CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8.2 - Snelle fietsverbinding - Doorfietsroute Emmerich - Doetinchem - Zevenaar.pdf

Achterhoek raad 31 maart 2025, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 8: Toelichting voortgang snelle fietsverbindingen11.897 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verkenning snelle fietsroutes Zevenaar-Doetinchem-Emmerich

Documentnummer: R01-D01-41239233-ekk Datum: 9 augustus 2024

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Aanpak en projectteam Inventarisatie huidige situatie 2.1 Documentatie 2.2 Routeopties 2.3 Huidige inrichting 2.4 Plek in het netwerk Analyse ontwikkelingen en potentie 3.1 Ontwikkelingen 3.2 Fietspotentie Ambitie eindbeeld en inrichtingsniveau 4.1 Eindbeeld snelle fietsroutes 4.2 Gewenst inrichtingsniveau Knelpunten en kansen 5.1 Knelpunten 5.2 Kansen Tracékeuze fietsroutes 6.1 Afweging varianten Zevenaar-Doetinchem 6.2 Afweging varianten Emmerich-Doetinchem 6.3 Afweging varianten Zevenaar-Emmerich 6.4 Voorkeursroutes en feeders

3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 16 17 18 22 23 27 28 29 30 31 32

7.

Uitwerking fietsroutes 7.1 Toelichting maatregelen 7.2 Maatregelen minimaal 7.3 Maatregelen optimaal 7.4 Maatregelen kruispunten 7.5 Route-specifieke herkenbaarheid 7.6 Globale kosten 7.7 Kwantitatieve fietspotentie Conclusie, aanbevelingen en vervolg 8.1 Conclusie 8.2 Aanbevelingen en vervolg

33 34 38 39 40 41 42 44 48 49 50

Bijlagen Bijlage I - Bezetting projectteam Bijlage II - Fietsthermometer Bijlage III - Globale kosteninschatting

51 52 53 63

8.

2

1. Inleiding

3

1.1 Aanleiding In de Achterhoek, de Liemers en net over de grens in Kreis Kleve wordt veel gefietst. Gezamenlijk is de ambitie uitgesproken om in het Euregio Rijn Waal gebied tot een grensoverschrijdend netwerk van snelle fietsroutes te komen om zo de fiets nog aantrekkelijker te maken als alternatief voor de auto en om de groei van het recreatieve fietsverkeer te faciliteren. De concrete stap die nu voorligt is een verkennend onderzoek naar snelle fietsroutes in de driehoek Zevenaar-Doetinchem-Emmerich. Deze routes sluiten optimaal aan bij de beoogde ontlasting van de hoofdwegen in het gebied (A12-A3 en A18) en kan bijdragen aan de mobiliteitstransitie (minder fossiele automobiliteit). Regio Achterhoek heeft Roelofs Advies en Ontwerp gevraagd om de verkenning uit te voeren. In voorliggend document wordt daar aanvulling aan gegeven.

4

1.2 Doel Het doel van het onderzoek is te komen tot een advies voor de fietsverbindingen, waarbij de volgende onderzoeksvragen beantwoord worden in de loop van het document: • • • • • • •

Hoe zouden de gewenste routes kunnen lopen? Wat is de potentie van de routes? Wat is het eindbeeld waar de routes aan moeten voldoen? Welke knelpunten zijn er aanwezig? Welke kansen liggen er? Welke maatregelen zijn er nodig om tot het gewenste eindbeeld te komen? Welke (globale) kosten gaan gepaard met de realisatie van de gewenste routes?

5

1.3 Aanpak en projectteam Aanpak In het onderzoek van de verkenning zijn verschillende fases doorlopen om tot een gedegen advies te komen. Deze staan hiernaast omschreven. Per fase is een aantal inhoudelijke en procesmatige taken uitgevoerd, waarbij bepaalde producten opgeleverd zijn. Hiernaast staat schematisch weergegeven welke fases doorlopen zijn. Dit komt overeen met de opbouw van deze rapportage. Projectteam Het onderzoek is uitgevoerd samen met een projectteam van direct betrokken medewerkers van overheden aan zowel de Nederlandse als de Duitse kant van de grens. In Nederland zijn dat de ’ Achterhoek en Groene Metropoolregio, de betrokken gemeenten Doetinchem, Zevenaar en Montferland en provincie Gelderland geweest. Voor Duitsland betreft het de steden Emmerich am Rhein en Kleve en Kreis Kleve. De personele samenstelling van het projectteam, is weergegeven in bijlage I.

6

2. Inventarisatie

7

2.1 Documentatie Voor het onderzoek zijn verschillende onderzoeken en databronnen gebruikt. Hieronder staan de belangrijkste documenten omschreven. Openbare GIS-data van provincie Gelderland • Fietsintensiteit permanent provinciale wegen 2010-2023 • Fietstellocaties gemeentelijke wegen 2018-2023 • Fietstellocaties periodiek werkdagen 2015-2023 • Hoogwaardige fietsroutes Gelderland

Overige openbare (GIS-)data • Openbaar vervoer haltes & lijnen • Onderwijslocaties DUO • Fietsknooppuntennetwerk • Hoofdfietsnetwerk Gelderland • Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) Beleidsdocumenten • Gemeentelijke Verkeer- en Vervoersplannen: GVVP Zevenaar, Mobiliteitsplan Doetinchem 2036 (inspraakversie oktober 2023), IVVP Montferland (2020) • Klimaschutzteilkonzept Fuß- und Radverkehrskonzept für die Stadt Emmerich am Rhein (2020) • Uitwerking Hoofdfietsnetwerk Gelderland (2017)

• • • • • •

Visie voor een bereikbaar Gelderland (2020) 8RHK Uitvoeringsplan 2024 8RHK Visie 2030 (2022) Mobiliteitsplan 2030 Euregio Rijn-Waal (2022) V l pl ‘ -Heerenberg (2019) Mobilitätskonzept Kreis Kleve - conceptversie mei 2024

Onderzoeken, adviezen en presentaties • Position paper Aantrekkelijk Fietsnetwerk Regio Arnhem-Nijmegen (2019) • Advies voor verdere aanpak bereikbaarheidsongelijkheid en rechtvaardige bereikbaarheid Groene Metropoolregio (2024) • Knelpunten Fietsersbond Doetinchem (2022) • Rapportage Inventarisatie fietsbereikbaarheid Doetinchem (2020) • Omgevingsvisie 2040: Conceptkaart ten behoeve van participatie - Gemeente Zevenaar • Visiekaart Bouwsteen Mobiliteit inloopavond omgevingsvisie - Gemeente Zevenaar (2024) • Verkenning- en haalbaarheidsstudie naar snelle fietsroutes - Gemeente Montferland (2018) • Presentatie informatiebijeenkomst woningbouwlocaties gemeente Montferland (2024)

• •

Notitie Reikwijdte en Detailniveau RegioExpres (2022) Mobilitätsbefragung zum werktäglichen Verkehrsverhalten 2022 – Kreis Kleve

Richtlijnen • Ontwerpwijzer Fietsverkeer – CROW • Radschnellverbindungen in NRW: Leitfaden für Planung, Bau und Betrieb (2020) • Maßnahmentabellen Knotepunkte, Fußverkehr und Radverkehrsanlagen - Nordrhein Westfalen (2023) Interviews • Interviews van de betrokken partijen, zijnde: drie N l , w ’, provincie Gelderland, Stadt Emmerich, Stadt Kleve, Kreis Kleve en Straßen NRW. Alle documentatie is samengevoegd tot een online GISomgeving, waarvan de inloggegevens hieronder staan weergegeven. Online GIS-omgeving Link Gebruikersnaam: Euregio Wachtwoord: achterhoek2024 8

2.2 Routeopties Aangezien het onwaarschijnlijk is dat fietsers de gehele driehoek tussen Zevenaar, Doetinchem en Emmerich afleggen, is deze voor de verkenning opgedeeld in drie routes, namelijk Zevenaar-Doetinchem, Emmerich-Doetinchem en ZevenaarEmmerich. Samen met het projectteam zijn er per route twee of meerdere deeltracés opgesteld. Tussen Zevenaar en Doetinchem zijn er twee hoofdroutes, één over de bestaande fietsinfrastructuur langs de N813 (ZD1) en één nog niet bestaande verbinding langs het spoor (ZD2). Beide opties hebben subvarianten, route ZD1b gaat tussen Didam en Zevenaar langs de Nevelhorst en route ZD2b gaat, middels twee opties, via de wijk Dichteren naar Doetinchem. Voor de route tussen Emmerich en Doetinchem zijn drie hoofdroutes vastgesteld, die een combinatie van twee deeltracés per traject zijn. Vanuit Emmerich is er de mogelijkheid om over de B220 (ED1) of via de Speelbergerstraße (ED2) naar ‘ Heerenberg te fietsen. In ‘ -Heerenberg splitst de route ED1 zich op in een route over de Zeddamseweg/Drieheuvelenweg (ED1a) en naar de Oude Doetinchemseweg (ED1b). De route via de Speelbergerstraße gaat alleen over in de Oude Doetinchemseweg (ED2a). Ten noorden van Zeddam komen de drie routes samen en is er nog één routemogelijkheid richting Doetinchem, de Wijnbergseweg. Om het geplande Slingeland ziekenhuis te verbinden is nog de mogelijke feeder ED bis opgenomen.

