CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Begroting 2025.pdf

beeldvormende raad 13 juni 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 11: Financiële stukken Omgevingsdienst Achterhoek (ODA)9.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

3

Begroting 2025 Meerjarenbegroting 2026 - 2028

1

Begroting 2025 Meerjarenbegroting 2026 - 2028

Datum: 11 april 2024 Status: Concept © Omgevingsdienst Achterhoek

Elderinkweg 2, 7255 KA Hengelo (Gld) info@odachterhoek.nl www.odachterhoek.nl www.gelderseomgevingsdiensten.nl @omgevingsdienstachterhoek

2

AANBIEDINGSBRIEF ......................................................................................................................... 3 INLEIDING ............................................................................................................................................ 6 I. DE BELEIDSBEGROTING............................................................................................................... 7 II.PROGRAMMA 1 – VERGUNNINGVERLENING ....................................................................... 10 III.PROGRAMMA 2 – TOEZICHT EN HANDHAVING ............................................................... 11 IV.PROGRAMMA 3 – ADVIES ......................................................................................................... 13 V.PROGRAMMA 4 – STELSEL TAKEN.......................................................................................... 14 VI.PROGRAMMA 5 – PROJECTEN ................................................................................................. 16 VII.DE PARAGRAFEN ....................................................................................................................... 17 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING ...........................................................................................................

17 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ................................................... 18 PARAGRAAF FINANCIERING ................................................................................................................ 25 PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN .......................................................................... 25 VIII.DE FINANCIËLE BEGROTING ............................................................................................... 26 OVERZICHT VAN LASTEN EN BATEN ............................................................................................................. 26 TOELICHTING FINANCIËLE BEGROTING ......................................................................................................... 26 FINANCIËLE MEERJARENBEGROTING 2026 – 2028......................................................................................... 29 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD ....................................................................................... 29 OVERZICHTEN OVERHEAD EN ONVOORZIEN ................................................................................................ 30 GEPROGNOSTICEERDE BALANS ....................................................................................................................

31 IX.BESLUIT ALGEMEEN BESTUUR .............................................................................................. 32 BIJLAGE 1: BEVOORSCHOTTING DOOR DE PARTNERS 2025........................................................................... 33

3

Aanbiedingsbrief Voor het komende begrotingsjaar bied ik u de begroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2028 van de Omgevingsdienst Achterhoek aan. De ODA voert in de Achterhoek voor gemeenten en provincie WABO-taken uit, zoals vergunningverlening, toezicht en handhaving en advies, met name gericht op milieu. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Vorig jaar hebben we al aangekondigd dat hiermee de nodige processen, producten en diensten gaan veranderen. Onveranderd blijft het doel van onze uitvoeringstaken: Zorgen voor een schone, gezonde en veilige leefomgeving. Samen met onze partners hebben we ons zo goed mogelijk voorbereid op de Omgevingswet. De gevolgen hiervan voor de begroting in 2024 en 2025 zijn moeilijk in te schatten. Door monitoring van onze producten en diensten in 2024 gaan we meer inzicht te krijgen. We starten daar halverwege 2024 mee zodat de allereerste kinderziekten geen tot weinig invloed hebben op de nieuwe normen. Door de uitgebreide samenwerking en voorbereiding met onze partners zijn de eerste beelden in 2024 niet verontrustend. Toch moet er nog veel gebeuren, ook door het rijk en onze leveranciers, om de processen en aanvraagprocedures beter en klantvriendelijker in te richten. Daarnaast is de ODA gestart met een nieuwe risico-analyse die gebaseerd is op de Omgevingswet.

In de loop van 2024 worden de effecten hiervan bekend voor de begroting 2025 en verder. Het interbestuurlijk programma versterking VTH stelsel (IBP), naar aanleiding van het rapport van de commissie Van Aartsen ‘Om de leefomgeving’ loopt door tot september 2024 waarbij de doelen eind 2025 gerealiseerd moeten zijn. In 6 pijlers wordt gewerkt aan verbeterplannen. Pijler 1 gaat onder andere over robuustheid. Hiervoor heeft het Algemeen bestuur voor 1 april 2024 Plan van Aanpak ingediend bij de staatssecretaris. De ODA is na het rapport van Van Aartsen gestart met de nodige verbeteracties. Het Plan van Aanpak kunnen we deels uitvoeren en deels wachten we de reactie van de staatssecretaris hierop af. Ondanks de criteria lijkt er een achterliggende agenda te zijn om tot minder Omgevingsdiensten te komen. Een van onze zorgen is dat er bij een eventuele fusie veel capaciteit en kosten verloren gaat aan het fusieproces dat zeker enkele jaren in beslag neemt. Dat gaat ten koste van de inzet om milieurisico’s te voorkomen.

Veel andere verbeteracties omarmen we omdat die een waardevolle bijdrage leveren aan kennisdeling in een steeds complexere samenleving waarbij we in versneld tempo te maken krijgen met bijvoorbeeld meer Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zoals nu PFAS, maar ook andere problemen met nieuwe materialen die aan het einde van hun levensduur komen zoals kunstgrasvelden, zonnepanelen, batterijen en accu’s. Wij dragen daar al jaren ons steentje aan bij met de kennis die in de Achterhoek ontwikkeld is. Op dit moment loopt de kabinetsformatie nog. Daarmee is de landelijke koers nog niet scherp. Dit kan gevolgen hebben voor de prioriteiten van gemeenten en provincie. Toch gaan we ervan uit dat veiligheid, gezondheid en duurzaamheid belangrijke thema’s blijven. Op onderdelen kunnen er wijzigingen komen, zoals bijvoorbeeld rond stikstof. Gemeenten staan voor groten uitdagingen, zoals de energietransitie, vluchtelingenopvang en huisvesting. ODA probeert met innovatie en slim gebruik van data de beschikbare caaciteit en middelen zo goed mogelijk in te zetten. We blijven dit doen voor onze Achterhoek.

4

Nieuwe begrotingsopzet wordt voorbereid De hiervoor genoemde invloeden gaan we verwerken in een nieuwe begrotingsopzet. Dat is nog niet gebeurd in deze begroting voor 2025. We streven dan ook naar een begrotingswijziging in het voorjaar van 2025 waarin de geschetste ontwikkelingen verwerkt zijn. Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Achterhoek Petra van Oosterbosch Directeur

5

INLEIDING Bestuursorganen De ODA is opgericht op 7 november 2012, de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur van de ODA. De ODA kent twee bestuursorganen namelijk het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur gekozen. Op 1 januari 2024 waren de besturen als volgt samengesteld: Algemeen Bestuur: Lid T.M.M. Kok J.H.A. van Oostrum W.J.P. Pelgrom H.G. Bulten M. Eggink-Meuleman G.J.M. Nijland B.T.M. Porskamp S.L. Hiddinga G.E. Visser H.J.M. Verschure D.E. Vreugdenhil Secretaris P.G.M. van Oosterbosch

Functie

Plaatsvervanger

Functie

Wethouder Burgemeester vz Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Gedeputeerde

Gemeente/ Provincie Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Lochem Montferland Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk Zutphen Gelderland

A.B. Stapelkamp A.K. van Gijssel E.M. Gosselink L.T.M. Steintjes S.W. van ‘t Erve J.A.M. Derksen J.B.M. Hoenderboom O.E.T. van Dijk B.J.J. Bengevoord S.J.H.G. Wannet* P. van ‘t Hoog

Burgemeester Wethouder Wethouder Wethouder Burgemeester Wethouder Wethouder Burgemeester Burgemeester Wethouder

Directeur

ODA

R. Reinders

Afdelingshoofd

Dagelijks Bestuur: Lid

Functie

J.H.A. van Oostrum B.T.M. Porskamp M. Eggink S.L. Hiddinga P.G.M. van Oosterbosch

Plaatsvervanger

Functie

Gemeente

Burgemeester vz Wethouder Wethouder Wethouder

Gemeente/ Provincie Berkelland Oost Gelre Lochem Oude IJsselstreek

Directeur

ODA

R. Reinders

Afd.hoofd

ODA

6

I.

