CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2e - Bijlage 1 bij toelichting - bp Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019.pdf

beeldvormende raad 8 december 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Beheersverordening Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg23.279 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De Zumpe wordt aangemerkt als SED water bij het Waterschap Rijn en IJssel. 4.9.5

Conclusie

Water vormt geen belemmering voor de voorgenomen plannen.

48 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

4.10 Archeologie en cultuurhistorie Het gemeentelijke beleid van archeologie en cultuurhistorie sluit aan bij het provinciale beleid van deze aspecten. In de volgende twee paragrafen wordt nader ingegaan op archeologie en cultuurhistorie. 4.10.1 Archeologisch erfgoed Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden moeten als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed worden meegenomen en worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Met het in werking treden van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in september 2007 is het verdrag wettelijk verankerd en is de Monumentenwet 1988 herzien. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, die de Wamz en de Monumentenwet 1988 heeft vervangen. Een belangrijk archeologisch doel van de Erfgoedwet is om het archeologisch erfgoed ter plekke te behouden. Daarom is het verplicht om vroegtijdig in het proces van de ruimtelijke ordening rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en hierin een afweging te maken. Vroegtijdig onderzoek maakt namelijk ruimte om te overwegen om archeologie vriendelijke alternatieven toe te passen.

Als het archeologisch bodemarchief niet kan worden ontzien, kan voorafgaande aan de bodemverstoring een archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Of een onderzoek nodig is en welk onderzoek dit moet zijn, wordt bepaald op basis van de aanwezige archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingreep. De kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die ook als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. Een betere bescherming van de archeologie en het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om goed inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het archeologisch bodemarchief. Daarom heeft de gemeente Doetinchem een archeologische beleidskaart laten opstellen door adviesbureau RAAP, waarop de archeologische vindplaatsen en verwachtingszones zijn aangegeven. Afhankelijk van de (verwachtings)waarde in een gebied zal het beschermingsregime meer of minder streng zijn. De archeologische beleidskaarten zijn op 30 maart 2020 door de gemeenteraad van Doetinchem vastgesteld. Op 27 mei 2021 heeft de raad hiervoor de Parapluherziening Archeologie - 2020 vastgesteld. De archeologische beleidskaarten worden periodiek geactualiseerd aan de hand van uitgevoerd archeologisch onderzoek.

De volgende archeologische gebieden komen in het plangebied voor: uitgangspunten archeologiebeleid

dubbelbestemming / specifieke regels

Archeologische waardevolle gebieden (AWG) AWG categorie 3 (bekende archeologische vindplaats met rondom attentiezone van 50 m & loopgraaf of tankgracht)

bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm

Waarde - Archeologische verwachting 2

Archeologische waardevol verwachtingsgebieden (AWV)

49 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

AWV categorie 5 (hoog + afgedekt)

bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 40 cm

Waarde - Archeologische verwachting 3

AWV categorie 8 (laag) bij bodemingrepen dieper dan & 30 cm - en bij plangebieden AWV categorie 9 (laag voor groter dan 5000 m² nederzettingsresten, hoog voor geïsoleerde water gerelateerde archeologische resten)

Waarde - Archeologische verwachting 6

Te allen tijde moet rekening worden gehouden met de wettelijke meldingsplicht bij toevalsvondsten (Erfgoedwet, art. 5.10): Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Wijnbergseweg 39-41 Het verwijderen van het tankstation met LPG aan de Wijnbergseweg heeft geen invloed op de archeologie.

