CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.3.38 - Zienswijzennota Notitie Reikwijdte en Detailniveau en Participatieplan (2022).pdf

gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.3: Horen raad provinciaal inpassingsplan RegioExpres19.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

254 werkdagen per jaar is een kengetal en daarmee een aanname. Uiteraard zal het effect niet op alle werkdagen gelijk zijn, omdat ook andere factoren (zoals files) de keuze tussen trein en auto bepalen.

• MKBA In 2.2.6. van het MKBA staat dat het aantal autobewegingen met 420 per dag zal afnemen. Indiener vraagt zich af of we hiervoor 153 miljoen willen investeren. Indiener ontvangt graag gedetailleerdere begrotingen, maar tot op heden is het antwoord telkens nee. Hij vraagt zich af of je journalist moet zijn om een beroep te doen op de WOB.

In de MKBA worden de maatschappelijke kosten en baten zoveel mogelijk in geld uitgedrukt. De baten van de RegioExpres zijn breder dan het door Indiener genoemde effect, zoals ook is terug te zien op pagina 18. De gedetailleerde kostenramingen zijn eigendom van ProRail en gelet op de toekomstige aanbieding vertrouwelijk. Wij hebben, net als Indiener, geen inzicht hierin.

22

Wijziging in de NRD

Geen.

Wij merken op dat het effect van de door Indiener voorgestelde wijziging beperkt is: indien er met het genoemde (fictieve) aantal van 180 werkdagen gerekend wordt, heeft dit geen significante invloed op de uitkomst van de MKBA.

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Geen.

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 1.1 (achtergrond) en paragraaf 4.4.1 (doelbereik) Indiener snapt dat de RegioExpres de reistijd met 10 minuten inkort, omdat het in de hele Liemers niet stop. Bij zes treinen per uur heeft iedereen profijt en kan de aansluiting met de IC ook goed geregeld worden. Ook zijn er dan meer zitplaatsen. Graag uitleg waarom hier niet voor gekozen is. Ook hoort indiener graag hoe 1 sneltrein per uur het knelpunt van te weinig zitplaatsen in de spits gaat oplossen. Indiener hoort graag hoeveel mensen er in die sneltrein plaats kunnen nemen.

Wij verwijzen u naar het antwoord op uw vijfde opmerking. Geen.

• Paragraaf 2.2 (doelstelling RegioExpres) Indiener leest dat de RegioExpres zorgt voor hogere robuustheid. Hij vraagt zich af waarop dit is gebaseerd en waarom dit nodig is. Immers: het spoor van Doetinchem naar Arnhem is de laatste jaren al verbeterd (door de investering van ettelijke honderden miljoenen) en kent niet bovengemiddeld veel storingen. De mate van betrouwbaarheid is op orde en de kans dat een sneltrein dit beeld verbetert is eerder kleiner dan groter.

De RegioExpres dient meerdere doelen, zoals het verbeteren Geen. van de bereikbaarheid en leefbaarheid van de Achterhoek. Een ander doel is het verhogen van de betrouwbaarheid (robuustheid). Het toekomstige dubbelspoor zorgt voor meer passeermogelijkheden, minder kans op verstoringen en een sneller herstel van de dienstregeling (na verstoringen).

• Paragraaf 4.4.3 (geluid) Indiener merkt over § 4.4.2. geluidproductieplafonds op dat vrij recent geprobeerd is om dit te verhogen. Indiener vraagt zich af of dit te maken heeft met de angst dat er te veel geïnvesteerd moet worden in geluidsvoorzieningen als de GPS overschreden wordt. Indiener constateert dat bij het project Zevenaar Didam niets werd gedaan omdat er niet meer treinen gingen rijden. Nu is begonnen met de RegioExpres en dus wel met extra treinbewegingen. Indiener vindt het noodzakelijk dat alle woningen langs het traject een objectieve meting krijgen.

Wij delen de constatering van Indiener niet. Voor Geen. Zevenaar-Didam zijn op diverse locaties raildempers geplaatst. Daarnaast is over het hele traject het oude spoor vervangen door nieuw stiller spoor. Hiermee is op geen enkele locatie nabij een woning het geluidproductieplafond verhoogd. En op de meeste plaatsen zelfs verlaagd. Voor het geluidonderzoek voor de RegioExpres zijn de op dat moment geldende geluidproductieplafonds het uitgangspunt.

• Paragraaf 4.4.4 (trillingen) In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau staat dat er al nu trillingsklachten zijn waarvan de oorzaak niet duidelijk is. Indiener vraagt of de overheid zich hiermee indekt. Indiener is ook verbaast. Er kan technisch veel, zo bouwen we kwantumcomputers. Maar we kunnen dit niet traceren. Indiener vraagt om zorgvuldige aandacht voor trilling, zeker die schade veroorzaken.

Langs het traject van de RegioExpres heeft nog niet eerder Geen. een onderzoek naar trillingen plaatsgevonden. Ten behoeve van de RegioExpres gaat dat wel gebeuren. Wij verwachten dat hiermee meer bekend wordt over de oorzaak van de klachten vanwege trillingen op specifiek dit traject.

23

Wijziging in de NRD

Het aantal zitplaatsen in de RegioExpres varieert, dit is afhankelijk van de materieelinzet, tussen de 108 en 322.

Wij delen het standpunt van de Indiener dat de betrouwbaarheid op orde is, maar dat neemt niet weg dat de RegioExpres en het benodigde dubbelspoor positief bijdragen aan een verdere verhoging van deze betrouwbaarheid.

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Opmerking

Antwoord

Wijziging in de NRD

• Paragraaf 4.4.4 (luchtkwaliteit) Indiener merkt op dat Co2 ontbreekt. Waarom? Indiener vraagt onderzoek naar de verschillen tussen 2 extra stoptreinen en 1 sneltrein.

In het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt getoetst aan de grenswaarden voor lokaal verontreinigende stoffen zoals vastgelegd in de Wet milieubeheer. Voor CO2 zijn in de Wet milieubeheer geen normen opgenomen waaraan getoetst kan worden.

Geen.

• MKBA De RegioExpres moet gaan rijden tijdens de brede spits. Dit houdt in van ‘s morgens zeven tot s’ avonds zeven. Als je nu naar de stoptreinen kijkt tussen negen uur ‘s morgens en vier uur ‘s middags zitten de treinen gemiddeld voor nog geen 30 % vol. Indiener vraagt waarom dan in die periode een RegioExpres rijdt.

Door de gehele dag te rijden profiteren meer reizigers en is er één consequente dienstregeling. Het aantal reizigers buiten de spits is weliswaar lager, maar de RegioExpres is dan ook korter, waardoor kosten en uitstoot bespaard worden.

• Paragraaf 4.4.10 (landschap) en planschade Indiener constateert dat de RegioExpres effect heeft op de gebruikswaarde, belevingswaarde en de toekomstwaarde van de omgeving langs het spoor. Indiener geeft aan dat dit in sommige gevallen duidelijk zal leiden tot waardevermindering van de woning. Indiener vraagt daarom in de begroting voldoende ruimte te creëren voor planschades.

Wij houden in de begroting rekening met eventuele planschades en nadeelcompensaties.

Geen.

• Paragraaf 4.9 (monitoring) Indiener geeft aan dat monitoring alleen zin heeft als vooraf, dus vanaf heden gemonitord wordt en niet pas tijdens en na de realisatie. Om de effecten van de RegioExpres goed te kunnen beoordelen moet er vooraf een eenduidige en volledige monitoring van de bestaande situatie gemaakt worden.

Monitoring wordt ingezet om te toetsen of de milieueffecten als gevolg van een project ook overeenkomen met de effecten zoals omschreven in het MER. Het gaat niet om een vergelijking van de bestaande situatie met de projectsituatie.

Geen.

• MKBA De resultaten van de MKBA laten een zwaar negatief beeld zien. Toch is geconcludeerd dat men door wil gaan, omdat een positieve batenkosten verhouding uitzonderlijk is bij OV projecten en niet alle voordelen zijn omgerekend als geldelijke baten. Indiener vraagt om hier nogmaals goed naar te kijken, zonder vooringenomenheid, of de RegioExpres echt waarde toevoegt.

