CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2036 Samen groeien, gewoon doen.pdf

informatieve raadsbijeenkomst 23 mei 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Nieuw beleidskader sociaal domein19.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integraal beleidskader sociaal domein 2024 - 2036

Samen groeien, gewoon doen

doetinchem.nl

Voorwoord

Samen groeien, gewoon doen Samen groeien, gewoon doen betekent voor ons het gewone leven centraal stellen en doen wat nodig is. Dat is de visie achter ons beleid voor het sociale domein. De gemeente Doetinchem bloeit en groeit. Het zijn al die ontelbare initiatieven in de haarvaten van onze buurten en wijken die zorgen voor een betrokken en veerkrachtige samenleving. Ook in 2036 willen we een aantrekkelijke gemeente zijn, waar het prettig wonen, werken, leven en verblijven is. Daarom willen we samen groeien in kwaliteit.

De kracht van de samenleving benutten We zijn een gemeente waar iedereen dezelfde kansen krijgt en volwaardig kan meedoen. Talenten van mensen krijgen de ruimte en iedereen levert naar vermogen een bijdrage aan een sociale en veerkrachtige samenleving. Met heel veel mensen in onze gemeente gaat het goed. Zij redden zichzelf en bouwen hun eigen leven op. Ze pakken hun kansen, zijn aan het werk en doen mee in de samenleving. Ze leveren hun bijdrage aan een sociaal en veerkrachtig Doetinchem. Al die tientallen vrijwilligersorganisaties, religieuze organisaties, verenigingen, samenwerkingsverbanden en initiatieven in de wijk of buurt vormen met elkaar een prettige, verbonden en steunende gemeenschap. In een veerkrachtige en open samenleving bekommeren we ons om elkaar, ook als het even wat minder goed gaat.

Wij stellen het gewone leven centraal Mensen komen het meest tot hun recht wanneer ze eigen regie ervaren en mee kunnen doen in de samenleving. We kiezen ervoor om het gewone leven centraal te stellen, waarbij mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun leven en zoveel mogelijk zelf de regie hebben en houden. We rekenen op de zelf- en samenredzaamheid van een inclusieve samenleving waarin zo veel mogelijk mensen gewoon meedoen, waarin ze zich thuis voelen en waarin ze zich kunnen ontplooien. Soms gaat het (tijdelijk) even minder en is er meer nodig. Dan kijken we naar wat iemand wél kan. We kiezen als vertrekpunt dat een hulpvraag niet altijd een probleem is waar een zorg- of ondersteuningstraject bij hoort. Professionele ondersteuning is altijd aanvullend en waar mogelijk tijdelijk. Veel dingen die we meemaken, horen bij het normale leven. Onze aanpak is gericht op het versterken van veerkracht. Indien mogelijk lossen we samen de problemen op en versterken zo de eigen kracht. Wanneer dat niet mogelijk is, zetten we in op het accepteren van en het leren omgaan met de situatie. We investeren in het netwerk of het opbouwen daarvan. Daarmee vergroten we de veerkracht en zorgen we dat iedereen deel blijft uitmaken van onze samenleving.

Grip op het eigen leven Een kleine groep inwoners heeft ondersteuning nodig. Het doel is dan die ondersteuning zodanig te bieden dat mensen zo zelfstandig mogelijk, met grip op het eigen leven, kunnen deelnemen aan de samenleving. Dus niet ‘zorgen voor’, maar ‘zorgen dat het zelf lukt’. Geen ‘Ik heb recht op...’, maar ‘Wat heb ik nodig?’. We kijken naar wat iemand écht nodig heeft.

2

‘Samen groeien [gD] gewoon doen’ We zien bestaanszekerheid als basis van een sociaal en veerkrachtig Doetinchem. Door de sociale basis te versterken, bouwen we aan veerkrachtige en open gemeenschappen met sterke sociale netwerken die tegen een stootje kunnen. Door kansrijk opgroeien en een leven lang leren mogelijk te maken, zorgen we ervoor dat iedereen zich kan blijven ontwikkelen en mee kan blijven doen. En door te investeren in gezondheidsbevordering voor risicogroepen en een gezonde(re) samenleving in algemene zin, bevorderen we een gezond en gelukkig leven. De komende periode gaan we samen met inwoners, vrijwilligers, professionals en organisaties aan de slag om verder te bouwen aan een sociaal en veerkrachtig Doetinchem. Een uitdagende opgaven, waar we graag invulling aan geven. Namens college van burgemeester en wethouders, Jorik Huizinga Robbert Hummelink Patrick Moors Portefeuillehouders sociaal domein

ONZE VIER SOCIALE OPGAVEN 1. Bestaanszekerheid als basis onder een sociaal en veerkrachtig Doetinchem. 2. Verstevigen sociale basis in buurten en wijken. 3. Kansrijk opgroeien en een leven lang leren. 4. Gezond en gelukkig leven.

3

Sa

! en

, n gewo e i e o r on g do en m

4

Inhoudsopgave Voorwoord - Samen groeien, gewoon doen

2

1.

Samen verder vooruit

6

2.

De Doetinchemse aanpak

8

3.

Onze bouwstenen voor een sociaal en veerkrachtig Doetinchem

10

3.1 Inwoner centraal

11

3.2 Veerkracht

12

3.3 Preventie

13

3.4 Perspectief

14

3.5 Vertrouwen

15

Onze sociale opgaven

16

4.1 Bestaanszekerheid als basis onder een sociaal en veerkrachtig Doetinchem

17

4.

4.1.1 Onze keuzes

4.2 Verstevigen sociale basis in buurten en wijken

4.2.1 Onze keuzes

4.3 Kansrijk opgroeien en een leven lang leren

4.3.1 Onze keuzes

4.4 Gezond en gelukkig leven

4.4.1 Onze keuzes

18 22 24 27 28 32 34

5.

Aan de slag

38

6.

Financiën

41

7.

Monitoring

46

BIJLAGE 1

48

Conclusies en aanbevelingen beleidsevaluatie sociaal domein gemeente Doetinchem 2023

49

5

1. Samen verder vooruit Van transitie naar transformatie

De eerste jaren sinds de decentralisatie (2015) lag de focus vooral op de transitie van het sociaal domein. We waren vooral bezig met het implementeren en adequaat uitvoeren van de wetten waar we verantwoordelijk voor werden (Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet en Participatiewet). Het idee achter de decentralisaties was dat de gemeente dichter bij hun inwoners staat en dat daarmee hulp en zorg aan inwoners passender kan zijn, afgestemd op de lokale situatie. In Doetinchem zijn we hier in veel gevallen in geslaagd. We kennen onze inwoners en hun vraagstukken beter en met onze samenwerkingspartners hebben we de transitie met de nodige kwaliteit vormgegeven. De decentralisatie was echter niet alleen een kwaliteitsimpuls, maar ging ook gepaard met forse bezuinigingen. Tegelijkertijd kwamen er nieuwe vraagstukken bij. Er is een groeiend tekort aan (zorg)personeel. Daarnaast neemt de vraag naar hulp en ook steeds complexere hulp verder toe. Tot slot zien we in de dagelijkse praktijk dat inwoners en professionals nog te veel last hebben van schotten tussen de wetten. De afgelopen periode hebben we de focus steeds meer verschoven naar de transformatie in het sociaal domein. Door niet de regels centraal te stellen, maar veel meer vanuit de bedoeling van de wetten te gaan werken. En dat vanuit een sterke focus op preventie.

Waar de eerste jaren nog erg vanuit de verschillende ‘hokjes’ werd gedacht, handelen we nu veel meer vanuit een brede, integrale aanpak. Dat zien we bijvoorbeeld ook terug bij onze uitvoeringsorganisaties Buurtplein en Laborijn. Waar deze organisaties voorheen vooral gericht waren op de uitvoering van de wettelijke taken, staan er nu toekomstbestendige organisaties met een brede, integrale manier van werken. Ze zijn veel meer naar buiten gericht en zoeken veel meer de samenwerking op in het belang van de inwoner. De afgelopen jaren hebben we de basisinfra­ structuur verder doorontwikkeld. Zo zijn Sport-ID en Amphion Cultuurbedrijf er. Twee organisaties die in korte tijd hebben aangetoond dat ze een krachtige aanvulling zijn binnen de sociale infrastructuur in onze gemeente. En dan zijn er uiteraard nog tientallen andere organisaties en initiatieven actief in het sociaal domein. Deze organisaties en initiatieven vormen in onze gemeente een stevige, solide basis. Maar het zijn bovenal de mensen achter deze organisaties en initiatieven die dag in dag uit het leven van onze inwoners kleur geven. Daar zijn we trots op en dat koesteren we.

