Bijlage 4 Parapluherziening Archeologie - 2020.pdf
Tekst van het document
30 bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie - 2020' vastgesteld
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
De voorliggende parapluherziening vertaalt het gemeentelijk archeologiebeleid in een planologisch-juridische regeling om te voldoen aan de Erfgoedwet. Bij archeologie geldt het principe 'de verstoorder betaalt' om te voorkomen dat het archeologisch bodemarchief verstoord wordt. Dit betekent dat de noodzakelijke archeologische onderzoeken om een omgevingsvergunning te verkrijgen om af te wijken van het bouwverbod of voor het verrichten van werken en/of werkzaamheden, moeten worden betaald door de initiatiefnemer(s) van de (bouw)werkzaamheden. De financiering van alle kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het parapluplan komen daarmee voor rekening van particuliere initiatiefnemers. Hierdoor zijn er geen kosten voor de gemeente aan de uitvoering van de parapluherziening verbonden. Voor wat betreft het laten uitwerken van voorliggend parapluplan is financiële ruimte opgenomen in de gemeentelijke begroting. Eventuele planschade is niet van invloed op de economische uitvoerbaarheid. Geconcludeerd kan worden dat de parapluherziening economisch uitvoerbaar is.
31 bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie - 2020' vastgesteld
32 bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie - 2020' vastgesteld
Hoofdstuk 7 7.1
Procedure
Algemeen
Deze parapluherziening doorloopt de procedure als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Ook wordt het plan op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening overlegd met de besturen van waterschap, provincie en Rijk. In dit hoofdstuk zullen de resultaten van deze procedure en overleggen worden behandeld. De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerp van deze parapluherziening worden niet toegevoegd aan dit hoofdstuk. Dit maakt onderdeel uit van het besluit omtrent de vaststelling.
7.2
Overleg
Het plan is aan het waterschap Rijn en IJssel op 18 november 2020 voorgelegd voor vooroverleg. Het waterschap Rijn en IJssel heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op deze parapluherziening. De provincie Gelderland heeft aangegeven dat het plan niet voorgelegd hoeft te worden voor vooroverleg, omdat het gaat om actualisering van de bestaande plannen.
33 bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie - 2020' vastgesteld
34 bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie - 2020' vastgesteld
Bijlagen toelichting
35 bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie - 2020' vastgesteld
Bijlage 1 De herziene archeologische beleidskaart
36 bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie - 2020' vastgesteld
RAAP-RAPPORT 2877 - tweede herziene versie
Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waardenen verwachtingskaart
dr. N.W. Willemse, ir. L.J. Keunen, drs. R.S. Kok, ir. J.A.T. Wijnen & S. van der Veen MA
RAAP Archeologisch Adviesbureau BV, 2019
Colofon Opdrachtgever: Gemeente Doetinchem Titel: Archeologie in de gemeente Doetinchem: actualisatie van de archeologische waardenen verwachtingskaart Status: tweede herziene eindversie Datum: 16 juli 2019 Auteurs: dr. N.W. Willemse, ir. L.J. Keunen, drs. R.S. Kok, ir. J.A.T. Wijnen & S. van der Veen MA Projectcode: DOCH4 Bestandsnaam: RA2877_DOCH_herzien Projectleider: dr. N.W. Willemse Bewaarplaats documentatie: RAAP Oost-Nederland Autorisatie: drs. H.F.A. Haarhuis Bevoegd gezag: Gemeente Doetinchem ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
e-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2019 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Samenvatting In opdracht van de gemeente Doetinchem heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in 2014 een actualisatie doorgevoerd van de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart van de gemeente Doetinchem (RAAP-rapport 2057/2010). De actualisatie betreft het bijwerken van de bestaande archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart uit 2010 alsmede het bijwerken van de achterliggende databestanden met nieuwe/aanvullende archeologische, historische en landschappelijke gegevens en inzichten. Het datamodel voor de verwachtingslaag van de kaart is aangepast aan een regionaal karteringsmodel dat in samenspraak met de regioarcheoloog voor de regio Achterhoek is opgesteld. Daarmee is bereikt dat de kaartgrenzen tussen regiogemeenten op elkaar aansluiten. Verder heeft de actualisatie vanuit een bredere cultuurhistorische en ruimtelijke analyse plaatsgevonden ten opzichte van de inventarisaties uit 2008-2010. Gebouwde objecten op 19e-eeuwse topografische kaarten zijn geïnventariseerd, begrensd en gewaardeerd in de context van archeologie. Bouwhistorische overblijfselen worden in Nederland in toenemende mate onderkend als potentieel waardevol cultuurhistorisch erfgoed.
Alle locaties waarvan vastgesteld is dat er (mogelijk) waardevolle cultuurhistorische resten bovenof ondergronds aanwezig zijn of in potentie bewaard zijn gebleven, zijn vertaald naar een archeologische beleidskaart. Op deze kaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen beleidsmatig vertaald zodat ze in het ruimtelijk beleid van de gemeente Doetinchem kunnen worden opgenomen en als basis kunnen dienen bij de gemeentelijke vergunningverlening.
5
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
6
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Inhoud Samenvatting ......................................................................................................................................... 5 1 Inleiding ............................................................................................................................................. 9 1.1 Kader en doelstelling ......................................................................................................................... 9 1.2 Onderzoeksopzet, leeswijzer en richtlijnen ....................................................................................... 10 1.3 Dankwoord ...................................................................................................................................... 14
2 Methoden en bronnen ................................................................................................................. 15 2.1 Analyse van de archeologisch-landschappelijke context ................................................................... 15 2.2 Bronnen .......................................................................................................................................... 16 2.3 Bronnen Erfgoed van Oorlog & Defensie .......................................................................................... 20 2.4 Structuur digitale kaartbestanden (GIS) . . .......................................................................................... 32 2.5 Methoden ........................................................................................................................................ 32
3 Toelichting op de kaartbijlagen 1 t/m 5 ................................................................................ 45 3.1 Aardkunde (kaartbijlage 1) ............................................................................................................... 45 3.2 Beknopte oorlogsgeschiedenis .. ....................................................................................................... 53 3.3 Archeologische waarden- en verwachtingskaart ............................................................................... 70
4 Archeologische beleidskaart ................................................................................................... 95 4.1 Status, doel en inhoud ..................................................................................................................... 95 4.2 Bestuurlijke samenvatting en conclusies .......................................................................................... 95 4.3 Legenda-eenheden op de beleidskaart . . ........................................................................................... 96 4.4 Beleidsuitgangspunten gemeente Doetinchem ................................................................................. 97 4.5 Beleidsadviezen erfgoed Oorlog & Defensie ................................................................................... 105
Literatuur ............................................................................................................................................. 109 Gebruikte afkortingen .................................................................................................................... 114 Verklarende woordenlijst .............................................................................................................. 115 Overzicht van bijlagen ................................................................................................................... 118
7
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
8
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
1 Inleiding 1.1 Kader en doelstelling Archeologie, cultuurlandschap en gebouwde monumenten spelen een steeds grotere rol bij ruimtelijke ontwikkelingen. Opgraven of inpassen van archeologische vindplaatsen, het historisch cultuurlandschap als creatieve input voor ontwerp, bescherming en herbestemming van bouw kundig erfgoed: het zijn allemaal manieren waarop bewust aandacht wordt besteed aan de bovenen ondergrondse historische kwaliteiten van een gebied. Het zichtbaar en beleefbaar maken van cultuurh istorie kan een gebied een eigen identiteit geven. Daardoor wordt niet alleen de intrinsieke waarde voor de lokale bevolking verhoogd, maar ontstaan ook economische kansen. Een voorbeeld daarvan is een historische dorpskern, maar het geldt ook voor landelijke gebieden waar bijvoorbeeld fietsrecreanten op afkomen. Een zorgvuldige omgang met cultuurhistorie en benutting van historische kwaliteiten kan dus economisch lonend zijn, zo is uit onderzoek gebleken. 1 De gemeente Doetinchem heeft al in 1997 een archeologische verwachtingskaart laten vervaardigen als gevolg van de toenemende rol voor gemeentelijke overheden bij de omgang met het archeologisch erfgoed. 2 In de bijbehorende rapportage is uitgebreid ingegaan op beleidsaspecten, het fysisch-geografisch landschap, de archeologische vindplaatsen en bewoningsgeschiedenis en op de samengestelde verwachtingskaart zelf.