Wij delen het standpunt van Indiener niet. Een batenkosten verhouding van 0,73 is voor een OV-project hoog. De afweging om wel of niet te investeren is uiteindelijk een politieke keuze. Goed te vermelden is dat de MKBA geen scherprechter is, maar een hulpmiddel dat bijdraagt aan de besluitvorming. Hierbij moet altijd met aannames gewerkt worden. Tot nu toe is er brede steun voor de RegioExpres. Uiterlijk eerste helft van 2023 is er duidelijkheid over de financiering en daarmee duidelijkheid over of het project er komt.

Geen.

24

Het scenario met 2 extra stoptreinen nemen wij niet mee, zoals is toegelicht in ons antwoord op opmerking 5 van deze zienswijze. Geen.

In de MKBA is een zogenaamde “gevoeligheidsanalyse” uitgevoerd naar het scenario waarin de RegioExpres alleen in de brede spits rijdt. In dit scenario daalt de MKBA-score van 0,73 naar 0,53. Dit is een bevestiging van bovenstaande.

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

3.12 Zienswijze 12 Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Indiener verwacht dat in 2042 de spoorlijn zal worden geëlektrificeerd. Is er onderzocht wat dit voor effecten heeft op de nabijgelegen woningen?

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienwijze 5, opmerking 2.

Geen.

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Indiener geeft aan dat reizigers van de wijken de Huet en Dichteren geen baat en zeker geen tijdwinst hebben bij de komst van de RegioExpres, omdat deze niet stopt op station Doetinchem de Huet.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 9, opmerking 2.

Geen.

• Paragraaf 2.3.3 (analytische fase) Wij verwijzen u naar het Indiener vraagt een duidelijke uitleg en toelichting over de noodzaak antwoord op zienswijze 5, opmerking 4. van een extra perron bij station Doetinchem De Huet.

Geen.

• Paragraaf 2.3.4.1 (overwegveiligheid – Jan Willinkstraat) De overweg bij de Jan Willinkstraat is nu een 30 km zone en dat is niet voor niets. Deze overweg is zeer druk en wordt gepasseerd door veel verkeer, fietsers en wandelaars. Winkels, huisartsenposten, de apotheek en scholen in zowel wijk De Huet en als in de wijk Dichteren zijn via deze overweg bereikbaar. Als gevolg van deze intensieve overweg, doen zich er regelmatig incidenten voor. Een duidelijke veiligere verbetering is niet duidelijk uitgewerkt in het plan. Indiener vindt dat er naar opties gekeken moeten worden om de situatie op en rond de overweg Jan Willinkstraat veiliger te maken.

Wij delen het standpunt van de Indiener. Daarom nemen wij maatregelen om de overweg veiliger te maken. Dit is niet goed in de NRD terecht gekomen en wij zullen dit corrigeren, zoals toegelicht onder zienswijze 3, opmerking 2.

Wij verwijzen u naar de wijziging bij zienswijze 3, opmerking 2.

• Paragraaf 2.3.4.1 (keuze tot of en tot en met De Huet en extra perron) Indiener vindt het een passende optie om af te zien van dubbelspoor tot en met station de Huet en dit westelijker (voor station de Huet) te beëindigen.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 5, opmerking 5.

Geen.

• Paragraaf 4.4.3 en paragraaf 4.4.4 (geluid en trillingen) Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 9, Indiener vraagt of er daadwerkelijk is gekeken naar de snelheidsverhogingen die plaats gaan vinden als de RegioExpres met opmerking 6. veel hogere snelheden voorbij raast? Wat doet dit met de trillingen? De spoorlijn zal ook nog eens dichterbij de woningen komen wat de overlast (bijvoorbeeld scheuren in muren) zal versterken.

Geen.

• Paragraaf 4.4.8 (natuur) Indiener benadrukt dat het gehele plan van een tweede perron op station De Huet grote gevolgen heeft voor de natuur en dat deze gevolgen sterk worden onderschat. De huidige volwassen bomen, groenvoorzieningen en de afstand tot het spoor dempen momenteel het geluid en de trillingen. Deze groenvoorzieningen zullen in het huidige plan gekapt worden, met alle gevolgen van dien. Het vervangen van bomen naar elders heeft tot gevolg dat het jaren duurt voordat daar mooie grote bomen voor teruggekomen zijn en weer evenveel bij kunnen dragen aan CO2 vermindering en het mooie zicht. Kortom het heeft een negatief effect op de O2, CO2 en stikstof, de absorptie van groter wordende overmatige regenval en hitte. In de groenvoorzieningen bevinden zich veel vogels en andere flora en fauna.

Geen.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 5, opmerking 8. In het ontwerp voor de stationsomgeving van Doetinchem De Huet is het behoud van groen een belangrijk uitgangspunt. Waar mogelijk proberen wij groen toe te voegen. Specifiek voor het gedeelte van het tweede spoor langs het Hof van Edinburgh treden wij met Indiener in overleg in de volgende fase.

De schapenhouder en hondenbezitters maken ook gebruik van deze groenvoorzieningen. Langs de Wehlseweg wordt bovendien De groenvoorziening langs het veel gefietst en gewandeld. Vervanging van deze natuur elders in spoor heeft niet de status van Doetinchem is geen optie voor de wijk Dichteren. Indiener geeft mee beschermd natuurgebied. dat de groenvoorziening die aan het spoor ligt (mogelijk) de status van beschermd natuurgebied heeft

25

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 4.7 (natuur) Indiener spreekt zijn verbazing uit over het feit dat bewoners in de toekomst mogelijk tuintegeltaks moeten betalen terwijl ProRail en/of gemeenten langs het spoor gezonde groenvoorzieningen weghalen en gezonde volwassen bomen kappen. In hoeverre sluit dit aan bij toekomstige ontwikkelingen en de flora en faunawet?

Voor de aanleg van spoor kan het Geen. noodzakelijk zijn dat er bomen of groen langs het spoor moet worden verwijderd. Uitgangspunt is dat alles wat moet worden verwijderd elders wordt gecompenseerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de Wet natuurbescherming.

• Paragraaf 2.1 (probleemanalyse) Indiener geeft aan dat er ook de mogelijkheid is dat minder reizigers gebruik zullen maken van RegioExpres dan verwacht. Waarop zijn de reizigersaantallen gebaseerd en wat gebeurt er met het spoor om het traject rendabel te houden?

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 9, opmerking 8.

Geen.

• Paragraaf 2.3 (doorlopen ontwerp- en keuzeproces) Indiener vraagt of er overwogen wordt om de spoorlijn ook voor goederenvervoer in te zetten?

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 9, opmerking 9.

Geen.

• Paragraaf 5.1 (te doorlopen procedurestappen) Indiener merkt op dat het te investeren geld nog niet beschikbaar is. Er wordt misschien ergens aan begonnen, waarvoor de financiering nog niet eens duidelijk rond is. Kan dit leiden tot vertraging in uitvoering?

De politieke afweging is gemaakt om door te gaan ondanks dat de financiering niet rond is. Het beeld daarbij is dat de financiering wel rond gaat komen en dat daar niet op gewacht hoeft te worden. Ontwerpen en onderzoeken zijn dan ook gestart om tijd te winnen. Wel is het zo dat eind dit jaar wel duidelijkheid moet zijn over de financiering om verder te kunnen. Er kan geen aanbesteding voor realisatie starten of grond worden aangekocht als er onvoldoende budget is.

Geen.

26

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

3.13 Zienswijze 13 Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) De spoorlijn zal niet worden geëlektrificeerd, maar dit wordt wel verwacht in 2042. Indiener vraagt of er onderzocht is wat dit voor effecten heeft op de nabijgelegen woningen?

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienwijze 5, opmerking 2.

Geen.

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Indiener geeft aan dat reizigers van de wijken de Huet en Dichteren geen baat en zeker geen tijdwinst hebben bij de komst van de RegioExpres, omdat deze niet stopt op station Doetinchem de Huet.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 9, opmerking 2.

