CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.3.27 - Bodem Historisch bodemonderzoek.pdf

gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.3: Horen raad provinciaal inpassingsplan RegioExpres14.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De verontreinigingen zijn horizontaal niet afgeperkt, omdat sprake is van diffuse verontreinigingen met PAK op het emplacement. Hierdoor is het aannemelijk dat onder de sporen ook sprake is van sterk verhoogde gehalten PAK. Op basis van het gemeten gehalte PAK dient gewerkt te worden met veiligheidsmaatregelen conform Basishygiëne. De aannemer dient BRL7000 gecertificeerd te zijn en werkzaamheden dienen begeleid te worden door een MKB’er (BRL6000 gecertificeerd). Voor de werkzaamheden dient een melding in het kader van de Wbb te worden ingediend. Hierbij volstaat een BUS-melding (TUP of Immobiel).

Privé terrein Nee

Deellocatie

Adres Plaatsnaam

212_39,4-39,5 Station Wehl, km 39,4 - 39,5

Veiligheids Wbb Melding klasse

BRL6000 BRL7000

Rood, niet vluchtig

153 Ja; MKB (BRL6000) en BRL7000

BUS 5-weekse

Lengte Diepte Parameters (m) (m-mv) (mg/kg ds) 1,5 mmv

PAK (1.500 mg/kg d.s.), barium (1.666,6 mg/kg d.s.), koper (246,9 mg/kg d.s.), lood (2.115,4 mg/kg d.s.), nikkel (118,4 mg/kg d.s.), zink (1.132,1 mg/kg d.s.) gemeten

Toelichting

Referentie Locatiecode

AA022200013/AA02200014: NO, Aveco, 09.0521, 03-11-2009; AA02200014 Ter plaatse van het spoorwegemplacement in Wehl is een nader onderzoek uitgevoerd. Aanleiding waren eerder aangetoonde sterk verhoogde gehalten PAK en zware metalen ter plaatse van drie deellocaties (OO, Tebodin, 24179050, 21-01-1999) . Hiernaast zijn niet-onderzochte delen, zogenaamde 'witte vlekken' van het emplacement onderzocht. Ter plaatse van de zuidzijde van de treinrails bevindt zich geval 083SG335, tussen kilometrering 39,4 en 39,5. De eerder aangetoonde sterk verhoogde gehalten zijn bevestigd en grotendeels afgeperkt. In boringen 105, 107, 109, 110, 335B03, 335B08, 335B10, 335B18 en 335B19 zijn sterk verhoogde gehalten PAK (1.500 mg/kg d.s.), barium (1.666,6 mg/kg d.s.), koper (246,9 mg/kg d.s.), lood (2.115,4 mg/kg d.s.), nikkel (118,4 mg/kg d.s.) en zink (1.132,1 mg/kg d.s.) gemeten. De verontreiniging is mogelijk te relateren aan storting van afval, dat voor aan de aanwezigheid van de treinrails plaatsvond. De verontreiniging is in westelijke, noordelijke en oostelijke richting afgeperkt en bevindt zich alleen aan de zuidzijde van de rails tussen km 39,37 en 39,53. Aan de zuidzijde is de verontreiniging niet afgeperkt. De sterk verhoogde gehalten bevinden zich nog wel op 20 meter afstand van het huidige perron.

De sterk verhoogde gehalten zware metalen bevinden zich heterogeen door de bodem, maar het sterk verhoogde gehalte PAK is in elke boring gemeten. Het betreft dus een geval van verontreiniging met PAK. Voor werkzaamheden ter plaatse van de zuidzijde van de rails is een BUS-melding (5-weeks) noodzakelijk op basis van PAK in de boven- en ondergrond (0 - 1,5 m-mv). De separaat gemeten parameters van PAK zijn ook gemeten. Deze gehalten leiden tot veiligheidsklasse 'Rood, niet vluchtig' door Benzo(a)pyreen en lood. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties barium, molybdeen, zink en naftaleen gemeten. Visueel is er geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.

Privé terrein Nee

Deellocatie

Adres Plaatsnaam

212_39,3-39,5 Station Wehl, km 39,3 - 39,5

Veiligheids Wbb Melding klasse

BRL6000 BRL7000

Rood, niet vluchtig

144 Ja; MKB (BRL6000) en BRL7000

BUS 5-weekse

Lengte Diepte Parameters (m) (m-mv) (mg/kg ds) 1,5 mmv

PAK (1.000 mg/kg d.s.)