Het deeltracé tussen Zevenaar en Doetinchem heeft drie hoofdroutes. De eerste route, via Babberich en Elten (ZE1), is het meest direct. Voor het Nederlandse deel van ZE1 zijn er drie mogelijkheden, via de N336 (ZE1a), door de wijk GrootHolthuizen (ZE1b) of langs de zuidkant van het spoor (ZE1c). Aan de Duitse kant van de grens gaat de route via de B8. De andere twee routes maken een omweg via het Gelders Eiland. Route ZE2 gaat van Zevenaar via Lobith en Elten naar Emmerich. Route ZE3 volgt tussen Zevenaar en Lobith dezelfde route als ZE2, maar gaat vanaf Lobith via Spijk en langs de Rijn naar Emmerich. Parallel aan de verkenning, vindt er een verkenning plaats naar de fietsroute tussen Kleve en Emmerich. Voor de routes die in Emmerich eindigen is het wat dat betreft relevant dat die route in alle gevallen over de bestaande Rijnbrug zal lopen. Vandaar ook dat de route vanaf de brug is meegenomen in de kaart hiernaast.

Legenda

ZD (Zevenaar-Doetinchem) 1a. Via N813 1b. Via Nevelhorst 2a. Langs het spoor 2b. Via Dichteren (zuid) 2c. Via Dichteren (noord) ED (Emmerich-Doetinchem) 1. Via B220 1a. Oude Doetinchemseweg 1b. Zeddamseweg/Drieheuvelenweg 2. Via Speelbergerstrasse 2a. Oude Doetinchemseweg ZE (Zevenaar-Emmerich) 1. Via Elten (B8) 1a. Via Babberich 1b. Via Groot Holthuizen 1c. Langs het spoor 2. Via Lobith en Elten 3. Via Lobith en Spijk

9

2.3 Huidige inrichting De huidige inrichting van de potentiële fietsroutes met de alternatieven is geobserveerd tijdens een inventarisatie op locatie. Tijdens deze inventarisatie is onder andere het type fietsvoorziening, de breedte van de fietsvoorziening en het type, kleur en kwaliteit van de verharding van de routes inzichtelijk gemaakt. De gegevens uit de inventarisatie op locatie zijn aangevuld op basis van openbare GIS-data en documentatie die weergegeven staan in paragraaf 2.1. Alle informatie betreffende de huidige inrichting is verwerkt in de Online GIS-kaart. De volgende zaken zijn daarin inzichtelijk gemaakt: • Huidige fietsvoorzieningen (zie hiernaast) • Breedtes • Type verharding • Kleur verharding • Fietstellingen • Voorzieningen, zoals: • Scholen • Openbaar vervoer • E.d.

10

2.4 Plek in het netwerk De ligging van de routes in het bestaande netwerk, is hiernaast weergegeven. Er is duidelijk te zien dat de routes veel bestaande voorzieningen, zoals scholen en stations, kunnen ontsluiten. Per route zijn er uiteraard verschillen, waarop verder wordt ingegaan in het volgende hoofdstuk. Bij Zevenaar en Doetinchem sluiten de routes aan op de rest van het Gelders Hoofdfietsnetwerk (routes F12, De Liemers en Gendringen-Dieren).

11

3. Analyse ontwikkelingen en fietspotentie

12

3.1 Ontwikkelingen Om de toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen in de omgeving van de potentiële fietsroutes inzichtelijk te maken, zijn interviews uitgevoerd met de betrokken gemeentes. Deze informatie is verwerkt in de online GIS-kaart, waarvan hiernaast een uitsnede weergegeven staat. Het gaat om de volgende (typen) ontwikkelingen: •

Nieuwbouw Emmerich

•

Woningbouwontwikkelingen (Doetinchem, Didam, Zevenaar, ‘ Heerenberg en Zeddam)

•

Ontwikkelingen bedrijventerrein ‘ -Heerenberg en Zevenaar)

•

Uitbreiding spoorlijnen Doetinchem-Zevenaar en ZevenaarEmmerich

•

Overige ontwikkelingen, zoals nieuwbouw van schoollocaties, winkelgebieden of wegaanpassingen (Via A15/aanpassingen A12; circulatiemaatregelen).

Slingeland

ziekenhuis

en

medisch

cluster

13

6. Ruimtelijke kwaliteit, veiligheid en comfort

3.2 Fietspotentie

1. Directheid

De potentie en ruimtelijke inpassing van de verschillende fietsroutes zijn op trajectniveau in beeld gebracht. Hierbij zijn drie hoofdroutes gehanteerd, namelijk: • Zevenaar-Doetinchem; • Emmerich-Doetinchem; • Zevenaar-Emmerich. De potentie is per tracé in beeld gebracht met behulp van de fietsthermometer, waarbij gekeken is naar verschillende doelgroepen, zoals woon-werkverkeer, woon-schoolverkeer, overig utilitair verkeer en recreatief verkeer. Aanvullend is ook naar de ruimtelijke inpassing en -kwaliteit gekeken, alsmede de veiligheid en het comfort. Concreet zijn, per fietsroute, de aspecten die in de fietsthermometer in figuur 3.1 staan in beeld gebracht. Uit de thermometer komt per tracé een score per aspect. Deze zijn vervolgens naast elkaar gezet om de alternatieven met elkaar te vergelijken. De totaalbeeld van de verschillende aspecten wordt op de volgende pagina weergegeven.

Fietsthermometer

5. Huidig gebruik

4. Inpassing in netwerk

2. Omvang woonwerkverkeer

3. Omvang woonschoolverkeer

Figuur 3.1 - Fietsthermometer

14

Totaalbeeld fietsroutes In de onderstaande tabel is het totaalbeeld van de verschillende routes weergegeven, waarbij de tracés beoordeeld zijn op de verschillende aspecten uit de fietsthermometer. De berekeningen van de deelstappen zijn bijgevoegd in bijlage II. Tussen Zevenaar en Doetinchem zijn er vier alternatieven met elkaar vergeleken. De potentie op woon-werkverkeer en aantal ritten is voor alle routes gelijk. Op directheid en woon-schoolverkeer scoren de routes langs het spoor beter. De route langs de N813 scoort juist hoger op huidig gebruik en ruimtelijke kwaliteit, maar dat is mede dankzij de al bestaande fietsinfrastructuur langs de N813, terwijl deze langs het spoor nog ontbreekt. De routes tussen Emmerich en Doetinchem scoren vergelijkbaar op de meeste aspecten. Variant B220-Oude Doetinchemseweg scoort op ruimtelijke kwaliteit en inpassing beter. Tussen Zevenaar en Emmerich scoort de route via Lobith en Elten het hoogst op woon-werk en woon-school. Dit komt echter mede door de afwezigheid van gegevens aan de Duitse kant van de grens. De routes via Lobith kennen wel een forse omrijdfactor ten opzichte van de meest directe route.

Beoordeling Score Zeer hoog Hoog Gemiddeld Laag

Zeer laag

Zevenaar - Doetinchem Emmerich - Doetinchem Noordzijde Dichteren/ B220 B220 - Oude Speelbergerstrasse -Oude Nevelhorst N813 Spoor De Huet Drieheuvelenweg Doetinchemseweg Doetinchemseweg Directheid (afstandsverhouding fiets/auto) Omvang woon-werkverkeer (tussen gemeenten; x1.000) Omvang woon-werkverkeer (inclusief intern; x1.000) Aantal ritten tussen kernen (Floating Car Data) Omvang woon-schoolverkeer (aantal scholen; bo + vo) Omvang woon-schoolverkeer (aantal leerlingen vo) Inpassing in het netwerk/aantakking routes • • • • • • •

Ontsluiting Hub locaties en stations Ontsluiting nieuwe ontwikkelingen Recreatieve routes (knoopuntennetwerk/Knotenpunktnetz) Hoofdfietsnetwerk Gelderland/ Radverkehrsnetz NRW Overstap richting bussen Openbaarheid van wegen TOP-locaties: Tolhuis Zeddam en Stroombroek Braamt

Gebruik huidige situatie (maximum aantal fietsers) Ruimtelijke kwaliteit, veiligheid en comfort • • • •

Tracé ZD1b Tracé ZD-1a Tracé ZD-2a Tracé ZD-2b/2c

Tracé ED-1b

Tracé ED-1a

Tracé ED-2a

Tracé ZE-1a

Tracé ZE-1b

Tracé ZE-1c Tracé ZE-2 Tracé ZE-3

3b

0,86 6,18 7,57 289.748 4 1.219

0,83 6,18 7,57 289.748 8 1.540

0,75 6,18 7,57 289.748 6 1.829

0,79 6,18 7,57 289.748 7 1.825

0,92 5,88 7,74 139.681 12 1.124

0,93 5,88 7,74 139.681 13 1.154

0,96 5,88 7,74 139.145 14 1.154

0,95 0,00 0,29 75.240 5 348

0,97 0,00 0,00 50.804 6 348

0,97 1,15 1,14 0,00 0,00 0,00 0,29 1,28 1,28 75.240 106.015 70.055 4 4 4 348 939 1.085