Geen.

• Paragraaf 2.3.3 (analytische fase) Indiener vraagt een duidelijke uitleg en toelichting over de noodzaak van een extra perron bij station Doetinchem De Huet.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 5, opmerking 4.

Geen.

• Paragraaf 2.3.4.1 (overwegveiligheid – Jan Willinkstraat) De overweg bij de Jan Willinkstraat is nu een 30 km zone en dat is niet voor niets. Deze overweg is zeer druk en wordt gepasseerd door veel verkeer, fietsers en wandelaars. Winkels, huisartsenposten, de apotheek en scholen in zowel wijk De Huet en als in de wijk Dichteren zijn via deze overweg bereikbaar. Als gevolg van deze intensieve overweg, doen zich er regelmatig incidenten voor. Een duidelijke veiligere verbetering is niet duidelijk uitgewerkt in het plan. Indiener vindt dat er naar opties gekeken moeten worden om de situatie op en rond de overweg Jan Willinkstraat veiliger te maken.

Wij delen het standpunt van de Indiener. Daarom nemen wij maatregelen om de overweg veiliger te maken. Dit is niet goed in de NRD terecht gekomen en wij zullen dit corrigeren, zoals toegelicht onder zienswijze 3, opmerking 2.

Wij verwijzen u naar de wijziging bij zienswijze 3, opmerking 2.

• Paragraaf 2.3.4.1 (keuze tot of en tot en met De Huet en extra perron) Indiener suggereert de optie om af te zien van dubbelspoor tot en met station de Huet en dit westelijker (voor station de Huet) te beëindigen.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 5, opmerking 5.

Geen.

• Paragraaf 4.4.3 en paragraaf 4.4.4 (geluid en trillingen) Indiener vraagt of er daadwerkelijk is gekeken naar de snelheidsverhogingen die plaats gaan vinden als de RegioExpres met veel hogere snelheden voorbij raast? Wat doet dit met de trillingen? De spoorlijn zal ook nog eens dichterbij de woningen komen wat de overlast (bijvoorbeeld scheuren in muren) zal versterken.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 9, opmerking 6.

• Paragraaf 4.4.8 (natuur) Indiener benadrukt dat het gehele plan van een tweede perron op station De Huet grote gevolgen heeft voor de natuur en dat deze gevolgen zeer worden onderschat. De groenstrook en ook de afstand tot het spoor dempen momenteel het geluid en de trillingen. Deze groenvoorzieningen zullen in het huidige plan gekapt worden, met alle gevolgen van dien. Bovendien heeft het een negatief effect op de absorptie van overmatige regenval, hitte en stikstof en CO2. In de groenvoorzieningen bevinden zich momenteel veel vogels en andere flora en fauna. Hondenbezitters maken ook gebruik van deze groenvoorzieningen. Langs de Wehlseweg wordt bovendien veel gewandeld. Vervanging van deze natuur elders in Doetinchem is geen optie voor de wijk Dichteren.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 5, opmerking 8.

• Paragraaf 2.1 (probleemanalyse) Indiener geeft aan dat er ook de mogelijkheid is dat minder reizigers gebruik zullen maken van RegioExpres dan verwacht. Waarop zijn de reizigersaantallen gebaseerd en wat gebeurt er met het spoor om het traject rendabel te houden?

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 9, opmerking 8.

Geen.

• Paragraaf 2.3 (doorlopen ontwerp- en keuzeproces) Indiener vraagt of er overwogen wordt om de spoorlijn ook voor goederenvervoer in te zetten?

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 9, opmerking 9.

Geen.

27

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

In het ontwerp voor de stationsomgeving van Doetinchem De Huet is het behoud van groen een belangrijk uitgangspunt. Waar mogelijk proberen wij groen toe te voegen. Specifiek voor het gedeelte van het tweede spoor langs het Hof van Edinburgh treden wij met Indiener in overleg in de volgende fase.

3.14 Zienswijze 14 Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) De spoorlijn zal niet worden geëlektrificeerd, maar dit wordt wel verwacht in 2042. Indiener vraagt of er onderzocht is wat dit voor effecten heeft op de nabijgelegen woningen?

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienwijze 5, opmerking 2.

Geen.

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Indiener geeft aan dat reizigers van de wijken de Huet en Dichteren geen baat en zeker geen tijdwinst hebben bij de komst van de RegioExpres, omdat deze niet stopt op station Doetinchem de Huet.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 9, opmerking 2.

Geen.

• Paragraaf 2.3.3 (analytische fase) Indiener vraagt een duidelijke uitleg en toelichting over de noodzaak van een extra perron bij station Doetinchem De Huet.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 5, opmerking 4.

Geen.

• Paragraaf 2.3.4.1 (overwegveiligheid – Jan Willinkstraat) De overweg bij de Jan Willinkstraat is nu een 30 km zone en dat is niet voor niets. Deze overweg is zeer druk en wordt gepasseerd door veel verkeer, fietsers en wandelaars. Winkels, huisartsenposten en scholen in zowel wijk De Huet en als in de wijk Dichteren zijn via deze overweg bereikbaar. Als gevolg van deze intensieve overweg, doen zich er regelmatig incidenten voor. Een duidelijke veiligere verbetering is niet duidelijk uitgewerkt in het plan. Indiener vindt dat er naar opties gekeken moeten worden om de situatie op en rond de overweg Jan Willinkstraat veiliger te maken.

Wij delen het standpunt van de Indiener. Daarom nemen wij maatregelen om de overweg veiliger te maken. Dit is niet goed in de NRD terecht gekomen en wij zullen dit corrigeren, zoals toegelicht onder zienswijze 3, opmerking 2.

Wij verwijzen u naar de wijziging bij zienswijze 3, opmerking 2.

• Paragraaf 2.3.4.1 (keuze tot of en tot en met De Huet en extra perron) Indiener suggereert de optie om af te zien van dubbelspoor tot en met station de Huet en dit westelijker (voor station de Huet) te beëindigen.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 5, opmerking 5.

Geen.

• Paragraaf 4.4.3 en paragraaf 4.4.4 (geluid en trillingen) Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 9, Indiener vraagt of er daadwerkelijk is gekeken naar de opmerking 6. snelheidsverhogingen die plaats gaan vinden als de RegioExpres met veel hogere snelheden voorbij raast? Wat doet dit met de trillingen? De spoorlijn zal ook nog eens dichterbij de woningen komen wat de overlast (bijvoorbeeld scheuren in muren) zal versterken. • Paragraaf 4.4.8 (natuur) Indiener benadrukt dat het gehele plan van een tweede perron op station De Huet grote gevolgen heeft voor de natuur en dat deze gevolgen zeer worden onderschat. De huidige bomen, groenstrook en ook de afstand tot het spoor dempen momenteel het geluid en de trillingen. Deze groenvoorzieningen zullen in het huidige plan gekapt worden, met alle gevolgen van dien. Bovendien heeft het een negatief effect op de absorptie van overmatige regenval, hitte en stikstof en CO2. In de groenvoorzieningen bevinden zich momenteel veel vogels en andere flora en fauna. Hondenbezitters maken ook gebruik van deze groenvoorzieningen. Langs de Wehlseweg wordt bovendien veel gewandeld. Vervanging van deze natuur elders in Doetinchem is geen optie voor de wijk Dichteren.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 5, opmerking 8.

• Paragraaf 2.1 (probleemanalyse) Indiener geeft aan dat er ook de mogelijkheid is dat minder reizigers gebruik zullen maken van RegioExpres dan verwacht. Waarop zijn de reizigersaantallen gebaseerd en wat gebeurt er met het spoor om het traject rendabel te houden?

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 9, opmerking 8.

• Paragraaf 2.3.4.1 (keuze tot of en tot en met De Huet en extra perron) Indiener suggereert de optie om af te zien van dubbelspoor tot en met station de Huet en dit westelijker (voor station de Huet) te beëindigen.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 9, opmerking 9.

28

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

In het ontwerp voor de stationsomgeving van Doetinchem De Huet is het behoud van groen een belangrijk uitgangspunt. Waar mogelijk proberen wij groen toe te voegen. Specifiek voor het gedeelte van het tweede spoor langs het Hof van Edinburgh treden wij met Indiener in overleg in de volgende fase.

