Bijlage 1 Reactienota (anoniem).pdf
Tekst van het document
Reactienota beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’
Nota: 26 mei 2021, aangevuld 5 juli 2021 / gemeente Doetinchem
Inhoud Korte omschrijving beheersverordening ............................................................................ 3 Gevolgde procedure ............................................................................................................ 3 Ontvangen reacties .............................................................................................................. 3 Samenvatting van en antwoord op de reacties ................................................................. 6
1434859 / 1602599
Pagina 2 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
Korte omschrijving beheersverordening De beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’ betreft een beheerregeling zonder nieuwe planologische ontwikkelingen. Het gaat om het vastleggen van het bestaande gebruik met correcties op de eerder vastgestelde bestemmingsplannen. Oude, voorgaande bestemmingsplannen zijn door de vernietiging van het bestemmingsplan ‘Buitengebied – 2012’ weer in werking getreden. Met deze beheersverordening komt er weer een actueel ruimtelijk toetsingskader voor het gehele landelijk gebied.
Gevolgde procedure Vanaf 17 december 2020 heeft de ontwerpbeheersverordening zes weken ter visie gelegen (t/m 27 januari 2021). Gedurende deze periode kon iedereen een reactie naar voren brengen. Er zijn 79 reacties ingediend. Ontvangen reacties De volgende reacties zijn ingediend: Nr; Briefschrijver met nummer; (eventueel locatie); gedateerd; ontvangen; berichtnummer(s) 1. Briefschrijver; 18-jan-21; 21-jan-21; 1604902 2. Briefschrijver 2; 28-dec-20; 28-dec-20; 1606115 3. Briefschrijver 3; 05-jan-21; 05-jan-21; 1607810 4. Briefschrijver 4; locatie Doesburgseweg 16a; 05-jan-21; 07-jan-21; 1608184 5. Briefschrijver 5; 10-jan-21; 13-jan-21; 1609840 6. Briefschrijver 6; 07-jan-21; 19-jan-21; 1610293 7. Briefschrijver 7; 11-jan-21; 18-jan-21; 1610307 8. Briefschrijver 8; 15-jan-21; 14-jan-21; 1610316 9. Briefschrijver 9; locatie Molenweg 3 te Wehl ; 18-jan-21; 18-jan-21; 1610458 10. Briefschrijver 10; locatie Bokkenstraat 12 Wehl ; 19-jan-21; 19-jan-21; 1610637 11. Briefschrijver 11; locatie Varsseveldseweg 260 ; 18-jan-21; 20-jan-21; 1611104 12. Briefschrijver 12; locatie Wardsestraat 2 te Wehl ; 20-jan-21; 20-jan-21; 1611338 /1611378 13. Briefschrijver 13; 15-jan-21; 21-jan-21; 1611357 14. Briefschrijver 14; 20-jan-21; 20-jan-21; 1611465 15. Briefschrijver 15; locatie Bokkenstraat 4 te Wehl ; 21-jan-21; 21-jan-21; 1611639/1611481 16.
Briefschrijver 16; locatie Varsseveldseweg 255 te Doetinchem ; 22-jan-21; 25-jan-21; 1611850 17. Briefschrijver 17; 18-jan-21; 24-jan-21; 1611883 18. Briefschrijver 18; 22-jan-21; 25-jan-21; 1611886 19. Briefschrijver 19; 15-jan-21; 22-jan-21; 1611961 20. Briefschrijver 20; 14-jan-21; 14-jan-21; 1612113 1434859 / 1602599
Pagina 3 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
21. Briefschrijver 21; Locatie Doesburgseweg 40 Wehl; 25-jan-21; 25-jan-21; 1612132 22. Briefschrijver 22; 25-jan-21; 25-jan-21; 1612143 23. Briefschrijver23 ; 25-jan-21; 26-jan-21; 1612189 24. Briefschrijver 24; 22-jan-21; 26-jan-21; 1612227 25. Briefschrijver 25; 23-jan-21; 26-jan-21; 1612240 26. Briefschrijver 26; 25-jan-21; 25-jan-21; 1612328 27. Briefschrijver 27; 25-jan-21; 26-jan-21; 1612339 28. Briefschrijver 28; locatie Groenestraat 23 te Wehl ; 25-jan-21; 26-jan-21; 1612351 29. Briefschrijver 29; 25-jan-21; 25-jan-21; 1612416 30. Briefschrijver 30; locatie Fokkenkampseweg 13-13a te Wehl ; 26-jan-21; 26-jan-21; 1612948 31. Briefschrijver 31; locatie Mgr. Hendriksenstraat 24 te Wehl ; 22-jan-21; 26-jan-21; 1612504 32. Briefschrijver 32; 26-jan-21; 26-jan-21; 1612541 33. Briefschrijver 33; 25-jan-21; 26-jan-21; 1612561 34. Briefschrijver 34; 25-jan-21; 25-jan-21; 1612572 35. Briefschrijver 35; 26-jan-21; 26-jan-21; 1612573 36. Briefschrijver 36; 26-jan-21; 28-jan-21; 1612911 37. Briefschrijver 37; 24-jan-21; 27-jan-21; 1612584 38. Briefschrijver 38; locatie Wardsestraat 13 te Wehl ; 26-jan-21; 27-jan-21; 1612585 39. Briefschrijver 39; locatie Kelderweg 5 te Wehl ; 26-jan-21; 27-jan-21; 1612589 40. Briefschrijver 40; 19-jan-21; 27-jan-21; 1612590 41. Briefschrijver 41; locatie Nijmansweg 3/3a ; 26-jan-21; 27-jan-21; 1612599 42.
Briefschrijver 42; locatie Hertelerweg 3 ; 26-jan-21; 27-jan-21; 1612605 43. Briefschrijver 43; locaties Bartelstraat 3 en Varsseveldseweg 255 ; 26-jan-21; 27-jan-21; 1612634 44. Briefschrijver 44; 26-jan-21; 26-jan-21; 1612659 45. Briefschrijver 45; 27-jan-21; 27-jan-21; 1612667 46. Briefschrijver 46; 24-jan-21; 27-jan-21; 1612708 47. Briefschrijver 47; 26-jan-21; 27-jan-21; 1612721 & 1613210 48. Briefschrijver 48; 27-jan-21; 27-jan-21; 1612778 49. Briefschrijver 49; 27-jan-21; 27-jan-21; 1612781 50. Briefschrijver 50; Locatie IJzevoordseweg 7 te Doetinchem ; 26-jan-21; 28-jan-21; 1612794 51. Briefschrijver 51; Locatie Broekhuizerstraat 2 Wehl ; 25-jan-21; 28-jan-21; 1612867 52. Briefschrijver 52; Locatie Bleeksestraat 8/10 te Wehl ; 25-jan-21; 28-jan-21; 1612874 53. Briefschrijver 53; locatie Heikantseweg 4a4b4c. ; 26-jan-21; 27-jan-21; 1612883 54. Briefschrijver 54; Locatie Heikantseweg 6 te Wehl ; 22-jan-21; 28-jan-21; 1612896 1434859 / 1602599
Pagina 4 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
55. Briefschrijver 55; Locatie Koningsweg 6 te Wehl ; 22-jan-21; 28-jan-21; 1612899 56. Briefschrijver 56; Locatie Varsseveldseweg 255, Doetinchem ; 27-jan-21; 28-jan-21; 1612914 57. Briefschrijver 57; Locatie Bezelhorstweg 19 te Doetinchem ; 25-jan-21; 28-jan-21; 1612919 58. Briefschrijver 58; 25-jan-21; 28-jan-21; 1612948 59. Briefschrijver 59; Locatie Boeninksteeg 16/16a/16b te Doetinchem ; 25-jan-21; 28-jan-21; 1612961 60. Briefschrijver 60; Locatie Varsseveldseweg 261 te Doetinchem; 26-jan-21; 28-jan-21; 1612988 61. Briefschrijver 61; Locatie Mgr. Hendriksenstraat 18 te Wehl ; 21-jan-21; 28-jan-21; 1612999 62. Briefschrijver 62;; 27-jan-21; 27-jan-21; 1613131 63. Briefschrijver 63; Locatie Koningsweg 3a te Wehl ; 24-jan-21; 27-jan-21; 1613152 & 64. Briefschrijver 64; Locatie Koningsweg 5 te Wehl ; 27-jan-21; 27-jan-21; 1613184 65. Briefschrijver 65; 26-jan-21; 27-jan-21; 1613203 66. Briefschrijver 66; Mts. Thus; Broekstraat 1; 7031ETWehl ; 26-jan-21; 27-jan-21; 1613218 67. Briefschrijver 67; locatie Stadsheidelaan 15 te Doetinchem ; 26-jan-21; 29-jan-21; 1613268 68. Briefschrijver 68; 07-jan-21; 14-jan-21; 1609782/1609783 69. Briefschrijver 69; locatie IJzevoordseweg 36&36a te Doetinchem ; 22-jan-21; 22-jan-21; 1611790/1612353 70. Briefschrijver 70; locatie Kilderseweg 41 te Doetinchem ; 26-jan-21; 28-jan-21; 1612638/1612934 71.
