Bijlage 1 Concept Jaarsstukken 2023.pdf
Tekst van het document
Taakveld
Baten
Lasten
Begroting 2023 na wijz Lasten Baten
Lasten
Realisatie 2023 Baten
Begr-real
Lasten
Saldo
Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening Programma 2 Toezicht en handhaving Programma 3 Advies Programma 4 Stelseltaken Programma 5 Projecten
7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer
2.050 5.315 1.927 77 4
1.515 3.187 1.405 352 0
2.322 5.583 2.186 77 4
1.690 3.262 1.674 364
2.247 5.346 2.593 107 583
1.568 3.342 2.008 421
0
1.311 4.325 1.097 -601 587 0 -6.306 0 -78
10.541
335
298 10.839
335
Overzichten Overhead Algemene dekkingsmiddelen Bedrag onvoorzien
0.4 Overhead ondersteuning organisatie 0.5 Treausury 0.8 Algemene baten en lasten
2.841 0 73
Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten normale bedrijfsvoering Bijdrage deelnemers in het tekort 2022 Toevoegingen en ontrekkingen aan de reserves
9.373
Resultaat
9.373
9.373
3.104
3.201
78 10.172
10.172
10.876 298
9.373
10.172
10.172
11.174
Binnen programma 1 liggen de lasten € 122.00 onder begroting en dit heeft te maken met lagere personeelslasten binnen team vergunningverlening. Binnen programma 2 bleven de baten €237.000 achter op begroting, zoals eerder tijdens het jaar aan het bestuur is medegedeeld. Zoals al beschreven stond in de toelichting van het programma komt het achterblijven o.a. door een groter ziekteverzuim aan het begin van het jaar door nasleep van corona en langdurige ziekten bij enkele toezichthouders en het niet op tijd in kunnen vullen van vacatures na het vertrekken van 3 toezichthouders. Zoals eerder aangegeven is er binnen programma 3 een overschrijding in zowel de baten (€ 407.000), alsmede de lasten (€ 334.000) vanwege de stijgende vraag in specialistische adviezen. Om op korte termijn aan deze vraag te kunnen voldoen is deze expertise ingehuurd. Binnen programma 5 is een duidelijke overschrijding in de baten van € 579.000. Dit komt voornamelijk door de ontvangen bedragen voor de specifieke uitkeringen IPB VTH en energietoezicht. Omdat de omvang van de uren en daarmee de opbrengsten vanuit de uitkeringen vooraf lastig te bepalen is, zijn deze bedragen niet opgenomen in de begroting.
26
26
Voorwaardencriterium Het voorwaardecriterium gaat over de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De voorwaarden hebben betrekking op aspecten zoals: doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. De overdrachten van onder andere subsidies en uitkeringen zijn bijvoorbeeld aan bepaalde voorwaarden verbonden. Het niet in acht nemen van deze voorwaarden kan leiden tot een onrechtmatigheid. Binnen dit criterium is er geen onrechtmatigheid vastgesteld. Het M&O beleid is op dit moment opgesteld en moet nog door het bestuur worden vastgesteld. 2.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De wereld om ons heen verandert continu. Dat betekent dat er altijd ontwikkelingen zijn waar geen rekening mee is gehouden. Deze ontwikkelingen kunnen de ODA geld kosten. Het is daarom verstandig financiële middelen te reserveren voor eventuele tegenvallers. Hoeveel we moeten reserveren hangt af van de risico’s die we lopen. Het Algemeen Bestuur van de ODA heeft daartoe in november 2015 een notitie vastgesteld waarin de risico’s en de benodigde weerstandscapaciteit zijn bepaald. Overigens merken we dat het benoemen van de risico’s al helpt bij het beperken van de gevolgen. We letten meer op de mogelijke risico’s en proberen eerder in te grijpen. Definities Hieronder worden de begrippen weerstandscapaciteit, risico en weerstandsvermogen gedefinieerd. Voor de begrippen bestaan soms meerdere definities. Er is steeds gekozen voor de definitie die het meest algemeen in gebruik is of die het beste bij de ODA past. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de ODA beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die posten waaruit tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden, zoals de algemene reserve. Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit.
Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de organisatie heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit verstaan we middelen die permanent inzetbaar zijn om structurele tegenvallers op te vangen. Risico Een risico is een onzekere en ongewenste gebeurtenis die een nadelig effect kan hebben op de ODA, de doelen die zijn gesteld of de financiële positie van de ODA. Weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit noemen we ‘weerstandsvermogen’. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden. Anders gezegd: Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van een organisatie is. Door voldoende aandacht aan het weerstandsvermogen te besteden, kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigingen of een hogere bijdrage van de deelnemers. Om het weerstandsvermogen objectiever te kunnen beoordelen is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) een waarderingstabel ontwikkeld:
27
27
Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
Groter dan 2,0
Uitstekend
B
Groter dan 1,4 maar kleiner dan 2,0
Ruim voldoende
C
Groter dan 1,0 maar kleiner dan 1,4
Voldoende
D
Groter dan 0,8 maar kleiner dan 1,0
Matig
E
Groter dan 0,6 maar kleiner dan 0,8
Onvoldoende
F
Kleiner dan 0,6
Ruim onvoldoende
Bepaling weerstandscapaciteit ODA De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Binnen de ODA is de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van twee posten berekend: • Post algemene lasten/onvoorzien (structurele weerstandscapaciteit, begroting 2023: € 78.000). • Algemene reserve (incidentele weerstandscapaciteit, stand 1-1-2023: € 115.000). Welk bedrag is er met de risico’s gemoeid? Om tot een waardering van een risico te komen moeten de (financiële) gevolgen/impact van een risico worden geschat. Vaak is niet exact aan te geven wat de omvang van een risico in financiële zin zal zijn. Daarom maken we gebruik van onderstaande tabel:
Klasse 1 2 3 4 5
Omvang €0-€25.000 €25.000-€75.000 €75.000-€200.000 €200.000-€500.000 > €500.000
28
Hoe groot is de kans dat het risico zich voordoet? Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat zich een risico voordoet. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende kans-klasse indeling: Klasse
Waarschijnlijkheid
Kans
Referentiebeeld
1
Zeer klein
10%
1 keer per 10 jaar of >
2
Klein
30%
1 keer per 5-10 jaar
3
Gemiddeld
50%
1 keer per 2-5 jaar
4
Groot
70%
1 keer per 1-2 jaar
5
Zeer groot
90%
1 keer per jaar of <
Gekozen uitgangspunten voor inventarisatie van de risico’s Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Met de deelnemers worden afspraken gemaakt over de dienstverlening en de informatievoorziening over en weer voor de taakuitoefening. Afwijkende situaties per deelnemer kunnen de efficiency-doelstellingen onder druk zetten of kunnen leiden tot te weinig werk per medewerker. Het is ook van belang de afspraken met de andere ’OD’s juridisch goed te verankeren. Het risico bestaat uit dat er meer uren noodzakelijk zijn om de taken uit te voeren waardoor minder vraag naar producten ontstaat dan verwacht. Door regelmatig overleg met de partners wordt de kans hierop risico verkleind. Het risico schatten we op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).
