Bijlage 1 Financieel overzicht ODA.pdf
Tekst van het document
Jaarstukken 2022 Jaarverslag en jaarrekening 2022
1
1
Jaarstukken 2022 Jaarverslag en jaarrekening 2022
Datum: 21 februari 2023 Status: versie AB vergadering 22-2-2023 © Omgevingsdienst Achterhoek
2
Elderinkweg 2, 7255 KA Hengelo (Gld) info@odachterhoek.nl www.odachterhoek.nl www.gelderseomgevingsdiensten.nl @odachterhoek /OmgevingsdienstAchterhoek
2
INHOUDSOPGAVE
JAARVERSLAG 2022 ___________________________________________________________ 4 I.
Voorwoord________________________________________________________________ 4
II.
Inleiding ________________________________________________________________ 6
III.
Programma 1 – Vergunningverlening___________________________________________ 8
IV.
Programma 2 – Toezicht en Handhaving ______________________________________ 10
V.
Programma 3 – Specialismen _______________________________________________ 15
VI.
Programma 4 - Stelseltaken ________________________________________________ 18
VII.
Programma 5 – Overige activiteiten en projecten ________________________________ 20
VIII.
Financiële uitkomsten ___________________________________________________ 22
IX.
Paragrafen _____________________________________________________________ 23
1.
Bedrijfsvoering ______________________________________________________________ 23
2.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ________________________________________ 24
3.
Financiering ________________________________________________________________ 31
4.
Onderhoud kapitaalgoederen __________________________________________________ 31
5.
Wet open overheid (Woo) ____________________________________________________ 31
Overzicht van baten en lasten __________________________________________________ 44 Toelichting overzicht van baten en lasten _________________________________________ 45
3
3
JAARVERSLAG 2022 I.
Voorwoord
Het jaar 2022 is een bijzonder jaar gebleken. In maart zijn we onaangenaam verrast door de inval van Rusland in Oekraïne. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor heel Europa en ver daarbuiten. De oorlog heeft geleid tot vluchtelingenproblemen, energiecrisis, schaarste van allerlei producten en een torenhoge inflatie. Deze gevolgen zijn ook in Nederland merkbaar. Naast de gevolgen van de oorlog is de stikstofcrisis nog nadrukkelijker een probleem geworden door een uitspraak van de Raad van State. Schaarste op de arbeidsmarkt is nog steeds een probleem en dat leidt tot hogere kosten voor inhuurkrachten. Daarbij zullen de uitkomsten van de Cao onderhandelingen eveneens voor hogere personele lasten zorgen met terugwerkende kracht. Dat geldt in 2022 al voor een eenmalige uitkering voor het personeel als compensatie voor de hoge energieprijzen en gestegen inflatie. De ontwikkelingen in het land gaan gestaag door. Het werk bij de ODA neemt alleen maar toe. De noodzaak om te bouwen is groot, bedrijven willen zich vestigen of uitbreiden. Er is er steeds meer behoefte aan advies en er komen nieuwe taken bij zoals energie en duurzaamheid. Door de krapte op de arbeidsmarkt leidt dit tot een hoge werkdruk en noodzaak om extra personeel aan te trekken. Met enige moeite kunnen we gelukkig nog steeds mensen vinden die deels direct inzetbaar zijn en deels eerst opgeleid moeten worden.
Het inwerken en opleiden kost capaciteit, maar we hebben geen keus als we ons werk willen blijven uitvoeren. En helaas hebben we in 2022 te maken gehad met een aantal langdurig zieken. Zoals bekend is de Omgevingswet opnieuw uitgesteld. Dat geeft meer tijd voor de voorbereiding. Aan de andere kant blijft het puzzelen om te voorkomen dat we te vroeg gaan “pieken” in het opleiden van mensen waardoor de opgedane kennis weer weg is terwijl de wet nog niet is ingegaan. Het gaat dan om de vakinhoudelijke kennis, zoals het vinden van de juridische verwijzingen. Samen met onze partners zijn we uitgebreid aan het oefenen en worden er goede afspraken gemaakt over uniforme afspraken waar dit mogelijk is. We werken zo goed mogelijk in de “geest van de Omgevingswet”. Helaas wordt de Achterhoek steeds populairder in criminele kringen zoals drugscriminaliteit. We ervaren een goede samenwerking met vele partners, ieder vanuit zijn eigen rol. We doen steeds meer kennis op. Toch blijven dit zeer zorgelijke ontwikkelingen waarbij we helaas letterlijk achter de feiten aanlopen. Het Interbestuurlijk Programma (IBP) VTH vraagt ook de nodige energie. Na het rapport van Van Aartsen is het IBP in de steigers gezet. Dit programma is zeer ambitieus en richt zich op verbetering en versteviging van VTH, deels bestuurlijk en deels gericht op de uitvoering.
Ook de ODA zal haar steentje bijdragen aan het programma en wel hebben daarvoor projectsubsidies aangevraagd. Veel zal in 2023 en daarna in uitvoering komen. We proberen zo slim mogelijk gebruik te maken van de subsidie om de kwaliteit en de efficiëntie verder te verbeteren. Vanwege de krappe arbeidsmarkt blijft het wel spannend of we ondanks vergoedingen wel voldoende capaciteit kunnen vinden voor de uitvoering. Het reguliere werk moet tenslotte ook doorgaan.
4
4
Met alle ontwikkelingen die hierboven deels genoemd zijn is het ons helaas niet gelukt om helemaal binnen te begroting te blijven. In het jaarverslag worden de afwijkingen verder toegelicht. Naast het totale resultaat van de ODA zijn er bij onze partner schommelingen in het resultaat. Dit is meestal het gevolg van een toe- of afname van de vraag naar producten. Deze verschillen zijn met de individuele partners toegelicht en afgestemd. Met veel genoegen blijven we ons inzetten voor een fijne samenwerking met onze partners met als doel om een gezonde en veilige leefomgeving in de Achterhoek te borgen. Er is genoeg te doen. Hengelo, 21 februari 2023
Met vriendelijke groet namens Het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Achterhoek,
Ir. Petra G.M. van Oosterbosch, Directeur
5
5
II. Inleiding 1. Algemeen Voor u ligt het jaarverslag en de jaarrekening 2022 van de ODA. De ODA is opgericht op 7 november 2012, de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur van de ODA. De ODA kent twee bestuursorganen namelijk het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Op 31 december 2022 waren de besturen als volgt samengesteld.
Gemeente/
Lid
Functie
T.M.M. Kok
Wethouder
J.H.A. van Oostrum
Burgemeester vz Berkelland
W.J.P. Pelgrom*
Wethouder
H.G. Bulten*
Plaatsvervanger
Functie
A.B. Stapelkamp
Burgemeester
A.K. van Gijssel*
Wethouder
Bronckhorst
E.M. Gosselink*
Wethouder
Wethouder
Doetinchem
L.T.M. Steintjes*
Wethouder
M. Eggink-Meuleman*
Wethouder
Lochem
S.W. van ‘t Erve
Burgemeester
J.R. Mos*
Wethouder
Montferland
J.A.M. Derksen-Geuijen* Wethouder
B.T.M. Porskamp
Wethouder
Oost Gelre
J.B.M. Hoenderboom*
Wethouder
S.L. Hiddinga
Wethouder
Oude IJsselstreek
O.E.T. van Dijk
Burgemeester
G.E. Visser*
Wethouder
Winterswijk
B.J.J. Bengevoord
Burgemeester
H.J.M. Verschure*
Wethouder
Zutphen
S.J.H.G. Wannet*
Wethouder
P. van ‘t Hoog
Gedeputeerde
Gelderland
Directeur
ODA
R. Reinders
Afdelingshoofd
Provincie Aalten
Secretaris P.G.M. van Oosterbosch
*) nieuwe bestuursleden n.a.v. de gemeenteraadsverkiezingen 2022. Dagelijks Bestuur: Gemeente/
Lid
Functie
J.H.A. van Oostrum
Burgemeester vz Berkelland
B.T.M. Porskamp
Wethouder
Oost Gelre
M. Eggink
Wethouder
Lochem
S.L. Hiddinga
Wethouder
Oude IJsselstreek
P.G.M. van Oosterbosch
Directeur
ODA
Provincie
Plaatsvervanger
Functie
Gemeente
R. Reinders
Afd.hoofd
ODA
Het Algemeen Bestuur heeft op 4 juli 2022 de leden benoemd of herbenoemd.
