Bijlage 1 - Vast te stellen bestemmingsplan Wijnbergen De Kwekerij-2022.pdf
Tekst van het document
in het landelijk gebied op het erf gerealiseerd moet worden, op maximaal 100 m afstand van het op dat erf aanwezige hoofdgebouw; 4. de kleine windturbine moet minimaal (A) m van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' af liggen, zoals berekend uit de volgende formule: A = H + 1/3 W; Waarin: A = minimale afstand, H = ashoogte, W = Wieklengte, De wieklengte = 1/2 ashoogte 5. de kleine windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; 6. voor de kleine windturbine geen vergunningplichtige beplanting verwijderd hoeft te worden.
60
20.3 Voorwaardelijke verplichtingen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van in de artikel 6.5, 7.5, 8.5, 9.5, 10.5, 11.5 en 12.5 opgenomen voorwaardelijke verplichting(en) onder voorwaarden dat: a. is aangetoond dat een afwijking van de voorwaardelijke verplichting noodzakelijk is en dat de afwijking zich uitsluitend daartoe beperkt; b. is aangetoond dat aan de bedoeling van de voorwaardelijke verplichting waarvan wordt afgeweken onverminderd invulling wordt gegeven; c. de afwijking niet leidt tot een kwalitatieve verslechtering van het resultaat dat werd beoogd met de voorwaardelijke verplichting waarvan wordt afgeweken; d. de afwijking gerealiseerd en in stand wordt gehouden binnen, dan wel voor een bepaalde of onbepaalde termijn overeenkomstig de voorwaardelijke verplichting waarvan wordt afgeweken; e. over de afwijking advies wordt ingewonnen bij een terzake deskundige adviseur; f. over de afwijking zo nodig afstemming plaatsvindt met een overlegpartner als bijvoorbeeld het Waterschap, Omgevingsdienst, VNOG en Provincie.
artikel 21 algemene wijzigingsregels 21.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen, op grond van artikel 3.6 van Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen voor: a. het in geringe mate aanpassen van het plan, teneinde enig onderdeel van het plan, zoals een bestemmingsgrens of een bouwgrens, te veranderen, als bij definitieve uitmeting of verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan gewenst of noodzakelijk is en de bestemmingsgrens niet meer dan 5 m en de bouwgrens niet meer dan 10 m worden verschoven; b. het oprichten van gebouwen van openbaar nut (zoals transformatorhuisjes en gemaalgebouwtjes) met een inhoud van maximaal 100 m3 en een goothoogte van maximaal 4 m; c. het enigszins anders situeren en/of begrenzen van bouwvlakken, als dit voor de uitvoering van een bouwplan nodig mocht blijken, een en ander, mits de oppervlakte van het desbetreffende bouwvlak met niet meer dan 20% van het in het plan vastgelegde afwijkt; d. het geheel of gedeeltelijk verwijderen of wijzigen van een aanduidingsvlak als bedoeld in artikel 19 Algemene aanduidingsregels als vaststaat dat ter plaatse van de aanduiding, hetzij geen functie of waarde meer aanwezig is, hetzij de begrenzing van de functie of waarde veranderd is, hetzij de wijziging meer recht doet aan het beoogde doel van de regeling.
Vooraf moet advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige op het gebied van het onderwerp in kwestie.
artikel 22 overige regels Waar in dit plan wordt verwezen naar wettelijke regelingen wordt geduid op die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan.
61
hoofdstuk 4 overgangs- en slotregels artikel 23 overgangsrecht 23.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
23.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
23.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
23.4 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
artikel 24 slotregel De regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Wijnbergen De Kwekerij - 2022'. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Doetinchem in de openbare vergadering van d.d. de griffier, de voorzitter,
62
TOELICHTING
63
1 Inleiding 1.1 Algemeen Het voorliggende bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van het gebied Wijnbergen De Kwekerij mogelijk, als uitwerking van de nieuwbouwplannen voor het gebied dat ook wel bekend stond/staat als Wijnbergen Het Oosten. Bij het opstellen van bestemmingsplannen voor het grondgebied van de gemeente Doetinchem wordt in principe overal dezelfde plansystematiek gehanteerd. De bestemmingen en regels uit het voorliggende bestemmingsplan sluiten daardoor grotendeels aan op de bestemmingen en regels uit andere bestemmingsplannen. Daarmee wordt de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid van de burgers vergroot. Tegelijkertijd sluiten de regels aan bij de gewenste situatie zoals opgenomen in het opgestelde stedenbouwkundig plan.
1.2 Aanleiding en doel Het gebied Wijnbergen De Kwekerij is het gebied dat in het verleden Wijnbergen Het Oosten werd genoemd. Voor dat gebied is destijds een plan ontwikkeld. Door de toen verwachte demografische ontwikkelingen en de marktsituatie is Wijnbergen Het Oosten niet in ontwikkeling gebracht. Begin 2020 heeft het college van B&W besloten om te onderzoeken hoe dit gebied weer in ontwikkeling kan worden genomen. Dit vanwege de sterk aantrekkende vraag naar woningen in de gemeente Doetinchem. En daarmee ook invulling te geven aan de ambitie van de gemeente Doetinchem om door te groeien naar 70.000 inwoners. Tegelijkertijd is er voor gekozen om het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan uit 2007 (voor Wijnbergen Het Oosten) te actualiseren. Op basis van dit aangepaste stedenbouwkundig plan (bijlage 1), vastgesteld op 15 juli 2021 door de gemeenteraad, is de ontwikkeling van Wijnbergen De Kwekerij in strijd met het geldende en onherroepelijke bestemmingsplan 'Stedelijk gebied – voorjaar – 2020’. En het onlangs vastgestelde bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied – 2021’. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is dus noodzakelijk. Daarom is het ontwerpbestemmingsplan 'Wijnbergen De Kwekerij - 2022' opgesteld.