Omdat (zeker de laatste jaren) het aantal archeologische onderzoeken landelijk enorm is gestegen, is het zaak om de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart periodiek te laten actualiseren. In opdracht van de gemeente Doetinchem heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in de periode 2008-2010 een actualisatie doorgevoerd van de toen bestaande archeologische verwachtingskaart. 3 Nu, ruim vier jaar later, is een nieuwe actualisatieronde aan de orde. Het ging hierbij om het bijwerken van de bestaande kaartgrenzen alsmede het bijwerken van de achterliggende databestanden met nieuwe/aanvullende archeologische en landschappelijke (geomorfologische) gegevens en inzichten, en het aanpassen van de beleidskaart aan het vigerende archeologiebeleid van Doetinchem binnen de Regio Achterhoek. Daarbovenop heeft de actualisatie vanuit een bredere cultuurhistorische en ruimtelijke analyse plaatsgevonden ten opzichte van de inventarisaties uit 2008/2010. Politiek-bestuurlijk en maatschappelijk is cultuurhistorie steeds meer in de belangstelling komen te staan en de landelijke en provinciale overheid hebben hier reeds beleidsmatige stappen in gezet, onder meer door de verplichting sinds 1 januari 2012 om in het ruimtelijk beleid rekening te houden met cultuurhistorie. Dit heeft geleid tot een beleidsmatige verbreding binnen de gemeente Doetinchem en daarmee een 1
Bijvoorbeeld: Bade & Smid, 2008. Zie bijvoorbeeld ook http://www.platform31.nl/publicaties/kwaliteit-en-leefbaarheid-in-krimpende-regio-s.
2
Scholte Lubberink 1997 (RAAP-rapport 293).
3
Van Oosterhout 2008; 2009; 2010 (RAAP-rapport 2057).
9
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
behoefte aan kennis op dit vlak. In opdracht van de gemeente Doetinchem heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau daarom een aanvullende cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd. Zo is er onderzoek gedaan naar historische nederzettingslocaties vanwege de belangrijke leemte in de bestaande archeologische registraties ten aanzien van de locatie van nederzettingsresten uit de Middeleeuwen en de (vroege) Nieuwe tijd. Deze aanvullende inventarisatie was mede noodzakelijk vanwege de doorgevoerde veranderingen ten aanzien van bovengrondse en ondergrondse bouwhistorische resten binnen de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.3). 4 Voor de provincie Gelderland vormen resten uit de beide wereldoorlogen een wezenlijk onderdeel van het cultureel erfgoed. Geen provincie is in de periode 1940-1945 zo zwaar door het oorlogsgeweld getroffen als Gelderland, zowel tijdens de Duitse inval in mei 1940 als tijdens Operatie Market Garden en de bevrijding. Dit heeft op veel plaatsen sporen nagelaten in het landschap. Ook in de bodem zijn veel resten bewaard gebleven. Deze resten en sporen vragen om een zorgvuldige omgang, omdat het bodemarchief uit de oorlog conform de Monumentenwet ook daadwerkelijk kan worden aangemerkt als archeologie en de resten telkens weer een grote maatschappelijke betekenis blijken te hebben.
In wat mindere mate geldt dit ook voor de fysieke resten die herinneren aan de periode 1914-1918 toen Nederland zich neutraal in het conflict opstelde, en de naoorlogse periode (Koude Oorlog) toen langs de IJssellinie installaties, kunstwerken en andere voorzieningen werden getroffen om een eventuele conflictsituatie het hoofd te kunnen bieden. Archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog kunnen onder de Monumentenwet 1988 vallen. De binnen de archeologie voorgeschreven waarderingssystematiek om vast te stellen of sprake is van behoudenswaardige archeologische vindplaatsen, blijkt voor archeologische resten uit de oorlog grote beperkingen te hebben. 5 Dit is onder andere terug te voeren op het feit dat oorlogssporen – anders dan oudere archeologische vindplaatsen – vaak nog zichtbaar zijn in het landschap en dat de resten vaak een grote maatschappelijke betekenis hebben. De cultuurhistorische waarde van archeologische resten uit de oorlog staat daarmee zelden ter discussie. De behoudenswaardigheid van gebouwd oorlogserfgoed wordt al veel langer erkend.
1.2 Onderzoeksopzet, leeswijzer en richtlijnen 1.2.1 Onderzoeksopzet De actualisatie van de kaarten heeft betrekking op het aardkundige, archeologische, historischbouwkundige en historisch-stedenbouwkundige erfgoed op het grondgebied van de gemeente Doetinchem (figuur 1). Gestreefd is naar een naadloze inhoudelijke en ruimtelijke aansluiting op de recente archeologische waarden- en verwachtingskaarten van de gemeente Montferland. 6 De resultaten van de inventarisatie van historische nederzettingslocaties zijn geïntegreerd in de gemeentelijke erfgoedkaarten (kaartbijlagen 1 t/m 6). Met name voor de historische stads- en 4
KNA-protocol 4002, p. 3. In Nederland betrof het vakgebied bouwhistorie doorgaans de bovengrondse delen (en betreedbare kelders) van bouwwerken, terwijl de ondergrondse delen door archeologen (en via archeologische methoden) werden onderzocht. Er is uiteraard een raakvlak/overlap tussen archeologische resten en bouwhistorische resten en in KNA 3.3, LS04 wordt gevraagd om een inhoudelijke toets. Daarbij is het noodzakelijk om een goed beeld te hebben van locaties waar deze ondergrondse of inpandige bouwhistorische resten mogelijk nog aanwezig zijn.
5
Kok & Vos, 2013
6
Willemse, 2014 (RAAP-rapport 2873).
10
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
215
220
225
450
450
210
Keijenborg Keijenborg
Drempt Drempt Hoog-Keppel Hoog-Keppel
Wittebrink Wittebrink
Hummelo Hummelo
Zelhem Zelhem
445
445
Laag-Keppel Laag-Keppel Langerak Langerak
Doetinchem Doetinchem
440
440
Wehl Wehl
Kilder Kilder
Gaanderen Gaanderen
Nieuw-Dijk Nieuw-Dijk Braamt Braamt
Didam Didam
Silvolde Silvolde
Beek Beek
Zeddam Zeddam
435
435
Terborg Terborg
Ulft Ulft Montferland Montferland TE1/doch_fig1
210
Lengel Lengel 215
Varsselder Varsselder
Azewijn Azewijn
220
225
Figuur 1.1.Ligging vanvan de gemeente Doetinchem (rood omlijnd). Figuur Ligging de gemeente Doetinchem (rood omlijnd); inzet: ligging in Nederland.
dorpskernen geldt dat er vaak sprake is van langdurige continuïteit in bewoning en/of grondgebruik, en van een daarmee samenhangende complexe opbouw van archeologische lagen en een hoge mate van archeologische informatie. 7 De ‘historische erven’ waren veelal (burger) woningen of boerderijen met bijgebouwen, maar het kan ook gaan om vrijstaande schaapskooien en/of schuren, windmolens, een watermolen of een landhuis. Funderingen (muurwerk, poeren, grondsporen van gebinten), water- en beerputten, overblijfselen van materiële cultuur en grachten met vulling zijn voorbeelden van sporen en vondsten die op deze locaties gedaan kunnen worden. Het project is uitgevoerd door RAAP Archeologisch Adviesbureau in samenwerking met Wijnen Cultuurhistorisch Onderzoek. Als projectleider trad Ruurd Kok (RAAP) op, die ook eindverant-
7
Zie ook De Groot e.a., 2011: 89 e.v.
