CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2e - Bijlage 1 bij toelichting - bp Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019.pdf

beeldvormende raad 8 december 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Beheersverordening Bestendiging besluit Tankstation Oostelijke Randweg23.279 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wijnbergseweg 39-41 De locatie aan de Wijnbergseweg valt binnen het gebied dat is aangewezen met het thema 'Acupunctuur in de stad'. De nadruk hierbij ligt op het in harmonie doorontwikkelen van de stad op basis van bestaande kwaliteiten. Daarbij wordt meegewerkt aan kleinschalige ontwikkelingen zoals in deze projectlocatie voorzien, bijvoorbeeld de aanpassing van de functie. Belangrijk daarbij is dat iedere ingreep weloverwogen gebeurt en draagvlak heeft. Concrete uitgangspunten zijn voor deze projectlocatie echter niet aangegeven. Tankstation Oostelijke Randweg Voor de omgeving van de projectlocatie aan de Oostelijke Randweg zet de gemeente daarbij in op het thema 'Centrum optimaal'. Een opgave daarbij is een betere afwikkeling van het doorgaand autoverkeer rond de binnenstad. De aanleg van de Oostelijke Randweg is daarvoor een concrete maatregel. De ontwikkeling van het tankstation aan een dergelijke weg kan het gebruik van de weg bevorderen. Voor een dergelijke ontwikkeling geeft de structuurvisie echter geen concrete aanwijzingen. Natuurgebied De Zumpe Daarnaast valt de projectlocatie aan de Oostelijke Randweg binnen het gebied dat in het thema 'Kansen aan de oostflank' valt. Hierbij wordt onder meer ingezet op toevoeging van nieuwe infrastructuur, zoals de Oostelijke Randweg, maar ook het vergroten en versterken van het natuurgebied De Zumpe.

Met andere ontwikkelingen in dit gebied maakt dit dat het gebied drukker bezocht wordt. Dit vraagt dan ook om een breder aanbod aan functies en meer aandacht voor de esthetiek in deze omgeving. In het gebied zullen zowel recreatieve als ecologische accenten worden aangebracht. Conclusie De ontwikkelingen sluiten aan bij het beleid dat is vastgelegd in de Stuctuurvisie Doetinchem 2035. 3.5.2

Doetinchem Natuurlijk Duurzaam

Op 18 februari 2016 heeft de gemeenteraad het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam vastgesteld. In het koersdocument staat beschreven wat duurzaamheid voor Doetinchem betekent, welke middelen de gemeente inzet en welke doelen de gemeente heeft om onze duurzaamheidsambities te behalen. Duurzaamheid is een heel breed begrip. Voor Doetinchem komt duurzaamheid terug op de beleidsvelden energie, natuur, klimaat, circulaire economie, mobiliteit en duurzame producten en diensten. De gemeente zet zichzelf in als verbinder die andere partijen ondersteunt en enthousiasmeert bij hun duurzame initiatieven. Met het koersdocument legt de gemeente de focus voornamelijk op het terrein van energie. Op dit terrein kan de gemeente grote 'winsten' behalen. Doetinchem wil, samen met de andere Achterhoekse gemeenten, in 2030 energieneutraal zijn. Dit doet de gemeente door zowel energie te besparen als schone energie op te wekken. De gemeente ziet het als taak om deze energietransitie te faciliteren en te stimuleren. Daarbij wil de gemeente het goede voorbeeld geven en de te banen wegen vrijmaken. Wat betreft de energiebesparing richten de gemeente zich voornamelijk op de bestaande woningvoorraad en het bedrijfsleven. De gemeente informeert en zorgt voor subsidieregelingen of leningen. Wat betreft energieopwekking zijn zon, biomassa en ook wind kansrijke duurzame energiebronnen.

In theorie kan elk gebouw voorzien in zijn eigen duurzame energieopwekking. Daar waar dit niet mogelijk is bieden collectieve duurzame energievoorzieningen het alternatief. 28 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 Het koersdocument heeft geen gevolgen voor deze ontwikkeling. Tankstation Oostelijke Randweg In het koersdocument Doetichem Natuurlijk Duurzaam wordt geschreven dat de logistiek zo efficiënt mogelijk organiseert moet worden. Het realiseren van een tankstation aan een invalsweg kan als zodanig worden gezien. In het voorliggende bestemmingsplan kan de initiatiefnemer waar mogelijk rekening houden met de energieneutraliteitsambitie. Zo is het in alle bestemmingen toegestaan om op daken van gebouwen zonnepanelen en -collectoren te plaatsen. Natuurgebied De Zumpe In het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam staat beschreven dat de ambitie is om natuurgebied De Zumpe uit te breiden van 23 naar 120 hectare. Dit wordt gedaan met partners als bewoners, natuurorganisaties en de provincie Gelderland. Conclusie De voorgenomen plannen sluiten aan bij het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam. 3.5.3

Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020

Het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 vormt de basis voor de omgang met water in het algemeen en het rioleringsstelsel in het bijzonder. Het plan geeft als reikwijdte 2016-2020 aan. Maar de uitvoering loopt op dit moment, 2021, nog. Met betrekking tot de ruimtelijke ordening en het stedelijk gebied zijn de volgende gidsprincipes voor integraal waterbeheer van belang: het toepassen van de drietrapsstrategie: vasthouden, bergen en afvoeren; water van schoon naar minder schoon laten stromen (geen afwenteling); met water de identiteit van een plek zichtbaar maken; een goede communicatie opzetten (intern en extern); water als mede-ordenend principe toepassen bij ruimtelijke plannen; samenwerken en afstemmen; balans in watersysteem en waterketen. Door het toepassen van deze principes wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een robuust, veerkrachtig en gezond watersysteem binnen de gemeentegrenzen, gecombineerd met een aantrekkelijke woonomgeving met optimale belevings- en gebruiksmogelijkheden van het water. Er is een goede samenwerking en afstemming tussen alle bij het waterbeheer betrokken partijen, en er vindt geen bestuurlijke, financiële of ruimtelijke afwenteling plaats. Dit is het algemene streefbeeld voor 2030. Onderzoek en conclusie In het Gemeentelijk Rioleringsplan wordt het algemene streefbeeld per functie en thema nader uitgewerkt.

In paragraaf 4.9 Water wordt nader op het aspect water ingegaan. De voorgenomen ontwikkelingen zijn niet in conflict met het gestelde in het Gemeentelijk Rioleringsplan.

