CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bestemmingsplan Zonnepark Europaweg - 2020 Toelichting.pdf

beeldvormende raad 14 januari 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5: Bestemmingsplan Zonnepark Europaweg 202012.931 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zonnepark Europaweg - 2020 Toelichting

Concept

Inhoudsopgave T oelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding en doel

7

1.2

Plangebied

8

1.3

Geldende bestemmingsplannen

8

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

11

2.1

Naamgeving

11

2.2

Huidige situatie

11

2.3

Toekomstige situatie

11

Hoofdstuk 3

Beleidskader

13

3.1

Inleiding

13

3.2

Rijksbeleid

13

3.3

Provinciaal beleid

16

3.4

Regionaal beleid

18

3.5

Gemeentelijk beleid

19

Hoofdstuk 4

Haalbaarheid

23

4.1

Algemeen

23

4.2

Bodem

23

4.3

Akoestiek

23

4.4

Luchtkwaliteit

24

4.5

Externe veiligheid

24

4.6

Bedrijven en milieuzonering

26

4.7

Flora en fauna

26

4.8

Bomen Effect Analyse

28

4.9

Water

29

4.10 Archeologie en cultuurhistorie

31

4.11 Molenbiotoop

33

4.12 Vormvrije m.e.r.

35

4.13 Lichtschittering

36

3 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

Hoofdstuk 5

Wijze van bestemmen

37

5.1

Inleiding

37

5.2

Toelichting op de regels

37

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

41

Hoofdstuk 7

Procedure

43

7.1

Algemeen

43

7.2

Inspraak

43

7.3

Overleg

43

4 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

Toelichting

5 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

6 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Op 8 juni 2017 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de gebiedsuitwerking Europaweg (zie Bijlage 1 Gebiedsuitwerking Europaweg) vastgesteld. De 'gebiedsuitwerking Europaweg' kent diverse deelprojecten die de komende jaren gerealiseerd worden.

Afbeelding: uitsnede gebiedsuitwerking Europaweg

Onderdeel van de gebiedsvisie is de realisatie van een zonnepark ten westen van de Europaweg. De gronden direct ten zuiden van de Sicco Mansholtweg zijn in de gebiedsvisie rechtstreeks aangewezen voor de ontwikkeling van een zonnepark. De gronden verder naar het zuiden en de gronden ten noorden van de Sicco Mansholtweg zijn aangewezen voor een eventuele toekomstige uitbreiding. Specifiek en tegelijkertijd met de besluitvorming over de 'gebiedsuitwerking Europaweg' heeft de gemeenteraad besloten om de planologisch ruimte te gaan creëren voor de ontwikkeling van een dergelijk zonnepark ten zuiden van de Sicco Mansholtweg. Voorliggend bestemmingsplan is daarvan het resultaat. De gemeente Doetinchem is grondeigenaar van een aantal percelen ten zuiden van de Sicco Mansholtweg met een oppervlakte van circa 1,68 hectare. De gronden ten noorden van de Sicco Mansholtweg zijn in eigendom bij een particulier. Getracht is deze gronden te betrekken in de huidige ontwikkeling maar dat heeft niet tot het gewenste resultaat geleid.

7 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

1.2

Plangebied

Het plangebied wordt omsloten door de Kilderseweg aan de westzijde, de Sicco Mansholtweg in het noorden en de Europaweg aan de oostzijde. Ten zuiden zijn agrarische gronden gelegen. Ten westen van het plangebied bevindt zich de woonwijk Dichteren. Er heeft een grondruil plaatsgevonden waardoor de zuidelijke perceelsgrens grotendeels in één lijn ligt. Hierdoor is het mogelijk om het plangebied effectief in te delen, waardoor ook het businesscase sluitend wordt. Een deel van het erf van het perceel Kilderseweg 19, ten oosten van de woning, zal mogelijk onderdeel uitmaken van de beoogde grondruil. Voor het geval de grondruil tot stand komt is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de agrarische gronden direct ten zuiden van de woning Kilderseweg 19. Middels deze wijzigingsbevoegdheid kan het erf ten oosten van de woning verplaatst worden naar de gronden ten zuiden van de woning.

Afbeelding: ligging plangebied

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Het bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' is een gedeeltelijke herziening van het in het plangebied geldende bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - najaar - 2019' (vastgesteld op 30 maart 2020). De gronden kennen hierin grotendeels de bestemming 'Agrarisch'. Ook de bestemmingen 'Wonen', 'Groen' en 'Water' komen voor. Daarnaast kennen de gronden verschillende archeologische dubbelbestemmingen en voor een deel de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. De realisatie van een zonnepark past niet binnen de bestemming 'Agrarisch' omdat die gronden 8 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

bestemd zijn voor agrarische bedrijvigheid en daarnaast, onder andere, voor extensieve dagrecreatie, fiets- en wandelpaden, verhardingen, water, groen en nutsvoorzieningen.

9 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

10 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Planbeschrijving

Naamgeving

De plannaam 'Zonnepark Europaweg - 2020' is gekozen omdat op deze locatie, gelegen nabij de Europaweg, een zonnepark mogelijk wordt gemaakt.

2.2

Huidige situatie

Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie mogelijk van een zonnepark. Het plangebied is momenteel in gebruik als agrarische landbouwgrond. Het plangebied grenst aan de oostzijde aan een groenzone langs de Europaweg. Ook aan de noordzijde van het plangebied, direct ten zuiden van de Sicco Mansholtweg, bevindt zich een groenzone inclusief waterpartij. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan andere agrarische gronden. Westelijk grenst het plangebied vrijwel direct aan de Kilderseweg. Aan deze zijde van het plangebied is de woning Kilderseweg 19 gelegen waarvan het erf min of meer wordt omsloten door het plangebied.