6

‘Met dit brede en toekomstgerichte beleidskader zetten wij de volgende stap. Nog veel meer dan voorheen brengen we verbinding en samenhang aan en werken we vanuit één gedeelde visie.’

De volgende stap Als we van de organisaties waarmee we samenwerken verwachten dat zij de volgende stap gaan zetten, moeten we als gemeente allereerst kritisch naar ons eigen beleid kijken. Op inhoud, maar ook naar de samenhang, integraliteit en interactie tussen de verschillende beleidsdomeinen. De afgelopen jaren zijn stappen gezet om de transformatie vorm te geven. Dat deden we veelal vanuit verschillende kaders, visies en plannen, die waren vastgelegd in aparte (sectorale of domeinspecifieke) beleidsstukken, afspraken of opdrachten. Wat mist is een brede, integrale visie over de volle breedte van het sociaal domein. Het sociaal domein is namelijk breder dan alleen de Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet en Participatiewet. Het gaat bijvoorbeeld ook over onderwijs, sport, cultuur, bestaanszekerheid, leefbaarheid en veiligheid. En het sociaal domein staat niet op zichzelf, maar staat in verbinding met het fysieke en economische domein. Met dit brede en toekomstgerichte integraal beleidskader zetten wij de volgende stap. Nog veel meer dan voorheen brengen we verbinding en samenhang aan en werken we vanuit één gedeelde visie.

Voortbouwen op stevige basis In aanloop naar het opstellen van dit integraal beleidskader hebben we in 2023 eerst teruggekeken en geëvalueerd. Het Evaluatiebureau Publieke Gezondheid van de GGD Noord- en Oost-Gelderland (NOG) heeft het vorige beleidskader op hoofdlijnen geëvalueerd. De evaluatie geeft een overzicht van de bereikte resultaten van de afgelopen jaren. De resultaten laten zien dat we een stevige, solide basis hebben staan in de gemeente Doetinchem. Hier kunnen we op voortbouwen. Naar aanleiding van het evaluatieonderzoek zijn er meerdere aanbevelingen geformuleerd. Hier hebben we lessen uit getrokken. Bij het opstellen van dit nieuwe integraal beleidskader hebben we deze aanbevelingen betrokken. In bijlage 1 zijn de conclusies en aanbevelingen uit het evaluatieonderzoek opgenomen.

Inhoudelijke uitgangspunten en richtinggevende principes In aanloop naar dit integraal beleidskader sociaal domein hebben we eerst inhoudelijke uitgangspunten en richtinggevende principes geformuleerd en vastgesteld. Dit was een eerste belangrijke stap richting het nieuwe beleid. In het verlengde van de inhoudelijke uitgangspunten was het ook wenselijk uitspraken te doen over de randvoorwaarden waarbinnen we de uitwerking vorm hebben gegeven, zoals de reikwijdte van het nieuwe integraal beleidskader en onze samenwerking met verbonden partijen en andere samenwerkings­partners. De gemeenteraad heeft in juli 2023 in een raadsbesluit de inhoudelijke uitgangspunten en richtinggevende principes vastgesteld. In bijlage 2 zijn deze opgenomen. De inhoudelijke uitgangspunten en richtinggevende principes vormden de basis voor de uitwerking van dit nieuwe integraal beleidskader sociaal domein.

7

2. De Doetinchemse aanpak Met dit nieuwe integraal beleidskader sociaal domein leggen wij onze strategische koers voor het sociaal domein vast. Dit beleidskader helpt ons bij het maken van keuzes die bepalend zijn voor hoe en in welke richting het sociaal domein in onze gemeente zich ontwikkelt. Dit beleidskader richt zich op de lange termijn. We leggen hierin onze ambities en beleidskeuzes vast. Dat doen we aan de hand van vijf bouwstenen en vier sociale opgaven. Met het vastleggen van deze bouwstenen en sociale opgaven creëren we samenhangend beleid. Ze vormen als het ware de overkoepelende paraplu waarop we in Doetinchem de uitvoering in het sociaal domein baseren. Vervolgens blijft er ruimte om in uitvoeringsagenda’s, verordeningen, beleidsregels, opdrachten et cetera invulling en uitvoering te geven aan onze overkoepelende bouwstenen en sociale opgaven. Daarbij geldt dus nadrukkelijk dat de invulling en uitvoering in lijn moeten zijn met de aanpak zoals in dit beleidskader verwoord. Alleen dan kunnen we in gezamenlijkheid de volgende stap zetten en onze ambities realiseren. Als blijkt dat er spanning bestaat tussen de inhoud van dit beleidskader en de inhoud van tactisch/operationeel beleid, dan maken we een afweging vanuit de gedachte van dit beleidskader.

Onze sociale opgaven

Onze bouwstenen voor een sociaal en veerkrachtig

• zijn de belangrijkste uitdagingen voor de

Doetinchem

komende jaren

• laten zien wat wij belangrijk vinden, waar wij voor staan

• geven richting aan onze inhoudelijke koers • vormen de rode draad om samenhang en integraliteit te realiseren

en hoe we te werk gaan • vormen het fundament onder onze aanpak • vormen de basis voor de uitvoering in het sociaal domein

Bestaanszekerheid als basis onder een sociaal en veerkrachtig Doetinchem Veerkracht

Verstevigen sociale basis in buurten en wijken Gezond en gelukkig leven Kansrijk opgroeien en een leven lang leren

Perspectief

Vertrouwen

Preventie

Inwoner centraal

8

Focus aanbrengen We brengen focus aan. Door te kiezen voor vier sociale opgaven, laten we zien welke prioriteiten we stellen en wat er nodig is om te groeien in kwaliteit. Dat betekent dat we geen of minder prioriteit geven aan andere opgaven en plannen. Uiteraard pakken we onze verantwoordelijkheid bij (wettelijke) taken en verplichtingen en geven we uitvoering aan vastgesteld beleid. Maar we benadrukken dat we de komende jaren kiezen voor de bouwstenen en sociale opgaven.

Keuzes maken Dit integraal beleidskader helpt ons bij het maken van keuzes in het sociaal domein. Welke plannen of initiatieven vinden we wenselijk en welke niet? Dat toetsen we aan dit beleidskader. Komt er een organisatie of initiatienemer bij ons met een plan? Dan kunnen we aan de hand van dit beleidskader bepalen of het plan haalbaar blijkt. Hetzelfde geldt voor onze eigen plannen.

Vervolg: uitvoeringagenda’s Het integraal beleidskader legt onze ambities vast en beschrijft de richting die we op willen in het sociaal domein. De volgende stap is het uitwerken daarvan om die ambities te behalen. Om tot actie en uitvoering te komen werken we iedere sociale opgave uit in een uitvoeringsagenda met concrete doelen en deelopdrachten. Bij de uitwerking van iedere sociale opgave komen vervolgens de vijf bouwstenen terug.

Inwoner centraal

Veerkracht

Inwoner centraal

Veerkracht

Preventie Bestaanszekerheid als basis onder een sociaal en veerkrachtig Doetinchem

Verstevigen sociale basis in buurten en wijken Perspectief

Vertrouwen

n

eien, gewoo n gro

Inwoner centraal

Veerkracht

Kansrijk opgroeien en een leven lang leren

9

Preventie Gezond en gelukkig leven

Perspectief Uitvoeringsagenda

Uitvoeringsagenda

Inwoner centraal

Preventie

Vertrouwen

Perspectief

Vertrouwen

! en do

Sa m e

Uitvoeringsagenda

Veerkracht

Preventie

Perspectief

Vertrouwen Uitvoeringsagenda

3. Onze bouwstenen voor een sociaal en veerkrachtig Doetinchem De vijf bouwstenen laten zien wat we belangrijk vinden, waar we voor staan en hoe we te werk gaan. Op basis van deze bouwstenen geven we de uitvoering in het sociaal domein vorm. Ze vormen onze vuistregels, die richting geven aan beleid en uitvoering. En ze bieden handelingsperspectief voor professionals. De bouwstenen krijgen vorm en inhoud in onze (uitvoerings)plannen en in onze samenwerking met inwoners en organisaties. Van partijen waar we mee samenwerken, verwachten we dat zij deze bouwstenen uitdragen en hier ook naar handelen. Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid geven we daarmee vorm en inhoud aan deze bouwstenen voor een sociaal en veerkrachtig Doetinchem.