29 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

3.5.4

Groenstructuurplan Doetinchem 2017

Het groenstructuurplan is op 27 juni 2017 vastgesteld door het college. Het plan is het beleidsdocument waarin beleid en ambities ten aanzien van de groen- en bomenstructuren zijn vastgelegd. Het gaat daarbij zowel om de functionele als de visueel-ruimtelijke aspecten van het groen. De beleidsuitgangspunten voor het plan komen voort uit de Structuurvisie Doetinchem 2035. De belangrijkste doelen van het plan zijn: vastleggen van bestaande, te behouden, te versterken en nieuw te ontwikkelen (hoofd)groenen bomenstructuren; verwoorden groene ambities en uitwerken naar concrete projecten en acties; handvatten bieden voor afwegingen bij ruimtelijke claims, afstoten en verkoop van het openbaar groen; functioneren als toetsingsinstrument voor de Bomenverordening; mede richting geven aan aanleg, beheer en onderhoud. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 Het Groenstructuurplan heeft geen invloed op de verwijdering van het tankstation aan de Wijnbergseweg. Tankstation Oostelijke Randweg Het Groenstructuurplan heeft ook geen invloed op de realisatie van het tankstation aan de Oostelijke Randweg. Natuurgebied De Zumpe Het deel van gronden, behorende bij het beschermd natuurgebied De Zumpe maken in het Groenstructuurplan onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur van de gemeente Doetinchem.

30 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Uitsnede Groenstructuurkaart De functiewijziging van agrarisch naar natuur past binnen het beleid en ambities van het Groenstructuurplan Doetinchem 2017. Conclusie Het Groenstructuurplan heeft geen invloed op de verwijdering en realisatie van het tankstation. De functieverandering naar natuur in De Zumpe past binnen het beleid. 3.5.5

Detailhandelsbeleid gemeente Doetinchem

Het regionale detailhandelsbeleid is leidend voor het lokale detailhandelsbeleid. Het lokale detailhandelsbeleid is vastgelegd in de nota 'Actualisatie Detailhandelsbeleid 2013'. De nota gaat in op de snel veranderende omgeving, de wetgeving van hogere overheden en ontwikkelingen op detailhandelsgebied. Het regionale en lokale detailhandelsbeleid vormen samen het kader voor detailhandel. De doelstelling is: Om de hoofdkernen binnen de Achterhoek vitaal en aantrekkelijk te houden. De drie bestaande grootschalige concentraties, Woonboulevard Doetinchem, Boulevard-Oost (Doetinchem) en Europalaan (Winterswijk), hebben hun functie in de huidige structuur als PDV-clusters. In het buitengebied en op bedrijventerreinen kan verkoop aan consumenten ter plaatse als ondergeschikte nevenactiviteit van een productiebedrijf zonder detailhandelsbestemming toegestaan worden, mits deze verkoop zichtbaar en aantoonbaar ondergeschikt is aan de totale bedrijfsvoering. Onderzoek en conclusie In de detailhandelsbeleid wordt aangegeven dat ter voorkoming van branchevervaging bij tankstations bij nieuw te vestigen tankstations een maximum geldt van 50 m2 netto winkelvloeroppervlak detailhandel. Detailhandel dient altijd ondergeschikt te zijn aan de verkoop van brandstoffen.

De ontwikkeling van het plangebied Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 2019, sluit aan op hetgeen is opgenomen in de detailhandelsnota. 3.5.6

Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017 - 2020

Op 8 juni 2017 heeft de gemeenteraad de 'Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017-2020' en de 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem' vastgesteld. De visie geeft als reikwijdte 2017-2020 aan. Maar de uitvoering loopt op dit moment, 2021, nog. De gemeente biedt voor haar eigen inwoners en bezoekers een aantrekkelijke binnenstad waarbij bereikbaarheid en parkeren belangrijke pijlers zijn. Het parkeren biedt in en rond de binnenstad van Doetinchem, in de kernen van Wehl en Gaanderen en in woongebieden en buitengebied ondersteuning aan de daar aanwezige functies (zoals: wonen, winkelen, werken en recreëren). De parkeervisie is opgedeeld in vier pijlers: 1. parkeerlocatie en kwaliteit: alle openbare parkeerplaatsen moeten sociaal veilig, beschikbaar, vindbaar en te financieren zijn; 2. doelgroep gericht: per locatie hebben specifieke parkeerdersgroepen prioriteit. a. binnenstad - personeel en publiek; b. woongebieden - bewoners en bezoek; c. bedrijfsterreinen - personeel; 3. flexibiliteit: de uitvoering van de werkzaamheden uit de parkeervisie moeten gefaseerd uitgevoerd kunnen worden; 4. exploiteerbaarheid: de parkeerexploitatie dient te voldoen aan de financiële taakstelling. Parkeernormen hebben tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen 31 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

voor te schrijven, dat voorzien wordt in de in te schatten parkeervraag. Dat aantal voorkomt dat door de aanleg van te weinig plaatsen er een tekort ontstaat. Ook voorkomt het toepassen van de normen dat er teveel plaatsen komen, waardoor de automobiliteit gestimuleerd wordt en de leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en bereikbaarheid nadelig worden beïnvloed. De nota wil ook de toepassing van de normen voor burgers, bedrijven, gebouweigenaren, ontwikkelaars, e.d. inzichtelijk maken. Onderzoek en conclusie In de 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem' staat per situatie de parkeernormen. Het parkeerbeleid is voor het plangebied nader uitgewerkt in paragraaf 4.11 Verkeer en parkeren. 3.5.7

Beleidsnota Externe veiligheid

De gemeenteraad van Doetinchem heeft op 19 december 2013 de beleidsnota Externe veiligheid vastgesteld. Bij vaststelling van deze beleidsnota is onder andere besloten om het Externe veiligheidsbeleid door te vertalen naar de bestemmingsplannen van Doetinchem. Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van een ongeval in de directe omgeving waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico's moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Om burgers een veilige leefomgeving te bieden is het belangrijk het externe veiligheidsbeleid te verankeren in het bestemmingsplan. Wanneer nieuwe risico plannen worden gerealiseerd besteedt de gemeente aandacht aan bronmaatregelen om het risico te verkleinen, daarna komen pas effect maatregelen aan de orde. Bij het beoordelen van risicosituaties worden aanvullend op de beoordeling van de risico's ook de mogelijke effecten en beheersbaarheid van een calamiteit betrokken. Hierbij wordt zorgvuldig rekening gehouden met het advies van de Veiligheidsregio in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico.