Toelichting

Referentie Locatiecode

AA022200013/AA02200014: NO, Aveco, 09.0521, 03-11-2009; AA02200014 Ter plaatse van het spoorwegemplacement in Wehl is een nader onderzoek uitgevoerd. Aanleiding waren eerder aangetoonde sterk verhoogde gehalten PAK en zware metalen ter plaatse van drie deellocaties (OO, Tebodin, 24179050, 21-01-1999) . Hiernaast zijn niet-onderzochte delen, zogenaamde 'witte vlekken' van het emplacement onderzocht. Ter plaatse van de noordzijde van de treinrails bevinden zich gevallen 083SG325 en 083SG330, tussen kilometrering 39,3 en 39,5. De eerder aangetoonde sterk verhoogde gehalten PAK zijn hier bevestigd en zijn te relateren aan kolengruis in de bodem. Uit nader onderzoek blijkt dat de twee verontreinigingen hetzelfde geval betreffen. De verontreiniging is grotendeels afgeperkt en bevindt zich aan de noordzijde van de treinrails. Er is maximaal 1.000 mg/kg d.s. PAK gemeten. De separate parameters van PAK zijn ook gemeten. Op basis van het gemeten gehalte Benzo(a)pyreen (140 mg/kg d.s.) dient er te worden gewerkt onder veiligheidsklasse 'Rood, niet-vluchtig'. Een BUS-melding (5weeks) is noodzakelijk vanwege laagscheiding. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties barium, molybdeen, zink en naftaleen gemeten. Visueel is er geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.

Privé terrein Nee

Deellocatie

Adres Plaatsnaam

Veiligheids Wbb Melding klasse

BRL6000 BRL7000

Lengte Diepte Parameters (m) (m-mv) (mg/kg ds)

Toelichting

Referentie Locatiecode

Privé terrein

212-33,9-34

Station Doetinchem, Basis km 33,9 - 34 hygiëne

BUS 5-weekse

125 Ja; MKB (BRL6000) en BRL7000

1,3 mmv

Zink (1.000 mg/kg d.s.)

AA022202132 AA022202132 / 082004: Nader Onderzoek, Tebodin, 28921.00/3315001, 29-04-2003; Tijdens dit nader onderzoek is de bodemkwaliteit vastgesteld ter plaatse van het spoorwegemplacement rondom station Doetinchem. Over het gehele NS-spoor is een heterogene bodemverontreiniging met zware metalen en PAK vastgesteld. Aan de noordzijde en zuidzijde van het NS-emplacement zijn deze verontreinigingen ook aangetoond. Ter plaatse van het spoor zijn maximaal licht verhoogde gehalten gemeten. Hier is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Aan de noord- en zuidzijde zijn meerdere verontreinigingskernen afgeperkt. Het volledige onderzoek bevindt zich ter plaatse van geocode 212. Tussen km. 33,5 en 34,0 zijn aan de noordzijde van het spoor 11 verontreinigingskernen aangetoond, welke onder één WBB-geval zijn geschaard. Het betreft een verontreiniging met PAK en/of zware metalen. De verontreiniging is te relateren aan lagen kolengruis in de bodem. Verontreinigingskernen 3 tot en met 7 zijn gesaneerd door middel van ontgraving (saneringsevaluatie, Aveco de Bondt, 082.015, 27-01-2012). Verontreinigingskernen 8, 9 en 10 zijn nog aanwezig. Van kernen 8 en 9 wordt geen invloed verwacht vanwege de afstand tot het spoor (>20 meter). Tussen km 33.9 en 34.0 zijn in boringen 193 en 195 sterk verhoogde gehalten zink (1.000 mg/kg d.s.) gemeten.

De verontreiniging is afgeperkt middels boringen 155, 165, 192, 194 en 197. De verontreiniging betreft circa 750m³ en is aanwezig tot 1,3 m-mv. Tussen 1,3 en 1,5 m-mv is nog een matig gehalte zink gemeten. Er is sprake van een geval. Het verhoogde gehalte zink leidt niet tot een aangepaste veiligheidsklasse. Er kan worden gewerkt volgens veiligheidsklasse 'Basishygiëne'. Er is een BUSmelding (5-weeks) noodzakelijk vanwege laagscheiding.

