CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Kadernota 2025-2028 Laborijn.pdf

gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 7.11: Kadernota Laborijn 2025-202818.129 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Kadernota 2025 - 2028 Gemeenschappelijke Regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn

Meedoen op de best passende plek Laborijn als partner voor de uitdagingen in het sociaal domein

Doetinchem, januari 2024 1

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................... 2 Voorwoord ........................................................................................................................... 3 Leeswijzer ............................................................................................................................ 6 1.

De strategische context waarin Laborijn opereert ..................................................... 7 1.1 De ontwikkeling van de Participatiewet 2015 en de rol van sociaal ontwikkelbedrijven met hun ondersteuningsinfrastructuur ................................................................................ 7 1.2 Laborijn als ‘Het sociaal ontwikkelbedrijf’ met haar faciliteiten en dienstverlening .......10 1.3 Integraal en overstijgend (samen)werken in het belang van de (kwetsbare) inwoner ..11 1.4 De strategische koers in lijn met de lokale en regionale opgave .................................14

2.

De klantstromen ..........................................................................................................16

3.

De taak, opdracht en pijlers van Laborijn ..................................................................20 3.1 Mensontwikkeling........................................................................................................20 3.2 Inkomenszekerheid .....................................................................................................26 3.3 Wsw ............................................................................................................................28 3.4 Overhead/reserves .....................................................................................................30

4.

De ontwikkeling van de budgetten .............................................................................33 4.1 BUIG-budget (bijstand en langdurige loonkostensubsidie) ..........................................33 4.2 Re-integratie en participatie budget.............................................................................34 4.3 Rijksbijdrage Wsw.......................................................................................................35 4.4 Overige technische uitgangspunten ............................................................................36

Samenvattend kaderstellend overzicht.............................................................................37

2

Voorwoord Voor u ligt de kadernota voor de jaren 2025 tot en met 2028. De kadernota is, naast de begroting en de jaarstukken, één van de documenten in onze Planning & Control cyclus die wij u jaarlijks voorleggen. Allereerst ben ik verheugd dat we binnen de looptijd van deze kadernota gaan voorzien in passende huisvesting voor Laborijn. Op onze eigen kavel in Doetinchem starten we in 2024 met de nieuwbouw van ons nieuwe pand. Een ontwikkeling die extra energie geeft, en maakt dat we inwoners en medewerkers nog beter van dienst kunnen zijn in een open, transparant, duurzaam en toekomstbestendige omgeving. Het doel van deze kadernota is tweeledig: het weergeven van zowel de beleidsinhoudelijke als de financiële kaders die worden gehanteerd bij het opmaken van de komende begroting. We schrijven deze kadernota in een onzekere tijd. We zien om ons heen veel (maatschappelijke) ontwikkelingen met forse impact die op vele fronten doorwerken. Een voorbeeld daarvan op internationaal niveau zijn de voortdurende oorlogen. Maar ook nationaal spelen er veel vraagstukken, zoals de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt, de acute situatie op de woningmarkt en een hoog prijspeil van veel producten en diensten die we nodig hebben voor het dagelijks levensonderhoud. Veel inwoners ervaren dat hun bestaanszekerheid onder druk staat.

Ook de uitkomst van de landelijke verkiezingen heeft mogelijk impact op huidig en nieuw te ontwikkelen beleid. Onze deelnemende gemeenten hebben te maken met een relatief onzeker financieel meerjarenperspectief vanuit de Rijksoverheid. Dit maakt dat gemeenten mogelijk niet alle inhoudelijke ambities kunnen realiseren en zij worden gedwongen tot keuzes. We hebben getracht, op basis van wat we wel weten, een goede inschatting te maken van de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen binnen ons domein. Wij verwerken de (structurele) effecten in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026 - 2028. De Laborijn bijdrage aan bestaanszekerheid Het is onze vurige wens dat iedere inwoner kan ‘meedoen op de best passende plek’. Graag ondersteunen we onze inwoners bij het zetten van de ontwikkelstappen daarnaartoe en het behouden daarvan. Ons uitgangspunt daarbij is altijd het realiseren van regulier betaald werk en als dat (nog) niet lukt ondersteunen wij bij het zo optimaal mogelijk participeren in de samenleving. Wij geloven dat echt mee kunnen doen gelukkiger en gezonder maakt. De professionals van Laborijn leveren daaraan dagelijks met veel passie hun bijdrage. In onze dienstverlening staat de mens centraal. In ons werk hebben we logischerwijs veel te maken met wet- en regelgeving. Daar waar deze ons echt belemmert om tot goede stappen te komen, zoeken we creatief naar oplossingen.

Dat doen we als Laborijn niet alleen. Graag werken we nauw samen met vele partijen in het brede sociale domein om een bijdrage te kunnen leveren aan bestaanszekerheid. In deze kadernota beschrijven we, grofweg langs 3 lijnen samengevat, de Laborijn bijdrage voor het bieden van bestaanszekerheid voor inwoners en onze medewerkers: 1. Inkomenszekerheid: we zorgen voor een stabiel inkomen via een dienstverband SW, een dienstverband cao Aan de Slag, een Participatiewet-uitkering of het verstrekken van een loonkostensubsidie waarmee inwoners bij reguliere werkgevers aan het werk blijven. Daarnaast bieden we voor zowel inwoners als zelfstandig ondernemers advies en ondersteuning bij inkomensvraagstukken 2. Ontwikkeling van inwoners: we bieden op alle treden van de Participatieladder intensieve trajecten om ontwikkelstappen mogelijk te maken, gericht op 'de best passende plek' 3

3. Levensloopbestendig werkgeverschap Wsw-collega's: de stijgende gemiddelde leeftijd van onze SW-collega's vraagt om begeleiding en maatwerk voor behoud van vitaliteit en werkplezier. Daarbij houden we vast aan onze visie dat we zo veel mogelijk werkplekken invullen in een reguliere setting Stijging van het aantal inwoners dat we ondersteunen De landelijke verwachting is dat het aantal mensen dat afhankelijk is van een Participatiewetuitkering de komende jaren licht zal stijgen. Wij verwachten deze stijging beperkt te kunnen houden door fors te blijven investeren in ontwikkeling en begeleiding van de inwoners die nu gebruik maken van een bijstandsuitkering. Daarnaast zien we een verwachte toename van het aantal inwoners in de Wet Inburgering gezien het feit dat de taakstelling aan gemeenten landelijk stijgt. Tot voor kort was onze verwachting dat ons totale klantenbestand eerst zou dalen als gevolg van de krimp van de Wsw en een langzamere stijging van het aantal te bedienen inwoners vanuit de nieuwe doelgroepen. Zoals landelijk ook de voorspelling was, gingen wij eerder nog uit van een tijdelijk afbouwscenario met groeiperspectief in de toekomstige jaren. Nu de groei al is gerealiseerd, werpt dit een ander licht op het vraagstuk hoe we onze infrastructuur richting de toekomst behouden.

In deze kadernota gaan we dan ook niet langer uit van behoud maar juist van het doorontwikkelen en toekomstbestendig houden van de ondersteuningsinfrastructuur. Vanuit het gedachtengoed van Simpel Switchen, waarin niet het wettelijk kader maar de ondersteuningsbehoefte van de inwoner centraal staat, doen we dat niet alleen voor inwoners vanuit onze eigen wettelijke opgave en regelingen, maar kan ons instrumentarium en onze ondersteuningsinfrastructuur op verzoek van de gemeenten en onze samenwerkingspartners ook worden ingezet en benut voor andere inwoners die daar gezien de vastgestelde ondersteuningsbehoefte ook baat bij hebben. Investeren in inwoners Vanuit onze Raden hebben we de opgave meegekregen onze uitvoeringslasten zoveel als mogelijk te beperken. Dit is, zeker in het licht van een toenemend aantal inwoners dat een beroep op onze dienstverlening doet, een forse opgave. Daarbij ervaren we ook dat de complexiteit van de ondersteuning toeneemt. De geformuleerde inhoudelijke ambitie, en die van de gemeenten, schuurt de komende jaren met de middelen waar we op grond van de eerder vastgestelde meerjarenraming vanuit gaan. In het verleden was het budget (de reintegratiemiddelen) dat Laborijn kon inzetten voor ontwikkeling en begeleiding van inwoners gekoppeld aan het aantal inwoners dat we bedienen.