De beleidsnota Externe veiligheid is door middel van de parapluherziening 'Externe veiligheid 2020' planologisch vastgelegd. Deze parapluherziening is vastgesteld op 25 februari 2021. Door het verplaatsen van het tankstation wordt een risicobron verplaatst van een woonwijk naar de rand van een woongebied. Dit sluit aan op het beleid. Onderzoek en conclusie Het bestemmingsplan sluit aan op het externe veiligheidsbeleid van de gemeente. In paragraaf 4.6 Externe veiligheid is ingegaan op de externe veiligheid van de ontwikkelingen die met dit bestemmingsplan (on)mogelijk worden. 3.5.8

Motorbrandstoffenverkooppuntenbeleid

In 1999 heeft de gemeenteraad de notitie Motorbrandstoffenverkooppunten vastgesteld. Het beleid richt zich op de nieuwvestiging van verkooppunten van motorbrandstoffen buiten bestaande bedrijventerreinen. De gemeente zet daarbij in op drie sporen: 1. Nieuwvestiging van een verkooppunt door een nieuw bedrijf. 2. Nieuwvestiging van een verkooppunt van een bestaand Doetinchems bedrijf. 3. Verplaatsing van een bestaand verkooppunt. Ten aanzien van LPG richt zich het landelijke beleid op locaties langs in- en uitvalswegen. In beperkte mate is LPG ook toegestaan op bedrijventerreinen, rekening houdend met de specifieke 32 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

situatie zoals de aanwezigheid van dienstwoningen en/of kantoren. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 Dit plan betreft het mogelijk maken van de verplaatsing van het bestaande verkooppunt aan de Wijnbergseweg 39-41, naar de nieuwe locatie aan de Oostelijke Randweg. De verwijdering van de bestaande en de ontwikkeling van de nieuwe vestiging zijn dan ook niet los van elkaar te zien en zou in de groep 3 geplaatst kunnen worden: verplaatsing van een bestaand verkooppunt. Tankstation Oostelijk Randweg Bij een bedrijfsverplaatsing naar een locatie aan een uitvalsweg, zoals de Oostelijke Randweg, geeft het beleid aan dat het hier bij voorkeur gaat om een groot motorbrandstoffenverkooppunt met benzine/diesel/LPG. De verplaatsing voorkomt dat tankwagens met LPG door de bebouwde kom van Doetinchem moeten rijden en daarmee veiligheidsrisico's veroorzaken. Met betrekking tot LPG wordt opgemerkt dat hierbij rekening moet worden gehouden met de afstand tot (bedrijfs)woningen, in relatie tot de veiligheid. Natuurgebied De Zumpe Voor de ontwikkeling van natuurgebied De Zumpe heeft dit beleid geen invloed. Conclusie De voorgenomen plannen voldoen aan het motorbrandstoffenverkooppuntenbeleid. 3.5.9

Welstand Doetinchem

De welstandsnota van de gemeente Doetinchem is vastgesteld op 14-4-2016 door de gemeenteraad. De gemeente Doetinchem wil vooral meer aandacht waar het moet, en meer vrijheid waar het kan. Dat doet de gemeente door alleen welstand te toetsen waar doorgaans veel mensen komen. Grote delen van de gemeente zijn echter welstandsvrij. In de gebieden die niet welstandsvrij zijn, richt welstand zich op het handhaven, herstellen en versterken van aanwezige kwaliteiten. Een bouwwerk voldoet aan de algemene eisen van welstand als: De verschijningsvorm van het bouwwerk een relatie heeft met het gebruik hiervan. Het bouwwerk een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Het gebruik en uitwerking van verwijzingen en associaties zo zorgvuldig zijn, dat het concept en de vorm bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit van de omgeving. Het beeld van het bouwwerk een samenhangend geheel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk en de ruimtelijke samenhang ervan met de omgeving ondersteunen. Reclame In gebieden die welstandsvrij zijn gelden de volgende criteria: Reclame-uitingen veroorzaken geen fysieke of visuele overlast of hinder voor derden en respecteren de veiligheid.

Reclame-uitingen kunnen uithangborden, naamborden, naamaanduidingen , reclamezuilen, merkreclames, vlaggenmasten en (bescheiden) spandoeken zijn. De reclame-uiting is bevestigd aan de gevel of staat op eigen terrein: niet perceelsgebonden reclame-uitingen zijn niet toegestaan. Eigentijdse linten De eigentijdse linten zijn deels het gevolg van de groei van de stad en deel het gevolg van 33 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

technische ontwikkelingen. Door de auto en trein ontstonden nieuwe regionale en nationale netwerken en verbindingen waarin de stad niet meer vanzelfsprekend centraal lag. De Oostelijke Randweg is zo'n eigentijdse lint. Een hoge beeldkwaliteit langs de linten is wenselijk. Het ontbreken van een duidelijke historische context biedt mogelijkheden om nieuwe ontwikkelingen langs de linten een eigentijdse invulling te geven. Verder geldt dat de algemene welstandscriteria zijn toepassingen zijn. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 Voor het gebied rond de Wijnbergseweg geldt een streng welstandsbeleid. Echter zullen er geen ontwikkelingen plaatsvinden behalve het saneren van de tankmogelijkheden. Tankstation Oostelijke Randweg De Oostelijke Randweg is aangemerkt als eigentijds lint. Hiervoor is opgenomen dat het moet voldoen aan de algemene welstandscriteria en een eigentijdse invulling mag hebben. Voor reclame moet er voldaan worden aan de eisen die gesteld zijn voor reclame-uitingen. Bij aanvraag van de omgevingsvergunning zal het plan aan de welstandsnota worden getoetst. Natuurgebied De Zumpe In het natuurgebied wordt er geen bebouwing of reclame-uiting gerealiseerd. De welstandsnota heeft dus geen invloed op deze ontwikkeling.

34 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Hoofdstuk 4 4.1

Haalbaarheid

Algemeen

Dit hoofdstuk geeft de randvoorwaarden van de milieukundige aspecten en andere omgevingsaspecten waarmee rekening gehouden moet worden bij het bouwen en bij de inrichting en het beheer van het plangebied. Deze aspecten kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van bepaalde locaties. Als dit zo is, blijkt dit uit de tekst onder het bepaalde aspect.

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. De m.e.r.-procedure is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen om belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgesteld in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r.. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 Voor de verwijdering van het tankstation met LPG aan de Wijnbergseweg is geen m.e.r.-beoordeling nodig. Tankstation Oostelijke Randweg In rapportage van Aveco de Bondt is de toetsing aan het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen (Bijlage 2 Aanmeldingsnotitie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling). In de genoemde rapportage zijn de kenmerken en de plaats van de activiteiten en de kenmerken van de potentiële effecten beschreven. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten en dit om die reden het opstellen van een milieueffectrapportage/het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet noodzakelijk is. Natuurgebied De Zumpe Voor de functieverandering in De Zumpe is geen m.e.r.-beoordeling nodig. Conclusie Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling is naar voren gekomen dat met de realisatie van het tankstation aan de Oostelijke Randweg geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.

