Bijlage 2 Kadernota 2025-2028 Laborijn.pdf
Tekst van het document
Inwoners zetten stappen op de Participatieladder. Het doel is dat zij kunnen meedoen op de voor hen best passende plek. Dit zal zeker niet altijd leiden tot (volledige) uitstroom uit de bijstand. Het begeleiden van de inwoner naar de best passende plek kan ook leiden tot maatschappelijk rendement en tot opbrengsten of besparingen in andere onderdelen van het sociaal domein. De wijze waarop Laborijn vormgeeft aan het methodisch werken biedt samen met de Participatieladder inzicht in alle activiteiten die zijn en worden ingezet om problemen in één of meerdere leefgebieden op te lossen. Het biedt inzicht in de behoefte van inwoners voor wat betreft het benodigde aanbod en levert ons tevens waardevolle informatie op voor een gewenste bijstelling of ontwikkeling van (nieuw) instrumentarium. Ons huidige bestand kent een grote groep bijstandsgerechtigden die relatief veel lichamelijke, psychische en/of sociale hindernissen kent. Daardoor zijn deze inwoners in de praktijk (nog) niet of nauwelijks bemiddelbaar op de arbeidsmarkt. De problematiek van deze groep is complex waardoor een stap op de Participatieladder op termijn wel tot de 21
mogelijkheid behoort, maar eerst andere problemen moeten worden aangepakt, zoals problemen gelegen in gezondheid, verslaving of schulden, voordat re-integratie naar werk kan slagen. De stappen die hierin worden gezet, vertalen zich in eerste instantie niet direct tot zichtbare stappen op de Participatieladder. Kaderstellend (nr.11): we maken de ontwikkeling van alle inwoners met een Participatiewetuitkering inzichtelijk, onder andere door het gebruik van de Participatieladder. Beschut werk Beschut werk is bedoeld voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking. Het gaat daarbij om inwoners die alleen kunnen werken in een beschutte (beschermde) werkomgeving, onder aangepaste omstandigheden. Zij hebben meer begeleiding en aanpassing op hun werkplek nodig dan binnen een regulier arbeidsverband van een werkgever mag worden verwacht. Met een 'positief advies beschut werk' van het UWV heeft de inwoner recht op het aanbod van een dienstbetrekking waar werk in een beschutte werkomgeving kan worden uitgevoerd. Laborijn zorgt als uitvoerder van de Participatiewet voor het aanbieden van een dienstbetrekking beschut werk en een bijbehorende werkplek. Zoals in het eerste inhoudelijke hoofdstuk over de strategische context al naar voren is gekomen, is het uitgangspunt van het Rijk dat elke gemeente beschut werk aan iedere inwoner biedt die dit nodig heeft.
Het maakt niet uit waar je als werkzoekende woont of je aanspraak kunt maken op beschut werk; de vastgestelde ondersteuningsbehoefte is daarbij bepalend. Het realiseren van beschut werk is echter geen doel op zich. Laborijn zoekt voor iedere inwoner steeds naar de best passende plek. Dit kan bij een indicatie een beschutte werkplek zijn, maar ook een andere voorziening of combinatie van voorzieningen kan het best passend zijn vanuit het ontwikkelperspectief van de inwoner. Dit wordt individueel en in overleg met de inwoner en bijvoorbeeld de (PRO/VSO) school onderzocht, besproken en ingeregeld. Beschut werk is daarmee onderdeel van de doorlopende ontwikkellijn gericht op de best passende plek en het benutten van ontwikkelperspectief. Het realiseren van beschutte werkplekken is kostbaar. Naast de kosten voor de dienstbetrekking en loonkostensubsidie is ook inzet van intensieve begeleiding (jobcoaching) noodzakelijk. Complicerend daarbij is dat daar waar plaatsing van inwoners met een indicatie nieuw beschut bij een reguliere werkgever mogelijk is, deze werkgever niet altijd zelf een dienstverband wenst aan te gaan met deze inwoner. Laborijn treedt in voorkomende gevallen ook voor deze inwoners met een indicatie beschut werk zelf als formeel werkgever op.
Het onderbrengen van deze inwoners met een arbeidsovereenkomst bij Laborijn, gecombineerd met een detacheringsovereenkomst bij de reguliere werkgever, maakt dat we hen niet op afstand plaatsen, maar zelf verantwoordelijkheid nemen en deze inwoners een volwaardige plek geven, als inclusieve werkgever. We geven daarmee de gehele nieuwe groep beschutte medewerkers de mogelijkheid tot groei in hun ontwikkeling en loopbaan. Deze medewerkers vallen onder de cao ‘Aan de slag’. Een cao speciaal voor mensen met een arbeidsbeperking die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen en die met behulp van loonkostensubsidie in dienst zijn bij een gemeente, een gemeenschappelijke regeling of een andere publieke organisatie belast met de uitvoering van de Participatiewet, met als doel om te worden begeleid naar een reguliere baan. Er is een geleidelijke groei in het aantal dienstverbanden beschut werk bij Laborijn zichtbaar. Dit zal er waarschijnlijk in de komende jaren toe leiden dat op termijn aan de taakstelling zal worden voldaan, voor zowel gemeente Aalten als gemeente Doetinchem. De vraag zal zich dan gaan voordoen of er meer dienstverbanden dan de taakstelling (kunnen) worden 22
gerealiseerd of dat er alsdan sprake zal zijn van een wachtlijst. Laborijn gaat deze ontwikkeling de komende jaren nadrukkelijk monitoren en zal hierop anticiperen. Kaderstellend (nr.12): Laborijn groeit de komende jaren toe naar de taakstelling nieuw beschut voor inwoners waarvoor dit de best passende plek is. Het realiseren van de taakstelling is echter geen doel op zich; als nieuw beschut de best passende plek voor de inwoner is, dan bieden we deze plek. Het goede nieuws is dat er, voor het financieren van deze kostbare beschutte werkplekken, extra middelen komen voor beschut werk: per plek komt er € 2.157 aan begeleidingsbudget bij. In 2024 gaat dit in totaal om een investering van € 23,1 miljoen euro. Uiteindelijk wordt er € 64,7 miljoen euro structureel geïnvesteerd. Hiermee is er voor de gemeenten de mogelijkheid om het tekort per beschutte werkplek te dempen door dit extra begeleidingsbudget te alloceren aan het doel waarvoor dit is bedoeld. Kaderstellend (nr.13): het door het Rijk extra beschikbaar gestelde begeleidingsbudget van € 2.157 per beschutte werkplek benutten we om het tekort per beschutte werkplek te dempen. In de Kamerbrief ‘Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven’ d.d. 21 december 2023 zijn maatregelen voorgesteld om beschut werk te verbeteren.
De processen om een beschutte werkplek te verkrijgen worden verbeterd en versimpeld, bezien wordt of en hoe de beoordeling van arbeidsvermogen en loonwaarde beter onderdeel kan zijn van de indicatie beschut werk en er komt een scherper onderscheid tussen arbeidsmatige dagbesteding en beschut werk. Ook is het voorstel om de plaatsen en middelen voor beschut werk passender te verdelen, zodat de verdeling van het aantal beschutte werkplekken meer recht doet aan de feitelijke behoefte aan beschut werk bij gemeenten. Daarbij wordt overwogen om de (begeleidings-)middelen voor beschut werk per 2025 naar realisatie te financieren. Een tijdelijk dienstverband voor inwoners met een doelgroepindicatie en bijstand In het eerste inhoudelijke hoofdstuk over de strategische context is benoemd dat het onderzoek uitwijst dat er een groep is waarmee niet expliciet rekening is gehouden. Het gaat om mensen die niet behoren tot de doelgroep beschut, maar voor wie het (nog) niet lukt om bij reguliere werkgevers in een dienstbetrekking aan de slag te komen of om mensen die wel aan het werk waren bij reguliere werkgevers, maar tijdelijk zijn uitgevallen (en een vangnet nodig hebben).
