Bijlage 2 - Bestemmingsplan Zonnepark Europaweg - 2020 Toelichting.pdf
Tekst van het document
Als het archeologisch bodemarchief niet kan worden ontzien, kan voorafgaande aan de bodemverstoring een archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Of een onderzoek nodig is en welk onderzoek dit moet zijn, wordt bepaald op basis van de aanwezige archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingreep. De kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die ook als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. Een betere bescherming van de archeologie en het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om goed inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het archeologisch bodemarchief. Daarom heeft de gemeente Doetinchem een archeologische beleidskaart laten opstellen door adviesbureau RAAP, waarop de archeologische vindplaatsen en verwachtingszones zijn aangegeven. Afhankelijk van de (verwachtings)waarde in een gebied zal het beschermingsregime meer of minder streng zijn. De archeologische beleidskaarten zijn op 18 november 2010 door de gemeenteraad van Doetinchem vastgesteld. De archeologische beleidskaarten worden periodiek geactualiseerd aan de hand van uitgevoerd archeologisch onderzoek.
De geldende meest recente versie van de kaarten is terug te vinden op http://www.doetinchem.nl/cultuurhistorie/rapporten_43307/item/archeologische-waarden-en-verwac htingskaarten_45965.html. De archeologische beleidskaarten worden vastgesteld op basis van de archeologische waarden en verwachtingskaart. Op basis van de beleidskaart wordt de dubbelbestemming bepaald.
31 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept
Afbeelding: archeologische dubbelbestemmingen De uitgangspunten voor het archeologiebeleid sluiten al aan op het nieuwe beleid, dat regionaal is opgesteld. Dit beleid staat in de nota 'Archeologie met beleid. Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek' (vastgesteld in 2013). Dit beleid geeft een verlichting van de grenzen voor archeologisch onderzoek. De gebieden zoals deze in de archeologische beleidskaarten onderscheiden zijn, veranderen hier niet door. Onderzoek Het plangebied valt op de gemeentelijke beleidskaart deels binnen een zone AWG-categorie 2 (niet te zien op bovenstaande kaart). Een zone AWG-categorie 2 ziet op archeologische monumenten met een attentiezone van 50 m. Voor deze categorie geldt dat er bij bodemingrepen dieper dan 30cm, of dieper dan de bekende bodemverstoring, vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. De in het plangebied geplande ingrepen overschrijden de gestelde waarden waardoor archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Op en rond de beoogde locatie voor het zonnepark zijn in het verleden reeds verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd. In oktober 2018 heeft Salisbury Archeologie b.v. een bureauonderzoek (BO) uitgevoerd met betrekking tot het plangebied. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 4 Archeologisch onderzoek 1 toegevoegd aan dit bestemmingsplan.
Bij de bepaling van de zuidgrens van het plangebied is ten tijde van het onderzoek uitgegaan van de beoogde grondruil. Het plangebied had een totale omvang van circa 1.6 hectare. Op basis van het bureauonderzoek is een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied vastgesteld. Deze verwachting is gebaseerd op archeologische boringen die binnen het plangebied zijn gezet en archeologisch onderzoek in de omgeving van het plangebied. Bij voorkeur wordt door middel van planaanpassing de bodem verhoogd zodat 32 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept
archeologische resten niet verstoord zullen worden. Bij bodemingrepen dieper dan 30 cm –mv wordt geadviseerd om binnen het plangebied vervolgonderzoek uit te voeren. Gezien de reeds uitgevoerde booronderzoeken binnen het plangebied wordt aangeraden om geen verkennend booronderzoek uit te voeren maar direct over te gaan op karterend booronderzoek. De conclusie van het karterend booronderzoek (definitieve versie d.d. 11 april 2019) is dat proefsleuvenonderzoek wordt aanbevolen. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 5 Archeologisch onderzoek 2 toegevoegd aan dit bestemmingsplan. Ten aanzien van deze aanbeveling merkt de regioarcheoloog in zijn beoordeling van de rapportage op dat de noodzaak tot proefsleuvenonderzoek wel afhangt van de aard van de bodemverstoring. De aard van de bodemverstoring wordt volgens de regioarcheoloog echter niet duidelijk uit het rapport en evenmin uit de voorafgaande bureaustudie. In een latere beoordeling voegt de regioarcheoloog daaraan toe dat het plaatsen van zonnepanelen op dunne palen weinig verstorend is. Alleen het leggen van de benodigde kabels en het plaatsen van een transformatorhuis zullen werkelijk verstorend zijn. Indien de kabels echter op een diepte van maximaal 50 cm beneden het huidige maaiveld worden gelegd en de bouw van het transformatorhuis binnen de 100 m2 blijft is archeologisch onderzoek naar zijn mening niet noodzakelijk.
