CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Regels en toelichting Dr. Huber Noodtstraat 38a-42 -2022.pdf

beeldvormende raad 6 april 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Bestemmingsplan Dr Huber Noodtstraat  38a-42-202214.249 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

36

37

3 Beleidskader 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk komt het overheidsbeleid aan de orde dat van invloed is op het voorliggende bestemmingsplan.

3.2 Rijksbeleid Voor het relevante rijksbeleid (Nationale omgevingsvisie (NOVI), Nationale woonagenda 2018-2021, Besluit regels ruimtelijke ordening (Barro) en Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro)) wordt verwezen naarparagraaf 3.2. van de ruimtelijke onderbouwing (bijlage 1). Samenvatting In voorliggend plan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten van de NOVI opgenomen. Het Barro is niet van invloed op voorliggend plan. Er is met voorliggend plan sprake van een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied zoals bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening.

3.3 Provinciaal beleid Voor het relevante provinciaal beleid (omgevingsvisie Gelderland en omgevingsverordening Gelderland) wordt verwezen naar paragraaf 3.3 van de ruimtelijke onderbouwing (bijlage 1 ). Aanvulling omgevingsverordening Gelderland Op 21 december 2022 is een geactualiseerde omgevingsverordening door PS van de provincie Gelderland vastgesteld (NL.IMRO.9925.PVOmgverordeningGC-gc11). Deze is op 14 januari 2023 in werking getreden. Deze geactualiseerde omgevingsverordening heeft ten opzichte van de daarvoor geldende geen andere betekenis voor voorliggend plan. Voor het voorliggend plan en de daarmee beoogde ontwikkeling van 64 woningen (waarvan al 2 bestaande appartementen) zijn/blijven de volgende regels uit de Omgevingsverordening Gelderland van toepassing: a. instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda (art. 2.2) b. instructieregel klimaatadaptie (art. 2.65b) Ad a. De beoogde ontwikkeling van 64 (gestapelde) koopwoningen (waarvan al 2 bestaande appartementen) is passend binnen het gemeentelijk beleid c.q. de Woningbouwstrategie 2019 die op basis van regionale afspraken over het toevoegen van nieuwe woningen is opgesteld (zie 3.5.4. van de ruimtelijke onderbouwing). Regionale afspraken die als onderdeel worden beschouwd van de regionale woonagenda.

Omdat de ontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt passend is binnen Woningbouwstrategie 2019, is deze ook passend binnen de regionale afspraken voor het toevoegen van nieuwe woningen en de regionale woonagenda. Daarmee is geen strijdigheid met de instructieregel uit art. 2.2. van de omgevingsverordening Ad b. Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast moet de beschrijving worden opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Risico's als gevolg van klimaatverandering Op basis van de klimaatatlas gemeente Doetinchem is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen als gevolg van klimaatverandering.

38

• Wateroverlast. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat geen risico's worden verwacht als gevolg van plasvorming na een korte of lange bui. • Hittestress. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat bij warme dagen de temperatuur ter plaatse warmer/veel warmer aanvoelt. Dit is naar verwachting een gevolg van het binnenstedelijke karakter van de locatie. Met de beoogde ontwikkeling wordt het verhard oppervlak per saldo verminderd; een deel van de bestaande verharding wordt vervangen door een binnentuin/groen (op de verdiepte parkeergarage) met hoogwaardige groeninrichting volgens de 'daktuin-principes'. Zo wordt er op het gehele oppervlak van de binnentuin een intensief daktuinsubstraat aangelegd in verschillende laagdiktes, afgestemd op de gevarieerde beplanting. Onder deze substraatlaag zal een retentielaag worden aangebracht die zorgt voor de berging van regenwater. Het groen dat hierdoor ontstaat kan zorgen voor verdampingskoeling, wat bij kan dragen aan het stabiliseren of verminderen van hittestress. Daarnaast is sprake van nieuwbouwwoningen die goed geïsoleerd zijn conform de huidige normen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode.

Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door hittestress als gevolg van klimaatverandering. • Droogte. De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden 2050 geen verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft in het plangebied sprake van lagere grondwaterstanden. Informatie over de droogtegevoeligheid is niet in de kaartbeelden voor de locatie opgenomen. Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf. Het plangebied ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. In het plangebied zijn geen waterpartijen en beken aanwezig die stil kunnen komen te staan of droog kunnen vallen. Daarmee is geen sprake van een risico voor de volksgezondheid. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering. • Overstroming. De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat als gevolg van het bezwijken van een dijk van de IJssel of de Rijn (door de hogere ligging) geen risico's worden verwacht voor het plangebied.