De middelen hiervoor waren volledig inzichtelijk in het budget dat het Rijk aan gemeenten beschikbaar stelt. Sinds 2023 zijn deze middelen onderdeel van de integrale uitkering die gemeenten binnen het gemeentefonds ontvangen, en als gevolg daarvan minder goed traceerbaar. Onze gemeenten hebben daarom gekozen voor indexatie van het laatst bekende budget, los van de klantaantallen. Gezien de stijging van het aantal klanten resulteert de methode van slechts indexatie in een lager bedrag per inwoner dat voor ontwikkeling en begeleiding beschikbaar is. Dit effect wordt nog eens extra versterkt door het feit dat we de komende jaren de eerder opgebouwde bestemmingsreserve re-integratiemiddelen volledig inzetten. Vanaf 2028 is deze reserve uitgeput en nemen de middelen om te investeren in inwoners nog meer af. In de opmaat richting de meerjarenbegroting doen we dan ook de eerste dringende aanbeveling om het deel dat de afgelopen jaren tijdelijk uit de opgebouwde reserve kon worden gefinancierd als gemeenten vanaf 2027 weer te gaan compenseren. Daarmee houden we de beschikbare middelen voor ontwikkeling op het geïndexeerde niveau. Naast deze uitdagingen speelt daarbij ook nog de toenemende complexiteit en benodigde intensiteit van de dienstverlening als gevolg van de ondersteuningsbehoefte op meerdere leefgebieden van een relatief groot deel van onze inwoners.

Om de inhoudelijke opdracht te vervullen, volstaat enkel het geïndexeerde budget dus niet langer. Uit een landelijk 4

uitgevoerde analyse blijkt dat gemeenten binnen het gemeentefonds voor dit doel meer middelen krijgen toegekend dan nu in de geïndexeerde re-integratiemiddelen tot uiting komt. De tweede aanbeveling is dan ook om de middelen voor het investeren in de ontwikkeling van inwoners mee te laten ontwikkelen met de toename van het aantal inwoners dat door Laborijn wordt ondersteund. Het blijft dan mogelijk om alle inwoners die een beroep doen op onze dienstverlening te begeleiden en ondersteunen zodat zij kunnen (blijven) meedoen op de best passende plek in onze samenleving.

Doetinchem, januari 2024

J.T. Spruit Algemeen directeur

5

Leeswijzer Het eerste hoofdstuk betreft de strategische context waarin Laborijn opereert. Hier gaat het onder meer over de ontwikkeling van de Participatiewet 2015, de positionering en profilering van het sociaal ontwikkelbedrijf Laborijn, de beweging naar steeds meer integraal en overstijgend samenwerken binnen het sociaal domein in het belang van de inwoner en de strategische koers, visie en richting van Laborijn in lijn met de regionale en lokale opgave. In het tweede hoofdstuk nemen we u mee in de klantstromen. Dit vooral kwantitatieve hoofdstuk, met als belangrijke bron de CPB-ramingen, neemt u mee in welke diverse doelgroepen we onderscheiden en hoe de aantallen zich naar verwachting zullen ontwikkelen in de tijd. Dit hoofdstuk geeft daarmee duiding aan de omvang en aard van de taak en (verschuivende) opdracht van Laborijn. Met het derde hoofdstuk nemen we u mee in de inhoud van deze taak en opdracht van Laborijn. We behandelen achtereenvolgens de verschillende pijlers (mensontwikkeling, inkomenszekerheid en levensloopbestendig werkgeverschap voor de Wsw; in de begroting ook wel programma's genoemd). We geven per pijler aan wat de belangrijkste inhoudelijke beleidsontwikkelingen zijn die naar verwachting binnen de looptijd van de kadernota vorm en uitwerking krijgen. Dit gerelateerd aan de te verwachten ontwikkeling van de te bedienen klantstromen.

Ook is er met een separate paragraaf aandacht voor het programma overhead en reserves. Het vierde hoofdstuk betreft de financiële context en geeft een beeld van hoe de verschillende budgetten zich de komende jaren naar verwachting zullen ontwikkelen. Dit ook weer gerelateerd aan de te verwachten ontwikkeling van de te bedienen klantstromen. We beschrijven in al deze hoofdstukken de relevante ontwikkelingen op landelijk niveau, zoals onder meer vastgelegd in de Rijksbegroting, en maken een inschatting van de doorwerking op lokaal niveau, mede op basis van het gemeentebeleid. Ook worden hierbij de belangrijke inhoudelijke ontwikkelingen voor Laborijn benoemd. In de inhoudelijke hoofdstukken laten we schuin gedrukt tussen de beschrijving van de context, aanleiding en ontwikkelingen steeds de kader stellende items zichtbaar tot uitdrukking komen. Deze kader stellende items vormen de basis en input voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028. De laatste pagina's van deze kadernota dienen als samenvatting met een overzicht van alle kader stellende items. Hiermee ligt er met deze kadernota een belangrijk kader voor de verdere invulling en uitwerking van de P&C-cyclus.

6

1.

De strategische context waarin Laborijn opereert

Dit eerste hoofdstuk beschrijft de strategische context van Laborijn bij de uitvoering van de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening en de Wet inburgering. Allereerst geven we duiding aan de ontwikkeling van de Participatiewet vanaf 2015 tot dusver en waar het onderdeel werk en inkomen zich naar verwachting de komende jaren naartoe beweegt. We besteden hierbij expliciet aandacht aan de Participatiewet, gezien de mate waarin deze wet landelijk een ontwikkeling doormaakt. Daarna typeren we Laborijn vanuit de hieruit voortvloeiende positionering en profilering van het sociaal ontwikkelbedrijf Laborijn en haar ondersteuningsinfrastructuur; functionaliteiten die van belang zijn voor iedere arbeidsmarktregio en nodig om de gemeentelijke doelen en uitdagingen in het sociaal domein te realiseren. We beschrijven vervolgens de beweging binnen het sociaal domein naar steeds meer integraal en overstijgend samenwerken in het belang van de kwetsbare inwoner en wat dit voor Laborijn als partner in dit sociaal domein betekent. Tenslotte beschrijven we de strategische koers, visie en richting van Laborijn die hier logischerwijs uit voortvloeit en in lijn is met de regionale en lokale opgave.

1.1 De ontwikkeling van de Participatiewet 2015 en de rol van sociaal ontwikkelbedrijven met hun ondersteuningsinfrastructuur De Participatiewet 2015 voor een inclusieve arbeidsmarkt De Participatiewet is in 2015 ingevoerd. Met de komst van deze wet is de instroom in de Wsw afgesloten en de Wajong alleen nog beschikbaar voor mensen die geen arbeidsvermogen meer hebben. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet, die moet bijdragen aan de ambitie van de overheid om te komen tot een inclusieve arbeidsmarkt. Dit is een arbeidsmarkt die plaats biedt voor jongeren en ouderen en voor mensen met en zonder beperking. Er is bewust gekozen voor één regeling, zodat voor iedereen, ongeacht de uitkeringsachtergrond, hetzelfde instrumentarium beschikbaar is, om vervolgens maatwerk te kunnen bieden en mensen zoveel mogelijk te laten participeren op de reguliere arbeidsmarkt. Door de afsluiting van de toegang tot de Wsw, en doordat de Wajong alleen nog beschikbaar is voor een beperkte groep mensen, zijn de gemeenten – naast de klassieke groep bijstandsgerechtigden en de krimpende groep Wsw’ers – verantwoordelijk voor een elk jaar grotere groep mensen met een arbeidsbeperking die niet zelfstandig het minimumloon kan verdienen.