Alleen als dit niet mogelijk is dan is een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk. Omdat de hierboven beschreven grondruil niet door dreigde te gaan is in juli 2019 archeologisch onderzoek uitgevoerd op het gemeentelijk perceel kadastraal bekend als gemeente Doetinchem, sectie A nummer 397. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 6 Archeologisch onderzoek 3 toegevoegd aan dit bestemmingsplan. Het selectieadvies van Salisbury Archeologie b.v. luidt dat op basis van de resultaten van het onderzoek het plangebied vrij kan worden gegeven voor de geplande werkzaamheden. Op basis van het karterende booronderzoek is de hoge archeologische verwachting binnen het plangebied bijgesteld naar laag. Er blijkt geen sprake meer te zijn van een intact archeologisch relevant niveau. Ook zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen. Conclusie Voor de realisatie van het zonnepark is geen proefsleuvenonderzoek noodzakelijk ingeval de kabels op een diepte van maximaal 50 cm beneden het huidige maaiveld worden gelegd en de bouw van het transformatorhuis binnen de 100 m2 blijft. Aan deze voorwaarden wordt voldaan. 4.10.2 Cultuurhistorisch erfgoed De cultuurhistorie is in Doetinchem vastgelegd in de nota Continuïteit in Karakter, Cultuurhistorie Doetinchem (vastgesteld 21 september 2017) en de Erfgoedverordening gemeente Doetinchem 2013 (vastgesteld 30 mei 2013).
In het plangebied zijn geen panden aanwezig die geïnventariseerd zijn als cultuurhistorisch waardevol.
4.11 Molenbiotoop Ter waarborging van de windvang en het zicht op historische molens zijn door de provincie molenbiotopen vastgesteld. De molenbiotoop betreft het gebied rondom de molen dat beschermd wordt tegen het oprichten van bebouwing en beplanting in verband met de windvang en het zicht op de molen. Het plangebied is voor een belangrijk deel gelegen binnen de invloedsfeer van de molenbiotoop van de Auroramolen.
33 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept
Afbeelding: molenbiotoop De molenbiotopen worden berekend aan de hand van de formule, zoals gehanteerd in het provinciale molenbeleid, verankert in de Ruimtelijke Verordening Gelderland. H=X / N + c * Z H
= maximale obstakelhoogte
X
= afstand tussen molen en obstakel
N
= verhoudingsfactor (140 voor open, 75 voor ruw, 50 voor gesloten gebied)
c
= constante = 0,2
Z
= ashoogte
Voor de Auroramolen geldt bij N dat het gelegen is in ruw gebied. De verhoudingsfactor N is dus 75. De ashoogte (Z) van de molen is 10,80 meter. Terrein hoogteverschillen worden verdisconteerd. Dit betekent dat de hoogte van de terp, als deze er is, bij de berekende waarde mag worden opgeteld. Tot in ieder geval 100 meter afstand van de molen mogen obstakels niet hoger zijn dan de hoogte van de molenstelling + terp. Op grotere afstand wordt de maximale obstakelhoogte berekend aan de hand van bovenstaande formule. Onderzoek en conclusie De kortste afstand tussen molenstelling en beoogde locatie voor het zonnepark bedraag 130 meter. De maximale toegestane obstakelhoogte moet dus worden berekend aan de hand van de 34 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept
genoemde formule. De berekening ziet er als volgt uit: H = 130/75 + 0,2 * 10,80 = 3,74 meter. X= afstand tussen molen en obstakel: 130 meter N = 75 c = 0,2 Z = 10,80 meter De obstakelhoogte op het beoogde terrein dat het dichtst bij de molen is gelegen mag maximaal 3,74 meter bedragen. De maximale hoogte van obstakels (gebouwen, bouwwerken en beplanting) blijft ruim onder de 3,74 meter. Voorzien is in bouwwerken en beplanting niet hoger dan 3 meter. De molenbiotoop vormt geen belemmering voor de realisatie van het zonnepark en vice versa.
