CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Vast te stellen bestemmingsplan Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022.pdf

beeldvormende raad 15 september 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Bestemmingsplan Keppelseweg tussen 384 en 40434.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.3

Akoestiek

4.3.1 Industrielawaai In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat rond industrieterreinen waarop bepaalde, krachtens het Besluit omgevingsrecht (Bor) aangewezen, inrichtingen zijn gevestigd of zich mogen vestigen (grote lawaaimakers), een geluidszone moet zijn vastgesteld. Met deze zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel lawaaimakers als aan woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Gezoneerde inrichtingen kunnen aan de ene kant hun geluidsproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de gezoneerde inrichtingen. Buiten deze geluidszone mag de geluidsbelasting door industrielawaai niet meer bedragen dan 50 dB(A) (de voorkeursgrenswaarde industrielawaai). In de omgeving van de planlocatie liggen 2 gezoneerde inrichtingen, te weten:  ijzergieterij van Nannoka Vulcanus Doetinchem B.V.;  motorcrossterrein Heksenplas van TCD Hummelo. De planlocatie ligt buiten de zonering van de ijzergieterij, echter wel binnen het invloedsgebied. Daarnaast ligt de planlocatie binnen het invloedsgebied van TCD Hummelo.

26

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

Voor niet-gezoneerde vergunningplichtige inrichtingen, te weten De Veldhoen en Brutra, is de toegestane geluidbelasting vastgelegd in de omgevingsvergunning. Voor bedrijven die vallen onder het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, kortweg Activiteitenbesluit milieubeheer, gelden algemene geluidsvoorschriften. De effecten van specifieke inrichtingen op de planlocatie worden behandeld in paragraaf 4.7. 4.3.2 Wegverkeerslawaai Witteveen+Bos heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de planlocatie. Dit is opgenomen in bijlage 2. In deze paragraaf worden de resultaten hiervan weergegeven. Deze paragraaf heeft betrekking op het wegverkeerslawaai ten gevolge van de Keppelseweg. Beleidskader Wet geluidhinder Bij het middels een planologische procedure mogelijk maken van realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zone van een weg, is de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De zonebreedte van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en de situering van de weg. Voor de N317 geldt dat dit een binnenstedelijke weg is met ter hoogte van de planlocatie 2 rijstroken. De zonebreedte van de N317 ter plaatse van de planlocatie bedraagt hierdoor 200 m. Hierdoor valt de planlocatie binnen de zone van de N317. De geluidsbelasting wordt getoetst ter plaatse van de gevels van de geprojecteerde woningen.

Voor een nieuwe woning binnen de zone van een binnenstedelijke weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde bedraagt 63 dB. De overige wegen nabij de planlocatie zoals het Kerkepad en de wegen binnen de planlocatie zijn akoestisch niet relevant. Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 Sinds 1 juli 2012 is het 'reken- en meetvoorschrift geluid 2012' van toepassing (RMG 2012). Dit is van toepassing op voorliggend onderzoek. Aftrek artikel 110g Wet geluidhinder Op de berekende waarde wordt een correctie in overeenstemming met artikel 110g van de Wet geluidhinder toegepast. Dit artikel voorziet in de verwachte afname van de geluidemissie van verkeersbronnen in de toekomstige situatie: de tijdelijke (artikel 3.4 tweede lid) aftrek is geregeld in art. 3.4, eerste lid RMG2012 en bedraagt: a. 3 dB voor wegen met snelheid van 70 km/u of meer en de geluidsbelasting t.g.v. de weg, zonder aftrek art. 110g Wgh, 56 dB; b. 4 dB voor wegen met snelheid van 70 km/u of meer en de geluidsbelasting t.g.v. de weg, zonder aftrek art. 110g Wgh, 57 dB; c. 2 dB voor wegen met snelheid van 70 km/u of meer en de geluidsbelasting t.g.v. de weg, zonder aftrek art. 110g Wgh, afwijkt van bovengenoemde bedragen; d. 5 dB voor overige wegen; e. 0 dB bij bepaling van de geluidwering van de gevel (toepassing art. 3.2 en 3.3 Bouwbesluit 2012 en art. 111b Wgh).

De rijsnelheid bedraagt hier maximaal 50 km/uur, derhalve is de aftrek conform art. 110g 5 dB. Verkeersgegevens N317 In tabel 4.1 zijn de verkeerscijfers opgenomen op het wegvak ter hoogte van de planlocatie.

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

27

Tabel 4.1: Verkeersintensiteiten N317 Voertuigcategorie/periode lichte voertuigen middelzware voertuigen zware voertuigen

Gemiddelde uurintensiteit, mvt/uur Dagperiode Avondperiode Nachtperiode 07.00 - 19.00 uur 19.00 - 23.00 uur 23.00 - 07.00 uur 579 296 76 47 11 7 30 7 4

De wegdekverharding bestaat binnen de bebouwde kom uit Dicht Asfalt Beton (DAB). Buiten de bebouwde kom komt het wegdektype overeen met Dunne deklaag B. De rijsnelheid bedraagt ter hoogte van de planlocatie maximaal 50 km/uur. Buiten de bebouwde kom bedraagt de rijsnelheid 80 km/uur. Situering kavels Voor de berekeningen is uitgegaan van het aangeleverde ontwerp. Afbeelding 4.1 geeft de ligging van de woningen weer. Voor de woningen is uitgegaan van 3 bouwlagen. De nummers van de woningen komen overeen met de nummers van de toetspunten in de bijlage van het onderzoeksrapport.

Afbeelding 4.1: Situering woningen

28

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

Berekeningen en resultaten Akoestisch overdrachtsmodel Er is een akoestisch overdrachtsmodel opgesteld op basis van het plan en de verkeersgegevens. Hiertoe is gebruik gemaakt van Geomilieu versie 5.21. Op de gevels van de woningen zijn toetspunten gemodelleerd. Akoestisch harde bodemgebieden zoals water, wegen en het bouwvlak zijn met een bodemfactor van 0 % ingevoerd. De overige gebieden zijn akoestisch zacht. Een overzicht van het model en de ligging van de toetspunten is in detail opgenomen in bijlage 2. Resultaten In onderstaande tabel is enkel voor de bouwblokken met een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde de maximaal berekende geluidbelasting per woning, inclusief aftrek art. 110g Wgh, opgenomen. De complete lijst met resultaten per toetspunt is opgenomen in bijlage 2. Geluidbelasting Lden [dB] Nr. Hoogte 1,5 m Hoogte 4,5 m 11 58 59 12 59 59 13 53 54 14 51 52 15 49 51 16 46 49 17 45 48 18 46 49 19 41 47 20 42 47 21 45 49 22 47 50 23 45 48 Tabel 4.2: Maximale geluidbelasting per woning inclusief aftrek artikel 110g Wgh

Hoogte 7,5 m 59 59 54 53 51 50 50 50 49 49 50 51 50

Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van de N317 de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op 13 woningen overschrijdt. De maximale geluidbelasting als gevolg van de N317 (inclusief aftrek art. 110g Wgh) bedraagt 59 dB. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Vanwege de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde dient er een hogere waarde, voor de woningen met een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, aangevraagd te worden vanwege het wegverkeerslawaai. Het bevoegd gezag mag hogere waarden alleen verlenen als toepassing van maatregelen ondoeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Als maatregel om de geluidbelasting te reduceren is het toepassen van stil wegdek theoretisch een optie. De reductie van de geluidbelasting door toepassing van dunne deklagen type B op de N317, binnen de bebouwde kom (aansluitend op de bestaande dunne deklaag B), is circa 3 dB. Door het toepassen van een stil wegdek binnen de bebouwde kom resteren er 6 woningen met een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Het gaat om de nummers, zoals aangegeven in afbeelding 5.1, 11 tot en met 15 en nummer 22. Zoals aangegeven is het toepassen van stil wegdek theoretisch een optie.

