CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Vast te stellen bestemmingsplan Stedelijk gebied - 2021 Toelichting en regels.pdf

beeldvormende raad 10 juni 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Bestemmingsplan Stedelijk Gebied 202132.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is. Onderzoek en conclusie In het plangebied zijn bedrijven gevestigd die een bedrijfsbestemming hebben en houden. Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe bedrijfsbestemmingen. Bij hergebruik van gebouwen moet rekening gehouden worden met de richtafstanden van bestaande bedrijven. Omdat het bestemmingsplan niet rechtstreeks andere functies toelaat, zal dit, indien van toepassing, bij de nieuwe planvorming van de herontwikkeling aan de orde komen. Voor het voorliggende conserverende bestemmingsplan vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering.

4.8

Flora en fauna

Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming is het wettelijke stelsel voor de natuurbescherming. De wet is de vervanger van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming regelt allereerst de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en plant- en diersoorten. Daarnaast bevat het voorstel onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. De Wet natuurbescherming neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Het toetsingskader van de nieuwe wet is, voor wat betreft soortbescherming, deels gelijk aan dat van de oude Floraen faunawet. Al is de lijst met beschermde soorten wel gewijzigd. In de nieuwe wet zijn 945 soorten actief beschermd. Waar dat noodzakelijk is voor een adequate bescherming van natuurwaarden waarvoor geen specifieke bescherming is voorzien in Europese regelgeving worden 64 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

op formeel wetsniveau aanvullende, als zodanig kenbare 'nationale' beschermingsvoorschriften verankerd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en planologische procedures zal getoetst moeten worden aan de Wet natuurbescherming. De provincies zijn het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming. In de Wet natuurbescherming is geregeld dat er voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en planten, inclusief de directe leefomgeving. Bij het verlenen van een vergunning op grond van het bestemmingsplan, moeten de verbodsbepalingen in acht worden genomen. Dat houdt in dat, voorafgaand aan de verlening van een vergunning, onderzoek moet worden uitgevoerd naar het voorkomen van dier- en plantsoorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd zijn. Vooral binnen de stedelijke omgeving moet aandacht worden geschonken aan de aanwezigheid van en de invloed op vleermuizen, huismus, gierzwaluw en steenmarter. De nestlocaties en vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soort(groep)en zijn jaarrond beschermd. Daarnaast zijn de bezette nesten van alle inheemse vogelsoorten beschermd en mogen niet opzettelijk verstoord worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m 15 juli, maar broedgevallen daarbuiten zijn ook beschermd. Ook moet worden onderzocht in hoeverre de verstoring, vernieling of verontrusting van de beschermde soorten plaatsvindt.

Als inbreuk wordt gepleegd op de verbodsbepalingen die op grond van de bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn vastgesteld, kan een verzoek tot ontheffing worden aangevraagd. Uit een verleende ontheffing kunnen aanvullende mitigerende en/of compenserende maatregelen voortkomen die van invloed zijn op de (her)inrichting van een gebied. Het niet verkrijgen van een ontheffing is van invloed op de haalbaarheid van een project. Onderzoek en conclusie In het voorliggende bestemmingsplan zijn geen ontwikkelingen opgenomen waarvoor nu onderzoek naar de gevolgen voor de flora en fauna nodig is.

4.9

Water

4.9.1

Waterbeheerplan 2016-2021

Het waterschap laat in dit waterbeheerplan zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn. Vanuit de primaire taakgebieden zijn dit in de planperiode 2016-2021: Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water; Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water; Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water; Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater; Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer. Voor het plangebied staan in het beheerplan geen specifieke doelstellingen beschreven. 4.9.2

Watersysteem

De Oude IJssel is een belangrijke vaarroute voor de gemeente Doetinchem, die voornamelijk voor pleziervaart wordt gebruikt. Daarnaast zijn er nog een aantal (tocht)sloten en waterlopen in de gemeente Doetinchem. De watersystemen hebben de bestemming 'Water'. Hierdoor worden de waterpartijen, waterlopen en andere watergangen met de daarbij behorende oeverstroken beschermd. Voor Gaanderen is het belangrijkste watersysteem de Akkermansbeek. Deze beek vormt de grens tussen het dorp Gaanderen en Terborg. De beek mondt uit bij de sluis de Pol in de Oude IJssel. 65 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

De Dichterse Tochtsloot en de Kapperkolkse waterloop zijn belangrijke watersystemen door de Dichteren en Wijnbergen. De Wijnbergse Loopgraaf ligt door de wijken Dichteren en de Huet en vind aansluiting op de Oude IJssel. Aan de westkant van Dichteren ligt de Wehlse Beek. De Kleurrijke buurt in Dichteren kenmerkt zich door de grote waterpartij de Kleurrijke Buurt waterloop. De Oude IJssel vormt de zuidelijk afbakening van het deelgebied Doetinchem Centrum. 4.9.3

Gemeentelijk Rioleringsplan

In paragraaf 3.5.6 Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 is het rioleringsplan van de gemeente Doetinchem behandeld. Het beleid dat daarin is verwoord komt terug in deze waterparagraaf. In Doetinchem liggen meerdere rioolwatertransportleidingen. Dit zijn zowel persleidingen als vrije val riolen. De leidingen hebben een dubbelbestemming 'Leiding - Riool', waardoor de aanleg en instandhouding van de rioolwatertransportleidingen is geregeld. Door de dubbelbestemming worden ook de vrijwaringszones aan de weerszijden van de leidingen beschermd. De vrijwaringszone van de persleidingen is afhankelijk van de diameter van de buitenkant van de leiding. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op gronden van de bestemming 'Leiding Riool', onder andere werkzaamheden uit te voeren als: het aanleggen en/of verharden van wegen en paden en het aanleggen en/of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, het aanleggen en/of vellen of rooien van beplanting en het verlagen en/of het dempen in de bodem en het afgraven, ophogen en/of egaliseren van gronden. 4.9.4

Watertoets

Eind 2000 heeft het kabinet het standpunt “Anders omgaan met water” vastgesteld. Het op een andere manier omgaan met water én ruimte is nodig om in de toekomst bescherming te bieden tegen overstromingen en wateroverlast. De watertoets is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. De watertoets heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De toets heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het plangebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit. Deze toets is in de navolgende tabel opgenomen.

Thema

Toetsvraag

Relevant

1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?

1. Ja

Riolering en afvalwaterketen

1. Is er een toename van het afvalwater (DWA)? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van waterschap?

1. Nee 2. Ja 3. Nee

Wateroverlast (oppervlaktewater)

1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak? 2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 3. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

1. Nee 2. Nee 3. Nee

Hoofdthema's Veiligheid

66 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

2. Nee

Grondwater- overlast 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in 1. Nee de ondergrond? 2. Nee 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of 3. Nee IJssel? 4. Nee 3. Is in het plangebied sprake van kwel? 4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren? Oppervlaktewaterkwaliteit

1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater 1. Nee geloosd? 2. Nee 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Nee 3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch actiegebied?

Grondwaterkwaliteit

Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?

Ja

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde of verbeterde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieu hygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

1. Nee 2. Nee

Verdroging

Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?

Nee

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 1. Nee 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones 2. Nee voor natte natuur?

Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

1. Ja 2. Nee

Aandachtsthema's Recreatie

Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Cultuurhistorie

Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee

Toelichting per relevant waterhuishoudkundig aspect Veiligheid De waterkeringen die in het plan gebied gelegen zijn, zijn aangeven met een dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. De waterkering ligt zowel aan de zuid- als de noordzijde van de Oude IJssel. Riolering en afvalwaterketen In het plangebied liggen diverse persleidingen van WRIJ. Deze persleidingen en de beschermingszones zijn met de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' opgenomen in het bestemmingsplan. De breedte van de beschermingszones zijn afhankelijk van de diameter van de persleidingen. Grondwaterkwaliteit 67 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

Ten westen van deelgebied Gaanderen ligt drinkwaterwinning De Pol. Het grondwaterbeschermingsgebied ligt deels binnen het plangebied (zie afbeelding in paragraaf 3.3.2 Omgevingsverordening Gelderland). Voor ontwikkelingen en activiteiten in het beschermingsgebied gelden specifieke verboden en eisen die opgenomen zijn in de provinciale Omgevingsverordening. De Pol heeft vanaf 2015 de status van 'niet operationele reserve' gekregen. Vanaf dat moment is er geen grondwater meer onttrokken. Wel blijft de grondwaterbescherming gelden. Inrichting en beheer In het plangebied en de directe nabijheid bevinden zich watergangen die worden beheerd en onderhouden door het waterschap Rijn en IJssel. De watergangen worden beschermd door de keur van het waterschap. De watergangen worden in het bestemmingsplan aangegeven met de bestemming 'Water'. De Oude IJssel heeft de aanduiding 'vaarweg'.

4.10 Archeologie en cultuurhistorie Het gemeentelijke beleid van archeologie en cultuurhistorie sluit aan bij het provinciale beleid van deze aspecten. In de volgende twee paragrafen wordt nader ingegaan op archeologie en cultuurhistorie. 4.10.1 Archeologisch erfgoed Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden moeten als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Met het in werking treden van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in september 2007 is het verdrag wettelijk verankerd en is de Monumentenwet 1988 herzien. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, die de Wamz en de Monumentenwet 1988 heeft vervangen. Een belangrijk archeologisch doel van de Erfgoedwet is om het archeologisch erfgoed ter plekke te behouden. Daarom is het verplicht om vroegtijdig in het proces van de ruimtelijke ordening rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en hierin een afweging te maken. Vroegtijdig onderzoek maakt namelijk ruimte om te overwegen om archeologievriendelijke alternatieven toe te passen.

Als het archeologisch bodemarchief niet kan worden ontzien, kan voorafgaande aan de bodemverstoring een archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Of een onderzoek nodig is en welk onderzoek dit moet zijn, wordt bepaald op basis van de aanwezige archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingreep. De kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die ook als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. Een betere bescherming van de archeologie en het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om goed inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het archeologisch bodemarchief. Daarom heeft de gemeente Doetinchem een archeologische beleidskaart laten opstellen door adviesbureau RAAP, waarop de archeologische vindplaatsen en verwachtingszones zijn aangegeven. Afhankelijk van de (verwachtings)waarde in een gebied zal het beschermingsregime meer of minder streng zijn. De archeologische beleidskaarten zijn op 30 maart 2020 door de gemeenteraad van Doetinchem vastgesteld. De archeologische beleidskaarten worden periodiek geactualiseerd aan de hand van uitgevoerd archeologisch onderzoek. 68 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

De uitgangspunten voor het archeologiebeleid sluiten al aan op het nieuwe beleid, die regionaal is opgesteld. Dit beleid staat in de nota 'Archeologie met beleid. Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek' (vastgesteld in 2013). Dit beleid geeft een verlichting van de grenzen voor archeologisch onderzoek. De gebieden zoals deze in de archeologische beleidskaarten onderscheiden zijn, veranderen hier niet door. Wel zijn er nu in de basis 5 verschillende niveaus van bescherming. Deze komen terug in de navolgende tabel. De volgende archeologische gebieden komen in het plangebied voor: uitgangspunten archeologiebeleid

dubbelbestemming / specifieke regels

Archeologische waardevolle gebieden(AWG) AWG categorie 1 (beschermde altijd vergunningplicht archeologisch monument met attentiezone 50 m)

Waarde - Archeologisch monument

AWG categorie 2 (archeologische monumenten met attentiezone 50 m) & AWG categorie 4 (historische stads- en dorpskern)

bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 30 cm

Waarde - Archeologie

Binnenstad Ei

bij bodemingrepen groter dan 15 m2 en dieper dan 30 cm

Waarde - Archeologische verwachting 1

AWG categorie 3 (bekende archeologische vindplaats met rondom attentiezone van 50 m & loopgraaf of tankgracht)

bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm

Waarde - Archeologische verwachting 2

Archeologische waardevol verwachtingsgebieden (AWV) AWV categorie 5 (hoog + afgedekt)

bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 40 cm

Waarde - Archeologische verwachting 3

AWV categorie 6 (hoog)

bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm

Waarde - Archeologie verwachting 4

AWV categorie 7 (middelmatig) bij bodemingrepen groter dan 1000 m2 en dieper dan 30 cm

Waarde - Archeologische verwachting 5

AWV categorie 8 (laag) bij bodemingrepen dieper dan & 30 cm - en bij plangebieden AWV categorie 9 (laag voor groter dan 5000 m² nederzettingsresten, hoog voor geïsoleerde water gerelateerde archeologische resten)

Waarde - Archeologische verwachting 6

AWV categorie 10 (waterpartijen)

n.v.t.

geen dubbelbestemming nodig

n.v.t.

dubbelbestemming baseren op AWG- of AWV-categorie

Bodemverstoringen vergraven

69 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

Onderzoeksgebieden Archeologisch onderzoek

n.v.t.

dubbelbestemming baseren op AWG- of AWV-categorie

Na onderzoek vrijgegeven

n.v.t.

geen dubbelbestemming nodig

Te allen tijde moet rekening worden gehouden met de wettelijke meldingsplicht bij toevalsvondsten (Erfgoedwet, art. 5.10): Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Archeologische verwachtingen binnen en buiten het plangebied 4.10.2 Cultuurhistorisch erfgoed De cultuurhistorie is in Doetinchem vastgelegd in de nota cultuurhistorie 'Continuïteit in Karakter' (vastgesteld 21 september 2017) en de Erfgoedverordening gemeente Doetinchem 2013 (vastgesteld 30 mei 2013). In het plangebied zijn diverse panden aanwezig die geïnventariseerd zijn als cultuurhistorisch waardevol (rapport Bebouwing met cultuurhistorie waarde buitengebied Doetinchem). Dit zijn de volgende locaties: Alleen het gebouw. Doetinchem: Auroweg 2, 3 en 9x-01; Kilderseweg 22-22a, 25 en 29; Oud Kilderseweg 43; Oude Wehlseweg 18, 23, 25 en 26; Sicco Mansholtweg 25; 70 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

Wehlseweg 36; Gaanderen: Rijksweg 280; Het hele ensemble: Doetinchem: Oude Wehlseweg 8 en 15; Oud Kilderseweg 47; Gaanderen Hogeweg 77 in Gaanderen; Doetinchem - Centrum Boliestraat 1-7; Dr Huber Noodtstraat 40-42; Gart Seevinckgang 2-10; Gasthuisstraat 11-13; Grutstraat 31-33; Heezenstraat 6-8; Hovenstraatje 8; Kapioeniestraat 52; Korte Heezenstraat 1, 3-11; Simonsplein 9, 10-11, 12-13 en 14-16; Waterstraat 1-3 Doetinchem Oost Kruisbergseweg 6 en 150; Leerinkstraat 43; Van Grijnstraat 1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15, 17, 19, 21, 23, 25, 27, 29, 31, 33 en 35 Nieuw-Wehl Monsigneur Hendriksenstraat 2, 4 en 6; Nieuwe Kerkweg 24, 36 37, 39, 42 en 61; Nieuw Wehlseweg 14k, 20, 20a en 22; Voor al deze locaties is de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' opgenomen. Voor de locaties waar alleen het gebouw cultuurhistorisch waardevol is, daar ligt de aanduiding alleen op het gebouw. Daar waar de gehele ensemble beschermd moet worden, ligt de aanduiding over het gehele perceel. Aan deze aanduiding wordt een sloopvergunningstelsel gekoppeld. Dit houdt in dat zonder vergunning van de gemeente geen sloopwerkzaamheden mogen plaatsvinden. De voornaamste doelen van de sloopvergunning zijn bescherming tegen ernstige aantasting en voorkomen van sloop van de cultuurhistorisch waardevolle panden. Een sloopvergunning is geen sloopverbod.

