Bijlage 3 - Verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Doetinchem 2026.pdf
Tekst van het document
De professional draagt zorg voor het overleggen van een geldige VOG bij aanvang van de uit te voeren taken/werkzaamheden. Als daartoe aanleiding is, kan de gemeente of aanbieder een nieuwe VOG verlangen. De VOG mag in dat geval niet ouder zijn dan drie maanden en wordt tenminste elke 3 jaar opnieuw overlegd. 3. Bij inzet op grond van de Jeugdwet beschikt de professional over een registratie: a. bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd in het kwaliteitsregister jeugd; 25
b. op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in het BIG-register. c. op grond van een ander erkend kwaliteitsregister voor jeugdhulpverleners. 4. Het college kan bij Nadere regels voorwaarden stellen aan het verstrekken van een pgb aan een professional. 5.Ten aanzien van pgb bij hulp door professionals is het ''Kwaliteitskader Sociaal Domein Achterhoek kwaliteitseisen en toetsing'' en het ''Programma van eisen'', voortkomend uit de ZIN-contractering, van toepassing. Deze documenten zijn te downloaden via de website van Sociaal Domein Achterhoek.
26
6.4 Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk (informele hulp) 1. De persoon die hulp geeft, mag iemand uit het sociale netwerk van de cliënt zijn als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden: a. De ondersteuning door informele hulp leidt naar het oordeel van het Buurtplein tot betere of efficiëntere ondersteuning dan andere of professionele hulp, met het oog op de te bereiken resultaten. b. Het pgb-uurtarief voor huishoudelijke ondersteuning en begeleiding door iemand uit het sociaal netwerk is tenminste gebaseerd op het wettelijk minimumloon, inclusief vakantiebijslag. c. Deze persoon heeft naar het oordeel van het Buurtplein voldoende aantoonbaar gemaakt dat hij of zij door het geven van de hulp niet overbelast raakt en deze persoon heeft op geen enkele wijze druk uitgeoefend op de ontvanger van het pgb bij diens besluitvorming. Ook is deze persoon in staat om kwalitatief goede hulp te bieden en planmatig te werken. d. Degene uit het sociale netwerk - met uitzondering van de gezaghebbende ouders als het gaat om een minderjarige cliënt - beschikt over een VOG. 2 Indien een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad dan wel een huisgenoot van de budgethouder, of een andere persoon dan beschreven in artikel 6.3 ondersteuning biedt, is sprake van een informele aanbieder. 3.
Het college kan bij nadere regels voorwaarden stellen aan het verstrekken van een pgb aan een informele hulp. 4. Informele hulp mag geen taken omvatten waarvoor professionele kwalificaties wettelijk vereist zijn. Een overzicht hiervan is te vinden in het schema onder dit artikel. 5. Aanvullend op de wettelijke voorwaarden en weigeringsgronden geldt dat een pgb voor hulp vanuit het sociaal netwerk uitsluitend wordt toegekend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Bij begeleiding, behandeling, jeugdhulp, dagbesteding, verblijf en beschermd wonen moeten de mensen uit het sociale netwerk die het pgb inzetten deskundig en bekwaam zijn. Deze deskundigheid moet worden aangetoond met een relevante opleiding en/of aantoonbare werkervaring. Voor hulp bij het huishouden geldt dit deskundigheidsvereiste niet.
