Bijlage 1 Bijlage bij projectplan - B. Programma van Eisen nieuwbouw Wilhelminaschool.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijk-Functioneel Programma van Eisen Wilhelminaschool & Twinkel, Doetinchem
Opdrachtgever Opgesteld door Kenmerk Datum
Wilhelminaschool, Doetinchem Marieke Stevering-Rutten en Lotte ter Braak U20585 27 november 2020
Postbus 2145 | 7302 EM Apeldoorn | T (055) 538 66 90 | info@pentarho.nl | www.pentarho.nl | KvK-nr. 08169718 | Btw-nr. NL8189.60.115.B01
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4
Achtergrond en aanleiding Doelstelling Totstandkoming RF-PvE Leeswijzer
3 3 3 4
Kaders en uitgangspunten
5
2.1 2.2 2.3
5 5 5
Visie 3.1 3.2
4
5
Uitgangspunten aanbod en doelgroep Kind aantallen en ruimtebehoefte Locatie
7 Visie op onderwijs Visie op kinderopvang
7 7
Principes en uitstraling
9
4.1 4.2
9 11
Principes Beeldverwachting
Ruimtelijke en functionele eisen
13
5.1 5.2
13 15
Huisvestingsconcept Onderwijs
5.2.1 Onderwijsruimten
15
5.2.2 Algemene ruimten
18
5.2.3 Ondersteunende ruimten 5.3 Kinderopvang 5.4 Buitenruimte
19 20 21
Bijlage 1 - ruimteprogramma’s
22
Bijlage 2 - relatieschema
24
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 2 van 24
1
Inleiding
1.1
Achtergrond en aanleiding De Wilhelminaschool is op dit moment gehuisvest in een verouderd gebouw. In het Integraal Huisvestingsplan (IHP) van de gemeente Doetinchem is prioriteit gegeven aan de ontwikkeling van toekomstbestendige huisvesting voor de Wilhelminaschool. Een locatiestudie is uitgevoerd, waarbij vier huisvestingsscenario’s voor de Wilhelminaschool zijn onderzocht. Geconcludeerd is dat nieuwbouw op de huidige locatie (Verdilaan 14a) het voorkeursscenario van zowel de gemeente Doetinchem als het schoolbestuur is. Op 23 april jl. heeft de gemeenteraad ingestemd met het voorstel voor nieuwbouw op de huidige locatie en het beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet. Dit Ruimtelijk-Functioneel Programma van Eisen (hierna: RF-PvE) heeft betrekking op de beoogde nieuwbouw van een kindcentrum voor basisonderwijs en kinderopvang op de huidige locatie.
1.2
Doelstelling De doelstelling van dit RF-PvE is om de uitgangspunten te definiëren die aan de ruimtelijke uitwerking, sfeer en beleving van het gebouw ten grondslag liggen. De inhoud van het onderwijs en de kinderopvang is leidend, zowel voor wat betreft de behoefte aan ruimten als de uitstraling. De functie van het RF-PvE is drieledig, namelijk: het dient als toetsingsinstrument in de verschillende ontwerpstadia; het is een communicatiemiddel voor de kwaliteit; het definieert de bouwopgave en zijn context. Het RF-PvE is een belangrijk communicatiemiddel voor de gebruikers en opdrachtgever, omdat hierin de vraag van de opdrachtgever op een begrijpelijke wijze voor de architect is verwoord.
1.3
Totstandkoming RF-PvE Werkgroep RF-PvE Dit RF-PvE is tot stand gekomen in samenspraak met de werkgroep RF-PvE. De werkgroep bestaat uit een vertegenwoordiging van de Wilhelminaschool en kinderopvang Twinkel. In de werkgroep hadden de volgende personen zitting: Erik Lammers (directeur Wilhelminaschool); Wilmer Wiltink (groepsleerkracht Wilhelminaschool); Niels Lieftink (groepsleerkracht Wilhelminaschool); Gerwin Wesselink (groepsleerkracht Wilhelminaschool); Hans van Groningen (directeur Twinkel). Vanuit het toezichthoudend bestuur sloot Ruben Hartmann als toehoorder aan tijdens de werkgroepbijeenkomsten. Verloop proces Het RF-PvE is in de periode mei-oktober 2020 tot stand gekomen. In deze periode heeft eerst een gezamenlijke sessie met het gehele team plaatsgevonden. Vervolgens is de werkgroep twee keer bijeengekomen. Binnen de werkgroep is gesproken over de visie op onderwijs en samenwerking en de gevolgen voor ruimterelaties en -behoefte. Daarnaast is stilgestaan bij de sfeer en uitstraling. Vervolgens zijn een viertal andere scholen bezocht en hebben nog twee bijeenkomsten plaatsgevonden. Het resultaat van deze input vindt zijn weerslag in dit document.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 3 van 24
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de geldende kaders en uitgangspunten weergegeven. Hoofdstuk 3 beschrijft de visie op onderwijs en kinderopvang. In hoofdstuk 4 gaan we in op de principes en uitstraling binnen het kindcentrum. Hoofdstuk 5 beschrijft tot slot de ruimtelijke en functionele eisen met betrekking tot het kindcentrum.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 4 van 24
2
Kaders en uitgangspunten
2.1
Uitgangspunten aanbod en doelgroep De ambitie is om in het nieuwe gebouw kinderen van 0-13 jaar te huisvesten. Het basisaanbod bestaat uit onderwijs, kinderdagopvang (verticale groep 0-4 jaar), peuteropvang (peutergroep 2-4 jaar) en buitenschoolse opvang (bso 4-13 jaar). Daarnaast wil de Wilhelminaschool haar brede maatschappelijke functie/rol behouden en ouders (en wijkbewoners) welkom heten in het gebouw. Het uitgangspunt is dat deze functie en (mogelijk toekomstige) nevenactiviteiten aangeboden worden binnen de ruimten die beschikbaar zijn voor de onderwijs- en opvangactiviteiten.
2.2
Kind aantallen en ruimtebehoefte Onderwijs De afgelopen jaren is het aantal leerlingen op de Wilhelminaschool toegenomen. In 2010 telde de school 200 leerlingen, in 2020 waren dit er 283; een enorme toename. Voor de nieuwbouw wordt na overeenstemming hierover met de gemeente Doetinchem uitgegaan van 300 leerlingen. De Wet op het primair onderwijs (WPO) en de gemeentelijke Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs zijn van toepassing. Op basis van de berekening van de ruimtebehoefte, uitgaande van 300 leerlingen, komt dit neer op een ruimtebehoefte van 1.709 m² bruto vloeroppervlakte (bvo) voor het onderwijs. Op basis van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs heeft een basisschool recht op een speelterrein bij de school. Voor het (officieel: verharde) speelterrein geldt een normatieve minimummaat voor het onderwijs van 3 m² per kind, tot maximaal 600 m² per school. De Wilhelminaschool heeft gezien het geprognosticeerde leerlingenaantal recht op deze 600 m². Dit is exclusief ruimte voor fietsen, buitenberging, containers en groen. Opvang De Wet kinderopvang en de daaruit voortvloeiende GGD-eisen zijn bepalend voor de huisvesting van de kinderopvang. Voor de binnenruimte geldt dat er minimaal 3,5 m² netto speelruimte per kindplaats aanwezig moet zijn. Voor de buitenruimte geldt dat dit minimaal 3 m2 per kindplaats dient te zijn.
De ruimtebehoefte wordt bepaald op basis van een verticale groep kinderopvang van zestien kindplaatsen, een peuteropvanggroep van zestien kindplaatsen en twee buitenschoolse opvanggroepen van in totaal 44 kindplaatsen.