Er kunnen redenen zijn dat er toch tot geheel of gedeeltelijk sloop moet worden overgegaan. In dat geval moet die eventuele sloop in goede orde gebeuren met behoud van de cultuurhistorische waarden. Een stedenbouwkundig cultuurhistorisch deskundige zal bij een aanvraag om een sloopvergunning eerst nagaan of de gewenste aanpassing aan het pand geen afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde. Als de aanduiding geldt voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken, dan is ruimer gebruik mogelijk. De regeling voor ander gebruik (onder andere beroep en/of bedrijf aan huis) die normaal alleen voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken bij woningen geldt, is hier ook toegestaan in vrijstaande bijbehorende bouwwerken. Voor de woning zelf die de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' heeft, is het mogelijk een andere bouwaanduiding te krijgen. Dit wil zeggen dat een woning bijvoorbeeld van vrijstaand mogelijk een twee-aaneen (twee-onder-een-kap) woning wordt. De genoemde ruimere mogelijkheden zijn alleen mogelijk als duidelijk vaststaat dat dit bijdraagt 71 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

aan het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle pand. Voor de adressen waar de waarde ook in het ensemble zit, geldt de regeling voor gebouwen ook. Maar voor deze gevallen wordt een specifieke regeling getroffen voor behoud van het ensemble. Deze regeling houdt in dat voor elk ensemble maatwerk wordt geleverd voor situeringsmogelijkheden van bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen). Deze situeringsmogelijkheden bij de ensembles kunnen afwijken van de situeringsmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen) bij andere gebouwen/erven. Deze afweging is gebaseerd op het zicht/de beleving vanuit de openbare ruimte. De gemeente wil voorkomen dat een te ruim aanwijzings- en beschermingsregime het enthousiasme bij eigenaren om de cultuurhistorische waarden van hun pand te koesteren zal doen afnemen. Met bovengenoemde beschermingsregime en regeling is de gemeente van mening dat de cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan voldoende worden beschermd.

4.11 Molenbiotoop Ter waarborging van de windvang en het zicht op historische molens zijn door de provincie molenbiotopen vastgesteld. De molenbiotoop betreft het gebied rondom de molen dat beschermd wordt tegen het oprichten van bebouwing en beplanting in verband met de windvang en het zicht op de molen. De molenbiotopen worden berekend aan de hand van de formule, zoals gehanteerd in het provinciale molenbeleid. Binnen een zone van 100 meter gemeten vanaf de molen mogen geen bouwwerken worden gebouwd met een bouwhoogte, en beplanting worden geplant met een uitgroeihoogte, meer dan de hoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen. Binnen de zone vanaf 100 meter tot 400 meter vanaf de molen mogen geen bouwwerken worden gebouwd met een bouwhoogte, en beplanting worden geplant met een uitgroeihoogte, meer dan uit de berekening van de onderstaande formule komt. H=X / N + c * Z H X N c Z

= maximale obstakelhoogte = afstand tussen molen en obstakel = verhoudingsfactor (140 voor open, 75 voor ruw, 50 voor gesloten gebied) = constante = 0,2 = askophoogte

Onderzoek Binnen het plangebied ligt de molenbiotoop van Auroramolen en deels de molenbiotoop van De Walmolen, de molen Bernadette en Rembrandt / De Vos molen. De ligging van de molenbiotoop is in de navolgende afbeelding weergegeven.

72 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

Ligging van de molenbiotopen in en nabij het plangebied

De parameters van de molens om de berekening te maken is te vinden in Bijlage 20 Molenbiotopen. In de onderstaande tabel zijn de maximale hoogten in de 100 meter zone van de molen per molenbiotoop opgenomen. Bij de stellinghoogte van iedere molen is er 0,25 cm opgeteld om de hoogte te bepalen van de verticaalstaande wiek. Naam molen

NAP hoogte

Hoogte Max hoogte o.b.v. NAP verticaalstaande binnen 100 m v.d. wiek molen

Rembrandt/De Vos molen 15,3 m

2,95 m

18,25 m

Molen Aurora

13,5 m

0,25 m

13,75 m

Walmolen

15,5 m

6,95 m

22,45 m

Molen Bernadette

14,4 m

0,25 m

14,65 m

In de zone van 100 meter tot 400 meter van de molen geldt de formule: H=X / N + c * Z H X N c Z

= maximale obstakelhoogte = afstand tussen molen en obstakel = verhoudingsfactor (140 voor open, 75 voor ruw, 50 voor gesloten gebied) = constante = 0,2 = askophoogte 73 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

De askophoogte is de hoogte vanaf het maaiveld bij de molen tot het centrisch middelpunt van de wieken van de molen. In de onderstaande tabel is de askophoogte per molen weergegeven. Naam molen

1/2 lengte gevlucht

Hoogte verticaalstaande wiek

Askophoogte

Rembrandt/De Vos molen 11,25 m

2,95 m

14,20 m

Molen Aurora

10,33 m

0,25 m

10,58 m

Walmolen

11,50 m

6,95 m

18,45 m

Molen Bernadette

10,75 m

0,25 m

11,00 m

Nadat de askophoogte in de formule verwerkt is, kun je bij de uitkomst van de formule de hoogte van de molen op NAP niveau erbij optellen. Hierdoor heb je de maximale bouwhoogte van het bouwwerk op NAP hoogte. Conclusie Aangezien het voorliggende bestemmingsplan een conserverend bestemmingsplan is, vormen de molenbiotopen geen belemmering. Wel wordt voor de molenbiotoop in dit bestemmingsplan de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' opgenomen. Zie artikel 58.19 Vrijwaringszone molenbiotoop

4.12 Verkeer en parkeren Wegcategoriseringplan In het wegcategoriseringsprogramma zijn de verschillende wegen (binnen en buiten de bebouwde kom) in Doetinchem ingedeeld in een drietal categorieën. Stroomwegen (autosnelweg A18) Gebied ontsluitingswegen (50 km wegen) Erftoegangswegen 30 km wegen) Uitgangspunten bij de inrichting van de wegen binnen de gemeente Doetinchem zijn bepaald in het Wegcategoriseringsplan: de inrichting van de weg (het wegbeeld) moet het gewenste rijgedrag en de rijsnelheid 'afdwingen'; herkenbare inrichting van de verschillende verkeersruimtes door materiaal/kleur; de (kwaliteit van de) leefomgeving staat centraal; de weg moet na realisatie goed te beheren zijn (beheerbewust ontwerpen); snelheidsremmende maatregelen worden getroffen in erftoegangsstraten en op gebiedsontsluitingswegen waar kwetsbare verkeersdeelnemers de weg moeten kruisen. De meeste woonstraten in de gemeente Doetinchem zijn inmiddels aangewezen tot 30 km/uur gebied. Niet alle straten voldoen al helemaal aan de bijbehorende inrichtingseisen. De komende jaren zullen bij groot onderhoud steeds meer woonstraten worden ingericht tot 30 km/uur straat. De gebiedsontsluitingswegen zijn bedoeld om het verkeer uit de woongebieden verwerken richting bijvoorbeeld de snelweg A18. Het is duidelijk welke wegen dit zijn maar ook deze voldoen nog niet allemaal aan de gestelde eisen.

