CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Vast te stellen bestemmingsplan Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022.pdf

beeldvormende raad 15 september 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Bestemmingsplan Keppelseweg tussen 384 en 40434.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Daarnaast moet een koppeling gemaakt worden tussen het nieuwe en het bestaande rioolstelsel voor afvalwater. Aangezien de planlocatie in de buitenbeschermingszone en deels in de beschermingszone van een primaire kering ligt, is alvorens wordt aangevangen met de bouw van de woningen een vergunning benodigd conform beleidsregel 1.3 van de keur.

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

49

4.10

Archeologie en cultuurhistorie

Het gemeentelijke beleid van archeologie en cultuurhistorie sluit aan bij het provinciale beleid van deze aspecten. In de volgende twee paragrafen wordt nader ingegaan op archeologie en cultuurhistorie. 4.10.1 Archeologisch erfgoed Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden moeten als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed worden meegenomen en worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Met het in werking treden van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in september 2007 is het verdrag wettelijk verankerd en is de Monumentenwet 1988 herzien. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, die de Wamz en de Monumentenwet 1988 heeft vervangen. Een belangrijk archeologisch doel van de Erfgoedwet is om het archeologisch erfgoed ter plekke te behouden. Daarom is het verplicht om vroegtijdig in het proces van de ruimtelijke ordening rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en hierin een afweging te maken. Vroegtijdig onderzoek maakt namelijk ruimte om te overwegen om archeologievriendelijke alternatieven toe te passen.

Als het archeologisch bodemarchief niet kan worden ontzien, kan voorafgaande aan de bodemverstoring een archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Of een onderzoek nodig is en welk onderzoek dit moet zijn, wordt bepaald op basis van de aanwezige archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingreep. De kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die ook als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. Een betere bescherming van de archeologie en het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om goed inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het archeologisch bodemarchief. Daarom heeft de gemeente Doetinchem een archeologische beleidskaart laten opstellen door adviesbureau RAAP, waarop de archeologische vindplaatsen en verwachtingszones zijn aangegeven. Afhankelijk van de (verwachtings)waarde in een gebied zal het beschermingsregime meer of minder streng zijn. De archeologische beleidskaarten zijn op 18 november 2010 door de gemeenteraad van Doetinchem vastgesteld. De archeologische beleidskaarten worden periodiek geactualiseerd aan de hand van uitgevoerd archeologisch onderzoek.

Op 30 maart 2020 heeft de gemeenteraad een geactualiseerde versie van de archeologische beleidskaarten vastgesteld. Deze geactualiseerde versie geeft het nu geldende beschermingsregime aan. Er bevinden zich in of op de planlocatie geen beschermde archeologische monumenten. Er heeft, zoals in paragraaf 4.2 beschreven, in het verleden een bodemsanering plaatsgevonden (Saneringsevaluatie: Ecopart B.V., 1 oktober 2008, 13386, versie 1.0). Hierdoor worden er geen archeologische vondsten meer verwacht op de planlocatie en is uitvoeren van archeologisch onderzoek niet benodigd. De locatie is op advies van de regioarcheoloog vrijgegeven. Voor deze herkaveling is dan ook geen archeologisch of cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd. Het opnemen van een dubbelbestemming ter bescherming van (potentiële) archeologische waarden is niet nodig. Indien bij de uitvoering van werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).

50

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

4.10.2 Cultuurhistorisch erfgoed De cultuurhistorie is in Doetinchem vastgelegd in de nota Continuïteit in Karakter, cultuurhistorie Doetinchem (vastgesteld 21 september 2017) en de Erfgoedverordening Gemeente Doetinchem 2013 (vastgesteld 30 mei 2013). Op de planlocatie zijn geen panden aanwezig die geïnventariseerd zijn als cultuurhistorisch waardevol. Het plan heeft daarom geen effect op cultuurhistorisch gebouwd erfgoed. In het gebied in en direct rondom de planlocatie zijn drie bijzondere bomen te vinden direct ten noorden van de planlocatie aan het Kerkepad. Deze worden niet aangetast door voorliggend plan.

4.11

Verkeer en parkeren

Uitgangspunten bij de inrichting van de wegen binnen de planlocatie zijn:  de functie van de weg conform het wegencategoriseringsplan (wegennetvisie), dit betekent voor erftoegangswegen 30 km/h en voor ontsluitingswegen 50 km/uur;  de inrichting van de weg (het wegbeeld) moet het gewenste rijgedrag en de rijsnelheid 'afdwingen';  herkenbare inrichting van de verschillende verkeersruimtes door materiaal/kleur;  de (kwaliteit van de) leefomgeving staat centraal;  de weg moet na realisatie goed te beheren zijn (beheerbewust ontwerpen);  snelheid remmende maatregelen worden getroffen in erftoegangsstraten en op gebiedsontsluitingsstraten waar kwetsbare verkeersdeelnemers de weg moeten kruisen. De kwaliteit van de leefomgeving moet centraal staan. Kunstmatig ingepaste maatregelen, zoals veel borden en bloembakken op de weg hebben vaak wel een kort effect op de rijsnelheid, maar zijn geen duurzame oplossingen. De omgeving en weg als geheel moeten zorgen voor het gewenste rijgedrag zodat deze kunstingrepen overbodig zijn. Een duidelijk onderscheid aanbrengen tussen de verschillende verkeersruimtes zorgt er voor dat de verkeersdeelnemer duidelijk zijn plek en die van anderen op de weg weet en zo de verkeersruimte op de juiste wijze gebruikt. Op drukke erftoegangsstraten is het belangrijk dat voetgangers veilig kunnen lopen op een trottoir.