Daarnaast wordt verwacht dat de Waterschappen c.q.verantwoordelijke medeoverheden zich ook inzetten om zorg te dragen voor een goede waterveiligheid in het stroomgebied van de IJssel en de Rijn.

3.4 Regionaal beleid Voor het relevante regionaal beleid wordt verwezen naar paragraaf 3.4 van de ruimtelijke onderbouwing (bijlage 1). Samenvatting Relevant regionaal beleid heeft betrekking op woningbouw. Dit beleid is doorvertaald in het gemeentelijk beleid in de vorm van de Woningbouwstrategie 2019. De ontwikkeling die met voorliggend plan mogelijk wordt gemaakt is passend binnen de Woningbouwstrategie 2019 (paragraaf 3.5.4 ruimtelijke onderbouwing). Daarmee is de ontwikkeling ookpassend binnen het regionale beleid over woningbouw.

3.5 Gemeentelijk beleid Voor het relevante gemeentelijk beleid wordt verwezen naar paragraaf 3.5 van de ruimtelijke onderbouwing (bijlage 1 ). Samenvatting De voorgenomen ontwikkeling is, met in achtneming van de milieu- en omgevingsaspecten (en bijbehorende geldendewet- en regelgeving) die bij het plan betrokken zijn, niet strijdig met het gemeentelijk beleid.

39

4 Haalbaarheid 4.1 Algemeen In de ruimtelijke onderbouwing (bijlage 1) is de haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling van het plangebied onderbouwd. Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 Haalbaarheid. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten m.e.r.beoordeling, bodem, akoestiek, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bedrijven en milieuzonering, flora en fauna, water, archeologie en cultuurhistorie, verkeer en parkeren, kabels, leidingen en straalpaden en bezonning. En de daarvoor uitgevoerde onderzoeken. Op basis daarvan is te concluderen dat de beoogde ontwikkeling geen problemen oplevert ten aanzien van de onderzochte aspecten, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden zijn opgenomen/toegelicht onder 4.2. Nadere toelichting parkeren Paragraaf 4.11 van de ruimtelijke onderbouwing gaat in op het aspect verkeer en parkeren. Hierin is opgenomen dat in de parkeerkelder in totaal 73 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. In voorliggend bestemmingsplan is in de bouwregels opgenomen dat minimaal 70 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden in de (gedeeltelijk) verdiepte parkeergarage. Daarmee is geborgd dat voor elke appartement (64) tenminste 1 parkeerplek wordt gerealiseerd en het aantal van 70 sluit aan bij de in de ruimtelijke onderbouwing berekende parkeervraag van bewoners (afgerond 70 parkeerplaatsen).

4.2 Voorwaarden op basis van onderzoek Uit de uitgevoerde onderzoeken volgt een aantal voorwaarden die in voorliggend bestemmingsplan zijn doorvertaald in regels en/of verbeelding. Daarbij gaat het om het volgende: • Voorwaardelijke verplichting ontheffing Wet natuurbescherming als specifieke gebruiksregel In 2021 is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen. Met dit aanvullend onderzoek zijn twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Door de geplande activiteiten verdwijnen deze twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Voor het aantasten van deze vaste rust- en verblijfplaatsen moet een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd en een projectplan worden opgesteld met voorstellen voor mitigatie en compensatie. Op 3 februari 2022 is een ontheffing van de Wnb aangevraagd bij de provincie Gelderland. Ten behoeve van de aanvraag voor een ontheffing van de Wet natuurbescherming soortenbescherming is een activiteitenplan opgesteld. De ontheffing is op 16 juni 2022 door Gedeputeerde Staten verleend (bijlage 15 ruimtelijke onderbouwing). Met het opnemen van een voorwaardelijke verplichting wordt geborgd dat de benodigde mitigerende maatregelen worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.

• Vastleggen bouwhoogten in verband met bezonning Voor het voorliggende bestemmingsplan is een bezonningsstudie uitgevoerd (bijlage 16 ruimtelijke onderbouwing). Uit de bezonningsstudie blijkt dat met het plan kan worden voldaan aan de lichte norm die door TNO is gesteld voor bezonning/schaduwwerking. Dit betekent dat sprake moet zijn van ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari-21 oktober (gedurende 8 maanden) in de woonkamer. Voor de bezonningsstudie is uitgegaan van de toekomstige situatie met bijbehorende bouwhoogten. Conclusie is dat het bouwplan voldoet aan de lichte TNO-norm voor bezonning/schaduwwerking. Daarom zijn in de verbeelding deze bouwhoogten opgenomen als maximale bouwhoogte. De hoogtes van het voorziene bouwplan voldoen daarmee aan de uitkomsten van de bezonningsstudie. De bezonningsstudie is geactualiseerd op basis van de aanpassing zoals toegelicht in paragraaf 2.2. Deze geactualiseerde versie is bijgevoegd als bijlage 16 en sluit aan bij de in het bestemmingsplan opgenomen bouwhoogten. • Voorwaardelijke verplichting geluid Voor de ruimtelijke onderbouwing is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd.