In lijn met de bedoeling van de Participatiewet gaan er op termijn meer mensen met een beperkte loonwaarde bij reguliere werkgevers aan de slag. Een belangrijke vraag voor gemeenten is hoe zij de ondersteuningsstructuur voor de doelgroep van de Participatiewet inrichten en wat daarbinnen de opgave is van de sociaal ontwikkelbedrijven, zoals Laborijn. De (grotere) rol van sociaal ontwikkelbedrijven In het verlengde van de motie Ceder/Palland is door Berenschot in juli 2023 een onderzoek uitgebracht over de toekomstige infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Het onderzoeksrapport1 laat zien dat sociaal ontwikkelbedrijven een cruciale rol vervullen in het bieden van extra ondersteuning aan inwoners die dat nodig hebben bij het vinden en behouden van werk. Dat geldt dus ook voor het organiseren van werkzaamheden in een beschutte omgeving. Het uitgangspunt is dat elke gemeente beschut werk aan iedere inwoner biedt die dit nodig heeft. Het maakt niet uit waar je als werkzoekende woont of je aanspraak kunt maken op beschut werk; de vastgestelde ondersteuningsbehoefte is daarbij bepalend. Het is daarom belangrijk dat deze infrastructuur ook in de toekomst overal in het land voldoende beschikbaar komt en blijft. 1 Rapport OZ Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven (Berenschot, juli 2023)

7

Daarbij krijgen sociaal ontwikkelbedrijven qua samenstelling met een steeds complexer wordende en meer diverse doelgroep te maken. De vraag hierbij is wat de rol van het sociaal ontwikkelbedrijf is en welke passende financieringsmogelijkheden daarbij horen. Deze toenemende complexiteit van de doelgroep en de bijbehorende ondersteuningsvraagstukken betekenen ook iets voor de aard van het sociaal ontwikkelbedrijf. De komende jaren zal dat richtinggevend zijn voor de koers van de organisatie en dienstverlening. Kaderstellend (nr.1): met de uitkomst van het onderzoek over de toekomstige infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven is de verwachting een aanzienlijk grotere rol voor sociaal ontwikkelbedrijven, zoals Laborijn, dan in de huidige context. De toenemende complexiteit van de meer diverse doelgroep betekent ook iets voor de aard van het ontwikkelbedrijf. De ondersteuningsinfrastructuur en functionaliteit in iedere arbeidsmarktregio De Participatiewet is erop gericht om mensen die daar zelf niet toe in staat zijn, zo snel en zo regulier mogelijk aan het werk te helpen en te houden. De Sociaal-Economische Raad (SER) benoemt 6 functionaliteiten die binnen de ondersteuningsinfrastructuur aanwezig moeten zijn om dit doel te bereiken2: 1. Het bieden van detacheringsfaciliteiten naar reguliere werkgevers 2. Het bieden van een voorziening voor beschut werk 3.

Het bieden van goede matching en begeleiding: het in kaart brengen van vraag en aanbod met de daarbij behorende competenties, alsmede inzet jobcoaches en accountmanagers 4. Het inspelen op en samenwerken met lokale en regionale werkgeversnetwerken 5. Het ontwikkelen van werknemersvaardigheden: het startklaar maken van mensen 6. Het adviseren van werkgevers en helpen bij aanpassing van werkprocessen op maat Op basis van het onderzoek van Berenschot3 zijn daar de volgende 2 functionaliteiten aan toegevoegd: 7. Het vinden, herkennen en diagnosticeren van kandidaten 8. Het bieden van dienstverlening aan mensen zonder indicatie beschut, die (nog) niet bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen Uit het onderzoek komt echter ook naar voren dat er een groep is waarmee niet expliciet rekening is gehouden door het Rijk. Het gaat om mensen die niet behoren tot de doelgroep beschut, maar voor wie het (nog) niet lukt om bij reguliere werkgevers in een dienstbetrekking aan de slag te komen of om mensen die wel aan het werk waren bij reguliere werkgevers, maar tijdelijk zijn uitgevallen (en een vangnet nodig hebben). Dit betreft een grote en groeiende groep die geholpen kan worden met bij voorkeur een (tijdelijke) dienstbetrekking bij bijvoorbeeld een sociaal ontwikkelbedrijf.

Ook kunnen zij op andere manieren worden ondersteund, bijvoorbeeld in de vorm van werkervaringsplekken, proefplaatsingen en vrijwilligerswerk. Deze grote en groeiende groep is bij de invoering van de Participatiewet echter niet benoemd en er zijn niet apart financiële middelen voor beschikbaar gesteld, anders dan het vrij besteedbare re-integratiebudget. In de Kamerbrief ‘Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven’ d.d. december 2023 en de ‘Verkenning uitvoeringsperspectieven voor duurzame baankansen’ d.d. december 2023 zijn oplossingsrichtingen en maatregelen geschetst die een eerste stap kunnen vormen in de richting van een duurzame infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Het gaat hierbij om het verder bevorderen van beschut werk en het stimuleren van gemeenten om de lokale infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven duurzaam in te richten. Hiervoor wordt aan gemeenten gevraagd concrete plannen te maken waarvan de goedkeuring ligt bij de 2 Advies van de SER 'Sociale infrastructuur kwetsbare groepen binnen de Participatiewet' (2016) 3 Rapport OZ Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven (2023)

8

gemeenteraden. Om deze plannen te maken en uit te voeren, ontvangen gemeenten een transformatiebudget en kunnen gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven gebruik maken van een ondersteuningsprogramma. Daarnaast wordt een structurele infrastructurele opslag ingevoerd. Deze opslag maakt meer ruimte voor banen voor mensen die tijdelijk of langdurig moeten terugvallen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven, zodat zij - waar mogelijk - vervolgens de stap naar regulier werk kunnen zetten. Daarnaast wordt via benchmarking en explicitering van budgetten gestimuleerd dat er beter kan worden gestuurd op de ambitie om zoveel mogelijk mensen passend aan het werk te helpen. Voor 2024 is er een eenmalig budget van € 63,9 miljoen beschikbaar gesteld voor de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Budget dat nodig is om de infrastructuur door te ontwikkelen en toekomstbestendig te houden. De incidentele investeringen komen in de periode van 2025 tot en met 2034 neer op in totaal circa € 330 miljoen. De structurele investeringen bedragen € 35 miljoen vanaf 2035. Over de inhoudelijke bestedingsvoorstellen is positieve besluitvorming binnen SZW en bij het Ministerie van Financiën. Besluitvorming over deze maatregelen en de budgettaire inpasbaarheid wordt betrokken bij de voorjaarsbesluitvormig.

Bij positieve besluitvorming worden de inhoudelijke bestedingsvoorstellen formeel bekrachtigd. Dan kunnen expliciete maatregelen worden aangekondigd, inclusief de beschikbaarheid van structurele middelen. Kaderstellend (nr.2): voor 2024 is er een eenmalig budget van € 63,9 miljoen beschikbaar gesteld voor de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven en er lijkt vanaf 2025 zicht te zijn op incidentele en structurele investeringen die nodig zijn om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven door te ontwikkelen en toekomstbestendig te houden. Participatiewet in balans Een laatste belangrijke ontwikkeling die in dit kader relevant is en genoemd moet worden, is de invoering van de nieuwe Participatiewet in balans. In de uitvoering van de huidige Participatiewet worden door inwoners en professionals ongewenste effecten ervaren. Strikte eisen en verantwoordelijkheden leiden soms tot onbedoelde en ongewenste effecten, waarbij in de uitvoering soms te weinig ruimte wordt gevoeld om in specifieke situaties het benodigde maatwerk te bieden. In 2021 is het toenmalige kabinet daarom een traject gestart om de Participatiewet te verbeteren. Als onderdeel hiervan is de wet gewogen op eenvoud, menselijke maat en uitvoering. Laborijn juicht deze ontwikkeling toe en ziet het traject om de Participatiewet in balans te brengen volledig in lijn met onze bedoeling.

