CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Regels en toelichting Dr. Huber Noodtstraat 38a-42 -2022.pdf

beeldvormende raad 6 april 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Bestemmingsplan Dr Huber Noodtstraat  38a-42-202214.249 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

DR. HUBER NOODTSTRAAT 38A-42 - 2022 gemeente Doetinchem

INHOUDSOPGAVE regels

3

hoofdstuk 1 Inleidende regels

4

artikel 1 Begrippen

4

artikel 2 Wijze van meten

13

hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

15

artikel 3 Wonen

15

hoofdstuk 3 Algemene regels

19

artikel 4 Anti-dubbeltelregel

19

artikel 5 Algemene bouwregels

19

artikel 6 Algemene gebruiksregels

20

artikel 7 Algemene aanduidingsregels

20

artikel 8 Algemene afwijkingsregels

21

artikel 9 Algemene wijzigingsregels

22

artikel 10 Overige regels

23

hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

24

artikel 11 Overgangsrecht

24

artikel 12 Slotregel

24

bijlagen bij regels

25

1 Lijst van vrije beroepen

26

2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven

27

3 Nota Parkeernormen Auto en Fiets

29

4 Woningbouwstrategie 2019

30

5 Gebiedstypen

31

6 Ontheffing Wnb provincie Gelderland Setax-locatie

32

toelichting

33

1 Inleiding

34

1.1 Aanleiding en doel

34

1.2 Plangebied

34

1.3 Geldende bestemmingsplannen

34

2 Planbeschrijving

36

2.1 Huidige situatie

36

2.2 Toekomstige situatie

36

3 Beleidskader

38

3.1 Inleiding

38

3.2 Rijksbeleid

38

3.3 Provinciaal beleid

38

3.4 Regionaal beleid

39

3.5 Gemeentelijk beleid

39

1

4 Haalbaarheid

40

4.1 Algemeen

40

4.2 Voorwaarden op basis van onderzoek

40

5 Wijze van bestemmen

42

5.1 Inleiding

42

5.2 Toelichting op de regels

42

6 Economische uitvoerbaarheid

48

7 Procedure

49

7.1 Algemeen

49

7.2 Overleg 3.1.1. Bro

49

7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

49

bijlagen bij toelichting 1 Ruimtelijke onderbouwing Dr. Huber Noodtstraat 38a-42 - 2022

50 51

1 Bijlage 1 bij ruimtelijke onderbouwing - verkenning integrale duurzaamheid

51

2 Bijlage 2 bij ruimtelijke onderbouwing - Archeologische bureau- en inventariserend veldonderzoek 51 3 Bijlage 3 bij ruimtelijke onderbouwing - Bouwhistorische en cultuurhistorische verkenning

51

4 Bijlage 4 bij ruimtelijke onderbouwing - Bouwhistorische verkenning Setax-terrein

51

5 Bijlage 5 bij ruimtelijke onderbouwing - Briefrapportage waterparagraaf

51

6 Bijlage 6 bij ruimtelijke onderbouwing - Stikstofdepositie berekening

51

7 Bijlage 7 bij ruimtelijke onderbouwing - Quickscan flora en fauna

51

8 Bijlage 8 bij ruimtelijke onderbouwing - Verkennend bodemonderzoek

51

9 Bijlage 9 bij ruimtelijke onderbouwing - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

51

10 Bijlage 10 bij ruimtelijke onderbouwing - Doorlatendheidsonderzoek

51

11 Bijlage 11 bij ruimtelijke onderbouwing - Boomeffectanalyse en waardebepaling

51

12 Bijlage 12 bij ruimtelijke onderbouwing - Voorontwerp buitenruimte

51

13 Bijlage 13 bij ruimtelijke onderbouwing - Aanvullend natuuronderzoek

51

14 Bijlage 14 bij ruimtelijke onderbouwing - Activiteitenplan ontheffing Wnb soortbescherming

51

15 Bijlage 15 bij ruimtelijke onderbouwing - Ontheffing Wnb

51

16 Bijlage 16 bij ruimtelijke onderbouwing - bezonningstudie

52

2

REGELS

3

hoofdstuk 1 Inleidende regels artikel 1 Begrippen 1.1 (rij)wegen alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin gelegen bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;

1.2 aan huis gebonden beroep en/of bedrijf een beroep en/of bedrijf, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en waarbij het beroep en/of bedrijf een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is (zie 2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven);

1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5 aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde gestapelde woningen;

1.6 aangebouwd bijbehorend bouwwerk een bijbehorend bouwwerk dat met minimaal één gevel tegen de gevel van het hoofdgebouw is gebouwd. Dit op een zodanige wijze dat een rechtstreekse - voor mensen toegankelijke - interne verbinding tussen beide gebouwen mogelijk is;

1.7 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;

1.8 antennedrager antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne;

1.9 archeologisch deskundige de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg;

1.10 archeologisch onderzoek een onderzoek gericht op het opsporen, waarderen en/of behouden van archeologische resten, al dan niet ex-situ,

4

conform de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg. Het onderzoek moet worden verricht door een dienst, bedrijf of instelling, gecertificeerd conform artikel 5.1 van de Erfgoedwet en werkend volgens de geldende kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie;

1.11 archeologische verwachting een gebied met een daaraan toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

1.12 archeologische waarde een gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

1.13 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.14 bebouwingspercentage een percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd met gebouwen en andere bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.15 bed & breakfast een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt. Hieronder wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur;

1.16 bedrijf een zelfstandige productie-eenheid;

1.17 bedrijfswoning (dienstwoning) een woning in of bij een gebouw of op een terrein, uitsluitend bedoeld voor (het huishouden van) een persoon en zijn gezin, van wie de huisvesting daar in verband met de bestemming noodzakelijk is;

1.18 beperkt kwetsbaar object object zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);