Voor rustige erftoegangsstraten kan worden overwogen alle verkeersdeelnemers gebruik te laten maken van dezelfde ruimte. Een smalle weg die gebruikt wordt door iedereen leidt tot een lagere rijsnelheid. Fysieke maatregelen als drempels ondervinden een steeds grotere weerstand bij de gebruikers en omwonenden en hulpdiensten. Ze leiden tot trillinghinder en toename van de geluidsoverlast. Met deze bijeffecten moet al rekening worden gehouden bij het ontwerp. Bij voorkeur wordt gezocht naar maatregelen die een lagere snelheid afdwingen, maar die geen of beperkte bijeffecten hebben voor de leefomgeving en hulpdiensten. Voorbeelden zijn: een smaller wegprofiel, toepassing van andere materialen en kleuren, afwisselend parkeren aan weerszijden van de weg, afwisseling met groen, doorzicht beperken, beperken van rechtstanden enzovoort. Drempels en plateaus die op een logische plaats zijn gesitueerd (rekening houdend met de afstand tot de woning) en volgens de richtlijnen van het CROW zijn aangelegd kunnen bij uitzondering worden toegepast. Voetgangers In de planlocatie sluit een voetpad aan op het Kerkepad, waardoor dit voor voetgangers goed bereikbaar blijft. Fietsstructuur Voor fietsers worden er in dit plan geen speciale voorzieningen aangelegd. Fietsers kunnen gebruik maken van dezelfde weg als automobilisten.

Gezien het karakter van deze weg enkel als ontsluiting van de aanliggende woningen is dit afdoende.

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

51

Ontsluiting De planlocatie wordt ontsloten middels een weg, welke aansluit op de reeds bestaande parallelweg. In de planlocatie is deze weg doodlopend. Via de parallelweg kunnen automobilisten de Keppelseweg N317. bereiken. Het plan genereert ongeveer 247 extra verkeersbewegingen. De huidige infrastructuur volstaat, er komen geen opstoppingen. Hierbij geldt, dat bij dit aantal extra verkeersbewegingen is uitgegaan van een worst-case situatie ten behoeve van akoestisch en luchtkwaliteitsonderzoek. Dit aantal verkeersbewegingen betreft namelijk het totaal van de 33 woningen, terwijl onderhavig plan in dit verband alleen voorziet in de toevoeging van 18 woningen ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan 'Langerak 2008'. Parkeren De normering uit het gemeentelijk parkeerbeleid, vastgelegd in de parkeernota van Doetinchem, zal aangehouden worden. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd voor de parkeerbalans:  de gemeente Doetinchem heeft zijn eigen parkeernormen, welke zijn vastgelegd in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem;  de parkeerbalans is gebaseerd op het te (her)ontwikkelen gebied, overloop van of naar andere gebieden is niet meegenomen;  de ASVV 2012 is gehanteerd voor de aanwezigheidspercentages.

Beschikbare parkeerplaatsen De planlocatie 'De Kruisbergsche bossen' kent 46 (openbare) parkeerplaatsen plus 21 parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen (totaal 67). Daarnaast worden 4 extra parkeerplaatsen gerealiseerd direct bij de toegang tot de planlocatie aan de Keppelseweg. Benodigd aantal parkeerplaatsen Het plan kent:  één vrijstaande woning;  6 twee-onder-één-kapwoningen;  26 rijtjeshuizen (tussen-/hoekwoning). Aan de hand hiervan is de parkeerberekening gemaakt. Zie hiervoor tabel 4.8. Type woning conform de Parkeernormen Gemeente Doetinchem vrijstaand twee-onder-één-kap rijtjeshuizen (tussen-/hoekwoning) totaal Tabel 4.8: Parkeerberekening

Aantal

Parkeerkencijfers (per woning)

Benodigd aantal parkeerplaatsen

1 6 26 33

1,9 1,8 1,7

1,9 10,8 44,2 56,9

Conclusie Uit de parkeerbalans blijkt dat binnen de planlocatie voldoende parkeerplaatsen worden in verhouding tot de parkeerbehoefte ingevolge tabel 4.8. Op de planlocatie worden 67 parkeerplaatsen gerealiseerd plus 4 extra parkeerplaatsen direct bij de toegang tot de planlocatie aan de Keppelseweg. Er zijn voldoende parkeerplaatsen op de planlocatie.

52

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

4.12

M.e.r.-beoordeling

Vanwege de realisatie van woningen is er sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject conform categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Er wordt niet voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2. Daarom geldt een verplichting tot het opstellen van een vormvrije m.e.r.beoordeling. De volledige m.e.r.-beoordeling is opgenomen in bijlage 6. In de m.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige milieueffecten. Er is voor het uitvoeren van het project geen noodzaak tot het opstellen van een MER of een formele m.e.r.-beoordeling.

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

53

Hoofdstuk 5 5.1

Wijze van bestemmen

Inleiding

In dit bestemmingsplan worden de ontwikkelingsmogelijkheden voor de locatie De Kruisbergsche Bossen vastgelegd. Omdat er al een uitgewerkt inrichtingsplan opgesteld is, is het opgezet als een gedetailleerd bestemmingsplan. Dit biedt rechtszekerheid aan de burger over wat er hier gebouwd kan worden. Duidelijk is voor welke doeleinden de grond en de gebouwen mogen worden gebruikt en wat er aan nieuwe bebouwing wordt toegestaan. Met de in het plan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden kunnen (relatief kleinschalige) ontwikkelingen planologisch worden geregeld, zoals uitbreidingen van gebouwen en functies of het toelaten van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven.

5.2

Toelichting op de regels

De regels bestaan uit de volgende onderdelen:  hoofdstuk 1: Inleidende regels;  hoofdstuk 2: Bestemmingsregels;  hoofdstuk 3: Algemene regels;  hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels. 5.2.1 Inleidende regels De inleidende regels omvatten de in de planregels gebruikte begripsomschrijvingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Hiermee is planspecifiek vastgelegd wat bedoeld wordt en hoe gemeten moet worden. Als een begrip niet omschreven is, dan geldt de algemeen gangbare uitleg van het begrip. 5.2.2 Bestemmingsregels In de bestemmingsregels zijn de regels voor de verschillende bestemmingen omschreven. Elke bestemmingsregel is, in overeenstemming met de RO-Standaarden 2012 waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (2012), in beginsel opgebouwd uit:  een bestemmingsomschrijving: een omschrijving van de doeleinden waarvoor de gronden zijn bestemd en de toegelaten bijbehorende bebouwing;  de bouwregels: deze bevatten de voorgeschreven maatvoering van de bouwwerken;  nadere eisen;  afwijken van de bouwregels;  specifieke gebruiksregels;  afwijken van de gebruiksregels;  omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden;  wijzigingsbevoegdheid. 5.2.2.1 Tuin De gronden met de bestemming 'Tuin' maken juridisch en feitelijk deel uit van de bouwpercelen waarop woningen zijn gesitueerd.