Geen.

3.15 Zienswijze 15 Opmerking

Antwoord

Wijziging in de NRD

Indiener dient namens B.V. Landgoed Het Jagershuis (hierna: het landgoed) een zienswijze in. Het landgoed is een complex bestaande uit een (monumentale) kern met landhuis, zagerij en gemeenschapsruimte, en circa 140 hectare omliggende bos- en landbouwgronden. Het landgoed grenst aan de zuidzijde aan de bestaande spoorweg. Een deel van hun grond is nodig voor de verdubbeling. Er is al overleg gevoerd met provincie en ProRail. • Paragraaf 4.4.8 (natuur) De spoorweg doorkruist de ecologische verbindingszone Klimaatcorridor Montferland-Veluwe. Een ontwikkeling van deze verbindingszone heeft tot heden onvoldoende aandacht gehad bij waterschap, gemeente en provincie. Indiener vraagt in de planvorming gevolg te geven aan de realisatie van deze verbindingszone, zodat er uiteindelijk een positief effect zal zijn op de flora en fauna in deze omgeving. In het MER wordt onderzocht welke invloed het dubbelspoor heeft op N2000-gebieden op het gebied van stikstofdepositie. Hoewel het landgoed (en daarbij het Wehlse Bos) geen N2000-gebied is, is er wel sprake van stikstofgevoelige natuur. Indiener vraagt om verder te kijken dan de gevolgen van stikstof op N2000-gebieden, maar ook te onderzoeken welke gevolgen er zijn van de toename van stikstofdepositie in het Wehlse Bos.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 1.

Geen

Het Wehlse Bos is een onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk. Het onderzoek moet daarom duidelijk maken wat de effecten zijn van het project op de (kern)kwaliteiten. Hiervoor wordt geen stikstofberekening gemaakt. Als blijkt dat de samenhang, het oppervlakte en/of kwaliteit worden aangetast, moet mogelijk ook aanvullend onderzoek worden gedaan naar compensatie.

• Paragraaf 4.4.9 (water) De grondwaterstanden in het Wehlse Bos staan al sinds midden vorige eeuw onder druk. Verstedelijking, de ruilverkaveling Bevermeer en de uitbreiding van bedrijventerreinen hebben ertoe geleid dat de kweldruk op het landgoed nagenoeg is weggevallen. Dit heeft gevolgen gehad voor de waterbeschikbaarheid en waterkwaliteit in het bos. Indiener vraag om via het project RegioExpres een positieve bijdrage te leveren aan het herstel van een gezond watersysteem. De wetering Didamse Leigraaf is de bepalende factor in een herstelplan. Verbeteringen aan deze wetering kunnen een fors positief effect geven aan de volledige omgeving. Tot op heden heeft het waterschap nog geen prioriteit gegeven aan een herstelplan

In het Milieueffectrapport en in de waterparagraaf beschrijven we straks de effecten van de RegioExpres op het thema water. In het vooroverleg met het Waterschap zullen we dit aan bod laten komen en bekijken of hier een combinatie gemaakt kan worden. Het initiatief en financiële verantwoordelijkheid ligt echter wel bij het waterschap om dit actief op te pakken. Wij kunnen hier dan aan meewerken.

Geen.

• Paragraaf 4.4.12 (ruimtegebruik) Indiener geeft aan dat het Landgoed op de beoogde locatie van het dubbelspoor van plan is om het perceel om te vormen naar natuur. Indiener vraagt hier rekening mee te houden en waarschuwt voor het mogelijke conflict tussen infrastructuur, landbouw en natuur.

Wij gaan graag het gesprek aan met het Landgoed om dit te bespreken. Dan horen wij ook graag waar u het conflict precies ziet.

Geen.

Mocht de provincie deze grond willen verwerven ten behoeve van het dubbelspoor, dan wil ik vragen dat u passende compensatiegrond aangrenzend aan het landgoed aanbiedt.

Voor de duidelijkheid merken wij op dat de grondverwerving door ProRail wordt uitgevoerd.

• Paragraaf 2.3.4.1 (overwegveiligheid – Dassenboomse Allee) Wij zijn blij dat ons standpunt door Indiener gedeeld wordt. Indiener deelt het standpunt mee ten aan zien van de overweg Dassenboomse Allee. In de Nota Voorkeursalternatief van december 2021 is vermeld dat deze spoorwegovergang open dient te blijven voor bestemmingsverkeer, fietsers en wandelaars. Indiener wil dit belang benadrukken en vraagt om hieraan vast te houden. De overgang is nodig voor agrariërs en eigenaren om hun gronden te bereiken aan beide zijden van de spoorweg.

29

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Geen.

3.16 Zienswijze 16 Opmerking

Antwoord

Wijziging in de NRD

• Paragraaf 2.3.4.1 (overwegveiligheid – Jan Willinkstraat) Indiener heeft gelijk, wij verwijzen u naar In een eerder verkennend rapport is gesteld dat het om een het antwoord op zienswijze 3, opmerking 1. 50km/u zone gaat. Dit is onjuist, het betreft een overweg in een 30km/u zone.

Wij verwijzen u naar de wijziging bij zienswijze 3, opmerking 1.

• Paragraaf 2.3.4.1 (overwegveiligheid, Jan Willinkstraat) Indiener mist in de NRD een concreet voorstel ter verbetering bij de komst van een 2de spoor. In Tabel 2-1 (Jan Willinkstraat) staat bij toelichting dat “nieuw perron aan zuidzijde” de wijze van optimaliseren in zal houden.

Indiener heeft gelijk, wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 3, opmerking 2.

Wij verwijzen u naar de wijziging bij zienswijze 3, opmerking 2.

• Paragraaf 2.3.4.1 (overwegveiligheid – Jan Willinkstraat) Indiener geeft aan dat samen met de gemeente Doetinchem gekeken moet worden naar een goede veilige verbinding tussen de wijken De Huet en Dichteren voor gemotoriseerd en fietsverkeer.

Wij delen uw standpunt, vandaar dat wij aanpassingen op en rond de overweg Jan Willinkstraat uitwerken zoals toegelicht in het antwoord op zienswijze 3, opmerking 2.

Wij verwijzen u naar de wijziging bij zienswijze 3, opmerking 2.

• Paragraaf 4.3 en paragraaf 4.4.4 (geluid en trillingen) Indiener geeft aan dat in onderzoeken onderdelen zijn vergeten. Er is in het geluidsonderzoek niet gekeken naar het geluid dat wordt geproduceerd bij het stilstaan en optrekken van de treinen, die laagfrequent geluid produceren. Geluid is een gevolg van trilling. De trilling vindt plaats in de trein (de motor) en straalt af op de omgeving via direct contact (bodem trilling) en omgeving (geluid trilling). De consequentie van een extra perron en dus verplaatsing van de bron (1,5 – 2 meter naar de zuidzijde) geeft een ander akoestisch beeld. Een akoestisch onderzoek moet zich daarom zeker richten op het laagfrequent geluid en de reflectie van de omringende gebouwen. Lage geluidsgolven reiken verder en zijn indringender dan de hoge geluidsgolven. Indiener merkt op dat de gebouwen rondom het station grotendeels drie of vier hoog zijn en een ronde gevel hebben. Dit maakt geluidsgolven nog langer.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 3, opmerking 4.

Geen.

• Paragraaf 4.3 en paragraaf 4.4.4 (geluid en trillingen) Indiener vraagt rekening te houden met de gevolgen voor de omliggende gebouwen voor wat betreft geluid en trillingen en daaruit voortvloeiende schade zowel aan de woningen als aan de overlast voor bewoners.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 9, opmerking 6.

Geen.