28
Taakuitvoering Hieronder verstaan we het risico van aansprakelijkheidsstelling bij de reguliere taakuitoefening. Hiervoor zijn de gebruikelijke aansprakelijkheidsverzekeringen gesloten. Het restrisico bestaat uit het betalen van schadevergoedingen waarbij het eigen risico voor de ODA blijft. We schatten de omvang op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein). Deelnemers treden uit de gemeenschappelijke regeling Mocht een van de deelnemers de keuze maken om uit de gemeenschappelijke regeling te treden, dan zal dit een groot (financieel) effect kunnen hebben op de ODA. We schatten de omvang op €1.000.000 en de kans dat zicht dit voordoet op 10% (zeer klein). Calamiteit bij bedrijf De ODA kan het verwijt krijgen niet goed te hebben gehandeld, nalatig te zijn geweest of onvoldoende te hebben gecommuniceerd tijdens of na een calamiteit. Ook is het mogelijk dat de ODA het verwijt krijgt dat ze vooraf (dus voordat de calamiteit plaats vond) niet goed heeft gehandeld. Het vertrouwen in de ODA bij opdrachtgevers en burgers neemt af; schadeclaims en negatieve pers. Voor financiële consequenties zie taakuitvoering.
Als beheersingsmaatregel stellen we hier tegenover het opstellen van een communicatieplan/protocol hoe te handelen bij calamiteiten, praktijksituaties simuleren, kwaliteitsborging producten en kennis blijven delen binnen omgevingsdiensten en met de partners. Het (rest)risico schatten we daarmee op nihil. Rechtmatigheid Het niet voldoen aan de rechtmatigheidseisen kan leiden tot juridische procedures en claims. De ODA wordt geacht rechtmatig, d.w.z. overeenkomstig wet- en regelgeving te handelen en moet daarin de opdrachtgevers adviseren. Het onvoldoende rechtmatig functioneren doet afbreuk aan het imago en het vertrouwen in de ODA. Bovendien vormt het rechtmatigheidsaspect onderdeel van de interne controle. We schatten het (rest)risico op nihil.
29
Bezuinigingen bij de deelnemers Het risico is dat het rijk bezuinigt op provinciale- en gemeentelijke uitkeringen (Provinciefonds /Gemeentefonds) en/of dat de partner zelf bezuinigingsmaatregelen doorvoert. Voor de ODA bestaat het risico dat provincie en gemeenten een deel van de rijks- of eigen bezuinigingen afwentelen op de ODA. In de eind 2016 vastgestelde verrekensystematiek zijn onder meer afspraken gemaakt, hoe we met tekorten omgaan wanneer deze worden veroorzaakt door bezuinigingen bij de partner. Ondanks deze afspraken schatten we het risico op €250.000 (klasse 4) en de kans dat het zich voordoet op 10% (klein). Loon- en prijsontwikkelingen Aan het einde van 2023 is een nieuwe cao vastgesteld wat zal resulteren in loonstijgingen voor 2024 en 2025: in totaal 6%. De daadwerkelijke verhoging bleef hiermee binnen het gestelde risico. Het risico hebben we ingeschat op € 150.000 (klasse 3) en de kans dat het zich voordoet op 50% (gemiddeld). Eigen risico voor werknemersverzekeringen De ODA is eigen risico drager voor de ziektewet, WW en premiedifferentiatie voor WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgehandicapten). De ODA betaalt het eigen risico en de premiedifferentiatie indien een medewerker ziek, verplicht uit dienst gaat of in de WGA komt.
29
We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). Ziekteverzuim De ODA werkt met een norm aan productie uren van 1.350. Omgerekend is dit 72% naar beschikbare uren. Indien het ziekteverzuim te hoog is, denk bijvoorbeeld aan de medewerkers die werkzaam zijn binnen het primair proces, zet dat de productieve norm onder druk en daardoor de opbrengsten. We schatten het risico op € 70.000 (klasse 2) en de kans dat dit zich voordoet op 50% (gemiddeld). Het ziekteverzuim van de ODA over 2023 bedraagt 5,6%. Dit ligt boven het landelijk gemiddelde voor openbaar bestuur en overheidsdiensten (circa 5,0%; bron CBS). Wel stellen we vast dat het ziektepercentage vooral zichtbaar is in het primair proces. Werkkostenregeling Op 1 januari 2015 is de werkkostenregeling in werking getreden. Deze regeling begrenst het maximaal te besteden bedrag aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers. Boven de vrije ruimte is loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80% verschuldigd. Deze regeling kan financiële gevolgen hebben voor de loonkosten. We gaan daar vooralsnog niet van uit. We schatten het risico in op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (gemiddeld).
BTW Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond wordt overschreden, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Het risico is dat de gemeenten deze overschrijding (deels) gaan afwentelen op de ODA en daardoor minder producten gaan afnemen. Vooralsnog schatten we dit risico op nihil. Vennootschapsbelastingplicht Met ingang van 1 januari 2016 worden ook de lokale overheden belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit geldt in beginsel ook voor de gemeenschappelijke regelingen zoals de ODA. In 2016 zijn door de Omgevingsdiensten afspraken gemaakt met de Belastingdienst. De inschatting is dat de kans dat ODA vennootschapsbelasting moet betalen zeer klein is. Productenboek Het risico is dat de gehanteerde normen in het productenboek afwijken af van de werkelijkheid waardoor de kosten per product hoger of lager zijn dan vooraf verwacht. Het is zaak de normen regelmatig te toetsen en bij te stellen waar nodig. In 2019 had de ODA een behoorlijk tekort. In 2020 hebben we een tijdschrijfanalyse uitgevoerd.