1.19 bestaand op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan legaal aanwezig of op grond van een vergunning toegestaan;

1.20 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

5

1.21 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.22 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.23 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk, met een dak;

1.24 boeiboord opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal;

1.25 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.26 bouwgrens de grens van een bouwvlak;

1.27 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;

1.28 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.29 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel;

1.30 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.31 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.32 bronmaatregel maatregel om de oorzaak van het probleem weg te nemen;

6

1.33 dagrecreatie recreatie in de vorm van: a. extensieve dagrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op natuurbeleving en landschapsbeleving zoals wandelen en fietsen; b. intensieve dagrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig aantrekken van (grote) groepen mensen zoals een attractiepark en een dierentuin;

1.34 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ter verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.35 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van op publiek gerichte diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen (dus geen kantoor);

1.36 druiplijn onderste horizontale lijn van een dakvlak dat geen goot heeft, bijvoorbeeld een rieten dak;

1.37 erf al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van dat gebruik van dat gebouw en het plan deze inrichting niet verbiedt;

1.38 erker een erker of een uitgebouwd venster is een in plattegrond recht-, drie-, veelhoekige of halfronde uitbreiding van een ruimte in een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en in open verbinding staat met de bedoelde ruimte. De buitenzijde bestaat uit (een borstwering en) raamconstructies (wanden die grotendeels bestaan uit glas);

1.39 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

1.40 externe veiligheid de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is;

1.41 functioneel verbonden huisvesting in verband met mantelzorg wordt in dit plan aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw, een en ander zoals bedoeld in artikel 1, lid 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor);

7

1.42 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.43 gestapelde woning een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat, al dan niet met de daarbij behorende bergingen;

1.44 gevaarlijke stof stof zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);

1.45 gevellijn de als zodanig aangeduide lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd;

1.46 groepsrisico de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is;

1.47 hoofdgebouw gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.48 huishouden persoon of groep personen die een huishouden voert, waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;

1.49 kantoor het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of uitsluitend in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;

1.50 kleine windturbine een windturbine om energie op te wekken, deze staat op het maaiveld;

1.51 kwetsbaar object object zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);

1.52 lessenaarsdak een dakvorm die bestaat uit uitsluitend één dakvlak of dakschild, dat onder een zekere helling is aangebracht;

8

1.53 luifel een afdak met een diepte van meer dan 0,75 m, bevestigd aan de gevel van een gebouw zonder directe verbinding met de grond;

1.54 maaiveld bovenkant van een terrein dat een bouwwerk omgeeft;

1.55 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;

1.56 mini windturbine een windturbine om windenergie op te wekken, deze staat op het dak van een gebouw;

1.57 mogelijkheden voor ontmoeting terrassen, standplaatsen voor de ambulante handel, weekmarkten, rommelmarkten, braderieën, stadspromotionele activiteiten en andere vergelijkbare activiteiten niet zijnde evenementen;

1.58 naar de weg gekeerde bouwgrens (voorgevelrooilijn) een lijn van een bouwvlak, gekeerd naar de weg, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten;

1.59 onderbouw een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven peil is gelegen;

1.60 ondergronds bouwwerk een bouwwerk of een gedeelte van een bouwwerk, dat zich geheel onder het niveau van het maaiveld bevindt en daarmee niet gelijk ligt of erboven uit steekt;

1.61 openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, maar ook pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar toegankelijk gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;

1.62 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

9

1.63 overkapping een bouwwerk met een open constructie;

1.64 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;

1.65 peil a. voor bouwwerken op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang vermeerderd met 0,30 m; b. voor bouwwerken op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. als in of op het water wordt gebouwd: het gemiddeld waterpeil ter plaatse; d. voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: het hoogste punt van het aansluitende afgewerkte bouwperceel (incidentele verhogingen niet meegerekend);

1.66 plaatsgebonden risico (PR) risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is;

1.67 plaatsgebonden risicocontour 10-6 plaatsgebonden risicocontour waarbinnen de kans 1 op de 1.000.000 per jaar is dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is;

1.68 plan het bestemmingsplan 'Dr Huber Noodtstraat 38a-42 - 2022' met identificatienummer NL.IMRO.0222.DoB007-0003 van de gemeente Doetinchem;

1.69 raamprostitutie een vorm van prostitutie, waarbij de werving van klanten geschiedt door een prostituee, die door houding, gebaren, kleding of anderszins vanuit een vitrine de aandacht op zich vestigt en waarbij de seksuele handelingen in een voor het publiek besloten ruimte plaatsvinden;

1.70 reclamezuil een rechtopstaand bouwwerk geen gebouw zijnde dat aanmerkelijk hoger is dan breed voor de uiting van reclame;

1.71 rijbaan elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van fietspaden;

10

1.72 risicobron 1. inrichtingen bij welke ingevolge het 'Bevi' een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten en/of; 2. inrichtingen waar opslag, overslag en/of het gebruik van gevaarlijke stoffen plaatsvindt én die behoren tot een categorie van inrichtingen als bedoeld in bijlage 1 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer én waarvan het invloedsgebied tot over de eigen perceelsgrens reikt en/of; 3. inrichtingen waarvoor, krachtens artikel 3.12, 3.17, 3.18, 3.28, 4.1, 4.3, 4.4, 4.5, 4.7 of 4.81 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, regels gelden bij de opslag, overslag en / of het gebruik van gevaarlijke stoffen met betrekking tot minimaal aan te houden afstanden ten aanzien van (beperkt) kwetsbare objecten en/of; 4. een inrichting waarin meer dan 1.000 kilogram consumentenvuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit of waarin professioneel vuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit wordt opgeslagen of bewerkt of; 5. inrichtingen die niet onder 1 tot en met 4 vallen en waarvan de plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico is gelegen buiten de eigen perceelsgrens; 6.