Niet alle gebiedsontsluitingswegen hebben bijvoorbeeld aparte 74 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

fietspaden.

De gebiedsontsluitingswegen in Doetinchem

Voor beide categorieën geldt dat de kwaliteit van de leefomgeving moet centraal staan. Een duidelijk onderscheid aanbrengen tussen de verschillende verkeersruimtes zorgt er voor dat de verkeersdeelnemer duidelijk zijn plek en die van anderen op de weg weet en zo de verkeersruimte op de juiste wijze gebruikt. Op drukke erftoegangsstraten is het belangrijk dat voetgangers veilig kunnen lopen op een trottoir. Voor rustige erftoegangsstraten kan worden overwogen alle verkeersdeelnemers gebruik te laten maken van dezelfde ruimte. Een smalle weg die gebruikt wordt door iedereen leidt tot een lagere rijsnelheid. Fysieke maatregelen als drempels ondervinden een steeds grotere weerstand bij de gebruikers en omwonenden en hulpdiensten. Ze leiden tot trillinghinder en toename van de geluidsoverlast. Bij voorkeur wordt gezocht naar maatregelen die een lagere snelheid afdwingen, maar die geen of beperkte bijeffecten hebben voor de leefomgeving en hulpdiensten. Parkeren De normering uit de Nota Parkeernormen Auto- en Fiets Gemeente Doetinchem, zal aangehouden worden. Hierbij is gekozen voor een dynamische verwijzing naar dit beleidsdocument (in lijn met jurisprudentie van de ABRS, ECLI:NL:RVS:2015:2837). Het moet met een voorwaardelijke verplichting in de regels vastgelegd worden.

Het beleid van de gemeente is erop gericht dat parkeeroplossingen bij woningen meer worden gezocht op eigen terrein of in clusters. Voorwaarde is wel dat de kwaliteit van de openbare ruimte gewaarborgd blijft. Evenementen Als er een evenement georganiseerd wordt, dan gaat dit gepaard met tijdelijk extra verkeersbewegingen. Ook parkeren is een aandachtspunt bij evenementen. De impact van een evenementlocatie op haar omgeving is afhankelijk van de omvang, het aantal evenementen, het aantal dagen dat een evenement duurt, de maximale bezoekersaantallen per dag, de begin- en eindtijden en het maximale geluidniveau. De evenementen worden gereguleerd met de evenementenkalender. Hierbij zijn de bestaande evenementen (qua omvang, bezoekers aantallen, dagen e.d.) leidend. Bij de huidige evenementen zijn de verkeerbewegingen in goede banen te 75 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

leiden en is er voldoende parkeergelegenheid of kan er voldoende parkeergelegenheid gecreëerd worden. In het voorliggende bestemmingsplan zijn de gegevens van de evenementen vastgelegd per evenementenlocatie. Voor het organiseren van een evenement moet er een evenementenvergunning aangevraagd worden. Op dat moment kunnen voor het aspect verkeer en parkeren specifieke voorwaarden opgelegd worden mocht de situatie daarom vragen. Spoorweg Doetinchem ligt aan de spoorlijn Arnhem - Winterswijk. Binnen de gemeentegrenzen liggen vier stations: Wehl, Doetinchem-De Huet, Doetinchem en Gaanderen. Onderzoek en conclusie De openbare wegen zijn in het voorliggende bestemmingsplan bestemd met de bestemming 'Verkeer'. De gronden die in gebruik zijn voor de spoorwegtraject zijn bestemd met de bestemming 'Verkeer - Railverkeer'. In het voorliggende bestemmingsplan is de parkeernorm in de regels opgenomen als een voorwaardelijke verplichting. De evenementen zijn vastgelegd qua omvang (op de bestemmingsplankaart), qua aantal, qua dagen, maximale bezoekersaantallen per dag, beginen eindtijden en geluidniveau. Ook kan voor het aspect verkeer en parkeren specifieke voorwaarden opgelegd worden in de vergunning voor het evenement. Hiermee vormt het aspect verkeer en parkeren geen belemmering.

76 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

Hoofdstuk 5 5.1

Wijze van bestemmen

Inleiding

Dit bestemmingsplan is in de eerste plaats een conserverend plan, waarin de huidige bebouwing en het huidige gebruik worden vastgelegd. Duidelijk is voor welke doeleinden de grond en de gebouwen mogen worden gebruikt en wat er aan nieuwe bebouwing wordt toegestaan. Dit biedt rechtszekerheid aan de burger. Het plan is daarom opgezet als een gedetailleerd bestemmingsplan. De bestaande situatie is echter geen vaststaand gegeven. Er vinden voortdurend nieuwe ontwikkelingen plaats. Het plan moet flexibiliteit bieden om op deze ontwikkelingen in te kunnen spelen. Voor een deel is dat mogelijk met de in het plan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden. Daarmee kunnen (relatief kleinschalige) ontwikkelingen planologisch worden geregeld, zoals uitbreidingen van gebouwen en functies of het toelaten van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven.

5.2

Toelichting op de regels

De regels bestaan uit de volgende onderdelen: hoofdstuk 1: hoofdstuk 2: hoofdstuk 3: hoofdstuk 4: 5.2.1

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

Inleidende regels

De inleidende regels omvatten de in de planregels gebruikte begripsomschrijvingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Hiermee is planspecifiek vastgelegd wat bedoeld wordt en hoe gemeten moet worden. Als een begrip niet omschreven is, dan geldt de algemeen gangbare uitleg van het begrip. Bebouwingspercentage/bouwperceel De bebouwingspercentage wordt berekend op basis van de oppervlakte van het bouwperceel (niet o.b.v. het bouwvlak). Een begripsomschrijving van ´bouwperceel´ is te vinden in de inleidende regels (artikel 1 Begrippen). De contour van het bouwperceel is vaak gelijk aan die van de enkelbestemming. Bij bedrijventerreinen is sprake van meerdere bouwpercelen bij elkaar. Daar heeft is ieder afzonderlijk bedrijf een eigen bouwperceel. Als er geen bebouwingspercentage is opgenomen, dan mag het bouwvlak 100% bebouwd worden. Bebouwing ligt bijna altijd binnen het bouwvlak. Het kan soms zijn dat er meer bebouwing staat dan het bebouwingspercentage aangeeft. Als die bebouwing legaal is, dan is hiervoor de bestaande maten regeling van toepassing. Daarmee is die bebouwing toch positief bestemd. 5.2.2

Bestemmingsregels

In de bestemmingsregels zijn de regels voor de verschillende bestemmingen omschreven. Elke bestemmingsregel is, in overeenstemming met de RO-Standaarden 2012 waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (2012), in beginsel opgebouwd uit: een bestemmingsomschrijving: een omschrijving van de doeleinden waarvoor de gronden zijn bestemd en de toegelaten bijbehorende bebouwing; de bouwregels: deze bevatten de voorgeschreven maatvoering van de bouwwerken; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; 77 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid. Afwijking voor een nieuwe woning In een aantal bestemmingen is met een afwijkingsbesluit van B&W een nieuwe woning mogelijk. Deze afwijking kan gebruikt worden voor het realiseren van één of meerdere woningen tegelijk. Om de teksten leesbaar te houden is het in enkelvoud opgeschreven. Maar je kunt de afwijking dus ook lezen als 'woningen' i.p.v. 'woning'.

