CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.3.27 - Bodem Historisch bodemonderzoek.pdf

gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.3: Horen raad provinciaal inpassingsplan RegioExpres14.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

OPGESTELD VOOR: PRORAIL BV // OPGESTELD DOOR: STANTEC BV

R-548200 Regio Expres Achterhoek, historisch bodemonderzoek Definitief REFERENTIE: 327100649 16-5-2023

R-548200 Regio Expres Achterhoek, historisch bodemonderzoek Definitief

In opdracht van: ProRail B.V. Opgesteld door: Tom Broere Projectnummer: 327100649 Documentnaam: 327100649.r01 Datum: 16 mei 2023

Versie

Vrijgegeven door

327100649.r01.docx

Frank van der Poel

Postadres Postbus 270 2600 AG DELFT T 015 7511600

Bezoekadres Poortweg 4D 2612 PA DELFT www.stantec.com/nl

Paraaf

Datum

16 mei 2023

KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 22 76 53 920 IBAN NL75BNPA0227653920 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd

Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te passen

SAMENVATTING Opdrachtgever

ProRail B.V., Leefomgeving, Juridische zaken & Vastgoed

Locatie

Regio Expres Achterhoek (geocode 611, km 106,2 t/m geocode 212, km. 35,9)

Aanleiding

De voorgenomen werkzaamheden om infrastructurele wijzigingen aan het spoor door te kunnen voeren.

Doelstelling

Door middel van archief- en dossieronderzoek inventariseren welke informatie beschikbaar is om vervolgens een vertaalslag te maken naar de impact die de geplande werkzaamheden hebben, getoetst aan de Wbb en wet-Arbo.

Werkwijze

Er is gebruik gemaakt van de bij ProRail bekende gegevens (uit RailMaps), aangevuld met de openbaar beschikbare bodemkwaliteitsgegevens die zijn opgenomen in de Bodemrisicokaart (BRK-i) van Stantec en de bodemdossiers die hierbij beoordeeld zijn. De werkzaamheden zijn uitgevoerd in twee fasen.

Resultaten fase 1

Voor het tracé is tijdens fase 1 17,07 km spoor onderzocht. Hierbij is voor 13,55 km (79,38%) bepaald dat geen vervolgonderzoek of vervolgstappen in het kader van de Arbo/Wbb benodigd zijn. Voor 3,52 km (20,62%) was vervolgonderzoek (Fase 2) benodigd. Hier was met alleen de scan van de gegevens in de BRK-i nog geen definitieve veiligheidsklasse vast te stellen. Voor deze tracédelen hebben onze adviseurs de veiligheidsklasse -indien mogelijk- bepaald door middel van archiefonderzoek.

Resultaten fase 2

Op de 3,52 km waarvoor tijdens fase 1 geen conclusie kon worden getrokken, is een fase 2 onderzoek uitgevoerd. Hierbij is voor 2,62 km bepaald dat veiligheidsmaatregelen conform Basishygiëne volstaan, waarbij ook geen vervolgstappen benodigd zijn. Voor 1,00 km is bodemonderzoek of een Wbb-melding benodigd en/of is een verhoogde veiligheidsklasse van toepassing.

Verdachte deellocaties

Binnen het tracé zijn meerdere deellocaties vastgesteld waar een verkennend bodemonderzoek benodigd is. Dit betreffen onderstaande locaties: • • • • •

Deellocatie 611_106,45 (t.h.v. geocode 611, km. 7,3-7,7); Deellocatie 212_34,3 (t.h.v. geocode 212, km. 34,3); Deellocatie 212_37,9 (t.h.v. geocode 212, km. 37,9); Deellocatie 212_43,5 (t.h.v. geocode 212, km. 43,5); Deellocatie 212_46,1-46,15 (t.h.v. geocode 212, km. 46,1-46,15).

Ook zijn meerdere deellocaties vastgesteld waar vervolgacties met betrekking tot de Wet bodembescherming van toepassing zijn. Dit betreffen onderstaande locaties: • •

Deellocatie 212_46,9-47 (t.h.v. geocode 212, km. 46,9-47,0); Deellocatie 212_45-45,25 (t.h.v. geocode 212, km. 45,0-45,25);

Stantec | 327100649.r01

Conclusie en aanbevelingen

• Deellocatie 212_39,4-39,5 (t.h.v. geocode 212, km. 39,4-39,5); • Deellocatie 212_39,3-39,5 (t.h.v. geocode 212, km. 39,3-39,5); • Deellocatie 212_33,9-34 (t.h.v. geocode 212, km. 33,9-34,0); • Deellocatie 212_33,8 (t.h.v. geocode 212, km. 33,8); • Deellocatie 212_33,6-33,7 (t.h.v. geocode 212, km. 33,6-33,7); • Deellocatie 212_33,4-33,5 (t.h.v. geocode 212, km. 33,4-33,5). In totaal is 17,07 km onderzocht middels het drie fasen-GTO model van Stantec. Voor 13,55 km is met behulp van fase 1 bepaald dat veiligheidsmaatregelen conform Basishygiëne (geen vervolgstap noodzakelijk) volstaan en geen vervolgstappen in het kader van de Wbb benodigd zijn. De overige 3,52 km is in een fase 2 verder onderzocht. Hierbij is voor 2,62 km bepaald dat veiligheidsmaatregelen conform Basishygiëne (geen vervolgstappen noodzakelijk) volstaan. Ter plaatse van 1,00 km zijn vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk (het indienen van een melding BUS-Tijdelijk Uitplaatsen, Immobiel of deelsaneringsplan).

Stantec | 327100649.r01

Inhoudsopgave 1.0 Inleiding 1.1 Doel van het onderzoek

1 2

2.0 Snelle scan (Fase 1) 2.1 BRK-i en Accuraatheid gegevens 2.2 Werkwijze Fase 1 en afbakening scope 2.3 Resultaten snelle scan

3 3 4 5

3.0 Archiefonderzoek (Fase 2) 3.1 Werkwijze archiefonderzoek 3.2 Beschrijving van de locatie 3.3 Historisch kaartmateriaal 3.4 Regionale bodemopbouw en geohydrologie 3.5 Bodemonderzoeken 3.6 RailMaps 3.7 Verdachte historische activiteiten 3.8 Bodemkwaliteitskaarten 3.9 Samenvatting archiefonderzoek (fase 2)

6 6 7 7 8 9 10 11 12 13

4.0 Conclusies en aanbevelingen 4.1 Conclusies 4.2 Deellocaties met vervolgacties 4.3 Aanbevelingen

15 15 16 17

Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:

Overzichtskaart en situatietekeningen fase 2 (1:18.000) Overzichtstabel fase 3: verkennend onderzoek Overzichtstabel fase 4: verhoogde veiligheidsklassen en/of Wbb melding Regionale bodemopbouw PFAS-verwachtingen kaart Referentiekader, verklarende woordenlijst, kwaliteit en betrouwbaarheid

Stantec | 327100649.r01

1.0

INLEIDING

Op 19 januari 2023 heeft ProRail B.V. aan Stantec B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een inventarisatie van beschikbare bodemgegevens ten behoeve van het project ‘Regio Expres Achterhoek’ (projectnummer R-548200). De provincie Gelderland wil met project Regio Expres Achterhoek investeren in het openbaar vervoer van de toekomst. Een integrale oplossing hiervoor is het laten rijden van een extra sneltrein, één keer per uur, tussen Arnhem en Doetinchem. Dit vergt verschillende maatregelen op met name het traject Didam-Doetinchem, terwijl het traject ArnhemDidam reeds is voorzien van dubbelspoor. Enkele overige werkzaamheden in Zevenaar zijn echter wel nodig zoals het aanbrengen van een extra wissel. Ook wordt er vanuit de toekomstvastheid van de spoorverdubbeling alvast geanticipeerd op twee sneltreinen per uur (effecten) en mogelijke elektrificatie in de toekomst (ruimtegebruik). Voor het benodigde grondverzet dat hierbij zal plaatsvinden dient de bodemkwaliteit bekend te zijn. Bij ProRail is weinig tot geen inzicht in actuele en/of bruikbare informatie beschikbaar van de bodemkwaliteit langs de genoemde trajecten. Derhalve heeft ProRail aan Stantec B.V. gevraagd een vooronderzoek uit te voeren dat inzicht geeft in de beschikbare bodeminformatie van de te wijzigen spoortrajecten.