Echter, is de geluidreductie beperkt en leidt niet tot het wegnemen van alle overschrijdingen. Daarnaast is deze bronmaatregel naar verwachting financieel niet haalbaar in verhouding tot onderhavig plan.

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

29

Het toepassen van overdrachtsmaatregelen zoals het plaatsen van een geluidscherm is op deze locatie niet effectief vanwege de benodigde onderbrekingen in het scherm ter plaatse van de inritten naar de bestaande en nieuwe woningen. Cumulatie Cumulatie van geluidbronnen is niet aan de orde, aangezien wegverkeerslawaai overheerst boven industrielawaai. Industrielawaai ligt circa 10 dB onder wegverkeer (zonder aftrek van art. 10 Wgh). Wegverkeer is meestal maatgevend voor de gevelwering, mede omdat hiervoor vaak meer maatregelen moeten worden toegepast dan bij industrielawaai om aan het benodigde binnenniveau te kunnen voldoen. Het vereiste binnenniveau voor industrielawaai is 35 dB en voor wegverkeerslawaai is dit 33 dB. In cumulatie zou het mogelijk enkele tienden verschil uit kunnen maken, maar dit leidt gezien het voorgaande en in de afronding niet tot een relevant verschil. Conclusie Voor de nieuwbouwplannen wordt als gevolg van de N317 de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor 13 woningen overschreden. Er zullen derhalve hogere waarden aangevraagd dienen te worden vanwege wegverkeerslawaai. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Bronmaatregelen zijn (technisch) een optie maar de geluidreductie van bronmaatregelen is beperkt en leidt niet tot het wegnemen van alle overschrijdingen.

Daarnaast zijn bronmaatregelen naar verwachting financieel niet haalbaar in verhouding tot onderhavig plan. 4.3.3 Railverkeerslawaai Er ligt geen spoorlijn in de nabijheid van het plangebied.

4.4

Luchtkwaliteit

In de Wet milieubeheer titel 5.2 (Wet luchtkwaliteit) zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen. Hierin is opgenomen dat een project geen belemmering vormt voor de luchtkwaliteit wanneer kan worden aangetoond dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 5.16, 1ste lid, onder c, Wm). Een project draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging wanneer de maximale bijdrage lager is dan 3 % van de jaargemiddelde grenswaarde van de concentraties fijnstof (PM 10) en stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2. Werkwijze en uitgangspunten Met behulp van de NIBM-tool (versie 2020) is bepaald of de bijdrage aan de luchtkwaliteit van de nieuwe situatie (33 woningen) niet in betekenende mate is. De NIBM-tool is ontwikkeld om op een eenvoudige en snelle manier te bepalen of een plan niet in betekenende mate bijdraagt. Hiervoor hoeft alleen het extra aantal voertuigbewegingen en het aandeel vrachtverkeer te worden ingevoerd. Voor de overige invoergegevens is in de NIBM-tool uitgegaan van worstcase omstandigheden. De niet in betekenende mate bepaling is gebaseerd op 247 extra voertuigbewegingen (tabel 4.3) en een aandeel vrachtverkeer van nul procent.

Dit kan beschouwd worden als een worst case benadering omdat dit aantal het totaal aan voertuigbewegingen van de 33 woningen bevat inclusief de planologisch reeds mogelijke 15 woningen.

30

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

Woningtype

Gemiddeld CROWkengetal 8,1 7,3 7,7

Vrijstaande woning (koop) tussen/hoekwoning (koop) Twee-onder-één-kap (koop) Totaal Tabel 4.3: Berekening aantal voertuigbewegingen

Aantal woningen 1 18 14

Aantal extra verkeersbewegingen 8,1 131,4 107,8

33

247,3

Resultaten en conclusies Uit de resultaten van de NIBM-tool blijkt dat de maximale bijdrage van het extra verkeer op de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 respectievelijk 0,18 µg/m3 en 0,04 µg/m3 bedraagt. Deze bijdragen liggen ruim onder de in betekenende mate grens van 1,2 µg/m3. Het project draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en voldoet daarmee aan artikel 5.16, eerste lid onder c, van de Wet milieubeheer. Het nieuwe bouwplan is daarmee niet strijdig met de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer.

4.5

Geurhinder

Geen van de omliggende bedrijven heeft een vergunde geurcontour. In eerdere planologische procedures (vrijstellingsprocedure ex artikel 19 Wet op de Ruimtelijke Ordening in 2006 voor woningbouw op de planlocatie en bestemmingsplan Langerak 2008) zijn derhalve vanwege dit aspect geen belemmeringen verwacht voor de realisatie van een woonfunctie. Gezien de ligging van de bestaande woonbebouwing in de omgeving van de planlocatie ten opzichte van geurrelevante bedrijven, is deze bestaande woonbebouwing bepalend voor de beoordeling van de geurbelasting en niet de woonbebouwing op de planlocatie. Onderhavig plan brengt hier geen verandering in.

4.6

Externe veiligheid

Externe veiligheid betreft de beheersing van de risico's en gaat om het gebruik, de opslag, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen. De gevaarlijke stoffen kennen 2 verschillende bronnen:  stationaire bronnen, zoals een fabriek of een LPG-vulpunt;  mobiele bronnen, zoals transport van gevaarlijke stoffen over wegen en door leidingen. Voor inrichtingen (bedrijven) is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' van belang. In dit besluit wordt externe veiligheid omschreven als 'de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen de inrichting waar een gevaarlijke stof bij betrokken is'. Voor transport is de 'Wet vervoer gevaarlijke stoffen' van belang. Daarnaast is er een aantal besluiten en regelingen vastgesteld waarin het beleid verder uitgewerkt is, waaronder het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij externe veiligheid wordt een onderscheid gemaakt tussen een plaatsgebonden risico en een groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon, die zich gedurende een jaar onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren.

Er geldt een contour waarbinnen die kans 10 -5 (één op 100.000) en een contour waarbinnen deze kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze contour mogen

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

31

in ieder geval geen kwetsbare objecten (onder andere scholen, gebouwen waar zich veel mensen bevinden en gebouwen waar zich minder zelfredzame personen kunnen bevinden) aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Het groepsrisico is de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Voor de contour van het groepsrisico geldt in ieder geval dat het niet wenselijk is om hier kwetsbare bestemmingen toe te staan. Het streven moet zijn om het aantal personen binnen het invloedsgebied onder de oriëntatiewaarde en waar mogelijk zo laag mogelijk te houden. Beoordeling externe veiligheid planlocatie

Afbeelding 4.2: Aanwezige risico's rondom de planlocatie (bron: Risicokaart.nl, 4 november 2020) Op basis van afbeelding 4.2, een uitsnede van de risicokaart (uitsnede van Risicokaart.nl, 2020), kan het volgende worden vastgesteld:  in of nabij de planlocatie zijn geen inrichtingen aanwezig waarin gevaarlijke stoffen zijn opgeslagen. Daarmee worden de PR10-6 contour en het groepsrisico niet overschreden en voldoet de ontwikkeling aan de eisen uit het Bevi;  over de aanliggende wegen worden geen gevaarlijke stoffen getransporteerd. Daarmee wordt de PR10 -6 contour en het groepsrisico niet overschreden en voldoet de ontwikkeling aan de eisen uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en aan het Bevt;  in of nabij de planlocatie zijn geen buisleidingen (hoge druk gasleidingen) aanwezig. Daarmee wordt de PR10-6 contour en het groepsrisico niet overschreden en voldoet de ontwikkeling aan de eisen uit het Bevb. Conclusie Het vroegere bouwplan op de planlocatie is in het kader van de eerdere planologische procedures ook getoetst aan externe veiligheid. Er waren toen geen belemmeringen. De beoogde wijziging is dusdanig klein van aard dat dit geen effect heeft op deze conclusie. Daarnaast leveren ook de geactualiseerde bronnen en wetgeving geen risico op. In de nabijheid van de planlocatie zijn geen risicobronnen aanwezig.