DE BELEIDSBEGROTING

Het Programmaplan Het programmaplan van de Omgevingsdienst is opgebouwd uit de volgende programma’s: ➢ Programma 1 – Vergunningverlening ➢ Programma 2 – Toezicht en Handhaving ➢ Programma 3 - Advies ➢ Programma 4 – Stelseltaken ➢ Programma 5 - Projecten Overzicht van baten en lasten per taakveld 2025 x € 1.000

Taakveld

Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening 7.4 Milieubeheer Programma 2 Toezicht en handhaving 7.4 Milieubeheer Programma 3 Advies 7.4 Milieubeheer Programma 4 Stelseltaken 7.4 Milieubeheer Eigen stelseltaak Kosten Gelders stelsel van Omgevingsdiensten Programma 5 Projecten 7.4 Milieubeheer Overzichten Overhead 0.4 Overhead ondersteuning organisatie Algemene dekkingsmiddelen 0.5 Treausury Bedrag onvoorzien 0.8 Algemene baten en lasten Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Resultaat

Baten

Lasten

€ € €

2.516 € 6.124 € 2.398 €

1.838 3.746 1.657

€

80 €

97

€

€ 5 €

282 -

€ € €

€ € € 11.123 € - € 11.123 €

3.424 79 11.123 11.123

Vanwege alle onzekerheden die momenteel rondom de omgevingsdienst Achterhoek spelen is besloten om de begroting 2025 summier en beleidsarm te houden. Dat betekent dat er los van de gebruikelijke salaris- en prijsindexatie nagenoeg geen nieuw beleid is verwerkt in de begroting 2025. Op het moment dat de uitkomsten van ons plan van aanpak IPB en het meten van effecten van de verandering vanwege de invoering van de omgevingswet bekend zijn, zullen wij deze vertalen naar een begrotingswijziging. Ook zal de risicoanalyse in 2024 besproken worden met de partners en hierover zullen afspraken gemaakt worden. De financiële vertaling hiervan zal tevens worden meegenomen met de begrotingswijziging. Outputfinanciering De ODA werkt op basis van outputfinanciering. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de opdrachtgever betaalt voor geleverde producten tegen vooraf bepaalde prijzen. De begroting wordt gebaseerd op een geraamd aantal producten in uren tegen de daarvoor geldende tarieven. Uiteindelijk betalen de partners de door hen daadwerkelijk afgenomen producten en dienstverlening. De afrekening vindt plaats aan de hand van een jaarafrekening waarbij de eerder in rekening gebrachte voorschotten worden verrekend. Met de komst van de omgevingswet zal het productenboek van de ODA over 2024 gaan veranderen.

Sommige producten worden opgeknipt in onderliggende onderdelen, andere producten zullen mogelijk vervallen en regiewerk zal daarvoor in de plaats komen, bijvoorbeeld voor vooroverleg. De wijziging leidt tot een veranderde omzetcombinatie van aantallen en productprijzen. Hiermee kan ook de uiteindelijke omzet wijzigen van de ODA. Op basis van ervaring zullen we dit goed kunnen inrichten maar tijdelijke onbalans tussen kosten en omzet is mogelijk. Vanaf de zomer gaan we tijdschrijven om de veranderingen door de omgevingswet inzichtelijk te maken. De uitkomsten hiervan zullen 7

we vertalen in het productenboek en laten vaststellen door het bestuur. Na de vaststelling zal de begroting 2025 wijzigen. Nieuw beleid De begroting 2025 wordt gebaseerd op de begroting 2024 met als vertrekpunt het bestaande beleid 2023. Beleidswijzigingen die consequenties hebben voor de begroting 2024 (en volgende jaren), worden in de begroting 2025 verwerkt dan wel via de eerste begrotingswijziging 2024. Van nieuw beleid is sprake wanneer de OD Achterhoek nieuwe taken krijgt toebedeeld. Voor 2025 kan daarbij worden gedacht aan b.v. de volgende thema’s: Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de omgevingswet van start gegaan. Wij merken langzamerhand steeds meer de effecten van deze verandering op onze productie, workload en doorlooptijden. Om dit juist te vertalen naar ons productenboek en realistische normen, zal vanaf de zomer er tijd geschreven gaan worden om te monitoren wat de effecten zijn. Daarnaast zullen wij kritisch naar de aantallen kijken. Informatiemanagement • Gegevensmagazijn uitbouwen Een omgevingsdienst is een data gedreven organisatie. Het beschikken en het zorgvuldig beheren van data en informatie is daarom van groot belang voor de ODA. Met de komst van de Omgevingswet wordt informatie alleen nog maar belangrijker.

Om te kunnen voorzien in deze toenemende informatiebehoefte is er meer tijd en aandacht nodig voor het uitbouwen en het beheren van het gegevensmagazijn van de ODA. Ook wordt informatieveilig en privacy steeds belangrijker. • Samenwerking informatiemanagement De ODA is als omgevingsdienst op het gebied van informatiemanagement kwetsbaar vanwege de kleine omvang van de organisatie. Daarom blijven we zoeken naar samenwerkingsmogelijkheden. Dat kan binnen het Gelders Stelsel of op landelijk niveau binnen ODNL. Dit zodat de ODA minder kwetsbaar is op het gebied van informatiemanagement en om gebruik te maken van elkaars kennis. • Business Intelligence De ODA is sinds enkele maanden bezig om haar data beter te beheren, te analyseren en daarmee te kunnen presenteren. We zijn druk doende om een datawarehouse op te zetten om alle data juist te kunnen ontsluiten. Daarnaast zijn we bezig om onze informatievoorziening te verwerken in PowerBI, om zodoende te zorgen voor tijdiger inzicht (en sturing) voor onze partners. Personeelsformatie Op 27 september 2023 heeft het DB ingestemd met een herschikking van taken om zodoende een extra managementlaag van teamleiders mogelijk te maken. Door herschikking van taken kunnen 5 teamleiders worden aangesteld waarbij de formatie in de begroting 2025 uitgebreid wordt met slechts 1 fte.