In de bestemmingsomschrijving is daartoe een koppeling aangebracht met de bestemming 'Wonen'. De bestemming 'Tuin' is toegekend aan de gronden aan de voorzijde van en tot 1 meter achter de naar de weg gekeerde bouwgrens van het bouwvlak waarbinnen de woning mag worden gesitueerd. Vanwege het behoud van het straatbeeld en het zicht op de woningen is binnen deze bestemming alleen een beperkte bebouwingsregeling opgenomen voor het bouwen van vlaggenmasten, speeltoestellen, en dergelijke. In het algemeen geldt dat gebouwen op deze gronden dan ook niet zijn toegestaan. Alleen de bouw van bijbehorende bouwwerken (een erker, toegangspartij en overkapping) is binnen deze bestemming mogelijk.

54

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

5.2.2.2 Verkeer De bestemming 'Verkeer' is toegekend aan de gronden met een ontsluitende functie. Ook is de bestemming toegekend aan bermen, parkeerplaatsen en niet structurele groenvoorzieningen. In de regels van deze bestemming is een beperkte bebouwingsregeling opgenomen voor gebouwen ten behoeve van de bestemming zoals bushokjes en nutsvoorzieningen. Er is een bebouwingsregeling opgenomen voor bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals speeltoestellen, straatmeubilair, straatverlichting, en dergelijke. Binnen de regels zijn afwijkingsregelingen opgenomen om onder voorwaarden van de maximale bouwhoogte te mogen afwijken. 5.2.2.3 Wonen De bestemming 'Wonen' omvat alle percelen waarop woningen en bijbehorende bouwwerken zijn toegelaten, gebaseerd op het inrichtingsplan zoals weergegeven in bijlage 1. De hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het bouwvlak ligt in principe om de toekomstige bebouwing. De diepte van het bouwvlak bedraagt bij alle woningen 12 meter. Hiermee blijft er aan de achterzijde voldoende ruimte (8 meter) tussen de woning en de achterste perceelgrens. De bouwvlakken zijn voorzien van een bouwaanduiding. Zo is te zien of vrijstaande, twee-aaneen (twee-onder-een-kap) of aaneengebouwde woningen gebouwd mogen worden. Per bouwvlak is met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven hoeveel woningen er gerealiseerd kunnen worden.

De maximaal toegestane goothoogte en de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen zijn in een maatvoeringssymbool op de verbeelding opgenomen. Hoofdgebouwen Ten behoeve van het bouwen van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak kan onder voorwaarden een afwijking worden verleend. Zo kan het hoofdgebouw gedeeltelijk tot op de zijdelingse bouwperceelsgrens gebouwd worden als het bouwperceel grenst aan openbaar gebied, waarop de bestemming 'Verkeer' of vergelijkbare bestemming rust. Ook kan een afwijking worden verleend voor het plaatsen en gebruiken van een tijdelijke woonunit als woonruimte voor mantelzorg. Zie hiervoor ook de algemene uitleg bij Afwijking voor mantelzorg. Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf Op gronden met de bestemming 'Wonen' is de uitoefening van een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toegestaan in een aangebouwd bijbehorend bouwwerk. Voorwaarde daarvoor is dat de woonfunctie in alle gevallen de hoofdfunctie binnen de bestemming blijft. In beperkte mate mag bij de uitoefening van een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf ook detailhandel plaatsvinden. Overige detailhandel is binnen de bestemming 'Wonen' nadrukkelijk uitgesloten.

Wanneer een aangebouwde oplossing niet mogelijk is vanwege architectuur of monumentale status van de woning, is het mogelijk om met een afwijking een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toe te staan in een vrijstaande bijbehorend bouwwerk. Hierbij moet het, als dat vanuit de bestemming noodzakelijk is vrijstaande bouwwerk wel een ruimtelijke eenheid vormen met de woning. Een internetwinkel is onder voorwaarden toegestaan, zo mag de internetwinkel alleen online verkopen, geen winkeluitstraling hebben, geen showroom en geen opslag binnen of buiten. Alleen in geval van gastouderschap is een buitenactiviteit in de vorm van buitenspelende kinderen toegestaan. Wijzigen (bouw)aanduiding In de bestemming 'Wonen' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het verschuiven van het bouwvlak. Met een afwijkingsbesluit van B&W is een nieuwe woning mogelijk binnen de bestaande bouwaanduiding. Dit kan alleen als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. Zo moet de nieuwe woning ruimtelijk passend zijn

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

55

en de bouwaanduiding door de nieuwe woning niet wijzigen. Ook moet de woning passen in het gemeentelijk woningbouwprogramma. Wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken Aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor de uitbreiding van de woonfunctie, onder voorwaarde dat de afstand tussen dat bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 meter bedraagt. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen. In de navolgende afbeelding zijn schematisch de verschillende varianten weergegeven. W = wonen en B = bijbehorende bouwwerken.

Met een afwijking is het mogelijk om wonen en aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in aangebouwde bijbehorende bouwwerken op kortere afstand dan 8 meter (tot 3 meter) tot de achterste bouwperceelsgrens toe te staan. Hierbij moet voldaan worden aan een aantal voorwaarden bijvoorbeeld dat de achterste bouwperceelsgrens grenst aan (openbaar) gebied met bijvoorbeeld een groen- of verkeersbestemming. Voorgevelbreedte Om levensloopbestendige woningen te kunnen realiseren is er ruimte nodig in de woning. Daartoe moet de woning een minimale voorgevelbreedte van 6 meter hebben. Deze eis geldt voor zowel nieuwbouw als vervangende nieuwbouw. Burgemeester en wethouders kunnen van deze eis afwijken als deze onredelijk is, de bouwkundige situatie daar aanleiding toe geeft en de woning desondanks levensloopbestendig blijft of wordt. Dakoverstekken Steeds meer gebouwen worden voorzien van royale dakoverstekken. Dat heeft soms met architectuur te maken, maar vaak is de overkapte ruimte gewoon functioneel. De ruimte wordt dan bijvoorbeeld gebruikt als veranda (overdekt terras) of carport. Volgens de Nederlandse Norm (NEN) is tot 75 centimeter sprake van een overstek. Bij een grotere afmeting is sprake van een overkapping en dan telt de overkapte ruimte mee bij de berekening van de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken. Dit is van belang omdat de oppervlakte is genormeerd.

