CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028.pdf

gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 8.8: Eerste begrotingswijziging 2024, begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 GR Laborijn24.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hoe de doelstelling te bereiken?

De genoemde doelstellingen in 3.1 worden in hoofdlijnen als volgt bereikt: •

•

• •

•

•

•

met behulp van screening krijgen we direct vanaf het moment van melden, een helder beeld van de inwoner. Dit vertalen we naar een passend traject, welke we vastleggen in een plan van aanpak. Met behulp van ons aanbod (waaronder ons eigen diagnose centrum Labowijzer, trainingen, werkervarings- en participatieplaatsen) krijgen en houden we zicht op en monitoren we de ontwikkeling van onze inwoners. Tijdens periodieke evaluatiemomenten bespreken we samen met de inwoner de ontwikkeling en de behoeften van de inwoner. Daarin komen uiteraard ook de actuele omstandigheden van de inwoner aan bod we houden de ontwikkelingen en behoeften op de arbeidsmarkt nauwlettend in de gaten. We gebruiken deze informatie om passende programma's te ontwikkelen. Voor de inwoners is het belangrijk om een goede aansluiting te hebben op de behoeften op de arbeidsmarkt. Voor de werkgevers is het belangrijk om aan de behoeften van de inwoners, hun (toekomstige) werknemers te kunnen voldoen, zodat zij dit arbeidspotentieel duurzaam kunnen en gaan benutten we werken integraal. Professionals werken vanuit verschillende functies/rollen en specifieke expertise samen rondom de ontwikkeling van de inwoner met onze infrastructuur (de laagdrempelige, veilige omgeving bij Laborijn) bieden we inwoners de mogelijkheid om te werken aan kleine ontwikkelstappen.

Kleinere stappen zijn vaak nodig en vaak minder makkelijk te realiseren bij reguliere werkgevers. Met de infrastructuur bedoelen we ook ons diverse aanbod van werk, de productie-flexibiliteit, onze kennis van ontwikkelen op de werkvloer en een divers aanbod van didactische en activerende werkvormen om goed en direct aan te sluiten bij anderstalige inwoners zetten we cultuurvertalers in. Met deze persoonlijke aanpak zijn we in staat de inwoners beter te begrijpen in woord en cultuur en kunnen we ze sneller en adequater ondersteunen bij hun inburgering, ontwikkeling en bij de arbeidsmarkttoeleiding om de nieuwe Wet inburgering van een goede jobcoaching te voorzien, investeren we in cultuur jobcoaching. Op deze manier ondersteunen we de jobcoaches om de cultuur van de inwoner te begrijpen en zo sneller en beter te kunnen faciliteren voor een duurzame plek op de arbeidsmarkt door te investeren in een eigen taaltrainer zijn we in staat snel en effectief te schakelen naar de behoeften van de inwoner gericht op de ontwikkeling van de taal 21

•

voor arbeidstoeleiding en arbeidsmatching maken we gebruik van diverse technische innovaties. We maken bijvoorbeeld gebruik van ‘vertaaloortjes’, VR-brillen en hand scanners voor de logistiek. Daarnaast zijn we bijvoorbeeld actieve deelnemer in de pilot Verbetering Uitwisseling Matchingsgegevens, waarbij in de keten wordt gekeken naar verbeteringsmogelijkheden in de aansluiting van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt we intensiveren onze specifieke werkgeversdienstverlening om nog beter de aansluiting te maken op de behoeften van de arbeidsmarkt in het algemeen en de behoeften van de werkgevers in het bijzonder in samenwerking met werkgevers en ook de arbeidsmarktregio, gemeenten, overige (keten)partners en scholen werken we actief aan een branche gerichte benadering. Hiervoor zijn en worden onder andere de leer-/werklijnen doorontwikkeld en/of uitgebreid met nieuwe werk-/leerlijnen.

In de werk- leerlijnen worden vervolgens erkende praktijk certificaten afgegeven aan inwoners om de duurzaamheid van werkplekken bij externe werkgevers te waarborgen investeren wij in het optimaal ondersteunen en begeleiden op het gebied van jobcoaching zo lang als dit nodig is als partner van het WSPA blijven wij investeren in het stimuleren van werkgevers om invulling te (blijven) geven aan inclusief werkgeverschap en adviseren en ondersteunen hen bij het realiseren van deze belangrijke maatschappelijke werkgeversopgave we zoeken verbinding met deskundigen en specialisten om individuele problemen op te lossen, ook over organisatiegrenzen heen. Samen met (keten)partners onderzoeken we mogelijkheden en kansen rondom het vereenvoudigen van het wisselen tussen de verschillende fasen in de participatieketen. Daarmee blijven we investeren in het verder verbeteren, verdiepen, versterken en uitbreiden van onze goede samenwerkingsrelaties in het brede sociaal domein

• •

• • •

3.3

Inhoudelijke besparingsmaatregelen

Vanwege de financiële situatie van onze deelnemende gemeenten is er voor twee specifieke inhoudelijke besparingsmaatregelen gekozen met effect op het programma Mensontwikkeling. Deze twee maatregelen staan in deze paragraaf beschreven. 3.3.1 Afbouwen jobcoaching na plaatsing met loonkostensubsidie bij reguliere werkgever Op dit moment (maart 2024) bieden we alle 322 inwoners die met loonkostensubsidie (LKS) werkzaam zijn bij reguliere werkgevers jobcoaching vanuit Laborijn. Ongeveer 1/3 deel van deze inwoners bevindt zich in het eerste jaar na plaatsing. Ongeveer 2/3 deel van deze inwoners werkt inmiddels langer met LKS bij de externe werkgever waarbij zij jobcoaching vanuit Laborijn blijft ontvangen. We (voor)zien, net als het Rijk, dat het aantal inwoners dat met LKS werkzaam is bij een reguliere werkgever de komende jaren zal toenemen. Voor zowel de inwoner als de werkgever is LKS in combinatie met jobcoaching een belangrijk onderdeel van ons instrumentarium. Het loont om te investeren in mensen met een arbeidsbeperking, zo blijkt uit een maatschappelijke kosten-batenanalyse5 (MKBA) die Cedris en Divosa hebben laten uitvoeren. Wat er nodig is aan begeleiding verschilt echter per persoon. Er worden beleidskaders ontwikkeld om jobcoaching efficiënt in te zetten.

In plaats van het structureel aanbieden van jobcoaching zal na plaatsing bij een werkgever de begeleiding vanuit Laborijn geleidelijk worden afgebouwd. De gemiddelde duur van begeleiding is anderhalf jaar na plaatsing, waarbij er ruimte blijft om maatwerk te bieden. Het adagium hier is: wat is er nodig voor deze inwoner op deze werkplek bij deze werkgever (en wat ook niet)? Werkgevers krijgen hierdoor een grotere rol als het gaat om de doorontwikkeling van deze werknemers met een verminderde loonwaarde en het benutten van arbeidspotentieel. Vanuit 5

https://cedris.nl/nieuws/loonkostensubsidie-verdient-zich-dubbel-en-dwars-terug/ 22

Laborijn zal er meer worden ingezet op het faciliteren van werkgevers om de begeleiding, na afloop van jobcoaching door Laborijn, zelf over te nemen. Per werkgever wordt er gekeken wat nodig is en zo hopen we de kans op uitval en terugstroom naar de bijstandsuitkering te beperken. 3.3.2 Anders en minder intensief ondersteunen van een deel van onze inwoners bij ontwikkeling Tot op heden hadden alle inwoners met een Participatiewet-uitkering een actief traject en aanbod om ontwikkeling mogelijk te maken. Vanaf 2025 hebben inwoners nog steeds een actief traject, maar als gevolg van financieel inhoudelijke keuzes zal dit niet meer voor alle inwoners gericht zijn op ontwikkeling. Bij het bepalen van welke inwoners we ‘anders en minder intensief gaan ondersteunen’ kijken we naar de combinatie van de trede op de participatieladder, de uitkeringsduur en de leeftijd van de inwoner. Over het algemeen genomen betreft het inwoners die langer dan 8 jaar bijstandsondersteuning ontvangen (gelet op de gemiddelde bijstandsduur van 6-7 jaar) en/of geïsoleerd leven (trede 1 participatieladder). Hierbij maken we een uitzondering voor jongeren in de leeftijd jonger dan 27 jaar. Deze inwoners worden door Laborijn actief verwezen naar het voorliggend aanbod van andere partijen in het sociaal domein. Laborijn draagt zorg voor een warme overdracht naar deze samenwerkingspartijen.