Hierdoor is dus ook geen m.e.r. noodzakelijk. Voor de verwijdering van het tankstation aan de Wijnbergseweg en de functieverandering in De Zumpe is geen m.e.r.-beoordeling van toepassing.

4.3

Bodem

Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling is het van belang om te weten of de (milieuhygiënische) bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming. De eisen die worden gesteld aan de bodemkwaliteit en de noodzaak tot het uitvoeren van een bodemonderzoek staan vermeld in onder meer de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Ook mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (het zogenaamde stand still-beginsel). Indien er grondverzetwerkzaamheden plaatsvinden, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van de Nota bodembeheer regio Achterhoek en het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop van toepassing. Onderzoek 35 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Wijnbergseweg 39-41 Ter plaatse van deze locatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. In 1999 heeft voorafgaande aan een renovatie van het tankstation een bodemsanering plaatsgevonden. Na de sanering is ter plaatse van het tankstation in de grond en het grondwater een (lichte) bodemverontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten achtergebleven. In 2011 en 2012 heeft Econsultancy actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de voormalige werkplaats/tectyleerruimte. Hieruit is gebleken dat de ondergrond ter plaatse licht tot sterk is verontreinigd met minerale olie en polychloorbifenyl (PCB). Het grondwater is hier sterk verontreinigd met minerale olie. De verontreiniging is niet helemaal in beeld gebracht. Voorafgaande aan toekomstige grondwerkzaamheden en/of bij een functiewijziging is nader bodemonderzoek nodig. Dit kan eventueel gecombineerd worden met een eindsituatie-bodemonderzoek in het kader van het Activiteitenbesluit. Nieuw bodemonderzoek of sanering van de bodem is sec voor het opheffen van het tankstation op de locatie niet nodig. Direct ten zuidwesten van de locatie is tevens sprake van een (voormalig) geval van bodemverontreiniging (geval NS Emplacement Doetinchem-West). De verontreiniging met minerale oliecomponenten is grotendeels gesaneerd. Er wordt geen restverontreiniging ter plaatse van het plangebied verwacht.

Tankstation Oostelijke Randweg Op de locatie van het toekomstige tankstation zijn geen gevallen van ernstige bodemverontreiniging bekend. Voor de ontwikkeling is dan ook een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 3). Tijdens het onderzoek zijn op het maaiveld en in de bodem visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Uit het onderzoek blijkt verder dat in de bovengrond geen verontreiniging is aangetoond. De ondergrond is (plaatselijk) licht verontreinigd met kobalt en nikkel. Het grondwater is (plaatselijk) licht verontreinigd met barium, cadmium, kobalt en zink. In het grondwater zijn daarnaast lokaal sterk verhoogde nikkelconcentraties aanwezig. De aanwezigheid van nikkel kan niet gerelateerd worden aan een (voormalige) activiteit. In verband hiermee, en gezien de kennis dat dergelijke concentraties binnen de gemeente Doetinchem van nature kunnen voorkomen in het grondwater, wordt uitgegaan van een natuurlijke oorzaak. Aanvullend onderzoek is daarmee niet nodig. Om toekomstige bodemverontreiniging te voorkomen zijn in het kader van het Activiteitenbesluit preventieve maatregelen - zoals de aanleg van een vloeistofdichte vloer - nodig. Dit maakt geen onderdeel uit van de planologische regeling. Natuurgebied De Zumpe Ter plaatse van natuurgebied De Zumpe is zover bekend geen bodemonderzoek uitgevoerd.

Een algemeen beeld van de bodemkwaliteit is af te leiden op basis van de bodemkwaliteitskaart. Op basis van deze kaart worden geen tot lichte verontreinigingen in de grond verwacht (kwaliteitsklasse 'achtergrondwaarde'). Het onderzoeksgebied is volgens de bodemfunctiekaart geschikt voor de functie natuur. Van nature kunnen in het grondwater verhoogde concentraties aan zware metalen voorkomen. Conclusie Uit het bodemonderzoek komt naar voren dat vanuit de bodemkwaliteit er geen belemmering is voor de doorgang van de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van het plangebied. Voor de voorbereiding en/of de uitvoering van het project is in een later stadium mogelijk aanvullend bodemonderzoek nodig. Aanvullend onderzoek kan nodig zijn voor het aanvragen van een omgevingsvergunning, het bepalen van de veiligheidsmaatregelen tijdens de uitvoering en/of ten behoeve van grondverzet in het kader van het Besluit bodemkwaliteit/de Nota bodembeheer 36 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

regio Achterhoek.

4.4

Akoestiek

4.4.1

Wegverkeerslawaai

Wegverkeerslawaai kan overlast bij woningen of andere geluidsgevoelige functies veroorzaken. In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn daarom geluidsnormen opgenomen. In het kader van de Wgh bevinden zich langs alle wegen zones, met uitzondering van wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Ingeval van het realiseren van geluidsgevoelige bebouwing binnen deze zone moet een akoestisch onderzoek plaatsvinden. Daar waar geen sprake is van een wettelijke onderzoekszone moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening het aspect akoestiek ook afgewogen worden. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 De verwijdering van het tankstation met LPG aan de Wijnbergseweg heeft geen nadelige gevolgen voor het wegverkeerslawaai ter plaatse van deze locatie. Tankstation Oostelijke Randweg Voor de realisatie van de Oostelijke Randweg is in 2010 onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai. Uit het akoestische onderzoek wegverkeerslawaai is gebleken dat de weg, met de nodige geluidreducerende maatregelen, gerealiseerd kon worden. De vraag is of door de komst van het tankstation sprake zal zijn van een toename van het verkeer op de Oostelijke Randweg, waardoor de geluidsemissie van wegverkeerslawaai toeneemt.