Nee

212_33,8

Station Doetinchem, Zwart, niet km 33,8 vluchtig

BUS 5-weekse

29 Ja; MKB (BRL6000) en BRL7000

0,5 mmv

Asbest (1.293,3 mg/kg d.s.)

AA022201538 AA022201538: NO, Hunneman Advies, 160462/lvh/sh, 18-052016; Aanleiding was eerder aangetroffen asbestverdacht plaatmateriaal. Sleuf 1 is gezet tussen het zuiderlijke spoor en de parkeervakken aan de zuidzijde van station Doetinchem. In deze sleuf is een gewogen gehalte van 1.293,3 mg/kg d.s. aangetoond. Sleuven 2 t/m 5 zijn gezet rondom sleuf 1. In sleuf 2 en 3 is asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen. In geroerde bovengrond van sleuven 2 t/m 5, welke rondom sleuf 1 liggen, is geen asbest aangetoond boven de bepalingsgrens. Het plaatmateriaal betreft hechtgebonden serpentijn asbest. Het separaat berekende gewogen gehalte van sleuf 2 bedraagt 208 mg/kg d.s. asbest. Het gewogen gehalte aan asbest in sleuf 3 betreft 5,1 mg/kg d.s.. De verontreiniging is afgeperkt in alle richtingen behalve het noorden. Voor werkzaamheden tussen de zuidzijde van het spoor en het perron wordt veiligheidsklasse 'zwart, niet vluchtig' aangeraden. Een BUS-melding (5-weeks) in het kader van de wet bodembescherming is noodzakelijk.

Nee

Deellocatie

Adres Plaatsnaam

Veiligheids Wbb Melding klasse

212_33,6-33,7 Station Doetinchem Rood, niet km 33,6-33,7 vluchtig

Nee

BRL6000 BRL7000

Lengte Diepte Parameters (m) (m-mv) (mg/kg ds)

49 Ja; MKB (BRL6000) en BRL7000

0,1 - 0,3 PAK (244 m-mv mg/kg d.s.)

Toelichting

Referentie Locatiecode

AA022202132 AA022202132 / 082004: Nader Onderzoek, Tebodin, 28921.00/3315001, 29-04-2003; Tijdens dit nader onderzoek is de bodemkwaliteit vastgesteld ter plaatse van het spoorwegemplacement rondom station Doetinchem. Over het gehele NS-spoor is een heterogene bodemverontreiniging met zware metalen en PAK vastgesteld. Aan de noordzijde en zuidzijde van het NS-emplacement zijn deze verontreinigingen ook aangetoond. Ter plaatse van het spoor zijn maximaal licht verhoogde gehalten gemeten. Hier is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Aan de noord- en zuidzijde zijn meerdere verontreinigingskernen afgeperkt. Het volledige onderzoek bevindt zich ter plaatse van geocode 212. Tussen km. 33,5 en 34,0 zijn aan de noordzijde van het spoor 11 verontreinigingskernen aangetoond, welke onder één WBB-geval zijn geschaard. Het betreft een verontreiniging met PAK en/of zware metalen. De verontreiniging is te relateren aan lagen kolengruis in de bodem. Verontreinigingskernen 3 tot en met 7 zijn gesaneerd door middel van ontgraving (saneringsevaluatie, Aveco de Bondt, 082.015, 27-01-2012). Verontreinigingskernen 8, 9 en 10 zijn nog aanwezig. Van kernen 8 en 9 wordt geen invloed verwacht vanwege de afstand tot het spoor (>20 meter). Tussen km 33.6 en 33.7 is in boring 118 (kern 10) een homogene laag kolengruis aangetroffen tussen 0,1 en 0,3 m-mv.

In boring 150 van kern 6, welke representatief wordt geacht voor de laag kolengruis, is een sterk verhoogd gehalte PAK (244 mg/kg d.s.) gemeten. De kern is afgeperkt middels boringen 116, 119, 121, 122 en 208. Het verhoogde gehalte PAK leidt tot veiligheidsklasse 'Rood, niet vluchtig'. Er is sprake van een geval, de verontreiniging betreft circa 30m³. Een melding is noodzakelijk.

Privé terrein Nee

Deellocatie

Adres Plaatsnaam

Veiligheids Wbb Melding klasse

212_33,4-33,5 Station Doetinchem Oranje, niet BUS 5-weekse km 33,4-33,5 vluchtig

BRL6000 BRL7000

Lengte Diepte Parameters (m) (m-mv) (mg/kg ds)

150 Ja; MKB (BRL6000) en BRL7000

0,5 mmv

Zink (829,49 mg/kg d.s.) en lood (894,7 mg/kg d.s.)