Voor deze inwoners zal Laborijn niet meer de rol van voortrekker in de samenwerking van alle partijen rondom de ontwikkeling van deze inwoners vervullen. Wij zullen deze samenwerking vanuit integraliteit uiteraard wel blijven stimuleren. Daarbij blijft het onze taak om deze groep inwoners vanuit onze inkomensdienstverlening in contact te brengen met omringende samenwerkingspartijen in het sociaal domein (denk aan Buurtplein, Stadskamer, Figulus, etc.). Laborijn geeft graag invulling aan haar nadrukkelijke wens en inhoudelijke ambitie om voor alle doelgroepen die dit nodig hebben een integrale bijdrage te leveren met inzet van de voor de inwoner gewenste of benodigde (combinatie van) beschikbare functionaliteiten. Aanvullend aan de hierboven beschreven besparingsmaatregelen van ‘het anders en minder bedienen’ van een deel van ons inwoners kan, als gevolg van het beperkte reintegratiebudget, in zijn algemeenheid voor alle inwoners niet meer de meest gewenste of benodigde (combinatie van) beschikbare functionaliteiten worden ingezet. Er zullen binnen het beschikbare financiële kader keuzes moeten worden gemaakt die beperken in het leveren van een integrale bijdrage aan alle doelgroepen die dit nodig hebben.

Gezien de beperkte omvang van de re-integratiemiddelen betekent dit ook dat we, als de toekenning van Beschut werk de best passende plek voor de inwoner blijkt te zijn, deze plek alleen nog kunnen bieden indien hiervoor nog ruimte is binnen de taakstelling nieuw beschut én dit past binnen het beschikbare financiële kader.

3.4

De raming van baten en lasten

In de tabel op de volgende pagina zijn de totale baten en lasten van het programma Mensontwikkeling samengevat.

23

Program m a Mensontw ikkeling

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Baten Arbeidstoeleiding loonkostensubsidie Arbeidstoeleiding omzet Bijdrage gemeenten re-integratiemiddelen Bijdrage gemeenten directe salariskosten

658.259 225.094 3.114.443 1.743.824

672.965 229.740 3.229.658 1.743.244

688.014 234.495 3.300.711 1.801.281

703.413 239.360 3.383.229 1.868.014

Totaal baten

5.741.619

5.875.607

6.024.500

6.194.017

Lasten Ontw ikkeling Inw oners Nieuw e inw oners Integrale samenw erking Arbeidstoeleiding Hulpmiddelen en vergoedingen Interne klantondersteuning

253.402 578.755 126.318 1.601.825 179.900 1.892.839

260.244 594.382 129.728 1.658.578 184.757 1.943.946

266.750 609.241 132.971 1.709.704 189.376 1.992.544

273.419 624.473 136.296 1.757.963 194.111 2.042.358

Directe salariskosten

1.743.824

1.743.244

1.801.281

1.868.014

Totaal lasten

6.376.862

6.514.879

6.701.868

6.896.632

Saldo baten en lasten Mutatie bestem m ingsreserve Toevoeging Onttrekking Mutatie algem ene reserve Toevoeging Onttrekking

-635.243

-639.272

-677.367

-702.616

635.243

639.272

36.561

-

-

-

-

-

-

-

-640.806

-702.616

Resultaat

Er resteert een tekort op de middelen voor re-integratie. In 2025 en 2026 kan het tekort worden opgevangen met onttrekking uit de bestemmingsreserve re-integratiemiddelen. Vanaf het jaar 2027 is deze bestemmingsreserve uitgeput en resteert een tekort van circa 7 ton structureel.

3.5

Beleidsindicatoren

Volgens het BBV nemen we de volgende verplichte beleidsindicatoren op. Lopende re-integratievoorzieningen per 10.000 inwoners* Gemeente Aalten: 119 (11,9 per 1.000 inwoners Gemeente Doetinchem: 166 (16,6 per 1.000 inwoners) Heel Nederland: 123 (12,3 per 1.000 inwoners Bron: waarstaatjegemeente.nl, peildatum tweede kwartaal 2023 (CBS GMSD, Wmo) *Deze indicator toont het aantal inwoners dat gebruik maakt van een re-integratievoorziening op basis van de Participatiewet. Een re-integratievoorziening is een voorzienig die door een gemeente wordt ingezet, nadat de gemeente heeft vastgesteld dat een cliënt een belemmering heeft die directe arbeidsinschakeling bemoeilijkt (er is een afstand tot de arbeidsmarkt). De voorziening is erop gericht de afstand tot de arbeidsmarkt van een cliënt te verkleinen, waarbij het doel op de lange termijn altijd arbeidsinschakeling is. Het is niet relevant of een voorziening door de gemeente zelf wordt uitgevoerd of dat deze door de gemeente wordt ingekocht. Er zijn diverse typen re-integratievoorzieningen: tijdelijke loonkostensubsidie, WIW/ID-baan, participatieplaats, loonkostensubsidie, (Participatiewet), beschut werk, begeleiding op werkkring/jobcoach, vervoersvoorziening (woon-werk), andere voorziening voor arbeidsbeperking en overige voorzieningen.

24

4. Programma Inburgering 4.1

Doelstelling

Binnen dit programma biedt Laborijn inwoners die onder Wet inburgering 2021 vallen een inburgeringsaanbod op maat. Het uitgangspunt daarbij is dat inwoners zo snel mogelijk volwaardig mee kunnen doen. Om dit bereiken heeft Laborijn een systeem ontwikkeld waar het bieden van taalonderwijs binnen de leerroute vanaf de start wordt gecombineerd met een participatietraject op maat. Een optimale combinatie van taalonderwijs en een goede opbouw van verschillende participatieactiviteiten is noodzakelijk om bij inwoners een goede basis te leggen naar zelfredzaamheid. Hierbij moet de kanttekening worden gemaakt dat, gezien de grote verscheidenheid aan achtergronden in deze doelgroep, zelfredzaamheid voor iedereen een andere betekenis heeft. Om iedere inwoner maximaal te faciliteren in de ontwikkeling heeft Laborijn een modulair systeem voor de participatie-activiteiten ontwikkeld. Iedere module kent specifieke leerdoelen. De eerste modules zijn zeer laagdrempelig en worden ook intern bij Laborijn aangeboden. Vervolgens worden de modules zorgvuldig verder opgebouwd naar modules die inwoners bijvoorbeeld ondersteunen bij het verkennen van de Nederlandse arbeidsmarkt en het vinden van werk. Iedere module kent intensieve begeleiding van een op die module gespecialiseerde professionele trainer. Laborijn maakt in haar dienstverlening gebruik van cultuurvertalers.

Cultuurvertalers zijn medewerkers met een migratieachtergrond die beschikken over ervaringsdeskundigheid en gezamenlijk een grote hoeveelheid cultuur- en taalkennis beschikken. De cultuurvertalers worden gedurende het gehele inburgertraject op allerlei verschillende onderdelen ingezet. Hiermee worden zij de ''vaste gezichten'' van de inwoners en op deze wijze wordt tevens geborgd dat de gegeven informatie goed overkomt. Het blijkt in de praktijk dat het inzetten van cultuurvertalers vertrouwen biedt bij inwoners en helpt om de culturele verschillen sneller en beter te overbruggen. In de begroting 2025 van Laborijn is rekening gehouden met de ambitie zoals weergegeven in de Kadernota 2025 - 2028, waarbij we voor wat betreft het programma Inburgering ook een inhoudelijke concessie in de dienstverlening hebben gedaan om de gemeentelijke bijdragen niet verder te laten stijgen dan strikt noodzakelijk en de uitvoeringskosten te beheersen. Voor het programma Inburgering zijn de volgende kwalitatieve doelstellingen bepaald: • • • • • • •

de brede intake en het afronden van het Plan Inburgering en Participatie (PIP) wordt binnen de wettelijke termijn uitgevoerd gedurende het inburgeringstraject is er persoonlijk contact met de inwoners en wordt er aangesloten bij de culturele achtergrond van de inwoner om culturele verschillen waar nodig te overbruggen iedere statushouder volgt, in beginsel, een duaal traject (taal- en participatietraject), waarbij het hoogst haalbare voor zowel de leerroute als het participatietraject het uitgangspunt is het participatietraject bestaat uit een modulair opgebouwd systeem welke achtereenvolgens kunnen worden doorlopen, maar ook afzonderlijk worden gevolgd om per inwoner maatwerk te leveren verplichte onderdelen van de inburgering zoals het participatieverklaringstraject (PVT) en de module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) worden geïntegreerd in het modulaire systeem en worden pas aangeboden als de inwoner er klaar voor is iedere asielstatushouder krijgt gedurende een periode van zes maanden maatschappelijke begeleiding iedere asielstatushouder krijgt gedurende de eerste zes maanden financiële ontzorging 25