• Paragraaf 4.4.8 (natuur) Indiener is benieuwd hoe natuurcompensatie mogelijk is. Er worden aan de zuidzijde van station De Huet veel bomen gekapt. Deze natuur is juist hard nodig om overmatige regenval te absorberen, hittestress te voorkomen en geluid te dempen. Het gehele plan van station de Huet heeft een behoorlijk negatief effect op de natuur en de kwaliteit van de omgeving. Alleen al de misschien wel 100 mussen en mogelijk ook beschermde heggenmussen in de heg aan de zuidzijde van het spoor. Het verdwijnen van schaduw, de stikstof en CO2 opname van de bomen is onvervangbaar.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 3, opmerking 5.

Geen.

30

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

In het ontwerp voor de stationsomgeving van Doetinchem De Huet is het behoud van groen een belangrijk uitgangspunt. Waar mogelijk proberen wij groen toe te voegen. Specifiek voor het gedeelte van het tweede spoor langs het Hof van Edinburgh treden wij met Indiener in overleg in de volgende fase.

Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.4.1 (keuze tot of en tot en met De Huet en extra perron) Indiener doet de suggestie om station Doetinchem De Huet 400 meter naar het westen te verplaatsen.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 3, opmerking 6.

Geen.

• Paragraaf 4.4.10 (landschap) Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 3, opmerking 7. De fysieke ingrepen die nu gekozen worden moeten toekomstbestendig zijn. Indiener vraagt aandacht voor de enorme milieueffecten die het project heeft op de directe omgeving. Indiener merkt een tegenstelling met rapporten en inzichten die gaan over klimaatverandering, hittestress, waterafvoer en verkeersveiligheid. Recentelijk zijn er mede door participatie vanuit de wijken de Huet en Dichteren plannen opgesteld om deze effecten tegen te gaan.

Geen.

31

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

3.17 Zienswijze 17 Opmerking

Antwoord

• Hoofdstuk 5 (te volgen procedure en planning) Indieners wonen direct langs de spoorlijn ArnhemWinterswijk. Indieners beschrijven het proces van meerdere gesprekken met de gemeente, ProRail en provincie. In het begin werd heel positief gedaan over vergoedingen, de niet leefbare situatie en verplaatsing/ aankoop van de woning. Echter, bij elk volgend gesprek werd dit minder positief en ook steeds onduidelijker. Onduidelijkheid over geluid, trillingen, woningwaarde, wat wel en niet mag. Inwoners krijgen een onplezierig en onbehaaglijk gevoel. Het voelt alsof ze de dupe worden van een Beter Bereikbaar Achterhoek. Op deze wijze gesprekken voeren begint voor de indieners erg frustrerend te worden en dit is niet goed voor hun gezondheid.

Wij begrijpen de zorgen van Indieners en deze zijn bij ons bekend. De belangen van Indieners worden meegewogen bij het opstellen van de ontwerpen. De gesprekken die reeds hebben plaatsgevonden helpen ons, omdat zo duidelijker is wat Indieners willen.

Indieners stellen voor dat zij en ook de buren, bewoners die nu al meer dan 50 tot 80 jaar met veel plezier op deze plek wonen, ruim voldoende gecompenseerd moeten worden. Indieners willen weten wat er gaat gebeuren met hun huis en woongenot. Indieners vragen op de juiste manier de regelgeving toe te passen en dat indieners (en hun buren) geheel schadevrij worden gesteld en dat zij serieus worden genomen. Indieners benadrukken tot slot dat het hier niet alleen gaat om huizen, maar dat het ook om mensen gaat die daar hun hele leven al wonen. En dat zij op een normale schappelijke manier schadeloos gesteld moeten worden. Indieners willen hun zienswijze graag nog mondeling toelichten.

32

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Op dit moment ontbreken er twee punten die het niet mogelijk maken om nu al te praten over (mogelijke) compensatie. • Het exacte ruimtebeslag ter hoogte van de percelen van Indieners is nog niet bekend. We weten dus niet precies hoeveel grond er nodig is. We verwachten dat dit in het najaar 2022 bekend is; • Er is nog geen besluit genomen over de financiering van de RegioExpres. We verwachten dat dit besluit in de eerste helft van 2023 wordt genomen. Wanneer aan beide voorwaarden is voldaan zullen wij ProRail de opdracht geven om de procedure voor grondverwerving te starten. Er heeft een afspraak plaatsgevonden waarin Indieners hun zienswijze hebben toegelicht. Ook hebben wij Indieners meer duidelijkheid gegeven over het proces.

Wijziging in de NRD Geen.

3.18 Zienswijze 18 Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) Indiener geeft aan dat op basis van de tekst in het betreffende hoofdstuk men zou kunnen concluderen dat er op het gebied van geluid en ruimtelijke impact geen onderscheid is. Indieners zien hier juist wel degelijk onderscheid, aangezien het om een aantal grondonteigeningen gaat bij alternatief 1. In de afweging wordt echter alleen een tegenstelling gemaakt tussen de impact op een fiets- en voetpad aan de noordzijde en de Oude Beekseweg 45 aan de zuidzijde. Dat is in optiek van indieners onterecht. Er is ook forse impact op Oude Beekseweg 47 en 49.

In de NRD is ten aanzien van deze afweging een korte tekst opgenomen. De uitgebreide afweging is toegelicht in: 1. Nota Voorkeursalternatief (pagina 24); 2. Afwegingskader Inpassingsvraagstukken (pagina 3). Hierin zijn ook de thema’s geluid, ruimtelijk impact en investeringskosten opgenomen. Wij zullen deze verwijzingen toevoegen in de NRD.

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) Indieners lezen dat ‘zo veel mogelijk ontziet’ in de afweging. Indieners vragen wat hier concreet mee bedoeld wordt. Zij ontvangen graag een toelichting op de impact voor alternatief 2 versus het gekozen alternatief 1.

‘Zo veel mogelijk ontziet’ betekent concreet dat de uitbreiding van het spoor aan de andere zijde wordt gerealiseerd en dat de gevolgen beperkt blijven tot de extra trein die van het spoor gebruik maakt (en de milieueffecten hiervan). In alternatief 1 geldt dit voor de noordzijde, in alternatief 2 voor de zuidzijde.

Uiteindelijk is er gekozen voor het alternatief dat het beste inpasbaar is. Dit sluit niet uit dat individuele percelen, zoals voor de Oude Beekseweg 47 en 49, juist nadeel ondervinden van deze keuze. De belangen van Indiener zijn dus wel meegenomen, maar er is een andere afweging gemaakt.

Wijziging in de NRD In paragraaf 2.3.4.2 zullen wij achter de laatste zin toevoegen. “De uitgebreide afweging is toegelicht in de Nota Voorkeursalternatief (pagina 24) en het Afwegingskader Inpassingsvraagstukken (pagina 3)”.

Geen.

Voor de gevraagde toelichting verwijzen wij naar ons vorige antwoord. • Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) Er wordt gesproken over ‘specifiek Oude Beekseweg 45’. Dat is begrijpelijk omdat de impact daar enorm is. Indieners vragen echter ook aandacht voor Oude Beekseweg 47 en 49 aangezien daar de impact ook behoorlijk is. Het gaat immers ten koste van een stuk land/eigendom en raakt bovendien aan andere voorzieningen. Dat is niet tot nauwelijks het geval bij alternatief 2.

De impact op andere percelen is meegewogen, maar gelet op de grotere afstand tot het spoor van deze woonhuizen is dit geen apart criterium zoals dat wel het geval is voor de Oude Beekseweg 45. Voor de volledige afweging verwijzen wij u naar ons antwoord op uw eerste opmerking.

Geen.

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) Indieners vragen naar de kostenramingen voor alternatief 1 en 2. Dit heeft normaliter grote invloed op dit soort keuzes.

Er is geen kostenraming gemaakt, wel zijn de kosten voor beide alternatieven ingeschat. Voor de volledige afweging verwijzen wij u naar ons antwoord op uw eerste opmerking.

Geen.

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) Het lijkt indieners evident wanneer het aantal bewoners tegen elkaar wordt afgezet dat de voorkeur voor 1 is. Er wonen immers minder mensen aan de Zuidzijde dan aan de Noordzijde. Enkel op basis van dit argument wordt alternatief 1 in de planfase uitgewerkt en komt alternatief 2 niet meer voor in deze fase en wordt nu al volledig terzijde geschoven zo lijkt het. Daar zijn we het niet zonder meer mee eens. Graag zouden we een betere argumentatie willen ontvangen met betrekking tot de keuze voor alternatief 1, of anders ook graag alternatief 2 mee te laten nemen in de planfase.