Om een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te borgen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen op basis waarvan de binnenwaarde geluid van de te realiseren woningen ten hoogste 33 dB mag

40

bedragen. Omdat een besluit hogere waarde op basis van de Wet geluidshinder niet aan de orde is (in onderhavig geval is geluid afkomstig van een 30 km-weg), kan artikel 3.3. van het Bouwbesluit 2012 niet worden toegepast. Daarom is op basis van een goede ruimtelijke ordening en aanvaardbaar woon- en leefklimaat een voorwaardelijke verplichting opgenomen met dezelfde bedoeling als artikel 3.3. van het Bouwbesluit 2012. Anders zou alleen artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 van toepassing zijn en geldt alleen dat dat de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied een karakteristieke geluidwering moet hebben met een minimum van 20 dB. Dan zou het gewenste binnenwaarde van 33 dB niet geborgd zijn.

41

5 Wijze van bestemmen 5.1 Inleiding Met dit bestemmingsplan wordt de huidige bestemming 'Centrum' met bijbehorende aanduidingen herzien naar de bestemming 'Wonen' met bijbehorende aanduidingen om de de realisatie van 64 woningen (waarvan al 2 bestaande woningen) mogelijk te maken. Duidelijk is voor welke doeleinden de gronden en de gebouwen mogen worden gebruikt en wat er aan nieuwe bebouwing wordt toegestaan. Dit biedt rechtszekerheid aan de burger. Het plan is daarom opgezet als een gedetailleerd bestemmingsplan. Tegelijkertijd is het bieden van flexibiliteit wenselijk om in te kunnen spelen op ontwikkelingen. Dat is mogelijk met de in het plan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden.

5.2 Toelichting op de regels De regels bestaan uit de volgende onderdelen: • hoofdstuk 1: Inleidende regels; • hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; • hoofdstuk 3: Algemene regels; • hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.

5.2.1 Inleidende regels De inleidende regels omvatten de in de planregels gebruikte begripsomschrijvingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Hiermee is planspecifiek vastgelegd wat bedoeld wordt en hoe gemeten moet worden. Als een begrip niet omschreven is, dan geldt de algemeen gangbare uitleg van het begrip.

5.2.2 Bestemmingsregels In de bestemmingsregels zijn de regels voor de verschillende bestemmingen omschreven. Elke bestemmingsregel is, in overeenstemming met de RO-Standaarden 2012 waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (2012), in beginsel opgebouwd uit: • een bestemmingsomschrijving: een omschrijving van de doeleinden waarvoor de gronden zijn bestemd en de toegelaten bijbehorende bebouwing; • de bouwregels: deze bevatten de voorgeschreven maatvoering van de bouwwerken; • nadere eisen; • afwijken van de bouwregels; • specifieke gebruiksregels; • afwijken van de gebruiksregels; • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden; • wijzigingsbevoegdheid. Functieaanduidingen Er wordt op diverse manieren gebruik gemaakt van aanduidingen op de plankaart. Bij de functieaanduidingen die in de hoofdfunctieomschrijvingen aangehaald worden, zijn verschillende manieren van omschrijven in de regels mogelijk. In voorliggend plan is gebruik gemaakt van onderstaande omschrijving. Binnentuin, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - binnentuin' Bij deze zinsopbouw mag deze functie alleen daar aanwezig zijn op een locatie waar de aanduiding aanwezig is, daarbij gelden ook de overig genoemde, algemeen geldende functies van de hoofdfunctie.