2.3

Toekomstige situatie

Gemeente Doetinchem heeft de ambitie om energieneutraal te zijn in 2030. Uit het in 2016 vastgestelde koersdocument 'Doetinchem natuurlijk duurzaam' (d.d. 18 februari 2016), in samenhang met de vaststelling van de gebiedsuitwerking Europaweg (d.d. 8 juni 2017), volgt dat in ieder geval de gemeentelijke gronden langs de Europaweg worden ingezet voor duurzame energieopwekking in de vorm van een zonnepark. De ambitie is om het zonnepark voor 100% in eigendom te laten zijn bij de inwoners van Doetinchem. Voor de ontwikkeling van het zonnepark is daarom door een actieve groep inwoners een burgercoöperatie opgericht. Zij hebben de taak op zich genomen om het park tot ontwikkeling en exploitatie te brengen. Circa 1 hectare van het zonnepark wordt daadwerkelijk bebouwd met zonnepanelen. Om het zicht op de panelen van buiten het park te beperken wordt het zonnepark landschappelijk ingepast. Basis hiervoor is de Gebiedsvisie Europaweg waarin o.a. de ontwikkeling van zonneparken ingebed wordt in een landschappelijke basis met recreatiemogelijkheden. In 2018 is deze visie uitgewerkt in een totaal groenplan voor de Europaweg. De zone langs de Kilderseweg wordt daarbij aangehouden als een recreatief aantrekkelijke route met een combinatie van weitjes, boomgaarden en erven aan weerszijden.

Deze zijde van het zonnepark zal zich zodanig in dat lint moeten voegen dat het aantrekkelijk is om langs te fietsen en een groene buffer biedt naar de zonnepanelen. Eventueel zicht op de panelen is zo goed te verzachten. De noord en oostzijde van het zonnepark worden geflankeerd door lager gelegen rietzones en watergangen. Op de overgang van het hoger gelegen zonnepark naar het rietland zal een steilrand ingeplant worden met gebiedseigen struweelhagen. Buiten het park om wordt een wandelpad aangelegd dat een ommetje uit de wijk mogelijk maakt. De groenstructuren maken deel uit van een totale versterking van de natuurlijke potenties van het gebied en vergroten de biodiversiteit. Het zonnepark betreft een invulling van de gronden voor de komende 20 tot 30 jaar. De zonnepanelen zullen op een stellage worden gemonteerd met een lichte hellingshoek voor de maximale lichtopbrengst. De panelen hebben een oriëntatie op het zuiden. Tussen de rijen stellages zullen paden komen voor onderhoud. Naast de zonnepanelen zal er ook een transformatorgebouw op het terrein gerealiseerd worden om de stroom te kunnen leveren op het net. Omwille van de beveiliging wordt het zonnepark langs de gehele buitenzijde voorzien van een hekwerk van ten hoogste 2 meter. Ook het hekwerk zal 11 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

zoveel mogelijk landschappelijk worden ingepast. Voor het onderhouden van het zonnepark kunnen dieren worden ingezet. Hierbij valt te denken aan schapen. Vanwege de stellages is maaien niet gemakkelijk. Daarnaast kan door gebruik te maken van dieren het plangebied dubbel worden gebruikt.

12 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk komt het overheidsbeleid aan de orde dat van invloed is op het voorliggende bestemmingsplan. Uit onderzoek blijkt dat de volgende beleidsstukken niet van invloed zijn: cultuur en Erfgoed 2017-2020, Beleef het mee! Provincie Gelderland, vastgesteld 29 juni 2016; regionale woonagenda Achterhoek, Regio Achterhoek, vastgesteld 25 juni 2015; afsprakenkader detailhandel, Regio Achterhoek, 24 september 2015; herziene woningbouwstrategie 2015, gemeente Doetinchem, vastgesteld 5 november 2015; lokale woonagenda gemeente Doetinchem 2016-2025, vastgesteld 22 september 2016; planologisch beleid 2011, gemeente Doetinchem, vastgesteld op 30 juni 2011 en onherroepelijk op 5 september 2011; masterplan Schil, gemeente Doetinchem, d.d. 13 december 2007; cultuurnota Dossier Cultuur 2003, gemeente Doetinchem, vastgesteld d.d. 18 december 2003; detailhandelsbeleid Doetinchem, gemeente Doetinchem, 18 juli 2013; visie boodschappenstructuur, gemeente Doetinchem, vastgesteld 22 februari 2018; kantorennota 'Ruimte voor kantoren', gemeente Doetinchem, vastgesteld op 7 februari 2008; continuïteit in Karakter, Cultuurhistorie Doetinchem, vastgesteld 21 september 2017; mobiliteitsvisie 2016-2026, gemeente Doetinchem, vastgesteld 3 november 2016; parkeervisie gemeente Doetinchem 2017-2020, gemeente Doetinchem, vastgesteld 8 juni 2017.

Deze plannen zijn daarom ook niet verder toegelicht in dit plan. Het beleid wat wel van invloed is op de ontwikkeling is in dit hoofdstuk verwoord en afgewogen.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 inwerking getreden. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte. De structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw Rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. De SVIR is de eerste Rijksnota die de onderwerpen infrastructuur en ruimte integraal behandelt. In de SVIR richt het Rijk zich vooral op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. Door urbanisatie, individualisering, vergrijzing en ontgroening nemen de ruimtelijke verschillen toe. Vanaf 2035 groeit de bevolking niet meer. De samenstelling van de bevolking, en daarmee de samenstelling van huishoudens, verandert. Ambities tot 2040 zijn onder andere het aansluiten van woon- en werklocaties op de (kwalitatieve) vraag en het zoveel mogelijk benutten van locaties voor transformatie en herstructurering. Ook wil het Rijk ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Dit moet voor zowel het landelijk als het stedelijk gebied gelden.