Transporten van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor die vallen per 1 april 2015 onder het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); 7. Transportleidingen voor gas, olie en chemicaliën (buisleidingen) die vallen onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb);

1.73 risicocontour denkbeeldige contour rondom een object (een bedrijf, buisleiding of weg), waarbinnen in geval van een calamiteit de bevolking ongewenste risico's loopt in de zin van doden en gewonden;

1.74 ruimtelijke uitwerking de aard, de omvang, de intensiteit, maar ook de ruimtelijke uitstraling van het gebruik en/of de functie van gronden en/of bouwwerken;

1.75 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: a. een seksbioscoop; b. een seksautomatenhal; c. een sekstheater; d. een parenclub; e. een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder ook begrepen een erotische massagesalon; al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel. Thuisprostitutie en een escortbedrijf vallen niet onder het begrip seksinrichting.

1.76 straatmeubilair bij of op de weg behorende bouwwerken zoals verkeersgeleiders, abri's, zitbanken, reclamezuilen, bloembakken, ondergrondse vuilcontainers en cocons van vuilcontainers;

11

1.77 terrasinrichting bij een terras behorende (semi-permanente) bouwwerken zoals terrasschermen, parasols en vlonders;

1.78 thuisprostitutie een vorm van prostitutie, waarbij de seksuele dienstverlening plaatsvindt op het woonadres van de prostituee en waarbij ook uitsluitend door deze prostituee op dit adres wordt gewerkt als prostituee;

1.79 tijdelijke woonunit een demontabel en/of relatief eenvoudig verwijderbaar gebouw voor huisvesting voor mantelzorg onder welke benaming ook aangeduid, doch in het spraakgebruik als woonunit wordt aangemerkt, bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van woon-, dag- en/of nachtverblijf;

1.80 toegangspartij een toegangspartij of een uitgebouwde toegang is een uitbreiding van de toegangsruimte (hal) van een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en al dan niet in open verbinding staat met die ruimte;

1.81 verantwoording groepsrisico het afleggen van verantwoording over het genomen besluit om toename van het groepsrisico toe te staan. Hierbij moet aandacht worden besteed aan mogelijke alternatieven en risico reducerende maatregelen en het belichten van de mogelijkheid voor rampenbestrijding en hulpverlening;

1.82 verblijfsrecreatie vormen van vrijetijdsbesteding waarbij ook in overnachtingsmogelijkheden is voorzien;

1.83 vliering bergruimte onder het dak en niet voor bewoning geschikt;

1.84 voorgevel de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of als het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;

1.85 vrij beroep een professionele dienstverlening, voornamelijk bestaande uit hoofdarbeid, waarbij gebruik wordt gemaakt van verworvenheden verkregen door een academische of een hogere beroepsopleiding (zie lijst 1 Lijst van vrije beroepen);

1.86 vrijstaand bijbehorend bouwwerk een bijbehorend bouwwerk, dat vrij van het hoofdgebouw gebouwd is en in functioneel opzicht geen deel uitmaakt van het hoofdgebouw;

1.87 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, woonwagens niet

12

inbegrepen;

1.88 woonfunctie wonen in enge zin;

1.89 woonwagen een voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst;

1.90 zolder ruimte(n) in een gebouw die geheel is (zijn) afgedekt met veelal schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt (uitmaken) van de daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen;

1.91 zorgwoning een woning bestemd voor wonen met zorg voor mensen die vanwege hun leeftijd, gezondheid of beperkingen aangewezen zijn op zorg en ondersteuning, ongeacht of deze door een professional, vrijwilliger of mantelzorger wordt verstrekt;

artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de afstand van een bouwwerk tot een perceelsgrens de kortste afstand tussen enig punt van een bouwwerk en een perceelsgrens, de overdekte gebouwgebonden buitenruimten (dakoverstekken) tot 0,75 m niet meegerekend;

2.2 de bebouwde oppervlakte van een perceel of ander terrein de som van de oppervlakten van alle op een perceel of een ander terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 1 m boven peil neerwaarts geprojecteerd en buitenwerks gemeten;

2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.4 de breedte van een bouwwerk van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande dat wanneer de zijgevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte;

2.5 de bruto-vloeroppervlakte (b.v.o.) de som van de horizontale vloeroppervlakten van de bouwlagen, met inbegrip van de daarbij behorende kantoren,

13

magazijnen, werkplaatsen en overige dienstruimten, buitenwerks gemeten;

2.6 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; bij een 'half-ronde' of anderszins gebogen kapvorm, wordt de dakhelling berekend als de hoek tussen de lijn die de goothoogte en het hoogste punt van het bouwwerk verbindt ten opzichte van het horizontale vlak;

2.7 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen; bij afgeknotte schilddaken is de onderste goothoogte maatgevend, onder de voorwaarde dat de dakhelling van alle dakvlakken maximaal 60° is;

2.8 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; de inhoud van een eventueel ondergronds bouwwerk niet meegerekend;

2.9 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.10 de oppervlakte van een overkapping tussen de rand van het dakvlak, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.11 de vloeroppervlakte van een woning de som van de horizontale vloeroppervlakten van de voor bewoning bestemde vertrekken van een woning, waaronder mede moeten worden verstaan keukens, slaapvertrekken, gangen, toiletten, bad- en doucheruimten, zolders en vlieringen welke gebruikt worden als berging, maar ook inpandige of aangebouwde bergingen die op grond van het bestemmingsplan verbouwd mogen worden tot woonruimte, binnenwerks gemeten;

14

hoofdstuk 2 Bestemmingsregels artikel 3 Wonen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, uitsluitend in de vorm van gestapelde woningen ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'; b. een binnentuin met bijbehorende waterbergings- en waterinfiltratievoorzieningen, paden en groenvoorziening, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - binnentuin'; c. een (gedeeltelijk) verdiepte parkeervoorziening inclusief in- en uitritten en bergingen ten behoeve van woningen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage'; d. waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; e. tuinen en erven; f. groenvoorzieningen; g. paden; h. nutsvoorzieningen; en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Wonen' worden gebouwd.