4

11

11

14

11

16

17

14

19

18

15

19

19

5

150

2010

0

750

1130

1350

1350

350

100

640

400

515

4

10

6

1

1

5

2

0

5

7

0

5

1 2a 2b 2c 3a

Objectieve veiligheid: fietsvoorzieningen 6a Sociale veiligheid (verlichting of aanwezigheid voorzieningen) Aantrekkelijkheid omgeving Comfort: (kwaliteit) verharding, oversteekbaarheid en hoogteverschil

Tabel 3.1 – Totaalscores fietsthermometer

Elten

Zevenaar-Emmerich Via Groot Zuidzijde Lobith - LobithHolthuizen spoor Elten Spijk

15

4. Ambitie eindbeeld en inrichtingsniveau

16

4.1 Eindbeeld snelle fietsroutes Bij het vaststellen van het gewenste eindbeeld is rekening gehouden met verschillende aspecten. Denk bijvoorbeeld aan de verkeersveiligheid, haalbaarheid, betaalbaarheid en, in het verlengde daarvan, het realiteitsgehalte om de route op het gewenste niveau te krijgen. Daarbij is telkens een afweging gemaakt, bijvoorbeeld tussen de directheid van de route en de ontsluiting van (zoveel mogelijk) bestemmingen. En zijn keuzes gemaakt voor het betreffende inrichtingsniveau, waarbij ook gekeken is naar de herkenbaarheid en branding van de fietsroutes. Drie herkenbare routes met elk een eigen identiteit Het doel is om routes te realiseren die primair gericht zijn op utilitair fietsverkeer, met indien mogelijk een win-win met recreatief fietsverkeer. Zoals eerder gememoreerd, is er in feite sprake van een drietal routes, zeker voor wat betreft het utilitair fietsnetwerk. Uitgangspunt is dat het beeld over de drie routes herkenbaar en uniform is, maar er ook ruimte is voor een eigen identiteit. De gemiddelde fietser wil bijvoorbeeld zo snel en comfortabel mogelijk van Doetinchem naar Zevenaar en het is voor hem/haar (op dat moment) niet van belang dat er ook een route naar Emmerich loopt vanuit Doetinchem (en Zevenaar). Dit laat onverlet dat de principes qua inrichtingsaspecten en -keuzes op die routes wel vergelijkbaar zijn.

Twee landen, één eindbeeld Het feit dat de routes zowel door Nederland als Duitsland lopen, waar sprake is van verschillen in richtlijnen, standaarden en wetgeving, is uiteraard meegenomen bij het bepalen van het eindbeeld. Uitgangspunt is een gedeeld eindbeeld aan beide zijden van de grens, waarbij er in de (detail)ontwerpkeuzes wel bepaalde verschillen kunnen zitten.

17

4.2 Gewenst inrichtingsniveau De fietsroutes sluiten aan bij de inrichtingsrichtlijnen van het Hoofdfietsnet Gelderland, de CROW-publicatie Ontwerpwijzer fietsverkeer (2016) en de richtlijnen van Nordrhein Westfalen (Radschnellverbindungen in NRW - Leitfaden für Planung, Bau und Betrieb). In de gewenste inrichtingsrichtlijnen voor de fietsroutes wordt onderscheid gemaakt in een minimaal- en optimaal inrichtingsniveau. Minimaal voldoet in principe, maar optimaal biedt nét die extra ruimte om fietsen nog comfortabeler en aantrekkelijker te maken. De wens is om – op termijn – zoveel mogelijk aan het optimale inrichtingsniveau te voldoen. Zeker bij nieuwe projecten of grootschalige herinrichting dient dit het uitgangspunt te zijn. In de huidige situatie accepteren we echter het minimale niveau, dat ook voldoende comfort biedt. Op de volgende paginas wordt een overzicht weergegeven van de inrichtingsrichtlijnen voor de verschillende onderdelen van de fietsverbinding op minimaal- en optimaal ambitieniveau.

18

Inrichtingsrichtlijnen fietsroutes Zevenaar-Doetinchem-Emmerich Maatvoering (breedte) Maatvoering (breedte)

Verharding rijbaan Verharding rijbaan Verharding berm (bubeko) Verharding berm (bubeko) Voorrangssituatie Voorrangssituatie Kruispuntinrichting Kruispuntinrichting

Ontwerpsnelheid

* Alleen toepassen waar het niet anders kan Tabel 4.1 (A) – Inrichtingsrichtlijnen

Minimaal ambitieniveau (eis) Minimaal ambitieniveau (eis) Vrijliggend fietspad (1-richting): ≥ 2,50 meter Vrijliggend fietspad fietspad (1-richting): ≥ 2,50 meter Solitair-/vrijliggend (2-richtingen): ≥ 3,50 meter Solitair-/vrijliggend fietspad (2-richtingen): ≥ 3,50 meter Fietsstroken: ≥ 1,70 meter Fietsstroken: ≥ 1,70 meter Fietsstraat: ≥ 4meter Fietsstraat: ≥ 4meter Gesloten verharding (asfalt of beton), streetprint mogelijk Gesloten verharding (asfalt of beton), streetprint mogelijk Vlakke open verharding (klinkers/tegels) incidenteel, passend bij Vlakke open verharding (klinkers/tegels) incidenteel, passend bij omgeving en mits goed onderhouden omgeving en mits goed onderhouden Bermbeton met of zonder ribbelstructuur Bermbeton met of zonder ribbelstructuur Maatwerk, zorgen voor uniformiteit in omliggend netwerk Maatwerk, zorgen voor uniformiteit in omliggend netwerk Snelheidslimiet kruisende weg 70/80 of 100 km/uur (bubeko) Snelheidslimiet wegbij 70/80 of 100 km/uur (bubeko) • Oversteek in kruisende etappes (ook een rotonde) •• Oversteek in etappes (ook bij een rotonde) Maatregelen in VRI • Maatregelen in VRI

Optimaal ambitieniveau (wens) Optimaal ambitieniveau (wens) Vrijliggend fietspad (1-richting): ≥ 3meter Vrijliggend fietspad fietspad (1-richting): ≥ 3meter ≥ 4meter Solitair-/vrijliggend (2-richtingen): Solitair-/vrijliggend fietspad (2-richtingen): ≥ 4meter Fietsstroken: 2meter* Fietsstroken: 2meter* Fietsstraat: ≥ 4,60 meter Fietsstraat: ≥ 4,60 meter Gesloten verharding (asfalt of beton), streetprint mogelijk Gesloten verharding (asfalt of beton), streetprint mogelijk

Snelheidslimiet kruisende weg 60 km/uur (bubeko) Snelheidslimiet weg 60 km/uur (bubeko) • Gelijkwaardigkruisende kruisen mogelijk • Gelijkwaardig kruisen mogelijk

Snelheidslimiet kruisende weg 60 km/uur (bubeko) Snelheidslimiet weg 60 km/uur (bubeko) • Fietsroute in kruisende de voorrang • Fietsroute in de voorrang

Snelheidslimiet kruisende weg 50 km/uur (bibeko) Snelheidslimiet kruisende weg 50 km/uur (bibeko) • Rotonde (fiets in de voorrang) •• Rotonde (fiets in de voorrang) Maatregelen in VRI •• Maatregelen in VRI Oversteek in etappes • Oversteek in etappes

Snelheidslimiet kruisende weg 50 km/uur (bibeko) Snelheidslimiet kruisende weg 50 km/uur (bibeko) • Rotonde (fiets in de voorrang) •• Rotonde (fiets in de voorrang) Maatregelen in VRI •• Maatregelen VRI mogelijk Ongelijkvloersinwaar • Ongelijkvloers waar mogelijk

Snelheidslimiet kruisende weg 30 km/uur (bibeko) Snelheidslimiet kruisendeinweg 30 km/uur (bibeko) • In principe fietsroute de voorrang • In principe fietsroute in de voorrang 30 km/uur

Snelheidslimiet kruisende weg 30 km/uur (bibeko) Snelheidslimiet weg 30 km/uur (bibeko) • Fietsroute in kruisende de voorrang • Fietsroute in de voorrang 30 km/uur

Bermbeton met of zonder ribbelstructuur Bermbeton met of zonder ribbelstructuur Voorrang op auto (waar mogelijk) Voorrang op auto (waar mogelijk) Snelheidslimiet kruisende weg 70/80 of 100 km/uur (bubeko) Snelheidslimiet kruisende weg 70/80 of 100 km/uur (bubeko) • Ongelijkvloers • Ongelijkvloers

19

Inrichtingsrichtlijnen fietsroutes Zevenaar-Doetinchem-Emmerich Minimaal ambitieniveau (eis) Minimaal ambitieniveau (eis) Inzetten op meekoppelkansen Sustainable Development Goals Vrijliggend fietspad (1-richting): ≥ 2,50 meter ( DG’ , DG 9 ‘ f ’ Solitair-/vrijliggend fietspad (2-richtingen): ≥ 3,50 meter ernaar streeft om mobiliteit en infrastructuur te verbeteren en de Fietsstroken: ≥ 1,70 meter nadelen te verminderen Fietsstraat: ≥ 4meter Binnen bebouwde kom: in principe op de rijbaan, alleen op solitaire Gesloten verharding (asfalt of beton), streetprint mogelijk fietsverbinding waar dat veilig kan (uitzondering d.m.v. onderbord) Vlakke open verharding (klinkers/tegels) incidenteel, passend bij Buiten bebouwde kom: op de fietsverbinding omgeving en mits goed onderhouden Binnen bebouwde kom: niet welkom, alleen op fietsstraat Bermbeton met of zonder ribbelstructuur Buiten bebouwde kom: op fietsroute Maatwerk, zorgen voor uniformiteit in omliggend netwerk Enkel fietsstraat, alleen fietsstroken waar dat niet anders kan Snelheidslimiet kruisende weg 70/80 of 100 km/uur (bubeko) Binnen bebouwde kom: toegestaan, mits veilig ingericht • Oversteek in etappes (ook bij een rotonde) Buiten bebouwde kom: toegestaan voor bestemmingen langs de • Maatregelen in VRI fietsroute