In het 10-jarige bestaan van de ODA is de organisatie gegroeid van 65 naar 90 medewerkers in vaste dienst. De organisatiestructuur is daarop nooit aangepast. Het management bestaat uit een directeur en 2 afdelingshoofden. Ze zijn samen verantwoordelijk voor de strategische kant van de organisatie en als direct leidinggevenden voor de personele zaken. Het is noodzakelijk om meer capaciteit vrij te maken voor mens en strategie. Daarom wordt een wijziging van de organisatiestructuur voorgesteld waarbij 5 teamleiders worden aangesteld. Indexatie Zowel de loonindex als de prijsindex baseren we op de externe berichtgeving aan de hand van de septembercirculaire. Deze geeft voor 2025 een loonindexatie aan van 5,3% en een prijsindexatie aan van 2,0%. Omdat er nog geen begrotingswijziging voor 2024 8

heeft plaatsgevonden nemen we het verschil (0,8%) in percentage van het definitieve CAO akkoord en het opgenomen percentage in de begroting 2024 mee in de loonindexatie. Dit bekent dat in de begroting 2025 is gerekend met een loonindex van 6,1 procent. Weerstandsvermogen/Onvoorzien De relatie tussen weerstandsvermogen en benodigde weerstandscapaciteit is in een verhoudingsnorm weer te geven. In het Algemeen Bestuur van 9 november 2016 is besloten om te streven naar een voldoende weerstandscapaciteit. Tot slot Het blijft de opmaat naar een begroting; gebaseerd op een inschatting naar de kennis van dit moment. Eventuele wijzigingen nemen we mee in een mogelijke begrotingswijziging 2024 of 2025. In de partner- en bestuursrapportages zullen we de daadwerkelijke ontwikkeling ten opzichte van afgesproken doelen, kaders en eventuele risico’s inzichtelijk maken. Procedure Voor de aanbieding en vaststelling van de (ontwerp) begroting geldt de volgende procedure. 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting 2025 vóór 15 april 2024 aan provinciale staten en aan de gemeenteraden. 2. Provinciale staten en de gemeenteraden kunnen hun zienswijzen over de ontwerp begroting indienen bij het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst. 3. Het dagelijks bestuur verzamelt de zienswijzen en biedt de ontwerp begroting voorzien van de zienswijzen aan het algemeen bestuur. 4.

Het algemeen bestuur stelt de begroting 2025 vervolgens vóór 1 augustus 2024 vast. 5. Onmiddellijk na vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur zendt deze de begroting ter kennisname aan provinciale staten en de gemeenteraden. 6. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in elk geval vóór 1 augustus (nieuwe termijn) aan de minister.

9

II.

PROGRAMMA 1 – VERGUNNINGVERLENING

1. Wat willen we bereiken? Vergunningaanvragen binnen de wettelijke termijnen afhandelen en dat de verleende vergunningen bijdragen aan een veilige leefomgeving en handhaafbaar zijn. Meldingen worden beoordeeld op juistheid en volledigheid. Vergunningverlening is lastig te plannen omdat dit voor een groot deel afhankelijk is van aanvragen van de bedrijven. De volgende prioriteiten hanteren we: • aanvragen worden op volgorde van binnenkomst opgepakt; • aanvragen krijgen altijd voorrang voor ambtshalve wijzigingen; • bij piekaanbod krijgen reguliere procedures voorrang boven uitgebreide procedures, omdat in de meeste gevallen bij een (korte) reguliere procedure de vergunning na het verlopen van de proceduretermijn van rechtswege van kracht wordt. Daarnaast verliezen door diverse oorzaken afgegeven vergunningen hun actualiteit. Voorbeelden zijn: • jurisprudentie en wijzigingen in wet- en regelgeving; • wijzigingen in de meest milieuvriendelijke technieken die een bedrijf kan toepassen op basis van Europese regelgeving (BREF’s en BBT); • wijzigingen in Nederlandse BBT-informatiedocumenten (best beschikbare technieken); 2. Wat gaan we daarvoor doen? • Meedenken in mogelijkheden en oplossingen, waarbij de belangen van de aanvrager, de omgeving en de gemeenten/provincie afgewogen worden.

• De inzet van menskracht en deskundigheid zodanig plannen dat producten met kwaliteit en integraal tot stand komen. Het klantgericht werken staat hierbij centraal. • Het uitvoeren van afspraken met de opdrachtgevers. • Kennis van medewerkers up to date houden • Prioriteiten stellen en het maken van meetbare doelstelling voor vergunningverlening en de actualisatie daarvan • Klanttevredenheidsonderzoek uitvoeren. 3. Wat mag het kosten?

Overzicht baten en lasten Programma 1 Vergunningverlening x € 1.000

Begroting 2025 Baten

Lasten

Saldo

Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening

2.516

1.838

678

Overhead

868

-868

Onvoorzien

20

-20

2.726

-210

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen

Saldo van baten en lasten

2.516

10

III. PROGRAMMA 2 – TOEZICHT EN HANDHAVING 1. Wat willen we bereiken? Toezicht De ODA houdt toezicht op de naleving van milieuregelgeving. Hiervoor worden milieubelastende activiteiten gecontroleerd aan de hand van omgevingsplannen, een omgevingsvergunning of een melding. Als er voor de betreffende activiteit geen benodigde vergunning is verleend of wanneer er geen benodigde melding is ingediend, wordt erop toegezien dat dit alsnog gebeurt. Maar nog belangrijker: we zien er op toe dat bedrijven de (landelijke) regels op het gebied van milieu naleven. Naast het toezicht op bedrijven worden in het uitvoeringsprogramma 2025 ook andere aspecten van toezicht meegenomen. Hierbij moet je denken aan bodemtoezicht, toezicht op evenementengeluid, toezicht op asbestsloop en toezicht op aspecten zoals vuurwerk en energiebesparing. Verder blijft ook ondermijning de komende jaren een grote rol spelen bij onze werkzaamheden. Milieuklachten- en meldingen De ODA neemt door burgers en/of bedrijven ingediende milieuklachten in behandeling en geeft daar een vervolg aan. Het indienen van klachten gaat via het meldpunt voor milieuklachten in Gelderland. Dit kan zowel telefonisch als digitaal. Handhaving, bezwaar en beroep De inzet vanuit de ODA is met name gericht op toezicht met daarin het bewustmaken van het naleven van de regelgeving.

Maar helaas leidt alleen toezicht niet altijd tot het beoogde resultaat. Dan moeten we de naleving van de regels afdwingen door gebruik te maken van bestuursrechtelijke en/ of strafrechtelijke handhavingsinstrumenten. De afhandeling van de in dit kader ingediende bezwaar- en beroepschriften wordt ook door de ODA verzorgd. 2. Wat gaan we daarvoor doen? Risico-, effect en naleefgericht toezicht op bedrijven We werken met een risico & effectgerichte benadering, gebaseerd op steeds meer beschikbare informatie vooraf. Dit hebben we voor enkele branches vertaald naar specifieke brancheplannen. Hierin staan verschillende manieren van toezicht houden, zoals de traditionele reguliere controle, de aspectcontrole en de zelfcontrole (bedrijven vullen vooraf zelf een checklist in, waarna gekeken wordt waar de ODA zelf nog langs moet gaan voor een controle). Verder wordt in een brancheplan ook beschreven welke overtredingen het meest voorkomen in zo’n branche en hoe je mogelijke overtredingen kunt voorkomen door bijvoorbeeld voorlichting. In 2024 gaan we een nieuwe risicoanalyse opstellen in het kader van de Omgevingswet, gebaseerd op Milieu Belastende Activiteiten (MBA’s) in plaats van inrichtingen. Deze nieuwe risicoanalyse zal de basis worden voor het Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) 2025 en de daaropvolgende jaren.