Tankstation Oostelijke Randweg De locatie van het tankstation valt op de gemeentelijke beleidskaart binnen de zones AWVcategorie 3 en 5. Aan categorie 5 is een middelmatige kans op archeologie toegekend. Zoals aangegeven in hierboven genoemde tabel zijn deze categoriën vertaald in Waarde Archeologische verwachting 2 en Waarde - Archeologische verwachting 3. Bij de dubbelbestemming Waarde - Archeologische verwachting 2' geldt dat er bij bodemingrepen dieper dan 40 cm -mv of dieper dan de bekende bodemverstoring onderzoek en plangebieden groter dan 250 m2 vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. 50 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Bij de dubbelbestemming Waarde - Archeologische verwachting 3' geldt dat er bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv of dieper dan de bekende bodemverstoring onderzoek en plangebieden groter dan 100 m2 vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Voor gebieden in categorie 8 geldt een kleine kans op archeologie. Deze categorie is vertaald in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 6'. Hier moet bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv of dieper dan de bekende bodemverstoring en plangebieden groter dan 5.000 m2 archeologisch onderzoek uitgevoerd hebben. De voorgenomen ingrepen overschrijden deze waarde, een archeologisch onderzoek is noodzakelijk. Op basis van de resultaten van het bureau- en verkennend booronderzoek blijkt dat er een lage verwachting geldt voor het gehele gebied. Het plangebied kan vrij gegeven worden voor de voorgenomen ingrepen. Ook voor vrijgegeven gebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016, dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 9 Archeologisch onderzoek toegevoegd aan dit plan.

Natuurgebied De Zumpe Voor de functiewijziging in De Zumpe heeft de ontwikkeling geen invloed op de archeologie. 4.10.2 Cultuurhistorisch erfgoed De cultuurhistorie is in Doetinchem vastgelegd in de nota 'Continuïteit in Karakter, cultuurhistorie Doetinchem' (vastgesteld op 22 september 2017). In het plangebied zijn geen panden aanwezig die geïnventariseerd zijn als cultuurhistorisch waardevol. 51 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

4.10.3 Conclusie Archeologie en cultuurhistorie zijn geen belemmering voor de voorgenomen plannen.

4.11 Verkeer en parkeren 4.11.1 Verkeer Uitgangspunten bij de inrichting van de wegen binnen het plangebied zijn: de functie van de weg conform het wegencategoriseringsplan (wegennetvisie), dit betekent voor erftoegangswegen 30km/h en voor ontsluitingswegen 50 km/uur; de inrichting van de weg (het wegbeeld) moet het gewenste rijgedrag en de rijsnelheid 'afdwingen'; herkenbare inrichting van de verschillende verkeersruimtes door materiaal/kleur; de (kwaliteit van de) leefomgeving staat centraal; de weg moet na realisatie goed te beheren zijn (beheerbewust ontwerpen); snelheidsremmende maatregelen worden getroffen in erftoegangsstraten en op gebiedsontsluitingsstraten waar kwetsbare verkeersdeelnemers de weg moeten kruisen. De kwaliteit van de leefomgeving moet centraal staan. Kunstmatig ingepaste maatregelen, zoals veel borden en bloembakken op de weg hebben vaak wel een kort effect op de rijsnelheid, maar zijn geen duurzame oplossingen. De omgeving en weg als geheel moeten zorgen voor het gewenste rijgedrag zodat deze kunstingrepen overbodig zijn. Een duidelijk onderscheid aanbrengen tussen de verschillende verkeersruimtes zorgt er voor dat de verkeersdeelnemer duidelijk zijn plek en die van anderen op de weg weet en zo de verkeersruimte op de juiste wijze gebruikt. Op drukke erftoegangsstraten is het belangrijk dat voetgangers veilig kunnen lopen op een trottoir.

Voor rustige erftoegangsstraten kan worden overwogen alle verkeersdeelnemers gebruik te laten maken van dezelfde ruimte. Een smalle weg die gebruikt wordt door iedereen leidt tot een lagere rijsnelheid. Fysieke maatregelen als drempels ondervinden een steeds grotere weerstand bij de gebruikers en omwonenden en hulpdiensten. Ze leiden tot trillingshinder en toename van de geluidsoverlast. Met deze bijeffecten moet al rekening worden gehouden bij het ontwerp. Bij voorkeur wordt gezocht naar maatregelen die een lagere snelheid afdwingen, maar die geen of beperkte bijeffecten hebben voor de leefomgeving en hulpdiensten. Voorbeelden zijn: een smaller wegprofiel, toepassing van andere materialen en kleuren, afwisselend parkeren aan weerszijden van de weg, afwisseling met groen, doorzicht beperken, beperken van rechtstanden enzovoort. Drempels en plateaus die op een logische plaats zijn gesitueerd (rekening houdend met de afstand tot de woning) en volgens de richtlijnen van het CROW (publicatie 172) zijn aangelegd kunnen bij uitzondering worden toegepast. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 Op de locatie aan de Wijnbergseweg is een LPG-tankstation aanwezig. Een dergelijke functie veroorzaakt extra verkeersbewegingen ten opzichte van een reguliere woonomgeving. De Wijnbergseweg is een erftoegangsweg die berekend is op de bestaande verkeersstroom.