• • • • •

4.2

er is structureel (en laagdrempelig) contact met de inwoner en volgen de wettelijke normen ten aanzien van de voortgangsgesprekken per jaar per inwoner als inwoners de gewenste ontwikkeling hebben doorgemaakt in de specifieke dienstverlenging van inburgering wordt er zoveel mogelijk aangesloten bij het programma van mensontwikkeling de inzet is om jongeren vanuit Inburgering zo veel mogelijk te laten doorstromen naar regulier Nederlands onderwijs gezinsmigranten ontvangen de dienstverlening zoals deze is ingericht voor asielstatushouders (in tegenstelling tot hetgeen wettelijk verplicht is) om hen op lange termijn zelfredzaam te maken inburgering wordt uitgevoerd binnen de wettelijke inburgertermijn van 3 jaar

Hoe de doelstelling te bereiken?

De genoemde doelstellingen in 4.1 worden in hoofdlijnen als volgt bereikt: • • • • • • • •

•

de brede intake wordt gepland op het moment dat de inwoner woonachtig is in de gemeente de culturele verschillen worden overbrugd middels de inzet van cultuurvertalers die de moedertaal van de inwoners spreken en over ervaringsdeskundigheid beschikken. door de ontwikkeling van het modulaire systeem kunnen inwoners parallel aan de leerroute een volledig participatietraject op maat worden geboden de verplichte onderdelen van de inburgering zijn geïntegreerd in het modulaire systeem en kunnen desgewenst worden aangeboden indien uit de voortgangsgesprekken blijkt dat de inwoner klaar is om deze informatie te ontvangen Laborijn heeft een samenwerking met Figulus Welzijn (Aalten) en Vluchtelingenwerk (Doetinchem) voor de maatschappelijke begeleiding Laborijn heeft een samenwerking met BvFO voor de financiële ontzorging en volgt ten aanzien van dit onderwerp de landelijke ontwikkelingen nauwgezet door een integrale samenwerking en goede aansluiting kunnen inwoners na of tijdens de specifieke dienstverlening van inburgering gebruik maken van het programma mensontwikkeling Laborijn werkt intensief samen met aanbieders van zowel inburgeronderwijs als regulier onderwijs. Daarbij wordt optimaal ingezet op het laten doorstromen van jongeren naar regulier Nederlands onderwijs en het bieden van extra modules (zoals alfabetisering) voor inwoners die dat nodig hebben.

Ook wordt ingezet op het ontwikkelen van nieuwe innovatieve programma's waarin regulier onderwijs en inburgering worden gecombineerd de voorgang van de inburgering wordt gemonitord middels data-analyse en daarmee wordt de wettelijke termijn van drie jaar maximaal geborgd

Wij verwachten de volgende aantallen inwoners te bedienen onder de Wet inburgering: Verwachte ontwikkeling aantal inwoners Wet inburgering Stand 1-1 Instroom Uitstroom Stand 31-12

2025

2026 403 119 -81 441

2027 441 239 -133 547

2028 547 170 -89 628

628 187 -119 696

De raming van het aantal klanten voor de Wet inburgering is erg onzeker. Het Rijk publiceert de taakstelling van het aantal asielstatushouders slechts een half jaar vooruit. Er zijn geen landelijke ramingen bekend van het aantal inburgeraars voor de middellange en lange termijn. Wij ramen zelf de te verwachte aantallen op basis van de realisatie ultimo 2023 en onze verwachting voor de toekomst.

26

4.3

Inhoudelijke besparingsmaatregel

Vanwege de financiële situatie van onze deelnemende gemeenten is er ook voor een inhoudelijke besparingsmaatregel met effect op onze inburgeringsdienstverlening gekozen. Deze maatregel staat in deze paragraaf beschreven. 4.3.1 Inburgering versoberen naar het wettelijk minimum kader voor gezinsmigranten Deze maatregel houdt in dat we onze inburgeringsdienstverlening voor gezinsmigranten gaan versoberen tot het wettelijk minimum. Gemeenten hebben een beperktere rol bij de inburgering van gezinsmigranten, dan bij asielstatushouders. De redenering van het Rijk is dat de startpositie van gezinsmigranten in Nederland wezenlijk anders is dan die van asielstatushouders. Voor gezinsmigranten geldt dat zij de weloverwogen keuze hebben gemaakt om naar Nederland te verhuizen om zich te vestigen bij hun referent. Zij hebben zich voorbereid op hun komst en verplichtingen in Nederland. De groep gezinsmigranten is niettemin heel divers, naar bijvoorbeeld opleidingsniveau en werkervaring. Wel kunnen zij vaak beschikken over het netwerk van de partner die al geworteld is in de Nederlandse samenleving en die over een (voldoende hoog) inkomen beschikt. Ondanks hun andere startpositie, vindt de overheid het wel belangrijk dat gezinsmigranten gedurende hun inburgeringstraject steun en begeleiding krijgen.

Laborijn zal zich beperken tot het uitvoeren van taken waarvoor zij wettelijk verantwoordelijk is. Dit omvat het aanbieden van een Participatieverklaringstraject, de Module Arbeidsmarkt en Participatie, evenals begeleiding bij de inburgering. De begeleiding bestaat uit het afnemen van een uitgebreide intake (inclusief leerbaarheidstoets), het opstellen van het Plan Inburgering en Participatie en het voeren van voortgangsgesprekken. Gezinsmigranten krijgen geen aanbod voor maatschappelijke begeleiding en ook de financiële ontzorging geldt niet voor gezinsmigranten. Van de referent wordt verwacht dat hij of zij de gezinsmigrant ondersteunt bij het wegwijs worden in Nederland. Tot het moment van de totstandkoming van deze begroting biedt Laborijn extra ondersteuning aan gezinsmigranten. Zo worden zij begeleid naar werk en worden er extra participatietrajecten aangeboden aan kwetsbare gezinsmigranten. Als gevolg van de voorgenomen maatregel zal het proces strakker en efficiënter worden ingericht, met focus op het essentiële en het minimaal noodzakelijke. Het effect op de dienstverlening voor gezinsmigranten is dat deze merkbaar vermindert.

27

4.4

De raming van baten en lasten

Program m a Inburgering

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Baten Bijdrage gemeenten spuk inburgering Bijdrage gemeenten spuk onderw ijsroute

1.790.000 75.000

1.790.000 75.000

1.790.000 75.000

1.790.000 75.000

Bijdrage gemeenten directe salariskosten

693.697

827.280

999.153

1.147.427

2.558.697

2.692.280

2.864.153

3.012.427

Lasten Leerroutes Maatschappelijke begeleiding Onderw ijsroute

800.000 425.000 75.000

1.000.000 500.000 75.000

1.200.000 575.000 75.000

1.400.000 650.000 75.000

Directe salariskosten

693.697

827.280

999.153

1.147.427

1.993.697

2.402.280

2.849.153

3.272.427

565.000

290.000

15.000

-260.000

-565.000 -

-290.000 -

-30.000 15.000

260.000

-

-

-

-

-

-

-

-

Totaal baten

Totaal lasten Saldo baten en lasten Mutatie bestem m ingsreserve Toevoeging Onttrekking Mutatie algem ene reserve Toevoeging Onttrekking Resultaat

De specifieke uitkering inburgering die per jaar wordt ontvangen, wordt gedeeltelijk pas uitgegeven in de jaren erna. Het overschot van een jaar zal worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve ter besteding in volgende jaren. Doordat we nog weinig ervaring hebben met deze nieuwe wet, is het verloop van de geldstromen nog lastig in te schatten.

