Bijlage 2.3.01 - Milieueffectrapport RegioExpres (1).pdf
Tekst van het document
RAPPORT
RegioExpres: Milieueffectrapport
Behorende bij het (Ontwerp) Provinciaal Inpassingsplan
Versie: 4.0 Status: Vrijgegeven Datum: 27-11-2023 Kenmerk: A30-SBR-HS-RAP23009235
Samenvatting Inleiding De spoorlijn Arnhem – Doetinchem – Winterswijk is een van de drukste regionale spoorlijnen van Nederland. Het grootste deel van de lijn is enkelsporig waardoor treinen elkaar niet kunnen passeren. Door toenemende groei van het aantal reizigers kunnen er capaciteitsproblemen ontstaan. Daarnaast is er een lage gemiddelde snelheid door de vele tussenstops en slechte overstappen op andere treinen in Arnhem. Daarom werken het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, provincie Gelderland, regio Achterhoek, ProRail, gemeenten en vervoerders Arriva en Connexxion aan verbeteringen voor de belangrijke spoorlijn Arnhem – Doetinchem – Winterswijk met de RegioExpres. Dit is een extra sneltrein die dient te gaan rijden tussen Arnhem Centraal en Doetinchem (non-stop) en als stoptrein (stop op alle tussenliggende stations) tussen de stations Doetinchem en Winterswijk. De huidige kwartierdienst tussen Arnhem en Doetinchem blijft gehandhaafd en de RegioExpres wordt daaraan toegevoegd. Hiervoor wordt het spoor tussen Didam en Doetinchem De Huet verdubbeld. Analyse knelpunten, ambities en doelstellingen Met dagelijks ongeveer 21.000 reizigers is de spoorlijn Arnhem – Doetinchem – Winterswijk de belangrijkste vorm van openbaar vervoer in de regio Achterhoek en Liemers.
De verwachting is dat het aantal reizigers zal toenemen, wat leidt tot capaciteitsproblemen en langere reistijden. Daarnaast staat de regio voor een verstedelijkingsopgave, wat zal leiden tot een verdere groei van het aantal reizigers. De gemiddelde snelheid op de spoorlijn is laag vanwege veel tussenstops en slechte overstappen op andere treindiensten. Met de invoering van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) zijn er meer treinen gaan tussen Arnhem en Utrecht rijden. Als er geen maatregelen worden genomen, hebben de toenemende drukte en langere reistijden aanzienlijke gevolgen voor de bereikbaarheid, leefbaarheid en het vestigingsklimaat van de regio. Om de knelpunten op de spoorlijn Arnhem – Doetinchem – Winterswijk op te lossen en vanuit de ambitie om de spoorlijn te versterken zijn de volgende doelen geformuleerd voor het project RegioExpres: • Snelheid: sneller reizen tussen de Achterhoek, Arnhem/ Nijmegen en de Randstad. Hiervoor wordt de reistijdwinst berekend. Dat is het verschil in totale reistijd voor reizigers met en zonder realisatie van de RegioExpres; • Capaciteit: aanpakken van capaciteitsproblemen die ontstaan in de toekomst, mede door de verstedelijkingsopgave.
Capaciteit betreft het aantal zitplaatsen en de kans dat er een zitplaats voor een reiziger beschikbaar is na de introductie van de RegioExpres; • Dienstregeling: het tijdsconflict tussen de internationale treinen (ICE en NightJet) en de regionale treinen wordt opgelost; • Duurzaamheid: een alternatief voor de auto en files op de A12; • Betrouwbaarheid van de trein: een hogere betrouwbaarheid en minder vertragingen; • Veiligheid: een oplossing voor het transferknelpunt op station Wehl en een veilige stationsomgeving bij Doetinchem De Huet Voorkeursalternatief en maatregelen Om de doelen te kunnen realiseren worden onderstaande maatregelen gerealiseerd in het voorkeursalternatief: • Met de uitvoering van het project RegioExpres wijzigt de dienstregeling naar één sneltrein tussen Arnhem en Doetinchem, die als stoptrein verder rijdt naar Winterswijk én vier stoptreinen tussen Arnhem en Doetinchem, waarvan er één als stoptrein doorrijdt naar Winterswijk. In de basis betekent dit dat er op het traject Arnhem-Doetinchem, in vergelijking met de huidige situatie, één extra (snel)trein per uur gaat rijden, in beide richtingen. De RegioExpres rijdt alleen op werkdagen, tot 20:00 uur.
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
2/152
• •
• • • • • •
• • •
Het aantal treinen tussen Arnhem en Doetinchem stijgt hiermee naar 5 per uur in beide richtingen op werkdagen. Een extra spoor tussen station Didam en Doetinchem De Huet. Hierbij wordt het dubbelspoor doorgetrokken tot en met station Doetinchem De Huet. Het extra spoor komt aan de zuidzijde, met uitzondering van het trajectgedeelte station Didam – Oude Zandweg, waar het extra spoor juist aan de noordzijde gerealiseerd wordt. De spoorlijn wordt niet geëlektrificeerd. De huidige maximale snelheid op de lijn wordt gehandhaafd. Waarbij opgemerkt wordt dat de snelheid lokaal hoger wordt dan in de huidige situatie doordat de RegioExpres treinen niet op alle stations stoppen. Toevoeging van een perron aan de noordzijde van station Wehl. Toevoeging van een perron aan de zuidzijde van station Doetinchem De Huet met aanpassing van de bestaande overweg. Optimalisatie van 11 overwegen ten behoeve van verbeteren veiligheid. Daar waar een extra spoor wordt gerealiseerd, wordt aan de zijde van het extra spoor (in ruimtegebruik) rekening gehouden met de mogelijke toekomstige elektrificatie van het vervoer over spoor. Een wissel in Zevenaar voorbij de boog naar Didam ten oosten van de overweg Ringbaan Oost. Een extra wissel tussen station Doetinchem De Huet en de overweg Europaweg. Een keervoorziening tussen de overweg Europaweg en overweg Wijnbergseweg.
De bovengenoemde maatregelen vormen het voorkeursalternatief. Dit VKA wordt uitgewerkt in het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) zodat de Provincie Gelderland hier een planologisch besluit over kan nemen. In het voorliggende Milieueffectrapport (MER) is het VKA onderzocht op effecten op milieu, leefomgeving, natuur en landschap. Op basis van de onderzoeken in het MER zijn maatregelen voorgesteld waarmee het project kan worden ingepast in het landschap en de leefomgeving. Het gaat dan om maatregelen voor onder meer natuur, landschap, trillingen, water en geluid. Deze maatregelen zijn uitgewerkt in het MER en onderzocht op effectiviteit, inpasbaarheid en haalbaarheid.
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
3/152
Doelbereik Om de effectiviteit van de voorgenomen maatregelen uit het voorkeursalternatief te beoordelen is de betrouwbaarheid van het nieuwe spoorsysteem getoetst op doelbereik, conform de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (2022). Daarbij is gekeken naar de veranderingen/ verbeteringen van de dienstregeling effecten (rij- en reistijd, punctualiteit, robuustheid), betrouwbaarheid en de veiligheid bij stationsgebied Doetinchem De Huet. De conclusie is dat de maatregelen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van het project. In onderstaande tabel is dit per doel toegelicht. Hoofddoelen RegioExpres Snelheid Capaciteit
Dienstregeling
Ontlasting wegennet/ Duurzaamheid
Betrouwbaarheid
Veiligheid
Beoordeling doelbereik Reistijdwinst van 13 minuten Efficiëntere inzet van capaciteit, maar ook meer reizigers door aantrekkelijkheid van RegioExpres. Onder de streep is sprake van een neutraal effect. Dit komt doordat er een efficiëntere inzet is van capaciteit, echter worden er meer reizigers aangetrokken als gevolg van de RegioExpres. Meer flexibiliteit in de treinpaden door komst van dubbelspoor waardoor er minder kans is op een conflict tussen de regiotreinen en de internationale treinen (ICE en NightJet). De RegioExpres zorgt voor een hogere betrouwbaarheid en minder vertragingen. De relatieve verbetering van aankomstpunctualiteit van 2,7% ten opzichte van de referentiesituatie Als gevolg van de RegioExpres wordt reizen in de trein richting Arnhem, Nijmegen en Utrecht aantrekkelijker. RegioExpres zorgt voor minder reistijd en lagere verplaatsingstijdfactor (VF)-waardes (reistijd OV/ reistijd auto). Door komst van dubbelspoor, een wissel bij Zevenaar en een keervoorziening bij Doetinchem De Huet neemt de betrouwbaarheid van het traject toe. Situatie op station Wehl verbetert, vooral doordat passagiersstromen van kruisende treinen worden gescheiden en minder passagiers het spoor over hoeven te steken. De aanpassing van overweg Jan Willinkstraat zorgt voor meer veiligheid bij station Doetinchem De Huet.