Briefschrijver 71; 27-jan-21; 27-jan-21; 1612780/1613159 72. Briefschrijver 72; 26-jan-21; 28-jan-21; 1612938/1613145 73. Briefschrijver 73; 24-jan-21; 24-jan-21; 1617200 74. Briefschrijver 74; 29-dec-20; 29-dec-20; 1617207 75. Briefschrijver 75; 05-jan-21; 05-jan-21; 1605537 76. Briefschrijver 76; 15-jan-21; 19-jan-21; 1610742 77. Briefschrijver 77; 18-jan-21; 20-jan-21; 1611117 78. Briefschrijver 78; 23-jan-21; 23-jan-21; 1625247 79. Briefschrijver 79; 04-jan-21; 04-jan-21; 1639095
Deze reacties zijn in de nota weergegeven, waar nodig zijn deze puntsgewijs samengevat, per punt is een kader aangebracht, en is deze voorzien van een antwoord van de gemeente. In deze nota worden de briefschrijvers niet met de naam aangehaald, maar als ‘briefschrijver’. En de eventuele cliënten als ‘cliënt’. Aangehaalde nummering (artikel, alinea) komt overeen met die in de ontwerpbeheersverordening, dit kan afwijken van de nummering in het vast te stellen beheersverordening.
1434859 / 1602599
Pagina 5 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
Samenvatting van en antwoord op de reacties Reactie 1. 1-1.
(1604902)
Na het bestuderen van bovengenoemde ontwerpbeheersverordening viel mij het volgende op. Mijn woonadres aan de Vossenstraat nummer 83 heeft verschillende gebiedsaanduidingen toegewezen gekregen. De meest in het oog springende daarvan is de gebiedsaanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone (oz-go)’. Deze gebiedsaanduiding, die overigens op geen enkele andere locatie in de verordening is terug te vinden, beslaat hoofdzakelijk mijn woonhuis, paardenstallen, oprit, tuin en aangrenzende sloot. Daarmee rijst de vraag waarom Vossenstraat 83 deze gebiedsaanduiding toegewezen heeft gekregen. Is deze gebiedsaanduiding om een gegronde reden opgenomen in de verordening dan verneem ik graag welke dat is.
De gebiedsaanduiding ‘overige zone - groene ontwikkelingszone’ (oz-go) is opgenomen als gevolg van provinciale regels. De provincie Gelderland heeft in haar Omgevingsverordening Gelderland het Gelders natuurnetwerk (GNN) en daarbij behorende groene ontwikkelingszone (GO) vastgelegd. In de regels van de provinciale Omgevingsverordening kan briefschrijver op de kaart ‘Natuur’ zien waar deze gebieden liggen. De provinciale Omgevingsverordening is te raadplegen via www.gelderland.nl/omgevingsverordening. De gemeente constateert dat de provincie aan de Vossenstraat de andere woningen niet in de Groene ontwikkelingszone heeft opgenomen. Dit verschil is bij de provincie gemeld. Wellicht dat de provincie dit aanpast en de woning van briefschrijver ook buiten de GO gebracht wordt. Briefschrijver kan ook zelf bij de provincie een verzoek om aanpassing indienen om voor zijn perceel eenzelfde benadering te hanteren als voor de andere woningen aan de Vossenstraat. De gebiedsaanduiding ‘overige zone - groene ontwikkelingszone (oz-go)’ is overigens niet alleen bij briefschrijver opgenomen. Deze is opgenomen op alle gronden die door de provincie als groene ontwikkelingszone is aangewezen. 1-2.
Is deze gebiedsaanduiding per abuis opgenomen in de verordening, dan wel zonder goede reden, verzoek ik U vriendelijk deze in de definitieve versie te verwijderen.
Zie het antwoord bij 1-1. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 1: • Reactie 2. 2-1.
Geen. (1606115) Wij ontvingen op de adressen Kasteellaan 2, 3, 5 en 7 uw bovenstaande onpersoonlijke schrijven. Deze was geadresseerd op 15 december maar werd pas op 24 december bezorgd. Ik verzoek u de termijnen te stellen op de gestelde 6 weken tijd oftewel 5 februari 2021. Dit om de inhoud van uw stukken in ons bestuur te kunnen bespreken dat op 30 januari 2021 voor het eerst weer bij elkaar komt.
1434859 / 1602599
Pagina 6 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
Het is jammer dat de brief als een ‘onpersoonlijk schrijven’ wordt gezien. Deze brief is naar alle adressen gestuurd in het landelijk gebied, om zo veel mogelijk bewoners en gebruikers van het landelijk gebied actief informeren. Dit is als een extra service bij dit plan gedaan. Daarbij is het te omslachtig om per adres een specifieke brief te sturen, die ingaat op alleen het adres waar de brief naar toe verzonden wordt. Waarom de brief bij briefschrijver pas op 24 december werd bezorgd is onduidelijk. Alle brieven zijn op 15 december aangeboden aan het postbedrijf. De door briefschrijver gevraagde verlenging van de termijn is niet mogelijk omwille van de voortgang in het proces. 2-2.
De tekst in uw schrijven veroorzaakt alleen maar vragen u heeft het over bestemmingsplan, beheersverordening en omgevingsplan.
Het is jammer dat de brief als verwarrend wordt ervaren. Dat was niet de bedoeling. Als er behoefte is aan aanvullende informatie, kan er contact worden opgenomen met het loket bouwen en wonen, zoals in de brief ook staat vermeld. 2-3.
Daarnaast meldt u dat u mogelijk twee keer onderzoek gaat doen. Hoe informeert u ons als burger hierover en zorgt u ervoor dat de kosten niet stijgen, maar juist dalen?
In de brief staat vermeld, dat de gemeente wil voorkomen dat onderzoeken dubbel moeten worden uitgevoerd en om daarmee dus dubbele kosten te voorkomen. Daarom is voor een beheersverordening gekozen. 2-4.
De wijziging naar de omgevingswet zou er voor zorgen dat alles eenvoudiger werd en duidelijker, wel dat gebeurt dus niet in dit geval.
De nu uitgevoerde stap, het opstellen van de beheersverordening, is een tussenoplossing. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, gaat de gemeente aan het werk om het omgevingsplan volgens de eisen van die wet op te stellen. Maar ook dan zal het complex blijven. Het eerdere motto van de rijksoverheid dat de Omgevingswet ertoe leidt dat het eenvoudiger en duidelijker wordt, is door het rijk aangepast. Het doel is nu de regels voor ruimtelijke ontwikkelingen te vereenvoudigen en samen te voegen. 2-5.
Ik verzoek u ons in detail de gevolgen van uw aangekondigde beleid in helder leesbare taal te communiceren zodat wij ons erin kunnen verdiepen vanuit onze situatie.
Daarvoor is in de brief aangegeven dat bij vragen contact met de gemeente kon (en kan) worden opgenomen. Zoals al bij het eerste punt aangegeven, is het voor ons niet mogelijk om per adres specifiek in een brief aan te geven hoe het voor die situatie is. 2-6.
Fijn dat U meldt dat wij op alle 4 de locaties mogelijk 100 m² mogen bijbouwen, maar we zitten op een historische locatie en daar is dit niet van toepassing denken we. Wel zijn we in overleg in het kader van een Leader aanvraag een kleine verbouwing te doen aan het pand nr. 2. Hiervoor is een vergunning aangevraagd door de eigenaar Stichting Monumenten Bezit. Mogen we ervan uitgaan dat dit ongehinderd door kan gaan?