1.3 Plangebied Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan 'Wijnbergen De Kwekerij' wordt begrensd door: a. de Torontostraat aan de noordzijde; b. door de bestaande bebouwing aan de Doetinchemseweg aan de oostzijde; c. door het bedrijventerrein aan de Bedrijvenweg aan de zuidzijde en d. door de parkzone rond de Kapperskolk aan de westzijde. Plangebied Wijnbergen De Kwekerij
Impressie huidige situatie plangebied
64
65
66
1.4 Geldende bestemmingsplannen Ter plaatse van het plangebied gelden op dit moment de onderstaande bestemmingsplannen, welke na het onherroepelijk worden van voorliggend bestemmingsplan, al dan niet ten dele, zullen komen te vervallen: • Bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021', vastgesteld op 24 juni 2021 (geheel inwerking; nog niet onherroepelijk); • Bestemmingsplan 'Stedelijk gebied – voorjaar – 2020’, vastgesteld op 5 november 2020 (onherroepelijk) Daarnaast gelden voor het plangebied ook de volgende bestemmingsplannen als parapluherziening: a. 'Parapluherziening Archeologie - 2020', vastgesteld 27 mei 2021 (onherroepelijk); b. 'Parapluherziening Externe veiligheid - 2020', vastgesteld 5 november 2020 (onherroepelijk); c. 'Parapluherziening Parkeren - 2018', vastgesteld 1 november 2018 (onherroepelijk); d. 'Parapluherziening Uitsluiten woningbouw bestemmingen Centrum en Gemengd - 2018', vastgesteld 28 juni 2018 (onherroepelijk). Ad. In voorliggend bestemmingsplan zijn de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2', 'Waarde - Archeologische verwachting 4' en 'Waarde - Archelogische verwachting 6' opgenomen conform de 'Parapluherziening Archeologie - 2020'. Daarmee is geen strijdigheid met deze parapluherziening. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4.11.1 Archeologisch erfgoed. Ad b.
In voorliggend bestemmingsplan is de gebiedsaanduiding 'overige zone - nieuwe risicobronnen uitgesloten' opgenomen conform de 'Parapluherziening Externe veiligheid - 2020'. Daarmee is geen strijdigheid met deze parapluherziening. Ad c. In voorliggend bestemmingsplan is als specifieke gebruiksregels in artikel 6.5.3 , 7.5.3 , 8.5.3 , 9.5.2 , 10.5.3 , 11.4.1 en 12.4.1 de parkeerregeling opgenomen conform de 'Parapluherziening Parkeren - 2018'. Daarmee is geen strijdigheid met deze parapluherziening. Ad d. Deze parapluherziening is niet relevant/van invloed op voorliggend uitwerkingsplan aangezien geen sprake is van de bestemming Centrum en/of Gemengd. Werking geldende bestemmingsplannen in relatie tot voorliggend bestemmingsplan
67
Bij het onherroepelijk worden van voorliggend bestemmingsplan, zal voor wat betreft het plangebied van voorliggend bestemmingsplan de werking komen te vervallen van: a. het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' (NL.IMRO.0222.SgB003-0002) b. het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - voorjaar - 2020' (NL.IMRO.0222.SgB002-0002) c. het bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie - 2020' (NL.IMRO.0222.R70B017A-0002) d. het bestemmingsplan 'Parapluherziening Parkeren - 2018' (NL.IMRO.0222.R70B016A-0002) e. het bestemmingsplan 'Parapluherziening Externe veiligheid - 2020' (NL.IMRO.0222.R70B013A-0002)
1.5 Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd in zeven hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plan. In hoofdstuk 3 is het beleidskader opgenomen dat van toepassing is op dit bestemmingsplan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de haalbaarheid en bijbehorende randvoorwaarden zoals milieuaspecten en waterhuishouding. In hoofdstuk 5 worden de juridische aspecten nader toegelicht. Er wordt beschreven hoe de verbeelding en de planregels zijn opgebouwd en welke bestemmingen er in het plan voorkomen. In hoofdstuk 6 ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tot slot geeft hoofdstuk 7 de doorlopen procedure weer.
68
2 Planbeschrijving 2.1 Algemeen De wijk Wijnbergen is gelegen aan de zuidkant van Doetinchem. De wijk wordt goblaal omsloten door de Europaweg, Bedrijvenweg, Oude IJssel en de spoorlijn Arnhem - Doetinchem - Winterswijk. En verwijst naar het buurtschap Wijnbergen dat gelegen is langs de Oude IJssel. In 1999 kreeg een reservering voor woningbouw in Wijnbergen een juridisch planologische status met het bestemmingsplan 'Wijnbergen 1999 - woongebied'. In 2009 is dit bestemmingsplan uitgewerkt in middels het uitwerkingsplan "Woongebied Wijnbergen 1e uitwerking Het Oosten". Het plan bood ruimte voor de ontwikkeling van 201 woningen (in het gebied Wijnbergen Het Oosten), verdeeld in drie zones (de ecozone, de moestuinen en de tuinen). Zoals in 1.2 toegelicht is een actueel/aangepast stedenbouwkundig plan opgesteld dat ruimte biedt voor circa 150 woningen. Voorliggend bestemmingsplan is daar op gebaseerd.
2.2 Opzet Wijnbergen De Kwekerij Het oorspronkelijke inrichtingsplan/stedenbouwkundig plan Wijnbergen Het Oosten is gedateerd en sluit niet meer aan bij de huidige woonbehoefte/tijdsgeest. Vandaar dat er is gekozen om een nieuw stedenbouwkundig plan op te stellen. Bij het opstellen van het structuurontwerp voor dit stedenbouwkundig plan is specifiek aandacht uitgegaan naar de overgang van de parkzone naar de wijk waarbij de kwaliteit van de ecologisch interessante groenzone ook onderdeel gaat uitmaken van de kwaliteit van de wijk. Het nieuwe stedenbouwkundig plan, uitgaande van circa 150 woningen, Wijnbergen De Kwekerij is 15 juli 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem. Het stedenbouwkundig plan is toegevoegd als bijlage 1 . Het stedenbouwkundig plan en opzet van het gebied besteed in het bijzonder aandacht aan de aanwezige kwaliteiten van het gebied. Bij de ontwikkeling van Wijnbergen De Kwekerij wordt de lokale kwaliteit van het landschap grenzend aan de voormalige kwekerij ten noorden en de Kapperskolk ten westen van het plangebied optimaal benut. Het is de ambitie om de wijk Wijnbergen De Kwekerij een duurzame en natuur-inclusieve wijk te maken waarbij maximaal ingezet wordt op het behouden van de bestaande groene uitstraling van de plek.