Gezien de positieve bijdrage aan het behalen van de projectdoelstellingen (doelbereik), de (beperkte) effecten -na het nemen van te nemen mitigerende en/of compenserende maatregelen-, de gunstige kosten-batenanalyse en het met een positief gevoel doorlopen van het participatietraject is het voorkeursalternatief door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland vastgesteld op basis van de Nota Voorkeursalternatief (Provincie Gelderland, december 2021). Daarmee is (de beoordelingsfase van) de verkenning afgerond. In de planuitwerking wordt het voorkeursalternatief uitgewerkt. De resultaten hiervan zijn in navolgende hoofdstukken terug te lezen. Voorkeursvariant In de planuitwerkingsfase zijn er in de verdere uitwerking van het VKA voor diverse locaties of thema’s (detail)keuzes gemaakt. De belangrijkste zijn: • In de verkenning is al eerder besloten om dit spoortraject niet nu te elektrificeren. Als brandstof voor de treinen is Hydrotreated Vegetable Oil (HVO) het enige overgebleven alternatief. De overige bronmaatregelen zijn namelijk binnen de projectscope geen realistische optie, gelet op doorlooptijd, investeringskosten en het exploitatiemodel. • Voor de Lange Klauwenhof zijn twee varianten verder uitgewerkt: o Langs het spoo; o Nieuwe weg (andere routering Lange Klauwenhof).
De aansluiting van de Lange Klauwenhof op de Oldegoorweg wordt omgelegd en het deel waar deze weg parallel aan het spoor ligt verdwijnt;
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
4/152
•
Verdere uitwerking stationsomgeving Doetinchem De Huet met een vrijliggend fiets- en voetpad bij de stationsoverweg Jan Willinkstraat.
Effecten en maatregelen In het MER staat het onderzoek naar effecten op milieu, leefomgeving, natuur en landschap centraal. Daarbij zijn de effecten van het project afgezet tegen de referentiesituatie. Dit is de situatie waarbij het project RegioExpres niet zou zijn gerealiseerd, maar autonome ontwikkelingen wel zijn uitgevoerd. In de tabel is aangegeven hoe de effecten kwalitatief worden beoordeeld. Score ++ + 0 --
Oordeel ten opzichte van referentiesituatie Sterk positief Positief Neutraal Negatief Sterk negatief
Geluid Aspect Geluidhinder Geluidbelast oppervlak Geluidproductieplafonds Cumulatie Laagfrequent geluid Totaalscore
Plansituatie excl. maatregelen n.v.t. n.v.t. -
Plansituatie incl. maatregelen ++ + n.v.t. n.v.t. +
Uit berekeningen blijkt dat ten gevolge van de plansituatie op 230 referentiepunten het GPP wordt overschreden. De geluidmaatregelen (raildempers, brugmaatregel) die getroffen zullen worden, resulteren in minder geluid op de meeste gevels. De volgende mitigerende maatregelen worden toegepast: • 3.971 meter raildemper • 5 dB brugmaatregel voor de stalen spoorbrug over Oude IJssel Bij 17 woningen kan de geluidbelasting niet teruggebracht worden tot de streefwaarde. Voor deze woningen dient middels een gevelmaatregelenonderzoek aangetoond te worden of voldaan kan worden aan de wettelijke binnenwaarden vanwege railverkeer. Als gevolg van de geluidmaatregelen is er voor de criteria ‘gehinderden’ en ‘slaapverstoorden’ een sterk positief effect. Het geluidbelast oppervlak scoort positief ten opzichte van de referentiesituatie. Voor het aspect laagfrequent geluid geldt dat de situatie marginaal verslechtert. Trillingen Thema en aspect Trillingsniveau Trillingsniveau Trillingshinder Schade trillingen Totaalscore
Criterium Wijziging gemiddelde trillingsniveau Wijziging maximale trillingsniveau Toe- of afname van het aantal door trillingen gehinderde personen Kans op schade vanwege trillingen
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
Score 0 0 -0 -
5/152
Binnen zeven clusters van woningen vinden overschrijdingen van de streefwaarden uit de Beleidsregel trillinghinder spoor (Bts) plaats. Voor de meeste clusters zijn geen doelmatige maatregelen te treffen omdat maatregelen niet inpasbaar, te kostbaar of onvoldoende effectief zijn. Alleen aan weerszijden van de Bievankweg wordt een ondergronds trillingenscherm geplaatst. In zowel de huidige situatie, de referentiesituatie 2035 als in de plansituatie (zonder maatregelen) is de maximale trillingssterkte Vmax op een aantal adressen hoger dan de streefwaarde A1 en de grenswaarde A2. Deze toename treedt vooral op in de omgeving van de stations waar de RegioExpres niet stopt. In zowel de huidige situatie, de referentiesituatie 2035 als in de plansituatie (zonder maatregelen) is de gemiddelde trillingssterkte Vper bij alle adressen lager dan de grenswaarde A3. Aantal adressen in studiegebied Huidige situatie Referentiesituatie Plansituatie 2022 2035 2035
Criterium Criterium 1 – Aantal boven streefwaarde (A1) Criterium 1 – Aantal boven grenswaarde (A2) Criterium 1 – Aantal boven grenswaarde (A3)
90
90
106
4
4
10
0
0
0
Het aantal gehinderden neemt in de plansituatie met 499 toe ten opzichte van de referentiesituatie. Die toename komt vooral doordat de trillingscontouren door de hogere snelheid van de RegioExpres en de spoorverdubbeling breder komen te liggen, m.n. rond station Didam. Daardoor vallen er meer woningen binnen de contouren, en voor de woningen die al in de contouren vielen gaan de trillingsniveaus omhoog ten opzichte van de referentiesituatie, waardoor het percentage gehinderden ook in die woningen toeneemt.
Criterium Criterium 2 – Aantal gehinderden
Aantal gehinderde personen in studiegebied Huidige situatie Referentiesituatie Plansituatie 2022 2035 2035 344 344 843
Zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase wordt er niet verwacht dat er panden zijn met kans op trillingsschade.
Criterium Criterium 3 – Kans op trillingsschade Luchtkwaliteit Aspect Projecteffect NO2 Projecteffect PM10 Projecteffect PM2.5 Blootstelling NO2
Score 0 0 0 0
Blootstelling PM10
0
Blootstelling PM2.5
0
Totaalscore
0
Aantal gebouwen in studiegebied Huidige situatie Referentiesituatie Plansituatie 2022 2035 2035 0 0 0
Toelichting Een afname van < 1,2 µg/m3 of toename van ≥ 1,2 µg/m3 Een afname van < 1,2 µg/m3 of toename van ≥ 1,2 µg/m3 Een afname van < 1,2 µg/m3 of toename van ≥ 1,2 µg/m3 0 – 5% van de bestemmingen gaat één of meerdere concentratieklassen omlaag of omhoog 0 – 5% van de bestemmingen gaat één of meerdere concentratieklassen omlaag of omhoog 0 – 5% van de bestemmingen gaat één of meerdere concentratieklassen omlaag of omhoog Geen/neutraal effect
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
6/152
Uit de resultaten van het effectenonderzoek blijkt dat er geen effect op de luchtkwaliteit is als gevolg van het project RegioExpres. Op alle onderzochte aspecten is de effectbeoordeling neutraal. Voor het aspect luchtkwaliteit zijn geen mitigerende maatregelen nodig, omdat de getoetste grenswaarden niet worden overschreden en de bijdrage van het project aan concentratiewaarden dusdanig klein is dat deze in de categorie “Niet in betekenende mate” valt. Externe veiligheid Aspect Externe veiligheid
Score
Toelichting Geen (dreigende) overschrijding van het PR-plafond en GR0 plafond en de aanwezigheid van risicobronnen in de omgeving verandert niet.