2.3
Locatie Uit de locatiestudie is gebleken dat nieuwbouw op de huidige locatie het voorkeursscenario is. Op deze locatie is conform het huidige bestemmingsplan 1.525 m² als vlak bebouwbaar. Dit is 30% van de totale oppervlakte van 5.083 m². Volgens het bestemmingsplan mag in twee lagen gebouwd worden, waarbij de maximale goothoogte 6 meter bedraagt en de maximale bouwhoogte 10 meter is. In de regel kan ca. 60% van de benodigde ruimte op de begane grond gerealiseerd worden. De verkeersafwikkeling, het parkeren en de kiss and ride zijn belangrijke onderdelen bij het ontwerp en de positionering van het gebouw op het terrein. Hier wordt een separaat document voor aangeleverd in de ontwerpfase.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 5 van 24
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 6 van 24
3
Visie
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de visie op onderwijs en de visie op kinderopvang van de Wilhelminaschool en Twinkel die samen het nieuwe kindcentrum vormen. 3.1
Visie op onderwijs Binnen de Wilhelminaschool is het van belang dat ieder individueel kind zich kan ontwikkelen op zijn of haar eigen niveau en snelheid. Talentontwikkeling, samenwerkend leren en groepsdoorbrekend werken zijn hierbij belangrijke kernbegrippen. Hierbij geldt dat binnen de onder-, midden- en bovenbouw meer samengewerkt wordt door de leerkrachten, er dwarsverbanden worden gelegd en wordt gekeken waar de talenten van kinderen én de professionals liggen (bijvoorbeeld middels de inzet van vakspecialisten). De school maakt de ontwikkeling door van aanbod-gestuurd naar meer vraaggestuurd werken. Hierbij wordt het leerstofjaarklassensysteem niet meer als uitgangspunt beschouwd en wordt meer ruimte geboden voor individuele behoeften van leerlingen. De basisgroep blijft als belangrijke basis behouden en biedt de kinderen de gewenste rust, veiligheid en structuur. Door onder andere digitalisering en personalisering van het onderwijs verandert de rol van de leerkracht naar een meer ondersteunende rol. De leerkracht coacht de kinderen op een positieve manier waarbij zoveel mogelijk naar de behoefte van het individuele kind met zijn of haar persoonlijke talenten gekeken wordt. De school zelf heeft steeds meer een faciliterende rol: er wordt gezorgd voor veiligheid en rust om kinderen de ruimte te geven om zich ook daadwerkelijk te kunnen ontplooien en ontwikkelen.
Om de kinderen optimaal voor te bereiden op de maatschappij van de toekomst, leert de school hen: eigenaarschap; zelfreflectie en zelfstuurbaarheid; zelfstandigheid en samenwerken; onderzoekende, ontdekkende en nieuwsgierige houding. De Wilhelminaschool is een evangelisch, christelijke school waar gewerkt en geleerd wordt vanuit Gods hart en liefde en waar ieder kind gezien, gekend en geliefd is. Ontmoeten en vieren spelen een grote rol binnen de school. Daarnaast wordt ICT steeds belangrijker en maken de kinderen gebruik van Chromebooks. De Wilhelminaschool wil een groene school zijn, waar aandacht wordt besteed aan duurzaamheid en de natuur.
3.2
Visie op kinderopvang Een doorgaande leer- en ontwikkelingslijn van 0 tot 13 jaar – en daarmee dus een intensivering van de samenwerking tussen onderwijs en opvang – is een duidelijk trend die de Wilhelminaschool onderschrijft. Momenteel werkt de Wilhelminaschool samen met kinderopvang Twinkel. Beide partijen willen deze samenwerking voortzetten in het nieuwe gebouw. ‘Twinkel wil vanuit een christelijke identiteit kinderopvang aanbieden die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige omgeving.’
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 7 van 24
Twinkel heeft een hart voor kinderen en biedt ze een warme, gestructureerde en veilige omgeving. Twinkel hanteert een heldere dagstructuur waarin veel spel, genoeg rust en gezond eten en drinken aan bod komen. Elk kind is kostbaar en uniek en krijgt zoveel mogelijk de ruimte voor zijn of haar voorkeuren en talenten. Zowel binnen als buiten de eigen groep kunnen kinderen met elkaar optrekken; elk kind hoort erbij. Daarnaast stimuleert Twinkel dat kinderen respect voor elkaar hebben, elkaar helpen en leren delen (net als in een gezin).
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 8 van 24
4
Principes en uitstraling
Dit hoofdstuk beschrijft welke activiteiten/c.q. thema’s met bijbehorende principes binnen het kindcentrum te onderscheiden zijn. Daarnaast wordt ingegaan op de beeldverwachting in woorden en beelden. 4.1
Principes Op basis van de visie op onderwijs en kinderopvang zijn verschillende principes binnen het nieuwe kindcentrum leidend. Deze principes komen voort uit het hoofdthema ‘de bron in de tuin’. De Wilhelminaschool en Twinkel vormen een groene en natuurlijke leertuin. Deze leertuin vormt zichzelf op een natuurlijke en organische wijze. Het is een open en transparante plek waar kinderen zich volop kunnen ontwikkelen en kunnen ontdekken. De binnen- en buitenruimten staan met elkaar in verbinding en vormen een natuurlijk geheel. Niet zozeer het gebouw zelf, maar de mensen vormen de bron/ziel van het geheel. Deze leertuin wordt gevoed door de bron van leven en licht, de gever van leven, zuurstof, water en voeding. Kortom: alles waardoor de tuin kan groeien en bloeien. Christus is onze bron. Ontmoeten Het kindcentrum is een plek waar ouders, teamleden (opvang en onderwijs), kinderen en de buurt elkaar ontmoeten. Elke ochtend speelt de ontmoeting tussen leerkracht en leerling een belangrijke rol. Alle leerlingen worden bij binnenkomst persoonlijk welkom geheten door de leerkracht. Door de samenwerking tussen onderwijs en opvang en het groepsdoorbrekend werken, ontmoeten kinderen van verschillende leeftijden elkaar. Ook vindt het kindcentrum het van belang om een ontmoetingsplek te zijn voor ouders en wijkbewoners.
Om al deze vormen van ontmoeting te faciliteren en stimuleren, heerst er een veilige, open en verwelkomende sfeer, zowel binnen als buiten het gebouw. Er is voldoende plek om elkaar te ontmoeten. Een verwelkomende plek om elkaar te ontmoeten. Leren De kinderen starten de dag met hun eigen basisgroep en leerkracht. Na binnenkomst gaan zij aan de slag met de basisvakken door instructie te volgen of door zelfstandig of in een groepje de lesstof te verwerken. Deze activiteiten kunnen kinderen zowel uitvoeren binnen hun eigen basisgroep, als groepsoverstijgend. Op deze wijze leren kinderen van en met elkaar en krijgen zij de kans om bij de verschillende vakken op een ander/meer passend niveau te werken. De mate waarin groepsdoorbroken gewerkt wordt, is afhankelijk van de bouw. In de bovenbouw zijn kinderen in staat om in grotere groepen groepsoverstijgend te werken. Voor de middenbouw geldt dat zij in toenemende mate groepsoverstijgend werken. Het beschermde en veilige gevoel van de eigen basisgroep blijft behouden, maar leerkrachten en leerlingen worden gestimuleerd/geprikkeld om ook buiten de basisgroep te werken. Dit beschermde en veilige gevoel is ook voor onderbouwleerlingen van belang en kan eenvoudig gecreëerd worden buiten de basisgroep door onder andere voldoende zicht en overzicht voor de leerkrachten te behouden.
Het is mogelijk voor kinderen om een leeftijd en/of groepsdoorbroken aanbod te ontvangen.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 9 van 24
Brede ontwikkeling Er is aandacht voor de brede ontwikkeling van de kinderen door onderwijs en opvang in samenhang aan te bieden. Daarnaast wordt een breed palet aan talentontwikkelingsactiviteiten binnen het kindcentrum aangeboden. In het middagprogramma van de school kunnen kinderen uit de onder-, midden- en bovenbouw elkaar in talenten vinden en samen diverse activiteiten ondernemen, waaronder drama, koken, techniek, technologie en creatieve activiteiten. Binnen dit middagprogramma wordt ook aandacht besteed aan samenwerken, thematisch werken en wereldoriëntatie/zaakvakken, zowel binnen de basisgroep als groepsoverstijgend. Na schooltijd gaan deze talentontwikkelingsactiviteiten door bij de bso. Twinkel biedt kinderen veel mogelijkheden om zelf activiteiten te ondernemen, waaronder spel, bouwen/constructie, drama, houtbewerking, creatieve activiteiten en koken/bakken. De traditionele schooldag wordt zowel tijdens als na schooltijd verrijkt door verschillende activiteiten die de talenten van kinderen aanspreken. Samenwerking Om een brede ontwikkeling van alle kinderen te faciliteren, werkt het kindcentrum samen met diverse partijen. Het principe kind-nabije zorg wordt vormgegeven door verschillende plekken te creëren waar kinderen individueel of in kleine groepjes worden begeleid door het team en externen (IB, fysio, logopedist, RT, kindercoach, dyslexie, jeugdhulp etc.).