28

5. Programma Wsw 5.1

Doelstelling

Voor onze Wsw-medewerkers bieden wij de juiste werkplek en passen we het werk aan de mogelijkheden van het individu aan. Dit doen we zowel intern, maar bij voorkeur - indien mogelijk - bij externe werkgevers. Wij geloven in werk en geloven in de mogelijkheden van mensen. Het programma Wsw heeft als doel het vormgeven van goed werkgeverschap, het bieden van ontwikkeling en begeleiding, het realiseren van duurzame detacheringen en het bieden van begeleiding op de werkplekken voor onze Wsw-medewerkers op de arbeidsmarkt. Hierbij wordt rekening gehouden met de talenten, capaciteiten, competenties en vaardigheden van onze Wsw-medewerkers. We zien onze Wsw-populatie in de komende jaren sterk krimpen met als verwachting een afname van circa 6% per jaar tot eind 2028. Deze krimp is niet één op één door te vertalen naar onze Werkleercentra (WLC’s). Door een combinatie van een ouder wordende Wswdoelgroep en een kleine krimp in het regionale werkaanbod zien we dat een grotere groep Wsw-collega’s niet meer terecht kan bij een externe werkgever (via detachering). Zij doen noodgedwongen een beroep op het werk in onze WLC’s. Voor deze Wsw-doelgroep blijven we een ontwikkelomgeving en/of een duurzaam beschutte werkplek bieden, waarbij het werken centraal staat.

Voor een deel van de Wsw-medewerkers en instroom vanuit de Participatiewet en de Wet inburgering is het van belang de huidige werkomgeving van de WLC’s in stand te houden. Dit houdt in dat er ruimte zal blijven voor prikkelarme en solistische werkplekken. En er zal laagdrempelig, eenvoudig werk aangeboden blijven worden, zoals in- en ompak werkzaamheden. Tegelijkertijd is de huidige inrichting en werkwijze van onze WLC’s en het huidige aanbod van werk in transitie. Het groeiende aantal inwoners vanuit de Participatiewet en de Wet inburgering dat gebruik maakt van de WLC’s, vraagt om een andere inrichting van de Werkleercentra. Het vraagt om meer diversiteit en kortcyclischer werk, om sneller (kleine) ontwikkelstappen mogelijk te maken. De werk-leerlijnen en het arbeid diagnostisch centrum (Labowijzer) zijn door Laborijn ontwikkeld om in te zetten voor de brede doelgroep. Hiermee zijn er dus ook nieuwe ontwikkelkansen voor onze Wsw-collega's. In de begroting 2025 van Laborijn is rekening gehouden met de ambitie zoals weergegeven in de Kadernota 2025 - 2028, waarbij we voor wat betreft het programma Wsw ook inhoudelijke concessies in de dienstverlening hebben gedaan om de gemeentelijke bijdragen niet verder te laten stijgen dan strikt noodzakelijk en de uitvoeringskosten te beheersen. Het programma Wsw richt zich op de volgende doelstellingen: • • • •

het doorontwikkelen, begeleiden, coachen, behouden en verduurzamen van de arbeidsplaatsen van de gedetacheerde Wsw-medewerkers en de Wsw-medewerkers in Begeleid werken het aantal Wsw-medewerkers dat extern werkzaam is te behouden het ondersteunen bij de bemiddeling, coaching en plaatsing van de Wsw-medewerkers intern beschut middels detachering bij externe werkgevers het monitoren van en begeleiden bij het verzuim van onze Wsw-collega's waarbij een verzuimpercentage van maximaal 13% wordt nagestreefd

29

5.2

Hoe de doelstelling te bereiken?

De genoemde doelstellingen in 5.1 worden in hoofdlijnen als volgt bereikt: Wsw extern werkzaam • •

Het percentage Wsw-gedetacheerden is in 2023 geëindigd op 74%. Wij streven ernaar om dit percentage te behouden voor de periode 2025 – 2028. Dit doen wij in samenwerking met het WSPA en onze partners Onze jobcoaches zijn gecertificeerd en volgen jaarlijks de nodige cursussen om hun certificering te behouden. Hiermee zijn ze ook in staat om optimale begeleiding te bieden aan de gedetacheerde Wsw-medewerkers maar ook aan de medewerkers die extern werken middels Begeleid werken

Wsw intern beschut werk •

•

• • •

5.3

Binnen de Werkleercentra werken mensen met een Wsw-indicatie in een beschutte werkomgeving. Zij hebben een dienstverband bij Laborijn. De ambitie is om deze medewerkers zoveel als mogelijk door te laten stromen naar individuele en groepsdetacheringen Onze interne Wsw-medewerkers voorzien we van passend werk. Op grond van het Individueel Ontwikkelingsplan werken we met iedere medewerker planmatig, met kort cyclische doelstellingen aan de eigen ontwikkeling. Hiervoor bieden we naast persoonlijke begeleiding ook gerichte trainingen en workshops aan. Daarbij kijken we vooral ook naar vergroten van fysieke belastbaarheid door beweging en coaching op leefstijl Bij de acquisitie van werkzaamheden zoeken we waar mogelijk naar specifieke werksoorten die ontwikkelwensen ondersteunen. Waarin het doel is deze medewerkers een passende detacheringsplaats te bieden Het Individueel Ontwikkelingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd en bijgesteld, om ook doorlopend aan de ontwikkeldoelen van het individu te werken. Dit kunnen overigens ook ontwikkeldoelen zijn om de situatie stabiel te houden Op het ziekteverzuim wordt gestuurd middels het volgen van de wet poortwachter. Daarnaast wordt er gewerkt volgens de methodiek van een gecertificeerde arbodienst. Persoonlijk contact met de direct leidinggevende staat hierin centraal

Inhoudelijke besparingsmaatregelen

Vanwege de financiële situatie van onze deelnemende gemeenten is er voor twee inhoudelijke besparingsmaatregelen gekozen met effect op onze Wsw-dienstverlening. De eerste maatregel is enkel van invloed op het programma Wsw. De tweede maatregel raakt naast de Wsw ook het programma Mensontwikkeling. Deze twee maatregelen staan in deze paragraaf beschreven. 5.3.1 Minder intensieve jobcoaching voor Wsw-collega’s extern werkzaam bij reguliere werkgevers Onze jobcoaches zijn tot dusver verantwoordelijk voor de jobcoaching van gemiddeld 50 Wsw-werknemers en/of werknemers nieuw beschut. Vanaf 2025 verhogen we de caseload van onze jobcoaches naar gemiddeld 60 werknemers (+20%) ten aanzien van de extern bij reguliere werkgevers geplaatste werknemers. Dit betekent dat er minder intensieve aandacht aan deze werknemers kan worden gegeven. Evenals minder aandacht voor de begeleiding en advisering van deze inlenende werkgevers bij het invulling geven aan inclusief werkgeverschap. Er zal minder focus liggen op de 30

ontwikkeling van deze werknemers waarbij de kans op verzuim, uitval en terugstroom groter wordt. Het is hierbij van belang te vermelden dat Laborijn voor deze doelgroep de werkgeversrol heeft. Waarbij wij zijn gebonden aan het toepassen van de cao SW, waaronder de verplichting tot het jaarlijks bijstellen en uitvoeren van een actueel Individueel Ontwikkelingsplan (IOP) en verzuimbegeleiding. Het kadernota-uitgangspunt dat alle Wswcollega's een actueel Individueel Ontwikkelingsplan (IOP) hebben, blijft dan ook onverminderd van kracht. 5.3.2 WLC-locatie Ulft sluiten en deze activiteiten op andere locaties toevoegen Bij de inventarisatie van mogelijke besparingsmogelijkheden is gekeken naar het terugbrengen van het aantal uitvoeringslocaties en het (meer) centraliseren van activiteiten. Laborijn beschikt voor het vormgeven van haar werk-leeractiviteiten (voor alle doelgroepen) over een viertal uitvoeringslocaties: Aalten, Doetinchem, Ulft en Zelhem. Onze tijdelijke locatie in Zelhem is gekoppeld aan het uitvoeren van werkzaamheden die in een DVO zijn vastgelegd. De exploitatie van deze locatie maakt integraal onderdeel uit van de overeengekomen afspraken in deze DVO. Op de locatie in Aalten wordt het integrale dienstverleningspakket Wsw, P-wet en Inburgering aangeboden.