56

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

Bouwwerken op daken Afscherming technische installatie op daken zoals airco's, warmtepompen, zonnepanelen, e.d. zijn mogelijk tot 0,5 m boven het dakvlak. Als het dak al de maximum bouwhoogte heeft bereikt, komt deze maat extra bovenop de maximum bouwhoogte, zodat de afscherming van technische installaties ook op deze daken mogelijk is. Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan binnen de bestemming 'Wonen' en het daarin gelegen bouwvlak. Zij moeten op minimaal 1 meter achter de voorgevel van de woning worden gebouwd. In het bouwvlak geldt niet de 'terugspringregel' van 1 meter. Bijbehorende bouwwerken in het bouwvlak mogen dus in één lijn met de voorkant van de woning staan. Deze afstand sluit aan op de stedenbouwkundige opzet van een woonwijk en voorkomt brede gevelaanzichten. Overdekte eigen zwembaden (binnenbaden) zijn aan te merken als gebouwen. Op binnenbaden zijn daarom de bouwregels voor bijbehorende bouwwerken van toepassing. In de navolgende schematische weergave is de 'terugspringregel' van 1 meter weergegeven.

5.2.2.4 Waterstaat - Waterkering De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' is bedoeld ter bescherming van de aanwezige waterkering. Binnen de bestemming is het niet toegestaan om bepaalde handelingen te verrichten zoals het aanleggen of verharden van wegen, zonder dat daarvoor eerst vooraf een omgevingsvergunning voor verleend wordt. Voor het bouwen en aanleggen binnen deze zone geldt een vergunningplicht als gebouwd wordt voor de andere voorkomende bestemming op de locatie. Bij deze vergunning moet vastliggen dat het bouwwerk de waterkering niet aantast, waarbij dit overlegd wordt met het waterschap. Zie artikel 6.3 van de regels. Verder geldt ook voor diverse werken geen bouwwerk zijnde en van werkzaamheden, zoals genoemd in artikel 6.4 van de regels, dat een omgevingsvergunning nodig is die overlegd wordt met het waterschap. Daarbij moet er

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

57

rekening mee gehouden worden dat mogelijk benodigde voorzieningen voor het infiltreren van water hoogstwaarschijnlijk niet binnen deze dubbelbestemming te realiseren zijn. Verder is binnen deze dubbelbestemming ook een watervergunning van het waterschap van toepassing bij de volgende activiteiten:  Kabels en leidingen leggen;  (Bouw)werken in, op en nabij waterkeringen;  Bodem- en grondwateronderzoek;  Permanente afgravingen;  Aanleggen van wegen, parkeerplaatsen, aanbermingen, op- en afritten. 5.2.2.5 Referentiekader nadere eisen- en afwijkingsbevoegdheden Een aantal planregels geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om nadere eisen te stellen of een afwijking te verlenen als bedoeld in artikel 3.6, lid 1, onder d, respectievelijk onder c, van de Wet ruimtelijke ordening. De nadere eisen kunnen betrekking hebben op de plaats en afmetingen van de bebouwing. Deze kunnen toegepast worden als het concrete bouwplan voor de genoemde onderdelen, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, een ongewenst gevolg voor de omgeving heeft. Nadere eisen mogen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan. Binnen de afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden komen veelal de volgende voorwaarden voor: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende de gebruiksmogelijkheden van die percelen; b.

de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is; c. de uitvoerbaarheid gewaarborgd is. Deze voorwaarden zijn als volgt uit te leggen: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende de gebruiksmogelijkheden van die percelen: als een afwijking of wijziging op een aangrenzend perceel van zodanige invloed is dat deze grond, minder goed te gebruiken is dan het was, dan is het niet gewenst om aan de afwijking of wijziging mee te werken; b. de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is: ten aanzien van de binnen een regeling toegelaten gebruiksvormen moet rekening worden gehouden met de milieu- en andere aspecten, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking. Als hierdoor de omgeving nadelig belast wordt, dan is medewerking niet gewenst; c. de uitvoerbaarheid gewaarborgd is: de (met name) financiële uitvoerbaarheid van een plan moet hierbij onderbouwd worden. Aan een (financieel) niet haalbaar plan kan niet meegewerkt worden. 5.2.2.6 Specifieke gebruiksregel parkeren Daar waar het relevant is voor de bestemming, is een specifieke gebruiksregel voor parkeren opgenomen. Op grond van artikel 3.1.2. tweede lid Bro mogen parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel.

In Doetinchem ligt het parkeerbeleid vast in de 'Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017 - 2020' en 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017. In het bestemmingsplan wordt tot uitdrukking gebracht, dat bij de toets op het onderdeel parkeren, deze beleidsregel betrokken moet worden bij bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State blijkt, dat een zogenoemde dynamische verwijzing in het bestemmingsplan acceptabel is. Daarom is aan de parkeerbepaling in het

58

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

bestemmingsplan de zinsnede 'met dien verstande dat wanneer deze parkeerregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging'. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht, dat in principe te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus gedurende de planperiode van het bestemmingsplan mogelijk. 5.2.2.7 Afwijking voor mantelzorg Bij alle woningen is een afwijking bij de bouw- en gebruiksregels opgenomen voor het toestaan van een mantelzorgwoning. De afwijking is bedoeld voor het plaatsen en gebruiken van een tijdelijke woonunit als woonruimte voor mantelzorg. Hier zijn wel voorwaarden aan verbonden, bijvoorbeeld dat de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is. 5.2.2.8 Afwijking voor bouwen buiten bouwvlak Bij de bestemming 'Wonen' is de afwijking opgenomen om te bouwen buiten het bouwvlak mits het bouwperceel aan de zijde waar de bouwgrens wordt overschreden grenst aan openbaar toegankelijk gebied, waarop een groen-, natuur-, water-, verkeers- of daarmee vergelijkbare bestemming rust. Ook wordt gezegd dat de naar de weg gekeerde bouwgrens niet mag worden overschreden. Hierbij wordt bedoeld de bouwgrens aan de wegzijde van het gebouw (meestal de voorkant van het gebouw). Deze mag dus niet overschreden worden. Veelal is hier ook een verkeersbestemming opgenomen.