Toelichting

Referentie Locatiecode

AA022202132 / 082004: Nader Onderzoek, Tebodin, AA022202132 28921.00/3315001, 29-04-2003; Tijdens dit nader onderzoek is de bodemkwaliteit vastgesteld ter plaatse van het spoorwegemplacement rondom station Doetinchem. Over het gehele NS-spoor is een heterogene bodemverontreiniging met zware metalen en PAK vastgesteld. Aan de noordzijde en zuidzijde van het NS-emplacement zijn deze verontreinigingen ook aangetoond. Ter plaatse van het spoor zijn maximaal licht verhoogde gehalten gemeten. Hier is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Aan de noord- en zuidzijde zijn meerdere verontreinigingskernen afgeperkt. Het volledige onderzoek bevindt zich ter plaatse van geocode 212. Tussen km. 33,4 en 33,5 bevindt zich een geval van ernstige bodemverontreiniging met sterk verhoogde gehalten zink (445 mg/kg d.s.) en lood (600 mg/kg d.s.) in de bovengrond (0 - 0,5 mmv). De verontreiniging is aangetroffen in boringen 221 en 217, en afgeperkt middels boringen 217A, 219, 221A, 222 en 223, waarin maximaal licht verhoogde gehalten zijn gemeten. In de ondergrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten gemeten. Het grondwater is niet aangetroffen binnen 1,5 m-mv. Voor werkzaamheden kunnen plaatsvinden is een BUS-melding (5weeks) noodzakelijk vanwege laagscheiding tussen de ernstig verontreinigde bovengrond en de licht verhoogde gehalten in de ondergrond.

Tevens dient er te worden gewerkt onder veiligheidsklasse 'Oranje, Niet-vluchtig'.

Privé terrein Nee

Bijlage 4: Regionale bodemopbouw

Verticale Doorsnede BRO REGIS II v2.2

- Holocene afzettingen - Formatie van Boxtel, tweede zandige eenheid - Formatie van Boxtel, derde zandige eenheid - Formatie van Boxtel, vierde zandige eenheid - Formatie van Kreftenheye, tweede zandige eenheid - Formatie van Kreftenheye, derde zandige eenheid - Formatie van Kreftenheye, vierde zandige eenheid - Formatie van Kreftenheye, Laagpakket van Twello, eerste kleiige eenheid - Formatie van Kreftenheye, vijfde zandige eenheid - Formatie van Drente, eerste zandige eenheid - Formatie van Drente, derde zandige eenheid - Gestuwde eenheid - Formatie van Peize en Waalre, tweede zandige eenheid - Formatie van Peize en Waalre, derde zandige eenheid - Formatie van Peize en Waalre, vierde zandige eenheid - Formatie van Oosterhout, eerste zandige eenheid - Formatie van Oosterhout, eerste kleiige eenheid - Formatie van Oosterhout, tweede zandige eenheid

Bijlage 5: PFAS-verwachtingen kaart

t

I: 1'

j ,~ • I: Ii

~

~

z 0

w

5

w

0

t,.

---------- _-------------------------t

:

------------------------------------1

J

l 1

. i I !

----------- -- ----------------- .. -----1

j

:~

: ë§

-

l

:

1fI;+t~/

I

l

1

✓-

\

! kJ.1/.. \" ~ /'. I \

'

,I

0

q

-

\~

I (~ i 1'

t

i

"' ë.

U

1

/

~~

•

~

l

i.

'

,.r

~:r-~.';;,.. ___

,·--~

~--:-:::-~~-

'!

\

~ ! ~~~''·--~ ! i

\

\/

-

~

/ _y

,,-

• I:.,__" ~:,=,,-,,,..;..-,-.._

·t-:Ji',~

v~

JÎ 1

i ~{ '· \

.