4.12 Vormvrije m.e.r. Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.- beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben (ook wel genoemd de 'vergewisplicht'). Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, er moet worden nagegaan of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een MER gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd om te zien of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. Conclusie De realisatie van een zonnepark is als zodanig niet opgenomen als activiteit in kolom 1 onderdeel C of onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Uit jurisprudentie volgt (ECLI:NL:RBOVE:2018:3422 en ECLI:NL:RVS:2019:2770) daarnaast dat de realisatie van het zonnepark niet kan worden beschouwd als: een landinrichtingsproject (categorie D 9) indien het niet gaat om een (grootschalige) ontwikkeling met substantieel karakter in het buitengebied; een als stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D 11.2) omdat de ontwikkeling van een zonnepark niet gelijkgesteld kan worden met de voorbeelden die in de nota van toelichting bij het wijzigingsbesluit van het Besluit milieueffectrapportage als stedelijk ontwikkelingsproject zijn opgenomen, waarbij van belang wordt geacht dat de gevolgen voor het milieu van het zonnepark in de kern beperkt zijn tot visuele hinder en landschappelijke aantasting; een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water (categorie D 22.1) omdat het bij een dergelijk installatie gaat
om thermische centrales en andere verbrandingsinstallaties en in samenhang daarmee een zonnepark geen thermische 35 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept
(verbrandings)installatie is. Wat betreft de categorie landinrichtingsproject blijkt uit de jurisprudentie dat het moet gaan over een locatie gelegen in het buitengebied en over een (grootschalige) ontwikkeling met substantieel karakter, waarbij een zonnepark op een perceel van 4,3 ha als onvoldoende substantieel wordt beschouwd. De locatie van het beoogde zonnepark in onderhavig geval is allereerst gelegen binnen de bebouwde komgrenzen in zin van de Wegenverkeerswet. Daarnaast en bovenal is de omvang van het te realiseren zonnepark circa 1,6 ha, waarmee de omvang kleiner is dan het oppervlak van 4,3 ha dat als onvoldoende substantieel wordt beschouwd. Ten aanzien van de categorie stedelijk ontwikkelingsproject zijn de gevolgen voor het milieu in onderhavig geval ook beperkt tot visuele hinder en landschappelijke aantasting. Dat het realiseren van een zonnepark niet beschouwd kan worden als een landinrichtingsproject (categorie D 9), stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D 11.2) of industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water (categorie D 22.1), maakt dat voor de realisatie van het zonnepark geen vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is.
4.13 Lichtschittering Het glazen oppervlak van zonnepanelen kan zorgen voor reflectie en daarmee voor hinder voor de buren, of gebruikers van de openbare ruimte. Dit is in feite de enige hinder die zonnepanelen kunnen opleveren. De hinder hangt af van de locatie (stand en hoogte spiegelend vlak) en de stand van de zon (de tijd en de tijd van het jaar). De hinder werkt net als bij een spiegel (maar dan in mindere mate), waarin de hoek van de invallende lichtstraal, de hoek van de uitvallende lichtstraal bepaalt. Hoe steiler de helling van de panelen, hoe groter de kans op hinder. Wanneer de panelen vrij vlak (35 graden of minder) worden opgesteld, gaat de reflectie omhoog zodat er voor de omgeving geen hinder door reflectie optreedt. Logischerwijs is achter de zonnepanelen (noordzijde) ook geen sprake van een spiegelend effect. De meest rendabele hellingshoek van de zonnepanelen (in de traditionele opstelling) is in Nederland 35 graden. Steiler leidt tot minder rendement. Bij een symmetrische opstelling (oost-west) wordt een kleinere hellingshoek toegepast van 10 tot 13 graden. Omdat zonnepanelen in een maaiveldopstelling in de meest ideale stand kunnen worden geplaatst, zal de hellingshoek nooit hoger zijn dan 35 graden. Zoals hiervoor is aangegeven, is hinder door reflectie in een maaiveldopstelling niet te verwachten.
Wel is het 'oplichten' van de panelen in de zon zichtbaar. Dit leidt niet tot hinder vanwege het licht, maar maakt wel dat de zonnepanelen opvallen. Dit oplichten wordt door middel van een coating op de panelen tegengegaan. Ook wordt door middel van een landschappelijke inpassing het opvallen van de panelen, waar dit nodig is, voorkomen. Het reflecteren van zonnepanelen bij een hoek tussen de 25 en 35 graden hoeft normaal gesproken geen problemen te geven voor wat betreft hinderlijke reflectie aangezien de panelen ver genoeg naar boven gericht zijn om er geen last van te hebben.