Veerkracht

Vertrouwen

Inwoner centraal

Perspectief

Preventie

10

3.1 Inwoner centraal Om een integrale aanpak te realiseren, kiezen we voor een aanpak waarin de inwoner centraal staat. We kijken gericht naar wat iemand nodig heeft. Soms is dat duidelijk en overzichtelijk. Dan werken we efficiënt en zorgen we met onze uitvoeringsorganisaties voor een snelle en passende oplossing. Er kan ook sprake zijn van complexe problematiek. Dat vraagt goede samenwerking en afstemming tussen professionals en organisaties. Met elkaar zorgen we voor een samenhangende aanpak op alle leefgebieden, vanuit de vraag en behoeften van de inwoner en/of het gezin. Daarbij staat niet de wet, de regeling of de voorziening centraal, maar vormt het dagelijks leven van de inwoner en/of het gezin het uitgangspunt. De gemeente is samen met de verschillende uitvoeringsorganisaties verantwoordelijk voor een zo integraal mogelijke dienstverlening aan onze inwoners. In het sociaal domein is onze inzet al langer gericht op integraal kijken en werken. Maar de praktijk kan weerbarstig zijn. Voor veel inwoners is de lokale overheid een complexe systeemwereld. Systemen en regels hebben veel voordelen, maar kunnen ook belemmerend werken en niet goed op elkaar aansluiten. Veel mensen ervaren problemen op meerdere levensdomeinen: inkomen, schulden, daginvulling, lichamelijke en/of geestelijke gezondheid et cetera.

Problematiek is bijna nooit in één hokje te stoppen en de oplossing vaak ook niet. De systeemwereld sluit dan onvoldoende aan op de leefwereld en dagelijkse realiteit. Waar we in systemen problemen hebben opgedeeld in regels, is de leefwereld van inwoners ongedeeld. We bieden integrale hulp en ondersteuning aan gezinnen volgens het uitgangspunt ‘één huishouden, één plan, één regisseur’. Dit uitgangspunt heeft als doel dat inwoners, ongeacht hun inhoudelijke vraag, kunnen rekenen op een duidelijk aanspreekpunt, een heldere werkwijze en eenduidige afspraken over wat zij van de gemeente en de eventuele ondersteuning mogen verwachten. Integraal werken stopt niet bij de dienstverlening in het sociaal domein. Het vraagt nadrukkelijk een goede en integrale samenhang met andere domeinen, zoals het zorg- en medisch domein (denk aan de samenwerking met huisartsen). Ook kijken we naar de fysieke leefomgeving. Een veilige, gezonde en leefbare woonomgeving is namelijk van groot belang voor het welzijn van onze inwoners.

11

3.2 Veerkracht Onze aanpak in het sociaal domein is gericht op het versterken van veerkracht. Veerkracht is het vermogen om om te gaan met uitdagingen en onverwachte gebeurtenissen. Het gaat om het vermogen van mensen om zoveel mogelijk eigen regie te voeren. De veerkrachtige samenleving kan een antwoord bieden op de uitdagingen in een snel veranderende maatschappij en kan tegen een stootje. Het zijn al die ontelbare initiatieven in onze buurten en wijken die zorgen voor een betrokken en veerkrachtige samenleving. We rekenen op de samenredzaamheid van een inclusieve samenleving waarin zo veel mogelijk mensen gewoon meedoen, waarin ze zich thuis voelen en waarin ze zich kunnen ontplooien. We gaan ervan uit dat inwoners verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven en zoveel mogelijk zelf de regie houden. Ook wanneer ze (gedeeltelijk) afhankelijk zijn van ondersteuning. Mensen komen immers het meest tot hun recht wanneer ze eigen regie ervaren en kunnen meedoen in de samenleving. Eigen kracht en sterke sociale netwerken zijn van essentieel belang voor een veerkrachtige samenleving. Daar zit ook gelijk een belangrijk aandachtspunt, want de meest kwetsbare mensen participeren het minst in de samenleving en hebben de kleinste netwerken. Wie geen netwerk heeft, heeft daarom al snel minder veerkracht om te kunnen omgaan met een probleemsituatie.

Indien mogelijk lossen we samen de problemen op en versterken zo de eigen kracht. Maar wanneer dat niet mogelijk is, zetten we in op het accepteren van en het leren omgaan met de situatie. We investeren in het netwerk of het opbouwen daarvan. Daarmee vergroten we de veerkracht en zorgen we dat iedereen deel blijft uitmaken van onze samenleving. Daarom is onze aanpak gericht op het versterken van de veerkracht van individuen én van gemeenschappen. Om te investeren in de veerkracht van individuele inwoners, is een veerkrachtige samenleving namelijk onmisbaar.

‘Eigen kracht en sterke sociale netwerken zijn van essentieel belang voor een veerkrachtige samenleving.’

12

3.3 Preventie Een andere belangrijke bouwsteen voor ons is preventie. Preventie is het voorkomen van (escalatie van) problemen en het handelen als de eerste signalen van problemen zich voordoen. Preventie in het kader van positieve gezondheid is het voorkomen van verlies van het vermogen om je aan te passen en eigen regie over je leven te hebben én het tijdig ondersteunen bij (een dreiging van) het verlies daarvan. Krachtig sociaal beleid begint bij preventie. We kiezen nadrukkelijk voor een stevige inzet op preventie, vroegsignalering en gezondheidsbevordering. We gaan voor een breed en integraal preventiebeleid, soms gericht op alle inwoners en soms op specifieke groepen en/of wijken. We investeren in gezondheidsbevordering voor risicogroepen én een gezonde(re) samenleving in algemene zin. Met gerichte maatregelen voor risicogroepen focussen we ons op factoren die van invloed zijn op gezondheid en welzijn. We geven extra aandacht aan preventie vóórdat een zorg- of ondersteuningsvraag bestaat. Voorkomen is immers beter dan genezen. En erger voorkomen is beter dan wachten tot het te laat is. Hiermee dragen we bij aan het uitstellen of voorkomen van behoefte aan zorg en ondersteuning. Preventief werken betekent niet alleen prioriteit geven aan de ‘voorkant’. Goede nazorg is minstens zo belangrijk, want daarmee zorgen we voor een duurzame oplossing en voorkomen we terugval.

Een krachtig, breed en integraal preventiebeleid is dus van essentieel belang om de kanteling van zorg naar gezondheid te realiseren.

13

3.4 Perspectief Onze aanpak is erop gericht dat inwoners perspectief hebben: dat ze grip op hun leven hebben en zelf kunnen beschikken over de mogelijkheden om hun leven in te richten. Positieve impact ontstaat als je ergens zelf over gaat. Als je niet alleen het voorwerp van een maatregel bent, maar er ook op actieve wijze deel van uitmaakt. Door het eigenaarschap te versterken, creëren we weer perspectief. In onze aanpak stellen we ontwikkeling centraal. Voor ons staat namelijk voorop dat iedereen naar vermogen duurzaam een bijdrage levert (van meedoen tot betaald werk) in een zo regulier mogelijke omgeving. Veel inwoners ervaren een gebrek aan perspectief en een gebrek aan grip op hun leven. Als mensen op belangrijke pijlers van het leven geconfronteerd worden met onzekerheid, kan dit hun toekomstperspectief beïnvloeden. Denk aan mensen die leven met lichamelijke of psychische klachten of die armoede ervaren. Zij zijn vaak minder gelukkig en minder goed in staat om beslissingen te nemen voor de lange termijn. Wij vinden het belangrijk dat mensen voldoende perspectief hebben. Dat laten we merken door mensen serieus te nemen, door echt naar hen te luisteren en door werkzame en duurzame oplossingen te bieden. Daarmee krijgen mensen richting en perspectief. Als iemand perspectief heeft op een betere toekomst, ontstaat er weer grip op het eigen leven.

Zodat iemand door eigen handelen gewenste uitkomsten kan verkrijgen en ongewenste uitkomsten kan voorkomen.