1434859 / 1602599
Pagina 7 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
Het voorbeeld dat in de brief is aangeven over de bijgebouwen bij een woning is nadrukkelijk een voorbeeld. Dit zal niet voor iedereen gelden. Het is niet voor niets een voorbeeld. Hoe het per locatie is, kan nagegaan worden in de beheersverordening zelf. En het loket bouwen en wonen kan daar desgevraagd ook bij helpen. Voor wat betreft de Leader-aanvraag het volgende. Voor die verbouwing is in mei 2020 al een omgevingsvergunning verleend. Deze komt door de beheersverordening niet in het geding. Bouwplannen waarvoor vergunningen zijn verleend, mogen gewoon gerealiseerd worden. Tenzij, zoals in de voorwaarden van een vergunning staat, niet op tijd gestart wordt en er besloten wordt om een vergunning in te trekken. Maar daar is voor zover bekend bij dit plan nog geen sprake van. 2-7.
Wij kiezen er bewust voor om niet te bellen met uw loket Bouwen en Wonen omdat we graag misverstanden voorkomen en schriftelijke communicatie is meestal de betere weg hiervoor.
Juist vanwege de complexiteit is in de brief aangeven voor vragen telefonisch contact op te nemen met het loket bouwen en wonen. De medewerkers van dit loket kunnen helpen om uit te zoeken hoe het op een locatie zit. Daarvan kan nog steeds gebruik worden gemaakt. 2-8.
Opm.: wij hebben dit schrijven ook aan wethouder Bulten geadresseerd omdat we graag zouden zien dat we als burgers in heldere en duidelijke stukken worden geïnformeerd en niet zoals in dit schrijven dat voor ons toch erg veel vragen oproept en de verantwoordelijkheid over de beheersverordening en de controle met de werkelijkheid bij de burger legt, waar wij geen middelen hebben om dat op adequate wijze te controleren in het licht van het bestemmingsplan, beheersverordening en omgevingsplan.
Het is jammer dat briefschrijver dit gevoel heeft overgehouden aan de brief. Dat was niet de bedoeling. De gemeente wilde juist iedereen actief informeren over de verordening die ter inzage lag. Natuurlijk had de gemeente bij het opstellen van het plan tot doel alles goed vast te leggen, zoals het op basis van bij de gemeente beschikbare informatie zou moeten zijn. Daarvoor werkt de gemeente graag samen met de omgeving. Bij deze beheersverordening gaat het om alle bewoners en gebruikers van het landelijk gebied. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 2: • Reactie 3.
Geen. (1607810)
Briefschrijver geeft aan dat hij een aantal jaren geleden al contacten met de gemeente heeft gehad en dat het bouwvlak aangepast zou worden. Briefschrijver ziet deze verandering niet terug in de beheersverordening en vraagt om dit alsnog te doen. Over het aanpassen van het bouwvlak is ambtelijk contact zijn geweest tussen briefschrijver en de gemeente. Er is echter geen afzonderlijke procedure met bijbehorende beoordeling en besluitvorming voor opgestart. Deze gevraagde verandering is daarom niet meegenomen in de beheersverordening ‘Landelijk gebied – 2020’ en wordt gezien als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Deze nieuwe ruimtelijke ontwikkeling heeft 1434859 / 1602599
Pagina 8 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
mogelijk gevolgen voor de omgeving en moet in een breder verband worden beoordeeld. In een beheersverordening kunnen namelijk dergelijke nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen niet mogelijk worden gemaakt. Deze ontwikkeling kan desgevraagd nader worden beoordeeld bij het opstellen van het nieuwe omgevingsplan en op passende wijze in dat plan worden verwerkt. Dit volgt nadat de Omgevingswet in werking is getreden. Dit is naar verwachting in 2022. Overigens kan briefschrijver ook een verzoek indienen om voor deze aanpassing ook eerder een zelfstandige procedure voor deze locatie op te starten. Hiervoor is dan wel leges verschuldigd. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 3: • Geen Reactie 4.
(1608184)
Vermoed wordt dat zonder de in kennisstelling vergunningen en hinderwetvergunningen van het pand Doesburgseweg 16a te Wehl te verwijderen. De indieners van de reactie is het hier niet mee eens. De gemeente betreurt het dat er een vermoeden is dat, zonder de vergunninghouder in kennis te stellen, vergunningen van het pand zijn verwijderd. Had het zo geweest, dat een vergunning zou zijn ingetrokken, dan moet de gemeente een voornemen tot een intrekkingsbesluit aan de vergunninghouder bekendmaken. Van een intrekkingsbesluit is geen sprake. De vergunning is volgens onze gegevens niet ingetrokken. Het toegestane gebruik, zijnde de opslag van hout, mag in dat geval worden voortgezet. Voor de schuur is in de beheersverordening een uitsterfregeling (objectgebonden overgangsrecht) opgenomen, overeenkomstig de vergunning. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 4:
Reactie 5.
Voor de schuur en het gebruik als houtopslag is een uitsterfregeling in de beheersverordening opgenomen. (1609840)
De ingediende reactie bevat geen gronden. Naar aanleiding van deze reactie heeft er een gesprek plaatsgevonden. In het gesprek is naar voren gekomen dat het opgenomen hoofdfunctievlak ‘Wonen’ klein is en weinig ruimte biedt voor bijgebouwen. Wel beschikken briefschrijvers over achterliggende gronden waarop wel ruimte is voor het realiseren van bijgebouwen. De briefschrijvers wensen een deel van deze gronden te gebruiken voor het oprichten van bijgebouwen.
Naar aanleiding van de reactie heeft er onderzoek plaatsgevonden en is er geconstateerd dat inderdaad sprake is van een klein hoofdfunctievlak voor Wonen. De gronden zijn in eigendom van de briefschrijvers en liggen aansluitend aan het stedelijk gebied. Het achtererf gebied is reeds in gebruik voor wonen. Daarbij is er voor de aansluitende locaties ook sprake van een niet-agrarische hoofdfunctie. Er zijn dan ook onvoldoende redenen om deze locatie afwijkend te benaderen ten opzichte van de woningen die zich in 1434859 / 1602599
Pagina 9 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
dezelfde lint van bebouwing bevinden. De grens van de hoofdfunctie ‘Wonen’ is daarmee gelijk getrokken met de grens van Klootsemastraat 24. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 5: • Reactie 6. 6-1.
Het hoofdfunctievlak ‘Wonen’ is aangepast. (1610293) Op ons adres Nieuwestraat 24 te Wehl staat thans een grote, sterk verouderde en verwaarloosde, T-boerderij. De bestemming/aanduiding, volgens de nieuwe beheersverordening, is "twee-aaneen". Gezien de enorme grootte (thans ook bewoond door 1 huishouden) en slechte bouwkundige staat van de huidige boerderij is renoveren economisch gezien niet meer haalbaar gebleken. Onze wens is om een kleinere nieuwe woonboerderij terug te bouwen. Hierbij zal o.a. aandacht worden geschonken aan de voorwaarden van landschappelijke inpassing zodat de invloed op de omgeving nihil zal zijn. De cultuur historische afdeling van de gemeente heeft reeds positief geadviseerd op het voornemen van slopen van de huidige boerderijwoning. Reactie 1; de aanduiding 'cultuurhistorie' te laten vervallen voor de huidige woning o.g.v. het bouwtechnische rapport en het positieve ambtelijke advies omtrent de sloop.
Aan de ingediende reactie is een bouwkundig inspectierapport toegevoegd. Deze is door een deskundige op het gebied van cultuurhistorie beoordeeld en naar aanleiding van deze rapportage wordt geconcludeerd, dat handhaving van de functieaanduiding voor cultuurhistorie op het hoofdgebouw niet meer gerechtvaardigd is. Deze aanduiding op het perceel is geschrapt voor de woning. De schuur behoudt de aanduiding vanwege de cultuurhistorie. Dat is bij één gebouw de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ (chw).
6-2.
Reactie 2; de aanduiding 'twee-aaneen' voor het perceel Nieuwestraat 24 te Wehl van de verordeningskaart te verwijderen, omdat wij één vrijstaande woning willen (her)bouwen (op dit moment is er ook sprake van 1 woning dus de aanduiding ‘twee-aaneen’ doet geen recht aan de huidige situatie).
De reactie is aanleiding geweest de situatie nader te beoordelen. In een poging om het pand te behouden, is in het verleden de bouwaanduiding twee-aaneen (tae) toegevoegd. Er is echter sprake van één enkele woning. De bouwaanduiding ‘twee-aaneen’ kan dan ook worden geschrapt.
Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 6: • •
Op de plankaart is de functieaanduiding ‘cultuurhistorie (ch)’ geschrapt en de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden (chw)’ toegevoegd voor alleen de schuur; Op de verordeningskaart is de bouwaanduiding ‘twee-aaneen (tea)’ van het perceel geschrapt;
1434859 / 1602599
Pagina 10 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
Reactie 7.
(1610307)
Bij het bestuderen van het beheersplan constateren wij dat voor het perceel Rijksweg 3 gedeeltelijk de dubbelbestemming waarde archeologisch verwachting Wonen en waarde archeologische verwachting Natuur van toepassing moet worden. Helaas loopt de overgang van de ene dubbelbestemming naar de andere dwars door de op het perceel aanwezige bebouwing. Hiermee constateren wij dat het huidige gebruik afwijkt van het gebruik zoals u dat voorstelt in de beheersverordering. Wij verzoeken u derhalve de beheersverordering aan te passen zodat de huidige bebouwing valt binnen de dubbelbestemming waarde archeologisch verwachting Wonen. Het gehele perceel Rijksweg 3 – 5 valt heeft in de beheersverordening eenzelfde archeologische dubbelhoofdfunctie. De hoofdfunctie van Rijksweg 3 is ‘Wonen’ met daarachter de hoofdfunctie ‘Natuur’. In het vernietigde bestemmingsplan ‘Buitengebied – 2012’ had dit perceel in zijn geheel de enkelbestemming ‘Bedrijf’. In 2015 heeft het college van B&W besloten om medewerking te verlenen aan het verplaatsen van wasserij de Bielheimerbeek. En om een planologische procedure te starten voor wijziging van de bestemming ‘Bedrijf’, naar een op maat gesneden bestemming voor de woning Rijksweg 3 en de bestemming natuur voor het achtergelegen terrein.
Bij het bepalen van de afmetingen van het hoofdfunctievlak ‘Wonen’ is de standaard systematiek gehanteerd zoals die overal in het landelijk gebied voor ‘Wonen’ wordt gehanteerd. In dit geval ligt de achterste lijn van het hoofdfunctievlak evenwijdig, en op 30 meter afstand, van de achtergevel van de woning Rijksweg 3. In het kader van de herontwikkeling van deze locatie zijn afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een overeenkomst. Deze afspraken blijven onverkort van toepassing.
Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 7: • Reactie 8.
Geen (1610316)
Graag zouden wij zien dat het bestaande gebruik en dit is wonen wordt vastgelegd en niet zoals het nu het agrarische bouwperceel op de locatie is blijven zitten. Er zit ook met een koppelteken een verwijzing naar de ligboxenstal aan de andere zijden van de weg. Graag dus het bestaande gebruik wijzigen van agrarisch bouwperceel naar wonen. Ik woon alleen op deze locatie en ben voornemens om naar het dorp te verhuizen. Een woonbestemming zou dan het meeste recht doen aan deze locatie omdat er al jarenlang geen agrarische activiteiten meer zijn. Ook wordt de ligboxenstal van 600 m² en een stal van 200 m² op het huisperceel gesloopt.
1434859 / 1602599
Pagina 11 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
Het zou fijn zijn als er een gewijzigde vaststelling is van de beheersverordening die mijn erf met opstallen een woonbestemming geeft. Het bouwvlak van briefschrijfster bestaat uit twee delen. Het ene deel ligt aan de zuidzijde van de Grindstraat en deze gronden zijn in eigendom van briefschrijfster. Het tweede grootste - deel ligt aan de noordzijde van de Grindstraat. Deze gronden zijn niet in eigendom van briefschrijfster. Het omzetten van een agrarisch bouwvlak naar ‘Wonen’ is alleen mogelijk als er sprake is van het kunnen weghalen van het hele -oorspronkelijkeagrarische bouwvlak. Dit was in eerste instantie niet bij het verzoek duidelijk. De gemeente heeft hier een aanvulling op ontvangen, waaruit blijkt dat het verzoek voor omzetting naar de hoofdfunctie ‘Wonen’ voor het hele bouwvlak geldt. Naar aanleiding van de reactie en de aanvulling heeft er onderzoek plaatsgevonden. Hierbij is geconcludeerd dat er geen sprake meer is van een agrarisch bedrijf. De hoofdfunctie ‘Wonen’ sluit dus beter aan bij de bestaande situatie. De hoofdfunctie ‘Wonen’ is nu in de beheersverordening opgenomen. De omvang van het hoofdfunctievlak voor ‘Wonen’ is gebaseerd op de Nota van uitgangspunten zoals deze d.d. 4 april 2012 is vastgesteld voor het bestemmingsplan voor het buitengebied. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 8: •
Reactie 9.
Op de verordeningskaart is de hoofdfunctie ‘Wonen’ opgenomen voor de voormalige bedrijfswoning Grindstraat 9. Het agrarisch bouwvlak aan beide zijden van de Grindstraat vervalt. (1610458)
Namens onze cliënt, verzoek ik u om de op 3 mei 2012 voor zijn bedrijf afgegeven Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) Natuurbeschermingswet 1998 op te nemen in de lijst met geldende Natuurbeschermingswetvergunning. Deze verklaring maakt deel uit van het op 13 maart 2015 genomen besluit op de aanvraag omgevingsvergunning (zaaknummer BG:OVX20120099). Aangezien het bedrijf volledig volgens deze omgevingsvergunning opgericht en in werking is, is ook de VVGB van kracht, (gelijke rechtskracht als een NB vergunning)
De Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) Natuurbeschermingswet 1998 d.d. 3 mei 2012 met zaaknummer 2012-003252 is toegevoegd aan bijlage 1 Lijst vergunning Wet natuurbescherming van de Beheersverordening Landelijk gebied - 2020. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 9: •
De Verklaring van geen bedenkingen Natuurbeschermingswet 1998 d.d. 3 mei 2012 met zaaknummer 2012-003252 is toegevoegd aan bijlage 1 Lijst vergunning Wet natuurbescherming.
Reactie 10. (1610637) 10-1. Namens onze cliënt, verzoek ik u om de functie-aanduiding voor deze locatie uit te breiden met de aanduiding dat er 2 bedrijfswoningen zijn toegestaan, overeenkomstig het geldende bestemmingsplan 2002 buitengebied Wehl (zie 1434859 / 1602599
Pagina 12 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
onderstaande uitsnede) en het feitelijk gebruik.
Naar aanleiding van de reactie is onderzoek verricht. Hierbij is inderdaad naar voren gekomen dat een tweede bedrijfswoning conform vergunning aanwezig is en als zodanig mag worden gebruikt. Er is sprake van een legale planologische situatie die kan worden opgenomen in de beheersverordening.
10-2. Voorts mis ik in het overzicht met verleende NB vergunningen de Natuurbeschermingswetvergunning voor deze locatie. Deze is in 2014 verleend onder zaaknummer 2014-005456. Het besluit tot verlenen van de vergunning Natuurbeschermingswet 1998 d.d. 19 september 2014 met zaaknummer 2014-005456 is al onderdeel van bijlage 1 Lijst vergunning Wet natuurbescherming van de Beheersverordening Landelijk gebied - 2020. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 10:
De bestaande tweede bedrijfswoning is vastgelegd op de verordeningskaart.
Reactie 11.
(1611104)
11-1. De reactie wordt ingeleid met een uitgebreide situatie beschrijving. In de ontwerpbeheersverordening wordt het perceel echter, net als in het vernietigde bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' deels bestemd voor 'Wonen'. Alleen de gronden die zijn gelegen buiten het bouwvlak zijn nog bestemd als 'Agrarisch met waarden' Daarnaast is in de ontwerpverordening, in tegenstelling tot de voorgaande bestemmingsplannen, het bouwvlak dwars over de bestaande bebouwing heen gelegd. Ten opzichte van de voorgaande bestemmingsplannen wordt het bouwvlak hiermee aanzienlijk ingeperkt. Ook aan de zuidzijde is deel van het bouwvlak afgehaald.