3.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de navolgende regels: a. realisatie is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte' gelden de weergegeven maten; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' gelden de weergegeven maten; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is maximaal het aantal aangegeven woningen mogelijk; e. de voorgevelbreedte van een woning bedraagt minimaal 6 m.

3.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' zijn bijbehorende bouwwerken niet toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde in sub a zijn ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage' bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de (gedeeltelijk) verdiepte parkeergarage toegestaan, voor zover: 1. de bouwhoogte maximaal 4 meter bedraagt en; 2. de oppervlake maximaal 20 m2 bedraagt.

3.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van:

15

1. speeltoestellen en tuinmeubilair maximaal 3,5 m bedragen; 2. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 6 m bedragen; 3. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen; c. de totale oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 20 m2 per bouwperceel bedragen; d. afschermingen van technische installatie(s) op platte daken mogen tot maximaal 0,5 m boven het dakvlak worden gebouwd.

3.2.5 (gedeeltelijk) verdiepte parkeergarage Voor het bouwen van een (gedeeltelijk) verdiepte parkeergarage ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage' gelden de volgende regels: a. het aantal bouwlagen bedraagt maximaal één en; b. het aantal parkeerplaatsen bedraagt minimaal 70.

3.2.6 Balustrade en afscheiding balkon/dakterras/galerij Voor het bouwen van balustrades en afscheidingen behorend bij een balkon/dakterras/galerij gelden, in afwijking van artikel 3.2.2 sub c en 3.2.4 sub a juncto artikel 2.3 de volgende regels: a. de hoogte van een balustrade diendend als vloerafscheiding bij een balkon of dakterras bedraagt, gerekend van de af te scheiden vloer, maximaal de hoogte zoals wordt voorgeschreven in daarvoor geldende wet- en regelgeving. b. de hoogte van afscheiding tussen aan elkaar verbonden balkons en dakterrassen mag maximaal 2 meter bedragen gerekend vanaf de vloer van een balkon of dakterras.

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 3.2, op gronden met de bestemming 'Wonen' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; b. de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; c. de afmetingen van bouwwerken; d. het aantal en de situering van bouwwerken; e. het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Voorgevelbreedte Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 sub e voor een minder brede voorgevel als de eis onredelijk is en/of de bouwkundige situatie daar aanleiding toe geeft, een en andere onder voorwaarde dat de woning desondanks levensloopbestendig blijft of wordt.

3.4.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.4 sub a voor het toestaan van een grotere bouwhoogte ten behoeve van liftschacht(en), technische installatie(s) en voorzieningen voor vluchtroutes onder voorwaarden dat:

16

a. het uitsluitend een bouwwerk geen gebouwen zijnde betreft ten behoeve van/in de vorm van liftschacht(en), technische installatie(s) en voorzieningen voor vluchtroutes; b. de maximale bouwhoogte 18,5 m bedraagt; c. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en eventuele bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; d. de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is; e. advies wordt ingewonnen bij een stedenbouwkundige.

3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Vrij beroep en aan huis gebonden beroep en/of bedrijf Een als zodanig bestemde woning, inclusief eventueel aanwezige aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag ook worden gebruikt voor zowel een vrij beroep (Bijlage 1) als een beroep en/of bedrijf (Bijlage 2), in het laatste geval uitsluitend mits voldaan wordt aan de voorwaarden dat: a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; b. niet meer dan 40% van de totale vloeroppervlakte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken die voor woondoeleinden mogen worden gebruikt, mag worden gebruikt voor het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; c. het medegebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zodanig beperkt blijft dat de afstand tussen de als zodanig gebruikte ruimte en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 m bedraagt. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen; d. de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Bouwbesluit en de bouwverordening van de gemeente Doetinchem; e. degene die het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn; f.

uitsluitend een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toelaatbaar is, dat behoort tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven zoals opgenomen in Bijlage 2; g. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens: 1. internetverkoop (internetwinkels); 2. een beperkte verkoop (als ondergeschikte nevenactiviteit) van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het beroep en/of bedrijf aan huis; h. een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben; i. geen uitstalling van te verkopen artikelen mag plaatsvinden; geen showroom binnen of buiten; j. wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 3), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; k. uitsluitend onverlichte reclame-uitingen met een oppervlakte kleiner dan 0,5 m2 zijn toegestaan, waarvan de langste zijde minder dan 1 m moet bedragen; l. geen sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; buitenactiviteiten gekoppeld aan gastouderschap zijn wel toegestaan; m. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet mogen worden gebruikt voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf.

3.5.2 Parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 3), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

17

3.5.3 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in artikel 6 wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van een bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woning.

3.5.4 Voorwaardelijke verplichting - bergingscapaciteit hemelwater De in lid 3.1 omschreven bestemming mag slechts gerealiseerd worden en vervolgens in stand worden gehouden indien binnen het plangebied waterberging voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van ten minste 20 mm per m2 verhard oppervlak binnen het plangebied.

3.5.5 Voorwaardelijke verplichting - mitigerende maatregelen ontheffing Wnb De in lid 3.1. omschreven bestemming mag slechts gerealiseerd en vervolgens in stand gehouden worden indien de mitigerende maatregelen zoals opgenomen in tabel 3 en bijlage 3 van de ontheffing Wnb van GS van de Provincie Gelderland (bijlage 6) worden gerealiseerd en in stand worden houden.