Optimaal ambitieniveau (wens) Optimaal ambitieniveau (wens) Inzetten op meekoppelkansen Sustainable Development Goals Vrijliggend fietspad (1-richting): ≥ 3meter ( DG’ , DG 9 ‘ f ’ Solitair-/vrijliggend fietspad (2-richtingen): ≥ 4meter ernaar streeft om mobiliteit en infrastructuur te verbeteren en de Fietsstroken: 2meter* nadelen te verminderen Fietsstraat: ≥ 4,60 meter Binnen bebouwde kom: bij optimale breedte eventueel op solitaire Gesloten verharding (asfalt of beton), streetprint mogelijk fietsverbinding Buiten bebouwde kom: op de fietsverbinding

Verlichting

Snelheidslimiet kruisende weg 60 toepassen km/uur (bubeko) Maatwerk, alleen bij kruispunten in buitengebied en kijken •naar Gelijkwaardig mogelijk intensiteitenkruisen fietsverkeer om route wel/niet te verlichten

Snelheidslimiet kruisende weg 60 toepassen km/uur (bubeko) Maatwerk, alleen bij kruispunten in buitengebied en kijken •naar Fietsroute in defietsverkeer voorrang om route wel/niet te verlichten intensiteiten

Bewegwijzering Herkenbaarheid

Ja, middels herkenbare benaming Snelheidslimiet kruisende weg 50 km/uur (bibeko) • Rotonde (fiets de voorrang) Herkenbaar alsin(snelle) fietsroute • Maatregelen in VRI • Oversteek in etappes

** Locatie- en situatie afhankelijk

Snelheidslimiet kruisende weg 30 km/uur (bibeko) • In principe fietsroute in de voorrang

Ja, middels herkenbare benaming Snelheidslimiet kruisende weg 50 km/uur (bibeko) • Rotonde (fiets de voorrang) Herkenbaar alsin(snelle) fietsroute • Maatregelen in VRI Voorzien van herkenbaar beeldmerk • Ongelijkvloers waar mogelijk streep aan zijkanten Optioneel: witte doorgetrokken • Speciale verlichting Snelheidslimiet kruisende weg 30 km/uur (bibeko) • Fietsroute in de voorrang

Duurzaamheid Maatvoering (breedte)

Plek speed pedelec** Verharding rijbaan

Plek bromfiets** Verharding berm (bubeko) Voorrangssituatie Gemotoriseerd verkeer Kruispuntinrichting Landbouwverkeer

Binnen bebouwde kom: niet welkom, alleen op fietsstraat Bermbeton met of zonder ribbelstructuur Buiten bebouwde kom: op fietsroute Voorrang op auto (waar mogelijk) Enkel fietsstraat, incidenteel fietsstroken Snelheidslimiet kruisende weg 70/80 of 100 km/uur (bubeko) Binnen bebouwde kom: zoveel mogelijk via andere route • Ongelijkvloers Buiten bebouwde kom: toegestaan voor bestemmingen langs de fietsroute

Tabel 4.1 (B) – Inrichtingsrichtlijnen 20

Herkenbaarheid & Branding Voorbeeld bewegwijzering

en/of

Voorb

l lo o’s fi tsrout 21

RHKLE

EU-01 Z e v e n a a r E m m e r i c h

E-1

Er zijn verschillende mogelijkheden voor de branding en herkenbaarheid van de fietsroutes. De route dient herkenbaar te zijn middels een logo en/of naamgeving van de route op de bebording. Dat kan middels de landelijk gehanteerde borden (zie voorbeeld F73), maar ook met meer couleur locale, zoals het 8RHKLE-fiets logo of de Euregio-1 (E-1) hiernaast. Aanvullend kan nog een (indicatieve) reistijd of de plek op de worden weergegeven (zie voorbeeld rechtsboven) of kan gekozen worden voor uniforme verlichting, zoals dat gebruikelijk is op Hoogwaardige fietsroutes in Gelderland. 21

5. Knelpunten en kansen

22

5.1 Knelpunten De fietsroutes zijn, op wegvakniveau, getoetst op basis van het inrichtingsniveau op de maatvoering (breedte) en verharding.

Voor het toetsen van de verharding zijn de delen waar geen asfalt/beton ligt, aangegeven als ‘ l ’. Voor het toetsen van de maatvoering (breedte) zijn bepaalde bandbreedtes aangehouden die in tabel 5.1 weergegeven zijn. Voor de ‘ l net niet l’ is 80% van de minimale breedte aangehouden en voor ‘ l ’ minder dan 80% van de minimale breedte. Naast de verharding en de breedtes, zijn ook knelpunten op kruispuntniveau inzichtelijk gemaakt. Deze zijn deels aangedragen door de gemeenten, maar ook vanuit de toetsing van doorstroming en verkeersveiligheid (oversteekbaarheid, voorrangssituatie en dergelijke). Fietsvoorziening

Voldoet optimaal

Voldoet minimaal

Voldoet net niet minimaal

Voldoet niet

Vrijliggend fietspad (1-richting)

≥ 3m

= 2,50 - < 3m

= 2- < 2,50 m

< 2m

Solitair-/vrijliggend fietspad (2-richtingen)

≥ 4m

= 3,50 - < 4m

= 3- < 3,50 m

< 3m

Fiets(suggestie)stroken

≥ 2m

= 1,70 - < 2m

= 1,50 - < 1,70 m

< 1,50 m

≥ 4,60 m

= 4- < 4,60 m

= 3,50 - < 4m

< 3,50 m

Gemengde rijbaan/fietsstraat

Tabel 5.1 – Bandbreedtes toetsing maatvoering (breedte) fietsvoorzieningen

23

Knelpunten verhardingen De knelpunten wat betreft verhardingen bevinden zich met name in en nabij de centra van de steden en dorpen. Daar zijn soms nog klinkers of tegels gebruikt om de fietsroute te verharden. De route tussen Zevenaar en Doetinchem via de N813 (ZD1a) loopt langs de kernen en ontwijkt daarom dus ook de knelpunten qua verharding. De route langs het spoor (ZD2a) heeft een aantal knelpunten, maar daarnaast ook delen waar nog geen infrastructuur is. Tussen Doetinchem en Emmerich hebben beide routes te maken met knelpunten qua verharding. Deze zijn vooral te vinden in de kerncentra en op het industrieterrein van ‘ Heerenberg (route ED2). Op de routes tussen Zevenaar en Emmerich voldoet het verhardingstype vaak al aan de inrichtingsrichtlijnen. Uitzondering hierop zijn kleine stukken in de kernen en op de dijk langs de Rijn.

24

Knelpunten breedte Bij de toetsing van de breedtes is gebruik gemaakt van de bandbreedtes die op pagina 23 weergegeven zijn. Wat gelijk opvalt is dat de breedte op vrij veel plekken (nog) niet voldoet aan het minimale ambitieniveau. Welke route je ook kiest, er zal flink geïnvesteerd moeten worden om de route op voldoende breedte te krijgen. Route ZD1a is hierop een uitzondering, deze route voldoet over bijna het gehele traject al aan de minimale inrichtingsrichtlijnen. De routes ZD2 langs het spoor voldoen op de delen die al beschikbaar zijn deels wel (minimaal) en deels niet. Tussen Doetinchem en Emmerich hebben alle routes zowel delen die minimaal/optimaal voldoen als delen die niet voldoen. Tracé ZE1 voldoet aan de Duitse kans vrijwel nergens aan de gewenste breedtes. Op de routes tussen Zevenaar en Emmerich via het Gelderse eiland varieert dit sterk.

25

Knelpunten doorstroming/ verkeersveiligheid De knelpunten die zorgen voor een minder goede doorstroming van de fietsverbinding, betreffen locaties waar fietsers niet in de voorrang zitten en waar obstakels aanwezig zijn met (mogelijk) wachttijden, zoals een spoorwegovergang, VRI of beweegbare brug. Daarnaast zijn ook knelpunten inzichtelijk gemaakt die te maken hebben met objectieve verkeersveiligheid. Deze zijn bepaald op basis van de knelpunten die aangedragen zijn door de gemeentes.

Op het traject Zevenaar - Doetinchem zijn er op alle routes knelpunten. Op het traject langs de N813 (ZD1) gaat het vooral om rotondes waar de fietser in etappes moet oversteken. De route langs het spoor (ZD2) gaat door kernen Didam en Wehl, waar het veel gelijkwaardige kruispunten tegenkomt. De trajecten ED1a, ED1b en ED2a tussen Doetinchem en Emmerich hebben alle drie vooral knelpunten in de kernen. Ook hier gaat het voornamelijk om gelijkwaardige kruispunten. Op de routes tussen Emmerich en Zevenaar lijken er wat minder knelpunten te zijn. De knelpunten zijn ook hier voornamelijk in de kernen, al zijn er langs de B8 ook verschillende spoorwegovergangen waar fietsers soms (lang) moeten wachten. Route ZE1c heeft aan de Nederlandse kant van de grens de minste knelpunten.