Hiervoor is het nabij aanbieden van dienstverlening zowel voor de inwoner als voor onze samenwerking met tal van netwerkpartijen in Aalten noodzakelijk. De aard en omvang van de activiteiten maakt centralisatie in Doetinchem niet mogelijk. Voor de locatie in Doetinchem geldt dat we werken aan nieuwbouw. We verwachten de nieuwe huisvesting in 2026 in gebruik te nemen. Deze maatregel voorziet in het per 1 januari 2025 sluiten van onze locatie in Ulft. De activiteiten worden vanaf dat moment op de locaties Aalten en Doetinchem ondergebracht. Onze locatie in Ulft benutten we hoofdzakelijk voor het aanbieden van intern beschut werk aan onze Wsw-collega's. Op dit moment zijn hier 29 medewerkers werkzaam. Op de locatie in Doetinchem en Aalten hebben we de mogelijkheid deze collega's een werkplek te bieden. Van deze medewerkers zijn 22 medewerkers woonachtig in de gemeente Oude IJsseltreek. De overige 7 medewerkers zijn woonachtig in de gemeenten Aalten, Bronckhorst, Doetinchem en Montferland. Sluiting heeft tot gevolg dat deze medewerkers weliswaar nog steeds een passende beschutte werkplek wordt geboden, maar niet langer op de voor hen vertrouwde werkplek kunnen werken. Dat heeft voor hen aanzienlijke impact en vraagt om een zorgvuldig begeleidingsproces. Laborijn voert voor de gemeente Oude IJsselstreek de Wsw uit op basis van een DVO.

Bij het afsluiten heeft de gemeente Oude IJsselstreek aangegeven waarde te hechten aan het behouden van een beschutte Wsw-locatie binnen de eigen gemeente. Sluiting vraagt derhalve om zorgvuldige afstemming. Dit proces loopt.

31

5.4

De raming van baten en lasten

In de tabel op de volgende pagina zijn de totale baten en lasten van het programma Wsw samengevat. Program m a Wsw Baten Omzet groepsdetacheringen Omzet individuele detacheringen Omzet intern w erk Bijdrage vervoerskosten inleners Verrekening kostendeel OIJ

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

2.901.487 1.928.574 453.721 167.606 304.892 5.756.280

2.901.240 1.878.395 434.839 160.631 289.845 5.664.950

2.941.837 1.847.765 415.508 153.490 273.890 5.632.489

2.849.560 1.775.617 391.057 144.458 251.236 5.411.929

Rijksbudget Bijdrage gemeenten directe salariskosten

17.545.331 2.151.470

16.861.330 2.092.029

16.221.622 2.033.976

15.339.861 1.964.215

Totaal baten

25.453.082

24.618.309

23.888.087

22.716.005

Lasten Loonkosten Wsw Vervoerskosten Wsw Overige kosten Wsw Kosten begeleid w erken Directe productiekosten Omzet deel af te dragen aan OIJ

17.072.589 664.742 420.140 809.742 28.777 1.206.441

16.452.017 637.078 402.656 722.631 27.579 1.175.807

15.461.266 608.756 384.755 639.511 26.353 1.066.555

14.382.425 572.934 362.114 551.899 24.802 1.003.438

Directe salariskosten

2.151.470

2.092.029

2.033.976

1.964.215

Totaal lasten

22.353.901

21.509.797

20.221.173

18.861.828

Saldo baten en lasten

3.099.181

3.108.512

3.666.914

3.854.177

-

-

-

-

-

-

-

-

3.099.181

3.108.512

3.666.914

3.854.177

Mutatie bestem m ingsreserve Toevoeging Onttrekking Mutatie algem ene reserve Toevoeging Onttrekking Resultaat

Aantallen Wsw (inclusief Begeleid werken) Aantal medewerkers per gemeente Aalten Doetinchem Montferland Totaal

31-12-24

Aantal fte per gemeente Aalten Doetinchem Montferland Totaal

31-12-24

Aantal se per gemeente Aalten Doetinchem Montferland Totaal

31-12-24

31-12-25 195 262 139 596

31-12-26 187 252 131 570

31-12-25 173 216 117 506

31-12-26 166 207 110 483

31-12-25 177 222 120 520

31-12-27 174 242 120 536 31-12-27 155 199 102 456

31-12-26 170 213 113 497

31-12-28 165 231 116 512 31-12-28 147 189 98 434

31-12-27 159 205 104 469

157 223 110 490

140 183 93 416 31-12-28

150 196 101 447

144 189 96 429

32

6. Programma Algemene overhead In de BBV wordt overhead als volgt gedefinieerd: ‘Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren o.a. de loonkosten van de zogenaamde PIOFACH-functies, ICT-kosten van alle ondersteunende systemen, alle ambtelijke huisvestingskosten, alle uitbestedingskosten bedrijfsvoering en alle niet direct toe te rekenen kosten aan de verschillende programma’s’.

6.1

Doelstelling

Onze professionals werken dagelijks aan het realiseren van de afgesproken doelen en resultaten van Laborijn. De algemene doelstelling van het programma Algemene overhead is het dusdanig faciliteren en ondersteunen van de teams waardoor de professionals zelf verantwoordelijk kunnen zijn voor hun werk en de doelen en resultaten die ze moeten bereiken. In het programma Algemene overhead kennen we de volgende doelstellingen per vakgebied: •

•

•

•

•

•

•

•

organisatie: we zijn een lerende organisatie met een zeer gastvrije omgeving waarin een positieve klantbeleving en -bejegening centraal staat met als resultaat tevreden inwoners. Daarnaast zijn wij een betrouwbare en solide samenwerkingspartner voor andere organisaties en werkgevers. We herijken de strategische koers samen met de gemeenten, om Laborijn als toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf te (blijven) positioneren werkgeverschap: we zijn een werkgever die investeert in mensen en waarin professionals ruimte krijgen voor het benutten en verder ontwikkelen van ‘het eigen potentieel’. Zij krijgen daarbij de sturing en leiderschap die voor hen nodig is personeel: bij ons werken tevreden medewerkers die met plezier en trots voor Laborijn werken als belangrijke ambassadeurs van de organisatie. Dit resulteert in een grote mate van (duurzame) inzetbaarheid en een acceptabel (ziekte)verzuim. We faciliteren onze professionals optimaal in opleiding en ontwikkeling om de (nieuwe) doelgroepen zo goed mogelijk te kunnen bedienen communicatie: we uiten ons op een positieve manier, strevend naar vertrouwen en een positief imago als dienstverleningsorganisatie, samenwerkingspartner en (potentiële) werkgever in onze regio en daarbuiten facilitair en inkoop: we voldoen aan wet- en regelgeving t.a.v. inkopen en aanbestedingen en zorgen als regievoerder voor duurzame leveranciersrelaties.