In de SVIR is verder vastgelegd dat provincies en (samenwerkende) gemeenten verantwoordelijk zijn voor programmering van verstedelijking. (Samenwerkende) gemeenten zorgen voor (boven)lokale afstemming van woningbouwprogrammering die past binnen de provinciale kaders. Ook zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningbouwprogramma's. 13 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

Planspecifiek De SVIR geeft aan dat het primair de taak van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energie-voorziening (zoals zonne-energie en biomassa). Het ruimtelijke rijksbeleid voor duurzame energie opwekking beperkt zich enkel tot grootschallige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Ter bescherming van deze belangen zijn reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones opgenomen. In het besluit is aangegeven op welke wijze bestemmingsplannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht. Indien geldende bestemmingsplannen niet voldoen aan het Barro dan moeten deze binnen drie jaar na inwerkingtreding van het besluit zijn aangepast.

Bij besluit van 28 augustus 2012 (inwerking getreden op 1 oktober 2012) is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond Rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het regime van de herijkte ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). Planspecifiek Het Barro doet geen specifieke uitspraken over zaken die in dit plan worden geregeld. 3.2.3

De Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking (verder: 'de Ladder') is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De uitgangspunten hierbij zijn dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte, en dat de ontwikkeling in eerste instantie in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Artikel 3.1.6 lid twee Bro omschrijft de ladder als volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Voor de Ladder is dus een onderzoek nodig die uit twee stappen bestaat: Is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'? Als hier sprake van is, dan moet motivering plaats vinden volgens de Ladder: Vind de ontwikkeling plaats binnen het bestaand stedelijk gebied die in die behoefte kan worden voorzien? De toepassing van de Ladder is mede bepaald door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS). De ABRS heeft in een 'overzichtsuitspraak' op 28 juni 2017 op een rij gezet hoe de Ladder gebruikt moet worden. Hiermee wordt houvast geboden aan de rechtspraktijk.

14 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

In navolging op de ladder voor duurzame verstedelijking zoals opgenomen in de Bro, heeft provincie Gelderland in haar 'Omgevingsvisie Gelderland' de 'Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik' opgenomen. Planspecifiek Het aanleggen van een zonnepark op de huidige agrarische percelen is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State blijkt dat soortgelijke projecten die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. Op basis van de jurisprudentie kan gesteld worden dat een zonnepark niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt beschouwd en dat de laddertoets niet hoeft te worden uitgevoerd. 3.2.4

Energieakkoord 2013

Het 'Energieakkoord voor duurzame groei' bevat afspraken over energiebesparing, meer duurzame energie en extra werkgelegenheid. In het energieakkoord zijn tien pijlers opgenomen: 1. energiebesparing; 2. opschalen van hernieuwbare energieopwekking; 3. stimuleren van decentrale duurzame energie; 4. het energietranssportnetwerk gereedmaken; 5. een goed functionerend Europees systeem voor emissiehandel; 6. kolencentrales en CCS; 7. mobiliteit en transport; 8. arbeidsmarktarrangementen rond werkgelegenheid en scholing; 9. stimulering commercialisering voor groei en export; 10. financiering van duurzame investeringen. Het kabinet heeft deze afspraken gemaakt met onder meer werkgevers, vakbonden en milieuorganisaties. Het kabinet beschouwt het akkoord als een belangrijke stap op weg naar een 100% duurzame energievoorziening. Het is de bedoeling dat het Energieakkoord in 2019 opgaat in het bredere Klimaatakkoord. Het Klimaatakkoord bereidt de weg naar een C02-arme energievoorziening en een circulaire en duurzame economie in het midden van deze eeuw. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen rondom duurzame energieopwekking. Vooral de tweede en derde pijler zijn belangrijk. In het energieakkoord wordt uitgegaan van een opwekking van 186 PJ (Peta Joule) energie uit hernieuwbare energiebronnen.

Om te komen tot deze energieopwekking zijn alle vormen van energieopwekking nodig: wind, biomassa en zon. Momenteel bedraagt het aandeel zonne-energie minder dan 1% van de totale energievraag. Het toekomstige zonnepark levert daarom een belangrijke bijdrage aan de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 16% van duurzaam opgewekte energie in het totale Nederlandse energieverbruik in 2023. Het project past zodoende in het energiebeleid van het Rijk zoals dat is neergelegd in het Energieakkoord.

15 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Gelderland

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie Klimaatadaptatie Circulaire economie Biodiversiteit Bereikbaarheid Vestigingsklimaat Woon- en leefklimaat.

Met vier 'spelregels' of 'doe-principes' - doen, laten, zelf en samen - wordt er werking aan gegeven. Dit is het kader waarbinnen de provincie wil werken en afwegingen wil maken. Energietransitie Gelderland is in 2050 klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Innovatie en het uitrollen van bewezen technieken wordt gestimuleerd. Als tussendoel realiseert Gelderland in 2030 55% broeikasgasreductie. Klimaatadaptatie Gelderland is in 2050 klimaatbestendig. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. In 2020 heeft de provincie, samen met partners, de risico's en kansen van het veranderen klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen. Circulaire economie Gelderland wordt de eerste afval-loze provincie in Nederland. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in de schone industrie. Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht. Biodiversiteit In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. Er wordt natuur-inclusief gewerkt.

Biodiversiteit wordt overals waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald. Bereik baarheid In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal. Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen. In 2050 is het netwerk voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal. In 2030 is al ons busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de 16 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

fiets. Vestigingsklimaat De concurreerde positie van Gelderland binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen wordt verder versterkt. Om onderscheidend te blijven, halen we in 2050 maximaal profijt uit de unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. Gelderland is hierin koploper van Nederland. Woon- en leefomgeving Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Themakaarten Bij de visie zijn een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: ruimtelijk beleid; waterbeleid; milieubeleid; natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Doetinchem. Bij 'onderzoek en conclusie' is de verdere toetsing aan deze themakaarten verwoord.

Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: Regionaal waterprogramma; Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie. Planspecifiek De provincie Gelderland zet in om in 2050 energieneutraal te zijn. De voorgenomen ontwikkeling past goed bij dit voornemen. Het opwekken van zonne-energie staat dan ook specifiek in de provinciale visie beschreven. In de visieschets Energietransitie zijn de gebieden in en rondom Doetinchem aangemerkt als mogelijkheden voor opwekking van zonne-energie. Bij planvorming moet er wel rekening gehouden worden met sterke Gelderse kwaliteit zoals natuur, het rivierenlandschap met haar uiterwaarden en het zicht op erfgoed. De provincie beschrijft het plangebied als een zone waar de gebiedskwaliteiten geen obstakel vormen voor de ontwikkeling van grote zonneparken. Wel heeft de gemeente de uiteindelijke bevoegdheid om hier een groot zonnepark toe te staan, de rol van de provincie hierin is inspirerend en verbindend. 3.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld. Hierin zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Samen met de Omgevingsvisie heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. 17 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

De verordening bevat regels op het gebied van: Ruimte (hoofdstuk 2): Milieu, ontgrondingen en natuur (hoofdstuk 3): Water (hoofdstuk 4): Provinciale wegen en luchthavenbesluiten (hoofdstuk 5): Voor het overige staan in de Omgevingsverordening geen specifieke regels die de ontwikkeling beïnvloeden. Planspecifiek Het realiseren van een groot zonneveld in Doetinchem is mogelijk op basis van de omgevingsverordening Gelderland. Het plangebied ligt in een beschermingszone voor de molen. Vanwege de beperkte hoogte van de bouwwerken vormt de ontwikkeling van het zonnepark echter geen belemmering voor het gebruik van de molen. Hier wordt verder op in gegaan in de paragraaf Molenbiotoop. 3.3.3

Gelders Energieakkoord

De gemeente Doetinchem is medeondertekenaar van het Gelders Energieakkoord (GEA). Voor de komende jaren volgt het GEA het SER Energieakkoord: 16% duurzaam opgewekte energie in 2023 en jaarlijks 1,5% energiebesparing. Gedurende die transitieperiode zal Nederland immers nog steeds broeikasgassen in de atmosfeer brengen. Om minimaal 50% CO2 reductie in 2030 te bereiken, zullen de Gelderse ondertekenaars grote inspanningen moeten gaan leveren. Samen met andere regio's en nationale partners (zoals de topsector energie) streeft Gelderland naar een CO2 reductie van meer dan 60% in 2030. Dat heeft een enorme impact op de economie, ruimte en sociaal/maatschappelijke werkelijkheid in de provincie. De 'Toekomstagenda Duurzaam Gelderland' is nadrukkelijk geen definitief, vaststaand gegeven maar een proces met een 'rollende agenda' waaraan de ondertekenaars de komende jaren zullen meewerken. Op basis van het GEA is een uitvoeringsplan opgesteld dat een groot aantal onderwerpen, acties en maatregelen omvat om de transitie naar een klimaatneutrale provincie te versnellen. Binnen de organisatie van het GEA vindt kennisdeling en samenwerking plaats en worden innovatieve ideeën uitgewerkt. De ontwikkeling van het zonnepark past binnen het thema 'zon' van het GEA.

Naast de strategie van zon op daken zullen initiatiefnemers versnelling brengen in de productie van hernieuwbare energie met grootschalige grondgebonden zonneparken. Zonneparken zullen dan ook een integraal onderdeel gaan vormen van het landschap. Planspecifiek In het Gelders Energieakkoord wordt aangegeven dat er ook gedacht moet worden aan collectieve of bedrijfsmatige ontwikkeling van grootschalige grondgebonden zonnepark. Hiervoor kan gedacht worden aan initiatieven zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Door landschappelijk inpassing kan het zijn dat velden niet te zien zijn in een gesloten landschap en juist laag in het zicht liggen in open landschappen.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012

Op 26 april 2012 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 vastgesteld. Dit is een actualisatie van de Regionale structuurvisie uit 2004. Als basis voor ruimtelijk beleid zijn er een aantal speerpunten voor de regio benoemd. Dat zijn: omgaan met de krimp; 18 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

externe relaties; veranderingen in het landelijk gebied; overstap naar duurzame energie. In de Regionale Structuurvisie Achterhoek is met betrekking tot het speerpunt duurzame energie opgenomen, dat de Achterhoek nadrukkelijk kiest voor een bijdrage aan duurzame energieproductie. Ingezet wordt op een klimaat- en energiezuinige ‘groene’ Achterhoek met een uitgekiende hernieuwbare energiemix, waarbij biomassa zeer kansrijk lijkt. Opwekking, transport en gebruik van energie dienen in de Achterhoek meer dan voorheen gericht te zijn op duurzame bronnen, methoden en technieken. De Achterhoek heeft ambities om tot 50% reductie van CO2 uitstoot in 2020 te komen en uiteindelijk tot een 100% duurzame energieopwekking. Dit is neergelegd in ‘Het akkoord van Groenlo’. De Achterhoek maakt daarbij met name de keuze voor biogas en zonne-energie. Planspecifiek De realisatie van het beoogde zonnepark draagt bij aan de doelstellingen zoals opgenomen in de regionale structuurvisie en afspraken die zijn vastgelegd in 'Het akkoord van Groenlo'.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Structuurvisie Doetinchem 2035

Op 26 september 2013 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Structuurvisie Doetinchem 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. Daarnaast is met betrekking tot zonne-energie de link gelegd naar het 'Akkoord van Groenlo (2009)' (zie ook de vorige paragraaf). Daarin is een aantal uitgangspunten vastgesteld voor de aanpak van duurzame energiewinning. De gemeente Doetinchem heeft zich via dit akkoord verbonden aan de afspraak om net als de andere gemeenten 30.000 m2 aan zonnepanelen te realiseren. De realisatie van het beoogde zonnepark draagt bij aan die afspraak. Verder bevat de Structuurvisie Doetinchem 2035 geen specifieke voorwaarden met betrekking tot het plangebied of het thema voor de ontwikkeling van het plangebied. Planspecifiek In de structuurvisie 'Doetinchem 2035' wordt zonne-energie aangegeven dat de gemeente Doetinchem zich verbonden heeft met het 'Akkoord van Groenlo (2009)' om 30.000m2 aan zonnepanelen te realiseren. Het voorgenomen plan draagt bij aan deze doelstelling. 3.5.2