11
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Geologische perioden Tijdvak
Chronozone
Archeologische perioden Datering
Datering
Tijdperk
Recente tijd
- 1945
C
Nieuwe tijd
Laat Subatlanticum
- 1650
A Laat B
- 1150 na Chr.
Laat A D: Ottoonse tijd Vroeg
Middeleeuwen
C: Karolingische tijd B: Merovingisch tijd A: Volksverhuizingstijd
Vroeg Subatlanticum
Laat
Romeinse tijd
Holoceen
- 1850
B
Midden Vroeg
-0
Laat
IJzertijd
- 450 voor Chr.
Midden Vroeg Laat
Bronstijd
Subboreaal
Midden Vroeg
Neolithicum
- 3700
(Nieuwe Steentijd)
Atlanticum
- 7300
Laat
Late Dryas Allerød Vroege Dryas Bølling Vroegste Dryas
Vroeg
Midden
Denekamp
Vroeg Glaciaal
Pleistoceen
Weichselien Pleniglaciaal
Laat Glaciaal
Preboreaal
(Midden Steentijd)
- 9700
Midden Vroeg Laat Midden Vroeg
- 1250 - 1050 - 900 - 725 - 525 - 450 - 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000 - 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700
- 11.050 - 11.500
Laat
- 12.000
Jong B
- 12.500 - 13.500 - 30.500
- 12.500 - 16.000
Jong A
- 35.000
Hengelo
- 60.000 Moershoofd Odderade
Paleolithicum
- 71.000
(Oude Steentijd)
Midden Brørup
Eemien Saalien II Oostermeer Saalien I Belvedère/Holsteinien Glaciaal x Holsteinien Elsterien
Mesolithicum
- 8700
Prehistorie
Boreaal
Laat
- 1500
- 114.000 - 126.000 - 236.000 - 241.000
- 250.000
- 322.000 - 336.000
Oud
- 384.000 - 416.000 463.000
tabel1_standaard_GeoBioArcheo_RAAP_2014
Tabel 1. Geologische Geologische en en archeologische archeologischetijdschaal. tijdschaal.
12
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
woordelijk is voor de samenstelling van de rapportage. De wetenschappelijke begeleiding was in handen van dr. N. W. Willemse. Het aanvullende onderzoek is uitgevoerd en gerapporteerd in september-november 2015.
1.2.2 Leeswijzer en doelgroep In hoofdstuk 2 worden de bronnen genoemd en de methoden behandeld. In hoofdstuk 3 volgt de inhoudelijke verantwoording. De geactualiseerde kaarten zijn bijgevoegd als kaartbijlage 1 (aardkundige kaart met reliëfvormen en ontstaanswijzen, schaal 1:25.000), kaartbijlage 2 (archeologische waarden- en verwachtingskaart schaal 1:10.000, in twee bladen) en kaartbijlagen 3, 4 en 5 (archeologische waarden- en verwachtingskaart schaal 1:4.000 voor de kernen Wehl, Gaanderen en Doetinchem). In hoofdstuk 4 wordt de ‘vertaalslag’ van waarden en verwachtingen naar beleid toegelicht. Kaartbijlage 6 (archeologische beleidskaart gemeente Doetinchem, schaal 1:10.000, in twee bladen) betreft de weergave van zowel de archeologische verwachtingszones als de locaties waarvan vastgesteld is dat er (mogelijk) waardevolle cultuurhistorische resten bovengronds aanwezig zijn of in de bodem bewaard zijn gebleven. Op deze kaart zijn de in hoofdstuk 3 onderbouwde archeologische vindplaatsen en verwachtingen op dusdanige wijze beleidsmatig ‘vertaald’ dat ze bij de herziening en actualisatie van de bestemmingsplannen en het overige ruimtelijke beleid van de gemeente Doetinchem kunnen worden opgenomen en als basis kunnen dienen bij de gemeentelijke vergunningverlening (archeologische onderzoeksverplichting).
Het samenstellen van de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep (zie artikel 24 van het Besluit archeologische monumentenzorg). Het uitgevoerde onderzoek bestond uit een bureauonderzoek. Er is geen veldonderzoek uitgevoerd. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als richtsnoer. De praktische uitvoering van het onderzoek voldoet aan de normen opgesteld in het Handboek ROB-specificaties van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. 8 Zie verder tabel 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde geologische en archeologische perioden. Achter in dit rapport is een lijst met gebruikte afkortingen opgenomen en worden enkele vaktermen beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een beknopte oorlogsgeschiedenis van Doetinchem gegeven, waarbij de nadruk ligt op die gebeurtenissen en ontwikkelingen waarvan naar verwachting resten in de bodem bewaard kunnen zijn gebleven. In paragraaf 3.2.5 wordt een toelichting gegeven op de verwachtingszones. De rapportage wordt afgesloten met beleidsadviezen (paragraaf 4.5) over omgang met de aanwezige en verwachte oorlogsresten in de gemeente Doetinchem.
1.2.3 Gebruik van de erfgoedkaarten De archeologische waarden- en verwachtigenkaart van de gemeente Doetinchem bevat een zeer grote hoeveelheid informatie en is op de eerste plaats een GIS-product (geodatabase), die straks via de gemeentelijke GIS-viewer geraadpleegd kan worden. Op de hieruit afgeleide papieren kaar-
8
ROB, 1998. Sinds 2007 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
13
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
ten is namelijk om praktische redenen niet alle informatie te lezen. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met meerdere puntsymbolen die elkaar op één locatie afdekken, veld- en boerderijnamen die elkaar zouden overlappen als ze allemaal zichtbaar zouden zijn, meerdere eigenschappen van één object (opgenomen in de GIS-database) die niet allemaal in het symbool tot uiting kunnen komen én de gekozen afbeeldingsschalen. Slechts een klein deel van de informatie op de papieren kaarten is voorzien van een kaartlabel (tekst) die gekoppeld is aan of de legenda, of een van de meegeleverde bijlagen. Wij raden daarom aan, om telkens naast (of in plaats van) de analoge kaarten vooral ook het GIS en de toelichtende rapportage te raadplegen om na te gaan welke informatie over een specifieke locatie voorhanden is. Voor de inhoud van de geodatabase (de verschillende kaartbestanden en de achterliggende informatie) verwijzen we naar de tabellen in de paragraaf 2.3: Structuur digitale kaartbestanden (GIS) en de subparagrafen ‘datastructuur’ die bij de elk van de verschillende onderdelen van het hoofdstuk 2 ‘Methoden en bronnen’ zijn opgenomen.
1.3 Dankwoord De totstandkoming van dit rapport was niet mogelijk geweest zonder de belangeloze inzet van een aantal gebiedskenners, die we hier dan ook hartelijk willen danken. Informatie over de historische landschappen en landschapselementen werden aangeleverd door Willem Berendsen (Oudheidkundige Vereniging Wehl), de heer Van der Grijn Santen (Historische Vereniging Deutekom), Marcel Arentsen (Oudheidkundige Vereniging Gander) en Alex Koster. De locaties van archeologische vindplaatsen die op dit moment bekend zijn op het gemeentelijk grondgebied zijn mede door hen gecontroleerd. Ook leverden zij belangrijke aanvullingen op de inventarisatie van historische nederzettingslocaties. Allen hebben belangeloos informatie ter beschikking stelden, waarvoor onze hartelijke dank. Tijdens het project is verder op een prettige manier samengewerkt met Gerdien Dutman en Jacco Vromen van de gemeente Doetinchem en met Marc Kocken, werkzaam als regioarcheoloog bij de Omgevingsdienst Achterhoek. Het onderzoek naar het gemeentelijk erfgoed van oorlog & defensie was onmogelijk zonder de inhoudelijke bijdrage van diverse personen.
