NIET OPENBAAR TOT 22 APRIL 2021 Onderzoeksrapport onderzoek joods vastgoed, april 2021.pdf
Tekst van het document
1
De transacties van joods onroerend goed in de gemeente Doetinchem tijdens de Tweede Wereldoorlog
2
3
De transacties van joods onroerend goed in de gemeente Doetinchem tijdens de Tweede Wereldoorlog
Karel Berkhuysen
4
Inhoud 6
De opdracht
94
Plantsoenstraat 21
10 De gevoeligheid
110 Overige transacties
11 De Verkaufsbücher
113 De makelaars en overige kopers
12 Het onderzoek
116 Burgemeester Tenkinkstraat
Schadeloosstelling en erkenning
117 Johan Kelderman
13 Het nationaalsocialisme in Duitsland
119 Tenkinkstraat 22, 24 en 26
14 Doetinchem
120 De inboedels
15 Verzet, accommodatie of collaboratie
121 De Jokos-dossiers
16 De joodse gemeenschap
122 De bevrijding
19 De anti-joodse maatregelen
124 Vervolging, schorsing en veroordeling
21 De razzia’s en deportaties
126 Het rechtsherstel
23 De dagboeken van Iet Gerritsen
128 De wederopbouw
28 De Nederlandse Grundstückverwaltung
132 De bewoners
Het ANBO
134 Het leerlingenprotest
De Raad van Rechtsherstel
136 Villa Bouchina
29 Het NBI
138 Moedige broer en zus
De transacties
141 ‘t Mentingslag
30 De landbouwgronden
142 De familie Mogendorff
De inboedels
146 De familie Philips
De hypotheekbank en -kantoren
152 Lijst joodse slachtoffers
31 De lijst met transacties
158 Bronnen
34 Toelichting op de transactielijst 35 Niet verhuurde panden Nieuwe verhuurder Noodgedwongen koop
36 De eigenaren 37 De kopers 39 De lasthebbers en makelaars 40 De NSB 43 Makelaar Stap 48 De notarissen 49 Notaris Van Gorkom 53 Uitgeversmaatschappij Misset 77 De Groene Tafel 80 Burgemeester Duval Slothouwer
90 De politie Omslag: Het pand van Philips in de Hamburgerstraat en Mariana Mogendorff-Zendijk en haar dochters Maud en Sonja.
5
De opdracht Op 7 december 2020 hebben Hans Legebeke van de afdeling vastgoed en Louk Dercksen, jurist van de gemeente Doetinchem, mij gevraagd of Stichting Doetinchem Herdenkt een mogelijke rol van de gemeente Doetinchem zou willen onderzoeken met betrekking tot transacties van joods onroerend goed tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aanleiding voor die opdracht was het feit de in het Nationaal Archief opgeslagen archieven over dat vastgoed in 2019 zijn gedigitaliseerd. In de boeken, de zogeheten Verkaufsbücher, staan 7.108 transacties in Nederland. Het gaat daarbij om niet-vrijwillige verkopen van ongeveer 20.000 panden die door de Duitse bezettingsmacht werden onteigend. Deze transacties zijn sinds medio 2020 op de website www.verkaufsbücher.nl voor iedereen doorzoekbaar. Na de openbaarmaking van het archief doken ook onderzoeksjournalisten van het KRO/NCRVradioprogramma Pointer op dit onderwerp. Daarbij richtten zij zich onder meer op de vraag hoe Nederlandse gemeenten met deze gedwongen verkopen zijn omgegaan. Zij ontdekten onder andere dat diverse gemeenten na de oorlog de joodse eigenaren -of zoals in veel gevallen hun erfgenamen- alsnog gemeentelijke aanslagen hadden opgelegd, vaak verhoogd met boetes over de oorlogsperiode omdat die tijdens hun afwezigheid niet waren betaald.
Het programma De Monitor1, eveneens van KRO-NCRV, besteedde op 5 oktober 2020 op televisie aandacht aan het onderwerp. In de Achterhoek kreeg dit onderwerp veel aandacht na publiciteit over de rol van de gemeente Winterswijk. Deze gemeente -die 326 vermoorde joodse inwoners kende- bleek tijdens de oorlog vier joodse panden te hebben aangekocht waaronder de synagoge. Na de bevrijding wilde de gemeente de leeggeroofde synagoge niet teruggeven. De gedecimeerde joodse gemeenschap kon die wel terugkopen. Bij het koopbedrag werden vervolgens verhuur en onderhoudskosten over de oorlogsperiode opgeteld. Nadat de gemeente Winterswijk medio 2020 geconfronteerd werd met deze feiten, liet burgemeester Bengevoord weten onderzoek te willen doen naar deze gang van zaken. Ook talloze andere gemeenten zijn momenteel bezig met een onderzoek of hebben dat inmiddels afgerond. Na een dergelijk onderzoek keerden bijvoorbeeld Amsterdam, Den Haag en Rotterdam totaal 14,6 miljoen euro uit aan personen en joodse organisaties. De publiciteit leidde in Doetinchem tot een motie in de gemeenteraad. Deze werd tijdens de raadsvergadering van 29 oktober 2020 unaniem aangenomen.
In de motie werd het college van B&W onder meer verzocht om voor 1 april 2021 antwoorden te geven op de vragen van Pointer en te onderzoeken of er in de gemeente Doetinchem nog gevallen zijn waar geen rechtsherstel heeft plaatsgevonden. In de Verkaufsbücher staan 54 transacties in de huidige2 gemeente Doetinchem: 48 in Doetinchem, 4 in Gaanderen en 2 in Wehl. Het gaat daarbij om 88 woningen cq winkels, 2 synagogen en 2 stukken grond. Na een eerste blik op het overzicht van deze transacties zou de conclusie getrokken kunnen worden dat de gemeente Doetinchem geen enkel pand heeft aangekocht. Alle panden, zo laat de lijst zien, zijn gekocht door particulieren of personen met zakelijke belangen. In veel gevallen werden de panden na de aankoop doorverkocht. Soms nog dezelfde dag. De gemeente Doetinchem is echter indirect bij minstens3 twee transacties betrokken geraakt. Het gaat daarbij om woningen in de Plantsoenstraat en in de Dokter Huber Noodtstraat. De woning Plantsoenstraat met huisnummer 214 werd na een koop en een doorverkoop door de gemeente gehuurd, nadat de gemeente het eerst leeghaalde en de inboedel opsloeg. Dit alles ten behoeve van de gemeentepolitie nadat het pand tot politiebureau was verbouwd. Vanaf 9 januari 2021 zijn Pointer en Monitor samen gaan werken onder de naam Pointer. Tot 2005 was Wehl een zelfstandige gemeente.
Na een gemeentelijke herindeling in de Achterhoek en Liemers werd Wehl dat jaar onderdeel van de gemeente Doetinchem. 3 Het is niet uit te sluiten dat ingeval van uitgebreider onderzoek de gemeente ook een rol speelde bij (een) andere transactie(s) 4 Thans huisnummer 91. 1 2
6
De onteigende en verkochte woning Dokter Huber Noodtstraat 4 werd -evenals villa Bouchina- door de gemeente aangewezen voor de detentie van de zogeheten bevoorrechte Joden van de Lijst Mussert5. Ik kon vervolgens niet volstaan met het benoemen van de gemeentelijke betrokkenheid bij slechts die beide panden met uitsluitend de vermelding van een datum en een prijs. Want om de gang van zaken te doorgronden en op een correcte, volledige en historische onderbouwde wijze weer te geven, diende dieper te worden gegraven. Temeer daar het niet opzichzelfstaande situaties betrof: betrokken instanties en personen speelden een veel grotere rol. Want de panden maakten deel uit van een uitgekiend gewetenloos systeem waar eliminatie van een bevolkingsgroep en winstbejag voorop stonden. Dit rapport is mede daarom nogal uitgebreid. Wellicht overstijgt het de aanvankelijke opdracht, maar hopelijk draagt het daardoor bij aan de lokale geschiedschrijving en vormt het een basis voor verder onderzoek naar een onderwerp waar te lang te weinig aandacht voor is geweest en te vaak over is gezwegen. In dit rapport zijn zoveel mogelijk feiten en cijfers weergegeven. Vervolgens heb ik ze proberen te duiden.