Projectmatige en niet geplande werkzaamheden Naast het uitvoeren van regulier werk worden taken ook projectmatig opgepakt. Deze projecten hebben bijvoorbeeld betrekking op de branchegerichte aanpak of op stelseltaken zoals ketentoezicht. Daarnaast vinden waar nodig ook niet geplande werkzaamheden plaats. Deze werkzaamheden ontstaan als gevolg van wensen van onze partners op dat moment, landelijke ontwikkelingen, klachten en/ of onvoorziene voorvallen/ incidenten. Ons uitvoeringsprogramma is daarom flexibel opgesteld, waardoor waar nodig ook verschuivingen van werkzaamheden binnen de ODA plaats kunnen vinden. Ondersteuning bij het voorkomen en bestrijden van ondermijning

Ook in 2025 zal er weer aandacht worden besteed aan ondermijning. Ondermijning is de vermenging van de onderwereld met de bovenwereld. In de Achterhoek hebben wij er helaas ook regelmatig mee te maken. Denk daarbij aan de drugslabs en 11

hennepkwekerijen die zijn aangetroffen en waar lozingen of dumpingen van (gevaarlijke) afvalstoffen op bodems, in mestkelders, etc. hebben plaatsgevonden. Daar wordt o.a. de expertise van de ODA met betrekking tot handhaving en het veilig stellen van de omgeving in de praktijk gebracht. De ODA helpt verder door de ogen en oren te zijn voor het signaleren van dit soort zaken en het meegaan met de politie en gemeentes naar verdachte situaties en bedrijven. Landelijke Handhaving Strategie Omgevingswet (LHSO) In ons werkproces is de LHSO geïmplementeerd. Deze werkwijze is onze basis voor de inzet van handhaving, waarbij we rekening houden met het mogelijk aanwezige specifieke handhavingsbeleid bij onze partners. Gebruik van strafrecht In het kader van de toetsing van overtredingen aan de hand van de LHS zijn de werkzaamheden in het kader van het strafrecht door de BOA’s steeds meer van belang. Verder wordt er ook gekeken naar een verbetering van de samenwerking met het OM, FP en de politie. De onderlinge contacten zijn goed, maar de verwachtingen en daarmee de werkafspraken en de -processen worden komend jaren nog beter op elkaar afgestemd. Programmasturing complexe bedrijven: In 2024 is binnen het Gelders stelsel gestart met een gezamenlijk Gelders programma voor de gemeentelijke complexe bedrijven.

Hiermee willen we een kwalitatief betere en uniforme werkwijze creëren voor de bedrijven met de grootste milieurisico’s. Uitstoot van stikstof (N) Op dit moment is de stikstofdiscussie helemaal actueel. Gezien de protesten en de politieke onenigheid zal dit ook niet direct tot duidelijkheid leiden. Wat dit voor toezicht en handhaving gaat betekenen is dan ook onduidelijk. Mogelijk houdt dit voor ons wel in dat de komende jaren ons wordt gevraagd om bij specifieke bronnen extra toezicht te gaan houden. Denk daarbij aan de grotere veehouderijen of de fabrieken met grote stookinstallaties. 3. Wat mag het kosten?

Overzicht baten en lasten Programma 2 Toezicht en Handhaving x € 1.000

Begroting 2025 Baten

Lasten

Saldo

Programmaplan Programma 2 Toezicht en Handhaving

6.124

3.746

2.378

1.772

-1.772

41

-41

5.559

565

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead Onvoorzien Saldo van baten en lasten

6.124

12

IV.

PROGRAMMA 3 – ADVIES

1. Wat willen we bereiken? Het verstrekken van (milieu)advies over het ontwikkelen, inrichten en beheren van een duurzame leefomgeving. Enerzijds zijn de adviezen een onderdeel van de vergunning- en handhavingsprocedures en anderzijds zijn de adviezen gericht op ruimtelijke processen waarbij voor alle relevante aspecten een beoordeling wordt gegeven over de (on)mogelijkheden van een ruimtelijke ontwikkeling. Het betreft adviezen op het gebied van archeologie, constructie, geluid, bodem, lucht, geur, licht, externe veiligheid, milieueffectrapportage, milieuzonering, ecologie natuurbeschermingswet, water, en juridische ondersteuning. 2. Wat gaan we daarvoor doen? • Meedenken in mogelijkheden en oplossingen, waarbij de belangen van de aanvrager, de omgeving en de gemeenten/provincie in het oog worden gehouden. • Het verstrekken van gevraagde specialistische en juridische adviezen aan in- en externe opdrachtgevers. • De inzet van menskracht en deskundigheid zodanig plannen dat producten met kwaliteit en integraal tot stand komen. Het klantgericht werken staat hierbij centraal. • Binnen afgesproken termijnen leveren van advies dat voldoet aan gevraagde en/of geformuleerde afspraken • Kennis van medewerkers up to date houden. 3. Wat mag het kosten?

Overzicht baten en lasten Programma 3 Advies x € 1.000

Begroting 2025 Baten

Lasten

Saldo

Programmaplan Programma 3 Advies

2.398

1.657

741

Overhead

784

-784

Onvoorzien

18

-18

2.459

-61

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen

Saldo van baten en lasten

2.398

13

V.

PROGRAMMA 4 – STELSEL TAKEN

Inleiding De individuele Gelderse omgevingsdiensten zijn niet voor alle opgedragen taken voldoende “robuust”. Om die robuustheid wel te garanderen, is een Gelders stelsel ontwikkeld. Omgevingsdiensten waar bovenregionale taken zijn belegd, zorgen voor de uitvoering daarvan ten behoeve van alle Gelderse omgevingsdiensten. De volgende bovenregionale taken zijn als volgt belegd: Bovenregionale taak

Belegd bij

Kwaliteit en coördinatie Gelders stelsel Ketentoezicht Portaal en kenniscentrum

Omgevingsdienst De Vallei (ODDV) Omgevingsdienst Rivierenland ODR) Omgevingsdienst Veluwe en IJssel ODVIJ) Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA)

Complexe vergunningverlening Complexe handhaving, meetdienst en bezwaar en beroep Personeel en Organisatie BSBm (Bestuurlijke Straf Beschikking milieu)

Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) Omgevingsdienst Noord Veluwe (ODNV)

1. Wat willen we bereiken? In Gelderland hebben gemeenten en provincie gekozen voor een samenhangend stelsel van uitvoeringsdiensten waarin nabijheid, samenhang, kwaliteit en efficiency belangrijke uitgangspunten zijn. De keus om zo veel mogelijk in de regio en daarmee in de eigen organisatie te blijven werken, maakt samenwerking tussen de uitvoeringsdiensten nodig en gewenst. Nodig omdat niet in alle regio’s de uitvoering van alle taken robuust en volgens de landelijk opgestelde en vereiste kwaliteitscriteria 2.2 mogelijk is. Samenwerking is gewenst omdat het een goede manier is om kwalitatief goede producten tegen een redelijke prijs te leveren. 2. Wat gaan we daarvoor doen? Kwaliteit en coördinatie Gelders stelsel Om het Gelders stelsel van zeven uitvoeringsdiensten blijvend, op een kwalitatief goed niveau te laten functioneren, is het van groot belang duurzaam met elkaar in gesprek te zijn. De uitvoeringsdienst De Vallei voert daarover de regie. Jaarlijks bepalen de uitvoeringsdiensten samen op grond van welke indicatoren de kwaliteit wordt gemonitord. Ketentoezicht De regio Rivierenland is verantwoordelijk voor de analyses, de keuze van de ketens en de uitvoeringsplanning. De ketenprogramma’s worden uitgevoerd in samenwerking met de medewerkers van de verschillende omgevingsdiensten. In overleg met de ODR worden projecten bepaald voor de inzet op ketentoezicht.