Aan de hand hiervan bleek dat de productvergoeding voor specialistische ondersteuning onvoldoende kostendekkend was en zijn daarop de normen aangepast. We schatten het risico van onvoldoende dekking op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).
Automatisering Het risico is productieverlies door uitval en reparatie van de verschillende systemen waardoor meer uren noodzakelijk zijn om de taken te verrichten dan waarmee rekening is gehouden. We schatten het risico op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). Aanbestedingen
30
30
Het risico is dat aanbestedingen niet worden uitgevoerd volgens vastgesteld (Europese en ODA) inkoop- en aanbestedingsbeleid waardoor financiële middelen zijn benodigd voor rechtszaken en de consequenties van deze rechtszaken. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (klein). Outputmodel (medewerkers) Het outputmodel vanaf 2017 vergt een geheel andere strategie in de bedrijfsvoering dan we tot dusverre gewoon zijn. De ODA wordt tot op zekere hoogte afhankelijk van de vraag van onze klanten (lees: de partners). Ook voor de medewerkers betekent dit een omslag. We zullen hiermee ervaring moeten opdoen. Het beleid van onze partners kan leiden tot meer of minder vraag naar producten, incidenteel maar wellicht ook structureel. Het zal niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de vraag naar de (soort) producten overeenkomt met de beschikbare capaciteit. We zullen daarop tijdig moeten inspelen. De strategische personeelsplanning die regelmatig bijgesteld wordt, kan ons daarbij uitstekend van dienst zijn. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Gelders Stelsel Er is een verbeterplan opgesteld op basis van de uitgevoerde evaluatie van het Gelders Stelsel. De mogelijke maatregelen zijn niet op geld doorgerekend. Mogelijk kunnen een aantal maatregelen leiden tot extra kosten voor de ODA.
We schatten het risico op € 12.500 en de kans dat zich dit voordoet op 70% (groot). Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet kan tot een andere taakverdeling tussen gemeenten, provincie en de ODA leiden. Het is zowel mogelijk dat dit tot meer als tot minder taken voor de ODA leidt die in de begroting zo mogelijk worden meegeraamd. Het risico schatten we daarom op nihil. Datalekken Iedereen heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en een zorgvuldige omgang met zijn persoonsgegevens. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Hierin staat dat persoonsgegevens moeten worden beveiligd tegen verlies en tegen onrechtmatige verwerking. Een datalek moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens als het leidt tot een aanzienlijke kans op ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens, of als het ernstige nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens. Het datalek moet daarnaast ook worden gemeld aan de betrokkene indien het waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer. Bij overtreding van de meldplicht datalekken uit de Wbp kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein)
Financieel effect van deze risico’s We willen het totale financiële effect van deze risico’s weten. Dit hebben we nodig om vast te stellen of onze financiële buffer voldoende is. In de volgende tabel wordt het financieel effect berekend. Niet alle risico’s komen tegelijk voor. Ook zijn de gevolgen van de risico’s niet altijd maximaal. Het geld dat nodig is om de risico’s op te kunnen vangen is daarom minder dan alle risico’s bij elkaar opgeteld. Een praktische methode om het effect te berekenen is het maximale risico te vermenigvuldigen met de kans dat het risico zich voordoet. We noemen dit het kwantificeren van de risico’s. In de tabel kwantificering risico’s zijn de eerder genoemde risico’s gekwantificeerd.
31
31
Risico
Geschatte omvang
Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Taakuitvoering Uitreden deelnemer GR Calamiteit bij bedrijf Rechtmatigheid Bezuinigingen bij de deelnemers Loon- en prijsontwikkelingen Eigen risico voor werknemersverzekeringen Ziekteverzuim Werkkostenregeling BTW Vennootschapsbelastingplicht Productenboek Automatisering Aanbestedingen Outputmodel Gelders Stelsel Omgevingswet Datalekken Totaal
Geschatte kans (in %)
€ 50.000 € 12.500 €1.000.000 nihil nihil € 250.000 € 150.000 € 50.000 € 70.000 € 12.500 nihil nihil € 50.000 € 12.500 € 137.500 € 50.000 € 12.500 €0 € 137.500
Financieel effect van de risico's
30% 10% 10% 0 0 10% 50% 50% 50% 30%
30% 50% 10% 30% 70% 0% 10%
€ 15.000 € 1.250 €100.000 €0 €0 € 25.000 € 75.000 € 25.000 € 35.000 € 3.750 €0 €0 € 15.000 € 6.250 € 13.750 € 15.000 € 8.750 €0 € 13.750 € 352.500
In de becijfering is rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. Het gaat dan om de individuele risico’s en de kans dat dit (individuele) risico zich periodiek voordoet. De kans dat alle risico’s zich op enig moment tegelijkertijd voordoen is o.i. aanzienlijk lager. Daartoe hanteren we een dempingfactor van 0,5. Het totaal van de financiële risico’s komt daardoor op € 176.250. Weerstandsvermogen Zoals hierboven becijferd, hebben we de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 176.250. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 193.000. (Per 31-12-2023 is € 115.000 van de Algemene Reserve vrij besteedbaar + het in de gewijzigde begroting 2023 beschikbare bedrag voor onvoorzien van € 78.000).
Gebruiken we de formule en waarderingstabel (zie hiervoor) dan ziet dit er als volgt uit:
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit ------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit
In bedragen: € 193.000 / € 176.250 = 1,1 32
32
Waarderingscijfer: C Betekenis: Voldoende Uit de analyse blijkt dat het weerstandsvermogen op basis van de berekening die voor ligt voldoende is. Kengetallen en ratio’s Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten dient een aantal financiële kengetallen in de jaarrekening te worden opgenomen. Deze kengetallen dienen om een beter inzicht te bieden in de financiële positie van de ODA. Het overzicht bevat de volgende kengetallen. Verlooptabel Kengetallen en ratio’s in procenten
Jaarverslag 2023 Kengetallen (in procenten)
Verloop van de kengetallen Jaarrekening Begroting Jaarrekening 2022 2023 2023 1a. Netto schuldquote 0 -3 -7 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 0 -3 -7 2. Solvabiliteitsratio -5 17 22 3. Structurele exploitatieruimte -1 0 0 4. Grondexploitatie n.v.t. n.v.t. n.v.t. 5. Belastingcapaciteit n.v.t. n.v.t. n.v.t.