1434859 / 1602599
Pagina 13 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
De omvang van het hoofdfunctievlak voor ‘Wonen’ is gebaseerd op de Nota van uitgangspunten zoals deze d.d. 4 april 2012 is vastgesteld voor het bestemmingsplan voor het buitengebied: “Het bestemmingsvlak ligt, met een maat van 30 meter uit de gevels van de bestaande, oorspronkelijke woning, rondom de woning. Uitgangspunt voor deze maat is de geldende regeling waarbij de afstand tussen woning en bijgebouw maximaal 20 meter mag bedragen. De achterzijde van een bijgebouw kan dus op een grotere afstand dan 20 meter van de woning liggen. Het is wenselijk dat de bijgebouwen bij een woning binnen het bestemmingsvlak vallen. Daarom bepalen we de bestemmingsgrens op een afstand van 30 meter. In bijna alle gevallen is dit voldoende. Bij afwijkende gevallen regelen we dat die afwijkende gevallen mogen blijven bestaan. Daar waar het perceel deze afmetingen niet toelaat, het perceel is bijvoorbeeld smaller, houdt het bestemmingsvlak de perceelgrenzen aan. Deze afstand zorgt dat de clustering van gebouwen op het perceel gehandhaafd blijft.”
Ook voor de beheersverordening is deze richtlijn nog steeds het uitgangspunt. Daarbij wordt uitgegaan van de gevels van woonruimte waarvoor ook een omgevingsvergunning is verleend. Daarbij kan het voorkomen dat een (deel van een) gebouw of bouwwerk buiten het hoofdfunctievlak ligt. Voor deze bebouwing geldt dat deze conform de voor dit gebouw verleende vergunning mag worden gebruikt.
11-2. Deze wijze van bestemmen komt niet overeen met wat staat vermeld in de Toelichting op de beheersverordening dat, gelet op het gebruik in ruime zin met een beperkte variant, wordt uitgegaan van de bestaande planologische situatie. Nu het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' is vernietigd kan hier niet meer op worden teruggevallen. Dit bestemmingsplan staat niet genoemd in het 'overzicht geldende plannen' dat als bijlage (1) bij de Toelichting op de beheersverordening is opgenomen, zie: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0222.BgBV001-0001/b NL.IMR0.0222.BgBV001-0001 tbl.pdf. Ook qua bebouwing stemt de beheersverordening niet overeen met de vigerende bestemmingsplannen. De bestaande, met de bestemmingsplannen in overeenstemming zijnde bebouwing, wordt op basis van de beheersverordening immers voor een groot deel onder het overgangsrecht gebracht. Omdat wij ons niet kunnen vinden in de in de beheersverordening voorgestelde bestemming, deels Wonen/deels Agrarisch met waarden met een beperking van de bebouwingsmogelijkheden, verzoeken wij u om de bestemming van het perceel in de beheersverordening, inclusief de bebouwingsmogelijkheden, in overeenstemming te brengen met de vigerende bestemmingsplannen.
Mochten er dringende redenen zijn om de voorgestelde bestemming in de beheersverordening, in afwijking van de door u voorgestelde methodiek, te handhaven, dan verzoeken wij u om dit in ieder geval nader te motiveren. Aangezien voor de beheersverordening geen passende beoordeling is opgesteld, zoals bedoeld in artikel 2.8 van de Wet Natuurbescherming (Wnb) en (de mogelijke toename van) stikstofdepositie, een belangrijke reden was voor de Afdeling bestuursrechtspraak om het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' te vernietigen, kunnen wij ons voorstellen dat het bestemmen van meerdere agrarische (hoofd)functies een knelpunt oplevert. Indien het opnemen van een agrarische bestemming voor het perceel op onoverkomelijke bezwaren stuit, zijn wij graag bereid om, zo mogelijk in nader overleg met het College, afspraken te maken over de kaders en randvoorwaarden voor de voorgestelde bestemming in de beheersverordening. 1434859 / 1602599
Pagina 14 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
Zonder dit overleg en/of nadere motivering, is het vaststellen van de beheersverordening in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur waaronder het motiverings-en zorgvuldigheidsbeginsel. Feitelijk gebruik Het bedrijf van de huidige eigenaren (ingeschreven in de KvK onder nummer 09203748), beschikt op grond van de door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) verleende vergunning (met nummer 60069982) over bestaande rechten om op het perceel een agrarisch bedrijf uit te oefenen, te weten 'het houden van 4024 eenheden pluimvee'. Een van de eigenaren heeft diverse keren (te weten per brief d.d. 25 juni 2013 en per mail d.d. 31 maart 2015) bezwaar aangetekend op het eenzijdige besluit van de gemeente Doetinchem om, in het kader van de totstandkoming van het inmiddels vernietigde bestemmingsplan 'Buitengebied 2012', de bestemming van het perceel te veranderen van agrarisch naar wonen. Na overdracht van het bedrijf met de daarbij behorende rechten en gebouwen, achten wij de kans reëel dat de rechtmatige agrarische activiteiten worden voortgezet. Ook hieruit kan worden geconcludeerd dat de wens en de noodzaak bestaat om de agrarische bestemming te behouden zodat de feitelijke bedrijfsactiviteiten kunnen worden voortgezet.
Gelet op al het vorenstaande verzoeken wij u om de bestemming én het bouwvlak van het perceel in de beheersverordening in overeenstemming te brengen met de vigerende bestemmingsplannen. De agrarische bestemming uit deze plannen komt immers ook overeen met het feitelijk gebruik en de bestaande agrarische rechten op het perceel. Mocht het opnemen van een agrarische bestemming in de beheersverordening, bijvoorbeeld vanwege (de toename van) stikstofdepositie op het landelijk gebied, op onoverkomelijke bezwaren stuiten, dan treden wij graag met het College in overleg over de kaders en randvoorwaarden waarbinnen de bestemming eventueel kan worden gewijzigd naar 'Wonen'. Op het perceel is geen agrarisch bedrijf meer actief. Eerdere milieuvergunningen zijn actief ingetrokken en de aanwezige ammoniakrechten zijn verplaatst naar een andere locatie. De voormalige stallen worden gebruikt voor niet agrarische activiteiten. Voor het opnemen van een agrarische functie met een bouwvlak bestaat dan ook geen aanleiding. Zie verder ook 11-1. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 11: •
Geen.
Reactie 12. (1611338/1611378) 12-1. Namens cliënt verzoeken wij een nadere aanduiding aan het perceel te geven aangaande oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken zoals benoemd in het tweede lid van artikel 21.2.3. De reden hiervoor is dat cliënt voornemens is een schuur op het achtererfgebied te realiseren met de functie als garage annex, hobbyruimte en het huisvesten van twee paarden. Het beoogde gebouw heeft een oppervlakte van 135 m²). De bedrijfswoning heeft van oudsher een 'bijgebouw' gekoppeld aan de woning; dit gedeelte is in de oorspronkelijke bouwaanvraag aangeduid als 'kantoor- en bergruimte' (62 m²). Echter is in de hernieuwde bouwvergunning van 1989 dit gedeelte aangeduid als 'zitkamer/ hal/ wc/ douche'. Tot op de dag van vandaag is 1434859 / 1602599
Pagina 15 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
deze ruimte ook als woongedeelte gebruikt waardoor het niet functioneel ondergeschikt is en dus tot de woning behoort. Correspondentie met uw gemeente leert dat het voor cliënt onduidelijk is of deze ruimte nu wel of niet meegerekend moet worden als bijgebouw zijnde. Veiligheidshalve, gaan we daarom uit van wel. Op het achtererf staan twee oude gebouwen van respectievelijk 70 m² en 25 m² deze worden gesaneerd en vervolgens gesloopt. Concreet, cliënt verzoekt om de aanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouwen' toe te voegen aan zijn bestemmingsvlak met daarbij de aangegeven maat van (135 + 62)197 m². Deze locatie heeft de hoofdfunctie ‘Wonen’ in de beheersverordening. Net zoals alle andere vergelijkbare locaties in het landelijk gebied. Hiervoor geldt in basis dat de woning een inhoud van maximaal 750 m3 mag hebben (artikel 21.2.2.d) en dat er maximaal 100 m² bijbehorende bouwwerken bij de woning mag staan (artikel 21.2.3.a). Er zijn in de regels enkele afwijkingen mogelijk, maar dat is afhankelijk van specifieke situaties. Daar waar er in de bestaande situatie sprake is van een grotere inhoud van de woning of meer bijbehorende bouwwerken, voorziet de regeling voor bestaande maten (artikel 41.3). De bestaande, legale inhoud of oppervlakte is dan maatgevend.
Het past niet in de gemeentelijke uitgangspunten om per woning een eigen maximale oppervlakte bijbehorende bouwwerken vast te leggen. Deze vraag van briefschrijver is dus ook niet gehonoreerd.
12-2. We verzoeken namens cliënt het bestemmingsvlak 'Wonen' aan te passen conform de in reactie opgenomen figuur.