Aan de zijkant of achterkant van een gebouw kan ook een verkeersbestemming gelden. Als sprake is van een parkeerplaats, dan kan de bouwgrens wél worden overschreden. Voor hoeksituaties met twee keer een verkeersbestemming geldt maatwerk. Advies kan hiervoor ingewonnen worden bij de stedenbouwkundige. 5.2.3 Algemene regels 5.2.3.1 Anti-dubbeltelregel Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt. 5.2.3.2 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is onder andere omschreven wanneer er geen verbod geldt voor het overschrijden van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen voor bepaalde bouwdelen. Ook is omschreven wanneer het bevoegd gezag kan afwijken van bouw- en/of bestemmingsgrenzen. De 'bestaande matenregeling' is bedoeld voor legale bouwwerken die afwijken van de vastgestelde situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud van de bouwregels in dit bestemmingsplan. De bestaande afwijking is daarmee toegestaan. In het artikel 'Ondergronds bouwen' is aangegeven dat de opgenomen bouwregels zijn bedoeld voor bouwwerken boven de grond.

5.2.3.3 Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregel luidt dat het verboden is om gronden en opstallen te gebruiken in strijd met de bestemming. Hierbij zijn een aantal gebruiksvormen specifiek benoemd. Gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemming of het normale onderhoud van de gronden en/of bouwwerken wordt toegelaten. In de algemene gebruiksregels is ook benadrukt welk gebruik sowieso is toegestaan. Namelijk het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere - op grond van de bestemmingsregels geoorloofde - voorzieningen op het dak.

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

59

5.2.3.4 Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels kunnen zo nodig de regels met betrekking tot één of meer gebiedsaanduidingen een plaats krijgen. De volgende algemene aanduidingsregels komen in dit bestemmingsplan voor: Geluidzone - industrie Binnen deze zone kan er niet zondermeer een geluidsgevoelig object, zoals een woning gebouwd worden. Dit betekent dat er eerst een akoestisch (geluid) onderzoek uitgevoerd moet worden. Uit dit onderzoek moet blijken dat er voldaan kan worden aan de geluidnormen van de Wet geluidhinder. Voor onderhavig plan wordt daar aan voldaan, dit is onderbouwd in paragraaf 4.7. Overige zone - nieuwe risicobronnen uitgesloten In deze zone is het verboden om nieuwe risicobronnen te vestigen of bestaande risicobronnen uit te bereiden. 5.2.3.5 Algemene afwijkings- en wijzigingsregels De algemene afwijkingsregel voorziet in de mogelijkheid om op ondergeschikte onderdelen af te wijken van de regels van het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld voor kleine bouwwerken voor nutsvoorzieningen. De in het plan opgenomen algemene wijzigingsbevoegdheden laat meer ingrijpende afwijkingen toe en wordt daarom gekoppeld aan een zwaardere procedure dan die voor het verlenen van een afwijking van de bouw- en gebruiksregels. Voor het opwekken van kleinschalige duurzame energie. Hierbij moet gedacht worden aan zonnepanelen en mini windturbines.

Voor zonnepanelen voor eigen gebruik gelden een aantal voorwaarden, bijvoorbeeld dat de zonnepanelen op eigen grond geplaatst moeten worden, daarnaast ook dat deze grond in gebruik moet zijn als erf. De oppervlakte maat van 100 vierkante meter is extra t.o.v. de standaard oppervlakte van 20 vierkante meter (bouwwerken, geen gebouwen zijnde). Mini windturbines (ook wel windwokkels genoemd) zijn met een afwijking toegestaan op het dak, waarbij voorwaarden gelden, onder andere dat de as-hoogte maximaal 5 meter boven het hoogste punt van het gebouw of bouwwerk waar de mast op staat uit komt. 5.2.3.6 Overige regels Onder overige regels zijn die regels geplaatst die niet onder een andere regel zijn te vatten. 5.2.4 Overgangs- en slotregels Het overgangsrecht beschermt de gevestigde belangen of rechten bij een nieuwe, van de bestaande situatie afwijkende regeling. Dit betekent dat bestaand gebruik en bestaande bouwwerken welke in strijd zijn met het nieuwe bestemmingsplan, maar reeds aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet, met als doel het uiteindelijk beëindigen van de afwijkende situatie. Voorheen illegale bebouwing en illegaal gebruik worden met het overgangsrecht niet gelegaliseerd. De formulering van het overgangsrecht is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.1 Bro).

De slotregel bevat de naam van het plan.

60

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

Hoofdstuk 6 6.1

Economische uitvoerbaarheid

Economische haalbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is. In dit geval is er een anterieure overeenkomst gesloten waarin ook planschade-verhaal geregeld is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Voor de financiële haalbaarheid van het plan hebben de gemeente Doetinchem en VOF Claus & van den Boom een overeenkomst gesloten. Middels deze overeenkomst is de economische uitvoerbaarheid van het plan geborgd.

Bij het opstellen van de overeenkomst tussen de gemeente en VOF Claus & van den Boom is rekening gehouden met het risico van planschade.

6.2

Marktconsultatie woningen

Ter onderbouwing van de economische uitvoerbaarheid van het onderhavige plan zijn de volgende aspecten onderzocht en beschreven: 1. bijdrage aan doelstellingen zoals vastgelegd in de Woningbouwstrategie 2019 door de gemeente Doetinchem; 2. positief effect op mismatch in de actuele marktsituatie van woningvraag en -aanbod in de gemeente Doetinchem; 3. makelaarsbeoordeling en conclusie van 2 geconsulteerde makelaars uit Doetinchem. Met het herziene plan op de planlocatie Kruisbergsche bossen worden (ten opzichte van het bestaande aantal onherroepelijk bestemde aantal woningen van 15) 18 extra woningen toegevoegd. Dit is een geringe bijdrage aan de gegeven woningbehoefte indicatie van 1.290 – 1.955 woningen voor de kern Doetinchem in de periode 2018-2028. Daarnaast worden in het plangebied verschillende woningtypen gerealiseerd waardoor wordt voorzien in de gevraagde woningbehoefte. In de gemeente Doetinchem is vooral behoefte aan goedkope rijwoningen en tweekappers (tot € 185.000) en iets duurdere koopwoningen (tot € 250.000). Twee makelaars gevestigd te Doetinchem zijn geconsulteerd om vanuit hun praktijkervaring inzicht te geven of de 33 woningen inspelen op de krapte op de woningmarkt en de ingeschatte V.O.N. waarde uitgevoerd als gasloos of nul op de meter (NOM). De woningen worden door beide makelaars net iets boven de aangegeven ontwikkelingsrichting ingeschat.