36 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept
Hoofdstuk 5 5.1
Wijze van bestemmen
Inleiding
Dit bestemmingsplan is een ontwikkelingsplan, waarmee het mogelijk wordt gemaakt dat er zonnepalen worden geplaatst op agrarische gronden. Duidelijk is voor welke doeleinden de grond en de gebouwen mogen worden gebruikt en wat er aan nieuwe bebouwing wordt toegestaan. Dit biedt rechtszekerheid aan de burger. Het plan is daarom opgezet als een gedetailleerd bestemmingsplan. De bestaande situatie is echter geen vaststaand gegeven. Er vinden voortdurend nieuwe ontwikkelingen plaats. Het plan moet flexibiliteit bieden om op deze ontwikkelingen in te kunnen spelen.
5.2
Toelichting op de regels
De regels bestaan uit de volgende onderdelen: hoofdstuk 1: Inleidende regels; hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; hoofdstuk 3: Algemene regels; hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels. 5.2.1
Inleidende regels
De inleidende regels omvatten de in de planregels gebruikte begripsomschrijvingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Hiemee is planspecifiek vastgelegd wat bedoeld wordt en hoe gemeten moet worden. Als een begrip niet omschreven is, dan geldt de algemeen gangbare uitleg van het begrip. 5.2.2
Bestemmingsregels
In de bestemmingsregels zijn de regels voor de verschillende bestemmingen omschreven. Elke bestemmingsregel is, in overeenstemming met de RO-Standaarden 2012 waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (2012), in beginsel opgebouwd uit: een bestemmingsomschrijving: een omschrijving van de doeleinden waarvoor de gronden zijn bestemd en de toegelaten bijbehorende bebouwing; de bouwregels: deze bevatten de voorgeschreven maatvoering van de bouwwerken; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid. 5.2.2.1 Agrarisch De gronden binnen de bestemming 'Agrarisch' zijn in hoofdzaak bestemd voor agrarische cultuurgrond en, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - zonnepark', tevens voor het opwekken van energie door middel van het omzetten van zonlicht in electriciteit en/of warmte met gebruik van zonnepanelen. Binnen de bestemming zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van het agrarisch gebruik en ten behoeve van een zonnepark toegestaan. Gebouwen zijn alleen toegestaan ten behoeve van het zonnepark. Op de agrarische gronden direct ten zuiden van de woning Kilderseweg 19 ligt een 37 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept
wijzigingsbevoegdheid naar 'Wonen' en/of 'Tuin'. Met toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid kan, in geval van een grondruil, het erf achter de woning verplaatst worden naar de gronden ten zuiden van de woning. 5.2.2.2 Groen De gronden binnen de bestemming 'Groen' zijn bestemd voor structurele groenvoorzieningen en extensieve dagrecreatie. In de regels is een beperkte bebouwingsregeling opgenomen voor gebouwen (nutsvoorzieningen) en bouwwerken geen gebouwen zijnde (straatverlichting, straatmeubilair, en dergelijke) ten behoeve van de bestemming en eromheen gelegen openbaar gebied. Ten behoeve van extensieve dagrecreatie mogen fiets- en wandelpaden worden aangelegd. Onder extensieve dagrecreatie wordt ook het plaatsen van onder andere bankjes, tafels en prullenbakken begrepen. Met een afwijking zijn onder voorwaarden parkeervoorzieningen, nieuwe inritten en geluidswerende voorzieningen in de bestemming 'Groen' toegestaan. 5.2.2.3 Water Bestaande waterlopen, waterpartijen (al dan niet overkluisd) en oevers, zijn bestemd met de bestemming 'Water'. ook zijn de gronden bestemd voor het behoud en de versterking van eventuele aanwezige natuurwaarden. 5.2.2.4 Wonen De bestemming 'Wonen' omvat alle percelen waarop woningen en bijbehorende bouwwerken zijn toegelaten. De hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd.