Het doel van dit vooronderzoek (historisch bodemonderzoek) is om tot een inventarisatie te komen van alle relevante en beschikbare bodeminformatie die vervolgens als input wordt gebruikt voor onderbouwing in de MER-procedure. Tevens dient het vooronderzoek zodanig te worden gerapporteerd dat deze kan worden gebruikt voor het opstellen van een onderzoeksstrategie conform de NEN 5740. In tabel 1 is een overzicht gegeven van de verschillende deeltrajecten die tezamen de scope van dit vooronderzoek vormen: Tabel 1: Overzicht deellocaties. Omschrijving Zevenaar Inpassen bijsturingswissel i.c.m. seinoptimalisatie Didam-Wehl Spoorverdubbeling i.c.m. seinoptimalisatie + maatregelen t.b.v. overwegveiligheid Ontsluitingsweg Lange Klauwenhof Ontsluitingsweg Beekseweg Station Wehl Eilandperron omvormen tot zijperron + realiseren extra zijperron

Geocode

Km. van

Km. tot

Diepte in m-mv

Gemeente

611

106,2

48,4

1,0

Zevenaar

212

39,6

45,1

3,0

Montferland/ Doetinchem

212

43,5

43,8

1,5

Montferland

212

39,7

39,85

1,5

Doetinchem

212

39,25

39,45

1,5

Doetinchem

Stantec | 327100649.r01 1

Omschrijving Wehl-Doetinchem Spoorverdubbeling i.c.m. seinoptimalisatie + maatregelen t.b.v. overwegveiligheid Ontsluitingsweg Notenstraatje Realiseren wissel De Huet Keervoorziening De Huet K+L werkzaamheden i.c.m. seinoptimalisatie Realiseren looppad Station Doetinchem de Huet Realiseren zijperron

Geocode

Km. van

Km. tot

Diepte in m-mv

Gemeente

212

35,4

38,6

3,0

Doetinchem

212 212 212 212

37,2 35,35 34,4 33,5

37,4 35,5 35,1 35,1

1,5 1,0 1,0 1,0

Doetinchem Doetinchem Doetinchem Doetinchem

212

35,0

35,1

1,0

Doetinchem

212

35,9

36,1

1,5

Doetinchem

ProRail is voornemens om de werkzaamheden in het kader van bovengenoemde aanpassingen openbaar aan te besteden. Bij veel van de werkzaamheden zal grondwerk nodig zijn. Naast het inventariseren van alle beschikbare bodeminformatie is een belangrijk doel het vaststellen van een onderzoeksstrategie voor eventueel benodigd fysisch-chemisch bodemonderzoek conform NEN 5740. Dit is nodig om te voldoen aan de eisen die de Wet bodembescherming (Wbb) en de Arbeidsomstandighedenwet stellen aan opdrachtgevers en uitvoerders van graafwerkzaamheden. Het bodemdossier van het gehele tracé dient daarbij als input voor de te palen maatregelen.

1.1

DOEL VAN HET ONDERZOEK

Doel van het onderzoek is het inventariseren welke informatie bekend en beschikbaar is om vervolgens op basis van die informatie vast te stellen wat nodig is om tot een volledig bodemdossier te komen dat kan worden ingezet ten behoeve van het bepalen van de maatregelen vanuit de Wbb en de Arbo. Dit is nodig om te voldoen aan de eisen die de Wet bodembescherming (Wbb) en de Arbeidsomstandighedenwet stellen aan opdrachtgevers en uitvoerders van graafwerkzaamheden. Om aan deze eisen te voldoen wordt gebruik gemaakt van de door ProRail aangeleverde gegevens, aangevuld met alle openbaar beschikbare bodemkwaliteitsgegevens die zijn opgenomen in de Bodemrisicokaart (BRK-i) van Stantec en de bodemdossiers die hierbij aanvullend beoordeeld moeten worden. Indien de resultaten daartoe aanleiding geven wordt advies gegeven over vervolgactie met betrekking tot de Wbb en eventueel vervolgonderzoek.

Stantec | 327100649.r01 2

2.0

SNELLE SCAN (FASE 1)

2.1

BRK-I EN ACCURAATHEID GEGEVENS

Voor het onderzoek is onze Bodemrisicokaart (BRK-i) geraadpleegd. De BRK-i is samengesteld met actuele historische en onderzoeksgegevens van alle overheidsorganisaties die bevoegd zijn in het kader van de Wet bodembescherming. De BRK-i bevat zodoende alle openbaar beschikbare bodemkwaliteitsgegevens, gegevens van derde partijen (waarvan wij toestemming hebben gekregen om de data te delen) en van onszelf. Door afspraken met alle overheidsorganisaties worden de gegevens in de BRK-i meerdere keren per jaar geactualiseerd door de nieuw toegevoegde onderzoeksgegevens in te lezen in de BRK-i. Het beeld is dus altijd actueel en compleet. Het gaat om: 1. Zogenoemde ‘gevallen van bodemverontreiniging’ op grond van de Wbb’ (‘ernstige verontreinigingen’). 2. Vastgestelde verontreinigingscontouren, gevalsdefinities en beschikkingen. 3. Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. 4. Eigen onderzoeken door Stantec uitgevoerd. 5. Overzichten met historische bodembedreigende bedrijfsactiviteiten (Historisch Bodembestand; HBB). 6. Bodemkwaliteitskaarten (BKK) die zijn opgesteld om lokale en regionale hergebruiksmogelijkheden van grond te beoordelen. Figuur 1 geeft een overzicht van de opbouw van de BRK-i.

Figuur 1: BodemRisicoKaart (BRK-i).

Stantec | 327100649.r01 3

Aanvullend zijn de bij de uitvraag aangeleverde gegevens gebruikt en is RailMaps geraadpleegd voor eventueel aanvullende gegevens. Omdat deze gegevens niet in de BRK-i zijn opgenomen, zijn deze niet in de snelle scan meegenomen. Tijdens het archiefonderzoek (fase 2) zijn deze rapporten alsnog beoordeeld. Ook wordt aandacht besteed aan PFAS, waarbij wordt gekeken of activiteiten nabij het spoor hebben plaatsgevonden die verdacht zijn op het veroorzaken van bodemverontreinigingen met PFAS.

2.2

WERKWIJZE FASE 1 EN AFBAKENING SCOPE

Door Stantec is een tracé opgesteld, waarmee fase 1 van het tracéonderzoek uitgevoerd kan worden. Dit tracé begint bij geocode 611, km. 106,2 in Zevenaar en eindigt bij geocode 212, km. 32,9 in Doetinchem. Dit tracé bestaat uit drie lijnen parallel aan de sporen van de Regio Expres Achterhoek, waarvan er twee aan weerszijden van het spoor liggen, op circa acht meter van het hart van de hartspoorlijn. De derde lijn volgt het hart van het spoor. Binnen deze lijnen vallen de schouwpaden en bermen van het spoor, waar de meeste werkzaamheden zullen gaan plaatsvinden. Het tracé is met behulp van onze tool voor Grootschalig Tracé Onderzoek (GTO) getoetst aan de BRK-i. Hiermee is een conclusie getrokken over de bodemkwaliteit ter plaatse van het tracé tot de maximale ontgravingsdiepte (3,0 m-mv). Dit is gedaan door te kijken naar waar de drie gedefinieerde tracélijnen beschikbare bodemgegevens kruisen. In fase 1 zijn alle gegevens gecombineerd en geïnterpreteerd tot twee klassen: • Groen: in de BRK-i zijn voldoende gegevens bekend om het risicoregime (Basishygiëne) te bepalen en is voldoende informatie bekend om vast te stellen dat geen melding in het kader van de Wbb noodzakelijk is. Als de gegevens in de BRK-i onvoldoende zijn om één van de twee te bepalen, wordt het tracé in de klasse Blauw ingedeeld; • Blauw: de BRK-i geeft aan “mogelijk verontreinigd” of “Wbb-melding nodig”.

Deze deellocaties zijn in fase 2 verder onderzocht. Door deze drie lijnen te gebruiken kunnen we per spoorzijde een aparte conclusie geven met betrekking tot de bodemkwaliteit, benodigde stappen binnen het kader van de Wbb en te nemen veiligheidsmaatregelen. Hierdoor is het gehele tracé in theorie drie keer beoordeeld. Voor het gehele tracé is een overzichtskaart gemaakt met de bodemkwaliteit en benodigde vervolgstappen: eenduidige veiligheidsklassen conform de CROW-400 (basishygiëne, oranje, rood, zwart)1 en eventuele procedures in het kader van de Wbb. Met deze fase 1-kaart is vervolgens vastgesteld hoeveel en welke onderzoeken nog ingezien moeten worden.

1 CROW-publicatie nummer 400 ‘Werken in en met verontreinigde bodem’, december 2017.

Stantec | 327100649.r01 4

Daar waar bodemgegevens (Wbb-gevallen/onderzoeken/saneringen/bodembedreigende activiteiten) in het bodeminformatie systeem (BIS) bij de bevoegde gezagen bekend zijn, is op basis van de digitale (xml-)data bepaald of ter plaatse van de onderzochte locatie sterke verontreinigingen aanwezig zijn. Daar waar geen bestaande verontreinigingen, bodemonderzoeken of bodembedreigende activiteiten bekend zijn, is als laatste bron uitgegaan van de bodemkwaliteitskaart voor het bepalen van de te nemen Wbb-stappen en de veiligheidsklasse. Daar waar op basis van de BRK-i geen verontreinigingen aanwezig zijn die leiden tot Wbb-acties of een verhoogde veiligheidsklasse, wordt een locatie afgerond.