Maar hoe moet je ruim 75 jaar na de bevrijding beoordelen of een handelswijze tijdens de oorlog al dan niet correct, verwerpelijk, strafbaar of misdadig is geweest? Als je zelf die oorlog niet hebt meegemaakt. Als je nooit onderdrukking, wetteloosheid, doodsangst of honger hebt gekend. Kun je je ooit verplaatsen in zo’n situatie? Als je niet weet hoelang die oorlog duurt. En als je niet weet wie die oorlog zal winnen. Kun je anno 2021 een oordeel vellen over de mensen van toen? Als je die mensen niet hebt gekend. Als je niet weet wat er in hen omging en wat ze echt dachten. Hoe zou hun leven er uit hebben gezien als er geen oorlog was geweest? Als zij geen keuzes hadden hoeven maken. Of in alle vrijheid iets anders hadden kunnen kiezen. In hoeverre waren zij zelf verantwoordelijk voor hun daden of gedrag? Wat gebeurt er als je vanaf je jeugd wordt gehersenspoeld door een uiterst gewiekste propagandamachine bij bijvoorbeeld de Hitlerjugend waarvan het lidmaatschap verplicht 6 was? Hoe zou het eenieder van ons zijn vergaan als we toentertijd twintig kilometer oostelijker zouden zijn geboren? Feit is dat elke keer weer blijkt dat oorlogen niet gevoerd worden door abnormale mensen, maar door normale mensen in abnormale omstandigheden.
Duidelijk is dat thans elk weldenkend mens de manier zal veroordelen waarop de panden, compleet met inboedel, de rechtmatige joodse eigenaren is ontnomen. Nog verwerpelijker is datgene wat er met de meeste huiseigenaren is gebeurd. Ze zijn vervolgd, opgejaagd, vergast of op een andere gruwelijke manier vermoord. Weldoordacht en doelbewust. Op een goed georganiseerde planmatige industriële wijze. Een onvoorstelbare misdaad op zes miljoen mensen zoals niet eerder in de geschiedenis. Hoe schuldig waren zij die daarbij betrokken waren? Waren zij slechts onbeduidende radertjes in een goed georganiseerd totalitair systeem en, zoals de Duits joodse filosofe Hannah Arendt het in haar boek Banaliteit van het kwaad noemt, beroofd van elk moreel en ethisch besef en tot alles in staat? Met die vragen zijn na de oorlog talrijke processen gevoerd. Vele betrokkenen zijn veroordeeld. Talloze anderen ontsprongen de dans. Sommigen zijn later alsnog veroordeeld omdat er na verloop van tijd anders werd geoordeeld. Tijdens het proces van Demjanjuk in 2011 bijvoorbeeld werd uitsluitend het feit dat hij kampbewaker was geweest voor het eerst als voldoende bewijs voor deelname aan oorlogsmisdaden beschouwd. Hoewel ik in het rapport heb gepoogd vrijwel uitsluitend feiten weer te geven, horen daar telkens deze vragen bij. Want hoe moet je de feiten interpreteren?
5 6
Zie De bevoorrechte Joden van villa Bouchina, pagina 136. 98 Procent van de jongens tussen 10 en 14 jaar was lid. De meisjes waren vaak lid van de Bund Deutscher Mädel.
7
Werden de joodse huizen daadwerkelijk gekocht om ze na de oorlog terug te geven, zoals vaak werd beweerd? Had de burgemeester de verbouw van een joods pand tot politiebureau wellicht ook kunnen weigeren? Of was ook hij, net als al die andere burgemeesters, een machteloze burgemeester in oorlogstijd? Waarom heeft de notaris al die koopakten opgemaakt terwijl hij wist dat hij niet om de tafel zat met de daadwerkelijke eigenaren en het niet ging om vrijwillige transacties? Moesten al die Doetinchemse bedrijven gedwongen meewerken aan het verbouwen of herinrichten van de leegstaande joodse panden? Hoe groot waren hun dillema’s? Hoever gingen ze in de samenwerking met de bezetter? Waar lag hun de grens? Wanneer was er sprake van openlijke collaboratie en wanneer van aanvaardbare aanpassing? En de inwoners? Protesteerden zij? Stalen zij de inbeslaggenomen en opgeslagen joodse inboedels omdat ze die de Duitsers niet gunden of wilden ze de spullen maar al te graag zelf hebben? In hoeverre kun je het hen kwalijk nemen dat ze probeerden te overleven in een wetteloze en gewelddadige omgeving? Met het huidige besef van rechtvaardigheid en met de huidige wetgeving van onze rechtsstaat in de hand zijn al deze vragen wat eenvoudiger te beantwoorden. Het was echter ook na de oorlog niet voor niets dat 300.000 Nederlanders te maken kregen met de Bijzondere Rechtspleging.
Datgene wat er was gebeurd was immers zo ongewoon en onvoorstelbaar dat er toen geen enkele tot dan toe bestaande wetgeving op van toepassing was. Was elke Duitser een nazi? Of op zijn minst een bewonderaar van Hitler? Was -omdat de Waffen-SS na de oorlog is betiteld als misdadige organisatie- elke Waffen-SS’er een misdadiger? En de NSB’ers? Waren dat allemaal overtuigde nationaalsocialisten en jodenjagers? Op al deze vragen is geen eenduidig antwoord te geven. Daar hoort een grondige nuancering bij. Want dé verzetsman, dé NSB’er, dé Duitser, dé bevrijder, dé politieagent en dé Doetinchemmer bestonden niet. Ook in Doetinchem waren er NSB’ers die Joden waarschuwden voor een op handen zijnde razzia. Dit rapport is daarom nogal veelomvattend. Want ik heb al die vragen zoveel mogelijk proberen te vertalen naar de Doetinchemse situatie: naar al die personen en instanties die direct of indirect met de situatie en de transacties te maken hebben gehad. Ik kon daarbij teruggrijpen op een groot aantal van mijn onderzoeken en interviews uit het verleden. Onder meer dat van 2006 tot 2010 voor de realisatie van de televisiedocumentaire Meneer Kees en meneer Henk, over de familie Misset en hun uitgeverij. In het Gelders Archief in Arnhem kwam ik toen al koopakten tegen van de joodse panden die Kees en Henk Misset via NSB’er en makelaar Johan Stap hadden gekocht.
Tevens kreeg ik toen via een leidinggevende van Misset een boek in handen: De Groene Tafel. Het bevatte handgeschreven verslagen van vergaderingen bij Kees Misset. Daarin werden alle aankopen van de joodse panden beschreven. Ook had ik veel contact met de Duitse journaliste Dörte von Westernhagen. Zij is de nicht van Rolf von Westernhagen, de toenmalige verloofde van Pineke Misset en de beoogde opvolger van Kees Misset. Daarnaast had ik meerdere interviews met joodse inwoners, verzetsmensen en talloze anderen. Ook had ik veel archiefonderzoek verricht, onder meer voor diverse artikelen en boeken die ik heb geschreven. Dat onderzoek was onder meer in het Nationaal Archief in Den Haag, het Gelders Archief in Arnhem, het NIOD in Amsterdam en het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers in Doetinchem. Van veel informatie die al deze interviews en onderzoeken opleverde, kon ik voor dit rapport gebruik maken. Tevens bleken het boek Doetinchem in oorlogstijd en publicaties in de Kronyck van de Historische vereniging Deutekom dankbare bronnen. Ik heb voor dit rapport in eerste instantie de materie, de omstandigheden en betrokkenen in kaart gebracht. Vervolgens heb ik ze aan de hand van feiten zoveel mogelijk geplaatst in de historische context
8
binnen de Doetinchemse verhoudingen. Tevens heb ik ze zoveel mogelijk proberen te verduidelijken en op een dusdanige manier beschreven dat ook iemand die niet of nauwelijks op de hoogte is van de Tweede Wereldoorlog of de historie van de stad het zou kunnen volgen. Daarbij stonden vastgoedtransacties centraal. Ik heb echter daarnaast ook aandacht besteed aan de bewoners en de eigenaren van de panden en de inbeslaggenomen inboedels. Deze werden geveild bij dubieuze veilinghuizen of verdwenen naar Duitsland het kader van de Möbelaktion2a. Ik heb in het rapport verschil gemaakt tussen de begrippen transactie, pand en woning. Er waren immers diverse transacties waarbij ingeval van één transactie sprake was koop of doorverkoop van meerdere panden en/of meerdere woningen. Eén pand kan uit meerdere woningen2b bestaan. Eén pand kan zelfs in twee verschillende straten staan2c. Tevens zijn er panden die bestaan uit ruimten zonder een woonfunctie. Dat zijn bijvoorbeeld de beide synagogen, winkels, opslagruimten en dergelijke. In het rapport staan dan ook lijsten en overzichten van zowel transacties als woningen/adressen. Het college van B&W moest ter uitvoering van de motie voor 1 april met een raadsmededeling komen. Vandaar dat dit rapport in maart ingeleverd diende te worden.