26

5.2 Kansen en ontwikkelingen Een kans is om de fietsverbinding aan te laten sluiten op ontwikkelingen in de omgeving. Het aansluiten van een fietsroute op deze ontwikkelingen is zowel gunstig voor de potentie op de route als voor de planvorming, waar het wellicht integraal mee kan worden opgepakt. Een belangrijke ontwikkeling in Doetinchem is het nieuwe Slingeland ziekenhuis dat gelokaliseerd wordt bij afrit Oost van de A18. Deze ligt weliswaar niet langs de directe route Emmerich-Doetinchem, maar kan met een feeder alsnog aantakken op deze route. In Doetinchem staat rond de spoorzone grootschalige woningbouw gepland. De spoorzone ligt nabij het begin/eind van alle routes van/naar Doetinchem en dus wordt de geplande woningbouw goed ontsloten. In Zeddam en ‘ -Heerenberg zijn er locaties waar kleinschalige woningbouw wordt ontwikkeld. Daarnaast breidt het bedrijventerrein van ‘ -Heerenberg flink uit. Deze ontwikkelingen liggen aan de oostkant van de mogelijke fietsroutes en daarom is het interessant voor de oostelijke routes (ED1a en ED2a). De ontwikkelingen van een medische voorzieningen in Emmerich en een school in ‘ -Heerenberg grenzen juist weer aan route ED1b. Rond Zevenaar wordt er veel ontwikkeld in de wijk Groot-Holthuizen en in Babberich. Route ZE1b gaat door Groot-Holthuizen, terwijl routes ZE1a en ZE1c juist goed aansluiten op de ontwikkelingen in Babberich.

Het spoort vormt hier een barrière. De uitbreiding van het spoor tussen Zevenaar en Emmerich had een kans tot combinatie kunnen zijn, maar het is beperkt mogelijk gebleken om binnen dat project werk-met-werk te maken. Tussen Doetinchem en Zevenaar wordt er alleen in Didam ontwikkeld. Deze ontwikkeling ligt langs de N813, en dus zou ZD1a hiervoor een logische fietsroute zijn. Ook op dit tracé staat er een uitbreiding van het spoor gepland, welke kansen en/of belemmeringen met zich mee brengt. In Doetinchem vinden op twee plekken herinrichtingen plaats, welke respectievelijk op de routes ZD1a en ZD2a liggen. 27

6. Tracékeuze fietsroutes

28

6.1 Afweging varianten Zevenaar-Doetinchem

ZD 1 ZD 2a ZD 2c

De mogelijke routes tussen Zevenaar en Doetinchem, zijn hiernaast nogmaals weergegeven. De routes zijn gescoord op het gebied van de (huidige) potentie, de meerwaarde in het netwerk, de oplosbaarheid van de knelpunten en de kansen die mogelijk verzilverd kunnen worden. Tot slot is een indicatieve kosteninschatting voor de realisatie van de route gemaakt. Zowel de route langs de N813 (ZD1a) als de route direct langs het spoor (ZD2a) scoren goed qua potentie. Route ZD1a heeft een hoge huidige potentie vanwege de (al redelijk goede) bestaande fietsvoorzieningen. Wel heeft deze route aardig wat doorstromingsknelpunten, zoals rotondes met fietsers uit de voorrang en VR ’ , die niet gemakkelijk op te lossen zijn. Hoewel ZD2a nog grotendeels aangelegd moet worden en daardoor relatief duur is, zijn de knelpunten op de route wel op te lossen en heeft deze route ook een veel grotere meerwaarde voor het fietsnetwerk tussen Doetinchem en Zevenaar. De routes die tussen Wehl en Doetinchem meer zuidelijk langs het spoor gaan (2b en 2c), scoren wat minder op de potentie, onder andere omdat er meer omgereden moet worden. Ook geldt dat die twee keer vaker het spoor moeten kruisen. In samenspraak met het projectteam wordt voorgesteld om in eerste instantie in te zetten op het verbeteren van route ZD1a langs de N813.

Voor de lange termijn heeft route ZD2a de meeste meerwaarde voor het fietsnetwerk, dus deze dient zeker in beeld te blijven. Meest aantrekkelijk is de variant aan de noordzijde van het spoor (ZD2a). Naast de verkeerskundige aspecten, spelen hier echter ook landschappelijke en ecologische aspecten, die eerst nader inzichtelijk gemaakt dienen te worden. Het deel tussen station Didam en 7Poort geldt ook voor de middellange termijn als een interessante inprikker voor de route langs de provinciale weg en wordt als zodanig opgenomen in de voorkeursvariant.

ZD 1b

ZD 2b

ZD 2

ZD 2a bis

ZD 1a ZD 2a

Route

Potentie nu

Meerwaarde

Knelpunten

Kansen

Kosten (indic.)

1a

Hoog

Zeer beperkt

Beperkt oplosbaar

Beperkt

€

1b

Beperkt

Beperkt

Beperkt oplosbaar

Weinig

€€

2a

Gemiddeld

Hoog

Goed oplosbaar

Beperkt

€€€€

2a bis

Gemiddeld

Gemiddeld

Oplosbaar

Weinig

€€€

2b

Beperkt

Beperkt

Oplosbaar

Beperkt

€€€

2c

Beperkt

Gemiddeld

Goed oplosbaar

Beperkt

€€

29

6.2 Afweging varianten Emmerich-Doetinchem De mogelijke routes tussen Emmerich en Doetinchem, zijn hiernaast nogmaals weergegeven. De routes zijn gescoord op het gebied van de (huidige) potentie, de meerwaarde in het netwerk, de oplosbaarheid van de knelpunten en de kansen die mogelijk verzilverd kunnen worden. Tot slot is een indicatieve kosteninschatting voor de realisatie van de route gemaakt.

ED 1

ED 1bis

De routes 1a en 2a (tussen ‘ -Heerenberg en Doetinchem) scoren het beste op basis van de huidige potentie. Daarbij geldt ook een beperkte hoeveelheid knelpunten, die ook nog eens goed oplosbaar zijn. Tussen ‘ -Heerenberg en Emmerich kennen beide routes (1 en 2) voor- en nadelen. De route langs de B220 scoort goed op de ontsluiting van beide centra, maar kent een aantal veiligheidsknelpunten die lastig te verhelpen zijn. Het omgekeerde is het geval voor de route via de Speelberger Straße. In samenspraak met het projectteam wordt voorgesteld om te kiezen voor route 1a, dus via de Oude Doetinchemseweg en de B220. Voor wat betreft het tracé door ‘ -Heerenberg, wordt voorgesteld om de route via de Oude Doetinchemseweg over te laten gaan op de Drieheuvelenweg (en vervolgens via de Immenhorst naar de grens te leiden). Dit vooruitlopend op het nieuwe verkeerscirculatieplan voor de stad, waarin er hoogstwaarschijnlijk voor gekozen wordt om het bestaande viaduct af te breken. Wel moet het mogelijk blijven om rechtdoor over de Oude Doetinchemseweg naar het centrum van ‘ -Heerenberg te fietsen.

ED 1b

ED 1a/2a

Het verder onderzoeken/uitwerken van een inprikker richting het nieuwe Slingeland ziekenhuis (ED1 bis), lijkt de moeite waard. Kosten (indic.)

Route Potentie nu Meerwaarde

Knelpunten Kansen

1a

Hoog

Beperkt

Oplosbaar

Gemiddeld €€

1b

Gemiddeld

Beperkt

Oplosbaar

Beperkt

€€€

2a

Hoog

Gemiddeld*

Oplosbaar

Beperkt

€€

1 bis

Geen

Gemiddeld

Oplosbaar

Beperkt

€€

*N

ED 1

ED 2

‘ -Heerenberg 30

6.3 Afweging varianten Zevenaar-Emmerich ZE 1c

De mogelijke routes tussen Zevenaar en Emmerich, zijn hiernaast nogmaals weergegeven. De routes zijn gescoord op het gebied van de (huidige) potentie, de meerwaarde in het netwerk, de oplosbaarheid van de knelpunten en de kansen die mogelijk verzilverd kunnen worden. Tot slot is een indicatieve kosteninschatting voor de realisatie van de route gemaakt. Hoewel de routes ZE2 en ZE3 tussen Zevenaar en het Gelders Eiland een interessante toevoeging zijn voor net netwerk, bieden deze routes geen geloofwaardige “ ll ” fietsroute naar Emmerich. De omrijdfactor van ruim 20% is daarvoor simpelweg te groot. De routes ZE1a, ZE1b en ZE1c doen niet veel voor elkaar onder, mede omdat ze alleen aan de Nederlandse kant van het tracé van elkaar verschillen. ZE1c voldoet grotendeels al aan het eindbeeld en heeft daarmee de minste knelpunten. Het is dan ook relatief eenvoudig om op het Nederlandse deel van deze route een optimaal niveau (qua breedte/verharding) te bereiken door de directe ligging naast het spoor. Aan de Duitse zijde is dit zeker niet het geval. Vanwege de vervlechting van de route met de spoorlijn en de beperkte ruimte en mogelijkheden rondom de B8, zal het volledig op niveau krijgen van deze route dan ook lange adem vergen.