Uit onderzoek is gebleken dat er naar verwachting geen extra verkeersgeneratie op de Oostelijke Randweg zal ontstaan als gevolg van het tankstation. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 4 toegevoegd aan dit plan. In het bestemmingsplan Oostelijke Randweg 2009 is rekening gehouden met 18.700 motorvoertuigen per etmaal. Momenteel rijden er ongeveer 13.000 motorvoertuigen over de Oostelijke randweg per etmaal. Natuurgebied De Zumpe Natuurgebied De Zumpe is geen geluidsgevoelige bestemming. Het aspect wegverkeerslawaai is niet van toepassing. Conclusie Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. 4.4.2

Industrielawaai/inrichtingslawaai

In de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening worden richt- en grenswaarden gesteld. Een inrichting dient te voldoen aan deze waarden. De richtwaarden zijn afhankelijk per omgevingstype. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 De verwijdering van het tankstation met LPG aan de Wijnbergseweg heeft geen nadelige gevolgen voor het industrielawaai/inrichtingsgeluid. Door de verwijdering van het tankstation zal sprake zijn 37 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

van een verbetering. De geluidzones van Hamburgerbroek en Verheulsweide zijn vastgelegd in de bestemmingsplannen 'Parapluherziening geluidzone Hamburgerbroek' en 'Parapluherziening geluidzone Verheulsweide'. Deze parapluplannen liggen over de bestaande bestemmingsplannen heen en worden niet door het voorliggende plan vervangen. De geluidzones hoeven daarom dus niet opnieuw opgenomen te worden in bestemmingsplannen. De onderstaande afbeeldingen geven de ligging van de geluidzones weer.

Ligging geluidzones Hamburgerbroek en Verheulsweide Tankstation Oostelijke Randweg Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor vestiging van het nieuwe motorbrandstoffenverkooppunt om inzicht te geven in de geluidsemissie van de inrichting naar de directe omgeving. Hiertoe is de geluiduitstraling van de inrichting berekend op basis van de representatieve bedrijfssituatie en akoestische ervaringscijfers. Uit het onderzoek blijkt dat er geen akoestische belemmeringen zijn. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 5 toegevoegd aan dit plan. Natuurgebied De Zumpe Natuurgebied De Zumpe is geen geluidsgevoelige bestemming. Het aspect industrielawaai/inrichtingslawaai is niet van toepassing. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat de geluidsemissie van het nieuw te realiseren tankstation voldoet aan 38 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

de normstelling voor inrichtingsgeluid. Ook voor de locatie Wijnbergseweg 39-41 en natuurgebied De Zumpe is dit aspect geen belemmering.

4.5

Luchtkwaliteit

Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.

Wijnbergseweg 39-41 De verwijdering van het tankstation met LPG aan de Wijnbergseweg heeft geen nadelige gevolgen voor de luchtkwaliteit ter plaatse van deze locatie. Tankstation Oostelijke Randweg Uit onderzoek blijkt dat het realiseren van een tankstation aan de Oostelijke Randweg niet zal leiden tot meer verkeersgeneratie op de Oostelijke Randweg (Bijlage 4). Hierdoor kan gesteld worden dat het project 'niet in betekende mate' (nibm) van van invloed is op de luchtkwaliteit. Natuurgebied De Zumpe Voor de functieverandering in De Zumpe is dit aspect niet van toepassing. Onderzoek en conclusie Uit onderzoek is gebleken dat er naar verwachting geen extra verkeersgeneratie op de Oostelijke Randweg zal ontstaan als gevolg van het tankstation (zie Bijlage 4). Daarmee draagt het plan niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van luchtkwaliteit.

4.6

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschrijft de kans dat personen in de omgeving van een activiteit waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, slachtoffer worden van een ongeval met die stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes (weg, water, rail en buisleiding) in relatie tot de (bebouwde) omgeving. Voor inrichtingen (bedrijven) is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen', de bijbehorende regeling en de circulaire effectafstanden LPG-tankstations van belang. Voor transport is de 'Wet vervoer gevaarlijke stoffen', het besluit externe veiligheid transportroutes en de wet basisnet van belang. Daarnaast zijn er een aantal besluiten en regelingen vastgesteld waarin het beleid verder uitgewerkt is. Het beleid met betrekking tot buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij externe veiligheid wordt een onderscheidt gemaakt tussen een plaatsgebonden risico en een groepsrisico. Plaatsgebonden risico 39 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon, die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-5 (één op 100.000) en een contour waarbinnen deze kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze contour mogen in ieder geval geen kwetsbare objecten (onder andere scholen, gebouwen waar zich veel mensen bevinden en gebouwen waar zich minder zelfredzame personen kunnen bevinden) aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Groepsrisico Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Voor de contour van het groepsrisico geldt in ieder geval dat het niet wenselijk is om hier kwetsbare bestemmingen toe te staan. Het streven moet zijn om het aantal personen binnen het invloedsgebied onder de oriëntatiewaarde en waar mogelijk zo laag mogelijk te houden. Beleidsvisie Door de gemeente Doetinchem is lokaal externe veiligheidsbeleid vastgesteld. Het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Doetinchem is vastgesteld op 19 december 2013.

De gemeente Doetinchem streeft naar een verantwoord evenwicht tussen risico's en de behoefte aan de activiteiten die de risico's veroorzaken. Daar waar de gemeente als bevoegd gezag een beoordelingsvrijheid heeft maakt zij in dit beleidsdocument keuzes op het gebied van externe veiligheid. Die keuzes hebben de vorm van algemene uitgangspunten en gebiedsgerichte ambities: 1. Voor de toepassing van dit externe veiligheidsbeleid onderscheidt de gemeente Doetinchem drie gebiedstypen: woongebieden, bedrijventerrein en buitengebied. 2. Een balans dient gevonden te worden tussen enerzijds wonen en werken en anderzijds veiligheid en risico, waarbij de nadruk ligt op veiligheid. 3. In woongebieden staat de veiligheid voorop. In woongebieden worden dan ook geen nieuwe risicobronnen toegelaten. 4. Vestiging van nieuwe risicovolle bedrijven is mogelijk, hiervoor is het bedrijvenpark A18 aangewezen. 5. Op het bedrijventerrein en in het buitengebied accepteert de gemeente een enigszins minder streng veiligheidsregime en is de komst van inrichtingen met enige risicobelasting op de omgeving onder voorwaarden mogelijk. 6. Waar zich ev-knelpunten voor (kunnen) doen, besteedt de gemeente vooral aandacht aan bronmaatregelen om het risico te verkleinen. Pas daarna komen effectmaatregelen aan de orde. 7.