Er waren echter op dat moment nog talloze vragen niet beantwoord en was ik nog via diverse archieven en personen op zoek naar een nog completer beeld. De onderzoeksperiode van drie maanden was gewoonweg te kort. Wat daarnaast het onderzoek aanzienlijk bemoeilijkte, was het feit dat de archieven en studiezalen gedurende de gehele onderzoeksperiode vanwege de coronamaatregelen waren gesloten. Ook was het ontbreken van het op 21 maart 1945 tijdens het bombardement verbrande gemeentelijk archief een gemis. Er is dan ook slechts een deel van de onteigende panden onderzocht. De panden waarbij al snel bleek dat er sprake was van gemeentelijke betrokkenheid heb ik nadrukkelijker onderzocht en uitgebreider beschreven. Het totaal aantal transacties is echter dermate omvangrijk dat bij het merendeel niet of nauwelijks verdere naspeuringen zijn verricht. Het is dan ook goed mogelijk wanneer dat wel gebeurt er meerdere gevallen van gemeentelijke betrokkenheid blijken, temeer daar talloze panden na een verkoop zijn doorverkocht. In hoeverre er in al die gevallen sprake is geweest van rechtsherstel is op dit moment dan ook niet te zeggen. Op diverse plekken in het rapport staat daarom de vermelding Nader onderzoek.
Dat betekent dat Stichting Doetinchem Herdenkt dit rapport niet beschouwd als afsluiting van het onderzoek, maar doorgaat met het verzamelen van antwoorden teneinde dit donkere- hoofdstuk in de geschiedenis van de stad zo goed mogelijk te beschrijven. Karel Berkhuysen, april 2021 _______________________________ Deze zogeheten Jokos-dossiers met betrekking tot claims aan de Bondsrepubliek worden beheerd door het Stadsarchief Amsterdam. 2b De officiële benaming voor een woning is een verblijfsobject met woonfunctie. 2c Het pand Holterweg 102-Willemstraat 25 bijvoorbeeld. Dat betreft één pand dat bestaat uit twee woningen die adressen hebben in twee straten. 2a
9
De gevoeligheid Bij de realisering van de Misset-documentaire Meneer Kees en meneer Henk in 2010 heb ik, uit piëteit ten opzichte van zijn op dat moment in leven zijnde familieleden, de naam J. A. H. Stap in de beelden witgelakt. Iets wat vervolgens in joodse kring minder goed viel, temeer er in daaropvolgende publicaties ook gesproken werd over een makelaar, zonder te vermelden dat het om Stap ging. Evenmin heb ik in artikelen zijn naam voluit vermeld. Niet om de waarheid te verdoezelen, de geschiedenis geweld aan te doen of om iemand de hand boven het hoofd te houden, maar uitsluitend om de nazaten te ontzien. Die gang van zaken is niet uitzonderlijk. Ook anderen gebruiken vaak initialen en worden foto’s soms geblurd als het NSB’ers betreft. Zeker daar waar het gaat om kleine gemeenschappen waar iedereen elkaar kent. In april 2020 overleed Jan Stap junior, de zoon van J. A. H. (Johan, maar ook Jan genoemd) Stap senior. Hij was veertien jaar oud toen zijn vader na de bevrijding werd opgepakt en werd opgesloten in het Verblijf- en Interneringskamp De Kruisberg en later in Vught. Ik kende Jan junior goed en ken ook zijn vrouw, dochters en schoonzoons. Ik heb hem meerdere keren gevraagd of hij iets over de rol van zijn vader en zijn eigen ervaringen bij de Jeugdstorm7 wilde vertellen. Dat wilde hij echter nooit. Het was te pijnlijk. Tot zijn dood, op 89-jarige leeftijd.
Al die tijd had hij een last met zich meegedragen. Een vrijwel onmenselijke last hebben de overlevenden en de nabestaanden van de Holocaust met zich meegedragen. Zoals de inmiddels overleden Maud Mogendorff die met haar twee zusjes jarenlang ondergedoken zat. Haar ouders en vele familieleden werden vergast. Tien jaar geleden vertelde ze dat ze samen met haar man wekelijks ging bridgen. “Binnen de groep bridgers wisselen de tweetallen telkens van tafel zodat iedereen te maken krijgt met steeds andere tegenstanders. Om de zoveel weken zitten we zodoende aan tafel met een vrouw waarvan de ouders lid waren van de NSB”, verzuchtte ze. “We kaarten samen, maar er wordt geen woord gezegd.” Uit de toespraak die haar kleindochter in januari 2020 tijdens de Auschwitzherdenking in de Catharinakerk hield, blijkt hoezeer dat verdriet ook de huidige generaties nog steeds bezighoudt. Ook sprak ik ooit een succesvolle joodse schrijver wiens gehele familie was uitgemoord. Ik vroeg hem hoe het mogelijk was om met dat leed te leven. Hij zei: “Maar ik word wel elke dag huilend wakker, hoor.” Ik beschrijf deze persoonlijke situaties omdat ik -wellicht ten overvloede- wil benadrukken dat, ondanks het feit dat het nu 76 jaar na de oorlog is, de materie, de openbaarmaking en de publiciteit rond de transacties ook de tweede, derde en zelfs de vierde generatie beroert.
Dat betreft een grote groep mensen. Sommigen die dit rapport lezen, zijn wellicht al geheel of gedeeltelijk op de hoogte van de historische feiten of de rol van de betrokken personen. Dat geldt echter niet voor iedereen. Begin december heb ik bijvoorbeeld een hele middag gesprekken gevoerd met de kleindochter en achterkleinzoon van een NSB’er. Zij waren geschrokken van het verhaal op de website van Stichting Doetinchem Herdenkt over de manier waarop hij drie joodse panden had bemachtigd. Toch wilden ze zoveel mogelijk weten over zijn rol. Ook kreeg ik diverse vragen via mail en telefoon. Daarbij bleek telkens hoe gevoelig het onderwerp nog steeds is. Voor beide partijen. Desondanks was altijd de teneur: goed dat het wordt onderzocht, bespreekbaar is en dat er antwoorden komen. Desalniettemin is het ook goed om zorgvuldig om te gaan met de pijn die bepaalde feiten uit dit rapport wellicht blootleggen. Karel Berkhuysen
De Jeugdstorm was een nationaalsocialistische jeugdorganisatie, vergelijkbaar met de Hitlerjugend in Duitsland. Officieel was het geen onderdeel van de NSB. De leden waren echter wel merendeels kinderen van NSB´ers. 7
10
De Verkaufsbücher Het Nationaal Archief beheert 17 ingebonden boeken 8 met daarin handgeschreven adressen, namen en bedragen. Aanvankelijk was er nog een achttiende boek, maar dat is nooit teruggevonden. De boeken zijn afkomstig uit een Duitse administratie en vermelden 7.108 gedwongen verkopen van joods onroerend goed tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft ongeveer 20.000 woningen, winkels, panden en gronden van joodse eigenaren nadat deze waren gedeporteerd of waren ondergedoken. De Doetinchemse transacties hebben de volgnummers9 26, 1265, 1268, 1937,1938, 1940-1957, 1959-1964, 1966-1971, 1975, 2215, 2224, 2713, 3567, 3864, 5771-5774, 5805, 5812, 6232, 6301, 6302, 6589, 6681 en 6800.
In zijn standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog laat Loe de Jong weten dat Nederlanders geen joodse panden wilden kopen en dat de (hypotheek)banken niet bereid waren een NSB’er of andere collaborateur geld te lenen voor de aankoop van een zogeheten jodenpand. Daarmee slaat De Jong de plank mis. Er was wel degelijk belangstelling voor de panden. Dat laten de Verkaufbücher ruimschoots zien. En om een eventuele problematische hypotheekverstrekking te omzeilen, richtten de Duitsers eind 1943 de landelijke Hypotheekbank NV op. De feiten en de verhalen over de manier waarop er grof werd verdiend aan de jodenvervolging en hun huizen zijn schokkend en onthutsend. De volledige verhalen over deze roof en doorverkoop zijn nooit verteld. Ook in Doetinchem niet.
De boeken 2 tot en met 18. Nummer 1, met Laufnummer 1 tm 449, ontbreekt. Het betreft een nummering in een exel-bestand van het Nationaal Archief. Dit overzicht is elektronisch te verkrijgen: Verkaufsbucher_NBI Archief-mei-2019.zip 8 9
11
Het onderzoek Volgens het journalistieke onderzoeksprogramma Pointer zijn er tijdens de Tweede Wereldoorlog in 225 Nederlandse gemeenten panden en grond onteigend. Diverse gemeenten zijn momenteel bezig om hun eigen rol bij die onteigening en verkoop te onderzoeken. Daarnaast wordt onderzocht of er na de oorlog rechtsherstel heeft plaatsgevonden. De onderzoeken verschillen: sommige gemeenten doen uitgebreid archiefonderzoek terwijl andere nog bezig zijn om zich te oriënteren.