14

3.5 Vertrouwen Werken vanuit vertrouwen betekent allereerst dat we vertrouwen hebben in het oplossend vermogen van onze inwoners zelf. We gaan uit van de eigen kracht en zelfredzaamheid. Mensen zijn soms onzeker en bevinden zich in een kwetsbare positie. De gemeente en onze uitvoeringsorganisaties zijn laagdrempelig toegankelijk. Vanuit vertrouwen werken betekent dat we te goeder trouw werken. We zijn niet onverschillig, mensen zijn namelijk geen vinkjes op een controlelijst. Daarom streven we naar minder administratieve druk voor onze inwoners en professionals: van controle naar regelarm. We hebben vertrouwen in onze professionals. Vanuit hun deskundigheid handelen zij in het belang van de inwoner. Ze verdiepen zich in de ander en sluiten daarmee aan bij de leefwereld van de inwoner. Zo laten onze professionals zien dat ze echt iets kunnen betekenen. Werken vanuit vertrouwen betekent niet dat we grenzeloos te werk gaan en naïef zijn. We blijven kritisch en zullen altijd kijken of de dingen die we doen gerechtvaardigd zijn. Juist door transparant te werk te gaan, weten we wat we over en weer van elkaar kunnen verwachten. Vertrouwen vormt ook de basis van de relatie met onze samenwerkingspartners. Vanuit onze regierol en als opdrachtgever verwachten wij van hen dat zij vanuit vertrouwen te werk gaan. De menselijke maat, persoonlijke aandacht en maatwerk staan voorop.

We kijken naar wat inwoners nodig hebben. Dan kunnen we écht het verschil maken voor onze inwoners. Om het vertrouwen te laten groeien, investeren we in de relatie. Ook zijn we transparant in wat we doen. Hierdoor creëren we duidelijkheid.

15

4.0

Onze sociale opgaven

We kiezen voor een samenhangende aanpak. Dat vraagt erom integraal over de domeinen heen te werken. De vijf bouwstenen laten zien waar we voor staan en hoe te werk gaan. Vervolgens gaan we de komende jaren aan de slag met vier grote sociale opgaven. Door deze opgaven als rode draad te nemen, realiseren we samenhang en integraliteit. De sociale opgaven staan niet op zichzelf. Het herstellen en versterken van bestaanszekerheid is een basis om gezond en gelukkig te kunnen leven. Wanneer we investeren in kansrijk opgroeien en een leven lang leren, zal ook bestaansonzekerheid verminderen. En zonder een stevige sociale basis hebben we geen sterke gemeenschappen die bijdragen aan kansrijk opgroeien voor de jongste generatie. Met deze aanpak zetten we een grote stap naar samenhangend beleid, betere uitvoering en samenwerking met onze maatschappelijke partners.

Bestaanszekerheid als basis onder een sociaal en veerkrachtig Doetinchem

Verstevigen sociale basis in buurten en wijken Gezond en gelukkig leven Kansrijk opgroeien en een leven lang leren

16

4.1 Bestaanszekerheid als basis onder een sociaal en veerkrachtig Doetinchem Bestaanszekerheid is de basis. De zekerheid van voldoende

Inwoner centraal

en voorspelbaar inkomen, de zekerheid van werk, de zekerheid die een goede gezondheid of toegang tot goede zorg biedt en de zekerheid van mee kunnen doen in de

Veerkracht

samenleving. Maar ook de zekerheid van een dak boven je hoofd in een geschikte en betaalbare woning. Daarom zien we bestaanszekerheid ook echt als basis onder een sociaal en veerkrachtig Doetinchem.

Preventie Bestaanszekerheid als basis onder een sociaal en veerkrachtig Doetinchem Perspectief

Vertrouwen

Gevolgen bestaansonzekerheid

Uitvoeringsagenda

Voor veel mensen is bestaanszekerheid niet vanzelfsprekend. Bestaansonzekerheid openbaart zich op verschillende leefgebieden. De impact in het ene leefgebied versterkt in een aantal gevallen de effecten op andere leefgebieden en vergroot daardoor de kwetsbaarheid van inwoners. Zo betekent een slechtere gezondheid minder kansen op de arbeidsmarkt. Werkloos zijn heeft weer een negatieve invloed op de gezondheid. Stress over bestaansonzekerheid leidt tot verslechterde gezondheid en soms ook tot spanning in gezinnen en bij de opvoeding van kinderen. Mensen voelen zich buitengesloten omdat zij op veel fronten niet mee kunnen doen in de samenleving. Een gebrek aan bestaanszekerheid bij de ouders/verzorgers heeft bovendien invloed op de ontwikkeling van kinderen. Gezinnen die van generatie op generatie arm zijn, leven langdurig in financiële armoede en vaak ook in sociale uitsluiting. Dit heeft negatieve effecten op het lichamelijk en psychisch welbevinden van gezinsleden en vaak ook op hun directe omgeving. Zowel kinderen als volwassenen ervaren het leven met minimale middelen als stressvol en beperkend. Daarnaast doen gezinnen die van generatie op generatie armoede ervaren minder mee in de maatschappij. Ze hebben minder vaak een baan, doen minder vaak aan vrijwilligerswerk en zijn meer geïsoleerd.

De belofte van bestaanszekerheid Wij onderschrijven het essay van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) met drie fundamentele beloften van bestaanszekerheid (Vereniging Nederlandse Gemeenten, Bestaanszekerheid als belofte, maart 2023). Daarin gaat het over dat inkomen genoeg is om van te leven, dat iedereen zich kan ontwikkelen in de maatschappij en over het vertrouwen in de overheid. Het houdt in dat inwoners moeten kunnen rekenen op een toegankelijke en betrouwbare overheid, die ervoor zorgt dat de basisvoorwaarden voor bestaans­ zekerheid geregeld zijn, zoals voldoende en voorspel¬bare (financiële) middelen van bestaan, huisvesting en toegang tot goede zorg. Het Rijk is aan zet voor fundamentele, grote (systeem)hervormingen op het gebied van bestaanszekerheid. Maar vanuit onze gemeentelijke verantwoordelijkheid blijven wij werken aan bestaanszekerheid als basis onder een sociaal en veerkrachtig Doetinchem. Daarbij hanteren we een brede benadering van bestaanszekerheid, met een aanpak die is gericht op het herstellen en versterken daarvan.

17

4.1.1 Onze keuzes Werk maken van werk Zoals al genoemd is bestaanszekerheid meer dan inkomenszekerheid. Werk en inkomen, en daarmee financiële stabiliteit, vormen een belangrijke pijler onder bestaanszekerheid. Het hebben van een baan met de zekerheid van een inkomen heeft een positieve invloed op het welbevinden en de gezondheid. Daarom zien we werk als belangrijk middel om duurzaam uit armoede te komen en bestaanszekerheid te versterken. We maken werk van werk, door ons sterk te maken voor een inclusieve arbeidsmarkt. Ook willen we het makkelijker maken om de stap naar werk te zetten.

Inclusieve arbeidsmarkt Er is sprake van een mismatch op de arbeidsmarkt. Dit zorgt er soms voor dat mensen ongewild en ongewenst langs de kant staan. Ons doel is om voor iedereen gelijke kansen te creëren om een duurzame plek op de arbeidsmarkt te verwerven. Daarom maken we ons sterk voor een inclusieve arbeidsmarkt, waarbij iedereen voor zover mogelijk meedoet in het arbeidsproces en waarbij ondernemers ruimte hebben voor ontwikkeling. We richten ons op iedereen die ondersteuning nodig heeft bij het verkrijgen of behouden van werk en bij het vergroten van de arbeidsparticipatie van deze doelgroep. Dat kunnen we niet alleen. We werken intensief samen met onze samenwerkingspartners in de Arbeidsmarktregio Achterhoek. Samen met onder andere onze werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties, onderwijspartners en UWV geven we een impuls aan de inclusieve arbeidsmarkt.

Benutten onbenut arbeidspotentieel We kennen in onze gemeente een grote groep mensen die nog niet aan het werk zijn, maar wel graag willen. Of mensen die al wel werken, maar bijvoorbeeld graag meer uren aan de slag gaan. We brengen de doelgroep onbenut arbeidspotentieel, of beter gezegd ‘onbekend talent’, in beeld en kijken welke bijdragen wij en onze samenwerkingspartners daaraan kunnen leveren. Zodat we vervolgens gericht (extra) interventies kunnen inzetten in de begeleiding naar werk.

