CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2036 Samen groeien, gewoon doen.pdf

informatieve raadsbijeenkomst 23 mei 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Nieuw beleidskader sociaal domein19.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

‘Als je moeite hebt met basisvaardigheden, vind je minder snel een baan, heb je minder grip op je administratie en geldzaken en kun je minder gezond leven.’

30

Elke nieuwkomer hoort erbij vanaf dag één Voor ons staat voorop dat iedereen erbij hoort. We willen dat nieuwkomers vanaf dag één volwaardig meedoen in onze samenleving, het liefst via betaald werk. Bij de groep nieuwkomers zit nog heel veel onbenut talent. Dat willen we veranderen. Daarom investeren we in de maatschappelijke participatie van nieuwkomers. Met cultuurvertalers en sleutelpersonen zetten we gericht ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid in, zodat nieuwkomers hun weg kunnen vinden in onze samenleving.

Basisvaardigheden op orde Veel mensen hebben moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak hebben ze dan ook beperkte digitale vaardigheden. Goede basisvaardigheden zijn belangrijk om mee te kunnen doen in de samenleving. Basisvaardigheden zijn overal bij nodig, bijvoorbeeld bij het gebruik van een smartphone, om de bijsluiter van medicijnen te lezen, om bij de kassa wisselgeld na te tellen of om (klein)kinderen voor te lezen. Mensen die moeite hebben met basisvaardigheden, vinden minder snel een baan, hebben minder grip op de administratie en geldzaken en kunnen minder gezond leven. Kortom, ze kunnen dan minder goed meedoen in de samenleving. Dat heeft grote impact op het persoonlijk leven. Als de basisvaardigheden op orde zijn, zijn mensen zelfstandiger. Het draagt bij aan (meer) zelfredzaamheid), (arbeids)participatie en gezondheid. We willen drempels wegnemen en kansen creëren. Iedereen die moeite heeft met basisvaardigheden, krijgt de kansen om via een passend leertraject die vaardigheden verder te ontwikkelen.

31

4.4 Gezond en gelukkig leven We wensen elkaar bij gelegenheid een goede gezondheid toe. Een goede gezondheid is een groot goed. Mensen in Nederland leven langer dan ooit. Maar er zijn ook grote verschillen in gezondheid. Gezondheid en bestaanszekerheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op individueel niveau, want een goede gezondheid is Inwoner centraal

een belangrijk onderdeel van bestaanszekerheid. Maar ook op samenlevingsniveau, op het niveau van de publieke gezondheid. Bestaansonzekerheid heeft een negatief effect op de mentale en

Veerkracht

fysieke gezondheid van mensen. Het vermogen van men¬sen

Preventie Gezond en gelukkig leven

gezond te zijn en te blijven wordt mede bepaald door de omstandigheden waarin ze leven, werken, leren, wonen en ouder worden. Onze gemeente kent alle problematiek van de grote stad, maar

Perspectief

Vertrouwen Uitvoeringsagenda

dan op kleinere schaal. De gezondheidsrisico’s verschillen van wijk tot wijk, maar ook per doelgroep. Met sociaaleconomische gezondheidsverschillen wordt bedoeld de systematische verschillen in gezondheid en levensverwachting, afhankelijk van iemands positie in de maatschappij, veelal uitgedrukt in sociaaleconomische positie (SEP).

Weetje! Theoretisch opgeleiden worden gemiddeld 5 jaar ouder en leven gemiddeld 14 jaar langer in goede gezondheid dan praktisch geschoolden. Gerelateerd aan inkomen en vermogen zijn de verschillen nog groter: de 20 procent meest welvarende mensen in Nederland worden ruim acht jaar ouder en leven 24 jaar langer in goede gezondheid in vergelijking tot de 20 procent minst welvarende mensen.

Deze sociaaleconomische gezondheidsverschillen hebben nadelige gevolgen voor de individu en de samenleving. Mensen met gezondheidsproblemen hebben een lagere kwaliteit van leven dan mogelijk had gekund. Dat is nadelig voor de mensen zelf, voor hun welzijn, onafhankelijkheid en levensgeluk. Daarnaast hebben gezondheidsproblemen een direct effect op de mogelijkheden om te werken of op een andere wijze een bijdrage te leveren aan de samenleving. De maatschappelijke en economische gevolgen van gezondheidsproblemen en van sociaaleconomische gezondheidsverschillen zijn groot. Zo is bijvoorbeeld de arbeidsdeelname van mensen met gezondheidsproblemen lager dan van gezonde mensen. Gezondheidsproblemen brengen ook kosten met zich mee voor de mensen die met de problemen kampen en het leidt tot hoge kosten voor publieke regelingen en voorzieningen. Langer in goede gezondheid leven wordt dus steeds belangrijker, voor het welzijn van de individu en voor de hele samenleving.

32

Weetje! Mensen met een lage sociaaleconomische positie (SEP) hebben een levensverwachting in goed ervaren gezondheid die 15 jaar lager is dan mensen met een hoge SEP. Bovendien leven mensen met een lage SEP gemiddeld 7 jaar korter. De helft van de Nederlandse bevolking heeft op dit moment overgewicht; mensen met een lage SEP zijn in deze groep oververtegenwoordigd. Daarnaast kampen steeds meer mensen met mentale problemen. Een burn-out is inmiddels beroepsziekte nummer één.

Het bevorderden van gezondheid en het verminderen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen heeft een positief effect op maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Het investeren in het voorkomen van ziekte heeft een groot economisch en maatschappelijk rendement. Het vergroten van gezondheid leidt tot minder of later gebruik van zorg. Het bevorderen van gezondheid en verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen draagt bij aan een gezondere (beroeps)bevolking, leidt tot hogere arbeidsparticipatie en een lagere afhankelijkheid van publieke regelingen en voorzieningen. We gaan voor een breed en integraal gezondheidsbeleid, soms gericht op alle inwoners en soms op specifieke groepen en/of wijken. We investeren in gezondheidsbevordering voor risicogroepen én een gezonde(re) samenleving in algemene zin. Daarbij zien we de kracht van sport, bewegen en cultuur. Dit is voor ons zowel een middel als een doel. Het doel is de directe beleving en het middel is de bijdrage aan meedoen, inclusie, zingeving, betere fysieke en mentale gezondheid en sociale vaardigheden. Hiermee leggen we de basis voor een gezond en gelukkig leven.

33

4.4.1 Onze keuzes Gezondheid, preventie en leefstijl leidend Wij willen dat onze inwoners gezond zijn en daarover zelf de regie hebben. Gezondheid, preventie en leefstijl zijn leidend, niet ziekte en behandeling. Wij spannen ons er maximaal voor in dat onze inwoners zich gezond en gelukkig voelen en minder zorg nodig hebben.

Positieve gezondheid Gezondheid is veel meer dan lichamelijke en psychische gezondheid. Het gaat ook over meedoen en zingeving, een fijne woonplek en financiële onafhankelijkheid. Gezondheid is verbonden aan nagenoeg alle (beleids)domeinen en vraagt daarom een integrale aanpak. Wij hanteren een brede benadering van gezondheid. Dat doen wij vanuit het concept van Positieve Gezondheid. Met die brede benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. En vooral om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Het accent ligt niet op klachten en gezondheids­ problemen. Maar op de mensen zelf, op hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt.

Afbeelding van een gespreksinstrument dat gebruikt wordt vanuit het concept Positieve Gezondheid.

34

Integrale aanpak Gezondheid is verbonden aan nagenoeg alle beleidsdomeinen en vraagt daarom een integrale aanpak. Wij streven naar gezondheid in alle beleidsdomeinen (Health in (and for) all Policies). Daarmee werken we aan het verbeteren van de volksgezondheid door nadrukkelijk ook andere factoren dan gezondheid betreffen. Maar factoren die wel een belangrijke invloeden hebben op de algemene gezondheidstoestand. Denk aan onderwijs, voorzieningen en economie. En nadrukkelijk ook de fysieke leefomgeving. Daarom wegen we gezondheid mee bij keuzes in de fysieke leefomgeving.