Het kindcentrum heeft naast haar school- en opvangfunctie ook een belangrijke functie in de wijk. Dit betekent dat naast kindgerelateerde zorg ook andere maatschappelijke partners een gedeelde plek hebben in het gebouw, zoals bijvoorbeeld de organisatie Buurtplein, zorg- en adviesloket Tharsei en spelotheek en bibliotheek ‘Skrebbel’. Van belang is dat de ruimtebehoefte vanuit het onderwijs en de opvang niet in het gedrang komt door het ruimtegebruik door externe/sociale partners. Zorgpartners en maatschappelijke partners worden zoveel mogelijk naar binnen gehaald. Team Binnen het team van het kindcentrum heerst een prettige, open en ontspannen werksfeer. Het team heeft een eigen plek waar teamleden kunnen overleggen, in rust kunnen werken, elkaar kunnen ontmoeten en kunnen ontspannen. Verder vinden er gedurende de dag verschillende overleggen plaats in kleine groepen binnen het team en met ouders. Een ontspannen sfeer creëert een aangenaam werkklimaat voor het team. Thuisgevoel Het kindcentrum voelt voor de kinderen en het team als thuis. Bij binnenkomst ervaar je gelijk dit warme, gezellige en veilige gevoel door zowel de mensen als de omgeving. De kinderen hebben een sterke binding met hun leerkracht en eigen groep, wat dit veilige gevoel versterkt. Ieder kind gezien, gekend en geliefd.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 10 van 24
Buiten Het kindcentrum maakt onderdeel uit van een groene, stimulerende leertuin. Deze leertuin is een groen schoolplein vol natuurlijke materialen, planten/bomen en zand wat een duurzaam en natuurlijk karakter geeft aan het hele gebied. Binnen en buiten loopt vloeiend in elkaar over. De buitenruimte wordt actief naar binnen gehaald en de verbinding met de buitenruimte is in zoveel mogelijk binnenruimten te ervaren. Kinderen leren en spelen zowel binnen als buiten. Om dit te faciliteren en stimuleren zijn er ook in de buitenruimte verschillende plekken en voorzieningen waar kinderen kunnen leren in de nabijheid van hun groepsruimte of onderwijsplein. De buitenruimte en binnenruimte vormen één geheel. 4.2
Beeldverwachting In woorden en beelden is te vangen welke sfeer en uitstraling voor het kindcentrum gewenst is. Het kindcentrum: heeft een groene, duurzame en natuurlijke uitstraling, onder andere door planten en zonnepanelen, waarbij buiten actief naar binnen wordt gehaald; heeft een veilige, uitnodigende en open sfeer waarin kinderen, teamleden, ouders en buren elkaar ontmoeten; heeft een warme en liefdevolle uitstraling door natuurlijke tinten en is een huiselijk, opgeruimd en overzichtelijk geheel; bevat natuurlijke materialen (hout) en er worden zoveel mogelijk neutrale kleuren toegepast; laat leerlingen, ouders en leerkrachten rust, licht en transparantie ervaren, door veel ramen en een open karakter. Hierbij geldt dat transparantie niet enkel middels de toepassing van glas is te realiseren en dat het ‘aquarium’ gevoel voorkomen dient te worden.
Transparantie middels glas is wel expliciet van toepassing tussen de groeps- en buitenruimten; biedt flexibele geborgenheid, waarbij overzicht/zichtlijnen bij de onderbouw van belang zijn en in toenemende mate de middenbouw en met name de bovenbouw geborgenheid ervaart door hoeken en nisjes waar zelfstandig of in groepjes gewerkt kan worden; heeft een gezellig en persoonlijk karakter, waardoor kinderen en teamleden zich thuis en welkom voelen; krijgt kleur door de kinderen en hun werk en nodigt uit om te leren; heeft een opvallend en typerend element voor de kinderen en/of door de kinderen gemaakt, waardoor direct de functie van het gebouw helder is; oogt als eenheid (één kleurlijn en rust) waarbinnen voldoende ruimte is voor verscheidenheid en eigenheid van de leerkrachten en de leerlingen.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 11 van 24
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 12 van 24
5
Ruimtelijke en functionele eisen
5.1
Huisvestingsconcept De huisvesting moet op de juiste manier aansluiten bij de gewenste organisatiestructuur van het kindcentrum. Het toekomstige gebouw moet een logisch geheel vormen. Het navolgende relatieschema geeft een beeld van de ordeningsprincipes weer (zie bijlage 2 voor een grotere afbeelding).
Het relatieschema is niet op te vatten als een plattegrond, maar brengt de belangrijkste ruimten en de soorten relaties tussen deze ruimten (‘vlekken’) in beeld. De verhoudingen van de ruimten zijn niet representatief voor de in het ruimteprogramma aangegeven oppervlakte.
De indeling vanuit het relatieschema mag niet tot starheid leiden: het aantal kinderen is immers niet goed voorspelbaar. De gewenste gebouwopzet wordt gedefinieerd vanuit de wensen van vandaag, maar moet ook toekomstige generaties optimaal kunnen faciliteren. Daarnaast geldt dat het gebouw voldoende flexibiliteit dient te bieden, bij alle vier de bouwen, voor eventuele uitbreiding of inkrimping in de toekomst. De nieuwbouw dient de visie van het kindcentrum optimaal te ondersteunen. Vanuit de visie op onderwijs en opvang in hoofdstuk 3, vanuit de principes uit hoofdstuk 4 en vanuit het bovenstaande relatieschema komen de volgende huisvestingsprincipes naar voren die gelden: 1. De ontmoetingshoek is het hart van het kindcentrum. 2. Clustering vindt plaats op basis van bouwen. 3. De verkeersstromen en de gebouwstructuur zorgen voor een open en veilig gebouw. 4. Er wordt maximaal multifunctioneel en flexibel gebruikgemaakt van elke vierkante meter. 5. Voor elke basisgroep is een ruimte beschikbaar.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 13 van 24
Ad 1. De ontmoetingshoek en de hoofdentree zijn het hart van het kindcentrum De ontmoetingshoek en de hoofdentree dienen het hart te zijn van het kindcentrum, omdat dit de plek is waar ouders, kinderen, teamleden (en wijkbewoners) elkaar ontmoeten (een bruisend en uitnodigend karakter). De ruimte kan gekoppeld worden aan het speellokaal, zodat een grotere ruimte gecreëerd kan worden. Het is van belang dat de ruimte zo gesitueerd is dat bezoekers het gebouw kunnen binnenkomen en verlaten zonder het onderwijsproces te verstoren. De ontmoetingshoek wordt gebruikt: als plek waar je met meerdere groepen/alle kinderen bij elkaar kunt komen voor onder andere vieringen, open podium, toneel, poppenkast en muziekvoorstellingen; voor bijeenkomsten met ouders of andere betrokkenen; als koffie- en ontmoetingsplek voor ouders (en wijkbewoners); als plek voor maatschappelijke partners (onder andere bieb en loket). Ad 2. Clustering vindt plaats op basis van bouwen Het kindcentrum kenmerkt zich door een ordening in vier bouwen, waarbij leeftijdscategorieën leidend zijn. Elke bouw heeft een eigen verhouding tussen de omvang van de groepsruimten en het onderwijsplein, passend bij de behoeften van de kinderen in de specifieke leeftijd. Ad 3. De verkeersstromen en de gebouwstructuur zorgen voor een open en veilig gebouw Alle gebruikers en bezoekers vinden eenvoudig hun weg in het kindcentrum.
Het gebouw heeft een duidelijke structuur en routing, waardoor het gebouw zich eenvoudig leest en je weet waar je naartoe kan gaan. Het plan/ontwerp van de architect draagt bij aan een overzichtelijke opzet. Bij aankomst is helder dat de opvang, de middenbouw en de bovenbouw elk hun eigen ingang hebben, de onderbouw en bezoekers maken gebruik van de hoofingang. Daarnaast is het mogelijk om vanuit de buitenruimte de eerste verdieping te bereiken door middel van een buitentrap (dit is ook de entree voor de bovenbouw). Het gebouw dient goed toegankelijk te zijn voor ouders (met buggy’s en wandelwagens) en kinderen; ruimten dienen breed genoeg te zijn. Ad 4. Er wordt maximaal multifunctioneel en flexibel gebruikgemaakt van elke vierkante meter De ruimten in het kindcentrum worden waar mogelijk multifunctioneel ingezet. Dit betekent onder andere dat de bso volgtijdelijk in specifieke en van tevoren afgesproken ruimten van het onderwijs plaatsvindt en dat de onderwijspleinen in de middag als ‘lab/atelier’ worden ingezet. De situering van en relaties tussen ruimten dienen deze multifunctionaliteit te faciliteren. Flexibiliteit in ruimten is noodzakelijk, omdat de toekomst onbekend is en opvang- en onderwijsconcepten voortdurend aan verandering onderhevig zijn.