Doetinchem Natuurlijk Duurzaam

Op 18 februari 2016 heeft de gemeenteraad het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam vastgesteld. In het koersdocument staat beschreven wat duurzaamheid voor Doetinchem betekent, welke middelen de gemeente inzet en welke doelen de gemeente heeft om onze duurzaamheidsambities te behalen. Duurzaamheid is een heel breed begrip. Voor Doetinchem komt duurzaamheid terug op de beleidsvelden energie, natuur, klimaat, circulaire economie, mobiliteit en duurzame producten en diensten. De gemeente zet zichzelf in als verbinder die andere partijen ondersteunt en enthousiasmeert bij hun duurzame initiatieven. Met het koersdocument legt de gemeente de focus voornamelijk op het terrein van energie. Op dit terrein kan de gemeente grote "winsten" behalen. Doetinchem wil, samen met de andere Achterhoekse gemeenten, in 2030 energieneutraal zijn. Dit doet de gemeente door zowel energie 19 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

te besparen als schone energie op te wekken. De gemeente ziet het als taak om deze energietransitie te faciliteren en te stimuleren. Daarbij wil de gemeente het goede voorbeeld geven en de te banen wegen vrijmaken. Wat betreft de energiebesparing richt de gemeente zich voornamelijk op de bestaande woningvoorraad en het bedrijfsleven. De gemeente informeert en zorgt voor subsidieregelingen of leningen. Wat betreft energieopwekking zijn zon, biomassa en ook wind kansrijke duurzame energiebronnen. In theorie kan elk gebouw voorzien in zijn eigen duurzame energieopwekking. Daar waar dit niet mogelijk is bieden collectieve duurzame energievoorzieningen het alternatief. Voor grootschalige opwekking van zonne-energie onderzoekt de gemeente Doetinchem twee locaties: het A18 Bedrijvenpark en het gebied rond de Europaweg. Via een nieuw op te zetten digitaal platform gaat de gemeente op zoek naar locaties en partners om het opwekken van duurzame energie aan te jagen. Planspecifiek Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark. Het koersdocument is hier mede aanleiding voor. Het zonnepark draagt bij aan de daarin geformuleerde ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn. In het koersdocument is aangegeven dat de opgewekte energie voor zowel eigen gebruik als voor derden opgewekt kan worden. 3.5.3

Duurzame energieopwekking in Doetinchem

Op 24 april 2019 is het beleidskader Duurzame energieopwekking door de gemeenteraad van Doetinchem vastgesteld. De gemeente Doetinchem heeft de ambitie uitgesproken in 2030 energieneutraal te willen zijn. De eerste stap is de kaders vast te stellen waaraan de opwekking duurzame energie aan moet voldoen. In het beleid zijn de uitgangspunten geschetst en geeft de gemeente aan dat opwekkingsinitiatieven samen met belanghebbende vormgegeven worden, waarbij ruimte geboden wordt aan medezeggenschap. De gemeente Doetinchem wil haar inwoners mee laten profiteren van kansen en opbrengsten. De lusten kunnen in verschillende vormen tot uiting komen en van meerwaarde zijn voor mens of landschap, waarbij de gemeente oog houdt voor landschappelijke cultuurhistorische waarden en waar nodig deze herstelt en indien mogelijk versterkt. De energietransitie is de overgang van fossiele brandstoffen naar volledig duurzame brandstoffen. De energietransitie is een beleidsdoel dat is neergelegd in het Klimaatakkoord van Parijs. Een akkoord op de opwarming van onze aarde beperkt te houden tot 1,5o. De gemeentes hebben een belangrijke rol in de energietransitie, zeker waar het gaat om het bieden van ruimte voor ontwikkeling en plaatsing van duurzame energiebronnen.

In het beleidskader worden uitgangspunten benoemd welke de basis is voor vestiging van grootschalige duurzame energieopwekking in Doetinchem. De uitgangspunten zijn: 1. Alle bronnen en vormen van duurzame energieopwekking zijn nodig. 2. Initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking worden samen met de omgeving en belanghebbende vormgegeven. 3. Initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking worden landschappelijk ingepast. Alle vormen en bronnen van duurzame energie zijn nodig. Er zijn diverse bronnen van duurzame energie, te weten: zon; wind; biomassa; bodemenergie; waterkracht. 20 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

De energietransitie zal met de komst van duurzame energiebronnen de komende jaren een flinke verandering teweeg brengen, zeker ook op het netwerk. Initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking worden samen met de omgeving en belanghebbende vormgegeven. Initiatiefnemers moeten daarbij het voortouw nemen en stellen daarbij in samenwerking met iedereen die het project aangaat, in het bijzonder omwonenden een participatieplan op. Landschappelijke inpassing zonneparken Voor zonneparken gaat het in eerste instantie om inpassing in een bestaand landschap, waarbij karakteristieken behouden of zelfs verwerkt kunnen worden. Uitgangspunten hierbij zijn: Bedenk vooraf welke uitstraling past bij de omgeving, industrieel of landschappelijk. Volg de hoofdrichting in het landschap. Gebruik de gebiedseigen landschapselementen en beplantingen. Benut de kans om de landschapsstructuur te herstellen of versterken. Gebruik de patronen, maat en schaal van de verkaveling als grondslag voor de opstelling. De gemeente Doetinchem heeft een rol in de initiatieven die ontstaan daar waar het gaat om grootschalige duurzame energieopwekking. De gemeente ziet voor zichzelf een belangrijke rol als het gaat om het geven van het goede voorbeeld, het verbinden van partijen en initiatiefnemer en financiële bijdragen.

