CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Parapluherziening Archeologie - 2020.pdf

gemeenteraad 27 mei 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.1: Parapluherziening Archeologie - 202028.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

60

De Pater, Schoenmaker e.a., 2005

53

RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart

215

220

225

215

220

225

440

440

445

445

210

0

1

2

3

4

5

km TE1/doch2

210

Figuur 15. Hoogtekaart van de gemeente Doetinchem op basis van het AHN. DeÿgemeenteÿDoetinchemÿopÿhetÿAHN2.

gronden liggen lager gelegen graslanden, aan de noordoostzijde langs de Zelhemse Beek, de Bielheimerbeek en de Doetinchemse Slinge en aan de zuidwestzijde langs de Oude IJssel en het Waalsche Water. In het westen van de gemeente liggen hogere, deels beboste gronden bij Wehl; in het oosten rondom kasteel Slangenburg. De ligging en oriëntatie van de doorgaande wegen is sterk bepaald door deze landschappelijk situatie. Feitelijk waren er in de oorlogsjaren slechts twee doorgaande wegen: ten oosten van de Oude IJssel van Terborg via Doetinchem naar Doesburg en aan de westzijde vanuit het Duitse Emmerich over ’s-Heerenberg en Zeddam via Wehl naar Hummelo. De Bielheimerbeek vormt door de ligging haaks op enkele wegen een natuurlijke barrière in het terrein tussen Doetinchem en Gaanderen. Doetinchem was een knooppunt voor het spoor- en tramlijnen. De spoorlijn van Zevenaar naar Doetinchem splitste zich ten oosten van de stad in een lijn naar Zelhem en de nog bestaande lijn die via Terborg naar Varsseveld loopt. Doetinchem vormde ook een knooppunt voor tramlijnen, waarover veel goederenvervoer plaats vond: Doetinchem-Doesburg, Doetinchem-Isselburg/Anholt, Doetinchem-Zutphen, Doetinchem-Emmerich. 61 De twee lijnen met Duitsland zijn ook tijdens de oorlog blijven functioneren.

61

Persoonlijke mededeling Karel Berkhuysen (Doetinchem), 12 november 2015.

54

RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart

3.2.2

Eerste Wereldoorlog en eerder

De vroegst bekende sporen van oorlog en defensie in Doetinchem dateren uit de Middeleeuwen. Doetinchem was oorspronkelijk omgeven door een gracht met stadsmuur en poorten. Tussen 1850 en 1862 werden de vestingwerken ontmanteld. De vier stadspoorten werden afgebroken, de omwalling werd afgegraven en de grachten gedeeltelijk gedempt. 62 De stadsmuren, stadspoorten en andere vestingwerken zijn aangegeven op de verwachtingskaart voor het stedelijk gebied van Doetinchem. 63 Kastelen en kasteelterreinen in het buitengebied staan aangegeven op de archeologische verwachtingskaart. 64 Voor Doetinchem zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van sporen uit de Eerste Wereldoorlog. In de gemeente zijn geen forten en verdedigingslinies aanwezig die in deze periode aangepast of uitgebreid zouden kunnen zijn. Ook zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van Belgische vluchtelingenkampen. 65 Een barak uit de Eerste Wereldoorlog die onderdak had geboden aan twee Belgische gezinnen van vluchtelingen en in 1955 op het terrein van de Kruisberg aan de Zandstraat werd herbouwd als onderkomen van scoutinggroepen, moet dan ook zeer waarschijnlijk van elders afkomstig zijn. 66 Op diverse locaties in Doetinchem waren tijdens de Eerste Wereldoorlog militairen ondergebracht, zoals in de – in 1973 gesloopte - openbare school.

67 Getuige twee foto’s waren ook op havezathe De Kelder militairen gehuisvest. 68 De ingekwartierde militairen waren waarschijnlijk belast met de grensbewaking.

3.2.3

Tweede Wereldoorlog

De voor de archeologie relevante gebeurtenissen inde oorlogsjaren worden hieronder kort besproken voor de volgende drie perioden: • Mobilisatie en Meidagen 1940; • Bezetting (mei 1940-maart 1945); • Bevrijding (maart-april 1945).