5.2.2.2 Wonen

42

De bestemming 'Wonen' omvat alle percelen waarop woningen zijn toegelaten. De hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. In dit bestemmingsplan zijn gestapelde woningen toegestaan. Dat is met een bouwaanduiding binnen het bouwvlak opgenomen. Het bouwvlak is gepositioneerd op basis van de voorziene bebouwing op het terrein. De maximale toegestane bouwhoogte is met een maatvoeringssymbool op de plankaart opgenomen. Dit geldt ook voor het maximaal aantal toegestane woningen. Met een aanduiding is aangegeven dat een (gedeeltelijk) verdiepte parkeergarage en bijbehorende in- en uitritten en bergingen zijn toegestaan. Ook is met een aanduiding aangegeven dat op een deel van het terrein een binnentuin met bijbehorende waterbergings- en waterinfiltratievoorzieningen, paden en groenvoorziening zijn toegestaan. Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf Op gronden met de bestemming 'Wonen' is de uitoefening van een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toegestaan in een woning. Voorwaarde daarvoor is dat de woonfunctie in alle gevallen de hoofdfunctie binnen de bestemming blijft. In beperkte mate mag bij de uitoefening van een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf ook detailhandel plaatsvinden. Overige detailhandel is binnen de bestemming 'Wonen' nadrukkelijk uitgesloten.

Een internetwinkel is onder voorwaarden toegestaan, zo mag de internetwinkel alleen online verkopen, geen winkeluitstraling hebben, geen showroom en geen opslag binnen of buiten. Alleen in geval van gastouderschap is een buitenactiviteit in de vorm van buitenspelende kinderen toegestaan. Omdat in beginsel geen bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan is een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet toegestaan. Wijzigen (bouw)aanduiding In de bestemming 'Wonen' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het verschuiven van het bouwvlak met bijbehorende aanduidingen. Voorgevelbreedte Om levensloopbestendige woningen te kunnen realiseren is er ruimte nodig in de woning. Daartoe moet de woning een minimale voorgevelbreedte van 6 meter hebben. Deze eis geldt voor zowel nieuwbouw als vervangende nieuwbouw. Burgemeester en wethouders kunnen van deze eis afwijken als deze onredelijk is, de bouwkundige situatie daar aanleiding toe geeft en de woning desondanks levensloopbestendig blijft of wordt. Dakoverstekken Steeds meer gebouwen worden voorzien van royale dakoverstekken. Dat heeft soms met architectuur te maken, maar vaak is de overkapte ruimte gewoon functioneel. Daarnaast kunnen dakoverstekken bijdragen aan een verminderde opwarming van binnenruimte door zonlicht.

De ruimte wordt dan bijvoorbeeld gebruikt als veranda (overdekt terras) of carport. Volgens de Nederlandse Norm (NEN) is tot 75 centimeter sprake van een overstek. Bij een grotere afmeting is sprake van een overkapping en dan telt de overkapte ruimte mee bij de berekening van de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken. Dit is van belang omdat de oppervlakte is genormeerd. Bouwwerken op daken Afscherming technische installatie op daken zoals airco's, warmtepompen, zonnepanelen, e.d. zijn mogelijk tot 0,5 m boven het dakvlak. Als het dak daarbij al de maximum bouwhoogte heeft bereikt. Deze maat komt dan extra bovenop de de maximum bouwhoogte. Zodat de afscherming van technische installaties ook op deze daken mogelijk zijn. Daarnaast is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor de maximale bouwhoogte voor liftschachten en technische installaties, ingeval deze niet als onderschikt bouwdeel worden gezien, omdat de bouwhoogte volgens de wijze van meten gerekend wordt vanaf het peil. Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken zijn in onderhavig geval niet toegestaan omdat sprake is van gestapelde woningen en voorzien wordt in bergingen (als zijnde bijbehorende bouwwerken) in de (gedeeltelijk) verdiepte parkeergarage.

In afwijking daarvan is bij recht wel de mogelijkheid geboden om onder voorwaarden een bijbehorend bouwwerk op te richten ten behoeve van de (gedeeltelijk) verdiepte parkeergarage. Bouwwerken geen gebouwen zijnde In het plan is een binnenplanse afwijking opgenomen om onder voorwaarden bouwwerken geen gebouwen zijnde te