3.5.6 Voorwaardelijke verplichting - geluid Het gebruiken en/of in gebruik laten nemen van de in lid 3.1 genoemde woningen is uitsluitend toegestaan indien de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied is gerealiseerd en in stand wordt gehouden met als doel om de binnenwaarde van minimaal 33 dB (vanwege wegverkeerslawaai) in dat verblijfsgebied te behalen en te behouden.

3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf dat niet in de lijst is opgenomen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.5.1 sub f voor het toelaten van een beroep en/of bedrijf aan huis, dat naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen is met één of meer in Bijlage 2 opgenomen Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven, onder de voorwaarde, dat de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Verschuiven van het bouwvlak en aanduidingen Burgemeester en wethouders kunnen, op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, een bouwvlak inclusief de ter plaatse geldende aanduidingen, verschuiven, onder voorwaarden dat: a. de verschuiving van het bouwvlak ten hoogste 10 m bedraagt ten opzichte van het bestaande bouwvlak, waarbij een minimale afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens van 3 m in acht genomen wordt; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. de ruimtelijke uitwerking van de wijziging aanvaardbaar is; d. het woningbouwplan, dat aan het verzoek tot verschuiving van het bouwvlak ten grondslag ligt, voldoet aan het gemeentelijk woningbouwprogramma 'Woningbouwstrategie 2019', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 november 2019 (Bijlage 4), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

18

hoofdstuk 3 Algemene regels artikel 4 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

artikel 5 Algemene bouwregels 5.1 Bouwregels bij overschrijding van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen Het verbod tot bouwen met overschrijding van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen is niet van toepassing met betrekking tot: a. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen, voorzover zij de grens van de weg niet overschrijden; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden voor ventilatiekanalen en schoorstenen, voorzover de overschrijding van de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 12 cm bedraagt en daarbij de grens van de weg niet wordt overschreden; c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, bloemenkozijnen, balkons, reclame-uitingen, galerijen en luifels, voorzover de overschrijding van de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 50 cm bedraagt en zij niet lager zijn aangebracht dan: 1. 4,20 m boven een rijbaan of boven een strook ter breedte van 1,50 m langs een rijbaan; 2. 2,20 m boven een voetpad, voor zover dit voetpad geen deel uitmaakt van de onder nummer 1 genoemde strook; d. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voorzover dezen de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden; e. goten, ondergrondse afvoerleidingen en inrichtingen voor de verzameling van water en rioolstoffen; f.

hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voorzover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand: 1. de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 1 m overschrijden; 2. de grens van de weg overschrijden; 3. lager zijn geplaatst dan 4,20 m boven een rijbaan.

5.2 Afwijken van de bouwregels bij overschrijding van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 voor het overschrijden van bouw- en/of bestemmingsgrenzen met ten hoogste 2 m, als het betreft: a. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen die de grens van de weg overschrijden; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden voor ventilatiekanalen en schoorstenen, die de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 12 cm overschrijden, dan wel die de grens van de weg overschrijden; c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, die de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 50 cm overschrijden, met inachtneming van het bepaalde in lid 5.1 onder c, nummers 1 en 2; d. overbouwingen voor de verbinding van twee bouwwerken, met inachtneming van het bepaalde in lid 5.1 onder c; e. bloemenkozijnen, balkons en galerijen, mits zij bij overschrijding van de grens van de weg voldoen aan het bepaalde in lid 5.1 onder c; f. luifels en draagconstructies voor reclame, mits zij bij overschrijding van de weggrens voldoen aan het bepaalde in lid 5.1 onder c; g.

hijsinrichtingen, laadbruggen, stortgoten, stort- en zuigbuizen die in enige stand de naar de weg gekeerde bouwgrens met ten hoogste 1,50 m overschrijden, mits zij niet lager zijn geplaatst dan 4,20 m boven de rijbaan; h. toegangen van bouwwerken, voor wat de hoogte boven de weg betreft, die de grens van de weg niet overschrijden; i. kelderingangen en kelderkoekoeken; j. bouwwerken waarvan de bovenzijde niet hoger is gelegen dan:

19

1. de hoogte van de weg, voorzover de bouwwerken in de weg zijn gelegen; 2. de terreinhoogte bij voltooiing van de bouw, voorzover de bouwwerken niet in de weg gelegen zijn.

5.3 Bestaande maten Voor een legaal bouwwerk dat op grond van de geldende bestemming is toegestaan, maar waarvan de bestaande situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud afwijken van de bouwregels in dit plan: a. is de bestaande situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud maatgevend; b. is herbouw uitsluitend mogelijk op dezelfde plaats; c. is het overgangsrecht in dit bestemmingsplan niet van toepassing.

5.4 Ondergronds bouwen In dit plan gelden de bouwregels, met uitzondering van artikel 3.2.5, uitsluitend voor het bovengronds bouwen; niet voor het ondergronds bouwen.

artikel 6 Algemene gebruiksregels 6.1 Verboden gebruik Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met het plan. a. Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan (het gebruik als): 1. staan- en/of ligplaats voor wagens en/of onderkomens; 2. opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en/of vaartuigen en/of onderdelen daarvan; 3. opslagplaats voor gerede en/of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines en/of onderdelen daarvan; 4. stortplaats voor puin, mest- en/of afvalstoffen; 5. voorziening voor een 24 uurs begeleidwonenvoorziening met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden; 6. seksinrichting, tenzij het 'thuisprostitutie' betreft; 7. verblijfsrecreatie en intensieve dagrecreatie; b. Het bepaalde onder sub a 1 t/m 4 is niet van toepassing op (tijdelijk) gebruik voor de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud, gebruik en/of beheer van gronden en/of bouwwerken.

