Bijlage 8 Nota van inspraak en wijzigingen -anoniem.pdf
Tekst van het document
Nota van inspraak en wijzigingen -anoniem Omgevingsvisie Doetinchem ‘kloppend hart van de Achterhoek’
Nota: 28 september 2023 / A. Lodewijk
Inhoud Korte omschrijving omgevingsvisie .................................................................................... 3 Gevolgde procedure ............................................................................................................ 3 Leeswijzer ............................................................................................................................. 3 Algemene beantwoording naar thema en/of gebied ....................................................... 4 Mondelinge toelichting ....................................................................................................... 6 Samenvatting van en reactie op de inspraakreacties ........................................................ 7 Overige wijzigingen ........................................................................................................... 29
1658676 / 1823519
Pagina 2 van 29
28 september 2023
Korte omschrijving omgevingsvisie De omgevingsvisie ‘Doetinchem, kloppend hart van de Achterhoek’ geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Doetinchem. In de omgevingsvisie staan de ambities en beleidsdoelen op de lange termijn voor de fysieke leefomgeving. Met ‘fysieke leefomgeving’ bedoelen we bijvoorbeeld: gebouwen, bomen, planten, wegen, cultureel erfgoed, bodem, water, lucht. Het komt neer op: alles om ons heen. We hebben hierbij uiteraard ook aandacht voor de sociale kant van onze gemeente. Denk aan ruimte voor ontmoeting, voldoende huisartspraktijken en scholen. We richten onze fysieke leefomgeving in op een manier die bijdraagt aan het sociaal domein. Gevolgde procedure In de afgelopen jaren hebben we gewerkt aan een omgevingsvisie voor het grondgebied van de gemeente Doetinchem. We gaven het proces vorm als ontwerpend onderzoek, waarbij we onderzoekend in het proces elke keer de omgevingsvisie verder vormgaven. Dat deden we ook samen met inwoners, ondernemers, professionals, met kenners van omgeving en inhoud. Op 12 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders kennisgenomen van de ontwerp omgevingsvisie met de bijbehorende planMER en deze vrijgegeven voor inspraak. De ontwerp omgevingsvisie en bijbehorende planMER zijn daags na het besluit ter inzage gelegd, vanwege de naderende zomervakantie.
Tot en met 3 augustus 2023 (ruim zeven weken) is de gelegenheid geboden om digitaal of schriftelijk een inspraakreactie in te dienen. Er zijn 33 inspraakreacties ingediend, waarvan 32 binnen de gestelde termijn en 1 buiten de gestelde termijn. Leeswijzer Deze nota geeft een samenvatting van de ontvangen inspraakreacties, de gemeentelijke reactie daarop en de wijzigingen voor de omgevingsvisie. Indieners van de inspraakreacties worden niet bij hun naam aangehaald, maar als ‘indiener’. Een aantal inspraakreacties gaat over het proces. Deze inspraakreacties zijn beantwoord in de algemene beantwoording vooraan in deze nota van inspraak. Bij beantwoording van de inspraakreacties verwijzen we daarnaar. Een aantal inspraakreacties gaat over (nagenoeg) hetzelfde gebied of thema. In dat geval zijn deze inspraakreacties bij elkaar gezet. Daarbij beantwoorden we de eerste inspraakreactie en verwijzen we bij herhaling van dat antwoord. Dit document heeft twee bijlagen: Bijlage 1: wijzigingen teksten omgevingsvisie t.o.v. ontwerp omgevingsvisie Bijlage 2: wijzigingen kaarten omgevingsvisie t.o.v. ontwerp omgevingsvisie
1658676 / 1823519
Pagina 3 van 29
28 september 2023
Algemene beantwoording naar thema en/of gebied Waar mogelijk zijn inspraakreacties (deels) geclusterd naar thema en gebied, aangezien inspraakreacties op sommige onderdelen (nagenoeg) identiek zijn of over hetzelfde onderwerp of gebied gaan. De beantwoording is hierna opgenomen. Voorafgaand aan de beantwoording van de inspraakreacties spreken we graag onze dank uit naar de indieners van de reacties, voor hun tijd en betrokkenheid. De korte gemeentelijke reactie doet soms afbreuk aan de inspanning van de indiener. Dat neemt niet weg dat wij hun inzet zeer waarderen om bij te dragen aan de omgevingsvisie. 1. Bekendmaking van de mogelijkheid voor inspraak De bekendmaking van de mogelijkheid voor inspraak op de ontwerp omgevingsvisie is via diverse kanalen verspreid. Hieronder een overzicht van de meerdere aankondigingen: - 13 juni stond het bericht op social media (LinkedIn, Facebook, Twitter) - 13 juni stond het als nieuwsbericht op onze website en op de pagina over de omgevingsvisie; www.doetinchem.nl/omgevingsvisie. - 20 juni stond het bericht in het Doetinchems Vizier - 23 juni plaatsten we een video op onze social mediakanalen en op onze website. 2. Participatieproces bij opstellen omgevingsvisie We benadrukken het belang van het betrekken van alle stakeholders (waaronder inwoners, organisaties en ondernemers).
In aanloop naar de omgevingsvisie heeft een intensief participatieproces plaatsgevonden. Daarvan staat een overzicht in paragraaf 1.1 van de omgevingsvisie. 3. Toelichting op de 11 deelvisies Tijdens het participatieproces is in 11 tijdelijke deelgebieden samengewerkt aan deelvisies. We organiseerden verschillende participatiemomenten om te komen tot de deelvisies. Allen met hun eigen betrokkenheid, proces en resultaat. Het detailniveau van de deelvisies is zeer verschillend en vaak al concreter dan de omgevingsvisie. Dat past niet letterlijk in de omgevingsvisie. Daarom zijn niet de details in de omgevingsvisie terechtgekomen en zijn reacties op gebiedsvisies niet direct terug te zien in de omgevingsvisie. De 11 deelvisies vormen bouwstenen voor de gemeentebrede omgevingsvisie. De deelvisies zijn een belangrijke informatiebron van wat er speelt in de woon- of werkomgeving. De gemeente gebruikt de hoofdlijn uit deze informatie bij het opstellen van de omgevingsvisie. Over de afgeronde deelvisies is door het college van B&W of de gemeenteraad geen besluit genomen. Ze hebben daarmee geen juridische status en er kunnen daarmee ook geen rechten worden ontleend aan de inhoud van de deelvisies. Dit betekent dat de deelvisies geen plannen zijn die ook daadwerkelijk uitgevoerd gaan worden. 4.
Detailniveau omgevingsvisie en inspraak De omgevingsvisie gaat over de ambitie voor Doetinchem in 2036. Het is een document met visie op hoofdlijnen. Het biedt ons een stip aan de horizon waar de gemeente de komende jaren naartoe kan werken. Een aantal inspraakreacties gaat in op meer details en is daarmee uitgebreider. Dit wordt zeker gewaardeerd. Tegelijkertijd is geprobeerd de reacties samen te vatten, zonder te kort te doen aan de inhoud. Daarmee kan de reactie van de gemeente, in verhouding tot de inspraakreactie zelf, kort zijn. Het staat indiener van de inspraakreactie vrij om alsnog en desgewenst over een bepaald inhoudelijk thema met de gemeente contact op te nemen. Dat contact heeft geen invloed op de inhoud van de omgevingsvisie. 1658676 / 1823519
Pagina 4 van 29
28 september 2023
5. Locatie specifieke reacties en ruimtelijke initiatieven Het proces van de omgevingsvisie is geen proces waarmee inhoudelijk op concrete locaties en/of initiatieven wordt gereageerd. Het proces om duidelijkheid te krijgen of er wel of geen medewerking wordt verleend, verloopt via een principeverzoek of behandeling in de omgevingskamer. Met vragen over een ruimtelijk initiatief kunt u contact opnemen met M. de Beukelaer, secretaris van de omgevingskamer. Als voor een bepaald initiatief al een ruimtelijke procedure wordt doorlopen, dan biedt die procedure de mogelijkheid een reactie te geven. Via participatie door de initiatiefnemer en/of via een zienswijze tijdens de procedure. 6. Detailniveau en uitkomst planMER Het planMER beoordeelt de effecten van de ambities. Waaronder het ruimtebeslag van deze functies. In het planMER wordt geconcludeerd dat er knelpunten zijn bij inpassing van alle ambities. Dit betekent niet dat het inpassen van deze functies onmogelijk is. De planMER laat wel zien dat er keuzes moeten worden gemaakt bij een verdere uitwerking. Uit de planMER komen geen verplichtingen voort voor de gemeente. De planMER is een adviserend document. 7. Keuzes maken bij uitwerking van de omgevingsvisie De omgevingsvisie is zoals aangegeven een document met visie op hoofdlijnen. We zijn ons ervan bewust dat stapeling van ambities en doelen vraagt om het maken van keuzes.