43

kunnen realiseren met een grotere hoogte dan 3 meter. Die afwijkingsmogelijkheid ziet specifieke op bouwwerken geen gebouwen zijnde die worden gerealiseerd ten behoeve van/in de vorm van lifschachten, technische installaties en vluchtroutes. Deze regeling is ook opgenomen omdat landelijke wet- en regelgeving bij grotere hoogte beperkte mogelijkheden bieden om medewerking te kunnen verlenen. De maximale toegestane hoogte van 18,5 meter is afgeleid van het stedenbouwkundig plan voor de locatie. Wat betreft de voorwaarde dat de afwijking ruimtelijk aanvaardbaar moet zijn wordt opgemerkt dat in dat kader bezonning (van omliggende percelen/gebouwen) een aspect is dat in dat kader betrokken moet worden. Omdat de maximale hoogte van een bouwwerken geen gebouwen zijnde wordt gerekend vanaf peil, is eveneens een regeling opgenomen om balustraden en afscheidingen bij balkons/dakterassen/galerijen bij recht toe te staan met een maximale hoogte (gerekend vanaf balkon/dakterras/galerijen) wat in wet- en regelgeving wordt voorgeschreven. (gedeeltelijk) verdiepte parkeergarage Met een aanduiding is aangegeven dat een (gedeeltelijk) verdiepte parkeergarage en bijbehorende in- en uitritten en bergingen zijn toegestaan. In de bouwregels is opgenomen aan welke regels de bouw van de (gedeeltelijk) verdiepte parkeergarage en bijbehorende in- en uitritten en bergingen aan moet voldoen.

In de bouwregels is opgenomen het maximum aantal bouwlagen. Ook is aanvullend op de gebruiksregel parkeren het minimale aantal parkeerplaatsen dat moet worden gerealiseerd. Dit omdat in afwijking van de Nota Parkeernormen alleen wordt voorzien in perkeerplaatsen op eigen terrein (middels de (gedeelteijk) verdiepte parkeergarage) voor de bewoners; voor bezoekers is voldoende openbare parkeergelegenheid in de directe omgeving beschikbaar. Omdat de parkeergarage gebruikt wordt door uitsluitend bewoners van de appartementen wordt ook wel gesproken over een stallingsgarage (NEN 2443 - bestemd voor vaste gebruikers met een vaste plaats)

5.2.2.4 Referentiekader nadere eisen- en afwijkingsbevoegdheden Een aantal planregels geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om nadere eisen te stellen of een afwijking te verlenen als bedoeld in artikel 3.6, lid 1, onder d, respectievelijk onder c, van de Wet ruimtelijke ordening. De nadere eisen kunnen betrekking hebben op de plaats en afmetingen van de bebouwing. Deze kunnen toegepast worden als het concrete bouwplan voor de genoemde onderdelen, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, een ongewenst gevolg voor de omgeving heeft. Binnen de afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden komen veelal de volgende voorwaarden voor: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende de gebruiksmogelijkheden van die percelen; b. de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is; c. de uitvoerbaarheid gewaarborgd is. Deze voorwaarden zijn als volgt uit te leggen: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende de gebruiksmogelijkheden van die percelen: als een afwijking of wijziging op een aangrenzend perceel van zodanige invloed is dat deze grond, minder goed te gebruiken is dan het was, dan is het niet gewenst om aan de afwijking of wijziging mee te werken; b.

de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is: ten aanzien van de binnen een regeling toegelaten gebruiksvormen moet rekening worden gehouden met de milieu- en andere aspecten, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking. Als hierdoor de omgeving nadelig belast wordt, dan is medewerking niet gewenst; c. de uitvoerbaarheid gewaarborgd is: de (met name) financiële uitvoerbaarheid van een plan moet hierbij onderbouwd worden. Aan een (financieel) niet haalbaar plan kan niet meegewerkt worden.

5.2.2.5 Specifieke gebruiksregel parkeren

44

Daar waar het relevant is voor de bestemming, is een specifieke gebruiksregel voor parkeren opgenomen. Op grond van artikel 3.1.2. tweede lid Bro mogen parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel. In Doetinchem ligt het parkeerbeleid vast in de 'Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017 - 2020' en 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017. In het bestemmingsplan wordt tot uitdrukking gebracht, dat bij de toets op het onderdeel parkeren, deze beleidsregel betrokken moet worden bij bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State blijkt, dat een zogenoemde dynamische verwijzing in het bestemmingsplan acceptabel is. Daarom is aan de parkeerbepaling in het bestemmingsplan de zinsnede 'met dien verstande dat wanneer deze parkeerregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging'. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht, dat in principe te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus gedurende de planperiode van het bestemmingsplan mogelijk.

Nadere toelichting Ten behoeve van voorliggend plan is met de gemeente overeengekomen dat, in afwijking van de Nota Parkeernormen, bezoekers gebruik kunnen maken van de parkeerplaatsen in de directe omgeving waar voldoende openbare parkeergelegenheid beschikbaar is.