Laborijn signaleert ook dat dit een grote en groeiende groep is, waarvoor de stap in één keer naar een reguliere werkgever niet haalbaar en realistisch is, en die geholpen kan worden met een (tijdelijke) dienstbetrekking bij het sociaal ontwikkelbedrijf Laborijn. Deze grote en groeiende groep is bij de invoering van de Participatiewet echter niet benoemd en er zijn niet apart financiële middelen voor beschikbaar gesteld, anders dan het vrij besteedbare re-integratiebudget. Laborijn heeft in dit kader van juli 2022 tot juli 2024 een pilot geïnitieerd waarin continu 25 inwoners met een doelgroepindicatie (DGI) en een (aanvullende) bijstandsuitkering worden ondersteund door hen voor een periode van maximaal 2 jaar een werkplek met een (tijdelijk) dienstverband onder de cao Aan de Slag aan te bieden. Met als beoogd einddoel dat deze springplank een duurzame plek op de reguliere arbeidsmarkt oplevert. Het opgebouwde arbeidsritme en de werkervaring die zij hiermee opdoen, vergroot de mogelijkheid om door te stromen naar een dienstverband bij een reguliere werkgever. Voor een deel van deze inwoners met een doelgroepindicatie is deze kans dan ook de springplank om duurzaam uit de bijstandsuitkering naar werk te stromen. Voor een ander deel van deze inwoners kan het ook helpend en bevestigend zijn dat beschut werk de best passende plek is.
Ook een tijdelijk dienstverband bij Laborijn voor inwoners met een doelgroepindicatie en een (aanvullende) bijstandsuitkering is daarmee onderdeel van de doorlopende ontwikkellijn. En ook hier geldt weer: gericht op de best passende plek en het benutten van het 23
ontwikkelperspectief. Bijkomend voordeel is dat deze inwoners gedurende het dienstverband bij Laborijn geen of een minder hoge bijstandsuitkering nodig hebben en de kosten zich direct vertalen naar een besparing aan de kant van de BUIG. Kaderstellend (nr.14): vanuit de overtuiging dat de detacheringsfaciliteit als benodigd instrument een fundamenteel onderdeel van onze dienstverlening zou moeten zijn, heeft Laborijn de ambitie om, in opvolging van de DGI-pilot, structureel en doorlopend aan een groep inwoners met een doelgroepindicatie en (aanvullende) bijstandsondersteuning een werkplek met een tijdelijk dienstverband onder de cao Aan de Slag voor een periode van maximaal 2 jaar aan te bieden. Begin 2024 vindt de evaluatie van de DGI-pilot plaats. Op basis van de uitkomsten van deze evaluatie wordt de mate van inzet van dit instrument voor de komende begrotingsjaren bepaald. In de Kamerbrief ‘Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven’ d.d. 21 december 2023 is ook voorgesteld dat er een structurele infrastructurele opslag beschikbaar wordt gesteld voor 10.000 nieuwe banen, zodat er financiering komt voor infrastructurele kosten waar nu in de bekostiging geen rekening mee wordt gehouden.
Het betreft de financiering van essentiële zaken met een infrastructurele opslag die wordt ingezet voor de banen voor mensen die niet vallen onder beschut werk en die (tijdelijk) aangewezen zijn op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Omdat recent een extra structurele investering van € 65 miljoen is gedaan voor beschut werk, waar financiering van infrastructurele kosten onderdeel van zijn, geldt deze opslag alleen voor de 10.000 banen voor mensen die niet vallen onder beschut werk. Hierbij wordt per baan dezelfde systematiek gehanteerd als voor beschut werk. Dit komt neer op een budget van ca. € 3.465 per plek en een structurele investering van € 34,7 miljoen. Wet inburgering 2021 en nieuwkomers Met ingang van 1 januari 2022 is de nieuwe Wet inburgering 2021 ingevoerd. Deze wet heeft als doel dat inburgeraars snel en volwaardig meedoen in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. Het streven is dat inburgeraars het voor hen hoogst haalbare taalniveau bereiken met als uitgangspunt het B1-taalniveau. Zij doen vanaf de start van het inburgeringstraject kennis op over de Nederlandse maatschappij en arbeidsmarkt, in combinatie met gerichte inspanningen om naar vermogen te participeren.
Naast de inwoners die onder de Wet inburgering 2021 vallen, onderscheiden we de groep inburgeringsplichtige inwoners die vóór 1 januari 2022 in Aalten of Doetinchem zijn gehuisvest. Deze groep inburgeringsplichtige inwoners behoort nog tot de oude inburgeringswet en daarmee formeel niet tot de taak en opdracht van Laborijn. Toch zien we het als onze opgave om ook deze groep inwoners te begeleiden in de geest van de Wet inburgering 2021. Van deze groep inwoners hebben naar verwachting de laatsten de inburgering eind 2024 afgerond. Vanaf 2025, en dus de scope van deze kadernota, is de oude regelgeving volledig uitgefaseerd. Actueel zien we dat het inburgeringsstelsel onder hoge druk staat. Er zijn grote aantallen vluchtelingen die zich nog in de procedure bevinden. De centrale opvangcapaciteit en de mogelijkheden om in gemeenten te worden gehuisvest schieten tekort. Dit zal landelijk tot een groter beroep en beslag op gemeenten leggen, waarin zij hun verantwoordelijk moeten nemen. Daarbij is het de verwachting dat de toestroom van vluchtelingen de komende jaren op een hoog niveau zal blijven. Hierbij positioneert gemeente Doetinchem zich nadrukkelijk als AZC- en noodopvang gemeente. Dit geeft mogelijk nog een extra opwaartse druk.
Nu de belemmering voor asielzoekers om meer te werken is weggenomen, doordat de 24-wekeneis is komen te vervallen, is Laborijn daarbij de logische systeempartij om voor een zinvolle dag invulling en werk voor deze asielzoekers te zorgen. Het is van belang dat de Wet inburgering 2021 integraal en in samenhang met de Participatiewet 2015 wordt uitgevoerd. Immers, een groot deel van de inwoners met een 24
inburgeringsaanbod maakt ook gebruik van bijstands- en re-integratieondersteuning. Hier ligt dan ook de kracht van Laborijn, waarbij we in de uitvoering van de Wet inburgering 2021 dankbaar gebruik maken van de bestaande en zich al bewezen Laborijn-producten en diensten, zoals inkomen, opleiding en (taal)training, de (regionale) leerlijnen en vooral ook het netwerk rond maatschappelijke participatie. We hebben vanuit onze regierol samen met bestaande en nieuwe partijen uit het werkveld diverse nieuwe producten en diensten ontwikkeld en bestaande bestendigd. Daarbij streven we ook vooral naar ‘ontmoeten’. Inburgeraars die samen (groepsgewijs) activiteiten volgen, elkaar helpen en elkaar ontmoeten, en tevens ook de inwoners uit onze gemeenten ontmoeten. In de groep van nieuwkomers zien wij een groeiend aantal alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV'ers). Deze jongeren gaan naar de Internationale Schakelklas (ISK), Prakticon en het Entree onderwijs en stromen idealiter door naar het reguliere (vrijstellende) Nederlandse onderwijs. We zien echter dat dit niet voor alle jongeren haalbaar is en dat betekent dat zij inburgeringsplichtig worden. Er is een nauwe samenwerking met het ISK, het Entree onderwijs en het Prakticon om de doorstroom naar inburgering goed te laten verlopen.
Laborijn concludeert dat de onderwijsroute de beste route is voor deze jongeren om hun toekomst in Nederland maximaal te borgen. Helaas is voor een aantal jongeren de directe stap naar de onderwijsroute te groot en worden ze niet toegelaten. Bijvoorbeeld omdat ze in het land van herkomst geen onderwijs hebben genoten en dus niet gealfabetiseerd zijn. Wanneer zo’n jongere leerbaar en gemotiveerd is, investeert Laborijn in een alfabetiseringstraject om ze alsnog deel te kunnen laten nemen aan de onderwijsroute. Wij verwachten dat de vraag naar deze dienstverlening de komende jaren zal toenemen. Kaderstellend (nr.15): we verwachten dat in de komende jaren meer statushouders en (alleenstaande minderjarige) vluchtelingen zich vestigen in Aalten en Doetinchem dan was voorzien en de vraag naar onze dienstverlening zal toenemen. Daarbij levert Laborijn graag een inhoudelijk programma indien vluchtelingen en statushouders (tijdelijk) worden gehuisvest. Cultuurvertalers In 2023 is de rol van cultuurvertaler binnen Laborijn geïntroduceerd waarmee we meerdere doelen en resultaten bereiken. Het primaire doel is dat we ervaringsdeskundigheid toevoegen als aanvulling op en verdere versterking van onze al bestaande dienstverlening. Al snel werd zichtbaar dat Laborijn de inburgering technisch goed had ingericht, maar dat er op taal en cultuursensitiviteit verbetering nodig was.