In bijzondere gevallen kan van het deskundigheidsvereiste worden afgeweken bij hulpverlening door personen uit het sociale netwerk aan een jeugdige, mits de inzet aantoonbaar in het belang is van het kind en dit voldoende wordt gemotiveerd Overzicht van voorbehouden taken en bijbehorende professionele eisen Taak / handeling Voorbehouden handelingen zoals injecteren, katheteriseren, wondverzorging bij diepe wonden,
Vereiste kwalificatie / registratie BIG-geregistreerde verpleegkundige of arts (met bevoegdheid voor de handeling)
Wettelijke basis Wet BIG, art. 36 Let op: deze kolom bevat handelingen die expliciet onder de Zorgverzekeringswet vallen. 27
toedienen van injecties of infusen, sonde inbrengen Medicatieverstrekking in risicovolle situaties (bijv. opiaten toedienen, i.v.medicatie)
Diagnostiek (bijv. stellen van medische diagnoses, psychodiagnostiek met beschermde methoden) Therapieën met beschermde titel zoals fysiotherapie, ergotherapie, logopedie, psychotherapie Jeugdhulp die in de wet aan geregistreerde professionals is voorbehouden (bijv. bepaalde vormen van behandeling in jeugdzorg)
Verpleegkundige of verzorgende IG met bekwaamheid
Arts, psychiater, gzpsycholoog, orthopedagooggeneralist (allen BIG- of SKJ-geregistreerd) BIG-geregistreerd in het desbetreffende beroep
SKJ-registratie (Jeugden gezinsprofessional)
Wet BIG / richtlijnen medicatieveiligheid Let op: deze kolom bevat handelingen die expliciet onder de Zorgverzekeringswet vallen. Wet BIG, Jeugdwet art. 1.1
Wet BIG, art. 3 Let op: deze kolom bevat handelingen die expliciet onder de Zorgverzekeringswet vallen. Jeugdwet, art. 1.1 en 1.3
6.5 Hoogte en tarief pgb (Wmo) 1. Het college stelt bij besluit maximale pgb-tarieven vast voor maatwerkvoorzieningen in de vorm van dienstverlening waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen dienstverlening door een professional en door een informele hulp. 2. Voor professionele hulp wordt de hoogte van het pgb als volgt vastgesteld: voor formele hulp vanuit de Wmo (Wonen, Wonen Gericht op Zelfstandigheid en begeleiding) hanteert de gemeente het geldende hulp in natura tarief, gebaseerd op het kostprijsmodel van Sociaal Domein Achterhoek (www.sociaaldomeinachterhoek.nl), verminderd met een percentage aan overheadskosten. Het percentage kan wisselen per product. Het pgb is toereikend voor de aanschaf van het product of dienst bij minimaal 1 aanbieder. Maatwerk is mogelijk. 3. De pgb-tarieven voor dienstverlening door informele hulp worden tenminste gebaseerd op het wettelijk minimumloon, inclusief vakantiebijslag. Indien de
28
budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het budget met die lasten verhoogd. 4. De hoogte van het pgb voor woningaanpassingen, hulpmiddelen en overige voorzieningen bedraagt in ieder geval niet meer dan het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende kosten en is toereikend voor het inkopen daarvan. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering. 5. Het college kan de hoogte van het pgb bepalen op basis van de offerte(s). Voor een woning- of autoaanpassing zijn dit twee offertes. 6. Het onderhoud en de kosten van verzekering, worden bepaald aan de hand van het tarief dat van toepassing is op het hulpmiddel. Het pgb voor onderhoud en verzekering wordt passend en toereikend geacht en wordt per jaar verstrekt: 1°. Voor de duur van tenminste 7 jaar, of; 2°. Tot het jaar waarin de pgb-houder overlijdt, of; 3°. Totdat de voorziening waarvoor een pgb is verstrekt technisch is afgeschreven, of; 4°. Totdat de voorziening waarvoor een pgb is verstrekt verloren is gegaan, of; 5°.
Totdat de voorziening waarvoor een pgb is verstrekt niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 7. De hoogte van een pgb voor een sportrolstoel wordt bepaald op basis van het programma van eisen voor de sportrolstoel en bedraagt niet meer dan het in het meest actuele Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Doetinchem vastgestelde maximum. Het pgb wordt verhoogd met de kosten van onderhoud. 8. Indien gebruik kan worden gemaakt van een hulpmiddel, geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, wordt de hoogte van het pgb hierop afgestemd. 9. De hoogte van een pgb voor een woningaanpassing en de eventueel daarmee samenhangende kosten van onderhoud, verzekering, keuring en reparatie zijn gelijk aan de tegenwaarde van het bedrag dat de gemeente heeft bedongen of zou hebben bedongen indien zij de woningaanpassing zelf zou hebben ingekocht. 10. Bij de berekening van een pgb voor het gebruik van de (eigen) auto wordt uitgegaan van 2.000 kilometer op jaarbasis. Voor wat betreft de kosten per kilometer worden de normen van het Nibud voor een compacte klasse auto gehanteerd. 6.6 Hoogte en tarief Pgb (Jeugdhulp) 1.