De verwijdering van het tankstation heeft zeer beperkte gevolgen voor de verkeersstroom van en naar de projectlocatie. De gevolgen zijn afhankelijk van de nieuwe functie en invulling van het perceel. Tankstation Oostelijke Randweg Bij de ontwikkeling van het tankstation (met LPG) aan de Oostelijke Randweg gaat het om de realisatie van een tankstation aan een ontsluitingsroute voor Doetinchem. 52 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

In september 2018 is door Tankstation Advies B.V. onderzoek uitgevoerd naar: Aandeel van het reguliere verkeer op de Oostelijke Randweg dat naar inschatting gebruik zal maken van het tankstation. Eventueel extra verkeer aantrekkende werking van het tankstation (oftewel is het aannemelijk dat het tankstation zorgt voor extra verkeersgeneratie op de Oostelijke Randweg). Uit het onderzoek blijkt dat naar verwachting 135 motorvoertuigen per dag van het reguliere verkeer op de Oostelijke Randweg gebruik zal gaan maken van het tankstation. Opsplitsing in de dag-, avond-, en nachtperiode ziet er als volgt uit: Dagperiode

Lichte voertuigen

Nachtperiode

07:00 - 19:00 uur 19:00 - 23:00 uur 23:00 - 07:00 uur

inname voertuigen Etmaal totaal

Avondperiode

311

263

280

237

Middelzware voertuigen

22

19

Zware voertuigen

9

8

34

14

31

12

2

1

1

0

Uit het onderzoek blijkt dat: er twee maal per week bevoorrading zal plaatsvinden door een tankwagen; er ten gevolge van het tankstation nagenoeg geen sprake zal zijn van extra verkeersgeneratie op de Oostelijke Randweg. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 4 Verkeersgeneratie t.g.v. tankstation Oostelijke Randweg toegevoegd aan dit plan. Natuurgebied De Zumpe Het aspect verkeer heeft geen invloed op de ontwikkeling van natuurgebied De Zumpe. Conclusie Verkeer is geen belemmering voor de voorgenomen plannen. 4.11.2 Parkeren De normering uit de Nota Parkeernormen Auto- en Fiets Gemeente Doetinchem, zal aangehouden worden. Hierbij is gekozen voor een dynamische verwijzing naar dit beleidsdocument (in lijn met jurisprudentie van de ABRS, ECLI:NL:RVS:2015:2837). Het moet met een voorwaardelijke verplichting in de regels vastgelegd worden. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 Door de verwijdering van de ondergrondse tanks en uitbreiding van het garagebedrijf, is er geen sprake van een ontwikkeling die meer parkeerruimte verlangt. Er is immers voldoende parkeergelegenheid op het terrein beschikbaar. Tankstation Oostelijke Randweg Voor het nieuwe tankstation aan de Oostelijke Randweg moeten minimaal 5 parkeerplaatsen worden aangelegd.

Hierbij is uitgegaan van 2 parkeerplaatsen voor het personeel en 3 53 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

parkeerplaatsen voor bezoekers. Voor het parkeren van de gebruikers van het tankstation zijn voldoende voorzieningen getroffen. Natuurgebied De Zumpe Voor de ontwikkeling van natuurgebied De Zumpe hoeven geen parkeerplaatsen aangelegd te worden. Conclusie Het parkeren is geen belemmering voor de realisatie van de plannen.

4.12 Lichthinder Strooiverlichting kan een belangrijke verstoringswaarde zijn voor natuurwaarden. Echter is bij een goed functioneren van het tankstation het belangrijk dat hierbij verlichting aanwezig is, zodat het ook in het donker een veilige plaats is. Om lichthinder voor de omgeving te voorkomen, is de verlichting bij het tankstation direct naar beneden gericht. Daarbij gaat het om de reguliere lichtmasten en om de luifelverlichting. Het Activiteitenbesluit regelt lichthinder en bescherming van het donkere landschap grotendeels met de zorgplicht. Door de inpassing van het tankstation, onder andere de grondwal aan de zuidoostzijde, wordt strooilicht voor de omgeving zo goed mogelijk bestreden. Het tankstation levert daarbij geen grote bijdrage aan strooilicht aan de omgeving.