In samenspraak met het projectteam wordt voorgesteld om route ZE1c als voorkeursvariant te kiezen. Aangezien er nog een klein stuk fietsinfrastructuur tussen het Gelders Eiland en (station) Elten ontbreekt, wordt voorgesteld het routedeel tussen Lobith en Elten (ZE2) wel als inprikker en kans op te nemen in het voorstel. De toekomstige route van en naar Kleve, haakt ter hoogte van de Rijnbrug aan op de route.

Route

Potentie nu

Meerwaarde

Knelpunten

Kansen

Kosten (indic.)

1a

Beperkt

Gemiddeld

Beperkt oplosbaar

Beperkt

€€€

1b

Beperkt

Beperkt

Beperkt oplosbaar

Veel

€€€

1c

Beperkt

Gemiddeld

Beperkt oplosbaar

Gemiddeld €€

2

Beperkt (NL gemiddeld)

Gemiddeld

Beperkt oplosbaar

Beperkt

€€€

3

Beperkt (NL gemiddeld)

Beperkt

Oplosbaar

Beperkt

€€€ 31

6.4 Voorkeursroutes en feeders Vanuit de routeafweging van de vorige paragraven, volgt de voorkeursroute zoals hiernaast in groen staat weergegeven. De feeders/inprikkers om extra bestemmingen te ontsluiten en mogelijke (tijdelijke) alternatieven staan ook in weergegeven. Het gaat om: • Een feeder tussen de route ten hoogte van Braamt en het nieuwe Slingeland ziekenhuis kan een interessante verbinding worden voor woon-werkverkeer. • Het Gelders Eiland wordt met het gekozen voorkeurstracé niet bediend. Een feeder vanuit Lobith naar Elten brengt hier enigszins verandering in en voorziet in een veilige verbinding naar station Elten. • Doordat de voorkeursroute in ‘ -Heerenberg via de Immerhorst loopt, wordt het centrum niet optimaal aangesloten op de route (naar Zeddam en Doetinchem). Er wordt daarom geadviseerd om de fietsroute vanaf de Oude Doetinchemseweg rechtdoor te trekken naar het Centrum. • In de wijk Groot-Holthuizen in Zevenaar wordt veel ontwikkeld. Voorkeurstracé ZE1c ligt echter aan de verkeerde kant van het spoor om de wijk goed op te kunnen ontsluiten. Een kruising van het spoor (d.m.v. een fietstunnel) ten hoogte van Babberich zou hier verandering in kunnen brengen. Hier kan mogelijk worden meegelift met plannen voor een extra ontsluitingsweg van de N336/N811 naar Groot Holthuizen.

• Er zit veel potentie tussen Didam en Zevenaar, met name ook van en naar de ontwikkelingen rondom 7Poort, Groot Holthuizen en het Liemers college. Hoewel de route langs de N813 in eerste instantie als voorkeursvariant geldt, is een inprikker van station Didam naar dit ontwikkelgebied, aan de zuidzijde van het spoor, een goede aanvulling op het netwerk. • In Zevenaar zit nog een missing link tussen de Hengelder, de fietsstraat Babberichseweg en het station. Geadviseerd wordt om te onderzoeken of een nieuwe fietsverbinding over het bestaande parkeerterrein mogelijk is. • Vanuit Emmerich is het tevens mogelijk om de Rijnbrug op te rijden richting Kleve. Zowel vanuit Zevenaar als Doetinchem is dit een zinvolle aanvulling op het netwerk. 32

7. Uitwerking fietsroutes

33

7.1 Toelichting maatregelen De voorkeursroute bestaat uit tracé ZD2a, ED1a en ZE1c. Deze fietsroutes voldoen nog niet volledig aan de vastgestelde inrichtingsrichtlijnen. Op basis van de, in hoofdstuk 5 geïdentificeerde, knelpunten zijn daarom concrete maatregelen uitgewerkt om de voorkeursroute aan het gewenste eindbeeld te laten voldoen. In de maatregelen is onderscheid gemaakt naar de twee ambitieniveaus uit paragraaf 4.2. Het minimale ambitieniveau is passend bij het type maatregel need-to-have en het optimale ambitieniveau bij nice-to-have. De no-regret maatregelen worden bepaald op basis van de globale kosten, waarbij gekeken wordt welke maatregelen voor een relatief lage kostprijs gerealiseerd kunnen worden. Op de volgende p ’ staan principeprofielen weergegeven van de wegvaken kruispuntmaatregelen. Ambitieniveau

Type maatregel

Toelichting

N.v.t.

No-regret

Maatregelen die snel doorgevoerd kunnen worden tegen beperkte kosten en daarmee bijdragen aan een prettiger fietsbeleving op de route (ook wel Quick Wins)

Minimaal

Need-to-have

Maatregelen die noodzakelijk zijn om aan het minimum ambitieniveau (de eisen) te voldoen. Als een wegvak “ ” breed genoeg is, accepteren we dat. Verbreden is dan niet kosteneffectief.

Optimaal

Nice-to-have

Maatregelen die ervoor zorgen dat het optimale ambitieniveau wordt behaald. De maatregelen dragen bij aan het aanvullend benutten van de potentie van de verbinding (het vervullen van wensen). 34

Tweerichtingsfietspad Minimaal Optimaal

Fietsstroken Minimaal

Optimaal

Maatregelen - Wegvak Voor de wegvakken zijn verschillende maatregelen bedacht op basis van de breedte en verharding. De maatregelen zijn onderverdeeld in need-to-have (minimaal) en nice-to-have (optimaal). Voor de no-regret zijn geen wegvakmaatregelen opgenomen, aangezien dit type maatregelen geen Quick Wins zijn. De volgende maatregelen zijn meegenomen: • Fietsstroken verbreden/aanbrengen • Eenrichtingsfietspad verbreden/aanleggen

Eenrichtingsfietspad Minimaal

Optimaal

Fietsstraat Smal profiel Breed profiel

• Tweerichtingsfietpad verbreden/aanleggen • Fietsstraat realiseren Van deze maatregelen zijn hiernaast principeprofielen weergegeven, waarbij onderscheid is gemaakt in need-to-have (minimaal) en nice-to-have (optimaal). Voor de fietsstraat is dit onderscheid niet gemaakt. Deze profielen zijn namelijk bij beide ambitieniveaus onderverdeeld. 35 35

Maatregelen - Kruispunten Voor de kruispunten zijn verschillende maatregelen bedacht op basis van de doorstroming en verkeersveiligheid. Voor een aantal locaties is nader onderzoek nodig wat de beste maatregel is, dus zijn een aantal ideeën qua maatwerkoplossingen aangedragen. De volgende maatregelen zijn meegenomen: A. Optimalisaties (markering/bebording/e.d.) B. Kleine aanpassing bestaande infrastructuur (uitritconstructie/ aansluiting aanpassen/rugdekking fietser/e.d.) C. Redelijke aanpassing bestaande infrastructuur (kruispuntplateau/ fietsoversteek zonder middengeleider/e.d.) D. Grote aanpassing bestaande infrastructuur (middengeleiders/ fietsoversteek met middengeleider/e.d.) E. Volledige reconstructie (rotonde/voorrangsplein/e.d.) X. Maatwerk

Van de eerste twee maatregelen zijn op de volgende pagina schetsontwerpen uitgewerkt op een aantal referentielocaties waar het voorstel is om de maatregel toe te passen. Daarnaast zijn voor een aantal specifieke locaties oplossingsideeën bedacht. Deze worden op de factsheets weergegeven, die als separate bijlagen bij de rapportage zijn gevoegd.

36

Optimalisaties (markering/bebording/e.d.)

Kleine aanpassing bestaande infrastructuur (uitritconstructie/aansluiting aanpassen/rugdekking fietser/e.d.)

Voorrangsmarkering (zwart) aanbrengen fietspaden kruispunt Landweerswal-Doetinchemseweg-N316 Wijnbergen

Uitritconstructie plaatsen kruispunt Oude DoetinchemsewegPadevoortse allee-Vinkwijkseweg Zeddam

Uitritconstructie plaatsen kruispunt StationsstraatPelgromstraat Zevenaar

Voorrangsmarkering (zwart) aanbrengen fietspaden kruispunt Tatelaarweg-Hengelderweg-Doetinchemseweg Didam

Uitritconstructie plaatsen kruispunt Stationsstraat-Vestersbos Zevenaar

Aansluiting fietspad aanpassen om doorgaande route te prioriteren Babberichseweg-Paddestoel

37 37

7.2 Maatregelen minimaal In de afbeelding hiernaast staan de wegvakmaatregelen voor de voorkeursroute weergegeven op minimaal ambitieniveau. De maatregelen zijn bepaald op basis van de inrichtingsrichtlijnen uit paragraaf 4.2 en deze te toetsen aan de huidige inrichting. Daar waar, qua breedte, net niet aan het minimumniveau wordt voldaan, zijn geen maatregelen opgenomen. Kanttekening Bij de maatregelen is niet volledig rekening gehouden met de technische inrichting van de maatregel en in hoeverre het ruimtelijk inpasbaar is. Dit heeft nader onderzoek nodig wanneer vervolgstappen/-keuzes worden gemaakt.