Voor een succesvolle dienstverlening is het van belang dat, naast het vertalen van de taal, ook de non-verbale communicatie en achtergronden worden geduid. Deze ‘vertaling’ heeft een positief effect op het wederzijds begrip, de motivatie en het commitment van de inwoners. We winnen het vertrouwen van inwoners die voorheen onbereikbaar waren voor Laborijn. We zetten ervaringsdeskundigheid met de rol van cultuurvertaler in voor alle inwoners met een anderstalige achtergrond wanneer dit naar verwachting gaat helpen en bijdragen. Dit geldt daarbij voor de algehele dienstverlening die Laborijn biedt, dus naast inburgeringsplichtige inwoners ook aan anderstaligen met een migratieachtergrond die dienstverlening ontvangen vanuit de Participatiewet als grondslag. De cultuurvertalers hebben verschillende culturele en taalachtergronden, zodanig dat zij een afspiegeling zijn van ons inwonersbestand. Daarmee kunnen we vrijwel iedere anderstalige inwoner in de eigen moedertaal van dienst zijn. Een tweede bijkomstig voordeel is het bieden van regulier werk aan inwoners met een migratieachtergrond die bijstands- en re-integratieondersteuning van Laborijn ontvangen. Daarmee is het tijdelijke dienstverband in de rol van cultuurvertaler ook tevens een reintegratiemiddel of de springplank voor deze inwoners om duurzaam op de reguliere arbeidsmarkt uit te stromen.
Naast het leveren van een bijdrage om zowel de verbale als non-verbale communicatie van onze anderstalige inwoners te duiden, leveren de cultuurvertalers ook proactief een bijdrage 25
aan het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten. Zo is bijvoorbeeld het programma sociale activering in nauwe samenwerking met de trainers vormgegeven, dat nu breed structureel wordt aangeboden. De cultuurvertalers worden voor het tolken in taal en cultuur daarnaast ook extern bij onze samenwerkingspartners ingezet voor de uitvoering van onderdelen van de inburgering. De inzet wordt door deze partijen als zeer waardevol beschouwd. De grote en groeiende vraag van onze samenwerkingspartners naar de inzet van cultuurvertalers laat de noodzaak zien van de investering in deze rol. De rol van cultuurvertaler is in de eerste plaats dus een belangrijk aanvullend onderdeel van ons brede aanbod dat beschikbaar is voor alle inwoners. En bijkomend een re-integratie- en ontwikkelinstrument voor een aantal specifieke inwoners die tijdelijk onze collega zijn. Vooralsnog worden de kosten voor de inzet van cultuurvertalers ten laste van het reintegratiebudget gelegd. De vraag doemt echter steeds meer op of en in hoeverre het uitvoeringskosten betreffen, aangezien het is volgroeid tot een structureel onderdeel van de brede dienstverlening. Waarbij we verwachten dat de vraag zal gaan toenemen, gezien het groeiende aantal inwoners met een migratieachtergrond.
In 2024 zullen wij dit vraagstuk nader verkennen en beantwoorden, waarna het tijdens de looptijd van deze kadernota zal worden verwerkt in de (meerjaren)begroting. Kaderstellend (nr.16): de ambitie van Laborijn is om de rol van cultuurvertaler structureel te blijven inzetten voor en door inwoners met een migratieachtergrond die gebruik maken van onze dienstverlening. In de eerste plaats en primair als onderdeel van onze brede dienstverlening voor alle inwoners met een migratieachtergrond om taal- en cultuurbarrières te doorbreken door het toevoegen van ervaringsdeskundigheid. En daarnaast in het aan specifieke inwoners aanbieden van regulier werk in de vorm van een tijdelijk dienstverband bij Laborijn. Ook externe samenwerkingspartners kunnen dankbaar gebruik maken van de kennis, expertise en ervaringsdeskundigheid van onze cultuurvertalers.
3.2 Inkomenszekerheid In deze paragraaf beschrijven wij ten aanzien van de pijler Inkomenszekerheid de belangrijkste context, onderwerpen of thema's. Waarbij we dit vertalen naar een aantal belangrijke kader stellende items, die vervolgens bepalend zijn voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028. BUIG Ten aanzien van de bijstand wordt een oplopend volume verwacht. Dit komt door een verwachte toename van de werkloosheid en door een inperking van andere regelingen waardoor naar verwachting meer personen een beroep op de bijstand zullen gaan doen. Daarnaast is de verwachting dat de doelgroep LKS stijgt door een toename van het aantal mensen met een doelgroepindicatie. In hoofdstuk 4 worden de ontwikkelingen van de budgetten, waaronder de BUIG, gedetailleerd toegelicht. Kaderstellend (nr.17): de doelstelling volumeontwikkeling BUIG is 1% beter dan het landelijk gemiddelde. Geldzorgen, armoede en schulden Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat het aantal huishoudens met problematische schulden de afgelopen 2 jaar is gestegen van circa 620.000 naar ongeveer 726.000 huishoudens10. Binnen de overkoepelende ambitie van het Kabinet-Rutte IV om te streven naar bestaanszekerheid is 1 van de 3 kwantitatieve doelstellingen een halvering van het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030 t.o.v. 2015. Het doel is dat meer 10 CBS (2023).
Schuldenproblematiek in beeld. Bureau Wnsp (2022).
26
mensen eerder en betere schuldhulpverlening ontvangen. Daarbij is het ook nodig om te investeren in activiteiten die bijdragen aan bestaanszekerheid. De gemeenten krijgen hier naar verwachting een forse taak aan. De aanpak van geldzorgen, armoede en schulden is steeds meer bewogen naar het overkoepelende thema bestaanszekerheid met voor Laborijn een belangrijke opdracht ten aanzien van de pijler inkomenszekerheid. Ten aanzien van geldzorgen, armoede en schulden gaat Laborijn als systeempartij graag actief aan de slag. Laborijn is in de eerste plaats een belangrijke vindplaats, bijvoorbeeld voor laaggeletterdheid als belangrijke reden voor armoede, en zorgt voor de doorgeleiding richting de gemeenten. Om te voorkomen dat schulden uiteindelijk uitmonden in problematische schulden richten wij ons daarbij in samenwerking met Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO) met name op preventie en vroegsignalering. Inwoners met schulden komen daardoor eerder in beeld en zo kan er eerder financiële begeleiding worden geboden. Als schulden toch uitmonden in problematische schulden, dan is schuldhulpverlening een doeltreffende manier om huishoudens uit de schulden te helpen. Het bieden van een minnelijke schuldregeling is onderdeel van de schuldhulpverlening.
Ook hierin is Laborijn een belangrijke samenwerkings- en uitvoeringspartner, waarbij wij in samenwerking met het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO) gezamenlijk maatwerk voor de inwoner leveren, zowel voor gemeente Doetinchem als gemeente Aalten. Kaderstellend (nr.18): Laborijn richt zich als belangrijke vindplaats van en samenwerkingsen uitvoeringspartner ten aanzien van geldzorgen, armoede en schulden met name op preventie en vroegsignalering en werkt daarin proactief samen met het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO). Ondernemerssteunpunt In oktober 2020 is het Ondernemerssteunpunt Aalten - Doetinchem (OSP) opgericht als het loket waar inwoners terecht kunnen met (financiële) vragen over hun bedrijf of beroep. De oprichting van het OSP was een directe reactie op de bijzondere situatie die voor ondernemers ontstond tijdens de Coronapandemie, waarbij veel zelfstandigen zochten naar gerichte hulp en (financieel) advies. Het OSP had de actuele kennis en kunde om op die vragen in te springen. De activiteiten en vraagstukken van het OSP zijn in de jaren daarna sterk gegroeid in aantal, verscheidenheid en complexiteit en zijn daarmee een directe afspiegeling van de actualiteit binnen ondernemersland en de verandering van de bevolkingssamenstelling.