54 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Hoofdstuk 5 5.1

Wijze van bestemmen

Inleiding

Dit bestemmingsplan is een ontwikkelingsplan, waarbij flexibiliteit wenselijk is. Voor een deel is dat mogelijk in voor het nieuwe tankstation aan de Oostelijke Randweg opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden. Het is duidelijk waarvoor gronden en gebouwen mogen worden gebruikt en wat er aan bebouwing wordt toegestaan. Dit biedt voldoende rechtszekerheid voor de burger.

5.2

Toelichting op de regels

De regels bestaan uit de volgende onderdelen: hoofdstuk 1:

Inleidende regels;

hoofdstuk 2:

Bestemmingsregels;

hoofdstuk 3:

Algemene regels;

hoofdstuk 4:

Overgangs- en slotregels.

5.2.1

Inleidende regels

De inleidende regels omvatten de in de planregels gebruikte begripsomschrijvingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Hiermee is planspecifiek vastgelegd wat bedoeld wordt en hoe gemeten moet worden. Als een begrip niet omschreven is, dan geldt de algemeen gangbare uitleg van het begrip. 5.2.2

Bestemmingsregels

In de bestemmingsregels zijn de regels voor de verschillende bestemmingen omschreven. Elke bestemmingsregel is, in overeenstemming met de RO-Standaarden 2012 waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (2012), in beginsel opgebouwd uit: een bestemmingsomschrijving: een omschrijving van de doeleinden waarvoor de gronden zijn bestemd en de toegelaten bijbehorende bebouwing; de bouwregels: deze bevatten de voorgeschreven maatvoering van de bouwwerken; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid. 5.2.2.1 Bedrijf - 1 en Bedrijf - 2 De bestemming 'Bedrijf - 1' is toegekend aan de locatie aan de Wijnbergseweg 39-41. Op deze locatie is een bedrijf toegestaan in de categorieën 1 en 2 van de als bijlage bijgevoegde 'Staat van Bedrijfsactiviteiten voor bedrijven'. Binnen de bestemming 'Bedrijf - 1' is de bestaande bedrijfswoning toegestaan. Bij of in de bedrijfswoning is het toegestaan om een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf te beginnen. De bestemming 'Bedrijf - 2' is toegekend aan de locatie waar het nieuwe tankstation is gepland.

Als gevolg van de aanduiding 'Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van een verkooppunt van motorbrandstoffen worden 55 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

gebouwd. Ook de hoofdfunctie binnen deze bestemming is beperkt tot alleen de verkoop van motorbrandstoffen. Andere hoofdfuncties qua bedrijvigheid zijn niet toegestaan. De toestaande maximale doorzet is vastgesteld op 1.000 m3 per jaar. Detailhandel en horeca ondergeschikt en verbonden aan de verkoop van brandstoffen is toegestaan. In het algemeen geldt dat de bebouwing binnen het bouwvlak gerealiseerd moet worden. Met deze bepaling wordt zoveel mogelijk voorkomen dat een rommelig en onoverzichtelijk aanzicht ontstaat op het terrein. Onder voorwaarden is daar voor bepaalde ondergeschikte bouwwerken een afwijking mogelijk. Binnen de opgenomen aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping' is een overkapping toegestaan. 5.2.2.2 Detailhandel De bestemming 'Detailhandel' is opgenomen voor een klein deel van het perceel aan de Wijnbergseweg 53. De bestemming 'Detailhandel' is bedoeld voor de locaties met een detailhandelsfunctie. 5.2.2.3 Natuur De bestemming 'Natuur' is toegekend aan die gebieden die onderdeel uitmaken van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Binnen de bestemming 'Natuur' mag niet worden gebouwd (uitgezonderd openbare nutsgebouwtjes) en mogen geen verharde wegen en paden worden aangelegd. De gronden mogen worden gebruikt als wandel- en fietsgebied.