Het wetstraject is, gedurende de demissionaire periode van het kabinet, niet controversieel verklaard. Echter de voortgang van implementatie kent door de val van het Kabinet-Rutte IV in juli 2023 forse vertraging. De geplande invoering in 2024 lijkt niet meer haalbaar. De beoogde nieuwe wetgeving kent 3 sporen. Het doel van het eerste spoor is de professionals meer handelingsruimte te geven om te doen wat nodig is om inwoners met een bijstandsuitkering goed te ondersteunen. Het tweede spoor betreft de herziening van de Participatiewet op langere termijn, gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • • • • •

een realistisch mensbeeld in de Participatiewet versterking en ondersteuning van de intrinsieke motivatie van de inwoner een passend perspectief op participatie een toereikend sociaal minimum een doelmatig, maar ook voorspelbaar en begrijpelijk vangnet

Het derde spoor ziet op het vergroten van de vakkundigheid van de professionals die werken aan de uitvoering van de Participatiewet.

9

Hoewel de datum van invoering nu niet zeker is, mag wel worden verwacht dat de uitgangspunten en doelstellingen van de herijking in toekomstig beleid zullen terugkomen. Deze zijn immers gebaseerd op een door de samenleving breed gedragen gevoel dat bijstand genereus en activerend zou moeten zijn. Waarin enerzijds een toereikend bestaansminimum bestaat, maar waarin met oog voor de mogelijkheden en omstandigheden van de betrokkenen, ook plichten als passend worden gezien. Kaderstellend (nr.3): Laborijn ziet het traject om de Participatiewet in balans te brengen volledig in lijn met haar bedoeling en gaat al zoveel mogelijk in de geest van de nieuwe 'Participatiewet in balans' acteren en zich in deze lijn verder doorontwikkelen.

1.2 Laborijn als ‘Het sociaal ontwikkelbedrijf’ met haar faciliteiten en dienstverlening In deze paragraaf maken we de vertaling naar de organisatie Laborijn waar mede de strategische koers, visie en richting logischerwijs uit voortvloeit. Laborijn als ‘Het sociaal ontwikkelbedrijf’ Berenschot maakt in haar onderzoek onderscheid tussen 5 typen sociaal ontwikkelbedrijven4. Laborijn is een zogenaamd ‘gecombineerd bedrijf’: het sociaal ontwikkelbedrijf is gecombineerd met de sociale dienst(en) in één gezamenlijk bedrijf. Laborijn voert de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening integraal uit en verzorgt zowel de uitkeringsverstrekking aan mensen met een bijstandsuitkering of het werkgeverschap aan mensen met een Wsw-indicatie als het aan de slag helpen en houden van mensen vanuit de doelgroep. Met het ook onderbrengen van de Wet inburgering in de Gemeenschappelijke Regeling Laborijn is er vanaf 2024 nog meer sprake van een integraal en gecombineerd sociaal ontwikkelbedrijf. Destijds zijn er goede en weloverwogen keuzes in de aanloop naar en bij de oprichting van Laborijn gemaakt. Het rapport (her)bevestigt ons dat het gekozen model de meest integrale en toekomstbestendige is; een model of organisatievorm die de transformatie in het sociaal domein onderdeel werk en inkomen maximaal faciliteert.

In vergelijking met alle verschillende type organisatievormen die hiervoor staan opgesteld in Nederland, heeft de Gemeenschappelijke Regeling Laborijn al de meest integrale organisatievorm en (van 2 van haar 3 deelnemers) de meest vergaande rol toebedeeld gekregen. Daarnaast worden delen van haar dienstverlening via dienstverleningsovereenkomsten ook beschikbaar gesteld aan gemeenten in de regio. ‘De infrastructuur’ van Laborijn Berenschot definieert ‘de infrastructuur’ als “het geheel van de binnen een arbeidsmarktregio beschikbare faciliteiten en dienstverlening ten behoeve van de realisatie van de doelen van de Participatiewet”5. Het is noodzakelijk dat de door de SER en Berenschot genoemde 8 functionaliteiten6 in onze arbeidsmarkregio aanwezig zijn. Laborijn levert integraal een bijdrage aan al deze 8 functionaliteiten. Hierbij zetten we nog niet voor alle doelgroepen en inwoners die dit nodig hebben de voor hen gewenste of benodigde (combinatie van) beschikbare functionaliteiten in, waarbij dit wel een nadrukkelijke wens en inhoudelijke ambitie van Laborijn is. Een mooi voorbeeld is het breder inzetten van de detacheringsfaciliteit richting reguliere werkgevers.

Kaderstellend (nr.4): Laborijn geeft invulling aan haar nadrukkelijke wens en inhoudelijke ambitie om voor alle doelgroepen die dit nodig hebben een integrale bijdrage te leveren met inzet van de voor hen gewenste of benodigde (combinatie van) beschikbare functionaliteiten.

4 Zie p.7 onderzoeksrapport. 5 Zie p.18 onderzoeksrapport. 6 Zie de eerdere opsomming in paragraaf 1.1.

10

Hierbij is het van belang te benadrukken dat onder het begrip ‘de infrastructuur’ dus veel meer valt dan de fysieke werk- en ontwikkelomgeving, oftewel de Werkleercentra (WLC’s), van Laborijn. Het gaat in de eerste plaats ook om de werkplekken voor onze kwetsbare doelgroep bij reguliere werkgevers, buiten de muren van Laborijn. Met de (relatief snelle) afname van de Wsw is het cruciaal dat deze beschikbare en voor onze kwetsbare doelgroep geschikte werkplekken niet gaan verdwijnen en behouden blijven. Waar het bij ‘de infrastructuur’ in de tweede plaats óók – en misschien wel júist - over gaat, naast de faciliteiten, is de dienstverlening. Hier gaat het dan om alle kennis en ervaring ten aanzien van screening, arbeidsdiagnose, ontwikkeling, re-integratie, participatie, loonwaardemeting, jobcoaching en werkgeversdienstverlening, zoals jobcarving, functiecreatie, arbeidsbemiddeling en HR- en arbeidsmarktvraagstukken. Alle kennis en expertise die jarenlang is opgebouwd, doorontwikkeld en ingezet voor de Wsw-doelgroep, en vervolgens ook voor de inwoners met een participatiewet-uitkering, blijft in de toekomst broodnodig voor alle (nieuwe en/of groeiende) doelgroepen. Talentbehoud van professionals In het volgende hoofdstuk wordt duidelijk dat onze klantaantallen de komende jaren zullen stijgen.

Daarbij vindt er per saldo niet alleen groei plaats, maar ook een verschuiving in de aard en omvang van de verschillende doelgroepen die we zullen gaan bedienen. Daarbij gaat deze zowel kwantitatieve als kwalitatieve verschuiving voor de verschillende doelgroepen niet gelijk op. In zijn totaliteit betekent het echter wel dat het aantal inwoners dat we bedienen zal toenemen. Daarbij zien we dat de complexiteit van de dienstverlening toeneemt als gevolg van de meervoudige problematiek en begeleidingsbehoefte. Dit vraagt om specialistische begeleiding. Het is erg van belang dat we het talent van onze professionals behouden en verder doorontwikkelen. Talent dat schaars is en in de toekomst broodnodig blijft voor het bedienen van (de optelsom van) alle doelgroepen. Tevens is het van belang dat we Laborijn profileren als een aantrekkelijke werkgever voor toekomstig talent. We investeren daarom bijvoorbeeld in stages en traineeships. Deze transitie en transformatie heeft als gevolg een tijdelijke puzzel ten aanzien van formatie en competenties ter overbrugging om de dienstverlening op peil te houden. Waarbij dit extra complicerend is doordat voor de verschillende doelgroepen een andere wijze van financieren van toepassing is. Voor de continuïteit van Laborijn is daarom een meerjarig perspectief en positionering van belang.