Simpel Switchen Voor ons staat voorop dat iedereen naar vermogen duurzaam een bijdrage levert, van meedoen tot betaald werk. We investeren in de ontwikkeling van onze inwoners, in een zo regulier mogelijke omgeving. Ons uitgangspunt is het realiseren van regulier betaald werk. Als het (nog) niet lukt om de stap naar betaald werk te maken, ondersteunen we bij het zo zelfstandig mogelijk deel kunnen nemen aan de samenleving. Mensen moeten ook vanuit de dagbesteding de stap kunnen zetten naar (betaald) werken als dat voor hen mogelijk is. Veel mensen zijn bang dat ze hun inkomen en rechten kwijtraken wanneer zich een wijziging voordoet in hun situatie. De overgang naar een nieuwe plek, zoals van dagbesteding naar (betaald) werk, kan zorgen voor onzekerheid. Mensen zetten makkelijker de stap naar (betaald) werk als ze zich veilig voelen om dat te doen. Met Simpel Switchen nemen we de drempels weg om aan het werk te gaan en maken we het mensen makkelijker om een stapje terug te doen als het toch (even) niet lukt. Zodat uiteindelijk iedereen mee kan doen op de plek die op dat moment meest passend is.

Activerend Werken Veel organisaties en professionals werken iedere dag samen met onze inwoners aan ontwikkelperspectief en de stap naar (betaald) werk als dat mogelijk is. Denk aan onze uitvoeringsorganisaties Buurtplein en Laborijn, maar ook aan zorgorganisaties die trajecten uitvoeren of belangrijke voorzieningen zoals de Stadskamer. Een effectieve ketensamenwerking vraagt veel afstemming, coördinatie en samenwerking.

18

Maar dit realiseren we bovenal door te werken vanuit dezelfde visie en met dezelfde stip op de horizon. Dat doen we in Doetinchem onder de noemer ‘Activerend Werken’. We brengen de domeinen zorg en werk bij elkaar. We kijken gezamenlijk wat er nodig is om de bestaanszekerheid te versterken en ervoor te zorgen dat iedereen kan meedoen op de meest passende plek. Dat doen we door het ontwikkelperspectief van de inwoner centraal te stellen en te werken vanuit een gedeelde visie op participatie en activering. Zo bevorderen we een brede, integrale dienstverlening en halen we zo nodig inhoudelijke en financiële schotten weg.

Zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen Mensen hebben voldoende inkomen nodig waarvan zij basisvoorzieningen kunnen betalen. Armoede en schulden zijn twee aparte begrippen, maar in de praktijk zien we dat oorzaken, gevolgen en oplossingen veel overlap hebben met elkaar. Mensen die leven in armoede lopen een verhoogd risico op schulden. En mensen met problematische schulden hebben vaak een laag besteedbaar inkomen. Armoede is allereerst een gebrek aan geld. Het betekent dat een huishouden (te) weinig geld heeft voor basisbehoeften zoals huur, gas, water en licht, voeding, kleding, persoonlijke verzorging, gezondheidszorg en onderwijs. Maar het betekent ook dat er weinig geld is voor ‘sociale participatie’, zoals het ontvangen van bezoek of op bezoek gaan, openbaar vervoer, vrije tijd (sport of hobby) en vakantie. Mensen met hogere inkomens kunnen door schulden ook in armoede leven. Het besteedbaar inkomen is hier van belang. Daarnaast betekent het hebben van problematische schulden vrijwel altijd dat een huishouden niet meer in staat is de normale noodzakelijke uitgaven te doen. In dat geval is het gezin als arm te kwalificeren, ook al is er niet altijd sprake van een laag inkomen. Armoede en schulden hebben invloed op de manier waarop mensen in de samenleving staan en in hoeverre zij kunnen meedoen in de maatschappij van alledag.

De doelgroep van ons armoedebeleid is niet homogeen. De oorzaken en aard van de problematiek verschillen van persoon tot persoon. Uit ervaring weten we dat financiële ondersteuning een belangrijke rol speelt in de oplossing van allerlei problemen. Veel problemen beginnen bij een gebrek aan geld en financiële middelen. Ook het hebben van schulden en/of het missen van financieel overzicht staan oplossingen in de weg. Het is belangrijk dat het levensgebied ‘financiën’ integraal onderdeel is van de totale aanpak. Pas dan is het mogelijk om te werken aan duurzame oplossingen.

19

Onze aanpak op het gebied van armoede en schulden • We zetten in op vroegsignalering van betalingsachterstanden, waarbij de gemeente actie onderneemt bij signalen die hiervoor zijn vastgelegd in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). • We zetten in op samenwerking met belangrijke signaalpartners. Organisaties als Sité Woondiensten, het Centraal Administratie Kantoor (CAK), Laborijn, Buurtplein en LerenWerkt vervullen een belangrijke signalerende rol. • We borgen de kwaliteit van onze schulddienstverlening door het lidmaatschap van het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO) bij branchevereniging NVVK. • Iedere inwoner die zich meldt bij het BvFO spreken we binnen vier weken. Voor de vervolgtrajecten blijven we binnen de gestelde termijnen zoals genoemd in de Wgs. • Gedurende het traject naar maximale financiële zelfredzaamheid hebben we minimaal 1x per kwartaal persoonlijk contact, evalueren we de doelstellingen uit het plan van aanpak en stellen we deze indien nodig bij. • Bij de uitvoering van onze schulddienstverlening bieden wij in ieder geval de volgende producten aan: meldgesprekken, intake (crisis), informatie & advies, budgetbeheer (primair, middel, volledig, TOP), beschermingsbewind, schuldregelen (Msnp, Wsnp, herfinanciering, saneringskrediet, betalingsregelingen), kredietverstrekking, budgetcoaching, nazorg, vroegsignalering, voorlichting.

De Rondkomers: Samen sterk tegen geldzorgen Financiële zorgen voor inwoners van Doetinchem willen we tot een minimum beperken. De Rondkomers, onze succesvolle coalitie tegen armoede en geldzorgen, heeft hierin een prominente rol. De Rondkomers is dé Doetinchemse aanpak om inwoners te ondersteunen bij financiële zorgen. Door samen te werken met mensen en organisaties willen we het taboe doorbreken, zodat meer mensen hulp kunnen krijgen. De Rondkomers begrijpen dat iedereen door onbeheersbare factoren en veranderende omstandigheden in langdurige geldproblemen terecht kan komen. We willen het zwijgzaam worstelen met deze situatie actief doorbreken. Want langer wachten maakt het ernstiger en vervelender, hoe klein of groot de omvang nu ook is of lijkt. Erger voorkomen begint bij het (h)erkennen dat er iets speelt. De initiatieven en projecten van De Rondkomers hebben daarmee een belangrijke preventieve werking op het gebied van armoede en geldzorgen.

‘Uit onderzoek en ervaring blijkt dat een eigen (t)huis het beste startpunt is voor het werken aan herstel en het opbouwen van een (nieuwe) toekomst.’

20

Aanpak dak- en thuisloosheid: Eerst een (t)huis Dak- en thuisloosheid leidt tot sociale uitsluiting. Zonder een dak boven je hoofd heb je geen zekerheid. Bestaansonzekerheid en gezondheidsproblemen vergroten het risico dat mensen dak- of thuisloos raken. Naast persoonlijk leed brengt het ook maatschappelijke gevolgen met zich mee. Het profiel van dak- en thuisloze mensen is divers. Het gaat om mensen in alle levensfasen, van jongvolwassenen tot ouderen. Wij kiezen voor een brede benadering van dak- en thuisloosheid. Het gaat niet alleen om mensen in de openbare ruimte of in de (nood)opvang. We kijken ook naar mensen die wel een dak boven hun hoofd hebben, maar die toch beschouwd worden als dak- en thuisloos. Bijvoorbeeld mensen die (tijdelijk) bij familie verblijven of die op het punt staan een instelling te verlaten. Aan dak- en thuisloosheid gaat vaak een opeenstapeling van problemen vooraf. Het kent veel verschillende oorzaken. Vaak is er sprake van ingrijpende levensgebeurtenissen, zoals een scheiding, ziekte, ontslag of verslaving. En veelal is er sprake van een combinatie van factoren. Uit onderzoek en ervaring blijkt dat een eigen (t)huis het beste startpunt is voor het werken aan herstel en het opbouwen van een (nieuwe) toekomst. Onze aanpak is gericht op het voorkomen van dakloosheid en het realiseren van een (t)huis voor iedereen.