Terugdringen gezondheidsachterstanden en sociaaleconomische verschillen Een derde van onze inwoners heeft een lage sociaaleconomische positie (SEP). Het verkleinen van vermijdbare sociaaleconomische gezondheidsverschillen maakt integraal onderdeel uit van onze sociale opgaven. Wij focussen op het bieden van gelijke gezondheidskansen aan jeugd en jongeren, ouderen, mensen met een lage sociaaleconomische positie en mensen van niet-westerse komaf. Boven houden we rekening met factoren die van invloed zijn op inclusie. Er zijn enkele aandachtswijken en daar willen wij gericht op investeren.

Lokale uitvoeringskracht met Plan van Aanpak GALA Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) richt zich op het bouwen aan een fundament voor een gerichte aanpak op het gebied van gezondheid & preventie, versterken van de sociale basis en stimuleren sport, bewegen & cultuur. Het doel is het bereiken van een gezonde generatie in 2040. Met ons lokale Plan van Aanpak GALA kunnen we ons preventief (gezondheids)beleid versterken en duurzame borgen. Met ons lokale Plan van Aanpak GALA werken we aan vier hoofdopgaven: 1. Gezond en kansrijk opgroeien; 2. Fysiek en mentaal gezond; 3. Gezonde en sterke sociale omgeving; 4. Vitaal ouder worden. We geven uitvoering aan concrete acties, interventies en projecten op het gebied van gezondheid, sport en bewegen. We komen tot grotere lokale uitvoeringskracht op belangrijke onderwerpen als het verminderen van eenzaamheid, toekomstbestendige mantelzorg, het versterken van mentale weerbaarheid en verslavingspreventie. Hiermee leveren we een belangrijke bijdrage aan onze opgave op het gebied van gezond en gelukkig leven.

Regionaal versnellen met Regioplan IZA Het Integraal Zorgakkoord (IZA) is gericht op het toekomstbestendig maken van de zorg. In het IZA zijn afspraken vastgelegd tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), gemeenten, zorgverzekeraars en een groot aantal partijen in de zorg (zoals overkoepelende organisaties van ziekenhuizen, geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg). Het IZA heeft als doel de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Naast de focus op preventie en het versterken van de eerstelijnszorg, gaat het IZA ook nadrukkelijk over het versterken van de (domeinoverstijgende) samenwerking. In het Regioplan Achterhoek IZA werken we samen met andere Achterhoekse gemeenten, zorgpartijen, zorgverzekeraar Menzis en andere maatschappelijke organisaties aan vier centrale thema’s: 1. Gezond Leven en preventie 2. Veerkrachtig ouder worden 3. Mentaal gezond 4. Prettig werken in Zorg en Welzijn

35

Vanuit het Regioplan IZA pakken we ook onze gemeentelijke verantwoordelijk bij de inrichting en samenwerking voor de regionale ketenaanpakken:

Regionale ketenaanpakken Kansrijke Start richt zich op ondersteuning van (aankomende) gezinnen in een kwetsbare situatie. De eerste 1000 dagen beginnen al vóór de bevruchting en lopen tot tot en met de leeftijd van 2 jaar. De doorlopende lijn tijdens deze eerste 1000 dagen bestaat uit het vroegtijdig signaleren van gezinnen in een kwetsbare situatie. Dit gebeurt vanuit de geboortezorg of de GGZ-zorg en het sociaal domein. Voor de ketenaanpak overgewicht en obesitas kinderen geldt het belang van een brede gezinsaanpak. Voor zowel leefstijl- als niet leefstijl gerelateerde problemen. Het doel is voorkomen en verminderen van overgewicht en obesitas bij kinderen. Voor een goed werkende ketenaanpak dient er minimaal aanbod te zijn op het gebied van schuldhulpverlening, opvoedondersteuning, sport- en beweegaanbod, activiteiten op het gebied van gezonde voeding en activiteiten ter bevordering van de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en hun gezin. De Gezonde leefstijlinterventie (GLI) volwassenen richt zich op het terugdringen van overgewicht en obesitas. Hiervoor is een programma opgezet dat gericht is op de verbetering van de leefstijl, gezonder te eten en een duurzame gedragsverandering. De focus ligt op het integreren van een GLI als (medische) leefstijlinterventie in het zorg- en sociaal domein.

Welzijn op recept richt zicht op inwoners met licht psychische en psychosociale klachten, zoals eenzaamheid en vastlopen in het leven. Gemeente, Buurtplein en de huisartsenzorg zijn betrokken bij Welzijn op Recept. Voor valpreventie is het streven naar een gecoördineerde aanpak om valrisico’s te verminderen en gezondheid te verbeteren van thuiswonende ouderen van 65 jaar en ouder. Hierbij richt de aanpak zich op opsporing van het valrisico, screenen van valrisicofactoren, valpreventieve beweeginterventies en actieve begeleiding en doorverwijzing naar structureel aanbod. Zowel vanuit het gemeentelijke als het zorgdomein zijn partners betrokken. Zoals Wmo-consulenten, beweeg- en sportprofessionals, huisartsen, thuiszorg en wijkverpleging, apothekers en paramedische zorgprofessionals.

‘Voor veel inwoners is sport en bewegen een belangrijke vorm van vrijetijdsbesteding en zingeving. Maar sporten is ook gezond en draagt positief bij aan de ontwikkeling van kinderen en zorgt voor ontmoeting en verbinding.’

36

Wij grijpen de kansen die het Regioplan IZA biedt. Door het Regioplan creëren en versterken we domeinoverstijgende samenwerkingen en doorbreken we schotten. Denk aan de schotten tussen het sociaal domein en de ggz met het bouwen aan een ecosysteem mentale gezondheid (Mental Health Hub) of de schotten tussen het sociaal domein en het medisch domein door het uitrollen van Welzijn op Recept. Door impactvolle transformaties brengen we een versnelling aan in de kanteling van zorg naar gezondheid. Met als doel samen langer gelukkig en gezond leven.

Vergroten sportief kapitaal Voor veel inwoners is sport en bewegen een belangrijke vorm van vrijetijdsbesteding en zingeving. Maar sporten is ook gezond en draagt positief bij aan de ontwikkeling van kinderen en zorgt voor ontmoeting en verbinding. We zien de meerwaarde van sport en een gezond leefstijl. We zetten in op het vergroten van het sportief kapitaal van onze inwoners. Dat doen we door het breder toegankelijk maken, vergroten en verbeteren van ons gemeentelijk sportkapitaal. Met aantrekkelijke accommodaties en sport- en beweegvoorzieningen in een sportlandschap dat voorbereid is op toekomstige opgaven. Met een nieuwe visie op sport en bewegen, passend bij een gemeente met een groeiambitie, maken we dit concreet.

Verbinden, verrijken en versterken met kunst en cultuur Kunst en cultuur hebben grote bindende kracht in de samenleving. Met kunst en cultuur werken we aan het creëren van een rijke, vitale en toekomstbestendige culturele infrastructuur, waar iedereen aan mee kan doen. De kracht van kunst en cultuur helpt Doetinchem te groeien naar een aantrekkelijke, open en inclusieve gemeente waar iedereen zich laat inspireren, verwonderen en thuis voelt. Om de waarde van kunst en cultuur uit te drukken, werken met drie kapitalen. Cultureel kapitaal gaat vooral over het culturele aanbod en de culturele infrastructuur. Het sociaalmaatschappelijk kapitaal gaat over de maatschappelijke betekening van kunst en cultuur, de bijdrage aan het samenleven en sociale cohesie. Het economisch kapitaal van de cultuursector kijkt naar de culturele bedrijvigheid, de werkgelegenheid en de financiële stromen in de sector.

Sturing op de preventie-infrastructuur In onze gemeenten kennen we reeds een sterke preventie-infrastructuur met een breed aanbod aan maatschappelijke voorzieningen en activiteiten waar mensen aan mee kunnen doen. Maar deze bereikt echter niet altijd de mensen voor wie dit is bedoeld. Dit vraagt regie en sturing vanuit de gemeente. We beleggen de coördinerende rol ten aanzien van onze kernpartijen beter dan voorheen om de synergie en integraliteit in het veld beter te borgen. Met als doel een sterke preventie-infrastructuur waarin zowel de inwoner als de professional de weg weet.