6
6
2. Financiële uitkomsten x 1.000 euro
Taakveld
Begroting 2022
Begroting na wijz Realisatie 2022
Begr-real
Baten
Baten
Saldo
Lasten
Lasten
Baten
Lasten
Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening 7.4 Milieubeheer Programma 2 Toezicht en handhaving 7.4 Milieubeheer Programma 3 Advies 7.4 Milieubeheer Programma 4 Stelseltaken 7.4 Milieubeheer Eigen stelseltaak Kosten Gelders stelsel van Omgevingsdiensten Programma 5 Projecten 7.4 Milieubeheer
2.027 4.957 1.297
1.053 2.895 952
2.027 4.957 1.529
1.442 2.922 1.210
1.923 5.007 2.095
1.325 3.219 1.955
13 -247 -180
102
120 701
75
89 257
56 424
66 459 219
4 -202 201
0
2.646
-2
4
4
Overzichten Overhead Algemene dekkingsmiddelen Bedrag onvoorzien
0.4 Overhead onderst. Organisatie 0.5 Treausury 0.8 Algemene baten en lasten
Geraliseerde totaal saldo van baten en lasten normale bedrijfsvoering
2.601
2.644
65
28
0
0
28
8.387
8.387
8.592
8.592
9.505
9.889 104
-384 -104 104
8.387
8.387
8.592
8.592
9.609
9.993
-384
Verrekening met deelnemers batig saldo 2021 Ontrekking algemene reserve ivm saldo 2021
Gerealiseerde resultaat
104
Procedure jaarrekening • De procedure inzake de jaarrekening ziet er als volgt uit: Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerp jaarstukken 2022 vóór 14 april 2023 aan Provinciale Staten en de gemeenteraden. • Provinciale staten en de gemeenteraden kunnen hun zienswijzen over de ontwerp jaarstukken indienen bij het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst. • Het Dagelijks Bestuur verzamelt de zienswijzen en biedt de ontwerp jaarstukken voorzien van de zienswijzen aan het Algemeen Bestuur. • Het Algemeen Bestuur stelt de jaarstukken 2022 vervolgens vóór 14 juli 2023 vast. • Onmiddellijk na de vaststelling van de jaarstukken door het Algemeen Bestuur zendt het Algemeen Bestuur de jaarstukken aan Provinciale Staten en de gemeenteraden. • Het Dagelijks Bestuur zendt de jaarstukken vóór 31 juli 2023 aan de minister.
7
7
III.
Programma 1 – Vergunningverlening
1. Wat hebben we bereikt Het aantal afgehandelde procedures is in het jaar 2022 ten opzichte van 2021 gestegen maar is wel afgenomen ten opzichte van 2020. Vergunningen en meldingen zijn vraag gestuurd.
Vergunningen en meldingen
2022
2021
2020
0
500
1000
1500
2000
2500
3000
Tijdigheid vergunningen Tijdigheid van een besluit binnen de wettelijke termijn is van belang voor zowel partners als burgers en bedrijven vanuit het oogpunt van een goede service en het voorkomen van ongewenste situaties door van rechtswege afgegeven WABO vergunningen. Met de wettelijke termijn wordt hierbij bedoeld de wettelijk maximale tijdsduur (inclusief eventuele verlengingen) tussen inboeken van een aanvraag en het afgeven van de definitieve beschikking. Dit kan een fatale termijn (waarbij het daarna van rechtswege verleend is) of een termijn van orde zijn. In het Gelders Stelsel is een kritische prestatie indicator (KPI) bepaald voor het tijdig verlenen van vergunningen. Deze KPI is gesteld op 90 % WABO vergunningaanvragen binnen wettelijke termijn t.o.v. alle WABO vergunningaanvragen. De KPI tijdigheid vergunningen over 2022 bedraagt tot nu toe 65,6% en ligt daarmee ruim onder de doelstelling (90%). Dit komt omdat we met name in 2021 een capaciteitstekort hadden en nu een inhaalslag aan het doen zijn voor de oudere vergunningen. Hierdoor worden de termijnen niet allemaal meer tijdig gehaald.
8
8
2. Wat hebben we daarvoor gedaan In 2022 heeft het team Vergunningen zich met name gericht op: • De uitvoering van primaire taken in het kader van vergunningverlening en milieumeldingen. • Het bieden van extra ondersteuning bij het afhandelen van asbestsloopmeldingen op verzoek van een van onze partners. • Door jurisprudentie en hoge werkdruk bij de Provincie Gelderland kwamen nog steeds niet veel vvgb’s (verklaring van geen bedenkingen) binnen. Dit betekent dat een aantal ODA procedures niet konden worden afgewerkt of dat er soms dubbel werk moest worden verricht doordat gegevens als gevolg van de lange termijnen waren verouderd. 3. Wat heeft het gekost (bedragen in 1.000 euro’s) Overzicht baten en lasten Programma 1 Vergunningverlening Begr. 2022 Na wijz. Realisatie 2022 Baten Lasten Saldo Baten Lasten Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening 2.027 1.442 585 1.923 1.325 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead 588 -588 1.466 Heffing vennootschapsbelasting Onvoorzien 6 -6 0 Saldo van baten en lasten
Begr - rel Saldo
Saldo 598
13
-1.466
-878
0
6
2.027
2.036
-9
1.923
2.791
-868
-859
2.027
2.036
-9
1.923
2.791
-868
-859
Mutaties reserves Resultaat
De baten uit Vergunningverlening liggen iets lager dan begroot. Dit zit vooral op de meer complexe vergunningen. De lasten zijn gebaseerd op de salarislasten van het team vergunningen en de inhuur derden. De netto-lasten zijn hoger dan begroot voornamelijk door inhuur.
9
9
IV. Programma 2 – Toezicht en Handhaving 1. Wat hebben we bereikt Reguliere en aspectcontroles bij bedrijven Controles 2022
Afgerond
Opgestart, maar nog niet afgerond
Regulier Aspect Totaal
978 1431 2409
341 317 658
Er zijn in totaal meer reguliere en aspectcontroles als in 2021 afgerond. Toen waren het er in totaal 2034. Dat komt met name omdat we steeds vaker aspectcontroles inzetten in plaats van reguliere controles. Bij aspectcontroles kun je denken aan EPRTR, geluidsmetingen, vuurwerk en energiecontroles, maar ook aan controles waar gekeken wordt naar specifieke aspecten bij een branche (bijvoorbeeld luchtwassers of een top X van meest voorkomende overtredingen). Deze aspecten worden mede met behulp van gemaakte brancheplannen en de data daaruit bepaald. Het grote voordeel is dat je meer tijd kunt besteden aan de daadwerkelijke knelpunten binnen een branche/ bedrijf en dat je hiermee meer contactmomenten krijgt met een bedrijf. Percentage volledige naleving na 1e controlebezoek Dit wordt berekend door te registreren waar geen hercontrole nodig is geweest. De 83% van dit jaar is hoger als vorig jaar (77%) en 2020 (70%). Er is dus een stijgende trend te zien. Ook ligt het hoger dan de gewenste afgesproken percentage vanuit het verleden. Een oorzaak hiervan is dat we in het kader van branchegericht werken en brancheplannen meer aan voorlichting doen en dat er meer aspectcontroles zijn in plaats van alleen maar reguliere controles. Afhandeling klachten en meldingen ongewone voorvallen/ incidenten Klachten/ meldingen Aantal Binnen termijn afgehandeld
2020 1520 87%
2021 1335 85%
2022 1142 87%
We zien een duidelijke dalende trend van klachten/ meldingen vanaf 2019 tot nu. Naast mogelijke effecten door Corona (minder bedrijvigheid) komt dit omdat we bij langdurige knelpunten steeds meer in gesprek komen met de buurt of omdat de problemen zijn opgelost. Dat heeft zich in 2022 doorgezet. In het algemeen gaan de meeste klachten over een beperkt aantal bedrijven binnen de Achterhoek. Deze bedrijven worden door ons opgepakt als aandachtsbedrijven (zie kopje aandachtsbedrijven). Daarnaast zien we dat de meeste klachten over geur- en/ of geluidshinder gaan. Er zijn verder 55 ongewone voorvallen/ incidenten bij ons gemeld en opgepakt. Deze hebben niet geleid tot hele grote problemen en zijn naar tevredenheid opgelost. Het betreft hier klachten m.b.t. regulier werk en geen klachten richting medewerkers of bestuurders van de ODA. Percentage klachten binnen termijn afgehandeld De norm is dat klagers/melders binnen 3 werkdagen worden geïnformeerd over het vervolg van hun klacht en dat tenminste 85% van de klachten binnen 2 weken is afgerond. Dat wil zeggen dat of de klacht helemaal afgehandeld is of dat vervolgstappen zijn afgesproken (b.v. geluidsmeting bij geluidsklachten). Van de klachten die we in 2022 hebben ontvangen is 87% (988) binnen de afgesproken termijn van 2 weken afgerond.