Dit betekent dat het toekomstige gebouw een flexibel gebouw moet zijn, waarvan de indeling op een relatief eenvoudige wijze aangepast kan worden en waarbij weinig tot geen verkeersruimte is. Daarnaast dient het gebouw ook flexibel te zijn in de zin dat het op een praktische/eenvoudige wijze uit te breiden is om te kunnen voorzien in toekomstige ontwikkelingen.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 14 van 24
Voor de verdeling van de ruimten over twee bouwlagen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: de onderbouw en de kinderopvang worden volledig op de begane grond gerealiseerd. Dit geldt ook voor de ruimten die ondersteunend zijn aan deze bouwen (onder andere speellokaal); de bovenbouw wordt volledig gesitueerd op de verdieping; de middenbouw zien we idealiter op de begane grond of op de verdieping. Indien dit niet mogelijk is wordt de middenbouw verdeeld over de begane grond en de verdieping, waarbij verbinding wel uitgangspunt is; de ondersteunende ruimten worden verdeeld over beide verdiepingen. Op deze manier ontstaat op de verdieping ook ruimte om het dak functioneel in te kunnen zetten als buitenruimte bij de groepslokalen (zie hoofdstuk 5). De verdeling tussen de begane grond en verdieping is dan 65%/35%. Ad 5. Voor elke basisgroep is een ruimte beschikbaar Volgend uit de visie op meer onderwijs op maat middels gepersonaliseerd leren, zal steeds meer groepsdoorbrekend gewerkt worden. Dit vraagt om groepsruimten, maar zeker ook om ruimten waar kinderen zelfstandig of in kleine groepen kunnen leren en werken. Het uitgangspunt is dat er binnen de school twaalf groepsruimten zijn van identieke omvang en één kleinere groepsruimte voor de instroomgroep, zodat er altijd een ruimte beschikbaar is voor een basisgroep.
Per bouw is er sprake van een aantal groepsruimten en een onderwijsplein. De onderwijspleinen worden zo ingericht dat de ontwikkeling van talenten gestimuleerd wordt. Hierbij kan gedacht worden aan ruimte voor koken, muziek, dans, drama, handenarbeid, techniek, digitaal, groen en sport. Verder nodigen alle onderwijsruimten leerlingen en vooral leerkrachten uit om elkaar op te zoeken en samen te werken. Een belangrijke prikkel hiervoor wordt gegenereerd door de groepsruimten een beperkte omvang te geven. Op deze wijze maken leerkrachten en leerlingen sneller gebruik van het onderwijsplein en de buitenruimte of zoeken ze mogelijkheden om groepsruimten aan elkaar te verbinden. Daarnaast worden er op het plein van de midden- en van de bovenbouw twee talentkamers gecreëerd die flexibel in te zetten zijn. 5.2 Onderwijs 5.2.1 Onderwijsruimten Onderbouw De onderbouw biedt plaats aan leerlingen uit groep 1 en 2. Spelen en ontdekken staan centraal binnen dit domein. Dit gebeurt zowel in de groepsruimten als op het onderwijsplein, waar ook de opvanggroepen gebruik van maken. Op deze wijze wordt leeftijds- en groepsdoorbroken gewerkt. Zichtlijnen vanuit de groepsruimten naar de hoeken in het onderwijsplein en de buitenruimte zijn essentieel. De leerkracht heeft goed zicht op alle leerlingen en de leerlingen zien dat de leerkracht in nabijheid is.
De onderbouw heeft een eigen berging en leerlingentoiletten nabij de groepsruimten. Om de geborgenheid voor de jongste kinderen te waarborgen, heeft dit domein ook een eigen ingang. De onderbouw bestaat uit de volgende ruimten: drie groepsruimten; één groepsruimte instroomgroep; één onderwijsplein; één berging.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 15 van 24
Middenbouw De middenbouw is gericht op de groepen 3, 4 en 5. De overgang van spelen naar leren staat centraal binnen deze bouw en de leerkrachten en leerlingen worden geprikkeld en gestimuleerd om buiten hun groepsruimten (buiten en onderwijsplein) te werken. Net als in de onderbouw zijn zichtlijnen vanuit de groepsruimten naar het onderwijsplein en de buitenruimte belangrijk, maar zijn er ook hoekjes/nisjes waar leerlingen meer in geborgenheid kunnen werken. Op het middenbouwplein is een multifunctionele ruimte die ook als talentkamer of extra groepsruimte gebruikt kan worden. De middenbouw heeft een eigen berging en leerlingen-toiletten nabij de groepsruimten. De middenbouw bestaat uit de volgende ruimten: vijf groepsruimten; één flexibele talentkamer; één onderwijsplein; één berging. Bovenbouw De bovenbouw biedt plaats aan de groepen 6, 7 en 8. Binnen deze bouw staat de zelfstandigheid en vrijheid van de leerlingen meer centraal, waardoor zichtlijnen beperkt aanwezig hoeven zijn. Er zijn veel hoeken/nisjes waar leerlingen in geborgenheid kunnen werken en er is een ‘herriekamer’ aanwezig op het onderwijsplein. De bovenbouw heeft een eigen berging en leerlingentoiletten nabij de groepsruimten. De bovenbouw bestaat uit de volgende ruimten: vier groepsruimten; één flexibele talentkamer (herrriekamer); één onderwijsplein; één berging.
Groepsruimten Rondom het onderwijsplein zijn de groepsruimten gesitueerd. Deze groepsruimten dienen als thuisbasis voor een basisgroep en bieden een werkplek voor ca. 25 leerlingen. De groepsruimte bevat drie dubbele (openslaande) deuren met daarin glas: één naar de buitenruimte/-werkplek (ook op de verdieping), één naar het onderwijsplein en één naar de naastgelegen groepsruimte. Op deze wijze kunnen leerlingen gemakkelijk vanuit hun groepsruimten een werkplek kiezen buiten of op het onderwijsplein en kunnen twee groepsruimten aan elkaar verbonden worden, zodat leerkrachten elkaar ook vinden. De deuren mogen de functionaliteit van de ruimten niet beperken als ze open staan en dienen geen belemmering te vormen voor de akoestiek in het gebouw. Voor de groepsruimten van de onderbouw geldt dat voldoende plek aanwezig dient te zijn om verhoogde speelelementen/vides te plaatsen en dat een pantry aanwezig is in de groepsruimte. De groepsruimte van de instroomgroep kan eenvoudig gekoppeld/ verbonden worden aan het onderwijsplein, zodat deze ruimte op het moment dat er geen instroomgroep aanwezig is, functioneel ingezet wordt als onderdeel van het onderwijsplein.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 16 van 24
Onderwijspleinen De onderwijspleinen worden zo multifunctioneel mogelijk ingezet. In de ochtend spelen en leren leerlingen op de pleinen en worden leerlingen één op één begeleid door leerkrachten en onderwijsassistenten. In de middag krijgen de ‘talent-/labfuncties’ een plek op de onderwijspleinen. Op de onderwijspleinen van de midden- en bovenbouw zijn twee kleine pantry’s aanwezig.
Onderbouw/talentlab Op het onderwijsplein in de onderbouw wordt gewerkt met een groot aantal verschillende (speel)hoeken. Op het plein ontmoeten de peuters en kleuters elkaar en is voldoende ruimte om te leren en te ontdekken. In de middag dient het onderbouwplein als talentlab en worden diverse activiteiten uitgevoerd, zoals tekenen, knutselen, etc. Het plein biedt voldoende opslagruimte voor materialen en benodigdheden voor het middagprogramma en biedt plaats aan de lockers voor de leerlingen uit groep 1 en 2. Middenbouw/talentlab Het onderwijsplein in de middenbouw biedt diverse werkplekken die aansluiten bij de leeractiviteiten van de leerlingen. Zo zijn er plekken waar leerlingen zelfstandig kunnen werken, in groepjes kunnen werken en persoonlijke begeleiding kunnen ontvangen. In de middag dient het onderwijsplein als talentlab en worden diverse activiteiten uitgevoerd, zoals tekenen, koken, knutselen etc. Er dienen technische voorzieningen op dit plein aanwezig te zijn om het koken met leerlingen te faciliteren. Verder zijn er op het plein voldoende opslagmogelijkheden om de materialen en benodigdheden voor het middagprogramma op te bergen. Bovenbouw/tech-/ontdeklab Het onderwijsplein in de bovenbouw biedt, net als het onderwijsplein middenbouw, diverse werkplekken die aansluiten bij de leeractiviteiten van de leerlingen.