Schadeloosstelling en erkenning Na de oorlog moest de in het leven geroepen Raad voor het Rechtsherstel zorgen dat de bestolen joodse vastgoedeigenaren voldoende schadeloos werden gesteld. Dat is echter in veel gevallen onvoldoende gebeurd. Vandaar dat in 1997 de Commissie Van Kemenade daar zich nogmaals over heeft gebogen. Verderop in dit rapport meer over dit onderwerp. Heeft het nu, ruim 75 na de oorlog, nog zin om de transacties van toen te onderzoeken? Ja, zelfs wanneer er geen financiële compensatie meer aan de orde is. Ook erkenning van het leed dat mensen is aangedaan blijkt maar al te vaak voor betrokkenen van groot belang. Dat geldt zeker waarop de overheid en de samenleving zijn omgegaan met de situatie van de Joden. Niet alleen voor en tijdens de bezetting, maar ook erna. De ontvangst na terugkeer uit de kampen bijvoorbeeld was vaak kil en harteloos. Ook in Doetinchem kwamen mensen uit gevangenschap of onderduik terug en werden ze geconfronteerd met het feit dat hun woning door anderen werd bewoond. Ondersteuning en begrip waren veelal ver te zoeken. Het land moest worden opgebouwd; voor individueel leed was geen plaats. Velen zijn vervolgens jarenlang bezig geweest om hun eigendommen terug te krijgen. Anderen slaagden daar niet of maar ten dele in.
Dat onderzoek, compensatie, excuses en erkenning nog steeds van belang zijn en door getroffenen worden gewaardeerd, laten bepaalde actuele gebeurtenissen zien. De Nederlandse Spoorwegen bijvoorbeeld, die Joden vanuit onder meer Amsterdam vervoerden voor f 4,80 per persoon, keerden na een advies van de Commissie Cohen in 2019 vijfduizend slachtoffers en nabestaanden van de Holocaust miljoenen uit. Daarnaast bood de Protestante Kerk Nederland in 2020 excuses aan voor de rol van de PKN tijdens de oorlog. Zelfs koning Willem Alexander plaatste in dat jaar vraagtekens bij de rol van zijn oma Wilhelmina ten opzichte van de joodse Nederlanders tijdens de bezetting en in Indonesië bood hij excuses aan voor de Nederlandse koloniale rol. Kortom, het is nooit te laat. Fransiska van Zuiden-Cohen en Abraham van Zuiden van lunchroom Van Zuiden aan de IJsselkade10
10
Het echtpaar Van Zuiden werd op 11 december 1942 in Auschwitz vergast.
12
Het nationaalsocialisme in Duitsland Nadat in 1933 Adolf Hitler aan de macht was gekomen, beschuldigde hij vooral de Joden van de slechte economische situatie. Hij beschouwde ze zelfs als paria’s. Systematisch werd hen daarom het leven in Duitsland onmogelijk gemaakt. Joden die Duitsland wilden ontvluchten, werd dan ook weinig in de weg gelegd. De nazi’s zagen de emigratie zelfs als een goede stap in hun streven het land judenrein te maken. In september 1935 werden de Neurenberger-wetten ingevoerd. Daarmee verklaarde het naziregime de Duitse Joden tot tweederangsburgers. Vanaf 1938 werd hen het maatschappelijke en economische bestaan vrijwel onmogelijk gemaakt. In de nacht van 9 op 10 november volgde de Reichskristallnacht. Honderden synagogen werden door nazi-aanhangers vernield, duizenden joodse winkels geplunderd en dertigduizend Joden werden naar concentratiekampen afgevoerd. Die door Hitler en Goebbels ontketende actie had een tweede golf van joodse vluchtelingen tot gevolg. De SS’er Adolf Eichmann11, die belast was met joodse aangelegenheden, richtte daarom in het inmiddels geannexeerde Wenen een Zentralstelle für jüdische Auswanderung12 op. Ruim vierhonderdduizend Joden, de helft van het totale aantal Duitse Joden, ontvluchtte uiteindelijk het land. De emigranten dienden daarbij vrijwel hun hele bezit achter te laten. Daaronder ook al hun gouden en zilveren bezittingen.
Alleen een trouwring en bril mochten ze behouden. Het goud en zilver ging naar Degussa, de Deutsche Gold Und Silber Scheideanstalt. Daar werd het omgesmolten. Een bedrijf dat jaren later ook de getrokken gouden tanden en kiezen van de in de kampen vermoorde Joden om zou smelten. In de Achterhoek waren talloze comités die Duitse vluchtelingen over de groene Duits-Nederlandse grens hielpen. Daar was onder meer een jonge Doetinchemmer bij betrokken: Jan Houtsma. Jaren later zou hij een van de belangrijkste verzetsleiders in Oost-Nederland worden. Tijdens hun reis vonden ze vaak onderweg ergens onderdak. Soms bleven ze enige tijd voordat ze verder reisden. Ook in Langerak verbleef enige tijd een gezin op een boerderij. Twee van hun kinderen speelden vaak bij de familie Mogendorff.
Zoons van een uit Duitsland gevlucht gezin tijdens hun tijdelijk verblijf in Doetinchem samen met Sonja, Maud en Jenny Mogendorff.
Adolf Eichmann werd in 1932 lid van de Oostenrijkse nazipartij. Hij maakte carrière binnen de SS en in 1934 werd hij verantwoordelijk voor Joodse aangelegenheden. Tijdens de oorlog was hij verantwoordelijk voor de deportaties. Na de oorlog werd hij door de Amerikanen gearresteerd, maar wist te ontsnappen. In 1955 vluchtte hij naar Argentinië. Daar werd hij in 1960 opgespoord door nazi-jager Simon Wiesenthal. Vervolgens werd hij door de Israëlische geheime diensten Mossad en Shin Bet gevangengenomen en overgebracht naar Israël. Daar begon op 11 april 1961 een proces waar hij ter dood werd veroordeeld. Het vonnis werd op 1 juni 1962 voltrokken. 12 Centrum voor joodse emigratie. 11
13
Doetinchem Wellicht was de vermaarde journaliste Alice de Wolf het eerste Doetinchemse joodse slachtoffer. De redactrice van het vakblad van Misset Gedistilleerd, Bier en Wijn bleek begin 1939 plotseling verdwenen. Zoektochten leverden niets op. Totdat ze dagen later in de IJssel werd gevonden. Ze had zelf een einde aan haar leven gemaakt. Voorzag zij het naderende onheil? Hoewel veel Doetinchemmers na Duitse invallen in Oostenrijk en Sudetenland Hitlers troepen ook in Nederland vreesden, was er ook een groot vertrouwen in de verdedigingslinies. Dat gold ook voor talloze joodse families in de Achterhoek. Zij waren extra bevreesd voor een Duitse inval, want ze waren inmiddels maar al te goed op de hoogte van de vervolgingen van Joden in Duitsland. Op momenten dat de spanning opliep en de kans op een Duitse inval toenam, verhuisden sommige families daarom naar Arnhem of naar andere plaatsen ten westen van de IJssel in de overtuiging dat ze achter de IJssellinie veilig zouden zijn13. Meestal was de verhuizing tijdelijk en keerden ze terug als de dreiging was afgenomen14. Om de inwoners zo nodig tijdig te waarschuwen, was de Luchtbescherming Doetinchem (LBD) op zijn post. Bij naderende vijandelijke vliegtuigen zouden zij het luchtalarm laten klinken. Ook de joodse Justus Mogendorff had zich bij de organisatie aangesloten. Hij was commandant.
Toen er een foto werd gemaakt zat hij eensgezind naast Johan Kelderman15, een overtuigd NSB’er.
De Luchtwacht van Doetinchem in 1939. Zittend, tweede van rechts, Justus Mogendorff. Links naast hem Johan Kelderman.
Van Gelder, 2008, interview. De Klerk-Mogendorff, 2009, interview. 15 Zie Johan Kelderman, pagina 117. 13 14
14
Verzet, accommodatie of collaboratie Na de inval op 10 mei 1940 besloot Hitler om een kommissarische Aufsichtsverwaltung in te stellen: een civiel toezicht in plaats van een militair bestuur. Op 29 mei werd Arthur-Seyss-Inquart benoemd tot Reichskommissar en een week later volgde de benoeming van vier Generalkommissare. Dat bestuur voerde allerlei maatregelen in: stap voor stap en veelal met behulp van het Nederlandse ambtelijke apparaat. De Duitsers benoemden Aufsichtsverwalter16 die toezicht hielden op de naleving ervan. Het bleek een systeem waardoor de Duitse rol voor de bevolking vaak onduidelijk was. Mede daardoor schikten de meeste Nederlanders zich in die situatie. Ze wisten zich vaak niet goed raad met de bezetting, temeer daar ze er nog nooit eerder mee te maken hadden gehad. Ook lag het niet in de Nederlandse aard om zich te verzetten tegen een overheid en was er het besef dat de Duitsers hun maatregelen met militair optreden af konden dwingen. Daarnaast maakte het verloop van de strijd het belang van verzet ongewis, omdat de Duitse legers aanvankelijk op alle fronten overtuigend aan de winnende hand waren. Van georganiseerd verzet was dan ook in eerste instantie geen sprake. Dat kreeg pas halverwege de oorlog meer vorm.