Onderzoek en conclusie De ontwikkeling van het zonnepark aan de Europaweg is een gemeentelijk plan waarmee de gemeente laat zien de opwekking van duurzame energie serieus te nemen. Het behouden, en waar mogelijk versterken, van ruimtelijke kwaliteit en een zo groot mogelijke maatschappelijke betrokkenheid staan voorop. De ruimtelijke kwaliteit wordt geborgd middels een landschappelijk inpassingsplan en de maatschappelijk betrokkenheid uit zich in het feit dat het zonnepark wordt ontwikkeld door een coöperatie bestaande uit (vooral) omwonenden.

21 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

22 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

Hoofdstuk 4 4.1

Haalbaarheid

Algemeen

Dit hoofdstuk geeft de randvoorwaarden van de milieukundige aspecten en andere omgevingsaspecten waarmee rekening gehouden moet worden bij het bouwen en bij de inrichting en het beheer van het plangebied. Deze aspecten kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van bepaalde locaties. Als dit zo is, blijkt dit uit de tekst onder het bepaalde aspect.

4.2

Bodem

Op basis van de Woningwet en het Bouwbesluit mag niet worden gebouwd op verontreinigde grond. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning moet vaak een bodemonderzoek worden geleverd. Dit is een verplichting uit de Woningwet om de gezondheid en veiligheid te garanderen van mensen die wonen, werken of verblijven in het gebouw waarvoor vergunning wordt aangevraagd. Een bodemonderzoek is noodzakelijk wanneer: nog geen gegevens betreffende de bodemgesteldheid bekend zijn (dit betekent dus ook dat als er een bodemkwaliteitskaart is, er geen bodemonderzoek meer hoeft te komen); er meer dan twee uur per dag mensen in verblijven; als het bouwwerk de grond raakt en; als er na sloop wordt herbouwd. Onderzoek en conclusie Het plangebied is gelegen in de bodemkwaliteitszone "overig". Op basis van de ontgravingskaart (van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Doetinchem) is de te verwachten kwaliteitsklasse van de bovengrond "landbouw natuur". Grote delen zijn in het verleden onderzocht. Op basis van de beschikbare informatie zijn ten hoogste lichte verontreinigingen te verwachten. Deze vormen geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging en de uitvoerbaarheid van het plan.

Indien binnen het plangebied een gebouw wordt geplaatst dat wordt aangemerkt als verblijfsruimte (men er langer dan 2 uur per dag verblijft) dient voor de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de 'activiteit bouwen' een bodemonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5725 / NEN 5740 en indien daar aanleiding voor bestaat de NEN 5707, door een daarvoor erkend en gecertificeerd bedrijf. De oprichting van een zodanig gebouw is in dit plan niet aan de orde.

4.3

Akoestiek

In de Wet geluidhinder, en de daarbij behorende Besluiten en Regelingen, is bepaald dat bij de beslissing op een aanvraag voor een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan op binnen de onderzoekzones van industrieterreinen, wegen en spoorwegen te realiseren geluidsgevoelige gebouwen of terreinen de waarden uit de Wet geluidhinder in acht dienen te worden genomen. Onderzoek en conclusie Een zonnepark is zelf geen geluidgevoelig object. Akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting op het park is dan ook niet noodzakelijk. Anderzijds maakt het zonnepark ook geen of nauwelijks geluid wat hoorbaar is buiten de grenzen van het park. De zonnepanelen produceren geen geluid en de omvormers en transformatoren produceren slechts een verwaarloosbare hoeveelheid geluid. De omvormers en transformatoren zullen niet aan de buitenranden van het zonnepark geplaatst worden. Het zonnepark heeft een minimale verkeersaantrekkende werking omdat het slechts incidenteel zal worden bezocht voor 23 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

beheer en onderhoud. Enkel tijdens de aanleg fase is er sprake van geluidsgevoelige werkzaamheden. Het aspect geluid is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

4.4

Luchtkwaliteit

Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.

Onderzoek en conclusie De beoogde ontwikkeling leidt vanwege de zeer geringe uitstoot niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit van enige betekenis. Voor de aanlegfase is er een tijdelijke en beperkte toename in verkeersbewegingen te verwachten en in de gebruiksfase zal er zeer incidenteel verkeer zijn in verband met beheer en onderhoud. Luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid betreft de beheersing van de risico's en richt zich op het gebruik, de opslag, de productie van gevaarlijke stoffen en het transport van gevaarlijke stoffen. De gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen: stationaire bronnen, zoals een chemische fabriek of een LPG vulpunt; mobiele bronnen, zoals transport van gevaarlijke stoffen over wegen en door leidingen. Er bevindt zich een LPG vulpunt aan de Europaweg.

24 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

Afbeelding: externe veiligheidscontour van LPG vulpunt Voor inrichtingen (bedrijven) is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' van belang. In dit besluit wordt externe veiligheid omschreven als 'de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen de inrichting waar een gevaarlijke stof bij betrokken is'. Voor transport is de 'Wet vervoer gevaarlijke stoffen' van belang. Daarnaast zijn er een aantal besluiten en regelingen vastgesteld waarin het beleid verder uitgewerkt is. Bij externe veiligheid wordt een onderscheid gemaakt tussen een plaatsgebonden risico en een groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon, die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-5 (één op 100.000) en een contour waarbinnen deze kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze contour mogen in ieder geval geen kwetsbare objecten (onder andere scholen, gebouwen waar zich veel mensen bevinden en gebouwen waar zich minder zelfredzame personen kunnen bevinden) aanwezig zijn of geprojecteerd worden.

Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Voor de contour van het groepsrisico geldt in ieder geval dat het niet wenselijk is om hier kwetsbare bestemmingen toe te staan. Het streven moet zijn om het aantal personen binnen het invloedsgebied onder de oriëntatiewaarde en waar mogelijk zo laag mogelijk te houden. Onderzoek en conclusie 25 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

Het zonnepark is geen kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (er zijn geen personen structureel aanwezig). Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn dan ook geen belemmeringen aan de orde.

4.6

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan wij het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is. Onderzoek en conclusie Het zonnepark zelf betreft, in het kader van milieuzonering, geen milieugevoelige functie. Anderzijds levert het zonnepark ook geen gevaar of hinder op voor omliggende gevoelige functies. Alleen de benodigde transformatoren en omvormers produceren een zeer geringe hoeveelheid geluid. Gezien de bestaande afstand tot omliggende woningen van minimaal 20 meter staat op voorhand vast dat van hinder geen sprake zal zijn. Bij de plaatsing van eventuele transformatorstations dient rekening te worden gehouden met de aanwezige woningen. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan. Een zonnepark vormt geen inrichting in de zin van de Wet milieubeheer (bron: Infomil).

4.7

Flora en fauna

Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming is het wettelijke stelsel voor de bescherming van natuurgebieden, bos en planten en diersoorten. De wet is de vervanger van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming regelt allereerst de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en plant- en diersoorten. Daarnaast bevat deze wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. De Wet natuurbescherming verschilt in principe niet met de Flora- en faunawet ten aanzien van Europees beschermde soorten. De bescherming van de Wet natuurbescherming beperkt zich tot soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn waarvan Nederland tot hun natuurlijke verspreidingsgebied behoort. Bij de nationaal beschermde soorten zijn wel verschillen tussen de lijsten onder de Wet natuurbescherming en de Flora- en faunawet. Ten eerste hebben een aantal Europese soorten van bijlage II van de Habitatrichtlijn hun strikte 26 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

bescherming verloren zoals de vissen biervoorn, rivierprik en kleine modderkruiper. Andere bijlage II soorten vallen nu onder het 'nationale' regime van de andere soorten, zoals de gewone zeehond. Daarnaast zijn veranderingen opgetreden in de bescherming van de soortgroepen dagvlinders, libellen, vissen en vaatplanten. Dit omdat onder de Wet natuurbescherming de lijsten voor nationaal beschermde soorten beter afgestemd zijn met de Rode Lijsten. Dit heeft geleid tot het vervallen van de bescherming voor bijvoorbeeld uit Nederland verdwenen dagvlinders, de vissen, mierensoorten en een groot aantal plantensoorten. Anderzijds zijn er nieuwe dagvlinders, libellen en plantensoorten bijgekomen. Bij het verlenen van een vergunning op grond van het bestemmingsplan, moeten de verbodsbepalingen van de wet in acht worden genomen; er kunnen als gevolg van ingrepen en ruimtelijke ontwikkeling overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming optreden. Dat houdt in dat tijdig, voorafgaand aan de verlening van een vergunning onderzoek moet worden uitgevoerd, zodat een eventuele overtreding voorkomen wordt. Het onderzoek heeft als doel om in te schatten of er planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep.

Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Ten aanzien van soortenbescherming geldt binnen de stedelijke omgeving dat daarbij gedacht moet worden aan de aanwezigheid van en de invloed van de plannen op vleermuizen en broedvogelsoorten zoals de huismus en de gierzwaluw. De vaste rust- en verblijfplaatsen en deels ook de functionele leefomgeving van deze soort(groep)en zijn jaarrond beschermd. In het landelijk gebied komen bijvoorbeeld de jaarrond beschermde steenuil, buizerd en de das voor. Indien uit onderzoek blijkt dat er sprake is van dreigende overtreding van de Wet natuurbescherming kan in enkele gevallen met maatregelen (bijvoorbeeld werken buiten broedseizoen) overtreding voorkomen worden. Bezette nesten van alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd en mogen niet opzettelijk verstoord worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m 15 juli, maar broedgevallen daarbuiten zijn ook beschermd. Indien uit onderzoek blijkt dat opzettelijk verstoren of de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen niet te voorkomen is, dient een ontheffing te worden aangevraagd op basis van een projectplan.

Een projectplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het projectplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Deze maatregelen kunnen van invloed zijn op de (her) inrichting van een gebied. Het niet verkrijgen van een ontheffing is van invloed op de haalbaarheid van een project. De provincie is het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming. De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij soortenbescherming ligt grotendeels bij de provincies. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Onderzoek en conclusie In maart 2018 is door Staring Advies een quickscan natuurtoets uitgevoerd voor het zuidelijk deel met het doel te inventariseren of door de geplande activiteiten schade kan ontstaan aan beschermde natuurgebieden en beschermde flora en fauna. In maart 2019 in door Staring Advies een quickscan natuurtoets uitgevoerd voor het noordelijk deel.

Gebiedsbescherming 27 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuur Netwerk (GNN) of in een Groene Ontwikkelingszone (GO). Het dichtstbijzijnde GNN natuurgebied is de Oude IJssel op circa 800 meter afstand. Langs de zuidrand van de A18 ligt een GO op een afstand van circa 630 meter. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Op ruim 11,3 km ligt het Natura 2000-gebied 'Rijntakken'. Door de aard en omvang van de activiteiten worden geen significante negatieve effecten verwacht. Soortenbescherming Uit de onderzoeken blijkt: Beschermde plantensoorten worden niet verwacht omdat er geen geschikte groeiplaatsen zijn. Tijdens het veldbezoek zijn de buizerd, huismus en roek waargenomen in de directe omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn hazen en sporen van de mol aangetroffen. Het plangebied is ongeschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor de steenmarter, wel als foerageergebied. Het plangebied is ongeschikt als leefgebied voor de otter. Het plangebied is ongeschikt als foerageergebied of vliegroute voor vleermuizen en als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten. Beschermde amfibieën en reptielen zijn niet aangetroffen. Door het ontbreken van permanent open water is het voorkomen van vissen uitgesloten. Het leefgebied is ongeschikt voor beschermde ongewervelde dieren.