Op deze wijze is gewaarborgd dat de beoogde schuur kan worden gerealiseerd op het achtererf binnen het bestemmingsvlak. Tevens wordt het mogelijk om op deze wijze de nokrichting van het beoogde gebouw te laten aansluiten bij de bestaande bebouwing. Daarbij heeft de som der delen (bedrijf Wardsestraat 2a/2b + woning Wardsestraat 2) nog altijd een kleiner beoogd bestemmingsoppervlak dan de bedrijfsbestemming B22 uit 2002. Zie het antwoord op reactie 11-1. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 12: •
Geen.
1434859 / 1602599
Pagina 16 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
Reactie 13. (1611357) Graag zouden wij zien dat het bestaande bouwperceel iets wordt vergroot zodat de gebouwen (rechtsachter op het bouwperceel) allemaal binnen het bouwperceel vallen. Graag dus het bestaande gebruik wijzigen zodat de gebouwen die zijn vergund middels een bouwperceel wijziging ook binnen het bouwperceel vallen. Zou fijn zijn als er een gewijzigde vaststelling van de beheersverordening in uw raad komt en de aanpassing bouwperceel (mag ook ambtshalve wijziging zijn) wordt meegenomen. In de beheersverordening zal de regeling gehandhaafd blijven, zoals dat ook in het bestemmingsplan ‘Buitengebied – 2012’ was opgenomen. Een wijziging hiervan zou eerst moeten worden beoordeeld op mogelijk negatieve effecten op de omgeving en/of het niet in strijd is met ruimtelijke wet- en regelgeving. Hiervoor dient een afzonderlijke ruimtelijke procedure doorlopen te worden. Een verzoek kan via het Omgevingsloket bij de gemeente Doetinchem worden ingediend. Vervolgens zal deze worden beoordeeld en kan er besluitvorming over plaatsvinden. Voor meer informatie kan er contact worden opgenomen met het loket Bouwen en Wonen. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 13: •
Geen.
Reactie 14. (1611465) 14-1. Ten aanzien van onze woning heb ik geen opmerkingen. Wel vraag ik me af wat de status is van de locatie aan de Randweg die vorig jaar door de gemeente is afgewezen als vestigingsplaats voor het tankstation van Wenting/Fieten Olie. De gemeenteraad wil dat deze locatie gevrijwaard blijft van een tankstation of andere stedelijke functies en een groene bestemming behoudt. Heeft deze locatie daarom in de beheersverordening de hoofdfunctie agrarisch, met als dubbelbestemming waarde ecologie en waarde archeologische verwachting, en wordt het daarom ook aangeduid als waardevol landschap? Betekent dit dus dat een tankstation of andere voorziening op deze locatie niet meer mogelijk is? In de beheersverordening wordt het beheer van het landelijk gebied, in overeenstemming met het bestaande feitelijke of planologisch toelaatbare gebruik, geregeld. Ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen in dit gebruik mogen daarbij niet opgenomen worden. Dat is ook voor de bedoelde locatie, waar het tankstation aan de Oostelijke randweg gepland was, zo verwerkt in de beheersverordening. Op basis van de regels in de beheersverordening is een tankstation niet mogelijk.
14-2. Tot slot is in het beheersplan rekening gehouden met de bestemming natuurgebied die de gemeente en provincie willen geven aan de overige weilanden/landerijen thv dit deel van de Randweg?
1434859 / 1602599
Pagina 17 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
De omgeving die briefschrijver bedoelt maakt onderdeel uit van het provinciale project voor de ontwikkeling van natuur rondom de Zumpe. Daar waar de functie ‘Natuur’ al is gerealiseerd of vergund, is dit als zodanig opgenomen in de beheersverordening. Een aantal percelen daarvan waren nog niet met de functie ‘Natuur’ opgenomen in de ontwerp beheersverordening. Deze is bij de vaststelling alsnog toegevoegd aan de hoofdfunctie ‘Natuur’. Er blijven nog terreinen aanwezig in het projectgebied de Zumpe die nog geen hoofdfunctie Natuur toegekend krijgen in de beheersverordening. Voor die percelen is de gewenste ontwikkeling naar natuur nog niet zo ver, dat het toekennen van deze hoofdfunctie al kan. Dit geldt onder andere voor een groot deel van de gronden ten noorden van de Vossenstraat. Dit zal in de toekomst, als het wel logisch is (de aanleg van natuur is vergund of al gerealiseerd), aangepast worden.
Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 14: •
Geen.
Reactie 15. (1611639/1611481) 15-1. Een vergelijking tussen de (nu nog) maatgevende plankaart uit 2002 en de plankaart in de ontwerpbeheersverordering leert ons dat de hoofdfunctie van het gebied wordt gewijzigd. Het bedrijf maar ook de gronden van cliënt liggen in de beoogde planologische situatie niet meer in een gebied met de hoofdfunctie 'Agrarisch' maar in een gebied met de hoofdfunctie 'Agrarisch met waarden'. Tevens is de gebiedsaanduiding 'overige zone - openheid en reliëf' toegevoegd. Cliënt is voornemens om op termijn een pruimengaard aan te planten, eveneens wordt er fruit geteeld zoals bijvoorbeeld aardbeien. Op grond van de hoofdfunctieomschrijving, artikel 4.1 sub a is fruitteelt niet toegestaan ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - openheid', uitgezonderd de bestaande fruittelers. Omdat de gronden van cliënt de gebiedsaanduiding 'overige zone openheid en reliëf' hebben stellen we dat fruitteelt op deze gronden bij recht is toegestaan. Echter, de gebiedsaanduiding 'overige zone - openheid en reliëf' is nieuw op het bouwvlak en de omliggende gronden van cliënt. Artikel 43.14.2 regelt vervolgens dat voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijn, of van werkzaamheden in sommige gevallen weer een omgevingsvergunning-plicht geldt, waaronder het “kweken en telen van bomen en heesters (inclusief fruitbomen en boomgaarden)"(43.14.2 sub a).
Cliënt is van mening dat ten onrechte de hoofdfunctie van het gebied is gewijzigd. Hetgeen staat haaks op het consoliderende karakter van de ontwerpbeheersverordening. Bovendien resulteert in de wijziging (incl. nadere gebiedsaanduiding) in een strijdig gebruik van de bestaande situatie (zie ook volgend punt, 2), terwijl deze planologisch legaal aanwezig is op het moment van schrijven. Cliënt verzoekt dan ook de hoofdfunctie 'Agrarisch' toe te kennen, zoals dit ook in 2002 het geval was. Tevens verzoekt cliënt kritisch naar de meerwaarde van de nadere gebiedsaanduiding 'overige zone - openheid en reliëf' te kijken. De hieruit voortvloeiende omgevingsvergunning-plicht staat haaks op het feitelijk gebruik van de gronden in het gebied en zorgt voor onnodige regeldruk.
1434859 / 1602599
Pagina 18 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
In het bestemmingsplan ‘Buitengebied – 2012’ welke eerder door de gemeenteraad is vastgesteld, zijn de gronden in kwestie bestemd als ‘Agrarisch met waarden’ met de aanduiding ‘overige zone – openheid’. Eén en ander vloeit voor uit een landschap analyse. Daarbij is geconstateerd dat de gronden zich bevinden binnen het Essenlandschap: “Aan de noordzijde van Wehl liggen nog gave, bolliggende en open essen, die bijzonder goed herkenbaar zijn. Veelvoorkomende bedreigingen voor de essen zijn bebouwing op de es, niet passend grondgebruik, zoals kwekerijen, het egaliseren of slechten van steilranden en grootschalige bebouwing in het kleinschalige landschap.”
De bestemming zoals eerder was opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied – 2012’ is dan ook gehandhaafd als hoofdfunctie. De aanduiding ‘overige zone – openheid en reliëf’ staat fruitteelt inderdaad niet in de weg. Wel is zoals de briefschrijver schrijft voor de aanleg hiervan een omgevingsvergunning vereist. 15-2. Onderhavig perceel heeft de functieaanduiding 'niet grondgebonden’. Artikel 4.1 sub a, tweede lid regelt dat niet-grondgebonden veehouderijbedrijven, uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'niet grondgebonden'. Artikel 1.92 (begripsbepaling) omschrijft een 'niet-grondgebonden veehouderijbedrijf’ als “agrarisch bedrijf dat hoofdzakelijk is gericht op veehouderij waarvan het voer voor de landbouwhuisdieren voor het grootste gedeelte niet geteeld wordt op de gronden die in de nabijheid van het agrarisch bouwperceel zijn gelegen en waarop de veehouderij rechten heeft". De lijn van de hoofdfunctieomschrijving volgende, lijkt het alsof alleen een intensief bedrijf op onderhavige locatie wordt toegestaan (het koppelwoord 'alsmede' ontbreekt namelijk tussen sub a, lid 1 en sub a, lid 2). Cliënt verzoekt de functieaanduiding 'niet grondgebonden' te verwijderen als nadere aanduiding. Er worden geen intensieve landbouwhuisdieren (meer) gehouden.