Ten behoeve van het behoud van de aanwezige natuurwaarden is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen: aanlegvergunning) opgenomen welke nodig is voor het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden. 5.2.2.4 Verkeer en Verkeer - Railverkeer De bestemming 'Verkeer' is toegekend aan de gronden met een ontsluitende en verkeersdoorstromende functie. Ook is de bestemming toegekend aan bermen, parkeerplaatsen en niet structurele groenvoorzieningen. De specifieke bestemming 'Verkeer - Railverkeer' is toegekend aan de gronden die behoren bij de spoorlijn Arnhem - Doetinchem - Winterswijk. 5.2.2.5 Water De bestemming 'Water' is opgenomen voor de Oude IJssel. De aanduiding 'vaarweg' is opgenomen voor de beroeps- en pleziervaart. 5.2.2.6 Waarde Archeologie De dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2, 3 en 6' zijn eerder in de toelichting al uitgelegd. Zie paragraaf 4.10 Archeologie en cultuurhistorie. Ecologie De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daarop rustende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de aanwezige flora en fauna in het gebied.

56 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

5.2.3

Algemene regels

5.2.3.1 Anti-dubbeltelregel Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt. 5.2.3.2 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is onder andere omschreven wanneer er geen verbod geldt voor het overschrijden van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen voor bepaalde bouwdelen. Ook is omschreven wanneer het bevoegd gezag kan afwijken van bouw- en/of bestemmingsgrenzen. De regeling voor bestaande maten is bedoeld voor legale bouwwerken die afwijken van de vastgestelde situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud van de bouwregels in dit plan. De bestaande afwijking is daarmee toegestaan. In het artikel 'Ondergronds bouwen' is aangegeven dat de opgenomen bouwregels zijn bedoeld voor bouwwerken boven de grond. 5.2.3.3 Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregel luidt dat het verboden is om gronden en opstallen te gebruiken in strijd met de bestemming. Hierbij zijn een aantal gebruiksvormen specifiek benoemd. Gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemming of het normale onderhoud van de gronden en/of bouwwerken wordt toegelaten.

In de algemene gebruiksregels is ook benadrukt welk gebruik sowieso is toegestaan. Namelijk het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere - op grond van de bestemmingsregels geoorloofde - voorzieningen op het dak. 5.2.3.4 Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels kunnen zo nodig de regels met betrekking tot één of meer gebiedsaanduidingen een plaats krijgen. De volgende algemene aanduidingsregels komen in dit bestemmingsplan voor: Veiligheidszone - lpg In afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels, geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan als bedoeld in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zoals deze gelden ten tijde van de tervisielegging van dit plan. Overige zone - gnn De gebiedsaanduiding 'overige zone - gnn' is opgenomen om de gronden ook te bestemmen voor de bescherming, behoud, herstel of ontwikkeling van landschappelijke en ecologische waarden. De afkorting GNN staat voor Gelders Natuurnetwerk. Overige zone - nieuwe risicobronnen uitgesloten In deze zone is het verboden om nieuwe risicobronnen te vestigen of bestaande risicobronnen uit te bereiden.

57 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

5.2.3.5 Algemene afwijkings- en wijzigingsregels De algemene afwijkingsregel voorziet in de mogelijkheid om op ondergeschikte onderdelen af te wijken van de regels van het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld voor kleine bouwwerken voor nutsvoorzieningen. De in het plan opgenomen algemene wijzigingsbevoegdheden laat meer ingrijpende afwijkingen toe en wordt daarom gekoppeld aan een zwaardere procedure dan die voor het verlenen van een afwijking van de bouw- en gebruiksregels. De wijzigingsregels voorzien in de mogelijkheid om in voorkomende gevallen de bestemmingsgrens met maximaal 5 meter en de bouwgrens met maximaal 10 meter te verschuiven. Verder kan het plan gewijzigd worden om kleine gebouwen van openbaar nut op te richten en om bouwvlakken anders te situeren of uit te breiden. Voorwaarde daarbij is dat de oppervlakte van het gewijzigde bouwvlak met maximaal 20% van de oorspronkelijke oppervlakte toeneemt. 5.2.3.6 Overige regels Onder overige regels zijn die regels geplaatst die niet onder een andere regel zijn te vatten. 5.2.4

Overgangs- en slotregels

In de loop van de tijd kan het gebruik van gronden of bouwwerken gaan afwijken van datgene wat mogelijk is op basis van het bestemmingsplan. In de overgangsregels wordt geregeld hoe met deze afwijking acceptabel zijn. De naam van het plan wordt in de slotregel aangehaald.