We nemen duurzaamheid als criterium mee bij onze facilitaire werkzaamheden en inkopen huisvesting: we voldoen aan de Arbo- en milieueisen en faciliteren onze dienstverlening met adequate huisvesting, binnen de beperkende mogelijkheden die er nu zijn. We richten ons (vooruitlopend op de nieuwbouw alvast) op een nog toegankelijkere, gastvrijere ontvangst van onze klanten informatie/data: we zorgen dat medewerkers beschikken over de benodigde middelen en voorzien zijn of worden in hun informatiebehoefte. De informatie is up-to-date, beschikbaar, beveiligd en uitsluitend toegankelijk voor de daarvoor bevoegde personen kwaliteit: we hebben een integraal kwaliteitsbewustzijn. Onze inwoners mogen kwaliteit van onze dienstverlening verwachten. We streven naar een continue verbetering van onze klanten werkprocessen waarbij de positieve klantbeleving en -bejegening centraal staat 33

•

•

•

•

6.2 •

•

•

•

•

•

advies en (juridisch) beleid: we voldoen aan wet- en regelgeving (o.a. aan de Wet open overheid) en geven advies over en doen (verbeter)voorstellen voor het toepassen van regelgeving en procedures. Alle vragen van de gemeenteraden en het bestuur worden tijdig beantwoord. Ten aanzien van de Wet open overheid voldoen wij reeds aan de wettelijke vereisten. De komende jaren willen wij het ambitieniveau omhoog schroeven en willen wij ook stukken openbaar maken die (nog) niet openbaar hoeven te worden gemaakt. Daarnaast willen wij de gevraagde informatie in het kader van de passieve informatieplicht sneller kunnen leveren. financiën: we voeren een tijdige, juiste en volledige administratie. Budgethouders houden de financiële gang van zaken nauwlettend in de gaten en sturen bij waar noodzakelijk of gewenst planning en control: de planning & control cyclus (P&C) bestaat uit de kadernota, begroting, kwartaalrapportages en jaarstukken. We zorgen ervoor dat deze P&C-documenten tijdig beschikbaar zijn en kwalitatief voldoen aan de gestelde eisen rechtmatigheidsverantwoording: de onrechtmatigheden zijn kleiner dan 1% van de lasten van de begroting. We nemen een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening

Hoe de doelstelling te bereiken? organisatie: wij vragen door middel van onze continue klanttevredenheidsmeting voortdurend naar de mate waarin onze inwoners tevreden zijn over onze dienstverlening. Daarbij komt de hele klantreis aan bod. Ook door het actief verwijzen naar onze klachten- en bezwaarprocedure zoeken wij de dialoog met onze inwoners op, zodat wij daarvan leren en onze dienstverlening verder kunnen optimaliseren. In samenwerking met partners ontwikkelen we pilots om nog meer resultaten te kunnen halen in het sociaal domein werkgeverschap: we werken in een platte organisatie integraal samen. Daarmee geven we onze professionals ruimte en bieden intern doorgroeimogelijkheden en ontwikkelkansen. We faciliteren onze professionals met zowel een structureel opleidings- en ontwikkelingsaanbod als incidenteel maatwerk waarmee zij de benodigde professionele en persoonlijke ontwikkeling, bijscholing en certificering kunnen behalen en blijven behouden. Voor de Wsw-medewerkers ligt de focus op het sturen op en uitvoeren van de actuele Individueel Ontwikkelingsplannen (IOP's) (zie programma Wsw) personeel: door middel van een objectief en onafhankelijk onderzoek vragen wij eens per twee jaar, naar de medewerkerstevredenheid en –betrokkenheid van zowel onze Wswmedewerkers als ambtelijke collega's. Wij leren van deze dialoog en kunnen onszelf als werkgever verder verbeteren.

Om te kunnen blijven beschikken over de benodigde personele kwaliteiten geven we handen en voeten aan onze strategische personeelsplanning en blijven we investeren in ons personeel communicatie: we realiseren de communicatiedoelen en -resultaten uit ons meerjarig communicatiebeleidsplan door uitvoering te geven aan het bijbehorend implementatieplan. We sluiten aan op actuele communicatievormen facilitair en inkoop: we geven uitvoering aan ons inkoop- en aanbestedingsbeleid en dragen zorg voor de volledigheid en tijdige opvolging van (aflopende) contracten. Duurzaamheid wordt als factor meegenomen bij inkoopafwegingen. We hanteren een functioneel oogpunt met betrekking tot de huidige faciliteiten, gezien de toekomstige nieuwbouwplannen huisvesting: we geven uitvoering aan het ontwerp, de bouw en het onderhoud van onze toekomstige nieuwbouw in de gemeente Doetinchem en onderhouden onze huidige bestaande 34

•

•

•

•

• •

locaties. In onze huidige huisvesting sorteren we voor op onze toekomstige huisvesting. De beweging naar meer transparantie, gastvrijheid en een integrale klantbenadering wordt in gang gezet informatie/data: we geven vorm aan de toenemende mate en vereisten in het kader van digitalisering. We werken continu aan onze informatieveiligheid. Verantwoordings- en/of stuurinformatie wordt vanuit ons eigen datawarehouse en met behulp van Tableau beschikbaar gesteld en verder ontwikkeld. De PDCA-cyclus en input van de lijnverantwoordelijke managers, budgethouders en uitvoeringsdeskundigen vormen de basis van het sturingsdashboard. De focus zal liggen op de datavalidatie, definities en visuele vormgeving. In het kader van de Archiefwet wordt de overstap gemaakt naar een DMS, waarin archivering volgens de wettelijke termijnen nog beter geborgd is kwaliteit: we leggen processen vast in onze applicatie, zodat alle betrokkenen in de organisatie over de juiste informatie beschikken bij de uitvoering van hun werkzaamheden. De proceseigenaren halen actief informatie op over mogelijke procesverbeteringen. Aan de hand van oplossingsrichtingen en verbetervoorstellen worden aanpassingen doorgevoerd in de systemen. We dragen zorg voor aanpassing of aanvullende (werk)instructies, (her)controles en waar nodig in de stuurinformatie.

Periodiek voeren we kwaliteitscontroles uit en nieuwe medewerkers toetsen we tot het moment dat de kwaliteit voldoet aan de standaarden. De kwaliteitscontrole en coaching beperkt zich niet alleen tot het rechtmatige aspect van de functie, maar richt zich ook op de doelmatigheid van het werk continu verbeteren: door de wereld van data en de wereld van continu verbeteren (PDCA) met elkaar te vervlechten, ontstaat er een kansrijke, intelligente organisatie die sneller, beter en klantvriendelijker kan handelen. Door ook data gedreven te werken, worden optimalisaties sneller herkend wat ten goede komt aan de dienstverlening advies en (juridisch) beleid: we volgen de ontwikkelingen nauwgezet en handelen proactief in het opzetten van de best passende uitvoering. Grote, impactvolle implementatievraagstukken pakken we projectmatig op. Denk daarbij de komende jaren aan de Wet openbaarheid overheid (Woo), de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV) en de aankomende Wet Aanpak Meervoudige problematiek Sociaal domein (Wams). In het kader van de actieve informatieplicht op grond Wet open overheid gaan wij de agenda en vergaderstukken van het dagelijks bestuur openbaar maken, tenzij absolute en/of relatieve uitzonderingsgronden zich daartegen verzetten. In die situatie kan het desbetreffende document onder vermelding van de reden uit de vergaderstukken worden weggelaten.

Hiermee willen wij invulling geven aan het begrip ‘open bestuurscultuur’. Daarnaast zijn wij gestart met de digitalisering van het archief, waardoor wij op termijn de opgevraagde informatie in het kader de passieve informatieplicht sneller op onderwerp kunnen vinden financiën: budgettering in de financiële systemen wordt geoptimaliseerd middels verdere benutting van de functionaliteiten van de applicaties en met behulp van dashboards planning en control: wij werken volgens een intern controleplan waarmee procesgerichte en gegevensgerichte controles worden uitgevoerd om risico's te duiden en aan de gestelde eisen van de rechtmatigheidsverantwoording te voldoen. Periodiek worden controles uitgevoerd en bevindingen worden met proceseigenaren besproken zodat deze tot verbeteringen leiden. Het bestuur wordt periodiek op de hoogte gebracht van de uitvoering van het interne controleplan en relevante bevindingen

35

6.3

De raming van baten en lasten

Onderstaande tabel geeft de verwachte omvang van het financiële kader weer waarbinnen de activiteiten uitgevoerd moeten worden. Begroting 2025

Program m a Algem ene Overhead

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Baten Rentebaten Diensten aan derden Inkomsten uit DVO Oude IJsselstreek Wsw Inkomsten uit DVO Bronckhorst HKZ Wsw Opbrengst restaurant Opbrengsten huur/ gebruiksvergoedingen Bijdrage gemeenten Incidentele baten Totaal baten

100.000 530.949 1.369.949 196.334 113.080 105.339 4.582.512 521.573 7.519.737

518.775 1.301.078 198.247 116.133 4.354.077 6.488.309

529.069 1.263.814 196.256 116.133 4.673.561 6.778.833

539.621 1.205.334 192.261 119.036 5.102.214 7.158.466

Lasten Loonkosten Overige personeelskosten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Automatiseringskosten Algemene kosten Incidentele lasten Totaal lasten