Deze keuzes maken we bij verdere uitwerking van de omgevingsvisie. Het gaat om integrale afwegingen die voor verschillende gebieden moeten worden gemaakt om ervoor te zorgen dat alle benodigde functies een plek krijgen. 8. Participatie vervolg omgevingsvisie Zoals onder 7 aangegeven, vraagt de omgevingsvisie om een verdere uitwerking om zo integrale afwegingen te maken voor gebieden/onderwerpen. Bij die verdere uitwerking worden inwoners, verenigingen en ondernemers ook betrokken. De manier waarop en met wie kan per proces verschillen en zal passend zijn bij de aard van de uitwerking. Vanzelfsprekend wordt daarbij gebruikt gemaakt van de kennis en netwerk van de wijkregisseurs en procesleiders. De gemeente maakt daarnaast onderdeel uit van samenwerkingsverbanden met verschillende organisaties. Deze samenwerkingsverbanden zijn, naast inwoners, verenigingen en ondernemers, een belangrijke bron om te komen tot een uitwerking van de omgevingsvisie. 9. Initiatieven vanuit de samenleving Vanzelfsprekend staan wij open voor ideeën en initiatieven vanuit de samenleving. Deze kunnen op verschillende manieren en afhankelijk van de aard van het initiatief bij de gemeente kenbaar worden gemaakt. Zo is bijvoorbeeld de wijkregisseur/het Wijknetwerk een belangrijk aanspreekpunt voor buurtinitiatieven.
Of daadwerkelijk wordt meegewerkt aan een initiatief is afhankelijk van verschillende factoren. Participatie is in algemene zin van groot belang, maar kan per initiatief verschillen. De verantwoordelijkheid voor participatie ligt in beginsel bij de initiatiefnemer; de gemeente kan een ondersteunende functie vervullen en betrekt de uitkomst van participatie bij eventuele besluitvorming. 10. Bijdragen bij diverse uitwerkingen In meerdere inspraakreacties is aangeboden om mee te denken bij vervolg. Dat wordt zeer gewaardeerd. Indieners wordt gevraagd gemeentelijke publicaties en communicaties te volgen om, wanneer aan de orde, mee te denken/te participeren op specifieke onderwerpen/ontwikkelingen. Voor ketenpartners geldt dat er (wettelijke verplicht) regulier overleg plaatsvindt, op ambtelijk en/of bestuurlijk niveau, bij concrete ruimtelijke ontwikkelingen die raken aan 1658676 / 1823519
Pagina 5 van 29
28 september 2023
het belang van de ketenpartner. Deze werkwijze zetten we voort en biedt ook de gelegenheid zaken aan de orde te stellen die raken aan de uitwerking van de omgevingsvisie. Mondelinge toelichting Tijdens de inspraakperiode is de mogelijkheid om mondeling een reactie in te dienen niet aangekondigd. Wel is van een aantal inwoners het verzoek ontvangen om in gesprek te gaan. Daar is in het kader van de inspraak op de ontwerp omgevingsvisie gehoor aangegeven. -
-
Op 25 juli 2023 spraken we met een aantal agrariërs in het gebied Slangenburg en Gaanderen op locatie. Onderwerp van gesprek was het gevolg van de omgevingsvisie voor hen. We hadden het over het gebruik van de term natuurinclusieve landbouw, over de beoordeling in de planMER en aanwezigen deden het aanbod om bij te dragen bij vervolg/uitwerking. Naar aanleiding van het gesprek is door deze inwoners geen schriftelijke reactie ingediend. Op 5 september 2023 spraken we met een aantal bewoners uit ‘Oud-Dichteren’ op locatie. Het gesprek ging met name over (on)mogelijkheden voor woningbouw door aanwijzing van het gebied als ‘wonen in het groen’. Dit konden we toelichten vanuit de woonvisie. Verder spraken we over het groen, het landschap en behoud van cultuurhistorie/archeologie.
1658676 / 1823519
Pagina 6 van 29
28 september 2023
Samenvatting van en reactie op de inspraakreacties Inspraakreactie 1 1.1
Indiener geeft aan dat de omgevingsvisie leest als een goed bedacht ontwerp voor de toekomst van de gemeente. Indiener vindt echter niet dat sprake is van ‘nauwe’ afstemming met inwoners binnen de 11 tijdelijke deelgebieden, waar in de omgevingsvisie wel van gesproken wordt. Op de reactie met betrekking tot het deelgebied De Hoop en het Weerdje is vrijwel geheel geen respons gekomen en is nooit op de gestelde vragen gereageerd.
Wij verwijzen hiervoor naar punt 3 van de algemene beantwoording in dit document. In het specifieke geval van de indiener bieden we excuses aan voor het ‘niet reageren’ op de gestelde vragen tijdens het proces. Dit had niet gemogen. Inspraakreactie 2 2.1
Indiener geeft aan dat Doetinchem onvoldoende kansen gebruikt, omdat participatie onvoldoende is geborgd voor nieuwe ontwikkelingen.
Wij verwijzen hiervoor naar punt 2 en 8 van de algemene beantwoording in dit document. - Gevolg omgevingsvisie: toevoegen van tekst over participatie in paragraaf 1.2 ‘het vervolgproces: hoe nu verder?’ Inspraakreactie 3 3.1
Indiener geeft aan dat er vraag is naar aandacht voor communicatie richting de burgers, ondernemers en bezoekers. Het betrekken van jongeren en lokale ondernemers in bijzonder. Samenwerking met belanghebbenden wordt door de indiener benadrukt om de potentie van Doetinchem als aantrekkelijke plek voor iedereen te realiseren. Indiener vraagt naar een helder communicatieplan.
Wij verwijzen hiervoor naar punt 8 van de algemene beantwoording in dit document. In aanvulling daarop benoemen we dat het betrekken van jongeren nadrukkelijk onze aandacht heeft. Als voorbeeld geldt de visievorming voor de spoorzone. In samenwerking met het Houtkamp college en Metzo college is gesproken met veel jongeren over hun wensen en ideeën. - Gevolg omgevingsvisie: toevoegen van tekst over participatie in paragraaf 1.2 ‘het vervolgproces: hoe nu verder?’. Inspraakreactie 4 4.1
Indiener geeft aan dat de verwerking van feedback van inwoners van de Wehlse broeklanden in de omgevingsvisie jammer genoeg ontbreekt.
Wij verwijzen hiervoor naar punt 3 van de algemene beantwoording in dit document. 4.2
Indiener geeft aan dat de planMER aantoont dat Doetinchem niet genoeg ruimte heeft voor alle ambities, zoals woningbouw en werkgelegenheid, zonder concrete maatregelen. De huidige visie lijkt meer op een wensenlijst zonder prioriteiten. Het verplaatsen van beslissingen naar deelplannen belemmert integrale afwegingen. Dit kan leiden tot problemen met de bewoonbaarheid als groei het belangrijkste punt wordt.
1658676 / 1823519
Pagina 7 van 29
28 september 2023
Wij verwijzen hiervoor naar punt 6 en 7 van de algemene beantwoording in dit document. In aanvulling daarop benoemen we dat de omgevingsvisie volgens ons juist een belangrijke basis is om bij de uitwerking integrale afwegingen te maken. Daarnaast beschouwen we groei van het aantal inwoners niet als een doel op zich maar als een middel om toekomstbestendig(er) te kunnen zijn. - Gevolg omgevingsvisie: toevoegen van tekst over uitwerking van de omgevingsvisie in paragraaf 1.2 ‘het vervolgproces: hoe nu verder?’. Inspraakreactie 5 5.1
-
Indiener geeft aan dat de aandacht voor wandelen wordt gewaardeerd en benadrukt, dat het behoud en de verbetering van fiets- en wandelpaden in deze visie vermeld moeten worden. Dit baseert indiener op de definitie van infrastructuur in de Omgevingswet en de inhoud van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Indiener verzoekt: De toevoeging "het in stand houden en verbeteren van de fiets- en wandelpaden" in de tekst op te nemen; Het Pieterpad en het Graafschapspad als belangrijke landelijke en regionale wandelroutes in de tekst en op het kaartmateriaal weer te geven.