1.3 Integraal en overstijgend (samen)werken in het belang van de (kwetsbare) inwoner Het invoeren van de Participatiewet, het afsluiten van de toegang tot de Wsw en de Wajong alleen nog beschikbaar voor een beperkte groep mensen betekent niet dat de problematiek van onze inwoners is 'opgelost', verdwenen of gewijzigd. Zoals eerder beschreven beschikt Laborijn over een ondersteuningsinfrastructuur om inwoners te kunnen begeleiden in hun ontwikkeling en (zo mogelijk) naar betaald werk. Het begeleiden van de inwoner naar werk of de beste plek in de samenleving is in toenemende mate complex en vraagt nauwe samenwerking met diverse andere partijen binnen het sociaal domein. Zo hebben de pilots Simpel Switchen en Activerend Werken laten zien dat voor het eenvoudig (tijdelijk) kunnen switchen tussen bijvoorbeeld dagbesteding en werk (en vice versa) door meerdere partijen in het sociaal domein nauw met elkaar moet worden samengewerkt. De domeinen werk en zorg of maatschappelijke ondersteuning komen hierbij tenslotte samen. Naast het sociaal ontwikkelbedrijf zijn ook gemeenten en zorgaanbieders daarvoor relevant. Bij grensvraagstukken kan alleen door een nauwe samenwerking effectief worden gehandeld, zoals in de toegang tot de juiste voorzieningen, de verdeling van verantwoordelijkheden, de inzet van de noodzakelijke expertise en financieringsmethoden.

De problematiek van een inwoner raakt immers vaak meerdere levensdomeinen en vraagt daarmee om een integrale benadering en een integrale aanpak of oplossing. Een oplossing 11

die voor de inwoner los staat van de specifieke toepasselijke regelgeving en het bijbehorend budget. Deze integrale werkwijze vraagt een nauw samenspel met de andere partijen in het sociaal domein om ons heen. Daar waar de opbrengst wordt gerealiseerd, is niet altijd de plek waar de kosten worden gemaakt. Dit geldt over en weer in de verschillende domeinen. Kosten die bijvoorbeeld in de gezondheidszorg worden gemaakt, kunnen als resultaat hebben dat een inwoner weer kan werken. De opbrengst ligt dan (ook) in het sociaal domein. Omgekeerd kan de zingeving van werk een positief effect hebben op het mentale welbevinden en (ook) financieel voordeel voor de geestelijke gezondheidszorg opleveren. Laborijn ziet graag dat we ons in de onderlinge samenwerking niet laten belemmeren en tegenhouden door de schotten en hokjes bij het zetten van de juiste stappen in het belang van het welzijn van de inwoner. Deze integrale en overstijgende manier van denken en wijze van samenwerken moet worden geconcretiseerd, geborgd en bestendigd. Laborijn kan en wil haar instrumentarium en de ondersteuningsinfrastructuur, gericht op ontwikkeling naar werk, graag breder (laten) benutten dan alléén voor inwoners met een bijstandsuitkering, een inburgeringsverplichting of een Wsw-indicatie.

Ook voor inwoners die (nog) niet onder onze wettelijke opgave vallen, maar wel een soortgelijke problematiek kennen, kan ons instrumentarium en onze infrastructuur op verzoek van de gemeenten en onze samenwerkingspartners worden ingezet. Bijvoorbeeld voor nuggers7, Oekraïners, vluchtelingen en inwoners met een Wmo-indicatie en een ontwikkelvraagstuk of -behoefte (Activerend Werken). Kortom, inwoners die niet tot onze wettelijke opgave behoren (er is geen grondslag vanuit de Participatiewet, Wet inburgering of Wsw), maar wel een ontwikkelbehoefte hebben waardoor de bestaanszekerheid van deze inwoners kan worden vergroot door hierin te investeren. Kaderstellend (nr.5): Laborijn stelt als systeempartij haar instrumentarium en de ondersteuningsinfrastructuur op verzoek van de gemeenten en onze samenwerkingspartners graag ook beschikbaar voor klantstromen die niet tot onze wettelijke opgave behoren, maar wel passen in onze inhoudelijke opdracht gericht op ontwikkeling naar werk, en stimuleert daarbij de integrale en overstijgende manier van denken en de wijze van domein brede samenwerking. Laborijn als vindplaats en voortrekker in de ontwikkeling van inwoners In het licht van de huidige arbeidsmarkt blijven we investeren in de ontwikkeling van inwoners. Graag zien we dat al het nu nog onbenutte potentieel beschikbaar komt voor de arbeidsmarkt. Daar zetten we vol op in.

Echter, gezien de veranderde samenstelling van de doelgroep is dat lang niet voor iedereen het perspectief. Van inwoners met voorheen vooral een activeringsprofiel naar inwoners met steeds meer een zorgprofiel, en de beweging van de Participatiewet naar een zorgwet, ligt de nadruk hierbij steeds meer op participatie. Waarbij participatie is gerelateerd aan de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en het gedachtegoed van Simpel Switchen en Activerend Werken en vanuit verschillende disciplines steeds meer integraal wordt beschouwd en opgepakt. Het aandeel inwoners van de totale doelgroep dat geschikt is voor een activeringstraject, gericht op een tijdelijk verblijf en de stap naar werk, wordt steeds kleiner. De opgave van Laborijn voor de meest kwetsbare doelgroep met multi-problematiek is daarmee steeds ingewikkelder en groter geworden. Dit vraagt intensievere inzet van instrumenten en aandacht en resulteert als gevolg daarvan in een stabiele inzet (van formatie) voor inwoners (met name voor diegenen met een grotere en/of structurele afstand tot de reguliere arbeidsmarkt).

7 Niet uitkeringsgerechtigden.

12

Kaderstellend (nr.6): Laborijn is als 1 van de systeempartijen in het sociaal domein een belangrijke vindplaats die alle inwoners met een ondersteuningsbehoefte in beeld heeft en voortrekker in de samenwerking van alle partijen rondom de ontwikkeling van deze inwoners. Simpel Switchen en Activerend Werken Laborijn richt zich met Simpel Switchen op het zo adequaat mogelijk (mede) faciliteren van de overgangen in de participatieketen. Dat doen we in nauw samenspel met tal van netwerkpartners. Daarbij staat onze bedoeling centraal waarbij we de inwoner ontwikkelstappen willen laten zetten naar (bij voorkeur) de reguliere arbeidsmarkt. Dit doen we door te faciliteren in een zo passend mogelijke (werk)omgeving. Hiervoor is de kennis en ook het instrumentarium van partners nodig. Bij deelnemers bestaat veelal angst voor verlies van inkomen en rechten wanneer zich een wijziging voordoet in de (werk)situatie. Daarbij zorgt de overgang naar een nieuwe plek, zoals van dagbesteding naar betaald werk, voor het nodige papier- en regelwerk door de verschillende wijzen van financieren van deze plekken. De ketensamenwerking die wordt gerealiseerd, helpt de inwoners echter om gemakkelijker door te kunnen stromen. Oftewel: Simpel Switchen.

Activerend Werken brengt daarbij de domeinen werk en zorg samen voor inwoners die onder de Participatiewet vallen en/of gebruik maken van een voorliggende voorziening of een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of Jeugd. Een aanpak die ertoe leidt dat iedere inwoner die gebruik maakt van een voorziening in het sociaal domein een eigen ontwikkelplan wordt geboden, waar mogelijk gericht op werk. Een plan gebaseerd op een gedeelde visie op participatie en activering. Een plan waarbij de ontwikkeling van de inwoner centraal staat en de behoefte leidend is en niet wordt bepaald door de toepasselijke regelgeving. Inwoners kunnen daardoor meedoen op de voor hen best passende plek. Ook bij Activerend Werken wordt intensief, integraal en waar nodig financieel ontschot samengewerkt met een scala aan zorgpartners. Het beoogde succes van deze werkwijze vraagt om uitvoeringsruimte voor de professionals van alle betrokken partijen om samen met de inwoner tot een goed en integraal plan van aanpak met de inzet van de juiste expertises te kunnen komen. De leidende vraag hier is, los van het formele aanbod en het bijbehorend budget van partijen, wat er nodig is voor de inwoner om het ontwikkelperspectief en de bestaanszekerheid te verbeteren.