2.3

RESULTATEN SNELLE SCAN (FASE 1)

De resultaten voor het tracé kunnen als volgt worden samengevat: Tabel 2: Samenvatting resultaten Snelle scan (fase 1). Conclusie Wbb

Veiligheidsklasse CROW400

Geen melding of aanvullend onderzoek benodigd

Basishygiëne (groen)

Volgt in fase 2

Mogelijk verontreinigd (blauw)

Vervolgstap

Lengte (km)

Percentage (%)

Niet van toepassing

13,55

79,38

Archiefonderzoek (fase 2) noodzakelijk

3,52

20,62

17,07

100

Van de tracédelen die groen zijn gekleurd hebben we met de scan van de data in de BRK-i voldoende gegevens om een conclusie te kunnen trekken. Op basis van de bodemkwaliteit kan op deze tracédelen gegraven worden volgens de veiligheidsklasse Basishygiëne. Het uitvoeren van vervolgonderzoek () en/of meldingen in het kader van de Wbb is voor deze tracédelen niet noodzakelijk. Deze tracédelen zijn in de situatietekeningen (bijlage 1) weergegeven met lichtgroene kleuren. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen delen die zijn afgerond op basis van de bodemkwaliteitskaart of delen die zijn afgerond op basis van andere gegevens (bodemonderzoeken, historische gegevens etc.). De overige (blauw gekleurde) tracédelen zijn verder door Stantec onderzocht in fase 2, door middel van een dossier- en archiefonderzoek. Hierbij zijn ook de documenten uit RailMaps geraadpleegd omdat deze niet in de BRK-i zijn opgenomen. De resultaten van het archiefonderzoek staan beschreven in hoofdstuk 3.

Stantec | 327100649.r01 5

3.0

ARCHIEFONDERZOEK (FASE 2)

Op basis van de resultaten van de snelle scan (fase 1) is gebleken dat verspreid over 3,52 km van het te onderzoeken tracé met alleen de scan van de gegevens in de BRK-i nog geen definitieve veiligheidsklasse vastgesteld kan worden en dat niet kan worden vastgesteld of stappen in het kader van de Wbb benodigd zijn. Voor deze tracédelen stellen onze adviseurs de benodigdheden vast door middel van archiefonderzoek. Dit is fase 2 van het uitgevoerde onderzoek.

3.1

WERKWIJZE ARCHIEFONDERZOEK

Wij hebben voor de ‘blauwe’ tracédelen de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • Opvragen bodemonderzoeksrapporten en raadplegen viewers bevoegde gezagen; • Doornemen relevante documenten RailMaps; • Vaststellen verdachte historische activiteiten; • Raadplegen bodemkwaliteitskaart. Ook zijn, om een volledig vooronderzoek uit te voeren, de volgende bronnen geraadpleegd voor het gehele tracé: • Algemene beschrijving van het tracé; • Raadplegen historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl); • Omschrijven regionale bodemopbouw en geohydrologie. Met deze werkwijze sluit het uitgevoerde (voor)onderzoek aan bij de NEN 5725:2017 (Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, 1 oktober 2017), aanleiding G (Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overige projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s). Voor die tracédelen waar ook na afronding van fase 2 nog onvoldoende gegevens bekend zijn over de actuele bodemkwaliteit, zal verkennend bodemonderzoek (fase 3-werkzaamheden) worden geadviseerd. Daar waar op basis van fase 2 sprake is van een locatie waar voorafgaand aan graafwerkzaamheden een melding in het kader van de Wbb dient te worden opgesteld, wordt dit ook geadviseerd.

Deze locaties staan weergegeven in tabel 9 en de bijbehorende interpretatie van de bodemgegevens zijn opgenomen in bijlage 2 en 3. Locaties waarvoor op basis van fase 2 gewerkt kan worden zonder verdere Wbb-vervolgstap en met veiligheidsmaatregelen conform Basishygiëne, worden in het kader van de leesbaarheid tekstueel niet opgenomen in de rapportage en bijlagen. Deze worden alleen opgenomen in de geogerefereerde digitale bestanden die bij oplevering worden overhandigd. In de situatietekeningen (bijlage 1) is een onderscheid gemaakt tussen tracédelen die zijn afgerond in fase 1 en fase 2. Voor fase 2 zijn donkergroene kleuren gebruikt. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen delen die zijn afgerond op basis van de Bodemkwaliteitskaart of delen die zijn afgerond op basis van andere gegevens (bodemonderzoeken, historische gegevens etc.).

Stantec | 327100649.r01 6

3.2

BESCHRIJVING VAN DE LOCATIE

De regionale ligging van het tracé is zichtbaar in bijlage 1. In deze bijlage zijn ook ingezoomde situatietekeningen met de bodemkwaliteit, stappen in het kader van de Wbb en veiligheidsklassen binnen het tracé opgenomen. De deellocaties zijn momenteel over het algemeen in gebruik als spoorlichaam met bijbehorende groenstrook (incl. schouwpad). Ook liggen de stations Didam, Wehl, Doetinchem De Wehl en Doetinchem aan de onderzoekslocatie. Het tracé loopt van de spoorwegovergang met het Stationsplein te Zevenaar (geocode 611, km. 106,2) tot aan de Rembrandtweg te Doetinchem (geocode 212, km. 32,9) en heeft een totale lengte van 17,07 km. Hiervan dient vanuit fase 1 3,52 km onderzocht te worden middels een archiefonderzoek. Dit tracé loopt door de gemeentes Zevenaar, Montferland en Doetinchem. De onderzoekslocatie is voor het overgrote deel in eigendom van Railinfratrust. De Omgevingsdienst Regio Arnhem (voor de gemeente Zevenaar) en de Omgevingsdienst Achterhoek (voor gemeentes Montferland en Doetinchem) zijn door de gemeenten gemandateerd om namens hen vergunningen te verlenen en handhavend op te treden.. Op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is vastgesteld dat het maaiveld niveau van rails varieert van +11,5 tot +14,0 m NAP. Het maaiveld van het omliggende gebied ligt doorgaans op dezelfde hoogte als het maaiveld van het spoor.

Plaatselijk, ter plaatse van spoorbruggen, ligt het spoor hoger tot circa +15,0 m NAP. Het spoor is over het algemeen west-oost of noordwest-zuidoost georiënteerd. Aangezien de werkzaamheden volledig nabij het spoor worden uitgevoerd, kunnen verontreinigingen in de bodem worden verwacht als gevolg van diffuse spoorgebonden processen. Hierbij moet onder andere gedacht worden aan koper afkomstig van slijtende bovenleidingen en zink afkomstig van slijtage van de spoorbanen. In bijlage 7 is een notitie van ProRail opgenomen, waarin dergelijke verontreinigingen en processen nader worden toegelicht. Op basis van deze notitie kunnen zware metalen, PAK, minerale olie en bestrijdingsmiddelen verhoogd verwacht worden in spoorgronden. Op basis van het huidige vooronderzoek betreft dit binnen de projectgrenzen over het algemeen echter lichte verontreinigingen en is geen sprake van sterke verontreinigingen als gevolg van diffuse spoorse processen. Deze worden derhalve dan ook niet verwacht binnen de onderzoekslocatie (tenzij aangetroffen tijdens een eerder uitgevoerd bodemonderzoek).

3.3

HISTORISCH KAARTMATERIAAL

Op basis van gegevens van het Kadaster (bron: www.topotijdreis.nl) blijkt dat de omliggende locatie van het tracé van 1815 tot het heden grotendeels in gebruik is geweest voor landbouw. Wel zijn de omliggende dorpen van Zevenaar, Didam, Wehl en Doetinchem al zichtbaar op het kaartmateriaal. Het spoor van Zevenaar is rond 1885 gerealiseerd.

Stantec | 327100649.r01 7

Het tracé van de onderzoekslocatie is omstreeks 1905 aangelegd. De A12, die het spoor ter hoogte van km. 46,9 snijdt, is vanaf 1970 zichtbaar op kaartmateriaal. De eerder genoemde steden en dorpen in het gebied worden na verloop van tijd meer uitgebreid. Het tracé is op basis van het historische kaartmateriaal aangelegd in een asbestonverdachte periode. Spoorse kunstwerken als spoorbruggen, duikers en overgangen zijn echter in onbekende periodes aangelegd. Deze kunstwerken kunnen derhalve asbesthoudende materialen bevatten.

3.4

REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

Van de regionale bodemopbouw van het tracé is een doorsnede gemaakt op basis van het REGIS II-model uit DINOloket. Deze is opgenomen in bijlage 4. Hieruit is af te leiden dat de bodem op regionale schaal tot 10 m+NAP is opgebouwd uit een afwisseling van watervoerende lagen (zand, grind) en waterscheidende lagen (klei, leem, veen). Deze deklaag bestaat uit Holocene en Pleistocene (Formatie van Boxtel) afzettingen (zand, klei en veen). Het hierin aanwezige grondwater vormt het freatische grondwaterpakket. De hieronder gelegen formatie van Kreftenheye (tot circa 10 m+NAP) betreft een Pleistocene afzetting. Zandlagen hierbinnen vormen het 1 e en diepere watervoerende pakketten. Diepere lagen zijn voor dit onderzoek niet relevant. De deklaag van het spoor is vaak (deels) vervangen door 'geotechnisch arm zand', dat in verband met de spoorstabiliteit wordt gebruikt onder en direct langs de sporen. De sporen kennen hierdoor een eigen bodemopbouw, die afwijkt van de regionale bodemopbouw. Tabel 3: Algemene regionale bodemopbouw. Diepte (m NAP)

Lithostratigrafische eenheid

Geohydrologische eenheid

Samenstelling

+12,0 – +10,0

Deklaag (freatisch grondwater)

Holocene afzettingen of de Formatie van Boxtel

Zand/veen/klei

+10,0 – -10,0

Eerste watervoerend pakket

Formatie van Kreftenheye

Zand

Regionaal gezien stroomt het diepere grondwater van het eerste watervoerend pakket in noordelijke of westelijke richting. Het tracé valt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied. De stroming van het freatisch grondwater is onbekend. Vermoedelijk stroomt het grondwater naar nabijgelegen watergangen.