Voor het aanleveren van gegevens gaat onze hartelijke dank uit naar – in order of appearance: • Marcel Arentsen, Archivaris OKV Gander; • Eerste luitenant Geert Jonker, Hoofd Bergings- en Identificatie Dienst (BIDKL); • Majoor Arie Kappert, Stafofficier Vliegtuigberging Koninklijke Luchtmacht; • Winfried Alofs, voorzitter OVW; • Hans Timmerman, Arnhem; • Leo van Midden en Rob Verhoef, Stichting Menno van Coehoorn; • Marcel Hogenhuis (Venlo); • Karel Berkhuysen (Doetinchem).
14
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
2 Methoden en bronnen 2.1 Analyse van de archeologisch-landschappelijke context De archeologische waarden- en verwachtingskaart voor de gemeente Doetinchem is niet alleen gebaseerd op een analyse van bekende archeologische vindplaatsen en terreinen, maar in nog hogere mate op de fysiek-landschappelijke en bodemkundige context daarvan (vereenvoudigd weergegeven in kaartbijlage 1). In de archeologische studie die van het gemeentelijk grondgebied is gemaakt, kunnen op grond van geomorfologische kenmerken en de bodemgesteldheid namelijk verschillende landschappen worden onderscheiden (weergegeven in figuur 2) die ieder eigen ontwikkelingen en bewoningsmogelijkheden hebben gekend. Juist door analyse van deze bewoningsmogelijkheden en ontwikkelingen door de tijd heen kan een verwachtingsmodel worden opgesteld. De actualisatie van de bestaande kaart en het onderliggende verwachtingsmodel betreft een nieuwe analyse van het bestaande verwachtingsmodel op basis van: • een evaluatie van het archeologisch (veld)onderzoek; • nieuwe academische archeologische en landschappelijke inzichten; • evaluatie van het conversiemodel voor de vertaling van de bodemkundige eenheden naar landschappelijke eenheden.
© RAAP2014/NW
Geïnventariseerde vindplaatsen Figuur 2. De fysisch-geografische hoofdlandschappen binnen de gemeente Doetinchem (Tabel 4, Attribuut ‘Landschap’).
15
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Bij het onderzoek naar het erfgoed van oorlog & defensie ligt de nadruk op resten uit de Tweede Wereldoorlog. Hierbij is de aandacht vooral uitgegaan naar sporen in de bodem en in het landschap, zoals resten van loopgraven, stellingen, schuttersputten en versperringen. De gebouwde objecten, zijn alleen in kaart gebracht als op de omliggende terreinen sporen in de bodem zijn te verwachten. Dat neemt niet weg dat ook in en onder deze panden nog sporen uit de oorlog aanwezig kunnen zijn. 9 Daarnaast is ook gekeken naar sporen uit de Eerste Wereldoorlog en de Koude Oorlog.
2.2 Bronnen 2.2.1 Landschappelijke-bodemkundige gegevens Binnen het onderzoeksgebied zijn zones te onderscheiden met een duidelijk verschil in detailniveau van informatie (kennis) over de geo(morfo)logische en bodemkundige gesteldheid van de ondiepe ondergrond. Daarbij kunnen worden onderscheiden: • kleinere gebieden met goed gekende bodemkundige informatie, omdat delen zijn opgegraven; • gebieden die in het verleden reeds (bodemkundig/archeologisch) zijn gekarteerd; • gebieden met alleen een bepaalde archeologische verwachting (op het voorkomen van archeologische resten), gebaseerd op de archeologisch-landschappelijke en historisch-landschappelijke context. Voor de laatste categorie geldt dat gebruik kan worden gemaakt van geogegevens (bodem, geologie, geomorfologie), weergegeven op schaal 1:10.000 of grover. De algemene landelijke geokarteringen (de Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 en de geomorfologische Kaart van Nederland, schaal 1:50.000) zijn echter te grof en te onzuiver om op plantoetsingsschaal (perceelsniveau/bestemmingsplanniveau, 100-1.000 m²) te worden gebruikt. 10 Om op dit schaalniveau uitspraken te doen over eventueel aanwezige bekende archeologische en andere cultuurlandschappelijke waarden is alleen bestaande informatie aan de hand van bodemdetailkartering en gegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN1 en AHN2) gebruikt (zie hieronder).
De detailbodemkaarten zijn het resultaat van uitgebreide veldbodemkundige verkenningen (veelal vier tot zes profielbeschrijvingen per hectare) en onderdeel van verschillende bodemkundige dissertaties over het gebied. Belangrijk is verder dat deze studies ook inzicht geven in de bodemopbouw binnen de kernen, omdat een belangrijk deel van de grotere kernen in de jaren veertig en zestig van de 20e eeuw nog niet de omvang hadden die we nu kennen. De volgende bronnen zijn gebruikt: • detailbodemkaarten (figuur 3): de bodemkartering voor de gemeente Doetinchem, schaal 1:10.000; 11 de bodemkartering van de gemeente Bergh (Gld.), schaal 1:25.000; 12 de bodemkartering van de ruilverkaveling ‘Bevermeer‘, schaal 1:25.000. 13 9
Wijnen, 2011
10
ROB, 1998.
11
Van der Schans & Vleeshouwer, 1956.
12
Kloosterhuis, 1968.
13
Kloosterhuis, Eilander & Harbers, 1965.
16
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
AHN
Bevermeer Kloosterhuis, Eilander & Harbers 1965 Stiboka-rapport 639 (1:25.000)
Doetinchem Schans & Vleeshouwer 1956 Stiboka-rapport 442 (1:10.000)
Bergh Kloosterhuis 1968 Stiboka-rapport 804 (1:25.000)
gemeentegrens
Figuur 3. Overzicht per deelgebied van de gebruikte detailbodemkarteringen. Zie verder de literatuurlijst.
• gedetailleerde digitale hoogtegegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland 5 x 5 m digitaal hoogtemodel; 14 • het 2 x 2 m digitaal hoogtemodel van de Provincie Gelderland; • gedetailleerde digitale hoogtegegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland generatie 2 (0,5 x 0,5 m digitaal hoogtemodel); • geomorfologische kaarten, schaal 1:50.000; 15 • historische kaarten (Veldminuut; Topografisch Militaire Kaart, Bonnebladen, Kadastrale minuutplannen; zie ook literatuurlijst); • digitale bodem- en profielgegevens van Alterra (Alterra/Wageningen UR); • archeologische verwachtingskaarten voor de gemeente Doetinchem; 16 • lokale geologische, bodemkundige en/of archeologische studies (zie hierboven en literatuurlijst); • bodemkundige, landschappelijke en geomorfologische beschrijvingen. 17
14
Van Heerd e.a., 2000.
15
Alterra/ARCHIS/Lange & Ten Cate, 1980.
16
Scholte Lubberink, 1997; Van Oosterhout 2008; 2009; 2010.
17
Stiboka, 1975. Zie verder literatuurlijst.