Hierbij is het van belang dat professionals de handelingsvrijheid en experimenteerruimte krijgen, zodat zij ‘buiten de lijntjes’ gaan kleuren, of buiten de gebaande paden gaan treden, in het belang van het ontwikkelperspectief en de bestaanszekerheid van de inwoner. Kaderstellend (nr.7): het gedachtengoed ‘Simpel Switchen’ - het vereenvoudigen van het wisselen tussen de verschillende fasen in de participatieketen - is ingebed in onze reguliere werkwijze. Als doorontwikkeling hiervan wordt onder de noemer 'Activerend Werken' een verdiepende invulling gegeven door de domeinen werk en zorg samen te brengen en de ontwikkeling van de inwoner centraal te stellen. Hiermee wordt een volgende stap gemaakt om de inwoner te bedienen met een brede, integrale en zo nodig financieel ontschotte dienstverlening. Laborijn als partner in de regionale arbeidsmarktregio Arbeidsmarktvraagstukken stoppen niet bij de gemeentegrens. In de Arbeidsmarktregio Achterhoek werken we samen met werkgeversorganisaties, vakbonden, onderwijspartijen, UWV en gemeenten aan een betere balans tussen vraag en aanbod op de regionale arbeidsmarkt. Laborijn is daarin partner en levert daarin actief haar bijdrage. We willen zoveel mogelijk inwoners aan het werk helpen en houden, zodat zij zichzelf kunnen redden in onze samenleving.

En we willen dat werkgevers in de regio voldoende gekwalificeerde medewerkers kunnen vinden en behouden voor een gezonde, duurzame bedrijfsvoering. Om inzicht, overzicht en samenhang te creëren in dit complexe speelveld is in de Achterhoek 13

gekozen voor programmasturing. Onder het programma ‘Arbeidsmarkt’ vallen alle projecten en activiteiten van onze arbeidsmarktregio. Via de 3 programmalijnen brengen we daarin ordening aan: Van werkloosheid naar werk, Van werk naar werk en Iedereen doet mee. Laborijn neemt met tal van professionals deel aan de overleggen, projectteams en kennistafels. Ter illustratie noemen we graag een drietal actuele voorbeelden. Allereerst de projectmatige aanpak rondom onbenut arbeidspotentieel. We realiseren in de Achterhoek een sluitende aanpak van leerlijnen voor kansrijke branches in onze regio. Laborijn vervult daarin een trekkende rol ten aanzien van de leerlijn Horeca. Binnen onze arbeidsmarktregio draait daarnaast een goed functionerend Regionaal Mobiliteitsteam (RMT). Laborijn levert daarvoor professionals en stelt haar infrastructuur voor een brede groep beschikbaar. Laborijn is tevens deelnemer aan het Actieplan Achterhoekse Jongeren. Vooruitlopend op een te vormen regionaal jongerenpunt experimenteren we al met een meer regionale werkwijze met tal van partijen om voor jongeren een sluitende aanpak op maat te bieden. In de afgelopen jaren hebben we veel ervaring opgedaan in het regionaal vormgeven van projecten. Vanuit deze ervaring bouwen we inmiddels aan een meer vaste regionale arbeidsmarktinfrastructuur.

Vanuit het Rijk wordt gestuurd op een aantal vaste faciliteiten die per arbeidsmarktregio beschikbaar moeten komen. Kaderstellend (nr.8): Laborijn is partner binnen de arbeidsmarktregio Achterhoek en levert daarin actief haar bijdrage om de arbeidsmarktinfrastructuur van regio Achterhoek door te ontwikkelen; waar dat kan sluiten we proactief regionaal aan en pakken het in co-creatie samen met onze regionale partners op.

1.4 De strategische koers in lijn met de lokale en regionale opgave Uit de vorige paragrafen wordt duidelijk dat Laborijn opereert in een dynamisch en veranderend speelveld. Recent hebben we met onze stakeholders een traject doorlopen waarin we de koers hebben herijkt. Daarin werd duidelijk dat we een breed gedragen gemeenschappelijke visie hebben over welke rol en positie Laborijn in het sociaal domein al vervult en de richting waarin we ons nadrukkelijker mogen ontwikkelen. De belangrijkste conclusies samengevat: •

•

Alle deelnemende gemeenten vinden het belang van behoud (dan wel versterking) van de infrastructuur van het sociaal ontwikkelbedrijf groot. De wetgeving verandert, maar daarmee nog niet het gegeven dat er mensen zijn die als gevolg van allerlei oorzaken niet zonder ondersteuning van de (lokale) overheid mee kunnen doen aan de arbeidsmarkt. De deelnemende gemeenten willen een goede infrastructuur behouden voor mensen die zich niet op eigen kracht op de arbeidsmarkt kunnen redden. Het is duidelijk dat ondanks de krapte op die arbeidsmarkt een deel van de inwoners ondersteuning van de lokale overheid nodig heeft, hetzij tijdelijk, hetzij permanent. Dat betekent dat de (ook financiële) effecten van de dalende Wsw op de bedrijfsvoering van Laborijn een antwoord moeten krijgen. Een leegloop/afbouw-scenario is niet aan de orde. Daarbij willen de gemeenten aansluiten bij de mogelijkheden die de Rijksoverheid biedt om de infrastructuur in stand te houden. Niet de (wettelijke) regelingen, maar de ondersteuningsvraag van inwoners moet daarbij centraal staan. Gemeenten willen de toegang tot voorzieningen lokaal – zo dichtbij mogelijk – organiseren; natuurlijk in verhouding tot de kosten die met zo’n organisatie gemoeid zijn. ‘Bestaanszekerheid’ staat hoog op de bestuurlijke agenda’s.

Niet de wetgeving, maar de thematiek waarmee de inwoner geconfronteerd wordt, is van belang: wat heeft een inwoner nodig om mee te kunnen doen op de best passende plek? Keuzes in de vorm van bijvoorbeeld een traject of ondersteuning worden vervolgens in het juridische kader ingepast. 14

•

•

•

•

•

De organisatie (Laborijn) is als uitvoerende partij van en voor de aangesloten gemeenten niet alleen inzetbaar als uitvoerder van de wetten, maar heeft ook een ruime expertise op (in brede zin) het terrein van werk en inkomen. De deelnemende gemeenten willen graag dat Laborijn actief meedenkt over de ontwikkelingen in het sociaal domein en met beleidsvragen in dit complexe werkveld. De ruim aanwezige expertise moet benut worden om daadwerkelijk beleidsmatige veranderingen tot stand te brengen. Zo kan de ervaring van Laborijn met bijvoorbeeld de ondersteuning van Oekraïners of zelfstandig ondernemers goed benut worden, en daarmee ook de ervaring van de organisatie om dergelijke ingewikkelde onderwerpen in korte tijd conceptueel maar vooral ook praktisch aan te pakken. Laborijn is een professionele, betrouwbare partij van en voor de gemeenten, die in brede zin inzetbaar is of kan zijn om die ondersteuning waar te maken, passend binnen de opdracht die Laborijn heeft. Aalten en Doetinchem willen graag dat Laborijn een brede partij is en blijft (of uitbreidt) op het terrein van werk en inkomen (ondersteuning zelfstandigen, verzorging toeslagen, bediening specifieke groepen). Montferland wil graag dat Laborijn de gemeente ondersteunt in de aanpak – het beleid – van de toenemende complexe materie.