QJ

ë VI

)(

, ~ i _ ,.Y"""'· " 8..- J :J, 1 ~

.-J

C:

C:

:C LU

;:i E

QJ

C.

o QJ E

~

QJ

C:

., i ]{~1W\;,"') 1 ~~~\ <\l> · -\

~ ï

l

\.,/ . ~I! Mt

·

,

~

QJ QJ

-

t-,®1 .!d I - Li~ • . I \j I { 1H , J

.-I

00 0

: I=' :o

: a: :w

m

.!2

0 -'

~E~~l5~

QJON

Ec::2 EE:,

(IJ

E c: ::r:

QJ QJ QJ "C

"ON C: I ra "C "- .c C:

32 .-I QJ :Q "- ::,

c:

~~ > 00

t:1.00

w5

~ :g-o

: a: :

·:

------------------------------------1

.)

d

QJ QJ

> °5l ë ë ë ë l5

QJ QJ

I QJ QJ QJ ra ~ ,!!,! QJ,I Cl :C :I: O °'OQJQJQJQJ tl.0 ,!!:!: C: .o. QJ "C ·;;; QJ QJ QJ

QJ

0

EEEE:Ct:1.0 E QJ QJ QJ QJ QJ (.!) (.!) (.!) (.!) (.!)

.

~""-"

l

.. •:

,., / t

.

,'~;

;

'\' .

l

l

J i I

, ::

! :

I

i •~

i

-~

.t.a/, \

/l \

'-,

8 ,: 817 ll:Z _ 880 ,ai ; ~uo9 8!\0WJ0JUI

Cl)

□JJUI

.lil\!

-

/

Q)

..c:

0

~-

Cl)

(!)

<(

0

.E.

~

(N

0

Q.

--

'st

Il) C)

()

!

£.

0.

Q)

lO>

;t=

:::>

(.'.) ~

a,~

E"'

a,D a,O

co

~<Il

o,<1> a,-

1:' L

NQ) CUl

<1>0

C,

4C

0

L

E

0

<1)

;a1ua:io1op□JJUI / l!OèjOJd, 8!\~npOJd

C

CD

.!:..

I

0

C

Q)

CD

ä5

U') (;'Ii)

t:: i 0 ctS <( ~ .I ::::,~ I: ,aID ~ ctS l!lil ... -~ 00 CDC §0 § ....~ «I

.....CDC

IE ....

€1

«î .E "P «I iU ~ .ff: .E

:!J 0

i "' :ê- ,,.. ..... .... 1 1 5i - -... î - "'

ui

Hl

i!!

'H!

Il mIU

Bijlage 6: Referentiekader, verklarende woordenlijst, kwaliteit en betrouwbaarheid

REFERENTIEKADER De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de NEN 57404. In overeenstemming met deze norm is voorafgaand aan het veldonderzoek een vooronderzoek uitgevoerd gebaseerd op de NEN 5725 5. Het verkennend onderzoek bestond uit vooronderzoek, locatie inspectie, veldonderzoek, chemische analyses, toetsing en interpretatie. Naar aanleiding van veldwaarnemingen is het onderzoek aangevuld met asbestonderzoek in aansluiting op de NEN 5707 6. De analyseresultaten voor grond en grondwater zijn getoetst aan de normering zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 20137 en de Regeling bodemkwaliteit8. De in het laboratorium gemeten gehalten zijn omgerekend naar standaard bodem op basis van de gemeten lutum- en organische stofpercentages. De advieswerkzaamheden voor dit project zijn uitgevoerd vanuit ons kantoor te Delft. In dit rapport wordt de volgende terminologie voor grond gehanteerd: • Kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (AW) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogd gehalte; niet verontreinigd. • Groter dan AW kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogd gehalte; licht verontreinigd. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (achtergrondwaarde + interventiewaarde)/2. • Groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogd gehalte; matig verontreinigd.

• Groter dan I: sterk verhoogd gehalte; sterk verontreinigd. De terminologie voor grondwater is als volgt: • Kleiner of gelijk aan de streefwaarde (S) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogde concentratie; niet verontreinigd. • Groter dan de streefwaarde (S), kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogde concentratie; licht verontreinigd. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (streefwaarde + interventiewaarde)/2. • Groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogde concentratie; matig verontreinigd. • Groter dan I: sterk verhoogde concentratie; sterk verontreinigd.

4

NEN 5740:2009+A1:2016 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederlands Normalisatie-instituut, 1 april 2016. 5 NEN 5725, ‘Bodem- Landbodem- Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek’, Nederlands Normalisatie-instituut, januari 2009. 6 NEN 5707+C2:2017 Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, Nederlands Normalisatieinstituut, 1 december 2017. 7 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant nummer 16675, 27 juni 2013. 8 Regeling bodemkwaliteit, regeling van 13 december 2007, houdende regels voor de uitvoering van de kwaliteit van de bodem, Staatscourant nr. 247, 20 december 2007 en bijbehorende wijzigingen en besluiten.