5.811.595 703.164 1.523.006 591.840 1.579.481 300.143 733.061 11.242.290

5.850.932 732.971 736.532 608.965 1.622.127 759.799 193.345 10.504.672

5.413.775 740.203 1.085.080 626.517 1.662.680 714.481 164.929 10.407.665

5.539.008 770.077 1.104.474 644.420 1.704.247 649.993 126.552 10.538.772

Saldo baten en lasten

-3.722.553

-4.016.362

-3.628.832

-3.380.305

-274.308 897.680

-274.749 1.182.599

-274.290 376.405

-273.368 502.112

-

-

-

-

-3.099.181

-3.108.512

-3.526.717

-3.151.561

Mutatie bestem m ingsreserve Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Mutatie algem ene reserve Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Resultaat na bestem m ing

Alle baten en lasten zijn voor begrotingsperiode 2025 tot en met 2028 doorgerekend volgens de prijsontwikkeling zoals opgenomen in de kadernota. Dit is weergegeven in onderstaande tabel. Prijsontwikkeling % aanpassing

Voorlopig 2025

Voorlopig 2026

Voorlopig 2027

Voorlopig 2028

2,8%

2,7%

2,5%

2,5%

De indexaties zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2023. Mogelijk worden deze later nog bijgesteld. In dat geval zal het verschil tussen de bijgestelde indexatie en deze indexatie via een begrotingswijziging in rekening worden gebracht bij de gemeenten. In de volgende paragrafen worden de kosten die in de bovenstaande tabel algemene overhead zijn weergegeven per categorie nader toegelicht. Rentebaten De rentebaten bestaan uit de ontvangen rente van hypothecaire leningen aan het personeel. Vanaf 2023 ontvangen we ook weer rente over het banksaldo. Vanaf 2026 zal dit nihil zijn aangezien de vrije liquide middelen gebruikt worden voor de investering in de nieuwbouw. Inkomsten uit dienstverleningsovereenkomsten Onder inkomsten uit dienstverleningsovereenkomsten worden de inkomsten verantwoord die wij genereren uit het leveren van diensten aan derden en aan ander gemeenten. 36

Huuropbrengsten Onder deze post worden de inkomsten verantwoord die worden verkregen uit de verhuur van gedeeltes van het pand aan de Terborgseweg 106, 112 en Ambachtstraat 3 en 15. Vanaf 2024 verwachten we een afname van deze inkomsten en vanaf 2026 zijn er geen huuropbrengsten meer. Dit wordt veroorzaakt door de nieuwe huisvesting. Loonkosten De loonkosten van medewerkers die direct kunnen worden toegerekend aan de programma’s inkomenszekerheid, Mensontwikkeling en Wsw worden als programma gerelateerde lasten verantwoord in het programma waar het betrekking op heeft. De loonkosten voor 2025 tot en met 2028 zijn gebaseerd op de volgende basisformatie: • • • •

2025: 153 fte 2026: 151 fte 2027: 145 fte 2028: 145 fte

De loonkosten 2025 tot en met 2028 zijn als volgt verwerkt in de begroting: Loonkosten per programma Programma Inkomenszekerheid Programma Mensontwikkeling Programma Inburgering Programma Wsw Programma Algemene Overhead Totaal

Begroting 2025 1.117.305 3.636.663 693.697 2.151.470 5.811.595 13.410.731

Begroting 2026 1.147.473 3.687.189 827.280 2.092.029 5.850.932 13.604.903

Begroting 2027 1.176.159 3.793.825 999.153 2.033.976 5.413.775 13.416.888

Begroting 2028 1.205.563 3.910.372 1.147.427 1.964.215 5.539.008 13.766.586

Overige personeelskosten Onder de overige personeelskosten worden onder andere de kosten verantwoord voor opleidingen/trainingen voor het ambtelijk personeel, de kosten voor de arbodienst, de kosten voor de ondernemingsraad en het medewerkerstevredenheidsonderzoek. Huisvestingskosten Onder de huisvestingskosten worden onder andere de kosten voor het huren van locaties, energie, schoonmaak, beveiliging, verzekeringen en belastingen verantwoord. De huisvestingskosten zijn in 2025 gebaseerd op de kosten van de momenteel in gebruik zijnde locaties m.u.v. de locatie in Ulft. Vanaf 2026 gaan we uit van de kosten van het nieuwe pand en is de aanname dat de locatie in Ulft niet meer gehuurd wordt. Facilitaire kosten Onder de facilitaire kosten verantwoorden wij onder andere de kosten voor de catering, telefonie/printers, contributies en abonnementen, autokosten en de afschrijving op inventaris. ICT-kosten Onder de ICT-kosten worden de kosten verantwoord voor deelname aan het ICT- samenwerkingsverband, de licenties voor applicaties en implementatie/consultancy diensten. Algemene kosten Onder de algemene kosten worden onder andere de (juridische) advieskosten, de accountantskosten, marketing en communicatiekosten verantwoord. De algemene kosten stijgen vanaf 2026 doordat rentekosten betaald worden in verband met het aantrekken van een financiering voor de nieuwe huisvesting.

37

Incidentele lasten Onder de incidentele lasten worden lasten opgenomen die geen onderdeel uitmaken van de structurele activiteiten. Voor een specificatie van de incidentele baten en lasten zie paragraaf 13.3.

6.4

Beleidsindicatoren

Volgens het BBV nemen we de volgende verplichte beleidsindicatoren op: •

Formatie per 1000 inwoners 153 / 124 = 1,23

•

Bezetting per 1000 inwoners 153 / 124 =1,23

•

Apparaatskosten per inwoner € 14.011.362 / 123.821 = € 113

•

Externe inhuur € 1.000.000 / € 13.843.762 = 7,2%

•

Overhead totale lasten € 11.242.290 / € 73.183.100 = 15,3%

38

7. Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen die van de gemeenten worden ontvangen bedragen in het jaar 2025 € 62.282.627 (zie bijlage 4 voor een specificatie). De overheadkosten 2025 bedragen € 11.242.290 De vennootschapsbelasting bedraagt in 2025 € 0 De post onvoorzien bedraagt in 2025 € 0

39

8. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 8.1

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Bij het weerstandsvermogen is de mate waarin Laborijn in staat is middelen vrij te maken voor substantiële tegenvallers (niet begrote kosten en risico’s op te vangen) van belang, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit (zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de Gemeenschappelijke Regeling beschikt om de niet begrote kosten te dekken) en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. De hoogte van het weerstandsvermogen is voor het bestuur van belang voor het inzicht in de financiële positie van de Gemeenschappelijke Regeling. Hoe groot die buffer moet zijn, hangt mede af van de risico’s die de gemeenschappelijke regeling loopt. Deze moeten van jaar tot jaar in beeld worden gebracht.

8.2

Beleid betreffende weerstandscapaciteit en risico’s

In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is opgenomen dat de Gemeenschappelijke Regeling dient aan te geven: •

welke risico’s in de Gemeenschappelijke Regeling spelen Risico’s zijn in dit verband gedefinieerd als onzekere of onverwachte gebeurtenissen die het behalen van de strategische doelstellingen van de organisatie in gevaar brengen. Niet alle risico’s zijn in dit verband relevant. Zo zijn sommige risico’s op een andere wijze afgedekt door: o o

• •

8.3

een verzekering: er zijn verzekeringen afgesloten voor risico’s van brand, bedrijfsschade, transport, werkmaterieel en voertuigen, aansprakelijkheid en rechtsbijstand een voorziening: Deze risico’s betreffen onzekere verplichtingen, voortkomend uit activiteiten/transacties in het verleden. Deze verplichtingen zijn qua omvang en/of tijdstip waarop ze zich voordoen, maar zijn redelijkerwijs in te schatten

welke capaciteit (middelen) er beschikbaar is (zijn) bij tegenvallers wat het beleid is ten aanzien van risico’s, de capaciteit en de relatie tussen beide

Risico’s van niet financiële aard

Naast de directe financiële risico’s bestaan er risico’s van niet-financiële aard. Dit is bijvoorbeeld het risico dat er niet conform geldende wetgeving op het gebied van privacy, arbeidsomstandigheden, archivering of milieu wordt gewerkt.