Dit betekent dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de regelgeving voor externe veiligheid en dat dit aspect geen belemmering vormt voor het voornemen.

32

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

4.7

Bedrijven en milieuzonering

Op de planlocatie ligt reeds een woonbestemming. Het voorliggende plan wijkt af van het onderliggende plan door toevoeging van woningen en een andere indeling van de bouwblokken. De bouwblokken van de woningen komen niet dichter bij relevante omliggende bedrijven te liggen dan reeds voorzien was in het vigerende bestemmingsplan. Er is derhalve geen beperking van de milieurechten van bedrijven aan de orde als gevolg van dit plan. Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft 2 doelen:  het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;  het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. In de omgeving van de planlocatie zijn woningen en bedrijven gelegen.

De woningen hebben geen invloed op de planlocatie. De bedrijven die gevestigd zijn in de omgeving van de planlocatie kunnen wel invloed hebben. Het gaat om de volgende bedrijven: 1. ijzergieterij Nannoka Vulcanus, gelegen aan de Keppelseweg 347-353 te Langerak; 2. zalencentrum De Veldhoen, gelegen aan de Keppelseweg 420 te Langerak; 3. werkplaats van transportbedrijf Brutra, gelegen naast de Veldhoen aan de Keppelseweg 420 te Langerak; 4. motorcrossterrein Heksenplas van TCD, gelegen aan de Rijksweg 111 te Hummelo. Zie afbeelding 4.3 voor de locaties van de verschillende bedrijven. De nummers op de afbeelding corresponderen met bovenstaande nummering. Per bedrijf is de volgende paragrafen de vergunning situatie aangegeven en worden de belangrijkste milieuthema's behandeld. Hierbij wordt een vergelijking gemaakt tussen onderhavig plan en de huidige planologische situatie.

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

33

Afbeelding 4.3: Locatie relevante bedrijven 4.7.1 Nannoka Vulcanus Nannoka Vulcanus betreft een vergunningplichtige inrichting waarvoor een geluidzone is vastgesteld. De provincie Gelderland is bevoegd gezag. De planlocatie ligt in de geluidzone industrielawaai die in het bestemmingsplan is vastgelegd. Als gevolg van de geluidbelasting van Nannoka Vulcanus is voor een aantal woningen in de omgeving van het bedrijf een hogere waarde vastgesteld. De wijzigingen in het plan voor de locatie 'De Kruisbergsche bossen' hebben geen effect op de maximale waarde waarvoor ontheffing is verleend. Er is derhalve geen verschil in beoordeling als gevolg van het aangepaste plan. Er is sprake van geuremissies als gevolg van de procesvoering van de ijzergieterij. Er is een geuronderzoek in de vergunning voorgeschreven. Dit heeft niet geleid tot het opnemen van een geurcontour in de omgevingsvergunning. Er zijn in de vergunning maatwerkvoorschriften opgenomen die ten doel hebben om geuroverlast voor de omgeving te beperken. Het voorliggende plan voorziet niet in geurgevoelige bestemmingen die dichterbij Nannoka Vulcanus zijn gelegen dan in de huidige planologische situatie het geval is.

Het plan leidt niet tot een andere, mindere woon- en leefkwaliteit dan waar de gemeente Doetinchem eerder haar besluitvorming in de vrijstellingsprocedure in 2006 en de bestemmingsplanprocedure in 2008 op heeft gebaseerd. Hierover heeft de provincie Gelderland destijds in een reactie aangegeven dat deze contouren geen belemmering vormen voor het voorgenomen bouwplan op de planlocatie. Dit milieuaspect is derhalve ongewijzigd. Voor de ten aanzien van Nannoka Vulcanus relevante milieuaspecten geur en geluid geeft het voorliggende plan geen verschil in beoordeling ten opzichte van het reeds planologisch toegestane bouwplan. Hieruit kan geconcludeerd worden dat milieu als gevolg van Nannoka Vulcanus geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

34

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

4.7.2 Zalencentrum De Veldhoen Zalencentrum De Veldhoen ligt ten noordwesten van de planlocatie. Het zalencentrum heeft een omgevingsvergunning milieu als gevolg van de aanwezige inpandige schietbaan. Volgens de vigerende vergunning mag het bedrijf een geluidsbelasting veroorzaken van 55 dB(A) etmaalwaarde op de dichtstbijzijnde woningen, of als die er niet zijn op 50 m van de inrichting. De meest nabijgelegen woningen in de richting van de planlocatie zijn de woningen aan de Keppelseweg 414 en 412 en de woning aan de Keppelseweg 378 (ten noorden van de planlocatie). De bestaande omliggende woningen zijn dichterbij De Veldhoen gelegen dan de nieuw te realiseren woningen op de planlocatie. In de eerdere planologische beoordeling die heeft plaatsgevonden in het kader van het mogelijk maken van een woonbestemming op de locatie is de conclusie getrokken dat de inrichting voldoet aan de vergunning. Het plandeel waarop de onderhavige ruimtelijke onderbouwing betrekking heeft, ligt op circa 50 m van de grens van de inrichting. Aangenomen kan worden dat de geluidsbelasting in dat plandeel, ten gevolge van De Veldhoen, op grond van de vigerende vergunning en de feitelijke situatie, niet meer zal zijn dan 50 dB(A).

Bovenstaande betekent enerzijds dat de woningen de vergunde geluidrechten van De Veldhoen niet aantasten en anderzijds dat de geluidsbelasting op de planlocatie ten gevolge van De Veldhoen de realisatie van woningen niet in de weg staat. 4.7.3 Brutra Een werkplaats van het transportbedrijf Brutra ligt eveneens ten noordwesten van de planlocatie naast zalencentrum de Veldhoen, achter een woning. De dichtbijgelegen woningen in de richting van de planlocatie zijn de woningen aan de Keppelseweg 414 en 412. De werkplaats van Brutra is in december 2016 afgebrand. Brutra heeft het voornemen tot herbouw binnen de bestaande planologische mogelijkheden. Voor de beoordeling van de geluidsaspecten van Brutra is dan ook uitgegaan van de bestaande planologische situatie voor Brutra, niet van de feitelijke situatie waarin de werkplaats niet meer aanwezig is. De woningbouw vormde in de huidige planologisch toegestane situatie geen belemmering voor Brutra en andersom vormde de geluidsbelasting van Brutra ook geen belemmering voor de woningen. Dit is met onderhavig plan niet gewijzigd. Opgemerkt wordt dat voor de opnieuw te ontplooien activiteiten van Brutra de bestaande woningen in de omgeving van de planlocatie maatgevend zijn. 4.7.4 TCD Het motorcrossterrein van TCD betreft een vergunningplichtige inrichting waarvoor een geluidzone is vastgesteld. De planlocatie ligt binnen deze zone.