De netto schuld quote en de netto schuld quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geven inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuld quote is in balans; we hebben net zoveel uitzettingen dan schulden. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de ODA in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het percentage is in 2023 positief en beter dan 2022 en dit hangt samen met negatieve resultaat 2023. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De meeste verschillen zijn van incidentele aard. Zie hiertoe het overzicht van de incidentele baten en lasten als onderdeel van de jaarrekening. 3. Financiering De wet Financiering decentrale overheden (FIDO) verplicht gemeenschappelijke regelingen richtlijnen vast te stellen voor het beheer van de geldstromen en de risico’s die daaraan zijn verbonden. Hiervoor heeft het algemeen bestuur op 15 december 2016 een geactualiseerd treasurystatuut vastgesteld. De wijzigingen betreffen onder meer het opnemen van het in 2014 ingevoerde schatkistbankieren en het schrappen van bepalingen die voor de ODA niet van toepassing zijn. Qua vormgeving is overgestapt van een beschrijvend statuut naar een artikelsgewijs opgebouwd treasurystatuut.
Treasuryfunctie De uitvoering van de treasuryfunctie maakt onderdeel uit van de ondersteunende financiële diensten die de gemeente Berkelland voor de Omgevingsdienst Achterhoek verricht.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. De kasgeldlimiet voor een GR volgens de Wet FIDO bedraagt 8,2% van het totaal van de primitieve begroting, voor 2023 is dit € 9.373.000. De kasgeldlimiet bedraagt dan € 815.451. 33
33
Tot nu toe heeft de ODA nog niet hoeven lenen. Aan de hand van de tijdige bevoorschotting worden de lopende activiteiten gefinancierd en is externe financiering niet nodig. Wel moet geconstateerd worden, dat bij een behoorlijke toename van activiteiten zoals in het jaar 2018, er een financieringsprobleem kan ontstaan omdat er pas aan het einde van het jaar wordt afgerekend met de partners. In dat geval zal de ODA actie ondernemen om het financieringsprobleem op te pakken.
4.
Onderhoud kapitaalgoederen
Kapitaalgoederen zijn aankopen die een meerjarig gebruik dienen en die we meestal aanduiden als investeringen. Artikel 3 van de financiële verordening bepaalt dat nieuwe investeringen in de begroting moeten worden vermeld. Mocht de Omgevingsdienst Achterhoek met investeringen worden geconfronteerd dan hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen. Voor investeringen hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen. hardware: 3 jaar software: 5 jaar dienstvervoermiddelen: 7 jaar Overigens bepaalt de financiële verordening (artikel 6) dat materiële vaste activa met economische waarde annuïtair worden afgeschreven. In 2023 zijn er geen investeringen in kapitaalgoederen gedaan. 5.
Wet open overheid (Woo)
De wet Open Overheid (Woo) is in werking getreden medio 2022 en vervangt de wet Openbaarheid van Bestuur WOB. Ook is de Wet Elektronische Publicaties afgelopen zomer in werking getreden. De ODA is een project gestart om de wetten te implementeren in het systeem, en daarmee het primaire proces, van de omgevingsdienst. Ook is de ODA in gesprek met de deelnemers om, omwille van toegankelijkheid, meer en gerichter stukken openbaar te maken. Daarnaast is heeft de ODA de wens om meer data gedreven en informatie gestuurd te werken. We zijn gestart met het in kaart brengen van de informatiebehoefte c.q. verplichting bezien vanuit de Omgevingswet en de Woo. Aan de hand hiervan bepalen we welk niveau van datavolwassenheid en dataorganisatie nodig is om in de behoefte te voorzien en om aan de verplichtingen van de Woo te voldoen. Aansluitend bepalen we wat nodig is om op het gewenste niveau te komen. Vooralsnog is er nog geen inschatting te geven over de beoogde kwaliteit en aantal documenten. Dat komt omdat we samen met onze deelnemers nog geen keuzes gemaakt hebben over wat we openbaar gaan maken. We weten ook nog niet wanneer we beginnen met openbaar maken.
34
34
JAARREKENING 2023 ▪
Balans per 31 december 2023
▪
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
▪
Toelichting op de balans
▪
WNT-verantwoording
▪
Overzicht van baten en lasten
▪
Toelichting op overzicht van baten en lasten
35
35
Balans per 31 december 2023 Bedragen x € 1.000 ACTIVA Vaste activa Financiële activa Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Ultimo 2022
2
2
Totaal vaste activa Vlottende activa Voorraden Onderhanden werk
Ultimo 2023
2
0
2
0 0
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar: Vorderingen op openbare lichamen Rekening courant verhouding met het Rijk
1.622 1.049
0 1.313 1.783
2.671 Liquide middelen Banksaldi
5
3.096 6
5 Overige vlottende activa Overige vorderingen De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voor financiering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Vooruitbetaalde bedragen
6
10
56
5 66
5
Totaal vlottende activa
2.742
3.107
TOTAAL ACTIVA
2.744
3.109
PASSIVA
Ultimo 2022
Ultimo 2023
Vaste Passiva Eigen vermogen: Algemene reserve Bestemmingsreserve Gerealiseerd resultaat
150 100 -384
115 50 335
Voorzieningen
134
292
Totaal vaste passiva Vlottende Passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar: Banksaldi Crediteuren Overige schulden Overlopende passiva De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Nog te betalen bedragen Totaal vlottende passiva
0
792
991
1.185
1.271 482
368 764 2.744
2.317
36
36
TOTAAL PASSIVA Aan natuurlijke of rechtspersonen verstrekte borg- en of garantstellingen
2.744
3.109
0
0
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding Deze jaarrekening is samengesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen de nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico´s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden als last genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar.