Functieaanduidingen Er wordt op diverse manieren gebruik gemaakt aanduidingen op de plankaart. Bij de functieaanduidingen die in de hoofdfunctieomschrijvingen aangehaald worden, zijn verschillende manieren van omschrijven in de regels gehanteerd. Elke wijze van omschrijven leidt tot een andere conclusie: voorbeeld 1 - horeca categorie 1, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1'; Bij deze zinsopbouw mag deze functie alleen daar aanwezig zijn op een locatie waar de aanduiding aanwezig is, daarbij gelden ook de overig genoemde, algemeen geldende functies van de hoofdfunctie. voorbeeld 2 - uitsluitend dierenartsenpraktijk, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - dierenartsenpraktijk'; Bij deze zinsopbouw mag op deze locatie alleen deze functie zitten en zijn de overig genoemde, algemeen geldende functies van de hoofdfunctie niet toegestaan. 5.2.2.1 Agrarisch De bestaande agrarische gronden, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch'. Naast de functie agrarisch zijn enkele gelieerde activiteiten toegelaten zoals extensieve dagrecreatie en fiets- en wandelpaden. De gronden kunnen ook, net als alle overige bestemmingen, gebruikt worden voor waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen.

Er is geen bouwvlak binnen deze bestemming opgenomen, waardoor de vestiging van een agrarisch bedrijf met bedrijfsbebouwing niet mogelijk is. Het oprichten van een dierenverblijf is ook niet toegestaan. Wel is met een afwijking mogelijk om een schuilplaats te realiseren voor dieren, mits het geen dierenverblijf is, zoals bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij. De regeling is zo opgesteld, omdat anders de schuilgelegenheid gezien wordt als dierenverblijf en daarmee als een wettelijke inrichting waar milieunormen voor gelden en waar bedrijfsmatig dieren gehouden worden. Er is een bebouwingsregeling opgenomen voor bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals straatmeubilair, straatverlichting, e.d. Binnen de regels zijn afwijkingsregels opgenomen om onder voorwaarden van de maximale bouwhoogte te mogen afwijken. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - zonnepark' is het toegestaan om een zonnepark op te richten. De hoogte van de zonnepanelen mag ter plaatse van deze aanduiding maximaal 3 meter bedragen.

78 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

5.2.2.2 Bedrijf De bestemming 'Bedrijf' is toegekend aan de bestaande bedrijven die niet op het bedrijventerrein gelegen zijn. Standaard zijn bedrijven toegestaan in de categorieën 1 en 2 van de als bijlage bijgevoegde 'Staat van Bedrijfsactiviteiten voor bedrijven'. Andere bedrijfsactiviteiten zijn alleen toegestaan met een afwijking o.a. zolang de geldende maximale bedrijfscategorie niet wordt overschreden. Een korte uitleg over de 'Staat van...' is te vinden in Bijlage 22 Toelichting bij de Staat van Bedrijfsactiviteiten en Sportvoorzieningen. In de staat van bedrijfsactiviteiten zijn cateringbedrijven toegestaan. Dit zijn geen horecabedrijven. Aangezien cateringbedrijven alleen eten bereiden en op een andere locatie het voedsel serveren. Er is dus geen sprake van consumptie ter plaatse of afhalen. Binnen de bestemming zijn kantoren toegestaan ten dienste van de aanwezige bedrijven tot maximaal 50% van het bruto-vloeroppervlakte. Detailhandel mag plaatsvinden van ter plaatste geproduceerde goederen tot maximaal 10% van de bruto-vloeroppervlakte van de bedrijven tot een maximum van 200 m2. Ten aanzien van het maximumpercentage kantooroppervlak behoort ook te worden gerekend de bijbehorende ondersteunende computer serviceruimten, werkkasten en opslag ten behoeve van kantoor. Deze vallen dus niet onder de bedrijfsdoeleinden. De percentages zijn niet cumulatief.

Ondergeschikte horeca is alleen in de vorm van een bedrijfsrestaurant/kantine toegestaan. Bij medegebruik ten behoeve van kantoor, detailhandel en/of horeca moet minimaal 50% van de bruto-vloeroppervlakte in gebruik blijven voor de hoofdactiviteit van het bedrijf in kwestie. In het plangebied is een metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf gevestigd aan de Bremstraat 1 in Gaanderen. Dit bedrijf heeft een bedrijfscategorie 4.1. Dit bedrijf heeft daarom de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf' gekregen. Aan de Oude Wehlseweg 5 in Doetinchem zit een bouwbedrijf, bedrijfscategorie 3.2. Daarom heeft dit bedrijf de aanduiding 'bouwbedrijf' gekregen. Voor de Hoekhorsterweg 8 in Nieuw-Wehl is de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf' opgenomen. Aan de Isidorusstraat 10 in Wehl zit een huisartsenpraktijk. Dit bedrijf heeft daarom de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf huisartsen praktijk'. De verkooppunten motorbrandstoffen met lpg of zonder lpg zijn als zodanig aangeduid op de plankaart. Hierbij is detailhandel en horeca mogelijk ondergeschikt en verbonden aan de verkoop van motorbrandstoffen. Bestaande bovenwoningen zijn alleen toegestaan ter plekke van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bovenwoning'.

Horeca is mogelijk in de vorm van een snackbar/cafetaria, alleen ter plekke van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca 14'. Een kapperszaak is uitsluitend mogelijk bij de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf kapper'. Garageboxen (autoboxen zijn aangeduid met de aanduiding 'garagebox'. Een sportschool is alleen toegestaan ter plekke van de aanduiding 'sportschool'. Net zoals dat onderwijs (school) alleen is toegestaan ter plekke van de aanduiding 'onderwijs'. Detailhandel alleen in dierbenodigdheden is alleen toegestaan ter plekke van de specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - detailhandel voor dierbenodigdheden'. In het algemeen geldt dat de bebouwing binnen het bouwvlak gerealiseerd moet worden. Met deze bepaling wordt zoveel mogelijk voorkomen dat een rommelig en onoverzichtelijk aanzicht ontstaat op het terrein. Onder voorwaarden is daar voor bepaalde ondergeschikte bouwwerken een afwijking mogelijk. Binnen het bouwvlak is een bebouwingspercentage opgenomen. Dit biedt ruimte voor kleine uitbreidingen. Daarnaast is de maximale goot- en bouwhoogte opgenomen. Deze is gebaseerd op de bestaande situatie. Binnen de bestemming 'Bedrijf' zijn de bestaande bedrijfswoningen toegestaan. Bij of in de bedrijfswoning is het toegestaan om een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf te beginnen. 79 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

Met een afwijkingsbesluit van B&W is een nieuwe bedrijfswoning mogelijk. Dit kan alleen als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. Zo moet de nieuwe bedrijfswoning ruimtelijk passend zijn. Hier vallen ook relevante milieu-aspecten onder. Ook moet de bedrijfswoning passen in het gemeentelijk woningbouwprogramma. Ter plekke van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - woning uitsterfregeling' mag de bedrijfswoning als burgerwoning gebruikt worden. Dit recht vervalt als langer dan één jaar de woning niet meer als burgerwoning bewoond is geweest. Het is mogelijk om de bestemming 'Bedrijf', bij bedrijfsbeëindiging, uitsluitend als er sprake is van een bestaande woning, de bestemming in zijn geheel te wijzigen in een woonbestemming. Daarmee is niet bedoeld dat na wijziging weer een nieuwe bedrijfswoning gerealiseerd kan worden ten behoeve van het bedrijf. 5.2.2.3 Bedrijf - Nutsvoorziening De bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening' is opgenomen voor de grotere nutsvoorzieningen, waaronder gasdrukmeet- en regelstations en transformatoren. 5.2.2.4 Bedrijventerrein Akkermansweide in Gaanderen Het bestaande bedrijventerrein Akkermansweide in Gaanderen is bestemd met de bestemming 'Bedrijventerrein'. Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' zijn, naast bedrijfsdoeleinden, zowel verkeer- en verblijfsdoeleinden als groen- en nutsvoorzieningen toegestaan.