Mobilisatie en Meidagen 1940 Met het toenemen van de internationale spanningen in de jaren dertig van de twintigste eeuw werden ook in Nederland maatregelen genomen zoals de aanleg van verdedigingswerken en van schuilplaatsen voor de bescherming van de bevolking. In de verdedigingsplannen werd de Grebbelinie in februari 1940 aangewezen als hoofdverdedigingslijn. Op de westoever van de IJssel werd een verdedigingslinie aangelegd bestaande uit kazematten en veldversterkingen. Deze linie 62

Eskes & Kooiman, 2008.

63

Van Oosterhout 2008.

64

Willemse & Keunen, 2014.

65

Zie : http://www.wereldoorlog1418.nl/vluchtelingen/burgers-vlucht/index.htm en http://www.wereldoorlog1418.nl/vluchtelingen/ militairen-vlucht/index.htm

66

http://www.graaf-ottogroep.nl/algemeen/geschiedenis/, geraadpleegd 14 oktober 2015.

67

Kisman, 1991.

68

Beeldbank Nationaal Militair Museum, Objectnummers 00108523 en 00108480; beide foto’s tonen dezelfde vijf militairen voor Kasteel De Kelder; https://www.nmm.nl/zoeken-in-de-collectie/, geraadpleegd 14 oktober 2015.

55

RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart

Figuur 16. Reconstructie van aspergeversperring langs de Varsseveldseweg bij de Bielheimerbeek; de versperring lag oorspronkelijk ten oosten van de brug.

diende als de eerste voorverdedigingslinie en moest een aanval vanuit het oosten zodanig vertragen dat de hoofdverdediging in gereedheid kon worden gebracht. Ten oosten van de IJssel stonden grensbataljons opgesteld, die tot taak hadden eventuele grensoverschrijdingen te melden en die vervolgens de vijand moesten zien te vertragen door het opwerpen van hindernissen en uitvoeren van vernielingen. 69 In dit deel van de Achterhoek was het 19e Grens Bataljon gelegerd. 70 Met het oog op vertraging waren verschillende bruggen aangemerkt voor vernieling, zoals de hefbrug en de spoorbrug over de Oude IJssel en de brug over de Bielheimerbeek tussen Gaanderen en Slangenburg. Op diverse plaatsen werden versperringen aangelegd of voorbereid, zoals bij de bruggen bij Het Onland, De Pol en Akkermansbeek. Ten oosten van de Bouwhuysbrug over de Bielheimerbeek in de Varsseveldseweg werden zogenaamde aspergeversperringen aangebracht (figuur 16). Dezelfde soort versperringen werden aangelegd in de Grotestraat in het centrum van Wehl; deze moesten een vanuit Kilder oprukkende vijand tegenhouden. 71 Versperringen werden ook aangebracht op de Keppelsche Weg bij Grootzande, net buiten de gemeente. Hier waren ook barakken voor de legering van soldaten. 72 69

Amersfoort &, Kamphuis, 2005.

70

Volker, 1996: 23.

71

Van de Graaf, 2006.

72

www.beeldbankwo2.nl, beeldnr. 208479.

56

RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart

Met het oog op de oorlogsdreiging werden ook maatregelen genomen voor de bescherming van de burgerbevolking tegen luchtaanvallen, de zogenaamde luchtbescherming. Op verschillende openbare plaatsen werden schuilloopgraven aangelegd, zoals op het terrein van de Christelijke School en van de Mulo-school. 73 Dankzij foto’s van Jan Massink weten we dat er ook schuilloopgraven lagen op de Veemarkt, op het schoolplein van de Beatrix-school in de Notenlaan en achter ‘School nummer 1’ aan de Varsseveldseweg, al is niet bekend wanneer deze zijn aangelegd. 74 Bij de Duitse inval in de vroege ochtenduren van 10 mei 1940 werd bevel gegeven tot het vernielen van de aangewezen objecten en het stellen van de hindernissen. Onder andere werd de Oude IJssel-brug opgeblazen. De versperringen bestonden deels uit verhakkingen, het (met springstof) over de weg laten vallen van bomen. Fotograaf Massink heeft in mei 1940 een foto gemaakt bij de versperring in de Keppelscheweg bij Grootzande, die toont: ‘Hoe de trotyllading bij ontploffing iederen boom met een slag afknapte.’ 75 Het 19e Grens Bataljon kreeg kort na 6 uur in de ochtend het bevel zich terug te trekken ten westen van de IJssel. 76 Duitse troepen bereikten ruim twee uur na het overschrijden van de grens de stad Doetinchem.