Bij een overschrijden van de termijn gaat het vooral om klachten en meldingen van lang(er)lopende handhavingszaken.
10
10
Aandachtsbedrijven/ ondermijning Dit betreft bedrijven die extra aandacht nodig hebben en daardoor vaak ook veel tijd kosten. Elk jaar vallen er bedrijven af, maar er komen ook wat bij. Onderstaande tabel geeft aan welke categorieën aandachtsbedrijven we toepassen en wat de aantallen per categorie zijn. Aandachtsbedrijven met:
een hoog risicoprofiel een slecht naleefgedrag veel klachten uit de omgeving Gevaar voor ondermijning/ milieucriminaliteit Totaal
2020 3 10 27 7 47
2021 20 12 29 7 68
2022 27 10 28 7 72
Het aantal bedrijven is dus dynamisch en het kan ook een combinatie van bovenstaande categorieën zijn. Wat je ziet is dat het aantal bedrijven met een hoog risicoprofiel groeit en dat het aantal van de andere categorieën redelijk gelijk blijft, wat overigens niet zegt dat het dezelfde bedrijven betreft als in de voorgaande jaren. De groei van de categorie “hoog risicoprofiel” komt omdat we pas vanaf 2020 de specifieke rapportage van deze aandachtsbedrijven hebben en we nu meer inzicht hierin hebben dan toen. Dit onder andere naar aanleiding van controles. Onder de categorie “gevaar voor ondermijning/ milieucriminaliteit” zitten ook 5 opgerolde drugslabs. De ODA helpt hier met name bij de opruimwerkzaamheden in verband met het gebruik van gevaarlijke stoffen en dan met name kwik(verbindingen) en de handhavingszaken die volgen op het ontmantelen van de drugslabs. Daarnaast hebben we in alle gemeentes meegeholpen bij diverse ondermijningsacties. Dat betrof allerlei werkzaamheden van aspectcontroles door ons zelf tot aan het meelopen met multidisciplinaire controles met alle handhavingspartners. Zo hebben alle gemeentes ook het Keurmerk Veilig Buitengebied opgepakt, waar wij ook aan deelnemen.
Energiecontroles en beoordelingen Erkende Maatregelenlijsten energiebesparing (EML) Als een bedrijf meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 gas per jaar verbruikt, dan geldt een verplichting om de energiebesparende maatregelen uit te voeren die binnen 5 jaar terugverdiend kunnen worden. We hebben 354 EML controles afgerond, wat iets minder is dan de voor 2022 geplande 412. Echter er zijn daarnaast ook nog 156 opgestarte, lopende controles. Na de controle wordt in een plan van aanpak aangegeven op welke termijn welke maatregelen genomen gaan worden. Hierop houden we toezicht. We merken dat ondernemers steeds meer aandacht hebben voor energiebesparingsmaatregelen. Dit zien we ook terug bij de controles. Vaak hebben ze dan al een aantal maatregelen genomen. Aan de andere kant zien we dat er een aantal bedrijven hardnekkig volhouden om niets te willen doen. Daar zetten we onze handhaving op in (met name via lasten onder dwangsom). Informatieplicht energiebesparende maatregelen De ondernemer was verplicht om uiterlijk voor 1 juli 2019 door middel van een melding het bevoegd gezag te informeren welke energiebesparende maatregelen zijn getroffen. Deze wordt dan gebruikt om te controleren of aan boven genoemde energiebesparingsplicht is voldaan. We sporen zoveel mogelijk bedrijven op die zich nog niet gemeld hebben en we dwingen dan af dat ze dat alsnog doen.
Het aantal niet gemelde bedrijven wordt steeds kleiner. Helaas hebben we geen 100% inzicht in welke bedrijven moeten voldoen aan de registratieplicht. Dat is een landelijk probleem waar nog steeds geen oplossing voor is.
11
11
Toezicht op verplichting van minimaal energielabel C voor kantoorgebouwen
Per 1 januari 2023 moet elk kantoorgebouw (>100m2) minimaal energielabel C hebben. Als dit niet het geval is, mag het gebouw volgens het Bouwbesluit 2012, artikel 5.11 niet meer als kantoor worden gebruikt. We hebben in 2022 de voorbereidingen getroffen voor het toezicht hierop, waaronder het maken van een lijst voor de kantoorgebouwen die in de Achterhoek hiervoor in aanmerking komen. In 2023 starten we dan met het toezicht en waar nodig de handhaving hierop. Overige controles en handhaving Slopen/ Asbest We hebben in 2022 voor 6 gemeentes asbestcontroles uitgevoerd, waarbij we niet alleen afgaan op ingediende asbestmeldingen maar ook op zoek zijn naar illegale asbestverwijdering via vrije veldcontroles. In totaal hebben we voor deze gemeentes 380 locaties bezocht, waarbij we regelmatig handhavend moesten optreden. Toezicht bodem Dit betreft controles op het gebied van bodemsaneringen (Wet bodembescherming) en grondtoepassingen (Besluit Bodemkwaliteit). We doen dit op basis van een risico- en effectgerichte benadering, waarbij we net als bij asbest gebruik maken van vrije veldcontroles om illegale grondtoepassingen en opslagen te traceren. Geluidmetingen Dit betreft 53 geluidmetingen bij evenementen. Na 2 jaren Coronacrisis zijn het aantal verzoeken vanuit de gemeentes voor deze geluidmetingen ongeveer weer hetzelfde als in 2019.
De resultaten worden gedeeld met de gemeentes, waarna waar nodig actie genomen wordt naar de organisatie van het evenement. Verder komen vanuit de gemeentes steeds meer verzoeken binnen op het gebied van geluidsmetingen bij inrichtingen of in de openbare ruimte. Aan de ene kant omdat er steeds meer knelpunten op het gebied van geluid zijn (denk b.v. aan overlast van warmtepompen en airco’s), aan de andere kant ook omdat we hebben laten zien dat we de kennis en kunde hiervoor hebben. Vuurwerkcontroles De ODA had de opdracht om 35 vuurwerkverkooppunten te controleren in 2022. Hiervoor zijn controles uitgevoerd in het najaar op brandveiligheids- en installatietechnische aspecten (zoals veiligheidsafstanden, brandwerendheid van bouwdelen en keuring van de sprinkler) en eind december tijdens de verkoopdagen. Wat opvalt is dat, ondanks dat de ondernemers al jaren weten wat de regels zijn, er altijd nog overtredingen plaats vinden. Verzoeken tot handhaving Wij krijgen verzoeken van derden om op een bedrijf te gaan handhaven. Deze verzoeken moeten beoordeeld worden en vervolgens wordt besloten om wel of niet te gaan handhaven. Van deze mogelijkheid wordt steeds meer gebruik gemaakt. Zo zijn er in 2022 22 verzoeken tot handhaving binnengekomen.