Dat vraagt om een andere benadering: een verschuiving van het achteraf oplossen van dakloosheid naar het voorkomen dat mensen dak- of thuisloos worden. Niet de maatschappelijke opvang, maar een stabiele woonplek staat aan de basis van een hulpverleningstraject. Herstel begint namelijk met een (t)huis. Een stabiele woonplek zorgt ervoor dat problemen met meer succes worden opgelost en is een cruciaal startpunt voor elk terrein, of het nu gaat om het aanpakken van een verslaving, het vinden van werk of het oplossen van psychische problematiek. Door dakloosheid te voorkomen, worden bovendien op korte en lange termijn kosten bespaard voor opvangplekken, sociale uitkeringen, zorginstanties, politie en justitie.

21

4.2 Verstevigen sociale basis in buurten en wijken De sociale basis gaat over wat er is om een prettige, verbonden gemeenschap te ondersteunen. Het gaat om wat de samenleving nodig heeft om een samenleving te zijn. De

Inwoner centraal

sociale basis is van iedereen. Mensen wonen bij elkaar in de stad of in een van onze dorpen of buurtschappen, in een wijk en buurt en bij elkaar in een straat. Deze mensen vormen –

Veerkracht Verstevigen sociale basis in buurten en wijken

samen met hun familie en vrienden – een sociaal netwerk. Samen met de meer formele netwerken, zoals verenigingen, clubs, andere vrij toegankelijke voorzieningen, wijkcentra en inloopvoorzieningen in de wijk, vormt dit de sociale basis.

Preventie

Perspectief

Vertrouwen

Deze basis zorgt ervoor dat inwoners kunnen participeren in hun

Uitvoeringsagenda

sociale relaties. Dit verbetert het welzijn en de capaciteiten van onze inwoners. Maar het gaat ook om het omzien naar elkaar, in de buurten, in de wijken en in de dorpen. En het gaat over het leiden van je eigen leven, met eigen regie en een sociaal netwerk. De sociale basis is zichtbaar en laagdrempelig. Iedereen kan er gebruik van maken. Door te investeren in voorzieningen die dicht bij huis en laagdrempelig toegankelijk zijn voor inwoners, bouwen we aan een sterke sociale basis. We zoeken naar collectieve oplossingen voor individuele hulpvragen. Zelf- en samenredzaamheid staan centraal. We vinden het belangrijk dat onze inwoners zich thuis voelen in onze wijken en dorpen, in een sociale en veerkrachtige samenleving waarin we voor elkaar klaar staan en naar elkaar omkijken. Waar we ons om elkaar bekommeren, ook als het even wat minder goed gaat. Een veerkrachtige en open gemeenschap met sterke sociale netwerken kan tegen een stootje, ook als er problemen zijn.

‘We vinden het belangrijk dat onze inwoners zich thuis voelen in onze wijken en dorpen, in een sociale en veerkrachtige samenleving waarin we voor elkaar klaar staan en naar elkaar omkijken. Waar we ons om elkaar bekommeren, ook als het even wat minder goed gaat.’

22

Binnen de sociale basis onderscheiden we drie, deels overlappende en met elkaar verbonden lagen: • Persoonlijke sociale basis: een inwoner en diens sociale netwerk. Hier gaat het over de relaties tussen mensen onderling. • Gemeenschappelijke sociale basis: formele en informele netwerken van inwoners in de samenleving. Mensen kunnen zich aansluiten bij formele netwerken (zoals een sportclub, vereniging of religieuze organisatie). Het kan ook gaan om meer informele netwerken (zonder formele status). • Institutionele sociale basis: accommodaties, collectieve en andere laagdrempelige voorzieningen waar iedere inwoner vrij gebruik van kan maken, zoals de bibliotheek, de mantelzorgcentrale en de eerstelijnsondersteuning. Maar denk ook aan betaalde krachten zoals jongerenwerkers en buurtsportcoaches.

Figuur 1 De verschillende sferen van de sociale basis.1 In elke sfeer heeft de (lokale) overheid een andere rol. 1

Uit A. Britt, M. Kwakernaak, et al. ‘Leren, sturen en verantwoorden in de sociale basis’, Utrecht:

Verwey-Jonker Instituut (2022). Het model is ontwikkeld in samenwerking met Jochum Deuten.

23

4.2.1 Onze keuzes De kracht van de gemeenschap Wij zien de kracht van de gemeenschap. Mensen leven in netwerken en staan in relatie tot elkaar. Daarom vinden we het belangrijk dat inwoners van buurten en wijken bouwen aan hun eigen gemeenschap. Dat vraagt een andere benadering van veel professionals: niet uitgaan van problemen of iets opleggen, maar inspelen op de kracht van de samenleving. Aansluiten bij wat mensen willen, wat ze met elkaar willen en hoe ze dat samen willen organiseren. En mensen vragen wat ze kunnen betekenen voor hun omgeving. Inwoners met elkaar verbinden en sociale relaties versterken, zorgt ervoor dat inwoners dichter bij elkaar komen. Dat versterkt de veerkracht van het individu én is belangrijk voor de leefbaarheid en aantrekkelijk­ heid van een buurt of wijk. De samenleving is immers van de bewoners zelf. En daar tussendoor moeten professionals en organisaties bewegen om de kracht van de gemeenschap te versterken. Door naast bewoners te gaan staan en hen te ondersteunen in wat zij willen en ondernemen.

De waarde van de sociale basis Wij zien de waarde van de sociale basis. Simpelweg omdat de sociale basis er is, voor iedereen. De sociale basis biedt plezier, ontspanning, ontmoeting, ontplooiing, steun, vertrouwen en hulp. En leidt tot een verhoogd welzijn van de inwoners. Uiteraard kan de sociale basis een preventieve werking hebben op verschillende niveaus. Ook kan er een relatie zijn met sociale problematiek en het voorkomen van zorgkosten. We moeten ervoor waken dat we de sociale basis alleen in relatie tot zorg gaan zien of als oplossing voor problemen. De sociale basis heeft namelijk al een eigen maatschappelijke, intrinsieke waarde in zich. Ontmoeting, sociale cohesie, je inzetten voor elkaar en samen bouwen aan een gemeenschap zijn op zichzelf al belangrijk en een doel op zich. Wat de sociale basis vervolgens ‘oplevert’, is afhankelijk van de lokale context.

Van ‘voorliggend veld’ naar ‘hoofdveld’ De afgelopen jaren spraken we in het sociaal domein veel over ‘de verschuiving naar het voorliggend veld’ of over ‘de beweging naar de voorkant’. Daarmee doelden we op het gebruikmaken van voorzieningen die al beschikbaar zijn in de buurt, wijk of stad. Oftewel, de sociale basis! Meestal deden we dat vanuit de insteek om problemen eerder te signaleren of zwaardere ondersteuning te voorkomen. We gaan het nu omdraaien, door niet meer te focussen op problemen en het voorkomen daarvan door ‘inzet van het voorliggend veld’. In plaats daarvan kiezen we voor een positieve insteek en gaan we uit van wat buurtbewoners wél kunnen. Dat doen we door hun intrinsieke motivatie aan te spreken. Dus niet ‘algemene voorzieningen’ inzetten om ‘geïndiceerde hulp’ te voorkomen, maar inzetten op het verstevigen van de sociale basis. We willen sociale relaties verbinden, versterken en onderhouden. Daarbij kunnen we rekenen op de samenredzaamheid van een inclusieve samenleving, waarin zo veel mogelijk mensen gewoon meedoen, waarin ze zich thuis voelen en waarin ze zich kunnen ontplooien. Daarmee is de sociale basis niet langer ‘voorliggend’ op (formele) hulp of ondersteuning voor problemen, maar wordt de sociale basis ons ‘hoofdveld’ waarin we samenleven in gemeen­ schappen.

En waar we ook lichte, alledaagse vragen samen oppakken als onderdeel van het gewone leven.