Stantec | 327100649.r01 8

3.5

BODEMONDERZOEKEN

Voor tracédelen waarvoor op basis van fase 1 nog geen eenduidige conclusie was te formuleren, hebben wij de relevante dossiers van de Omgevingsdienst Regio Arnhem en Omgevingsdienst Achterhoek bestudeerd en beoordeeld (fase 2). Ook zijn de dossiers uit RailMaps geraadpleegd. Hierbij is aandacht besteed op de voor bodemverontreiniging meest verdachte bodemlagen (de bovenste meter minus maaiveld). Diepere lagen zijn naar verwachting niet of minder verontreinigd. Door de bodemdossiers langs en onder het tracé te bestuderen, worden eventuele diepere verontreinigingen (denk aan grondwatervlekken) impliciet meegenomen in het onderzoek. Ook is aandacht besteed aan de invloed van nabijgelegen verdachte bronlocaties en activiteiten nabij de onderzoekslocatie (wanneer die middels bodemonderzoek onderzocht zijn). Voor de bodemkwaliteit is een maximale diepte van 3,0 meter (de maximale ontgravingsdiepte) voldoende. Tijdens de fase 2 is ook specifiek gekeken of er op basis van de beschikbare dossiers bij de graafwerkzaamheden rekening moet worden gehouden met sterk verhoogde gehalten en/of er meldingen in het kader van de Wet bodembescherming noodzakelijk zijn. Als blijkt dat deze bronnen onvoldoende beeld geven over de actuele bodemkwaliteit, is het uitvoeren van veld- en analytisch bodemonderzoek (fase 3; zie bijlage 2) noodzakelijk.

Daar waar op basis van documentatie sterk verontreinigingen of beschikkingen aanwezig zijn, wordt een melding of afstemming in het kader van de Wbb geadviseerd (fase 4; zie bijlage 3). In het kader van de leesbaarheid worden in deze rapportagetekst nagenoeg geen samenvattingen van rapporten uitgeschreven. Samenvattingen en interpretaties van voorgaand onderzoek, waaruit blijkt dat geen melding/afstemming in het kader van de Wbb noodzakelijk is of waarin geen sprake is van een verhoogde veiligheidsklassen, worden opgenomen in de digitale (shape) bestanden die onderdeel uitmaken van het op te leveren digitale projectdossier. Voor het tracé zijn 28 bodemdossiers behandeld, die bij elkaar opgeteld circa 398 rapporten bevatten. Ook zijn 37 dossiers, met in totaal 166 rapporten, van ProRail behandeld.

Stantec | 327100649.r01 9

3.6

RAILMAPS

In RailMaps zijn aanvullende gegevens opgenomen met betrekking tot bodemverontreinigingen. In totaal zijn elf gevalscontouren opgenomen in RailMaps. Deze zijn in onderstaande tabel beschreven. Tabel 4: Wbb-contouren RailMaps. Wbb code

Geocode

Kilometrering

00609.WG2

611

106,45 – 106,5

00517.WG5

212

00517.WG2

212

45,45 – 45,51 (ten noorden van het spoor) 45,21 – 45,28 (ten zuiden van het spoor)

00517.WG1

212

00517.WG4

212

00083.WG2

212

39,36 – 39,52 (ten zuiden van het spoor)

PAK, zware mtalen en stortmateriaal in grond

00083.WG1

212

00083.WG3

212

39,35 – 39,5 (ten noorden van het spoor) 37,91 (ten zuiden van het spoor)

Kolengruishoudend, PAK in grond Kolengruishoudend PAK in grond

00084.WG1

212

34,3

00082.WG1

212

33,25 – 34,05

00082.WG5

212

33,47 – 33,65

Minerale olie en plaatselijk xylenen en ethylbenzeen Noordzijde emplacement WBB gevalsnr. GE022200352 Vml. BFI-terrein (grotendeels BUITEN NS-terrein)

45,07 – 45,25 (ten noorden van het spoor) 43,5 (ten noorden van het spoor)

Omschrijving RailMaps Geval 100/105; minerale olie verontreiniging in grond Wbb geval 5 Tpv SG10, verontreiniging met PAK Verontreiniging met PAK Tpv SG30 verontreiniging met PAK

Beschikking aanwezig? (locatiecode) Onbekend, wel is een instemming op een saneringsplan aanwezig (GE029900164) Ja (GE195500086) Ja (GE195500028)

Ja (GE195500027) Geen beschikking gevonden, wel een ingediende BUS-Immobiel (GE195500026) Onbekend, wel is een instemming op een saneringsplan aanwezig (GE022200521) Onbekend Onbekend, wel is een BUSevaluatie beschikbaar (onbekende locatiecode) Onbekend, wel is een sanering uitgevoerd (GE022200502) Onbekend, wel is een deelsanering uitgevoerd (GE022200567) Onbekend, wel is een sanering uitgevoerd (GE022200062)

Bovenstaande gevallen bevinden zich op of nabij het tracé. Deze zijn in het archiefonderzoek meegenomen. Wanneer invloed van deze gevallen wordt verwacht op de toekomstige werkzaamheden, zijn deze benoemd in bijlagen 2 en/of 3.

Stantec | 327100649.r01 10

3.7

VERDACHTE HISTORISCHE ACTIVITEITEN

In de nabijheid van het tracé hebben diverse bedrijfsactiviteiten plaatsgevonden. Deze zijn in onderstaande tabel samengevat. Voor zover bekend hebben binnen het tracé geen PFAS-verdachte activiteiten plaatsgevonden. Dit wordt ook bevestigd door de risicolocatie tekening van ProRail (bijlage 5). Tabel 5: Samenvatting HBB-activiteiten. Geocode 212 212 212

Kilometrering 40,2 – 40,3 39,4 – 39,5 34,2 – 34,37

212

34,05 – 34,15

Doetinchem

212

33,9 – 34,1

Doetinchem

212

33,55 – 33,6

Doetinchem

212

32,9 – 33,1

Doetinchem

*

Gemeente

Omschrijving

Locatiecode

Montferland Montferland Doetinchem

stortplaats op land (niet gespecificeerd) stortplaats op land (niet gespecificeerd) benzine-service-station, benzinepompinstallatie, betonwarenfabriek, brandstoftank (ondergronds), dakpannenfabriek, houtwarenindustrie, timmerfabriek, timmerwerkplaats beton- en cementwarenindustrie, brandstoftank (ondergronds), brikettenfabriek/houtskoolbranderij, chemicaliënopslagplaats, dieseltank (ondergronds), houtbe- en -verwerkende industrie, houtenpanelen- en scheidingswandenfabriek, stortplaats puin en/of bouw- en sloopafval op land, timmerfabriek chemicaliënopslagplaats, emailleerfabriek, hbo-tank (ondergronds), kolenopslagplaats (berging), kunstofproductenindustrie, machine- en apparatenindustrie, machineen apparatenreparatiebedrijf, metaalgieterij, metaalwarenfabriek, smederij, stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijf, timmerwerkplaats autobeklederijen, benzinepompinstallatie, brandstoftank (ondergronds), vee- en mengvoederfabriek brandstoftank (ondergronds), dieselpompinstallatie, dieseltank (bovengronds), dieseltank (ondergronds), hbo-tank (ondergronds), landbouwmachinefabriek, pluimveeslachterij

GE029200001 GE029200003 GE022200371

UBIklasse* 7 7 8

GE022200307

7

GE022200223

7

GE022200648

7

GE022200230

7

Uniforme Bron Indeling (UBI), met numerieke codes worden potentieel bodemvervuilende activiteiten gerangschikt naar ernst.

Stantec | 327100649.r01 11

Het merendeel van deze locaties is tijdens voorgaand onderzoek voldoende onderzocht. In het meegeleverde GIS-bestand zijn de relevante dossiercodes ruimtelijk weergegeven in het onderzochte tracé. Het is ook mogelijk dat er geen bodemonderzoek heeft plaatsgevonden nabij bodembedreigende activiteiten binnen het te graven tracé. In deze gevallen beoordelen we de mogelijke invloed van de activiteiten op het graaftracé. Wanneer sprake is van een verdachte activiteit, die een potentieel risico veroorzaakt op het ontstaan van een bodemverontreiniging, waarvan de invloed op de bodemkwaliteit onvoldoende of niet is onderzocht, adviseren wij verkennend onderzoek (fase 3) uit te voeren (zie bijlage 2).