Bezetting Hier worden beknopt enkele ontwikkelingen beschreven tijdens de bezettingsjaren. Het betreft ontwikkelingen of gebeurtenissen waarvan kan worden verwacht dat deze sporen in de bodem hebben nagelaten. Achtereenvolgens worden behandeld: • diverse aspecten van de luchtoorlog; • de centrumfunctie van Doetinchem vanaf september 1944; • de aanleg van verdedigingswerken. Tot slot worden kort enkele bijzondere plaatsen vermeld die niet bij de eerder genoemde thema’s aan de orde komen.

Luchtoorlog Terwijl de strijd op de grond zich beperkte tot de meidagen van 1940 en de bevrijdingsoperaties in – voor de Achterhoek – maart en april 1945, vond de strijd in de lucht gedurende alle oorlogsjaren dag en nacht plaats. Deze luchtoorlog heeft diverse sporen nagelaten. Vliegveld Tijdens de oorlogsjaren had Doetinchem een eigen reparatiewerkplaats voor vliegtuigen en zelfs een eigen vliegveldje. In de loop van 1942 opende Diederichs Flugzeugbau uit het Duitse Emmerich in de gevorderde, nieuwe gebouwen van de Nederlandsche Maatschappij voor Houtconstructies (Nemaho) te Doetinchem een tweede vestiging in bezet Nederland. 77 De Doetinchemse vestiging werd al snel veel groter dan die in Emmerich. Tussen 1942 en 1944 werkten honderden mensen aan de productie van onderdelen voor Messerschmitt-jachtvliegtuigen en reparaties van 73

www.beeldbankwo2.nl, resp. beeldnr. 208416, 208417 en beeldnr. 208502.

74

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, respectievelijk beeldnrs. 400300, 1015 en 400421; met dank aan Karel Berkhuysen (Doetinchem).

75

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Beeldbank, Fotocollectie J.C.W. Massink, beeldnr. 1022.

76

Volker, 1996.

77

Landewers, 2010.

57

RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart

Figuur 17. Het Ontspanningsoord Groenendaal met onder meer vliegveld Groenendaal in de jaren dertig; geheel rechts de hangar (privécollectie Karel Berkhuysen).

onder andere zweefvliegtuigen en lesvliegtuigen. De gerepareerde lesvliegtuigen werden ingevlogen vanaf vliegveld Groenendaal bij Doetinchem (figuur 17). Vliegveld Groenendaal was in 1936 aangelegd als privévliegveldje voor de Doetinchemse Uitgeversmaatschappij C. Misset NV en bestond uit niet veel meer dan een grasveld en een kleine hangaar. Het vliegveld was gelegen aan de noordoostzijde van Doetinchem, tussen de wijk de Vijverberg en het bosgebied Slangenburg. 78 Het vliegveld werd in 1943 door de Duitse bezetter gevorderd en voorzien van een kleine militaire bezetting. In de buurt van het vliegveld waren al eerder zoeklichten en luchtafweer geplaatst, die echter niets te maken hadden met het vliegveld. Eind september 1944 werd vliegveld Groenendaal beschoten door jachtbommenwerpers. Op 13 oktober 1944 viel een bom nabij het vliegveld, waarbij drie Duitse militairen gewond raakten. Het is niet duidelijk of het vliegveld of de luchtafweerbatterijen het doelwit vormden. Op 5 februari 1945 volgde een zwaardere aanval, in de omgeving van het vliegveld vielen ongeveer 60 bommen, waarbij woonhuizen werden vernield en drie bewoners omkwamen. Het vliegveldje is in 1945 opgeheven.

78

Landewers, 2010.