Hoe principieel kon je zijn? Kon je als journalist eigenlijk wel lid worden van het Verbond van Nederlandsche Journalisten17? Zo niet, dan was je je baan kwijt. Weigerde je om als artiest lid te worden van de Kultuurkamer: dan kon je niet optreden18. Weigerde je om te spitten? Of om je te schikken in de gedwongen tewerkstelling? De Duitse bezetter had overal antwoord op. Onderduiken was dan vaak de enige oplossing. Blijven weigeren of onwrikbare principes? Velen betaalden daar met hun leven voor. Gedurende de oorlog was je of ‘goed’ of ‘fout’. Daartussen bestond een duidelijke scheidslijn. Iemand was niet te vertrouwen of iemand was wel te vertrouwen. Maar veel was vaak niet dat wat het leek. Iets was niet zwart of wit. Vaak was het grijs. Soms ook bruin. Het was niet verzet of collaboratie. Soms lag het dicht bij elkaar, maar vaak waren de verschillen groot. Het is dan ook uitermate moeilijk om anno 2021 te bepalen of aanpassing of samenwerking met de bezetter vrijwillig of gedwongen was. Je wilde immers je gezin beschermen en kinderen te eten geven. En soms werd er samengewerkt om een hoger doel te dienen. Om bijvoorbeeld inlichtingen te verkrijgen voor het verzet of als dekmantel te fungeren om onderduikers te beschermen. De definitie van collaboratie is: samenwerken met de vijand. Dat is echter een heel rekbaar begrip en er waren vele vormen.
Er was economische, politieke en ambtelijke collaboratie. Wat die precies inhielden viel moeilijk te bepalen, want er bleek voor de inval niets te zijn vastgesteld. Voor ambtenaren bijvoorbeeld bestonden slechts Aanwijzingen19 waarin stond dat zij in het belang van de bevolking met een bezettende macht mee moesten werken. Deze aanwijzingen blonken echter uit in vaagheid. Moed en een goed ontwikkeld moreel kompas maakten dat sommigen niet of niet precies deden wat er van hun werd verlangd. De Aanwijzingen waren vanwege de oorlogsdreiging in 1937 tot stand gekomen. Daarin stond niets over hoe om te handelen ten aanzien van de joodse inwoners tijdens een bezetting. Hoewel dat wel was besproken, werd besloten daar niets over vast te leggen om op die manier de Nederlandse neutraliteitspolitiek niet in gevaar te brengen.
Door middel van de Aufsichtsverwaltung hielden de Duitsers toezicht op zowel politiek als economisch gebied. Uiteindelijk werd 90 procent lid. 18 Joden konden geen lid worden. 19 Voluit luidde de titel: Aanwijzingen betreffende de houding, aan te nemen door de bestuursorganen van het rijk, de provinciën, gemeenten, waterschappen, veenschappen en veenpolders, alsmede door het daarbij in dienst zijnde personeel in dienst bij spoor- en tramwegen in geval van een vijandelijke aanval. 16 17
15
De joodse gemeenschap Al in de zeventiende eeuw woonden er Joden in Doetinchem. Begin 1940 telde de joodse gemeente Doetinchem20 ongeveer 180 leden. Het betrof een gemeenschap die een aanzienlijk aandeel had in het reilen en zeilen in Doetinchem. De binnenstad kende talloze middenstanders en velen waren werkzaam in het onderwijs, zakenleven of industrie. Ook vervulden Joden diverse bestuursfuncties in het verenigingsleven en maakten ze deel uit van de gemeenteraad of vervulden wethoudersposten21. In de Waterstraat was een synagoge. Het fraaie gebouw was in 1878 de plaats gekomen van de oude synagoge in de Walstraat22. Ook was er een synagoge van afgescheiden Joden in de Nieuwstad. De synagoge in de Waterstraat grensde aan de niet minder fraaie patriciërswoning van Kees Misset. In 1938 was het 60-jarige bestaan. In verband met de ontwikkelingen in Duitsland lag er echter een grauwsluier over de feestvreugde en werd het gepast gevierd. In 1933 werd de nieuwe joodse school in de Tenkinkstraat door burgemeester Duval Slothouwer geopend. Het gebouw was ontworpen door architect Johan (J. A. H.) Stap. In het boekje dat de feestcommissie speciaal voor de opening had samenDe advertentie van het gesteld, stond ook een advertentie van zijn bouwbedrijf. bouwbureau van Johan Stap
De joodse school in aanbouw
De joodse gemeenschap voor de nieuwe school tijdens de opening
De joodse gemeente Doetinchem bestond uit inwoners van de gemeenten Zelhem, Hummelo & Keppel, Wehl en Doetinchem. In de toenmalige gemeente Doetinchem woonden 166 Joden. 21 Onder meer de gemeenteraadsleden Sam Cohen en Philip van Perlstein en de wethouders Noach van Perlstein en Jacob Themans. 22 De synagoge bevond zich in een woning (zie pagina 31, transactielijst volgnummer 1970 Verkaufsbücher). 20
16
In de stad waren veel joodse kledingzaken. Bekend was vooral Modehuis Jacobs op de Markt. Mevrouw Jacobs had de zaak na de dood van haar man samen met haar nieuwe echtgenoot Juda Frank voortgezet. Na haar overlijden in 1934 runde haar zoon Iwan de winkel. Een andere modezaak bevond zich in de Hamburgerstraat. Op nummer 10. Die winkel was van de firma Reichenberger-Themans en was opgericht in 1861 door Mozes Reichenberger. In 1925 werd de zaak uitgebreid door op nummer 1723 aan de overzijde van de straat nog een winkel te openen. Ook Sam Cohen had een textielwinkel: De Marktwinkel, in de Boliestraat. In die straat waren ook het eethuisje van Jacob Groonheim en de meubelzaak van Mogendorff: Fimodo, FIrma MOgendorff DOetinchem. Het door hun vader Maurits opgerichte bedrijf werd gerund door de drie broers, Charles, Justus en Henry. In de Gart Seevinckgang waren de werkplaatsen. Aan de IJsselkade was lunchroom Van Zuiden met uitzicht over de Oude IJssel en in de Adelaarstraaat verkocht Louis Cohen in zijn Volksbazaar Elco schrijfbenodigheden en speelgoed. Distilleerderij Van Perlstein, halverwege de Waterstraat, zorgde al vanaf 1864 voor een zoetig geurende lucht in de stad. Sinds 1932 was Piet van Gent directeur. Hij was Regina van Perlstein opgevolgd die het bedrijf had voortgezet na de dood van haar man Philip.
Van Gent kreeg geregeld bezoek van zijn buurman Kees Misset met de vraag of hij de zaak niet wilde verkopen. Misset wilde namelijk graag zijn naastgelegen uitgeverij en drukkerij uitbreiden. Evenzovele keren weigerde Van Gent. De andere buur van Kees Misset was de synagoge. Daar was Louis Nieweg voorganger. Elke vrijdagavond was er een dienst. Vrouwen dienden dan plaats te nemen op de speciale vrouwentribune. Daarnaast kende de stad de journalist Manus Groenheim, werkzaam bij de Graafschap-bode, veearts Bram Herschel, makelaar Alex Heilbron en oud-ijzerhandelaar Sally de Wolff. Hedwig Groonheim was onderwijzeres aan de openbare school aan de Varsseveldseweg en aan het Gemeentelijk Lyceum in de Van Nispenstraat waren twee joodse docenten verbonden: Jaap Cauveren en Henry Hoek.
De synagoge in de Waterstraat
23
Het historische pandje van Brinks.
17
Cauveren woonde in de Wilhelminastraat. Een paar huizen verderop woonden de joodse families Wolff, Heilbron en Philips. Nog iets verder was het huis van vormingsleider Nijdeken, de leider van de NSB-kring Doetinchem. Bij het echtpaar Cauveren stonden twee rugzakken en twee drinkbekers in de gang. Als gelovige Joden weigerden ze om onder te duiken. Ze waren ervan overtuigd dat als het Gods wil was dat hen iets zou overkomen, zij zich daar niet aan moesten Bertha en Jacob Cauveren onttrekken. Op een avond belde Cauveren zijn leerlinge Bep de Vries op. Hij vroeg haar of ze naar zijn huis wilde komen. Dat deed Bep. Kort daarop arriveerde daar ook haar klasgenote Jacqueline Houtsma 24. Cauveren gaf Bep een Latijns en een Grieks woordenboek. Ook Jacqueline kreeg twee boeken. Waarom hij de boeken gaf, vertelde hij niet25. Dat bleek op 9 april 1943. Midden op de dag reed toen een Duitse overvalwagen de tot Thorbeckestraat omgedoopte Wilhelminastraat26 in. De auto stopte bij de woning van Bertha en Jacob Cauveren. De Grüne Polizei haalde beiden vervolgens uit huis. In een veewagon schreef Cauveren in het Latijn een afscheidsbriefje dat hij naar buiten gooide. De wagon maakte deel uit van een trein die onderweg was naar concentratiekamp Sobibor27. Daar werd het paar vergast. Ook zijn collega Henry Hoek onderging eenzelfde lot.