Door deze ruime mogelijkheden binnen de bestemmingsomschrijving is het mogelijk om flexibel in te spelen op de benodigde ruimtebehoefte en daarmee op de inrichting van het gehele bedrijventerrein. Bedrijven in milieucategorie tot en met 3.2 zijn vrijwel op het gehele bedrijventerrein in Gaanderen toegestaan. Dit is aangegeven met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2'. Alleen aan de oostkant van de Slakweg in Gaanderen, de oneven huisnummers, zijn bedrijven tot en met bedrijfscategorie 2 toegestaan. Dit is aangegeven met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'. Aan de Slakweg 17 in Gaanderen is een verkooppunt motorbrandstoffen aanwezig zonder LPG. Dit bedrijf is aangeduid met de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg'. Bedrijventerreinen in Wehl In Wehl zijn bedrijven in milieucategorie tot en met 3.2 toegestaan aan de Nijverheidsweg en aan de noordkant van de Raphaelstraat. Bedrijven aan de zuidkant van de Raphaelstraat, Beekseweg, Catharinastraat en Lambertusstraat hebben de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'. Hierdoor zijn daar alleen bedrijven tot bedrijfscategorie 2 toestaan. Aan de Nijverheidsweg in Wehl 14 zit een paramedische centrum. Dit bedrijf heeft daarom de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - paramedische zorg'. De zuidkant van het A18 Bedrijvenpark heeft de bestemming 'Bedrijventerrein'.

Voor de noordkant van het A18 Bedrijvenpark is de bestemming 'Bedrijventerrein - Uit te werken' opgenomen. Dit omdat de plannen nog onvoldoende uitgewerkt zijn. In het midden van het bedrijventerrein zijn bedrijven tot en met milieucategorie 4.2 toegestaan. Aan de rand van het bedrijventerrein zijn voornamelijk bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 toegestaan. Uitzondering daarop zijn een aantal kavels waar ook bedrijven tot en met milieucategorie 4.1 toegestaan zijn. Detailhandel van volumineuze goederen is op voor het grootste gedeelte van het bedrijventerrein niet toegestaan, hiervoor is de aanduiding 'detailhandel volumineus uitgesloten' opgenomen. Detailhandel in volumineuze goederen is alleen toegestaan op een gedeelte aan de westkant van het bedrijventerrein. Bedrijventerreinen Keppelseweg en De Huet Op het bedrijventerrein Keppelseweg zijn voornamelijk bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 80 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

toegestaan. In de hoek van de Plakhorstweg en Grutbroek zijn bedrijven tot en met milieucategorie 4.2 toegestaan. Aan de Keppelseweg zijn bedrijven tot en met milieucategorie 2 toegestaan. Op het bedrijventerrein De Huet zijn verschillende milieucategorieën toegestaan. De zuidkant, die het dichtst bij de woonwijk De Huet ligt, zijn voornamelijk bedrijven tot en met milieucategorie 2 toegestaan. Aan de Mercurisstraat 28 is een bouwmarkt aanwezig. Deze bouwmarkt heeft de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - bouwmarkt'. Aan de Mercurisstraat 22 zit een fitnesscentrum. Deze heeft de aanduiding 'fitnesscentrum'. Tevens zijn een aantal motorbrandstofverkooppunten zonder lpg gevestigd op bedrijventerrein De Huet, deze zijn aangeduid met aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg'. Bedrijventerrein Hamburgerbroek Op het bedrijvenpark Hamburgerbroek is een aanduiding opgenomen voor de papierfabriek. Deze heeft de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - papierfabriek'. Aan de Melkweg is de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - machinefabriek' opgenomen. Bedrijven tot en met milieucategorie 2 zijn toegestaan op het bedrijvenpark Hamburgerbroek. Bedrijventerrein Verheulsweide Aan de zuidkant van het bedrijventerrein Verheulsweide zijn voornamelijk bedrijven tot en met milieucategorie 4.2 toegestaan.

Op Boulevard Oost is perifere detailhandel toegestaan, hiervoor is de aanduiding 'detailhandel perifeer' opgenomen. Verkoop van detailhandel volumineuze goederen is niet toegestaan. Tevens is er een fitnesscentrum en restaurant in de zuidoostelijke hoek van Boulevard Oost aanwezig. Hiervoor zijn de aanduidingen 'fitnesscentrum' en 'specifieke vorm van horeca - 9' opgenomen. Aan de Ketelhuis, Fabriekstraat en Vlijtweg komt de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kantoor' regelmatig voor. Ter plekke van deze aanduiding is het mogelijk om af te wijken van de regel dat tot 50% van het bruto-vloeroppervlakte gebruikt mag worden voor kantoren. Met de afwijking is het onder voorwaarden mogelijk om tot 80% te gaan. Voor een drietal percelen aan de Roerstraat is de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf autosloperij' opgenomen. Aan de Roerstraat zit nog een aanduiding voor een helikopterlandingsplaats en zend-/ ontvanginstallatie. Voor de seksinrichting die ook aan de Roerstraat zit is de aanduiding 'seksinrichting' opgenomen. Bedrijventerrein Wijnbergen Op het bedrijventerrein Wijnbergen zijn aan de noordkant voornamelijk bedrijven tot en met milieucategorie 2 toegestaan. Aan de Logistiekweg en Innovatieweg zijn bedrijven tot en met milieucategorie 5.3 toegestaan.

Aan de Transportweg zijn voor een aantal percelen de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - detailhandel' opgenomen. Aan de Braamtseweg is een motorbrandstofverkooppunt zonder lpg gevestigd, deze is aangeduid met aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg'. Bij woonboulevard Wijnbergen is horeca van categorie 1 toegestaan. Uitleg bedrijfscategorieën De lijst met indeling in milieucategorieën, overgenomen uit 'Bedrijven en milieuzonering' editie 2009 van de VNG, is opgenomen in de als bijlage bijgevoegde 'Staat van Bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerrein'. Een korte uitleg over de 'Staat van...' is te vinden in Bijlage 22 Toelichting bij de Staat van Bedrijfsactiviteiten en Sportvoorzieningen. In de staat van bedrijfsactiviteiten zijn cateringbedrijven toegestaan. Dit zijn geen horecabedrijven. Aangezien cateringbedrijven alleen eten bereiden en op een andere locatie het voedsel serveren. Er is dus geen sprake van consumptie ter plaatse of afhalen. De indeling van bedrijven in categorieën naar uitstoot van hinder is een theoretisch bepaalde richtlijn. Het is mogelijk dat bedrijvigheid op grond van de feitelijke hinder in een lagere of hogere categorie zijn in te delen dan is bepaald op grond van de Staat van Bedrijfsactiviteiten.