5.2.2.7 Specifieke gebruiksregel - voorwaardelijke verplichting Met een voorwaardelijke verplichting als specifieke gebruiksregel wordt met het oog op een goede ruimtelijke ordening en aanvaardbaar woon- en leeflimaat geborgd dat uitvoering wordt gegeven aan maatregelen en deze in stand worden gehouden. In onderhavig geval is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat betrekking heeft op de bergingscapaciteit van hemelwater binnen het plangebied. Ook is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om te borgen dat de maatregelen uit de verleende ontheffing Wet natuurbescherming worden uitgevoerd. Tot slot is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om in het kader van een goede ruimtelijke ordening en aanvaardbaar woonen leefklimaat een gewenste binnenwaarde geluid in de te realiseren woningen te borgen. Zie ook paragraaf 4.2.

5.2.3 Algemene regels 5.2.3.1 Anti-dubbeltelregel Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt.

5.2.3.2 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is onder andere omschreven wanneer er geen verbod geldt voor het overschrijden van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen voor bepaalde bouwdelen. Ook is omschreven wanneer het bevoegd gezag kan afwijken van bouw- en/of bestemmingsgrenzen. De 'bestaande matenregeling' is bedoeld voor legale bouwwerken die afwijken van de vastgestelde situering, gooten/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud van de bouwregels in dit bestemmingsplan. De bestaande afwijking is daarmee toegestaan. In het artikel 'Ondergronds bouwen' is aangegeven dat de opgenomen bouwregels zijn bedoeld voor uitsluitend bouwwerken boven de grond. Omdat voor het realiseren van de (gedeeltelijk) verdiepte parkeergarage wel sprake is van ondergronds bouwen, is het artikel dat ziet op de bouwregels voor de parkeergarage uitgezonderd van het artikel 'Ondergronds bouwen'.

5.2.3.3 Algemene gebruiksregels

45

De algemene gebruiksregel luidt dat het verboden is om gronden en opstallen te gebruiken in strijd met de bestemming. Hierbij zijn een aantal gebruiksvormen specifiek benoemd. Gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemming of het normale onderhoud van de gronden en/of bouwwerken wordt toegelaten. In de algemene gebruiksregels is ook benadrukt welk gebruik sowieso is toegestaan. Namelijk het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere - op grond van de bestemmingsregels geoorloofde voorzieningen op het dak.

5.2.3.4 Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels kunnen zo nodig de regels met betrekking tot één of meer gebiedsaanduidingen een plaats krijgen. De volgende algemene aanduidingsregels komen in dit bestemmingsplan voor: Overige zone - nieuwe risicobronnen uitgesloten In deze zone is het verboden om nieuwe risicobronnen te vestigen of bestaande risicobronnen uit te bereiden.

5.2.3.5 Algemene afwijkings- en wijzigingsregels De algemene afwijkingsregel voorziet in de mogelijkheid om op ondergeschikte onderdelen af te wijken van de regels van het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld voor kleine bouwwerken voor nutsvoorzieningen. De in het plan opgenomen algemene wijzigingsbevoegdheden laat meer ingrijpende afwijkingen toe en wordt daarom gekoppeld aan een zwaardere procedure dan die voor het verlenen van een afwijking van de bouw- en gebruiksregels. Voor het opwekken van kleinschalige duurzame energie. Hierbij moet gedacht worden aan zonnepanelen, mini windturbines en kleine windturbines. Voor zonnepanelen voor eigen gebruik gelden een aantal voorwaarden, bijvoorbeeld dat de zonnepanelen op eigen grond geplaatst moeten worden, daarnaast ook dat deze grond in gebruik moet zijn als erf. De oppervlakte maat van 100 vierkante meter is extra t.o.v. de standaard oppervlakte van 20 vierkante meter (bouwwerken, geen gebouwen zijnde). Mini windturbines (ook wel windwokkels genoemd) zijn met een afwijking toegestaan op het dak, waarbij voorwaarden gelden, onder andere dat de as-hoogte maximaal 5 meter boven het hoogste punt van het gebouw of bouwwerk waar de mast op staat uit komt. Kleine windturbines (ook wel windmolentjes genoemd) staan op de grond en zijn met een afwijking toegestaan in de gebiedstype buitengebied en bedrijventerreinen, zie Bijlage 5 Gebiedstypen.

In een woonwijk (gebiedstype woongebieden) is het niet toegestaan om een kleine windturbine op te richten. Om de afwijking vergund te krijgen moet verder aan een aantal andere voorwaarden worden voldaan, bijvoorbeeld dat de maximale as-hoogte 30 meter is van de turbine. In het bestemmingsplan kunnen voorwaardelijke verplichtingen zijn opgenomen (om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplante waarborgen). Tegelijkertijd kunnen er na vaststelling van het bestemmingsplan redenen zijn waardoor de uitvoering van de voorwaardelijke verplichting niet kan plaatsvinden zoals bij het vaststelling van het bestemmingsplan was beoogd. Of dat door voorschrijdend inzicht een gewijzigde uitvoering noodzakelijk is. Daarom is in het bestemmingsplan de mogelijkheid geboden aan het bevoegd gezag om bij een omgevingsvergunning en onder voorwaarden af te kunnen wijken van een in het bestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichting als daarvoor de noodzaak bestaat.