37

5. Aan de slag Inclusief en divers Het is belangrijk dat er voor iedereen een plek is in de gemeente Doetinchem. Dat betekent dat iedereen — ongeacht gender, seksuele gerichtheid, geloof, etniciteit, leeftijd of beperking — zich welkom voelt en mee kan doen. We willen dat onze inwoners zich gelijkwaardig voelen en dat iedereen dezelfde kansen heeft. We maken ons hiervoor hard en laten zien dat er geen enkele reden is om iemand buiten te sluiten. We zijn ons ervan bewust dat diversiteitsgronden invloed kunnen hebben op de acceptatie van onze inwoners. Door dit te benoemen en actief beleid te maken om dit tegen te gaan, zorgen we dat iedereen zich welkom voelt in onze gemeente.

Ruimte voor de professional en écht maatwerk Als gemeente zijn wij kaderstellend. We geven ruimte aan onze uitvoeringsorganisatie en aan onze professionals in de uitvoering, met voldoende mandaat om te kunnen handelen in het belang van de inwoner. Veel inwoners kennen een stapeling van problemen en dan kan de complexe systeemwereld met allerlei regelingen en voorzieningen belemmerend werken. Het kan in het belang van de inwoner zijn om te komen tot een onconventionele oplossing. Wanneer professionals problemen van inwoners niet binnen de gebruikelijke regelingen kunnen oplossen, doorbreken we het geheel van regelingen om te komen tot een oplossing. Bijvoorbeeld via de doorbraakmethode (van het Instituut Publieke Waarden) of via de casustafel van Activerend Werken. Bij deze werkwijze staat niet de regeling, maar de inwoner en de situatie centraal.

Ruimte voor ontschotten We maken ruimte voor ontschotte aanpakken en integrale samenwerkingen. Dat kan zijn op casusniveau, maar ook op collectief niveau. Door verschillende domeinen bij elkaar te werken, zoals welzijn, zorg en wonen, kunnen we komen tot een gebundelde gebiedsgerichte aanpak. Door gericht de focus te kiezen in onze buurten, wijken en dorpen realiseren we een hoger maatschappelijk en financieel rendement.

Samenwerking in de keten: van verkokering naar samenwerking Werken aan een sociale en veerkrachtige samenleving kunnen we als gemeente niet alleen. Dat doen we iedere dag samen met al die verschillende organisaties in onze gemeente. Om de Doetinchemse aanpak met onze vijf bouwstenen en vier sociale opgaven daadwerkelijk te realiseren, moeten we samen aan de slag met onze samenwerkingspartners. We zijn op de goede weg: wij en onze samenwerkingspartners denken niet meer in ‘hokjes’. Maar er is ook nog veel werk te verzetten op het gebied van samenwerking. Als gemeente hebben wij een belangrijke (wettelijke) verantwoordelijkheid in het sociaal domein. Dat vraagt om een stevige regierol. Wij pakken onze verantwoordelijkheid en gaan strak sturen, op inhoud en op het gebied van samenwerking. Zo weten de partijen waar we mee samenwerken wat wij van hen verwachten en wat zij van ons mogen verwachten. Om onze ambities en opgaven – zoals verwoord in dit beleidskader – te realiseren, werken we samen met tientallen organisaties en initiatiefnemers. Daarom zijn we kritisch met wie we samenwerken. We verwachten van de organisaties waarmee we een relatie hebben, bijvoorbeeld via een subsidie, dat zij ons gemeentelijk beleid uitvoeren. We toetsen dan ook of de aanpak en activiteiten van organisaties aansluiten bij ons beleid. We zijn een goede opdrachtgever met heldere opdrachten.

Naast de inhoudelijke afspraken en opdrachten leggen we in onze afspraken met en opdrachten aan verbonden partijen en uitvoeringsorganisaties ook vast wat we verwachten op het gebied van samenwerking. Daarbij gaat het om de samenwerking met de gemeente én de samenwerking tussen de verschillende partijen, bijvoorbeeld op het gebied van de preventie-infrastructuur. Wij pakken een actieve rol, waarbij we duidelijk maken wie welke rol heeft en wat we verwachten op inhoud én de samenwerking die daarvoor nodig is.

38

Ondernemend partnerschap Werken op basis van een gedeelde visie en verantwoordelijkheidsbesef draagt bij aan het realiseren van de ambities en doelstellingen in dit beleidskader. We kiezen doelbewust wie onze samenwerkings­ partners zijn en hoe we daarmee samenwerken. We zorgen voor een duidelijkheid in rollen en verwachtingen. Als gemeente zijn we opdrachtgever en onze samenwerkingspartners zijn opdrachtnemer. We willen op basis van vertrouwen en partnerschap duurzame samenwerkingen aangaan met en besef van samen verantwoordelijk zijn voor het behalen van resultaten en financiële opgaven. Uiteraard ieder van de eigen rol en verantwoordelijkheid. We verwachten een ondernemende houding van onze samenwerkingspartners. We dagen onze samenwerkingspartners uit om hun expertise in te zetten. Zowel in het kader van die dienstverlening en ondersteuning die zijn aan onze inwoners leveren, als in de samenwerking om de keten te versterken en te optimaliseren.

Permanente dialoog met het maatschappelijk middenveld Het sociaal domein stopt niet bij onze verbonden partijen en uitvoeringsorganisaties. We kennen in Doetinchem een rijk maatschappelijk middenveld, met tientallen organisaties en initiatieven die ieder dag opnieuw het leven van onze inwoners kleur geven. Denk aan (professionele) uitvoeringsorganisaties, vrijwilligersorganisaties, religieuze organisaties, sport- en culturele verenigingen, samenwerkingsverbanden, initiatieven in de wijk of buurt et cetera. Zij vormen met elkaar de haarvaten van een sociaal en veerkrachtig Doetinchem. Wij zorgen ervoor dat we in een permanente dialoog staan met het maatschappelijk middenveld. Het zijn immers de mensen achter deze organisaties en initiatieven die in contact staan met onze inwoners. Zij kunnen ons voeden met ervaringen uit de dagelijkse praktijk, door bijvoorbeeld trends en ontwikkelingen met ons te delen, mee te denken en ons kritisch te bevragen. Onze rol richting organisaties in het maatschappelijk middenveld kan per onderwerp verschillen. Soms pakken we een actieve rol, bijvoorbeeld door organisaties of initiatieven actief te ondersteunen of onderlinge verbindingen mogelijk te maken. Maar het kan ook beperkt blijven tot met elkaar de dialoog aangaan over wat we om ons heen zien gebeuren.

Met elkaar in een permanente dialoog staan, betekent namelijk niet dat wij altijd een (formele) samenwerking aangaan, actief ondersteunen of financieel bijdragen. Juist in een open gesprek zijn we duidelijk over de onderlinge verwachtingen.

39

Doetinchem als voortrekker in de regio Er is meer dan de gemeente Doetinchem alleen. We verbreden onze horizon en kijken om ons heen, van buiten naar binnen. We nemen actief deel aan regionale samenwerkingsverbanden. Door meer samen te werken met regionale partners kunnen we meer bereiken. We hebben namelijk veel gemeenschappelijke doelen en belangen. We willen onze rol als centrumgemeente versterken en een belangrijke speler zijn in de regio. Zo zijn we bereid een stap naar voren te doen als regionale taken georganiseerd moeten worden. We staan hier echter ook zakelijk in, want (regionale) samenwerking gaat niet ten koste van alles. We wegen vooraf zorgvuldig alle belangen voordat we ergens instappen. We willen de positie van ‘de regio’ en daarmee van gemeente Doetinchem versterken, de beste resultaten bereiken en de belangen van de regio en gemeente Doetinchem op de kaart zetten.

Ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid Ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid zijn van waarde voor ons beleid én de uitvoering. Met ervaringskennis doelen we op de ervaring die iemand heeft opgedaan in het leven, bijvoorbeeld met eenzaamheid of discriminatie, leven in armoede of leven met een beperking. Terugkijken en reflecteren op deze ervaringen leveren waardevolle inzichten op. Een ervaringsdeskundige kan de ervaringen verbinden met de ervaringen van anderen en heeft geleerd, bijvoorbeeld via opleiding of de praktijk, deze kennis in te zetten voor anderen. Met ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid slaan we een brug tussen de leefwereld van onze inwoners en de complexe systeemwereld van de gemeente en andere betrokken partijen. Daarom gaan we (meer) gebruikmaken van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid, bij het opstellen van beleid én in de uitvoering.

Communicatie, zichtbaarheid en vindbaarheid We communiceren helder en duidelijk. We zijn inclusief en toegankelijk in onze uitingen en communicatie. Daarbij hebben we oog voor specifieke doelgroepen. In onze gemeente is een breed scala aan voorzieningen. Het is belangrijk dat inwoners, vrijwilligers en professionals weten wat er aan voorzieningen beschikbaar is. We zorgen dat de zichtbaarheid en vindbaarheid van voorzieningen op orde is. Indien nodig pakken wij onze (regie)rol door de zichtbaarheid en vindbaarheid te vergroten. Bijvoorbeeld door actief en gericht te communiceren of door de afstemming tussen verschillende samenwerkingspartners te verbeteren.

Kwaliteit en toezicht Vanuit de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet heeft de gemeente belangrijke verantwoordelijkheden op het gebied van kwaliteit, toezicht, naleving en handhaving. Deze taken pakken wij serieus op. We geven ze vorm vanuit het vertrekpunt dat professionals de ruimte hebben om maatwerk toe te passen, met oog voor de bedoeling van de regels. Voorzieningen moeten voldoen aan hoge kwaliteitsnormen en rechtmatig en doelmatig worden ingezet. We willen waarborgen dat kwetsbare inwoners beschermd worden tegen kwalitatief slechte zorg en ondersteuning. Zorg en ondersteuning moeten effectief zijn, zodat inwoners daadwerkelijk resultaat bereiken en doelen op het gebied van op- en afschaling en door- en uitstroom gerealiseerd worden. Daarvoor zetten we verschillende instrumenten in, zoals controles en toezicht. Uitvoeringsorganisaties en gecontracteerde aanbieders moeten hun afspraken nakomen. We controleren dit. Hiermee voorkomen we dat maatschappelijke gelden op de verkeerde plek terechtkomen en gaan we fraude tegen. Het draagt ook bij aan financiële beheersbaarheid en een doelmatige besteding van maatschappelijke gelden.

Innovatie Het sociaal domein heeft zich de afgelopen jaren sterk ontwikkeld en zal ook de komende jaren niet stilstaan. Innovatie is cruciaal om goede dienstverlening en ondersteuning aan onze inwoners te (blijven) bieden. Daarnaast kan innovatie een belangrijke bijdrage leveren aan een financieel houdbaar en betaalbaar sociaal domein. We staan open voor innovatieve voorstellen van onze samenwerkingspartners.

40

Dat kan zijn op het gebied van technologische innovatie, bijvoorbeeld door met techniek en technologie in te spelen op de zorgbehoeften van onze inwoners. Daarom pakken we een actieve rol binnen TZA Achterhoek (Technologie & Zorg Academie Achterhoek). Het kan ook gaan om innovatieve samenwerkings­ vormen, zodat we inwoners sneller en beter kunnen helpen. Een voorbeeld is de innovatieve samenwerking rondom de Mental Health Hub, waarbij we met ketenpartners werken aan een ecosysteem mentale gezondheid.

6. Financiën Ontwikkelingen We zien een toenemende vraag naar zorg en ondersteuning. Dat is onder andere het gevolg van vergrijzing, toenemende complexiteit in casuïstiek en hoge maatschappelijke druk (onder andere bij jeugd). Daarnaast hebben we te maken met forse kostenontwikkelingen bij onze verbonden partijen en uitvoeringsorganisaties. Deze organisaties kennen flinke loon- en prijsstijgingen. Met name cao-loonontwikkelingen in het sociaal domein zorgen voor kostenstijgingen. En dat in een tijd waarin gemeenten er steeds meer (wettelijke) verantwoordelijkheden bij krijgen, die we moeten uitvoeren binnen de financiële kaders. De ontwikkelingen vragen om een permanent kritische blik op de bestedingen in het brede sociaal domein. Dit is noodzakelijk om de kosten beheersbaar te houden, zodat ook in de toekomst het sociaal domein houdbaar en betaalbaar blijft. Dit integraal beleidskader sociaal domein helpt ons daarbij. Het schept de kaders voor de ontwikkeling van het sociaal domein en draagt bij aan sturing en prioritering. We hebben de sociale opgaven benoemd met bijbehorende keuzes. Dit helpt ons bij het maken van inhoudelijke én financiële keuzes bij de transformatie van het sociaal domein. We zorgen ervoor dat we grip houden op bestedingen, en nemen zo nodig maatregelen om binnen de financiële kaders te blijven.

Dat doen we onder andere sinds medio 2023 met een pakket aan beheersmaatregelen voor Wmo en jeugdhulp. Dit pakket beheersmaatregelen bestrijkt meerdere jaren. De resultaten en effecten worden de komende jaren zichtbaar.

Rijksmiddelen voor het sociaal domein Als gemeente hebben we voor grote delen van het brede sociaal domein de vrijheid om lokaal keuzes te maken over de besteding van de middelen. We ontvangen vanuit het Rijk middelen voor de uitvoering van de taken en kunnen eigen middelen inzetten voor taken. In eerste instantie ontvingen we van het Rijk

41

middelen via een zogenoemde integratie-uitkering voor de uitvoering van de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. Bij een integratie-uitkering worden verdelingsmaatstaven vormgegeven om vervolgens op te kunnen gaan (te integreren) in het verdeelmodel van de algemene uitkering (gemeentefonds). Met ingang van 2019 is het overgrote deel van deze middelen onderdeel geworden van de algemene uitkering. De taken in het sociaal domein zijn integraal onderdeel van de reguliere taken van de gemeente en vallen onder de autonomie van de gemeente. Er is geen een-op-eenkoppeling te maken tussen onze huidige bestedingen voor Wmo en jeugdhulp en de voormalige integratie-uitkering tot 2019. De financiering vanuit het Rijk aan gemeenten kent op dit moment grote onzekerheid. De structurele financiering vanuit het Rijk staat onder druk. Er zijn onzekerheden over de omvang van het gemeentefonds en de toekomstige financieringssystematiek vanuit het Rijk. Ook is er onzekerheid over beoogde besparingen, onder andere rondom de Hervormingsagenda Jeugd. We zien in toenemende mate dat er incidentele financiering beschikbaar komt vanuit het Rijk, met veel administratieve verantwoordingslasten. Vaak gaat dit via zogenoemde SPUK’s (Specifieke Uitkeringen).

Dit zien we onder andere bij de bekostiging van afzonderlijke projecten, maar ook bij de financiën voor grote programma’s als het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Integraal Zorgakkoord (IZA). Het is onduidelijkheid hoe tijdelijk deze financiering is. Deze onzekerheden onderstrepen de urgentie om kritisch te zijn op uitgaven in het sociaal domein en onze middelen zo verantwoord, effectief en efficiënt mogelijk in te zetten. We blijven lobbyen bij het Rijk over de belangrijkste (financiële) knelpunten in het sociaal domein. We steunen dan ook de oproep van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) aan het Rijk om met voldoende financiële middelen over de brug te komen.