Ook bestaat de kans dat bedrijven niet zijn opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten maar wel 81 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

vergelijkbaar zijn met de daarin voorkomende bedrijven. Voor deze laatste groep is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarmee vestiging voor die bedrijven onder voorwaarden alsnog mogelijk is. Binnen de bestemming zijn kantoren toegestaan ten dienste van de aanwezige bedrijven tot maximaal 50% van het bruto-vloeroppervlakte. Detailhandel mag plaatsvinden van ter plaatste geproduceerde goederen tot maximaal 10% van de bruto-vloeroppervlakte van de bedrijven tot een maximum van 200 m2. Ten aanzien van het maximumpercentage kantooroppervlak behoort ook te worden gerekend de bijbehorende ondersteunende computer serviceruimten, werkkasten en opslag ten behoeve van kantoor. Deze vallen dus niet onder de bedrijfsdoeleinden. De percentages zijn niet cumulatief. Ondergeschikte horeca is alleen in de vorm van een bedrijfsrestaurant/kantine toegestaan. Bij medegebruik ten behoeve van kantoor, detailhandel en/of horeca moet minimaal 50% van de bruto-vloeroppervlakte in gebruik blijven voor de hoofdactiviteit van het bedrijf in kwestie. Binnen het bouwvlak is een bebouwingspercentage opgenomen. Daarnaast is de maximale gooten bouwhoogte opgenomen. Deze is gebaseerd op de bestaande situatie. Een bedrijfswoning is uitsluitend toegelaten als dit is aangegeven met de aanduiding 'bedrijfswoning'.

Op deze wijze wordt voorkomen dat situaties ontstaan vanuit het milieurecht waarbij een bedrijf belemmerd wordt door de mogelijkheid van een bedrijfswoning vanuit het ruimtelijk ordeningsrecht. De bedrijfswoning is bedoeld om te wonen voor een persoon en zijn gezin, als dat vanuit de bestemming noodzakelijk is. Bij of in de bedrijfswoning is het toegestaan om een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf te beginnen. Met een wijzigingsbevoegdheid is verplaatsing van de bedrijfswoning onder voorwaarden mogelijk. Persoonsgebonden overgangsrecht Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kringloopwinkel overgangsrecht' geldt dat de perso(o)n(en) als genoemd in de bijlage bij de regels het recht wordt toegekend om het pand als kringloopwinkel te gebruiken. Dit recht vervalt zodra deze perso(o)n(en) verhuizen of overlijden. Dit recht kan dus op geen enkele manier overgedragen worden. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kantoren overgangsrecht' geldt dat de perso(o)n(en) als genoemd in de bijlage bij de regels het recht wordt toegekend om het pand als zelfstandig kantoor te gebruiken. Dit recht vervalt zodra deze perso(o)n(en) verhuizen of overlijden. Dit recht kan dus op geen enkele manier overgedragen worden. 5.2.2.5 Bos Bossen zijn bestemd met de bestemming 'Bos'.

Binnen deze bestemming is sprake van bos-, natuur- en landschapswaarden. Het verschil met de bestemming 'Natuur' is, dat hier ook 'bosbouw' plaats kan vinden. Met een afwijking van de bouwregels zijn enkele bouwwerken toegelaten. Met een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheid zijn bepaalde activiteiten die niet onder bouwen vallen vergunningplichtig gemaakt. Op deze manier vindt bij de benoemde activiteiten een belangenafweging plaats. 5.2.2.6 Centrum De bestemming 'Centrum' biedt ruimte voor allerlei voorzieningen. Binnen de bestemming 'Centrum' is onder andere detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, horeca categorie 1 en bestaande woningen toegestaan. Bij detailhandel wordt de verkoop en/of leveren van goederen aan privépersonen bedoeld. Detailhandel aan personen, die de artikelen beroeps- of bedrijfsmatig aanwenden, is niet toegestaan. Binnen de functie van detailhandel is ook volumineuze en perifere detailhandel toegestaan. Een supermarkt is in principe niet toegestaan, tenzij deze is aangeduid met de 82 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

aanduiding 'supermarkt'. De verkoopvloeroppervlakte (v.v.o.) van een supermarkt mag niet meer zijn dan de bestaande oppervlakte. In de onderstaande tabel is de bestaande verkoopvloeroppervlakte opgenomen van de bestaande supermarkt in de bestemming 'Centrum'. Uitbreiding van de supermarkt mag alleen plaatsvinden als dit past in het geldende supermarktbeleid. Hiervoor is in de regels een zogenaamde dynamische verwijzing opgenomen naar het actuele supermarktbeleid. Naam supermarkt

Adres

v.v.o. (m2)

Aldi

Schouwburgplein 224 Doetinchem

595

Coop

Hoofdstraat 27 Gaanderen

1070

Coop

Koningin Wilhelminaplein 6 Wehl

659

Plus

Stationsstraat 14 Wehl

860

Lidl

Dr. Huber Noodstraat 93 Doetinchem

1100

AH

Rozengaardseweg 18A Doetinchem

1515

Coop

Zonnebloemstraat 3 Doetinchem

715

Coop

Surinameplein 7 Doetinchem

658

Binnen de bestemming 'Centrum' zijn de bestaande woningen toegestaan. Er is geen onderscheid gemaakt tussen bedrijfswoningen en woningen. Dit wil zeggen dat een woning ook een bedrijfswoning kan zijn en andersom. De woningen bevinden zich (bijna) allemaal op de eerste verdieping en hoger. Bij of in de woning is het toegestaan om een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf te beginnen. Welke horeca mogelijk is binnen de bestemming is specifiek aangeduid op de plankaart. Zo is bijvoorbeeld horeca in de vorm van een dagzaak is uitsluitend ter plekke van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 5 toegestaan. Horeca in de vorm van een bar/café, discotheek/bardancing is uitsluitend toegestaan ter plekke van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 6'. Met een afwijking is een nieuwe woning of een dak- en thuislozenvoorziening mogelijk. Dit kan alleen als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. Zo moet bij de afwijking voor een nieuwe woning, de nieuwe woning ruimtelijk passend zijn. Hier vallen ook relevante milieu-aspecten onder. Ook moet de woning passen in het gemeentelijk woningbouwprogramma. Er is geen onderscheid gemaakt tussen bedrijfswoningen en woningen binnen deze bestemming. Dit wil zeggen dat een woning ook een bedrijfswoning kan zijn en andersom.