De volledige onderbouwing is te vinden in bijlage 7. Daarnaast draagt dit initiatief bij aan de ambitie van Doetinchem om te groeien naar 70.000 inwoners. Op 5 november 2020 heeft de gemeenteraad de begroting voor 2021 vastgesteld. Daarbij heeft het college ook de ambitie uitgesproken om te groeien naar 70.000 inwoners in 2036. Doetinchem is de centrumgemeente van de Regio Achterhoek. Ze biedt voorzieningen van hoge kwaliteit voor de hele regio. Er zijn grote uitdagingen maar ook kansen op het gebied van duurzaamheid, klimaatadaptatie, energietransitie en bereikbaarheid. Doetinchem wil die kansen gebruiken en zet daarom in op groei, zodat de breed gewaardeerde voorzieningen

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

61

in stand gehouden kunnen worden. Bij die ambitie om te groeien hoort ook een groei van de woningvoorraad. Dit initiatief draagt bij aan die ambitie.

62

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

Hoofdstuk 7 7.1

Procedure

Algemeen

Dit bestemmingsplan doorloopt de procedure als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Als extra stap voorafgaande aan de wettelijke procedure is het voorontwerpbestemmingsplan in het kader van de gemeentelijke inspraakverordening ter inzage gelegd. Meer hierover in paragraaf 7.2. Ook is het plan op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening overlegd met een aantal instanties, zie paragraaf 7.3. In dit hoofdstuk zal het resultaat van inspraak en vooroverleg worden behandeld. De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerpplan worden niet toegevoegd aan dit hoofdstuk. Deze maken onderdeel uit van het raadsvoorstel en -besluit omtrent vaststelling.

7.2

Inspraak

De omwonenden van het plangebied zijn door de initiatiefnemer geïnformeerd over de voorgenomen woningbouwontwikkeling. Vanwege de coronamaatregelen die van kracht waren, was een centraal georganiseerde informatiebijeenkomst niet mogelijk. In plaats daarvan is een flyer opgesteld en persoonlijk aan deze omwonenden overhandigd op een zaterdagochtend in juni/juli. Daarnaast is ook gesproken met vertegenwoordigers van de bedrijven in de omgeving. De vorm om persoonlijk met een flyer de omwonenden te informeren werd zeer gewaardeerd en inhoudelijk was er neutrale tot positieve respons op het inhoudelijke plan. De respons kan als volgt worden samengevat:  'Woningen, ja dat hadden we wel verwacht, wel jammer want zo'n braakliggend terrein doet wel ruim aan, maar geen probleem'.  'Starterswoningen, ja doen, dan komt er meer leven in de brouwerij'.  Brutra (werkplaats): ziet geen problemen, vervanging van de verloren gegane werkplaats is in ieder geval het plan waar nu aan gewerkt wordt.  Vulcanis (gieterij): prima plan, als de nieuwe bewoners zich maar wel realiseren dat deze fabriek hier al vele jaren actief is en iedereen zich aan de regels houdt (recent gesprek juli 2021).  Enkele kleine bedrijven: prima.

7.3

Overleg

Het plan is op basis van artikel 3.1.1. Bro overlegd met de volgende instanties: 1. Provincie Gelderland 2. Waterschap Rijn en IJssel 3. TenneT 4. Vitens 5. Liander 6. Gasunie Op basis van richtlijnen van de rijksoverheid is vooroverleg met deze instantie niet nodig. Er is geen rijksbelang dat hiertoe aanleiding geeft. Van de volgende instanties, die het plan ontvangen hebben, is de reactie ontvangen dat zij geen opmerkingen op het plan hebben:  Tennet  Liander

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

63

Van Gasunie en Vitens is geen reactie ontvangen. Op basis van de aanbiedingsbrief waar een reactietermijn is opgenomen valt hieruit de conclusie te trekken dat deze instanties instemmen met het plan. De volgende partners hebben enkele opmerkingen geplaatst, die hierna zijn weergegeven en beantwoord.  Provincie Gelderland  Waterschap Rijn en IJssel Provincie Gelderland De provincie geeft aan dat het plan past binnen de afspraken die gemaakt zijn in de regionale woonagenda. Dat provinciale belang is goed meegewogen. De provincie vraagt wel om concreter aan te geven op welke manier de duurzaamheidsambities van de provincie terugkomen in het plan. Zo is de provincie benieuwd naar de maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie, duurzaam bouwen, biodiversiteit, water en inrichting van groen. Hierover het volgende. De gemeente heeft voor het openbare gebied binnen de ontwikkeling een Inrichtingsplan Openbare Ruimte (IPOR) vastgesteld, waarin de duurzaamheidsambities zijn meegenomen (zie bijlage 8). De ontwikkeling is mede vanwege duurzaamheidsambities aangepast van 36 woningen naar 33 woningen. Voor de ambities voor de woningen zelf wordt aangesloten bij de maatregelen die zijn opgenomen in het Bouwbesluit, dat als zodanig een toetsingsgrond is bij de aanvragen voor een omgevingsvergunning. Waterschap Rijn en IJssel Het waterschap heeft opmerkingen op de aspecten: a.

Toename verharding; b. Waterkering; c. Riolering a. Toename verharding Opmerking Voor toename verharding wordt als uitgangspunt T100+10% gehanteerd. Dat is correct. De uitwerking wordt nog indicatief aangegeven, en daaruit blijkt dat de benodigde berging te realiseren is. Er moet dan wel ingezet worden op wadi, en infiltratiekratten, en ITriool en groene daken. Daar is nog wat in te schuiven, maar niet heel veel. Belangrijk voor ons is het uitgangspunt T100+10% en een check of het realiseerbaar is. Dat is dus akkoord. Houdt er wel rekening mee dat in de zone rond de waterkering het niet altijd mogelijk/vergunbaar is om ondergronds bijvoorbeeld infiltratiekratten aan te brengen. Daar moet bij de uitwerking wel rekening mee gehouden worden en kan beperkend werken op de opties. Reactie gemeente Hierop is de toelichting, paragraaf 5.2.2.4 aangevuld. Zie hierna bij de opmerking over de waterkering waar dit verder is uitgewerkt. b. Waterkering Opmerking De waterkering staat nu benoemd, maar met de beschrijving in de toelichting 4.9.4 lijkt het net of de waterkering geen rol speelt en er geen beperkingen worden verwacht. Dit is wat ons betreft wat te kort door de bocht. De beschermingszone, en ook Profiel van vrije ruimte liggen hier deels in het plangebied. Deze liggen onder maaiveldniveau maar bij het bouwen zal ook deels onder maaiveldniveau gewerkt worden.