Het college stelt bij besluit maximale pgb-tarieven vast voor maatwerkvoorzieningen in de vorm van dienstverlening waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen dienstverlening door een professional en door een 29
informele hulp 2. Voor professionele hulp wordt de hoogte van het pgb als volgt vastgesteld: voor formele hulp vanuit de Jeugdwet hanteert de gemeente het geldende hulp in natura tarief, gebaseerd op het kostprijsmodel van Sociaal Domein Achterhoek (www.sociaaldomeinachterhoek.nl), verminderd met een percentage aan overheadskosten. Het percentage kan wisselen per product. Het pgb is toereikend voor de aanschaf van de voorziening bij minimaal 1 aanbieder. Maatwerk is mogelijk. 3. De pgb-tarieven voor dienstverlening door informele hulp worden tenminste gebaseerd op het wettelijk minimumloon, inclusief vakantiebijslag. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het budget met die lasten verhoogd. 4. De hoogte van een pgb is toereikend om op tijd veilige, doeltreffende en kwalitatief goede ondersteuning van derden te betrekken. 5. De hoogte van een pgb voor jeugdhulp: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld plan, waar in ieder geval uiteen is gezet: 1°. welke jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, en 2°. indien van toepassing, voor welke hiervan de jeugdige of zijn ouders een persoon die behoort tot het sociale netwerk willen betrekken; b. wordt berekend op basis van een tarief of prijs: 1°.
waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb de jeugdige of zijn ouders in staat stelt tijdig kwalitatief goede jeugdhulp van derden te betrekken; en 2°. waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in het vijfde lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de jeugdige of zijn ouders de mogelijkheid heeft om de betreffende jeugdhulp te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. 6. Bij de berekening van een pgb voor het gebruik van de (eigen) auto wordt uitgegaan van maximaal 2.000 kilometer op jaarbasis. Wat betreft de kosten per kilometer worden de normen van het Nibud voor een compacte klasse auto gehanteerd. 6.7 Verantwoording Pgb 1. Het college kan de cliënt vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de cliënt heeft gehad. 2. Als een cliënt een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is/voor het product dat feitelijk is geleverd. 6.8 Opschorten Pgb 1. Het Buurtplein kan aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan het Buurtplein doen als: a. de cliënt onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het 30
verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van het Buurtplein; b. de cliënt niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen; of c. de cliënt het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt. 6.9 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen Buurtplein kan in overeenstemming met het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de Wmo, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. 6.10 Bijdrage algemene en individuele voorzieningen (Wmo) 1. De cliënt die aanspraak heeft op de Algemene voorziening Schoonmaakhulp betaalt een bijdrage in de kosten van Wmo-hulp. Let op: Tot en met 31 december 2025 kunnen inwoners instromen in de algemene voorziening ‘Schoonmaakhulp’. Vanaf 1 januari 2026 is deze mogelijkheid er niet meer. Zie tevens artikel 3.3 lid 4 van deze verordening. Een cliënt is een abonnementstarief verschuldigd tot aan ten hoogste het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en Jeugdhulp. Er kan maximaal 130 uur op jaarbasis tegen genoemd abonnementstarief worden ingekocht.
Er is geen bijdrage verschuldigd voor niet AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens. 2. Ten aanzien van individuele Wmo-voorzieningen geldt het abonnementstarief. Hiervoor is aangesloten bij het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 3. In afwijking van het eerste lid is een bijdrage in de vorm van een abonnementstarief niet van toepassing op collectief vervoer (ZOOV op Maat). De cliënt betaalt een ritbijdrage afgeleid van het openbaarvervoerstarief voor collectief vraagafhankelijk vervoer. De hoogte hiervan is opgenomen in het meest actuele Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Doetinchem. 4. Er is geen bijdrage in de vorm van een abonnementstarief verschuldigd in geval van niet AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens. 5. Er is geen bijdrage in de vorm van een abonnementstarief van toepassing op beschermd wonen (inclusief woonkosten) en opvang. De hoogte van de bijdrage in de kosten voor beschermd wonen en opvang is afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot overeenkomstig hoofdstuk van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 6. De kostprijs van een: a. Maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie van de aanbieders, na het raadplegen van de aanbieders of door de aanbieder zelf; b. Pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 7.