17
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
2.2.2 Archeologische vindplaatsen Algemeen Archeologische vindplaatsen zijn (punt)locaties waar (in het verleden) vondsten/waarnemingen zijn gedaan die van archeologisch belang zijn en die het mogelijk maken bepaalde uitspraken te doen over de archeologische betekenis van een locatie. Veelal betreft het een locatie waar antropogene grondsporen en al dan niet in los verband voorkomende materiële resten, zoals aardewerk, vuursteenartefacten of organische artefacten voorkomen. De aard, ouderdom, verspreiding, gaafheid en conservering hiervan kunnen worden benut om de aan- of afwezigheid van vergelijkbare maar nog onbekende resten elders in het landschap (tot op zekere hoogte) te voorspellen. Veel archeologische waarnemingen uit het verleden staan geregistreerd in een landelijke database: ARCHIS, de nationale archeologische databank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Buiten deze registraties zijn echter nog veel meer waarnemingen bekend en al dan niet opgenomen in collecties van heemkundeverenigingen. Ook historische bronnen zijn een waardevolle bron van informatie. Op dit moment is het, gezien het huidige maatschappelijke gezichtspunt ten aanzien van de omgang met materieel erfgoed, vanzelfsprekend om ook deze bronnen te gebruiken bij het opstellen van een verwachting ten aanzien van cultuurhistorisch erfgoed (zie verder § 2.2.3).
ARCHIS-waarnemingen Belangrijkste uitgangspunt voor de archeologische inventarisatie zijn de in ARCHIS aangemelde onderzoeken en waarnemingen. Elk in Nederland uit te voeren archeologisch onderzoek wordt in dit systeem onder een unieke numerieke code, het ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer (of CIScode) aangemeld. Tot deze registratie horen ook geografische (toponiem, locatie, omvang) en andere administratieve gegevens (uitvoerder, opdrachtgever, aanleiding). Nadat het onderzoek is uitgevoerd en afgemeld, wordt het onderzoek onder een nieuwe numerieke code, het ARCHISonderzoeksnummer, geregistreerd. Eventueel aangetroffen archeologische resten (individuele vondsten, complextypen, etc.) worden in ARCHIS geregistreerd onder weer een andere numerieke code, het ARCHIS-vondstmeldingsnummer. Indien het onderzoek is afgerond en aan alle administratieve eisen is voldaan, worden de vondstmeldingen ‘opgewaardeerd’ tot een ARCHIS-waarneming met bijbehorend ARCHIS-waarnemingsnummer. Binnen de gemeente Doetinchem staan honderden waarnemingen geregistreerd. Deze zijn eerst gecontroleerd op het voorkomen van onvolkomenheden en doublures. Daarnaast hebben veel ARCHIS-waarnemingsnummers betrekking op waarnemingslocaties die rond eenzelfde centrumcoördinaat staan geregistreerd. Vaak betreft het hetzelfde complex met sporen en/of artefacten.
Deze zijn op grond van expert judgement samengevoegd tot één vindplaats(locatie).
Terreinen van archeologische waarde Hoofddoel van archeologisch vooronderzoek in het kader van de archeologische monumentenzorg (AMZ) is om voorafgaand aan vergunningverlening de archeologische waarde van het terrein dat zal worden verstoord in voldoende mate vast te stellen. Daartoe wordt gekeken naar de kwaliteit, de zeldzaamheid en de contextwaarde van (eventueel) aanwezige archeologische resten. Dit wordt ‘waardestelling’ genoemd. Deze waardestelling wordt in een aantal onderzoekstappen (de AMZ-
18
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Figuur 4. Uitsnede uit de tweede generatie hoogtebeelden van het terrein op maaiveldhoogte (AHN2) ten zuiden van Wehl (Stille Wald). Zichtbaar zijn de raatstructuren van laat-prehistorische akkercomplexen (witte pijlen ‘Celtic fields’).
onderzoeksketen) bepaald. Van een aantal terreinen is deze waardestelling reeds door het Rijk (i.c. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) bepaald. De meeste van deze terreinen zijn ondergebracht op de provinciale archeologische monumentenkaart (AMK). De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort treedt op als beheerder van de archeologische monumenten en draagt, samen met de Provincie, zorg voor de actualisering. De gegevens in de kaartbijlagen 2 t/m 6 zijn ontleend aan de vigerende versie van de AMK, gepubliceerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Overige archeologische waarnemingen Andere niet in ARCHIS geregistreerde vindplaatsgegevens zijn afkomstig van amateur-archeologen, waaronder de in het gebied actieve leden van oudheidkundige verenigingen. Verder is voor de inventarisatie een brede zoekzone van 200 m buiten het gemeentegebied genomen. Het oppervlak met archeologische resten is vaak niet vastgesteld en veelal dient rekening te worden gehouden met een ruime zone (bij nederzettingsresten > 100 m) rondom de opgegeven (centrum)coördinaat. Waarnemingslocaties buiten de gemeentegrens zijn eveneens in de catalogus (bijlage 1) opgenomen. Van belang is tevens het (vermoedelijke) Celtic field Wehl-West-Houtvester dat tijdens een screening van AHN2-beelden werd opgemerkt (figuur 4).
2.2.3 Historische nederzettingslocaties Historische bronnen geven ons informatie over plekken in het Oost-Nederlandse landschap waar in de afgelopen eeuwen (soms zelfs tot 1.200 jaar terug) gewoond en gewerkt werd. 18 Vanuit die optiek is het vanzelfsprekend dat ook deze bronnen, zoals kaarten, gebruikt worden bij het opstel-
18
Van Beek, 2009.
19
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
len van archeologische waarden- en verwachtingskaarten. Hoe gedetailleerder de informatie is, hoe beter deze op een gemeentelijk schaalniveau bruikbaar is. Primaire bron die voor het karteren van deze informatie over historische bewoningslocaties is gebruikt, is het kadastraal minuutplan uit 1832. 19 Bij de kartering heeft ander historisch kaartmateriaal, zoals de Topografisch Militaire Kaart (ca. 1850) en de Chromotopografische Kaart des Rijks (ca. 1900), samen met de luchtfoto en de tegenwoordige topografie (top10vec) als referentie gediend.
2.2.4 Onderzoeksgebieden In de kaartbijlagen 2 t/m 5 zijn de ruimtelijke gegevens met betrekking tot het archeologisch onderzoek in het verleden verwerkt. De bron van deze gegevens is veelal ARCHIS, aangevuld met gearchiveerde gegevens bij RAAP in de gemeente Doetinchem. 20 Van een groot aantal van deze terreinen is de definitieve waardering nog niet bekend; weliswaar heeft hier al onderzoek plaatsgevonden, maar deze terreinen zijn nog niet definitief gewaardeerd. De gegevens met betrekking tot de onderzoeksgebieden zijn daarom vooral gebruikt ter verificatie van het generieke verwachtingsmodel. Deze verificatie is in samenspraak met de regioarcheoloog voor de regio Achterhoek (dhr. drs. M. Kocken) uitgevoerd (zie § 2.4.1).
2.2.5 Bodemverstoringsgegevens Bodemverstoringen zijn op vier verschillende manieren in kaart gebracht. Slechts ten dele kon gebruik gemaakt worden van de gegevens van de beschikbare bodemkaarten (diep uitgegraven, gekeerde grond, geëgaliseerd en opgehoogd), omdat deze doorgaans slechts globaal van aard zijn. Voor de inventarisatie van bodemverstoringen is daarom gebruik gemaakt van gegevens aanwezig bij de gemeente [GIS-tabel: DOCH_bodemverstoringenBIS], ontgrondingsgegevens van de provincie [GIS-tabel: DOCH_ontgrond_PrvGelderland; peildatum januari 2014], en gegevens ontleend aan het AHN [GIS-tabel: DOCH_AHN_vergraven] met daarin zichtbare perceelsgewijze vergravingen. De in het AHN2 zeer duidelijk zichtbare rabatten (plantbedden) zijn gekarteerd en opgenomen in een andere GIS-tabel [DOCH-AHN2_Rabatten]. Behalve deze gegevens is alleen door een meer gedetailleerd bureauonderzoek en/of verkennend booronderzoek de mate van verstoring tot op perceelsniveau te specificeren. De inventarisatie van bodemverstoringen heeft zich daarmee beperkt tot de bekende en meest ingrijpende vormen.