En met name kelders, misschien ook kruipruimtes, kunnen dan problemen geven. Op basis van de informatie die wij nu hebben ontvangen kunnen wij dit niet goed inschatten. In de basis wordt

64

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

vooralsnog ingeschat dat het niet uitgesloten is dat er woningen komen, maar dat er mogelijk wel beperkingen/restricties gelden. Het is goed dat te benoemen. En ook om daar met elkaar over in gesprek te gaan om beter in te kunnen schatten wat de waterkering betekent voor de bouwplannen. In de toelichting vragen wij ook om hier nadrukkelijker aandacht voor te hebben en daar de teksten op aan te passen. In de regels is dit wel goed afgedicht met de opgenomen dubbelbestemming en verplichtingen met een vergunning. Voor de waterkering en werken in deze zonering is echter (ook) een watervergunning nodig. Graag deze hierbij benoemen. Reactie gemeente Uit de gemaakte opmerking wordt geconcludeerd dat de bescherming van de waterkering wel goed in de regels is verwerkt, maar dat dit beter verduidelijkt moet worden in de toelichting. Naar aanleiding van de opmerking is de toelichting aangevuld. Aan paragraaf 5.2.2.4 Waterstaat - Waterkering wordt het volgende toegevoegd om te wijzen op beperkingen van de dubbelbestemming en op de mogelijk nodige watervergunning: “Voor het bouwen en aanleggen binnen deze zone geldt een vergunningplicht als gebouwd wordt voor de andere voorkomende bestemming op de locatie. Bij deze vergunning moet vastliggen dat het bouwwerk de waterkering niet aantast, waarbij dit overlegd wordt met het waterschap. Zie artikel 6.3 van de regels.

Verder geldt ook voor diverse werken geen bouwwerk zijnde en van werkzaamheden, zoals genoemd in artikel 6.4 van de regels, dat een omgevingsvergunning nodig is die overlegd wordt met het waterschap. Daarbij moet er rekening mee gehouden worden dat mogelijk benodigde voorzieningen voor het infiltreren van water hoogstwaarschijnlijk niet binnen deze dubbelbestemming te realiseren zijn. Verder is binnen deze dubbelbestemming ook een watervergunning van het waterschap van toepassing bij de volgende activiteiten:  Kabels en leidingen leggen;  (Bouw)werken in, op en nabij waterkeringen;  Bodem- en grondwateronderzoek;  Permanente afgravingen;  Aanleggen van wegen, parkeerplaatsen, aanbermingen, op- en afritten.” c. Riolering Opmerking De riolering is meer een gemeentelijke aangelegenheid en laten we in dit geval ook aan de gemeente om te beoordelen. Voor ons goed om van op te hoogte te zijn, maar afstemming vindt primair plaats via gemeente. Reactie gemeente De gemeente heeft kennisgenomen van de opmerking. Dit is goed afgestemd.

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

65

Bijlagen toelichting

66

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

Bijlage 1

Toekomstige inrichting

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

67

Bijlage 2

68

Akoestisch onderzoek

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

69

Bijlage 4

70

Flora onderzoek

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

Bijlage 5

Onderzoek marterachtigen en jaarrond beschermd nest

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

71

Bijlage 6

72

M.e.r.-beoordeling

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

Bijlage 7

Onderbouwing economische uitvoerbaarheid

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

73

Bijlage 8

74

Inrichtingsplan openbare ruimte

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

Regels

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

75

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan 'Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak – 2022' met identificatienummer NL.IMRO.0222.LaB001-0002 van de gemeente Doetinchem; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde gestapelde woningen; 1.6 aangebouwd bijbehorend bouwwerk een bijbehorend bouwwerk dat met minimaal één gevel tegen de gevel van het hoofdgebouw is gebouwd.

Dit op een zodanige wijze dat een rechtstreekse - voor mensen toegankelijke - interne verbinding tussen beide gebouwen mogelijk is; 1.7 aan huis gebonden beroep en/of bedrijf een beroep en/of bedrijf, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en waarbij het beroep en/of bedrijf een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is (zie Bijlage 2); 1.8 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.9 antennedrager antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.10 archeologisch deskundige de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg; 1.11 archeologische verwachting een gebied met een daaraan toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.12 archeologische waarde een gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied

voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.13 archeologisch onderzoek een onderzoek gericht op het opsporen, waarderen en/of behouden van archeologische resten, al dan niet exsitu, conform de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg. Het onderzoek moet worden verricht door een dienst, bedrijf of instelling, gecertificeerd conform artikel 5.1 van de Erfgoedwet en werkend volgens de geldende kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; 1.14 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

76

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

1.15 bebouwingspercentage een percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd met gebouwen en andere bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.16 bed & breakfast een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt. Hieronder wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur; 1.17 bedrijf een zelfstandige productie-eenheid; 1.18 bestaand op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan legaal aanwezig of op grond van een vergunning toegestaan; 1.19 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.20 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.21 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk, met een dak; 1.22 boeiboord opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal; 1.23 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.24 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.25 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een

gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.26 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.27 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.28 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.29 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.30 bronmaatregel maatregel om de oorzaak van het probleem weg te nemen; 1.31 dagrecreatie recreatie in de vorm van: a. extensieve dagrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op natuurbeleving en landschapsbeleving zoals wandelen en fietsen; b. intensieve dagrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig aantrekken van (grote) groepen mensen zoals een attractiepark en een dierentuin;

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

77

1.32 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ter verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.33 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van op publiek gerichte diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen (dus geen kantoor); 1.34 druiplijn onderste horizontale lijn van een dakvlak dat geen goot heeft, bijvoorbeeld een rieten dak; 1.35 erker een erker of een uitgebouwd venster is een in plattegrond recht-, drie-, veelhoekige of halfronde uitbreiding van een ruimte in een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en in open verbinding staat met de bedoelde ruimte.