Bij het beoordelen van risicosituaties worden aanvullend op de beoordeling van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico ook de mogelijke effecten en beheersbaarheid van een calamiteit betrokken. Hierbij wordt zorgvuldig rekening gehouden met het advies van de veiligheidsregio in het kader van de verantwoordingplicht groepsrisico. Onderzoek Wijnbergseweg 39-41 Door de verplaatsing van het tankstation met LPG verbeterd de veiligheidssituatie in de omgeving van de Wijnbergseweg, omdat een risicovolle inrichting met de daarbij behorende risicocontouren verdwijnt. Dit levert dus een veiligheidsverbetering op voor de nabijgelegen woningen. Tankstation Oostelijke Randweg Voor de nieuwe locatie van het LPG tankstation aan de Oostelijke Randweg is onderzoek gedaan: 1. Verantwoording groepsrisico LPG tankstation Oostelijke Randweg Doetinchem, kenmerk 40 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

DOE002-0001VGR-v1 d.d. 25-09-2018 door Kragten. 2. Bepaling hoogte groepsrisico LPG tankstation Oostelijke Randweg Doetinchem, kenmerk DOE002-0001LPG-v1 d.d. 24-09-2018 door Kragten. De onderzoeken: Verantwoording groepsrisico en Bepaling hoogte groepsrisico zijn respectievelijk als Bijlage 6 en Bijlage 7 toegevoegd aan dit plan. Voor de locatie aan de Oostelijke Randweg wordt uitgegaan van een tankstation met een doorzet die gemaximeerd is op 999 m3 LPG per jaar. Uit onderzoek blijkt dat de plaatsgebonden 10-6 risicocontour (35 meter) ten gevolge van het LPG-tankstation niet reikt tot over een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in de omgeving van het tankstation. Ook is er geen sprake van de aanwezigheid van zeer kwetsbare objecten binnen een afstand van 160 meter tot het LPG-tankstation. Verder blijkt dat de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden als gevolg van de realisatie van het LPG-tankstation. Het groepsrisico is op voldoende wijze verantwoord, zie de Bijlage 7 Verantwoording groepsrisico LPG. Natuurgebied De Zumpe Het aspect externe veiligheid is niet van belang bij de omzetting van agrarische gronden naar natuur. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkelingen.

Het plan is tevens in lijn met de 'Parapluherziening Externe veiligheid - 2020' om risicovolle inrichtingen te verplaatsen van woonwijken naar het buitengebied of bedrijventerreinen.

4.7

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan wij het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is. Wijnbergseweg 39-41 Het verwijderen van het tankstation met LPG aan de Wijnbergseweg zal geen invloed hebben op de bedrijven- en milieuzonering. 41 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Tankstation Oostelijke Randweg De VNG uitgave "Bedrijven en Milieuzonering"geeft een inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Op basis daarvan valt het te realiseren tankstation met LPG onder "Benzineservicestations met LPG <1000m³/jr" milieucatergorie 3.1. Hiervoor geldt een aan te houden richtafstand van 50 meter tot een rustige woonwijk. Aangezien de dichtstbijzijnde woning zich op meer dan 100 meter bevindt, voldoet dit aan de richtafstanden m.b.t. ontwikkeling aan de bedrijven- en milieuzonering. Natuurgebied De Zumpe De bedrijven en milieuzonering is niet van toepassing voor het natuurgebied De Zumpe. Onderzoek en conclusie Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor de doorgang van dit plan.

4.8

Flora en fauna

Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming is het wettelijke stelsel voor de bescherming van natuurgebieden, bos en planten en diersoorten. De wet is de vervanger van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming regelt allereerst de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en plant- en diersoorten. Daarnaast bevat deze wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. De Wet natuurbescherming verschilt in principe niet met de Flora- en faunawet ten aanzien van Europees beschermde soorten. De bescherming van de Wet natuurbescherming beperkt zich tot soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn waarvan Nederland tot hun natuurlijke verspreidingsgebied behoort. Bij de nationaal beschermde soorten zijn wel verschillen tussen de lijsten onder de Wet natuurbescherming en de Flora- en faunawet. Ten eerste hebben een aantal Europese soorten van bijlage II van de Habitatrichtlijn hun strikte bescherming verloren zoals de vissen biervoorn, rivierprik en kleine modderkruiper. Andere bijlage II soorten vallen nu onder het 'nationale' regime van de andere soorten, zoals de gewone zeehond. Daarnaast zijn veranderingen opgetreden in de bescherming van de soortgroepen dagvlinders, libellen, vissen en vaatplanten.

Dit omdat onder de Wet natuurbescherming de lijsten voor nationaal beschermde soorten beter afgestemd zijn met de Rode Lijsten. Dit heeft geleid tot het vervallen van de bescherming voor bijvoorbeeld uit Nederland verdwenen dagvlinders, de vissen, mierensoorten en een groot aantal plantensoorten. Anderzijds zijn er nieuwe dagvlinders, libellen en plantensoorten bijgekomen. Bij het verlenen van een vergunning op grond van het bestemmingsplan, moeten de verbodsbepalingen van de wet in acht worden genomen; er kunnen als gevolg van ingrepen en ruimtelijke ontwikkeling overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming optreden. Dat houdt in dat tijdig, voorafgaand aan de verlening van een vergunning onderzoek moet worden uitgevoerd, zodat een eventuele overtreding voorkomen wordt. Het onderzoek heeft als doel om in te schatten of er planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland.

Ten aanzien van soortenbescherming geldt binnen de stedelijke omgeving dat daarbij gedacht moet worden aan de aanwezigheid van en de invloed van de plannen op vleermuizen en broedvogelsoorten zoals de huismus en de gierzwaluw. De vaste rust- en verblijfplaatsen en deels ook de functionele leefomgeving van deze soort(groep)en zijn jaarrond beschermd. In het landelijk 42 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

gebied komen bijvoorbeeld de jaarrond beschermde steenuil, buizerd en de das voor. Indien uit onderzoek blijkt dat er sprake is van dreigende overtreding van de Wet natuurbescherming kan in enkele gevallen met maatregelen (bijvoorbeeld werken buiten broedseizoen) overtreding voorkomen worden. Bezette nesten van alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd en mogen niet opzettelijk verstoord worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m 15 juli, maar broedgevallen daarbuiten zijn ook beschermd. Indien uit onderzoek blijkt dat opzettelijk verstoren of de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen niet te voorkomen is, dient een ontheffing te worden aangevraagd op basis van een projectplan. Een projectplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het projectplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Deze maatregelen kunnen van invloed zijn op de (her) inrichting van een gebied. Het niet verkrijgen van een ontheffing is van invloed op de haalbaarheid van een project. De provincie is het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming. De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij soortenbescherming ligt grotendeels bij de provincies.

De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Onderzoek en conclusie Wijnbergseweg 39-41 De locatie aan de Wijnbergseweg maakt geen onderdeel uit van het GNN (Gelders Natuurnetwerk). De locatie is eveneens niet gelegen in de buurt van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk. Tankstation Oostelijke Randweg De locatie aan de Oostelijke Randweg is niet gelegen in het GNN. De ontwikkeling van het tankstation met LPG is in relatie tot het begrensde gebied een kleinschalige ontwikkeling, die geen invloed heeft op de beoogde natuurdoelstellingen van het GNN. Aangetoond is dat het nieuwe tankstation niet zorgt voor extra verkeer op de Oostelijke Randweg (zie paragraaf 4.4). Stikstof onderzoek onderzoek 2021 Naar aanleiding van de geactualiseerde AERIUS rekenmethode is er een geactualiseerd onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdeposite (zie Bijlage 12). Het projecteffect ten gevolge van de aanlegfase op de Natura 2000-gebieden 'Stelkampsveld', 'Veluwe' en 'Korenburgerveen' is groter dan 0,00 mol/ha/jaar, maar blijft beperkt tot 0,01 mol/ha/jaar.