Een leefbare buurt We benaderen iedere buurt of wijk vanuit zijn eigen kracht. Daarom gaan we meer gebiedsgericht werken. Door een gebiedsgerichte benadering werken we integraal aan een leefbare buurt. We maken slimme combinaties. Zo kunnen we werken aan een gezonde en veilige leefomgeving en tegelijkertijd onze ambities op het gebied van sport en bewegen realiseren. Dat doen we door bewegen, ontmoeten en beleven in de buitenruimte verder te stimuleren. Of we kunnen kunst en cultuur een prominente plek geven in de

24

‘Wij zien de waarde van de sociale basis. Simpelweg omdat de sociale basis er is, voor iedereen. De sociale basis biedt plezier, ontspanning, ontmoeting, ontplooiing, steun, vertrouwen en hulp.’

openbare ruimte. Een leefbare buurt haalt zijn kracht uit de bewoners. Daar pakken wij als gemeente ook onze rol, door samen met onze partners in de wijk actief aan de slag te gaan met gemeenschaps­gericht werken. Bijvoorbeeld door inzet van ABCD (Asset Based Community Development). ABCD is het proces dat mensen samenbrengt om in hun buurt, wijk of dorp duurzame verandering teweeg te brengen. ABCD heeft als doel om van binnenuit de wijk te werken aan een economisch, cultureel en sociaal leefbare buurt, vooral door sociale relaties tot stand te brengen en onvermoede capaciteiten van bewoners, organisaties en instellingen te mobiliseren binnen de lokale gemeenschap. Door op deze manier aan gezondheid, leefbaarheid, ontmoeting en sociale relaties te werken, neemt de betrokkenheid van bewoners bij de buurt en bij elkaar toe en kan de negatieve spiraal van de oorzaak van achterstanden (armoede, eenzaamheid, leefstijl etc.) deels worden doorbroken. Met deze aanpak werken we aan een omslag in denken én doen. Met als perspectief een duurzame verandering waarin bewoners aan het roer staan.

Stimuleren leefbaarheids- en bewonersinitiatieven We stimuleren initiatieven die de leefbaarheid van de buurt vergroten. We kennen in Doetinchem verschillende mogelijkheden om (kleine) leefbaarheids- en bewonersinitiatieven te faciliteren en te ondersteunen. We komen tot een vernieuwde en eigentijdse invulling, waarbij het versterken van participatie van inwoners een belangrijk uitgangspunt is (voor, door en met inwoners). Daarbij kijken we niet alleen naar het ondersteunen via financiële middelen. Het kan ook gaan om andere manieren van ondersteunen, zoals in tijd, menskracht (kennis of vrijwilligers) of materiaal.

Voorzieningen groeien mee richting 2036 Ook in 2036 willen we een aantrekkelijke gemeente zijn waar het prettig wonen, werken en verblijven is. Met levendige buurten waar ruimte is om mensen te ontmoeten. De aanwezigheid van voorzieningen in de buurt bepaalt voor een belangrijk deel de kwaliteit van leven. Om die kwaliteit verder te versterken, doen we gerichte investeringen in onze maatschappelijke voorzieningen. We hebben die voorzieningen en sociale

25

infrastructuur onder de loep gelegd in het licht van de bevolkingsontwikkeling, demografische veranderingen en onze groeiambitie. We kennen de draagkracht en spreiding van onze maatschappelijke voorzieningen. We hebben op wijkniveau de voorzieningen­structuur in beeld gebracht en toekomstscenario’s geformuleerd. Daarbij houden we rekening met de unieke kenmerken van ieder van onze kernen en wijken. Om ook in 2036 een passende sociale infrastructuur te hebben, is het noodzakelijk om bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen ruimte te reserveren voor maatschappelijke invulling. Denk aan voorzieningen op het gebied van sport, spelen, recreatie, cultuur, onderwijs, welzijn en (para)medische hulp. Door het formuleren van normen en criteria gaan we sturen op de spreiding van maatschappelijke voorzieningen. Daarmee groeien onze voorzieningen mee richting 2036.

Woonzorgvisie Onze samenleving verandert. We kennen in Doetinchem een sterke (dubbele) vergrijzing. Inwoners die voorheen in een verzorgingshuis gingen wonen, blijven nu langer zelfstandig wonen in de wijk. Dat leidt tot grote vraagstukken op het gebied van zorg, ondersteuning en behoefte aan geschikte woningen en passende woonvormen. We werken aan een duurzame beweging om kwalitatief goede, beschikbare hulp dicht bij mensen te organiseren. We richten ons op de doelgroepen waar wonen en zorg samenkomen: ouderen, mensen met een (toekomstige) woon-zorgvraag en de uitstroom vanuit (zorg)instellingen. We benaderen deze grote opgave integraal. Onze aanpak is gestoeld op drie pijlers waarin de behoefte van onze inwoners centraal staan: de inwoner, de woning en de leefomgeving. We werken aan een toekomst waarin het voor onze inwoners prettig en zo zelfstandig mogelijk wonen is, al dan niet met ondersteuning en/of zorg. Met een passende woning voor iedereen, in een fijne woonomgeving en met voorzieningen nabij.

26

4.3 Kansrijk opgroeien en een leven lang leren Nederlandse kinderen behoren tot de gelukkigste ter wereld. Maar tegelijkertijd maakt het uit waar je wieg staat en waar je opgroeit. Word je geboren in een gezin met een lage sociaaleconomische positie (lage SEP), een migratie- of vluchtelingenachtergrond? Dan is de kans groter dat je ziek wordt en eerder komt te overlijden. Verschillende factoren kunnen het kansrijk

Inwoner centraal

opgroeien in de weg staan, zoals opgroeien in armoede, blootstelling aan ingrijpende ervaringen tijdens je jeugd, discriminatie en laaggeletterdheid. Het is van belang te

Veerkracht

beseffen dat deze factoren niet alleen de gezondheid van

Kansrijk opgroeien en een leven lang leren

opgroeiende kinderen beïnvloeden, maar ook kunnen doorwerken op hun welzijn en gezondheid op latere leeftijd. En wie op jonge leeftijd achteropraakt, moet alles op alles

Preventie

Perspectief

Vertrouwen

zetten om die achterstand weer in te lopen.

Uitvoeringsagenda

De jeugd heeft de toekomst. Door veilig en gezond op te groeien, goed onderwijs te genieten, vrienden te maken, onbekommerd buiten te spelen en zich te ontplooien krijgen kinderen de goede start die zo belangrijk is. Kinderen groeien kansrijk op als ze zich gezond en zonder belemmerende factoren onbezorgd kunnen ontwikkelen en hun talenten kunnen benutten. Ieder kind verdient de best mogelijke start van zijn of haar leven. Wij zetten ons in voor een gezonde en kansrijke toekomst voor ieder kind, ongeacht in welk gezin of in welke wijk het geboren wordt of opgroeit. Kansrijk opgroeien begint bij een kansrijke start en stopt daar niet. Bij kansrijk opgroeien hoort een doorlopende ontwikkelingslijn. Als we investeren in een goede start voor elk kind, dan bouwen we aan het fundament van gezondere generaties. Met meer gelijke kansen, waarbij iedereen talenten kan ontwikkelen en waarbij iedereen de kans krijg op een gezonde toekomst. Soms gaat het (even) minder goed in een gezin. Dan is het van belang om naar de brede context van het kind en het gezin te kijken en ook de (stapeling van) problemen van ouders erbij te betrekken. De context waarin kinderen opgroeien is namelijk van belang voor de manier waarop zij zich ontwikkelen. Sommige hulpvragen horen bij het alledaagse leven en kunnen beantwoord worden in de context van het kind en het

27

gezin. Een stevig sociaal netwerk helpt mensen om problemen het hoofd te bieden. Sterke sociale netwerken van ouders dragen vervolgens weer bij aan een stabiele context voor de kinderen om in op te groeien. Daarom is het van belang om het alledaagse gewone leven van gezinnen te versterken. Zo voorkomen we dat kinderen in de knel komen en zelf problemen ontwikkelen. In een snel veranderende samenleving is het van belang dat iedereen mee kan blijven doen. Daarom vinden we het belangrijk dat mensen blijven leren en zich blijven ontwikkelen. Dit geldt niet alleen voor kinderen en jongvolwassen, maar ook voor volwassenen en ouderen. Iedereen heeft het nodig om zich een leven lang te blijven ontwikkelen, zodat je zoveel mogelijk de regie kunt houden op je eigen leven en keuzes.