5.2.3.6 Overige regels Onder overige regels zijn die regels geplaatst die niet onder een andere regel zijn te vatten.

46

5.2.4 Overgangs- en slotregels In de loop van de tijd kan het gebruik van gronden of bouwwerken gaan afwijken van datgene wat mogelijk is op basis van het bestemmingsplan. In de overgangsregels wordt geregeld wanneer deze afwijkingen acceptabel zijn. De naam van het plan wordt in de slotregel aangehaald.

47

6 Economische uitvoerbaarheid De ontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, wordt uitgevoerd door de initiatiefnemer. Zij neemt dan ook alle bijbehorende uitvoeringskosten voor haar rekening. Middels de gemeentelijke legesverordening zullen de kosten voor het opstellen van voorliggend bestemmingsplan en de bijbehorende ruimtelijkjuridische procedure ook worden doorberekend. Met de gemeente Doetinchem is een anterieure overeenkomst gesloten als bedoeld in artikel 6.4a Wet ruimtelijke ordening. Hierdoor zijn de kosten via de overeenkomst anderszins verzekerd waardoor een exploitatieplan niet nodig is. Planschade maakt onderdeel uit van de gesloten anterieure overeenkomst. Daarmee blijft eventueel uit het initiatief voortvloeiende planschade voor rekening van initiatiefnemers. Ook kosten die in de openbare ruimte moeten worden gemaakt, als gevolg van deze ontwikkelingen komen voor rekening van de initiatiefnemer. Voorts zijn er geen twijfels over de economische uitvoerbaarheid van het plan.

48

7 Procedure 7.1 Algemeen Dit bestemmingsplan doorloopt de procedure als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Het plan is op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening overlegd met een aantal instanties. Het resultaat van het vooroverleg is opgenomen in paragraaf 7.2. In paragraaf 7.3 wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid. De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan worden niet toegevoegd aan dit hoofdstuk. Deze maken onderdeel uit van het raadsvoorstel en -besluit omtrent de vaststelling.

7.2 Overleg 3.1.1. Bro Het plan is op basis van artikel 3.1.1. Bro overlegd met de volgende instanties: • provincie Gelderland; • waterschap Rijn en IJssel. Op basis van richtlijnen van de rijksoverheid is vooroverleg met deze instantie niet nodig. Er is geen rijksbelang dat hiertoe aanleiding geeft. Provincie Gelderland De provincie Gelderland heeft per brief van 26 juli 2022 (2022-009675) laten weten dat de provinciale belangen klimaatadaptatie en woningbouw goed zijn meegewogen in het plan. Omdat het vooroverleg is gevoerd op basis van een nog niet-definitieve stedenbouwkundige/architectonische uitwerking is per mail op 2 november 2022 de definitieve verschijningvorm van het project gedeeld. Met daarbij de duiding dat de definitieve verschijningsvorm geen invloed heeft op de provinciale belangen. Per mail heeft de provincie Gelderland deze duiding geaccordeerd. Daarmee zijn ook bij de definitieve verschijningsvorm van het project de provinciale belangen goed meegewogen. Waterschap Rijn en IJssel Het waterschap Rijn en IJssel heeft op 31 mei 2021 per mail laten weten dat zij voor de herontwikkeling van de locatie kunnen instemmen met een waterberging van 20 mm. Op 30 juni 2022 heeft het waterschap deze reactie (her) bevestigd.

Als uitgangspunt voor de herontwikkeling (sloop en herbouw in een dicht stedelijke ontwikkeling zonder toename verharding) wordt namelijk aangehouden dat er 20 mm waterberging wordt gerealiseerd. Dit wordt gerealiseerd op het dak van de (gedeeltelijk) verdiepte parkeerkelder en vormt een binnentuin. Op basis van het vooroverleg hebben geen inhoudelijke aanpassingen aan het plan plaatsgevonden.