Er zijn plekken waar leerlingen zelfstandig kunnen werken, in groepjes kunnen werken en persoonlijke begeleiding kunnen ontvangen. In de middag krijgt het plein de functie van tech-/ontdeklab, waarbij techniek en technologie opdrachten uitgevoerd worden. Het plein biedt voldoende ruimte om de materialen en benodigdheden voor het middagprogramma op te bergen. Verder zijn er mogelijkheden om het werk van leerlingen te exposeren richting het plein of de groepsruimten, mogelijk middels een display.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 17 van 24
Flexibele talentkamer Aan het middenbouw- en bovenbouwplein is een afsluitbare flexibele talentkamer gekoppeld waarin verschillende soorten activiteiten kunnen plaatsvinden. In de ochtend wordt deze ruimte met name door groepjes leerlingen die willen overleggen gebruikt. In de middag kunnen kleine groepjes leerlingen hier aan de slag met techniek (bijvoorbeeld houtbewerking), handenarbeid, technologie (greenscreen) en muziek (geluidsstudio). Deze ruimte kan eenvoudig gekoppeld/verbonden worden aan het onderwijsplein, zodat de ruimte functioneel ingezet kan worden als onderdeel van het plein. Indien een extra groepsruimte nodig blijkt, kan deze ruimte hiervoor ook worden ingezet. Op deze manier gaat de school zo flexibel mogelijk met haar ruimten om. 5.2.2 Algemene ruimten De volgende algemene ruimten zijn opgenomen in het ruimteprogramma. Deze ruimten worden niet door één specifieke bouw gebruikt. ontmoetingshoek/keuken; speellokaal; berging speellokaal. Ontmoetingshoek/keuken De ontmoetingshoek/keuken is dé plek in de school waar teamleden en ouders elkaar ontmoeten en koffie kunnen drinken (ouderinloop, koffieochtenden etc.). De ruimte bestaat uit twee gebieden: één ontmoetingshoek die naast de looplijnen van de hoofdentree ligt en één keuken die de verbinding vormt tussen de ontmoetingshoek en het speellokaal.
De ontmoetingshoek oogt als een gezellige, knusse koffiecorner met een uitnodigend karakter en voldoende zit-, ontspan- en werkplekken, zowel binnen als buiten (mogelijk in de vorm van een serre). De verbinding met de buitenruimte/serre wordt ook gevormd door een dubbele deur vanuit de ruimte. De ontmoetingshoek kan gekoppeld worden aan de entree en het speellokaal, zodat een grote ruimte ontstaat waar vieringen met grotere groepen leerlingen gehouden kunnen worden. De woonkeuken is een centrale en opvallende plek die een verbindende rol heeft. De keuken wordt zowel door het team (onderwijs en opvang) als de ouders gebruikt. Speellokaal De leerlingen uit de onderbouw krijgen gymlessen in een speellokaal. Het speellokaal heeft een multifunctionele vloer en is flexibel inzetbaar. Het is daarom gewenst dat het lokaal een transparante uitstraling heeft en niet oogt als een gymzaal. In de middag wordt het speellokaal ingezet als muziek-, dans- en dramalab of als beweeg- en sportlab. Naast het speellokaal is een magazijn gesitueerd waarin benodigde gymmaterialen en stoelen en banken (benodigd voor grote bijeenkomsten) opgeborgen zijn. Het speellokaal wordt mogelijk na schooltijd ook gebruikt door de buitenschoolse opvang.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 18 van 24
5.2.3 Ondersteunende ruimten De volgende ondersteunende ruimten zijn opgenomen in het ruimteprogramma: toiletten; MIVA-toilet (inclusief douche); directieruimte; IB-ruimte; zorg-/administratieruimte; spreekruimten; reproruimte; centraal magazijn; hoofdentree; nevenentree; werkkast; kluisjeswand/garderobe midden- en bovenbouw; server/patchkast. De functie van deze faciliterende ruimten spreken over het algemeen voor zich. Wel wordt als expliciete opdracht aan de architect meegegeven om binnen de bruto-netto factor zoveel mogelijk opbergplekken te creëren (denk aan zolder, trapgat etc.). Alleen de spreek- en kantoorruimten en de kluisjeswand staan hieronder nader omschreven. Spreek- en kantoorruimten Op de school zijn diverse spreek- en kantoorruimten aanwezig, waarin teamleden werken of waar kindgerelateerde zorg wordt geboden. De twee spreekruimten bieden ieder plaats voor maximaal vier personen om te overleggen. Daarnaast zijn er drie kantoorruimten die flexibel worden ingezet, maar wel ‘hoofdgebruikers’ kennen. Voor de directieruimte geldt dat er plek is voor één werkplek en een vergadertafel die ook als extra werkplek kan worden ingezet. In de zorg-/administratieruimte en IB-ruimte zijn twee werk-/overlegplekken aanwezig. De natuurlijke en gezellige sfeer die in het hele gebouw te ervaren is, is ook duidelijk aanwezig in de spreek- en kantoorruimten.
Ondanks dat deze ruimten functionele werkplekken zijn waar ongestoord gewerkt kan worden (door middel van rolgordijnen), hebben ze een relaxte/gezellige uitstraling door warme kleuren en veel planten, waardoor ouders en andere gesprekspartners zich welkom voelen. Deze ruimten zijn gepositioneerd nabij de ontmoetingshoek, zodat teamleden de mogelijkheid hebben om zich terug te trekken op een rustigere plek in de nabijheid van de ontmoetingshoek. Kluisjeswand/garderobe midden- en bovenbouw De lockers/kluisjeswand van de leerlingen uit de onderbouw zijn gesitueerd op het onderwijsplein. Voor de midden- en bovenbouw worden nabij hun ingang lockers gerealiseerd waar leerlingen langs lopen en hun jassen en tassen kunnen opbergen.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 19 van 24
5.3
Kinderopvang De volgende ruimten zijn in het ruimteprogramma van Twinkel opgenomen: twee stamgroepruimten; één kantoor; één berging kdv/psz; één verschoonruimte; één wasruimte; twee slaapruimten; één stamgroepruimte bso; één berging bso. Kinder-/peuteropvang De kinderdag-/peuteropvang is gehuisvest in een relatief eigen ‘veilig’ gebied (onder andere vanwege wet- en regelgeving), maar heeft wel een duidelijke verbinding met de school. Binnen de vierkante meters van dit eigen gebied wordt één verticale groep van 0 tot 4 jaar gehuisvest met zestien kindplaatsen en één peutergroep van 2 tot 4 jaar met zestien kindplaatsen. Voor beide groepen is een eigen groepsruimte aanwezig met een pantry. Aangrenzend aan de groepsruimte zijn er twee slaapkamers met in iedere slaapkamer vier stapelbedden. Ook is er aangrenzend een sanitair blok/verschoonruimte met één commode en twee toiletjes. Vanuit deze verschoonruimte is er goed zicht op beide groepsruimten. Naast de groepsruimte met aangrenzende faciliteiten, dient een kantoorruimte aanwezig te zijn met plaats voor twee werkplekken, een berging en een wasruimte. De opvanggroepen liggen in de nabijheid van de onderbouw en vanuit de groepsruimte is er een directe verbinding met het eigen buitenterrein dat ook grenst aan het kleuterplein. Buitenschoolse opvang Naast kinderopvang biedt Twinkel ook buitenschoolse opvang (bso) aan in het gebouw.
Voor de twee bso-groepen is het van belang om een thuisbasis in het gebouw te creëren, waar de groep kan samenkomen om het bso-programma te starten en samen wat te eten en drinken. Deze thuisbasis wordt gesitueerd in een separate bso-groepsruimte en in de stamgroepruimte van de peuteropvang. Deze separate bso-groepsruimte is multifunctioneel en wordt onder schooltijd ingezet als beweeglab en fysiotherapieruimte. Vanuit deze thuisbasis waaieren de kinderen uit naar verschillende plekken binnen het gebouw (de onderwijspleinen) en naar de buitenruimte voor een brede diversiteit aan activiteiten. Op deze wijze worden de ruimten in de school ook na schooltijd zo multifunctioneel mogelijk ingezet. Voor de bso is een huiselijke sfeer gewenst, waarbij verschillende activiteiten mogelijk zijn (onder andere relaxen, lezen, spelletjes doen, eten en drinken, etc.). Bij het uitvoeren van activiteiten zijn zoveel mogelijk kasten die open kunnen blijven staan gewenst, zodat kinderen zelf kunnen kiezen en er zelf bij kunnen. Tot slot heeft de bso een eigen berging voor de opslag van materialen.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 20 van 24
5.4
Buitenruimte De buitenruimte is een natuurlijke speel- en leertuin waarin kinderen elkaar ontmoeten en het ontdekkend leren gestimuleerd wordt. De kinderopvanggroepen hebben een eigen (afgesloten) plein conform wetgeving, dat grenst aan het speelplein van de kleuters. Het schoolplein is een groene plek met weinig bestrating en veel natuurlijke materialen zoals gras, zand en boomsnippers. Het biedt plek om overdekt te kunnen spelen en leren, zodat ook bij slecht weer de buitenruimte benut kan worden. Wat opvalt op het groene plein zijn de picknickbanken/buitenwerkplekken waar leerlingen gebruik van maken. Vanuit elke groepsruimte is direct toegang tot de buitenruimte. Voor de groepen op de begane grond is dit het plein. Voor de groepen op de bovenverdieping wordt hier een alternatief voor gezocht. Mogelijk biedt functionele inzet van het dakoppervlakte een oplossing of kunnen de zogenoemde overstekken die gewenst zijn op de begane grond worden ingezet als balkons. Verder is er veel ruimte om te sporten en te ontdekken, waaronder een trapveldje/pannaveld en een schooltuin. Bij zowel het speelterrein van de midden- en bovenbouw als het speelterrein van de onderbouw is een buitentoilet aanwezig met een drinkwatermogelijkheid. Naast ruimte voor het buitenspelen en – leren biedt de buitenruimte ook plek voor buitenbergingen (onderwijs en opvang) en fietsenstallingen.