Op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de gemeente (inderdaad) verplicht om bij een wijziging van het omgevingsplan (voor zover aan de orde) het belang van routenetwerken te betrekken. - Gevolg omgevingsvisie: verduidelijking van de tekst in paragraaf ‘Bewegen, ontmoeten en beleven in de buitenruimte’ onder 3.4. Inspraakreactie 6 6.1
Indiener uit ongenoegen over het negeren van zijn plan voor 20 woningen naast het stadion van De Graafschap. Hij had eerder een plan ingediend dat voldoet aan de gemeentelijke ambities, inclusief betaalbare woningen en duurzaamheid. Indiener wil graag in gesprek met de gemeente om de mogelijkheden van zijn plan te bespreken en vindt dat de gemeente haar inwoners meer moet betrekken bij de stadontwikkeling.
Wij verwijzen hiervoor naar punt 2, 5, 8 en 9 van de algemene beantwoording in dit document. Het plan dat in januari 2023 is ingediend voor de betreffende locatie hebben wij integraal beoordeeld. De uitkomst hiervan is met indiener van de inspraakreactie gedeeld en toegelicht door de secretaris van de omgevingskamer. Het besluit over het ingediende initiatief zal niet veranderen. We staan open voor een gesprek om de inhoud van de omgevingsvisie toe te lichten in relatie tot de gebiedsvisie. Inspraakreactie 7 7.1
Indiener is ecoloog en geeft aan zich zorgen te maken over de focus op kwantiteit over kwaliteit. Indiener benadrukt het belang van biodiversiteit in groenonderhoud en pleit voor het gebruik van inheemse planten en behoud van waardevolle groenelementen. Indiener wijst op de mogelijkheid om daken en gevels te gebruiken voor biodiversiteit en energietransitie. Indiener prijst positieve initiatieven maar vraagt om bescherming van belangrijke natuurlijke gebieden en pleit voor lokale biodiversiteitsplannen.
De omgevingsvisie geeft de groene ambitie op hoofdlijn weer, benoemd in acht punten. Het klopt dat de kwantitatieve benadering het meest in het oog springt. We vinden deze 1658676 / 1823519
Pagina 8 van 29
28 september 2023
inderdaad belangrijk, zeker in een gemeente met groeiambities. Het is belangrijk de groene en verbindende structuren overeind te houden en te versterken. De kwalitatieve benadering maakt zeker onderdeel uit van onze ambitie, wat abstract omschreven als; ‘hoogwaardig en vitaal groenbestand’. Met ‘vitaal’ bedoelen we dat het groen, met het realiseren van goede groeiplaatsen en het gebruik van de juiste (inheemse) soorten, voldoende robuust is. Robuustheid om bestand te zijn tegen klimaatextremen en bij te dragen aan beleving en biodiversiteit. Hoogwaardig wijst meer op de samenstelling, verschillende typen beplanting, zoals inderdaad inheemse soorten en struiken. Indiener heeft gelijk dat er nog weinig echt inheemse beplanting wordt toegepast. Dat is een transformatie waar we in zitten, dat kost tijd, aanpassing en een andere manier van kijken, ook voor onze inwoners. Gelukkig ziet de indiener ook dat we daar mee bezig zijn. Inspraakreactie 8 8.1
Indiener geeft aan dat de gekozen aanpak en de volledigheid van de huidige omgevingsvisie wordt gewaardeerd en ook inspireert. Van belang is dat de educatieve agenda van de stad wordt geïntegreerd in de omgevingsvisie. De aanwezigheid van twee mbo-instellingen en een hbo-instelling binnen de gemeentegrenzen is relevant. Indiener geeft als suggestie mee om een paragraaf over het mbo en hbo toe te voegen aan de tekst die gaat over toekomstbestendige onderwijshuisvesting (pagina 47) waarbij uitdrukkelijk vermeld mag worden dat het mbo en hbo daar zélf verantwoordelijk voor zijn. Realisatie graag in partnerschap met de gemeente Doetinchem.
In de omgevingsvisie is gekozen geen onderscheid te maken tussen verschillende onderwijsvormen. Dat het mbo en hbo zelf verantwoordelijk zijn voor onderwijshuisvesting komt voort uit wetgeving. Een aparte vermelding daarvan is volgens ons niet nodig. Wel zullen we een algemene tekst opnemen over het belang van aanwezigheid van mbo en hbo voor de gemeente Doetinchem (en de regio). - Gevolg omgevingsvisie: wijziging van de titel van paragraaf ‘Toekomstbestendige onderwijshuisvesting’ naar ‘Onderwijsstad van de toekomst’. En toevoegen van tekst over het belang van mbo en hbo voor Doetinchem en de regio in deze paragraaf onder 3.4. 8.2
Indiener geeft aan op het kaartje op pagina 45 de locatie Sportweg van het Graafschap College te missen door middel van een gele arcering.
De taartdiagrammen op pagina 45 geven ambities en vraagstukken weer op verschillende onderdelen. Op de locatie Sportpark-Zuid ligt voor wat betreft het Graafschap College niet direct een opgave of ambitie op het gebied van onderwijs. Daarom is dit ook niet zichtbaar in het taartdiagram voor de locatie Sportpark-Zuid. 8.3
Indiener geeft de suggestie om op pagina 21 het mbo en hbo toe te voegen in de legenda. Dit staat wel op pagina 15. Wellicht kan dit gecombineerd worden.
Mbo en hbo zijn bewust gepositioneerd op de ‘Werkgemeente’ kaart en po, vo, so op kaart ‘Mensen & Ontmoeten’. Dus de mbo- hbo-locaties zijn wel opgenomen, alleen op een andere plek. 8.4
Indiener geeft de suggestie dat kennisinstellingen in het algemeen en beroepsonderwijs in het bijzonder (dus hbo en mbo) een motor voor vernieuwing zijn.
1658676 / 1823519
Pagina 9 van 29
28 september 2023
Wij delen de mening van indiener dat kennisinstellingen in het algemeen en beroepsonderwijs in het bijzonder (dus hbo en mbo) een motor voor vernieuwing zijn. - Gevolg omgevingsvisie: verwerken in de tekst, in paragraaf 2.2 ‘Werkgemeente met ruimte voor talent en innovatie’, onder ‘Sterke werkgemeente met kansen voor de arbeidsmarkt’. 8.5
Indiener geeft de suggestie om ten aanzien van de bereikbaarheid en mobiliteit (pagina 37) de komst van de RegioExpres uit te lichten. Daarnaast doet indiener het aanbod om mee te denken over mobiliteit en verkeer, zoals het mobiliteitsplan.
Wij delen de mening van indiener dat de komst van de RegioExpres een dusdanige betekenis heeft dat het uitlichten/benoemen ervan passend is. Het aanbod van indiener om mee te denken over mobiliteit en verkeer wordt (voor kennisgeving) aangenomen. Voor zover indiener al niet betrokken wordt bij beleidsontwikkeling en/of concrete projecten wordt het aanbod betrokken bij het vormgeven van het bijbehorende proces. - Gevolg omgevingsvisie: toevoegen van tekst over de RegioExpres bij de beleidsuitgangspunten van mobiliteit, in de bijlage. Inspraakreactie 9 9.1
Indiener geeft aan via Facebook geïnformeerd te zijn over het ontwerp en de mogelijkheid om te participeren. Indiener had graag eerder betrokken willen worden. In 2017 begonnen de voorbereidingen voor de Omgevingswet met een stakeholdersdag in februari 2019, waar vertegenwoordigers van bewoners ontbraken. De Omgevingswet beoogt participatie van zowel ondernemers als inwoners, maar de late betrokkenheid van inwoners is hierbij niet passend. Volgens de Nationale ombudsman moet de overheid het burgerperspectief centraal stellen en zorgen voor alternatieve informatiekanalen. Nu zijn er slechts zes weken om te reageren op vergevorderde plannen.