Houdbaar en betaalbaar sociaal domein We zijn en blijven kritisch op de besteding in het brede sociaal domein. We zorgen ervoor dat we grip houden, met een houdbaar en betaalbaar sociaal domein als doel. We gaan verantwoord, effectief en efficiënt om met de middelen die we beschikbaar hebben. We gaan uit van actuele (realisatie)cijfers en stemmen de begroting daarop af. We monitoren zorgvuldig en zo actueel mogelijk, waarbij we rekening houden met verwachte financiële ontwikkelingen. We begroten alleen budget dat we echt nodig hebben en we verantwoorden op daadwerkelijk resultaat. Daarbij houden we rekening met demografische ontwikkelingen. Tekorten en overschotten trachten we binnen programma 2 van de begroting (Sociale en veerkrachtige samenleving) op te vangen. De meerjarenbegroting dient als financieel kader waarbinnen we ons beleid taakstellend uitvoeren. We voeren ons bestaand beleid in principe uit binnen de bestaande budgetten, zoals opgenomen in de begroting 2024 en verder. Op basis van een actuele, reële meerjarenbegroting monitoren we de financiële ontwikkelingen. Via de jaarlijkse Planning- & Controlcyclus (P&C-cyclus) is de gemeenteraad aan zet om te sturen, keuzes te maken en de begroting aan te passen als dat nodig is.

Financiële schotten wegnemen Waar passend en van inhoudelijke én financiële meerwaarde passen we ontschotte budgetten toe. Als we bijvoorbeeld door een investering in bestaanszekerheid de inzet van jeugdhulp kunnen voorkomen, dan doen we dat. Daarmee voorkomen we (onnodige) inzet van jeugdhulp (inhoudelijk doel) en hoge uitgaven (financieel doel). Zo kunnen we een inhoudelijke én financiële transformatie realiseren.

Financiering maatschappelijke initiatieven We zijn kritisch bij de financiering van onze verbonden partijen en maatschappelijke infinitieven. (Nieuwe) initiatieven moeten niet alleen een bijdrage leveren aan onze inhoudelijke ambities en opgaven, ze moeten ook passen binnen onze financiële kaders en een bijdrage leveren aan een

42

houdbaar en betaalbaar sociaal domein. We verwachten dan ook dat organisaties de maatschappelijke kosten en baten in beeld brengen. Bijvoorbeeld met maatschappelijke kosten-batenanalyses en door te onderbouwen op welke wijze preventieve inzet (extra) hoge kosten voor maatwerkvoorzieningen Wmo of individuele voorzieningen jeugdhulp voorkomt.

Inspelen op financiële kansen Vanuit grote (Rijks)programma’s en subsidieregelingen dienen zich significante budgetten en projecten aan. Wij zorgen dat we hier vooraan staan. Denk aan de financiële middelen vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). De Regiodeal Achterhoek en de uitwerking van het rapport ‘Elke Regio Telt’ bieden kansen voor onze gemeente. Daar zetten we maximaal op in.

Kostenbewust In het sociaal domein kennen we maar beperkt eigen bijdragen van onze inwoners voor de zorg en ondersteuning die zij ontvangen. Zo kent de Jeugdwet op dit moment geen eigen bijdrage en is de eigen bijdrage binnen de Wmo zeer beperkt (op dit moment via het abonnementstarief *. Hierdoor zijn onze inwoners zich minder bewust van de kosten van de hulp en ondersteuning. We mogen de financiële eigen kracht van inwoners volgens de wettelijke kaders niet meenemen bij de beoordeling van aanvragen voor maatwerkvoorzieningen Wmo en individuele voorzieningen jeugdhulp. Wel gaan we de inwoners en de professionals (meer) bewust maken van de kosten, bijvoorbeeld door dit onderwerp van gesprek te maken en de bedragen op te nemen in de beschikkingen.

Huidige kosten In onderstaande figuur zijn de begrote uitgaven voor 2024 voor het programma 2 Sociale en veerkrachtige samenleving in beeld gebracht (bron: begroting gemeente Doetinchem 2024, raadsbesluit 2 november 2023).

16% Werk, (arbeids)participatie en armoede beleid € 21.346.593

4% Algemene voorzieningen, welzijn en diversen € 5.253.183

18% Beschermd Wonen € 24.027.236 3% Sport € 4.648.617

4% Cultuur € 5.227.475 3% Maatschappelijk opvang en Oggz € 4.604.782 5% Onderwijs € 6.255.842

39% Specialistische hulp € 52.355.876

*

6% Personeel € 7.624.583 2% Publieke gezondheid € 2.462.172

Op 1 januari 2024 is de hoogte van de eigen bijdrage (abonnementstarief) voor ondersteuning vanuit de Wmo maximaal € 20,60 per maand. Er is wetgeving in voorbereiding voor het herinvoeren van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen.

43

Toelichting clusters: Specialistische hulp In het cluster specialistische hulp gaat het om de begrote uitgaven voor de verschillende vormen van maatwerkvoorzieningen Wmo en individuele voorzieningen jeugdhulp (geïndiceerde hulp en ondersteuning). Hier zijn ook de uitvoeringskosten voor Buurtplein opgenomen.

Beschermd wonen In het cluster beschermd wonen zijn de begrote uitgaven voor maatwerkvoorzieningen Wmo beschermd wonen opgenomen. Dit is het budget voor de uitvoering van taken voor de functie van centrumgemeente voor Wmo beschermd wonen.

Werk, (arbeids)participatie en armoedebeleid In dit cluster vallen onder andere de begrote uitgaven voor de uitvoering van de Participatiewet en de sociale werkvoorziening (Wsw). De budgetten voor verschillende inkomensregelingen, kwijtschelding­sregelingen, het meedoenarrangement en schulddienstverlening komen hier terug. Ook de budgetten voor de uitvoering van de taken voor de functie van centrumgemeente Arbeidsmarktregio Achterhoek vallen in dit cluster.

Personeel Het gaat hier om de salarislasten vanuit de diverse gemeentelijke teams die worden toegedeeld aan de diverse inhoudelijke budgetten (uit de andere clusters).

Onderwijs Bij het cluster onderwijs gaat het onder andere om de begrote uitgaven op het gebied van onderwijs­ huisvesting, onderwijsachterstandenbeleid, peuteropvang, leerlingenvervoer, leerplicht, doorstroompunt (voorheen RMC) en volwasseneducatie,

Algemene voorzieningen, welzijn en diversen In dit cluster zijn de begrote uitgaven voor algemene voorzieningen als de Stadskamer opgenomen. De budgetten voor vrijwilligers- en mantelzorgbeleid, wijkgericht maatwerk, bewonersinitiatieven en activiteiten vanuit de Wet Inburgering komen hier terug. Net als diverse budgetten voor preventieve activiteiten. Ook de incidentele middelen voor de noodopvang en ondersteuning van Oekraïense vluchtelingen is hier opgenomen.

Cultuur In het cluster Cultuur gaat het onder andere om de begrote uitgaven voor Amphion Cultuurbedrijf, Bibliotheek West-Achterhoek, Stadsmuseum en evenementenbeleid.

Sport In het cluster Sport zijn de begrote uitgaven voor Sport-ID, binnen- en buitensportaccommodaties en sport- en beweegstimulering opgenomen.

Maatschappelijke opvang en OGGZ In dit cluster zijn de begrote uitgaven voor maatschappelijke opvang en openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ) en vrouwenopvang opgenomen. Daarnaast gaat het onder andere om de budgetten voor vrouwenopvang en zorg in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd). Dit is het budget voor de uitvoering van taken voor de functie van centrumgemeente voor maatschappelijke opvang en OGGZ.

Publieke gezondheid In dit cluster zijn onder andere de begrote uitgaven voor de GGD Noord- en Oost-Gelderland (NOG) opgenomen. Ook budgetten voor het Integraal Zorgakkoord (IZA) vallen onder dit cluster.