6.2 Toegestaan gebruik - opwekken duurzame energie Het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere - op grond van de bestemmingsregels geoorloofde - voorzieningen op het dak is toegestaan.

artikel 7 Algemene aanduidingsregels 7.1 Overige zone - nieuwe risicobronnen uitgesloten 7.1.1 Algemeen Het is ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - nieuwe risicobronnen uitgesloten' verboden om: a. een nieuwe risicobron te vestigen; b. een bestaande risicobron uit te breiden.

7.1.2 Afwijking van het vestigings- en uitbreidingsverbod voor risicobronnen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1.1 en de vestiging van een

20

nieuwe of uitbreiding van een bestaande risicobron toestaan, onder voorwaarden dat: a. de risicobron zich niet binnen het gebiedstype 'woongebieden' bevindt, zoals weergegeven op de kaart 'Gebiedstypen' (Bijlage 5); b. uit onderzoek blijkt dat er geen kwetsbare objecten in de plaatsgebonden risicocontour 10-6 liggen; beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan indien er zwaarwegende redenen voor zijn; c. wordt voldaan aan minimale veiligheidsafstanden op grond van wet- en regelgeving; d. ingeval de nieuw te vestigen of uit te breiden risicobron een risicovolle inrichting betreft moet de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de inrichting gelegen zijn binnen de inrichtingsgrens van de inrichting; e. de nieuwvestiging of uitbreiding in overeenstemming is met de geldende bestemming; f. het groepsrisico is verantwoord; g. advies is ingewonnen bij de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland.

artikel 8 Algemene afwijkingsregels 8.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan, in uitzonderlijke gevallen, gemotiveerd bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor: a. het oprichten van bouwwerken van algemeen nut (zoals abri's, transformatorhuisjes, gasregelstations en gasdrukstations en conmatics), mits de inhoud van elk van deze bouwwerken niet meer bedraagt dan 75 m3 en de bouwhoogte ervan niet meer bedraagt dan 4 m; b. het overschrijden van de bouwregels inzake de goothoogte, de bouwhoogte en de (vloer)oppervlakte van gebouwen, met niet meer dan 10%, met uitzondering van de regels in de bestemming 'Wonen', c. het overschrijden van de bouwregels inzake de bouwhoogte en de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met niet meer dan 10%; d. het in geringe mate aanpassen van het plan, teneinde enig onderdeel van het plan, zoals een bouwgrens, te veranderen, als bij definitieve uitmeting en verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in het belang van een juiste verwerkelijking van het plan gewenst of noodzakelijk is, en waarbij de grens met niet meer dan 3 m worden verschoven; e. het oprichten van masten voor mobiele (beeld)telefonie en zendmasten tot een bouwhoogte van maximaal 15 m; f. het oprichten van kunstobjecten tot een bouwhoogte van maximaal 10 m, voor alle bestemmingen.

8.2 Kleinschalige duurzame energie Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor: a. Het oprichten van zonnepanelen op de grond onder voorwaarde dat: 1. de zonnepanelen worden geplaatst op eigen grond, op het perceel dat als erf gebruikt wordt; 2. de hoogte maximaal 1,5 m is; 3. de totale oppervlakte van de op de grond geplaatste zonnepanelen maximaal 100 m2 bedraagt; 4. de zonnepanelen landschappelijk zijn/worden ingepast en hiervoor vooraf advies is ingewonnen bij ter zake deskundigen op het gebied van ecologie en landschap; b. het oprichten van een mini windturbine op het dak van een bouwwerk onder voorwaarde dat: 1. de as van de mini windturbine maximaal 5 m uitsteekt boven het hoogste punt van het bouwwerk waarop de turbine geplaatst wordt; 2. de mini windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; 3. voor de mini windturbine geen vergunningplichtige beplanting verwijderd hoeft te worden; c. het oprichten van een kleine windturbine, onder voorwaarde dat:

21

1. de kleine windturbine een maximale as-hoogte heeft van 30 m; 2. de kleine windturbine niet mag staan in het gebiedstype 'woongebieden', zoals weergegeven op de kaart 'Gebiedstypen' (Bijlage 5) mag staan; 3. in het landelijk gebied op het erf gerealiseerd moet worden, op maximaal 100 m afstand van het op dat erf aanwezige hoofdgebouw; 4. de kleine windturbine moet minimaal (A) m van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' af liggen, zoals berekend uit de volgende formule: A = H + 1/3 W; Waarin: A = minimale afstand H = ashoogte W = Wieklengte De wieklengte = 1/2 ashoogte 5. de kleine windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; 6. voor de kleine windturbine geen vergunningplichtige beplanting verwijderd hoeft te worden.

8.3 Voorwaardelijke verplichtingen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van in de artikel 3.5 opgenomen voorwaardelijke verplichting (en) onder voorwaarden dat: a. is aangetoond dat een afwijking van de voorwaardelijke verplichting noodzakelijk is en dat de afwijking zich uitsluitend daartoe beperkt; b. is aangetoond dat aan de bedoeling van de voorwaardelijke verplichting waarvan wordt afgeweken onverminderd invulling wordt gegeven; c. de afwijking niet leidt tot een kwalitatieve verslechtering van het resultaat dat werd beoogd met de voorwaardelijke verplichting waarvan wordt afgeweken; d. de afwijking gerealiseerd en in stand wordt gehouden binnen, dan wel voor een bepaalde of onbepaalde termijn overeenkomstig de voorwaardelijke verplichting waarvan wordt afgeweken; e. over de afwijking advies wordt ingewonnen bij een terzake deskundige adviseur; f. over de afwijking zo nodig afstemming plaatsvindt met een overlegpartner als bijvoorbeeld het Waterschap,Omgevingsdienst, VNOG en Provincie.