Hiervoor is vanuit de ODA capaciteit beschikbaar gesteld. Portaal en kenniscentrum De Omgevingsdienst Veluwe-IJssel (OVIJ) fungeert als portaal en kenniscentrum. De OVIJ verzorgt de gemeenschappelijke contacten vanuit het stelsel met andere organisaties zoals het OM. Daarmee hebben deze organisaties in Gelderland één aanspreekpunt. Vanuit het kenniscentrum wordt ondersteuning geleverd aan het Gelders stelsel op het gebied van opleidingen. Zij krijgen hiervoor input vanuit de expertgroep HRM. Uitgangspunt is de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten. Complexe vergunningverlening Sinds 1 januari 2018 ligt het mandaat voor vergunningverlening bij provinciale bedrijven bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). Op het grondgebied van de ODA liggen ook complexe gemeentelijke inrichtingen. Binnen het stelsel is afgesproken dat de ODRN over de complexe industriële vergunningen adviseert aan de ODA. De ODA coördineert het vergunningenproces, onderhoudt alle contacten en doet de administratieve 14

afhandeling. In 2023 wordt er een pilot uitgevoerd met als doel om met ingang van 2024 de complexe vergunningverlening redelijkerwijs weer vanuit de ODRN terug te brengen richting de ODA. Complexe handhaving Complexe handhaving op het gebied van provinciale bedrijven (zie ook bij beleidsbegroting), vuurwerk en het toezicht op bodemsaneringen worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). De ODA is voor de complexe handhaving bij gemeentelijke bedrijven robuust en voert deze taken zelf uit. We maken daarbij waar nodig wel gebruik van de meetdienst van de ODRA. Personeel en Organisatie Bij de oprichting van de Gelderse Omgevingsdiensten is afgesproken dat de taken en voorzieningen op het gebied van HRM zoveel mogelijk voor alle zeven omgevingsdiensten gemeenschappelijk worden geregeld. Het gaat er daarbij niet alleen om dat beleid en instrumenten zoveel mogelijk gelijk zijn, maar ook dat gezamenlijk en gecoördineerd wordt gemanaged op loopbaanontwikkeling. In brede zin moeten we denken aan: evaluatie van bestaande regelingen (o.a. reiskosten, IKB), arbeidsmarktcommunicatie en de gesprekkencyclus. Onze gemeenschappelijke arbeidsvoorwaarden liggen vast in de lokale arbeidsvoorwaardenregeling Gelderse Omgevingsdiensten (LAGO) en het Arbeidsvoorwaardenreglement Gelderse Omgevingsdiensten (AvR). De ODA fungeert als trekker van de stelseltaak HRM.

Vanuit deze rol coördineren we het Centraal Lokaal Overleg (CLO) en leveren we de ondersteuning voor het CLO. Door de inwerkingtreding van de WNRA ligt hier ook een rol grotere rol voor de OR. Ook coördineren we de taken van de Expertgroep HRM. Deze expertgroep is gezamenlijk verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering van P&O-taken. We worden hierbij ondersteund door een arbeidsjurist. Het grote voordeel van deze gezamenlijke aanpak is dat niet elke Omgevingsdienst “het wiel hoeft uit te vinden”. Kosten (vooral personele inzet) die hiervoor door de ODA worden gemaakt, worden verdeeld over de zeven omgevingsdiensten. Bestuurlijke Straf Beschikking milieu (BSBm) De stelseltaak coördinatie BSBm is belegd bij de Omgevingsdienst Noord-Veluwe. Dit gaat om de ‘grijze’ BSBm en de aansturing en coördinatie van de ‘grijze’ boa’s (buitengewoon opsporingsambtenaren) die in dienst zijn van de Gelderse omgevingsdiensten. Voor deze taak wordt gebruik gemaakt van een centrale registratie. Ook de afstemming met het Openbaar Ministerie wordt door de ODNV gedaan. Daarnaast is er een vervangingspoule voor inzet en continuïteit bij de Gelderse omgevingsdiensten. 3. Wat mag het kosten?

Overzicht baten en lasten Programma 4 Stelseltaken x € 1.000

Begroting 2025 Baten

Lasten

Saldo

Programmaplan Programma 4 Stelseltaken

80

379

-299

80

379

-299

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead Onvoorzien Saldo van baten en lasten

15

VI.

PROGRAMMA 5 – PROJECTEN

Inleiding In dit programma staan projecten die een incidenteel karakter hebben. 1. Wat willen we bereiken? Projecten worden meestal gestart om een impuls te geven aan nieuwe onderwerpen of zaken die onvoldoende zijn geborgd in het primaire proces. Vooralsnog hebben we voor 2025 alleen nog maar de Omgevingswet als project die overigens al langer loopt. Maar hier komen zeker nog wel wat projecten bij. Wat gaan we daarvoor doen? Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de omgevingswet van start gegaan. Wij merken langzamerhand steeds meer de effecten van deze verandering op onze productie, workload en doorlooptijden. Om dit juist te vertalen naar ons productenboek en realistische normen, zal vanaf de zomer er tijd geschreven gaan worden om te monitoren wat de effecten zijn. Daarnaast zullen wij kritisch naar de aantallen kijken. Resultaten: • Landelijk wordt het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ingericht. Diverse ODA systemen en applicaties worden hierop aangesloten. • Inhoud en kennis: - medewerkers onderhouden hun kennis en blijven bij met de ontwikkelingen. - waar mogelijk ondersteunen we partners met kennis over ons vakgebied - we kunnen input leveren bij omgevingsvisie- en planvorming. • De interne- en externe werkprocessen van de ODA zijn geoptimaliseerd. Dit gaat om de eigen werkprocessen en ook de gezamenlijke werkprocessen met (keten)partners. 2.

Wat mag het kosten? Om de succesvolle implementatie van de omgevingswet in 2025 juist door te rekenen zullen we in 2024 de normuren monitoren en ons (norm)producten en daarmee het productenboek aanpassen gaande het jaar. Dit betekent wel dat de begroting van 2025 en de opvolgende jaren begin 2025 gewijzigd zullen worden aan de hand van de dan bekende wijzigingen.

16

VII. DE PARAGRAFEN Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de omgevingsdienst Achterhoek. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen achterwege gelaten. De volgende paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: 1. Bedrijfsvoering 2. Risicobeheer en weerstandsvermogen 3. Financiering 4. Onderhoud kapitaalgoederen PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING Kwaliteit Voor de beoordeling van kwaliteit zijn de kwaliteitscriteria 2.2 de uitgangspunten. Periodiek worden zowel de procescriteria als de criteria voor de kritieke massa (op basis van capaciteit, kennis en ervaring van de medewerkers) gemonitord. Daaruit blijkt dat we aan veel maar niet altijd alle kwaliteitscriteria volledig voldoen. We hebben ons als doel gesteld om robuust te zijn op alle deskundigheidsgebieden waarvoor de ODA aan de lat staat. Daarnaast streven we ernaar dat onze medewerkers zoveel mogelijk individueel voldoen. Ons opleidingsplan en andere acties zijn daarop gericht. Informatiebeleid en ICT De ODA heeft een aantal systemen in gebruik.

Voorbeelden van deze systemen zijn een vergunningen, toezicht- en handhavingssysteem), een systeem waar documenten worden opgeslagen en een systeem die de informatie van de ODA op de kaart toont. Al deze systemen staan in verbinding met elkaar. De komst van de Omgevingswet en de huidige AVG wetgeving stellen specifieke eisen aan enerzijds gegevensuitwisseling en anderzijds aan het beheer van gegevens. Om aan de regelgeving te kunnen voldoen zijn er regelmatig aanpassingen aan de systemen nodig. Binnen het Gelders Stelsel is er een kernregistratie waarmee we binnen Gelderland informatie over bedrijven uitwisselen. Dit centrale systeem kan ook gebruikt worden voor koppelingen met bijvoorbeeld landelijke gegevensbanken, zoals Inspectieview Milieu (IVM). Bij de aanschaf van een nieuw systeem wordt ook steeds gekeken naar wat er gezamenlijk binnen het stelsel kan worden opgepakt. Organisatieondersteuning De ondersteuning is nu deels belegd bij 4 partners. Dit is vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten met een relatief korte looptijd. Dit om telkens te beoordelen of de samenwerking met de huidige partners nog wel de beste keuze is. Een korte looptijd houdt andere opties voor de toekomst open.