Om dit te realiseren worden de onderstaande aspecten nagestreefd: • Zeer duurzame wijk / wijk van de toekomst; • Behoud van zoveel mogelijke bestaande beplanting en bomen; • Groene grasdaken op de woningen als tweede laag in het landschap; • Zonnepanelen collectief aanbrengen boven de parkeerplaatsen; • Woningen vrije kavels particulier opdrachtgeverschap circulair en natuur inclusief bouwen; • Wijkgroen bestaat uit inheemse beplanting en heeft een natuurlijke uitstraling; • In de wijk Wijnbergen De Kwekerij woon je in de natuur. Deelgebieden Door verschillende groenstructuren, paden en hoogteverschillen zijn verschillende deelgebieden te onderscheiden. Ieder met een eigen kwaliteit. Door het hoogteverschil te benutten, en waar nodig te versterken, kan bijvoorbeeld privacy gecreerd worden in privétuinen en op terrassen. Daarnaast kan het hoogteverschil ook ingezet worden om waterberging in het gebied vorm te geven. Wijnbergen De Kwekerij is, als wijk, ingedeeld in 5 verschillende buurten, waarbij de groenstructuur de overgang tussen de verschillende buurten (met een overkoepelend thema als basis) bepaald. De hoofdweg door de verschillende buurten loopt parallel aan de Wijnbergseweg / Doetinchemseweg. De hoofdontsluiting van de wijk vindt plaats via de Torontostraat (in het noorden) en de Doetinchemseweg (in het zuiden).
Voor wat betreft de verkeerskundige aspecten wordt verwezen naar paragraaf 4.12 . Groen, natuur-inclusief en energieneutraal In het stedenbouwkundig plan is beschreven dat het bestaande groen als uitgangspunt geldt. Dit houdt in dat er zoveel mogelijk van de bestaande situatie/groenstructuur behouden blijft. Bestaande natuurwaarden worden behouden en versterkt door de toepassing van inheemse en streekeigen soorten. Verlies van de grasvelden wordt gecompenseerd door toepassing van daktuinen. Op de plek in het terrein met het meeste hoogteverschil wordt een natuurspeelplaats gerealiseerd. Deze speelvoorziening is toegangelijk voor de gehele wijk. De natuurspeelplek bestaat uit natuurlijke materialen. Daarnaast is per groep van woningen een buurttuin voorzien. Deze buurttuin kan worden ingezet voor meerdere doeleinden bijvoorbeeld voor een natuurlijke speelplek, kweektuin voor eigen groenten ect. In combinatie met de buurttuinen kunnen plekken worden ingericht voor compostering van groenafval en bijenhotels. Voorliggend plan draagt ook bij aan het behouden en versterken van de biodiversiteit. Bijvoorbeeld door behoud van het bestaande groen en deze te voorzien van een (rijke) zoombeplanting die zorgt voor beschutting en een belangrijke voedselbron kan zijn voor verschillende dieren.
Maar ook door het wijkgroen in te richten met soorten met een duidelijke ecologische meerwaarde als voedselbroen of schuilplaats voor dieren en/of insecten. Daarnaast worden bomen toegepast die ook een duidelijke ecologische meerwaarde hebben als voedselbron of nestelplek voor dieren en/of insecten (veelal
69
met bloeiwijze en/of vruchtdragend). Ook in de buurttuinen worden bomen en struiken toegepast die een toevoeging zijn aan het ecosysteem van de wijk. Teven worden de wadi's benut om, naast de betekenis voor het watersysteem, ook van betekenis te zijn voor het ecosysteem door bijvoorbeeld het inzaaien met grassen, bloemen en kruiden. Op de oevers van de Kapperskolk kan overbeplanting worden toegepast waarmee voedselbronnen en nestel- en schuilplekken worden geboden voor verschillende dieren, amfibieen en insecten. Groene daken zijn het uitgangspunt in Wijnbergen De Kwekerij. De zichtbaarheid en beleving van de groene dakvlakken zijn essentieel voor de uitstraling van de wijk. De exacte invulling van de dakvormen is nog nader te bepalen. Wel wordt gestuurd op eenheid in de dakvormen. Bij de kavels van de vrijstaande woningen is de dakvorm wel vrij, dit geeft variatie in de wijk. De woningen worden vanzelfsprekend conform de huidige standaard gasloos gebouwd. Daarnaast worden de woningen BENGproof ontworpen en is het de bedoeling dat de woningen energieneutraal worden, zogenaamd 'nul op de meter'. De Kapperskolk De Kapperskolk is in het Groenstructuurplan 2017 aangeduid als 'Hoofdstructuur groen'. Met de bedoeling om aanvullend te zijn op de Oude IJssel (Ecologische verbindingszone). De groene inrichting van dit gebied is vooruitlopend op de woningbouw al aangelegd en ingericht.
Het plangebied zelf is de afgelopen jaren extensief onderhouden met schapen. Daardoor hebben nieuwe groenstructuren zich kunnen ontwikkelen. Voor nieuwe bewoners, maar ook bestaande bewoners, zullen aantrekkelijke wandelroutes worden aangelegd. Uit onderzoek is gebleken dat het toevoegen van een fietspad langs de Kapperskolk niet wenselijk is, in verband met de aanwezige natuurwaarden en de verstoring die een fietspad tot gevolg heeft. Tiny Houses als bijzondere woonvorm Met de vaststelling van gemeentelijke Woningbouwstrategie 2019 (vastgesteld op 28 november 2019), heeft de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem ook de notitie 'Tiny Houses, voorwaarden voor realisatie' vastgesteld. In de opzet van Wijnbergen De Kwekerij wordt ruimte geboden voor in totaal 15 Tiny Houses als bijzondere woonvorm. Het is niet de bedoeling dat de Tiny Houses op zichzelf staan/zijn gericht. Afhankelijk van de toekomstige bewoners zal er een moestuin en open plek voor community activiteiten worden aangelegd. Door privacy-gevende beplanting/bosjes en het afwisselen van ruig en gemaaid gras zal er gezorgd worden voor harmonie van de wijk. Tevens zal er zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van de huidige hoogteverschillen.