Er is er behoefte aan een fietsenstalling voor het personeel die wordt gecombineerd met de opbergplaats voor containers. De leerlingen parkeren hun fietsen in een onoverdekte natuurlijke fietsenstalling die plaats biedt voor 100 fietsen. Verder is een prefab bergruimte/kelder voor diverse materialen gewenst om extra opslagruimte te creëren en is er een klusschuur voor de conciërge. Mogelijk kan de huidige buitenberging die ingezet wordt voor de onderbouw behouden blijven, indien dit geen beperkende gevolgen heeft voor het ontwerp.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 21 van 24
Bijlage 1 - ruimteprogramma’s Het kader voor de te realiseren ruimtebehoefte wordt bepaald door de normatief berekende ruimtebehoefte. De ruimteprogramma’s geven het aantal en de grootte van de ruimten weer in tabelvorm. In de ruimteprogramma’s wordt onderscheid gemaakt tussen functioneel netto vloeroppervlakte (m2 nvo) en bruto vloeroppervlakte (m2 bvo). Het functioneel netto vloeroppervlakte zijn de bruikbare vierkante meters. Het bruto vloeroppervlakte is de ruimte die nodig is om het gebouw in zijn geheel te laten functioneren en omvat onder andere vierkante meters voor technische ruimten, verkeersruimten, constructies, gevels, installaties, technische ruimten, circulatieruimten en indelingsverliezen. De bruto-netto verhouding die gehanteerd is in de berekening van de ruimtebehoefte is 1,35 (de bruto vloeroppervlakte = 35% bovenop de netto vloeroppervlakte). De opgave is om de bruto-netto-factor zo laag mogelijk te laten zijn.
Ruimtestaat Wilhelminaschool Aantal leerlingen Ruimtelijk kader in m² bvo Omschrijving
M² nvo
300 1.709 M² nvo M² bvo Opmerkingen
Aantal
Onderbouw groepsruimte groepsruimte instroomgroep onderwijsplein berging/magazijn
50 40 80 6
3 1 1 1
150 40 80 6
Uitgangspunt 4 kleutergroepen 203 grenzend aan onderwijsplein 54 te koppelen aan onderwijsplein 108 grenzend aan speellokaal 8
Middenbouw groepsruimte talentkamer onderwijsplein berging/magazijn
50 40 80 6
5 1 1 1
250 40 80 6
Uitgangspunt 5 middenbouwgroepen 338 grenzend aan onderwijsplein 54 te koppelen aan onderwijsplein 108 8
Bovenbouw groespruimte talentkamer onderwijsplein berging/magazijn
50 40 80 6
4 1 1 1
200 40 80 6
Uitgangspunt 4 bovenbouwgroepen 270 grenzend aan onderwijsplein 54 te koppelen aan onderwijsplein 108 8
Algemene ruimten ontmoetingshoek/woonkeuken speellokaal berging speellokaal
50 84 11
1 1 1
50 84 11
68 gekoppeld speellokaal en personeelsruimte 113 gekoppeld aan ontmoetingshoek 15
Ondersteunende ruimten toiletten groep 1/2 toiletten groep 3-5 toiletten groep 6-8 buitentoilet MIVA-/personeelstoilet personeelstoilet directieruimte admin/zorg ruimte IB-ruimte spreekruimten repro centraal magazijn hoofdentree nevenentree kluisjeswand midden-bovenbouw werkkast lift server/patchkast
2 2 2 2 5 2 12 12 15 10 4 20 10 4 12 2 2 4
6 8 6 2 1 2 1 1 1 2 1 1 1 2 2 1 1 1
12 16 12 4 5 4 12 12 15 20 4 20 10 8 24 2 2 4
16 op basis van 4 groepen, 1,5 toilet per groep 22 op basis van 5 groepen (even aantal) 16 op basis van 4 groepen 5 onderbouw en middenbouw/bovenbouw 7 incl. douche 5 16 1 werkplek en overlegtafel 16 2 werkplekken 20 2 werkplekken 27 5 27 14 t.b.v. onderbouw 11 t.b.v. middenbouw en bovenbouw 32 nabij ingang via buitentrap 3 3 5
Totaal m² nvo Bruto-netto factor Totaal m² bvo Kader Verschil
1.309 1,35 1.767 1.709 -58
De architect krijgt de taakstelling mee om de vierkante meters die boven de norm zijn opgenomen in het ruimteprogramma, binnen budget te realiseren.
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 22 van 24
Ruimteprogramma Twinkel Kdv/psz Ruimte Stamgroepruimte Kantoor Verschoonruimte Berging Wasmachine/droger Entree Slaapruimte Totaal m² nvo Bruto-netto factor Subtotaal m² bvo Bso Ruimte Monofunctionele stamgroepruimte Stamgroepruimte (speellokaal) Berging Keuken Toiletten Overig Totaal m² nvo Bruto-netto factor Subtotaal m² bvo Totaal m² nvo Totaal m² bvo
ruimte om te zijn
Aantal 2 1 1 1 1 1 2
Aantal 1 1 1 1 4 1
M² nvo Totaal Opmerkingen 56 112 3,5 m² per kindplaats 12 12 12 12 6 6 4 4 5 5 8 16 voor 12 kinderen 167 1,35 225 M² nvo Totaal 77 0 6 0 0 0
Opmerkingen 77 3,5 m² per kindplaats 0 in ruimten van de school 6 0 in ruimten van de school 0 in ruimten van de school 0 in ruimten van de school 83 1,35 112,05 250 338
U20585
Pagina 23 van 24
Bijlage 2 - relatieschema
ruimte om te zijn
U20585
Pagina 24 van 24
Technisch Programma van Eisen Wilhelminaschool en KDO Twinkel in Doetinchem
Opdrachtgever Opgesteld door Kenmerk Datum
Vereniging voor P.C.O. aan de Wilhelminascholen te Doetinchem T. Schippers U20519 6 november 2020
Postbus 2145 | 7302 EM Apeldoorn | T (055) 538 66 90 | info@pentarho.nl | www.pentarho.nl | KvK-nr. 08169718 | Btw-nr. NL8189.60.115.B01
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Achtergrond 1.2 Doelstelling 1.3 Algemene ontwerpuitgangspunten 1.4 Randvoorwaarden 1.5 Duurzaam Bouwen 1.6 Veiligheid 1.7 Exploitatie 1.8 Energie 1.9 Binnenluchtkwaliteit 1.10 Thermisch comfort 1.11 Visueel comfort 1.12 Akoestisch comfort 1.13 Flexibiliteit en uitbreidbaarheid 1.14 Toegankelijkheid 1.15 Samenvatting Programma van Eisen
4 4 5 5 5 6 7 8 11 12 14 16 17 18 19 19
2
Omschrijving bouwkundige voorzieningen 2.1 Fundering 2.2 Daken en dakafwerkingen 2.3 Buitenwanden en buitenwandafwerkingen 2.4 Binnenwanden en binnenwandafwerkingen 2.5 Vloeren en vloerafwerkingen 2.6 Trappen, hellingbanen en afwerkingen 2.7 Plafonds en plafondafwerkingen 2.8 Kozijnen, ramen en deuren 2.9 Hang- en sluitwerk, sleutelsysteem 2.10 Zonweringsysteem 2.11 Vaste gebouwinrichting 2.12 Beproevingsrapporten
20 20 20 20 21 21 22 23 23 25 26 26 26
3
Omschrijving werktuigbouwkundige installaties 3.1 Algemene uitgangspunten voor het ontwerp 3.2 Waterafvoerinstallaties (riolering) 3.3 Wateraanvoerinstallaties 3.4 Sanitaire toestellen 3.5 Verwarming
27 27 27 28 29 30
3.5.1 Warmteopwekking
30
3.5.2 Ruimtetemperaturen
30
3.5.3 Verticale temperatuurgradiënt
30
3.5.4 Behaaglijkheid
30
3.5.5 Warmtedistributie/-verdeling 3.6 Luchtbehandelingsinstallaties 3.7 Koeling 3.8 Brandblusvoorzieningen 3.9 Meet- en regelinstallaties 3.10 Beproevingsrapporten
31 31 32 32 32 33
ruimte om te zijn
U20519
Pagina 2 van 44
4
Omschrijving elektrotechnische installaties 4.1 Stroomvoorziening 4.2 Verlichtingsinstallatie 4.3 Communicatie installaties 4.4 Overspanningsinstallatie 4.5 Transportinstallaties 4.6 Monitor gebouwprestaties 4.7 Onderhoudstermijn 4.8 Beproevingsrapporten
34 34 35 36 37 37 38 38 38
5
Terrein 5.1 Algemeen 5.2 Groenvoorziening 5.3 Vaste terreininrichting 5.4 Omheiningen 5.5 Terreinverlichting 5.6 Buitenbergingen
39 39 39 40 40 40 40