De doelgroep zelfstandigen heeft zich in de afgelopen jaren namelijk uitgebreid en kent een groeiende sociaal en economisch kwetsbare groep. Een groep zelfstandigen die niet interessant is voor commerciële partijen en die veelal aanschuurt tegen de bestaande kaders van het sociaal domein. Het ontbreekt vaak aan (weerstands-)vermogen, er is een permanente dreiging van het ontstaan van schulden en er is sprake van een inkomen rondom (of soms onder) bijstandsniveau. Het OSP is voor deze groep zelfstandigen uitgegroeid tot steunpunt voor bredere (financiële) vraagstukken over het zelfstandig ondernemerschap. Bij onze dienstverlening aan zelfstandigen maken we gebruik van de bestaande kennis, expertise en faciliteiten van Laborijn, oftewel van onze eigen interne infrastructuur. Daarbij is er een directe verbinding tussen onder meer inkomensvoorziening, screening, re-integratie en loopbaan (her)oriëntatie en -ontwikkeling. Door middel van onderdelen hiervan, zoals arbeidsdiagnose, (regionale) leerlijnen en het interne opleidings- en trainingsaanbod, bieden we aan zelfstandigen een op de ondernemer toegesneden ondersteuningsaanbod. Het OSP heeft de expertise om in de uitvoering van de regelingen en activiteiten als gelijkwaardig gesprekspartner op te treden in de contacten met ondernemers, accountants, banken, adviseurs en overige stakeholders.
Met het OSP wordt een kwalitatief hoogwaardige bijdrage geleverd aan de verbetering van de sociale en economische positie, en daarmee aan de 27
bestaanszekerheid, van deze groep zelfstandigen. Daarmee heeft het OSP een preventieve werking ten aanzien van de instroom in de Bbz. Het OSP voorziet hiermee in een duidelijke behoefte die niet door een andere (overheids-) instantie wordt geboden. De uitvoering van deze expertise legt daarmee een groeiend beslag op tijd en (financiële) middelen. Kaderstellend (nr.19): we blijven ons middels het Ondernemerssteunpunt inzetten als integraal dienstverlener voor ondernemers, in het bijzonder voor kleine zelfstandigen. Als partner bij het (door)starten of stoppen als ondernemer. Met een directe verbinding naar inkomensvoorziening, screening, re-integratie en loopbaan (her)oriëntatie en -ontwikkeling. Parttime werken en deels uit de bijstand Gezien de krappe arbeidsmarkt is iedereen met arbeidsvermogen hard nodig. Het is niet zozeer de vraag óf inwoners met onbenut arbeidspotentieel wel of niet deelnemen aan de arbeidsmarkt, maar vooral hóe we dat optimaal mogelijk maken. Het is van belang dat we parttime werken stimuleren en vervolgens vooral ook vergemakkelijken. Onder andere door de impulsregeling parttime werk is het aandeel parttime werkenden substantieel gestegen. Dit heeft in de eerste plaats geleid tot extra (gedeeltelijke) uitstroom uit de bijstand.
Daarnaast is deze mogelijkheid ook waardevol gebleken juist voor inwoners met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt voor wie volledige uitstroom uit de bijstand door werk niet haalbaar is. We zien dat parttime werken voor een steeds groter wordende groep inwoners het hoogst haalbare is. Met parttime werk maken ook deze inwoners ontwikkelstappen, nemen zij daarmee actief deel aan de samenleving en wordt hun bestaanszekerheid vergroot. Met het inrichten van een eenvoudige online omgeving en een helpdesk voor inhoudelijke vragen wordt ingezet op het voor de inwoner zoveel mogelijk ontzorgen en beperken van de administratieve belasting. De komende periode blijven wij investeren in het optimaliseren van onze dienstverlening voor deze groep inwoners, zodat zij vanwege de fluctuaties in arbeidsuren, en daarmee een wisselend inkomen uit werk, geen zorgen hoeven te hebben over voldoende inkomen aan het eind van de maand. Want gelet op de grote en blijvende vraag naar arbeidskrachten is (ook) het faciliteren van parttime werk voor onze inwoners en ook de werkgevers van groot belang. Kaderstellend (nr.20): we blijven parttime werken stimuleren, optimaal mogelijk maken en vergemakkelijken waardoor de bestaanszekerheid ook verbetert voor inwoners waarvoor volledige uitstroom uit de bijstand door werk (nog) niet haalbaar is.
3.3 Wsw In deze paragraaf beschrijven wij ten aanzien van de Wsw de belangrijkste context en een aantal belangrijke kaderstellende items, die vervolgens bepalend zijn voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028. De opgave voor de Wsw: levensloopbestendig werkgeverschap voor Wsw-collega's Ons Wsw-medewerkersbestand kenmerkt zich door een geleidelijke afname van het aantal (werkzame) Wsw-collega's en een stijging van de gemiddelde leeftijd. Dit is een logisch gevolg van het stopzetten van de instroom in de Wet sociale werkvoorziening sinds de komst van de Participatiewet 2015. Steeds nadrukkelijker ligt het accent op een levensloopbestendig personeelsbeleid voor onze Wsw-medewerkers. Dit is onder meer tot uiting gekomen in de implementatie van een toekomstbestendig nieuw functiehuis Wsw. De stijgende gemiddelde leeftijd van onze Wsw-collega's vraagt daarnaast vooral om begeleiding en maatwerk voor behoud van vitaliteit en werkplezier. Als gevolg van de stijgende gemiddelde leeftijd daalt de gemiddelde arbeidsproductiviteit geleidelijk en is het een uitdaging om ons relatief lage ziekteverzuim op niveau te houden. Ook maken steeds meer Wsw-collega's gebruik van de Regeling Vervroegde Uittreding 28
(RVU), waardoor zij wel nog arbeidsloon ontvangen maar vrijgesteld zijn van werk. Met deze ontwikkelingen staat de Wsw-omzet alsmede de verhouding tussen kosten en opbrengsten steeds meer onder druk. Individueel Ontwikkelingsplan (IOP) Uiteraard blijven wij met dezelfde hoeveelheid inspanning in de ontwikkeling van de Wswdoelgroep investeren. Zoals de cao Wsw voorschrijft, investeren we onverminderd in een actueel Individueel Ontwikkelingsplan (IOP) voor alle Wsw-collega's. De nadruk verschuift daarbij echter wel steeds meer van inzet op het maken van ontwikkelstappen (bijvoorbeeld naar een zwaardere functie en/of een reguliere werkgever) naar inzet op het behoud van (het functioneren op) de huidige werkplek. Kaderstellend (nr.21): alle Wsw-collega's hebben een actueel Individueel Ontwikkelingsplan (IOP). ‘De best passende plek’ voor de Wsw-collega's Het doel blijft om zoveel mogelijk Wsw-collega's regulier werkzaam te laten zijn. Het streven is hierbij een hoger percentage Wsw-collega's, in vergelijking met het landelijk gemiddelde, dat middels externe detachering of begeleid werken werkzaamheden verricht bij reguliere werkgevers. Gezien de ouder wordende populatie met toenemende gezondheidsuitdagingen is dit percentage echter niet langer een doel op zichzelf. Ook voor de Wsw-collega's geldt de best passende plek voor deze inwoners.
Kaderstellend (nr.22): we investeren in het behoud van een duurzame werkplek voor elke Wsw-collega en ook voor deze specifieke doelgroep geldt de missie van Laborijn als uitgangspunt: ‘de best passende plek’ voor de inwoner. Werkgeversdienstverlening en -benadering Het aantal Wsw-medewerkers dat extern gedetacheerd is of middels begeleid werken werkzaamheden verricht bij reguliere werkgevers neemt de komende jaren gestaag af. Daartegenover staat dat het aantal inwoners met een arbeidsbeperking en een afstand tot de arbeidsmarkt - en juist graag wil toetreden tot de arbeidsmarkt - de komende jaren steeds verder zal groeien. Zij maken sinds het stopzetten van de instroom in de Wsw gebruik van andere regelingen en een deel is ook niet altijd in beeld voor de stap naar zo regulier mogelijk werk. Onze werkgeversdienstverlening en -benadering als partner van het WerkgeversServicepunt Achterhoek (WSPA) is er dan ook op gericht om werkgevers te (blijven) stimuleren om invulling te (blijven) geven aan inclusief werkgeverschap en hen te adviseren en ondersteunen bij het realiseren van deze belangrijke maatschappelijke werkgeversopgave. Denk hierbij aan de kernactiviteiten jobcarving, functiecreatie, loonwaardemeting en jobcoaching en tevens aan HR-expertises zoals verzuim, Arbo en strategische personeelsplanning.