58 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

De eigenaar van het tankstation aan de Wijnbergseweg is een samenwerking aangegaan met Varo Energy voor de realisatie van het nieuwe tankstation met LPG aan de Oostelijke Randweg. Hierdoor zijn voor de realisatie voldoende financiële middelen beschikbaar. De kosten van de realisatie van het tankstation worden bovendien terugverdiend door de exploitatie ervan. De verwijdering van het tankstation aan de Wijnbergseweg maakt deel uit van het project. Het gaat immers om een verplaatsing van dat tankstation naar de nieuwe locatie. De kosten voor de verwijdering van het tankstation worden deels gedekt uit de opbrengsten van het nieuwe tankstation. Anderzijds bestaat de mogelijkheid om een deel van de kosten te dekken door een nieuwe invulling te geven aan de projectlocatie aan de Wijnbergseweg. Zo is het project financieel haalbaar. In opdracht van de gemeente Doetinchem is er een planschaderisicoanalyse uitgevoerd. De gemeente Doetinchem is verantwoordelijk voor het betalen van eventuele planschade. Voor de percelen van de gemeente Doetinchem in De Zumpe zijn gelden beschikbaar vanuit de provincie, om de agrarische grond om te vormen naar natuur.

59 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

60 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Hoofdstuk 7 7.1

Procedure

Algemeen

Dit bestemmingsplan doorloopt de procedure als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Ook wordt het plan op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening overlegd met de besturen van waterschap, provincie en Rijk. In dit hoofdstuk worden de resultaten van deze procedure en overleggen behandeld. De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan worden niet toegevoegd aan dit hoofdstuk. Dit maakt onderdeel uit van het raadsvoorstel en -besluit omtrent de vaststelling.

7.2

Inspraak

In het proces rond het opstellen van het bestemmingsplan zijn de directe omgeving van het plangebied en andere betrokken organisaties nadrukkelijk geïnformeerd tijdens een bijeenkomst op 21 december 2015. Hiervan is een verslag gemaakt en opgenomen in Bijlage 10 van deze toelichting. Op 18 juni 2018 is er door de gemeente Doetinchem een informatiebijeenkomst gehouden over De Zumpe.

7.3

Overleg

Het plan is op basis van artikel 3.1.1. Bro overlegd met de volgende instanties: Liander Tennet Waterschap Rijn en IJssel; Omgevingsdienst Achterhoek (ODA); Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland; Vitens. Liander en Tennet hebben geen reactie gegeven op het plan. Ervan uit kan worden gegaan dat zij akkoord zijn met het plan. Waterschap Rijn en IJssel, Vitens en Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) hebben aangegeven geen bedenkingen te hebben bij het plan. Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland heeft advies gegeven over het realiseren van een bronpunt met een minimale capaciteit van 120m3 per uur, om te zorgen dat er voldoende bluswater aanwezig is. Op basis van richtlijnen van de rijksoverheid en provincie is vooroverleg met deze instanties niet nodig. Er is geen rijksbelang en provinciaal belang dat hiertoe aanleiding geeft.

61 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

62 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Bijlagen toelichting

63 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Bijlage 1 Wijzigingsbevoegdheid LPG tankstation

64 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

BIJLAGE 1

WIJZIGINGSBEVOEGDHEID LPG TANKSTATION

Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, ter plaatse van de aanduiding 'wro‐zone ‐ wijzigingsgebied 1' de bestemming Agrarisch wijzigen in 'Bedrijf' met de functieaanduiding 'verkooppunt motor‐ brandstoffen met lpg' ten behoeve van een verkooppunt motorbrandstoffen met lpg met een maximale doorzet van 1.000 m³ per jaar, onder voorwaarde dat: a. bij de beoordeling van de toelaatbaarheid een evenredige belangenafweging plaatsvindt; b. waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de milieutechni‐ sche‐ , de waterhuishoudkundige‐ , de archeologische‐ , de ecologische‐ , de ver‐ keerstechnische toelaatbaarheid en de ruimtelijke en stedenbouwkundige inpas‐ baarheid. c. na wijziging de volgende regels gelden: 1. Bestemmingsomschrijving:  De voor 'Bedrijf' met de functieaanduiding 'verkooppunt motor‐ brandstoffen met lpg' aangewezen gronden zijn bestemd voor een verkooppunt motorbrandstoffen met lpg en daarbij behorende ge‐ bouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en voorzieningen, alsmede een ondergeschikt en aan het verkooppunt gelieerd ge‐ bruik van gebouwen ten behoeve van detailhandelsactiviteiten en horecadoeleinden. 2.