artikel 9 Algemene wijzigingsregels 9.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen, op grond van artikel 3.6 van Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen voor: a. het in geringe mate aanpassen van het plan, teneinde enig onderdeel van het plan, zoals een bestemmingsgrens of een bouwgrens, te veranderen, als bij definitieve uitmeting of verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan gewenst of noodzakelijk is en de bestemmingsgrens niet meer dan 5 m en de bouwgrens niet meer dan 10 m worden verschoven; b. het oprichten van gebouwen van openbaar nut (zoals transformatorhuisjes en gemaalgebouwtjes) met een inhoud van maximaal 100 m3 en een goothoogte van maximaal 4 m; c. het enigszins anders situeren en/of begrenzen van bouwvlakken, als dit voor de uitvoering van een bouwplan nodig mocht blijken, een en ander, mits de oppervlakte van het desbetreffende bouwvlak met niet meer dan 20% van het in het plan vastgelegde afwijkt; d. het geheel of gedeeltelijk verwijderen of wijzigen van een aanduidingsvlak als bedoeld in artikel als vaststaat dat ter plaatse van de aanduiding, hetzij geen functie of waarde meer aanwezig is, hetzij de begrenzing van de functie of waarde veranderd is, hetzij de wijziging meer recht doet aan het beoogde doel van de regeling.

Vooraf moet advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige op het gebied van het onderwerp in kwestie.

22

artikel 10 Overige regels Waar in dit plan wordt verwezen naar wettelijke regelingen wordt geduid op die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan.

23

hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

11.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

11.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

11.4 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Dr Huber Noodtstraat 38a-42 - 2022' Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Doetinchem in de openbare raadsvergadering d.d. de griffier, de voorzitter,

24

BIJLAGEN BIJ REGELS

25

1 Lijst van vrije beroepen Lijst van vrije beroepen op grond van de Handelsregisterwet • Advocaat • Accountant-administratieconsulent • Alternatieve genezer • Belastingconsulent • Bouwkundig architect • Dierenarts • Fysiotherapeut • Gerechtsdeurwaarder • Huidtherapeut • Huisarts • Interieurarchitect • Juridisch adviseur • Kunstenaar • Logopedist • Medisch specialist • Notaris • Oefentherapeut Cesar/Mensendieck • Organisatie-adviseur • Orthopedagoog • Psycholoog • Raadgevend adviseur • Redacteur • Registeraccountant • Stedenbouwkundige • Tandarts • Tandartsspecialist • Tolk-vertaler (al dan niet beëdigd) • Tuin- en landschapsarchitect • Verloskundige Een beroep dat hier niet op voorkomt geldt in beginsel niet als 'vrij beroep', tenzij de onderneming/beroepsbeoefenaar anders kan aantonen. In de jurisprudentie is uitgemaakt, dat de uitoefening van vrije beroepen in overeenstemming is met de functie wonen. Dit is rechtstreeks toegestaan. Voor de vestiging van vrije beroepen is geen procedure nodig op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Wet ruimtelijke ordening, zolang de beroepsuitoefening plaatsvindt in de woning en de woonfunctie in overwegende mate blijft behouden.

26

2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven bron: Bedrijven en milieuzonering VNG (editie 2009) SBI-code ('hoofdgroep':

Omschrijving

'subgroep') 15: 1593 t/m 1595

Vervaardiging van wijn, cider e.d.

18: 182

Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

20: 205

Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkbedrijven

22: 221

Uitgeverijen (kantoren)

22: 2222.6

Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

22: 2223

Grafische afwerking

22: 2223

Binderijen

22: 2224

Grafische reproductie en zetten

22: 2225

Overige grafische activiteiten

22: 223

Reproductiebedrijven opgenomen media

33: 33

Vervaardigen van medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie

36: 361

Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m²

36: 362

Vervaardiging van munten, sieraden e.d.

36:363

Vervaardigen van muziekinstrumenten

51: 511

Handelsbemiddeling (kantoren)

52: 527

Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's, motors, bromfietsen en scooters)

55: 551,1 5512

Pensions en Bed & Breakfast

55: 5552

Cateringbedrijven

61, 62: 61, 62

Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)

63: 6322, 6323

Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren)

63: 633

Reisorganisaties

63: 634

Expediteurs, cargadoors (kantoren)

64: 641

Post- en koeriersdiensten

65, 66, 67: 65, 66, 67 Banken en verzekeringsbedrijven 70: 70

Verhuur van en handel in onroerend goed

72: 72

Computerservice- en informatietechnologiebureaus e.d.

73: 731

Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk

73: 732

Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

74: 74

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren

74: 7481.3

Foto- en filmontwikkelcentrales

85: 8512, 8513

Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven

85: 853

Kinderopvang (gastouderschap)

91: 9111

Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren)

92: 921, 922

Studio's (film, TV, radio, geluid)

92: 9251, 9252

Ateliers, e.d.

93: 9301.3

Wasverzendinrichtingen

93: 9301.3

Wasserettes, wassalons

93: 9302

Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten

27

93: 9305

Persoonlijke dienstverlening (waaronder thuisprostitutie en escortbedrijf), niet elders genoemd in de richtafstandenlijst 1 - Activiteiten van Bedrijven en milieuzonering van het VNG (editie 2009)

28

3 Nota Parkeernormen Auto en Fiets 3 Nota Parkeernormen Auto en Fiets

29

4 Woningbouwstrategie 2019 4 Woningbouwstrategie 2019

30

5 Gebiedstypen 5 Gebiedstypen

31

6 Ontheffing Wnb provincie Gelderland Setax-locatie 6 Ontheffing Wnb provincie Gelderland Setax-locatie

32

TOELICHTING

33

1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel De initiatiefnemer is voornemens een appartementengebouw te realiseren aan de Dr. Huber Noodtstraat 38a in Doetinchem. Om deze nieuwbouw te realiseren wordt de huidige bebouwing t.b.v. het voormalige Setaxterrein gesloopt. De nieuwbouw omvat de toevoeging 62 wooneenheden. Het Setax-kantoor blijft gehandhaafd en daar worden 2 wooneenheden toegevoegd aan de 2 bestaande wooneenheden. Het totaal aantal woningen binnen het plangebied bedraagt daarmee 64. De gewenste toekomstige situatie is in strijd met het geldende bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied - 2021’. Een herziening van dat plan is daarom noodzakelijk. Daarom is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.