De wijzigingen in het plan hebben echter niet tot gevolg dat woningen dichterbij het motorcrossterrein komen. Het aangepaste plan leidt derhalve niet tot een gewijzigde planologische toetsing. Het meest noordelijke deel van de planlocatie is gelegen binnen de 55 dB(A) contour van TCD. In de vergunning van de inrichting (Beschikking van de gedeputeerde staten van Gelderland, vastgesteld op 2 december 1994) is reeds opgenomen dat deze geluidsbelasting op woningen is toegestaan mits gevelisolatie een binnenniveau van 40 dB(A) garandeert. Bovenstaande betekent enerzijds dat de woningen de vergunde geluidrechten van motorcrossterrein TCD niet aantasten en anderzijds dat de geluidsbelasting in de planlocatie ten gevolge van het motorcrossterrein de realisatie van woningen niet in de weg staat. Immers, het was reeds mogelijk om woningen te realiseren op de planlocatie.

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

35

4.7.5 Onderzoek en conclusie Doordat de woningen eenzelfde milieubescherming kennen als de geldende woonbestemming en de nieuwe woningen niet dichterbij de relevante bedrijven worden gepositioneerd dan in de bouwvlakken in het vigerende bestemmingsplan, leidt de realisatie van de woningen niet tot een aantasting van de bestaande milieurechten van de relevante bedrijven en staat de milieubelasting van deze bedrijven de realisatie van de woningen niet in de weg. Immers, bij het vaststellen van de vergunningen en de huidige woonbestemming in het bestemmingsplan is hier reeds rekening mee gehouden. De voorliggende wijziging van het plan is van dien aard dat er ook nu geen belemmeringen zijn.

4.8

Flora en fauna

Voor deze ruimtelijke onderbouwing is onderzoek gedaan naar de flora en fauna in en om de planlocatie. Bijlage 3 is de volledige natuurtoets, hierin zijn mogelijke effecten van geplande werkzaamheden ten behoeve van de herontwikkeling van de locatie (bouw van de woningen) op de mogelijk aanwezige beschermde natuurwaarden onderzocht en getoetst. Er is getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb), waaronder gebiedsbescherming (Natura 2000) en soortbescherming vallen. Daarnaast is getoetst of de geplande werkzaamheden negatieve effecten hebben op gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Naast het bepalen van de effecten van het voornemen op beschermde soorten, zijn ook de juridische consequenties en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen, zoals een ontheffingsaanvraag en eventuele mitigerende en/of compenserende maatregelen, inzichtelijk gemaakt. 4.8.1 Beleid Rijk Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen effecten hebben op actuele natuurwaarden. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt de voormalige Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en Boswet. In de Wet natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming.

Provincie Het ruimtelijk beleid van de provincie Gelderland is vastgelegd in een tweetal documenten, te weten de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland´, en de 'Omgevingsverordening Gelderland'. In de omgevingsvisie is het Gelders Natuurnetwerk (GNN) beschreven als belangrijk onderdeel om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties te beschermen. In de Omgevingsverordening is de begrenzing van het NNN (voorheen EHS) vastgelegd. De gebieden die nog niet als natuur zijn ingericht in de voormalige Ecologische Hoofdstructuur heten nu de Groene Ontwikkelingszone (GO). 4.8.2

Onderzoek en conclusie

Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt op relatief grote afstand (tenminste acht kilometer) van omliggende Natura 2000gebieden. Het optreden van directe effecten, zoals verstoring door oppervlakteverlies, geluid, licht, trilling of optische verstoring kan als gevolg van de afstand tussen het plangebied en omliggende Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet nodig. Daarentegen kan niet worden uitgesloten dat de geplande werkzaamheden leiden tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Uit de uitgevoerde voortoets stikstofdepositie blijkt echter dat de gewenste ontwikkeling zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase niet leidt tot nadelige effecten als gevolg van

36

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Er treden geen significant nadelige effecten op met betrekking tot het aspect verzuring op Natura 2000-gebieden. Het optreden van andere indirecte effecten is als gevolg van de afstand tevens niet aan de orde. Vervolgstappen zijn niet nodig. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het NNN (GNN en GO). Voor gronden die grenzen aan het NNN, maar daar zelf buiten liggen, gelden volgens het provinciale NNN-beleid geen beperkingen. Het NNN heeft geen 'externe werking' die een toets van gebruik aangrenzend aan het natuurgebied verplicht stelt. Omdat het plangebied geheel buiten het NNN valt, is er geen sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. In het kader van een zorgvuldige planvoorbereiding en een goede ruimtelijke ordening is wel beoordeeld of het plan de kernkwaliteiten van nabijgelegen GNN/GO nadelig kan beïnvloeden. Er is geconcludeerd dat dit niet het geval is. Effecten op beschermde soorten In de onderstaande tabel zijn de bevindingen en conclusies ten aanzien van de beschermde soorten samengevat.

Er blijkt uit het onderzoek dat er geen sprake is van belemmeringen voor onderhavig bouwplan, mits rekening wordt gehouden met:  algemene zorgplicht van de Wnb;  uitvoeren van werkzaamheden overdag en gebruik maken van vleermuisvriendelijk lichtbeheer;  uitvoering van bouwwerkzaamheden in relatie tot het broedseizoen vanwege broedvogels. Op basis van de locatie en de aanwezigheid van (deels) geschikt biotoop is het voorkomen van beschermde vaatplantsoorten in het plangebied niet helemaal uit te sluiten. Uit nader onderzoek naar vaatplanten, bestaande uit enkele veldbezoeken tijdens de bloeiperiode van de betreffende soorten, moet blijken of het plan negatieve effecten heeft voor deze soortgroep. Als gevolg van geplande werkzaamheden is overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb voor kleine marterachtigen niet uit te sluiten. Er wordt nader onderzoek naar het voorkomen van kleine marterachtigen in het plangebied uitgevoerd. Dit onderzoek bestaat uit het plaatsen van enkele wildcamera's in daarvoor bestemde Mostela's en Struikrovers, waarmee doormiddel van foto's en video's de aanwezigheid van kleine marterachtigen wordt onderzocht. Het nader onderzoek naar vaatplaten en marters wordt uitgevoerd tijdens de bestemmingsplanprocedure. De resultaten van dit aanvullend onderzoek worden toegevoegd voor de definitieve vaststelling van het bestemmingsplan.

Zo mogelijk worden mitigerende maatregelen getroffen dan wel indien noodzakelijk wordt een ontheffing Wnb aangevraagd. Er is op voorhand geen aanleiding om te verwachten dat deze ontheffing niet verkregen kan worden. In een eik ten noorden van het plangebied is een vogelnest aangetroffen. Dit nest is vermoedelijk niet meer in gebruik, maar niet zeker is of het nog in gebruik is en of het nest jaarrond beschermd is. Nader onderzoek is nodig om vast te stellen wat de status van dit nest is. Indien wordt vastgesteld dat het nest een jaarrond beschermde status heeft, dan zal het nest als gevolg van de werkzaamheden in de uitvoeringsfase en de verwachte verstoring in de gebruiksfase zijn huidige functie niet meer kunnen vervullen. In dat geval is een ontheffing nodig voor het verstoren van een jaarrond beschermd nest. Er wordt nader onderzoek naar het nest in het plangebied uitgevoerd. Het nader onderzoek wordt uitgevoerd tijdens de bestemmingsplanprocedure. De resultaten van dit aanvullend onderzoek worden toegevoegd voor de definitieve vaststelling van het bestemmingsplan. Indien noodzakelijk wordt een ontheffing Wnb aangevraagd. Er is op voorhand geen aanleiding om te verwachten dat deze ontheffing niet verkregen kan worden.