Wij verwijzen hiervoor naar punt 1, 2 en 8 van de algemene beantwoording in dit document. In samenhang daarmee benoemen we dat de stakeholdersdag één van de participatiemomenten was gedurende het proces. - Gevolg omgevingsvisie: toevoegen van tekst over uitwerking van de omgevingsvisie en participatie onder paragraaf 1.2 ‘het vervolgproces: hoe nu verder?’ 9.2
Indiener geeft aan dat in de ontwerp omgevingsvisie het belang van groen, behoud van erfgoedwaarden en het streven naar een gebalanceerde fysieke leefomgeving wordt benadrukt. Indiener uit kritiek op de voorgestelde plannen voor perceel M 5210, waar gezichtsbepalende bomen dreigen te worden gekapt en er zorgen zijn over de impact op het groene landschap, ecologische verbindingszones, en de leefbaarheid van de Frans Halsweg. Daarnaast wordt betoogd dat de bouwplannen van WBC tekortschieten op het gebied van groen en biodiversiteit en dat een natuur inclusief initiatief nodig is. Ook wordt gewezen op de ecologische kwetsbaarheid van het gebied in relatie tot waterbeheer. Ten slotte wordt benadrukt dat de gemeente Doetinchem moet streven naar een gebalanceerde groei in overeenstemming met het behoud van erfgoed en de draagkracht van de fysieke leefomgeving. Indiener concludeert dat de voorgestelde plannen in de ontwerp omgevingsvisie in de praktijk zorgvuldig moeten worden afgewogen en gerealiseerd, met respect voor de belangen van de burgers.
Indiener richt zich primair op de voorgenomen ontwikkeling van genoemde perceel aan de Frans Halsweg. Wij verwijzen hiervoor naar punt 5 van de algemene beantwoording in dit document. Aanvullend daarop vermelden we dat het college van B&W voor deze 1658676 / 1823519
Pagina 10 van 29
28 september 2023
locatie een principebesluit heeft genomen. Daarin zijn voorwaarden opgenomen die o.a. betrekking hebben op het aspect groen en klimaatadaptatie, en wordt ingegaan op het maatschappelijk draagvlak. Voor dit verzoek werkt de ontwikkelaar op dit moment aan een ruimtelijke onderbouwing. Als dat leidt tot het in procedure brengen van een ontwerpbesluit, dan zal dat ook ter inzage worden gelegd. En kan iedereen op basis van het ontwerpbesluit en bijbehorende stukken daar een zienswijze op geven. Ook indiener van de inspraakreactie. In dat kader zal dan ook een inhoudelijke reactie worden gegeven. Inspraakreactie 10 10.1 Indiener geeft aan de omgevingsvisie te steunen en vraagt om aandacht voor wateren bodemaspecten bij ruimtelijke ontwikkelingen, met name rond de Oude IJssel. Indiener benadrukt de rol van het waterschap als bevoegd gezag en diens betrokkenheid bij het proces. Indiener wil graag betrokken worden bij ontwikkelingen waarbij wateraspecten een rol spelen (zoals waterkwaliteit, waterkwantiteit, waterveiligheid, watersysteem, Oude IJssel, beheer en onderhoud etc.). Indiener denkt graag mee en wil met de gemeente afstemmen als het hun takenpakket raakt. Wij verwijzen hiervoor naar punt 10 van de algemene beantwoording in dit document.
Er wordt veel waarde gehecht aan een goede betrokkenheid van en afstemming met indiener ten aanzien van de wateraspecten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wij werken graag mee aan het behoud van al genomen maatregelen rond de Oude IJssel (in stedelijk gebied). Ook worden wij graag betrokken bij de noodzakelijke integrale benadering van de Oude IJssel. Inspraakreactie 11 11.1 Indiener constateert enkele afwijkingen ten opzichte van de huidige beleidsdocumenten en de samenwerkingsovereenkomst met de gemeente. Deze overeenkomst had als doel de realisatie van natuurdoelstellingen in het Wehlse Broeklanden-gebied, inclusief 't Knapperslag en de Watertap in Gaanderen, te bevorderen. Indiener maakt bezwaar tegen het opleggen van wonen in het groen in dit gebied, met name op ’t Knapperslag, ondanks het feit dat de gebiedsvisie Wehlse Broeklanden nog steeds lijkt te gelden. Indiener pleit ervoor om, in lijn met de wensen van de bewoners zoals vastgelegd in de deelvisie, de Greephorst en aangrenzende percelen als natuurgebied te behouden in de visie. In de omgevingsvisie brachten we sectorale beleidsvisies samen tot een integraal geheel. Dat betekent dat doelstellingen van gebiedsvisies zoals de Wehlse Broeklanden zijn opgenomen in de omgevingsvisie. Bestaande groen en natuurgebieden zoals de Greephorst en ‘t Knapperslag vormen onderdeel van de hoofdgroenstructuur en behouden hun status.
Inspraakreactie 12 12.1 Indiener reageert hoofdzakelijk vanuit de natuur en milieu kant. Wij verwijzen hiervoor naar punt 4 van de algemene beantwoording in dit document. De uitgebreide inspraakreactie van indiener over de onderwerpen biodiversiteit, ecologische waarden, grondwater en klimaatadaptatie wordt gewaardeerd. 12.2 Indiener vraagt aandacht voor de huidige extreme temperaturen. Samenlevingen zullen zich beter moeten beschermen tegen de opwarming en uitstoot van 1658676 / 1823519
Pagina 11 van 29
28 september 2023
broeikasgassen moet worden teruggedrongen. Indiener heeft herhaaldelijk verzocht om in het kader van de biodiversiteit de nodige maatregelen te treffen en om een gemeentelijke ecoloog aan te stellen. Het onderwerp klimaatadaptatie heeft nadrukkelijk de aandacht. In 2022 is hiervoor beleid vastgesteld op basis waarvan gewerkt wordt aan een uitvoeringsagenda. In die agenda worden de maatregelen benoemd die genomen kunnen/moeten worden tegen wateroverlast, hitte en droogte (bij ontwikkelingen in de leefomgeving). Daarbij is het ook bedoeling om de biodiversiteit te versterken. In samenhang met het vaststellen van beleid is een adviseur klimaatadaptatie aangesteld. Daarnaast bestaat inmiddels al een aantal jaar de functie van ecoloog. Er wordt dan ook multidisciplinair gewerkt aan de opgaven die door indiener worden aangehaald. 12.3 Indiener uit op het punt van klimaatverandering zorgen over de bossen en de stand van het grondwater. Indiener geeft aan dat overstappen naar Zuid-Europese bomen in plaats van o.a. beuk, fijnspar en lariks nodig is. Bij sterke opwarming van de stad kunnen bomen voor verkoeling zorgen, naast tegelwippen en gevelbegroeiing. De burger kan ook betrokken worden bij het onderhoud. Wij onderschrijven de reactie en hebben in 2022 hierover beleid vastgesteld. We zullen ons moeten aanpassen aan klimaatverandering.
In de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie 2022-2026 staan maatregelen tegen het verminderen en voorkomen van o.a. hitte(stress), wateroverlast en droogte. Met het project ‘Aanpak Droogte Achterhoek’ wordt regionaal samengewerkt aan de droogteproblematiek in de Achterhoek. 12.4 Indiener uit zorgen over de lage grondwaterstand (bv op de Huet is de grond op +1,5 m nog kurkdroog. Landbouwgrond kan geen koolstof meer opnemen. Suggestie is om weer terug te gaan naar veeteelt in dienst van de landbouw zoals het was op de karige zandgronden. Dezelfde zorgen gelden ook voor de biodiversiteit. Deze moet beschermd worden tegen de grotere machten. Economie is afhankelijk van een goede ecologie. Mensen moeten weer in evenwicht met hun natuurlijke omgeving komen. Via project ‘Aanpak Droogte Achterhoek’ wordt regionaal samengewerkt aan de droogteproblematiek in de Achterhoek. Maatregelen zullen op termijn leiden tot hogere grondwaterstanden. Dit betreft gebiedsgericht maatwerk. 12.5 Indiener merkt op dat er geen concrete doelen in de inleiding van de omgevingsvisie staan. Indiener reageert op de ambitie van groei naar 70.000 inwoners. Een aantal duidelijke natuur- en milieudoelstellingen zou wenselijk zijn. In onze ambitie en de inleiding op de omgevingsvisie staan inderdaad geen concrete doelen. Hierin beschreven we de stip aan de horizon voor Doetinchem in 2036.