Daarnaast zijn een tweetal gezamenlijke bergingen voorzien om te gebruiken door de bewoners van de Tiny Houses, waarvan één ook gebruikt kan worden als gezamenlijk ontmoetingsruimte. Plankaart stedenbouwkundig plan Wijnbergen De Kwekerij
Impressie toekomstige situatie Wijnbergen De Kwekerij
70
2.3 Beeldkwaliteit(splan) Naast het stedenbouwkundig plan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor Wijnbergen De Kwekerij. In dat beeldkwaliteitsplan zijn de ontwerpprincipes opgenomen voor het ontwikkelen van de woningen. Daarbij wordt op verschillende onderwerpen ingegaan. Zoals architectuur, duurzaamheid, natuurinclusief bouwen en globale regels voor het inrichten van de verschillende typen kavels. Het beeldkwaliteitsplan wordt separaat aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd. Met de bedoeling dat het beeldkwaliteit onderdeel wordt van het welstandsbeleid. Daarmee kan bij de beoordeling van een omgevingsvergunning toetsing plaatsvinden aan het beeldkwaliteitsplan (als onderdeel van het welstandbeleid). In voorliggend bestemmingsplan zijn op basis van het stedebouwkundig plan regels opgenomen die betrekking hebben op o.a. bouwhoogten, mate van bebouwing en situering van bebouwing. Dit sluit aan bij de reikwijdte van het bestemmingsplan dat zich beperkt tot een goede ruimtelijke ordening en daarmee ruimtelijk relevante aspecten. Door het beeldkwaliteitsplan onderdeel te laten zijn van het welstandbeleid kan toetsing plaatsvinden op welstandsaspecten van bebouwing.
71
3 Beleidskader 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk komt het overheidsbeleid aan de orde dat, gezien aard van het voorliggende bestemmingsplan, direct van invloed is op het voorliggende bestemmingsplan. Uit onderzoek blijkt dat de volgende beleidsstukken niet van invloed zijn: • Afsprakenkader detailhandel regio Achterhoek, vastgesteld d.d. 24 september 2015; • Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek, vastgesteld d.d. 27 juni 2019; • Beleidskader Bedrijventerreinen In Verandering (BIVA), vastgesteld 27 juni 2019; • Beleidskader Speelautomatenbeleid, vastgesteld d.d. 12 september 2009 • Motorbrondstoffenverkooppunten, vastgesteld d.d 28 oktober 1999; • (para)commercie in de horeca, vasgesteld d.d. 23 april 2013 • Visie boodschappenstructuur, gemeente Doetinchem, vastgesteld 22 februari 2018; • Detailhandelsbeleid gemeente Doetinchem, vastgesteld d.d. 18 juli 2013; • Kantorennota 'Ruimte voor kantoren', gemeente Doetinchem, vastgesteld op 7 februari 2008; • Terrassenbeleid, gemeente Doetinchem, vastgesteld 5 maart 2013; • Standplaatsenbeleid 2011, vastgesteld d.d. 22 november 2011; • Plussenbeleid, vastgesteld d.d. 29 mei 2019; • Wonen landelijk gebied, vastgesteld d.d. 17 december 2020; • Doetinchem in vorm, vastgesteld d.d. 12 april 2017; • Reclame sportvelden, vastgesteld d.d. 12 december 2006; • Evenementenbeleid, vastgesteld d.d.
10 november 2016; • Vrijetijdsagenda Achterhoek 2020-2030, vastgesteld d.d. 7 juli 2020; • Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Doetinchem, vastgesteld 31 oktober 2019; • Bestemming wonen en zorg, vastgesteld 25 januari 2018; • Inrichtingsplan ‘Oude IJssel – binnenstad’, gemeente Doetinchem, vastgesteld 9 november 2017; • Masterplan Schil, gemeente Doetinchem, d.d. 13 december 2007; • Cultuurnota Dossier Cultuur 2003, vastgesteld d.d. 18 december 2003. • Nota Continuïteit in Karakter cultuurhistorie Doetinchem, vastgesteld 21 september 2017 Deze plannen zijn daarom ook niet verder toegelicht in dit plan. Het beleid dat wel van invloed is op het bestemmingsplan is in dit hoofdstuk verwoord en afgewogen.
3.2 Rijksbeleid 3.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. • Duurzaam economisch groeipotentieel. • Sterke en gezonde steden en regio's. • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.
In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide
72
gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. • Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Onderzoek en conclusie Voorliggend bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van woningen mogelijk aansluitend bij de aanwezige woningbehoefte. Die ontwikkeling sluit tegelijkertijd aan bij en maakt gebruik van de kenmerken/identiteit van het plangebied, waarmee een goede balans wordt nagestreeft tussen bescherming van de aanwezige kwaliteiten en ontwikkeling van het plangebied als woongebied. Daarnaast wordt op verschillende manieren rekening gehouden met/maatregelen getroffen in het kader van de klimaatverandering en energietransitie al dan niet door functies te combineren (bijv. toepassing van groene daken en toepassingen van overkappingen voor zonnepanelen).
Tevens wordt door het duurzame en natuur-inclusieve karakter van de ontwikkeling ook ingezet op het voorkomen van afwenteling op toekomstige generaties. Er bestaat dan ook geen strijdigheid tussen de NOVI en voorliggend bestemmingsplan. Ook omdat met voorliggend bestemmingsplan geen lokale ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt waarmee rijksbelangen zijn gemoeid.
3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Ter bescherming van deze belangen zijn reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones opgenomen. In het besluit is aangegeven op welke wijze bestemmingsplannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht. Indien geldende bestemmingsplannen niet voldoen aan het Barro dan moeten deze binnen drie jaar na inwerkingtreding van het besluit zijn aangepast.
Bij besluit van 28 augustus 2012 (inwerking getreden op 1 oktober 2012) is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond Rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het regime van de herijkte ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). Onderzoek en conclusie Het Barro doet geen specifieke uitspraken over zaken die in voorliggend bestemmingsplan worden geregeld en bevat dan ook geen regels die van toepassing zijn op voorliggend bestemmingsplan.
3.2.3 De Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (verder: 'de Ladder') is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De uitgangspunten hierbij zijn dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte, en dat de ontwikkeling in eerste instantie in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Artikel 3.1.6 lid twee Bro omschrijft de ladder als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Voor de Ladder is dus een onderzoek nodig dat uit drie stappen bestaat: Is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'? Vindt de ontwikkeling plaats buiten bestaand stedelijk gebied? Als hier sprake van is, dan moet motivering plaats vinden volgens de Ladder: waarom kan niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte worden voorzien? De toepassing van de Ladder is mede bepaald door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS).
De ABRS heeft in een 'overzichtsuitspraak' op 28 juni 2017 op een rij gezet hoe de Ladder gebruikt moet worden.
73
Hiermee wordt houvast geboden aan de rechtspraktijk. Onderzoek en conclusie 1. Is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling? De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Artikel 1.1.1 Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Om te beoordelen of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet beoordeeld worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Het onherroepelijke bestemmingsplan 'Oosseld en Wijnbergen - 2013' en daarop volgende onherroepelijke bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - voorjaar - 2020', maakt binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan de realisatie van 201 woningen mogelijk. Voorliggend bestemmingsplan 'Wijnbergen De Kwekerij - 2022' maakt de realisatie van minder woningen mogelijk.