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4a, zevende lid, van de Wmo, wordt de bijdrage in de kosten voor opvang door de aanbieder die de opvang biedt geïnd. 8. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag 31
uitoefent over een cliënt. 6.11 Mantelzorg- en vrijwilligerswaardering 1. Mantelzorgers van cliënten in de gemeente kunnen door middel van een melding bij Buurtplein voor het ontvangen van een jaarlijkse blijk van waardering in aanmerking worden gebracht. Registratie voor bij de mantelzorgcentrale is hiervoor vereist. Vrijwilligers kunnen zich hiervoor melden bij de Vrijwilligerscentrale Doetinchem, onderdeel van Buurtplein. 2. De mantelzorgwaardering heeft de volgende vorm: a. een jaarlijkse blijk van waardering in natura. b. een uitnodiging voor de Dag van de mantelzorger. 3. De vrijwilligerswaardering heeft de volgende vorm: a. een jaarlijkse blijk van waardering in natura. b. een uitnodiging voor de jaarlijkse activiteit in het kader van de Nationale dag van de vrijwilliger. 3. De gemeente kan nadere regels stellen over op welke wijze zorg wordt gedragen voor de jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers en vrijwilligers in de gemeente.
32
Hoofdstuk 7 – Nakomen van afspraken Als een cliënt hulp of ondersteuning ontvangt op grond van de Wmo of de Jeugdwet, wordt in de beschikking aangegeven welke afspraken er gelden. Het is belangrijk dat deze afspraken voor iedereen duidelijk zijn. Als de cliënt niet voldoet aan de gemaakte afspraken, heeft het college een aantal juridische bevoegdheden om de hulp/ondersteuning al dan niet op te schorten of te beëindigen. In bepaalde situaties kan een voorziening of een geldbedrag ook worden teruggevorderd. Het college is ook verantwoordelijk voor het voorkomen van fraude en stelt hiervoor een toezichthouder aan. 7.1 Voorkomen van fraude en toezichthouder 1. Het college stelt alles in het werk om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert het college cliënten op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. 2. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan. Het college kan daarvoor gebruik maken van de handhavingsbevoegdheden die haar op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn gegeven.
Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt het college ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals de bescherming van privacy, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk is toegestaan. 3. De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening, ook pgb’s, te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 4. Het college wijst een of meerdere toezichthouders aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van een rechtmatige uitvoering van zowel de Wmo als de Jeugdwet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van de wet. 5. Het college kan nadere regels stellen ter bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een pgb alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. 7.2 Herzien /intrekken voorziening 1. Een cliënt, of zijn ouders, doet op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan Buurtplein mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 2. Een beslissing tot toekenning van Wmo-ondersteuning of Jeugdhulp kan worden herzien of ingetrokken als: a. de voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet langer passend of nodig is; b.
de cliënt zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening of het pgb zijn verbonden en staan vermeld in de beschikking; c. de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de cliënt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; d. Buurtplein niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de cliënt onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het 33
recht op de voorziening; e. de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; f. de cliënt niet binnen zes maanden gebruik heeft gemaakt van de voorziening, tenzij hem dat niet te verwijten is. 3. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet of voor een ander doel is aangewend dan waarvoor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 4. De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). 5. Tevens is bij uitvoering van dit beleid het zorgbeëindigingsprotocol van toepassing. Dit protocol is te downloaden via de website van Sociaal Domein Achterhoek. 7.3 Terugvorderen voorziening 1. Het college kan de geldwaarde van een voorziening of het pgb terugvorderen als sprake is van opzet aan de kant van de cliënt en dit de reden is voor het intrekken van de voorziening, zie artikel 7.2, lid 2, onder c, van deze verordening. 2. Het college handelt in deze gevallen conform artikel 2.4.1 van de Wmo of artikel 8.1.4 van de Jeugdwet.
34
Hoofdstuk 8 – Kwaliteit De diensten, hulp en hulpmiddelen die op grond van de Wmo en Jeugdwet worden geleverd, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten en hulp moeten aansluiten bij de behoefte van de cliënt. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de cliënt. Tevens is bij uitvoering van dit beleid het ‘Kwaliteitskader Sociaal Domein Achterhoek kwaliteitseisen en toetsing’ van toepassing. 8.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van (mantel)zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; en d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. 2.