58

RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart

Luchtverdediging 79 In de loop van de oorlog namen de Duitsers steeds meer maatregelen om de geallieerde bommenwerpers te onderscheppen die dag en nacht onderweg waren naar Duitse industriegebieden, verkeersknooppunten en - in de loop van de oorlog - ook steeds vaker steden. Het Nederlandse grondgebied speelde hierin een belangrijke rol en vormde feitelijk de drempel van Duitsland. Vooral het onderscheppen van de Britse bommenwerpers, die ’s nachts vlogen, vroeg om voortdurende technische ontwikkelingen en aanpassingen. In de eerste oorlogsjaren werd hierbij gebruik gemaakt van een gordel van zoeklichten, die deels over het oosten van ons land liep, de zogenaamde Helle Riegel. 80 Deze gordel van zoeklichten maakte deel uit van de zogenaamde Kammhuber-linie, een luchtverdedigingszone met zoeklichten en nachtjagers. Door de combinatie met zoeklichten wordt deze inzet van nachtjagers aangeduid als de ‘Helle Nachtjagd’. De zoeklichtenzone in de Achterhoek en Twenthe liep van het Duitse Lingen in een rechte lijn van Ootmarsum via Goor en Steenderen naar Westervoort. In een publicatie die een jaar na de oorlog is verschenen, wordt ook melding gemaakt van de zoeklichten: ‘In een groten cirkel rond de stad werden de enorme schijnwerpers geplaatst en speciale wegen werden er heen gelegd.” 81 De zoeklichtstellingen lagen buiten de gemeente Doetinchem.

Diverse foto’s uit Doetinchem, onder andere van de heer Massink, tonen de lichtbundels van de zoeklichten. 82 In de zomer van 1940 streken eenheden van de Luftwaffe (Luftnachtrichten Regiment 201) neer in een heuvelachtig, bosrijk terrein ten noorden van Doetinchem aan de doorgaande weg naar Zelhem, dat het Kattennest werd genoemd. 83 Aanvankelijk was er een commandopost gevestigd van een zoeklicht-Abteilung die de betreffende zoeklichtsector bezette. 84 Die commandopost bestond uit barakken en een uitkijktoren. Verder stond er een radiowagen en een lichtbaken met aggregaat. In november/december 1941 volgde een reorganisatie van de Kammhuber-linie: de ruim 30 kilometer diepe zoeklichtzone werd minder diep gemaakt door de zoeklichtbatterijen niet meer achter elkaar, maar naast elkaar te plaatsen. De oude Kammhuber-linie werd als het ware naar het noorden en zuiden uitgerekt. Daarbij werd overgestapt op een nieuw systeem met radar (Himmelbett). De Abteilungs-commandoposten bleven bestaan maar kregen er een functie bij: in een zogenaamd Auswertungsgebäude werden de gegevens van Würzburg-volgradars geanalyseerd en werden instructies doorgegeven aan de Duitse nachtjagers. In nachten dat het te bewolkt was voor zoeklichten, kregen nachtjagers op basis van radarwaarnemingen instructies om Britse bommenwerpers te kunnen onderscheppen.

Deze inzet van nachtjagers wordt aangeduid als de ‘Dunkle Nachtjagd’. 79

Met dank aan Marcel Hogenhuis (Venlo) voor het aanleveren van gegevens.

80

http://www.gyges.dk/Himmelbett.htm, geraadpleegd 13 oktober 2015.

81

Nederkoorn & Stork, 1946: 419.

82

www.beeldbankwo2.nl, beeldnrs. 208513 en 208514.

83

Velhorst, 1998 en Nederkoorn, 2005; met aanvullingen van www.fortificatieforum.nl en www.geschichtsspuren.de

84

Persoonlijke mededeling Marcel Hogenhuis, per mail d.d. 6 november 2011.

59

RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart

Figuur 18. De overblijfselen van Stellung Rosengarth in Het Kattennest, medio 1944. De gebouwen zijn afgebroken, maar het is nog goed te zien waar ze hebben gestaan. Het T-vormige gebouw was de Auswertung (‘vluchtleidingscentrum’) (privécollectie Karel Berkhuysen).

Zo werd ook de commandopost bij het Kattennest uitgebreid tot een gevechtsleidingscentrum voor de onderschepping van vijandelijke bommenwerpers, een zogenaamde Jägerleitstellung (figuur 18). Deze stelling kreeg de codemaan Rosengarth, naar de nabijgelegen boerderij Rozengaarde. Rosengarth stond in verbinding met de radarstations bij Toldijk (Steenderen) en met diverse zoeklichtstellingen in de regio. De stelling bestond uit verschillende barakken en gebouwen. In het hoofdgebouw werden de inlichtingen verzameld en de vliegbewegingen gevolgd van de eigen en van de vijandelijke toestellen. Dankzij overleveringen van buurtbewoners en lokale aannemers is er een beeld van de inrichting van de stelling, die naast het

60

RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart

Figuur 19. Ligging van enkele gebouwen in de Stellung Rosengarth volgens een ooggetuige (uit Nederkoorn, 2005).