Bouwregels:  Algemeen: Op de bedoelde gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouw‐ werken geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming 'Be‐ drijf' met de functieaanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' worden gebouwd.  Gebouwen: Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: ‐ er mogen maximaal twee gebouwen worden opgericht; ‐ de oppervlakte voor de gebouwen niet meer dan 100 m2 bedraagt; ‐ de bouwhoogte mag maximaal 4 m bedragen.  Bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijnde overkappingen: Voor het bouwen van overkappingen gelden de volgende regels: ‐ er mag maximaal één overkapping worden opgericht; ‐ de oppervlakte voor de overkapping niet meer dan 400 m2 be‐ draagt; ‐ de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen.  Andere bouwwerken geen gebouwen zijnde: Voor het bouwen van andere bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: ‐ de oppervlakte voor andere bouwwerken geen gebouwen zijnde, niet meer dan 20 m2 bedraagt; ‐ de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen, in afwijking hiervan mag de bouwhoogte van verlichting en vlaggenmasten maximaal 10 m bedragen.

Bijlage 2 Aanmeldingsnotitie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling

66 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Bijlage 3 Bodemonderzoek

86 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

VERKENNEND BODEMONDERZOEK VARSSEVELDSEWEG (NABIJ NR. 234) TRACE OOSTELIJKE RANDWEG TE DOETINCHEM GEMEENTE DOETINCHEM

Verkennend bodemonderzoek Varsseveldseweg (nabij nr. 234) trace Oostelijke Randweg te Doetinchem in de gemeente Doetinchem Opdrachtgever

Gemeente Doetinchem Postbus 9020 7000 HA Doetinchem

Project Rapportnummer Versienummer

DOE.GEM.NEN 14075790 D1

Status

Eindrapportage

Datum

29 juli 2014

Vestiging

Doetinchem

Opsteller

Ing. M.B.M. van Wieringen

Paraaf

Kwaliteitscontrole

Ing. H. Boesveld

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2008. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.

Econsultancy accepteert derhalve op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

VOORONDERZOEK................................................................................................................... 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 1 Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek ................................................................. 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Calamiteiten ...................................................................................................................... 2 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 2 Belendende percelen/terreindelen.................................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 3 Bodemopbouw .................................................................................................................. 4 Geohydrologie .................................................................................................................. 4

3

CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET) ................................................. 4

4

VELDWERK ................................................................................................................................ 5 4.1 4.2 4.3

5

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 6 5.1 5.2 5.3

6

Algemeen.......................................................................................................................... 5 Grondonderzoek ............................................................................................................... 5 4.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 5 4.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 5 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 5 4.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 5 4.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 6 Uitvoering analyses .......................................................................................................... 6 Toetsingskader ................................................................................................................. 7 Resultaten grond- en grondwatermonsters ...................................................................... 8

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES .......................................................................... 9

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 2c. 3. 4a. 4b. 5. 6.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Kadastrale gegevens - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Geraadpleegde bronnen

14075790 DOE.GEM.NEN

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van de gemeente Doetinchem opdracht gekregen voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Varsseveldseweg (nabij nr. 234) te Doetinchem in de gemeente Doetinchem. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen aankoop van de onderzoekslocatie ten behoeve van de aanleg van de Oostelijke Randweg. Het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de aankoop van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5725:2009 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering 2013) en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1), VROM, 2007.

Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden. 2 2.1

VOORONDERZOEK Geraadpleegde bronnen

De informatie over de onderzoekslocatie is gebaseerd op de bij de gemeente Doetinchem aanwezige informatie (contactpersoon de heer ing. R.A. de Hoog), informatie verkregen van de huidige eigenaar (de heer G.H. Luesink) en informatie verkregen uit de op 14 juli 2014 uitgevoerde terreininspectie. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over:     

het historische, huidige en toekomstige gebruik; eventuele calamiteiten; eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken; de bodemopbouw en geohydrologie; verhardingen, kabels en leidingen.

Bijlage 6 geeft een overzicht van de geraadpleegde bronnen.

14075790 DOE.GEM.NEN

Pagina 1 van 9

2.2

Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek

Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 2,02 ha) ligt aan de Varsseveldseweg (nabij nr. 234), circa 1,75 kilometer ten oosten van het centrum van Doetinchem in de gemeente Doetinchem (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Ambt-Doetinchem, sectie M, nummer 5187. Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 40 F, (schaal 1:25.000), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 13,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 218.750, Y = 442.180. 2.3

Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie

Volgens historisch kaartmateriaal uit de periode 1830 tot 1920 bestond de locatie destijds uit een bosperceel. Uit een kadastrale kaart uit 1811 blijken andere verkavelingsgrenzen dan de huidige grenzen. Uit deze oude kadastrale kaart blijkt dat zich centraal over de locatie in oostelijke richting destijds een houtwal aanwezig was. Op topografisch kaartmateriaal vanaf 1930 is de locatie in agrarisch gebruik. Tot op heden is dit gebruik van de onderzoekslocatie niet veranderd. Uit bestudering van het historisch kaartmateriaal blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. De onderzoekslocatie is geheel onbebouwd en onverhard. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie nimmer bebouwd. In de huidige situatie bestaat de onderzoekslocatie uit een maïsakker. Voor zover bij de gemeente Doetinchem bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Ook zijn er geen gegevens bekend omtrent overige potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 2.4

Calamiteiten

Voor zover bij de gemeente Doetinchem bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Doetinchem blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 2.5

Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie

Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd.

14075790 DOE.GEM.NEN

Pagina 2 van 9

2.6

Belendende percelen/terreindelen

In bijlage 6 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en belendende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:   

aan de noord- en zuidoostzijde bevinden zich weidepercelen; aan de zuidwestzijde bevindt zich braakliggend terrein (aanleg Oostelijke Randweg); aan de noordwestzijde bevinden zich het fietspad Doetinchem-Zelhem en een maisakker.

Ter plaatse van het, ten noordwesten van de locatie gelegen, fietspad bevond zich in het verleden een spoorbaan. Deze spoorbaan is tot 1937 in gebruik geweest als pasagiersdienst tussen Doetinchem en Zelhem. Tot 1972 is de spoorbaan nog in gebruik geweest als goederenlijn. Vanaf 1977 is het trace in gebruik als fietspad. Uit eerder uitgevoerd bodemonderzoek is gebleken dat geen bodemverontreinigingen zijn te verwachten vanuit het tracé van de voormalige spoorbaan naar de naastliggende percelen. Uit de verzamelde informatie blijkt dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 2.7

Terreininspectie

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 2.3. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. 2.8

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens de locatie aan te kopen ten behoeve van de aanleg van de Oostelijke Randweg. 2.9

Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten

De gemeente Doetinchem heeft, in samenwerking met 7 andere gemeenten in de Regio Achterhoek de achtergrondwaarden, van een aantal metalen, PAK, minerale olie en EOX voor grond vastgesteld (CSO, kenmerk 11K054, 24 oktober 2011). De onderzoekslocatie ligt binnen de zone "Overig". De gemeente Doetinchem hanteert de 80-percentielwaarde (80% van de beschikbare gemeten stofgehalten voor die zone zijn lager dan deze waarde vastgesteld) als gebiedseigen bodemkwaliteit binnen een zone. Als deze waarde onder de landelijke achtergrondwaarde is gelegen, geldt de landelijke achtergrondwaarde als de gebiedseigen bodemkwaliteit. Met betrekking tot de bovengrond in deze zone bevinden 80-percentielswaarden voor alle parameters zich beneden de landelijke achtergrondwaarden. In de ondergrond overschrijdt de 80-percentielwaarde van de parameter PCB de landelijke achtergrondwaarde. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor.

14075790 DOE.GEM.NEN

Pagina 3 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7749/documents/41717