BALANS ACTIVA
37
Vaste activa Financiële activa Waarborgsommen Betreffen betaalde waarborgsommen voor geleasede dienstauto’s. Vlottende activa Voorraden Het onderhanden werk is gewaardeerd tegen reeds gemaakte uren maal het geldende uurtarief. Overige vlottende activa De overige vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
PASSIVA Vaste passiva Voorzieningen De voorziening harmonisatietoelagen betreft een voorziening voor verplichtingen samenhangend met rechten van voormalig provinciale medewerkers. De voorziening is gevormd
ter hoogte van verkregen gelden die voor de medewerkers wordt aangewend. Vlottende passiva 37
De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende passiva Deze passiva worden tegen de nominale waarde opgenomen.
RESULTAATBEPALING
De exploitatielasten van de Omgevingsdienst Achterhoek bestaan hoofdzakelijk uit bedrijfsvoeringskosten. Er is geen sprake van een rechtstreeks risico voor de Omgevingsdienst omdat de deelnemers in de Gemeenschappelijke Regeling uiteindelijk garant staan voor de bijdragen aan de ODA. De verdeling van de kosten vindt plaats op basis van de in de begroting 2023 afgesproken verdeelsleutel: De (verwachte) afname van de partners per programma.
38
38
Toelichting op de balans ACTIVA Vaste activa Financiële activa Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (€ 2.000) Het betreft hier betaalde waarborgsommen in het kader van lease van bedrijfsauto’s. Vlottende activa Voorraden Onderhanden werk (€ 0) Aangezien de onderhanden werk positie per jaareinde is verrekend met de deelnemers, maakt de “onderhanden werk positie” in 2023 onderdeel uit van de nog te ontvangen deelnemersbijdragen en is derhalve verantwoord onder de verantwoord onder de vorderingen op openbare lichamen. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen (€ 1.313.000) Het betreft vorderingen op enkele deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling, op andere omgevingsdiensten en de Provincie.
39
Rekening courant verhouding met het Rijk (€ 1.783.000) Saldo tegoed op het Ministerie van Financiën in het kader van schatkistbankieren van € 1.783.000. Liquide middelen Banksaldi (€ 6.000) Het banksaldo van de lopende rekening bij de BNG per 31 december 2023. Drempelbedrag schatkistbankieren Van de verplichting om overtollige middelen bij het rijk aan te houden is een bepaald “drempelbedrag” uitgezonderd. Dit drempelbedrag is voor de ODA € 1.000.000. Voor ieder kwartaal over 2023 dient te worden toegelicht welk bedrag met inachtneming van het drempelbedrag door de ODA buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden. De ODA is in 2023 elk kwartaal onder het drempelbedrag gebleven. Hieronder wordt de specificatie per kwartaal weergegeven
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)
Drempelbedrag
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
1.000
1.000
1.000
1.000
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
68
58
38
67
39
Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het (3b) = (2) > (1) drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag (3a) = (1) > (2)
932
942
962
933
0
0
0
0
Verslagjaar (4a)
(4b)
(4c) Minimumbedrag
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag
9.373
9.373
1.000
1.000
1.000
1.000
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
(5a)
(5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
6.141
5.304
3.538
6.176
90
91
92
92
40
68
58
38
67
Drempelbedrag kasgeldlimiet De kasgeldlimiet zorgt ervoor dat er niet te veel kortlopende leningen worden aangetrokken. De gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal van een openbaar lichaam mag de kasgeldlimiet niet overschrijden. In 2023 is er in geen enkel kwartaal sprake geweest van een overschrijding. De ruimte onder de limiet was voor: 1e kwartaal 2023 € 2.459.000 2e kwartaal 2023 € 4.014.000 3e kwartaal 2023 € 1.809.000 4e kwartaal 2023 € 1.941.000 Overige vlottende activa Overige vorderingen (€ 0) Per 31-12-2023 zijn er, buiten de vorderingen op openbare lichamen, geen andere vorderingen. De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel (€ 0) Per 31 december 2023 staan er geen voorschotbedragen open. Vooruitbetaalde bedragen (€ 5.000)
40
In 2022 zijn 100 Smartlockr licenties afgesloten en betaald. De licenties zijn geldig tot 30 maart 2025. De lasten voor 2024 en 2025 worden geparkeerd voor die boekjaren.
PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve (€ 115.000) Bestemmingsreserve (€ 50.000)
Omschrijving
Saldo
Bestemming resultaat 1-1-2023 2022
Algemene reserve
150.340
-35.613
Gerealiseerd resultaat
-383.613
383.613
Bijdrage deelnemers Bestemmingsreserve omgevingswet
Toevoe-
Onttrek-
Saldo
gingen
kingen
31-12-2023
0
0
114.727
-298.000
Totaal
100.000
-50.000
0
0
50.000
-133.273
0
0
0
164.727
Toelichting Algemene reserve (€ 115.000) Het saldo van de algemene reserve bedroeg per 1 januari 2023 afgerond € 150.000. Ter dekking van een deel van het nadelig resultaat van 2022 is € 35.000 onttrokken. Hierdoor is de reserve nu € 115.000. Bestemmingsreserve (€ 50.000) Bij de vaststelling van de jaarrekening 2020 is besloten om van het resultaat € 100.000 te reserveren voor uitgestelde opleidingen en aanpassing van systematiek en systemen met het oog op de invoering van de omgevingswet. Ter dekking van een deel van het nadelig resultaat van 2022 is € 50.000 onttrokken. Hierdoor is de reserve nu € 50.000. Gerealiseerd resultaat ( € 335.000) Het voordelig exploitatieresultaat over 2023 is € 335.000. Voorzieningen Verloop van de voorzieningen: Omschrijving Voorziening harmonisatietoelagen Voorziening Spaarverlof Totaal
Saldo 1-1-2023 43.490 90.720 134.210
Toevoegingen
117.408 117.408
Vrijgevallen 19.502 19.502
Aanwendingen
Saldo 31-12-2023 23.988 268.128 292.116
41
41
Toelichting De provincie heeft in 2014 enkele rechtspositionele verplichtingen, waaronder de harmonisatietoelagen, voor voormalige provinciale medewerkers die zijn overgegaan naar de ODA afgekocht. De ODA heeft daartoe in 2014 een bedrag van € 401.065 ontvangen. Voor harmonisatie van toeslagen resteert per 1 januari 2023 € 44.000. In 2023 is € 20.000 vrijgevallen. Per einde boekjaar is de voorziening € 24.000. Vanaf 2022 kunnen medewerkers vakantie-uren sparen. Aangezien erbij verlofsparen sprake is van arbeidskostengerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen, is hier een voorziening voor gevormd. In 2022 is € 91.000 afgezonderd, in 2023 is daar € 117.000 aan toegevoegd. Hiermee is de voorziening eind 2023 € 268.000. Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Crediteuren (€ 1.185.000) De belangrijkste crediteuren per 31 december 2023: 1 3 5 7 9 11 13 15 17