3.8

BODEMKWALITEITSKAARTEN

Voor de locaties waarvoor alle voorgaande bronnen zijn geraadpleegd en geen verdachte historische activiteiten en/of geen relevante bodemonderzoeken bekend zijn, is als laatste bron uitgegaan van de bodemkwaliteitskaart. Deze geeft een globaal beeld van de regionale bodemkwaliteit en houdt geen rekening met eventuele puntbronnen en uitbijters. Ook is de opbouw van het spoortalud regelmatig afwijkend van de regionale bodemopbouw. Hierdoor is de bodemkwaliteitskaart indicatief. Omdat er tijdens de werkzaamheden sprake zal zijn van tijdelijke uitplaatsing wordt de bodemkwaliteitskaart niet gebruikt voor het toepassen van grond, maar uitsluitend voor het bepalen van de indicatieve veiligheidsklasse conform de CROW400. In de bodemkwaliteitskaarten van de Omgevingsdienst Regio Arnhem en de Omgevingsdienst Achterhoek is opgenomen dat het spoor is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Voor percelen in ongezoneerd gebied is het landelijke, generieke kader uit het Besluit bodemkwaliteit met bodemfunctieklasse ‘Industrie’ van toepassing (art. 63 van het Bbk). Gezien de ligging van het tracé bestaat de mogelijkheid dat verontreinigingen aangetroffen kunnen worden die te relateren zijn aan spoorgebonden processen (zie ook paragraaf 3.2). Deze spoorse verontreinigingen betreffen in de praktijk voornamelijk licht verhoogde gehalten.

In de afwezigheid van een bodemkwaliteitskaart, verdachte activiteiten (anders dan het spoor) en eerder uitgevoerde onderzoeken wordt er derhalve van uitgegaan dat licht tot matige verontreinigingen in de bodem kunnen worden verwacht, en er dus sprake is van bodemfunctieklasse Industrie. In het verlengde hiervan wordt aangenomen dat geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk zijn en dat werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd met veiligheidsmaatregelen conform Basishygiëne. Hoewel het spoor zelf is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart is rondom het spoor sprake van meerdere bodemkwaliteitszones. Voor de regio’s Zevenaar, Montferland en Doetinchem, is een bodemkwaliteitskaart opgesteld. Hierbij zijn op basis van het gebruik in het verleden en de verschillen in bodemkwaliteit diverse zones vastgesteld.

Stantec | 327100649.r01 12

De achtergrondwaarden van de bodemkwaliteitskaart zijn getoetst aan de normering zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013 2 en de Regeling bodemkwaliteit3. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de verschillende bodemkwaliteitszones die ter hoogte van het spoor van toepassing zijn. Tabel 6: Bodemkwaliteitszones tracé Geocode

Kilometrering

611

106,2 – 106,43

611 212 212

106,43 – 106,65 48,58 – 49,15 48,2 – 48,58

212

48,2 – 46,95

212

34,97 – 46,95

212

32,9 – 34,97

Bodemkwaliteitszone Bovengrond (0 – 0,5 m-mv) B11A: Industrie recent B12: Buitengebied klei B12: Buitengebied klei B11A: Industrie recent Achterhoek: Overig BG Achterhoek: Wonen voor 1970 BG

Ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv) O23: Buitengebied klei O23: Buitengebied klei O23: Buitengebied klei O23: Buitengebied klei Achterhoek: Overig OG Achterhoek: Wonen voor 1970 OG

Veiligheidsklasse Bovengrond (0 – 0,5 m-mv) Basishygiëne

Ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv) Basishygiëne

Basishygiëne

Basishygiëne

Basishygiëne

Basishygiëne

Basishygiëne

Basishygiëne

Basishygiëne

Basishygiëne

Basishygiëne

Basishygiëne

Op basis van de P95 kunnen voor alle zones licht verhoogde gehalten zware metalen, PAK, PCB en minerale olie worden verwacht. De te verwachten veiligheidsklasse is daarmee Basishygiëne. Hoewel de spoorzone is uitgezonderd van de bodemkwaliteitskaart geeft dit toch een beeld van de algemene bodemkwaliteit in de directe omgeving van het spoorzone. Dit wordt bevestigd door de resultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken (maximaal licht verhoogde gehalten).

3.9

SAMENVATTING ARCHIEFONDERZOEK (FASE 2)

Uit de beschikbare relevante bodeminformatie blijkt het volgende: • In totaal is 17,07 km spoor en omliggende gebied behandeld. • In totaal zijn circa 65 bodemdossiers behandeld, die bij elkaar opgeteld circa 565 rapporten bevatten. • In RailMaps zijn meerdere kunstwerken zichtbaar. Ook zijn elf Wbb-contouren opgenomen. Deze zijn van invloed op de toekomstige werkzaamheden (zie bijlage 2 en 3 en paragraaf 4.2). • Langs het spoor zijn meerdere verdachte activiteiten bekend. • Geen van bovenstaande activiteiten zijn verdacht op het veroorzaken van verontreinigingen met PFAS.

2 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant nummer 16675, 27 juni 2013. 3 Regeling bodemkwaliteit, regeling van 13 december 2007, houdende regels voor de uitvoering van de

kwaliteit van de bodem, Staatscourant nr. 247, 20 december 2007 en bijbehorende wijzigingen en besluiten.

Stantec | 327100649.r01 13

• • •

•

Het uitvoeren van verkennend onderzoek is binnen dit tracé noodzakelijk voor vijf deellocaties (zie bijlage 2). Op acht deellocaties is een melding of communicatie in het kader van de Wet bodembescherming noodzakelijk (zie bijlage 3). Voor 16,07 km kunnen de werkzaamheden binnen dit tracé op basis van de huidige gegevens worden uitgevoerd met veiligheidsmaatregelen conform Basishygiëne zonder eventuele vervolgstappen. Voor 1,00 km is een vervolgstap benodigd. De bijbehorende geocodes en kilometrages zijn opgenomen in tabel 8 en 9.

In het meegeleverde GIS-bestand zijn de conclusies ruimtelijk weergegeven in het te graven tracé.

Stantec | 327100649.r01 14

4.0

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

4.1

CONCLUSIES

Met dit onderzoek heeft Stantec de beschikbare bodemgegevens geïnventariseerd ter plaatse van het tracé Regio Expres Achterhoek. Dit tracé loopt van de Stationsplein te Zevenaar tot de Rembrandtweg te Doetinchem. Het betreft een tracé met een totale lengte van 17,07 km. De onderstaande tabel geeft een samenvatting van de meters tracé, de te nemen veiligheidsmaatregelen en waar meldingen in het kader van de Wbb benodigd zijn. Tabel 7: Conclusies fase 2. Veiligheidsklasse CROW400

Vervolgstap Wbb

Aannemer BRL7000 gecertificeerd

Basishygiëne

Niet van toepassing

Nee

Wbb melding noodzakelijk

Ja

Basishygiëne Oranje, niet vluchtig

Lengte tracés (km)

Percentage (%)

Locaties (geocode, km.)

16,07

94,11

-

0,36

2,10

212, 45,0-45,25 212, 33,9-34,0

Wbb melding noodzakelijk

0,10

0,57

212, 33,4-33,5

0,32

1,83

212, 46,9-47,0

Ja Wbb melding noodzakelijk

Ja

212, 39,4-39,5

Rood, niet vluchtig

212, 39,3-39,5 212, 33,6-33,7

Zwart, niet vluchtig

Mogelijk verontreinigd

Wbb melding noodzakelijk

Ja

0,02

0,11

212, 33,8

Verkennend bodemonderzoek noodzakelijk

Nader te bepalen

0,22

1,28

611, 106,45 212, 34,3 212, 37,9 212, 43,5 212, 46,1-46,15

Totaal

17,07

100

In onderstaande tabel is voor de in hoofdstuk 1 opgenomen werkzaamheden aangegeven of vervolgacties in het kader van de Wbb of vervolgonderzoek noodzakelijk zijn. Verdere details (interpretaties bodemonderzoek, benodigde Wbb-meldingen en/of onderzoeksinspanning) zijn opgenomen in bijlagen 2 en 3.

Stantec | 327100649.r01 15

13

Tabel 8: Overzicht acties per deellocaties werkzaamheden. Omschrijving

Zevenaar Inpassen bijsturingswissel i.c.m. seinoptimalisatie Didam-Wehl Spoorverdubbeling i.c.m. seinoptimalisatie + maatregelen t.b.v. overwegveiligheid Ontsluitingsweg Lange Klauwenhof Ontsluitingsweg Beekseweg Station Wehl Eilandperron omvormen tot zijperron + realiseren extra zijperron Wehl-Doetinchem Spoorverdubbeling i.c.m. seinoptimalisatie + maatregelen t.b.v. overwegveiligheid Ontsluitingsweg Notenstraatje Realiseren wissel De Huet Keervoorziening De Huet K+L werkzaamheden i.c.m. seinoptimalisatie

Realiseren looppad Station Doetinchem de Huet Realiseren zijperron

Geocode

Km. van

Km. tot

Wbb-actie of vervolgonderzoek van toepassing? Zo ja, geocode en km. opgenomen.

611

106,2

48,4

Onderzoek t.p.v. geocode 611, km. 106,45

212

39,6

45,1

Wbb t.p.v. geocode 212, km. 45,0-45,25

212

43,5

43,8

Onderzoek t.p.v. geocode 212, km. 43,5

212

39,7

39,85

Niet van toepassing

212

39,25

39,45

Wbb t.p.v. geocode 212, km. 39,3-39,5 Wbb t.p.v. geocode 212, km. 39,4-39,5

212

35,4

38,6

Onderzoek t.p.v. geocode 212, km. 37,9

212 212 212 212

37,2 35,35 34,4 33,5

37,4 35,5 35,1 35,1

212

35,0

35,1

Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing Onderzoek t.p.v. geocode 212, km. 34,3 Wbb t.p.v. geocode 212, km. 33,8 Wbb t.p.v. geocode 212 33,6-33,7 Wbb t.p.v. geocode 212, 33,9-34,0 Niet van toepassing

212

35,9

36,1

Niet van toepassing

In het meegeleverde GIS-bestand zijn de conclusies ruimtelijk weergegeven in het te graven tracé. Op basis van dit onderzoek zijn er zowel in het kader van de Wbb als de CROW 400 geen beperkingen of belemmeringen ten aanzien van de geplande werkzaamheden in het kader van haalbaarheid en maakbaarheid. Wel dient rekening te worden gehouden met de eerder genoemde deellocaties.