Indien pulsgeluid of trilling veroorzakende werkzaamheden (heien of trillen) plaatsvinden, is nader soortgericht onderzoek nodig naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten binnen de

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

37

verstoringscontour. Dit in ieder geval voor huismus en als in de broedperiode wordt getrild ook voor de overige soorten. Momenteel is nog niet bekend op welke wijze de bouwwerkzaamheden exact worden uitgevoerd. Op het moment dat de werkwijze bekend is, dient beoordeeld te worden of nader soortgericht onderzoek benodigd is alvorens de werkzaamheden in uitvoering gaan. Wanneer alleen reguliere bouwwerkzaamheden plaatsvinden (niet heien of trillen), dan is de verstoringscontour zeer beperkt, en is de verwachting dat onderzoek naar jaarrond beschermde nesten niet nodig is. Indien pulsgeluid of trillingen plaatsvinden tijdens de bouwwerkzaamheden, wordt nader soort gericht onderzoek uitgevoerd en worden zo mogelijk mitigerende maatregelen getroffen dan wel indien noodzakelijk wordt een ontheffing Wnb aangevraagd. Er is op voorhand geen aanleiding om te verwachten dat deze ontheffing niet verkregen kan worden. Daarmee vormt het aspect flora en fauna geen belemmering voor het plan. Tabel 4.4: Samenvattende tabel Soortgroep Kans op overtreding Vervolgstappen nodig? Ontheffing Wnb? aanvragen? Mitigerende Vervolgonderzoek maatregelen (indien mitigatie niet mogelijk of niet voldoende) flora ja, indien geen, wel zorgplicht.

ja, vervolgonderzoek mogelijk, afhankelijk beschermde in de vorm van nader van de uitkomsten vaatplanten binnen soortgericht van het nader het plangebied onderzoek tijdens de onderzoek. aanwezig zijn. bloeiperiode van de betreffende soorten. grondgebonden ja, indien er kleine geen, wel zorgplicht. ja, vervolgonderzoek mogelijk, afhankelijk zoogdieren marterachtigen Vernielen van naar de van de uitkomsten binnen het konijnenburchten aanwezigheid van van het plangebied aanwezig alleen als is kleine marters. vervolgonderzoek. zijn. uitgesloten dat in de burchten nog konijnen aanwezig zijn en buiten de voorplantingsperiode (jan-juli). vleermuizen ja, indien ja, werkzaamheden nee nee, mits foeragerende / overdag uitvoeren en mitigerende overvliegende gebruik maken van maatregelen in acht vleermuizen worden vleermuisvriendelijk worden genomen. verstoord. lichtbeheer ja, indien ja, werkzaamheden nee, mits nee, mits verblijfplaatsen van overdag uitvoeren en mitigerende mitigerende vleermuizen worden gebruik maken van maatregelen in acht maatregelen in acht verstoord. vleermuisvriendelijk worden genomen. worden genomen. lichtbeheer, en Indien dit niet trillingvrij werken. mogelijk is, dan dient conform vleermuisprotocol 2021 de aanwezigheid van

38

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

verblijfplaatsen in de aangrenzende bebouwing te worden onderzocht. vogels (algemene ja, indien broedparen ja, drie nee nee, mits broedvogels) worden verstoord. mogelijkheden: mitigerende - buiten het maatregelen in acht broedseizoen werken worden genomen. - werkzaamheden voor het broedseizoen inzetten en continu doorwerken - of plangebied ongeschikt maken voor broedvogels vogels (jaarrond ja, ja, pulsgeluid en ja, ja, beschermde nesten) - indien jaarrond trilling - indien pulsgeluid of - indien pulsgeluid of beschermde nesten veroorzakende trillingveroorzakende trillingveroorzakende van huismus in werkzaamheden werkzaamheden werkzaamheden omgeving plangebied buiten broedperiode plaatsvinden is nader worden uitgevoerd in (indirect) worden huismus soortgericht periode maart aangetast door - nee, bij beschermde onderzoek nodig augustus en uit geluid en trillingen status nest langs naar aanwezigheid soortgericht - indien het nest noordzijde jaarrond beschermde onderzoek volgt dat langs noordrand plangebied zal a.g.v. nesten binnen de hierdoor nesten plangebied een werkzaamheden het verstoringscontour. (indirect) worden jaarrond beschermd nest zijn huidige - de status van het aangetast. nest betreft functie niet meer nest langs noordzijde - indien nest langs kunnen vervullen plangebied dient te noodzijde plangebied door toegenomen worden onderzocht.

een jaarrond verstoring in zowel beschermde status uitvoerings- als heeft. gebruiksfase. In dat geval ontheffing nodig. amfibieën nee geen, wel zorgplicht nee nee reptielen nee, mits plangebied nee nee mitigerende kaalmaken wanneer maatregel wordt hazelworm actief is. uitgevoerd vissen nee geen, wel zorgplicht. nee nee vlinders, libellen en nee geen, wel zorgplicht. nee nee ongewervelden Het onderzoeksgebied van het nader soortenonderzoek is afhankelijk van de wijze waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd. Wanneer wordt geheid moet rekening worden gehouden met een onderzoeksgebied met een straal van maximaal 1.500 m rondom de werkzaamheden. Wanneer funderingspalen worden getrild in plaats van geheid, dient rekening gehouden te worden met een onderzoeksgebied met een straal van

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

39

maximaal 300 m rondom de werkzaamheden. De exacte verstoringscontour van de werkzaamheden kan vastgelegd worden via een geluidberekening. Vervolgonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van enkele beschermde plantensoorten, namelijk glas biggenkruid, grote leeuwenklauw en handjesereprijs. Er is in het groeiseizoen onderzoek gedaan of deze soorten ook voorkomen in het plangebied. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 4. De conclusie is dat er geen beschermde plantensoorten of overige beschermde waarden zijn aangetroffen. Wel is dwergviltkruid aangetroffen, dit is een Rode-lijstsoort die geen juridisch beschermde status heeft. Dwergviltkruid is afhankelijk van zeer voedselarme, zandige, open pioniervegetatie en zal verloren gaan als gevolg van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast is er aanvullend onderzoek gedaan naar het voorkomen van marterachtigen en de aanwezigheid van een jaarrond beschermd nest (zie bijlage 5). Op basis van dit soortgericht onderzoek is vastgesteld dat het plangebied geen onderdeel is van (essentieel) leefgebied van kleine marterachtigen als bunzing, wezel, hermelijn en steenmarter. De voorgenomen werkzaamheden leiden derhalve niet tot vernietiging en/of aantasting van (delen van) essentieel leefgebied.

In het kader van de zorgplicht dient het plangebied voor aanvang van de werkzaamheden op diervriendelijke wijze ongeschikt gemaakt te worden door gefaseerd en in één richting het terrein kaal te maken. Rond het plangebied zijn voldoende alternatieve leefgebieden waar eventueel aanwezige dieren dan naartoe kunnen vluchten. In een zomereik net ten noordwesten van het plangebied is een nest geconstateerd. Uit nader onderzoek (zie ook bijlage 5) blijkt dat het nest niet in gebruik is. Tijdens geen van de veldbezoeken zijn vogels in of nabij het nest waargenomen. Het nest heeft derhalve geen jaarrond beschermde status.