2.3 Bronnen Erfgoed van Oorlog & Defensie
21
2.3.1 Luchtfoto’s Luchtfoto’s tonen uiteraard alleen objecten en structuren die vanuit de lucht aan het maaiveld zichtbaar zijn. Militaire objecten die zijn verborgen onder bomen of camouflagenetten zijn niet of nauwelijks zichtbaar. Hetzelfde geldt voor ondergrondse objecten die zich niet aan het maaiveld verraden. Voor de verwachtingskaart is een analyse gemaakt van luchtfoto’s van de Royal Air 19
Kadastrale minuutplans werden, afhankelijk van het afgebeelde gebied, vervaardigd op schaal 1:1250 (kernen), 1:2500 (agrarisch gebied) of 1:5000 (woeste gronden).
20
ARCHIS is daarin verre van compleet. Pas na 1 april 2005 dienden alle veldonderzoeken aangemeld te worden (KNA versie 2.2), gevolgd door het aanmelden van archeologische booronderzoeken (1 november 2005) en het aanmelden van bureaustudies in het kader van AMZ-onderzoek (1 januari 2007; KNA versie 3.1).
21
Paragrafen 2.3.1 en 2.3.2 zijn geschreven door J.A.T Wijnen. Paragraaf 2.3.3 is geschreven door ing. S. van der Veen (RAAP).
20
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Force (RAF) uit de Tweede Wereldoorlog. Deze luchtfotocollectie is in beheer bij de Wageningen University Library. Via Karel Berkhuysen zijn enkele luchtfoto’s ontvangen afkomstig van het Air Photo Library Departement van de Geography University in het Britse Keele (deze zijn daar opgespoord door oud-Doetinchemmer Herbert Tomesen). Het doel van deze analyse is om op hoofdlijnen een beeld te krijgen van de verdedigingswerken die in de laatste fase van de oorlog in de gemeente Doetinchem zijn aangelegd. Werkwijze Uit het RAF-archief zijn foto’s geselecteerd die betrekking hebben op de gemeente. De geselecteerde luchtfoto’s zijn alle gemaakt in de periode december 1944 tot en met maart 1945. De meeste foto’s zijn bestudeerd in een lage resolutie, omdat dit voor een inventarisatie op hoofdlijnen voldoende is. Een aantal luchtfoto’s was beschikbaar in hoge resolutie. Een groot deel van de luchtfoto’s is digitaal gegeorefereerd, zodat waarnemingen direct in een GIS konden worden overgenomen (tabel 2). Een aantal foto’s bevatte geen of zeer weinig waarneembare objecten uit de Tweede Wereldoorlog en zijn daarom niet gerefereerd (tabel 3). ID
Luchtfoto
Datum
Geschatte max. afwijking
Opmerkingen
1
311-05-3115
25-12-1944
15 m
2
320-07-4272
24-12-1944
25 m
3
320-07-4273
24-12-1944
25 m
4
328-08-4194
24-12-1944
15 m
5
328-08-4188
24-12-1944
25 m
6
328-13-3261k
24-12-1944
15 m
7
328-15-3301
24-12-1944
15 m
8
328-15-3303
24-12-1944
15 m
9
336-03-3138
21-2-1945
15 m
10
336-03-3139
21-2-1945
15 m
11
336-06-4188
21-2-1945
15 m
12
336-08-4195
21-2-1945
15 m
13
336-08-4196
21-2-1945
25 m
topografie sterk veranderd t.o.v. luchtfoto
14
336-09-3247
21-2-1945
25 m
topografie sterk veranderd t.o.v. luchtfoto
15
336-09-3248
21-2-1945
25 m
in noordwesthoek grote afwijking (30m) omdat er weinig referentiepunten waren
16
336-10-3259
21-2-1945
25 m
17
336-10-3260
21-2-1945
15 m
18
353-01-4045
27-5-1944
-
19
Via Leo van Midden
24-12-1944
25 m
20
Via Karel Berkhuysen
21-2-1945
15 m
21
Via Karel Berkhuysen
21-3-1945
15 m
foto van lage kwaliteit; details niet zichtbaar
topografie sterk veranderd t.o.v. luchtfoto
te donker en te hoog om waarnemingen te doen
foto iets overbelicht
Tabel 2. Bestudeerde en gerefereerde luchtfoto’s.
21
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Luchtfoto nummer
Opmerkingen
311-05-3112, 3113 & 3116
-
320-04-4265 & 4266
geen waarnemingen
320-05-4267, 4268
geen waarnemingen
320-08-4287, 4288 & 4289
-
328-07-3195 & 3196
-
328-15-3310 & 3311
-
328-15-3292
-
336-05-3188
-
336-07-3198
enkele Splitterboxen en stellingen langs Koksgoedweg
336-09-3246
-
336-10-3258
-
Tabel 3. Bestudeerde, maar niet gerefereerde luchtfoto’s.
Detailniveau van de inventarisatie Belangrijk te benadrukken is dat bij deze inventarisatie de focus ligt op de hoofdkenmerken van de verdedigingswerken uit de laatste fase van de oorlog. Grotere structuren als (verbindings)loopgraven, tankgrachten, bomtrechters en de grotere stellingen voor luchtafweer (Flak) en ander geschut zijn op luchtfoto’s goed zichtbaar en overgenomen in het GIS. Kleinere opstellingen, vooral in de nabijheid van bebouwing, maar ook afzonderlijke mangaten zijn niet geïnventariseerd en ook niet altijd zichtbaar op de gebruikte luchtfoto’s. Ook is de determinatie van afzonderlijke objecten soms niet exact te maken. Er is dan wel duidelijk dat op een locatie bijvoorbeeld stellingen zijn aangelegd, maar niet waarvoor die stellingen bedoeld waren. Ook is het verschil tussen gevechtsloopgraven en bijvoorbeeld schuilloopgraven bedoeld voor burgerbevolking niet altijd te maken. In dat soort gevallen is in de inventarisatie alleen een algemene aanduiding ‘stelling’ of ‘loopgraaf’ aangegeven. Waarnemingen zijn per object gedigitaliseerd in het GIS, dus op basis van de feitelijke waarneming. In die gevallen waar een aantal objecten samen een duidelijk ensemble vormen, is dit met een vlak aangegeven die dan geldt als de verwachtingszone voor sporen van de betreffende locatie.
Dit komt vooral voor bij stellingen voor (luchtdoel)artillerie, omdat deze vrijwel altijd in batterijen met meerdere opstelplaatsen zijn ingericht en daardoor duidelijk als eenheid herkenbaar zijn. Voor andere elementen, zoals gevechtsloopgraven, is een dergelijk ensemble niet aangegeven. We bevelen aan om in het geval van loopgraven altijd rekening te houden met een verwachting op nog niet ontdekte sporen tot op 50 m afstand vanuit het hart van de loopgraaf of stelling, waar de verwachte afwijking van de georeferentie nog niet bij is inbegrepen (zie onder). Afwijking Een luchtfoto wordt in een GIS gegeorefereerd op basis van herkenbare punten in de actuele topografie die overeenkomen met identieke punten op de luchtfoto. Dit proces heeft altijd een zekere afwijking ten opzichte van de werkelijkheid, omdat: • luchtfoto’s niet vlak zijn door de bolling van de lens, waardoor een vertekening optreedt;
22
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Figuur 5. Dekking van de geanalyseerde luchtfoto’s.