In de themabeschrijvingen gaan we vervolgens meer in op de doelen. Het formuleren van specifieke doelstellingen op gebied van natuur en milieu gaat voor een belangrijk deel ook samen met de doelstelling en beleid dat door de provincie worden opgesteld. Daarnaast kan gemeentelijk beleid, zoals een biodiversiteitsplan, basis zijn voor die doelstellingen. 12.6 Indiener heeft deelgenomen aan de Wehlse Broeklanden, maar is in de coronapandemie niet op de hoogte gehouden. Indiener geeft aan het gevoel te hebben dat de natuurmensen zijn gepasseerd en dat digitale deelname niet te volgen was. 1658676 / 1823519
Pagina 12 van 29
28 september 2023
Wij verwijzen hiervoor naar punt 2 en 3 van de algemene beantwoording in dit document. Aanvullend betreuren wij uw gevoel gepasseerd te zijn. Participatie blijft belangrijk, ook bij het vervolg. Hiervoor verwijzen wij naar punt, 8 en 10 van de algemene beantwoording. 12.7 Indiener heeft met betrekking tot het thema ‘Landelijk gebied in balans’ twijfels over de bewering dat agrariërs goed voor het landelijk gebied zorgen. Indiener geeft aan dat leefgebieden voor vele dieren verdwijnen. Wenselijk is om met regelmatige monitoring de stand van de natuur te meten met daarbij de verplichting tot handhaving of zelfs groei. Wij monitoren de doelstelling die we vastleggen in de omgevingsvisie. Daarvoor is een opzet gemaakt met ongeveer 60 indicatoren. Hiervoor geldt dat we in het werk blijven bekijken welke indicatoren we moeten monitoren om onze te kunnen bepalen of wij onze doelen halen. 12.8 Indiener geeft aan dat de regelgeving voor het onderwerp natuur-inclusief bouwen (p. 31) duidelijker en richtinggevender moet zijn. Nu wordt te weinig natuurinclusief gebouwd, zelfs niet op het Eiland. In het landelijk gebied zijn de afgelopen jaren al forse stappen gezet naar een meer natuurinclusieve landbouw. Vanuit het Nationaal Programma Landelijk Gebied zal de komende jaren deze ontwikkeling zich doorzetten. Hierbij gaat ook veel aandacht uit naar de versterking van de natuur.
Op het eiland dat op Iseldoks wordt gerealiseerd, is wel degelijk ingezet op natuurinclusief bouwen, echter dit blijft vooralsnog inderdaad een spanningsveld. Op dit moment is hier nog geen beleid op. Dit gaat een plek krijgen in het Kader Gebiedskwaliteit. 12.9 Indiener onderschrijft de 3-30-300 vuistregel (p. 32). Niet alleen voor het buitengebied. Indiener wijst op de overlast door o.a. lichtvervuiling (ook laserstralen) en geluid (door de vele buitenactiviteiten zoals kermis). Deze activiteiten verstoren het dierlijk leven en moeten beperkt worden. De groene ambities, zoals die in de omgevingsvisie zijn opgenomen, richten zich op het realiseren van robuuste groene structuur. Deze verbinden groengebieden onderling met elkaar en met het landelijk gebied. We realiseren goede groeiplaatsen en planten vooral inheemse soorten aan en creëren daarmee weerbaarheid tegen klimaat extremen. Met als belangrijkste doelstelling en gezonde, fijne en veilige leefomgeving voor de mens en het versterken van de biodiversiteit. 12.10 Indiener geeft als reactie op ‘Sterke werklocaties met ruimte voor innovatie (p. 34)’ aan dat energie neutraal logisch is. Aandachtspunt is dat buitenlanders (werknemers) slechte huisvesting krijgen. Indiener geeft de suggestie om ondernemers te betrekken bij belonen van werknemers.
Wij beperken ons tot de mate van en wijze waarop buitenlandse werknemers huisvesting wordt aangeboden. Wij hebben beleid voor initiatieven die gericht zijn op de huisvesting van arbeidsmigranten. In dat beleid is aandacht voor de kwaliteit van huisvesting, o.a. door verwijzing naar het SNF-keurmerk. De suggesties worden voor kennisgeving aangenomen.
1658676 / 1823519
Pagina 13 van 29
28 september 2023
12.11 Indiener geeft aan dat burgers ontbreken op p. 37 (hoe bereiken we dit). Ook is er geen aandacht voor de natuur en worden natuurinstellingen ook niet betrokken. We namen in de omgevingsvisie op dat de bestaande beleidsnota wordt omgevormd. Daarbij staat dat we ook inzetten op het realiseren van klimaat adaptieve, groene en circulaire werklocaties. Daarmee is ook aandacht voor natuur en klimaat. 12.12 Indiener uit zorgen over de verslechtering van de natuur (elk jaar met 10%) en vraagt wanneer het biodiversiteitsplan van de gemeente start en roept de gemeente op hierin zelf het initiatief te nemen. Dit in het kader van ‘Landelijk gebied in balans op weg naar 2036’ (p.38). Het biodiversiteitsplan wordt op initiatief van de gemeente opgesteld, met die strekking is dat voornemen ook in de omgevingsvisie opgenomen. Het voornemen is om daar in 2024 mee te starten. 12.13 Indiener geeft op het punt ‘vergroten van de leefbaarheid (p. 40) dat bewoners van landelijk gebied en aangrenzend veel last hebben van stank en fijnstof. Klagen heeft geen zin. Boeren beheren niet, maar gebruiken de grond economisch. Het landelijk gebied is onderhevig aan verandering. Met een adviseur landelijk gebied is de gemeente intensief betrokken bij trajecten die (vanuit de provincie) gaande zijn over (samengevat) de toekomst van het landelijk gebied.
Hoe de te maken landelijke en provinciale keuzes/visies zich gaan door vertalen naar concreet de gemeente Doetinchem is op dit moment nog niet duidelijk. 12.14 Indiener uit zorgen op het punt van de Volksgezondheid. Honingbijen sterven uit en gewasbeschermers zijn slecht voor mens en dier. Intensieve veehouderij kost jaarlijks 9 miljard aan gezondheids- en milieuschade. Waar wordt de uitgekochte grond voor gebruikt? Nieuwe natuur? De landelijke en provinciale keuzes/visies moeten nog gemaakt worden. Op dit moment is niet duidelijk hoe we dit vertalen in Doetinchem. 12.15 Indiener legt nadruk op een aantal specifieke bevindingen uit de planMER, met name op de onderdelen natuur en biodiversiteit. Wij verwijzen hiervoor naar punt 6 van de algemene beantwoording in dit document. Inspraakreactie 13 13.1 Indiener heeft het deelnemen in het voortraject als heel prettig ervaren. Maar geeft wel teleurstelling aan over de vertaling van de deelvisie F in de omgevingsvisie. Vooral de wijk Overstegen wordt volgens de indiener over het hoofd gezien. Wij verwijzen hiervoor naar punt 3 van de algemene beantwoording in dit document. 13.2 Indiener vraagt zich af of het streven naar 70.000 inwoners verstandig is voordat de bestaande problemen in de wijken opgelost zijn. Indiener pleit voor prioriteit bij bouwen van woningen voor de lokale bevolking voorafgaand aan het aantrekken van nieuwkomers.
1658676 / 1823519
Pagina 14 van 29
28 september 2023
De ambitie om te groeien naar 70.000 inwoners betekent niet dat minder wordt ingezet op uitdagingen/problemen in de bestaande wijken. Met de inzet van Buurtplein en via het Wijknetwerk blijft ook aandacht voor dat wat er speelt in de bestaande wijken. Dat er ook nieuwkomers worden aangetrokken is inherent aan de ambitie om te groeien naar 70.000 inwoners. Tegelijkertijd wordt de ambitie gezien als middel voor instandhouding van voorzieningen, waar ook huidige inwoners voordeel bij kunnen hebben. Wij hebben wettelijke nog niet de mogelijkheid om voorrang te geven aan onze inwoners. 13.3 Indiener geeft aan dat er in de wijk Overstegen kansen zijn voor energietransitie, zoals het stimuleren van zonnepanelen en groene daken, geveltuinen, klimplanten, natuur-inclusief bouwen, biodiversiteit en toepassen inheemse beplanting. Wij onderschrijven het belang van energietransitie, meer groen (bomen) en klimaatadaptatie (maatregelen tegen hittestress, droogte, wateroverlast). Via diverse gemeentelijke uitvoeringsprogramma's werken we hard om hieraan bij te dragen. 13.4 Indiener verzoekt om natuurpark Overstegen in de omgevingsvisie op te nemen als ‘doorgaande ecologische structuur’. Natuurpark Overstegen is nu opgenomen als bestaand groen op het kaartbeeld op pagina 39. Ook is het opgenomen als onderdeel van de hoofdgroenstructuur op het kaartbeeld op pagina 19.