4.3.1 Onze keuzes Kansrijke start en gelijke ontwikkelkansen Kansrijk opgroeien begint bij een kansrijke start. Ouders zijn hierbij cruciaal. De eerste duizend dagen van een kind zijn van essentieel belang voor zijn of haar verdere ontwikkeling. Als (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie betere ondersteuning krijgen bij het ouderschap, investeren we in een goede start voor elk kind. Dat doen we door het vroegtijdig signaleren van (aanstaande) gezinnen in een kwetsbare situatie, begeleiding van zwangere (jonge) vrouwen en gerichte opvoedondersteuning. Een sterke samenwerking met relevante partijen is essentieel. Denk aan jeugd- en gezinswerkers, verloskundigen, kraamzorg, jeugdgezondheidszorg en kinderopvang. Samen werken we aan een brede, gecoördineerde aanpak en kunnen we (aanstaande) ouders de hulp en ondersteuning bieden die nodig is. Hierdoor ontstaat op alle fronten (meer) aandacht voor vroegtijdige preventie, maar ook voor verruiming van kansen en een gezonde basis voor de toekomst.

Doorlopende ontwikkellijn We staan voor een samenleving waarin iedereen kan meedoen. We willen dat alle kinderen van onze gemeente een goede basis meekrijgen voor de basisschool en bij de verdere stappen die zij zetten. Taalontwikkeling is hierbij cruciaal. Je hebt taal nodig om goed te kunnen communiceren met andere kinderen en volwassenen. We streven ernaar dat kinderen zonder taalachterstand aan het basisonderwijs beginnen. Voor kinderen waarbij dit moeilijker gaat, bieden peuteropvang en basisscholen passende ondersteuning. In de gemeente Doetinchem investeren we in een brede aanpak in gelijke kansen. Dat vraagt om een doorlopende ontwikkellijn. Een succesvolle doorgaande lijn voor ouder en kind begint bij de manier waarop leer- en ontwikkelingsdoelen op elkaar voortbouwen. Dat doen we met een integrale benadering, zoals de aansluiting tussen de voor- en vroegschoolse educatie en het basisonderwijs. Maar denk ook aan de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs. En aan de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Hier werken we in samenhang met onder andere jeugdhulp, jeugdgezondheidszorg en armoedebeleid aan.

28

Van medicaliseren naar normaliseren We zien een trend dat steeds sneller een beroep wordt gedaan op professionele zorg en ondersteuning voor jeugdigen en gezinnen. Aan het begin van deze eeuw maakte 1 op de 27 jeugdigen onder de 18 jaar in Nederland gebruik van jeugdhulp. Dat steeg al snel naar 1 op de 10 in 2015 en naar 1 op de 7,5 in 2023 (Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, juni 2023). Jeugdhulp is lang niet altijd het meest passende antwoord op de problemen van kinderen. Bijvoorbeeld omdat ouders financiële zorgen hebben, te maken hebben met psychische problematiek of problemen hebben met het sociaal netwerk. Vaak komt het neer op de vraag: Wat hebben ouders nodig om hun kinderen een stabiele omgeving te bieden om in op te groeien? Daarvoor moeten we niet bij de jeugdhulp zijn, maar vooral daarbuiten. Daarom kijken we nadrukkelijk hoe we sociale netwerken kunnen versterken en benutten. Ook kijken we op welke wijze andere domeinen (dan jeugdhulp) kunnen bijdragen aan een gezonde, veilige en kansrijke omgeving. We kiezen er dus voor om het gewone leven centraal te stellen. Een stevige pedagogische basis stimuleert de ontwikkeling van kinderen en ondersteunt ouders bij het opvoeden. Dit draagt bij aan het gezond, veilig en kansrijk opgroeien en helpt bij het omgaan met alledaagse problemen, ook als het even tegenzit.

Het liefst met zo min mogelijk medicijnen, etiketten en professionele (geïndiceerde) hulp. We kiezen als vertrekpunt dat een hulpvraag niet altijd een probleem is waar een zorg- of ondersteuningstraject bij hoort. Veel dingen die we meemaken, horen bij het normale leven.

Fundamenteel andere aanpak We onderschrijven de aanpak in de Hervormingsagenda Jeugd 2023–2028. We gaan uit van een inclusieve samenleving waarin iedereen, ongeacht kwetsbaarheid of beperking, kan meedoen. Voor jeugdigen en gezinnen die dat nodig hebben, is passende en tijdige hulp en ondersteuning beschikbaar. Deze vindt zoveel mogelijk plaats binnen het eigen netwerk en de context waarin jeugdigen opgroeien met ouders, vrienden, familie, buren, leerkrachten, kinderopvangmedewerkers, informele steunfiguren et cetera. Deze dagelijkse contacten (formeel en informeel) worden alleen waar nodig aangevuld met extra expertise. Deze aanpak vraagt een wezenlijk andere blik op opvoeden en opgroeien. Alleen met een omslag in het denken en handelen van alle mensen die betrokken zijn bij jeugdigen en gezinnen, kunnen we deze kanteling realiseren. De komende periode voeren we fundamentele gesprekken met onze samenwerkingspartners, zodat we de verschuiving van medicaliseren naar normaliseren in gezamenlijkheid kunnen realiseren.

29

Ruimte voor talent en innovatie: aantrekkelijke onderwijs- en werkgemeente Van oudsher pakt onze gemeente een regiofunctie voor het onderwijs in de Achterhoek. Dit uit zich in een breed onderwijsaanbod. We hebben de ambitie om de komende jaren te groeien in kwaliteit. We willen dat het ook in 2036 aantrekkelijk is om te wonen, te werken en te verblijven in Doetinchem en willen daarom een aantrekkelijke onderwijs- en werkgemeente blijven. Daarom creëren we ruimte voor talent en innovatie en leggen we actief de verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Zo willen we zorgen dat onderwijs en opleidingen goed passen bij de vraag en behoefte van scholieren en studenten én de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Daarnaast stimuleren we bij- en omscholing, zodat talenten van werknemers zoveel mogelijk aansluiten bij de behoeften van de arbeidsmarkt.

Educatieve Agenda Met onderwijspartijen en andere partijen werken we aan een gezamenlijke Educatieve Agenda. Daarin is de verbinding tussen bedrijven, instellingen, beroepsonderwijs en overheid een belangrijk thema, net als de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp. Doel is om een sluitend netwerk te organiseren rondom het kind en gezin, onderwijs en hulpverlening. Daarbij hebben we nadrukkelijk aandacht voor de mentale gezondheid van kinderen. Door aan de slag te gaan met zelfvertrouwen, sociale weerbaarheid en veiligheid, versterken we het burgerschap van de jeugdigen. Ook met de Educatieve Agenda zetten we in op gelijke kansen, door te sturen op passend en inclusief onderwijs en kinderen laagdrempelig kennis te laten maken met sport en cultuur. Daarbij hebben we extra aandacht voor kinderen in armoede en nieuwkomers (met name op het gebied van taal).

Ruimte om te groeien We willen het beste onderwijs voor onze jongste generatie. Met ons integraal huisvestingsplan onderwijs ‘Ruimte om te groeien’ zorgen we voor een aantrekkelijke leer- en werkomgeving. Wij en de schoolbesturen zien het als een gezamenlijke opgave dat alle kinderen binnen een veilige en kansrijke omgeving kunnen opgroeien. Daarbij hechten we waarde aan diversiteit van het onderwijsaanbod en de eigenheid van scholen. We willen dat zoveel mogelijk kinderen uit onze gemeente in de nabijheid van de eigen woonomgeving onderwijs genieten. Inclusief onderwijs en kindcentra stimuleren een inclusieve samenleving, waarin ieder individu volop kansen krijgt om mee te doen. Passend onderwijs gaat uit van het uitgangspunt ‘regulier als het kan, speciaal waar het moet’. Bij passend onderwijs horen schoolgebouwen die bijdragen aan de ontwikkeling van onze kinderen. Schoolgebouwen waarin ruimte is voor begeleiding en ondersteuning, net als ruimte om samen te komen en elkaar te ontmoeten. Met schoolpleinen waar gespeeld en geleerd kan worden. Gebouwen die bovendien een werkomgeving bieden die motiverend is voor alle medewerkers. Kortom: schoolgebouwen die functioneel, veilig, gezond, uitdagend en duurzaam zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7983/documents/46870