Omschrijving Belastingdienst, loonheffing december 2023 Gem. Doetinchem, SLA ICT samenwerking DPA Cauberg-Huygen, controles nov.-dec. 2023 ABP, AOP december 2023 Data Dolphins BV, inhuur sept. t/m nov. 2023 Omgevingsdienst Regio Nijmegen, afrekening 2023 Diverse kleine(re) crediteuren Totaal
2 Bedrag 4 € 499.000 6 € 126.000 8 € 104.000 10 € 96.000 12 € 56.000 14 € 50.000 16 € 254.000 18 € 1.185.000
42
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkering met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren (€ 368.000) Het gaat hierbij om de volgende voorschotbedragen: 19 Omschrijving 24 RvO, Ondersteuning energiebesp. plicht F21 29 Min. Infra en waterstaat, IB programma VTH E93 34 Gem. Berkelland, bijdrage 1e kw. 2023 39 Gem. Oude IJsselstreek, bijdrage 1e kw. 2023 44 Gem. Winterswijk, bijdrage 1e kw. 2023 49 Totaal 54 59
20 Saldo 1-1-2023 25 231.542 30 67.077
21 Toevoegingen 26 269.461 31 297.290
22 Aanwendingen 27 375.954 32 121.442
23 Saldo 31-12-2023 28 125.049 33 242.925
35 477.587 40 241.123
36
37 477.587 42 241.123
38 0 43 0
45 254.009 50 1.271.338 55 60
46
47 254.009 52 1.470.115
48 0 53 367.974 58 63
41
51 566.751 56 61
57 62
42
Nog te betalen bedragen (€ 764.000) 64 66 68 70 72 74 76
Omschrijving Belastingdienst, btw 4e kwartaal 2023 Gemeente Doetinchem, afrekening 2023 Gemeente Bronckhorst, afrekening 2023 Gemeente Oost Gelre, afrekening 2023 Diverse kleinere bedragen nog te betalen Totaal
65 Bedrag 67 € 477.000 69 € 104.000 71 € 87.000 73 € 43.000 75 € 53.000 77 € 764.000
Niet uit de balans blijkende verplichtingen. De gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Achterhoek heeft een huurverplichting voortvloeiend uit een 1-jarig huurcontract eindigend op 31 december 2023 met een optie tot jaarlijkse verlenging. De huur wordt jaarlijks geïndexeerd. De huurlasten voor 2024 bedragen € 177.000.
43
43
WNT-verantwoording 2023 Omgevingsdienst Achterhoek De WNT is van toepassing op de Omgevingsdienst Achterhoek. Het voor de Omgevingsdienst Achterhoek toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2023 € 223.000,-. Dit betreft het algemeen WNT-bezoldigingsmaximum. 1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling Gegevens 2023 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2023
P.G.M. van Oosterbosch Directeur
01/01 t/m 31-12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
0,89
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
106.977,84
Beloningen betaalbaar op termijn
17.365,92
Subtotaal
123.563,21
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
198.470,00
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
44
N.v.t.
123.563,21
N.v.t.
N.v.t.
Gegevens 2022 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2022
P.G.M. van Oosterbosch Directeur
01/01 t/m 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
0.89
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging
44
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
101.476,02
Beloningen betaalbaar op termijn
18.005.04
Subtotaal
119.481,06
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
192.240.00
Bezoldiging
119.481,06
1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12: niet van toepassing 1c. Toezichthoudende topfunctionarissen: niet van toepassing 1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.900 of minder: niet van toepassing 1e. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 1.900: niet van toepassing 1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 1.900 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is: niet van toepassing 1g. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 1.900 of minder waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is 2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen: niet van toepassing
45
3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
45
Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen van de ODA en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de algemeen bestuur op 11 september 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de algemeen bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 316.230.
Over- en onderschrijding van baten of onderschrijdingen van lasten/ investeringen zijn onrechtmatig als deze afwijkingen niet tijdig in de (bijgestelde) begroting zijn verwerkt. Onder tijdig wordt verstaan: afwijkingen van de (bijgestelde) begroting worden bij de jaarrekening gemeld en toegelicht. Bevinding Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. De geconstateerde afwijkingen2 betreffen:
Begrotingscriterium (x € 1.000) 1A. Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander door de gemeenteraad vastgesteld autorisatieniveau) 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) 2. Ongeautoriseerde reservemutaties p.s. veelal zijn dit ook getrouwe beeld fouten, die in de jaarstukken aangepast kunnen worden 3.Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan de raad zijn gemeld (hangt af van de intern vastgelegde spelregels in bijvoorbeeld de financiële verordening art. 212 Gemeentewet over de planning & controlcyclus, budgetafwijkingen, budgetoverheveling etc.). Totaal begrotingsonrechtmatigheden 4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid vermelden en verwijzen naar dit vooraf vastgestelde beleid. 5.Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden (inhoudelijk hier toelichten en in de paragraaf bedrijfsvoering)) Voorwaardencriterium Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed (inhoudelijk hier toelichten en in de paragraaf bedrijfsvoering)) M&O criterium Geen bevindingen Totaal van onrechtmatigheden
€ 334 €0 €0 €0
€ 334 € 334 €0 €
€0
46
46
In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
47
2 De afwijkingen (fouten en/of onduidelijkheden als gedefinieerd in de notitie
rechtmatigheidsverantwoording) worden alleen in de rechtmatigheidsverantwoording vermeld indien de door het algemeen bestuur gestelde verantwoordingsgrens voor rechtmatigheid is overschreden. Op basis van afspraken tussen het algemeen bestuur en 47
het dagelijks bestuur kunnen afwijkingen die lager zijn dan deze grens in de paragraaf bedrijfsvoering worden vermeld.