Alle deelnemende gemeenten willen graag dat Laborijn een actieve partij is in het sociaal domein. Afstemming, toegang en coördinatie zijn daarbij de sleutelbegrippen. De gemeenten regisseren. Het belangrijkste uitgangspunt is dat inwoners met hun hulpvraag centraal staan. Het verzorgen van dienstverlening aan andere gemeenten kan het beste plaatsvinden op ‘productniveau’. Daarbij staat wel voorop dat er in financiële termen een goede dekking van de bedrijfskosten geregeld is en dat er geen onverantwoorde risico’s worden genomen. Uitbreiding van de dienstverlening aan andere gemeenten moet een middel zijn om de infrastructuur voor de deelnemende gemeenten te versterken, maar is geen doel op zich. Laborijn werkt actief mee aan de verdere ontwikkeling van de infrastructuur van de arbeidsmarktregio.

Wij vertalen dit gezamenlijke beeld naar de strategische keuze, focus en hoogste prioriteit voor het sociaal ontwikkelbedrijf Laborijn in het concentreren op de verbreding en verdieping van de dienstverlening aan onze huidige 3 GR-gemeenten Aalten, Doetinchem en Montferland. Voor deze gemeenten richten we ons op het toevoegen van nog meer waarde ten aanzien van de 3 hoofdpijlers van Laborijn: inkomenszekerheid, mensontwikkeling en levensloopbestendig werkgeverschap voor onze Wsw-medewerkers. Hierbij valt te denken aan het intensiveren van de dienstverlening en tevens het uitbreiden met deze dienstverlening aan nieuwe doelgroepen. Prachtige voorbeelden hiervan zijn het voor Aalten en Doetinchem nu ook structureel in delegatie uitvoeren van de Wet inburgering, integraal en in samenhang met de uitvoering van de Participatiewet. Of de inbedding van de rol van cultuurvertaler en daarmee de versterking van de dienstverlening, ook voor anderstaligen met een migratieachtergrond die vallen onder de Participatiewet. Tenslotte is het uitvoeren van incidentele regelingen, zoals de energietoeslag en de leefgeldregeling voor Oekraïners, een mooi voorbeeld. Aanvullend is het uitbreiden van dienstverlening aan andere gemeenten aan de orde. Dit is echter wel begrensd tot de Arbeidsmarktregio Achterhoek en afgebakend tot al bestaande producten en diensten.

Denk hierbij aan het aanbieden van aanvullende producten en diensten aan de huidige DVO-gemeenten. Een mooi recent voorbeeld is het overnemen van de Werkcarrousel voor de gemeente Bronckhorst waarmee Laborijn in feite met een vierde Werkleercentrum (WLC) heeft uitgebreid.

15

2.

De klantstromen

In dit hoofdstuk nemen we u mee in de verwachtte klantstromen voor de komende jaren. Dit vooral kwantitatieve hoofdstuk, met als belangrijke bron de CPB-ramingen, neemt u mee in welke diverse doelgroepen we onderscheiden en hoe de aantallen zich ontwikkelen in de tijd. Dit hoofdstuk geeft daarmee duiding aan de omvang en aard van de (verschuivende) opdracht en taak van Laborijn. Laborijn ziet haar klantenbestand langzaam wijzigen. Met de invoering van de Participatiewet is de toegang tot de Wsw stopgezet. De Wajong is alleen nog toegankelijk voor mensen met een volledige en duurzame arbeidsbeperking. Inwoners die voorheen in de Wsw en Wajong konden instromen, worden ‘de nieuwe doelgroepen’ binnen de Participatiewet genoemd. De effecten van deze instroom worden zo langzamerhand goed zichtbaar. Ook de ‘nieuw beschut’-doelgroep maakt zijn intrede binnen de Participatiewet. Op alle nieuwe doelgroepen is de Participatiewet van toepassing. Inwoners met een arbeidsbeperking worden middels een langdurige loonkostensubsidie (LKS) geplaatst bij werkgevers. Deze LKS is bedoeld om de verminderde loonwaarde van een medewerker voor de werkgever te compenseren. Voor wat betreft onze doelgroep zien we een toename van uitkeringsgerechtigden met een activeringsprofiel en een afname van inwoners met een re-integratieprofiel.

Naarmate de tijd verstrijkt, zal tevens de doelgroep ‘nieuw Wajong en voormalig Wsw’ een steeds groter aandeel hebben in het totale bijstandsbestand. De landelijke verwachting is dat er vanaf 2024 een lichte netto stijging van het aantal mensen in de bijstand zal zijn. Omdat de verwachting ten aanzien van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in de regio Achterhoek positief is, is het zaak om maximaal in te zetten op het verkleinen van de eventuele afstand tussen mensen en het aanwezige werk. Daarnaast kennen we een nieuwe groep inwoners vanuit de Wet inburgering 2021. We zien dat de aanpak voor deze nieuwe inwoners intensief is en maatwerk vergt. De doelgroep inburgeraars gaat naar verwachting toenemen. Onze inschatting is dat de instroom van asielstatushouders per jaar met 10% gaat stijgen. Hierdoor stijgen de klantaantallen t/m 2028 aanzienlijk, ondanks dat de eerste inburgeraars na een periode van 3 jaar het inburgeringstraject zullen afronden. Voor deze groep inwoners wordt de verbinding gemaakt tussen de Wet inburgering en de Participatiewet. Op dit moment8 hebben 248 inwoners een inburgeringstraject. We zien hierbij dat 51% van deze 248 inwoners met een inburgeringstraject onder de nieuwe Wet inburgering 2021 ook een Participatiewet-uitkering ontvangt, namelijk 127 inwoners (waarvan 70% van de asielstatushouders en 15% van de gezinsmigranten).

Daarnaast ontvangen 92 huishoudens (128 inwoners) die vallen onder de oude Wet inburgering 2013 een bijstandsuitkering.

8 Peildatum 27-12-2023.

16

Inschatting klantstromen Laborijn t/m 2028 Bijstand Wsw LKS Inburgering (Wi2021) Overig *) Totaal te bedienen

2023 1471 857 292 314 183 3117

2024 1511 834 352 441 187 3325

2025 1541 779 396 501 200 3417

2026 1551 732 417 522 210 3431

2027 1563 682 436 564 220 3465

2028 1582 626 456 610 230 3504

*) betreft studietoeslag, nieuw beschut, cao aan de slag, oekrainers, vso/nug

17

In bovenstaande tabellen is de ingeschatte ontwikkeling van het aantal te bedienen klanten tot en met 2028 inzichtelijk gemaakt. De landelijke verwachting is dat het aantal mensen dat afhankelijk is van een Participatiewet-uitkering de komende jaren licht zal stijgen. Ook is te zien dat het aantal inwoners werkzaam met een loonkostensubsidie en jobcoaching gaandeweg zal toenemen. Duidelijk te zien is dat het aantal inwoners onder de Wet inburgering stijgt. Hiervan zal een deel ook bijstand ontvangen. Deze groei in het aantal inwoners dat we bedienen vanuit de Participatiewet en de Wet inburgering als grondslag compenseert ruimschoots de afname van het aantal Wsw-collega's met een dienstverband vanuit de Wet sociale werkvoorziening. Een substantieel verschil met de vorige kadernota is dan ook dat er géén tijdelijk afbouwscenario (meer) van toepassing is en de opbouw eerder is gekomen en verder gaat toenemen op basis van de huidige prognoses. Daarbij vindt er een belangrijke kanteling in de klantstromen plaats en is er de komende jaren sprake van een wezenlijke verschuiving van onze focus en de aard van ons sociaal ontwikkelbedrijf. Kaderstellend (nr.9): de landelijke verwachting is dat het aantal mensen dat afhankelijk is van een Participatiewet-uitkering de komende jaren licht zal stijgen.