Daarbij hebben wij zelf proactief aandacht voor de eigen strategische personeelsplanning ten aanzien van de Wsw-dienstverbanden, zodat we tijdig anticiperen op de aanstaande uitstroom van Wsw-collega's en de geschikte werkplekken op de reguliere arbeidsmarkt niet verloren gaan, maar voor de nieuwe doelgroepen behouden blijven. Kaderstellend (nr.23): als partner van het WSPA blijven wij investeren in het stimuleren van werkgevers om invulling te (blijven) geven aan inclusief werkgeverschap en adviseren en ondersteunen hen bij het realiseren van deze belangrijke maatschappelijke werkgeversopgave. Hierbij streven we ernaar dat de huidige werkplekken op de reguliere arbeidsmarkt die geschikt zijn voor onze doelgroep niet verloren gaan, maar voor de nieuwe doelgroepen behouden blijven.
29
Nieuwe cao SW en cao Aan de Slag De nieuwe cao Sociale Werkvoorziening en cao Aan de Slag zijn na een lang traject definitief. Het VNG-bestuur heeft de cao’s met 1 jaar bekrachtigd. Gemeenten steunen de afspraken die een kwetsbare groep inwoners compenseren voor de sterk gestegen kosten voor het levensonderhoud. De Rijksoverheid stelt geen aanvullende financiële middelen beschikbaar waardoor de kosten gevolgen voor de gemeentelijke begroting hebben. Gemeenten hebben de VNG wederom opgeroepen om bij het Rijk te blijven aandringen op structurele financiële compensatie van de kosten, ook met terugwerkende kracht. Kaderstellend (nr.24): er is nog geen zicht op structurele middelen om de betere arbeidsvoorwaarden, waaronder de structurele loonstijging, van de medewerkers werkzaam onder de cao Wsw en cao Aan de Slag te bekostigen vanaf 2024. 3.4 Overhead/reserves Tenslotte benoemen wij in deze paragraaf eerder gemaakte keuzes die inmiddels een gegeven zijn en een aantal ontwikkelingen ten aanzien van de overhead en reserves die, geformuleerd naar een kader stellend item, bepalend zijn voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028. GR aanpassing t.a.v. Wet inburgering 2021 Vanaf 2024 is de Wet inburgering 2021 onderdeel van de Gemeenschappelijke Regeling Laborijn (van mandaat naar delegatie).
Kaderstellend (nr.25): vanaf 2024 worden de baten en lasten met betrekking tot de Wet inburgering 2021 in de begroting verwerkt. Nieuwbouw Laborijn in Doetinchem Het huidige pand van Laborijn aan de Terborgseweg in Doetinchem is zeer gedateerd en niet meer adequaat toegerust voor de functie. Laborijn bereidt al langere tijd nieuwbouw voor. Doel is dat het gebouw voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en bijdraagt aan meer transparantie, gastvrijheid en een integrale klantbenadering. Laborijn heeft in de laatste jaren onderzoek gedaan om na te gaan wat de meest gewenste locatie zou zijn voor nieuwbouw. De uitkomst daarvan is dat nieuwbouw voor de eigen dienstverlening op een deel van de huidige kavel de meeste voordelen biedt. Laborijn en de gemeente Doetinchem stemmen al langer af over de nieuwbouw van Laborijn, passend in de planvorming van de gebiedsontwikkeling spoorzone. De intentie van Laborijn is dat het overblijvende deel van de kavel voor verkoop in aanmerking komt. Kaderstellend (nr.26): Laborijn realiseert voor de eigen dienstverlening nieuwbouw op een deel van haar eigen kavel in Doetinchem. Het investeringsvoorstel en de huisvestingslast worden verwerkt in de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenraming 2026 – 2028. Uitvoeringskosten.
Conform de door de gemeenteraden eerder gegeven zienswijze bij de begroting 2022 blijft de wens van de deelnemende gemeenten om de uitvoeringslasten zoveel als mogelijk te beheersen. Kaderstellend (nr.27): Laborijn blijft inzetten op het beheersen van de uitvoeringskosten voor de jaren 2025 tot en met 2028. Benodigde formatie & Trap op trap af systematiek De benodigde formatie, en de daaruit voortvloeiende loonkosten van het begeleidend personeel, is afhankelijk van het aantal te bedienen inwoners. Als het aantal inwoners dat afhankelijk is van de Participatiewet of de Wet inburgering in de komende periode toeneemt/afneemt, gaan de formatie en de bijbehorende loonkosten begeleidend personeel 30
voor de uitvoering van de Participatiewet en de Wet inburgering ook toenemen/afnemen (trap op trap af systematiek). Voor de Wsw gaan de uitvoeringskosten afnemen in verband met de daling van het aantal Wsw-medewerkers. Hoe dit doorwerkt per individuele deelnemende gemeente verschilt en is afhankelijk van het gemeentelijk aandeel in de Wsw, de Participatiewet en de Wet inburgering. Kaderstellend (nr.28): voor het vaststellen van de, op grond van het aantal te bedienen inwoners, benodigde formatie en bijbehorende loonkosten begeleidend personeel voor het uitvoeren van de dienstverlening hanteert Laborijn de ‘trap op trap af systematiek’. Indien het effect op gemeenteniveau onvoldoende aansluit bij de wens tot beheersing van de kosten worden keuzescenario’s ten aanzien van (de intensiteit en/of kwaliteit van) de dienstverlening uitgewerkt. Re-integratiemiddelen Vanaf 2023 zijn de re-integratiemiddelen bestemd voor het ontwikkelen van inwoners niet meer 1-op-1 herleidbaar vanuit de Rijk circulaires. Hierin volgen we vanaf het begrotingsjaar 2024 2 lijnen: de hoofdlijn is dat Laborijn een plan maakt voor de re-integratie/ ontwikkeldienstverlening met de daarvoor benodigde middelen. Daarnaast de lijn van het laatst bekende bedrag indexeren.
Eind 2022 is door Cedris en Divosa een opdracht verstrekt aan Berenschot om een rekentool11 te ontwikkelen waarmee de beschikbare budgetten voor re-integratie berekend kunnen worden. De rekentool is december 2022 beschikbaar gekomen en september 2023 geactualiseerd. Uit analyse blijkt dat de gemeenten Aalten en Doetinchem meer re-integratiemiddelen ontvangen dan voorheen. Dit komt doordat de maatstaven voor het toekennen van de middelen is veranderd. Tot op heden is met de gemeenten Aalten en Doetinchem afgesproken dat Laborijn enkel de middelen voor reintegratie ontvangt op basis van een indexatie van het budget van het afgelopen jaar. Bij het opmaken van de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026 - 2028 betrekt Laborijn de in de afgelopen jaren opgebouwde bestemmingsreserve re-integratie. Deze bestemmingsreserve wordt in de komende jaren t/m 2027 afgebouwd. Vanaf het jaar 2028 is het geïndexeerde budget onvoldoende om het huidige ambitieniveau te kunnen blijven handhaven. Laborijn is vanaf dat moment genoodzaakt om re-integratie- en participatieactiviteiten te minderen om binnen het financiële kader te blijven. Het huidige niveau van dienstverlening zal Laborijn niet kunnen handhaven; daarvoor zijn aanvullende re-integratiemiddelen nodig.