17

PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING De wereld om ons heen verandert snel. Dat betekent dat er altijd ontwikkelingen zijn waar geen rekening mee is gehouden. Neem als voorbeeld de corona. Deze ontwikkelingen kunnen geld kosten. Het is daarom verstandig financiële middelen te reserveren voor eventuele tegenvallers. Hoeveel we moeten reserveren hangt af van de risico’s die we lopen. Het algemeen Bestuur van de ODA heeft daartoe in november 2015 een notitie vastgesteld waarin de risico’s en de benodigde weerstandscapaciteit zijn bepaald. Overigens merken we dat het benoemen van de risico’s al helpt bij het beperken van de gevolgen. We letten meer op de mogelijke risico’s en proberen eerder in te grijpen. Definities Hieronder worden de begrippen weerstandscapaciteit, risico en weerstandsvermogen gedefinieerd. Voor de begrippen bestaan soms meerdere definities. Er is steeds gekozen voor de definitie die het meest algemeen in gebruik is of die het beste bij de ODA past. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de ODA beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die posten waaruit tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden, zoals de algemene reserve.

Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de organisatie heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit verstaan we middelen die permanent inzetbaar zijn om structurele tegenvallers op te vangen. Risico Een risico is een onzekere en ongewenste gebeurtenis die een nadelig effect kan hebben op de ODA, de doelen die zijn gesteld of de financiële positie van de ODA. Weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit noemen we ‘weerstandsvermogen’. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden. Anders gezegd: Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van een organisatie is. Door voldoende aandacht aan het weerstandsvermogen te besteden, kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigingen of een hogere bijdrage van de deelnemers. Om het weerstandsvermogen objectiever te kunnen beoordelen is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) een waarderingstabel ontwikkeld: Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen Groter dan 2,0 Groter dan 1,4 maar kleiner dan 2,0 Groter dan 1,0 maar kleiner dan 1,4 Groter dan 0,8 maar kleiner dan 1,0 Groter dan 0,6 maar kleiner dan 0,8 Kleiner dan 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Bepaling weerstandscapaciteit ODA De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Binnen de ODA kan de beschikbare weerstandscapaciteit uit twee posten worden berekend: •

Post onvoorzien (structurele weerstandscapaciteit) begroting 2025: € 79.000;

•

Algemene reserve (incidentele weerstandscapaciteit) stand 1-1-2023: € 115.000;

De verwachting is dat de algemene reserve met het positieve jaarrekening resultaat 2023 aangevuld gaat worden naar € 150.000. 18

Welk bedrag is er met de risico’s gemoeid? Om tot een waardering van een risico te komen moeten de (financiële) gevolgen/impact van een risico worden geschat. Vaak is niet exact aan te geven wat de omvang van een risico in financiële zin zal zijn. Daarom maken we gebruik van onderstaande tabel:

Klasse 1 2 3 4 5

Omvang €0-€25.000 €25.000-€75.000 €75.000-€200.000 €200.000-€500.000 > €500.000

Hoe groot is de kans dat het risico zich voordoet? Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat zich een risico voordoet. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende kans-klasse indeling: Klasse

Waarschijnlijkheid

Kans

Referentiebeeld

1

Zeer klein

10%

1 keer per 10 jaar of >

2

Klein

30%

1 keer per 5-10 jaar

3

Gemiddeld

50%

1 keer per 2-5 jaar

4

Groot

70%

1 keer per 1-2 jaar

5

Zeer groot

90%

1 keer per jaar of <

Gekozen uitgangspunten voor inventarisatie van de risico’s Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Met de deelnemers worden afspraken gemaakt over de dienstverlening en de informatievoorziening over en weer voor de taakuitoefening. Afwijkende situaties per deelnemer kunnen de efficiency-doelstellingen onder druk zetten of kunnen leiden tot te weinig werk per medewerker. Het is ook van belang de afspraken met de andere ’OD’s juridisch goed te verankeren. Het risico bestaat uit dat er meer uren noodzakelijk zijn om de taken uit te voeren waardoor minder vraag naar producten ontstaat dan verwacht. Door regelmatig overleg met de partners wordt de kans hierop risico verkleind. Het risico schatten we op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Taakuitvoering Hieronder verstaan we het risico van aansprakelijkheidsstelling bij de reguliere taakuitoefening. Hiervoor zijn de gebruikelijke aansprakelijkheidsverzekeringen gesloten. Het restrisico bestaat uit het betalen van schadevergoedingen waarbij het eigen risico voor de ODA blijft. We schatten de omvang op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein). Deelnemers treden uit de gemeenschappelijke regeling Mocht een van de deelnemers de keuze maken om uit de gemeenschappelijke regeling te treden, dan zal dit een groot (financieel) effect kunnen hebben op de ODA.

We schatten de omvang op €1.000.000 en de kans dat zicht dit voordoet op 10% (zeer klein). Calamiteit bij bedrijf De ODA kan het verwijt krijgen niet goed te hebben gehandeld, nalatig te zijn geweest of onvoldoende te hebben gecommuniceerd tijdens of na een calamiteit. Ook is het mogelijk dat de ODA het verwijt krijgt dat ze vooraf (dus voordat de calamiteit plaats vond) niet goed heeft gehandeld. Het vertrouwen in de ODA bij opdrachtgevers en burgers neemt af; schadeclaims en negatieve pers. Voor financiële consequenties zie taakuitvoering. 19

Als beheersingsmaatregel stellen we hier tegenover het opstellen van een communicatieplan/protocol hoe te handelen bij calamiteiten, praktijksituaties simuleren, kwaliteitsborging producten en kennis blijven delen binnen omgevingsdiensten en met de partners. Het (rest)risico schatten we daarmee op nihil. Rechtmatigheid Het niet voldoen aan de rechtmatigheidseisen kan leiden tot juridische procedures en claims. De ODA wordt geacht rechtmatig, d.w.z. overeenkomstig wet- en regelgeving te handelen en moet daarin de opdrachtgevers adviseren. Het onvoldoende rechtmatig functioneren doet afbreuk aan het imago en het vertrouwen in de ODA. Bovendien vormt het rechtmatigheidsaspect onderdeel van de interne controle. We schatten het (rest)risico op nihil. Bezuinigingen bij de deelnemers Het risico is dat het rijk bezuinigt op provinciale- en gemeentelijke uitkeringen (Provinciefonds /Gemeentefonds) en/of dat de partner zelf bezuinigingsmaatregelen doorvoert. Voor de ODA bestaat het risico dat provincie en gemeenten een deel van de rijks- of eigen bezuinigingen afwentelen op de ODA. In de eind 2016 vastgestelde verrekensystematiek zijn onder meer afspraken gemaakt, hoe we met tekorten omgaan wanneer deze worden veroorzaakt door bezuinigingen bij de partner. Ondanks deze afspraken schatten we het risico op €250.000 (klasse 4) en de kans dat het zich voordoet op 10% (klein).