Omdat voorliggend bestemmingsplan (als ruimtelijk besluit) minder bebouwing mogelijk maakt dan op grond van voorheen geldende planlogische regime kon worden gerealiseerd, is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is een verdere toets aan de Ladder niet van toepassing. Volledigheidshalve wordt voor de onderbouwing van de behoefte verwezen naar 3.4.4 .
3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving.De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie Gelderland is in 2050 klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Innovatie en het uitrollen van bewezen technieken wordt gestimuleerd. Als tussendoel realiseert Gelderland in 2030 55% broeikasgasreductie. 2. Klimaatadaptatie Gelderland is in 2050 klimaatbestendig. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar.
In 2020 heeft de provincie, samen met partners, de risico's en kansen van het veranderen klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen. 3. Circulaire economie Gelderland wordt de eerste afval-loze provincie in Nederland. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in de schone industrie.Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht. 4. Biodiversiteit In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. Er wordt natuur-inclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overal waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald. 5. Bereikbaarheid In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal. Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen. In 2050 is het netwerk voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal.In 2030 is al ons busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets. 6.
Vestigingsklimaat De concurreerde positie van Gelderland binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen wordt verder versterkt. Om onderscheidend te blijven, halen we in 2050 maximaal profijt uit de unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten.In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke
74
en productiestromen. Gelderland is hierin koploper van Nederland. 7. Woon- en leefklimaat. Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen.Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Met vier 'spelregels' of 'doe-principes' - doen, laten, zelf en samen - wordt er werking aan gegeven. Dit is het kader waarbinnen de provincie wil werken en afwegingen wil maken. Themakaarten Daarnaast zijn een aantal themakaarten onderdeel van de omgevingsvisie waar specifiek beleid in is vastgelegd. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: • ruimtelijk beleid; • waterbeleid; • milieubeleid; • natuur- en landschapsbeleid. Voor de uitvoering van de omgevingsvisie zijn tevens drie beleidsdocumenten vastgesteld: • Regionaal waterprogramma; • Handreiking plussenbeleid; • Beleidslijn windenergie.
Onderzoek en conclusie Woon -en leefklimaat en energietransitie Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van verschillende woningtypen (rijwoning, twee-onder-een-kap woning, vrijstaande woning) en een bijzondere woonvorm (tiny house) mogelijk in een onderscheidend woonmilieu. Duurzaamheid en natuurinclusiviteit staat daarbij centraal. Vanzelfsprekend worden de woningen conform huidige wet- en regelgeving aardgasloos gebouwd. Daarmee wordt bijgedragen aan de diversiteit aan (duurzame) woningvraag. Daarnaast wordt ook ruimte geboden voor zonnepanelen als overkapping van (openbare) parkeerplaatsen om de duurzame opwek van energie te faciliteren. Klimaatadaptatie Daarnaast is in hoge mate aandacht voor klimaatadaptieve maatregelen door een systeem toe te passen van (1) 'Lokaal opvangen, bufferen en infiltreren', (2) 'Overstort van overtollig water naar wadi’s' en (3) 'Overstort richting Kapperskolk' (zie paragraaf watersysteem stedenbouwkundig plan, bijlage 1 ). Dit draagt mede bij aan het voorkomen van risico's van klimaatverandering (verminderen/voorkomen van hittestress en wateroverlast). Ook het zo veel mogelijk behouden en versterken van het aanwezige groen draagt bij aan het verminderen/voorkomen van hittestress. Biodiversiteit Voorliggend plan draagt ook bij aan het behouden en versterken van de biodiversiteit.
Bijvoorbeeld door behoud van het bestaande groen en deze te voorzien van een (rijke) zoombeplanting die zorgt voor beschutting en een belangrijke voedselbron kan zijn voor verschillende dieren. Maar ook door het wijkgroen in te richten met soorten met een duidelijke ecologische meerwaarde als voedselbroen of schuilplaats voor dieren en/of insecten. Daarnaast worden bomen toegepast die ook een duidelijke ecologische meerwaarde hebben als voedselbron of nestelplek voor dieren en/of insecten (veelal met bloeiwijze en/of vruchtdragend). Ook in de buurttuinen worden bomen en struiken toegepast die een toevoeging zijn aan het ecosysteem van de wijk. Teven worden de wadi's benut om, naast de betekenis voor het watersysteem, ook van betekenis te zijn voor het ecosysteem door bijvoorbeeld het inzaaien met grassen, bloemen en kruiden. Op de oevers van de Kapperskolk kan overbeplanting worden toegepast waarmee voedselbronnen en nestel- en schuilplekken worden geboden voor verschillende dieren, amfibieen en insecten. Themakaarten Het plangebied maakt alleen onderdeel uit van de themakaart ruimtelijk beleid als zijnde aandachtsgebied windenergie, maar dat is inzake de voorliggende ontwikkeling niet relevant. Conclusie Geconcluseerd kan worden dat voorliggend bestemmingsplan c.q.
de ontwikkeling van Wijnbergen De Kwekerij aansluit bij de ambities van de Provincie Gelderland zoals die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. En in samenhang daarmee kan de
75
conclusie worden getrokken dat de ontwikkeling van Wijnbergen De Kwekerij de totale opgave om te verduurzamen niet groter maakt.
3.3.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is op 15 decemer 2021 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 februari 2022. Hierin zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Samen met de Omgevingsvisie heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving. Onderzoek en conclusie Voor het voorliggende bestemmingsplan zijn de volgende regels uit de Omgevingsverordening Gelderland van toepassing. a. Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda (art. 2.2) b. Instructieregel klimaatadaptie (2.65b) Ad a. In de Omgevingsverordening Gelderland is opgenomen dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan worden wanneer dit past in het geldende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma opeenvolgend de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.
In de toelichting wordt hierbij aangegeven dat voornoemde betrekking heeft op alle nieuwe woningen die in een bestemmingsplan worden opgenomen, dus ook woningen die ontstaan door woningsplitsing of woningen die in het kader van functieverandering van kantoren, scholen, zorggebouwen, nieuwe (zorg-)landgoederen, vrijkomende agrarische bebouwing en dergelijke worden gerealiseerd. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de realisatie van woningen planologisch mogelijk. Dit is passend in het woningbouwprogramma van de gemeente en daarmee ook in afspraken die binnen de regio Achterhoek en met de Provincie Gelderland zijn gemaakt over de kwalitatieve woonopgave. Zie hiervoor paragraaf 3.4.4 . Ad b. Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast moet de beschrijving worden opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt.
Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Risico's als gevolg van klimaatverandering Op basis van de klimaatatlas gemeente Doetinchem is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen als gevolg van kliaatmaatverandering • Wateroverlast. Verwacht wordt dat in het midden en zuidelijk deel van het plangebied plasvorming optreedt na met name een korte bui van 70 mm/1 uur (1x per 100 jaar) en 160 mm/2 uur (1x per 1000 jaar). Dit risico is naar waarschijnlijkheid mede gebaseerd op de aanwezigheid van de Kapperskolk. Conform de watertoets wordt in het plangebied de nodige waterbergings- en infiltratiecapaciteit aangelegd. Daarbij wordt rekening gehouden met de doorlatendheid van de grond en een maatgevende bui die eens per 10 maar voorkomt, vermeerderd met 10% in verband met klimaatverandering. Dit betekent dat uit is gegaan van een bergingscapaciteit van 40 mm/m2 verhard oppervlak. Tegelijkertijd biedt het plangebied ook ruimte aan een bergingscapaciteit dat uitgaat van 80 mm/m2 verhard oppervlak. Het aanleggen van extra bergingscapaciteit vermindert de verwachte waterdiepte bij plasvorming na korte en lange (extreme) regenval. Dit vermindert ook de risico's op schade door plasvorming. Daarnaast is uitgangspunt dat de woningen worden voorzien van een groen dak.
Daarmee wordt ook extra buffercapaciteit gegenereerd, waardoor de afgifte van hemelwater aan de waterbergings- en infiltratievoorzieningen in het plangebied meer gedoseerd kan plaatsvinden. Dit draagt bij aan het verminderen van (snelle) plasvorming. Dit geldt ook voor het toepassen van waterdoorlatende verharding in het plangebied. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door wateroverlast als gevolg van klimaatverandering. • Hittestress. Uit de kaartbeelden is op te maken dat de temperatuur in het plangebied normaal zal zijn (niet extra koeler of extra warmer) op warme dagen. Dit is naar waarschijnlijkheid gebaseerd op de huidige inrichting van het plangebied als
76
openbaar groen en op de aanwezigheid van de Kapperskolk. Hittestress in de toekomstige situatie met bebouwing wordt voorkomen/beperkt door de volgende omstandigheden dan wel maatregelen, waarmee wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door hittestress als gevolg van klimaatverandering: ◦ Handhaven van zo veel mogelijk van de bestaande groenstructuren tussen/rond de woningen, aanplant van extra bomen en de aanwezigheid van de Kapperskolk. Het aanwezige groen en nieuw aan te planten groen zorgt voor verdampingskoeling en schaduwwerking en beperkt daarmee hittestress in het gebied. Ook de aanwezigheid van het water in de Kapperskolk draagt bij aan het beperken van hittestress in het gebied.De stedenbouwkundige opzet van de wijk. ◦ De opzet van Wijnbergen De Kwekerij leidt niet tot concentraties van grote hoeveelheden bebouwing. De diverse buurten worden van elkaar gescheiden door groenstructuren en het grootste deel van de bebouwing grenst direct aan het openbaar groen. Door de verdampingskoeling van het groen wordt hittestress in de aangrenzende bebouwde omgeving beperkt. ◦ De kwaliteit van nieuwbouwwoningen. De nieuw te bouwen woningen zijn goed geïsoleerd conform de huidige normen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode.
De woningen worden daarnaast zodanig gepositioneerd dat in de zomer gebruik kan worden gemaakt van de schaduwwerking van bomen voor natuurlijke verkoeling. Het toepassen van groene daken draagt daarnaast bij aan een aangenaam binnenklimaat bij (extra) warme dagen. Er wordt namelijk minder warmte opgenomen. Ook dragen groene daken bij aan verdampingskoeling. • Droogte. De grondwaterstanden en droogtegevoeligheid laten in 2050 een beperkte verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft in het plangebied sprake van lagere grondwaterstanden en van grotere droogtegevoeligheid. Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te infiltreren blijft het hemelwater in het gebied zelf, zoals dat in feite in de huidige (onbebouwde) situatie ook zo is. Daarnaast zou de Kapperskolk bij extreme droogte kunnen droogvallen. Naar verwachting zal dat voor een deel van de Kapperskolk kunnen gelden. Dit (zuidelijke) deel wordt vergroot en verdiept. Daarnaast wordt een stuw aangelegd om meer water vast te kunnen houden in dit deel van de Kapperskolk. Deze maatregelen dragen bij aan het verminderen van de kans dat de Kapperskolk droogvalt. Daarmee worden ook de risico's voor natuur en volksgezondheid als gevolg van droogval beperkt. Tot slot ligt het plangebied niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte.
Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering. • Overstroming. Door het bezwijken van een dijk van de IJssel of de Rijn heeft een deel van het plangebied naar verwachting een waterhoogte van 50-200 cm. Hiermee in samenhang bestaat in 2050 ter plaatse van het plangebied een kleine overstromingskans (1x per 300 tot 3000 jaar) op meer dan 50 cm water en op meer dan 200 cm. Gezien de geringe overstromingskans wordt het mogelijke risico als gevolg van overstroming door het bezwijken van een dijk van de IJssel of de Rijn geaccepteerd. Temeer ook verwacht wordt dat de Waterschappen c.q. verantwoordelijke medeoverheden zich ook inzetten om zorg te dragen voor een goede waterveiligheid in het stroomgebied van de IJssel en de Rijn.
3.3.3 Cultuur en Erfgoed 2017-2020 Beleef het mee! Gelderland is rijk aan cultuur en erfgoed: onder andere musea, theater, dans, festivals, monumenten, archeologie en het historische landschap. Het stimuleren van toegankelijkheid van cultuur en erfgoed voor de inwoners van Gelderland is een belangrijke provinciale kerntaak. Vanuit het programma Cultuur en Erfgoed worden verbindingen gezocht met overige provinciale kerntaken en de gebiedsopgaven. De duidelijkste verbindingen liggen bij de programma's Leefbaarheid, SteenGoed Benutten, Energietransitie, Gebiedsopgaven en Toerisme en Recreatie. Inwoners en bezoekers van Gelderland moeten de mogelijkheid hebben om cultuur en erfgoed te beleven en ervan te genieten. De provincie faciliteert dat hiertoe in alle regio's initiatieven ontplooid kunnen worden. Versterking van de regionale identiteit door middel van cultuur en erfgoed is hierbij het uitgangspunt. De provincie wil hierbij een verbindende en inspirerende rol vervullen, en investeren in de verdere ontwikkeling van kennis en onderzoek. Ondernemerschap en innovatie van de culturele sector worden gestimuleerd. Erfgoed ontwikkelen en beleven Erfgoed is om te beleven en om van te genieten. Toeristen en inwoners genieten van kastelen, historische steden en oude bossen. Erfgoed ontleent zijn bestaansrecht aan de waardering van mensen.