38

7.3 Maatregelen optimaal In de afbeelding hiernaast staan de wegvakmaatregelen voor de voorkeursroute weergegeven op optimaal ambitieniveau. De maatregelen zijn bepaald op basis van de inrichtingsrichtlijnen uit paragraaf 4.2 en deze te toetsen aan de huidige inrichting. Vergeleken met de minimale maatregelen moet in dit geval meer aangepast worden om aan het optimale ambitieniveau te voldoen. Dit betreft ook langere trajectdelen tussen de kernen in. Kanttekening Net als bij de maatregelen op minimaal ambitieniveau is bij het optimale ambitieniveau ook niet volledig gekeken naar de technische inrichting en ruimtelijke inpasbaarheid. Ook hier is nader onderzoek nodig wanneer vervolgstappen/-keuzes worden gemaakt. Voor een aantal locaties was het gelijk duidelijk dat een optimale breedte niet inpasbaar is, dus is hier uitgegaan van de minimale breedte. Dit betreft alleen de maatregel ‘ f p verbreden 2,50 ’.

39

7.4 Maatregelen kruispunten In de afbeelding hiernaast staan de kruispuntmaatregelen voor de voorkeursroute weergegeven. De maatregelen zijn bepaald door de inrichtingsrichtlijnen uit paragraaf 4.2 te toetsen aan de huidige inrichting van de kruispunten, met name voor fietsers. Hierbij zijn ook maatwerk-maatregelen opgenomen. Voor deze locaties is eerst nader (verkeerskundig) onderzoek nodig voordat bepaald kan worden wat de beste maatregel is op deze locatie en is het eventueel mogelijk om de maatregel te koppelen aan een andere ontwikkeling (koppelkans). Op basis van expert-judgement is een indeling gemaakt in aanpassingsniveaus om een inschatting te kunnen maken van de globale kosten die in de volgende paragraaf weergegeven worden. Kanttekening Net als bij de wegvakmaatregelen is bij de kruispuntmaatregelen ook niet gekeken naar de technische inrichting en ruimtelijke inpasbaarheid. Ook hier is nader onderzoek nodig wanneer vervolgstappen/-keuzes worden gemaakt.

40

7.5 Route-specifieke herkenbaarheid Zoals in het gewenste eindbeeld beschreven, streven we naar herkenbare routes met elk hun eigen identiteit. In deze paragraaf is daarvoor een eerste voorzet uitgewerkt. Een nadere uitwerking van de branding is als separate bijlage beschikbaar.

Overkoepelende naamgeving: Kleverlandroutes De driehoek aan fietsroutes ligt in het gebied dat in de middeleeuwen het Kleverland heette. Vandaar dat de naam Kleverlandroutes een toepasselijke is. Zevenaar-Doetinchem De route tussen Zevenaar en Doetinchem verbindt de grootste steden van de Liemers en de Achterhoek met elkaar en daarmee ook de Achterhoek met de Groene Metropoolregio. De route loopt parallel aan zowel het (RegioExpres) spoor als de A18 en heeft ook als uitdrukkelijk doel om (op termijn) de stations aan de route te verbinden. Mogelijke naamgeving voor deze route: F18, FietsRegioExpres of Achterhoek-Liemerspad. Emmerich-Doetinchem De route tussen Emmerich en Doetinchem verbindt de Achterhoek met de historische handelsplaats Emmerich (Emmerik) aan de Rijn en passeert de stad (en het kasteel) van de Heren van den Bergh. Het biedt een alternatief voor de N316 en B220 tussen beide steden en kan ook bijdragen aan de ontsluiting van het Euregionaal bedrijventerrein. Mogelijke naamgeving voor deze route: Kastelenroute/Schloßroute, Europa Radbahn 8RHK-KLE, Rijn-Oude IJsselpad of AchterhoekRijnpad. Zevenaar-Emmerich De route tussen Zevenaar en Emmerich verbindt de Liemers met Kreis Kleve (steden Emmerich & Kleve) en is daarmee een tweede oostwestverbinding tussen de Groene Metropoolregio en Kleve.

De route loopt zowel parallel aan de A12 (NL) en A3 (DE) als de spoorverbinding richting het Ruhrgebied (vracht + personenverkeer) en, zei het in mindere mate, de Rijn. Mogelijke naamgeving voor deze route: Vierde spoor, F123, Europa Radbahn 2, RijnRheinpad of Liemers-Emmerich(-Kleve)pad. 41

7.6 Globale kosten Voor alle voorgaande (infrastructurele) maatregelen die zijn geïdentificeerd, zijn de globale kosten bepaald. In de tabel op de volgende pagina staat een totaaloverzicht van de kosten per gemeente en fietsroute weergegeven. Daarbij is de volgende indeling per type maatregel aangehouden: Type maatregel

Wegvakken

Kruispunten

No-regret

Geen

A - Optimalisaties B - Kleine aanpassingen bestaande infrastructuur

Need-to-have

Minimale oplossingsrichtingen

A - Optimalisaties B - Kleine aanpassingen bestaande infrastructuur C - Redelijke aanpassingen bestaande infrastructuur

Nice-to-have

Optimale oplossingsrichtingen

Alle oplossingsrichtingen kruispunten

In bijlage III zijn de uitgangspunten van de kosten weergegeven met daarbij ook een uitsplitsing van de kosten per gemeente/Stadt van de wegvak- en kruispuntmaatregelen.

42

Kostenoverzicht

Totaal (prijspeil juni 2024) Fietsroute Zevenaar-Doetinchem (voorkeursroute) Zevenaar-Doetinchem (route met toekomstperspectief) Doetinchem-Emmerich (voorkeursroute) Emmerich-Zevenaar (voorkeursroute) Inprikker station Didam Aantakking route Braamt-Slingeland Aantakking route centrum 's Heerenberg Aantakking route Emmerich-Kleve Aantakking route Elten-Lobith Alternatief Emmerich-Zevenaar Totaal Totaal 3 voorkeursroutes

No-regret € € € € € € € € € € € €

Need-to-have (minimaal) Nice-to-have (optimaal) 320.000,00 € 1.830.000,00 € 13.700.000,00 510.000,00 € 6.520.000,00 € 10.170.000,00 280.000,00 € 3.530.000,00 € 19.360.000,00 40.000,00 € 5.570.000,00 € 8.760.000,00 110.000,00 € 950.000,00 € 1.790.000,00 10.000,00 € 510.000,00 € 1.370.000,00 50.000,00 € 150.000,00 € 590.000,00 € 500.000,00 € 1.070.000,00 50.000,00 € 160.000,00 € 1.500.000,00 10.000,00 € 210.000,00 € 880.000,00 1.380.000,00 € 19.930.000,00 € 59.190.000,00 640.000,00 € 10.930.000,00 € 41.820.000,00

43

7.7 Kwantitatieve Fietspotentie In de fietsthermometer is de fietspotentie van de verschillende routes kwalitatief bepaald en gebruikt om de routes onderling te vergelijken. Het is ook mogelijk om een kwantitatieve fietspotentie te bepalen. Dit is gedaan door het bestaande gebruik te extrapoleren naar de toekomst en een aantal onderbouwde aannames te maken voor de te verwachten groei van het fietsverkeer als gevolg van (maatschappelijke en lokale) ontwikkelingen en de verbeteringen op (of realisatie van) de route. Aangezien de toekomst moeilijk te voorspellen is, wordt daarbij gewerkt met een range (minimaal en maximaal aantal extra fietsers). Om dat te bepalen zijn de volgende bronnen gehanteerd: • Bestaande fietstellingen (voor zover beschikbaar) • Prognose bevolkingsgroei per gemeente (CBS) • Groeicijfers recreatief en utilitair fietsverkeer (CBS) • Verandering routekeuze alternatieve routes (expert judgement op basis van verbetering route en herkomsten en bestemmingen) • Verandering routekeuze automobilisten als gevolg van verbetering/toevoegen routes (Toolbox Slimme Mobiliteit RWS) • Effect actief stimuleren overstap automobilisten (Toolbox Slimme Mobiliteit RWS + analyse korte autoritten mbv Floating Car Data TomTom & eigen analyse) Als studiejaar is 2035 gekozen.

44

Kwantitatieve Fietspotentie: Zevenaar - Doetinchem In de tabel hiernaast staat de kwantitatieve potentie per deeltraject op het eventueel te ontwikkelen traject langs het spoor tussen Zevenaar en Doetinchem. In de huidige situatie wordt er nog niet/amper gefietst langs het spoor aangezien er geen doorgaande fietsroute beschikbaar is. Dat maakt de potentie (meerwaarde) van de route groot, maar ook Trajectdeel lastig om betrouwbaar in te schatten. Op basis van de analyse, komt de grootste winst in dit geval van fietsers die de overstap Aspect maken van de bestaande route (langs de N813) naar de nieuwe Huidige gebruik route langs het spoor. Ook zit er nog een flinke potentie om korte Effect bevolkingsontwikkeling autoritten te vervangen door fietsritten, met name omdat er veel Effect maatschappelijke trends – recreatief+utilitair ritten zijn en de nieuwe fietsroute korter wordt dan de route met Effect verandering routekeuze de auto. De grootste potentie zit tussen Wehl en Doetinchem, Effect overstap automobilisten maar ook tussen Didam en Zevenaar kan de fietsroute langs het Effect actief stimuleren automobilisten spoor veel (nieuwe) fietsers gaan trekken. Totaal potentieel gebruik (2035)

Overigens geldt dat de gemeente Zevenaar maar heel beperkt zal Totale toename op de route (per werkdag) groeien volgens de prognoses, terwijl er wel een flinke Waarvan verbetering route ontwikkelopgave ligt. Er is bekend dat de prognoses achterlopen Totaal relatief op bestaande woningbouwafspraken. Deze inschattingen van het aantal fietsers als gevolg van de bevolkingsgroei zijn dan ook aan Totale toename op de route (per jaar) de conservatieve kant.