Het aantal bewoners is één van de criteria die is meegewogen, maar niet het enige. Voor de volledige afweging verwijzen wij u naar ons antwoord op uw eerste opmerking. Voor een toelichting op het knelpunt verwijzen u naar de Nota Kansrijke Oplossingsrichtingen, paragraaf 7.4.1. (pagina 22-24).

Geen.

33

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) De genoemde randvoorwaarde zou ook moeten gelden voor de woningen aan nummers 47 en 49, wanneer alternatief 1 van kracht zou blijven. In het verkenningsgesprek hebben we daarover al verschillende punten voor aangedragen, waarbij de belangrijkste zijn: - Vermindering van eigendom (grond) - Extra geluidhinder, specifiek ook van de spoorwegovergang - Verdere inbreuk privacy - De ingangsmogelijkheid vanaf de Zandweg (waarvoor een vergunning is verleend) wordt geraakt. Er kan niet meer met groter materieel gereden worden.

Wij delen het standpunt van Indiener niet. Zoals in ons antwoord op uw derde opmerking toegelicht vinden wij de situatie van de Oude Beekseweg 45 van een andere orde (de afstand tussen het tweede spoor en woonhuis is hier kleiner), waardoor dit perceel wel een randvoorwaarde is. Dat neemt niet weg dat we graag in gesprek blijven om alternatief 1 in te passen op de percelen van nummer 47 en 49.

Geen.

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) Eerder is door de gemeente aangegeven dat de Oude Beekseweg niet geraakt mocht worden door de spooruitbreiding. Dat zou pleiten voor alternatief 2 voor dit deeltraject II. Klopt het dat dit is losgelaten vanwege het draagvlakargument? Waarom is dit eerder dan wel geëist door de gemeente?

Gemeente Montferland heeft geëist dat de Oude Beekseweg gehandhaafd blijft, zodat de aan deze weg gelegen woningen ook na realisatie van het tweede spoor bereikbaar zijn. Om dit te kunnen realiseren is gekozen om in deeltraject I het spoor naar het noorden te verplaatsen. Voor deeltraject II is de keuze tussen alternatief 1 en 2 niet van invloed op het handhaven van de Oude Beekseweg. De door Indiener aangegeven redenatie klopt dus niet.

Geen.

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) Indieners vinden de argumenten voor alternatief 1 te mager en het is bovendien duurder. Zij vraagt om juist alternatief 2 verder uit te werken. Of in ieder geval beiden uit te werken.

Wij nemen de suggestie van Indiener niet over. Alternatief 1 is het voorkeursalternatief.

Geen.

Tegelijkertijd is het exacte ruimtebeslag ter hoogte van de percelen van nummer 47 en 49 nog niet bepaald. Samen met ProRail en de gemeente Montferland kijken wij naar optimalisaties van het ruimtebeslag. Wij zullen in de Nota Voorkeursvariant, aan het einde van deze fase, het definitieve ruimtebeslag presenteren. Dit verwerken wij vervolgens in het ruimtelijke besluit. Dit leggen we dan ter inzage en hier mag u op reageren (zienswijze indienen). In datzelfde ruimtelijke besluit zijn dan ook de bouwwegen en werkterreinen meegenomen. Wij zullen duidelijk toelichten hoe de keuzes tot stand zijn gekomen en dit persoonlijk met Indiener bespreken.

34

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

3.19 Zienswijze 19 Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) Er wordt gemeld dat alternatief nummer 1 het meeste draagvlak in de omgeving heeft. Aan de noordzijde van het spoor staan meer woonhuizen dan aan de zuidzijde, dan ontstaat er al snel meer draagvlak, numeriek gezien. Dat argument lijkt indieners echter onvoldoende om tot de conclusie van ‘meer draagvlak’ te kunnen leiden. Indieners vragen daarom in de details omtrent dit ‘meeste draagvlak’-argument. Welke afwegingen zijn daarbij gemaakt ten aanzien van de woonpercelen 47 en 49?

Wij verwijzen u naar ons antwoord op zienswijze 18, opmerking 1, 5 en 6.

Geen.

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 Wij verwijzen u naar ons antwoord op – Oude Zandweg) zienswijze 18, opmerking 3. Indieners vinden de beschreven impact op het fietsen voetpad aan de noordzijde enerzijds en enkel de impact op Oude Beekseweg 45 anderzijds te beperkt. Kennelijk zijn de gevolgen voor de woonpercelen nummer 47 en 49 er niet bij betrokken. Dat is volgens indieners niet correct. Beide percelen worden ook aanzienlijk geraakt door de keuze voor de zuidelijke variant.

Geen.

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) Volgens de tekening (figuur 2.4) blijft het fiets- en voetpad aan de noordzijde bij beide alternatieven bestaan. Op welke wijze wordt dat fiets- en voetpad dan ontzien bij aanleg aan de zuidzijde in plaats van aan de noordzijde?

Indiener heeft gelijk, figuur 2.4 laat inderdaad zien dat het fietspad- en voetpad aan de noordzijde in beide alternatieven behouden blijft. Dit is ook juist, alleen schuift het fietspad in alternatief 2 in noordelijke richting. Dit gaat over particuliere gronden. In figuur 2.4, de schematische weergave, is dit verkeerd weergegeven, waardoor het ten onrechte lijkt alsof de alternatieven niet onderscheidend zijn.

Wij zullen figuur 2.4 schrappen.

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) In zijn algemeenheid willen Indieners benoemen dat er bij een keuze voor de noordzijde voor het traject Wilhelminastraat tot aan de Oude Zandweg, naar hun mening, veel minder gevolgen zijn voor privéeigendom van alle aanwonenden. Daarnaast is die keuze, volgens het rapport, ook nog eens goedkoper. Dat er desondanks toch is gekozen voor de zuidzijde vanwege ‘meer draagvlak’ vinden indieners dan erg kort door de bocht.

De gevolgen voor privé-eigendom zijn onderdeel Geen. geweest van de afweging. In alternatief 1 is verwerving van 6 particulieren nodig, in alternatief 2 zijn dit er 8. De aanname van Indiener is niet correct, maar is mogelijk het gevolg van de fout in figuur 2.4, zie ook ons vorige antwoord. Voor de volledige afweging verwijzen wij naar het antwoord op zienswijze 18, opmerking 1.

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) Indiener geeft aan enkel Oude Beekseweg 45 benoemd is ten aanzien van een randvoorwaardelijk aanvullend onderzoek in het kader van de bewoonbaarheid. Er wordt niets vermeld over gevolgen voor de percelen Oude Beekseweg 47 en 49. Dit is volgens Indieners niet correct, omdat een eventuele keuze voor de zuidelijke variant voor beide woonpercelen grote gevolgen heeft.

Wij verwijzen u naar ons antwoord op zienswijze 18, opmerking 6.

35

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Geen.

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 Wij verwijzen u naar ons antwoord op – Oude Zandweg) zienswijze 18, opmerking 1 en 6, en ons antwoord op opmerking 4 van deze zienswijze. Specifiek voor nummer 47 willen indieners benoemen dat het op dit moment geenszins duidelijk is of het perceel op een normale, prettige, gezonde en leefbare wijze bewoonbaar blijft. Nummer 47 heeft altijd al te maken met de negatieve gevolgen van het spoor. Zo is er de geluidshinder, doordat er tot 8 keer per uur op korte afstand een trein passeert. De directe ligging van het spoor tegen de achtertuin en de korte afstand van het spoor tot de schuur en het woonhuis zorgen ook altijd al voor behoorlijke beperking van de privacy. Daarnaast hebben de schuur en het woonhuis te lijden onder de passerende treinen, waardoor af en toe onderhoud en herstelwerk nodig is.

Wijziging in de NRD Geen.