Aangezien er voor en na de uitvoering van het plan geen sprake is van structureel vervoer van gevaarlijke stoffen, wordt het PR-plafond niet overschreden. Er is dan ook geen verplichting om het groepsrisico te verantwoorden. Bovendien heeft het project geen (negatieve) invloed op andere risicobronnen. Indien nodig worden tijdig beschermende maatregelen genomen om gasleidingen te beschermen tegen de extra belasting van de spooruitbreiding. Gezondheid Aspect
Score
Volksgezondheid
0
Gezonde leefomgeving
0
Totaalscore
0
Toelichting De gevoelige bestemmingen hebben gemiddeld een MGRtotaalscore van -0,2 – 0,2. Er zijn geen significante veranderingen opgetreden in de bestaande recreatieve routes of de toegankelijkheid van recreatieve gebieden. De compensatiemaatregelen voor verlies van groen zijn toereikend. Geen/neutraal effect
Zowel de MGR-score voor volksgezondheid als de impactanalyse op de gezonde leefomgeving wijzen uit dat de situatie met een RegioExpres vergelijkbaar blijft met de referentiesituatie. De component luchtkwaliteit is niet of nauwelijks verschillend met of zonder RegioExpres, terwijl het effect van geluid met de komst van de RegioExpres positief is. Alhoewel er sprake is van enige aantasting van de leefomgeving, worden er ook aanpassingen gedaan die een positief effect hebben. Verlies van groen wordt gecompenseerd en fietsroutes worden verbeterd. Het effect van de RegioExpres op het thema gezondheid is daarom als neutraal beoordeeld. Natuur Effect Natura 2000 – Stikstof
Natura 2000 – Overige aspecten
Score --
0
Toelichting Toename van tijdelijke en permanente stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Verder onderzoek naar stikstofdepositie, mitigerende maatregelen zoals extern salderen of het gebruik van HVO in plaats van diesel zal nog moeten plaatsvinden. Geen hinder door externe effecten (licht, trillingen en geluid) in aanlegfase, geen hinder door ruimtebeslag in gebruiksfase. Significante gevolgen voor instandhoudingsdoelen zijn uit te sluiten.
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
7/152
Gelders Natuurnetwerk
--
Groene ontwikkelingszones en ecologische verbindingszones Weidevogelgebied en ganzenrustgebied Houtopstanden
-
De voorgenomen ontwikkelingen hebben raakvlak met het GNN (permanent en tijdelijke ruimtebeslag), waardoor nadelige gevolgen ontstaan voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang van het GNN. De negatieve effecten worden door mitigerende maatregelen beperkt en compensatiegebieden worden ingericht. De voorgenomen ontwikkelingen hebben raakvlak met de GO (inclusief EVZ), maar de samenhang gaat niet verloren en worden de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen per saldo versterkt.
0
Geen significant effect op belangrijke weidevogelgebieden of ganzenrustgebieden.
--
Er dienen 119 vergunnings- en/of ontheffingsplichtige bomen en 4.778 m2 ontheffingsplichtige houtopstanden gekapt te worden, waarvan 190 m2 op oude bosgroeiplaatsen. De bomen en houtopstanden worden teruggebracht. Er vindt aantasting van de leefgebieden van beschermde soorten plaats. Hiervoor zal passend gemitigeerd en gecompenseerd worden en een ontheffing aangevraagd. De voorgenomen ontwikkelingen hebben raakvlak met de gemeentelijke groenstructuren maar de functionaliteit ervan blijft grotendeels behouden. Voor raakvlak met de hoofdgroenstructuur in gemeente Montferland worden maatregelen getroffen om de functionaliteit te behouden. De totaalscore is gemiddeld sterk negatief
Beschermde dier- en plantsoorten Gemeentelijke groenstructuurplannen
-
Totaalscore
--
-
De effecten scoren neutraal tot sterk negatief. Mitigerende maatregelen hebben, ondanks dat ze verbeteringen uitvoeren, geen effect op de scores. Dit komt omdat de mitigerende maatregelen niet kunnen uitsluiten dat er aantasting door bijvoorbeeld ruimtebeslag plaatsvindt. Wel verminderen de mitigerende maatregelen de kans dat er effect op groenstructuren, kernkwaliteiten van het GNN, beschermde soorten etc. plaatsvinden. Bodem Aspect Bodemkwaliteit
Score +
Bodemopbouw
-
Totaalscore
0
Toelichting Op basis van de beschikbare bodeminformatie is de globale inschatting dat circa 2.000 m m2 tot 2.500 m2 sterk verontreinigde grond wordt gesaneerd. Ter plaatse van de toekomstige GNNnatuurontwikkelingsgebieden zijn geen bronnen bekend die tot een bodemverontreiniging kunnen hebben geleid. De oorspronkelijke bodemopbouw wordt in meer of mindere mate verstoord ten gevolge van het project (ontgraven en ophogen). De totaalscore is gemiddeld neutraal
Omdat er een aantal bodemverontreinigingen worden ontgraven ten behoeve van de noodzakelijke grondverbetering scoort het project positief op het aspect bodemkwaliteit. Door de verwachte zetting die optreedt als gevolg van het aanbrengen van baanzand en het ontgraven van de oorspronkelijke gelaagdheid wordt het aspect bodemopbouw negatief beoordeeld. Voor de effecten op het aspect bodemopbouw zijn geen compenserende of mitigerende maatregelen mogelijk. De totaalscore voor het thema bodem is daarmee gemiddeld neutraal.
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
8/152
Water Aspect
Score
Toelichting
Waterveiligheid
0
Er vindt geen aantasting van beschermde wateren/kunstwerken plaats.
Waterhuishouding
0
Waterkwaliteit
0
Totaalscore
0
Bestaande duikers worden verlengd. Hemelwaterafvoer vindt plaats middels greppels en drains. De compensatie voor de toename van verhard oppervlak wordt met de aanleg van greppels ingevuld. Mogelijke extra verontreiniging van oppervlaktewater en grondwater met PAK, metalen en minerale olie blijft beperkt aangezien er slechts twee treinbewegingen per uur extra zullen optreden. De totaalscore is gemiddeld neutraal
Landschap en cultuurhistorie Aspect Score Toelichting Landschap Er vindt een negatief effect plaats op landschappelijke structuren, de kwaliteit van het landschapstype en de verandering in barrièrewerking. Een voorbeeld hiervan is het plaatsen van hekwerken langs het spoor, waardoor er sprake is van barrièrewerking. Ruimtelijke Er vinden negatieve effecten plaats op de gebruikswaarde, de kwaliteit belevingswaarde en de toekomstwaarde van de ruimte. Cultuurhistorie Omdat het een spoorverdubbeling betreft, dus een lijnvormige verstoring direct naast een al bestaande verstoring van het landschap, heeft het plan nauwelijks impact op de omgeving. De unieke verkaveling van Stilliwald wordt verder aangetast. Totaalscore De gemiddelde score is negatief De optelsom van de kleine landschappelijke effecten door de ruimtelijke maatregelen die gepaard gaan met de realisatie van de RegioExpres is negatief. Bijzondere historische structuren, zoals ter hoogte van landgoed Stilliwald, worden aangetast. De beoordeling voor cultuurhistorie is en blijft negatief, ook na het eventueel uitvoeren van het Landschapsplan. Hierdoor is het totaaloordeel van het effect negatief. Archeologie Aspect Archeologische waarden
Score --
Toelichting Effect op bekende en verwachte archeologische waarden
De score voor archeologische waarden is zeer negatief. De aanleg van de spoormaatregelen vindt voor een deel plaats in een gebied met bekende dichtheid archeologische waarde (hoge verwachtingswaarden). De huidige verwachting is dat aanwezige archeologische waarden worden aangetast. Ruimtegebruik Aspect Wonen Werken Agrarisch Natuur/bos Groen/recreatie Water Maatschappelijk Totaalscore
Score 0 0 0 0
Ruimtegebruik t.o.v. huidige situatie (m2) 1.138 55
0
36.176 543 24.822 96 22
-
62.851
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
9/152
In totaal wordt er 62.851 m2 aan bestemming gewijzigd naar spoorwegdoeleinden, waarvan het grootste deel thans de bestemming agrarisch of groen/recreatie heeft. Er worden geen woningen geamoveerd. Conclusies MER De maatregelen van het project RegioExpres leiden tot een verbetering van de dienstregeling en kortere reistijden op de spoorlijn Arnhem – Doetinchem – Winterswijk. De capaciteit wordt verhoogd en de dienstregeling betrouwbaarder. De stations Wehl en Doetinchem De Huet worden veiliger. De aanpassingen aan het spoor en de extra sneltrein leiden echter ook tot extra geluid- en trillinghinder ten opzichte van de referentiesituatie. Om deze verslechtering te beperken zijn er maatregelen uitgewerkt. Na het nemen van de doelmatige maatregelen wordt de geluidssituatie langs het grootste deel van de spoorlijn beter. De trillingssituatie verslechtert daarentegen. Het aantal gehinderden neemt duidelijk toe. Het thema Natuur scoort over de hele breedte sterk negatief. De reden hiervoor is met name de aantasting van waardevolle leefgebieden zoals Natura 2000-gebieden (vermesting), het kappen van bomen en houtopstanden en oppervlakteverlies (GNN-GO gebieden en oude bosgroeiplaatsen). Bodem en water scoren over het algemeen neutraal: de negatieve effecten zijn beperkt of goed te mitigeren/compenseren.