In de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) worden de volgende vogelsoorten vermeld waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn: buizerd, gierzwaluw, huismus, kerkuil, roek en steenuil. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat er vanuit dit aspect geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het zonnepark. In verband met het voorkomen van de huismus, kerkuil en steenuil wordt aanbevolen om de landschappelijke inpassing van het zonnepark op de habitatseisen van deze soort te richten, bijvoorbeeld door behoud van een kruidenrijke rand rondom het gebied. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 2 Quickscan natuurtoets Zonnepark Doetinchem toegevoegd aan dit bestemmingsplan.

4.8

Bomen Effect Analyse

Binnen de invloedsfeer van de geplande locatie staan diverse bomen. In augustus 2018 is door ANDE(R)S Boomtechnisch Advies een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd om te beoordelen of de betreffende bomen te handhaven of (financieel) te compenseren zijn. De bomen zijn beoordeeld conform de "Kapaanvraag Bomen" van de gemeente Doetinchem. Alle bomen met een stamomtrek van 60 cm of kleiner zijn vergunnings- en compensatievrij. Onderzoek en conclusie Uit het rapport blijkt dat zich binnen het plangebied een drietal soorten bomen bevinden, te weten: veldesdoorn, wilg en zomereik. De conditie van deze bomen is goed. De omtrek van deze bomen is 15 cm. Aangezien de omtrek van alle bomen kleiner is dan 60 cm, zijn alle bomen vergunningsen compensatievrij. Uit de BEA volgt dat bij de inrichting van het zonnepark geen rekening gehouden hoeft te worden met de aanwezige bomen. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 3 Bomen Effect Analyse toegevoegd aan dit bestemmingsplan. 28 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

4.9

Water

4.9.1

Waterbeheerplan 2016-2021

Het waterschap laat in dit waterbeheerplan zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn. Vanuit de primaire taakgebieden zijn dit in de planperiode 2016-2021: Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water; Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water; Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water; Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater; Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer. 4.9.2

Watersysteem

Het plangebied ligt in het zuidelijk deel van Doetinchem in het stroomgebied van de Oude IJssel, dat in de watervisie van het Waterschap Rijn en IJssel als 'basissyteem' is gekarakteriseerd. Ten zuiden van de Sicco Mansholtweg ligt de Dichterense Tochtsloot. Deze sloot staat in verbinding met de Wijnbergse Loopgraaf. De Dichterense Tochtsloot wordt beheerd en onderhouden door het Waterschap Rijn en IJssel en beschermd door de keur van het waterschap. In het stedelijk gebied is de waterhuishouding in eerste instantie gericht op het voorkomen van (grond)wateroverlast. 4.9.3

Watertoets

Eind 2000 heeft het kabinet het standpunt “Anders omgaan met water” vastgesteld. Het op een andere manier omgaan met water én ruimte is nodig om in de toekomst bescherming te bieden tegen overstromingen en wateroverlast. De watertoets is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. De watertoets heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De toets heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het plangebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit. Deze toets is in de navolgende tabel opgenomen.

Thema

Toetsvraag

Relevant

1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?

nee

Hoofdthema's Veiligheid

nee Riolering en afvalwaterketen

1. Is er een toename van het afvalwater (DWA)? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van waterschap?

nee nee nee

Wateroverlast (oppervlaktewater)

1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak? 2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 3. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

nee nee

29 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

nee

Grondwater- overlast 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in nee de ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of nee IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel? nee 4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren? nee Oppervlaktewaterkwaliteit

1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater nee geloosd? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? nee 3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch nee actiegebied?

Grondwater- kwaliteit Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?

nee

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstarten uit het gemengde of verbeterde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

nee

Verdroging

Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?

nee

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? nee 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones nee voor natte natuur?

Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

nee

ja nee

Aandachtsthema's Recreatie

Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Cultuurhistorie

Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

nee

Bij de beoogde ontwikkeling worden de zonnepanelen op metalen frames bevestigd. Tussen de frames is voldoende ruimte aanwezig zodat het regenwater verspreid op het maaiveld kan vallen. Omdat hierdoor voldoende infiltratie kan plaatsvinden, wordt de ontwikkeling niet gezien als toename in verharding. De ontwikkeling heeft ook geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. De kwaliteit van het afvloeiende hemelwater zal toereikend zijn voor infiltratie in de bodem. Er zal geen sprake zijn van beïnvloeding van de bodem- en grondwaterkwaliteit. In verband hiermee wordt het zonnepark niet aangesloten op het rioolstelsel. Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundig systeem ter plaatse.

30 bestemmingsplan 'Zonnepark Europaweg - 2020' concept

4.10 Archeologie en cultuurhistorie Het gemeentelijke beleid van archeologie en cultuurhistorie sluit aan bij het provinciale beleid van deze aspecten. In de volgende twee paragrafen wordt nader ingegaan op archeologie en cultuurhistorie. 4.10.1 Archeologisch erfgoed Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: archeologische waarden moeten als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed worden meegenomen en worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Met het in werking treden van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in september 2007 is het verdrag wettelijk verankerd en is de Monumentenwet 1988 herzien. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, die de Wamz en de Monumentenwet 1988 heeft vervangen. Een belangrijk archeologisch doel van de Erfgoedwet is om het archeologisch erfgoed ter plekke te behouden. Daarom is het verplicht om vroegtijdig in het proces van de ruimtelijke ordening rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en hierin een afweging te maken. Door vroegtijdig onderzoek te doen ontstaat namelijk ruimte om te overwegen om archeologievriendelijke alternatieven toe te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7458/documents/35671