Bijlage 1: Checklist gebouwvoorzieningen
41
Bijlage 2: Aanvullende eisen cluster dagopvang en bso
43
ruimte om te zijn
U20519
Pagina 3 van 44
1
Inleiding
1.1
Achtergrond
Vereniging voor Protestants Christelijk Onderwijs aan de Wilhelminascholen te Doetinchem (hierna te noemen: Wilhelminaschool) en gemeente Doetinchem hebben besloten om een nieuwe school te bouwen in Doetinchem. Het schoolbestuur biedt basisonderwijs aan op evangelisch-christelijke grondslag. Het schoolbestuur is een zogenaamde eenpitter en heeft alleen de Doetinchemse school onder haar hoede. Het huidige pand ‘Wilhelminaschool’ aan de Verdilaan 14a in Doetinchem wordt gesloopt en vervangen voor nieuwbouw. De nieuwbouw wordt gerealiseerd op het perceel waar de huidige school thans is gevestigd. Het perceel heeft een totale oppervlakte van circa 5.083 m2. Het bestemmingsplan geeft aan dat er maximaal 30% van het perceel mag worden bebouwd. Dit is 30% van de 5.083 m² en komt overeen met het bouwvlak van ca. 1.525 m². De maximale bouwhoogte is tien meter. In de regel kan circa 60% van de benodigde ruimte op de begane grond gerealiseerd worden, dat maakt een footprint van ca. 1.085 m².
Figuur 1: het huidige schoolgebouw gezien vanaf de voorzijde.
Figuur 2: op deze situatiekaart is het perceel aangegeven middels de gele markering.
ruimte om te zijn
U20519
Pagina 4 van 44
1.2
Doelstelling
In dit Technisch Programma van Eisen (hierna: TPvE) wordt een definitie gegeven van de technische prestaties die de opdrachtgever verwacht van de nieuwe basisschool ‘Wilhelminaschool’ in Doetinchem. Het totaal vormt voor de uitwerking door het ontwerpteam het technisch kader van de nieuwbouw. Dit TPvE is het toetsingskader voor de opdrachtgever. De volgende uitgangspunten zijn van toepassing op dit TPvE: het is onderdeel van het totale Ruimtelijk-Functioneel Programma van Eisen (RF-PvE). Indien er tegenstrijdigheden in technische uitgangspunten worden genoemd, is het TPvE leidend. indien op een onderdeel meerdere eisen van toepassing zijn, is de zwaarste eis leidend. het is onderdeel van het contract met de aanbieder, waaronder: architect, constructeur, bouwfysisch adviseur en installatieadviseur. Wilhelminaschool en gemeente Doetinchem streven een zo hoog mogelijk prestatieniveau na. Daar waar het prestatieniveau strijdig is met het beschikbaar gestelde taakstellende budget, dient alles in het werk te worden gesteld om het prestatieniveau te realiseren, bijvoorbeeld middels duurzaamheidsfondsen of duurzaamheidssubsidies. specifieke eisen die samenhangen met de inrichting van ruimten en specifiek gebruik, worden niet in dit TPvE beschreven. het dient als aanvulling op de wettelijke eisen en richtlijnen.
onder kantoorruimten worden de ruimten voor directie, spreekkamers, personeel, schoolarts etc. verstaan, tenzij anders omschreven. alle ruimten in het gehele gebouw dienen te voldoen aan het Programma van Eisen Frisse Scholen september 2015. Dit gaat dus verder dan alleen onderwijsruimten. 1.3
Algemene ontwerpuitgangspunten De in dit hoofdstuk genoemde eisen zijn van toepassing op alle bouwkundige- en installatietechnische voorzieningen die hierna omschreven zijn. Eventuele eisen die aanvullend op dit hoofdstuk - specifiek voor de genoemde gebouwonderdelen - gelden, worden in de betreffende hoofdstukken vermeld.
1.4
Randvoorwaarden Bij te maken keuzes tussen verschillende technische oplossingen, gelden de volgende eisen als randvoorwaarden. Wettelijke eisen De gebouwen dienen zodanig te worden ontworpen, dat van de gemeente en andere bevoegde instanties de benodigde vergunningen verkregen worden om op de betreffende locatie te bouwen. Tevens zal er geen wettelijke belemmering mogen bestaan om de gebouwen in gebruik te nemen of te houden voor de beoogde functies. Voor alle wettelijke eisen geldt dat de laatste uitgave gehanteerd dient te worden. Van toepassing zijnde richtlijnen De gebouwen dienen in aanvulling op de wettelijke eisen ook te voldoen aan de volgende richtlijnen en/of eisen: - Handboek Toegankelijkheid Gebouwen; - Handleiding SEV (Handleiding Duurzame Woningbouw); - Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen Utiliteitsbouw; - Nationaal Milieubeleidsplan (NMP en NMP-Plus); - Handboek Risicoklasse-indeling Verzekeraars Instituut voor Preventie; - Politiekeurmerk Hang- en sluitwerk;
ruimte om te zijn
U20519
Pagina 5 van 44
-
De van toepassing zijnde ISSO-publicaties; De geldende normbladen (NEN-normen) volgens de meest recente deelcatalogus; Overzicht van normen voor de Bouwwereld (uitgave SBR) met bijbehorende NPR’s; Eisen en richtlijnen Nationaal Centrum voor Preventie (NCP); Richtlijn Brandveilig gebouw bouwen; Richtlijn Brandveilig gebouw installeren; Regelgeving ten aanzien van HACCP; Gemeentelijke bouwverordening en bestemmingsplan; Bepalingen en voorschriften van de provinciale overheid; Bepalingen en voorschriften van de gemeentelijke overheid; Bepalingen en voorschriften van de plaatselijke brandweer; Bepalingen en voorschriften van het waterschap; VEWIN werkbladen; Richtlijnen duurzaam inkopen; Wet Kinderopvang; Inspectie kinderopvang; GGD-eisen.
Voor alle richtlijnen geldt dat de laatste uitgave gehanteerd dient te worden. In geval dat het TPvE strijdig is met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, prevaleren laatstgenoemden. Hiervan dient te allen tijde melding van te worden gemaakt bij de auteur(s) van dit TPvE. Bijlagen Het volgende document maakt onderdeel uit van dit TPvE, als was het letterlijk hierin opgenomen: checklist gebouwvoorzieningen (bijlage 1); aanvullende eisen cluster dagopvang en buitenschoolse opvang (bijlage 2). Kinderopvang Voor het hoofdcompartiment ‘kinderopvang, peuteropvang en bso’ zijn aanvullende eisen opgenomen. Deze zijn als bijlage 2 bij dit Programma van Eisen gevoegd. Deze maken onderdeel uit van dit Programma van Eisen als waren zij letterlijk hierin opgenomen Garanties Voor de garanties wordt verwezen naar de overeenkomst tussen opdrachtnemer en opdrachtgever in deze. Daarnaast dient voldaan te worden aan de wettelijk vastgestelde garantietermijnen. 1.5
Duurzaam Bouwen De opdrachtgever ziet het als een maatschappelijke verantwoordelijkheid om er zorg voor te dragen dat de door de gebouwen veroorzaakte belasting van het milieu beperkt wordt, tot door de samenleving algemeen geaccepteerde waarden. Uitgangspunt in deze is een gemiddelde GPR-score van 8,25. Energieverbruik in gebruikssituatie Ter beperking van de energielast worden onder meer de volgende eisen gesteld: - pas een compartimentering van de verwarming, verlichting en ventilatie toe die gerelateerd is aan het gebruik van de ruimten.