Kaderstellend (nr.29): bij het opmaken van de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenraming 2026 - 2028 betrekt Laborijn de bestemmingsreserve re-integratie. Vanaf 2028 is Laborijn, bij gelijkblijvende afspraken, genoodzaakt haar ambitieniveau bij te stellen en haar inzet te verminderen. Wij doen dan ook de dringende aanbeveling om het financiële gat vanaf 2028 te dekken, en tevens om vanaf het begrotingsjaar 2025 niet enkel te indexeren, maar de budgetten te herijken met de klantaantallen, en daarmee terug te gaan naar de oorspronkelijke systematiek. Zodanig dat we ons huidige beleid kunnen continueren en iedere inwoner de kwaliteit van de huidige dienstverlening kunnen blijven bieden. Laborijn als flexibele en wendbare organisatie De wereld van het sociaal domein, en in het bijzonder werk en inkomen, is turbulent en aan verandering onderhevig. Snel en adequaat inspelen op actualiteiten en ontwikkelingen, zowel landelijk, regionaal als lokaal en zowel politiek, economisch als sociaal demografisch van aard, is van essentieel belang. Onverwacht kan ineens een beroep worden gedaan op een organisatie in het sociaal domein vanwege ontwikkelingen die vragen om in een snel tempo een nieuwe regeling vorm te geven en uit te voeren.
Denk hierbij aan regelingen zoals de tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo), de tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK), de leefgeldregeling voor Oekraïners en de 11 https://cedris.nl/nieuws/handreiking-en-rekentool-bij-gemeentefonds-participatiemiddelen/
31
energietoeslag. Om hier snel en adequaat op te kunnen blijven anticiperen en reageren, blijft Laborijn investeren in het zijn van een flexibele en wendbare organisatie. Kaderstellend (nr.30): Laborijn ontwikkelt zich zo flexibel en wendbaar dat snel en adequaat ingespeeld kan blijven worden op de actualiteit en ontwikkelingen en incidentele regelingen uitgevoerd kunnen blijven worden.
32
4.
De ontwikkeling van de budgetten
Dit laatste vierde hoofdstuk betreft de financiële context en geeft een beeld van hoe de verschillende budgetten zich de komende jaren naar verwachting zullen ontwikkelen. Dit ook weer gerelateerd aan de te verwachten ontwikkeling van de te bedienen klantstromen. 4.1 BUIG-budget (bijstand en langdurige loonkostensubsidie) De ontwikkeling van het BUIG-budget van de individuele gemeenten hangt nauw samen met het landelijke macrobudget. Om een inschatting te kunnen maken van het BUIG-budget voor de jaren 2025 tot en met 2028 is daarom de ontwikkeling van het macrobudget van belang. Budgettaire ontwikkeling algemene bijstand Op basis van de CPB-raming van de werkloosheid wordt vanaf 2023 een oplopend bijstandsbestand verwacht. De invoering van een aantal wetswijzigingen leidt ook tot een oploop in de raming van de bijstandsuitgaven. Door een inperking van andere regelingen doen komende jaren naar verwachting meer personen een beroep op de bijstand. Dit zijn onder andere de invoering van de Participatiewet (per 2015) en de invoering van het onderdeel WW-duurverkorting in de Wet werk en zekerheid, die inmiddels is vervangen door de Wet arbeidsmarkt in balans. Ook zorgt de aanpassing van de kostendelersnorm voor hogere bijstandsuitgaven vanaf 202312.
Laborijn verwacht dat zij nog steeds 1% beter dan de landelijk gemiddelde volumeontwikkeling kan blijven presteren, waardoor het aantal inwoners dat afhankelijk is van bijstand in Aalten en Doetinchem minder stijgt. Budgettaire ontwikkelingen langdurige loonkostensubsidie De uitgaven voor LKS worden voor 2023 geraamd op € 377 miljoen. De uitgaven aan loonkostensubsidie nemen jaarlijks toe doordat de doelgroep van LKS sinds invoering van de Participatiewet ingroeit. Budgettaire ontwikkelingen IOAW en IOAZ De IOAW-uitgaven dalen vanaf 2023 door de beperkende voorwaarde dat het IOAW-recht alleen geldt voor personen geboren voor 1965. Dit leidt ertoe dat in 2023 minder mensen een beroep kunnen doen op de IOAW. In de meerjarenraming wordt rekening gehouden met een opwaarts effect als gevolg van de verhoging van de AOW-leeftijd en de doorstroom vanuit de WW. Doordat mensen later de AOW-leeftijd bereiken, blijven ze langer in de IOAW. Door de verwachte oplopende werkloosheid stromen er meer personen uit de WW naar de IOAW. De uitgaven aan de IOAZ nemen beperkt toe door de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Budgettaire ontwikkelingen Bbz De uitgaven voor Bbz levensonderhoud in 2023 worden geraamd op € 46 miljoen. Na afloop van de Tozo per 1 oktober 2021 is een deel van de Tozo-gerechtigden doorgestroomd naar het Bbz.
Het Rijk verwacht dat deze groep vanaf 2023 grotendeels is uitgestroomd.
In de Rijksbegroting 2024 van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is de ontwikkeling van het macrobudget BUIG als volgt weergegeven13:
12 Kamerstukken II 2021/22, 35 394, nr. 22 13
Bron: Rijksbegroting 2023 Sociale Zaken en Werkgelegenheid
33
Overzicht macrobudget participatiewetuitkeringen (x € 1.000) Algemene bijstand
Definitief 2023
Loonkostensubsidie
€
IOAW
Raming 2024
€ 5.926.067 €
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
6.176.961 €
6.389.949 €
6.529.464 €
6.676.286 €
6.858.715
415.339 €
507.079 €
578.302 €
616.692 €
654.984 €
694.193
€
240.685 €
209.897 €
182.147 €
160.683 €
136.704 €
101.525
IOAZ
€
29.716 €
31.089 €
31.934 €
31.933 €
31.932 €
32.906
BBZ
€
50.937 €
50.941 €
51.288 €
51.288 €
51.288 €
51.432
Macrobudget totaal
€ 6.662.744 €
6.975.967 €
7.233.620 €
7.390.060 €
7.551.194 €
7.738.771
Mutatie 2024 t.o.v. raming 2023
Verwachte procentuele ontwikkeling uitgaven macrobudget per jaar Algemene bijstand
Mutatie 2025 t.o.v. raming 2024
Mutatie 2026 t.o.v. raming 2025
Mutatie 2027 t.o.v. raming 2026
Mutatie 2028 t.o.v. raming 2027
4,23%
3,45%
2,18%
2,25%
Loonkostensubsidie
22,09%
14,05%
6,64%
6,21%
5,99%
IOAW
-12,79%
-13,22%
-11,78%
-14,92%
-25,73%
IOAZ
4,62%
2,72%
0,00%
0,00%
3,05%
BBZ
0,01%
0,68%
0,00%
0,00%
0,28%
4,70%
3,69%
2,16%
2,18%
2,48%
Macrobudget participatiewetuitkeringen totaal
2,73%
Het macrobudget 2024 wordt voorlopig vastgesteld in september 2023 voorafgaand aan het uitvoeringsjaar. Het macrobudget 2024 wordt gedurende het jaar nog bijgesteld naar aanleiding van gewijzigde inzichten in conjunctuur, realisaties, Rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling (lpo). Hierover worden gemeenten geïnformeerd bij het nader voorlopig budget in het voorjaar van 2024 en bij de definitieve toekenning van de budgetten in september 2024. Het definitieve macrobudget wordt bepaald door uit te gaan van de gerealiseerde prijs en het gerealiseerde volume in het voorgaande jaar, van een inschatting van de effecten van de conjunctuur en Rijksbeleid in het begrotingsjaar zelf en van een indexering van de gemiddelde prijs. Voor de conjunctuurraming worden de actuele en onafhankelijke rekenregel en de autonome correctie van het Centraal Plan Bureau (CPB) gevolgd. Het meerjarenbeeld met betrekking tot de ontwikkeling van lasten in de begroting van Laborijn zal in de begroting 2025 – 2028 opgesteld worden aan de hand van bovenstaande gegevens en de werkelijke ontwikkeling t/m ultimo 2023. Het voorlopig BUIG-budget 2024 is in september 2023 bekend geworden (zie hiervoor de tabel onder deze alinea). Om een inschatting te maken van het BUIG-budget voor de jaren 2025 tot en met 2028 is het aandeel per gemeente in het macrobudget constant verondersteld.