Aan de hoofdgroenstructuur verbinden we de ambitie deze structuur te behouden en waar deze nog niet goed aaneengesloten is, deze te versterken (ambities groen pagina 49). Daarmee onderschrijven we ook het belang van natuurpark Overstegen. 13.5 Indiener vraagt aandacht voor het behoud van het groene waardevolle gebied bij de ontwikkeling van het voormalige schoolterrein aan de Houtsmastraat/Ed Schilderinkstraat en pleit voor overleg met de wijkbewoners. Ook het Rozengaardse veld erbij betrekken en zorgen voor een groene toegang vanaf de Kennedylaan. Verder suggereert de indiener de mogelijkheid van een sociaal wooncomplex voor ouderen, waarbij de bestaande appartementenflats een rol kunnen spelen. Het belang van gemeenschapszin wordt benadrukt en indiener doet de suggestie voor het oprichten van een kennis- en informatiecentrum voor gezond stedelijk leven, circulariteit en klimaatadaptatie. Dit past goed binnen de omgevingsvisie. Suggestie wordt nu voor kennisgeving aangenomen. Het staat indiener vrij om deze inbreng te leveren op het moment dat planontwikkeling voor deze herontwikkeling aan de orde is. 13.6 Indiener geeft aan dat in deelvisie F de potentie van het Zelhemse Broek wordt besproken, met als doel om de benoemde uitdagingen en kansen aan te grijpen voor een verbetering van de kwaliteit van dit gebied.
Een duurzaam Zelhemse Broek biedt mogelijkheden op het gebied van waterretentie, natuurontwikkeling, kringlooplandbouw en recreatie. De indiener geeft aan dat het gebied dreigt te verslechteren, daarom is een duidelijk beleid en visie cruciaal. Het verbinden van het Zelhemse Broek, de Grote Beek, sportpark Bezelhorst, natuurgebied De Zumpe en natuurpark Overstegen creëert de kans om stad en buitengebied te verenigen via groene verbindingen. Een groot deel van het Zelhemse Broek is onderdeel van de Groene Ontwikkelingszone, vastgelegd in beleid vanuit de provincie. Het gebied is nu vooral als landbouwgebied in gebruik. Op dit moment is er nog te weinig duidelijkheid rondom met name de landbouw om een goede visie op dit gebied te maken. Dat er verschillende kansen (zelfs opgaven) liggen, met name voor groen, is duidelijk. Daarom is een deel van het Zelhemse Broek 1658676 / 1823519
Pagina 15 van 29
28 september 2023
aangemerkt als ecologische verbindingszone en zijn, vanuit de groenvisie, diverse versterkingen gewenst (zie kaartbeeld pagina 39). Inspraakreactie 14 14.1 Indiener geeft aan dat er op de plattegrond het terrein van Papierfabriek Doetinchem ingekleurd is met een tweetal kleuren paars. Met de aanduiding ‘toekomstbestendig bedrijventerrein’ en ‘woonvisie: gemengd stedelijk wonen werken’. Indiener geeft aan dat de aanduiding voor wonen niet realistisch is. Papierfabriek Doetinchem wil haar activiteiten ook in de toekomst op de huidige locatie voortzetten en wil daarbij niet beperkt worden door woningbouw in de directe omgeving. Verzoek is om de aanduiding ‘woonvisie: gemengd stedelijk wonen werken’ te verwijderen van de kaart. Indiener ziet graag hoe wij de toekomstbestendigheid geborgd hebben van de opgenomen aanduiding ‘toekomstbestendig bedrijventerrein’. De omgevingsvisie is een visie voor de langere termijn. Het is een stip op de horizon om naartoe te werken. De aanwezigheid van de papierfabriek in het gebied kent een rijke historie en heeft een waardevolle economische betekenis. De genoemde aanduidingen betekenen niet dat bestaande functies, zoals de papierfabriek, moeten verdwijnen. De aanduiding ‘toekomstbestendig bedrijventerrein’ is een ambitie waar we op sturen. Het is een ruimtelijk raamwerk om een vitaal en toekomstbestendig bedrijfsleven te kunnen faciliteren.
Samen met ondernemers, parkmanagement (en IG&D) en de provincie onderzoeken we kansen en proberen we zoveel mogelijk initiatieven te faciliteren. De aanduiding ‘gemengd stedelijk wonen werken’ komt uit de vastgestelde woonvisie. Het gebied ontwikkelt zich zichtbaar naar een hoog stedelijk gebied, gelegen tussen de binnenstad en het station. We zien voor dit gebied kansen om tot meer functiemenging te komen. Dat betekent dat verschillende functies naast elkaar in een gebied kunnen voorkomen. De aanduidingen ‘toekomstbestendig bedrijventerrein’ en ‘gemengd stedelijke wonen werken’ hoeven elkaar niet te bijten. Uitgangspunt is dat de papierfabriek haar huidige activiteiten kan blijven voortzetten. 14.2 Indiener geeft aan dat op de plattegrond op pagina 39 is ter hoogte van betreffende locatie een ‘gewenste versterking/verbinding natuur/groen/water’ ingetekend staat. Indiener vraagt wat met deze aanduiding wordt bedoeld. De groene pijl geeft koppelkansen aan voor groen en natuur. Deze komt voort uit de concept visie spoorzone en is een wens voor de lange termijn. Het woord 'koppel' geeft al aan dat het realiseren van een groene verbinding alleen mogelijk is wanneer het gehele gebied transformeert. Het is dus niet de bedoeling hier los van alles groen te realiseren. 14.3 Indiener vraagt zit af wat een ‘waterknelpunt’ is.
Met de genoemde aanduidingen wordt aangegeven dat kans bestaat op wateroverlast door plasvorming bij extreme neerslag. Wegen worden hierdoor onbegaanbaar voor o.a. hulpdiensten en gebouwen kunnen waterschade oplopen. Inspraakreactie 15 15.1 Indiener geeft aan blij te zijn met de zorg die agrariërs en grondeigenaren tonen voor het landelijk gebied in Doetinchem. Indiener staat open om mee te denken 1658676 / 1823519
Pagina 16 van 29
28 september 2023
over de toekomst van het landelijk gebied. Indiener gelooft dat de gemeente kansen kan benutten om nu al richting te bieden aan agrariërs en anderen. Wij verwijzen hiervoor naar punt 10 van de algemene beantwoording in dit document. Er komt veel op het landelijk gebied en daarmee de agrarische sector af. Goed om te vernemen dat we de gezamenlijke waarden van het landelijk gebied onderschrijven en delen. 15.2 Indiener zet vraagtekens bij de term 'Agrarisch met waarden' op pagina 17 en 38 en de indiener stelt voor een andere benaming te overwegen. Het agrarische gebied is op zichzelf al waardevol en deze term doet hieraan afbreuk. Het ruimtelijk beleid voor het landelijk gebied is op 7 juli 2022 vastgesteld in de beheersverordening. In de beheersverordening hebben gronden met eigen landschaps- en natuurwaarden, de bestemming ‘agrarisch met waarden’ gekregen. De openheid en kenmerkende hoogteverschillen van het landschap zijn dergelijke waarden. De omgevingsvisie sluit daarmee aan op bestaand beleid. Een andere benaming zou eerder tot verwarring kunnen leiden. 15.3 Indiener benadrukt dat er lopende initiatieven zijn voor zonne- en windenergie, maar dat nieuwe projecten wachten op de Regionale Energie Strategie Achterhoek (RES). Indiener mist de innovaties op het gebied van zonne- en windenergie in de omgevingsvisie.