De komst van een tweede spoor aan de zuidzijde maakt de afstand van de trein tot de schuur, het woonhuis en de achtertuin uiteraard veel kleiner. Met negatieve gevolgen voor geluidshinder, privacy en mogelijke schade aan schuur en woonhuis. Deze gevolgen dienen volgens indieners te worden meegenomen in de afweging bij de keuze voor aanleg aan de zuidzijde of noordzijde. Hieromtrent wordt er in de notitie niets vermeld. • Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) Doordat het spoor veel dichter bij de schuur en het woonhuis komt te liggen zal de huidige groene afscheiding (bomen, struiken), welke door (schoon) vader op eigen grond is aangeplant, moeten verdwijnen. Ruimte voor het aanleggen van een vergelijkbare groene afscheiding is er dan niet meer voldoende. Dit betekent dat de trein - die dus al dichter bij het huis gaat rijden - ook nog eens meer zichtbaar, hoorbaar en voelbaar wordt. In het rapport wordt niets geschreven over het voorkomen van die gevolgen.

Het exacte ruimtebeslag is nog niet duidelijk. Wij begrijpen de zorgen van Indiener en zeggen toe in gesprek te blijven over de inpassing van alternatief 1 op het perceel van Indiener. In dit gesprek worden de bouwwegen en werkterreinen meegenomen. Ook wordt, indien daar vanuit de onderzoeken aanleiding voor is, gekeken naar maatregelen om de hinder te verminderen.

Geen.

Wij verwijzen u naar ons antwoord op zienswijze 18, opmerking 8.

Geen.

Maatregelen ter voorkoming van deze hinder zijn naar onze mening noodzakelijk om er op een aanvaardbare wijze te kunnen blijven wonen. Dit geldt zeker ter hoogte van het perceel Oude Beekseweg 47, maar ook ter hoogte van nummer 49. Wij zien graag een goede oplossing tegen het geluid, bijvoorbeeld een smal, hoog scherm. Een oplossing die er tevens voor zorgt dat reizigers niet in staat zijn op het perceel en in het woonhuis te kijken, waardoor de privacy niet verder wordt beperkt. Mogelijk is zo´n scherm zelfs passend voor het gehele traject vanaf de Wilhelminastraat tot de Lange Klauwenhof. • Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) Indieners benadrukken het belang om te weten hoeveel grond er verloren gaat bij een eventuele aanleg van het tweede spoor aan de zuidzijde. De informatie die indieners daar tot nu toe over hebben ontvangen is nog niet concreet, maar het heeft er alle schijn van dat het nieuwe spoor dicht of erg dicht bij de schuur zal komen te liggen met mogelijk negatieve gevolgen voor het gebruik van de schuur.

36

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) Er is vorig jaar een gesprek op locatie geweest met een vertegenwoordiger van de gemeente en een vertegenwoordiger van de provincie. Daar werden geen concrete antwoorden gegeven omtrent de specifieke gevolgen voor het perceel, de schuur en het woonhuis als gevolg van een eventuele keuze voor aanleg aan de zuidzijde. Het gesprek was daar ook niet voor bestemd, maar tot nu hebben indieners geen verdere informatie ontvangen, ook niet ten aanzien van de op- en aanmerkingen die in dat gesprek zijn benoemd en die zijn vastgelegd in het gespreksverslag. Zij vragen hier alsnog een reactie op.

Voor het ruimtebeslag verwijzen wij u naar ons antwoord op zienswijze 18, opmerking 8.

• Paragraaf 2.3.4.2 (Deeltraject Wilhelminastraat 118 – Oude Zandweg) Indieners vinden het nog behoorlijk onduidelijk en hebben ook veel vragen. Zij verzoeken om alternatieven 1 én 2 gedetailleerd uit te werken zodat een volwaardige keuze kan worden gemaakt tussen beide alternatieven, waarbij alle belangen worden meegenomen.

Wij nemen de suggestie van Indiener niet over. Alternatief 1 is het voorkeursalternatief.

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Geen.

Indiener heeft gelijk, wij hebben inmiddels contact gehad met Indiener en de openstaande punten zijn beantwoord.

Tegelijkertijd is het exacte ruimtebeslag ter hoogte van de percelen van nummer 47 en 49 nog niet bepaald. Samen met ProRail en de gemeente Montferland kijken wij naar optimalisaties van het ruimtebeslag. Wij zullen in de Nota Voorkeursvariant, aan het einde van deze fase, het definitieve ruimtebeslag presenteren. Dit verwerken wij vervolgens in het ruimtelijke besluit. Dit leggen wij dan ter inzage en hier mag u op reageren (zienswijze indienen). In datzelfde ruimtelijke besluit zijn dan ook de bouwwegen en werkterreinen meegenomen. Wij zullen duidelijk toelichten hoe de keuzes tot stand zijn gekomen en dit persoonlijk met Indiener bespreken.

37

Wijziging in de NRD

Geen.

3.20 Zienswijze 20 Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Indiener vraagt waarom niet gekozen wordt voor elektrische treinen, aangezien Rijk en Provincie hierop in willen zetten in het algemeen.

De beleidslijn van de provincie is dat het einde van de levensduur een logisch moment is om over te gaan tot een vergroening van het materieel. Een trein wordt afgeschreven over 30 jaar. De treinstellen zijn eind 2012 gaan rijden, dus nog geen 10 jaar oud. Deze zijn eind 2042 afgeschreven. Wel wordt er verkend of een versnelling mogelijk is. Volledige elektrificatie vergt grote investeringen in infrastructuur en nieuw materieel en dat is simpelweg onbetaalbaar.

Geen.

• Paragraaf 4.4.3 (geluid) Indiener vraagt zich af waarom er geen geluidsschermen komen ter hoogte van het Hoge Witteveld?

Er is een geluidsonderzoek uitgevoerd voor het rijden van de RegioExpres (1x per uur). Daaruit volgt dat er ter hoogte van het Hoge Witteveld maatregelen nodig zijn. Het huidige inzicht is dat dit gaat om een geluidsscherm van 1m hoog over een beperkte lengte en raildempers over de gehele lengte (op beide sporen) langs het Hoge Witteveld.

Geen.

Het geluidsonderzoek wordt echter nogmaals gedaan op basis van het definitieve ontwerp van het spoor. Op dat moment wordt duidelijk of de eerdere conclusie standhoudt.

3.21 Zienswijze 21 Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 4.4.8 (natuur) Indiener mist informatie over hoe er onderzoek wordt gedaan naar het effect op het aantal extra aanrijdingen met wild. En vooral de geluidsoverlast van de bijna aanrijdingen tijden de schemering.

Ten behoeve van het MER wordt geen onderzoek gedaan naar het effect op het aantal extra aanrijdingen met wild en naar de geluidoverlast van bijna aanrijdingen tijdens de schemering. Om aanrijdingen met wild te voorkomen worden langs het spoor hekwerken geplaatst.

38

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Wijziging in de NRD Geen.

3.22 Zienswijze 22 Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Indiener vraagt waarom er niet gekozen wordt voor elektrische treinen, omdat dit beter is vanwege de CO2 uitstoot.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 7, opmerking 1.

Geen.

• MKBA Indiener vindt dat de tijdwinst niet in verhouding staat tot de kosten.

Er wordt een substantiële tijdwinst geboekt. Of dit in verhouding staat tot de kosten is uiteindelijk een politieke afweging.

Geen.

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Indiener geeft aan dat bewoners van De Huet en Dichteren geen voordeel hebben van de RegioExpres (en het dubbelspoor), omdat deze bewoners eerst naar station Doetinchem moeten reizen met de fiets of trein. Dit zorgt voor tijdverlies.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 9, opmerking 2.

Geen.

• Paragraaf 4.4.4 (luchtkwaliteit) Indiener benoemt de zorgwekkende CO2-uitstoot na de aanleg van het dubbelspoor.

Wij verwijzen naar het antwoord op zienswijze 11 opmerking 16.

Geen

• Paragraaf 2.2 (doelstelling RegioExpres) Indiener geeft aan dat de treinen niet vol zitten. Mocht dit op korte termijn wel zo worden, dan is de optie van een extra wagon beter.