• soms weinig goede herkenningspunten aanwezig zijn, vooral in gebieden waar de inrichting van het landschap sterk is veranderd; • een referentie niet nauwkeuriger kan zijn dan de resolutie van de foto en op afstand van de referentiepunten steeds meer gaat afwijken. Daarom moet met betrekking tot de plaatsing van objecten in de meeste gevallen rekening gehouden worden met een afwijking van 10 tot 15 m van hart tot hart ten opzichte van de werkelijk locatie en in enkele gevallen tot circa 25 tot 30 m. Dit is aangegeven in tabel 2. Dekking Tot slot een opmerking over de dekking van het oppervlak van de gemeente dat bestudeerd is in luchtfoto’s (figuur 5). De westelijke helft van de gemeente, grofweg vanaf de wijk Dichteren in Doetinchem tot aan Loil/Didam en het deel van de gemeente ten zuiden van de A18 tot en met Gaanderen zijn vrij volledig, vlakdekkend onderzocht. De grootste hiaten in het onderzoek zitten aan de zuidzijde van de bebouwde kom van Doetinchem stad, gelegen tussen de Gasperilaan in de wijk Dichteren en de Acacialaan in de wijk Vijverberg. Voor dit stuk waren in de luchtfotocollectie van de Wageningen Universiteit geen luchtfoto’s beschikbaar. Hetzelfde geldt voor het oostelijke gedeelte van de gemeente, grofweg het hele gebied ten noorden van de A18 en ten oosten van de Diepengoorsestraat/Kommendijk.
Na voltooiing van het concept-rapport zijn via karel Berkhuysen luchtfoto’s beschikbaar gekomen voor dit gebied; deze konden helaas niet meer in de analyse worden betrokken.
2.3.2 Historische foto’s Foto’s vanaf de grond kunnen een aanvulling vormen op luchtfoto’s. In digitaal raadpleegbare fotocollecties is gezocht naar foto’s uit de oorlogsjaren uit de gemeente Doetinchem. Het betreft: • de landelijke collectie www.beeldbankwo2.nl; • de beeldbank van het Nationaal Militair Museum (www.nmm.nl);
23
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
• de beeldbank van het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers; • de beeldbanken van de lokale historische verenigingen (zie onder). • Voor Doetinchem zijn in deze collecties diverse foto’s aanwezig die globaal in drie groepen zijn te verdelen: • mobilisatie; • door de Duitsers gevorderde panden; • oorlogsschade. De foto’s zijn vooral gemaakt door burgers, zoals de heer J.C.W. Massink (1889-1975) uit Doetinchem. Massink had een brede belangstelling en vele functies, zo was hij vice-voorzitter van D.A.F.C., de Doetinchemse Amateur Fotografen Club en maakte hij als fotograaf vele meerdaagse fietstochten. Hij heeft een omvangrijke fotocollectie nagelaten (www.archieven.nl). De foto’s zijn niet systematisch geïnventariseerd, maar globaal bekeken om een algemeen beeld te krijgen van ligging en aard van in de oorlog aanwezige objecten en structuren. Bevindingen worden besproken in hoofdstuk 3 en 4. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat er ook mogelijk interessante foto’s zijn die niet zijn opgenomen in digitaal raadpleegbare collecties. Het betreft het nog niet geïnventariseerde deel van de fotocollectie van J.C.W. Massink en de privécollectie van K. Berkhuysen. Het zou interessant zijn deze collecties bij gelegenheid nader te bekijken.
2.3.3 Hoogtekaart Aanvullend op de luchtfotoanalyse van Tweede Wereldoorlog-gerelateerde elementen, heeft gemeentedekkend een analyse op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland 50 cm (AHN2) plaatsgevonden. Doel hiervan was om elementen uit de oorlog te karteren die niet zichtbaar waren op RAF-luchtfoto’s, bijvoorbeeld doordat deze onttrokken waren aan het oog door bosschages en/ of camouflage. Hiertoe zijn twee schaduwkaarten gegenereerd, met de belichting uit twee verschillende hoeken en is aan het maaiveldbestand een kleurenverloop toegekend. De kartering betrof een aanvulling op de luchtfotoanalyse. Deze is dan ook als uitgangspunt gebruikt. Gekeken is of bijvoorbeeld loopgraven in bospercelen of heideterreinen doorliepen. Opgemerkt moet worden dat een AHN-analyse een beeld geeft van het actuele reliëf, inclusief naoorlogse kuilen, greppels en andere verstoringen. Terwijl op luchtfoto’s onder gunstige omstandigheden te zien is of het bij waargenomen sporen gaat om ‘verse’ graafactiviteiten op moment van de opname, is dit bij sporen in het reliëf doorgaans niet te zeggen. De AHN-analyse heeft slechts enkele aanvullingen opgeleverd. Mogelijkheden voor AHN-analyse zijn in de gemeente Doetinchem relatief beperkt, vanwege het feit dat in de gemeente relatief weinig bos- en heideterreinen zijn waarin sporen aan het maaiveld doorgaans goed bewaard zijn gebleven.
De waargenomen sporen betreffen vooral kuilen, waarbij het mogelijk kan gaan om bomkraters of schuttersputjes; op enkele plaatsen zijn (mogelijke) loopgraven waargenomen. Bij het beoordelen of sporen (mogelijk) dateren uit de Tweede Wereldoorlog wordt niet alleen gekeken naar relatie met bekende objecten en structuren uit de oorlogsjaren, maar ook naar de vorm, spreiding, locatie van de sporen en de relatie met de topografie. Een klein deel van de waargenomen sporen is middels een veldtoets gecontroleerd (zie onder). Hieruit bleek dat een deel van deze
24
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
selectie daadwerkelijk te relateren viel aan de Tweede Wereldoorlog. Verder blijkt uit vergelijking van het AHN en de resultaten van de luchtfotoanalyse, dat er vrijwel geen sporen uit de Tweede Wereldoorlog nog aan het maaiveld zichtbaar zijn. Dit komt doordat veel percelen in gebruik zijn (geweest) als akkerland, waarbij het reliëf is verploegd.
2.3.4 Eerder uitgevoerd onderzoek Afgezien van de vraag welke informatie historische bronnen opleveren over de mogelijke aanwezigheid en ligging van sporen uit de Tweede Wereldoorlog, is het van belang te weten of bij eerder onderzoek ook concrete aanwijzingen zijn gevonden voor de aanwezigheid van deze sporen. Resultaten van eerder uitgevoerd onderzoek waarbij bekend is dat er sporen uit de Tweede Wereldoorlog zijn aangetroffen, worden hieronder kort beschreven. Vliegtuigbergingen Het bergen van vliegtuigwrakken is voorbehouden aan de Bergingsdienst van Defensie en is strikt genomen geen archeologisch onderzoek. Vanaf de jaren zeventig houden diverse particuliere organisaties zich bezig met onderzoek naar en bergen van gecrashte vliegtuigen. Sinds 2010 zijn enkele vliegtuigbergingen door Defensie archeologisch begeleid (Van der Kamp e.a., 2011). Een overzicht van bekende vliegtuigcrashes in de gemeente Doetinchem wordt gegeven in tabel 4. In de gemeente Doetinchem zijn twee vliegtuigbergingen uitgevoerd door de Bergingsdienst van Defensie. In oktober 1972 zijn restanten geborgen van een Spitfire Mk XIVe die op 18 maart 1945 is neergestort bij een fotoverkenningsmissie. 22 Uit het rapport van de berging blijkt dat de resten waren aangetroffen bij werkzaamheden voor de aanleg van een sportcomplex.