De buitenzijde bestaat uit (een borstwering en) raamconstructies (wanden die grotendeels bestaan uit glas); 1.36 erf al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van dat gebruik van dat gebouw en het plan deze inrichting niet verbiedt; 1.37 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; 1.38 externe veiligheid de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is; 1.39 functioneel verbonden huisvesting in verband met mantelzorg wordt in dit plan aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw, een en ander zoals bedoeld in artikel 1, lid 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor); 1.40 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.41 geluidsgevoelig object woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder; 1.42 geluidruimte De verdeling van de beschikbare geluidruimte per kavel passend binnen de geluidzonegrens, zoals

vastgelegd op de verkavelingskaart behorend bij het zonebeheerplan (geluidruimte per m 2); 1.43 geluidzonegrens een op grond van de Wet geluidhinder in het bestemmingsplan vastgelegd gebied rond een industrieterrein waarbuiten de geluidbelasting ten gevolge van dat industrieterrein niet meer mag bedragen dan 50 dB(A); 1.44 gevaarlijke stof stof zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); 1.45 gevellijn de als zodanig aangeduide lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd; 1.46 groepsrisico de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is;

78

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

1.47 hoofdgebouw gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.48 huishouden persoon of groep personen die een huishouden voert, waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen; 1.49 kleine windturbine een windturbine om energie op te wekken, deze staat op het maaiveld; 1.50 kwetsbaar object object zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); 1.51 lessenaarsdak een dakvorm die bestaat uit uitsluitend één dakvlak of dakschild, dat onder een zekere helling is aangebracht; 1.52 luifel een afdak met een diepte van meer dan 0,75 m, bevestigd aan de gevel van een gebouw zonder directe verbinding met de grond; 1.53 maaiveld bovenkant van een terrein dat een bouwwerk omgeeft; 1.54 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts,

wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.55 mini windturbine een windturbine om windenergie op te wekken, deze staat op het dak van een gebouw; 1.56 naar de weg gekeerde bouwgrens (voorgevelrooilijn) een lijn van een bouwvlak, gekeerd naar de weg, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten; 1.57 onderbouw een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven peil is gelegen; 1.58 ondergronds bouwwerk een bouwwerk of een gedeelte van een bouwwerk, dat zich geheel onder het niveau van het maaiveld bevindt en daarmee niet gelijk ligt of erboven uit steekt; 1.59 openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, maar ook pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar toegankelijk gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.60 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.61 overkapping een bouwwerk met een open constructie; 1.62 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam

met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

79

1.63 peil a. voor bouwwerken op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang vermeerderd met 0,30 m; b. voor bouwwerken op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. als in of op het water wordt gebouwd: het gemiddeld waterpeil ter plaatse; d. voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: het hoogste punt van het aansluitende afgewerkte bouwperceel (incidentele verhogingen niet meegerekend); 1.64 plaatsgebonden risico (PR) risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is; 1.65 plaatsgebonden risicocontour 10-6 plaatsgebonden risicocontour waarbinnen de kans 1 op de 1.000.000 per jaar is dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is; 1.66 rijbaan elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van fietspaden; 1.67

(rij)wegen alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin gelegen bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; 1.68 risicobron 1. inrichtingen bij welke ingevolge het 'Bevi' een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten en/of; 2. inrichtingen waar opslag, overslag en/of het gebruik van gevaarlijke stoffen plaatsvindt én die behoren tot een categorie van inrichtingen als bedoeld in bijlage 1 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer én waarvan het invloedsgebied tot over de eigen perceelsgrens reikt en/of; 3. inrichtingen waarvoor, krachtens artikel 3.12, 3.17, 3.18, 3.28, 4.1, 4.3, 4.4, 4.5, 4.7 of 4.81 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, regels gelden bij de opslag, overslag en / of het gebruik van gevaarlijke stoffen met betrekking tot minimaal aan te houden afstanden ten aanzien van (beperkt) kwetsbare objecten en/of; 4. een inrichting waarin meer dan 1.000 kilogram consumentenvuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit of waarin professioneel vuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit wordt opgeslagen of bewerkt of; 5.

inrichtingen die niet onder 1 tot en met 4 vallen en waarvan de plaatsgebonden risicocontour 10 -6 per jaar voor het plaatsgebonden risico is gelegen buiten de eigen perceelsgrens; 6. Transporten van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor die vallen per 1 april 2015 onder het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); 7. Transportleidingen voor gas, olie en chemicaliën (buisleidingen) die vallen onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); 1.69 risicocontour denkbeeldige contour rondom een object (een bedrijf, buisleiding of weg), waarbinnen in geval van een calamiteit de bevolking ongewenste risico's loopt in de zin van doden en gewonden; 1.70 ruimtelijke uitwerking de aard, de omvang, de intensiteit, maar ook de ruimtelijke uitstraling van het gebruik en/of de functie van gronden en/of bouwwerken;

80

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

1.71 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: a. een seksbioscoop; b. een seksautomatenhal; c. een sekstheater; d. een parenclub; e. een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder ook begrepen een erotische massagesalon; al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel. Thuisprostitutie en een escortbedrijf vallen niet onder het begrip seksinrichting.

1.72 straatmeubilair bij of op de weg behorende bouwwerken zoals verkeersgeleiders, abri's, zitbanken, reclamezuilen, bloembakken, ondergrondse vuilcontainers en cocons van vuilcontainers; 1.73 thuisprostitutie een vorm van prostitutie, waarbij de seksuele dienstverlening plaatsvindt op het woonadres van de prostituee en waarbij ook uitsluitend door deze prostituee op dit adres wordt gewerkt als prostituee; 1.74 tijdelijke woonunit een demontabel en/of relatief eenvoudig verwijderbaar gebouw voor huisvesting voor mantelzorg onder welke benaming ook aangeduid, doch in het spraakgebruik als woonunit wordt aangemerkt, bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van woon-, dag- en/of nachtverblijf; 1.75 twee-onder-een-kap woning een woning die deel uitmaakt van een blok van maximaal twee aaneengebouwde woningen; 1.76 toegangspartij een toegangspartij of een uitgebouwde toegang is een uitbreiding van de toegangsruimte (hal) van een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en al dan niet in open verbinding staat met die ruimte; 1.77 verantwoording groepsrisico het afleggen van verantwoording over het genomen besluit om toename van het groepsrisico toe te staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7733/documents/40722