4.2

DEELLOCATIES MET VERVOLGACTIES

Binnen het tracé is sprake van een aantal verdachte deellocaties, waar op basis van de bekende gegevens aanvullend bodemonderzoek of meldingen en/of communicatie in het kader van de Wbb benodigd zijn. Deze deellocaties zijn in onderstaande tabel samengevat. Een uitgebreide toelichting van de verontreinigingssituatie is opgenomen in bijlage 2 en 3.

Stantec | 327100649.r01 16

Tabel 9: Beschrijving deellocaties met vervolgactie. Deellocatienaam

Geo- Kilometrering code (van - tot)

Specifieke zijde spoor?

Verkennend onderzoek is benodigd (bijlage 2) 611_106,45 611 106,45 Noordelijke zijde en midden spoor 212_46,1212 46,1 – 46,15 Alle zijden 46,15 212_43,5 212 43,5 Alle zijden 212_37,9 212 37,9 Alle zijden 212_34,3 212 34,3 Alle zijden Communicatie met bevoegd gezag is benodigd (bijlage 3) 212_46,9-47 212 46,9 – 47,0 Alle zijden 212_45-45,25 212 45,0 – 45,25 Alle zijden 212_39,4212 39,4 – 39,5 Zuidelijke zijde 39,5

212_39,339,5 212_33,9-34 212_33,8

212

39,3 – 39,5

Noordelijke zijde

212 212

33,9 - 34 33,8

212_33,633,7 212_33,433,5

212

33,6 – 33,7

212

33,4 – 33,5

Alle zijden Zuidelijke zijde en midden spoor Noordelijke zijde en midden spoor Noordelijke zijde en midden spoor

Verdachte Parameters (mg/kg d.s.)

Referentie (Locatiecode)

Minerale olie Xylenen Koper en lood

AA029900249 AA029900391 AA195502340

PAK Asbest Minerale olie Xylenen

AA195501878 AA022200015 AA022200468

PCB (3,7) PAK (400) PAK (1.500) Barium (1.666,6) Koper (246,9) Lood (2.115,4) Nikkel (118,4) Zink (1.132,1) PAK (1.000)

AA195502644 AA195501928 AA022200013 AA022200014

Zink (1.000) Asbest (1.293,3)

AA022200013 AA022200014 AA022202132 AA022201538

PAK (244)

AA022202132

Zink (829,49) Lood (894,74)

AA022202132

Binnen het tracé zijn vijf locaties bekend waar op basis van de huidige gegevens een verkennend onderzoek benodigd is. Ook zijn acht locaties bekend waar op basis van de huidige gegevens een melding of afstemming (met het bevoegd gezag) in het kader van de Wbb benodigd is. Gegevens die in bijlagen 2 en 3 zijn opgenomen, beschouwen wij (tenzij anders aangegeven) als representatief voor deze deellocaties.

4.3 •

• •

AANBEVELINGEN Daar waar verkennend onderzoek conform de NEN 5740 of 5707 dient te worden uitgevoerd (zie bijlage 2), adviseren wij om de onderzoeksstrategie voor verdachte locaties, heterogeen verspreid (VED-HE) te hanteren. Geadviseerd wordt om tijdens de werkzaamheden te blijven letten op het voorkomen van onvoorziene verontreinigingen in de bodem. Indien vrijkomende grond elders wordt hergebruikt, is een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit noodzakelijk om de definitieve hergebruiksmogelijkheden van de vrijkomende grond vast te stellen. Ook moet de ontvangende bodem worden getoetst aan het Generieke Kader van het Besluit Bodemkwaliteit om te waarborgen dat volgens het Stand-Still principe geen verslechtering van de bodemkwaliteit optreedt.

Stantec | 327100649.r01 17

•

Ter plaatse van het tracé zijn, met uitzondering van de twee locaties met minerale olie en vluchtige aromaten (611_106,45 en 212_34,3), geen sterke grondwaterverontreinigingen aangetroffen. Ter plaatse van de grondwaterverontreinigingen met minerale olie dient eerst actualiserend bodemonderzoek plaats te vinden om vast te stellen of de verontreiniging nog aanwezig is en of dus een melding in het kader van de Wbb ingediend moet worden. Tevens dient te worden bepaald volgens welke veiligheidsmaatregelen gewerkt moet worden.

Algemene opmerkingen met betrekking tot de Omgevingswet Per 1 januari 2024 treedt, zoals het er nu naar uit ziet, de Omgevingswet in werking. De aannemer dient rekening te houden met een aantal punten van aandacht. Door decentralisatie kan regionaal/lokaal ander beleid worden opgesteld over: • het werken in (al dan niet verontreinigde) grond. Hierdoor verandert de meldingsplicht zoals we die nu kennen, waardoor in de toekomst soms wel een melding nodig zal zijn en soms niet. • het hergebruiken van vrijkomende grond. Hierdoor verandert de regelgeving ten aanzien van hergebruik van grond, waardoor de toepassing van grond afgestemd dient te worden met de gemeente en/of eventuele erkende verwerkers. • grondwaterverontreinigingen vallen in de toekomst onder de verantwoordelijkheid van de Provincie; de regels voor het werken binnen de contouren van grondwaterverontreinigingen worden opgenomen in een verordening, of het omgevingsplan van de gemeente. Wij adviseren in het kader van alle toekomstige werkzaamheden om zich goed op de hoogte te stellen van de gewijzigde wet- en regelgeving.

4.4

AANDACHTSPUNTEN WERKZAAMHEDEN

Binnen dit tracé zijn meerdere kunstwerken aanwezig. Deze kunstwerken betreffen onder andere spoorbruggen, spoorweg-overgangen en duikers. De locaties van deze spoorse objecten zijn in onderstaande tabel samengevat. Tabel 10: Spoorse objecten. Object

Geocode

Kilometrering

Gemeente

Spoorwegovergang

611 212

106,1 45,54 44,89 44,42 43,51 42,68 41,1 40,31 39,75 39,14 38,8 38,41 37,31 36,14 34,98

Zevenaar Montferland Montferland Montferland Montferland Montferland Doetinchem Doetinchem Doetinchem Doetinchem Doetinchem Doetinchem Doetinchem Doetinchem Doetinchem

Stantec | 327100649.r01 18

Object

Geocode

Spoorviaduct/brug

212

Duikers

212

Verkeersbrug

212

Stuw

212

Kilometrering

Gemeente

34,04 33,48 33,27 32,94 48,85 48,56 47,71 47,32 46,42 35,51 35,32 34,79 34,28 34,16-34,22 47,87 36,9 36,07 47,29 46,95 33,01 41,66

Doetinchem Doetinchem Doetinchem Doetinchem Zevenaar Zevenaar Zevenaar Zevenaar Montferland Doetinchem Doetinchem Doetinchem Doetinchem Doetinchem Zevenaar Doetinchem Doetinchem Zevenaar Zevenaar Doetinchem Montferland

De precieze aanlegdatum van deze objecten is onbekend. Hierdoor moet tijdens werkzaamheden op of nabij dergelijke kunstwerken rekening gehouden worden met de mogelijke aanwezigheid van materialen die risico’s kunnen vormen voor de gezondheid. Hierbij moet gedacht worden aan toepassingen als asbest en chroom-6.

Stantec | 327100649.r01 19

Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7:

Overzichtskaart en situatietekeningen fase 2 (1:18.000) Overzichtstabel fase 3: verkennend onderzoek Overzichtstabel fase 4: verhoogde veiligheidsklassen en/of Wbb melding Regionale bodemopbouw PFAS-verwachtingen kaart Referentiekader, verklarende woordenlijst, kwaliteit en betrouwbaarheid Notitie ProRail diffuse spoorgebonden processen op de bodemkwaliteit

Bijlage 1: Overzichtskaart en situatietekeningen fase 2 (1:18.000)

!

Resultaten Fase 2 bodemonderzoek

!

39,3 !

9, 3 _ 212

3,5 4 _ 212

43,5 !

21

39,5

, 9 3 2_

212_34,3

9 ,5 3 3

34,2

! !

39,4

!

34,3

!

Achterhoek

212_33,9-34

34,1

!

! !

34

!

,5 9 3 4-

!

!

1:500

1:1.000

1:1.500

Legenda

Basishygiëne

Basishygiëne; Wbb melding nodig

!

Oranje, niet vluchtig; Wbb melding nodig Rood, niet vluchtig; Wbb melding nodig

Zwart, niet vluchtig; Wbb melding nodig

Mogelijk verontreinigd en/of melding nodig !

106,4

611 _

!

106

,45 106,5

106,6

41,9

!

1:1.000

106,1

106,3

!

106,5

!

106,2

! !

106,4

!

49,1 ! 106,6

49 !

!

49

48,7

48,9 !

!

!

48,8

48,6

!

48,4

48,2

!

48

47,8

!