Bij de afwijking voor een dak- en thuislozenvoorziening moet aan de voorwaarde worden voldaan dat de voorziening past in het beleidsplan van de openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ). Binnen de bestemming zijn ruime bebouwingsmogelijkheden opgenomen. Veelal is hier in het verleden al gebruik van gemaakt. Binnen het bouwvlak is een bebouwingspercentage opgenomen. Daarnaast is de maximale goot- en bouwhoogte opgenomen. Deze is gebaseerd op de bestaande situatie. 5.2.2.7 Cultuur en ontspanning Binnen de bestemming 'Cultuur en ontspanning' zijn alle vormen van cultuur en ontspanning mogelijk zoals atelier, creativiteitscentrum, dansschool, kinderboerderij, museum, muziekschool en wellness, m.u.v. attractieparken en seksinrichtingen. De bestemmingsregels regelen het bestaande gebruik en de bestaande bebouwing. Binnen het bouwvlak is een bebouwingspercentage opgenomen. Daarnaast is de maximale gooten bouwhoogte opgenomen. Deze is gebaseerd op de bestaande situatie. 83 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

Een bedrijfswoning is bedoeld om te wonen voor een persoon en zijn gezin, als dat vanuit de bestemming noodzakelijk is. Bij of in de bedrijfswoning is het toegestaan om een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf te beginnen. Met een afwijkingsbesluit van B&W is een nieuwe bedrijfswoning mogelijk. Dit kan alleen als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. Zo moet de nieuwe bedrijfswoning ruimtelijk passend zijn. Hier vallen ook relevante milieu-aspecten onder. Ook moet de bedrijfswoning passen in het gemeentelijk woningbouwprogramma. Het is mogelijk om de bestemming 'Cultuur en ontspanning', bij bedrijfsbeëindiging, uitsluitend als er sprake is van een bestaande woning, de bestemming in zijn geheel te wijzigen in een woonbestemming. 5.2.2.8 Detailhandel De bestemming 'Detailhandel' is bedoeld voor de locaties met een detailhandelsfunctie. Bij detailhandel wordt de verkoop en/of leveren van goederen aan privépersonen bedoeld. Detailhandel aan personen, die de artikelen beroeps- of bedrijfsmatig aanwenden, is niet toegestaan. Binnen de functie van detailhandel is ook volumineuze en perifere detailhandel toegestaan. Een supermarkt is in principe niet toegestaan, tenzij deze is aangeduid met de aanduiding 'supermarkt'. De verkoopvloeroppervlakte (v.v.o.) van een supermarkt mag niet meer zijn dan de bestaande oppervlakte.

In de onderstaande tabel is de bestaande verkoopvloeroppervlakte per supermarkt opgenomen, binnen de bestemming 'Detailhandel'. Uitbreiding van de supermarkt mag alleen plaatsvinden als dit past in het geldende supermarktbeleid. Hiervoor is in de regels een zogenaamde dynamische verwijzing opgenomen naar het actuele supermarktbeleid. Naam supermarkt

Adres

v.v.o. (m2)

Coop

Slotlaan 137 Doetinchem

902

Plus

Willy Brandtplein 26 Doetinchem

1050

Aldi

Houtmastraat 148 Doetinchem

760

AH

Houtmastraat 150 Doetinchem

1190

Jumbo

J.F.Kennedylaan 62 Doetinchem

1100

Lidl

IJsselstraat 3 Doetinchem

1850

In het algemeen geldt dat de bebouwing binnen het bouwvlak gerealiseerd moet worden. Met deze bepaling wordt zoveel mogelijk voorkomen dat een rommelig en onoverzichtelijk aanzicht ontstaat op het terrein. Onder voorwaarden is van deze bepaling voor bepaalde ondergeschikte bouwwerken afwijking mogelijk. De afstand van het bouwvlak tot de naar de weg gekeerde perceelsgrens die is aangehouden houdt verband met het behoud van het groen en open karakter. Deze ruimte mag wel gebruikt worden ten behoeve van groenaanleg en parkeren. Binnen het bouwvlak is een bebouwingspercentage opgenomen. Daarnaast is de maximale gooten bouwhoogte opgenomen. Deze is gebaseerd op de bestaande situatie. Binnen de bestemming 'Detailhandel' zijn de bestaande bedrijfswoningen toegestaan. Bij of in de bedrijfswoning is het toegestaan om een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf te beginnen. Met een afwijkingsbesluit van B&W is een nieuwe bedrijfswoning mogelijk. Dit kan alleen als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. Zo moet de nieuwe bedrijfswoning ruimtelijk passend zijn. Hier vallen ook relevante milieu-aspecten onder. Ook moet de bedrijfswoning passen in het gemeentelijk woningbouwprogramma. 84 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

Het is mogelijk om de bestemming 'Detailhandel', bij bedrijfsbeëindiging, uitsluitend als er sprake is van een bestaande woning, de bestemming in zijn geheel te wijzigen in een woonbestemming. 5.2.2.9 Gemengd - 1 Binnen de bestemming 'Gemengd - 1' zijn meerdere functies mogelijk. Binnen de bestemming 'Gemengd - 1' zijn deze functies beperkt tot bedrijfsdoeleinden in de categorieën 1 en 2, dienstverlening, kantoor en bestaande woningen. Afhankelijk van locatie, ligging en omgeving zijn bouwvlakken aan de percelen met de bestemming 'Gemengd - 1' toegekend. In het algemeen geldt dat de bebouwing binnen het bouwvlak gerealiseerd moet worden. Onder voorwaarden is daar voor bepaalde ondergeschikte bouwwerken een afwijking mogelijk. Voor de functie van kantoor geldt dat deze geen grotere bruto-oppervlakte mag hebben dan 500 m2 per perceel. Binnen het bouwvlak is een bebouwingspercentage opgenomen. Daarnaast is de maximale gooten bouwhoogte opgenomen. Deze is gebaseerd op de bestaande situatie. Binnen de bestemming 'Gemengd - 1' zijn de bestaande bedrijfswoningen toegestaan. Bij of in de bedrijfswoning is het toegestaan om een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf te beginnen. Met een afwijkingsbesluit van B&W is een nieuwe bedrijfswoning mogelijk. Dit kan alleen als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. Zo moet de nieuwe bedrijfswoning ruimtelijk passend zijn.

Hier vallen ook relevante milieu-aspecten onder. Ook moet de bedrijfswoning passen in het gemeentelijk woningbouwprogramma. Het is mogelijk om de bestemming 'Gemengd - 1', bij bedrijfsbeëindiging, uitsluitend als er sprake is van een bestaande woning, de bestemming in zijn geheel te wijzigen in een woonbestemming. 5.2.2.10

Gemengd - 2

Binnen de bestemming 'Gemengd - 2' zijn meerdere functies mogelijk. Binnen de bestemming 'Gemengd - 2' zijn deze functies beperkt tot detailhandel, dienstverlening en bestaande woningen. Bij detailhandel wordt de verkoop en/of leveren van goederen aan privépersonen bedoeld. Detailhandel aan personen, die de artikelen beroeps- of bedrijfsmatig aanwenden, is niet toegestaan. Binnen de functie van detailhandel is ook volumineuze en perifere detailhandel toegestaan. Een supermarkt is in principe niet toegestaan, tenzij deze is aangeduid met de aanduiding 'supermarkt'. De verkoopvloeroppervlakte (v.v.o.) van een supermarkt mag niet meer zijn dan de bestaande oppervlakte. In de onderstaande tabel is de bestaande verkoopvloeroppervlakte opgenomen van de bestaande supermarkt in de bestemming 'Gemengd - 2'. Uitbreiding van de supermarkt mag alleen plaatsvinden als dit past in het geldende supermarktbeleid. Hiervoor is in de regels een zogenaamde dynamische verwijzing opgenomen naar het actuele supermarktbeleid. Naam supermarkt

Adres

v.v.o. (m2)

Aldi

Hoofdstraat 4 Gaanderen

891

Spar

Heemskerklaan 65 Doetinchem

400

Ter plekke van de aanduiding 'horeca van categorie 1' is o.a. een snackbar toegestaan. Ter plekke van de aanduiding 'detailhandel uitgesloten' is geen detailhandel toegestaan. Afhankelijk van locatie, ligging en omgeving zijn bouwvlakken aan de percelen met de bestemming 85 bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' vastgesteld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7463/documents/36992