Doordat het macrobudget vanaf 2024 toeneemt, zal naar verwachting het BUIG-budget per gemeente vanaf 2024 ook toenemen. In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van het BUIG-budget weergegeven. Ontwikkeling BUIG-budget (x € 1.000) Aalten
Definitief 2023 €
4.811 €
5.037 €
5.223 €
5.336 €
5.453 €
5.588
Doetinchem
€
20.980 €
21.966 €
22.778 €
23.270 €
23.778 €
24.368
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Voor de ontwikkeling van de kosten hanteren we dezelfde trend. Er is echter een aantal elementen dat het moeilijk maakt om in te schatten hoe de kosten zich ontwikkelen: • •
steeds vaker gaan mensen met loonkostensubsidie aan het werk. Dit bespaart wel op de bijstandskosten, maar betreft niet meer de hele uitkering se samenstelling van huishoudens kan wijzigen waardoor de hoogte van de uitkeringen zal wijzigen
4.2 Re-integratie en participatie budget Tot op heden is met de gemeenten Aalten en Doetinchem afgesproken dat Laborijn enkel de middelen voor re-integratie ontvangt op basis van een indexatie van het budget van het afgelopen jaar. Bij het opmaken van de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026 - 2028 betrekt Laborijn de in de afgelopen jaren opgebouwde bestemmingsreserve re-integratie. De 34
bestemmingsreserve re-integratie wordt binnen de komende jaren afgebouwd. In het jaar 2028 is het geïndexeerde budget onvoldoende om het huidige ambitieniveau te handhaven. Laborijn zal re-integratie en participatie activiteiten moeten minderen om binnen het financiële kader te blijven. De oorzaak hiervan ligt in de toename van het aantal te bedienen klanten binnen de Participatiewet in combinatie met de inhoudelijke wens om alle klanten in de Participatiewet actief te blijven begeleiden. Het beschikbare re-integratiebudget bestond tot en met 2022 uit inzichtelijke budgetten voor de verschillende doelgroepen. Bij het laatst bekende budget in 2022 was circa € 2.000 per klant beschikbaar voor re-integratie- en participatieactiviteiten. Door het loslaten van de systematiek uit 2022, de financiële keuze om alleen het laatst bekende budget te indexeren, geen rekening meer te houden met de ontwikkeling van de klantaantallen en de wens om de re-integratie en participatie te intensiveren, daalt het beschikbare budget per klant met 20% naar € 1.600. De bestemmingsreserve re-integratie zal naar verwachting in 3 tot 4 jaar volledig zijn ingezet. Dit betreft een inschatting op basis van het huidige vastgestelde plan met de verdeling over de diverse re-integratie en participatieactiviteiten. Bij het opmaken van de begroting worden de bedragen en inzichten geactualiseerd.
4.3 Rijksbijdrage Wsw De Rijksbijdrage Wsw per standaard eenheid (se) stijgt vanaf 2022. Daarbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat de blijfkansen moeilijker zijn in te schatten over een periode van 5 jaar. Hierdoor kan de Rijksbijdrage Wsw per se in die jaren nog zowel positief als negatief muteren. Omschrijving Se Wsw landelijk
2022
Blijfkans t.o.v. 2022 Macrobudget Wsw
2023
Voorlopig 2024
Voorlopig 2025
Voorlopig 2026
Voorlopig 2027
Voorlopig 2028
58.803
55.030
51.891
48.425
45.039
41.722
38.663
100,00%
94,73%
89,32%
83,36%
77,53%
71,82%
66,55%
€ 1.787.781.000 € 1.848.794.000 € 1.777.827.000 € 1.705.019.000 € 1.633.084.000 € 1.561.212.000 € 1.489.976.000
Rijksbijdrage per se € Verwachte ontwikkeling afname se's (op basis van blijfkans jaar daardoor)
30.403 €
33.596 €
34.261 €
35.210 €
36.260 €
37.420 €
38.538
5,27%
5,40%
5,97%
5,83%
5,71%
5,27%
In onderstaande tabel is de totale Rijksbijdrage per gemeente weergegeven: Rijksbijdrage Sw (x € 1) Aalten
Definitief 2023 Voorlopig 2024 Voorlopig 2025 Voorlopig 2026 Voorlopig 2027 Voorlopig 2028 € 6.515.855 €
6.301.262 €
6.036.421 €
5.667.477 €
5.458.353 €
5.069.588
Doetinchem
€ 8.366.593 €
7.889.468 €
7.576.057 €
7.414.702 €
7.232.753 €
6.906.814
Montferland
€ 4.227.869 €
4.105.735 €
3.932.853 €
3.779.151 €
3.530.517 €
3.363.460
Totaal
€ 19.110.317 € 18.296.466 € 17.545.331 € 16.861.330 € 16.221.622 € 15.339.861
Het absolute bedrag neemt af doordat het aantal Wsw-medewerkers afneemt. Dit komt met name door pensionering, arbeidsongeschiktheid en overlijden. Het Rijk schat de blijfkansen van de Wsw-medewerkers per gemeente in. Voor de deelnemende gemeenten ziet dat er als volgt uit: Gemeente
Aantal se's
Geschatte blijfkans t.o.v. definitieve stand 2022
ultimo 2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Aalten
205
94,80%
89,90%
83,80%
76,40%
71,30%
64,30%
Doetinchem
261
95,60%
88,40%
82,60%
78,50%
74,20%
68,80%
Montferland
133
94,30%
89,80%
83,70%
78,10%
70,70%
65,40%
35
Gemeente
Aantal se's 2022
Geschatte volumes t.o.v. definitieve stand 2022 2025 2026 171 156
Aalten
205
2023 194
Doetinchem
261
249
230
215
Montferland
133 599
126 569
120 534
112 498
95,04%
93,88%
-30
-35
Totaal Gemiddelde blijfkans jaar t.o.v. jaar ervoor Afname per jaar
2024 184
2027 146
2028 132
204
193
179
104 465
94 434
87 398
93,31%
93,32%
93,22%
91,82%
-36
-33
-32
-35
Op basis van de uitgangspunten in de begroting 2024 en de verwachte wijziging van die begroting als gevolg van de ontwikkelingen tot nu toe, zal in de begroting 2025 - 2028 het totale Wsw-resultaat worden doorgerekend.
4.4 Overige technische uitgangspunten Prijsontwikkeling kosten algemene overhead De prijsontwikkeling is gebaseerd op de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product, zoals opgenomen in de septembercirculaire van 2023 (zie onderstaande tabel). Prijsontwikkeling % aanpassing
Voorlopig 2025
Voorlopig 2026
Voorlopig 2027
Voorlopig 2028
2,8%
2,7%
2,5%
2,5%
Loonontwikkeling ambtelijke medewerkers Bij het opstellen van de begroting gaan we uit van de bekende cao-afspraken en ramingen van de ontwikkelingen in de sociale lasten. Indien er nog geen ontwikkelingen bekend zijn, gaan we uit van de meest recente raming uit de circulaires van het Rijk. De Cao gemeenten is afgesloten tot en met 2023. Voor de periode 1 januari 2024 tot en met 31 mart 2025 ligt er een onderhandelingsresultaat. De lonen voor de ambtenaren nemen vanaf 1 januari 2024 tot met 4,75% toe en vanaf 1 oktober 2024 met nog eens 1,25%. Deze verhoging zal doorwerken in de jaren 2025 tot en met 2028.
36
Samenvattend kaderstellend overzicht In deze kadernota komen schuin gedrukt alle voor de verdere invulling en uitwerking van de P&C-cyclus relevante kaderstellende items naar voren. Deze kaders zijn divers van aard en onder te verdelen in een drietal categorieën: 1. Een situatie of gegeven of ontwikkeling die vanuit de brede omgeving en/of landelijke wetgeving wordt voorzien of is bepaald en (min of meer) vaststaat (en daarmee in feite geen keuze meer is) 2. Een uitgangspunt of specifieke Laborijn keuze die al eerder is vastgesteld 3. Een (logische) ambitie of wens van Laborijn in de doorontwikkeling van de organisatie als partner voor de gemeentelijke uitdagingen in het sociaal domein Voor een totaaloverzicht worden in de onderstaande 3 tabellen per categorie de bijbehorende kader stellende items opgesomd. Categorie 1: een situatie of gegeven of ontwikkeling die vanuit de brede omgeving en/of landelijke wetgeving wordt voorzien of is bepaald en (min of meer) vaststaat. 1. Met de uitkomst van het onderzoek over de toekomstige infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven is de verwachting een aanzienlijk grotere rol voor sociaal ontwikkelbedrijven, zoals Laborijn, dan in de huidige context. De toenemende complexiteit van de meer diverse doelgroep betekent ook iets voor de aard van het ontwikkelbedrijf. 2.