Loon- en prijsontwikkelingen Aan het einde van 2023 is een nieuwe cao vastgesteld wat zal resulteren in loonstijgingen voor 2024 en 2025: in totaal 6%. De daadwerkelijke verhoging bleef hiermee binnen het gestelde risico. Het risico hebben we ingeschat op € 150.000 (klasse 3) en de kans dat het zich voordoet op 50% (gemiddeld). Eigen risico voor werknemersverzekeringen De ODA is eigen risico drager voor de ziektewet, WW en premiedifferentiatie voor WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgehandicapten). De ODA betaalt het eigen risico en de premiedifferentiatie indien een medewerker ziek, verplicht uit dienst gaat of in de WGA komt. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). Ziekteverzuim De ODA werkt met een norm aan productie uren van 1.350. Omgerekend is dit 72% naar beschikbare uren. Indien het ziekteverzuim te hoog is, denk bijvoorbeeld aan de medewerkers die werkzaam zijn binnen het primair proces, zet dat de productieve norm onder druk en daardoor de opbrengsten. We schatten het risico op € 70.000 (klasse 2) en de kans dat dit zich voordoet op 50% (gemiddeld). Het ziekteverzuim van de ODA over 2023 bedraagt 5,6%. Dit ligt boven het landelijk gemiddelde voor openbaar bestuur en overheidsdiensten (circa 5,0%; bron CBS). Wel stellen we vast dat het ziektepercentage vooral zichtbaar is in het primair proces.

Werkkostenregeling Op 1 januari 2015 is de werkkostenregeling in werking getreden. Deze regeling begrenst het maximaal te besteden bedrag aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers. Boven de vrije ruimte is loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80% verschuldigd. Deze regeling kan financiële gevolgen hebben voor de loonkosten. We gaan daar vooralsnog niet van uit. We schatten het risico in op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (gemiddeld). BTW 20

Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond wordt overschreden, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Het risico is dat de gemeenten deze overschrijding (deels) gaan afwentelen op de ODA en daardoor minder producten gaan afnemen. Vooralsnog schatten we dit risico op nihil. Vennootschapsbelastingplicht Met ingang van 1 januari 2016 worden ook de lokale overheden belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit geldt in beginsel ook voor de gemeenschappelijke regelingen zoals de ODA. In 2016 zijn door de Omgevingsdiensten afspraken gemaakt met de Belastingdienst. De inschatting is dat de kans dat ODA vennootschapsbelasting moet betalen zeer klein is. Productenboek Het risico is dat de gehanteerde normen in het productenboek afwijken af van de werkelijkheid waardoor de kosten per product hoger of lager zijn dan vooraf verwacht. Het is zaak de normen regelmatig te toetsen en bij te stellen waar nodig. In 2019 had de ODA een behoorlijk tekort. In 2020 hebben we een tijdschrijfanalyse uitgevoerd.

Aan de hand hiervan bleek dat de productvergoeding voor specialistische ondersteuning onvoldoende kostendekkend was en zijn daarop de normen aangepast. We schatten het risico van onvoldoende dekking op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).

Automatisering Het risico is productieverlies door uitval en reparatie van de verschillende systemen waardoor meer uren noodzakelijk zijn om de taken te verrichten dan waarmee rekening is gehouden. We schatten het risico op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). Aanbestedingen Het risico is dat aanbestedingen niet worden uitgevoerd volgens vastgesteld (Europese en ODA) inkoop- en aanbestedingsbeleid waardoor financiële middelen zijn benodigd voor rechtszaken en de consequenties van deze rechtszaken. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (klein). Outputmodel (medewerkers) Het outputmodel vanaf 2017 vergt een geheel andere strategie in de bedrijfsvoering dan we tot dusverre gewoon zijn. De ODA wordt tot op zekere hoogte afhankelijk van de vraag van onze klanten (lees: de partners). Ook voor de medewerkers betekent dit een omslag. We zullen hiermee ervaring moeten opdoen. Het beleid van onze partners kan leiden tot meer of minder vraag naar producten, incidenteel maar wellicht ook structureel. Het zal niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de vraag naar de (soort) producten overeenkomt met de beschikbare capaciteit. We zullen daarop tijdig moeten inspelen. De strategische personeelsplanning die regelmatig bijgesteld wordt, kan ons daarbij uitstekend van dienst zijn.

We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Gelders Stelsel Er is een verbeterplan opgesteld op basis van de uitgevoerde evaluatie van het Gelders Stelsel. De mogelijke maatregelen zijn niet op geld doorgerekend. Mogelijk kunnen een aantal maatregelen leiden tot extra kosten voor de ODA. We schatten het risico op € 12.500 en de kans dat zich dit voordoet op 70% (groot). Omgevingswet 21

De invoering van de Omgevingswet kan tot een andere taakverdeling tussen gemeenten, provincie en de ODA leiden. Het is zowel mogelijk dat dit tot meer als tot minder taken voor de ODA leidt die in de begroting zo mogelijk worden meegeraamd. Het risico schatten we daarom op nihil. Datalekken Iedereen heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en een zorgvuldige omgang met zijn persoonsgegevens. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Hierin staat dat persoonsgegevens moeten worden beveiligd tegen verlies en tegen onrechtmatige verwerking. Een datalek moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens als het leidt tot een aanzienlijke kans op ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens, of als het ernstige nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens. Het datalek moet daarnaast ook worden gemeld aan de betrokkene indien het waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer. Bij overtreding van de meldplicht datalekken uit de Wbp kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein)

Financieel effect van deze risico’s We willen het totale financiële effect van deze risico’s weten. Dit hebben we nodig om vast te stellen of onze financiële buffer voldoende is. In de volgende tabel wordt het financieel effect berekend. Niet alle risico’s komen tegelijk voor. Ook zijn de gevolgen van de risico’s niet altijd maximaal. Het geld dat nodig is om de risico’s op te kunnen vangen is daarom minder dan alle risico’s bij elkaar opgeteld. Een praktische methode om het effect te berekenen is het maximale risico te vermenigvuldigen met de kans dat het risico zich voordoet. We noemen dit het kwantificeren van de risico’s. In de tabel kwantificering risico’s zijn de eerder genoemde risico’s gekwantificeerd.

Risico

Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Taakuitvoering Uitreden deelnemer GR Calamiteit bij bedrijf Rechtmatigheid Bezuinigingen bij de deelnemers Loon- en prijsontwikkelingen Eigen risico voor werknemersverzekeringen Ziekteverzuim Werkkostenregeling BTW Vennootschapsbelastingplicht Productenboek Automatisering Aanbestedingen Outputmodel Gelders Stelsel Omgevingswet

Geschatte omvang

€ 50.000 € 12.500 €1.000.000 nihil nihil € 250.000 € 150.000 € 50.000 € 70.000 € 12.500 nihil nihil € 50.000 € 12.500 € 137.500 € 50.000 € 12.500 €0

Geschatte kans (in %) 30% 10% 10% 0 0 10% 50% 50% 50% 30%

30% 50% 10% 30% 70% 0%

Financieel effect van de risico's € 15.000 € 1.250 €100.000 €0 €0 € 25.000 € 75.000 € 25.000 € 35.000 € 3.750 €0 €0 € 15.000 € 6.250 € 13.750 € 15.000 € 8.750 €0 22

Datalekken Totaal

€ 137.500

10%

€ 13.750 € 352.500

In de becijfering is rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. Het gaat dan om de individuele risico’s en de kans dat dit (individuele) risico zich periodiek voordoet. De kans dat alle risico’s zich op enig moment tegelijkertijd voordoen is o.i. aanzienlijk lager. Daartoe hanteren we een dempingfactor van 0,5. Het totaal van de financiële risico’s komt daardoor op € 176.250. Weerstandsvermogen Zoals hierboven becijferd, hebben we de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 176.250. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 193.000. (Per 31-12-2023 is € 115.000 van de Algemene Reserve vrij besteedbaar + het in de gewijzigde begroting 2023 beschikbare bedrag voor onvoorzien van € 78.000). Gebruiken we de formule en waarderingstabel (zie hiervoor) dan ziet dit er als volgt uit:

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit ------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit

In bedragen: € 193.000 / € 176.250 = 1,1 Waarderingscijfer: C Betekenis: Voldoende Uit de analyse blijkt dat het weerstandsvermogen op basis van de berekening die voor ligt voldoende is. Kengetallen

Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen. Doel van deze kengetallen is inzicht te verschaffen of de begroting structureel en duurzaam in evenwicht is.