44

Financiële kanteling Uit het cirkeldiagram wordt duidelijk dat een groot deel naar (dure) specialistische hulp gaat. Programma 2 Sociale en veerkrachtige samenleving bestaat voor 39% uit specialistische hulp (maatwerk­voorzieningen Wmo en individuele voorzieningen jeugdhulp). Naar andere onderdelen van het sociaal domein gaat relatief gezien veel minder budget. 4% van Programma 2 Sociale en veerkrachtige samenleving gaat naar het cluster Algemene voorzieningen, welzijn en diversen. De verhouding is 91% (specialistische hulp) en 9% (algemene voorzieningen, welzijn en diversen). We willen een financiële kanteling realiseren. Met dit integraal beleidskader sociaal domein zetten we stevig in op preventie en normaliseren. We stellen het gewone leven

Huidige situatie 9% Algemene voorzieningen, welzijn en diversen

centraal. De inzet van professionele (geïndiceerde) hulp willen we afschalen, beperken en voorkomen, om het sociaal domein in de toekomst houdbaar en betaalbaar te houden. Dat betekent dat we sturen op minder specialistische hulp en meer algemene voorzieningen en welzijn. Het aandeel algemene voorzieningen en welzijn gaat relatief groeien en het aandeel specialistische hulp moet relatief kleiner worden. Zoals hieronder is afgebeeld.

91% Specialistische hulp

Huidige situatie Algemene voorzieningen, welzijn en diversen

Specialistische hulp

45

Algemene voorzieningen, welzijn en diversen

Specialistische hulp

7. Monitoring Met dit integraal beleidskader sociaal domein streven we naar een sociale en veerkrachtige samenleving door samen te groeien en gewoon te doen. Maar met alleen het opschrijven van onze ambities, komen we er niet. We moeten ook monitoren of we op de goede weg zijn. Daarbij kijken we of de ingeslagen weg, met de focus op de vier sociale opgaven met bijbehorende keuzes, effect heeft. Zodat we vervolgens kunnen bijstellen en bijsturen. Dit Integraal beleidskader sociaal domein zet onze strategische koers uit. Het is een document op hoofdlijnen. De uitwerking krijgt vorm via vier uitvoeringsagenda’s met concrete doelen en deelopdrachten. Per uitvoeringsagenda werken we een monitoringsplan uit.

Tellen en vertellen Meten is weten. Om gericht(ere) beleidsinterventies te doen, onderbouwen we onze keuzes. Dat doen we vanuit het principe ‘tellen en vertellen’. Met tellen doelen we op de ‘harde’ data (zoals cijfers en andere kwantitatieve gegevens). We hebben al heel veel data, maar maken er nog niet altijd optimaal gebruik van. Daarom gaan we meer gebruikmaken van onze eigen data en data van anderen. Denk aan beschikbare gegevens van aanpalende wetten (zoals de Wet Langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet). Cijfers en ‘harde’ data alleen zeggen niet alles. Daarom kiezen we ook voor kwalitatieve, ‘warme’ data, oftewel het ‘vertellen’. Met ‘vertellen’ doelen we op de ervaringsverhalen: we gaan op zoek naar de verhalen achter de cijfers.

46

Monitoring Voor de monitoring sluiten we zoveel als mogelijk aan bij monitoren en indicatoren die er al zijn. Denk aan de gezondheidsmonitoren van de GGD Noord- en Oost-Gelderland, onze lokale monitor voor maatwerk­ voorzieningen Wmo en individuele voorzieningen jeugdhulp, de cliëntervarings­­onderzoeken voor Wmo en jeugdhulp en de wijkmonitor die in ontwikkeling is. Hiermee benutten we kennis en gegevens die er al zijn en voorkomen we (extra) administratieve lasten voor onszelf en onze samenwerkingspartners. Het is belangrijk om te beseffen dat het in beeld brengen van resultaten en effecten binnen het sociaal domein lastig kan zijn, onder andere vanwege externe ontwikkelingen waarop we als gemeente geen of slechts beperkt invloed hebben. Voorbeelden hiervan zijn demografische en maatschappelijke ontwikkelingen of (beleids)keuzes van andere overheden. De resultaten en effecten van onze keuzes zijn vaak pas op langere termijn zichtbaar, denk aan onze inzet op preventie. We kiezen daarom ook bewust voor een langetermijnaanpak. Onze keuzes hebben niet alleen effect op ons gemeentelijk sociaal domein, maar ook op andere domeinen. Zo heeft onze inzet op preventie ook invloed op het medisch domein (Zorgverzekeringswet) en de langdurige zorg (Wet langdurige zorg). Daarom is het belangrijk om de (keten) samenwerking met andere domeinen op te zoeken en te versterken.

Looptijd en evalueren We kiezen voor een looptijd tot 2036. Dit is in lijn met andere (overkoepelende) beleidsstukken, zoals de Omgevingsvisie ‘Doetinchem, kloppend hart van de Achterhoek’. Met een langetermijnvisie kunnen we een duurzame verandering teweegbrengen. Over twee jaar (in 2026) maken we een eerste tussenstand op. Dit is een eerste piketpaal op weg naar 2036. Het wordt nog geen volwaardige evaluatie, want daar is het dan nog te vroeg voor. We maken de balans op op basis van ‘tellen en vertellen’. Zie het als ‘De staat van het sociaal domein’ in 2026. Over vier jaar komen we met een volwaardige evaluatie van dit beleidskader. Op basis van die evaluatie komen we met voorstellen voor de periode daarna.

47

Bijlage 1 48

Conclusies en aanbevelingen beleidsevaluatie sociaal domein gemeente Doetinchem 2023 Hieronder zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen uit het rapport ‘Beleidsevaluatie sociaal domein gemeente Doetinchem’. De evaluatie is in opdracht van de gemeente Doetinchem uitgevoerd door het Evaluatiebureau Publieke Gezondheid van de GGD Noord- en Oost-Gelderland (NOG). Het Evaluatiebureau is een initiatief van de Academische Werkplaats AGORA, dat een samenwerkings­verband is tussen GGD-NOG en Wageningen University & Research (UR). Het rapport is een bijlage bij raadsbesluit d.d. 6 juli 2023 Evaluatie beleidskader sociaal domein 2017-2020. Bron: Rapport beleidsevaluatie sociaal domein gemeente Doetinchem, mei 2023.

Conclusies Uit het evaluatieonderzoek dat in 2023 heeft plaatsgevonden op basis van de deskresearch en de groepsinterviews trekken onderzoekers van de GGD-NOG de volgende conclusies:

1. De meeste inwoners ervaren voldoende eigen regie; er zijn ook kwetsbare groepen. De meeste inwoners van Doetinchem ervaren voldoende regie over hun eigen leven en kunnen zichzelf goed redden, al dan niet met hulp vanuit hun sociale netwerk. Ongeveer vier op de vijf volwassenen en ouderen in de gemeente Doetinchem geven aan dat hun leven betekenis en doel heeft. Vier op de vijf volwassenen hebben betaald werk en veruit de meeste kinderen en jongeren zitten op school en/of zijn aan het werk. De algemene indruk is dat de eigen regie van inwoners de afgelopen jaren is toegenomen. Er zijn echter nog steeds kwetsbare groepen die zichzelf niet of onvoldoende kunnen redden in de steeds ingewikkelder wordende samenleving. Hierbij kunnen we denken aan mensen met een licht verstandelijke of lichamelijke beperking, mensen met psychiatrische of verslavingsproblematiek, mensen met beperkte digitale, taal- en/of gezondheidsvaardigheden, dementerende ouderen en mensen die de zorg wantrouwen of zich schamen om hulp te vragen. Met de inzet van buurtcoaches wordt zoveel mogelijk geprobeerd om deze groepen in beeld te brengen en aandacht te geven.

2. I n de gemeente is een ruim en laagdrempelig aanbod van voorzieningen op maat. Inwoners die ondersteuning nodig hebben, kunnen gebruik maken van hulp en ondersteuning die in de gemeente wordt geboden. Een deel van hen is al goed geholpen met het brede palet van algemene voorzieningen dat de gemeente Doetinchem biedt en waar ook steeds meer gebruik van wordt gemaakt. Denk hierbij aan vele verenigingen in de gemeente Doetinchem op het gebied van sport, cultuur en recreatie, vrijwilligersorganisaties, mantelzorgondersteuning, ontmoetingspunten en de Stadskamer. Het betreft onder andere activiteiten die in het kader van universele preventie beschreven zijn in de Lokale Preventieagenda ‘Gewoon Gezond Leven’ en waar een belangrijke rol is weggelegd voor de volgende kernpartners: Bibliotheek Doetinchem, Buurtplein B.V., Amphion Cultuurbedrijf en Sport-ID. Een kanttekening bij het ruime aanbod aan voorzieningen in de gemeente Doetinchem is dat men het overzicht soms mist. Dit geldt zowel voor professionals als voor de inwoners.