ruimte om te zijn
U20519
Pagina 6 van 44
-
-
-
-
pas aanwezigheidsmelders en ledverlichting toe. Groepsruimten dienen tevens te worden voorzien van een overbruggingsschakelaar, aangesloten op een centraal bussysteem. voor de nieuwbouw wordt als eis gesteld: bijna-energieneutraal gebouw. Het ambitieniveau ligt echter hoger, namelijk een energieneutraal gebouw. Voor het bepalen van de energieprestatie van het gebouw dient uit te worden gegaan van de op dat moment wettelijk geldende bepalingsmethode. Vooralsnog dient te worden uitgegaan van de Nederlandse Technische Afspraak (NTA) 8800, bepalingsmethode energieprestatie van gebouwen. in dit TPvE worden geen oplossingen aangedragen voor het realiseren van een bijna-energieneutraal gebouw. Het gebruik van aardwarmte en zonne-energie is – indien financieel haalbaar – een pré. Tevens dient het energieconcept ‘sound energy’ nader te worden onderzocht. Een aansluiting op een warmtenet behoort niet tot de mogelijkheden. de volledige engineering ligt bij de ontwerpende partijen. Van het ontwerpteam wordt hierin een scenario-onderzoek verlangd, dat zal worden voorgelegd aan de opdrachtgever. In dit onderzoek dienen meerdere scenario’s voor het realiseren van een bijna-energieneutraal gebouw te worden onderzocht, waarin in elk geval investeringskosten, exploitatiekosten en terugverdientijd worden meegenomen.
Circulair bouwen Door gemeente Doetinchem zijn uitgangspunten gedefinieerd ten aanzien van circulair bouwen. De gemeente stelt als ambitie dat er zowel sprake moet zijn van een circulair ontwerp als van circulaire materiaalkeuze. Een circulair ontwerp richt zich op de pijlers losmaakbaarheid en multifunctionaliteit / flexibiliteit. De pijler circulaire materiaalkeuze heeft enerzijds betrekking op het inzetten van het te slopen gebouw als ‘donor’ voor de nieuwbouw en anderzijds met het uitvoeren van een materiaalinventarisatie en het vastleggen hiervan in een gebouwpaspoort. Ontwerp oplossingen waarin circulair bouwen is meegenomen verdienen de voorkeur en vormen een pré, maar mogen niet ten koste gaan van het ontwerp zelf. Waterverbruik in gebruikssituatie Waar dit door ontwerpkeuzes te beïnvloeden is, dient het verbruik van drinkwater zoveel mogelijk beperkt te worden. In ieder geval moet worden gedacht aan: zelfsluitende kranen op de wastafels bij de toiletten; spoelinrichtingen met spoelstop. Voor de zelfsluitende kranen geldt de eis dat deze dienen te worden uitgevoerd met sensor en niet met drukknop. De ontwerpende partij dient de dimensionering en het verloop van de riolering af te stemmen op energiebesparend waterverbruik. Kleurgebruik Kleurgebruik dient in overleg met de gebruikers en opdrachtgevers vastgesteld te worden.
Voor onderdelen met een lange afschrijvingsduur, neutrale kleuren kiezen. Voor onderdelen die snel kunnen vervuilen (vloeren), gemêleerde kleuren toepassen. 1.6
Veiligheid Vanuit het streven een gebouw tot stand te brengen dat op een veilige wijze kan functioneren, stelt de opdrachtgever de volgende eisen: - het gebouw dient zodanig te worden ontworpen dat de kansen op het ontstaan van onveilige situaties tot een minimum worden beperkt.
ruimte om te zijn
U20519
Pagina 7 van 44
-
-
-
-
-
1.7
pas een zodanige positionering en detaillering van inrichtingselementen en installaties toe, dat deze geen verwondingen kunnen veroorzaken. Met name kapstokhaken en vensterbanken zijn hierbij van belang. besteed aan het exterieur op de begane grond extra aandacht aan vandalismebestendigheid (bijvoorbeeld: vermijd nissen en overkappingen, detailleren van een “vlakke” gevel, dat wil zeggen zonder opklimmogelijkheden, vermijd buitenverlichting waar men ‘makkelijk bij kan’ en letselgevaar.). bijzondere aandacht verdient de sociale veiligheid. Ontwerp zodanig dat vanuit zoveel mogelijk kanten zicht vanaf de openbare ruimte op het gebouw is. Vermijd nissen en overkappingen waar men zich onopgemerkt kan ophouden. de entreedeuren van het pand dienen te worden voorzien van een tochtsluis. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de doorstroomcapaciteit en het te verwachten gebruik. ontwerp toegangsdeuren naar groepsruimten, directieruimten en spreekruimten met functionele transparantie, waarbij het creëren van zichtlijnen als voorwaarde geldt. Voorzie de deuren van voorruimten van toiletten van een glasstrook of voorzie de deuren van een zijlicht (min. 1 m2).
Exploitatie De opdrachtgever wenst een gebouw te realiseren dat optimaal exploitabel is. In deze paragraaf worden eisen gesteld om de exploitatiekosten te beperken. Compartimentering Met het oog op de mogelijkheid tot gevarieerde gebruikstijden van verschillende gebouwdelen, dient het totale gebouw zodanig te worden ontworpen dat delen van het gebouw zelfstandig kunnen functioneren. Met zelfstandig functioneren wordt bedoeld dat het betreffende gebouwdeel in gebruik kan zijn, zonder dat dit invloed heeft op de overige delen. Hiertoe dient het gebouw opgedeeld te worden in de onderstaande hoofdcompartimenten te weten: 1. het onderwijsgedeelte; 2. de kinderdagopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang. De exacte compartimentering van gebouwdelen is op dit moment nog niet geheel duidelijk en dient in de ontwerpfase met de gebruikers te worden afgestemd. Voor een goede functionele compartimentering, is het noodzakelijk dat de afzonderlijke compartimenten over zelfstandig te gebruiken en te regelen installaties - ten behoeve van beveiliging, verwarming, stroomvoorziening en verlichting van het gebouw - beschikken. De compartimentering ten behoeve van brandveiligheid dient zoveel mogelijk samen te vallen met de gebruikscompartimentering.
Let bij compartimentering op de plaats van centrale voorzieningen zoals de liftinstallaties en het (mindervalide)toilet, zodat deze vanuit alle compartimenten te gebruiken zijn. Bijzondere aandacht verdient de compartimentering en inregeling van de alarminstallatie. Voorkomen moet worden dat gebruikers onbedoeld het alarm van een naastgelegen compartiment af laten gaan, door onafgesloten deuren toe te passen als scheiding van compartimenten. Deuren die compartimenten overschrijden dienen automatisch elektronisch vergrendeld te worden, indien een aangrenzend alarmcompartiment is of wordt ingeschakeld. Deze
ruimte om te zijn
U20519
Pagina 8 van 44
deuren mogen pas worden vrijgegeven indien beide aangrenzende compartimenten zijn uitgeschakeld. Alle brandscheidende deuren dienen te worden voorzien van kleefmagneten of vergelijkbaar. Geaccepteerd zijn deurdrangers met brandcontactmagneten. De deuren dienen in de open stand vergrendeld te kunnen worden en dicht te vallen in geval van alarm. Alle water- en elektrameters dienen te zijn voorzien van een koppeling naar het gebouwbeheerssysteem. Schoonmaakkosten - exterieur Materiaalgebruik en detaillering dienen zodanig te worden gekozen dat stof en hinderlijke vervuiling, waaronder ook graffiti, zoveel mogelijk worden vermeden. Speciale aandacht behoeft de wijze waarop de gevels en ramen gereinigd kunnen worden. Bij de materialenkeuze voor binnenwanden gaat de voorkeur uit naar krasvaste wanden. Voorzie alle buitendeuren van een borstelmat (geen metalen inlooproosters). De borstelmat dient voor de volledige breedte van de deuren gelegd te worden. Pas de borstelmat verdiept toe, zodat men er niet over kan struikelen. Schoonmaakkosten - interieur Reserveer bij alle entrees een inloopzone van minimaal 5 - 7m1 bestaande uit een droogloopmat (bijvoorbeeld Forbo Coral Duo of gelijkwaardig), welke gangbreed gelegd wordt. Pas materialen toe welke eenvoudig zijn schoon te maken. Voorkom richels, randen en ‘dode hoeken’ in verband met stofophoping.