Last onder dwangsom of bestuursdwang Door de Landelijke Handhavingstrategie (LHS) meer toe te passen zijn de laatste jaren steeds meer (vooraankondigingen) lasten onder dwangsom of bestuursdwang opgelegd. Naast een aantal grote en vaak langlopende handhavingszaken betreft het over het algemeen zaken van kleinere overtredingen die allemaal of al opgelost zijn of snel opgelost kunnen worden. Het wil dus niet zeggen dat het allemaal leidt tot een daadwerkelijke dwangsom of bestuursdwang. De meeste bedrijven hebben voor het zover komt de overtreding(en) al opgelost. Over 2022 zijn er naast al lopende handhavingszaken vanuit eerdere jaren 106 handhavingszaken opgestart, waarvan 98 voor een last onder dwangsom en 8 voor een last onder bestuursdwang. 12
12
Strafrechtelijke handhaving door Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA’s) De BOA’s hebben voor alle partners strafrechtelijke handhaving uitgevoerd. Dit betreft diverse soorten misdrijven/ overtredingen. Er zijn 112 strafrechtelijke onderzoeken opgestart vanuit de Oda en afgerond. Bij 18 onderzoeken zijn er 13 processen-verbaal (PV’s) c.q. BSBm-en opgemaakt en voor 5 onderzoeken een strafrechtelijke waarschuwing (zowel schriftelijk als mondeling) uitgedeeld. Er zijn 92 zaken strafrechtelijk opgepakt waar het onderzoek uiteindelijk niet heeft geleid tot vervolging door de ODA (het inzetten van een strafrechtelijk instrument). Van deze 92 zaken waren er 4 niet compleet en vandaar gestopt en 51 zaken zijn bestuursrechtelijk ongedaan gemaakt terwijl wij nog in de voorfase zaten van het strafrechtelijk onderzoek (het belang om door te zetten was niet meer noodzakelijk). Wat we hierbij zien is dat het opstarten van een strafrechtelijk onderzoek naast bestuursrechtelijke handhaving vaak zorgt voor een versnelling van het oplossen van de geconstateerde overtredingen. Verder waren er 7 zaken verjaard, voor 6 zaken was te weinig bewijs voor het strafrechtelijk onderzoek en 15 zaken waren niet goed ingeschaald conform de Landelijke handhaving strategie. En tot slot zijn er nog 9 zaken door de politie opgepakt. 2.
Wat hebben we daarvoor gedaan Verbeterde uitvoering toezicht We werken met een risico & effectgerichte benadering, gebaseerd op steeds meer beschikbare informatie vooraf. Dit hebben we voor enkele branches vertaald naar specifieke brancheplannen. Hierin staan verschillende manieren van toezicht houden, zoals de traditionele reguliere controle, de aspectcontrole en de zelfcontrole (bedrijven vullen vooraf zelf een checklist in, waarna gekeken wordt waar de ODA zelf nog langs moet gaan voor een controle). Verder wordt in een brancheplan ook beschreven welke overtredingen het meest voorkomen in zo’n branche en hoe je mogelijke overtredingen kunt voorkomen door bijvoorbeeld voorlichting.
13
Landelijke handhavingstrategie (LHS)/ naleefgedrag Binnen de ODA wordt gewerkt met de LHS. Hierbij wordt per overtreding in stappen bekeken wat de vervolgacties moeten zijn. Dit kan betekenen dat zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk opgetreden moet worden. Een belangrijk aspect hierbij is het naleefgedrag van het bedrijf (overigens ook een onderdeel van het risico- en effectgerichte toezicht). Gebruik van strafrecht In het kader van het vorige punt en de toetsing van overtredingen aan de hand van de LHS zijn de werkzaamheden in het kader van het strafrecht door de BOA’s van belang. Daarom wordt er steeds gekeken naar een verbetering van de samenwerking met het OM, FP en de politie. De onderlinge contacten zijn goed, maar de verwachtingen en daarmee de werkafspraken en de processen kunnen nog beter op elkaar worden afgestemd. Ondermijning Ondermijning is de vermenging van de onderwereld met de bovenwereld. Je kunt hierbij b.v. denken aan drugslabs in leegstaande bedrijfspanden maar ook aan fraudezaken en milieucriminaliteit. De ODA kan hierbij vaak helpen, o.a. omdat onze medewerkers de ogen en oren kunnen zijn voor het signaleren van deze zaken. Binnen de ODA hebben we daarvoor 2 contactpersonen, waaronder de coördinator ondermijning die in nauw contact staan met de gemeentes en andere handhavingspartners. Wij nemen o.a.
ook deel aan de gemeentelijke ondermijningsoverleggen. We merken dat we steeds vaker voor ondermijningsacties ingezet worden.
13
3. Wat heeft het gekost (bedragen in 1.000 euro’s) Overzicht baten en lasten Programma 2 Toezicht en Handhaving Begr. 2022 Na wijz. Realisatie 2022 Baten Lasten Saldo Baten Lasten Programmaplan Programma 2 Toezicht en Handhaving 4.957 2.922 2.035 5.007 3.219 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead 1.471 -1.471 546 Onvoorzien 16 -16 0 Saldo van baten en lasten
Saldo
Begr - rel Saldo
1.788
-247
-546 0
925 16
4.957
4.409
548
5.007
3.765
1.242
694
4.957
4.409
548
5.007
3.765
1.242
694
Mutaties reserves Resultaat
De baten liggen iets boven de begroting. Een stijging ten opzichte van vorig jaar omdat onder andere de evenementen weer door zijn gegaan nadat er in 2021 nog lockdowns waren. De lasten zijn gebaseerd op de salarislasten van het team toezicht en handhaving en de inhuur van derden. De netto-lasten zijn hoger dan begroot. Dat komt met name omdat er veel langdurige ziektes bij enkele toezichthouders waren, waardoor meer inhuur nodig was.
14
14
V. Programma 3 – Specialismen 1. Wat hebben we bereikt Het totaal aantal adviezen in het jaar 2022 is ten opzichte van 2021 toegenomen. Voor een verdere toelichting zie hieronder in paragraaf 2. Percentage adviezen binnen de servicenorm van 4 weken (minimaal 80%) 80,7% van de adviezen zijn binnen de afgesproken 4 weken geleverd. Dit ligt boven de norm en is een verlaging ten opzichte van het jaar ervoor toen 85% van de adviezen binnen de servicenorm van 4 weken lag.
2. Wat hebben we daarvoor gedaan Archeologie In 2022 is het regulier archeologisch werk weer uitgevoerd, waaronder het geven van archeologische adviezen, beoordelen van opgravingsrapporten en het toetsen van archeologische bureauonderzoeken en booronderzoeken. Het aantal gegeven adviezen en beoordelingen is sterk gestegen ten opzichte van 2021. Ook is sprake van een groter aantal gravende onderzoeken in de Achterhoek: proefsleuvenonderzoeken en archeologische opgravingen. Om de kwaliteit van de archeologietaken te borgen en te voldoen aan de kwaliteitscriteria is er samengewerkt met de archeologische dienst van de gemeente Zutphen. Aanvullend heeft de ODA intensief meegewerkt aan een grote regio brede tentoonstelling over de Achterhoek in 1572 (tachtigjarige oorlog). De ODA heeft voor een archeologische, interactieve en publieksgerichte aanvulling bij de tentoonstelling gezorgd, in samenwerking met de gemeenten, musea en archeologische amateurs. Een voorbeeld hiervan is het publieksonderzoek naar klooster Nazareth in Aalten. Bodem Naast reguliere taken zoals het geven van bodemadviezen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en het beoordelen van bodemrapporten zijn in 2022 de volgende projecten uitgevoerd: • Samen met de partners voeren we het overkoepelende project ‘bodem in de Omgevingswet’ uit.
Het doel van dit project is kijken hoe de taken die we nu uitvoeren straks onder de Omgevingswet worden uitgevoerd en welke taken erbij komen. Verder gaan we na of het nodig is om, voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, nog lokale regels op te stellen. Ook wordt nagegaan of er regels uit de bruidsschat zijn die vatbaar zijn voor discussies met aanvragers. Binnen dit project lopen inmiddels diverse deelprojecten, waar in nauwe samenwerking met de partners gekeken wordt naar praktische problemen die bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet bekeken moeten worden. In praktische zin worden deze deelprojecten opgepakt door een projectgroep bestaande uit medewerkers van de ODA en bodemmedewerkers van de partners. De resultaten worden in het VBRA overleg besproken Het VBRA (Vakberaad Bodem regio Achterhoek) is een periodiek, circa zeswekelijks, vakinhoudelijk overleg met de bodemmedewerkers van de gemeenten. Hierbij kunnen we de volgende voorbeelden noemen: o We hebben uitgewerkt op welke wijze het beleid zoals beschreven in de Nota Bodembeheer ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet (op vergelijkbare manier) gebruikt kan worden. Hiervoor is een aanvullende notitie opgesteld die de handvatten geeft om hier praktisch mee om te gaan.
15
15
o
De door het GOO beschikbaar gestelde set voorbeeldregels zijn in enkele werksessies besproken binnen het VBRA en hiermee hebben we specifieke regels afgesproken die we binnen de hele regio gaan gebruiken. Zo streven we als regio naar een eenduidig en zo min mogelijk versnipperde werkwijze, met alle voordelen van dien.
Veel van de deelprojecten kunnen worden uitgevoerd binnen de door de provincie beschikbaar gestelde subsidie. Dit project is nog niet afgerond, ook het komend jaar en waarschijnlijk ook nog in 2024 zullen we hier mee bezig zijn. •
Zowel met betrekking tot de voorbereiding van de Omgevingswet maar ook voor tal van andere onderwerpen zijn diverse bodemadviseurs van de ODA betrokken binnen verschillende landelijke en regionale overlegstructuren waarin we meedenken en meepraten om de regio achterhoek hier op een goede manier in te vertegenwoordigen. Denk hierbij aan het Gelders Ondergrond Overleg (GOO), maar ook de VNG of OD-NL. Binnen deze overleggen kunnen we kwijt waar we als gemeenten en als regio tegenaan lopen, worden inhoudelijke zaken besproken en kennis opgehaald en gedeeld en dit wordt vervolgens ook weer gedeeld met onze partners. Bijvoorbeeld welke impact moeten we verwachten van het thema Water en Bodem sturend. Of hoe om te gaan met “nieuwe” stoffen. Op deze manier wordt de ODA steeds meer een kenniscentrum voor de gemeenten.
Externe veiligheid In 2022 zijn er reguliere taken uitgevoerd zoals het geven van externe veiligheidsadviezen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en het beoordelen van externe veiligheid in omgevingsvergunningen (milieu). Luchtkwaliteit & diverse plannen Naast reguliere taken zoals het geven van luchtkwaliteitsadviezen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en het beoordelen van luchtkwaliteitsrapporten is in 2022 voor zeven gemeenten de monitoring van de luchtkwaliteit uitgevoerd in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Tevens is bijgedragen aan diverse projectgroepen van onze partners betreffende omgevingsvisies, omgevingsplannen en bestemmingsplannen. Juridisch In 2022 zijn reguliere taken uitgevoerd als: het juridisch toetsen van omgevingsvergunningen, het opstellen en toetsen van handhavingsbesluiten, de ondersteuning van vergunningverleners en toezichthouders, het behandelen van bezwaarprocedures, voorlopige voorzieningen en (hoger)beroepsprocedures, het afhandelen van verzoeken tot handhaving, het verstrekken van informatie aan gemeenten bij ingekomen WOO, het bijhouden van jurisprudentie en nieuwe wetgeving en implementeren hiervan in de organisatie.
Daarnaast is juridisch bijgedragen aan: • saneren van ontmantelde drugslabs en kostenverhaal • implementatie van de Omgevingswet bij zowel de partners als ook binnen de eigen organisatie • actualiseren DVO’s en mandaten in verband met de Omgevingswet • proces voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling • nader afstemmen van werkprocessen tussen de ODA en gemeentelijke bezwaarcommissies van de partners • bijdragen aan de behandeling van gemeentelijke WOB verzoeken • de implementatie van de verplichtingen uit de Wet open overheid voor de eigen organisatie • brancheplan afval En is binnen het team een start gemaakt met het opstellen en uitschrijven van de juridische werkprocessen. 16
16
Geluid Naast de reguliere taken zoals het geven van geluidadviezen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen, het beoordelen van geluidsrapporten en zonebeheer liep er in 2021 en 2022 een inventarisatie van alle (gezoneerde) industrieterreinen. In dit kader wordt bekeken of de industrieterreinen en de daarbij behorende zonering zoals bedoeld in de Wet geluidhinder juist in de bestemmingsplannen is opgenomen. De uitkomsten van deze inventarisatie is kortgesloten met onze juristen en vervolgens zijn we gestart met het afstemmen met onze partners. Dit is in 2022 voor een deel gerealiseerd en wordt in 2023 voortgezet. Omgevingswet De werkzaamheden die de ODA heeft opgepakt in het gezamenlijke project omgevingswet zijn via Programma 3, specialismen, bij de partners in rekening gebracht.
3. Wat heeft het gekost (bedragen in 1.000 euro’s) Overzicht baten en lasten Programma 3 Advies Begr. 2022 Na wijz. Baten Lasten Programmaplan Programma 3 Advies 1.529 1.210 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead 585 Onvoorzien 6 Saldo van baten en lasten
1.529
1.801
Saldo 319
Realisatie 2022 Baten Lasten 2.095
-585 -6 -272
2.095
Saldo
Begr - rel Saldo
1.955
139
-180
634 0
-634 0
-49 6
2.589
-495
-223
17
Mutaties reserves Resultaat
1.529
1.801
-272
2.095
2.589
-495
-223
De baten zijn toegenomen door extra werk. Ook aan de lasten kant zien we een flinke stijging. Vooral bij de specialismen is de ODA genoodzaakt een beroep te doen op externe inhuur.
17
VI. Programma 4 - Stelseltaken Het Gelders Stelsel is een samenwerkingsverband van de zeven Gelderse Omgevingsdiensten (OD’s). De OD’s verrichten in de nabijheid van gemeenten de Wabo-taken waarvoor zij robuuste taakuitvoering realiseren. Om deze robuustheid te garanderen zijn samenwerkingsafspraken gemaakt die zijn vastgelegd in stelselafspraken. Hiermee zijn de OD’s in Gelderland onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er zijn stelselafspraken gemaakt over: • Complexe vergunningverlening (ODRN); • Complexe handhaving (ODRA); • Ketentoezicht (ODR); • Coördinatie en kwaliteit, Informatievoorziening Gelderse Omgevingsdiensten (I-GO) (ODDV); • Het Portaal - kenniscentrum en communicatie (OVIJ); • Coördinatie Bestuurlijke strafbeschikking Milieu (ODNV); • HRM, Bestuurlijk & Juridisch (ODA). De dienst waar een stelseltaak is belegd, voert die taak uit mede ten behoeve van de overige diensten. Daarmee is de basis gelegd voor het Gelders Stelsel dat in samenhang functioneert. ODA voert de stelseltaken HRM, Bestuurlijk& Juridisch uit. Een paar lichten we eruit. Complexe vergunningverlening Op het grondgebied van de ODA liggen complexe gemeentelijke inrichtingen. De impact van
complexe bedrijven is groot door bijvoorbeeld luchtuitstoot, geur- en geluidoverlast of omdat deze bedrijven met gevaarlijke stoffen of afval werken. De ODRN stelt voor de omgevingsdiensten in Gelderland en dus ook voor de ODA het milieudeel voor de omgevingsvergunning op voor dit type bedrijven. ODRN levert hiervoor de technische inhoud en alle onderdelen die te maken hebben met aspecten zoals externe veiligheid, geluid, lucht en geur. De totale regie van de procedure, zoals het versturen van brieven en het bewaken van wettelijke termijnen, ligt bij de lokale omgevingsdienst. P&O stelseltaak (ODA) De ODA is verantwoordelijk voor de stelseltaak HRM. Vanuit een coördinerende rol vertegenwoordigt zij de HR-expertgroep, bestaande uit 7 HR adviseurs en een arbeidsjurist. De HR-expertgroep houdt zich bezig met gezamenlijke HR-thema's. Deze zijn gerelateerd aan het gezamenlijk arbeidsvoorwaardenreglement, de cao en de medezeggenschap. De HRexpertgroep richt zich met name op kennisdeling. De cao wijzigingen bracht met zich mee dat thema’s als het verlofsparen, vitaliteit en het thuiswerken in het bijzonder aandacht kregen.
Bestuurlijk & juridisch (ODA) De expertgroep adviseert de directeuren over diverse thema’s waaronder: - Voorbereiding bestuurlijke besluitvorming - Aanpassing mandaatregeling als gevolg van Omgevingswet - Vereenvoudiging van procedures - Samenwerking taskforce Omgevingswet BSBm (Bestuurlijke Straf Beschikking milieu) ODNV) De bevoegdheid voor de BSBm is toebedeeld aan de directeuren van de omgevingsdiensten en wordt uitgevoerd door BOA’s. Binnen het stelsel was tot halverwege 2021 de coördinatie van de uitvoering van de BSBm’s en het aanspreekpunt voor het OM belegd bij omgevingsdienst Noord Veluwe. Met het vertrek van de toenmalige directeur is deze taak overgedragen aan de directeur van de ODA, de uitvoering blijft bij Noord Veluwe.
18
18
Wat heeft het gekost (bedragen in 1.000 euro’s) Overzicht baten en lasten Programma 4 Stelseltaken Begr. 2022 Na wijz. Baten Lasten Programmaplan Programma 4 Stelseltaken 75 346 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead 0 Onvoorzien 0 Saldo van baten en lasten
Realisatie 2022 Baten Lasten
Saldo -271
56
0 0
Begr - rel Saldo
Saldo
525
-469
-198
0 0
0 0
0 0
75
346
-271
56
525
-469
-198
75
346
-271
56
525
-469
-198
Mutaties reserves Resultaat
Voor een toelichting verwijzen wij u naar het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
19
19
VII.
Programma 5 – Overige activiteiten en projecten
Commissie van Aartsen Op 4 maart 2021 heeft de commissie van Aartsen het rapport “Om de leefomgeving” aan de demissionair staatsecretaris) aangeboden, waarin tien aanbevelingen worden gedaan om te komen tot een toekomstvast, effectief, slagvaardig en toekomstgericht VTH-stelsel. Aanvullend zijn twee vervolgrapporten aangeboden. Het rapport “Omgevingsdiensten in beeld” geeft een verzameling en analyse van alle relevante data van alle omgevingsdiensten die bij de commissie van Aartsen nog niet meegenomen waren en het rapport “Juridisch onderzoek aanbevelingen Adviescommissie Vergunningverlening” geeft een wijze waarop de aanbevelingen vanuit de commissie van Aartsen wettelijk opgevolgd zouden kunnen worden. Hierop is het Interbestuurlijke programma versterking VTH stelsel (IBT) opgezet waarin Omgevingsdienst Nederland (ODNL) en de individuele diensten werken aan bovengenoemde punten. Onderzoek provincie Gelderland over robuustheid Gelders stelsel De provincie Gelderland heeft in het kader van de doeltreffendheid en doelmatigheid een artikel 217a onderzoek uitgevoerd naar de Omgevingsdiensten in Gelderland. De centrale vraag was of de omgevingsdiensten voldoende robuust en toekomstbestendig zijn.
De conclusie was volgens de onderzoekers dat dit nu onvoldoende het geval is door onvoldoende doorzettingsmacht, krapte op de arbeidsmarkt en niet naar behoren werkende informatie- en communicatielijnen. Naast dat de provincie ‘weer’ actief wil gaan deelnemen aan alle besturen van de omgevingsdiensten, hebben ze een vervolgonderzoek naar de robuustheid van het Gelders stelsel gedaan. Hierin worden een oordeel en aanbevelingen gegeven over de mate waarin het Gelders stelsel in staat is om ontwikkelingen, die binnen het eerder genoemde IBP worden uitgewerkt, in te vullen. Het rapport wordt begin 2023 opgeleverd en besproken. Omgevingswet De afgelopen jaren is de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet steeds uitgesteld. Op dit moment lijkt de minister te sturen op de inwerkingtreding op 1 januari 2024. Discussie over de inwerkingtreding richt zich enerzijds op de techniek (DSO), maar anderzijds ook vanwege de beschikbare middelen, tijd en vacatures die langdurig openstaan in het land bij zowel partners als ketenpartners.
ODA bereidt zich samen met de (keten-)partners voor op de verschillende scenario’s door o.a.: o het oefenen met de Omgevingswet en de samenwerkingsafspraken binnen de Achterhoek; o het wijzigen van het productenboek gebaseerd op de Omgevingswet; o onderzoeken en adviseren over mogelijk te heffen milieuleges in de toekomst; o het beleidsneutraal omzetten van DVO/mandaat. Archiefbeheer De ODA bereidt zich samen met de DIV-collega’s van de partners en onze archiefinspecteur voor om de partners te ontzorgen in het beheren van het archief. De planning was om zo mogelijk al per 1 januari 2022 het archief in mandaat te beheren. Dit bleek echter te ambitieus. In 2022 hebben de DIV collega’s de focus gelegd op de kwaliteit van registeren, alle ODA medewerkers die werken met het zaaksysteem heeft een opfriscursus genoten en er wordt gemonitord op registratie. Tijdens het proces bleek ook dat er een tekort aan DIV kennis is binnen de ODA, er een vacature hiervoor opgestart en deze wordt per 1 februari 2023 ingevuld. Met de geworven DIV adviseur hebben we kennis en kunde in huis om het Project Archief in beheer van de ODA af te kunnen ronden. Tevens zijn de DIV-collega’s bezig geweest met het testen en valideren van een update van het zaaksysteem; OneGov. De planning is dat deze in kwartaal 1 van 2023 overgaat naar een Cloud omgeving.
Dit zorgt ervoor dat de ODA meerdere functionaliteiten in het zaaksysteem kan gebruiken en ook niet meer afhankelijk is Doetinchem, zoals het voorheen georganiseerd was. 20
20
Gelders Programma gemeentelijke complexe bedrijven Er wordt binnen het Gelders stelsel bekeken of het toezicht op de gemeentelijke complexe bedrijven geplaatst kunnen worden onder een gezamenlijk Gelders programma. De komst van de Omgevingswet, de kwaliteitscriteria waaraan voldaan moet worden en de verbeterpunten vanuit de commissie van Aartsen worden hierin meegenomen. Wat heeft het gekost Overzicht baten en lasten Programma 5 Overige activiteiten en projecten Begr. 2022 Na wijz. Realisatie 2022 Baten Lasten Saldo Baten Lasten Programmaplan Programma 5 4 0 4 424 219 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead 0 0 0 Onvoorzien 0 0 0
Begr - rel Saldo
Saldo 205
201
0 0
0 0
Saldo van baten en lasten
4
0
4
424
219
205
201
Resultaat
4
0
4
424
219
205
201
Externe bijdragen De ODA heeft buiten de reguliere taken bijdragen gerealiseerd voor in totaal € 201.000,-. Dit is de bijdrage na aftrek van externe kosten. Het baten betreft de bijdrage derden minus de bijdrage voor de stelseltaak HRM Geldersstelsel en een klein bedrag uit overige. Daarnaast zijn er kosten gemaakt á € 219.000 voor de ondersteuning stikstofdossiers. Voor nadere toelichting op de baten zie jaarrekening onder baten; bijdragen van derden.
21
21
VIII. Financiële uitkomsten 1. Algemeen De Omgevingsdienst Achterhoek verkrijgt haar inkomsten hoofdzakelijk uit bijdragen van de deelnemende partners. Daarnaast kan zij opbrengsten verkrijgen buiten de deelnemende partners. 2. Financiële resultaten Onderstaand de financiële resultaten over 2022.
22
Het was voor de ODA een moeilijk jaar qua werkdruk en personele bezetting. We zien een toenemende vraag naar onze dienstverlening en producten en dat is mooi. Tegelijkertijd bereiden we ons volop voor met onze partners op de omgevingswet. In toenemende mate zien we ook dat het heel moeilijk is om geschikte mensen te vinden. In combinatie met meer uitval door ziekte richting einde van het jaar neemt de gevoelde werkdruk dan verder toe. Het gehele jaar is het beroep op externe inhuur groot om het werk weg te zetten en aan de termijnen te voldoen. Een bepaalde omvang aan een externe schil is goed en past ook bij onze filosofie maar te veel is niet een wenselijke situatie op de langere termijn. Met het zelf opleiden van trainees hopen we de afhankelijkheid richting externe inzet te beperken. Het leidt al met al wel tot een verhogend effect op de kosten: we maken extra kosten voor de externe inhuur en we maken extra kosten voor het opleiden van de trainees. Daarnaast zijn wij verplicht een voorziening te treffen voor de veranderingen met betrekking tot verlofsparen. Dit samen leidt tot een negatief resultaat van € 384.000. Voor een nadere toelichting op de verschillende onderdelen wordt verwezen naar de toelichting op de baten en lasten in de jaarrekening.
22
IX. Paragrafen Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de Omgevingsdienst Achterhoek. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen achterwege gelaten. De volgende paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: 1. Bedrijfsvoering 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Financiering 4. Onderhoud kapitaalgoederen 5. Wet open overheid (woo)
1.
Bedrijfsvoering
I-GO (informatievoorziening Gelderse Omgevingsdiensten) De provincie heeft medio 2015 het initiatief genomen de informatievoorziening van, door en tussen de zeven omgevingsdiensten en de provincie te verbeteren. Dit is gebeurd door de ontwikkeling van een centrale Informatievoorziening (IGO). Inmiddels is I-GO in de beheerfase beland. Formatie en Personeel Hieronder een overzicht van de ontwikkeling van de bezetting van de ODA tot en met 31 december 2022 (in aantallen fte). 31-12-2019
31-12-2020
31-12-2021
31-12-2022
71,1 fte
70,6 fte
75,56 fte
80,31 fte
23
De arbeidsmarkt is krap. Dat geldt ook voor het vakgebied milieu. In het laatste onderzoek van het UWV is terug te zien hoe kansrijk een carrière in de milieu-branche is. Tegelijkertijd is het aantal opleidingen dat zorgt voor nieuwe aanwas schaars. De kans op uitstroom van medewerkers is groter vanwege het grote (financieel aantrekkelijke) aanbod van banen buiten de overheid. Ook de Oda heeft dit jaar te maken gehad met een grotere uitstroom dan voorgaande jaren. De vacatures die ontstaan zijn met moeite in te vullen. Daarom is er gezocht naar creatieve mogelijkheden om te kunnen blijven voldoen aan de vraag van onze partners. Een van de voorbeelden is het zelf opleiden van medewerkers. In 2022 zijn er wederom 4 HBO geschoolde medewerkers gestart die we zelf opleiden tot milieu vergunningverleners/juristen. De werkprocessen worden continu opnieuw tegen het licht gehouden zodat (her)organisatie leidt tot het optimaal benutten van ieders capaciteit(en). Daarnaast zien we dat extra opdrachten vanuit de partners, met name op het gebied van specialisme een beroep doen op capaciteit. Om hierin te blijven voorzien is er extra capaciteit aangetrokken. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim percentage over 2022 is 6,3% (en 6,9% voor de productieve afdelingen). Dat is een behoorlijke toename ten opzichte van voorgaande jaren.
Tevens hoger dan het landelijk gemiddelde, waar ook een stijging zichtbaar is. In 2022 hebben we te maken gehad met 14 medewerkers die langdurig ziek zijn geweest (tussen de 62 en 259 dagen). Dit verzuim was in bijna alle gevallen niet werk gerelateerd maar vaak een gevolg van een ongeval of 23
operatie. In de eerste twee maanden van 2023 zien we dat van deze groep nog vijf medewerkers (gedeeltelijk) ziek zijn. Daarnaast zijn er drie medewerkers bijgekomen die meer dan drie weken (gedeeltelijk) ziek zijn (geweest) in de eerste twee maanden van dit jaar. Ook bij deze medewerkers is er geen sprake van werk gerelateerd verzuim. P&O: kwaliteitscriteria en e-portfolio Oda is in 2022 invulling blijven geven aan de KC 2.2. Voor de taken die de Oda uitvoert voor de partners is zij robuust. Dat houdt in dat aan de eisen die de KC 2.2. stelt wordt voldaan door; a. voldoende medewerkers in dienst te hebben die voldoen aan de KC 2.2. die gelden voor het betreffende deskundigheidsgebied. b. door van samenwerking met andere diensten uit het Gelders Stelsel c. externe partijen (inhuur). Arbobeleid In 2022 heeft de ODA een extern arbo-adviseur die ODA ondersteund bij het uitwerken van een spoorboekje voor het plan van aanpak van de eerder uitgevoerde RI&E. Dit krijgt in 2023 een vervolg. Met de terugkeer van medewerkers naar de kantoorwerkplek in de gemeente Bronckhorst neemt ook de druk op de kantoorruimte toe. In 2022 zijn er daarom wederom gesprekken geweest met de gemeente Bronckhorst om te kijken hoe we hiervoor een oplossing voor kunnen vinden.
Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) ondersteunende diensten Onderstaande partners verrichten voor ons de volgende ondersteunende diensten. Partner
Ondersteunende dienst
Berkelland
Financiële administratie
Bronckhorst
Facilitaire zaken en huisvesting
Doetinchem
Informatisering en automatisering inclusief archief
Lochem
Personeels- en salarisadministratie
24
Om het verwachtingspatroon van de te leveren en te ontvangen diensten op elkaar af te stemmen, zijn hiervoor DVO’s afgesloten. 2.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De wereld om ons heen verandert continu. Dat betekent dat er altijd ontwikkelingen zijn waar geen rekening mee is gehouden. Deze ontwikkelingen kunnen de ODA geld kosten. Het is daarom verstandig financiële middelen te reserveren voor eventuele tegenvallers. Hoeveel we moeten reserveren hangt af van de risico’s die we lopen. Het Algemeen Bestuur van de ODA heeft daartoe in november 2015 een notitie vastgesteld waarin de risico’s en de benodigde weerstandscapaciteit zijn bepaald. Overigens merken we dat het benoemen van de risico’s al helpt bij het beperken van de gevolgen. We letten meer op de mogelijke risico’s en proberen eerder in te grijpen. Definities Hieronder worden de begrippen weerstandscapaciteit, risico en weerstandsvermogen gedefinieerd. Voor de begrippen bestaan soms meerdere definities. Er is steeds gekozen voor de definitie die het meest algemeen in gebruik is of die het beste bij de ODA past. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de ODA beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die posten waaruit tegenvallers 24
eventueel bekostigd kunnen worden, zoals de algemene reserve. Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de organisatie heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit verstaan we middelen die permanent inzetbaar zijn om structurele tegenvallers op te vangen. Risico Een risico is een onzekere en ongewenste gebeurtenis die een nadelig effect kan hebben op de ODA, de doelen die zijn gesteld of de financiële positie van de ODA. Weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit noemen we ‘weerstandsvermogen’. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden. Anders gezegd: Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van een organisatie is. Door voldoende aandacht aan het weerstandsvermogen te besteden, kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigingen of een hogere bijdrage van de deelnemers. Om het weerstandsvermogen objectiever te kunnen beoordelen is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) een waarderingstabel ontwikkeld: Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
Groter dan 2,0
Uitstekend
B
Groter dan 1,4 maar kleiner dan 2,0
Ruim voldoende
C
Groter dan 1,0 maar kleiner dan 1,4
Voldoende
D
Groter dan 0,8 maar kleiner dan 1,0
Matig
E
Groter dan 0,6 maar kleiner dan 0,8
Onvoldoende
F
Kleiner dan 0,6
Ruim onvoldoende
25
Bepaling weerstandscapaciteit ODA De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Binnen de ODA is de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van twee posten berekend: • Post algemene lasten/onvoorzien (structurele weerstandscapaciteit, begroting 2022: € 28.000). • Algemene reserve (incidentele weerstandscapaciteit, stand 31-12-2022: € 150.000). Welk bedrag is er met de risico’s gemoeid? Om tot een waardering van een risico te komen moeten de (financiële) gevolgen/impact van een risico worden geschat. Vaak is niet exact aan te geven wat de omvang van een risico in financiële zin zal zijn. Daarom maken we gebruik van onderstaande tabel:
Klasse 1 2 3 4 5
Omvang €0-€25.000 €25.000-€75.000 €75.000-€200.000 €200.000-€500.000 > €500.000
Hoe groot is de kans dat het risico zich voordoet? Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat zich een risico voordoet.