Daarnaast zorgt de hoge instroom van inburgeraars voor een hoger gebruik van de bijstand en een groter aantal inburgeringstrajecten. Deze groei in het aantal inwoners dat we bedienen vanuit de Participatiewet en de Wet inburgering als grondslag compenseert ruimschoots de afname van het aantal Wsw-collega's met een dienstverband vanuit de Wet sociale werkvoorziening. Per saldo neemt de omvang van de opdracht en taak van Laborijn toe. Hierbij is er de komende jaren sprake van een wezenlijke verschuiving van onze focus en in de aard van ons sociaal ontwikkelbedrijf. Specifiek inzicht in de doelgroep met een arbeidsbeperking en een doelgroepindicatie Gezien de landelijke en regionale aandacht voor inwoners met een arbeidsbeperking hebben wij gemeend dat het helpend is om u aanvullend inzicht te verschaffen in de doelgroep van inwoners met een arbeidsbeperking en een doelgroepindicatie. Vanuit dit inzicht kunnen keuzes worden gemaakt over het wellicht intensiever en/of breder bedienen van (een deel van) deze doelgroep. Deze groep inwoners zit al deels in de cijfers zoals hierboven gepresenteerd, namelijk de inwoners die al dienstverlening van Laborijn ontvangen (in de vorm van een Participatiewet-uitkering en/of loonkostensubsidie (LKS) en jobcoaching).

Een deel van deze doelgroep ontvangt (nog) geen dienstverlening van Laborijn, terwijl hier wel een doelgroepindicatie van toepassing is. Op dit moment9 is er van in ieder geval 472 huishoudens in Aalten en Doetinchem bekend dat er sprake is van een arbeidsbeperking met een doelgroepindicatie. Hierbij onderscheiden we de volgende categorieën: 1. Inwoners met een doelgroepindicatie met een Participatiewet-uitkering en zonder LKS. Dit zijn inwoners die nog niet werkzaam zijn en niet zelfstandig op eigen kracht in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Deze groep betreft nu 173 huishoudens. 2. Inwoners met een doelgroepindicatie zonder een Participatiewet-uitkering en met LKS. Dit zijn inwoners die wel werkzaam zijn en daarbij ondersteuning krijgen, zowel LKS voor de werkgever als jobcoaching voor de inwoner en werkgever, en die inmiddels zelfstandig op eigen kracht in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Deze groep betreft nu 266 huishoudens. 3. Inwoners met een doelgroepindicatie met LKS en aanvullende bijstand. In vergelijking met de vorige groep zijn dit inwoners die ook werkzaam zijn met ondersteuning, maar die nog niet volledig in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Deze groep betreft op dit moment 33 huishoudens.

9 Peildatum 27-12-2023.

18

4. Inwoners met een doelgroepindicatie zonder een Participatiewet-uitkering en zonder LKS. Dit zijn niet-uitkeringsgerechtigde inwoners met een doelgroepindicatie. Hiervan zal een deel mogelijk in de toekomst recht hebben op een Participatiewet-uitkering, zoals VSO/PRO-jongeren. Het is onbekend welke omvang deze groep exact heeft. Hierbij verwachten we in zijn algemeenheid dat deze doelgroep blijft groeien, omdat de Wsw is afgesloten, de Wajong alleen nog beschikbaar is voor mensen die geen arbeidsvermogen meer hebben, de verwachting is dat de bevolkingsgroei toeneemt en parttime werken voor een groter deel van onze inwoners het hoogst haalbare zal zijn.

19

3.

De taak, opdracht en pijlers van Laborijn

In dit inhoudelijke hoofdstuk nemen we u mee in de inhoud van de taak en (verschuivende) opdracht van Laborijn. We behandelen achtereenvolgens de verschillende pijlers (in de begroting ook wel programma's genoemd): mensontwikkeling, inkomenszekerheid en levensloopbestendig werkgeverschap van de Wsw. We geven per pijler aan wat de belangrijkste inhoudelijke (beleids-)ontwikkelingen zijn die naar verwachting binnen de looptijd van de kadernota vorm en uitwerking krijgen. Dit gerelateerd aan de te verwachten ontwikkeling van de te bedienen klantstromen. Ook is er aandacht voor de kaders ten aanzien van de overhead en reserves die voor de begroting relevant zijn. In het bijzonder in deze kadernota voor de nieuwbouw van Laborijn. 3.1 Mensontwikkeling In deze paragraaf beschrijven wij ten aanzien van de pijler Mensontwikkeling de belangrijkste context en onderwerpen of thema's. Waarbij we dit vertalen naar een aantal belangrijke kader stellende items, die vervolgens bepalend zijn voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028. Faciliteren van ontwikkeling staat centraal, met een actief aanbod voor alle inwoners Onze professionals leveren dagelijks een bijdrage om inwoners mee te laten doen op de voor hen best passende plek in de maatschappij.

Wij helpen de inwoner aan betaald werk en als dat (nog) niet lukt bieden we ondersteuning bij het participeren in de samenleving. We zetten fors in op het faciliteren van de ontwikkeling van onze inwoners. We doen dit vanuit onze missie en een tweetal overtuigingen: 1. de mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt is groot en neemt naar verwachting de komende jaren niet af. Het aantal vacatures in Nederland overstijgt het aantal werkzoekenden. Vanuit deze krapte is het nodig om daar waar mogelijk inwoners met onbenut arbeidspotentieel die nog niet actief (kunnen) deelnemen op de arbeidsmarkt daar op termijn wel (duurzaam) toe in staat te stellen 2. inwoners die ontwikkelstappen zetten, werken actief aan verbetering van de eigen positie. Zij nemen actief deel aan de samenleving. In ons sociaal ontwikkelbedrijf zien wij dagelijks welke positieve effecten dit op inwoners heeft. Het deelnemen aan een programma van ontwikkelingsgerichte dag invulling, re-integratie en/of werk vergroot het gevoel van eigenwaarde, levert waardevolle contacten buitenshuis op (bijvoorbeeld met collega's) en maakt mensen gelukkiger. Kortom, het is van belang dat inwoners (kunnen) meedoen op de voor hen best passende plek Kaderstellend (nr.10): alle inwoners met een Participatiewet-uitkering hebben een actief traject en aanbod om ontwikkeling mogelijk te maken.

Bij het ontwikkelen van inwoners maken we, naast de inzet van coaching en begeleiding, niet alleen dankbaar gebruik van de eigen instrumenten en infrastructuur van Laborijn, maar ook van die van onze samenwerkingspartners. Alleen in nauwe samenwerking tussen partijen, en door het ontschotten van geldstromen, zijn we in staat invulling te geven aan deze opgave. Een doorlopende ontwikkellijn Ook bij de inzet van de re-integratiemiddelen is een verbreding ingezet. Daar waar de inzet eerder vooral een directe bijdrage moest leveren aan volledige uitstroom uit de uitkering kiezen we nu ook vooral voor het (aantoonbaar) faciliteren van de ontwikkeling van inwoners. Daarbij zien we tussenstappen naar zorg, maatschappelijke participatie, vrijwilligerswerk en parttime werken ook als zeer wenselijke resultaten. Deze visie is vertaald naar de inrichting 20

van de organisatie waardoor we een doorlopende ontwikkellijn voor onze inwoners creëren. Een ontwikkellijn die de inwoner een verbetering van de bestaanszekerheid brengt, die leidt tot meer kansen en mogelijkheden, en kan leiden tot een gezondere manier van leven. Een investering in re-integratie en maatschappelijke participatie met een bredere positieve uitwerking op uitgaven in het brede sociaal domein. De Participatieladder De Participatieladder is een landelijke methode die zowel de individuele ontwikkelfase van de inwoner als de afstand tot betaald werk inzichtelijk maakt. Met de Participatieladder - en vooral de resultaten van de metingen – hebben consulenten de eigen caseload goed in beeld en kunnen, na verloop van tijd, ook de vorderingen van hun inwoners constateren en benoemen. Logischerwijs levert deze informatie ook aan bestuur en politiek meer inzicht in (de ontwikkeling van) het inwonersbestand van Laborijn en de gerealiseerde resultaten. Tevens is de Participatieladder een hulpmiddel bij meer integrale samenwerking door professionals vanuit verschillende samenwerkingspartijen in het sociaal domein. De ladder voorziet in een ‘eenheid in taal’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7971/documents/46276