Een urgentere constatering is dat de nadere aanduiding 'tuinbouw' ontbreekt, evenals de begripsomschrijving hiervan. Echter is het zeer voor de hand liggend dat onderhavig bedrijf, als biologisch tuinbouwbedrijf zijnde, deze functie toegewezen krijgt (zie ook artikel 4.1, sub t). Ook is het niet helder hoe het begrip 'tuinbouw' en 'kwekerij' zich tot elkaar verhouden.
1434859 / 1602599
Pagina 19 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
Alleen ter plaatse van de functieaanduiding ‘niet-grondgebonden’ is een niet grondgebonden veehouderij toegestaan. Grondgebonden bedrijven zijn toegestaan op alle gronden met de hoofdfunctie ‘Agrarisch’. Hieronder wordt tevens begrepen een tuinbouwbedrijf. Onder een grondgebonden agrarisch bedrijf wordt verstaan: ‘een agrarisch bedrijf waarbij de bedrijfsvoering geheel of nagenoeg geheel afhankelijk is van de grond als agrarisch productiemiddel, waaronder een grondgebonden veehouderijbedrijf (artikel 1.63 van de regels). Ook een (biologisch) tuinbouwbedrijf is geheel of nagenoeg geheel afhankelijk van de grond voor zijn productie. Voor containerteelt kan dit anders liggen, wat veelal aan de orde is bij een groenbedrijf, glastuinbouwbedrijf en kwekerij voor sierteelt, maar daar is hier geen sprake van. Een biologische tuinbouwbedrijf is binnen de regels van de beheersverordening wel toegestaan. De functieaanduiding ‘niet grondgebonden’ is van de verordeningskaart bij deze locatie verwijderd. 15-3. Op grond van artikel 42.6 (maar ook in artikel 3.2.7) zijn o.a. tunnelkassen uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Vervolgens wordt in artikel 4.4.1 (maar ook in artikel 3.4.1) geregeld dat mestopslag, trainingsmolens en kuilvoerplaten onder voorwaarden ook buiten het bouwvlak mogen worden gerealiseerd.
Tunnelkassen ontbreken in deze opsomming waardoor het niet mogelijk is deze buiten het bouwvlak te plaatsen. Dit door vertaald naar de praktijksituatie van cliënt: op basis van een gewasrotatieplan wat jaarlijks rouleert over de gronden wordt na gelang ook tijdelijk een tunnelkas geplaatst om de groei 'vroege' groenten en fruit te bevorderen. Stel dat tunnelkassen alsnog in artikel 4.4.1 worden opgenomen dan betekent dit dat cliënt elk jaar een nieuwe omgevingsvergunning moet aanvragen omdat de plek hiervan rouleert. Cliënt kan zich niet voorstellen dat uw gemeente deze uitwerking heeft beoogd met de planregels. Bovendien levert het onnodige regeldruk op. Resumé, cliënt verzoekt in de planregels dusdanig aan te passen dat tijdelijke teeltondersteunende maatregelen, zoals tunnelkassen, zonder omgevingsvergunning buiten het bouwvlak geplaatst mogen worden. Aan het verzoek kan niet tegemoet gekomen worden. In de beheersverordening zal de regeling gehandhaafd blijven, zoals dat ook in het bestemmingsplan ‘Buitengebied – 2012’ was opgenomen. Een wijziging hiervan zal eerst moeten worden beoordeeld op mogelijk negatieve effecten op de omgeving en/of het niet in strijd is met ruimtelijke wet- en regelgeving. Hiervoor dient een afzonderlijke ruimtelijke procedure doorlopen te worden. Een verzoek kan via het Omgevingsloket bij de gemeente Doetinchem worden ingediend.
Vervolgens zal deze worden beoordeeld en kan er besluitvorming over plaatsvinden. Voor meer informatie kan er contact worden opgenomen met het loket Bouwen en Wonen.
15-4. De bedrijfswoning van cliënt heeft de functieaanduiding 'cultuurhistorische waarden' toegekend gekregen. Deze aanduiding is toegevoegd, op grond van de vigerende plannen heeft de woning geen nadere aanduiding (c), welke staat voor 'cultuurhistorisch waardevolle bebouwing'. De aanduiding brengt de nodige beperkingen met zich mee, geregeld in artikel 4.8 (gebouw mag niet zondermeer worden gewijzigd/gesloopt). In de toelichting op het plan wordt niet beschreven waarom aan objecten deze functieaanduiding is toegekend. In de bijlage bij de planregels is ook geen overzicht opgenomen waarin de aanduiding wordt
1434859 / 1602599
Pagina 20 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
verantwoord. Gezien het voorstaande verzoekt cliënt dan ook de functieaanduiding 'cultuurhistorische waarden' van de bedrijfswoning te verwijderen. De aanduiding ‘ch’ of ‘chw’ was reeds opgenomen in het vernietigde bestemmingsplan ‘Buitengebied - 2012’ en vloeit voort uit de rapportage ‘Inventarisatie cultuurhistorische waarden bebouwing landelijk gebied’ Gemeente Doetinchem d.d. februari 2011. Na vaststelling door de gemeenteraad maakt deze rapportage ook deel uit van de beheersverordening. Het doel van de functieaanduiding is om de aanwezige cultuurhistorische waarden te beschermen. Hier is in de regels een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk aan gekoppeld. Bij een sloopactiviteit zal worden beoordeeld of er sprake is van aantasting van deze cultuurhistorische waarden. Tevens zal worden beoordeeld of instandhouding van het bouwwerk op basis van technische en economische overwegingen redelijkerwijs kan worden verlangd. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 15: • •
De functieaanduiding ‘niet grondgebonden’ is voor dit perceel van de verordeningskaart verwijderd; De inventarisatierapporten cultuurhistorische bebouwing zijn als bijlagen toegevoegd aan de regels.
Reactie 16. (1611850) 16-1. Voor de beheersverordening wordt geen passende beoordeling in de zin van de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Blijkens de jurisprudentie kan van een passende beoordeling worden afgezien wanneer voor de gebruiksmogelijkheden wordt aangesloten bij de feitelijke en planologisch toegestane situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan of in dit geval de beheersverordening - in andere bewoordingen - de planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van de beheersverordening, echter alleen voor zover deze op dat moment ook feitelijk wordt benut. Zie uitspraak ECLl:NL:RVS:2020:684, r.o. 23.6. Dat wordt voor de locatie Varsseveldseweg 255 echter niet gedaan. Er wordt namelijk een agrarisch bouwvlak rondom de bestaande stallen getrokken. Het bouwvlak wordt zodoende weliswaar om de feitelijk bestaande situatie getrokken, maar dat is niet de planologisch legale situatie. Alle eerdere bestemmingsplannen waarvoor een dergelijk bouwvlak is opgenomen, zijn immers vernietigd (zie uitspraken 201104811/1, 201308949/1 en3 201600392/1). Het bouwvlak in de ontwerpbeheersverordening wijkt ook af van de toelichting in § 3.4.2,1 (in § 3.4.2.2, die betrekking heeft op de hier aan de orde zijnde bestemming Agrarisch met waarden, wordt wat dit betreft terugverwezen naar § 3.4.2.1).