Het bouwvlak ligt in principe om de bestaande bebouwing en heeft een afstand tot de zijdelingse perceelsgrens van 3 meter. Bij de begrenzing aan openbaar gebied, bijvoorbeeld bij de functie natuur, water en verkeer is een afstand van 2 meter aangehouden. De diepte van het bouwvlak is afhankelijk van het type woning. Zo heeft een vrijstaande woning een bouwvlakdiepte van 15 meter. Twee-aaneen (twee-onder-een-kap) woningen en aaneengebouwde woningen hebben een bouwvlakdiepte van 13 meter. Daarmee wordt aangesloten op het Planologisch beleid 2011. Daarnaast wordt aangesloten op de al geldende mogelijkheden. De bouwvlakken zijn voorzien van een bouwaanduiding. Zo is te zien of vrijstaande, twee-aaneen (twee-onder-een-kap), aaneengebouwde of gestapelde woningen aanwezig zijn. De diepte van het bouwvlak is op de plankaart aangegeven. De maximaal toegestane goothoogte en de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen zijn in een maatvoeringssymbool op de plankaart opgenomen. Vanwege het behoud van het karakter van de woning zijn bestaande legale afwijkende maten, via de bestaande maten regeling toegestaan. Bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan binnen de bestemming 'Wonen' en het daarin gelegen bouwvlak. Zij moeten op minimaal 1 meter achter de voorgevel van de woning worden gebouwd. Deze afstand sluit aan op de stedenbouwkundige opzet van de wijk en voorkomt brede gevelaanzichten.
Overdekte eigen zwembaden (binnenbaden) zijn aan te merken als gebouwen. Op binnenbaden zijn daarom de bouwregels voor bijbehorende bouwwerken van toepassing. Ten behoeve van het bouwen van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak kan onder voorwaarden een afwijking worden verleend. Ook kan een afwijking worden verleend voor het plaatsen en gebruiken van een tijdelijke woonunit als woonruimte voor mantelzorg. Zie hiervoor ook de algemene uitleg bij 5.2.2.7 Afwijking voor mantelzorg. Op gronden met de bestemming 'Wonen' is de uitoefening van een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toegestaan. Voorwaarde daarvoor is dat de woonfunctie in alle 38 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept
gevallen de hoofdfunctie binnen de bestemming blijft. In beperkte mate mag bij de uitoefening van een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf ook detailhandel plaatsvinden. Overige detailhandel is binnen de bestemming 'Wonen' nadrukkelijk uitgesloten. In de bestemming 'Wonen' zijn drie wijzigingsbevoegdheden opgenomen. De eerste wijzigingsbevoegdheid ziet op wijziging van de bestemming 'Wonen' naar 'Agrarisch'. Met toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid kan, in geval van een grondruil, het erf achter de woning omgezet worden naar agrarisch gebruik met zonnepanelen. De tweede wijzigingsbevoegdheid is bedoeld voor het verschuiven van het bouwvlak. Tenslotte is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om onder voorwaarden de bouwaanduiding te kunnen wijzigen. Met een afwijking is een nieuwe woning mogelijk binnen de bestaande bouwaanduiding. Dit kan alleen als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. Zo moet de nieuwe woning ruimtelijk passend zijn en de bouwaanduiding door de nieuwe woning niet wijzigen. De afwijking kan dus alleen toegepast worden bij aaneengesloten woningen en gestapelde woningen. Ook moet de woning passen in het gemeentelijk woningbouwprogramma. 5.2.2.5 Leiding Binnen de dubbelbestemming 'Leiding-Riool' wordt de ondergrondse persleiding bestemd.
5.2.2.6 Waarde Archeologie De dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2, 3 en 4' zijn eerder in de toelichting al uitgelegd. Zie paragraaf 4.10 Archeologie en cultuurhistorie. 5.2.2.7 Afwijking voor mantelzorg Bij de woning is een afwijking bij de bouw- en gebruikregels opgenomen voor het toestaan van een mantelzorgwoning. De afwijking is bedoeld voor het plaatsen en gebruiken van een tijdelijke woonunit als woonruimte voor mantelzorg. Hier zijn wel voorwaarden aan verbonden, bijvoorbeeld dat de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is. 5.2.3
Algemene regels
5.2.3.1 Anti-dubbeltelregel Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt. 5.2.3.2 Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregel luidt dat het verboden is om gronden en opstallen te gebruiken in strijd met de bestemming. Hierbij zijn een aantal gebruiksvormen specifiek benoemd. Gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemming of het normale onderhoud van de gronden en/of bouwwerken wordt toegelaten. 5.2.3.3 Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels kunnen zo nodig de regels met één of meerdere gebiedsaanduidingen een plaats krijgen. De volgende aanduidingsregels komen in dit bestemmingsplan voor: Vrijwaringszone - molenbiotoop 39 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept
De gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' is eerder in de toelichting al uitgelegd. Zie paragraaf 4.11 Molenbiotoop. 5.2.3.4 Algemene afwijkings- en wijzigingsregels De algemene afwijkingsregel voorziet in de mogelijkheid om op ondergeschikte onderdelen af te wijken van de regels van het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld voor kleine bouwwerken voor nutsvoorzieningen. De in het plan opgenomen algemene wijzigingsbevoegdheden laat meer ingrijpende afwijkingen toe en wordt daarom gekoppeld aan een zwaardere procedure dan die voor het verlenen van een afwijking van de bouw- en gebruiksregels. De wijzigingsregels voorzien in de mogelijkheid om in voorkomende gevallen de bestemmingsgrens met maximaal 5 meter en de bouwgrens met maximaal 10 meter te verschuiven. Verder kan het plan gewijzigd worden om kleine gebouwen van openbaar nut op te richten en om bouwvlakken anders te situeren of uit te breiden. Voorwaarde daarbij is dat de oppervlakte van het gewijzigde bouwvlak met maximaal 20% van de oorspronkelijke oppervlakte toeneemt. 5.2.3.5 Overige regels Onder overige regels zijn die regels geplaatst die niet onder een andere regel zijn te vatten. 5.2.4
Overgangs- en slotregels
In de loop van de tijd kan het gebruik van gronden of bouwwerken gaan afwijken van datgene wat mogelijk is op basis van het bestemmingsplan. In de overgangsregels wordt geregeld hoe met deze afwijking wordt omgegaan. Daar waar maten van bestaande legale bouwwerken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan meer bedragen dan is voorgeschreven in het nieuwe bestemmingsplan, gelden deze maten als gevolg van het in het bestemmingsplan neergelegde 'bestaande matenregeling' als maximum. De naam van het plan wordt in de slotregel aangehaald.
40 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
De gemeente Doetinchem heeft budget vrijgemaakt voor de thema's duurzaamheid en energietransitie. De kosten die gemaakt worden voor het opstellen van dit bestemmingplan zijn voor rekening van de gemeente en komen ten laste van dit budget. De uitvoeringskosten van de landschappelijke inpassing en de overige inrichtingskosten zijn voor rekening van de coöperatie (initiatiefnemer) waarvoor een anterieure overeenkomst is afgesloten. Voor de totstandkoming van het zonnepark zal een subsidie op grond van de Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE+) worden aangevraagd. De coöperatie kan de uitvoering van het bestemmingsplan bekostigen. In het geval er geen subsidie wordt verstrekt is realisatie van het zonnepark in de primair beoogde financiële constructie onzeker. In dit geval zullen andere financiële constructies worden onderzocht. De coöperatie heeft aangegeven gebruik te willen maken van de 'postcoderoos'-regeling (formeel: de regeling verlaagd tarief voor collectieve opwek van de Wet belasting milieugrondslag). De regeling is bedoeld voor burgerinitiatieven die in coöperatief verband hernieuwbare energie willen opwekken. Er is een risicoanalyse planschade opgesteld door een deskundig bureau. De afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade komt voor rekening van de gemeente. De eventuele planschade is nihil, de gemeente heeft hier budget voor beschikbaar.
41 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept
42 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept
Hoofdstuk 7 7.1
Procedure
Algemeen
Dit bestemmingsplan doorloopt de procedure als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Ook wordt het plan op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening overlegd met de besturen van waterschap, provincie en Rijk. In dit hoofdstuk worden de resultaten van deze procedure en overleggen behandeld. De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan worden niet toegevoegd aan dit hoofdstuk. Dit maakt onderdeel uit van het raadsvoorstel en -besluit omtrent de vaststelling.
7.2
Inspraak
Voor het plan is, overeenkomstig de door het gemeentebestuur bekrachtigde werkafspraken, geen inspraak door de gemeente georganiseerd. Wel heeft op 13 december 2018 een informatiebijeenkomst in de buurt plaatsgevonden. Daarnaast is op 10 januari 2020 ook nog plan gepresenteerd tijdens een informatieavond over de Europaweg. De reacties waren overwegend positief.
7.3
Overleg
Het plan is op basis van artikel 3.1.1. Bro besproken met de volgende instanties: provincie Gelderland; waterschap Rijn en IJssel. Op basis van richtlijnen van de rijksoverheid is vooroverleg met deze instantie niet nodig. Er is geen rijksbelang dat hiertoe aanleiding geeft. De aangegeven partijen hebben aangegeven akkoord te zijn met het plan.
43 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept