Bijlage 1 Evaluatierapport Beleidskader sociaal domein 2017-2020.pdf
Tekst van het document
We gaan uit van het uitgangspunt van één huishouden/gezin, één plan, één regisseur en dat betekent: een duidelijk aanspreekpunt/regievoerder, een heldere werkwijze en eenduidige afspraken over wat hij van ons en de eventuele ondersteuning mag verwachten. We spreken duidelijk af welk doel de ondersteuning heeft (ontwikkeling, zoals verbeteren zelfredzaamheid of stabilisatie, en voorkomen van verergering), en we monitoren goed of de ondersteuning ook daadwerkelijk tot het
43
beoogde resultaat geleid heeft.
IV
We zetten in op één huishouden, één plan, één regisseur
7
9
We werken integraal (over de verschillende beleidsvelden heen)
We borgen de veiligheid van onze inwoners.
Inzetten op verregaande afstemming, overdracht en samenwerking tussen betrokken (uitvoerings)organisaties. Uitgangspunt 'een huishouden, een plan, een regisseur' moet goed kunnen werken, dus zo dicht mogelijk bij de inwoner het gesprek voeren. Voor inwoner betekent dit dat duidelijk is wie er aan zet is. Voor instellingen/uitvoerders betekent het een gezamenlijke stip op de horizon, maar ook integraal in aanbod, dus afstemming eigen kracht, algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Ook trachten te komen tot ontwikkeling en gebruik van duurdere voorzieningen proberen te voorkomen.
7a
In hoeverre werken professionals integraal samen met andere instellingen/uitvoeringsorganisaties (ook die genoemd staan bij kaderpunt 10)? Zowel mbt het opstellen van het plan als in de uitvoering; In hoeverre zet de professional in op het ontwikkelpotentieel van de cliënt, om te voorkomen dat de cliënt in duurdere voorzieningen terecht komt? Of wordt er zelfs ingezet om ervoor te zorgen dat een cliënt in lichtere voorziening komt of zelfs geen hulp meer nodig heeft?
7b
Hebben cliënten de indruk dat er integraal wordt gewerkt, dus dat organisaties (en andere betrokken partners/organisaties, zie kaderpunt 10) samenwerken met elkaar om te komen tot een betere situatie voor de cliënt?
Wat verstaan we onder 'borgen van de veiligheid'? -> Onder veiligheid verstaat de gemeente het bieden van een veilige plek voor iemand die de thuissituatie heeft verlaten. Iemand kan/moet de thuissituatie verlaten om verschillende redenen, zoals een huisuitzetting vanwege verslavings- en/of schuldenproblematiek, als gevolg van de geestelijke gezondheid of veiligheidsrisico's als gevolg van huiselijk geweld. Ook kan iemand er (in meerdere of mindere mate) zelf voor kiezen om een zwervend bestaand te leiden. Bij het verlaten van de thuissituatie kan men naar: • Maatschappelijke opvang: Nachtopvang voor dak- en thuislozen (IrisZorg), dagopvang (IrisZorg), crisisopvang (IrisZorg), crisisopvang jeugdigen (SJOD - Stichting Jongerenopvang Doetinchem) en Vrouwenopvang (Moviera, te Arnhem) • Initiatief huiselijke veiligheid: Veilig Thuis Noord Oost Gelderland en Veiligheidskamer
9a
In hoeverre lukt het de gemeente en de ketenpartners inwoners/cliënten veiligheid te bieden en/of te voorkomen dat inwoners/cliënten huis en haard verlaten en/of zwaardere vormen van ondersteuning nodig hebben? Waarom wel of waarom niet?
9b
Op welke manier wordt veiligheid (maatschappelijke opvang en initiatieven huiselijke veiligheid) aangeboden aan inwoners/cliënten.
44
Achterhoek/Veiligheidshuis Noord- en Oost-Gelderland
10
We werken samen waar dat beter is en waar dat het voor onze inwoners makkelijker maakt
Transformeren in het sociaal domein vereist dat een goede samenwerking met alle betrokken partners. Niet alleen tussen en met uitvoeringsorganisaties, maar het vraagt ook vooral om samenwerking met andere partners in het veld: zoals scholen, zorgverzekeraars, jeugdinstellingen, verzorgingstehuizen, welzijnsorganisaties, huisartsen, werkgevers, cliëntenorganisaties etc. die zich bewegen op dit terrein. Zij zijn georganiseerd op lokaal, (boven)regionaal en soms landelijk niveau. Dit gebeurt al door een gezamenlijk inkoopbeleid Achterhoekse gemeenten en door beleidsmatige/inhoudelijke afspraken die in 2017 verder beslag krijgen in regionaal visiedocument (sociaal domein breed)
10a
In hoeverre zijn afspraken over gezamenlijk beleid en inhoudelijke afspraken met de Achterhoekse gemeenten vastgelegd in een regionaal visiedocument
10b
Is er een gezamenlijk inkoopbeleid in de Achterhoek?
45
Bijlage 2: Toelichting cliëntervaringsonderzoeken Bij het gebruik van de cliëntervaringsonderzoeken is het belangrijk om duidelijk te hebben wat de ’kwaliteit’ en ’representativiteit’ is van de onderzoeken. Een belangrijk punt om in het achterhoofd te houden is dat vaak een selecte groep deelneemt aan cliëntervaringsonderzoeken. Zo is de kans kleiner dat cliënten die veel ondersteuning gebruiken meedoen aan de onderzoeken. Daarmee is het onderzoek niet representatief. In de cliëntervaringsonderzoeken Wmo 2020 en 2021 en alle cliëntervaringsonderzoeken Jeugdwet is er sprake van een lage respons. Dit betekent dat relatief weinig cliënten de vragenlijst hebben ingevuld. Tabel Respons Wmo Jaar
N
%
2017
301
31%
2018
312
32%
2019
406
39%
2020
362
16%
2021
316
13%
Tabel Respons Jeugdwet Jaar
N
%
2017
278 ouders / 79 jongeren
15%
2018
305 ouders / 99 jongeren
16%
2019
264 ouders / 84 jongeren
19%
2020
141 ouders / 76 jongeren
11%
2021
160 ouders / 51 jongeren
7%
Een ander belangrijk methodisch punt zijn de antwoordcategorieën in de cliëntervaringsonderzoeken Jeugdwet. Om een trend te beschrijven en jaren met elkaar te vergelijken is het methodisch wenselijk dat de vraag en de antwoordcategorieën over de jaren heen hetzelfde blijven. Dit is niet het geval bij de cliëntervaringsonderzoeken Jeugdwet. De antwoordcategorieën zijn namelijk over de jaren heen veranderd, waardoor de antwoorden lastiger te vergelijken zijn. Een voorbeeld hiervan wordt hieronder getoond: Stelling: Wij zijn samen tot een oplossing gekomen • Antwoordcategorieën 2017/2018/2019 o Altijd / vaak / soms / nooit • Antwoordcategorieën 2020/2021 o Heel tevreden / tevreden / neutraal / ontevreden / heel ontevreden
46
Bijlage 3: Itemlisten groepsinterviews Beleidsteam gemeente 1. Wat doet de gemeente om de eigen kracht van inwoners te versterken? Denk aan de groep van 10% met onvoldoende eigen regie? Wat biedt de gemeente hen? (Denk ook aan gezondheid, versterken weerbaarheid en veerkracht, voldoende financiële middelen, huisvesting). Is dit aanbod toereikend? Wat mist er? Wat is er nieuw ingezet afgelopen periode? Is het aanbod toegankelijk (bijv. financieel, wegnemen van fysieke drempels)? Voor wie wel en voor wie niet? Wat doet de gemeente om dit aanbod toegankelijk te maken voor iedereen? 2. Hoe helpt de gemeente inwoners om hun sociale netwerk te vergroten? Wat is het aanbod (Denk aan het aanbod van algemene voorzieningen (zoals school, werk en andere activiteiten) binnen de gemeente Doetinchem) Is dit aanbod toereikend? Wat mist er? Wat is er nieuw ingezet afgelopen periode? Is het aanbod toegankelijk (bijv. financieel, wegnemen van fysieke drempels)? Voor wie wel en voor wie niet? Wat doet de gemeente om dit aanbod toegankelijk te maken voor iedereen? 3. Hoe helpt de gemeente om voor iedereen een zinvolle deelname aan de samenleving mogelijk te maken? Wat is het aanbod? Wat mist er? Wat zijn successen, goede voorbeelden van aanbod in de gemeente? Is dit aanbod toegankelijk voor iedereen? Wie missen we? 4.
Wat biedt de gemeente in het kader van substitutie van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen? Voorbeelden? Wat levert het op? Resultaat/effect? Op welke manier ondersteunt de gemeente initiatieven van andere organisaties/ketenpartners die gericht zijn op het voorkomen en/of vroegtijdig signaleren van maatschappelijke problemen en die actief bijdragen aan de zelfredzaamheid van de inwoners? Voorbeelden, succesverhalen. Ook voorbeelden van wat niet werkte? 5. Krijgen professional nu meer ruimte dan vroeger om verder te kijken dan voorzieningen die voorhanden zijn? In hoeverre kunnen/mogen zij creatief zijn in het zoeken van oplossingen die buiten de ‘regels’ (gebaande paden) omgaan? Geef aan waarom wel/niet. Geef voorbeelden. 6. Hanteren professionals het uitgangspunt van één huishouden, één plan, één regisseur? In hoeverre is er eenduidigheid bij het hanteren van dit principe? 7. In hoeverre ontwikkelt de gemeente integraal beleid (binnen het sociale domein)? Voorbeelden? Waar loopt de gemeente tegenaan? Wat gaat goed, wat kan beter? Is dit veranderd/verbeterd in de afgelopen jaren? 8.
Op welke manier borgen de gemeente (en de ketenpartners) de veiligheid van de inwoners (en dat ze dus niet huis en haard hoeven te verlaten en in een zware vorm van ondersteuning terecht komen)? Om welke voorzieningen gaat het? Is de aard en de inhoud van de geboden voorzieningen helder (beschreven)? In hoeverre lukt het om de veiligheid te borgen? Waarom wel of waarom niet? Wat is er verbeterd in beleid in de afgelopen periode? Hoe werkt dit uit? 9. Hoe verloopt de regionale samenwerking op het gebied van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang? Ervaringen afgelopen jaren. Is dit verbeterd? Waar loopt men tegenaan?
Professionals 1. Wat wordt er in de gemeente geboden om de eigen kracht van inwoners te versterken? Denk aan de groep van 10% met onvoldoende eigen regie? Wat bieden de gemeente en andere organisaties (uw organisatie) hen? (Denk ook aan gezondheid, versterken weerbaarheid en veerkracht, voldoende financiële middelen, huisvesting). Is dit aanbod toereikend? Is het aanbod toegankelijk (bijv. financieel, wegnemen van fysieke drempels)? 47
2. Wat wordt er in de gemeente aan inwoners geboden om hun sociale netwerk te vergroten? Wat is het aanbod (Denk aan het aanbod van algemene voorzieningen (zoals school, werk en andere activiteiten) binnen de gemeente Doetinchem) Is dit aanbod toereikend? Wat mist er? Is het aanbod toegankelijk (bijv. financieel, wegnemen van fysieke drempels)? Voor wie wel en voor wie niet? 3. Wat is het aanbod in de gemeente Doetinchem om voor iedereen een zinvolle deelname aan de samenleving mogelijk te maken? Wat is het aanbod van uw organisatie? Wat mist er (in de gemeente en wat er vanuit uw organisatie/domein geboden zou kunnen worden)? Wat zijn goede voorbeelden van aanbod in de gemeente? Is dit aanbod toegankelijk voor iedereen? Wie bereiken we met dit aanbod niet of onvoldoende? 4. Op welke manier biedt de gemeente deze ondersteuning die gericht is op preventie? Wat biedt uw eigen organisatie in dit kader aan? Aan welke initiatieven en voorzieningen denkt u? Hoe loopt dit? Hoe ervaart u de ondersteuning vanuit de gemeente? In hoeverre is deze ondersteuning toereikend? Wat zou beter kunnen? 5. Krijgt u als professional nu meer ruimte dan vroeger om verder te kijken dan voorzieningen die voorhanden zijn? In hoeverre kan/mag u creatief zijn in het zoeken van oplossingen die buiten de ‘regels’ (gebaande paden) omgaan? Geef aan waarom wel/niet. Geef voorbeelden. 6.
Is de regellast verminderd? Ervaart uzelf dat er regels worden opgelegd. Waarom wel/niet, waar loopt u tegenaan? Voorbeelden. 7. Hoe ervaart u het uitgangspunt van 'normalisatie', namelijk dat u met de inwoner toewerkt naar eigen regie (naar minder of geen ondersteuning)? Is dat haalbaar? Wanneer wel/niet? 8. Wordt er meer dan vroeger resultaatgericht gewerkt? (Alleen voor Buurtplein en externe organisaties/Wmo, Jeugdzorg, niet voor Laborijn/P-wet, werk- en inkomen:) 9. In inkoopcyclus staat het op papier, maar gebeurt dit ook? 10. Indien van toepassing. Kijkt u als professional samen met de cliënt naar de vraag-achter-de-vraag? Hoe doet u dit? Hoe ver gaat u? Kijkt u cultuurspecifiek? Waar loopt u tegenaan? Gaat dit beter naarmate u dit langer op deze manier doet? 11. Kent u het uitgangspunt één huishouden, één plan, één regisseur? Werkt u volgens dit principe? Werken alle professionals hiermee op dezelfde manier? Hoe werkt het in de praktijk? 12. Worden doelen duidelijk afgesproken met de cliënt en opgeschreven (in het plan)? Worden doelen gemonitord? Hoe? 13. Als cliënten te maken hebben met meerdere problemen (bijvoorbeeld financieel en psychische gezondheid) werkt u als professional dan integraal samen? Kunt u voorbeelden geven? Wat gaat goed, wat kan beter? Gaat dit steeds beter of juist niet? (Onderstaande vragen nvt voor professionals Laborijn) 14.
Op welke manier borgen de gemeente en de ketenpartners de veiligheid van de inwoners (en dat ze dus niet huis en haard hoeven te verlaten en/of in een zware vorm van ondersteuning terecht komen)? Is de aard en de inhoud van de geboden voorzieningen helder? In hoeverre lukt het om de veiligheid te borgen? Waarom wel of waarom niet? Wat is er verbeterd in beleid in de afgelopen periode? Hoe werkt dit uit? 15. Hoe verloopt de regionale samenwerking op het gebied van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang? Ervaringen afgelopen jaren. Is dit verbeterd? Waar loopt men tegenaan?
48
Cliëntvertegenwoordigers 1. Herkent u het dat ruim 90% van de (volwassen) inwoners van de gemeente Doetinchem voldoende regie over het eigen leven ervaart? Wat zijn redenen/oorzaken dat mensen niet of minder zelfredzaam zijn? 2. Het belang van een goed sociaal netwerk is groot. Wat doet de gemeente om inwoners te helpen om hun sociale netwerk te vergroten? Wat doen andere aanbieders, partijen, organisaties? Wat kunnen mensen zelf doen? Kunt u goede voorbeelden benoemen in Doetinchem (of elders) die succesvol zijn? Is het aanbod toereikend? Wat mist er? 3. Denkt u dat de meeste inwoners zinvol kunnen deelnemen aan de samenleving? Voor welke groepen geldt dat zinvolle deelname aan de samenleving niet of minder goed mogelijk is? 4. Hoe denkt u dat inwoners van Doetinchem het aanbod van algemene voorzieningen in de gemeente beoordelen. Denk hierbij aan verenigingen (sport, cultuur, recreatieve en jeugdwerk), kerken en levensbeschouwelijke organisaties, wijk- en dorpsraden, de sociale raad, cliëntengroepen, politieke partijen, ouderenadviseurs, maatjes en ondersteuners, charitatieve fondsen, zoals het gasthuisfonds, maar ook aan inloopvoorzieningen zoals de Stadskamer, Buurtplein-wijkcentra, peuteropvang, jeugdmaatschappelijk werk, GGD, huisartsen, consultatiebureau, gezondheidsprojecten zoals SLIMMER. Is dit aanbod voldoende? Wat mist er? 5.
Denkt u dat het bovengenoemde aanbod voldoende vindbaar en toegankelijk is voor inwoners? Wat zou beter kunnen? 6. Denkt u dat inwoners die ondersteuning aanvragen het idee hebben dat er echt gekeken wordt naar wat zij nodig hebben (en niet alleen naar wat beschikbaar is)? 7. Heeft u het idee dat cliënten die ondersteuning ontvangen erop voorbereid worden om na de ondersteuning weer zelfstandig verder te gaan? 8. Heeft u de indruk dat professionals samen met de cliënten kijkt naar wat nodig is? Dat er gekeken wordt naar de vraag-achter- de-vraag? Dat er gezocht wordt naar een passende voorziening die aansluit bij de omstandigheden of situatie van de client? Kunt u voorbeelden noemen? 9. Kent u het uitgangspunt één huishouden, één plan, één regisseur? Heeft u de indruk dat er volgens dit principe wordt gewerkt? Geef voorbeelden van waar dit goed of juist niet goed is gegaan. Succes en verbeterpunten? 10. In hoeverre wordt er een plan opgesteld met de cliënten en is daarin een helder doel beschreven? Wordt na afloop ook gekeken met de professional in hoeverre het doel is behaald? Geef voorbeelden van waar dit goed of juist niet goed is gegaan. Succes en verbeterpunten? 11.
Als cliënten te maken hebben met meerdere problemen (bijvoorbeeld financieel en psychische gezondheid) heeft u dan het idee, dat er integraal wordt samengewerkt? Dus dat er overleg is tussen verschillende hulpverleners? Voorbeelden? Wat gaat goed, wat kan beter? (Alleen voor vertegenwoordigers van doelgroepen OGGZ en Jeugdzorg) 12. Op welke manier borgen de gemeente en de ketenpartners dat inwoners niet huis en haard hoeven te verlaten en/of in een zware vorm van ondersteuning terecht komen? In hoeverre lukt dit? Waarom wel of waarom niet? Wat is er verbeterd in beleid in de afgelopen periode?
49
Beleidsmakers in de Volksgezondheid staan voor de lastige opdracht om bij afnemende financiële ruimte antwoorden te vinden voor toenemende gezondheidsproblemen onder de bevolking. Dat vraagt om ingrijpende en verantwoorde keuzes. Het Evaluatiebureau Publieke gezondheid is specialist in het verkrijgen van praktische informatie over interventies in de publieke gezondheid. Het Evaluatiebureau biedt beleidsmakers handvatten waarmee zij ingrijpende keuzes op verantwoorde wijze kunnen maken. Dat doen we in alle gevallen praktisch, verbazingwekkend betaalbaar, en met academisch gestoelde kennis. Zo maken we beleidsmakers sterker.
Evaluatiebureau Publieke Gezondheid Postbus 3 7200 AA Zutphen 088 - 443 37 05 info@evaluatiebureau.nl www.evaluatiebureau.nl
Initiatief van:
Partners:
© Evaluatiebureau Publieke Gezondheid – Mei 2023 Overname van gegevens is toegestaan, mits voorzien van bronvermelding.