25
Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende kans-klasse indeling: Klasse
Waarschijnlijkheid
Kans
Referentiebeeld
1
Zeer klein
10%
1 keer per 10 jaar of >
2
Klein
30%
1 keer per 5-10 jaar
3
Gemiddeld
50%
1 keer per 2-5 jaar
4
Groot
70%
1 keer per 1-2 jaar
5
Zeer groot
90%
1 keer per jaar of <
Gekozen uitgangspunten voor inventarisatie van de risico’s Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Met de deelnemers worden afspraken gemaakt over de dienstverlening en de informatievoorziening over en weer voor de taakuitoefening. Afwijkende situaties per deelnemer kunnen de efficiency-doelstellingen onder druk zetten of kunnen leiden tot te weinig werk per medewerker. Het is ook van belang de afspraken met de andere ’OD’s juridisch goed te verankeren. Het risico bestaat uit dat er meer uren noodzakelijk zijn om de taken uit te voeren waardoor minder vraag naar producten ontstaat dan verwacht. Door regelmatig overleg met de partners wordt de kans hierop risico verkleind. Het risico schatten we op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Taakuitvoering Hieronder verstaan we het risico van aansprakelijkheidsstelling bij de reguliere taakuitoefening. Hiervoor zijn de gebruikelijke aansprakelijkheidsverzekeringen gesloten. Het restrisico bestaat uit het betalen van schadevergoedingen waarbij het eigen risico voor de ODA blijft. We schatten de omvang op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein). Calamiteit bij bedrijf De ODA kan het verwijt krijgen niet goed te hebben gehandeld, nalatig te zijn geweest of onvoldoende te hebben gecommuniceerd tijdens of na een calamiteit.
Ook is het mogelijk dat de ODA het verwijt krijgt dat ze vooraf (dus voordat de calamiteit plaats vond) niet goed heeft gehandeld. Het vertrouwen in de ODA bij opdrachtgevers en burgers neemt af; schadeclaims en negatieve pers. Voor financiële consequenties zie taakuitvoering. Als beheersingsmaatregel stellen we hier tegenover het opstellen van een communicatieplan/protocol hoe te handelen bij calamiteiten, praktijksituaties simuleren, kwaliteitsborging producten en kennis blijven delen binnen omgevingsdiensten en met de partners. Het (rest)risico schatten we daarmee op nihil. Rechtmatigheid Het niet voldoen aan de rechtmatigheidseisen kan leiden tot juridische procedures en claims. De ODA wordt geacht rechtmatig, d.w.z. overeenkomstig wet- en regelgeving te handelen en moet daarin de opdrachtgevers adviseren. Het onvoldoende rechtmatig functioneren doet afbreuk aan het imago en het vertrouwen in de ODA. Bovendien vormt het rechtmatigheidsaspect onderdeel van de accountantscontrole en de accountantsverklaring. We schatten het (rest)risico op nihil.
26
26
Bezuinigingen bij de deelnemers Het risico is dat het rijk bezuinigt op provinciale- en gemeentelijke uitkeringen (Provinciefonds /Gemeentefonds) en/of dat de partner zelf bezuinigingsmaatregelen doorvoert. Voor de ODA bestaat het risico dat provincie en gemeenten een deel van de rijks- of eigen bezuinigingen afwentelen op de ODA. In de eind 2016 vastgestelde verrekensystematiek zijn onder meer afspraken gemaakt, hoe we met tekorten omgaan wanneer deze worden veroorzaakt door bezuinigingen bij de partner. Het (rest)risico voor de ODA schatten we daarmee op nihil. Loon- en prijsontwikkelingen Aan het einde van 2021 is een nieuw onderhandelaarsakkoord in de maak tussen de VNG en de werknemersorganisaties wat zal resulteren in loonstijgingen in 2021 en 2022: per 1 april 2022 van 2,4%. De daadwerkelijke verhoging bleef hiermee binnen het gestelde risico. Het risico hebben we ingeschat op € 150.000 (klasse 3) en de kans dat het zich voordoet op 50% (gemiddeld). Eigen risico voor werknemersverzekeringen De ODA is eigen risico drager voor de ziektewet, WW en premiedifferentiatie voor WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgehandicapten). De ODA betaalt het eigen risico en de premiedifferentiatie indien een medewerker ziek, verplicht uit dienst gaat of in de WGA komt. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld).
Ziekteverzuim De ODA werkt met een norm aan productie uren van 1.350. Omgerekend is dit 72% naar beschikbare uren. Indien het ziekteverzuim te hoog is, denk bijvoorbeeld aan de medewerkers die werkzaam zijn binnen het primair proces, zet dat de productieve norm onder druk en daardoor de opbrengsten. We schatten het risico op € 70.000 (klasse 2) en de kans dat dit zich voordoet op 50% (gemiddeld). Het ziekteverzuim van de ODA over 2022 bedraagt 6,3%. Dit ligt boven het landelijk gemiddelde voor openbaar bestuur en overheidsdiensten (circa 5,0%; bron CBS). Wel stellen we vast dat het ziektepercentage vooral zichtbaar is in het primair proces. Werkkostenregeling Op 1 januari 2015 is de werkkostenregeling in werking getreden. Deze regeling begrenst het maximaal te besteden bedrag aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers. Boven de vrije ruimte is loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80% verschuldigd. Deze regeling kan financiële gevolgen hebben voor de loonkosten. We gaan daar vooralsnog niet van uit. We schatten het risico in op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (gemiddeld). BTW Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds.
Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond wordt overschreden, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Het risico is dat de gemeenten deze overschrijding (deels) gaan afwentelen op de ODA en daardoor minder producten gaan afnemen. Vooralsnog schatten we dit risico op nihil.
27
27
Vennootschapsbelastingplicht Met ingang van 1 januari 2016 worden ook de lokale overheden belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit geldt in beginsel ook voor de gemeenschappelijke regelingen zoals de ODA. In 2016 zijn door de Omgevingsdiensten afspraken gemaakt met de Belastingdienst. De inschatting is dat de kans dat ODA vennootschapsbelasting moet betalen zeer klein is. Productenboek Het risico is dat de gehanteerde normen in het productenboek afwijken af van de werkelijkheid waardoor de kosten per product hoger of lager zijn dan vooraf verwacht. Het is zaak de normen regelmatig te toetsen en bij te stellen waar nodig. In 2019 had de ODA een behoorlijk tekort. In 2020 hebben we een tijdschrijfanalyse uitgevoerd. Aan de hand hiervan bleek dat de productvergoeding voor specialistische ondersteuning onvoldoende kostendekkend was en zijn daarop de normen aangepast. We schatten het risico van onvoldoende dekking op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).
Automatisering Het risico is productieverlies door uitval en reparatie van de verschillende systemen waardoor meer uren noodzakelijk zijn om de taken te verrichten dan waarmee rekening is gehouden. We schatten het risico op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). Aanbestedingen Het risico is dat aanbestedingen niet worden uitgevoerd volgens vastgesteld (Europese en ODA) inkoop- en aanbestedingsbeleid waardoor financiële middelen zijn benodigd voor rechtszaken en de consequenties van deze rechtszaken. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (klein). Outputmodel (medewerkers) Het outputmodel vanaf 2017 vergt een geheel andere strategie in de bedrijfsvoering dan we tot dusverre gewoon zijn. De ODA wordt tot op zekere hoogte afhankelijk van de vraag van onze klanten (lees: de partners). Ook voor de medewerkers betekent dit een omslag. We zullen hiermee ervaring moeten opdoen. Het beleid van onze partners kan leiden tot meer of minder vraag naar producten, incidenteel maar wellicht ook structureel. Het zal niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de vraag naar de (soort) producten overeenkomt met de beschikbare capaciteit. We zullen daarop tijdig moeten inspelen. De strategische personeelsplanning die regelmatig bijgesteld wordt, kan ons daarbij uitstekend van dienst zijn.