IX. Overzicht van baten en lasten Baten en lasten per programma Overzicht van baten en laten per taakveld Jaar 2023; x 1.000 euro Begroting 2023 x € 1.000
Taakveld
Baten
Lasten
Begroting 2023 na wijz Baten
Realisatie 2023
Lasten
Baten
Begr-real
Lasten
Saldo
Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening 7.4 Milieubeheer Programma 2 Toezicht en handhaving 7.4 Milieubeheer Programma 3 Advies 7.4 Milieubeheer Programma 4 Stelseltaken 7.4 Milieubeheer Eigen stelseltaak Kosten Gelders stelsel van Omgevingsdiensten Programma 5 Projecten 7.4 Milieubeheer
2.050 5.315 1.927
1.515 3.187 1.405
2.322 5.583 2.186
1.690 3.262 1.674
2.247 5.346 2.593
1.568 3.342 2.008
77
90 262 0
77
93 271
107
25 396
4
4
0
1.311 4.325 1.097 0 66 -667 587 0 -6.306 0 -78
10.541
335
298 10.839
335
583
Overzichten Overhead Algemene dekkingsmiddelen Bedrag onvoorzien
0.4 Overhead ondersteuning organisatie 0.5 Treausury 0.8 Algemene baten en lasten
2.841 0 73
Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten normale bedrijfsvoering Bijdrage deelnemers in het tekort 2022 Toevoegingen en ontrekkingen aan de reserves
9.373
Resultaat
9.373
3.104
3.201
78
9.373
10.172
10.172
10.876 298
9.373
10.172
10.172
11.174
De baten en lasten over de programma’s zijn op directe wijze toegerekend aan de hand van de directe kosten en opbrengsten per productgroep. De baten en lasten zijn weergegeven aan de hand van het format dat met de Gelderse Omgevingsdiensten onderling is afgesproken. Voor de toelichting op de programma’s wordt verwezen naar de desbetreffende beleidshoofdstukken.
48
Baten en lasten naar kosten categorieën Omschrijving x € 1.000
2022
2023
2023
Realisatie Periode P12
Begroting
Realisatie periode T2
LASTEN 1
Personele kosten/Inhuur en diensten derden
2 3
8.066
8.014
8.488
Organisatiekosten
843
916
1.007
Organisatieontwikkeling en SPP
16
113
92
4
Bovenregionale taken
347
364
305
5
Organisatie ondersteuning
617
689
649
6
Algemene lasten
0
76
0
Totaal Lasten
9.889
10.172
10.541
BATEN 21
Bijdragen van derden
480
81
690
25
Bijdragen deelnemers Totaal Baten
9.025 9.505
10.091 10.172
10.186 10.876
Gerealiseerde resultaat
-384
0
335
48
X. Toelichting overzicht van baten en lasten LASTEN (€ 369.000 nadelig) Personeelskosten/ Inhuur en diensten derden (€ 474.000 nadelig) De personele kosten en inhuur diensten derden bestaan uit de kosten van eigen personeel en de capaciteit van derden die wordt ingehuurd. Deze inhuur betreft zowel detacheringen als gerichte dienstverlening door bureaus. De capaciteit van derden is de flexibele schil naast de eigen capaciteit van de ODA. Opbrengsten uit detachering van medewerkers van de ODA komen ten gunste van deze post. De totale lasten vallen ruim € 474.000 hoger uit. Door toenemende werkzaamheden in combinatie het zeer lastig kunnen invullen van vacatures, het inzetten van trainees liggen de kosten hoger dan begroot. Hier staan echter deels ook hogere opbrengsten tegenover. Organisatiekosten (€ 91.000 nadelig) De organisatiekosten worden gevormd door de verschillende vormen van bijkomende kosten voor personeel en organisatie. Het nadelige effect op de organisatiekosten is een combinatie van verschillende kosten zoals een iets hogere dotatie aan het spaarverlof, hogere kosten voor ICT onderhoud en migratie naar de cloud, hogere abonnementskosten en hogere leasekosten. Organisatieontwikkeling en SPP (€ 21.000 voordelig) De kosten hangen samen met de ontwikkeling van de informatievoorziening van de gemeenschappelijke Omgevingsdiensten in het Gelders stelsel.
Er bleven middelen over op de ontwikkeling en beheer van I-Go een informatie uitwisselingsysteem. Daarnaast blijven er middelen over voor ontwikkelingen ICT voorzieningen. Het gros van de middelen is ingezet ten behoeve van Power BI en onze data ontwikkeling. De verwachting is dat we dit de aankomende jaren blijven doen. Bovenregionale taken ( € 59.000 voordelig) Bovenregionale taken x € 1.000
2022
2023
2023
Realisatie
Begroting
Realisatie
OD De Vallei - Kwaliteit en coördinatie stelsel
17
22
14
OD Rivierenland - Ketentoezicht
74
82
81
OD Veluwe en IJssel - Portaal en kenniscentrum OD Regio Arnhem - C omplexe handhaving, meetdienst en bezwaar en beroep OD Noord Veluwe - Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu OD Achterhoek - Personeel en Organisatie
69
87
79
110
43
102
8
10
4
66
93
25
Diversen Totaal
3
27
347
364
305
De totale uitgaven aan de partners in het stelsel bedragen € 305.000,-. Binnen de uitgaven is een onderscheid te maken tussen de pure bovenregionale taak die als organisatiekosten/overhead gelden en kosten die betrekking hebben op dienstverlening op de primaire processen vergunningverlening en toezicht en handhaving.
49
49
Organisatie ondersteuning ( € 40.000 voordelig) Ondersteunende dienst (x € 1.000) Omschrijving
2022
2023
2023
Realisatie
Begroting
Realisatie
Berkelland - Financieel (beheer)
39
45
37
Bronckhorst - Huisvesting en Fac. Ondersteuning
159
181
174
Doetinchem - Informatisering en automatisering
388
430
406
Lochem - Personeel- en salarisadministratie) Totaal
31
34
32
617
689
649
De kosten vallen lager uit dan begroot omdat de lasten iets minder hard zijn gestegen dan verwacht en dan met het gerekende indexcijfer. Algemene lasten (€ 76.000) Deze post wordt gebruikt ter dekking van hogere kosten voor personele capaciteit en inhuur derden; als zodanig begroot om flexibel in te zetten. Werkelijke uitgaven vinden plaats op de andere kostencategorieën. Zit deels verwerkt in de personele lasten.