Ook wordt het belang van het behouden van agrarische grond benadrukt en worden alternatieven op het boerenerf voorgesteld. Daarnaast wordt gesproken over veranderingen in het platteland en de mogelijkheid om jongeren op leegstaande erven te laten vestigen. Ook wordt de multifunctionaliteit van de agrarische sector genoemd als een kans om het landelijk gebied aantrekkelijker te maken. Op dit moment werkt LTO Noord samen met VNG aan een handreiking over de omgevingswet en multifunctionele landbouw. Een gesprek met de gemeente is gewenst. Tot slot wordt aandacht besteed aan groene ambities en een biodiversiteitsplan, waarbij de wens wordt uitgesproken om hierbij betrokken te worden en bij te dragen aan dit plan. Het signaal van indiener is helder. De ruimtevraag is groot, niet alleen ten behoeve van de agrarische sector en de energietransitie. Meervoudig ruimtegebruik is daarmee belangrijk. Op dit moment kunnen wij nog geen uitspraak doen of er binnen de gemeente Doetinchem nog meer ‘zon op land’-initiatieven wenselijk dan wel noodzakelijk zijn. Naar verwachting zal de RES 2.0 daar meer helderheid in kunnen verschaffen. In de Voortgangsrapportage RES Achterhoek 2023 wordt geconstateerd dat windprojecten en zon-op-gebouwprojecten veel moeilijker van de grond komen dan zon-op-veldprojecten en dat de aandacht dus vooral gericht moet worden op wind en zon-op-gebouw.
Toch valt niet uit te sluiten dat in de toekomst agrarische grond nodig is voor de energietransitie. 15.4 Indiener vraagt aandacht voor veranderd platteland. Indiener geeft aan daar maar weinig van terug te zien in de omgevingsvisie. Bijvoorbeeld aan de hand van de handreiking over de omgevingswet en multifunctionele landbouw. In de omgevingsvisie beschrijven wij deze verandering in het landelijk gebied met de kansen die het biedt. En ook de keuzes die daarin op landelijk en provinciaal niveau nog gemaakt moeten worden. Wij kiezen ervoor om die keuzes af te wachten. Tegelijkertijd beschrijven we ook een aantal kansen waarmee we aan de slag willen. Juist om wel die ontwikkeling te omarmen.
1658676 / 1823519
Pagina 17 van 29
28 september 2023
-
Gevolg omgevingsvisie: wijziging van de titel van paragraaf ‘Vergroten van de leefbaarheid’ naar ‘Werken aan een prettig woon-, werk- en verblijfsklimaat’. En tekstuele aanvulling in deze paragraaf.
15.5 Indiener wil graag betrokken worden bij het opstellen van het biodiversiteitsplan. Om te zien in hoeverre de agrarische sector kan bijdragen, maar ook om in kaart te brengen welke stappen er de afgelopen jaren al zijn gezet. Veel agrariërs zijn al bezig met dit onderwerp, indiener denkt daarom graag mee. Wij verwijzen hiervoor naar punt 10 van de algemene beantwoording in dit document. Inspraakreactie 16 16.1 Indiener vraagt om betrokken te worden bij de bespreking van het specifieke gebied aan de Wielstraat 6 in Doetinchem en over de toekomst van het perceel, en vermeld dat ook de ouders van de indiener betrokken willen worden. Wij verwijzen hiervoor naar punt 5 van de algemene beantwoording in dit document. Inspraakreactie 17 17.1 Indiener geeft aan dat zich binnen het plangebied verschillende hoogspanningsinfrastructuren in eigendom en beheer van indiener bevinden, waaronder bovengrondse en ondergrondse verbindingen met verschillende spanningen. Indiener verzoekt gemeente om rekening te houden met deze infrastructuur in hun omgevingsvisie. Indiener wil dat het ruimtebeslag van de hoogspanningsinfrastructuur wordt opgenomen in de plannen. Wij verwijzen hiervoor naar punt 10 van de algemene beantwoording in dit document. De ligging van de genoemde hoogspanningsverbindingen is bij de gemeente bekend.
Dat geldt ook voor de ruimtelijke beperkingen in de omgeving van de aanwezige hoogspanningsleidingen. - Gevolg omgevingsvisie: toevoegen van de hoogspanningsverbindingen (met ruimtebeslag) op de kaart. 17.2 Indiener geeft op diverse plekken in de inspraakreactie aan graag vroegtijdig op de hoogte gehouden te worden en graag met de gemeente in overleg te treden en samen te werken. Wij verwijzen hiervoor naar punt 10 van de algemene beantwoording in dit document. 17.3 Indiener reageert op grootschalige energieopwekking via zonne- en windenergie. Indiener geeft aan dat het elektriciteitsnet op de gewenste locaties overbelast kan raken. Waardoor deze initiatieven mogelijk niet kunnen worden aangesloten. Daarom wordt vroegtijdige afstemming met regionale netbeheerders en indiener aangeraden. Ook moet er overleg plaatsvinden met indiener als zonnepanelen, windturbines of windparken in de buurt van hoogspanningsverbindingen worden geplaatst. De zonneparken Bahrseweg, Keppelseweg en Heislagseweg-Nieuwestraat liggen niet in de nabijheid van een hoogspanningsverbinding. De omgevingsvergunningen van de zonneparken Bahrseweg en Keppelseweg zijn verleend en er is een overeenkomst aansluiting en transport elektriciteit. Voor het zonnepark Heislagseweg-Nieuwestraat is 1658676 / 1823519
Pagina 18 van 29
28 september 2023
nog geen omgevingsvergunning verleend. Wel is er een overeenkomst aansluiting en transport elektriciteit afgesloten. Het beoogde windturbinepark bevindt zich nog in een begin van het proces. Voordat een dergelijk windturbinepark gerealiseerd is, zijn we een aantal jaren verder. Initiatiefnemers zijn op de hoogte van mogelijke aansluitproblemen. We wijzen initiatiefnemers erop om vroegtijdig afstemming te hebben over de mogelijkheden tot aansluiten met de regionale netbeheerder en indiener. Bij de planvorming van het beoogde windturbinepark Barlhammerweg wordt rekening gehouden met de nabijheid van de hoogspanningsverbinding. Hierbij houden we rekening met de aan te houden afstand uit het Handboek Risicozonering Windturbines. 17.4 Indiener geeft aan dat voor grootschalige en kleinschalige winturbines afstandseisen gelden. Bij het ontwikkelen van omgevingsplannen moeten extra voorwaarden worden opgenomen om de veiligheid en leveringszekerheid van hoogspanningsverbindingen te waarborgen. Bij de vergunningverlening van kleinschalige windturbines op eigen erf houden we rekening met een minimale afstand van 2x nominaal toerental ten opzichte van een bovengrondse hoogspanningsverbinding. Het verzoek om bij de uitwerking van het omgevingsplan voorwaarden op te nemen om de aan te houden afstand te waarborgen, is helder.
17.5 Indiener maakt zich zorgen over mogelijke gevolgen van veranderingen van grondwaterpeil voor de hoogspanningsinfrastructuur. Indiener wil betrokken worden bij plannen die het peil met meer dan 20 cm veranderen. Indiener vraagt aandacht voor de locatie van beplanting in relatie tot hun verbindingen om schade te voorkomen. Het verzoek luidt om ontwikkelingen die betrouwbaarheid en veiligheid kunnen schaden, eerst met indiener af te stemmen. Wij verwijzen hiervoor naar punt 10 van de algemene beantwoording in dit document. 17.6 Indiener geeft aan dat zij betrokken moet worden bij de voorbereiding van (bestemmings)plannen vanwege hun rol in het beheer van het nationale hoogspanningsnet. Indiener wil als vooroverlegpartner bij ingrijpende plannen betrokken blijven. De indiener vraagt om plannen en documenten te sturen naar hun e-mailadres en verzoekt de gemeente om dit adres op te nemen in hun contactlijst. Wij verwijzen hiervoor naar punt 10 van de algemene beantwoording in dit document. 17.7 Indiener en Netbeheer Nederland hebben samen de "Staalkaart Elektriciteit en gas in het Omgevingsplan" gemaakt om gemeentelijke energieambities in het Omgevingsplan te integreren. Indiener biedt hulp aan gemeenten bij het opnemen van het hoogspanningsnet in hun plannen. Wij verwijzen hiervoor naar punt 10 van de algemene beantwoording in dit document.