49

3. V  oor inwoners van de gemeente zijn er veel mogelijkheden om zinvol deel te nemen aan de samenleving. Een zinvolle deelname aan de samenleving is voor een groot deel van de inwoners van Doetinchem mogelijk. Hiervoor biedt gemeente een breed palet van voorzieningen zoals bij punt 2 genoemd. Zo’n driekwart van de volwassenen en ouderen in de gemeente Doetinchem ervaart dat de dingen die hij/zij doet belangrijk zijn. Vier op de vijf volwassenen hebben betaald werk, 29% van de volwassenen en ouderen doet vrijwilligerswerk en de meeste kinderen en jongeren ontvangen onderwijs en/of werken. De gemeente biedt via Laborijn tal van mogelijkheden om te kunnen participeren en zo zinvol deel te nemen aan de samenleving. De dienstverlening van Laborijn lijkt verbeterd te zijn doordat (intensiever) wordt samengewerkt met zorgaanbieders en Buurtplein. Daarnaast biedt bijvoorbeeld de implementatie van Simpel Switchen nieuwe mogelijkheden om beter te kunnen inspelen op passende participatie bij wisselende omstandigheden. Toch blijft aandacht nodig voor groepen die nog onvoldoende deelnemen aan de samenleving (bijv. mensen met een beperking en mensen die uit zichzelf geen ondersteuning zoeken).

4. Vroegsignalering en preventie laten positieve resultaten zien; er is ook nog winst te behalen. In de gemeente Doetinchem wordt veel georganiseerd dat valt onder de noemer van ‘vroegsignalering en preventie’, zoals een groot deel van de hierboven genoemde algemene voorzieningen. De gemeente voert hierin de regie, zorgt voor financiële ondersteuning en voor de verbinding tussen de verschillende beleidsterreinen. Vooral Buurtplein doet veel op het terrein van vroegsignalering en preventie, al is dat in de afgelopen jaren door bezuinigingen en de coronapandemie in de knel gekomen. In 2023 zijn vroegsignalering en preventie weer als één van de kerntaken van Buurtplein opgenomen. Het lijkt erop dat vroegsignalering en preventie hun vruchten beginnen af te werpen. Initiatieven die de afgelopen jaren zijn opgezet en positieve resultaten laten zien, zijn onder andere de inzet van de POH-Jeugd, Welzijn op recept, de Stadskamer, de betrokkenheid van Laborijn bij speciaal onderwijs en nauwere samenwerking tussen Laborijn en Buurtplein. Naast deze positieve resultaten is er nog winst te behalen, onder andere door een betere samenwerking tussen verschillende partijen en domeinen, het (eerder) delen van informatie tussen partijen en het inzetten op preventie door Laborijn.

Daarnaast is het belangrijk dat inwoners zich meer bewust worden van de mogelijkheid om oplossingen te zoeken in het eigen netwerk in plaats van dat zij (meteen) een beroep doen op professionele hulp.

5. O  ver het algemeen wordt meer ruimte voor creatieve oplossingen en innovatie ervaren, maar er liggen ook nog uitdagingen. Het nieuwe inkoopbeleid (dat in juli 2022 is ingegaan en waarvan de overgangsperiode tot 1 april 2023 liep heeft als doel tot een resultaatgerichte werkwijze te komen waarin de vraag van de cliënt (nog meer dan voorheen) centraal staat. In de nieuwe werkwijze bepaalt niet langer de gemeente welke zorg wordt ingezet voor de inwoner, maar doen gemeente, zorgaanbieder en inwoner dit samen. Het zoeken naar passende oplossingen voor de cliënt en de mogelijkheid om daarbij creatieve oplossingen te bedenken, wordt vooral door de medewerkers van Buurtplein en Laborijn als positief ervaren. Zij geven aan meer ruimte te ervaren dan in het verleden. Wanneer professionals van organisaties waarmee samengewerkt wordt deze ruimte onvoldoende krijgen, kan dat belemmerend werken. Regels die belemmerend werken zijn voornamelijk landelijke regels, zoals de overgang van Jeugdwet naar Wmo bij 18 jaar, inkomensregelingen en verschillende financieringspotjes waarmee niet gemakkelijk geschoven kan worden. Externe professionals lopen tegen de nieuwe werkwijze aan. Zij vinden dat door de nieuwe werkwijze de integraliteit en de eigen regie van de cliënt afneemt en cliënten niet meer vrij zijn om te kiezen waar zij geholpen willen worden.

De ervaring van de externe professionals is dat de ruimte voor creatieve oplossingen verdwijnt. Dit is in tegenstelling met het doel van de nieuwe werkwijze.

50

Over het algemeen geven Wmo-cliënten aan dat zij zich beter redden door de ondersteuning die zij krijgen en ervaren zij door de ondersteuning een betere kwaliteit van leven. Ook bij cliënten die Jeugdhulp hebben aangevraagd, leidt dit meestal tot resultaat: gemiddeld genomen geeft 80% van de (ouders van) jeugdigen aan resultaat te zien op het gebied van opgroeien, zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Om maatwerk goed af te stemmen op de ondersteuningsbehoefte geven consulenten aan dat zij vooral bij de screening/intake aandacht besteden aan de vraag-achter-de-vraag. Wanneer er meer speelt dan de primaire ondersteuningsvraag, verwijzen zij cliënten door of stemmen zij af met andere partijen. Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat cliënten over het algemeen positief terugkijken op de manier waarop naar hen is geluisterd en samen met hen naar een vaak passende oplossing is gezocht voor de hulpvraag.

6. H  et uitgangspunt één huishouden, één plan, één regisseur is in de praktijk niet altijd werkbaar Het uitgangspunt één huishouden, één plan, één regisseur heeft als doel dat inwoners, ongeacht hun inhoudelijke vraag, kunnen rekenen op een duidelijk aanspreekpunt, een heldere werkwijze en eenduidige afspraken over wat zij van de gemeente en de eventuele ondersteuning mogen verwachten. In de praktijk blijkt dat niet altijd duidelijk is wie de regie heeft en welke organisatie wat doet. Ook blijkt de term één huishouden, één plan, één regisseur niet bij alle professionals bekend te zijn. De vraag wie de regie heeft, is voornamelijk onduidelijk en lastig wanneer er sprake is van complexe casussen. Of het principe één huishouden, één plan, één regisseur werkt, kan ook afhankelijk zijn van de medewerker. En soms is er sprake van meerdere plannen en meerdere regisseurs. Bij casuïstiek binnen de Jeugdwet is vaker duidelijk wie de regie heeft dan bijvoorbeeld bij casuïstiek binnen de Wmo. Verschillende registratiesystemen maken het werken conform één huishouden, één plan, één regisseur soms moeilijk. Informatie is lastig uit te wisselen en ook de AVG helpt daarin niet mee.

51

7. D  e gemeente zet steeds meer in op integraal werken en samenwerken, maar het is in de praktijk niet altijd goed toe te passen. Vanuit de gemeente wordt steeds meer ingezet op integraal beleid en het samenwerken tussen organisaties om bijvoorbeeld complexe problematiek domeinoverstijgend aan te kunnen pakken of een snellere matching van zorgvraag en aanbieder te bevorderen. De uitvoeringsorganisaties ervaren vooral dat de interne samenwerking goed verloopt. Externe professionals kunnen elkaar ook steeds beter vinden. Ook lijkt het erop dat de samenwerking goed verloopt wanneer dit is opgezet vanuit een gezamenlijk project. Wanneer er tussen verschillende uitvoeringsorganisaties en -domeinen moet worden samengewerkt, lijkt dit nog minder goed te lukken. Soms zijn er bijvoorbeeld andere belangen, of is het onduidelijk uit welk potje iets gefinancierd moet worden. Wanneer professionals elkaar kennen, lijkt integrale samenwerking beter te verlopen. Verbeterpunten die genoemd worden, liggen op het gebied van ‘ontschotten’ en op afstemming en communicatie tussen de gemeente en de verschillende uitvoeringsorganisaties. Uit de cliëntervarings­ onderzoeken Jeugd blijkt overigens wel dat het merendeel van de cliënten tevreden is over de samenwerking tussen organisaties.