7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voor de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt verwezen naar paragraaf 6.2 van de ruimtelijke onderbouwing (bijlage 1). Aanvullend daarop het volgende. N.a.v. overleg in 2022 tussen initiatiefnemer en buren aan de noordzijde van de nieuwbouw (Dr. Huber Noodstraat 24 t/m 38) is tussen de nieuwbouw en de buren op het terrein van de ontwikkelaar een pad toegevoegd om o.a. de achtertuinen en technische installaties van de bestaande woningen bereikbaar te houden. Op verzoek van de buren worden de nestkasten die oorspronkelijk gepland waren aan de noordgevel daar niet gemaakt. Afgesproken is dat de gevel in kwestie wordt voorzien van spandraden met “klimhulp” t.b.v. een nader te bepalen type klimplanten. De nestkasten krijgen een plek elders in de gevel van het gebouw. N.a.v. overleg in 2023 met een bewoner van de bestaande woningen aan de noordzijde van de nieuwbouw is het plan aangepast. De meest noordelijke woning op de 1e verdieping is komen te vervallen. Deze woning wordt teruggebracht door een woning toe te voegen op de 4e verdieping. De verbeelding/plankaart is hier op aangepast. Zie ook paragraaf 2.2.

49

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING

50

1 Ruimtelijke onderbouwing Dr. Huber Noodtstraat 38a-42 - 2022 1 Ruimtelijke onderbouwing Dr. Huber Noodtstraat 38a-42 - 2022

1 Bijlage 1 bij ruimtelijke onderbouwing - verkenning integrale duurzaamheid 1 Bijlage 1 bij ruimtelijke onderbouwing - verkenning integrale duurzaamheid

2 Bijlage 2 bij ruimtelijke onderbouwing - Archeologische bureau- en inventariserend veldonderzoek 2 Bijlage 2 bij ruimtelijke onderbouwing - Archeologische bureau- en inventariserend veldonderzoek

3 Bijlage 3 bij ruimtelijke onderbouwing - Bouwhistorische en cultuurhistorische verkenning 3 Bijlage 3 bij ruimtelijke onderbouwing - Bouwhistorische en cultuurhistorische verkenning

4 Bijlage 4 bij ruimtelijke onderbouwing - Bouwhistorische verkenning Setaxterrein 4 Bijlage 4 bij ruimtelijke onderbouwing - Bouwhistorische verkenning Setax-terrein

5 Bijlage 5 bij ruimtelijke onderbouwing - Briefrapportage waterparagraaf 5 Bijlage 5 bij ruimtelijke onderbouwing - Briefrapportage waterparagraaf

6 Bijlage 6 bij ruimtelijke onderbouwing - Stikstofdepositie berekening 6 Bijlage 6 bij ruimtelijke onderbouwing - Stikstofdepositie berekening

7 Bijlage 7 bij ruimtelijke onderbouwing - Quickscan flora en fauna 7 Bijlage 7 bij ruimtelijke onderbouwing - Quickscan flora en fauna

8 Bijlage 8 bij ruimtelijke onderbouwing - Verkennend bodemonderzoek 8 Bijlage 8 bij ruimtelijke onderbouwing - Verkennend bodemonderzoek

9 Bijlage 9 bij ruimtelijke onderbouwing - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 9 Bijlage 9 bij ruimtelijke onderbouwing - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

10 Bijlage 10 bij ruimtelijke onderbouwing - Doorlatendheidsonderzoek 10 Bijlage 10 bij ruimtelijke onderbouwing - Doorlatendheidsonderzoek

11 Bijlage 11 bij ruimtelijke onderbouwing - Boomeffectanalyse en waardebepaling 11 Bijlage 11 bij ruimtelijke onderbouwing - Boomeffectanalyse en waardebepaling

12 Bijlage 12 bij ruimtelijke onderbouwing - Voorontwerp buitenruimte 12 Bijlage 12 bij ruimtelijke onderbouwing - Voorontwerp buitenruimte

13 Bijlage 13 bij ruimtelijke onderbouwing - Aanvullend natuuronderzoek 13 Bijlage 13 bij ruimtelijke onderbouwing - Aanvullend natuuronderzoek

14 Bijlage 14 bij ruimtelijke onderbouwing - Activiteitenplan ontheffing Wnb soortbescherming 14 Bijlage 14 bij ruimtelijke onderbouwing - Activiteitenplan ontheffing Wnb soortbescherming

15 Bijlage 15 bij ruimtelijke onderbouwing - Ontheffing Wnb 15 Bijlage 15 bij ruimtelijke onderbouwing - Ontheffing Wnb

51

16 Bijlage 16 bij ruimtelijke onderbouwing - bezonningstudie 16 Bijlage 16 bij ruimtelijke onderbouwing - bezonningstudie

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7857/documents/42643