8.4

Inventarisatie van de financiële risico’s

Risico’s zijn in dit verband gedefinieerd als onzekere of onverwachte gebeurtenissen die het behalen van de strategische doelstellingen van de organisatie in gevaar brengen. Niet alle risico’s zijn in dit verband relevant, zo zijn sommige risico’s op een andere wijze afgedekt. Eind 2018 heeft Laborijn de nota weerstandsvermogen opgesteld. Hiertoe is een risicoinventarisatie uitgevoerd. Ultimo 2023 is de berekening geactualiseerd.

40

Risico omschrijving 1 Criminelen weten in te breken in systemen Laborijn en continuiteit komt in gevaar 2 Wijziging in bestuurssamenstelling met als gevolg forse aanpassing in beleid en koers/uitvoering 3 Wet- en regelgeving verandert onverwacht waardoor Laborijn ontwikkelt beleid moet herzien Grote stijging van het aantal inwoners door trek naar het werkgebied Laborijn waardoor Laborijn 4 veel hogere lasten heeft om de werkzaamheden naar tevredenheid uit te voeren 5 Missen EU aanbesteding, hierdoor ontstaat claim 6 Risico voor overcapaciteit en transitievergoedingen ambtelijk personeel 7 Risico dat competenties huidige medewerkers onvoldoende aansluit bij toekomstige vraag 8 Verlies van een grote klant van openbaar aanbestede werken 9 Verlaging SW-rijksbijdrage gedurende het jaar 10 Tussentijdse aanpassing van CAO-lonen is 2% hoger dan verwacht 11 Sleutelfunctionarissen vertrekken en functies kunnen moeilijk worden ingevuld 12 Faillissement debiteuren 13 Twee van de zes grote detacheringsklanten vallen weg 14 Risico's voortvloeiend uit samenwerkingsverbanden 15 Transitie naar nieuwbouw, ontstaan claims 16 Marges interne productie activiteiten Laborijn staat onder druk.

17 Ziekteverzuim SW loopt op met 5% 18 Ziekteverzuim ambtelijk personeel loopt op met 5% 19 Beheers- en apparaatskosten vallen hoger uit dan begroot 20 Verslechtering productiviteit SW-bestand 21 Tariefstijging is onvoldoende om stijging van de lasten te dekken 22 Het lukt onvoldoende om vacatures in te vullen met geschikte kandidaten 23 Risico nieuwbouw wordt fors duurder

Totaal

8.5

Financieel gevolg

Risicobuffer

30% 25% 30%

800 100 100

240 25 30

25%

320

80

15% 20% 25% 50% 40% 25% 25% 50% 50% 25% 35% 50% 25% 10% 50% 50% 50% 33% 10% 27%

500 1.718 196 413 418 313 150 26 386 50 100 63 371 565 567 51 113 267 1.000 8.588

75 344 49 207 167 78 38 13 193 13 35 31 93 56 284 25 57 89 100 2.321

Kans

Weerstandscapaciteit en ratio weerstandsvermogen

Met weerstandscapaciteit bedoelen we de beschikbare financiële middelen om onverwachte en substantiële kosten en/of uitgaven te financieren. Binnen Laborijn wordt het weerstandsvermogen gevormd door de post ‘Algemene reserve’. Weerstandscapaciteit in € (x 1.000) Algemene reserve begin 2023 Voorstel resultaatbestemming 2023 A. Totaal B. Berekend risico (zie tabel)

2.337 2.337 2.321

Ratio weerstandsvermogen (A/B)

1,01

Op basis van de hiervoor beschreven methode is ultimo 2023 herrekend dat het weerstandsvermogen € 2,3 miljoen moet zijn. Per ultimo 2023 is de omvang van de post algemene reserve (na resultaatbestemming 2023) € 2,3 miljoen. Ultimo 2023 is het weerstandsvermogen, na verwerking van het voorstel resultaatbestemming 2023, voldoende om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. De ratio weerstandsvermogen is 1,01 en blijft binnen de grenzen die zijn vastgelegd in de nota weerstandsvermogen (minimaal 0,8 tot 1,2). Laborijn gaat naar verwachting in 2026 een nieuw pand betrekken. Laborijn zal een deel van de huidige kavel met eventuele opstallen verkopen. Dit heeft een effect op ons weerstandsvermogen waardoor Laborijn te zijner tijd een voorstel zal voorleggen de grenzen van het weerstandsvermogen ruimer vast te stellen.

8.6

Kengetallen

Gelet op artikel 11, tweede lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten dienen in de begroting de onderstaande kengetallen te worden opgenomen. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

2025 13,27% 13,27% 31,56% 0,29%

2026 15,08% 15,08% 29,05% 0,27%

2027 14,51% 14,51% 32,48% -0,45%

2028 14,50% 14,50% 31,46% 0,17%

41

De Laborijn kengetallen zijn berekend op basis van de geprognotiseerde balans over de jaren 2025 - 2028. Om enige duiding aan de cijfers te geven zijn onderstaand de begrote kengetallen 2025 van Laborijn vergeleken met de kengetallen voor alle Gelderse gemeenten voor het begrotingsjaar 2024. Dit zijn de laatst gepubliceerde gegevens op de site Financieel Toezicht Gemeenten van de provincie Gelderland. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Zowel de netto schuldquote als de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is voor Laborijn 13,27%. Dit is ruim lager dan de kengetallen voor alle Gelderse gemeenten van 58% (netto schuldquote) respectievelijk 51% (netto schuldquote gecorrigeerd). De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. De solvabiliteitsratio bedraagt voor Laborijn circa 32%. Het kengetal voor alle Gelderse gemeenten is 33%.

Grondexploitatie Dit kengetal is voor Laborijn niet van toepassing. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeenschappelijke regeling heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte voor Laborijn bedraagt 0,29%. Het kengetal voor alle Gelderse gemeenten is 1,45%. Belastingcapaciteit Dit kengetal is voor Laborijn niet van toepassing.

42

9. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Bij Laborijn is enkel het gebouw een kapitaalgoed dat aanwezig is. Er wordt daarom geen toelichting gegeven op de verplichte onderdelen: wegen, riolering, water en groen. Beleidskader gebouwen Laborijn is voornemens een nieuw pand te realiseren welke naar verwachting begin 2026 in gebruik wordt genomen. De nieuwbouw zal plaatsvinden op een deel van de huidige Laborijnkavel aan de Terborgseweg 106 in Doetinchem. Bij de nieuwbouw wordt aangesloten bij de gebiedsvisie ‘Spoorzone’ van de gemeente Doetinchem. Daarnaast heeft Laborijn de wens om de nieuwbouw te realiseren met de eigen kernwaarden als uitgangspunt: betrouwbaar, lef, enthousiast, professioneel en resultaatgericht. Financiële consequenties De nieuwbouw heeft financiële consequenties op zowel de investeringsbegroting (opgenomen in paragraaf 13.8) als op de jaarlijkse exploitatie en rentelasten. Vertaling consequenties in begroting Ten tijde van het opmaken van deze begroting zijn de financiële consequenties nog uiterst onzeker. Zo hangt veel af van de aan te trekken financiering en de opbrengst van de verkoop van de restkavel. De in deze begroting opgenomen bedragen betreffen slechts aannames. Met betrekking tot het onderhoud van de nieuwbouw hanteert Laborijn de onderhoudsbenadering. Dit betekent dat Laborijn een voorziening groot onderhoud vormt op basis van een onderhoudsplan.

Dit betreft het groot onderhoud dat niet valt onder het nog te sluiten onderhoudscontract voor de basale onderhoudswerkzaamheden van het nieuwe pand.

43

10. Paragraaf Financiering 10.1 Algemeen De financieringsfunctie van Laborijn is alleen gericht op ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig en risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en hetgeen door het algemeen bestuur van Laborijn aan kaders is vastgesteld in de financiële verordening en het treasurystatuut. Voor de uitvoering van de financieringsfunctie worden de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt nauwlettend gevolgd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7974/documents/47477