8. D  e gemeente biedt een breed aanbod van voorzieningen om inwoners een veilige plek te kunnen bieden. De uitdaging ligt vooral op het gebied van beschikbare huisvesting. Wanneer een inwoner de thuissituatie moet verlaten, vanwege bijvoorbeeld een huisuitzetting, verslavingsen/of schuldenproblematiek, geestelijke gezondheidsproblematiek of huiselijk geweld is de gemeente verantwoordelijk voor het bieden van een veilige plek. Iemand kan er ook (in meerdere of mindere mate) zelf voor kiezen om een zwervend bestaan te leiden. Gemeente Doetinchem is als centrumgemeente verantwoordelijk voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang in de Achterhoek. De gemeente biedt onder andere inloopvoorzieningen, beschermd wonen, bemoeizorgteams, nazorg ex-gedetineerden en een regieteam zorg en veiligheid. Dit loopt over het algemeen goed. In de periode van 2017 tot heden is de gemeente bezig geweest met een brede aanpak. Het betreft het opstellen van beleid, het inrichten van voorzieningen en het opzetten van een preventieve aanpak. Zo is in de afgelopen jaren bijvoorbeeld de dag- en nachtopvang in de Achterhoek uitgebreid, zijn er extra woningen beschikbaar gesteld voor uitstroom crisisopvang, is er extra ingezet op begeleidingstrajecten en zijn afspraken met woningcorporaties gemaakt.

Sinds 1 april 2023 vindt een regionale pilot (De Toekomsttuin kind- en gezinsbescherming) plaats waarbinnen wordt geëxperimenteerd met een nieuwe manier van samenwerken in de keten om de bescherming van jeugdigen te verbeteren en onveilige situaties binnen huishoudens te voorkomen. Binnen de gemeente is veel expertise om te voorkomen dat mensen in zwaardere ondersteuning komen. Door een goede samenwerking tussen verschillende partijen kan de veiligheid het best geborgd worden. Ondanks dat er andere werkwijzen/samenwerkingen zijn op het gebied van veiligheid, wordt de functie van veiligheidsregisseur door sommigen gemist. Een ander aandachtspunt is huisvestiging: de beschikbaarheid van woningen en opvangplekken. Ook wordt aangegeven dat er sprake is van een personeelstekort.

52

Aanbevelingen Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek komen de onderzoekers van de GGD-NOG te volgende aanbevelingen.

1. V  erbeteren overzicht voorzieningen, signalering en ondersteuning specifieke groepen. In de gemeente is een breed scala aan voorzieningen in het sociaal domein beschikbaar. Belangrijk is dat zowel inwoners als professionals weten wat er aan voorzieningen beschikbaar is in de gemeente Doetinchem. Een goede sociale kaart (bijv. beschikbaar via website, flyer en/of lokale krant) zou hierin ondersteunend kunnen zijn. Ook het bij elkaar te brengen en bundelen van bestaande sociale initiatieven kan hieraan bijdragen. Zo kunnen voorzieningen beter gevonden worden door de doelgroep waarvoor ze zijn opgezet en kunnen professionals makkelijker doorverwijzen. Daarnaast kan het gebruik van voorzieningen en de zelfredzaamheid van inwoners worden gestimuleerd door: • Een betere afstemming tussen organisaties om statushouders toe te leiden naar ondersteuning; • Overbruggen van taalproblemen door een vertaalknop op websites, te communiceren via een tolk of meer gebruik te maken van beeldmateriaal; •

Meer in te zetten op signalering in de wijk/buurt door inwoners of mensen die werkzaam zijn in de wijk.

2. I nzicht krijgen in belemmeringen van mensen die nog onvoldoende deelnemen aan de samenleving. Voor enkele groepen zijn er nog belemmeringen voor een zinvolle deelname aan de samenleving (bijv. mensen met een beperking en mensen die uit zichzelf geen ondersteuning zoeken). Het is van belang beter inzicht te krijgen wat deze belemmeringen precies zijn en hoe de mensen die het betreft geholpen kunnen worden.

53

3. Blijven investeren in preventie en stimuleren zelf- en samenredzaamheid. Er is in de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het zogenaamde voorliggende veld: basisvoorzieningen die inwoners helpen om zelf en met hun sociale netwerk de regie over het leven te behouden. De omslag van ‘helpen en ondersteunen’ naar het zoveel mogelijk inzetten van eigen kracht lijkt steeds meer gestalte te krijgen. Het blijft belangrijk om dit uit te blijven dragen, als gezamenlijke opgave. Dus ook richting de inwoners zelf. Het is van belang dat inwoners beseffen dat zij ook hulp kunnen vragen en dit ook kunnen bieden in het eigen netwerk (denk aan de buren, ouders van school, kennissen van de sport, kerk etc.), zodat voor zaken die in het eigen netwerk opgelost kunnen worden, geen beroep hoeft te worden gedaan op professionele ondersteuning.

4. Inzicht krijgen in de ervaringen met de vernieuwde werkwijze van het nieuwe inkoopbeleid. Vanaf 1 juli 2022 is het nieuwe inkoopbeleid gestart. Het doel van het nieuwe inkoopbeleid is om mogelijk­ heden te bieden voor onder andere meer ruimte voor zorgaanbieders, meer ruimte om samen te werken en meer resultaatgericht te werken. Dit is een meerjarig traject en op dit moment zijn de implementatie en overgangsregeling net afgerond. Dit traject betreft een grote transformatie en cultuurverandering. De mogelijkheden die de nieuwe werkwijze biedt, worden in de praktijk (nog) niet altijd ervaren. Hierdoor wordt aanbevolen om afzonderlijke gesprekken in te plannen met alle partijen om het over de vernieuwde werkwijze op basis van het nieuwe inkoopbeleid te hebben. In deze gesprekken kan gevraagd worden naar de ervaringen tot nu toe: welke successen en knelpunten worden gezien en wat hebben de verschillende partijen van de gemeente nodig om verder te kunnen met de vernieuwde werkwijze.

5. Knelpunten wegnemen t.a.v. het werken conform één huishouden, één plan, één regisseur. Werken conform het uitgangspunt één huishouden, één plan, één regisseur is nog niet altijd vanzelfsprekend. Het is van belang om meer duidelijkheid te scheppen in wie de regie heeft en regisseurs voldoende toe te rusten zodat zij deze rol goed kunnen oppakken. Ook het gebruikmaken van één registratiesysteem zou kunnen helpen om meer conform één huishouden, één plan, één regisseur te werken (zie ook volgende aanbeveling).

54

6. Bevorderen samenwerking. Ondanks dat de gemeente steeds meer inzet op integraal beleid behoeft de samenwerking tussen organisaties volgens de professionals verbetering. Om de samenwerking te verbeteren hebben externe professionals de wens om elkaar beter te leren kennen. De aanbeveling is dan ook om netwerkdagen te organiseren met een brede opzet waar alle partijen elkaar kunnen ontmoeten. Door elkaar beter te leren kennen wordt beoogd dat partijen elkaar ook beter weten te vinden en meer/beter kunnen samenwerken. Daarnaast kan de samenwerking bevorderd worden door één gezamenlijk registratiesysteem. Hierdoor wordt informatieverlies voorkomen en kan er gemakkelijker volgens het uitgangspunt één huishouden, één plan, één regisseur gewerkt worden. Zo kan op een AVG-vriendelijke manier informatie uitgewisseld worden en kan bijvoorbeeld in het gezamenlijke registratiesysteem de regisseur benoemd worden. Aanbevolen wordt om de mogelijkheid tot een gezamenlijk registratiesysteem te onderzoeken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7983/documents/46870