Voor de thema’s landschap, ruimtegebruik en archeologie leidt de RegioExpres tot een verslechtering van de waarden in het gebied. Voor archeologie zijn er geen compenserende of mitigerende maatregelen die het effect kunnen verminderen. De inpassing van de RegioExpres heeft een negatief effect op het landschap omdat de spoorlijn verbreed wordt, historische kavelstructuren verder worden aantast, en omdat de spoorlijn wordt voorzien van een afscheiding waardoor de zichtbaarheid van de spoorlijn toeneemt. Deze effecten zijn slechts beperkt te mitigeren. Samenvattende tabel (score ten opzichte van referentiesituatie) Beoordelingscriterium Score Leefomgevingskwaliteit Geluid + Trillingen Luchtkwaliteit 0 Externe veiligheid 0 Gezondheid 0 Natuur Natura 2000 – Stikstof -Natura 2000 – Overige aspecten 0 Gelders Natuurnetwerk -Groene ontwikkelingszone en ecologische verbindingszone Weidevogelgebied en ganzenrustgebied 0 Beschermde soorten Houtopstanden -Gemeentelijke groenstructuurplannen Bodem en water Bodemkwaliteit + Bodemopbouw Waterveiligheid 0 Waterhuishouding 0 Waterkwaliteit 0 Landschap, cultuurhistorie en archeologie Landschap Ruimtelijke kwaliteit Cultuurhistorie Archeologie -Ruimtegebruik Ruimtegebruik -
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
10/152
Inhoudsopgave 1
Inleiding
14
1.1 1.2 1.3 1.4
Introductie Achtergrond Het milieueffectrapport De m.e.r.-procedure
14 14 15 15
1.4.1 1.4.2 1.4.3 1.4.4
16 16 16 17
1.5
2
Leeswijzer
18
2.1 2.2
Inleiding Analyse knelpunten
18 18
2.2.1 2.2.2 2.2.3
Capaciteit Snelheid Conclusie
18 18 19
Ambities en doelstellingen
19
De verkenning: via alternatieven naar het voorkeursalternatief
20
3.1 3.2
20 20
Inleiding Startfase 3.2.1 3.2.2 3.2.3
3.3
3.4
4
17
Analyse knelpunten, ambities en doelstellingen
2.3
3
Planologische verankering en NRD Publicatie Ontwerp-PIP en MER Vaststelling Provinciaal Inpassingsplan Evaluatie
Drie scenario’s Kaders Scope voor het vervolg
20 20 21
Analytische fase
21
3.3.1 3.3.2 3.3.3
21 22 24
Meerwaarde RegioExpres Kansrijke oplossingen benodigde infrastructuur Scope voor vervolg
Beoordelingsfase
24
3.4.1 3.4.2 3.4.3
24 31 39
Majeure keuzes Inpassingsvraagstukken voor dubbelspoor Afweging voorkeursalternatief
Milieueffecten
46
4.1 4.2 4.3
Inleiding Beoordelingskader Plan- en studiegebied
46 46 47
4.3.1 4.3.2
47 47
4.4
Plangebied Studiegebied
Geluid 4.4.1
48 Inleiding
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
48
11/152
4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6 4.5
4.6
56
4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.5.4 4.5.5
56 56 56 58 59
4.9
Inleiding Beleidskader Beoordelingskader en methodiek Effecten Conclusie
Water
61 Inleiding Beleidskader Beoordelingskader en methodiek Effecten Mitigerende en compenserende maatregelen Conclusie
Natuur 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.7.4 4.7.5 4.7.6
4.8
48 49 50 54 55
Trillingen
4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.6.4 4.6.5 4.6.6 4.7
Beleidskader Beoordelingskader en methodiek Effecten Laagfrequent geluid Samenvatting effecten
61 61 63 65 66 67 67
Inleiding Beleidskader Beoordelingskader en methodiek Tijdelijke effecten Permanente effecten Conclusie
67 67 75 78 85 97
Landschap, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie
98
4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.8.4 4.8.5 4.8.6 4.8.7
98 98 99 103 108 109 109
Inleiding Beleidskader Beoordelingskader en methodiek Effecten Mitigerende en compenserende maatregelen Effectbeoordeling (na het nemen van maatregelen) Conclusie
Bodem 4.9.1 4.9.2 4.9.3 4.9.4 4.9.5
110 Inleiding Beleidskader Beoordelingskader en methodiek Effecten Conclusie
110 110 111 112 112
4.10 Archeologie
113
4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.10.4 4.10.5
113 113 113 114 115
Inleiding Beleidskader Beoordelingskader en methodiek Effecten Conclusie
4.11 Luchtkwaliteit
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
116
12/152
4.11.1 4.11.2 4.11.3 4.11.4 4.11.5
Inleiding Beleidskader Beoordelingskader en methodiek Effecten Conclusie
4.12 Externe veiligheid 4.12.1 4.12.2 4.12.3 4.12.4 4.12.5
5
6
Inleiding Beleidskader Beoordelingskader en methodiek Effecten Conclusie
116 116 118 119 122 122 122 122 123 124 126
4.13 Gezondheid
127
4.13.1 4.13.2 4.13.3 4.13.4 4.13.5
127 127 127 129 137
Inleiding Beleidskader Beoordelingskader en methodiek Effecten Conclusie
4.14 Ruimtegebruik
137
4.14.1 4.14.2 4.14.3 4.14.4 4.14.5
137 137 138 139 140
Inleiding Beleidskader Beoordelingskader en methodiek Effecten Conclusie
4.15 Samenvatting effectbeoordeling
141
Hinder tijdens bouw/ uitvoering
142
5.1 5.2 5.3
142 142 142
Inleiding Maatregelen tijdens de aanlegfase Hinder tijdens de aanlegfase
Leemtes in kennis en aanzet tot monitoring
144
6.1 6.2 6.3
144 144 145
Inleiding Leemtes in kennis Aanzet tot monitoring en evaluatie
Bronnenlijst
146
Bijlage 1 Verklarende woordenlijst met afkortingen
148
Colofon
151
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
13/152
1
Inleiding
1.1
Introductie
De spoorlijn Arnhem – Doetinchem – Winterswijk is de ruggengraat van het openbaar vervoer in de Liemers en de Achterhoek. Met ongeveer 21.000 reizigers op werkdagen is Arnhem-DoetinchemWinterswijk één van de drukste regionale spoorlijnen van Nederland. Het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat, Provincie Gelderland, regio Achterhoek, ProRail, gemeenten en vervoerders zetten zich in voor verbetering van deze belangrijke lijn. Op deze wijze werken zij aan een duurzaam bereikbaar Gelderland. In de huidige situatie rijden er in beide richtingen op werkdagen vier stoptreinen per uur tussen Arnhem en Doetinchem, waarvan er twee doorrijden naar Winterswijk. Daarnaast rijdt tussen Arnhem en Zevenaar de trein naar Düsseldorf en wordt het spoor gedeeld met internationale treinen (ICE Amsterdam – Arnhem – Frankfurt en de NightJet). Hoewel de spoorlijn de drukte nu nog aankan, wordt verwacht dat de drukte in de treinen in de toekomst sterk zal toenemen. Zo vormt de lijn een knelpunt voor de verstedelijkingsopgave in de regio. Indien er geen maatregelen worden genomen, zal dit grote gevolgen hebben voor de bereikbaarheid, leefbaarheid en vestigingsklimaat in de regio. Naast de capaciteitsproblemen, is een belangrijke opgave de versnelling van de lijn.