47,6

47,4

47,2

47

!

!

46,8

46,6

46,4

!

!

46,2

46

!

!

45,8

45,6

!

!

45,4

45,2

!

45

44,8

44,6

!

!

44,4

44,2

!

!

44

43,8

!

!

43,6

43,4

!

43,2

43

42,8

!

!

42,6

42,4

!

!

42,2

42

!

!

41,8

41,6

!

!

41,4

41,2

!

!

41

40,8

!

40,6

40,4

!

40,2

40

39,8

39,6

! !

! !

! !

! !

! ! !

! ! !

! !

! !

! !

! !

! !

! !

! ! !

! !

! !

! !

! !

! ! !

! !

! !

! !

! !

! !

! !

! !

! ! !

! ! !

! ! !

! !

48,3

48,5

47,9

48,1

47,5

47,7

47,1

47,3

46,7

46,9

46,3

46,5

45,9

46,1

45,3

45,5

45,7

44,9

45,1

44,5

44,7

44,1

44,3

43,7

43,9

43,1

43,3

43,5

42,9

42,3

42,5

42,7

42,1

41,5

41,7

!

40,9

41,1

41,3

40,5

40,7

40,1

40,3

!

39,7

39,9

39,3

39,5

39,4

39,2

38,7

38,9

39,1 !

39

!

!

38,8

!

38,3

38,5 !

38,6

!

!

!

38,4

!

38,2

!

37,7

37,9

38,1

!

!

!

37,8

38

!

37,3

37,5 !

37,6

!

!

!

!

!

37,2

37,4

!

37

!

!

36,8

!

!

36,6

!

!

36,4

!

!

36,2

!

35,7

35,9

36,1

36,3

36,5

36,7

36,9

37,1

!

!

!

35,8

36

33,7

!

35,5 !

!

35,6

35,3 !

35,4

!

35,1 !

35,2

!

34,9 !

35

34,7

!

!

34,8

212_33,6-33,7

34,5

!

!

34,6

!

34,3 !

34,4

!

34,1 !

34,2

!

34 !

33,8 !

33,9

33,6

!

!

33,7

33,6

33,4

!

!

33,5

33,5

! ! !

!

212_33,8

1, 6 _4 2 1 46,1 2

33,2 !

33,3

33

! !

33,1

! !

32,8

32,9

!

33,4

212_33,4-33,5 !

!

1:1.500

!

15 46,

!

Kilometrering

! !

44,9

Opdrachtgever:

ProRail

Datum:

22-2-2023

Status:

Concept

!

!

46,2

!

45

Schaal:

!

46,3

25 , 5 5-4 4 _ 212

!

46,4 !

46,5

37,9

! !

46,7

21

2_4

Tekenaar:

212_37,9

!

327100159

A0 landscape KIHE

45,2

!

47 9 6,

Formaat:

!

!

46,6

Projectnummer:

!

45,1

1:18.000

0

!

46,8 !

!

45,3

46,9

!

47 !

1:3.000 !

1:1.500

1:500

±

500

1.000

1.500

2.000 m

Bijlage 2: Overzichtstabel fase 3: verkennend onderzoek

#

Adres Plaatsnaam

Lengte Boring Proefgat Benodigde (m) Analyses

611_106,45

Emplacement 90 Zevenaar, km. 106,45

6

0

Minerale olie en vluchtige aromaten

212_34,3

Doetinchem, km 34,3

4

0

Minerale olie en vluchtige aromaten

56

Toelichting

Afwijking Veiligheid

Emplacement Eindrapportage Oriënterend onderzoek emplacement Zevenaar, Oranjewoud, 1007884324, juni 1999: Ter plaatse van geocode 611, km. 106,1-106,7 is een bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn in de bovengrond veel bijmengingen met kolengruis, sintels en slakken aangetroffen. Ter plaatse van km. 106,47 is een sterke olieverontreiniging in de bodem aangetroffen. De oorzaak van deze verontreiniging kan mogelijk liggen in een morsing of dumping van oliehoudend materiaal in de voormalige sloot. Deze is tijdens op een later moment (Geofox, 2004) nader onderzocht. Nader bodemonderzoek NSemplacement Zevenaar, Geofox, B3401/MNI/Mas, 26 maart 2004: Naar aanleiding van de resultaten uit het OO (Oranjewoud, 1999) is een nader onderzoek uitgevoerd. Relevante sublocaties zijn is geval 100/105 (km. 106,44-106,5). Ter plaatse van geval 100/105 (het hedendaagse 00609.WG2) is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Zowel in de grond als in het grondwater is minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond boven de interventiewaarde. De sterke verontreiniging van de grond bevindt zich in een kleilaag tot een diepte van 2,5 m-mv. De sterke verontreiniging van het grondwater bevindt zich tussen 1,5 en 3,0 m-mv. De omvang van de ernstige verontreiniging van de grond met minerale olie (> I-waarde) wordt geschat op 360 m3 en die van het grondwater op 210 m3.

Conclusie: Op de locatie is sprake van een verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in zowel grond als grondwater. De betreffende gegevens zijn echter te verouderd om een melding in het kader van de Wbb in te kunnen dienen. Derhalve adviseren wij om de verontreiniging te actualiseren middels bodemonderzoek. AA022200468: Sanerings evaluatie, MWH, B09B0202, 23-03-2010; Ter plaate van Geocode 212, km-traject 34.3 is een sanering uitgevoerd. Het betreft een sanering van een ernstig geval van bodemverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in de ondergrond tussen 2,5 en 7 m-mv. Verontreinigde grond is opgegraven tot minstens 4,5 m-mv en afgevoerd naar een erkende verwerker. Er zijn putwand- en putbodemmonsters genomen. In putbodemmonsters B13 en B15 (beide 460 - 480 cm-mv) zijn sterk verhoogde gehalten minerale olie (8.000 mg/kg d.s.) gemeten. Dieper graven was niet mogelijk in verband met de kans op verzakking van de spoorwegovergang en het aantreffen van de riolering. Putwandmonsters W05 t/m W08 liggen ter plaatse van de geplande werkzaamheden. In deze putwanden is tussen 2,5 m-mv en 3,5 m-mv een sterk verhoogd gehalte minerale olie (max 5.429 mg/kg d.s.) gemeten. Van 3,5 tot 4,5 m-mv zijn sterk verhoogde gehalten xylenen (max 136 mg/kg d.s.) en minerale olie (max 42.424 mg/kg d.s.) gemeten.

Er is niet verder ontgraven vanwege omliggende bebouwing en de aanwezige spoorwegovergang. De put is aangevuld met schoon zand. Peilbuizen 3, 4 en 5 zijn geplaatst nabij de geplande werkzaamheden. Het grondwater is aangetroffen rond 3,4 m-mv. In peilbuis 05 zijn sterk verhoogde concentraties ethylbenzeen (200μg/l), xylenen (48μg/l) naftaleen (190 μg/l) en minerale olie (2.700μg/l) gemeten. Van de restverontreiniging in de putbodem wordt geen invloed verwacht vanwege de diepte van de ontgraving (4,5 m-mv). Aangezien dit verouderde gegevens betreffen, adviseren wij om een actualiserend bodemonderzoek uit te voeren op de locatie.

Privé terrein Nee

Nee

#

Adres Plaatsnaam

Lengte Boring Proefgat Benodigde (m) Analyses

Toelichting

212_37,9

Meerenbroek, km 37,9

30

2

2

Asbest, PAK

212_43,5

Oldegoorweg, 25 km. 43,5

4

0

PAK

Voormalige Nee AA022200015 BUS-saneringsevaluatie, Mos Milieu, R1402599-RY_4, 10-03-2015; Ter spoorwegovergang plaatse van de zuidzijde van de treinrails is een bekende verontreiniging met PAK en asbest aanwezig. Tijdens saneringswerkzaamheden in 2015 is perceel 589, ten zuiden van de rails, volledig gesaneerd door middel van ontgraving. Bodem is ontgraven tot 1 mmv en afgevoerd naar een erkende verwerker. Er zijn putwand- en bodemmonsters genomen. Ter plaatse van het perceel is geen restverontreiniging aanwezig, maar in twee wandmonsters (W1 en W3) aan de randen van het perceel is nog visueel asbestverdacht materiaal waargenomen. Volgens inschatting betreft het asbestverdachte materiaal meer dan 100 mg/kg d.s.. Het gehalte is niet analytisch gemeten. Het is onbekend of de verontreiniging met asbest zich ook ter plaatse van het emplacement bevindt. Een verkennend onderzoek is noodzakelijk om de aanwezigheid van asbest op de treinrails uit te sluiten. Verkennend bodemonderzoek BALANS Didam, gemeente Montferland, Royal Haskoning, Spoorwegovergang Nee 9S0331, 31 augustus 2006: Ter hoogte van geocode 212, km. 43,5 zijn twee percelen (Didam, O1081 en O1082) langs de onderzoekslocatie onderzocht. Hierbij zijn in de bodem ten noorden van het spoor bijmengingen met baksteen en brokken asfalt aangetroffen. Aan de zuidzijde van het spoor zijn geen verdachte bijmengingen aangetroffen.