Kengetallen (in procenten) 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsrisico 3. Structurele exploitatieruimte 4. Grondexploitatie 5. Belastingcapaciteit

2023

2024

2025

Jaarrek

Begroting

Begroting

-2 -2 13 0 n.v.t. n.v.t.

-3 -3 21 0 n.v.t. n.v.t.

-7 -7 22 0 n.v.t. n.v.t.

De netto schuld quote en de netto schuld quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geven inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de ODA in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het percentage is relatief laag. Dit komt met name door een hoog bedrag aan kortlopende passiva en een laag eigen vermogen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Aangezien de geraamde structurele lasten in evenwicht zijn met de geraamde structurele baten is er geen structurele exploitatieruimte. 23

24

PARAGRAAF FINANCIERING Treasuryfunctie De wet Financiering decentrale overheden (FIDO) verplicht de gemeenschappelijke regeling richtlijnen vast te stellen voor het beheer van de geldstromen en de risico’s die daaraan zijn verbonden. De treasuryfunctie maakt onderdeel uit van de ondersteunende financiële diensten die de gemeente Berkelland voor de Omgevingsdienst Achterhoek verricht. Risicobeheer De ODA heeft een eenvoudige rol op treasurygebied. De behoefte is: ➢ het aantrekken van langlopende geldleningen voor investeringen ten behoeve van de bedrijfsvoering; ➢ het overbruggen van de mate van bevoorschotting door de deelnemers. Zodra grotere investeringen in de bedrijfsvoering worden gedaan ontstaat behoefte aan een langlopende financiering. Ook de ODA heeft te maken met het zogenaamde “schatkistbankieren”. De rekeningcourant tegoeden van de ODA bij de Bank Nederlandse Gemeenten worden dagelijks afgeroomd ten gunste van ’s-Rijks kas. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de lasten van de primitieve begroting. De totale lasten belopen € 11.123.000. De kasgeldlimiet bedraagt voor 2024: € 945.000.

PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN De paragraaf “onderhoud kapitaalgoederen” heeft tot doel aan te tonen hoe de ODA de instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Kapitaalgoederen zijn aankopen die een meerjarig gebruik dienen en die we meestal aanduiden als investeringen. Artikel 3 van de financiële verordening bepaalt dat nieuwe investeringen in de begroting moeten worden vermeld. Voor het up-to-date houden van software zijn zoveel mogelijk onderhoudscontracten afgesloten met de leveranciers. De hieraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de vergoeding welke de ondersteunende partner ontvangt van de ODA. Voor investeringen hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen. hardware: 3 jaar software: 5 jaar dienstvervoermiddelen: 7 jaar Overigens bepaalt de financiële verordening (artikel 7) dat materiële vaste activa met economische waarde lineair worden afgeschreven.

25

VIII. DE FINANCIËLE BEGROTING Overzicht van lasten en baten Onderstaand de financiële begroting 2024 van de ODA met toelichting.

Omschrijving

2023

2024

2025

Realisatie

Begroting

Begroting

x € 1.000 LASTEN 1

Personele kosten/Inhuur en diensten derden*

8.488

8.334

8.869

2

Organisatiekosten

1.007

938

957

3

Organisatieontwikkeling en SPP

92

116

118

4

Bovenregionale taken

305

373

380

5

Organisatie ondersteuning

649

706

720

6

Algemene lasten

0

78

79

Totaal Lasten

10.541

10.544

11.123

BATEN 21

Bijdragen van derden

690

83

85

25

Bijdragen deelnemers

10.186

10.461

11.038

Totaal Baten

10.876

10.544

11.123

335

0

0

Resultaat reguliere bedrijfsvoering

Toelichting financiële begroting LASTEN Conform de vastgestelde begrotingsuitgangspunten zijn de salarislasten verhoogd met 6,1%. De overige kosten zijn geïndexeerd met 2,0%. Overige mutaties ontstaan vanuit ontwikkelingen die hieronder verder toegelicht worden. 1. Personeelskosten/Inhuur derden (€ 8.869.000) De loonsom bestaat uit de loonsommen van het management, de managementondersteuning en van de primaire processen vergunningverlening, advies en toezicht en handhaving. Daarnaast bestaan de kosten uit de externe inhuur en diensten derden, de zgn. flexibele schil. Deze flexibele schil hebben we nodig om verschillen in de vraag te kunnen opvangen voldoen en daarin flexibel mee te bewegen. De personeelskosten betreft een indexatie op basis van het coa akkoord en de ophoging van 1 fte in de rol van teamleider, zoals eerder in het stuk is toegelicht. 2. Organisatiekosten (€ 957.000) De organisatiekosten bestaan uit personele organisatiekosten (opleidingen, bedrijfskleding, personeelsbijeenkomsten enz.) en bedrijfsvoeringskosten (verzekeringen, accountant, abonnementen, ICT licenties). Naast de indexatie zijn de kosten verhoogd rekening houdend met de uitbreiding van het aantal werknemers met corresponderende kosten zoals bijvoorbeeld opleidingen, arbo, reis- en verblijfkosten.

26

3. Organisatieontwikkeling en strategische personeelsplanning (€ 118.000) Betreft het beschikbare budget voor organisatieontwikkeling voor 2024. Het betreft budget voor verbetering van werkprocessen, veelal ICT gerelateerd. De gezamenlijke projectkosten I-GO, worden hieruit gedekt. 4. Bovenregionale taken (€ 380.000) Een aantal bovenregionale taken is belegd bij verschillende omgevingsdiensten. Hieronder een overzicht welke taken dit betreffen en welke omgevingsdiensten die taken uitvoeren. Bovenregionale taken x € 1.000

2023

2024

2025

realisatie

Begroting

Begroting

OD De Vallei - Kwaliteit en coördinatie stelsel

14

23

23

OD Rivierenland - Ketentoezicht

81

83

85

OD Veluwe en IJssel - Portaal en kenniscentrum

79

90

91

OD Regio Nijmegen - C omplexe vergunningverlening OD Regio Arnhem - C omplexe handhaving, meetdienst en bezwaar en beroep OD Noord Veluwe - Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu

0

0

0

102

45

46

4

11

11

OD Achterhoek - Personeel en Organisatie

25

95

95

Diversen

0

28

28

305

373

380

Totaal

De bijdrage voor de stelseltaken liggen in lijn met de begroting 2023. De kosten voor de ODRN en een gedeelte van de ODRA (bouwtaken) zijn overgeheveld naar het budgetonderdeel diensten derden. Deze werkzaamheden zien we als uitbesteding, hebben een directe relatie met de omzet en passen wat dat betreft beter bij diensten derden als onderdeel van de flexibele schil. 5. Organisatie ondersteunende diensten (€ 720.000) Ondersteunende dienst x € 1.000 Berkelland - Financieel (beheer) Bronckhorst - Facilitair, Huisvesting en Telefonisch Informatie Punt Doetinchem - Informatisering en automatisering en archief Lochem - Personeel (salarisadministratie en organisatie) Totaal

2023

2024

2025

realisatie

Begroting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7967/documents/47192