Zevenaar - Doetinchem Zevenaar - Didam Didam - Wehl Wehl - Doetinchem Minimaal Maximaal Minimaal Maximaal Minimaal Maximaal 0 0 0 -0,26% 3,65% -0,26% 3,65% -0,26% 3,65% 0% 4% 0% 4% 0% 4% 200 600 100 350 300 700 2% 5% 2% 5% 2% 5% 49 150 50 150 70 210 300 800 200 500 400 1000 300 800 200 500 400 1000 248,5 750 150 500 370 910 nvt nvt nvt nvt nvt nvt 60.000 160.000 40.000 100.000 80.000 200.000

45

Kwantitatieve Fietspotentie: Emmerich - Doetinchem In de tabel hiernaast staat de kwantitatieve potentie per deeltraject op het voorkeurstracé tussen Emmerich en Doetinchem. In de huidige situatie wordt er aan de Nederlandse kant van de Emmerich - Doetinchem grens al behoorlijk gefietst op de voorkeursroute. Tegelijkertijd zijn Emmerich - 's-Heerenberg s-Heerenberg - Zeddam Zeddam - Doetinchem er beperkt alternatieve routes beschikbaar en zullen er derhalve Trajectdeel Minimaal Maximaal Minimaal Maximaal Minimaal Maximaal weinig bestaande fietsers de overstap gaan maken naar de route. Aspect De grootste winst in relatieve zin is te behalen op het traject Huidige gebruik 350 1.350 1.130 tussen ‘ -Heerenberg en Emmerich. In absolute aantallen is er Effect bevolkingsontwikkeling 0,26% 4,17% 0,26% 4,17% 0,26% 4,17% tussen Zeddam en ‘ -Heerenberg echter meer potentie. Tussen Effect maatschappelijke trends – recreatief+utilitair 0% 4% 0% 4% 0% 4% Doetinchem en Zeddam zitten de meeste korte autoritten, Effect verandering routekeuze 50 50 0 50 0 0 hetgeen betekent dat daar de meeste nieuwe fietsers te Effect overstap automobilisten 2% 5% 2% 5% 2% 5% verwachten zijn als gevolg van actieve fietsstimulering.

Effect actief stimuleren automobilisten Totaal potentieel gebruik (2035) Totale toename op de route (per werkdag) Waarvan verbetering route Totaal relatief Totale toename op de route (per jaar)

16 400 50 72,5 18% 10.000

50 500 150 117,5 24% 30.000

40 1400 50 67 5% 10.000

130 1700 350 247,5 15% 70.000

50 1200 70 72,6 6% 14.000

140 1400 270 196,5 14% 54.000

46

Kwantitatieve Fietspotentie: Zevenaar - Emmerich

In de tabel hiernaast staat de kwantitatieve potentie per deeltraject op het voorkeurstracé tussen Zevenaar en Emmerich. Hier geldt dat de potentie met name aan beide zijden van de grens zit. Zowel tussen Elten en Emmerich als tussen Babberich en Zevenaar kan de groei van het aantal fietsers substantieel zijn. In vergelijking met de andere routes is de verwachte toename van Trajectdeel het aantal fietsers echter het laagste. Dit komt ook doordat er Aspect beperkt (grote) verbeteringen op korte termijn gerealiseerd zullen Huidige gebruik worden. Effect bevolkingsontwikkeling Effect maatschappelijke trends – recreatief + utilitair Effect verandering routekeuze Effect overstap automobilisten Effect actief stimuleren automobilisten

Zevenaar - Emmerich Zevenaar - Babberich Babberich - Elten Elten - Emmerich Minimaal Maximaal Minimaal Maximaal Minimaal Maximaal 640 350 350 -0,52% 3,39% -0,52% 3,39% -0,52% 3,39% 0% 4% 0% 4% 0% 4% 0 150 0 0 0 0 2% 5% 2% 5% 2% 5% 16 50 10 20 20 60

Totaal potentieel gebruik (2035)

700

Totale toename op de route (per werkdag) Waarvan verbetering route Totaal relatief Totale toename op de route (per jaar)

60

260

50

50

50

150

28,3 4% 12.000

232 26% 52.000

17 4% 10.000

37,5 9% 10.000

27 7% 80.000

77,5 16% 30.000

900

400

400

400

500

47

8. Conclusie, aanbevelingen en vervolg

48

8.1 Conclusie Als samenvatting van deze rapportage, zijn hieronder de onderzoeksvragen beantwoord: • Hoe zouden de gewenste routes kunnen lopen? • De voorkeursroutes lopen als volgt: • Zevenaar-Doetinchem: Langs de N813. • Emmerich-Doetinchem: Via de Wijnbergseweg, Oude Doetinchemseweg en B220. • Zevenaar-Emmerich: Langs het spoor en de B8. • Om het fietsnetwerk optimaal te laten functioneren, zijn er daarnaast de nodige feeders en alternatieven in beeld. • Wat is de potentie van de routes? • Tussen Zevenaar en Doetinchem zit grote potentie voor een nieuwe route langs het spoor; • Het verbeteren van de grensoverschrijdende routes naar Emmerich en Kleve kan – op termijn – ook leiden tot een toename van het aantal fietsers. • Wat is het eindbeeld waar de routes aan moeten voldoen? • Het eindbeeld is uitgewerkt tot inrichtingskenmerken. Deze zijn in principe aan beide kanten van de grens gelijk; • De afzonderlijke routes hebben wel hun eigen karakter en naam. • Welke knelpunten zijn er aanwezig? • De knelpunten liggen met name op het gebied van de breedte van de fietsvoorzieningen. • Daarnaast zijn er verschillende, vaak lastig op te lossen, knelpunten bij het kruisen van bestaande grootschalige infrastructuur, zoals het spoor en de autosnelwegen. • Welke kansen liggen er? • Met name het goed ontsluiten van nieuwe woon- en werkgebieden zijn kansen.

Daarbij geldt dat de grootste ontwikkelingen in en om Zevenaar en Doetinchem plaatsvinden. • Welke maatregelen zijn er nodig om tot het gewenste eindbeeld te komen? • Er is een overzicht van maatregelen beschikbaar. Daarbij is onderscheid gemaakt in noregret, need-to-have en nice-to-have. • Welke (globale) kosten gaan gepaard met de realisatie van de gewenste routes? • Een minimale invulling van de voorkeursroutes kost circa € 10,9 miljoen. • Om aan het optimale ambitieniveau te voldoen is minimaal € 41,8 miljoen nodig. • De feeders en alternatieven kosten gezamenlijk tussen de € 2,5 miljoen en € 7,2 miljoen (exclusief de route met toekomstperspectief langs het spoor). 49

8.2 Aanbevelingen en vervolg Vanuit en aanvullend op de conclusies, volgen de volgende aanbevelingen en vervolgstappen: •

Vaststellen verkenning en voorkeursroute: Op basis van deze rapportage, kunnen de voorkeursroutes en het eindbeeld vastgesteld worden. Daarbij is het wenselijk een gezamenlijke sessie/bijeenkomst met bestuurders aan beide kanten van de grens te organiseren.

•

Verder uitwerken fietsroutes op wegvak-/knelpuntniveau: De knelpunten die uit de verkenning naar voren komen, dienen verder uitgewerkt te worden. Dit is primair aan de betreffende wegbeheerder (gemeente, Stadt, provincie, Kreis of Straßen NRW). Een wegvak- of knelpuntgewijze aanpak is hier aan te bevelen. • Financiering hiervan kan deels door subsidiëring vanuit landelijke (Nationaal Toekomstbeeld Fiets), provinciale (Verkeersveiligheid, Uitvoeringsagenda actieve mobiliteit en Hoofdfietsnet) en Euregionale (fiets) middelen en/of middelen van de Europese Unie.

•

Euregionale knelpuntenaanpak: Kies een aantal knelpunten/kansen om op Euregionaal niveau aan te pakken. Het oplossen van een aantal (grote) knelpunten aan de Duitse kant van de grens kan daarbij bijdragen aan een impuls voor het fietsgebruik tussen beide landen.

•

Nader onderzoek route langs het spoor: Er zit veel potentie om een nieuwe snelle route langs het spoor tussen Zevenaar en Doetinchem te realiseren. Nader onderzoek is echter nodig om de haalbaarheid van deze route nader inbeeld te brengen. Met name het doorkruisen van het Wehlsebos en de kernen Didam en Wehl zijn daarbij belangrijke aandachtspunten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8293/documents/49402