De spoorlijn is een van de drukst bereden spoorwegen van Nederland, maar de gemiddelde snelheid is relatief laag door de vele tussenstops en slechte overstappen op andere treindiensten. Om deze knelpunten op te lossen willen partijen de RegioExpres toevoegen aan de bestaande dienstregeling. De RegioExpres is een extra sneltrein die dient te gaan rijden tussen Arnhem Centraal en Doetinchem (non-stop) en als stoptrein (stop op alle tussenliggende stations) tussen de stations Doetinchem en Winterswijk. De huidige kwartierdienst tussen Arnhem en Doetinchem blijft gehandhaafd, de RegioExpres wordt daaraan toegevoegd. Dit milieueffectrapport (MER) beschrijft de achtergronden van het project RegioExpres, de uitdagingen voor de huidige spoorlijn, de ambities van het Rijk en provincies en de doelstellingen en maatregelen die daaruit voortkomen. Een belangrijk onderdeel van het MER is de integrale beschrijving van de effecten op milieu, leefomgeving, landschap en natuur. Op basis van een gestructureerde aanpak en werkwijze wordt per milieuthema het effect van het spoorproject beschreven. Hierbij wordt gekeken of maatregelen kunnen worden genomen om het effect op milieu en natuur te beperken. Het MER wordt tegelijk met het (Ontwerp) Provinciaal Inpassingsplan (PIP) ter inzage gelegd en bevat relevante informatie voor omwonenden en bestuurders.
Deze informatie kan worden meegenomen bij de besluitvorming, zodat milieu en leefomgeving daarbij een volwaardige rol spelen.
1.2
Achtergrond
Begin 2018 heeft Provincie Gelderland besloten om, samen met de andere partijen, een brede verkenning te starten naar het verbeteren van de spoorverbinding. Hiermee is de verkenning van de RegioExpres gestart. De verkenning heeft plaatsgevonden in drie fasen (startfase, analytische fase, planuitwerkingsfase). In deze fasen is steeds verder getrechterd naar maatregelen om de kwaliteit van de spoorverbinding te verbeteren. Het eindresultaat van de verkenning is dat de RegioExpres het voorkeursalternatief is om de spoorverbinding te verbeteren. Om het toevoegen van de RegioExpres mogelijk te maken zijn aanpassingen aan de infrastructuur nodig, waaronder een verdubbeling van het spoor tussen Didam en Doetinchem De Huet, een extra perron op de stations Wehl en Doetinchem De Huet en aanpassingen ter verbetering van de
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
14/152
overwegveiligheid op overwegen. Een tweede spoor is al aanwezig op station Wehl en de eerste 700 meter richting Doetinchem, hier zijn daarom geen aanpassingen nodig.
1.3
Het milieueffectrapport
In verband met het opstellen en vaststellen van het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) wordt een m.e.r.procedure doorlopen en een milieueffectrapport (MER) opgesteld. De verbetering van de spoorlijn valt namelijk onder activiteiten waarvoor een MER verplicht is. Het MER bespreekt de gevolgen van het project op het milieu, de leefomgeving en het landschap zoals voorgeschreven is door artikel 7.22 en verder van de Wet milieubeheer. In het MER en de bijbehorende achtergrondrapporten is onderzocht welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn om de milieueffecten te beperken. Deze maatregelen zijn in het Provinciaal Inpassingsplan planologisch uitgewerkt.
1.4
De m.e.r.-procedure
De m.e.r. procedure is wettelijk voorgeschreven op basis van zowel van nationale als Europese wetgeving voor activiteiten die potentieel milieueffecten kunnen hebben. Het doel van de m.e.r. is om ervoor te zorgen dat adequate milieu-informatie beschikbaar is bij de besluitvorming over deze activiteiten. Deze activiteiten zijn vastgelegd in het Besluit m.e.r en de inhoudelijke vereisten voor m.e.r. zijn beschreven in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. De uitkomst van de m.e.r.-procedure is het milieueffectrapport (MER). Op grond van het Besluit m.e.r. kan bepaald worden of de RegioExpres m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig is. Ook het Besluit m.e.r. is gekoppeld aan de Wet milieubeheer. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn de activiteiten, plannen en besluiten vermeld waarvoor een m.e.r. verplicht is wanneer bepaalde drempelwaarden worden overschreden. In dat geval kan namelijk sprake zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen. Voor de vastlegging van deze activiteiten in plannen en besluiten moet de m.e.r.-procedure worden doorlopen en een MER worden opgesteld. Om de RegioExpres mogelijk te maken, wordt het spoor tussen Didam en Doetinchem De Huet verdubbeld. Dit betreft de uitbreiding van het spoor. In onderdeel C van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. is de activiteit “aanleg, wijziging of uitbreiding van een spoorweg” beschreven.
Omdat deze activiteit beschreven staat, geldt een m.e.r.-verplichting of m.e.r.-beoordelingsplicht. Hoewel er in kolom 2 “gevallen” geen drempelwaarde vermeld staat, geeft de Nota van toelichting bij de wijziging van het Besluit m.e.r. als indicatie voor een “lange afstand” een waarde van 5 kilometer. De verdubbeling tussen Didam en Doetinchem De Huet betreft ongeveer 9 kilometer spoor. Aangezien de drempelwaarde wordt overschreden, geldt direct een m.e.r.-plicht. Tabel 1 Categorie C2 in Besluit m.e.r. : Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een milieueffectrapportage verplicht is
Categorie C2
Activiteiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van een spoorweg voor spoorverkeer over lange afstand.
Gevallen -
Plannen De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening en het plan, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
Besluiten De vaststelling van het tracé op grond van de Tracéwet door de Minister van Infrastructuur en Milieu dan wel het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
15/152
Plan-MER en project-MER Op basis van artikel 14.4b van Wet Milieubeheer is het mogelijk om een plan-MER en project-MER gecombineerd op te stellen. Artikel 14.4b noemt dat ‘ingeval terzake van een activiteit tegelijkertijd een besluit en een plan worden voorbereid en dat plan uitsluitend wordt voorbereid met het oog op de inpassing van die activiteit in dat plan wordt ter voorbereiding van dat besluit en dat plan één milieueffectrapport gemaakt. Het rapport wordt voorbereid met toepassing van artikel 7.10 en de paragrafen 7.9 en 7.10, met dien verstande dat de aanvraag om een besluit, het ontwerp van een besluit, het ontwerpplan en het milieueffectrapport tegelijkertijd ter inzage worden gelegd’. Derhalve is er voor gekozen om voor dit project een combinatie van het plan-MER en project-MER op te stellen. 1.4.1 Planologische verankering en NRD De ligging van de bestemmingsgrenzen is ingegeven door het ontwerp van de te realiseren spoormaatregelen en het daarbij behorende ruimtebeslag. Dit ruimtebeslag en gewijzigd gebruik is deels in strijd met de geldende bestemmingsplannen en moet middels een inpassingsplan planologisch en juridisch mogelijk worden gemaakt. Hiervoor wordt verwezen naar het (Ontwerp) Provinciaal Inpassingsplan RegioExpres waar dit MER onlosmakelijk mee verbonden is.
De m.e.r.-procedure is van start gegaan met de vaststelling van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Van 28 april 2022 tot en met 8 juni 2022 heeft de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) samen met het participatieplan voor de RegioExpres ter inzage gelegen. Wettelijke adviseurs en de te betrekken bestuursorganen zijn verzocht om advies uit te brengen over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen MER. De ‘reikwijdte’ geeft aan welke milieuaspecten worden onderzocht en het ‘detailniveau’ betreft de diepgang en methode van het onderzoek, onder andere de beoordelingscriteria. In de NRD zijn onder andere de volgende zaken beschreven: • De nut en noodzaak van het project; • Het gekozen voorkeursalternatief; • Welke varianten naast het voorkeursalternatief worden onderzocht; • Welke milieuaspecten worden onderzocht; • Het beoordelingskader en de schaal die wordt gehanteerd om de milieugevolgen te beoordelen; • De procedure die moet worden doorlopen. Er zijn in totaal 24 zienswijzen op het NRD ontvangen. Deze zijn afkomstig van een Maatschap (1), Landgoed BV ‘t Jagershuis (1) en meerdere particuliere indieners (22). Tevens zijn er adviezen uitgebracht door de Gasunie, Gemeente Zevenaar, Veiligheids- en Gezondheidsregio GelderlandMidden, Waterschap Rijn en IJssel en Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland.