In die toelichting staat dat de bouwvlakken uit de vigerende bestemmingsplannen zijn overgenomen op de plankaart. Dat is hier dus niet het geval. Het bouwvlak uit het vigerende bestemmingsplan is namelijk als volgt: bouwvlak o.b.v. Bestemmingsplan Buitengebied 2000. En nu staat er op de plankaart een sterk afwijkend bouwvlak, als volgt: bouwvlak volgens plankaart bij ontwerpbeheersverordening. Er is voor deze situatie nooit een ruimtelijke toets uitgevoerd, die stand heeft gehouden. De ruimtelijke aanvaardbaarheid is dus nooit gebleken. Er heeft ook nimmer een passende beoordeling plaatsgevonden voor deze situatie, hoewel het hier evident gaat om een activiteit (het houden van dieren) die stikstofdepositie veroorzaakt op Natura2000-gebieden. Er is dus geen sprake van een planologisch 1434859 / 1602599
Pagina 21 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
legale situatie. Zoals hierboven is aangegeven, is het echter juist wel de planologisch legale situatie die het uitgangspunt moet zijn volgens de Wet Natuurbescherming voor een plan als het onderhavige. Het is dus niet juist om deze situatie in de beheersverordening op te nemen. Zeker is het in strijd met art. 2.7 lid 1 en 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming om de beheersverordening in de huidige vorm, met opname van dit bouwvlak voor Varsseveldseweg 255, vast te stellen zonder passende beoordeling. Ook is de figuur van een beheersverordening, waar geen bezwaar en beroep tegen open staat, hiervoor ongeschikt. De bepalingen in de Wet Natuurbescherming dienen immers ter omzetting van de bepaling in art. 6 lid 3 Habitatrichtlijn, dat voorschrijft dat voor elk plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo’n gebied, een passende beoordeling gemaakt moet worden van de gevolgen voor het gebied en dat slechts toestemming voor het plan kan worden verleend nadat de zekerheid is verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aan tasten en nadat in voorkomend geval inspraakmogelijkheden zijn geboden.
Als u de beheersverordening toch vaststelt, mét dit bouwvlak, maar zonder passende beoordeling, dan handelt u in strijd met de Wet Natuurbescherming en zal de verordening onverbindend zijn wegens strijd met hogere regelgeving. Uiteraard moet deze onduidelijke en onwenselijke situatie worden voorkomen. Er is sprake van een bestaande bedrijfssituatie waarvoor vergunningen onherroepelijk zijn. Die vergunningen zijn verleend op basis van een toen in werking zijnde wijzigingsplan (Buitengebied 2000 herziening 2002 23e wijziging (Varsseveldseweg 255)). De bestaande stikstofsituatie is in de beheersverordening vastgelegd (artikel 4.5.2 Strijdig gebruik stikstofdepositie). In de begripsbepalingen is in artikel 1.30 omschreven wat onder de bestaande stikstofdepositie wordt verstaan. Voor de locatie Varsseveldseweg 255 is een Natuurbeschermingswetvergunning verleend. De bedrijfsvoering mag niet afwijken ten opzichte van wat in deze vergunning maximaal is opgenomen. Hiermee wordt gewaarborgd dat er ieder afwijkend gebruik ten opzichte van de vergunning, als strijdig met de beheersverordening en de Wet natuurbescherming wordt geacht. Ook de omgevingsvergunningen (bouw en milieu) zijn onherroepelijk (onder meer een reguliere omgevingsvergunning voor de bouw van een vleesvarkensstal, nr. 2007.1002 d.d.
28 juli 2012), welke gerespecteerd en meegenomen dienen te worden bij het vaststellen van de beheersverordening. Naar de mening van de gemeente is zo de feitelijk bestaande situatie vastgelegd, zoals deze in omgevingsvergunningen en de Natuurbeschermingswetvergunning onherroepelijk is vastgelegd. Een passende beoordeling is daarom niet nodig. En is ook geen sprake van een onverbindend besluit wegens strijd met hogere regelgeving.
16-2. Daarnaast wordt in planregels art. 3.2.2 sub c en art. 4.2.2 sub c bouwen ten behoeve van mest/co-vergisting toegestaan. Ook dit is een activiteit waarbij stikstof kan vrijkomen en die niet in de beheersverordening mag worden toegestaan zonder passende beoordeling. En in planregels art. 3.4.1 en 4.4.1 worden afwijkingsmogelijkheden aangeboden ten behoeve van bouw van mestopslagen. Ook dat is een activiteit die stikstofemissie kan veroorzaken en waarvoor een passende beoordeling moet worden uitgevoerd, voordat in een plan deze activiteiten worden toegestaan. Planregel art. 4.5.3 is onduidelijk. Kennelijk is 1434859 / 1602599
Pagina 22 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
bedoeld te verbieden dat bij niet grondgebonden bedrijven wordt uitgebreid met een andere diercategorie. Onduidelijk is echter of uitgebreid mag worden met melkrundvee. Op grond van de eerder genoemde bepaling (4.5.2 Strijdig gebruik stikstofdepositie) kan er geen sprake zijn van een toename van de bestaande stikstofdepositie. Mocht volgens de Wet natuurbescherming, een mest/co-vergisting installatie leiden tot toename van de stikstofdepositie, dan zal deze niet op grond van de beheersverordening kunnen en mogen worden gerealiseerd.
Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 16: •
Geen.
Reactie 17. (1611883) De woning is niet geïsoleerd en gemoderniseerd, omdat mijn (klein) kinderen hier wel mogelijkheden in zien, willen we hier (mogelijk) uitvoering aan gaan geven. Ze willen helpen met de plannen en investering en dan kan ik hier met een van de kinderen naast mij blijven wonen. Natuurlijk willen ze dan wel meer privacy dan dat wij in het verleden met twee huishoudens hebben gehad. Zover mijn kennis strekt is er altijd een dubbele bewoonbaarheid op mijn perceel/woning geweest. En daarbij ook mogelijk geweest. We hebben hier ook altijd met twee huishoudens gewoond totdat er mensen kwamen te overlijden. In het vigerend bestemmingsplan staat mijn woning ook als zodanig aangemerkt. In de beheersverordening staat dat echter niet meer omschreven? Dubbele bewoning, dus de mogelijkheid voor bewoning door twee huishoudens mis ik in de ontwerpbeheersverordening. Graag zou ik dan ook in de beheersverordening willen zien dat dubbele bewoning mogelijk blijft en als zodanig omschreven wordt. Zodat we de benodigde aanpassingen kunnen gaan realiseren.
De aanduiding ‘dubbel bewoonde woning’ zoals opgenomen was in het bestemmingsplan ‘Zelhem Buitengebied herziening 2-1988’ wordt niet meer gehanteerd. Daarnaast wil de aanduiding ‘dubbel bewoonde woning’ in dit plan niet zeggen dat ter plekke een tweede woning mag of kan worden gerealiseerd. Ook in het vernietigde bestemmingsplan ‘Buitengebied - 2012’ was de woning Zelhemseweg 23 bestemd voor 1 woning. Dit is in de beheersverordening overgenomen.
Als briefschrijver in aanmerking wil komen voor een gesplitste of extra woning dan zal dit plan moeten worden getoetst aan de in december 2020 door de gemeenteraad vastgestelde notitie ‘Wonen landelijk gebied’. De betreffende notitie is onder meer te vinden op de website van de gemeente Doetinchem. Een verzoek kan via het 1434859 / 1602599
Pagina 23 van 111
26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021
Omgevingsloket bij de gemeente Doetinchem worden ingediend. Vervolgens zal deze worden beoordeeld en kan er besluitvorming over plaatsvinden. Voor meer informatie kan er contact worden opgenomen met het loket Bouwen en Wonen.
Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 17: •
Geen.
Reactie 18. (1611886) Op deze percelen rust een agrarische bestemming. Wij missen echter de bestemming: Industrie. Deze bestemming rust op de schuur waar de werkplaats in is gevestigd. Deze bestemming zouden wij ook in de beheersverordening vermeld willen zien. In alle voorgaande bestemmingsplannen is voor het perceel een agrarische bestemming opgenomen en om die redenen is er in de beheersverordening ook een agrarische hoofdfunctie opgenomen. Een omvorming naar een andere hoofdfunctie zal moeten voldoen aan het functiewijzigingsbeleid van de gemeente. Voor nadere informatie kan men zich in eerste instantie richten tot het loket bouwen en wonen van de gemeente. De medewerkers kunnen initiatiefnemers informeren over de mogelijkheden. Als briefschrijver hiervan gebruik wil maken dan dient dit in een afzonderlijke procedure te worden beoordeeld. Daarbij is er binnen het perceel sprake van gedeeld eigendom. De betreffende eigenaren kunnen met een gezamenlijk, ruimtelijk onderbouwd verzoek komen om de hoofdfunctie van het perceel te wijzigen. Een verzoek kan via het Omgevingsloket bij de gemeente Doetinchem worden ingediend. Vervolgens zal deze worden beoordeeld en kan er besluitvorming over plaatsvinden. Voor meer informatie kan er contact worden opgenomen met het loket Bouwen en Wonen. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 18: •