingen doen meer personen een beroep op de bijstand. Dit zijn onder andere de invoering van de Participatiewet (per 2015) en de invoering van het onderdeel WW-duurverkorting in de Wet werk en zekerheid, die inmiddels is vervangen door de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). Laborijn verwacht dat zij nog steeds 1% beter dan de landelijk gemiddelde volumeontwikkeling kan blijven presteren waardoor het aantal inwoners dat afhankelijk is van bijstand in Aalten en Doetinchem minder stijgt of zelfs licht kan dalen.

Budgettaire ontwikkelingen langdurige loonkostensubsidie Vanaf 2022 worden gemeenten voor het lopende jaar gefinancierd op basis van de gerealiseerde uitgaven aan loonkostensubsidies van het vorige jaar. De uitgaven voor LKS worden voor 2022 geraamd op € 325 miljoen. De uitgaven aan loonkostensubsidie nemen jaarlijks toe doordat de doelgroep van LKS sinds invoering van de Participatiewet ingroeit. Daarnaast wordt vanaf 2022 extra inzet van LKS verwacht doordat de financiering is aangepast. Budgettaire ontwikkelingen IOAW en IOAZ De belangrijkste doelgroepen van de IOAW-regeling zijn: •

•

werkloze werknemers die op het moment dat zij werkloos worden ten minste 50 jaar zijn en geboren zijn voor 1 januari 1965, die recht hebben op een uitkering op grond van de WW van meer dan 3 maanden en die de volledige uitkeringsduur daarvan hebben doorlopen werknemers die geboren zijn voor 1 januari 1965, na hun 50e verjaardag recht hebben gekregen op een loongerelateerde WGA-uitkering en van wie de WGAuitkering is beëindigd, omdat zij niet langer ten minste 35% arbeidsongeschikt zijn

De IOAZ is bedoeld voor oudere zelfstandigen tussen de 55 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd, die hun bedrijf of zelfstandig beroep na hun 55e verjaardag hebben beëindigd. Om in aanmerking te komen voor een uitkering moet de gewezen zelfstandige onder andere voldoen aan voorwaarden betreffende het gemiddeld jaarinkomen in de 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag, het verwachte inkomen uit beroep of bedrijf bij voortzetting van het bedrijf en het aantal uren en de duur van de werkzaamheden als zelfstandige. De IOAW-uitgaven dalen in 2022 door de beperkende voorwaarde dat het IOAW-recht alleen geldt voor personen geboren voor 1965. Dit leidt ertoe dat in 2022 minder mensen een beroep kunnen doen op de IOAW. De verslechterde conjunctuur als gevolg van de coronacrisis werkt vertraagd door op de volumeontwikkeling van de IOAW. De vertraging 21

treedt op doordat het grootste deel van de IOAW-instroom eerst WW-gerechtigd is geweest. In de meerjarenraming wordt rekening gehouden met de verhoging van de AOW-leeftijd. Dit heeft een opwaarts effect op de uitgaven, doordat mensen later de AOW-leeftijd bereiken. De uitgaven aan de IOAZ nemen vooral toe door de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Budgettaire ontwikkelingen Bbz De uitgaven voor Bbz levensonderhoud in 2022 worden geraamd op € 170 miljoen. Na afloop van de Tozo per 1 oktober 2021 is de verwachting dat een deel van de Tozogerechtigden door zal stromen naar het Bbz. Een deel van deze zelfstandigen zal naar verwachting ook in 2022 nog een beroep doen op het Bbz. De ontwikkeling van het macrobudget BUIG ziet er per regeling als volgt uit2: Overzicht macrobudget participatiewetuitkeringen (x € 1.000) Algemene bijstand

€

5.632.211 €

5.764.553 €

5.941.444 €

6.079.836 €

6.162.686

Loonkostensubsidie

€

324.821 €

379.684 €

434.545 €

489.407 €

518.993

IOAW

€

288.524 €

278.315 €

260.840 €

226.912 €

213.001

IOAZ

€

30.636 €

32.150 €

33.354 €

33.900 €

33.900

BBZ

€

170.458 €

45.063 €

45.063 €

45.063 €

45.063

Macrobudget totaal

€

6.446.650 €

6.499.765 €

6.715.246 €

6.875.118 €

6.973.643

Raming 2022

Raming 2023

Verwachte procentuele ontwikkeling uitgaven macrobudget per jaar Algemene bijstand

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie 2023 t.o.v. 2024 t.o.v. 2025 t.o.v. 2026 t.o.v. raming 2022 raming 2023 raming 2024 raming 2025 2,35%

3,07%

2,33%

1,36%

Loonkostensubsidie

16,89%

14,45%

12,63%

6,05%

IOAW

-3,54%

-6,28%

-13,01%

6,00%

IOAZ

4,94%

3,74%

1,64%

0,00%

BBZ

-73,56%

0,00%

0,00%

0,00%

0,82%

3,32%

2,38%

1,43%

Macrobudget participatiewetuitkeringen totaal

Het macrobudget wordt voorlopig vastgesteld in september 2021 voorafgaand aan het uitvoeringsjaar. Het macrobudget 2022 wordt gedurende het jaar nog bijgesteld naar aanleiding van gewijzigde inzichten in conjunctuur, realisaties, rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling (lpo). Hierover worden gemeenten geïnformeerd worden bij het nader voorlopig budget in het voorjaar van 2022 en bij de definitieve toekenning van de budgetten in september 2022. Het definitieve macrobudget wordt bepaald door uit te gaan van de gerealiseerde prijs en het gerealiseerde volume in het voorgaande jaar, van een inschatting van de effecten van de conjunctuur en Rijksbeleid in het begrotingsjaar zelf en van een indexering van de gemiddelde prijs. Voor de conjunctuurraming worden de actuele en onafhankelijke rekenregel en de autonome correctie van het Centraal Plan Bureau (CPB) gevolgd. Het meerjarenbeeld met betrekking tot de ontwikkeling van lasten in de begroting van Laborijn zal in de begroting 2023 – 2026 opgesteld worden aan de hand van bovenstaande gegevens, de werkelijke ontwikkeling t/m ultimo 2021. Het voorlopig BUIG-budget 2022 is in september 2021 bekend geworden (zie hiervoor de tabel onder deze alinea). Om een inschatting te maken van het BUIG-budget voor de jaren 2023 tot en met 2026 is het aandeel per gemeente in het macrobudget constant 2

Bron: Rijksbegroting 2022 Sociale Zaken en Werkgelegenheid

22

verondersteld. Doordat het macrobudget vanaf 2022 toeneemt, zal naar verwachting het BUIG-budget per gemeente vanaf 2022 ook toenemen. In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van het BUIG-budget weergegeven. Ontwikkeling BUIG-budget (x € 1.000) Aalten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7669/documents/40399