Nooit meer zou zijn zo gewaardeerde pianospel via het openstaande raam van zijn woning in de Boliestraat te horen zijn. In augustus 1940 zetten de Duitsers de bioscopen naar hun hand en werd de Nederlandse Bioscoopbond omgevormd tot het Filmgilde van de Nederlandse Kultuurkamer. In januari 1941 werd bepaald dat Joden niet meer tot bioscopen toegelaten mochten worden. En dat terwijl Justus Mogendorff een van de oprichters was van bioscoop Luxor in de Hamburgerstraat. In de film De eeuwige jood probeerden de Duitsers de gevaren van het internationale jodendom te laten zien. Daarin werden de Joden als oorzaak van de oorlog genoemd en als een mensonwaardig ras afgeschilderd. Hoewel de film verplicht was voor elke bioscoopexploitant gingen veel Nederlanders niet kijken. Het op die manier aanwakkeren van anti-joodse gevoelens had ook in Doetinchem effect. Er werden onder meer ruiten van winkels ingegooid bij modezaak Jacobs op de Markt, bij Cohen in de Boliestraat en bij Philips in de Hamburgerstraat.
Modezaak Reichenberger-Themans in de Hamburgerstraat
De zus van verzetsman Jan Houtsma. Van de Weerdt-de Vries, 2008, interview. 26 Namen van nog in leven zijnde leden van het koninklijk huis waren op Duitse bevel verwijderd. 27 Het echtpaar Cauveren werd op 28 mei 1943 in Sobibor vergast. Longontsteking en pleuritis werden als doodsoorzaak opgegeven. 24 25
18
De anti-joodse maatregelen De Duitsers verplichtten iedereen om een ariërverklaring 28 in te vullen. Een van de eerste anti-joodse maatregelen die ze vervolgens namen, was het ontslaan van Joden uit de Luchtbeschermingsdienst. Daarvan werd onder meer Justus Mogendorff het slachtoffer. Ook werd het onverdoofd slachten verboden. Daarna werden joodse ambtenaren ontslagen. Dat betekende ook het ontslag van Hedwig Groonheim, Jacob Cauveren en Henry Hoek. Dat pikten de lyceïsten echter niet en er volgde een protestactie29. Vanaf januari 1942 diende op een joods persoonsbewijs de letter J te staan. En in mei werden Joden verplicht een gele ster op hun kleding te dragen. Daarnaast moesten ze hun fiets inleveren en mochten ze geen lid zijn van niet-joodse verenigingen. Evenmin mochten ze sporten, autorijden of een telefoon bezitten. Joodse kinderen moesten naar aparte scholen.
De in nazi-ogen ongewenste boeken van joodse, communistische en entartete schijvers werden uit de bibliotheek verwijderd. Werken van onder meer joodse auteurs zoals Sigmund Freud, Heinrich Heine, Walter Rathenau en Franz Kafka waren al snel niet meer te vinden. Als het boeken betrof die aan twijfel onderhevig waren dan besloot het bibliotheekbestuur om het daarvoor bestemde aanvraagformulier in te sturen zodat beoordeeld kon worden of een boek aan de Duitse voorwaarden voldeed. Een regeling waarvan het bestuur zei dat het op die manier wilde laten blijken dat het van goede wil was en zich loyaal aan de situatie aanpaste. Met dat standpunt volgde het de instructie van de Centrale Vereeniging voor Openbare Leeszalen. Er was slechts één bibliotheek in Nederland die weigerde om de boekenzuivering door te voeren: die van de katholieke universiteit Nijmegen. De bibliothecaris ervan liet in november 1940 aan de Duitsers weten dat hij de zuivering niet in overeenstemming kon brengen met zijn eer. Met dergelijke principes wisten de Duitsers echter wel raad: ze sloten hem twee weken in Arnhem op. Zij hadden zo hun eigen principes. Dat bleek ook toen er op 15 september 1941 overal borden verschenen met de tekst Verboden voor Joden. Ook op de deur van de Doetinchemse bibliotheek hing vanaf dat moment zo’n bord. In een ariërverklaring verklaarde iemand geen joods bloed te hebben.
Zie Het leerlingenprotest, pagina 134. Slechts op één andere middelbare school in Nederland was een dergelijk protest: het Vossius Gymnasium in Amsterdam. 28 29
19
Bij de ingang van de Doetinchemse bibliotheek
Bij de ingang van zwembad Groenendaal
Op 20 januari 1942 kwamen vijftien nazikopstukken in een villa bij de Wannsee in de omgeving van Berlijn bij elkaar. Daar stelden ze een definitief plan op voor uitroeiing van alle Joden: de Endlösung der Judenfrage. Tijdens deze zogeheten Wannseeconferentie werd na bestudering van het gifgas Zyklon B gekozen voor vergassen. Ook werd besloten welke gebieden het eerst moesten worden gezuiverd. Adolf Eichmann kreeg de opdracht de transporten en de bouw van gaskamers te regelen.
20
De razzia’s en de deportaties Op 8 oktober 1941 was de eerste razzia in Doetinchem30. De Grüne Polizei en de Sicherheitsdienst hadden een lijst met 23 namen. Veel joodse inwoners wisten echter tijdig te vluchten. Uiteindelijk werden, met assistentie van twee Doetinchemse politieagenten, zes Doetinchemse Joden uit hun huizen gehaald. Zij werden naar Mauthausen gedeporteerd. Nog diezelfde maand vonden ze daar de dood. De tweede grote razzia in de Achterhoek was in de nacht van 17 op 18 november 1942. In Doetinchem, Wehl, Hummelo & Keppel en Zelhem werden totaal 68 Joden opgepakt. Ze werden verzameld in de Sociëteit31. Daar waren ook burgemeester Duval Slothouwer en politie-inspecteur Lebbink aanwezig32. ’s Morgens bracht Lebbink ze onder politiebegeleiding met een tram naar Dieren. Vervolgens werden ze per trein naar Kamp Westerbork gebracht. Alfred de Wolff wist echter bij Wezep uit de trein te springen33. In Doetinchem werden de leegstaande woningen door de politie verzegeld. Sommige Joden doken vervolgens onder. Om geen argwaan te wekken lieten ze vaak een balkondeur of een raam van hun woning openstaan. Alsof ze er nog waren. Ook kwam het voor dat buren de politie belden als ze al enige tijd niemand in een woning hadden gezien. Die controleerde dan of er al dan niet iemand aanwezig was.
Begin april 1943 kregen de nog aanwezige Joden in de stad bericht dat ze zich via de kortste route moesten melden in Kamp Vught. Alleen Schlösser en Groonheim kregen een maand uitstel vanwege ziekte. Justus en Marianne Mogendorff gaven gehoor aan de oproep en reisden per trein naar Vught om zich te melden. Hun drie dochters hadden ze echter ondergebracht op onderduikadressen 34. Na 10 april woonden er officieel geen Joden meer in Doetinchem. Ze hadden zich gedwongen gemeld, waren opgepakt of zaten ondergedoken. Hun woningen en winkels stonden leeg. De inboedels werden gestolen of opgeslagen in de leegstaande katholieke kerk. De meeste Doetinchemse Joden werden via Westerbork gedeporteerd naar Auschwitz en Sobibor. Daar stierven ze meestal binnen een paar dagen na aankomst in de gaskamers.
Politierapport 9 april 1943 Behalve de woning van B. Schlösser aan de Varsseveldseweg 5, zijn thans alle jodenwoningen onbewoond. Men lette op: na 10 april 1943 moeten alle joden, behalve bovengenoemde en Groonheim van de Linzebosch de provincies Gelderland en Overijssel hebben verlaten. Allen die zich na dit tijdstip nog zonder bewijs van de Zentralstelle voor de Judische Auswanderung in deze provincies ophouden, worden als illegaal levende joden aangemerkt en moeten worden gearresteerd.