Inspraakreactie 18 18.1 Indiener wil Kasteel De Kelder en omringende gronden (verbonden aan Landgoed Hagen) restaureren en natuurvriendelijk beheren. Het plan is al goedgekeurd door de gemeente, maar de nieuwe ontwerp omgevingsvisie lijkt het te negeren. Verzoek 1658676 / 1823519
Pagina 19 van 29
28 september 2023
is om hun plan op te nemen in de nieuwe visie en om de aanduiding ‘Wonen in het groen’ toe te voegen aan hun locatie. Op 17 mei 2022 heeft het College van B&W een principebesluit genomen om in principe medewerking te verlenen aan het initiatief Landschapspark Landgoed Hagen. Dit onder de opschortende voorwaarde van de vaststelling van gebiedsvisie Hagen waarbinnen deze ontwikkeling mogelijk is. Dit houdt in dat principemedewerking aan landschapspark landgoed Hagen afhankelijk is van vaststelling van de gebiedsvisie Hagen door de raad. De gebiedsvisie Hagen is nog niet vastgesteld door de gemeenteraad en om die reden is het Landschapspark landgoed Hagen nog niet verwerkt in de omgevingsvisie. - Gevolg omgevingsvisie: toevoegen van de visie Hagen als opgave in ontwikkeling, onder 3.2. En op de kaart voegen we de visie toe als opgave. Inspraakreactie 19 19.1 Indiener bezit landbouwgronden nabij de Bijlsmalaan en Groot Hagen en overwegen deze beschikbaar te stellen aan Stichting Sravana voor een nieuw zorgcentrum vanwege de geplande verbouwing van hun huidige locatie. Indiener vraagt de gemeente om de verhuizing naar de Bijlsmalaan in overweging te nemen, gezien de beperkte beschikbare locaties en de cruciale rol van Sravana in de palliatieve zorgverlening.
Indiener wijst op een mogelijk conflict tussen de Gebiedsvisie Hagen en de ontwerp omgevingsvisie Doetinchem 2036 en vraagt om de ambitie voor Sravana op te nemen in de omgevingsvisie. Wij verwijzen hiervoor naar punt 5 van de algemene beantwoording in dit document. Bij indiener is bekend dat het initiatief niet past binnen de gebiedsvisie Hagen. Inspraakreactie 20 20.1 Indiener is van mening dat het opnemen van een zoekgebied voor windenergie in een omgevingsvisie niet kan zonder: zonder afweging van duurzame alternatieven voor het opwekken van energie; zonder onderzoek naar de effecten van de plaatsing van windturbines op de natuurwaarden in dit zoekgebied; zonder aan te geven wat de compensatiemogelijkheden zijn voor de natuurwaarden in dit zoekgebied; zonder de effecten op de gezondheid van omwonenden in beeld te hebben. We realiseren ons dat een eventueel windpark langs de Oude IJssel impact heeft op omwonenden, landschap en natuur. We willen dat de planvorming voor het beoogde windturbinepark zorgvuldig tot stand komt. We gaan hieronder in op de afzonderlijke onderdelen die indiener aanhaalt in de inspraakreactie. 20.2 Indiener wijst op lopende landelijke en lokale processen over geluidsnormen en gezondheid. Gebrek aan draagvlak voor windturbines wordt benadrukt. Indiener geeft aan dat de belangen van inwoners, natuur en landschap moeten beter worden beschermd.
In de planvorming van het beoogde windturbinepark houden we rekening met de nieuwe landelijke milieunormen voor windparken op land. We willen daar niet op vooruitlopen en zijn daarom niet van plan eigen normen op te stellen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Uit de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de planMER voor de landelijke milieunormering blijkt dat het thema gezondheid is opgenomen. Niet alleen geluidhinder 1658676 / 1823519
Pagina 20 van 29
28 september 2023
maar ook visuele hinder, slagschaduw, obstakelverlichting en externe veiligheid worden beschouwd. 20.3 Indiener wijst op de NRD van de provincie (Notitie Reikwijdte en Detailniveau). In deze NRD worden geen specifieke locaties voor windturbines genoemd. Volgens deze provinciale NRD is bijna de gehele Achterhoek geschikt voor windturbines. Dit is tegenstrijdig met de deze omgevingsvisie van de gemeente, waarbij het gebied langs de Oude IJssel als enige overgebleven windmolen locatie staat vermeld. In de provinciale NRD is niet aangegeven dat de gehele Achterhoek geschikt is voor windturbines. Wel wordt de gehele Achterhoek in de planMER onderzocht op geschiktheid. De provincie kijkt in de alternatievenontwikkeling voor de planMER breder dan de zoekgebieden die in de RES 1.0 zijn vastgelegd. Er staat: “Dit omdat de zoekgebieden uit de RES’en (voornamelijk) zijn voortgekomen uit bestuurlijk politieke processen. Hierbij zijn milieuaspecten niet altijd betrokken. In de RES’en waar milieuaspecten wel zijn beschouwd, zijn de milieuprincipes waarop de zoekgebieden in de RES’en zijn gekozen, niet van hetzelfde detailniveau als noodzakelijk voor een planMER.
Daarnaast zorgt de brede insteek van het planMER ervoor dat alle mogelijk kansrijke gebieden voor wind- en zon vanuit milieuperspectief in beeld gebracht worden, terwijl deze gebieden niet per definitie allemaal onderdeel zijn van de RES’en”. 20.4 Indiener wijst op het bieden van bescherming aan bewoners in hun leefomgeving, zowel als uitgangspunt van de Omgevingswet als opgenomen in de omgevingsvisie. We onderschrijven dat een veilige leefomgeving een verantwoordelijkheid is voor ons allemaal. Door het hanteren van de nieuwe landelijke milieunormen voor windparken gaan we ervan uit dat een goede bescherming van onze inwoners bereikt wordt. 20.5 Indiener geeft aan dat er op geen enkele wijze in het ontwerp van de omgevingsvisie ingegaan wordt op de bescherming van de natuurwaarden in dit zoekgebied voor windturbines. Het zoekgebied voor windturbines ligt deels in de Groene Ontwikkelzone (GO). Het is mogelijk dat één van de windturbines een overdraai over het Gelders Natuurnetwerk (GNN) krijgt. Definitieve keuze over de locaties van de windturbines zijn nog niet gemaakt. De initiatiefnemers moeten aantonen wat de effecten van het windpark zijn op de natuur die beschermd is op basis van de omgevingsverordening, in dit geval GNN en GO. 20.6 Indiener gaat in op aspecten van het onderzoeken van locatie windturbines binnen de gemeente.
Indiener geeft daarbij aan dat er een kans is om te onderzoeken welke locaties het meest geschikt zijn voor windturbines. Het beleidskader duurzame energie Doetinchem gaat uit van uitnodigingsplanologie, waarbij op voorhand geen zoekgebieden voor windenergie zijn aangewezen. Mogelijke initiatieven voor windenergie moeten aan alle bepalingen voldoen. Zo zijn vanwege hinderafstanden ten opzichte van hindergevoelige functies als woningen, scholen en verpleeghuizen (middel)grote windturbines niet toegestaan zijn in woongebieden. In de Achterhoek ontbreekt een duidelijke ruimtelijke structuur waarop zoekgebieden voor wind gebaseerd kunnen worden. Daarom is er een ruimtelijke analyse gedaan rond de mogelijkheden voor plaatsing van windturbines. Om met een systematische aanpak te komen tot objectieve informatie over potentiële zoekgebieden. Vanuit deze analyse is het gebied rondom de Oude IJssel als zoekgebied voor de gemeente Doetinchem in de RES 1.0 1658676 / 1823519
Pagina 21 van 29
28 september 2023
opgenomen. Bij de raadsbehandeling van de RES 1.0 op 30 september 2021 heeft de gemeenteraad alle relevante (en actuele) documenten ontvangen. 20.7 Indiener wijst op snelle ontwikkelingen op gebied van windturbines. Waaronder de hoogte van de nieuwste windturbines, en de invloed daarvan op de omgeving. Wij hebben in ons beleidskader geen maximale hoogte van 180 meter opgenomen. Wel is aangegeven dat grote moderne windturbines vaak al een tiphoogte boven de 150 meter hebben. Een hogere windturbine heeft qua zicht ongetwijfeld een groter invloedsgebied dan een kleinere windturbine. Hier staat tegenover dat nieuwere windturbines veelal stiller zijn. Ons uitgangspunt bij het beoogde windturbinepark is dat aan alle wettelijke bepalingen wordt voldaan. Hiermee wordt voldoende bescherming aan inwoners gegeven. 20.8 Indiener haalt aan dat (middel)grote windturbines worden gezien als een grootschalige bron van duurzame energieopwek. En dat deze niet zijn toegestaan in het Gelders Natuur Netwerk. Wij hebben in ons beleidskader inderdaad opgenomen dat voor (middel)grote windturbines geldt dat deze in principe niet zijn toegestaan in gebieden die onderdeel uitmaken van het Gelders Natuur Netwerk. Dat maakt het niet onmogelijk. De provincie Gelderland gaat over het Gelders Natuur Netwerk en heeft daarover bepalingen opgenomen.