De ingekomen zienswijzen en adviezen zijn door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland beantwoord in de Nota van Zienswijzen. De Nota van Zienswijzen zijn door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland vastgesteld op 11 oktober 2022. 1.4.2 Publicatie Ontwerp-PIP en MER Het voorliggende MER is de stap in de m.e.r.-procedure, die volgt op de publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Na beoordeling en aanvaarding van het MER wordt het MER openbaar gemaakt door middel van een publicatie. Deze publicatie wordt gecombineerd met de aankondiging van de terinzagelegging van het Ontwerp Provinciaal Inpassingsplan (OPIP). Op het OPIP is gedurende zes weken het indienen van zienswijzen mogelijk. In deze weken kan eenieder een reactie kenbaar maken op het ontwerp inpassingsplan, waar dit MER een onderliggend rapport van is. Gedurende deze zes weken kunnen ook de wettelijke adviseurs advies uitbrengen over het MER en zal de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) worden gevraagd een toetsingsadvies uit te brengen. 1.4.3 Vaststelling Provinciaal Inpassingsplan Mede op basis van de zienswijzen en adviezen en met inachtneming van het MER stelt het bevoegd gezag het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) vast. Het bevoegd gezag motiveert in het besluit wat er met de resultaten van het MER is gedaan en hoe is omgegaan met de zienswijzen en adviezen.
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
16/152
1.4.4 Evaluatie Nadat de maatregelen ten behoeve van het project RegioExpres zijn uitgevoerd moeten de daadwerkelijk optredende milieugevolgen worden gemonitord en geëvalueerd. Dit MER bevat een eerste aanzet/advies voor een evaluatieprogramma.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 gaat dieper in op de probleem- en knelpuntanalyse. Het beschrijft de ambities en hoofddoelstellingen die voortkomen uit de knelpunten. Op basis hiervan is het voorkeursalternatief uitgewerkt tot een voorkeursvariant. Hoofdstuk 3 beschrijft de verschillende alternatieven en de afweging van het voorkeursalternatief inclusief beschrijving van de bijdrage aan het doelbereik (projectdoelstellingen). Hoofdstuk 4 toetst de effecten van de voorkeursvariant, vergelijkt deze met de referentiesituatie en beschrijft de gekozen mitigerende en compenserende maatregelen. Vervolgens volgt per thema een effectwaardering voor en na maatregelen. Hoofdstuk 5 gaat in op de mogelijke hinder tijdens de aanlegfase en de uitvoering van de voorkeursvariant. Hoofdstuk 6 staat stil bij de leemtes in kennis en het op te stellen evaluatieprogramma. In de bijlage is een verklarende woordenlijst en afkortingenlijst toegevoegd.
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
17/152
2
Analyse knelpunten, ambities en doelstellingen
2.1
Inleiding
Dit hoofdstuk richt zich op de analyse van de knelpunten van de spoorlijn Arnhem – Doetinchem – Winterswijk. Op basis van deze analyse en de ambities van de provincie Gelderland en het Rijk zijn de hoofddoelstellingen voor het project vastgesteld. Op grond van deze doelstellingen zijn globale spooroplossingen geformuleerd. Als onderdeel van het project RegioExpres is nader onderzocht welke specifieke maatregelen nodig zijn om de ambities en doelstellingen te verwezenlijken. Dit samenhangende pakket van maatregelen vormt de basis voor de voorkeursvariant (VKV), die de basis vormt voor het effectenonderzoek dat in dit MER is uitgevoerd.
2.2
Analyse knelpunten
De bereikbaarheid van de regio’s Achterhoek, Arnhem – Nijmegen en de Liemers staat onder druk. Er zijn twee concrete knelpunten op de treinverbinding Arnhem – Doetinchem – Winterswijk die opgelost moeten worden: • Capaciteit: er is onvoldoende capaciteit om reizigers in de toekomst in de ochtendspits in de gewenste rit te vervoeren; • Snelheid: de gemiddelde snelheid is laag en aansluitingen op andere treinen zullen in de toekomst verslechteren. 2.2.1 Capaciteit Met ongeveer 21.000 reizigers per dag is Arnhem – Doetinchem – Winterswijk op dit moment al één van de drukste regionale spoorlijnen van Nederland. Hoewel de spoorlijn de drukte nu nog aankan, wordt verwacht dat het aantal reizigers zal toenemen en dat de drukte in de treinen tot het hoogste niveau in Nederland leidt (Integrale Mobiliteitsanalyse 2021, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, juni 2021). Boven op de verwachte groei in reizigers staat de regio voor een verstedelijkingsopgave. Als gevolg van de extra woningen in Arnhem-Oost en de Liemers wordt een nog grotere reizigersgroei verwacht. Deze groei wordt versterkt door de te bouwen woningen in de Achterhoek. Wanneer er geen maatregelen worden genomen is het spoor niet robuust voor het toenemende aantal reizigers. 2.2.2 Snelheid Door de vele tussenstops en slechte overstappen op andere treindiensten is de gemiddelde reistijd erg lang.
Zelfs met de dagelijkse files op de A12 en A18 is de trein voor veel mensen niet sneller. Door de invoering van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer tussen Utrecht en Arnhem/ Nijmegen (PHS) verslechteren de reistijden verder. In PHS gaan er meer treinen rijden tussen Utrecht en Arnhem gebaseerd op een tienminuten structuur (‘elke tien minuten een trein’). Het gevolg hiervan is dat aansluitingen van de RegioExpres met andere treinen deels worden verbroken. Een snelle overstap is dan niet meer mogelijk. De overstaptijd naar de Randstad en Nijmegen neemt daarmee toe. Daarnaast is er een tijdsconflict tussen de internationale treinen (ICE Amsterdam – Arnhem – Frankfurt en NightJet) en regionale treinen van en naar Winterswijk. Beide treinen willen tegelijk gebruik maken van hetzelfde spoor. Dat kan niet, vandaar dat treinen op deze momenten bewust worden vertraagd. Als gevolg hiervan zijn de reistijden op deze momenten 4 minuten langer. Dit geldt richting Arnhem voor de internationale reizigers (de stoptrein gaat voor), richting Zevenaar geldt dit voor reizigers in de trein naar Winterswijk. Het Rijk heeft de ambitie om 1x per uur een internationale trein te laten rijden, in dat geval treedt het tijdsconflict ieder uur op.
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
18/152
2.2.3 Conclusie Zonder RegioExpres zal de bereikbaarheid van de regio verslechteren. De toenemende drukte en langere reistijden zullen grote negatieve gevolgen hebben voor de leefbaarheid en het vestigingsklimaat van de regio's.
2.3
Ambities en doelstellingen
Provincie Gelderland, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, regio Achterhoek, ProRail, gemeenten en vervoerders zetten zich in voor versterking van de spoorverbinding Arnhem – Doetinchem – Winterswijk. Dit komt terug in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland van de Provincie Gelderland, de Achterhoek Visie 2030 en Rijksvisie voor de spoorcorridor Utrecht – Arnhem – Duitse grens. Ook in het Coalitieakkoord 2019-2023 werd dit expliciet gemaakt en in het Coalitieakkoord 20232027 is bevestigd dat het project RegioExpres wordt gerealiseerd. De Provincie Gelderland wil bijdragen aan deze opgaven en aan het versnellen van de verduurzaming van Nederland. Ze werken samen met het Rijk en partners aan de realisatie van het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer 2040 voor een goede en duurzame regionale bereikbaarheid per spoor. Om de kwaliteit van de lijn in de toekomst te garanderen is de Provincie Gelderland al langer bezig met de kwaliteitsverbetering van de spoorverbinding, bijvoorbeeld door de in 2019 opgeleverde spoorverdubbeling tussen Zevenaar en Didam. Met de RegioExpres wordt de spoorlijn verder versterkt ten behoeve van een aantrekkelijkere woon-, werk- en leefomgeving. De RegioExpres heeft de volgende doelen, die aansluiten bij de hierboven genoemde knelpunten: • • • • • •
Capaciteit en verstedelijking: aanpakken van capaciteitsproblemen die ontstaan in de toekomst als gevolg van de reizigersgroei die versterkt wordt door de verstedelijkingsopgave. Snelheid: sneller reizen tussen de Achterhoek, Arnhem/Nijmegen en de Randstad. Dienstregeling: het tijdsconflict tussen de internationale treinen (ICE en NightJet) en de regionale treinen van/naar Winterswijk wordt opgelost. Duurzaamheid: een alternatief voor de auto en files op de A12. Betrouwbaarheid van de trein: een hogere betrouwbaarheid en minder vertragingen. Veiligheid: een oplossing voor het smalle perron op station Wehl en een veilige stationsomgeving bij Doetinchem De Huet.