In deze rapportage is, afhankelijk van de gemeten asbestconcentraties, gebruik gemaakt van de volgende terminologie voor grond: • Geen asbest aangetoond (concentratie beneden of gelijk aan de bepalingsgrens): niet verhoogd. • Concentratie boven de bepalingsgrens en beneden of gelijk aan de interventiewaarde: licht verhoogd. • concentratie boven de interventiewaarde: sterk verhoogd. De betekenis van de streef-, achtergrond-, tussen- en interventiewaarde is opgenomen in de verklarende woordenlijst.

KWALITEIT EN BETROUWBAARHEID Uitgevoerde werkzaamheden De werkzaamheden in het kader van dit onderzoek zijn uitgevoerd conform een gecertificeerd kwaliteitssysteem ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA**. Stantec verklaart dat de beschreven uitvoering van kritische functies onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd. Stantec B.V. heeft geen financiële of juridische belangen met betrekking tot het eigendom van de locatie.

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige richtlijnen en methoden. Wij wijzen u erop dat de geraadpleegde bronnen mogelijk onvolledig zijn of dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Indien na het onderzoek op of nabij de locatie (bodembedreigende) activiteiten of calamiteiten plaatsvinden en/of in de omgeving (mobiele) verontreinigingen aanwezig zijn, kan de bodemkwaliteit hierdoor worden beïnvloed.

VERKLARENDE WOORDENLIJST Een grond- en/of grondwaterverontreiniging kan veroorzaakt worden door verschillende parameters. Soms betreft het stoffen die van nature in de bodem voorkomen. In andere gevallen is er sprake van milieuvreemde stoffen. Om een indicatie te krijgen van een eventuele grond(water)verontreiniging worden analyses uitgevoerd op verschillende parameters.

Toetsingskader Sinds oktober 2008 zijn in het kader van de Wet bodembescherming de streefwaarden (grondwater) en interventiewaarden (grond en grondwater) van kracht en daarmee het toetsingskader voor beoordeling van de kwaliteit van grond en grondwater. Daarnaast gelden voor de toepassing van grond de (landelijke) achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit.

Achtergrondwaarde (grond) De Achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als schone of niet verontreinigde grond.

Streefwaarde (grondwater) Als de streefwaarde wordt overschreden is er sprake van bodemverontreiniging. Voor de stoffen die van nature voorkomen, komt de streefwaarde overeen met het zogenaamde ‘gemiddelde achtergrondgehalte’. Voor stoffen die niet van nature in de bodem voorkomen is de streefwaarde gelijkgesteld aan de aantoonbaarheidsgrens van de huidige analysetechnieken, ook wel ‘detectiegrens’ genoemd.

Tussenwaarde Deze waarde geeft de milieukwaliteit aan, waarbij er sprake is van verhoogde, maar in het algemeen niet potentieel onaanvaardbare, risico's voor mens en milieu. Het betreft een rekenkundig gemiddelde van de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) en de Interventiewaarde, dat niet rechtstreeks aan een specifiek risiconiveau is gekoppeld. Overschrijding van deze waarde heeft slechts een indicatieve functie, namelijk het aangeven van de noodzaak om een nader onderzoek naar de kwaliteit van de bodem uit te voeren. Grond of grondwater die de tussenwaarde wel maar niet de interventiewaarde overschrijdt, wordt aangeduid als matig verontreinigd.

Interventiewaarde De interventiewaarde is de waarde die aangeeft bij welke concentratie sprake kan zijn van een dreigende ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor plant, mens en dier.

Toetsingswaarden asbest Voor asbest in grond geldt alleen een interventiewaarde c.q. restconcentratienorm. Deze norm is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. asbest (gewogen). De Interventiewaarde voor asbest is gebaseerd op het verwaarloosbaar risiconiveau (VR). Grond met een gehalte aan asbest (gewogen) lager dan de Interventiewaarde mag hierdoor als niet verontreinigd worden aangemerkt. Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met tienmaal het gehalte aan amfibool asbest.

Geval van ernstige bodemverontreiniging Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m 3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde en de verontreiniging is ontstaan voor 1987. Asbest is uitgezonderd van dit volumecriterium.