Het college kan bij nadere regels bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid en het kunnen overleggen van een verklaring omtrent het gedrag van beroepskrachten daaronder begrepen. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. 4. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning. 8.2 Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden (Wmo) 1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet en het aangaan van een overeenkomst met derde of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: 1° een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en 2° de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a.
overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen van deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt 35
en de betrokken hulpverleners. 3. Het college baseert de vaste of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. De kosten van de beroepskracht; b. Redelijke overheadkosten; c. Kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. Reis- en opleidingskosten; e. Indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f. Overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 4. Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. 5. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat. Artikel 8.3 – Verhouding prijs en kwaliteit bij door derden geleverde jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering 1. In het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding baseert het college de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering op ten minste de volgende kostprijselementen: a. cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden kosten van beroepskrachten; b.
cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; c. overheadkosten, inclusief een redelijke toeslag; d. kosten voor indexering; e. kosten voor bijscholing van het personeel; f. een reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; g. de aard en omvang van de te verrichten taken; h. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie. 2.Ter voorbereiding van de aanbesteding voor jeugdhulp en Wmo/wonen laat het college voorafgaand een onafhankelijke kostprijsanalyse uitvoeren. 3. Voor jeugdbescherming en jeugdreclassering hanteert het college de landelijk vastgestelde tarieven. 4. Voor de Essentiële Functies hanteert het college het intensiteitenmodel. Dit objectieve tariefmodel maakt het mogelijk om voor groepen met een verschillende begeleidingsintensiteit een verschillend tarief te hanteren. Het model werkt met genormeerde kostprijselementen en stelt aanbieders in staat kostendekkend te werken. 5. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de kwaliteit van de door derden te leveren jeugdhulp,
36
Hoofdstuk 9 – Klachten, medezeggenschap en inwonerparticipatie Als cliënten klachten ervaren bij de uitvoering van de maatschappelijke ondersteuning of de jeugdhulp, is het mogelijk om klachten in te dienen. In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke manier zij hun klachten kenbaar kunnen maken. Het beleid dat het college maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is ook vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. 9.1 Klachtregeling, calamiteiten en geweld 1. Het college behandelt klachten van cliënten of ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening, overeenkomstig de intern vastgestelde klachtenregelingen. 2. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 3. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening of hulp onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. 4.
De toezichthoudend ambtenaar doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld en over de eventueel te ondernemen acties naar aanleiding van calamiteiten en geweldsincidenten. Artikel 9.2 Medezeggenschap bij aanbieders 1. Aanbieders beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel 9.3 Betrekken van inwoners bij het beleid 1. Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 2. Het college zorgt ervoor dat inwoners kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en draagt 37
er zorg voor dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. 3. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van het eerste en tweede lid.
Hoofdstuk 10 – Slotbepalingen In dit laatste hoofdstuk zijn de slotbepalingen opgenomen. Aangegeven wordt welke verordeningen worden vervangen en wanneer onderhavige verordening ingaat. In dit hoofdstuk is ook de hardheidsclausule opgenomen. Dit artikel regelt dat kan worden afgeweken van de verordening als dat echt nodig is. 10.1 Evaluatie beleid 1.Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt minstens eenmaal per vier jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens vier jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid in de praktijk. 2. Het college houdt zich daarbij aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). 3. De gemeenteraad bespreekt een verslag van dit onderzoek en past de verordening aan als dat nodig is. 10.2 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) 1. Het college of Buurtplein kan in specifieke situaties en/of bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van bepalingen in deze verordening, als de normale regels nadelig of onredelijk zijn voor de cliënt. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk als de doelen van de Wmo of de Jeugdwet of de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels juist niet worden gehaald. 2. In gevallen de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.
10.3 Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht 1.De Verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Doetinchem 2024 wordt ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat. 2. Een cliënt houdt recht op een geldende indicatie verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Doetinchem 2024 tot afloop van de indicatieduur of tot de cliënt een nieuwe overeenkomst met het college aangaat. 3. Aanvragen die zijn ingediend voordat deze verordening in werking is getreden en waarop nog niet is beslist, worden afgehandeld krachtens deze verordening. 4. Op bezwaarschriften tegen een besluit dat op grond van de Verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Doetinchem 2024 genomen is, wordt beslist op basis van de Verordening Maatschappelijke ondersteuning en 38
Jeugdhulp Doetinchem 2026, in hoeverre de belanghebbende hierdoor niet materieel wordt benadeeld. 10.4 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Doetinchem 2026. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 18 december 2025,
voorzitter
griffier
39