Er is sprake van een tijdelijke depositie, die kleiner dan of gelijk is aan 0,05 mol/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar. Conform de Wet stikstofreductie en natuurverbetering 1 juli 2021 geldt hiervoor een vrijstelling voor de natuurvergunningplicht, omdat negatieve effecten worden uitgesloten. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolgen van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. Natuurgebied De Zumpe De functiewijziging van agrarisch naar natuur voor een deel in De Zumpe, zorgt voor een uitbreiding van de omvang van het natuurgebied De Zumpe. De Zumpe is onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk. Het bevindt zich in het stroomgebied van de prehistorische Rijn die in de ondergrond een laag kalk heeft afgezet. Door die kalklaag heen wordt water omhoog gedrukt 43 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

waardoor kalkrijk bodemwater ontstaat tot aan de wortels van planten. Lokaal komt dit water als kwel boven de grond. Dit kalkwater zorgt voor een heel bijzondere flora. De toplaag wordt gedeeltelijk afgegraven waardoor het kalkrijke water nog beter naar planten komt. Zo ontstaat er over vijf à tien jaar en heel andere plantengroei met bijzondere soorten. De functiewijziging zorgt voor een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van de natuur in de Zumpe Soorten bescherming Wijnbergseweg 39-41 Door de verwijdering van het tankstation aan de Wijnbergseweg 39-41 worden beschermde soorten niet geschaad. De afleverzuilen, tanks en dergelijke worden verwijderd. De overkapping blijft gehandhaafd. Voor sloop van de overige bebouwing moet door middel van een onderzoek worden achterhaald of beschermde soorten worden geschaad. Een verkennend onderzoek is daarbij eerst voldoende. Dit kan pas plaatsvinden op het moment dat de concreet gewenste ontwikkeling bekend is of de kaders voor de toekomstige functie bekend zijn. Tankstation Oostelijke Randweg Voor de aanleg van de Oostelijke Randweg zijn ecologische onderzoeken uitgevoerd. Hierin is niet alleen de weg beschouwd, maar ook de aangrenzende gronden van het bestemmingsplan Oostelijke Randweg 2009, waaronder een deel van het projectgebied.

Vanuit de onderzoeken is een alternatief voor de weginrichting gekozen dat de minste effecten heeft op beschermde soorten. Daarbij is ook de realisatie van een (LPG-)tankstation in het projectgebied overwogen. Dit blijkt geen negatieve effecten te hebben op de mogelijk aanwezige (beschermde) soorten. De onderzoeken voor de aanleg van de Oostelijke Randweg zijn inmiddels verouderd. Voor de ontwikkeling van een tankstation (met LPG) op de projectlocatie aan de Oostelijke Randweg is daarom een nieuwe quickscan voor beschermde soorten uitgevoerd (zie Bijlage 8). Uit deze quickscan blijkt dat effecten op matig of zwaar beschermde plant- en diersoorten worden uitgesloten. De projectlocatie biedt geen mogelijkheden voor vleermuizen of broedvogels om te verblijven. In en in de omgeving van de projectlocatie vliegen wel vleermuizen in lage dichtheid. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten hier blijven vliegen. Effecten op vleermuizen worden daarom uitgesloten. Daarnaast kunnen algemene licht-beschermde zoogdieren en amfibieën voorkomen. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene ontheffing van de wetgeving. Voor overige soort(groep)en is het gebied verder volledig ongeschikt, daarbij horen reptielen en vissen. De realisatie van het tankstation geeft dus geen belemmeringen voor beschermde soorten.

Naar aanleiding van zienswijzen is er in januari 2020 een nieuwe Quick Scan Natuurtoets uitgevoerd (zie Bijlage 11. Ook uit deze quickscan blijkt dat effecten op matig of zwaar beschermde plant- en diersoorten worden uitgesloten. Natuurgebied De Zumpe De functiewijziging van agrarisch naar natuur voor een deel in De Zumpe, zorgt voor een uitbreiding van de omvang van het natuurgebied De Zumpe. Hiermee zullen geen beschermde planten- en diersoorten worden aangetast. Het beschermingsgebied van De Zumpe krijgt in dit bestemmingsplan een specifieke bescherming door middel van de dubbelbestemming 'Waarde Ecologie'. Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

44 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

4.9

Water

4.9.1

Waterbeheerplan 2016-2021

Het waterschap laat in dit waterbeheerplan zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn. Vanuit de primaire taakgebieden zijn dit in de planperiode 2016-2021: Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water; Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water; Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water; Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater; Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer. Voor het plangebied staan in het beheerplan geen specifieke doelstellingen beschreven. 4.9.2

Watersysteem

Het projectgebied ligt ter plaatse van een van oorsprong vlechtende rivierstelsel van de Rijn, waarin gedurende de laatste ijstijd (Weichselien) rivierzanden zijn afgezet. In het Laat-Weichselien bij het geleidelijk warmer worden van het klimaat werd dit stelsel verlaten en verplaatste de Rijn zich naar het tegenwoordige dal van de Oude IJssel. Tijdens een koudere periode (het Allerød) werd vanuit het toenmalige, nauwelijks begroeide Rijndal, onder invloed van overwegend zuidwesten winden grote hoeveelheden zand in de richting het vlechtende stelsel geblazen, waar ze ter plekke van de natste delen een groot rivierduincomplex vormden. Dit complex aan de noordoostzijde van Oude IJssel strekt zich in Nederland uit van Gendringen tot aan Drempt; op deze hoogte zijn talloze nederzettingen ontstaan. In de Achterhoek stroomt het grond- en oppervlaktewater grofweg van het oosten naar het westen. Door de vorming van het rivierduincomplex werd de afvoer van gronden oppervlaktewater gehinderd en ontstond ten noordoosten van het rivierduincomplex in het voormalige vlechtende stelsel een uitgestrekt moeras. Onder geleidelijk hogere temperaturen, werd de afvoer van water in het voormalige vlechtende stelsel meer geleidelijk en kon klei en/of leem worden afgezet, vooral daar waar brede vlakten in het voormalige vlechtende stelsel waren ontstaan.