BRL SIKB 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek Alleen bedrijven die door het Ministerie van I en M zijn erkend mogen veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek verzorgen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Zij zijn ook de enigen die voor deze activiteit het keurmerk ‘Kwaliteitswaarborging bodembeheer SIKB' mogen voeren. Bedrijven met een erkenning staan vermeld op de lijst met erkende veldwerkers bij milieuhygiënisch bodemonderzoek op de website van Rijkswaterstaat Leefomgeving (www.rwsleefomgeving.nl).

Besluit bodemkwaliteit Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. Volgens dit besluit kan per gemeente een beleid worden gevoerd, waarin rekening gehouden is met lokale omstandigheden. Per gemeente dient voor toepassing gecontroleerd te worden of er sprake is van gebiedsspecifiek beleid of dat de generieke normen van het besluit van toepassing zijn. Voor de ontvangende bodem dient de bodemkwaliteit te zijn vastgesteld. Deze kwaliteit kan worden afgeleid van een vastgestelde bodemkwaliteitskaart. Als geen bodemkwaliteitskaart is vastgesteld moet met bodemonderzoek de kwaliteit van de ontvangende bodem worden vastgesteld. Een dergelijk onderzoek dient tenminste te worden uitgevoerd volgens een onderzoeksstrategie uit de NEN 5740.

PARAMETERS Asbest Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen, die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels. Losse asbestvezels zijn met het blote oog niet zichtbaar. Asbestvezels zijn sterk en flexibel tegelijk. Bovendien zijn ze thermisch en elektrisch isolerend, bestand tegen zuren en logen en hebben ze een hoge wrijvingsweerstand. Hierdoor zijn ze geschikt voor veel verschillende toepassingen, als: • golfplaten; • waterleidingbuizen; • rem- en frictiemateriaal; • isolatiemateriaal. Asbest is met name na de Tweede Wereldoorlog veel gebruikt. Niet-hechtgebonden asbest is sinds 1983 vrijwel niet meer toegepast. De beroepsmatige toepassing en verkoop van alle soorten asbest is sinds 1 juli 1993 volledig verboden.

Minerale olie Onder verontreinigingen met minerale olie vallen o.a. benzine, diesel en huisbrandolieverontreinigingen. Verontreinigingen met minerale olie komen veelvuldig voor. Minerale olie is in de meeste gevallen in de bodem terechtgekomen door lekkage bij ondergrondse tanks of calamiteiten. Een olieverontreiniging is in de meeste gevallen goed zintuiglijk waarneembaar door geurafwijkingen en/of met behulp van de olie-op-watertest. Bij de olie-op-watertest wordt een beetje grond in water gebracht. De in de grond aanwezige olie komt boven drijven en wordt zichtbaar als een oliefilm. Na analyse kan in de meeste gevallen een redelijk betrouwbare indicatie worden gegeven van de oliesoort. Indien sprake is van een benzineverontreiniging dient tevens rekening gehouden te worden met een verontreiniging met vluchtige aromaten (BTEXN) en bij nieuwe gevallen met ETBE of MTBE.

Organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) Bestrijdingsmiddelen worden ook wel pesticiden genoemd. Met name bij (voormalige) tuinbouwkassen en akkerbouw wordt rekening gehouden met deze vorm van verontreiniging. DDT en drins zijn bekende voorbeelden.

Polychloorbifenylen (PCB) PCB zijn olieachtige vloeistoffen die veel zijn toegepast in transformatoren en condensatoren vanwege hun goede elektrisch-isolerende eigenschap in combinatie met het bestand zijn tegen hoge temperaturen. In het verleden zijn PCB ook toegepast in producten als motorolie, tl-armaturen, inkt, lijm en verf. Tegenwoordig zijn PCB op de zwarte lijst geplaatst en is de toepassing ervan verboden. PCB zijn voor mens en dier met name schadelijk omdat zij de eigenschap hebben om zich op te hopen in vet.

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) PAK zijn teerachtige producten. PAK wordt gevormd bij diverse verbrandings- en chemische processen, veelal door onvolledige verbranding van koolstofverbindingen. PAK kan in hoge gehaltes voorkomen in asfalt, steenkoolteer, pek, creosoot, diverse oliesoorten, zuiveringsslib en dakbedekkingsmaterialen. In de bodem komen PAK-verbindingen vaak voor in combinatie met koolas of sintels. In totaal bestaan er circa 250 verschillende PAK-verbindingen. Bij analyse op PAK ten behoeve van bodemonderzoek wordt een selectie van deze verbindingen geanalyseerd, bijvoorbeeld de zogeheten zestien van EPA of tien van VROM. Enkele PAK-verbindingen, zoals benzo(a)pyreen, zijn carcinogeen ofwel kankerverwekkend.