Als er extra capaciteit nodig is, dan is verlengen van de trein een logische optie. Hierbij geldt wel dat de maximale lengte bij sommige ritten al wordt bereikt. Langer is niet mogelijk, onder andere vanwege de beschikbare lengte van perrons.

Geen.

In dit project gaat het ook om de tijdswinst van en naar de Achterhoek. Dat wordt niet bereikt met een extra wagon.

39

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

3.23 Zienswijze 23 Opmerking

Antwoord

Wijziging in de NRD

• Paragraaf 2.3.3 (analytische fase) Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 7, opmerking 1. Indiener geeft aan een ligging van het tweede spoor aan de noordzijde (Prinses Beatrixstraat) als voorkeursalternatief te hebben. Dit in plaats van het huidige voorkeursalternatief aan de kant van de Lange Klauwenhof.

Geen.

• Kwartsstof Indiener vraagt of er een kwartsstof onderzoek wordt uitgevoerd? Zo ja, wat zijn de gevolgen van de uitkomst? Wordt hier iets mee gedaan?

Geen.

Het bestaande spoor bestaat al voor het grootste deel uit kwartshoudend ballast materiaal. Daarom wordt er nu geen onderzoek naar kwartsstof gedaan. Bij de uitvoering van de werkzaamheden houden we hier rekening mee. We treffen dan maatregelen om blootstelling aan kwartsstof te voorkomen.

3.24 Zienswijze 24 Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Planschade Indiener vraagt of er een schadefonds wordt/ is opgericht ten behoeve van de eventuele schade door bouw of trillingen en eventuele waardevermindering van de huizen. Is er geld beschikbaar voor de bewoners om de 0-metingen voor de huizen te laten doen? Dit voorkomt toestanden zoals in Groningen, waar bewoners na 5 jaar nog financieel in de problemen zitten

Wij houden in de begroting rekening met eventuele planschades en nadeelcompensaties.

Geen.

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Indiener vraagt zich af hoe het kan dat er een nieuw spoor aangelegd wordt met ouderwetse diesel aandrijving. Die zorgt onder andere voor uitstoot en luchtvervuiling. Indiener geeft aan dat op verschillende plekken in Nederland gewerkt wordt aan het omzetten naar elektrische treinen.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 7, opmerking 1.

Geen.

• Paragraaf 4.4.8 (natuur) Indiener geeft aan dat bij station De Huet bomen gekapt moeten worden. De indruk van de indiener is dat dit groot verzet zal stuiten in verband met alle milieuproblematiek. Er verdwijnen bomen en er komen vervuilende dieseltreinen voor in de plaats.

Wij verwijzen u naar het antwoord op zienswijze 3, opmerking 5.

Geen.

• MKBA Indiener ziet gedurende de dag bijna lege treinen voorbij komen. De indruk van de indiener is dat er in de eerste 10 jaar enorm veel geld bij zal komen. Wie krijgt hiervan de rekening? Krijgen wij bewoners de rekening gepresteerd, omdat gemeentelijke belastingen worden verhoogd?

Indien het project doorgaat komt de financiering van het rijk en provincie. Wel kan een gemeente worden gevraagd om een bijdrage voor de ontsluiting van lokale infrastructuur. Dat zal slechts een zeer klein deel zijn van het totale investeringsbedrag. De voorgestelde link met de gemeentelijke belastingen zien wij dan ook niet.

Geen.

40

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

4 Adviezen 4.1 Advies 1, GasUnie Opmerking

Antwoord

Wijziging in de NRD

De GasUnie constateert dat er meerdere hoofd aardgastransportleidingen in het plangebied liggen. Er is in 2020 en 2021 contact geweest met de GasUnie. De GasUnie vraagt om ook nu weer contact op te nemen zodat eisen en voorwaarden besproken kunnen worden.

Wij pakken dit overleg weer op.

Geen.

4.2 Advies 2, gemeente Zevenaar Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 4.4.3 en paragraaf 4.4.4 (geluid en trillingen) In de NRD wordt aangegeven m.b.t. de voorkeursalternatief RegioExpres: “Het tracédeel Arnhem – Zevenaar wordt niet aangepast, maar er is wel sprake van de toevoeging van een extra trein. Dit heeft invloed op het geluid”. Tevens wordt aangegeven: “Er zijn naar verwachting geen geluidsmaatregelen nodig, omdat er ruimte is binnen het geluidsproductieplafond en de bijdrage van de RegioExpres aan de geluidsproductie beperkt is”.

Het effect van de RegioExpres op zowel geluid als trillingen wordt, zoals gemeente Zevenaar zelf al verwacht, in de komende fase nog verder onderzocht.

Wijziging in de NRD Geen.

Voor wat betreft het meten op de gevel verwijzen wij naar het antwoord op zienswijze 8, opmerking 2.

De term “naar verwachting” is een ruim begrip. Zevenaar Voor wat betreft trillingen verwijzen verwacht dat er daadwerkelijk onderzocht wordt wat de wij naar het antwoord op zienswijze geluidseffecten zijn bij een RegioExpres die 1x én 2x per uur 1o, opmerking 2. rijdt. Tevens wordt verzocht om de mogelijke geluidseffecten hiervoor op de woningbouwplannen langs het spoor m.b.t geluid op de gevel inzichtelijk te maken en indien nodig de benodigde maatregelen om de effecten te beperken. Gemeente Zevenaar merkt hierbij op dat er enkele woonwijken dicht op het spoor liggen en dat er in het kader van woningbouwplannen ook nog plannen zijn voor uitbreiding van Enghuizen. Hetzelfde geldt voor mogelijk trillingen als gevolg van de RegioExpres. • Paragraaf 2.3.4.1 (keuzes gemaakt fase 3, overwegveiligheid) Er wordt aangegeven dat de overwegen al zijn aangepast tijdens de realisatie van het dubbelspoor Zevenaar- Didam. Gemeente Zevenaar vraagt zich af hoe zich dit verhoudt m.b.t. de dichtligtijden en bereikbaarheid als de RegioExpres 1x en 2x per uur rijdt. Deze vraag geldt met name bij de drie overwegen die liggen nabij Zevenaar. Deze overgangen vormen een cruciale verbinding tussen delen van Zevenaar, waaronder het centrum met haar voorzieningen, de parkeerterreinen, bedrijventerreinen en woonwijken. Een acceptabele bereikbaarheid dient te allen tijde gewaarborgd te blijven.

41

Reactienota Zienswijzen RegioExpres

Voor het rijden van 1x per uur een RegioExpres zijn geen maatregelen nodig op de overwegen in Zevenaar. De realisatie van 2x per uur een RegioExpres is geen onderdeel van het project. Hiervoor is, wanneer dit project gestart zou worden, een nieuwe risicoanalyse noodzakelijk.

Geen.

Wijziging in de NRD

Opmerking

Antwoord

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) De Provincie Gelderland heeft 2x per uur een RegioExpres benoemd als eindbeeld voor de lijn. Daarvoor zijn aanvullende maatregelen benodigd t.b.v. geluid etc. De wens is om te starten met 1x per uur een RegioExpres. Hoe wordt in het proces de aanvullende maatregelen die nodig zijn indien de RegioExpres 2x per uur gaat rijden onderzocht?

Er wordt in de komende fase geen onderzoek meer gedaan naar 2x per uur een RegioExpres. De benodigde infrastructuur wordt toekomstvast aangelegd, dit betekent dat deze ook geschikt is voor 2x per uur een RegioExpres. Ook wordt een ruimtereservering meegenomen voor geluidsschermen, zoals is aangegeven in de: 1. Nota Voorkeursalternatief, paragraaf 5.2; 2. Samenvatting geluidsonderzoek, pagina 20 en verder.

Geen.

• Paragraaf 2.3.2 (startfase) Daarnaast zijn wij benieuwd of 1x of 2x per uur een RegioExpres gevolgen heeft voor de bestaande dienstregeling m.b.t. de stoptreinen op de lijn. Wij gaan er vanuit dat een RegioExpres geen effect heeft op de bestaande 4x per uur stoptrein.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7969/documents/45428