Ook is visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In de bovengrond (0-0,5 m-mv) van de zuidzijde is een matig verhoogd gehalte zink gemeten, net als een licht verhoogd gehalte PAK. In de bovengrond (0-0,7 m-mv) is een sterk verhoogd gehalte PAK gemeten, net als een licht verhoogd gehalte minerale olie. De ondergrond en het grondwater van de twee percelen zijn niet geanalyseerd. Nader bodemonderzoek NS-emplacement Didam, NO, VS, Oranjewoud, 169123, 31 oktober 2007: Ter plaatse van de spoorwegovergang met de Oldegoorweg (geocode 212, km. 43,5) is een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Aanleiding hiervoor zijn de resultaten van een eerder uitgevoerd Balansonderzoek (Royal Haskoning, 2006), waarbij tijdens veldwerkzaamheden bijmengingen met baksteen en asfaltbrokken zijn aangetroffen. De grond is geanalyseerd op PAK, waarbij gehalten boven de tussen- en interventiewaarde zijn aangetoond. In het nadere onderzoek zijn plaatselijk (boring 266, 269, 272) sterk verhoogde gehalten aan PAK in de boven- en ondergrond (272) gemeten. Zintuiglijk zijn in de opgeboorde grond bijmengingen met asfalt waargenomen. De gemeten PAKgehalten kunnen in relatie worden gebracht met (teerhoudende) asfaltbijmengingen. Dit wordt bevestigd door het spectrum van de PAK-verbindingen (hoog aandeel Fenanthreen/Fluorantheen).

De aangetoonde PAK-verontreiniging kan waarschijnlijk worden verklaard door de uitgevoerde reconstructie (omstreeks 1971) van de spoorwegovergang (Heegstraat-Oldegoorweg). Bij deze reconstructie is waarschijnlijk (teerhoudend) asfalt op/in de bodem terecht gekomen. Omdat deze verontreiniging niet te relateren is aan NS-activiteiten, is de verontreiniging met PAK niet afgebakend buiten de perceelsgrens van perceel O 1081. Het is hierdoor niet bekend of onder het spoor ook sprake is van bijmengingen met asfalt. Op basis van de gegevens uit het rapport is wel sprake van een geval van bodemverontreiniging (het hedendaagse 00517.WG4). Conclusie: Ter hoogte van het spoor is een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig (het hedendaagse geval 00517.WG4). Deze is ter hoogte van het spoor niet afgeperkt. Om vast te stellen of een melding in het kader van de Wbb noodzakelijk is, dient eerst nader onderzoek uitgevoerd te worden.

Afwijking Veiligheid

Privé terrein

#

Adres Plaatsnaam

Lengte Boring Proefgat Benodigde (m) Analyses

212_46,1-46,15 Zwaluwstraat/ 55 Hoge Witteveld, km. 46,1-46,15

5

0

Toelichting

Afwijking Veiligheid

Koper en lood Oriënterend onderzoek kabelverbrandslocaties Zwaluwstraat te Didam, Haskoning, 90/6099,16/4K, november 1990: Ter hoogte van geocode 212, km. 46,1-46,5 is een bodemonderzoek uitgevoerd naar aanleiding van twee bedrijfsmatige kabelverbrandingen op het het perceel ten noorden van het spoor. Hierbij zijn in de bovenste 0,2 m-mv verbrandingsresten, slakken, as en glas aangetroffen. Er is geen puin waargenomen. In mengmonsters van de bovenste 0,2 m-mv zijn sterk verhoogde gehalten koper en lood gemeten. Deze mengmonsters zijn uitgesplitst en enkel op koper geanalyseerd. Hierbij zijn ter plaatse van het spoor matig verhoogde gehalten gemeten. In het grondwater (aangetroffen op 2,0 m-mv) zijn matig verhoogde concentraties cadmium, nikkel en zink gemeten. Naar aanleiding van dit oriënterend onderzoek is door Haskoning ook een nader onderzoek uitgevoerd (kenmerk GE/090/01., datum onbekend). Dit document is niet in het bezit van Stantec, maar de gegevens zijn wel opgenomen in het BIS van het bevoegd gezag. Hieruit is op te maken dat de bovengrond ter plaatse van het spoor sterk verontreinigd is met koper en lood. Het is onbekend of de verontreiniging inmiddels gesaneerd is of dat deze door werkzaamheden langs het spoor vermengd is met de overige grond.

Conclusie: Door de ouderdom van de aanwezige gegevens adviseren wij om een verkennend bodemonderzoek uit te voeren ter plaatse van deze locatie. Het is niet duidelijk of de sterk verhoogde gehalten zware metalen nog aanwezig zijn ter plaatse van het tracé.

Privé terrein Nee

Bijlage 3: Overzichtstabel fase 4: verhoogde veiligheidsklassen en/of Wbb melding

Deellocatie

Adres Plaatsnaam

212_46,9-47,0 Overgang A12, km. 46,9-47,0

Veiligheids Wbb Melding klasse Rood, niet vluchtig

BRL6000 BRL7000

Lengte Diepte Parameters (m) (m-mv) (mg/kg ds)

77 Deelsaneringspl Ja; MKB an (BRL6000) en BRL7000

Toelichting

Referentie Locatiecode

AA195502644 0,6 - 1,0 PCB (3,7339 Rapport Deelsaneringsplan PCB- verontreiniging Viaduct A12, m-mv mg/kg d.s.) GelreGroen, GG-005750, 13-11-2020: Door GelreGroen is een deelsaneringsplan opgesteld om de aanwezige bodemverontreiniging met PCB zoveel mogelijk te verwijderen. Hierdoor kunnen de geplande werkzaamheden ten behoeve van het project ViA15 zonder belemmeringen als gevolg van sterk verontreinigde grond worden uitgevoerd. In het deelsaneringsplan worden eerder uitgevoerde onderzoeken samengevat. Uit de informatie van de evaluatie (Strukton, kenmerk SP/SO301418-20085, d.d. 16-07-2019) is op te maken dat de deelsanering van Strukton (zie hierboven) grotendeels uitgevoerd zoals omschreven in het eerdergenoemde saneringsplan. Op de locatie is een restverontreiniging met PCB achtergebleven. Vervolgens is door BK Ingenieurs in augustus en september 2020 een nader bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk 204260, d.d. 30-09-2020). De sterke verontreiniging bevindt zich aan weerszijde van de betonnen constructie van het viaduct. Het totale volume buiten de oorspronkelijke contour van het beschikte geval wordt ingeschat op circa 6 m3. Bij graafwerkzaamheden is veiligheidsklasse ‘rood niet vluchtig’ (CROW 400) van toepassing. De herkomst van de verontreiniging aan de noordzijde van het spoor is niet geheel duidelijk.

Gelet op de aard van de verontreiniging wordt verondersteld dat deze verontreiniging deel uitmaakt van het beschikte geval van bodemverontreiniging met code GE195502644. Het is onbekend of deze sanering is uitgevoerd. Er zijn geen verdere gegevens bekend. Conclusie: Wij adviseren veiligheidsmaatregelen conform 'Rood, Niet vluchtig'. Een deelsanerings is noodzakelijk in kader van de Wet Bodembescherming op basis van het aangetroffen gehalte PCB (3,7339 mg/kg d.s.; circa 0,6-1,0 m-mv). Milieukundige begeleiding is noodzakelijk. De uitvoerende aannemer dient gecertificeerd te zijn voor de BRL 7000.

Privé terrein Nee

Deellocatie

Adres Plaatsnaam

212_45-45,25 Emplacement Didam, km. 45,0 45,3

Veiligheids Wbb Melding klasse

BRL6000 BRL7000

Lengte Diepte Parameters (m) (m-mv) (mg/kg ds)

Basishygiën BUS 5-weekse e

260 Ja; MKB (BRL6000) en BRL7000

1,2 mmv

PAK (400 mg/kg d.s.

Toelichting

Referentie Locatiecode

AA195501877 Nader Bodemonderzoek NS-emplacement Didam, NO, Oranjewoud, 169123, 31 oktober 2007: Aan weerszijde van het AA195501879 spoor, ter plaatse van geocode 212, km. 45,0-45,6, is een bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij is specifiek onderzoek gedaan naar twee gevallen van bodemverontreiniging (de hedendaagse gevallen 00517.WG1 en WG2). In de boven- en ondergrond (tot circa 1,0 m-mv) zijn over het algemeen bijmengingen met kolengruis en puin aangetroffen. Ter plaatse van Wbb-geval 00517.WG1 (ten noorden van het spoor) zijn sterk verhoogde gehalten PAK in de bovengrond (0-0,5 m-mv) gemeten. Ook zijn in de ondergrond (0,5-1,2 m-mv) sterk verhoogde gehalten PAK gemeten. Ter plaatse van het hedendaagse Wbb-geval 00517.WG2 (ten zuiden van het spoor) zijn in een voormalige spoorsloot sterk verhoogde gehalten PAK in de bovengrond (tot 0,7 m-mv) gemeten. Horizontale afbakeningen hebben niet plaatsgevonden omdat er in de bovengrond sprake is van een diffuse verontreiniging met PAK. Tijdens het huidige onderzoek is PAK op het NS-emplacement en ook buiten het emplacement in verhoogde gehalten aangetoond. De sterke PAK-verontreinigingen loopt geleidelijk in de diffuse verontreiniging. Conclusie: Ter hoogte van deze locatie zijn sterk verhoogde gehalten PAK aan weerszijde van het spoor gemeten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7969/documents/45416