1.2 Plangebied De beoogde ontwikkeling is gelegen in het centrum van Doetinchem. De locatie is gelegen aan de Dr. Huber Noodtstraat 38A en B, 40 en 42. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.850 m². Het betreffen (globaal) de kadastrale percelen 3105, 3106, 1386, 1388, 1509 en 1563 (kadastrale gemeente Doetinchem, sectie C) (zie onderstaande afbeelding met grijs gearceerd het plangebied).

1.3 Geldende bestemmingsplannen Bestemmingsplan Stedelijk gebied - 2021 (vastgesteld 24-6-2021; onherroepelijk) Voor het plangebied geldt conform het vastgestelde bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied - 2021’ de bestemming ‘Centrum’ en tevens geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’. Daarnaast zijn de functieaanduidingen ‘sportschool’, ‘horeca van categorie 1’ en gedeeltelijk ‘cultuurhistorische waarden’ aanwezig. Het plangebied heeft geen bouwvlak, met uitzondering van de noordelijke straatzijde. Wel is de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’ aanwezig. Parapluherzieningen Naast genoemd bestemmingsplan gelden de navolgende bestemmingsplannen zijnde parapluherzieningen: a. 'Parapluherziening Archeologie - 2020', vastgesteld op 27 mei 2021 en onherroepelijk.

34

b. 'Parapluherziening Externe veiligheid - 2020', vastgesteld op 25 februari 2021 en onherroepelijk. c. 'Parapluherziening Kantoren, uitsluiten woningbouw en supermarkt - 2019', vastgesteld 5 maart 2019 en onherroepelijk. d. 'Parapluherziening Parkeren - 2018', vastgesteld op 11 januari 2018 en onherroepelijk. e. 'Parapluherziening Uitsluiten woningbouw bestemmingen Centrum en Gemengd - 2019', vastgesteld op 28 juni 2018 en onherroepelijk. Ad a. Voor voorliggend uitwerkingsplan is archeologisch onderzoek uitgevoerd (zie ruimtelijke onderbouwing en bijbehorende bijlagen). Op basis daarvan is het plangebied vrijgegeven door de regioarcheoloog. Ad b. Met het opnemen van de gebiedsaanduiding 'overige zone - nieuwe risicobronnen uitgesloten' in het voorliggende bestemmingsplan is geen sprake van strijdigheid met de 'Parapluherziening Externe veiligheid - 2020'. Ad c. Deze parapluherziening voorzag wat betreft wonen in het wegbestemmen van nog in bestemmingsplannen onbenutte directe bouwmogelijkheden om uitvoering te geven aan het destijds vastgestelde (regionale) woonbeleid. Deze parapluherziening is niet van invloed op voorliggend bestemmingsplan. Het maakt de realisatie van nieuwe woningen mogelijk passend binnen het huidige woonbeleid. Ad d.

Met het opnemen van de specifieke gebruiksregel Parkeren in dit bestemmingsplan is geen sprake van strijdigheid met de 'Parapluherziening Parkeren - 2018'. Ad e. Deze parapluherziening voorzag in het uitsluiten van nog aanwezige onbenutte directe bouwmogelijkheden voor nieuwe woningen binnen de bestemmingen 'Centrum en Gemengd' om uitvoering te geven aan het destijds vastgestelde (regionale) woonbeleid. Deze parapluherziening is niet van invloed op voorliggend bestemmingsplan. Het maakt de realisatie van nieuwe woningen mogelijk passend binnen het huidige woonbeleid. Werking geldende bestemmingsplannen in relatie tot voorliggend bestemmingsplan Bij het onherroeplijk worden van voorliggend bestemmingsplan zal voor wat betreft het plangebied van voorliggend bestemmingsplan de werking komen te vervallen van: a. het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied- 2021' (NL.IMRO.0222.SgB003-0002) b. het bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie - 2020' (NL.IMRO.0222.R70B017A-0002) c. het bestemmingsplan 'Parapluherziening Externe veiligheid - 2020' (NL.IMRO.0222.R70B013A-0002) d. het bestemmingsplan 'Parapluherziening Parkeren - 2018' (NL.IMRO.0222.R70B016A-0002)

35

2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Voor de beschrijving van de huidige situatie wordt verwezen naar paragraaf 2.1. van de ruimtelijke onderbouwing (bijlage 1). Onderstaande afbeelding geeft de huidige situatie weer.

(Bron: obliquefoto gemeente Doetinchem 2022)

2.2 Toekomstige situatie Voor de beschrijving van de toekomstige situatie wordt verwezen naar paragraaf 2.2. van de ruimtelijke onderbouwing (bijlage 1). Wijziging naar aanleiding van terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is het plan aangepast. De meest noordelijke woning op de 1e verdieping is komen te vervallen. Deze woning wordt teruggebracht door een woning toe te voegen op de 4e verdieping. De verbeelding/plankaart is op basis van deze aanpassing aangepast. De ruimtelijke onderbouwing (bijlage 1) en bijbehorende bijlagen is niet aangepast op deze aanpassing. De aanpassing heeft geen invloed op de inhoudelijke uitkomst van uitgevoerde onderzoeken. Afbeeldingen in de ruimtelijke onderbouwing en bijbehorende bijlagen geven de uiteindelijke situatie niet weer; de verbeelding en regels van het bestemmingsplan (waar voornoemde aanpassing in is verwerkt) is bepalend. Onderstaande afbeeldingen geven schetsmatig de aanpassing weer naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7857/documents/42643