4.9

Water

Bij ruimtelijke plannen dient een watertoets te worden doorlopen. Op basis hiervan dient een waterparagraaf opgesteld te worden voor in de ruimtelijke onderbouwing of het bestemmingsplan. In de waterparagraaf worden de belangrijkste waterhuishoudkundige aspecten vastgelegd. 4.9.1

Beleid

Rijk Nationaal Bestuursakkoord Water In 2003 is door het Rijk, de provincies (Interprovinciaal Overleg), de waterschappen (Unie van Waterschappen) en de gemeenten (de Vereniging van Nederlandse Gemeenten) het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekend in navolging op het advies Waterbeheer 21 e eeuw (WB21). Met dit NBW akkoord leggen de overheden vast op welke wijze, met welke middelen en langs welk tijdspad zij gezamenlijk de grote wateropgave voor Nederland in de 21e eeuw willen aanpakken. In 2008 is door dezelfde overheden het NBW-actueel ondertekend. Het doel van het NBW is om, rekening houdend met klimaatverandering, zeespiegelrijzing, bodemdaling en verstedelijking, het watersysteem op orde te hebben in 2015 en richting 2050 op orde te houden. Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal:

40

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

    

Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en water robuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust.

Watertoets Omdat het aspect water in ruimtelijke plannen een mede ordenend principe is, is de watertoets geïntroduceerd. Deze watertoets is verplicht gesteld in november 2003 voor ruimtelijke plannen. De watertoets is een procedure waarbij de initiatiefnemer in overleg met de waterbeheerders de waterhuishouding van een te ontwikkelen gebied inricht. Het belangrijkste inhoudelijke doel van de watertoets is dat initiatiefnemers 'waterneutraal' bouwen. Dit betekent voor het aspect waterkwantiteit dat niet meer water wordt afgevoerd uit de planlocatie dan in de situatie voor de ruimtelijke ingreep. Voor de waterkwaliteit betekent dit in ieder geval dat de waterkwaliteit in en om het gebied niet mag verslechteren. Bovendien mogen plannen de grondwatersituatie buiten de planlocatie niet negatief beïnvloeden. Sinds de invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) (per 1 juli 2008) is de verplichte goedkeuring van Gedeputeerde Staten weggevallen en zal de waterbeheerder (het waterschap) zelf actief in het planproces moeten participeren en controleren of het wateradvies afdoende in het plan is verwerkt. Gemeentelijke zorgplicht De Wet Gemeentelijke Watertaken is op 1 januari 2008 in werking getreden.

Nieuw is dat gemeenten hiermee de zorgplichten voor hemelwater en grondwater krijgen toebedeeld, terwijl de bestaande gemeentelijke zorgplicht voor afvalwater enigszins is aangepast. Bij de hemelwaterzorgplicht gaat het om de verwerking van overtollig hemelwater dat de perceeleigenaar niet zelf kan verwerken. De gemeente dient hiervoor een aansluitpunt te bieden. De zorgplicht voor grondwater geldt voor bebouwd gebied. Deze zorg richt zich op het zoveel mogelijk voorkomen of beperken van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming. Het betreft vooral het ondiepe (freatisch)grondwater, omdat het ondiepe grondwater bepalend is voor het wel of niet optreden van overlast. Met de nieuwe gemeentelijke zorgplichten blijven particulieren de verantwoordelijkheid houden voor het nemen van maatregelen op eigen terrein. De gemeentelijke taken liggen vooral in de openbare ruimte en bij coördinatie en onderzoek. Waterwet Eind 2009 is de Waterwet (Wtw) in werking getreden. Deze wet regelt het beheer van oppervlaktewater engrondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Deze wet heeft 8 wetten voor het waterbeheer, zoals wet op de waterhuishouding en wet op de waterkering, vervangen. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld.

Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd. De Waterwet kent formeel slechts twee typen waterbeheerders: het rijk, als de beheerder van de rijkswateren, en de waterschappen, als de beheerders van de overige wateren. Deze laatste zijn daarnaast ook verantwoordelijk voor het zuiveringsbeheer. Provincies en gemeenten zijn formeel geen waterbeheerder, maar hebben wel waterstaatkundige taken. Zo blijft de provincie voorlopig bevoegd gezag voor drie categorieën grondwateronttrekkingen en infiltraties. Op gemeenten rust een hemel- en grondwaterzorgplicht, zoals deze in januari 2008 via de Wet gemeentelijke watertaken is vastgelegd in de Wet op de waterhuishouding. De Waterwet regelt daarnaast de onderlinge toezichtverhoudingen van de verschillende betrokken overheden.

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

41

Provincie Gelderland Omgevingsverordening Provincie Gelderland De omgevingsverordening van de provincie Gelderland is een combinatie van wat voorheen vijf verschillende plannen waren op het gebied van verkeer, natuur, milieu, ruimtelijke ordening en water. De inhoud is tot stand gekomen in samenwerking met de inwoners, bedrijven en de waterschappen. Op het gebied van water wordt er ingegaan op de plichten en doelstellingen van de provincie. De ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water wordt onderschreven door de provincie. Hierin is de doelstelling dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik. Voor oppervlaktewateren houdt dit in dat er wordt gestreefd naar een situatie van herstel en behoud van al het oppervlaktewater. Dit betekent dat er gecompenseerd moeten worden wanneer er plannen zijn om watergangen te dempen of wanneer er afvalwater geloosd zal worden. De provincie bepaalt het strategische beleid voor het grondwaterbeheer. Dit beleid is gericht op het strategisch grondwaterbeheer bij grondwaterwinning. Binnen de kaders worden eisen gesteld aan de maximale hoeveelheid grondwater die gewonnen mag worden op een specifieke locatie.

Waterschap Rijn en IJssel In de waterschapverordening (Keur) staan de algemene regels om keringen, watergangen en kunstwerken te beschermen. Op de legger zijn alle keringen, oppervlaktewateren en kunstwerken weergegeven, om toe te lichten waar welke regels van toepassing zijn. Een verdere uitwerking van de regels is te vinden in de beleidsregels van het waterschap. Water Raakt In het beleidsdocument Water Raakt! dat is geschreven door waterschap Rijn en IJssel in combinatie met omliggende waterschappen, staat beschreven hoe om te gaan met water binnen het bebouwd gebied. Hierbij is aandacht voor zowel de waterkwaliteit als de waterkwantiteit. Vastgesteld is dat er in een gebied geen oppervlaktewaterproblemen mogen voorkomen bij een extreme neerslagsituatie van 1/100 jaar. Waterbeheerplan 2016 - 2021 In het waterbeheerplan van het waterschap Rijn en IJssel zijn de wettelijke taken van het waterschap vastgelegd. Het gaat hierbij om het beschermen tegen hoog water, het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem en het zuiveren van afvalwater. Een belangrijk uitgangspunt van het waterbeheerplan is de watervisie 2013, die door het waterschap is opgesteld. Hierin is het vooral belangrijk dat de waterkering op orde blijft, om ook in de toekomst om te kunnen gaan met extreme situaties.

Verder wil het waterschap gaan werken aan een multischalig waterschap, om de juiste kennis op de juiste plaats te krijgen zonder te fuseren. Ook het zuiveren van afvalwater behoort tot de taken van het waterschap. Het doel hierbij is niet alleen het zorgen voor schoon drinkwater, maar tegelijkertijd ook iets nuttigs doen met de stoffen die hierbij gewonnen worden. Gemeente Doetinchem Gemeentelijk rioleringsplan In het gemeentelijk rioleringsplan staat beschreven dat nieuwbouw binnen de gemeente Doetinchem aan het Bouwbesluit moet voldoen. Daarin staat dat regenwater zo veel mogelijk op het eigen terrein moet worden opgevangen. Initiatiefnemers moeten bij het aanvragen van de bouwvergunning vermelden wat ze met het regenwater doen. De gemeente zorgt bij nieuwbouw altijd dat afvalwater en regenwater gescheiden blijven. In de planvorming dient dan ook rekening te worden gehouden met de benodigde ruimte voor het mogelijk maken van infiltratievoorzieningen. In het gemeentelijk rioleringsplan is gesteld dat er in 2030 nog maar 30% van de totale hoeveelheid hemelwater afgevoerd mag worden naar de RWZI.

42

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

4.9.2 Huidige situatie De planlocatie ligt aan de Keppelseweg in de kern Langerak, nabij de N317 van Doetinchem naar Doesburg. In de huidige situatie is het terrein braakliggend. Er groeit gras. Het maaiveld in de planlocatie verschilt wat en ligt tussen NAP +12,5 m en NAP +15 m. Grenzend aan het terrein staat een aantal vrijstaande woningen en rijwoningen en ligt een locatie van een voormalige werkplaats van een transportbedrijf. Geohydrologie Op afbeelding 5.5 is de bodemopbouw te zien in Langerak. De toplaag is ongeveer 2 m diep en bestaat uit matig fijn tot zeer fijn zand, afkomstig uit de Boxtel formatie. De laag daaronder loopt van NAP +10 m tot NAP -40 m en bestaat uit matig grof tot uiterst grof zand. Rond NAP -25 m kant het laagpakket lokaal wat kleiachtige structuren bevatten. De onderste laag die op de afbeelding te zien is, is een laag met uiterst fijn tot zeer grof zand.

Afbeelding 4.4: Verticale bodemopbouw REGIS II v2.2 (bron: Dinoloket, 25 september 2017) In onderstaande afbeelding is ook een aantal boormonsterprofielen ten noorden en ten zuiden van de planlocatie weergegeven.

Afbeelding 4.5: Boormonsterprofielen in nabijheid van het projectgebied

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

43

Concluderend bestaat de bodem dus uit een redelijk goed doorlatende zandlaag. Dit betekent dat er veel mogelijkheden zijn voor de infiltratie van hemelwater. De grondwaterstand in de planlocatie is bepaald aan de hand van metingen in put BF40F0082. Op afbeelding 4.6 is te zien dat deze peilbuis zich niet ver van de planlocatie bevindt, waardoor de waarneming waarschijnlijk goed overeen komt met de situatie in de planlocatie. Er zijn metingen beschikbaar op deze locatie van 1950 t/m 2017 en hierin varieert de waterstand tussen NAP +9,20 m en NAP +10,90 m. Afgelopen jaren lag deze variatie tussen ongeveer NAP +9,20 m en NAP +10,35 m. Het maaiveld ter plaatse van de peilbuis bevindt zich op NAP +13,64 m. Dit betekent dat er een minimale ontwateringsdiepte van circa 3,3 m is.

Afbeelding 4.6: Locatie peilbuis met in geel gearceerd grofweg de planlocatie Watersysteem Het watersysteem is vastgelegd door het waterschap Rijn en IJssel in de legger. Op afbeelding 4.7 is het gedeelte van de legger te zien rond de planlocatie. Ten zuiden van de planlocatie ligt de 'Langerakse tochtsloot' op een afstand van 200 à 300 m. Deze watergang is niet van invloed op het project. De gele stippellijn geeft de grens aan van het stroomgebied van de Langerakse tochtsloot (zuid) en het stroomgebied van uitlopers van de Hummelose beek (noord). Deze lijn loopt dwars door het gebied, maar dit heeft geen invloed op het project.

44

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

Afbeelding 4.7: Leggerkaart 13J met daarop de planlocatie en in blauw de watergangen in de omgeving De planlocatie ligt in de buitenbeschermingszone en deels binnen de beschermingszone van de primaire waterkering 'Langerak' (zwarte lijn). Riolering In Langerak ligt een gemengd rioleringsstelsel. Het rioleringssysteem voert het afvalwater af middels een persleiding naar de kern Doetinchem en vandaar naar de RWZI in Etten. Omgeving van de planlocatie Uit het GRP blijkt dat er zich in Langerak een overstort van het riool bevindt. Dit is echter niet in de directe omgeving van de planlocatie, maar er bestaat wel een risico dat deze vaker gebruikt zal moeten worden. Het is op dit moment niet bekend wat de capaciteit is van het huidige stelsel. In een latere planfase zal de aansluiting van het nieuw aan te leggen rioolstelsel op het huidige stelsel met de gemeente worden geregeld. In het gebiedsdossier van de provincie Gelderland is een overzicht te zien van de gebieden die zijn aangewezen als beschermde zones ten behoeve van de winning van grondwater. Deze gebieden bevinden zich niet in de directe omgeving van de planlocatie, maar aan de oostzijde van Langerak. In de omgeving van de planlocatie bevindt zich geen gebied dat is aangewezen als beschermd natuurgebied door Natura 2000, Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer.

Dit betekent dat er geen extra maatregelen genomen hoeven te worden om eventuele natte natuurgebieden te beschermen.

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

45

Overzicht huidige situatie Thema Toetsvraag Relevant Hoofdthema's Veiligheid 1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale 1. Ja waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade? 2. Nee Riolering en 1. Is er een toename van het afvalwater (DWA)? 1. Ja afvalwaterketen 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 2. Nee 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van waterschap? 3. Nee Wateroverlast 1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak? 1. Ja (oppervlaktewater) 2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard 2. Ja oppervlak? 3. Nee 3. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? Grondwateroverlast 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de 1. Nee ondergrond? 2. Nee 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of IJssel? 3. Nee 3. Is in het plangebied sprake van kwel? 4. Nee 4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren? Oppervlaktewater1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd? 1. Nee kwaliteit 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 2. Nee 3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch 3. Nee actiegebied? Grondwaterkwaliteit Ligt het plangebied in de beschermingszone van een Nee drinkwateronttrekking? Volksgezondheid 1.

In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het 1. Nee gemengde of verbeterde stelsel? 2. Nee 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieu hygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? Verdroging Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte Nee natuur? Natte natuur 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 1. Nee 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor 2. Nee natte natuur? Inrichting en beheer 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of 1. Ja beheer zijn bij het waterschap? 2. Nee 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? Tabel 4.5: Huidige situatie 4.9.3 Toekomstige situatie In afbeelding 4.8 is de planlocatie weergegeven met daarop de geplande verharding, openbaar groen, daken en tuinen. In tabel zijn de oppervlaktes per categorie verzameld.