vluchtleidingscentrum minimaal bestond uit een keuken en twee houten barakken (figuur 19). Volgens een ooggetuige waren ‘het toch wel driehonderd man die hier bivakkeerden.’ 85 Toen in de zomer van 1942 de meeste zoeklichten teruggehaald werden naar het Derde Rijk, bleef de ‘Dunkle Nachtjagd’ gehandhaafd. Vanaf juli 1943 werden in Nederland ook zogeheten ‘Klein Fluko’s’ (klein Flugwach Kommando) ingericht. Een Klein-Fluko was een regionaal luchtwachtcentrum van de Luftwaffe waarin zowel de waarnemingen van visuele uitkijkposten (Flugwachen) als van de genoemde radarstellingen werden gecombineerd tot één luchtbeeld. Dit was nodig omdat de Britten de Duitse radar steeds meer wisten te storen. In Villa Ruimzicht in Doetinchem werd zo’n Klein-Fluko gevestigd. De stelling Rosengarth werd in juni 1944 opgeheven en het personeel overgebracht naar het Klein-Fluko in villa Ruimzicht. Deze post stond in directe verbinding met de bunker ‘Diogenes’ bij Schaarsbergen, het Duitse zenuwcentrum van de luchtverdediging in Noordwest Europa. Dit Klein-Fluko speelde een cruciale rol bij de snelle Duitse reactie op de geallieerde luchtlandingen bij Arnhem in september 1944. 86 Het Klein-Fluko werd op 9 maart 1945 verplaatst van Doetinchem naar Enschede.

Voor het neerhalen van de hoog vliegende bommenwerpers werd niet alleen gebruik gemaakt van (nacht)jagers, maar ook van zwaar luchtafweergeschut of Flak (Flugzeug Abwehr Kanone). In de omgeving van Doetinchem hebben verschillende Flak-batterijen gelegen; een ooggetuige noemt luchtafweerstellingen op de Dichterseweg en bij Langerak net buiten de gemeente. 87 De Flak-stellingen zijn door hun karakteristieke vorm vaak goed zichtbaar op geallieerde luchtfoto’s (zie figuur 20). Om strategische objecten, zoals bruggen, te beschermen tegen geallieerde luchtaanvallen werden in de omgeving van deze objecten ook vaak batterijen met luchtafweergeschut geplaatst.

85

Nederkoorn, 2005.

86

Tiemens, 2000.

87

Tomesen, 2010: 60 en 57.

61

RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart

Figuur 20. Kenmerkende verschijningsvorm voor een grote Flak-opstelling bij de kruising A18 met de N317. In het midden zes opstelplaatsen voor geschut in een cirkel en opstellingen voor de vermoedelijke vuurleiding iets ten noordwesten daarvan. Aan de zuidzijde langs de lichtgekleurde akker een strook die vermoedelijk diende als de munitieopslag. Bovenin rechts nog een stukje van de loopgraven rond Doetinchem met schuttersputten aan weerszijden (foto 328-13-3262).

Vliegtuigcrashes Als gevolg van de luchtoorlog zijn vele Duitse en geallieerde vliegtuigen boven ons land verongelukt en neergestort. Volgens het Verliesregister van de Studiegroep Luchtoorlog (SGLO) zijn er in de omgeving van Doetinchem minstens 12 vliegtuigen gecrasht (tabel 17). In onderstaande tabel zijn ook toestellen in de omgeving van Doetinchem opgenomen, omdat de crashlocaties vaak zeer globaal zijn aangegeven en de locatiebepaling dus niet nauwkeurig is. Van acht crashes is de locatie in de gemeente Doetinchem vrij zeker. Van vier toestellen is bekend dat de resten ervan na de oorlog zijn geborgen. De nauwelijks beschadigde Hampden die in de avond van 28 december 1941 bij Gaanderen een noodlanding maakte, werd door de Duitsers gedemonteerd en afgevoerd naar vliegveld Deelen.88 Bommen Vanaf de eerste oorlogsmaanden heeft Doetinchem te lijden gehad onder geallieerde bombardementen. Foto’s tonen bijvoorbeeld schade van bommen die in de nacht van 24 op 25 juni 1940 zijn gevallen nabij de Zuivelweg te Doetinchem en op houtopslagloods van de firma Agterhof. 89

88

Rhebergen, 1991: 24-25.

89

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Beeldbank, respectievelijk beeldnrs. 1060 en 1058.

62

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7469/documents/36820