In deze kleien zijn zoetwaterslakken gevonden (Giesen, 1981), wat aangeeft dat jaarrond zeer natte, kalkrijke omstandigheden optraden. In de vroegere geulen van het vlechtende rivierstelsel trad vanaf het Laat-Weichselien (circa 8000 voor Chr.) veenvorming op in open water. Deze geulen raakten geleidelijk opgevuld met veen, maar er bleef her en der open water bestaan; bodemkundig is er dan sprake van broekveen waarbij zich in open water plaatselijk begroeiingen van waterplanten konden handhaven (zie ook Giesen, 1979). De middeleeuwse mens heeft in deze voormalige geulen beken aangelegd. Eén daarvan is de Beneden-Slinge, die ter plaatse van het huidige stadspark tussen de wijken Rozengaarde en Overstegen een haakse bocht naar het zuiden maakt en dan richting de oude kern van Doetinchem stroomt. Iets ten noorden van deze plaats bevindt zich het begin van de Zelhemse Beek die door het vervolg van het vroegere vlechtende rivierstelsel stroomt en daarmee een meer natuurlijke voortzetting is van de Beneden-Slinge.

45 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Schematische weergave van het functioneren van de waterhuishouding van de Zumpe en omgeving in een natte periode. In groen klei, in bruin veen. Pijlen geven de stroomrichting van het grondwater; in donkerblauw van het grote grondwatersysteem, in lichtblauw van het lokale rivierduinsysteem. 4.9.3

Gemeentelijk Rioleringsplan

In paragraaf 3.5.3 Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 is het rioleringsplan van de gemeente Doetinchem behandeld. Het beleid dat daarin is verwoord komt terug in deze waterparagraaf. 4.9.4

Watertoets

Eind 2000 heeft het kabinet het standpunt “Anders omgaan met water” vastgesteld. Het op een andere manier omgaan met water én ruimte is nodig om in de toekomst bescherming te bieden tegen overstromingen en wateroverlast. De watertoets is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. De watertoets heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De toets heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het plangebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit. Deze toets is in de navolgende tabel opgenomen. Voor het projectgebied is het waterschap Rijn en IJssel het beherend waterschap. Bij dat waterschap kan dan ook advies worden gevraagd als het gaat om de ontwikkeling in het projectgebied ten opzichte van het aspect water (veiligheid, overlast, kwaliteit). Ook in het kader van voorbereiding van een bestemmingsplan wordt het waterschap benadert voor advies. Dit gebeurt in het kader van het overleg zoals dat is opgenomen in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening.

Wijnbergseweg 39-41 Voor de locatie aan de Wijnbergseweg zullen de ruimtelijke ingrepen niet leiden tot een toename of afname van het verhard oppervlak. Het is dan ook niet nodig om hiervoor nu al een wateradvies bij het waterschap op te vragen. Mochten er in de toekomst nieuwe ontwikkelingen zijn dan dient een wateradvies te worden gevraagd bij het waterschap. Tankstation Oostelijke Randweg 46 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Thema

Toetsvraag

Relevant

1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?

nee

Riolering en afvalwaterketen

1. Is er een toename van het afvalwater (DWA)? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van waterschap?

ja nee nee

Wateroverlast (oppervlaktewater)

1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak? 2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 3. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

ja nee

Hoofdthema's Veiligheid

nee

ja

Grondwater- overlast 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in nee de ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of nee IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel? nee 4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren? nee Oppervlaktewaterkwaliteit

1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater nee geloosd? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? ja 3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch nee actiegebied?

Grondwater- kwaliteit Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?

nee

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde of verbeterde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

nee

Verdroging

Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?

ja

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? nee 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones ja voor natte natuur?

Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Volksgezondheid

nee

nee nee

Aandachtsthema's Recreatie

Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

47 bestemmingsplan 'Tankstations Oostelijke Randweg en Wijnbergseweg 39-41 - 2019' vastgesteld

Cultuurhistorie

Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

nee

Riolering en afvalwaterketen Er zal een toename zijn van het afvalwater. Er zal door de gemeente Doetinchem een riool worden aangelegd die voldoende capaciteit heeft om de toename in het afvalwater te verwerken. Wateroverlast Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak toe. Het hemelwater dat op de daken valt zal niet afgevoerd worden naar het rioolstelsel, maar volgens de trits vasthouden bergen - afvoeren worden behandeld. Het hemelwater wordt ter plaatse geïnfiltreerd/geborgen in een wadi. De inhoud van de wadi moet overeenkomen met het dakoppervlak vermengingvuldigt met 40 mm. Op deze wijze kan een regenbui T=10+10% worden opgevangen in het plangebied en vertraagd worden afgevoerd. Het hemel water dat valt buiten de daken van het tankstation op de verharde wegen, verontreinigd water of overig afvalwater dat geloosd wordt op de riolering, bodem of oppervlaktewater, moet voldoen aan het Activiteitenbesluit. Hierbij valt te denken aan een vloeistofdichte verharding aangesloten op een slibvangput en olie- en benzineafscheider. Oppervlaktewaterkwaliteit Het gebied bevindt zich in de nabijheid van een stagnant SED water, namelijk De Slinge. Vanuit het plangebied wordt niet rechtstreeks op dit oppervlaktewater geloosd. Echter wordt er wel rekening mee gehouden dat het water bij het tankstation vervuild kan zijn.

Water dat valt buiten de daken van het tankstation moet voldoen aan het Activiteitenbesluit. Hierbij valt te denken aan een vloeistofdichte verharding en die aangesloten wordt op een slibvangput en loost op het gemengde rioolstelsel. Hierdoor maakt het plan geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit leiden. Water wat wel op de daken valt, zal worden opgevangen in een wadi en geïnfiltreerd. Verdroging Het plangebied bevindt zich nabij een beschermingszone voor natte natuur. De inrichting en functies in hydrologische beïnvloedingszones rond natuurgebieden zijn afgestemd op deze natuur. In de beschermingszones van natte natuur bevinden zich geen functies die de aanvoer van water richting het natuurgebied negatief beïnvloeden. Natte natuur De planlocatie is gelegen aan de rand van het Gelders Natuurnetwerk. Het plangebied bevindt zich in de beschermingszone van natte natuur. De beoogde ontwikkelingen hebben door de getroffen maatregelen - opslag en infiltratie schoon hemelwater in wadi, afvoer vervuild water- geen negatieve invloed op de waterkwantiteit en -kwaliteit in relatie tot deze natuurgebieden. Natuurgebied De Zumpe Natuurgebied De Zumpe kenmerkt dit door een afwisselend en nat gebied. Bij de inrichting van het gebied zal rekening gehouden moeten worden met de waterhuishouding van het gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7749/documents/41717