Nadat ook bij Leo Coeverden en Eva Berlijn een oproep in de bus was gevallen, drongen veel vrienden er bij hen op aan om onder te duiken. Op zijn minst zou Julia een veilig onderkomen moeten hebben, vonden ze. Eva en Leo weigerden echter. Ze wilden per se bij elkaar blijven. Tevens wilden ze ook hun ouders niet in de steek laten. Van Dinie Misset, de vrouw van Kees Misset35, kregen ze een reiswiegje: het beoogde wiegje van haar tien jaar eerder doodgeboren zoon. Ook in de rest van de Achterhoek. De Sociëteit bevond zich in de Grutstraat, op de plek van de huidige Gruitpoort. 32 Roording, Kronyck, p. 33. 33 Alfred de Wolff overleefde de oorlog. 34 Zie het verhaal van de familie Mogendorff, pagina 142. 35 Eva Berlijn was werkzaam bij uitgeversmaatschappij Misset. 30 31
21
In 1940 trouwden Leo Coeverden en Eva Berlijn en na de huwelijksvoltrekking werd op het bordes van het gemeentehuis op de Markt een foto gemaakt. Op 27 mei 1941 schreven ze hun namen in een grot in Valkenburg36. Op 14 juli 1942 waren ze met hun baby Juuleke van Doetinchem op weg naar familie in Dinxperlo. Te voet, met davidsster, omdat Joden geen fiets meer mochten bezitten.
In maart 1943 werden Eva, Leo en de 1-jarige Julia naar Westerbork gebracht. Via het Kamp Vught kwamen daar ook de ouders van Leo terecht. Eind mei 1943 vertrokken ze samen met hun ouders per trein in oostelijke richting. Onderweg wist Leo op 25 mei een briekaart uit de veewagon te gooien. Het werd gevonden, gepost en op het goede adres in Silvolde bezorgd.
Beste Jan en familie, Mama, papa, Eef, Juleke en ik zitten in de trein en gaan naar het onbekende. Wij zijn flink en houden moed, doen jullie dat ook. De redding staat voor de deur dus wij komen terug. Fietie, Greet, man en kind zijn nog in Vught en hopen dat ze daar blijven kunnen. Wij zijn erg blij dat we onze lieve ouders gezien hebben en dat ze bij ons zijn. Jullie halen ons toch weer op? Nu lieve jongens stop ik. Verder sterkte toegewenst van ons vijven. ‘t Schrijven gaat moeilijk in de trein. Geef de groeten aan alle bekenden ook in Dinxperlo. Lieve Jan en fam. Ook de hartelijke groeten van ons beiden. Na lijden komt verblijden. Hartelijke groeten. Tot kijk. Leo, Eva en Julia werden op 28 mei 1943 vergast in Sobibor. Abraham Samuel Berlijn, Elisabeth Berlijn, Jacob Berlijn, Johanna Berlijn, Lina Berlijn-Fuldauer, Louis Berlijn, Nathan Berlijn en Sallij Berlijn stierven in Auschwitz.
36
De reden van hun aanwezigheid in de grot is in onderzoek. Volgens gidsen waren er geen joodse onderduikers.
22
De dagboeken van Iet Gerritsen Hoe het de Joodse inwoners van Doetinchem verging, valt onder meer te lezen in dagboeken van verzetsvrouw Iet Gerritsen37. Zij hield die de gehele oorlog vrijwel dagelijks bij38. Zij schreef daarin weliswaar niets over haar verzetswerk, maar de boeken bevatten desalniettemin een schat aan informatie. Temeer daar dagboeken in zijn algemeenheid de situatie van die dag weergeven, inclusief geruchten: het zijn geen beschouwingen achteraf. De dagboeken van Iet Gerritsen laten dan ook goed zien waarvan de inwoners op dat moment al dan niet op de hoogte waren. Bij deze een aantal passages die betrekking hebben op de jodenvervolging en met name op de transacties van panden. 8 october 1941, woensdag … Vandaag is het een reuze nare dag geweest. Er zijn in ons land verschrikkelijke maatregelen genomen tegen de Joden. ’s Morgens vroeg begon het hier al. De overvalwagen vloog door de straten met 8 gewapende soldaten erop. Bij alle Joden werd aangebeld en het huis doorzocht. De meeste Joden waren al gevlucht zodat ze er maar ongeveer 4 in Doetinchem hebben gekregen. Bij de gezinnen waar er geen aanwezig was, werd de telephoonleiding direct doorgesneden en de huisgenoten mochten die morgen niet op straat komen. Jaap Schlösser hebben ze ook meegenomen. Vanmiddag om 2 uur ging de open overvalwagen hier nog voorbij. De mensen in Doetinchem zijn woest.
Ik denk dat dit bij de meeste mensen in geheel Nederland ’t geval is. Er wordt gepraat over Zinkwitfabrieken. Daar zouden ze heen gebracht worden. In Noorwegen. ’t Is vandaag een reuze miserabele dag geweest. … 9 october 1941, donderdag … Vannacht is er weer huiszoeking gedaan door politie en marechaussee bij alle Joden waarvan leden van het gezin voortvluchtig zijn. Ze hebben niets gevonden. Ik hoorde dat ze mevrouw Mogendorff op een verschrikkelijke manier hebben uitgescholden. … Vrijdag 31 0ctober 1941 … Akelig weer en reuze koud. Vanmiddag sprak ik mevrouw Van de Sigtenhorst die erg ontdaan was en me vertelde dat er uit Terborg al 4 Joden waren gestorven die gevangengenomen waren. Onder andere Levy39. ’s Avonds op zang hoorde ik van de Heer Wassink dat die berichten van Terborg inderdaad waar zouden zijn. Er werd ook de naam van Jaap Schlösser en Juul Heilbron genoemd. Vreselijk als dat waar is. … Zaterdag 1 november 1941 … Ik heb dit dagboek nu al een maand bijgehouden en het bevalt me erg goed. Ik hoorde net dat de Burgemeester de berichten van de Duitsers over de gestorven Joden heeft ontvangen en die moest doorgeven aan de familie. De burgemeester kon dit echter niet doen, vond het te erg. Hij heeft toen mevrouw Nieweg40 verzocht dit te doen. Mevrouw Nieweg heeft 2 gezinnen bezocht en kon het toen ook niet verder. Betje Schlösser heeft ook bericht gehad.
Ze is al helemaal in het zwart gekleed, hoorde ik vertellen. Als je dit nu allemaal hoort dan kun je je best vergrijpen aan al die moffen die hier rondlopen in de stad met snuiten alsof ze heel Nederland toekomt. Ze zullen ook nog wel eens anders kijken. Ze zullen hun streken wel thuiskrijgen. … Donderdag 13 november ’41 … Vandaag hoorden we dat de joden weer terug moeten komen. Of liever, die terug waren moeten zich binnen 4 dagen melden. ’t Is toch voor hen wel vreselijk. Ze worden behandeld als beesten en weten op ’t laatst ook niet meer wat ze moeten doen. …
De elf dagboeken zijn in 2019 door haar dochter Joke Mulschlegel geschonken aan Stichting Doetinchem Herdenkt. Ze bevinden zich in het archief van het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers. 38 Er ontbreken twee dagboeken. Die zijn bij haar arrestatie en de bijbehorende huiszoeking op 31 januari 1945 door de Sicherheitsdienst in beslag genomen. De overige waren verborgen onder de vloer. 39 Het betrof veekoopman Sally Levy, eigenaar van onder meer 9 huizen in de Tenkinkstraat. 40 De echtgenote van de joodse voorganger Louis Nieweg. 37
23
Dinsdag 18 november ‘41 … Er zijn enkele Joden weer hier terug. De heer Nieweg en J. Mogendorff41 hebben we weer zien lopen. Ik vind het reuze gevaarlijk want we hebben zo’n idee dat ze toch weer een keer beginnen met de Joden in te pikken. Alle vijf die hier uit Doetinchem zijn meegenomen zijn nu dood. Of liever, de familie heeft het overlijdensbericht ontvangen. De meeste mensen geloven echter nog niet dat dat allemaal waar is. … Zaterdag 22 november 1941 … Roelf42 was vanavond hier en vertelde dat hij bij de familie Cauveren43 was geweest. Toen Roelf binnenkwam zei Coef44: “Zo Groeneboer, heb je het al gehoord van Japie. Dood”. Wat eigenwijs zegt zo’n man dat dan. ’t Is toch maar vreselijk voor die mensen. … Vrijdag 28 november ‘41 … Mevrouw Levy uit Terborg vandaag gesproken. Erg zielig en naar. Ze gelooft nog niet dat haar man 45 werkelijk dood is. … Zaterdag 13 december 41 … Ik heb gisteren Manus Groenheim46 gezien. En ik meen ook Ch. Mogendorff47. Justus was al een tijd weer hier. ‘k Vind het anders wel gevaarlijk. Er zal toch zo wel weer wat met hen gebeuren. … Maandag 15 december 1941 … Nu zijn alle gevluchte Joden weer terug. Ze moesten voor de 15 de terug zijn op last van de Joodsche raad. Nu maar afwachten. … Zaterdag 14 februari ‘42 … Er is ook gauw vergadering van de Gebouwcommissie.