BATEN (€ 704.000 voordelig) Bijdragen van derden (€ 609.000 voordelig) Onder bijdrage derden zijn de opbrengsten verantwoord die buiten de reguliere partner werkzaamheden worden verkregen. Deze bestaat uit verschillende onderdelen. Ten eerste betreft het de inzet die we hebben geleverd voor project wnb (wet natuurbescherming) en asbestsanering. Daarnaast hebben we verdere inzet gepleegd op de coördinatie van de groene BOA’s zoals dat eveneens was opgestart in 2020. Een project vanuit de Provincie. De ODA heeft subsidie ontvangen ter ondersteuning van de regionale archeologie voor de komende 4 jaar met een bedrag van € 20.000 per jaar. Ook zijn er vanuit het ministeries twee specifieke uitkeringen ontvangen, namelijk een uitkering IPB (interbestuurlijk programma) en een uitkering energietoezicht. De onderstaande bedragen dekken de, in 2023 gemaakte, uren en daarmee kosten. De voornaamste uren zijn gemaakt vanuit werknemers die buiten de inhoudelijke teams vallen. Hierdoor is de “normale” productie onder druk komen te staan of teruggelopen. Tot slot zijn er uren gemaakt voor visitaties bij andere omgevingsdiensten in Nederland. Hiervoor heeft de ODA een vergoeding ontvangen. Specificatie bijdrage derden (x € 1.000) Omschrijving Bijdrage stelseltaak HRM - Gelders stelsel Subsidie archeologie- bevordering en ondersteuning Project WNB en asbestsanering
2023
2023
Begroot
Realisatie
81
59 20 18
Bijdrage inzet groene BOA's
69
SPUK IPB
121
Visitaties IPB
27
SPUK energie
376
Totaal
81
690
50
50
Bijdragen deelnemers (€ 95.000 voordelig)
Bijdrage deelnemers Realisatie 2022 Begroting 2023 Realisatie 2023
Aalten
554
611
659
Berkelland
1.082
1.473
1.471
Bronckhorst
1.010
1.170
1.090
Doetinchem
1.164
1.286
1.182
866
899
992
Lochem Montferland
636
662
744
Oost Gelre
1.219
1.296
1.253
Oude Ijsselstreek
927
971
1.040
Winterswijk
741
824
839
Zutphen
687
742
740
Provincie
174
158
177
correctie workshops 2021
-34 10.091
10.186
Totaal
9.026
De bijdrage van de partners was geraamd op € 10.091.000 en komt dit jaar hoger uit. We zien dat de vraag vanuit de partners sterk is toegenomen. De grootste stijging is zichtbaar binnen specialistische adviezen. De verschillen per partner zijn in de afzonderlijke partner rapportages toegelicht. Sommige partners hebben een iets lagere afrekening ontvangen omdat er ten onrechte een aantal bedrijven alszijnde provinciaal waren aangeduid. Een verrekening hiervan zal in 2024 plaatsvinden en de betreffende gemeenten worden hiervan op de hoogte gebracht.
51
Verrekening resultaat 2022 Vorig jaar sloot de ODA af met een negatief resultaat. De partners hebben, conform AB besluit, een bedrag betaald van in totaal € 298.000,-. De ODA heeft zelf € 86.000,- bijgedragen aan dit tekort. Dit bedrag is betaald vanuit eigen middelen, namelijk gedeeltelijk vanuit de algemeneen een bestemmingsreserve.
Incidentele baten en lasten Tabel 2023 tbv jaarverslag x € 1.000 Baten Hogere bijdragen van deelnemers en derden; minus extra lasten personeel Totaal voordelig
230 230
Kosten Dotatie spaarverlof Lagere kosten bovenregionale taken Lagere organisatiekosten/organisatieontwikkeling/ondersteuning Algemene lasten Totaal nadelig
-82 59 I 52 I 76 I 105
Totaal per saldo voordelig
335
S
I = Incidenteel S= Structureel 51
De meeste verschillen zijn van tijdelijke aard. Afwijkingen in omzet en personele inzet, tezamen met de inzet vanuit de ketenpartners, bezien we als communicerende vaten. Hogere vraag maken we mogelijk door inzet vanuit de flexibele schil die als het ware meebeweegt met meer of minder omzet. Door het lastig invullen van vacatures hebben we, naast de hogere vraag, ook voor deze gemiste capaciteit een beroep moeten doen op externe inzet om de werkzaamheden te kunnen verrichten. Per saldo leidt de hogere externe inzet bij aan een stijging in de personele lasten. Deze verklaren we door het hogere uurtarief dat betaald moet worden voor de externe inzet waardoor de dekkingsbijdrage op de vaste kosten minder wordt. Tegenover de hogere kosten staan ook meer baten in de partnerbijdrage en de bijdragen derden. Met het zelf opleiden van trainees hopen we de afhankelijkheid van externe inzet voor de komende jaren te verminderen. Dat leidt nu tot extra kosten maar op termijn tot minder externe inzet. Dit zien we nu al terug bij trainees die de afgelopen jaren zijn begonnen. De lagere kosten voor ICT ontwikkelingen en informatievoorziening zijn ook van tijdelijke aard. Door de komst van Power BI zullen deze kosten in 2024 verder toenemen. De hogere kosten vanwege de nieuwe cao uit 2023 (en daarmee de mogelijkheid om bovenwettelijke uren te blijven sparen) zijn van structurele aard.
Jaarlijks zullen wij hogere kosten hebben de reservering/voorziening voor deze bovenwettelijke verlofuren. We zullen de opgenomen, en niet opgenomen, uren strak gaan monitoren. Structureel hogere kosten worden vertaald naar de begroting.
Aldus opgemaakt door het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Achterhoek, Bronckhorst, 13 juni 2023.
De secretaris,
Ir. P.G.M. van Oosterbosch
52
De voorzitter,
drs. J.H.A. van Oostrum
52
Bijlage: SiSa verantwoordingsinformatie
53
53