23 Geborgen zijn delen van het ‘vleugel airframe’, een 20 mm Hispano Suiza kanon en een .50 Browning machinegeweer, evenals scherpe munitie. Geconcludeerd werd: ‘het vliegtuig was destijds reeds geborgen, waarbij evenwel enkele delen, zoals de nu gevonden, moeten zijn achtergebleven.’ In oktober 1981 is de Halifax W7931 geborgen die op 26 maart 1943 is gecrasht aan de Peppelmansdijk 24 te Gaanderen. Over deze berging zijn geen nadere gegevens bekend in het archief van de Bergingsdienst. 24 Twee toestellen zijn geborgen door de Aircraft Research Group Achterhoek (ARGA): • Messerschmitt 109G-6/AS (Werknr. 782319) van 7. Gruppe, Jagdgeschwader 27 gecrasht op 23 september 1944 volgens een aantekening in het politierapport van de Gemeentepolitie van Doetinchem: ‘op den Pinnendijk bij den Lovinkweg een Duitsch vliegtuig is neergestort en geheel is uitgebrand’; dit toestel is geborgen op 16 november 1996 te Gaanderen (http://www.arga-nl.nl/; geraadpleegd 1 oktober 2015). Het toestel is inderdaad volledig uitgebrand en lag tijdens de berging 3,5 meter onder het aardoppervlak. De verschillen de omschrijvingen van de crashlocatie (in de buurt van de Pinnedijk, Lovinkweg en Hettelerweg) blijken allemaal min of meer te kloppen. 25
22
Veenstra, 1992: 130.
23
G.J. Zwanenburg, Onderzoek rapport vliegtuigwrak, 25 oktober 1972, Archief bergingsdienst KLu, via Majoor Arie Kappert.
24
Persoonlijke mededeling Majoor Arie Kappert, per mail d.d. 2 oktober 2015.
25
Informatie verkregen van Marcel Arentsen, Archivaris OKV Gander, per mail d.d. 3 oktober 2015.
25
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
• RAF Spitfire LF MkIXe, die waarschijnlijk op 8 februari 1945 is neergehaald door Flak en is neergestort in Wehl ‘bij het Notenstraatje, niet ver van de spoorlijn naar Doetinchem’; geborgen op 13 augustus 2005. 26 Op ca. 3 m diepte is de motor aangetroffen samen met een aantal kleine (motor)onderdelen. Tijdens een berging in de jaren ’50 was het hele wrak reeds opgegraven. Het is niet bekend in welke Spitfire deze motor was ingebouwd, zodat identificatie van het toestel vooralsnog niet mogelijk is. Archeologisch onderzoek Vanaf 1992 zijn op het Hessenveld in Wehl opgravingen uitgevoerd naar een inheems Romeinse nederzetting en het bijbehoren grafveld. Bij dit onderzoek werden ook recentere sporen aangetroffen; ‘de zig-zag lopende sporen deden de onderzoekers meteen denken aan loopgraven en funderingen van Duits afweergeschut uit de Tweede Wereldoorlog’. 27 Navraag bij de grondeigenaren en dorpelingen wees uit dat in voorjaar van 1945 zowel ten noorden als ten zuiden van de Hagelkruisweg (nu Elzenerf) verdedigingswerken waren aangelegd. Bij de strijd om Wehl zouden alleen de loopgraven ten zuiden van de Hagelkruisweg door de Duitsers zijn gebruikt. Een schets van de aangetroffen sporen toont twee loopgraafstelsels met nissen aan weerszijden (figuur 6).
De meest westelijke toont aan de noordzijde een kenmerkende mitrailleurstelling; de oostelijke toont twee aftakkingen naar (geschuts)stellingen.
Figuur 6. Schets van de aangetroffen oorlogssporen op het Hessenveld te Wehl (uit Peters, 1999).
In 2013 zijn in het tracé van de Oostelijke Randweg te Doetinchem bij een proefsleuvenonderzoek en een opgraving door RAAP Archeologisch Adviesbureau ook sporen uit de Tweede Wereldoorlog blootgelegd (figuur 7).28 Het tracé loopt min of meer parallel met een Duitse verdedigingslinie uit de 26
Lusink, 2005; http://www.arga-nl.nl/; geraadpleegd 1 oktober 2015
27
Peters, 1999; zie ook: http://www.liemersverleden.nl/archeologie/wehl/index.html?wehl_modernetijd.htm
28
Scholte Lubberink, Van der Kroft & Zielman, 2015.
26
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Figuur 7. Spoor van een loopgraaf bij de opgraving in het tracé van de Oostelijke Randweg.
oorlog. Het gaat hierbij om een stelsel van loopgraven en geschut- en mitrailleurstellingen aangelegd in de periode tussen 17 november 1944 en 21 februari 1945 dat onderdeel was van een omvangrijk verdedigingsstelsel rondom de stad Doetinchem. Tijdens het proefsleuvenonderzoek en de opgraving is een deel van het Duitse loopgravenstelsel in kaart gebracht. De gedocumenteerde loopgraven komen grotendeels overeen met de informatie van geraadpleegde luchtfoto’s. Op een enkele plaats zijn delen van loopgraven in kaart gebracht die op geen van de luchtfoto’s zijn vastgelegd. De ruggengraat van de verdedigingslinie was een doorgaande zigzaggende gevechtsloopgraaf met een bovenbreedte van 1,1 tot 1,5 m, een bodembreedte van circa 65 cm en een diepte van circa 1,3 tot 1,4 m ten opzichte van het (huidige) maaiveld. Aan beide zijden van de loopgraaf waren zogenaamde Schützennissen (schuttersnissen) aangebracht: rechthoekige uitstulpingen waarin plaats was voor één geweerschutter. Op enkele plaatsen sloten op de gevechtsloopgraaf korte loopgraaffragmenten (Stichgräben) aan. Vastgesteld is dat twee daarvan uitmonden in gevechtsposities (mitrailleurnesten). Bij de opgraving is ook een zogenaamde Koch-bunker aangetroffen, een verticaal ingegraven betonnen cilinder met een diameter van circa 1,4 m.
Koch-bunkers bestaan uit een betonnen cilinder die aan één of aan twee uiteinden open is, veelal met een ingang in de zijkant. Ze waren doorgaans voorzien van een betonnen dakelement of deksel. Dergelijke betonnen eenmansbunkers zijn vooral bekend uit het oostelijk deel van Nederland (Gelderland, Overijssel en Drenthe), waar ze vanaf najaar 1944 als betonnen schuttersputten of waarnemingsposities zijn opgenomen in
27
RAAP-RAPPORT 2877 - Tweede herziene versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Figuur 8. De herplaatste Koch-bunker aan oostzijde van de Oostelijke Randweg (oktober 2015).
Duitse verdedigingslinies. 29 De bij de opgraving ontdekte Koch-bunker had geen dakelement, maar tijdens het proefsleuvenonderzoek is tien meter oostelijker een dakelement aangetroffen. RAAP heeft voorgesteld om het deksel op de buis te plaatsen om deze weer compleet te maken en te herplaatsen. Dat is inmiddels gebeurd (figuur 8). Een tweede deksel is aangesneden tijdens het proefsleuvenonderzoek iets naar het oosten vlak bij het onderhavige bunkertje. Deze zit nog in de grond en zal mogelijk de originele bedekking van het bunkertje zijn. Overige vondsten Bij havezathe De Kelder is in 2006 tijdens werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van een gracht een daar aanwezige Koch-bunker uitgegraven en overgebracht naar de gemeentewerf. Het bunkertje was onderdeel van de verdedigingslinie rond Doetinchem. Het object is op 25 januari 2007 geplaatst voor het Achterhoeks Museum1940-1945 in Hengelo (Gld.; figuur 9). Bij rioleringswerkzaamheden in de Grotestraat en de Beekseweg te Wehl zijn in 2006 resten van een Nederlandse wegversperring aangetroffen. 30 De versperring bestond uit een constructie van gewapend beton van ca. 2,50 m breed en 1,50 m hoog. De betonplaat was voorzien van uitsparingen voor de plaatsing van stalen balken, zogenaamde asperges.