Er is een onderscheid tussen materieel en immaterieel erfgoed. Materieel erfgoed bestaat uit historische bebouwing, historisch landschap en archeologie. Immaterieel erfgoed bestaat uit verhalen, tradities, gewoonten en gebruiken.Op het gebied van materieel erfgoed worden drie hoofddoelen
77
onderscheiden. A. Versterken van de functionaliteit van erfgoed. Dit doet de provincie door het stimuleren van restauratie en herbestemming van monumenten en het tegengaan van leegstand. Extra aandacht is er voor duurzaamheid van monumenten door het stimuleren van energiebesparende maatregelen, en het ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan duurzaam onderhoud van groen erfgoed. B. Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk. Bundeling van kennis en capaciteit bij het uitvoeren van restauraties, het opstellen van uitvoeringsvoorschriften en een kwaliteitsborgingssysteem de zogenaamde Gelderse Voet en de Groene Voet voor erfgoedhoveniers, en voorzetten van het beleid op het gebied van regioarcheologie. C. Stimulering van innovatie en nieuwe ontwikkelingen. Samen met de erfgoedsector wordt gewerkt aan de onderwerpen: klimaat en duurzaamheid, kennis en innovatie in de praktijk, nieuwe opgaven (bijv. leegstand van monumentaal vastgoed), toegankelijk maken van cultuurhistorische en archeologische waardenkaarten en een kennisagenda Archeologie van Gelderland. Onderzoek en conclusie In paragraaf 4.11, wordt nader ingegaan op archeologisch erfgoed in het plangebied.
3.4 Regionaal beleid 3.4.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 Op 26 april 2012 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale Structuurvisie Achterhoek2012 vastgesteld. Dit is een actualisatie van de Regionale structuurvisie uit 2004. Als basis voor ruimtelijk beleid zijn er een aantal speerpunten voor de regio benoemd. Dat zijn: a. omgaan met de krimp; b. externe relaties; c. veranderingen in het landelijk gebied; d. overstap naar duurzame energie. De kern Doetinchem bevindt zich op basis van deze structuurvisie in de dragerzone, waar naast normale ontwikkelingsruimte ruimte wordt geboden aan ontwikkelingen met grote ruimtelijke effecten (bv. door schaal, omvang of verkeersaantrekkend effect). Doetinchem speelt een belangrijke rol indeze dragerzone. Het stedelijk voorzieningenniveau van de stad kan verder worden uitgebreid ter versterking van de zelfstandigheid van de regio. De kernen en regionale bedrijventerreinen in de 'dragerzone' moeten relatief grootschalige ontwikkelingen opvangen, maar kunnen toch niet onbeperkt groeien. Om ook in de 'dragerzone' de maat en schaal van de Achterhoek te behouden worden deze gebieden begrensd, onder andere op basis van de schaal en de lokale identiteit van de kern en de nabijgelegen kwaliteiten vanuit landschap, natuur en water.
Onderzoek en conclusie De Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 is opgesteld vanuit een andere context dan waar op dit moment sprake van is. Daarmee is deze visie deels achterhaald door de tijd en de ontwikkelingen. Van bevolkingskrimp is geen sprake meer, maar er dient gebouwd te worden naar behoefte. De ontwikkeling van Wijnbergen De Kwekerij dat met voorliggend bestemmginsplan mogelijk wordt gemaakt, geeft invulling aan die behoefte (zie 3.4.4 ). Daarnaast is ruim aandacht voor duurzaamheid in de brede zin van het woord (energie, klimaat, biodiversiteit). De voorliggende ontwikkeling is niet strijdig met de regionale structuurvisie Achterhoek.
3.4.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 Op 25 juni 2015 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 vastgesteld als opvolger van de Regionale Woonvisie 2010-2020. De Regionale woonagenda schets de kaders en geeft ruimte om de inhoud mede door andere partijen te laten invullen. Daarmee verschuift de rol van de overheid van inhoudelijk bepalend naar proces begeleidend. Kernbegrippen zijn kaders stellen, faciliteren en ruimte geven. De in paragraaf 1.4.1 toegelichte notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek', zal de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 voor wat betreft het kwantitatieve deel vervangen. Dit betekent concreet dat passages uit de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 die (in relatie tot inmiddels verouderde prognoses) betrekking hebben op (de afspraken over)
78
het aantal (netto) toe te voegen woningen tot 2025 (inclusief de in 2015 afgesproken verlaging met 10%) niet meer van toepassing zijn c.q. worden vervangen door de inhoud van de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek'. Daarmee wordt op grond van regionaal beleid ruimte geboden om woningen toe te voegen voorzover die woningen (onder andere) voorzien in een aantoonbare behoefte in plaats van dat de ruimte die er is om woningen toe te voegen een afgeleide is van een afgesproken maximaal aantal woningen (het woningcontingent). Daarnaast is met het vaststellen van de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' de onwenselijkheid die in de Regionale Regionale Woonagenda 20152025 is opgenomen t.a.v. het toevoegen van extra woningen in de kleine kernen en het buitengebied, niet meer van toepassing voor nieuwe plannen. De in de Regionale Woonagenda 2015-2025 opgenomen mogelijkheid voor maatwerkoplossingen in incidentele gevallen blijft onverkort van toepassing op bestaande en nieuwe plannen die betrekking hebben op het toevoegen van woningen in de kleine kernen en het buitengebied. De provincie Gelderland stelt de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' vast als wijziging van de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 op de hiervoor genoemde passages.
Plannen die betrekking hebben op het toevoegen van nieuwe woningen in de gemeente Doetinchem en voldoen aan de lokale uitwerking van de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' c.q. de 'Woningbouwstrategie 2019', zijn daarmee ook passend binnen de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025.