Vluchtige aromaten (BTEXN) Vluchtige aromaten (BTEXN = benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) worden bereid uit aardoliën. Ze zijn met name aanwezig in benzine en oplosmiddelen (bv. thinner). Ze zijn vrij vluchtig en hebben een sterk oplossend vermogen voor een groot aantal kunststoffen. Van bijvoorbeeld benzeen is bekend dat het kankerverwekkend is.

Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOH/ VOCl) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen zijn koolwaterstoffen met een halogeenverbinding, met name chloor is in dit kader bekend. VOH/ VOCl worden veel gebruikt als ontvettings- en schoonmaakmiddelen bij chemische wasserijen, metaalindustrie en drukkerijen. Met name verontreinigingen met ‘Per’ (tetrachlooretheen) en ‘Tri’ (trichlooretheen) komen veel voor. Per en Tri hebben een hoog soortelijk gewicht (zwaarder dan water) en zijn vrij vluchtig. Ook deze stoffen hebben een sterk oplossend vermogen voor een groot aantal kunststoffen. Van deze stoffen is bekend dat ze het zenuwstelsel aan kunnen tasten.

Zware metalen Zware metalen komen van nature in kleine hoeveelheden voor in de bodem. In deze hoeveelheden zijn ze niet schadelijk voor volksgezondheid of milieu. Grote (schadelijke) hoeveelheden zware metalen zijn in veel gevallen in het milieu terecht gekomen door: • verwerking metaalertsen; • metaalbewerking; • metaaloppervlaktebehandeling (galvaniseren/emailleren); • glazuren van aardewerk (loodwit); • metalen in drukinkt, cosmetica, katalysatoren, accu's, batterijen en verbrandingsafval (sintels, cokes, vliegas, slakken). Zware metalen komen in de bodem vaak in combinatie met puin en aardewerk voor. Door toepassing van lood als antiklopmiddel in benzine zijn grote hoeveelheden lood diffuus verspreid in het milieu terecht gekomen, vooral langs wegen en in stedelijke gebieden.

PFAS De groep van poly- en perfluor-alkyl stoffen (PFAS) is een grote verzameling van koolstofverbindingen waarbij de waterstofatomen door fluor vervangen zijn. Van deze groep zijn de stoffen PFOS en PFOA het meest bekend. Er zijn meer dan 6.000 typen PFAS-verbindingen bekend, die veelvuldig worden toegepast in consumentenproducten als waterafstotende kleding, textiel, tapijt, in leer, papier en in industriële producten zoals verf en brandblusschuim. Tijdens de productie, het gebruik en in de afvalfase komen de stoffen op verschillende manieren in de lucht, bodem en water terecht. De stoffen worden nauwelijks afgebroken in het milieu en kunnen duizenden jaren blijven bestaan. Door bioaccumulatie kunnen de stoffen in de voedselketen terechtkomen. PFAS kunnen schadelijke effecten hebben op de nieren, lever, voortplanting, het immuunsysteem en zijn potentieel kankerverwekkend.

PFOS De afkorting PFOS staat voor perfluor-octaansulfonaat. De stof is vooral bekend van de toepassing in brandblusmiddelen. In 1969 is PFOS houdend brandblusschuim geïntroduceerd in Nederland. Sinds 2011 is het gebruik van PFOS voor deze toepassing in de EU verboden. In plaats van PFOS worden nu diverse PFAS verbindingen met kleinere ketens gebruikt in brandblusschuim.

PFOA PFOA is de afkorting voor perfluor-octaanzuur en is tot 2012 gebruikt als een hulpstof in de bereiding van Teflon. Vanwege de aanwezigheid van acht koolstofatomen wordt soms ook wel de minder specifieke afkorting C8 gebruikt.

GenX GenX is strikt genomen geen stof, maar een technologie die sinds 2012 wordt gebruikt bij het produceren van fluorhoudende polymeren zoals Teflon. Bij de GenX-technologie wordt de stof 2,3,3,3-tetrafluoro-2-(heptafluoropropoxy)-propaanzuur (FRD-903) en het ammoniumzout ervan (FRD-902) gebruikt.

Bijlage 7: Notitie ProRail diffuse spoorgebonden processen op de bodemkwaliteit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7969/documents/45416