46

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

Afbeelding 4.8: Planlocatie

oppervlakte (m²) 5.678 1.445 430 178 288 262 415 660

verharding - rijbaan - achterpaden - daken - bergingen/garages - oprit/paden - voordeur - terrassen - parkeren onverhard 3.613 - openbaar groen 790 - groen/tuin 2.823 totaal 9.291 Tabel 4.6: Overzicht oppervlaktes verharding en groen Voor de toekomstige situatie is de belangrijkste verandering voor het thema water dat er een toename is van de hoeveelheid verhard oppervlak. Ook wordt er gebouwd in de buitenbeschermingszone en deels binnen de beschermingszone van een primaire waterkering. De planlocatie ligt niet in of nabij een natuur- of waterwingebied en er zijn geen grondwaterproblemen te verwachten. Dit laatste is gebaseerd op het feit dat de hoogte van het maaiveld niet veel zal veranderen, de bodem redelijk waterdoorlatend is en er een ontwateringsdiepte van meer dan 3 m is. Het afvalwater dat uit de planlocatie komt, zal gekoppeld worden

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

47

aan het gemende stelsel van Langerak, terwijl het hemelwater afgekoppeld wordt om te kunnen infiltreren. Dit wordt nader toegelicht in de volgende paragraaf. 4.9.4 Onderzoek Infiltratie hemelwater Het hemelwater dat binnen het gebied valt moet geïnfiltreerd worden binnen de planlocatie. Zoals vastgesteld in het document Water Raakt! mag er geen overlast optreden bij een T=100 (+10 %) bui. Voor de berging van dit hemelwater moeten oplossingen worden gerealiseerd. In deze paragraaf zal de benodigde berging worden berekend om wateroverlast tijdens een T=100 bui te voorkomen. Het waterschap heeft een compensatie-eis van 83,4 mm voor het gebied dat toegenomen is in verhard oppervlak (aantal mm x oppervlak toename verharding = aantal m3 berging). Deze 83,4 mm is bepaald aan de hand van een T=100+10 % bui met een neerslagduur van 48 uur en 111 mm aan neerslaghoeveelheid. In deze bepaling wordt geen rekening gehouden met infiltratie. Uitgaande van 5.678 m2 toename aan verharding, betekent dit dat er 474 m3 aan berging moet worden gerealiseerd. Daarnaast is nog een additionele piekbui (T=100+10 % met een regenduur van 1 uur) doorgerekend inclusief infiltratie.

De uitgangspunten voor de berekening zijn:  totaal verhard oppervlak is 5.678 m²;  totaal onverhard oppervlak is 3.613 m2;  voor de T = 100 bui is de neerslagstatistiek van STOWA 2019 gebruikt;  de berging op de verharding is 1 mm;  de doorlatendheid van de bodem is 0,5 m/d;  de afvoernorm van het (verhard) gebied is 1,6 l/sec/ha. Normaliter wordt voor de afvoernorm van onverhard gebied 0,8 l/s/ha aangehouden, tijdens een T=100 is dit twee maal zo groot;  voor het infiltratieriool is uitgegaan van een diameter van 0,3 m. In tabel 4.7 is de benodigde berging weergegeven tijdens deze piekbui. Duur neerslag uur

Hoeveelheid neerslag mm

Berging*

Afvoer

Infiltratie

m3

m3

m3

1 64 24,8 5,4 75,3 *berging verhard oppervlak (5,7 m3) + berging in het infiltratieriool (19,1 m3) Tabel 4.7: Waterbalans gedurende een T = 100 bui met een neerslagduur van 1 uur

Benodigde berging m3 490

Uit de berekening volgt, dat bijna 500 m3 aan berging nodig is om wateroverlast bij een T=100 bui te voorkomen. Hieronder volgt een aantal alternatieven voor de waterberging:  wadi: uitgaande van een diepte van 1 m, zal er een wadi van circa 500 m 2 (50 x 10 m) moeten worden aangelegd om 500 m3 aan berging te realiseren. In deze berekening is geen rekening gehouden met taluds. Met de huidige inrichting van het projectgebied kan er niet genoeg waterberging worden gerealiseerd met de aanleg van een wadi, daarvoor is onvoldoende openbaar groen beschikbaar;  groene daken; uitgaande van een berging van 25 mm op groene daken kan er slechts een bergingscapaciteit van rond de 62 m3 worden gerealiseerd op de daken. Dit is inclusief schuine daken van woningen.  infiltratiekratten; veel berging kan worden gerealiseerd met infiltratiekratten. Bovendien leent de bodem en

48

Keppelseweg tussen 384 en 404 Langerak - 2022

grondwaterstand zich voor een goede infiltratie van het opgevangen water in de bodem. Onder terrassen, opritten en paden op de kavels (677 m2) zouden infiltratiekratten kunnen worden aangelegd. Uitgaande van een standaard hoogte van 0,4 m, kan hiermee maximaal een berging van 271 m3 worden gerealiseerd. Merk hierbij op dat in dit gebied ook hogere kratten kunnen worden gebruikt gezien de diepe grondwaterstand. IT riool met een grotere diameter; de bergingscapaciteit van het IT riool kan ook worden uitgebreid door de diameter te vergroten. Door een diameter van 0,8 m te gebruiken, kan een berging van circa 136 m3 worden gerealiseerd (117 m3 meer dan de uitgangssituatie).

De toe te passen waterberging wordt nader uitgewerkt in het bouwplan alvorens dit wordt gerealiseerd. De planlocatie biedt voldoende mogelijkheid om de benodigde waterberging te realiseren. Waterkering Er wordt gebouwd in de buitenbeschermingszone en deels binnen de beschermingszone van een primaire waterkering. Conform beleidsregel 1.3 (Bouw)werken in, op en nabij waterkeringen van Waterschap Rijn en IJssel is hiervoor een vergunning benodigd. Binnen de kern- en beschermingszone van de waterkering kunnen (bouw)werken een negatieve uitwerking hebben op de waterkerende functie van de waterkering. In eerdere planologische procedures (vrijstellingsprocedure ex artikel 19 Wet op de Ruimtelijke Ordening in 2006 voor woningbouw op de planlocatie en bestemmingsplan Langerak 2008) is het effect van woningen op de waterkerende functie van waterkering positief getoetst. Omdat woningen toegestaan zijn in de beschermingszone en buitenbeschermingszone worden geen belemmeringen voor het verkrijgen van de vergunning verwacht. Riolering De planlocatie moet aangesloten worden op het bestaande DWA-riool dat onder de parallelweg ligt. Het is onbekend of het huidige stelsel voldoende capaciteit heeft om het nieuwe riool op aan te sluiten. De verwachting is dat dit geen probleem is, omdat de gemeente bezig is met het afkoppelen van hemelwater om wateroverlast te voorkomen.

Hierdoor worden de piekafvoeren verminderd en zal er minder water worden overgestort. Hieronder wordt beknopt de berekening toegelicht over de benodigde afvoercapaciteit om het afvalwater van de planlocatie af te voeren. In de Leidraad Rioleringen (C2100) is voor het DWA vastgesteld dat de afvoer gemiddeld 12 l/inwoner/uur is over een periode van 10 uur per dag. In totaal komen er 33 woningen in het gebied, waarbij wordt uitgegaan van het uitgangspunt in de Leidraad Rioleringen van 2,5 inwoners per huishouden. In totaal gaat het naar schatting om 83 inwoners. Dit komt neer op een afvoer van ongeveer 990 l/uur. Dit is de hoeveelheid die extra afgevoerd zal moeten worden door het bestaande DWA. In een latere planvormingsfase wordt de aansluiting op de riolering met de gemeente afgestemd. 4.9.5 Conclusie In de toekomstige situatie is er een toename van verhard oppervlak. Daardoor is op de planlocatie een voorziening nodig om hemelwater te kunnen infiltreren. Mogelijkheden hiervoor zijn het realiseren van infiltratiekratten onder terrassen, opritten en looppaden op particulier terrein, het vergroten van het infiltratieriool en het aanleggen van een wadi. Voor de infiltratie van hemelwater wordt één van de genoemde mogelijkheden gerealiseerd. Indien nodig vindt hierover nadere afstemming met waterschap en gemeente plaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7733/documents/40722