Het is de ambitie om op de langere termijn de RegioExpres twee keer per uur te laten rijden. Hiervoor zijn extra infrastructurele maatregelen nodig die om grotere investeringen vragen. Mocht in de toekomst worden besloten om hiertoe over te gaan, dan wordt hiervoor een nieuwe procedure doorlopen.
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
19/152
3
De verkenning: via alternatieven naar het voorkeursalternatief
3.1
Inleiding
In de verkenning van het project RegioExpres is het kernproces van ProRail gevolgd. De drie fases zijn doorlopen: de Startfase, de Analytische fase en de Beoordelingsfase. In dit hoofdstuk worden de alternatieven uit de verkenning toegelicht en beschreven hoe er gekomen is tot het voorkeursalternatief. Vervolgens wordt dit voorkeursalternatief getoetst op doelbereik
3.2
Startfase
3.2.1 Drie scenario’s In de Startfase zijn drie scenario's ontwikkeld voor de verdere spoorverbetering Arnhem – Winterswijk: Tabel 2 Scenario’s in de startfase
Scenario’s 1. Verbeteren kwartierdienst 2. RegioExpres 1x per uur + verbeteren kwartierdienst 3. RegioExpres 2x per uur + verbeteren kwartierdienst
Benodigde infrastructuur Spoorverdubbeling Wehl – Doetinchem De Huet Spoorverdubbeling Didam – Doetinchem De Huet Spoorverdubbeling Didam – Doetinchem De Huet Vrije kruising Arnhem-Oost Spoorverdubbeling Gaanderen – Terborg Elektrificatie Extra perroncapaciteit station Zevenaar
In deze fase bleek dat de provincie Gelderland, ProRail, regio en vervoerders de RegioExpres als kansrijk model zien. Exprestreinen rijden als stoptrein waar dat moet en daar waar mogelijk als sneltrein. Voor Arnhem – Doetinchem – Winterswijk betekent dit Arnhem – Doetinchem non stop, en daarna als stoptrein door naar Winterswijk. De RegioExpres leidt tot een reistijdverkorting en betere overstap voor een deel van de reizigers. Winterswijk – Arnhem komt ruim binnen het uur, Doetinchem – Arnhem wordt iets meer dan 20 minuten en Doetinchem – Utrecht daalt naar minder dan een uur. Ook de reizigers die gebruikmaken van de kwartierdienst profiteren van een betere verbinding: de flexibiliteit in dienstregeling is groter (meer mogelijkheden om eventueel te schuiven met treintijden), betrouwbaarheid en robuustheid stijgen. De Startfase leidde tot een besluit om scenario 2 verder uit te werken: de RegioExpres 1x per uur en de verbetering van de kwartierdienst met (daar waar nog niet gerealiseerd) een spoorverdubbeling Didam – Doetinchem De Huet. Op 22 mei 2018 is dit door Gedeputeerde Staten vastgesteld en aangeboden aan Provinciale Staten. Door de Provinciale Staten werd unaniem positief gereageerd op het concept RegioExpres omdat met een relatief beperkte investering een grote verbetering voor reiziger en bereikbaarheid van de Achterhoek kan worden gerealiseerd.
Scenario 3 vergt naar verwachting een dusdanig grote investering, vanwege de extra benodigde infrastructuur, dat besloten is deze niet verder uit te werken. (Provincie Gelderland, 2018-326, link). Wel is dit als eindbeeld voor de spoorlijn bepaald. 3.2.2 Kaders Met de keuze voor scenario 2 is een aantal kaders binnen het project vastgesteld. Deze staan hieronder toegelicht.
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
20/152
De RegioExpres stopt niet tussen Arnhem Centraal en station Doetinchem Extra stops van de RegioExpres zijn onwenselijk, zowel vanuit reizigersaantallen (verdeling reizigers tussen Expres- en stoptreinen raakt in disbalans, het wordt te druk in de Exprestrein) als vanuit reistijd (overstap wordt dan niet hersteld). Er worden geen nieuwe stations toegevoegd voor de stoptreinen Dit past niet in de dienstregeling. Er is geen ruimte voor extra stations tussen Arnhem en Winterswijk. Toekomstvastheid Bij de besluiten die worden genomen, dient er ook op de toekomstige situatie ingespeeld te worden. • Daar waar een nieuw spoor wordt gerealiseerd, wordt aan de zijde van het nieuwe spoor rekening gehouden met mogelijk toekomstige elektrificatie. Dit is nu gemakkelijk mee te nemen en kan in de toekomst veel overlast voor de omgeving alsmede investeringskosten besparen; • Er is ook getoetst of het mogelijk is om in de toekomst 2x per uur een RegioExpres te laten rijden. De keuze voor spoorverdubbeling tot en met station Doetinchem De Huet is een voorbeeld waar dit reeds is meegenomen, zie ook paragraaf 3.4.1.1. 3.2.3 Scope voor het vervolg Samengevat zijn in deze fase de belangrijkste uitgangspunten voor de oplossing gedefinieerd: het toevoegen van de RegioExpres 1x per uur en het verbeteren van de kwartierdienst.
Om de RegioExpres 1x per uur te kunnen toevoegen wordt de benodigde infrastructuur (spoorverdubbeling Didam – Doetinchem De Huet) in de analytische fase uitgewerkt.
3.3
Analytische fase
In de tweede fase van de verkenning zijn verdiepende onderzoeken uitgevoerd in termen van kosten, baten, benodigde infrastructuur en stakeholders. Hierbij is een participatietraject doorlopen waarbij de stakeholders zijn meegenomen. De kernpunten uit de verschillende onderzoeken zijn samengebracht in de Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (Provincie Gelderland, december 2019). Uit dit onderzoek kwam een aantal kansrijke oplossingen en uitgangspunten qua benodigde infrastructuur naar boven. De resultaten zijn op 10 december 2019 door Gedeputeerde Staten vastgesteld en voor oordeelsvorming aangeboden aan Provinciale Staten. Door de Provinciale Staten is unaniem positief gereageerd op de resultaten. 3.3.1 Meerwaarde RegioExpres In deze fase zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de meerwaarde van de RegioExpres. Het betrof onderzoek naar reistijd, reizigersaantallen, reizigersopbrengsten en bereikbaarheid. Ook zijn de reistijdbaten berekend. In de onderzoeken is gebruik gemaakt van de best beschikbare informatie. 3.3.1.1 Reistijd De RegioExpres zorgt voor een reistijdwinst tot 13 minuten vanuit de Achterhoek naar Arnhem ten opzichte van de huidige situatie. Reizigers vanuit Doetinchem profiteren bovendien van een extra trein.
De RegioExpres heeft ten opzichte van de referentiesituatie ook een positief effect op de overstap in Arnhem op zowel treinen richting de Randstad als treinen richting Nijmegen. De overstap richting de Randstad wordt met 8 minuten verkort, die op de intercity naar Nijmegen met 7 minuten. Dit betekent dat voor overstappers in Arnhem (zo’n 65% van de reizigers die op Arnhem Centraal uitstappen) de totale reistijdwinst oploopt tot 20 à 21 minuten. Ongeveer 250 reizigers gaan er qua reistijd 2 minuten op achteruit vanwege de overstap in Doetinchem. 3.3.1.2 Overige (indirecte) baten De overige reizigers profiteren indirect van de RegioExpres vanwege een hogere robuustheid, betere betrouwbaarheid en extra capaciteit (meer kans op een zitplaats) in de stoptreinen. Ook kan het bestaande treinmaterieel efficiënter (duurzaam en financieel) ingezet worden. De RegioExpres zorgt ervoor dat het spoor een aantrekkelijker en zelfs sneller alternatief wordt voor de auto, zeker gelet op de files op de A12 en A18.