3.4.3 Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek De groei van het aantal huishoudens in de regio Achterhoek houdt langer aan dan eerder voorzien. Dit betekent dat er extra woningen moeten komen om te kunnen voorzien in de kwalitatieve behoefte die er nu en in de toekomst is. Daarom is in regionaal verband vanuit de thematafel Wonen en Vastgoed de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' opgesteld en door alle Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld. De gemeenteraad van de gemeente Doetinchem heeft deze notitie op 26 september 2019 vastgesteld. Op basis van deze notitie wordt onder voorwaarden ruimte gegeven aan de bouw van extra woningen in de regio Achterhoek. Daarmee moeten nieuwe plannen voor het toevoegen van woningen in ieder geval worden getoetst aan de volgende drie voorwaarden/kwaliteitscriteria: de behoefte is aangetoond, voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed (verbouw of nieuwbouw na sloop) en inbreiding gaat voor uitbreiding. De notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' is door de provincie Gelderland vastgesteld als wijziging op een aantal passages van de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025.
Tegelijkertijd heeft de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem, conform en met in achtneming van de inhoud van de notitie, het college van burgermeester en wethouders opdracht gegeven om de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' nader uit te werken voor de gemeente Doetinchem. Deze nadere uitwerking is noodzakelijk om daadwerkelijk medewerking te kunnen verlenen aan plannen voor het toevoegen van nieuwe woningen in de gemeente Doetinchem. De nadere (lokale) uitwerking heeft zijn beslag gekregen in de 'Woningbouwstrategie 2019' (zie 3.4.4 ).
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Doetinchem 2035 Op 26 september 2013 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Structuurvisie Doetinchem 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. Daarbij gelden vier thema's, waarvan drie voor de ontwikkelingen in het plangebied van belang zijn. Dit zijn: • beherend ontwikkelen van stad en land; • kwaliteit en beleving; • economische kansen; • Doetinchem en haar omgeving. Beherend ontwikkelen van stad en land Het accent verschuift van ontwikkeling naar beheer als gevolg van de te verwachten vergrijzing van de bevolking en daling van het aantal inwoners. De focus komt te liggen op het verbeteren van bestaande gebieden en functies. Wat goed is vraagt om goed beheer en behoud. Wat niet langer voldoet vraagt om aanpassing of, in het uiterste geval, om vervanging door iets anders. Denkbaar is de sloop van bebouwing en het transformeren van stukken stad naar natuur of stadspark. Kwaliteit en beleving De verschuiving van het accent naar beheer biedt kansen voor kwalitatieve ontwikkeling. Doetinchem moet aantrekkelijk zijn voor bewoners, bezoekers en bedrijven.
In de structuurvisie ligt de focus op de beleving en ruimtelijke kwaliteit. De structuurvisie
79
streeft een hoge ruimtelijke kwaliteit na. De kwaliteit zal er overal weer anders uitzien en is op verschillende manieren te realiseren. Economische kansen De gemeente Doetinchem wil aantrekkelijk blijven door bestaande kwaliteiten te versterken en nieuwe kwaliteiten aan te boren. Inzet is het behoud van werkgelegenheid en het redden van de traditioneel sterke sectoren, zoals de maakindustrie en de zorg. Daarnaast zet de gemeente in op onverwachte kansen die zich voordoen en het anticiperen daarop. De stad moet vernieuwend zijn zonder de bestaande kwaliteiten te verwaarlozen. Doetinchem en haar omgeving Als centrumgemeente zal Doetinchem de komende jaren een steeds belangrijkere rol vervullen. Als gevolg van bevolkingsontwikkeling zullen omliggende dorpen steeds vaker gebruik maken van de Doetinchemse voorzieningen. Goede verbindingen met de buurgemeenten zijn noodzakelijk. Er zijn verschillende samenwerkingsvormen, ook met buurland Duitsland. Belangrijke aandachtsgebieden zijn momenteel de infrastructuur, de zorg, het onderwijs, de werkgelegenheid en de cultuur. Onderzoek en conclusie In de Structuurvisie Doetinchem 2035 is het project Wijnbergen Het Oosten beschreven. Op het moment van vaststelling van de Structuurvisie Doetinchem 2035 lag de woningbouw in de gemeente Doetinchem nagenoeg stil.
Door de keuzes in de woonvisie en de taskforce wonen stonden de woningaantallen onder druk. De woningmarkt is inmiddels gewijzigd en daarmee is de vraag naar woningen weer toegenomen. Op basis daarvan is het beleid voor het toevoegen van woningen ook gewijzigd. De ontwikkeling van Wijnbergen De Kwekerij sluit aan bij de in de structuurvisie uitgesproken focus op de beleveing en de ruimtelijke kwaliteit. De structuurvisie Doetinchem 2035 bevat verder geen specifieke voorwaarden voor het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan. Overkoepelende opgaven structuurvisie - de groene waas. In de structuurvisie zijn vier overkoepelende opgaven benoemd; acunpuntuur in de stad, beleef het land, ruimte voor water en de groene waas. Een deel van het plangebied is, als onderdeel van de opgave 'de groene waas' aangegeduid als herkenbaarheid en beleefbaarheid van groen in stad en dorpen. Met het behoud (en de versterking) van de groene structuur in het plangebied blijft het aanwezige groen herkenbaar en beleefbaar.
3.4.2 Doetinchem Natuurlijk Duurzaam Op 18 februari 2016 heeft de gemeenteraad het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam vastgesteld. In het koersdocument staat beschreven wat duurzaamheid voor Doetinchem betekent, welke middelen de gemeente inzet en welke doelen de gemeente heeft om de duurzaamheidsambities te behalen. Duurzaamheid is een heel breed begrip. Voor Doetinchem komt duurzaamheid terug op de beleidsvelden energie, natuur, klimaat, circulaire economie, mobiliteit en duurzame producten en diensten. De gemeente zet zichzelf in als verbinder die andere partijen ondersteunt en enthousiasmeert bij hun duurzame initiatieven. Met het koersdocument legt de gemeente de focus voornamelijk op het terrein van energie. Op dit terrein kan de gemeente grote 'winsten' behalen. Doetinchem wil, samen met de andere Achterhoekse gemeenten, in 2030 energieneutraal zijn. Dit doet de gemeente door zowel energie te besparen als schone energie op te wekken. De gemeente ziet het als taak om deze energietransitie te faciliteren en te stimuleren. Daarbij wil de gemeente het goede voorbeeld geven en de te banen wegen vrijmaken.Wat betreft de energiebesparing richten de gemeente zich voornamelijk op de bestaande woningvoorraad en het bedrijfsleven. De gemeente informeert en zorgt voor subsidieregelingen of leningen.