Kees vertelde dat in het gebouw van Christelijke Belangen een bordje “Verboden voor Joden” geplaatst is. Dat moet nu besproken worden. ’t Zal er wel niet blijven hangen. … Vrijdag 13 maart ’42 … De Joodse eigendommen moeten verkocht worden. Misschien heb ik dit al eerder opgeschreven want ’t is al langer in bewerking. Nu zal het wel doorgaan. … Woensdag 25 maart ‘42 … Nannie Cauveren48 is vandaag getrouwd. De Joden waren wel losgelaten. Ze liepen allemaal in de stad. Als joden getrouwd zijn, hoeven ze niet naar het kamp. Vandaar dat er nu veel trouwen. … Woensdag 8 april ‘42 … Heideman49 is nu in de zaak van Mogendorff. Het privékantoor moest ontruimd worden en daar zit nu deze meneer. Alles moeten ze nu aan hem vragen. Er zal binnenkort wel een portret van Hitler hangen. De oude mevrouw50 krijgt helemaal geen geld meer. … Vrijdag 17 april ‘42 … Vandaag zijn er in ’t Plantsoen borden geplaatst met ’Verboden voor Joden’. ’t Is een misselijk gezicht. Bij ’t Gele Hekken ook. … Zondag 3 mei ‘42 .. De Joden hebben nu allen hun Davidster op. ’t Zijn grote dingen en ze hebben bijna een oranje kleur. .. Dinsdag 26 mei ‘42 … De Joden tussen 18 en 50 jaar moeten allemaal voor een werkkamp worden gekeurd, door Joodse artsen. Als die er één afkeuren dan wordt deze direct door een Duitse arts over gekeurd. Dus dan weet je het wel. … Justus Mogendorff. De zoon van dominee Groeneboer.
43 Joodse leraar van het lyceum. Hij was een jaar eerder geschorst en daarna ontslagen. 44 De Coef was op school de bijnaam van Cauveren. 45 Sally Levy uit Terborg, veehandelaar. Hij werd opgepakt tijdens de razzia van 8 oktober 1941. 46 Joodse journalist van de Graafschap-bode. 47 Charles Mogendorff. Hij was een broer van Justus en Henry. 48 Nanny van Cauveren was de dochter van de docent Jacob Cauveren. 49 Heidemann was een Duitse Verwalter en een Stützpunktleiter van de NSDAP. 50 Waarschijnlijk wordt bedoeld Saartje Mogendorff-de Jong, de moeder van Charles, Justus en Henry. 41 42
24
Maandag 22 juni ‘42 … Vanmorgen stond in de courant dat de joden voor 24 juni, 1 uur ‘s middags hun fietsen moeten inleveren. Wij mogen geen fiets aan een jood lenen. Ze mogen er dus helemaal niet op rijden. De burgemeester moet ze in ontvangst nemen. Die mensen worden toch op een vreselijke manier behandeld. De heren Mogendorff mogen niet meer in de zaak komen. Ze zijn er nu helemaal uit. Ik hoorde dat Charl naar een kamp moet. Vreselijk. … Woensdag 24 juni ‘42 … Vandaag moesten de joden hun fiets inleveren. Hoe dat gegaan is weet ik niet. ’t Is anders wel heel wat voor hen, hoor. Alles moeten ze maar afstaan. … Donderdag 25 juni 1942 … Vanmorgen hoorden we dat Nieweg51 was opgepakt. Ik kwam vanmiddag door de Boliestraat en daar zag ik hem zitten op ’t politiebureau52. Wat er nu precies is gebeurd weet ik niet. De één zegt dat hij zijn fiets niet had ingeleverd, de ander dat hij een oude fiets heeft gegeven. Maar in ieder geval is er iets niet in de haak. De Joden zelf vinden ’t reuze stom van hem en zeggen dat hij ’t voor hen nog veel moeilijker maakt. … Zaterdag 27 juni 1942 … Ze hebben meneer Nieweg naar Arnhem gebracht. Of hij wel ooit weer zal komen? … Dinsdag 30 juni 1942 … Vanmorgen weer een nieuwe verordening in de courant. De Joden mogen nu bijna niets meer doen.
Ze mogen in niet-joodse winkels alleen kopen tussen 3 en 5 uur, en niets mag bij hen thuisgebracht worden. Ik meen er zelfs uit op te maken dat ze ook niet bij niet-joden aan huis mogen komen. Het staat er erg onduidelijk. ’s Avonds na 8 uur mogen ze niet buitenshuis vertoeven. Dus ze mogen niet eens in hun eigen tuin zitten. ’t Wordt nu toch wel te erg voor hen gemaakt. … Vrijdag 3 juli 1942 … Vanmorgen stond er in de courant een extra bericht dat het aan joden verboden is woningen van nietjoden te betreden. … Donderdag 20 augustus 1942. … Janny53 was vanavond even bij Friedenberg54. Vreselijk naar allemaal. Ze waren allen natuurlijk thuis want ’t was 8 uur geweest. Meneer was alle namen voluit aan het drukken op reepjes linnen die in hun kleren genaaid moesten worden. Alle Joden tussen 18 en 65 jaar zijn gisteren en vandaag gekeurd. Alleen Friedenberg niet. Ze hebben wel een brief in huis gekregen wat ze allemaal klaar moeten hebben. Allemaal 1 rugzak. Voor Gisela hebben ze een wijde jurk van waterdichte stof laten maken met wijde pofmouwen zodat er truien onder gedragen kunnen worden. Ze moeten ook 2 dekens meenemen. Ze verwachten ieder ogenblik het bericht dat ze weg moeten, vooral ook omdat ze Duitse Joden zijn. Mevrouw Friedenberg had aan Janny gezegd: ’Als wij gaan dan komen wij nooit weer’. Vreselijk om met zo’n vooruitzicht verder te leven.
Ieder ogenblik verwachten dat ze je uit je huis komen halen en je gezin uit elkaar rukken.Er wordt verteld dat de Duitsers die op de Nemaho 55 werken in de huizen van de Joden moeten. … Woensdag 26 augustus 1942 … De Joden uit Doetinchem zouden vandaag weg moeten naar werkkampen in Drenthe. Ze hebben nu weer even uitstel gekregen en lopen hier nog rond. Iedere dag is gewonnen. Ze hebben wel alles klaar. Bij Van de Sigtenhorst stonden vorige week allemaal pannetjes met een gaatje klaar. Net van die hondenbakjes. Die kunnen en ze dan met een koord om zich heen hangen. Meneer Nieweg is er weer tussenuit. Waarom ’t is weet ik niet. Men zegt dat Maurits 56 weg is en dat ze nu bang zijn voor andere maatregelen, bv. dat ze dan de ouders nemen. ’t Is me wel een leven voor die mensen. Ze worden opgejaagd als beesten. …
Joodse voorganger, wonende Tenkinkstraat 17. Het politiebureau bevond zich toen nog op de Markt, naast het gemeentehuis. 53 Janny Gerritsen was de zus van Iet Gerritsen. 54 Het betrof een uit Duitsland afkomstige joodse familie. Friedenberg was medevennoot bij de Mica-fabriek. Hij, zijn vrouw en hun dochter Gisela, doken onder bij zuster Siebelink. 55 In de nieuwe Nemahofabriek was Diederichs Flugzeugbau gevestigd. Er werden zweefvliegtuigen gerepareerd. Vooral op kantoor waren Duitsers werkzaam. 56 Maurits Nieweg, zoon van voorganger Louis Nieweg. 51 52
25
Dinsdag 1 september 1942 … Vanmorgen hoorde ik dat de hele familie Heilbron van de Wijnbergseweg57 zoek was. Alles is daar stil, vertelden ze me. Ik ben er langs gefietst maar zag dat boven de balkondeuren open stonden. Of ze nou weg zijn of niet? Vanmiddag vertelde iemand me dat ze werkelijk weg waren en dat de balkondeuren open stonden om geen aandacht te trekken. … Zaterdag 12 december 1942 … Corry Bon58 had de familie Van Gelder59 gezien op het Stationsplein in Arnhem. Ze werden weggebracht. Ook zo iets verschrikkelijks. … Vrijdag 8 januari 1943 … Ze zijn nu af en toe een jodenhuis aan ’t leeghalen. De meubels slaan ze dan ergens op. Het is gewoon vreselijk. Meneer Barthlema60 heeft het huis van Heilbron aan de Keppelseweg 61 toegewezen gekregen. Ruimzicht is nu gevorderd voor het R.O. Amersfoort62. Ruimzicht komt in het meisjesinternaat en het internaat moet dan in het huis van Heilbron. Ze zijn al aan het verhuizen. Toch lijkt het me een naar idee om daar te wonen. Nu is Heilbron wel niet naar Polen, hij is met het hele gezin ondergedoken, maar ik vind het toch akelig. … Maandag 25 januari 1943 … Nu is Leo Reichenberger met z’n gezin naar Amsterdam vertrokken. Eerst heeft hij 2 dagen in Arnhem gezeten omdat hij de sleutel van zijn bureau niet af wilde geven aan een NSB-er die er niets te maken had.