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
21/152
3.3.1.3 Reizigersaantallen en reizigersopbrengsten Uit analyse van de huidige cijfers blijkt dat zo’n 17% (2.000 tot 3.500 reizigers) van het totaal aantal reizigers op de verbinding Arnhem – Doetinchem – Winterswijk direct gaat profiteren van de RegioExpres. Dit zijn reizigers uit de Achterhoek die via de stations Winterswijk tot en met Doetinchem naar Arnhem reizen en vice versa. Zij zijn door de RegioExpres sneller op hun bestemming. Deze verbetering leidt tot een reizigerstoename op die reisrelaties. Op de relatie Doetinchem – Arnhem worden 13% tot 20% meer reizigers verwacht, afhankelijk van of de RegioExpres 1x of 2x per uur gaat rijden. Op de relaties Winterswijk tot en met Gaanderen naar Arnhem Centraal wordt een groei verwacht van 18% tot 38% ten opzichte van de referentiesituatie. De RegioExpres zorgt voor een geschatte toename van jaarlijkse reizigersopbrengsten van €1,2 miljoen tot €1,8 miljoen. 3.3.1.4 Bereikbaarheid en leefbaarheid De RegioExpres heeft een forse positieve invloed op de bereikbaarheid van de Achterhoek en vice versa. De RegioExpres biedt een snel en duurzamer alternatief voor de auto. Meer arbeidsplaatsen en onderwijsinstellingen worden vanuit de Achterhoek bereikbaar binnen een bepaalde en acceptabele reistijd.
Vice versa geldt dat bedrijven en scholen in de Achterhoek beter bereikbaar zijn voor potentiële studenten en arbeidskrachten uit andere regio’s zoals Arnhem-Nijmegen en FoodValley. De toename van de bereikbaarheid vanuit de Achterhoek wordt groter naarmate de reisafstanden toenemen. Dit effect loopt bij sommige verbindingen op tot meer dan 50% extra bereikbare arbeidsplaatsen binnen 1,5 uur en zelfs meer dan 70% binnen 2 uur. 3.3.1.5 Houding betrokkenen tegenover RegioExpres Er is sprake van een breed draagvlak voor de RegioExpres. Overheden, vervoerders, ROCOV, scholen, Jong Achterhoek en het bedrijfsleven zijn positief. Het merendeel van de partijen geeft aan dat de bereikbaarheid van en naar de Achterhoek onder druk staat. De groeiende files op de A12/A18 zijn slecht voor het leef- en vestigingsklimaat. Dat terwijl de vraag naar personeel groeit. Tegelijkertijd zitten de huidige treinen nu vaak erg vol, met name in de spits. Daarnaast blijkt dat de treinverbinding nog steeds het imago van een onbetrouwbare dienst heeft, met veel uitval en vertraging. De stakeholders zijn van mening dat een snelle, comfortabele en betrouwbare treinverbinding de bereikbaarheid van de Achterhoek een impuls kan geven. Het merendeel van de stakeholders vindt 1x per uur een RegioExpres een waardevolle stap. Er wordt gepleit voor het snel doorpakken naar het eindbeeld van 2x per uur.
3.3.2 Kansrijke oplossingen benodigde infrastructuur Om de RegioExpres te laten rijden zijn verschillende infrastructurele aanpassingen nodig. De knelpunten, kansrijke oplossingsrichtingen en de te verwachten effecten zijn door ProRail in kaart gebracht. Hierbij zijn de volgende inpassingsvraagstukken beschouwd, die in de Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen uitgebreider zijn toegelicht. 3.3.2.1 Dubbelspoor Didam – Doetinchem De Huet Tussen Didam en Doetinchem De Huet is een spoorverdubbeling nodig. Om deze in te kunnen passen moet een aantal knelpunten worden opgelost. Door ProRail zijn de oplossingsrichtingen in kaart gebracht. Daarbij is er gelet op zaken als toekomstvastheid, het besparen van overlast, het realiseren van een robuust, betrouwbaar systeem en verantwoorde investeringskosten. Alle alternatieven stoppen voor de brug over Oude IJssel. Een verdubbeling van de brug is niet nodig voor de dienstregeling (ook niet in het eindbeeld) en kostbaar. ProRail heeft geconcludeerd dat de technische staat van de brug nog goed is, waardoor van vervanging geen sprake is. Er zijn vervolgens drie mogelijke oplossingsrichtingen voor wat betreft de spoorverdubbeling verkend: A. Spoorverdubbeling tot vóór Doetinchem De Huet; B. Zo dicht mogelijk na Doetinchem De Huet; C. Zo dicht mogelijk voor de brug over de Oude IJssel.
Optie C valt af vanwege de ongunstige ligging ten opzichte van de seinen. Opties A en B hebben beiden hun voor- en nadelen, een afweging daartussen is nodig. Deze wordt in de volgende fase van de verkenning gemaakt (de beoordelingsfase, zie par. 3.4.1.1).
A30-SBR-HS-RAP-23009235/ Proj.nr. MN002205/ Vrijgegeven/ Versie 3.0/ 27-11-2023
22/152
3.3.2.2 Snelheid op baanvak Er is verkend of snelheidsverhoging tussen Wehl en Doetinchem van 100 km/u naar 130 km/u wenselijk is. Omdat dit niet noodzakelijk is voor de dienstregeling (zelfs onwenselijk omdat RegioExpres dan te dicht op de vorige stoptrein komt te rijden) en het wel een (negatieve) impact heeft op de omgeving, is gekozen om uit te gaan van de huidige snelheid. Bij Wehl ligt het spoor in een boog, waardoor een snelheidsbeperking geldt van 60 km/u. Er is gekeken naar de volgende alternatieven: A. Geen snelheidsverhoging; B. Snelheidsverhoging naar 80, 100 of 130 km/u. De conclusie is dat voor het rijden van de dienstregeling de snelheidsverhoging niet nodig is. Naast het ontbreken van de noodzaak zijn er nadelen aan het aanpassen van de boog bij Wehl, zoals impact op omgeving en investeringskosten. Daarom wordt de huidige situatie gehandhaafd. Tussen Didam en Wehl is een snelheidsverhoging niet verkend, omdat de snelheid hier recentelijk (2019) al is verhoogd. 3.3.2.3 Station Wehl Uit fase 2 van de verkenning blijkt dat het perron bij station Wehl dient te worden aangepast om de RegioExpres hier zonder stoppen te laten passeren. Er zijn een viertal alternatieven verkend om deze aanpassing te doen: A. Twee zijperrons creëren; B. Huidig perron handhaven, nieuw perron aan de noordzijde; C. Huidig perron handhaven, nieuw perron aan de zuidzijde; D.
Huidig perron verbreden. Uit de afweging in termen van overwegveiligheid, extra investeringen en impact op de omgeving blijft er één kansrijke oplossingsrichting over. Dit betreft het handhaven van het huidige perron met de toevoeging van een nieuw perron aan de noordzijde. 3.3.2.4 Station Doetinchem De Huet Omdat het dubbelspoor tot ná station Doetinchem De Huet wordt gerealiseerd is het noodzakelijk om station Doetinchem De Huet hierop aan te passen . Er zijn vier oplossingsrichtingen verkend: A. Overpad naar perron zuidzijde en voorzieningen zuidzijde; B. Traverse naar perron zuidzijde, geen toegang en voorzieningen aan zuidzijde; C. C1. Traverse naar perron zuidzijde en voorzieningen zuidzijde; C2. Onderdoorgang naar perron zuidzijde en voorzieningen zuidzijde D. Onderdoorgang als verbinding tussen wijk en voorzieningen zuidzijde. Het ontbreken van voorzieningen aan de zuidzijde (B) is onwenselijk. Oplossing D blijkt moeilijk inpasbaar en gebruiksonvriendelijk. Dit betekent dat A, C1 en C2 over blijven als kansrijke oplossingen, met alle hun voor- en nadelen. Alle oplossingen omvatten een perron aan de zuidzijde. De variatie zit hem in het al dan niet aanbieden van voorzieningen en toegang aan de zuidzijde, en in de manier waarop het perron kan worden bereikt (overpad, traverse, onderdoorgang, tunnel).