Voor 2024 is er een eenmalig budget van € 63,9 miljoen beschikbaar gesteld voor de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven en er lijkt vanaf 2025 zicht te zijn op incidentele en structurele investeringen die nodig zijn om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven door te ontwikkelen en toekomstbestendig te houden. 9. De landelijke verwachting is dat het aantal mensen dat afhankelijk is van een Participatiewet-uitkering de komende jaren licht zal stijgen. Daarnaast zorgt de hoge instroom van inburgeraars voor een hoger gebruik van de bijstand en een groter aantal inburgeringstrajecten. Deze groei in het aantal inwoners dat we bedienen vanuit de Participatiewet en de Wet inburgering als grondslag compenseert ruimschoots de afname van het aantal SW-collega's met een dienstverband vanuit de Wet sociale werkvoorziening. Per saldo neemt de omvang van de opdracht en taak van Laborijn toe. Hierbij is er de komende jaren sprake van een wezenlijke verschuiving van onze focus en in de aard van ons sociaal ontwikkelbedrijf. 13. Het door het Rijk extra beschikbaar gestelde begeleidingsbudget van € 2.157 per beschutte werkplek benutten we om het tekort per beschutte werkplek te dempen. 24.
Er is nog geen zicht op structurele middelen om de betere arbeidsvoorwaarden, waaronder de structurele loonstijging, van de medewerkers werkzaam onder de cao Wsw en cao Aan de Slag te bekostigen vanaf 2024. Categorie 2: een uitgangspunt of specifieke Laborijn keuze die al eerder is vastgesteld. 6. Laborijn is als 1 van de systeempartijen in het sociaal domein een belangrijke vindplaats die alle inwoners met een ondersteuningsbehoefte in beeld heeft en voortrekker in de samenwerking van alle partijen rondom de ontwikkeling van deze inwoners. 7. Het gedachtengoed ‘Simpel Switchen’ - het vereenvoudigen van het wisselen tussen de verschillende fasen in de participatieketen - is ingebed in onze reguliere werkwijze. Als doorontwikkeling hiervan wordt onder de noemer 'Activerend Werken' een verdiepende invulling gegeven door de domeinen werk en zorg samen te brengen en de ontwikkeling van de inwoner centraal te stellen. Hiermee wordt een 37
8.
10. 11. 17. 18.
19.
20.
21. 22.
23.
25. 26.
27. 28.
29.
volgende stap gemaakt om de inwoner te bedienen met een brede, integrale en zo nodig financieel ontschotte dienstverlening. Laborijn is partner binnen de arbeidsmarktregio Achterhoek en levert daarin actief haar bijdrage om de arbeidsmarktinfrastructuur van regio Achterhoek door te ontwikkelen; waar dat kan sluiten we proactief regionaal aan en pakken het in cocreatie samen met onze regionale partners op. Alle inwoners met een Participatiewet-uitkering hebben een actief traject en aanbod om ontwikkeling mogelijk te maken. We maken de ontwikkeling van alle inwoners met een Participatiewet-uitkering inzichtelijk, onder andere door het gebruik van de Participatieladder. De doelstelling volumeontwikkeling BUIG is 1% beter dan het landelijk gemiddelde. Laborijn richt zich als belangrijke vindplaats van en samenwerkings- en uitvoeringspartner ten aanzien van geldzorgen, armoede en schulden met name op preventie en vroeg signalering en werkt daarin proactief samen met het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO). We blijven ons middels het Ondernemerssteunpunt inzetten als integraal dienstverlener voor ondernemers, in het bijzonder voor kleine zelfstandigen. Als partner bij het (door)starten of stoppen als ondernemer. Met een directe verbinding naar inkomensvoorziening, screening, re-integratie en loopbaan (her)oriëntatie en – ontwikkeling.
We blijven parttime werken stimuleren, optimaal mogelijk maken en vergemakkelijken waardoor de bestaanszekerheid ook verbetert voor inwoners waarvoor volledige uitstroom uit de bijstand door werk (nog) niet haalbaar is. Alle Wsw-collega's hebben een actueel Individueel Ontwikkelingsplan (IOP). We investeren in het behoud van een duurzame werkplek voor elke SW-collega en ook voor deze specifieke doelgroep geldt de missie van Laborijn als uitgangspunt: ‘de best passende plek’ voor de inwoner. Als partner van het WSPA blijven wij investeren in het stimuleren van werkgevers om invulling te (blijven) geven aan inclusief werkgeverschap en adviseren en ondersteunen hen bij het realiseren van deze belangrijke maatschappelijke werkgeversopgave. Hierbij streven we ernaar dat de huidige werkplekken op de reguliere arbeidsmarkt die geschikt zijn voor onze doelgroep niet verloren gaan, maar voor de nieuwe doelgroepen behouden blijven. Vanaf 2024 worden de baten en lasten met betrekking tot de Wet inburgering 2021 in de begroting verwerkt. Laborijn realiseert voor de eigen dienstverlening nieuwbouw op een deel van haar eigen kavel in Doetinchem. Het investeringsvoorstel en de huisvestingslast worden verwerkt in de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenraming 2026 – 2028. Laborijn blijft inzetten op het beheersen van de uitvoeringskosten voor de jaren 2025 tot en met 2028.
Voor het vaststellen van de, op grond van het aantal te bedienen inwoners, benodigde formatie en bijbehorende loonkosten begeleidend personeel voor het uitvoeren van de dienstverlening hanteert Laborijn de ‘trap op trap af systematiek’. Indien het effect op gemeenteniveau onvoldoende aansluit bij de wens tot beheersing van de kosten worden keuze scenario’s ten aanzien van (de intensiteit en/of kwaliteit van) de dienstverlening uitgewerkt. Bij het opmaken van de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenraming 2026 - 2028 betrekt Laborijn de bestemmingsreserve re-integratie. Vanaf 2028 is Laborijn, bij gelijkblijvende afspraken, genoodzaakt haar ambitieniveau bij te stellen en haar inzet te verminderen. Wij doen dan ook de dringende aanbeveling om het financiële gat vanaf 2028 te dekken, en tevens om vanaf het begrotingsjaar 2025 niet enkel te indexeren, maar de budgetten te herijken met de klantaantallen, en daarmee terug 38
30.
te gaan naar de oorspronkelijke systematiek. Zodanig dat we ons huidige beleid kunnen continueren en iedere inwoner de kwaliteit van de huidige dienstverlening kunnen blijven bieden. Laborijn ontwikkelt zich zo flexibel en wendbaar dat snel en adequaat ingespeeld kan blijven worden op de actualiteit en ontwikkelingen en incidentele regelingen uitgevoerd kunnen blijven worden.
Categorie 3: een (logische) ambitie of wens van Laborijn in de doorontwikkeling van de organisatie als partner voor de gemeentelijke uitdagingen in het sociaal domein. 3. Laborijn ziet het traject om de Participatiewet in balans te brengen volledig in lijn met haar bedoeling en gaat al zoveel mogelijk in de geest van de nieuwe 'Participatiewet in balans' acteren en zich in deze lijn verder doorontwikkelen. 4. Laborijn geeft invulling aan haar nadrukkelijke wens en inhoudelijke ambitie om voor alle doelgroepen die dit nodig hebben een integrale bijdrage te leveren met inzet van de voor hen gewenste of benodigde (combinatie van) beschikbare functionaliteiten. 5. Laborijn stelt als systeempartij haar instrumentarium en de ondersteuningsinfrastructuur op verzoek van de gemeenten en onze samenwerkingspartners graag ook beschikbaar voor klantstromen die niet tot onze wettelijke opgave behoren, maar wel passen in onze inhoudelijke opdracht gericht op ontwikkeling en werk, en stimuleert daarbij de integrale en overstijgende manier van denken en de wijze van domein brede samenwerking. 12. Laborijn groeit de komende jaren toe naar de taakstelling nieuw beschut voor inwoners waarvoor dit de best passende plek is. Het realiseren van de taakstelling is echter geen doel op zich; als nieuw beschut de best passende plek voor de inwoner is, dan bieden we deze plek. 14.